CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Bijlagen ruimtelijke onderbouwing - Verklaring van geen bedenkingen Zonnepark Kleine Bergerweg Sint Odiliënberg

Gemeenteraad 2 juli 2025, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Zonnepark Kleine Bergerweg Sint Odiliënberg27.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Tevens zorgt deze groene inpassing voor een aantrekkelijk natuurlijk beeld dat bijdraagt aan de directe omgeving en recreanten in het gebied en voegt juist een extra interessante laag toe aan het landschap. De nieuwe functies, duurzame opwekking van energie, ecologie en recreatie, in het gebied sluiten juist beter op elkaar aan dan de huidige agrarische functie. Deze vraagt primair ruimte in het landschap en was bedoeld voor de voedselproductie. Zeker niet onbelangrijk, maar is erg monofunctioneel. 5. •

Leidende beginselen Voorkom dat kleinschalige initiatieven, toekomstige grootschalige kansrijke projecten belemmeren. Het circa 6.4 ha (netto) grote initiatief voor Zonnepark Kleine Bergerweg voorziet in een voor de gemeente Roerdalen wenselijke grootte, die zowel landschappelijk nog goed inpasbaar is, maar toch een substantiële bijdrage levert aan de energieopgave van de gemeente. • Voorkom stapeling van kleinere initiatieven, waardoor het draagvermogen van het landschap overschreden wordt. Bij de locatiekeuze voor het zonnepark is een gedegen afweging

gemaakt of het laadvermogen van het landschap de nieuwe functie aan kan. Door de beperkte hoeveelheid woningen in het gebied en andere functies, zijn wij van mening dat het landschap voldoende laadvermogen heeft voor deze nieuwe functie. Daarnaast draagt de nieuwe inpassing van het zonnepark bij aan de recreatieve en ecologische ambities van het gebied en voegt het juist kwaliteit toe aan het landschap. De nabijgelegen vuilstort en de aangrenzende gronden waar mogelijk ook een zonnepark komt, heeft weinig tot geen invloed op het omringende landschap van het projectgebied. • Onderzoek de herkomstwaarde en gebruik deze als basis voor de toekomstwaarde Uit de analyse blijkt dat het landschap erg is veranderd. Van een open landschap naar een besloten landschap en tot slot naar een meer halfopen landschap. Verschillende karakteristieken uit verschillende tijdslagen hebben we opgenomen in het inpassingsplan. Zo is de kenmerkende blokverkaveling uit de ontginning periode het uitgangspunt geweest voor de inpassing van het panelenveld en hebben we de landschappelijke hagen van de vele boomkwekerijen in de omgeving gebruikt als landschappelijke inpassing voor het panelenveld. Ook de kenmerkende zichtlijnen richting het open veld hebben we opgenomen in het ontwerp, zodat het zicht op de open velden gehandhaafd blijven.

• Respecteer en maak gebruik van de oriëntatie van percelen en lijnen in het landschap Verschillende karakteristieken uit verschillende prominente tijdslagen hebben we opgenomen in het inpassingsplan. Zo is de kenmerkende blokverkaveling uit de ontginning periode het uitgangspunt geweest voor de inpassing van het panelenveld. De panelen krijgen een zuid opstelling parallel aan de Grote en Kleine Bergerweg, zodat de panelen georiënteerd worden op de twee belangrijkste leidende landschappelijke structuren in het landschap. Daarnaast hebben we de landschappelijke hagen van de vele boomkwekerijen in de omgeving gebruikt als aanknopingspunt voor de landschappelijke inpassing voor het zonnepark. Ook de kenmerkende zichtlijnen richting het open veld hebben we opgenomen in het ontwerp, zodat het zicht op de open velden gehandhaafd blijft. Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Onderbouwing landschappelijke inpassing vanuit de RES handreiking • Ontwerp met respect voor bodemleven Hoe meer ruimte tussen de panelen, hoe meer kansen voor biodiversiteit. Uit het onderzoek blijkt dat vanaf ca. 200 cm er al relatief hoge soortenaantallen tussen de panelen voor kunnen komen. Belangrijk is wel dat er voor een beheer van maaien en afvoer van maaisel voldoende manoeuvreerruimte voor een tractor is. 250 – 300 cm tussen de panelen is daarvoor voldoende. Voor Zonnepark Kleine Bergerweg is een afstand van 250 cm aangehouden tussen de rijen panelen waardoor licht goed kan toetreden op de bodem tussen en (deels) onder de panelen en hierdoor zowel de vegetatie als de bodem gezond blijft. • Houd of maak het landschap aantrekkelijk voor recreatief medegebruik De ambitie van het zonnepark is om juist bij te dragen aan het recreatieve netwerk en ambities van het gebied. De komst van een informatie en rustpunt met uitkijkpunt draagt bij aan de recreatieve voorzieningen van de verschillende recreatieve routes langs het zonnepark. Door het verschaffen van informatie over het zonnepark en de ecologische meerwaarde van het zonnepark. • Langs wegen en paden ligt de nadruk op de visuele ruimtelijke kwaliteit De landschappelijke inpassing is vooral gericht op het investeren in de kwaliteit van de randen van het zonnepark.

Dit is het onderdeel van het zonnepark dat de grootste invloed heeft op de ruimtelijke kwaliteit en het aanzien van het park vanaf de weg. Vooral langs de Grote en Kleine Bergerweg wordt een extra grote zone (minimaal 10 meter breed) vrij gehouden van zonnepanelen, zodat hier ruimte is voor een groene inpassing die bijdraagt aan de beleving van het landschap. • Houd bestaande markante groen/blauw randen of lijnen vrij van nieuwe massa Met de landschappelijke inpassing van het zonnepark houden we rekening met de bestaande markante opgaande groenstructuren en gebruiken we deze juist als structuren voor de landschappelijke inpassing van het park. Zo zijn er twee prominente productiebosjes aan de rand van het plangebied aanwezig en een kenmerkende houtsingels die we opnemen in het ontwerp. We voegen hierbij geen nieuwe massa’s toe die dit beeld verstoren. Het nieuwe groen blijft beduidend lager en blijft in hiërarchie ondergeschikt aan deze volwassen groenstructuren.

•

Ontwerp de aanhakende tracés ondergrondse infra mee in het plan De tracés worden door Enexis aangelegd. Deze worden in de grond aangelegd. • Herstel of verbeter zoveel mogelijk de waterhuishouding In de rand van het zonnepark wordt één wadi aangelegd die zorgt voor het opvangen en vast houden van water in het gebied. Doordat het gebied hoog ligt en zanderig is, verdroogt het gebied snel. Door het vast houden van water wordt dit op kleine schaal tegen gegaan en profiteren waterminnende soorten van de nattere omstandigheden. • Ontwerp natuur inclusief en verwerk natuurverbindingen In het ontwerp zijn verschillende fauna akkers opgenomen die doelsoorten en soorten die al reeds voorkomen in het gebied faciliteren. De patrijs en de das zijn twee soorten waar het zonnepark rekening mee houdt en op ingericht is. Daarnaast worden verschillende landschappelijke hagen aangelegd in de randen, die een verbinding maken met de reeds aanwezige groenstructuren (de productiebosjes) en zo tezamen een verbinding vormen in de vorm van een stapsteen tussen Landgoed het Rozendaal en de Linnerheide/Linnerveld. • Inrichting en beheerplan Voor het inrichtings- en beheerplan verwijzen we graag door naar het hoofdstuk beplanting en beheer op blz. 27 t/m 32. 6. •

Ontwerpprincipes Gevoel van openheid, regelmaat en rust behouden o Afstand bewaren tot belangrijke structuren, zoals wegen en lanen en natuurgebieden In het ontwerp wordt met het zonneveld een ruime afstand gehouden tot de belangrijkste ontsluitingswegen, door een zone van minimaal 10 meter breed. Hierdoor ontstaat een groen aanzicht van het park en worden deze belangrijke landschappelijke lijnen meer kracht bij gezet. o Doorzichten creëren In het ontwerp zijn de belangrijkste zichtlijnen opgenomen, waardoor zicht op het naastgelegen open Linnerveld behouden blijft en de noord-zuid zichtrelatie gehandhaafd blijft. o Natuurlijke omheining in meerdere zones Door middel van landschappelijke hagen, die tegenwoordig veelvuldig voorkomen in het omringende landschap, wordt een natuurlijke afscheiding van het zonnepark bewerkstelligd. Deze zorgen naast een

afscheiding ook voor een ecologische verbinding en meer biodiversiteit in het gebied. Achter de landschappelijke haag wordt een hekwerk geplaatst dat niet zichtbaar is in het landschap, maar wel noodzakelijk is voor de verzekering. o Geen rafelranden Het zonnepark wordt zorgvuldig in de aanwezige kenmerkende blokverkaveling gepast. Naast dat het zonnepark op deze manier efficiënt in het landschap ingepast kan worden, zorgt het ook voor een eenduidig en rustig beeld zonder rafelranden en rare hoekjes. De rechte en blokkige inpassing zorgt er tevens voor dat deze opstelling bijdraagt aan de kenmerkende blokverkaveling die over het landschap is gelegd rond 1900 en die een tijdslaag vertegenwoordigt in het ontwerp. o Benodigde gebouwen en installaties vallen binnen het zonneveld en tasten de landschappelijke kwaliteit niet aan De benodigde bijgebouwen en installaties worden allemaal binnen de landschappelijke inpassing geplaatst en zullen dus onttrokken zijn aan de buitenwereld. • Erven Rond het projectgebied liggen 9 erven die zicht hebben, in meer of mindere mate, op het toekomstige zonnepark. In het ontwerp hebben we rekening gehouden met een vrije zone van minimaal 100 meter tussen het zonnepark en de woning en twee woningen binnen de straal van 100 meter hebben toestemming gegeven om binnen deze zone het zonnepark te realiseren.

Daarnaast hebben we bij de landschappelijke inpassing rekening gehouden met dat er geen zicht is op het zonneveld. Alle zichtzijdes op het park hebben we aangezet met een landschappelijke haag die het zicht op de panelen afschermt. • Panelen aasluiten op verkavelingspatronen Het zonnepark wordt zorgvuldig in de aanwezige kenmerkende blokverkaveling ingepast, waardoor geen kavelstructuren worden aangetast. Daarnaast worden de panelen parallel aan de twee leidende ontsluitingsassen gelegd in een zuidopstelling. • Gebiedseigen soorten Het beplantingsplan maakt uitsluitend gebruik van gebiedseigen inheemse soorten die bijdragen aan het landschap en de lokale ecologie. • Laagblijvende vegetatie Er wordt gebruik gemaakt van een landschappelijke haag die niet hoger wordt dan twee meter en hierdoor de panelen afschermt, maar waar alsnog overheen gekeken kan worden.

19

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Onderbouwing landschappelijke inpassing vanuit de RES handreiking •

Mogelijke functiecombinatie o Schapen De vegetatie onder het panelenveld kan middels drukbegrazing onderhouden worden. Drukbegrazing houdt in dat schapen een paar keer per jaar, voor slechts een aantal dagen achtereen, op hetzelfde perceel grazen. Hierdoor ontstaat structuurvariatie in de vegetatie en kunnen bloemen tot bloei komen. o Natuur In de randen van het zonnepark wordt ruimte geboden voor natuur. Door middel van het plaatsen van een landschappelijke haag, ontstaat hier een nieuwe groenstructuur die aansluit op de bestaande bosjes in de randen van het plangebied. Tevens zorgen deze hagen voor meer biodiversiteit in het gebied en schuilplekken voor kleine zoogdieren. De aanleg van verschillende faunaakkers in de randen van het zonnepark zorgt voor een vergroting van de biodiversiteit en het optimaliseren van het leefgebied van de das en de patrijs in het gebied. Dit zijn doelsoorten in het gebied die gekoesterd worden. Door in te spelen op het leefgebied van deze soorten profiteren andere soorten ook weer van deze inrichting. • Natuur inclusief ontwerpen Het zonnepark is natuurinclusief ontworpen en draagt sterk bij aan de doelsoorten en soorten die reeds voorkomen in het gebied. Door middel van landschappelijke hagen, wordt een natuurlijke afscheiding van het zonnepark bewerkstelligd.

Deze zorgen naast een afscheiding ook voor een ecologische verbinding en meer biodiversiteit in het gebied. In de randen van het zonnepark worden brede stroken voor natuur vrijgehouden. Langs de wegen is er ruimte voor bloemrijke stroken en grote heerstergroepen met verschillende inheemse soorten. Ook worden er verschillende fauna akkers aangelegd zodat soorten als de patrijs en de das meer ruimte krijgen.

20

• Natuur verbinden De landschappelijke hagen rond het zonnepark sluiten aan bij de bestaande bosjes aan de randen van het projectgebied en vormen zo tezamen een verbinding in de vorm van een stapsteen tussen Landgoed het Rozendaal en de Linnerheide/ Linnerveld. • Doorweefbaarheid op recreatief en ecologisch vlak Door het park in de randen in te richten voor recreatief gebruik doormiddel van een verblijfsplek, is het park ten dele toegankelijk voor het publiek. Op ecologisch vlak wordt gekeken naar de paseerbaarheid van wild door het hekwerk rond het zonnepark. Om de 50 meter wordt daarom een opening van 30x50 cm geplaatst in het hek waar kleine zoogdieren doorheen kunnen. Ten hoogte van de aanwezige dassenburcht bij de bestaande houtsingel wordt het hekwerk 20 cm boven maaiveld aangebracht zodat de das vrij doorgang heeft naar het zonneveld. • Groenstructuren als scheiden element Door middel van landschappelijke hagen, die tegenwoordig veelvuldig voorkomen in het omringende landschap, wordt een natuurlijke afscheiding van het zonnepark bewerkstelligd. Deze zorgen naast een afscheiding ook voor een ecologische verbinding en meer biodiversiteit in het gebied. Achter de landschappelijke haag wordt een hekwerk geplaatst dat niet zichtbaar is in het landschap, maar wel noodzakelijk is voor de verzekering.

8. Toevoeging relevant aspect: Opstellingen van zonnepanelen zijn als technische constructies opzichtige objecten in het landschap. Bij kleine oppervlakten doet dit effect zich al voor. Om de energie-opgave te realiseren is de voorkeur vanuit landschap in te zetten op slechts enkele grootschalige projecten, waardoor de regio ontlast wordt van veel verspreid liggende, kleinschalige projecten van slechts enkele hectaren. Hiermee kan de landschappelijke identiteit en de recreatieve aantrekkelijkheid van de regio gespaard worden. Tevens bieden grootschalige projecten meer mogelijkheden voor robuuste landschappelijke inpassing en het realiseren van koppelkansen op het gebied van aanleg en herstel van groenblauwe structuren. Deze grootschalige ontwikkeling speelt in op de zorgen vanuit het RES - Handreiking Landschap Zon op Land waarin zij pleiten voor grootschalige zonneparken in plaats van kleinschalige varianten, zodat de impact op het landschap beperkt blijft. In dit plan voldoen we daarnaast aan het merendeel van de hierboven genoemde landschapskenmerken om in aanmerking te komen voor een geschikte locatie voor een zonnepark.

7. SWOT analyse Als bijlage in dit document is een SWOT analyse toegevoegd (zie blz. 34 & 35).

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Uitgangspunten Uit de landschaps- en beleidsanalyse zijn een aantal uitgangspunten te halen die leidend zijn voor de landschappelijke inpassing van het zonneveld. Deze zijn verwerkt in een uitgangspuntenkaart op de volgende bladzijde. Hieronder is een opsomming te vinden van de uitgangspunten. Deze zijn gekoppeld aan de voorwaarden die de gemeente stelt in haar beleid voor de inpassing van zonneparken in de gemeente Roerdalen. Strenge voorwaarde 1: Hoewel het zoekgebied volgens de omgevingsvisie van de gemeente Roerdalen in het open cultuurlandschap ligt, is het gebied niet meer zo open als dat het vroeger was. Met de komst van een grote fruitkwekerij en aanplant van verschillende bospercelen is het gebied kleinschaliger geworden, waardoor een mozaïeklandschap is ontstaan rond het zoekgebied. De grote openheid is vooral ten oosten van het zoekgebied te vinden. Wel zijn er een aantal prominente zichtlijnen die het behouden waard zijn. De totale oppervlakte van het plangebied is 20 hectare. Het oppervlakte binnen het hekwerk is 12,6 hectare. Binnen het hekwerk zijn de zonnepanelen en onderhoudspaden voorzien. Netto aan panelen zal er binnen het hekwerk 6,6 hectare worden gebruikt en netto aan onderhoudspaden 6 hectare.

Voor landschappelijke inpassing (ex onderhoudspaden) buiten het hekwerk zal z’n 7,4 hectare worden gebruikt, dit is 37% van het totale oppervlakte, ruim boven de norm van 25% die door Holland Solar wordt voorgesteld in de Gedragscode Zon op Land. De zonnepanelen zijn zuid georiënteerd. De panelen worden in de leidende kavelrichting geplaatst, zodat deze goed in de landschappelijke structuur worden ingepast en er geen rafelranden bij de panelen opstelling ontstaan. Strenge voorwaarde 2: De doorgaande verbindingswegen Grote Bergerweg en Kleine Bergerweg, liggen iets verhoogd in het landschap, waardoor je makkelijk over het zoekgebied heen kijkt. Dit voordeel wordt ingezet bij de aanleg van het zonneveld. Tevens worden de panelen niet hoger dan max. 1,8 meter en volgen de panelen het reliëf van de ondergrond.

Opvallend is ook de afwisseling van bomenrijen langs de weg. Op andere stukken wordt deze weer onderbroken. Zo is er een rij bomen langs de Kleine Bergerweg bij het zoekgebied, maar ontbreekt de bomenrij langs het zoekgebied aan de Grote Bergerweg. Vervolgens is er wel weer een bomenrij aanwezig in het oostelijke deel van de Grote Bergerweg. De bomenrij ontbreekt in het oosten juist langs de Kleine Bergerweg. Deze karakteristieke afwisseling houden we instant. Er zijn een aantal belangrijke zichtlijnen die het behouden waard zijn in het zoekgebied, deze worden opgenomen in het ontwerp. De zichtlijnen zijn weergegeven in de uitgangspuntenkaart op de volgende bladzijde en worden vooral beleefd via de twee verbindingswegen. Doordat het zoekgebied grenst aan een aantal bestaande groenstructuren, kan hier op aangesloten worden bij de ontwikkeling. Hier kan een ecologische meerwaarde gecreëerd worden voor het gebied. Er zijn verschillende woningen rond het zoekgebied aanwezig. Er dient daarbij rekening gehouden te worden met een zone van 100 meter rond de kavel van de woning, die vrij moet blijven van zonnepanelen of aanverwante installaties. Door middel van een landschappelijke haag wordt aangesloten op het beeld van hagen rondom de reeds aanwezige fruitboomgaarden in de omgeving. Het zicht op het panelenveld wordt hierdoor op een landschappelijke manier gemaskeerd.

Er wordt een wadi aangelegd op het laagste punt in het plangebied. Deze wadi zorgt voor het bergen van water en heeft daarnaast een ecologische meerwaarde voor het gebied. Strenge voorwaarde 3: Door het (deels) openstellen van het zonneveld met een educatieve plek met zitje, speelplek en informatieborden, openbaard het zonneveld zich aan de voorbijganger. Daarnaast leggen we recreatieve paden aan langs het zonneveld, die aansluiten op recreatieve netwerken in de omgeving. Zo ontstaat er meervoudig ruimtegebruik van het zonneveld. Er zal ook worden onderzocht of het houden van schapen tussen de panelen mogelijk is.

Strenge voorwaarde 4: Het zonneveld zet in op zowel een ecologische als een recreatieve meerwaarde voor het gebied. Hier liggen de grootste kansen om het gebied aantrekkelijk te maken voor de toeristen die er nu al langs komen en de ecologische functie die het nu al vervult. Strenge voorwaarde 5: Het zonneveld voegt maatschappelijke meerwaarde toe door het faciliteren van recreatieve mogelijkheden rond het zonneveld en een educatieve bijdrage. Het zonneveld wordt ontmanteld na de beëindiging na het aflopen van de vergunning. Ook is er contact geweest met de omwonenden, lokale ecoloog, verschillende (overheids) organisaties en de Coöperatie Duurzaam Roerdalen. Daarnaast zijn er een elftal karakteristieken en kernkwaliteiten benoemd in het RES voor het ontginningslandschap die gewaarborgd dienen te worden bij de ontwikkeling: 1. open tot halfopen groene landschappen met vergezichten 2. lange zichtlijnen van rechte wegen en sloten 3. regelmatige blokverkaveling en soms strokenverkaveling 4. heldere en goed leesbare structuren met regelmaat en ritme 5. bebouwingsarm, boerderijen met erven op regelmatige afstand of in linten 6. soms aanwezigheid van karakteristieke boerderijen zoals ontginningshoeves 7. goed herkenbare ontginningsstructuren 8. beeldbepalende laanstructuren 9. ingericht en geschikt voor grootschalige landbouw 10. ruimte en relatieve rust 11.

ruimte voor soorten van open landschappen

21

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Uitgangspuntenkaart Legenda

Uitgangspuntenkaart. 22

Doorgaande wegen

Prominente zichtlijn

Recreatieve fietsverbinding

Ruimtelijke beleving

Rustpunt

Erven

Bestaande bomenrij

Opgaande groenstructuur

Nieuwe bomenrij

Plangebied

100 meter zone vrij van zonnepanelen

Faunapassage

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Ecologische kansen Het inrichten van dit plangebied draagt bij aan een meerwaarde voor de directe omgeving en soorten die er voorkomen, mits aansluiting wordt gezocht met bestaande natuurwaarden. Daarbij wordt aangesloten op beheertypen van de omliggende goudgroene zones. Dit zijn de typen N15.02 Dennen- eiken- en beukenbos direct liggend aan het plan-/zoekgebied en verder oostelijk N12.05 Kruiden- en faunarijke akker en N16.03 Droog bos met productie. Een aantal soorten en vegetaties die passen bij deze beheertypen zijn de basis voor de inrichting en daarmee het creëren van meerwaarde en kansen. Hierdoor sluit de beplantingskeuze van het zonnepark aan op de natuurlijke vegetatie in de omgeving en ontstaan er zo geen schedelijke gevolgen voor zijn omgeving. Das In de omgeving komen vele dassen voor. Ook in het plangebied is in de houtsingel eenbewoondedassenburchtaangetroffen(zienevenstaandelocatiekaartje).Het stapelvoedsel van das zijn regenwormen. Met name zijn bemeste graslanden interessant voor dassen door het (hogere) aanbod aan regenwormen. In de huidige situatie is door de functie van landbouwgebied sprake van een voedselpiek voor een zeer korte periode in het jaar.

Door bij de inrichting te kiezen voor ruigte stroken/veel bloemen en in de rand / haag langs het zonneveld veel besdragende heesters), hagen en struweel, wordt gezorgd voor een toename van aantallen muizen, slakken en kevers, die dassen van voedsel kunnen voorzien indien regenwormen gedurende koude of zeer droge omstandigheden lastig bereikbaar zijn. Ook blijven de landschapselementen in de omgeving, zoals bosschages aan de noordoostzijde en zuidzijde van het plangebied, die tevens tot de goudgroene zone behoren behouden. Onder de Grote Bergerweg wordt een faunapassage gerealiseerd voor o.a. de das. Er is contact gezocht met ecoloog de heer Jansen die veel onderzoek heeft gedaan naar de dassen in dit gebied. Gezien er langs de Grote Bergerweg ook veel dode dassen worden aangetroffen, hebben wij contact opgenomen met de heer Jansen om hier over in gesprek te gaan. Om de dassensterfte deels te voorkomen willen wij verder onderzoeken of het mogelijk

is

om

twee

faunatunnels

aan

te

leggen

(zie

uitgangspuntenkaart). Dit werd door de heer Jansen al meermaals onder de aandacht gebracht bij de gemeente Roerdalen en willen wij graag oppakken. Voorlopig hebben wij een faunatunnel toegevoegd op de technische tekening en landschappelijke inpassing.

Patrijs Patrijs is een soort die in de directe omgeving van het plangebied voorkomt en waarvoor geschikt leefgebied kan worden gerealiseerd met de inrichting van het plangebied. Op meerdere plekken worden patrijzen akkers aangelegd in de randen van het zonnepark. In de omgeving komen al meerder patrijzen akkers voor, waarbij deze als toevoeging kunnen worden gezien in de vorm van stapstenen. De patrijs heeft juist baad bij kleine percelen verspreid over een groot gebied. Solar Provider Group heeft aangegeven dat zij geen subsidie aan gaan vragen voor de aanleg van deze patrijzen akkers en dus ook niet concuren met gesubsidieerde akkers in de omgeving. Patrijs gedijt goed bij variatie: dekking in kruidenrijke graslanden (bloemdijk) met struweel en houtwallen en akkers als foerageerplekken. Volwassen dieren eten vooral zaden en groene plantdelen met daarbij insecten, vruchten en spinnen. De jongen leven de eerste maanden alleen van insecten. Dit zijn enkele maatregelen die we toepassen in de randen van het zonneveld: • Keverbanken zijn stroken die een halve meter hoger liggen dan de omliggende grond, ingezaaid met gras en kruiden. De loopkevers die hier worden aangetrokken dienen weer als voedsel voor patrijs. • Bloemenblokken: ingezaaide stukken bloemrijke delen zoals zonnebloem, boekweit, luzerne en verschillende granen.

• Insectenrijk grasland: grasland met een mengsel van klaver, bloemen en wilde kruiden, als korenbloem en klaproos. Dit is met name voor patrijs kuikens gunstig. Soorten die hierop meeliften zijn bijvoorbeeld fazant. Als aanvulling voor fazant geldt dat zij erg houden van reliëf in het landschap. Zij eten vooral plantaardig voedsel: vruchten, bessen, gras en knoppen. In het voorjaar vullen ze dit dieet aan met insecten.

gebied beplant met waardplanten, deze planten zijn onmisbaar voor bepaalde insecten. o.a. voor het trompetmotje, kleine IJsvogelvlinder diverse spanners en het lieveheersbeestje zijn planten opgenomen in het beplantingsplan. Passeerbaarheid hekwerk Een hekwerk rondom het zonnepark is verzekeringstechnisch verplicht. Het hekwerk wordt daarom zo geplaatst dat er voldoende ruimte is voor het passeren voor grondgebonden zoogdieren als marters (wezel, das en steenmarter) haas, konijn maar ook ree. Om de 50 meter wordt daarom een opening geplaatst in het hek (30x50cm) waar kleine zoogdieren doorheen kunnen.

Locatie bewoonde dassenburcht (rode stippen).

Bloemenblokken en zoomvegetatie in de randen van het zonneveld voor Patrijzen.

De aanleg en beheer van bloem- en kruidenrijke grasland helpt patrijzen al. Aanvullend wordt aanbevolen keverbanken te realiseren en bloemenblokken. Bloemrijke delen laten bosranden goed uitkomen waardoor deze echt functioneel worden. Naast de soorten die reeds bekend zijn, hebben bosranden ook een gunstig effect op grondgeboden zoogdieren als egel, konijn, kleine marters, broedvogels en insecten zoals vlinders. Insecten Speciaal voor diverse insecten die in deze omgeving voorkomen wordt het

De das.

23

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg

Schetsontwerp Plangebied

Takkenrillen

Landschappelijke haag

Zichtlijn

Informatiepunt

Groene zone heesters

Lijn 100 meter zone

Bestaande recreatieve route

Bijenhotel

Verblijfsplek

Wadi

Panelenveld zuid georiënteerd

Veld met gradiënten

Groene inpassing lage ruigte stroken Patrijsenakker met keverbank en takkenril Dassenakker met gras-klaver mengsel

Maatschappelijke en ecologische meerwaarde Belangrijk bij de plaatsing van het zonneveld zijn de prominente zichtlijnen. De noord-zuid lijn is extra verbreed en ook de oost-west lijn is voldoende vanaf de Grote Bergerweg. Deze zijn leidend en worden opgenomen in het ontwerp. In de omgeving zijn verschillende recreatieve fietsroutes die langs het plangebied lopen. Als onderdeel van deze recreatieve routes worden er een rustpunt met informatiepanelen geplaatst aan de Kleine Bergerweg over o.a. het zonneveld en de ecologische bijdrage.

Bomenrij

Kleine B

ergerwe

Gro

te B

erg erw eg

g

Het plangebied sluit aan op de bestaande omliggende groenstructuren. Door realisatie van de landschappelijke inpassing worden ecologische structuren versterkt en nieuwe verblijfplaatsen gecreëerd voor de gebiedseigen fauna. Het aanleggen van verbindende bosranden langs de bestaande bossen zorgt voor een grotere biodiversiteit. Een gemengde haag is een element wat aansluit op de omgeving van fruitboomgaarden en versterkt de ecologische waarde van het gebied. Bij de aanplant wordt ook rekening gehouden met de kenmerkende openheid. De hagen blijven relatief laag en hogere boomkronen belemmeren het zicht niet. De randen van het zonneveld en het zonneveld zelf worden ingezaaid met een kruidenrijk inheems mengsel. Doordat de gronden niet meer intensief worden beheerd voor de landbouw, is het mogelijk om een kruidenrijk grasland te realiseren. Niet meer bemesten van de bodem leidt tot verschraling i.p.v. verrijking en het leidt daarom tot verhoging van de biodiversiteit. Een wadi wordt aangelegd op het laagste deel van het plangebied om een natter gedeelte te creëren. Ook draagt dit bij aan de verhoging van de biodiversiteit van het gebied. In de weide van het noordelijke gedeelte worden verschillende gradiënten aangebracht ter bevordering van de diversiteit. Onder de Grote Bergerweg worden

24

faunatunnels gerealiseerd voor de veilige passage van amfibieën en zoogdieren zoals de das.

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg

5

6

Detailuitwerking informatiepunt

1

1

2

5

Maak zonne-energie inzichtelijk Informatiebeord zonnepark Natuurlijk spelen

Gemengde haag

7

3

2

5

4

4

Picknicktafels

1

7

8

6

2

3 Uitzichtpunt/ speelheuvel

4

8 8

Uitzichtpunt/ speelheuvel

Bloemrijk gras/ bloemenblokken

Halfverharding

Panelenveld zuid georiënteerd Uitzichtpunt en speelheuvel met zonneschotel Speelplek voor natuurlijk spelen

Landschappelijke haag

Bijenhotel

Bloemrijk gras/ bloemenblokken Informatiebord voorkomende diersoorten op het zonnepark

Picknicktafels en solitaire boom

Bomenrij Informatie bord

Detail uitwerking informatiepunt

9 Bijenhotel

Zichtlijn

Centraal op het zonnepark Kleine Bergerweg en langs de recreatieve route wordt een informatie en rustpunt gemaakt. Hier kan langs de route even op adem gekomen worden én informatie ingewonnen worden over het zonnepark. Voor kinderen zijn er natuurlijke speel elementen aanwezig, kan er geleerd worden over diersoorten die voorkomen op het zonnepark en worden de voordelen van zonneenergie inzichtelijk gemaakt. Een speel- en uitkijkheuvel vormt het centrale punt van de plek. Hier kan een prachtig zicht verkregen worden over het zonnepark en de rest van het landschap. Tevens kan de heuvel gebruikt worden voor natuurlijk spelen. Boven op de heuvel wordt een zonneschaal geplaatst waarmee zonnewarmte opgewekt kan worden voor het koken van een pannetje soep of thee. Dit maakt heel mooi inzichtelijk wat zonne-energie doet en kan betekenen voor ons. De heuvel wordt aangelegd met de grond die vrij komt van de te ontgraven wadi op het zonnepark. Een gesloten grondbalans wordt zo gewaarborgd. Een tweetal picknickbanken vormen een rustpunt Infobord over voorkomende op de locatie. De entree van de plek wordt diersoorten bij gemarkeerd door een markant bijenhotel. De het zonnepark gehele plek is omsloten door een gemengde haag die voor een geborgen gevoel zorgt en veel biodiversiteit toevoegt.

9

25

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Doorsnedes

Ds 1

Ds 2

Ds 1

Ds 3

Ds 2

Uitsnede uit doorsnede 2: bestaande houtwal - bloemrijke weide - hekwerk zonneveld Bij het panelenveld is rekening gehouden met de hoogte van het maaiveld. De panelen glooien mee met de hoogte van het maaiveld, dit is aangegeven door de meterindicatie in de doorsnedes.

Ds 3 26

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Beplanting en beheer Gemengde haag

Aan de buitenzijde het hekwerk wordt een gemengde haag toegepast. Dit vormt de afscheiding tussen de panelen en de openbare weg. De struweelhaag krijgt een maximale hoogte van 1,5-2 meter en een breedte van 1,5 meter. De haag bestaat uit verschillende inheemse plantsoorten. Naast dat struweelhaag voor afscheiding zorgt, biedt het ook extra leef- en schuilplekken voor kleine dieren en vogels. De struweelhaag bestaat uit, Ligustrum vulgare 30%, Acer campestre 30%, Crataegus monogyna 20%, Viburnum opulus 10%, Hedera arborescens 10%.

Ned. naam

Wet. Naam

Percentage

Stuks

Plantmaat

Liguster

Ligustrum vulgare

30%

3.240

60-80

Veldesdoorn

Acer campestre

30%

3.240

60-80

Meidoorn

Crateagus monogyna

20%

2.160

60-80

Gelderse roos

Viburnum opulus

10%

1.080

60-80

Klimop

Hedra arborescens

10%

1.080

60-80

De soorten worden in groepen van 3 tot 5 stuks per soort gemengd in een driehoeksverband. Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 4) • Bij droogte de eerste paar jaar watergeven. • Bij uitval van meer dan 10% inboeten. • De noodzaak van machinaal onkruidvrijhouden van het element is overbodig. Tijdens het maaien valt vaak een deel van de planten uit door beschadiging. Aangezien het meestel om planten gaat die van lichte tot dichte schaduw houden, is enige beschutting door kruiden eerder positief dan negatief. Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 3) • De beplanting zal tot het derde jaar na aanplant jaarlijks worden gesnoeid. Daarna kan de beplanting om de 2 tot 3 jaar worden onderhouden, afhankelijk van de groeisnelheid. Zo wordt zorg gedragen voor een los en gesloten beeld. • Bij maximaal 15% van de de totale struweelhaag de beplanting groepsgewijs laten doorgroeien, om een meer divers en gevarieerd beeld te krijgen. • Het snoeiafval wordt vervolgens verwerkt in de takkenrillen op het terrein

Referentiebeeld gemengde haag

27

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Beplanting en beheer Klimplanten langs het hekwerk

Aan de binndenzijde van het hekwerk is ruimte voor diverse klimplanten die meer diversiteit geven aan de gemengde haag. Deze worden geplaatst op de zichtzijdes van de omwonenden op het park. Soorten als bosrank, wilde kamperfolie en heggenrank passen in deze omgeving en zijn waardevol voor meerdere specifieke insecten.

Ned. naam

Wet. Naam

Percentage

Stuks

Plantmaat

Bosrank

Clematis vitalba

30%

220

P2

Heggenrank

Bryonia dioica

30%

220

P2

Wilde kamperfoelie

Lonicera perclymenum

40%

293

P2

De beplanting bestaat uit een menging van: Clematis vitalba 30%, Bryonia dioica 30%, Lonicera periclymenum 40%. De soorten worden in groepen van 3 tot 5 stuks per soort gemengd en aangeplant aan de binnenzijde van het hekwerk Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 4) (gelijk aan de gemende haag:) • Bij droogte de eerste paar jaar watergeven. • Bij uitval van meer dan 10% inboeten. • De noodzaak van machinaal onkruidvrijhouden van het element is overbodig. Tijdens het maaien valt vaak een deel van de planten uit door beschadiging. Aangezien het meestel om planten gaat die van lichte tot dichte schaduw houden, is enige beschutting door kruiden eerder positief dan negatief. Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 3) • De beplanting zal tot het derde jaar na aanplant waar nodig worden gesnoeid, dit kan gelijk meegenomen worden met het beheer van de gemengde haag. • Het gemaaide overschot wordt vervolgens gebruikt als landbouwproduct. Door het product te composteren, kan het weer gebruikt worden als bemesting voor de landbouw.

Referentiebeeld inheemse wilde kamperfoelie

28

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Beplanting en beheer Heester groepen

Ter bevordering van de biodiversiteit worden er waar er meer ruimte is heestergroepen aangeplant. De heesters hebben een verspreide bloei die een bron van nectar en stuifmeel zijn. Door het plaatsen van een insectenhotel in het gebied bij de bloeiende heesters wordt het leefomgeving van bijen en insecten nog aantrekkelijker. De heesters die worden toegepast zijn Euonymus alatus, Salix caprea, Prunus spinosa, Cornus sanguinea, Corylus avellana, Frangula alnus en Rosa rubiginosa. De heesters worden groepsgewijs en gemixt aangeplant waardoor er verschillende groepjes heesters worden gevormd. Door de gemixte samenstelling ontstaat er een variantie in hoogte en bloei tussen de verschillende heester groepjes.

Ned. naam

Wet. Naam

Percentage

Stuks

Plantmaat

Kardinaalsmuts

Euonymus alatus

10%

710

60-80

Boswilg

Salix caprea

10%

710

60-80

Sleedoorn

Prunus spinosa

20%

1.420

60-80

Rode kornoelje

Cornus sanguinea

10%

710

60-80

Hazelaar

Corylus avellana

20%

1.420

60-80

Gewone vuilboom

Frangula alnus

10%

710

60-80

Gelderse roos

Ruba rubiginosa

20%

1.420

60-80

Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 4) • Bij droogte de eerste paar jaar watergeven. • Bij uitval van meer dan 10% inboeten. • De noodzaak van machinaal onkruidvrijhouden van het element is overbodig. Tijdens het maaien valt vaak een deel van de planten uit door beschadiging. Aangezien het meestal om planten gaat die van lichte tot dichte schaduw houden, is enige beschutting door kruiden eerder positief dan negatief. Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 4) • Eens in de 6 tot 15 jaar de heesters gefaseerd afzetten op kniehoogte. De interval is afhankelijk van de gewenste hoogte. • Het snoeien kan het beste plaastvinden in de periode van half november tot half maart.

Referentiebeeld heestergroep in ontwikkeling 29

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Beplanting en beheer Kruidenrijk grasland

Een kruidenrijk grasland van het mengsel G1 Bloemrijk grasland van Cruydthoeck of vergelijkbaar, schept een kleurig beeld door het grote aandeel bloeiende kruiden. Het kruidenrijke gras wordt toegepast in de randen rondom het zonnepark. Kruidenrijk grasland speelt een belangrijke rol voor de biodiversiteitswaarde van een gebied. Door het beheer extensief uit te voeren kan een kruidenrijk grasland ontstaan met een ecologische meerwaarde voor onder andere insecten. Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 4) Omdat voor het zaaien de grond is bewerkt, ontwikkelen er waarschijnlijk veel snelgroeiende ongewenste kruiden (pionierssoorten). Dit wordt als volgt aangepakt: • De eerste paar jaren wordt het bloemrijk grasland drie tot vijf keer per jaar (afhankelijk van de groeisnelheid) gemaaid, met tussenpozen van minimaal 6 weken en het maaisel wordt afgevoerd. • Door maaisel af te voeren wordt de grond verschraald en krijgen kruiden meer kans ten opzichte van grassen. Het maaisel blijft eerst enkele dagen op het land liggen om te drogen, waardoor de zaden eruit kunnen vallen. De percelen worden alternerend gemaaid en per perceel van binnen naar buiten zodat de fauna een uitweg heeft naar de randen. • Invasieve soorten als Japanse duizendknoop en reuze berenklauw worden jaarrond bestreden. • Het gemaaide overschot wordt vervolgens gebruikt als landbouwproduct.

Instandhoudingsbeheer • Er wordt gefaseerd beheerd. Zo bloeit altijd een deel van de vegetatie waardoor langer nectar, stuifmeel voorradig is voor insecten en dekking voor vogels en kleine zoogdieren. • Bij een goed ontwikkelde kruidenrijke vegetatie 1 à 2 keer maaien en afvoeren per jaar (1 keer bij schrale grond / 2 keer als deze niet schraal is). • Als de vegetatie vergrast dan wordt er opnieuw bijgezaaid. • Waar ongewenste soorten domineren worden maatregelen genomen als extra maaien, uitsteken, wegbranden of behandelen met kokend water. • Een alternatief voor machinaal maaien is drukbegrazing, indien er een lokale schaapherder aanwezig is. Drukbegrazing houdt in dat schapen een paar keer per jaar, voor slecht een aantal dagen achtereen, op hetzelfde perceel grazen. Hierdoor ontstaat structuurvariatie in de vegetatie en kunnen bloemen tot bloei komen. • Solar Provider Group is voornemens om het kruidenrijk grasland door schapen te laten begrazen. Hiervoor zijn zij in contact met verschillende schapenherders om dit te organiseren. • Insecten profiteren van deze natuurlijke vorm van beheer. Tegelijkertijd geeft dit geen ruimte aan de ontwikkeling van ruigten met bramen en bomen en verschraalt de bodem, wat resulteert in ecologische waardevoller gevarieerd grasland.

30

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Beplanting en beheer Dassenakker met gras-klaver mengsel

Het mengsel ‘M5 Nectar onder het maaimes’ van Cruydthoeck of vergelijkbaar wordt toegepast op de dassenakkers en weides onder het panelenveld (zie oranje vlakken in nevenstaande afbeelding). Dit kruidenrijk grasland speelt een belangrijke rol bij het foerageergebied van de das in het plangebied. Het mengsel kan goed tegen frequent maaibeheer dat nodig is en is tevens rijk aan klaver. Een soort die aansluit bij de behoeftes van de das. Gedurende het jaar dient ongeveer 50% van de dassenakkers en de weide onder de panelen bedekt te zijn met kort gras (5 cm hoog maximaal) zodat de das optimaal kan foerageren. Ook op onderhoudspaden is het waardevol om dit grasmengsel te zaaien (zie gele vlakken in nevenstaande afbeelding). Aanleg Zaaien kan jaarrond, maar bij voorkeur in de nazomer of het vroege voorjaar. Is een bloemrijk resultaat gewenst, zaai dan géén graszaden mee. Hanteer voor een bloemrijk resultaat / publieksfunctie maximaal 1,5 - 2 gram per m2. Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 4) • Bij voorkeur in de nazomer of het vroege voorjaar inzaaien 1,5 - 2 gram per m2. • Door maaisel af te voeren wordt de grond verschraald en krijgen kruiden meer kans ten opzichte van grassen. Het maaisel blijft eerst enkele dagen op het land liggen om te drogen, waardoor de zaden eruit kunnen vallen.

De percelen worden alternerend gemaaid en per perceel van binnen naar buiten zodat de fauna een uitweg heeft naar de randen. • Invasieve soorten als Japanse duizendknoop en reuze berenklauw worden jaarrond bestreden. • Het gemaaide overschot wordt vervolgens gebruikt als landbouwproduct. Instandhoudingsbeheer Dit mengsel kan op verschillende manieren beheerd worden. Als intensief gazon (weinig bloei) iedere 1 - 2 weken maaien, het maaisel liever afvoeren. Als extensief gazon (weinig - matige bloei) iedere 3 - 6 weken maaien, maaisel afvoeren, met name in de beginfase. Als bloemrijk grasland 1 - 2 x per jaar maaien, het maaisel afvoeren. Een zeer bloemrijk resultaat kan niet verwacht worden wanneer er veel gemaaid wordt.

30

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Beplanting en beheer Patrijsenakker met keverbank en takkenril

Een keverbank is een verhoogde strook akkerland begroeid met ruige polvormende grassen en kruiden. Deze strook ligt ongeveer een halve meter hoger dan de omliggende grond en is twee tot drie meter breed. Door de verhoogde ligging is een keverbank warmer en droger dan het omringende akkerland, waardoor insecten zoals loopkevers zich er thuis voelen. Insecten kunnen er ook prima overwinteren. Voor akkervogels zoals de patrijs biedt een keverbank in eerste instantie warmte, dekking en insecten als voedsel voor kuikens, en mogelijks ook een veilige nestplaats.

Beheer Het is de bedoeling dat er op de keverbank een ruige, grasachtige begroeiing ontstaat. Bemesting, onkruidbestrijding en andere gewasbescherming zijn ongewenst. In het eerste jaar na inzaaien kan het nodig zijn om de keverbank één of twee maal te maaien op hoogte(> 10 cm) om niet-ingezaaide onkruiden te onderdrukken. Indien nodig kunnen probleemonkruiden pleksgewijs bestreden worden. Daarna is het ingezaaide mengsel meestal goed ontwikkeld en moet de keverbank normaal niet meer gemaaid worden. De onbegroeide strook naast de keverbank dient jaarlijks één of twee maal met een frees of eg weer kaal gemaakt worden.

Nevenstaande tabel toont de gewenste soorten van een graskruidenmengsel (zaaidichtheid 12,5 kg/ha) dat kan worden gebruik om de keverbank mee in te zaaien. Aanleg 1. Een keverbank kan tijdens de late zomermaanden, herfst of winter worden aangelegd. Een goed moment is na de oogst als de grond droog is. Voor een zo goed mogelijk ecologisch resultaat blijft de keverbank best enkele jaren op dezelfde plek liggen. 2. Het doel is om een rug van ongeveer 70 centimeter hoog en 3 meter breed te creëren. Een gangbare manier is om met een zesschaar wentelploeg drie werkgangen van beide zijden naar het midden op te ploegen. Daarna moet de keverbank enkele weken rusten om in te zakken tot ongeveer 50 centimeter. 3. Vervolgens wordt de keverbank ingezaaid met een meerjarig zaadmengsel van grassen en kruiden. In het voorjaar enkele keren vooraf een vals zaaibed aanleggen voorkomt problemen met onkruid later. Je kan er natuurlijk ook voor kiezen om een najaarsmengsel te gebruiken en de keverbank pas in het najaar in te zaaien. 4. Een smalle keverbank maakt akkervogels kwetsbaar voor predatie door bijvoorbeeld vossen of roofvogels. Om dit risico te verkleinen, dient een keverbank idealiter gecombineerd te worden met een aansluitende bloemenblok of brede bloemenstrook.

Aanvullend kan je het predatierisico ook verkleinen door de keverbank midden in een gewas/perceel aan te leggen, waarbij de uiteinden niet aansluiten op de randen van het perceel, bijvoorbeeld door een aantal werkgangen afstand te houden tot de randen van het perceel. 5. Een braakstrook of onbegroeide strook van ongeveer een werkgang breed langs één zijde van de keverbank kan ervoor zorgen dat natgeregende akkervogels snel terug kunnen opwarmen of een stofbad kunnen nemen. 6. Zo mogelijk kunnen er op de keverbank hier of daar een paar struikjes worden aangeplant. Dat geeft vogels extra dekking en de kans om beschut te broeden. Interessante struiksoorten zijn bijvoorbeeld meidoorn, hondsroos of liguster. Hou de hoogte van deze struiken onder de 2 meter om te vermijden dat ze gebruikt worden als uitkijkpost voor luchtpredatoren zoals eksters en kraaien. Hou er ook rekening mee dat deze aanplant de keverbank een meer permanent karakter geeft!

30

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Beplanting en beheer Bomenrij langs openbare weg

Langs de Kleine Bergerweg en de ‘s Heerenkampsweg de noordzijde van het plangebied worden in aansluiting van de bestaande bomenrijen extra bomen aangeplant. Dit ter versterking van de landschapslijnen en voor de ecologische verbinding.

Ned. naam

Wet. Naam

Stuks

Plantmaat

Winterlinde

Tillia cordata

13

14-16

Fladderiep

Ulmus laevis

10

14-16 cm

Winterlindes - Kleine Bergerweg De bestaan de bomenrij bestaat uit esdoorns. Voor de diversiteit wordt deze rij aan de oostzijde aangevuld met een andere soort, de winterlinde (tilia cordata). Deze bomen worden met een onderlinge afstand van 10 meter aangeplant. De linde heeft een grote ecologische betekenis voor met name insecten en vogels. Fladderiep - s Heerenkampsweg Aan de noordewest zijde wordt ‘s Heerenkampsweg beplant met de Fladderiep (Ulmus laevis). Dit om weer een extra boomsoort toe te voegen. Deze bomenrij vormt samen met de bestaande esdoorns en de linden een gesloten rij die de twee bospartijen met elkaar verbindt. Ontwikkelings- en instandhoudingsbeheer • De bomen worden periodiek gesnoeid, minimaal eenmaal per 5 jaar. • Na het snoeien beslaat de blijvende kroon altijd minimaal twee derde van de totale lengte van de boom. • Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart.

Referentiebeeld lindes in een rij 31

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Beplanting en beheer Wadi

De wadi wordt aan de zuidwestzijde gerealiseerd. Dit is het laagst gelegen gedeelte van het plangebied. Deze wadi krijgt een profiel met een flauwe oever zodat er veel gradiënten ontstaan. De verwachting is dat deze plek over het algemeen net wat natter is dan het overige gedeelte. Door hier wat te gaan verdiepen versterkt dit de verschillende gradiënten en hierdoor de diverse flora en fauna. Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 2-4) Om de wadi open te houden en de gewenste vegetatiegroei te krijgen, is onderhoud van een natuurvriendelijke oever noodzakelijk. Het ontwikkelingsbeheer is er op gericht een geschikt milieu te scheppen voor het kiemen en vestigen van de gewenste plantengroei. • De eerste twee jaar kan de vegetatie met rust worden gelaten zodat de zaadbank zich goed kan ontwikkelen. • Opschot van jonge bomen verwijderen. Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 2-4) • Jaarlijks in het najaar de oever maaien. Hierbij minimaal 30% tot maximaal 75% van de oever maaien. • Bij zeer voedselrijke grond twee maal per jaar maaien. De extra maaibeurt vindt bij voorkeur vóór de zomer plaats.

Referentiebeeld wadi 32

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Oppervlaktes Kruidenrijke grasland: 3.747 m²

Oppervlaktes per landschappelijk onderdeel

Het totale oppervlakte van het plangebied is ca. 20 ha (zie nevenstaande kaart) Het oppervlakte van het panelenveld (incl. paden tussen panelen) is ca. 11,8 ha. • • • • • •

(Blauw) Oppervlak kruidenrijke grasland (langs de randen): 3.747 m² (Rood) Oppervlak dassenakker met gras-klaver (inclusief onderhoudspaden van gras): 162.571 m² (Oranje) Oppervlak patrijsenakker: 16.416 m² (Groen) Oppervlak heestergroepen (bosjes): 8.718 m² (Paars) Oppervlak gemengde haag: 8.370 m² / 1.773 m¹ (Geel) Poel: 554 m²

Dassenakker met gras-klaver (inclusief onderhoudspaden van gras): 162.571 m² Patrijsenakker: 16.416 m² Heestergroepen (bosjes): 8.718 m² Gemengde haag: 8.370 m² / 1.773 m¹ Poel: 554 m²

Referentiebeeld wadi 33

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Bijlage SWOT analyse

Sterke punten: 1. Ecologische verbindingen: o Het plan omvat de aanleg van landschappelijke hagen die als ecologische verbindingen fungeren. Deze hagen verbinden bestaande groenstructuren, zoals bospercelen en houtsingels, en versterken de biodiversiteit in het gebied. Dit creëert waardevolle habitats voor verschillende soorten, zoals de das en de patrijs. 2. Stimulatie flora: o Ook worden er een varia aan flora geplant zoals heesters in de groene zones, bomen en een haag geplant. Dit sluit aan bij de bestaande ecologie en draagt bij aan de biodiversiteit. 3. Visuele en landschappelijke inpassing: o De zonnepanelen worden laag gehouden (maximaal 1,77 meter) om de openheid van het landschap te behouden. Dit ontwerp houdt rekening met de zichtlijnen, zoals de noord-zuid zichtlijn van de Kleine Bergerweg naar de Grote Bergerweg en de west-oost zichtlijn vanaf de Grote Bergerweg. Deze benadering zorgt ervoor dat de landschappelijke openheid behouden blijft en het zonnepark harmonieus integreert in de omgeving. 4. Gebruik van bestaande landschapsstructuren: o Het plan sluit aan bij bestaande landschapsstructuren, zoals houtsingels en productiebosjes, wat zorgt voor een natuurlijke integratie van het zonnepark in het landschap.

De keuze voor een blokvormige inpassing van het zonnepark sluit aan bij de historische blokverkaveling van het gebied, passend bij het mozaïekkarakter van de omgeving. 5. Waterbeheer: o Er wordt een wadi aangelegd die regenwater opvangt en vasthoudt, wat bijdraagt aan duurzaam waterbeheer en de ecologische waarde van het gebied vergroot door het creëren van vochtige habitats. 6. Das en patrijs: o Het plan houdt specifiek rekening met de ecologische behoeften van de das en de patrijs. Door gerichte landschappelijke aanpassingen, zoals de aanleg van fauna-akkers en de creatie van diverse vegetatietypes, wordt het leefgebied van deze soorten versterkt. De das profiteert van bosranden en hagen, terwijl de patrijs baat heeft bij open velden en kruidenrijke akkers, wat bijdraagt aan hun behoud en de ecologische waarde van het gebied verhoogt. Daarnaast word de impact op het foerageer gebied van de das geminimaliseerd door de aanleg van een faunatunnels aan de Grote Bergerweg en het verhogen van het hek door 30 centimeter open te laten aan de onderzijde. 7. Informatiepunt: o Een informatiepunt langs recreatieve routes in het gebied biedt bezoekers de mogelijkheid om meer te leren over het zonnepark, de opgewekte duurzame energie, en de flora en fauna in de omgeving.

Dit draagt bij aan educatie en recreatie, en zorgt ervoor dat het zonnepark op een positieve manier geïntegreerd wordt in de beleving van het landschap, wat de bewustwording van ecologische en duurzame inspanningen in het gebied bevordert. 34

Zwakke punten: 1. Visuele impact: o Ondanks de groene inpassing blijven de zonnepanelen zichtbaar in het landschap, met name vanaf de Kleine Bergerweg. Hoewel er rekening is gehouden met de zichtlijnen en het project is opgedeeld in kleinere vakken om de impact te minimaliseren, blijft er een visuele verstoring die de landschappelijke beleving negatief kan beïnvloeden. Het is niet volledig mogelijk om het zonnepark aan het zicht te onttrekken, wat kan leiden tot weerstand onder bewoners en bezoekers die de openheid van het landschap waarderen. Nabijheid van burchten: 2. o Het zonnepark bevindt zich in de nabijheid van enkele dassenburchten, wat potentiële risico’s met zich meebrengt voor deze beschermde diersoort. Hoewel het plan rekening houdt met de ecologische behoeften van de das door het creëren van geschikte habitats en het versterken van bestaande groenstructuren, blijft de nabijheid van het park een zorgpunt. De verstoring van hun leefgebied, bijvoorbeeld door geluids- en lichtvervuiling tijdens de bouw of exploitatie, kan een negatief effect hebben op de dassenpopulatie. Bovendien kan de aanleg van infrastructuur zoals paden of omheiningen de natuurlijke migratieroutes van de dassen beperken, wat hun welzijn verder kan bedreigen. Het blijft een uitdaging om de balans te vinden tussen duurzame energieopwekking en het behoud van deze gevoelige ecosystemen.

In het ontwerp is zorgvuldig rekening gehouden met het behoud van de dassenpopulatie door aan de onderkant van het hekwerk een opening van 20 cm te laten, zodat de dassen vrij kunnen bewegen. Daarnaast worden installaties en hekwerk geplaatst met een bufferzone rondom de dassenburcht om verstoring te minimaliseren.

Bedreigingen: Verlies van landschappelijke waarde: 1. o Indien de landschappelijke inpassing niet nauwkeurig wordt uitgevoerd of het beheer niet adequaat wordt nageleefd, bestaat het risico dat het zonnepark als een verstoring wordt ervaren in het landschap, wat de esthetische en recreatieve waarde van het gebied kan verminderen. 2. Weerstand van lokale omwonenden: o Het project ligt gevoelig in de omgeving, en er is een kans dat omwonenden het zonnepark als een bedreiging voor het landschap zien. Deze weerstand kan leiden tot spanningen en verminderde steun voor het project, wat het draagvlak in de lokale gemeenschap aantast. 3. Invloed op recreatie en toerisme: Het zonnepark kan door toeristen als een negatief element worden o ervaren, wat de aantrekkelijkheid van het gebied als recreatieve bestemming kan verminderen. Dit kan een negatieve impact hebben op het toerisme, dat een belangrijke rol speelt in de lokale economie. 4. Complexiteit van beheer: Het succes van de landschappelijke inpassing is sterk afhankelijk van o goed uitgevoerd en regelmatig onderhoud. Aangezien consistent beheer essentieel is om zowel de ecologische als visuele doelen te bereiken, vormt dit een aanzienlijke uitdaging. Het niet nakomen van deze beheervereisten kan leiden tot een afname van de kwaliteit van het landschap en het falen van de ecologische doelstellingen.

Kansen: Versterking van landschapsstructuren: 1. Het zonnepark biedt de mogelijkheid om bestaande groenstructuren o te versterken en nieuwe ecologische verbindingen te creëren, wat de biodiversiteit en landschapskwaliteit verder verhoogt. Recreatieve waarde: 2. Door de aanleg van een rustpunt met informatievoorziening langs de o Kleine Bergerweg kan het zonnepark bijdragen aan de recreatieve waarde van het gebied. Dit rustpunt biedt educatieve informatie over duurzame energie en natuurbeheer, wat bezoekers kan aantrekken en informeren. Hierdoor kan het zonnepark ook een maatschappelijke functie vervullen. Dit is een kans om met de lokale omgeving verdere invulling te geven aan het gebruik van het informatiepunt. 3. Behouden en verbeteren van zichtlijnen: Het behouden en versterken van zichtlijnen naar open velden, zoals o richting het Linnerveld, kan de landschappelijke ervaring verrijken en de karakteristieke openheid van het landschap benadrukken. Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Bijlage

35

Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Te behouden landschapselementen na ontmanteling november 2024

Opdrachtgever: Naam: Solar Provider Group Adres: Vliegend Hertlaan 15-97 Postcode: 3526 KT Plaats: Utrecht Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Status: Versie:

203863 30 november 2024 Definitief 1

© 2024 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Projectnummer: 203863 | 30 november ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Beplanting en beheer Gemengde haag

Aan de buitenzijde van de kavels is een gemengde haag toegepast. Deze hagenstructuur willen we zo veel als mogelijk handhaven rondom de kavels, zodat de ecologische verbinding tussen de nabijgelegen opgaande groenstructuren (onderdeel van goudgroene natuurzone) behouden blijven. De struweelhaag heeft een maximale hoogte van 1,5-2 meter en een breedte van 1,5 meter. De haag bestaat uit verschillende inheemse plantsoorten. De haag biedt extra leef- en schuilplekken voor kleine dieren en vogels. De struweelhaag bestaat uit, Ligustrum vulgare 30%, Acer campestre 30%, Crataegus monogyna 20%, Viburnum opulus 10%, Hedera arborescens 10%.

Ned. naam

Wet. Naam

Percentage

Liguster

Ligustrum vulgare

30%

Veldesdoorn

Acer campestre

30%

Meidoorn

Crateagus monogyna

20%

Gelderse roos

Viburnum opulus

10%

Klimop

Hedra arborescens

10%

Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 4) • Bij droogte de eerste paar jaar watergeven. • Bij uitval van meer dan 10% inboeten. • De noodzaak van machinaal onkruidvrijhouden van het element is overbodig. Tijdens het maaien valt vaak een deel van de planten uit door beschadiging. Aangezien het meestel om planten gaat die van lichte tot dichte schaduw houden, is enige beschutting door kruiden eerder positief dan negatief. Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 3) • De beplanting zal tot het derde jaar na aanplant jaarlijks worden gesnoeid. Daarna kan de beplanting om de 2 tot 3 jaar worden onderhouden, afhankelijk van de groeisnelheid. Zo wordt zorg gedragen voor een los en gesloten beeld. • Bij maximaal 15% van de de totale struweelhaag de beplanting groepsgewijs laten doorgroeien, om een meer divers en gevarieerd beeld te krijgen. • Het snoeiafval wordt vervolgens verwerkt in de takkenrillen op het terrein

Referentiebeeld gemengde haag

Projectnummer: 203863 | 30 november ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Beplanting en beheer Heester groepen

Ter bevordering van de biodiversiteit en aansluiting met nabijgelegen opgaande groenstructuren (onderdeel van goudgroene natuurzone), heestergroepen aangeplant. De heesters hebben een verspreide bloei die een bron van nectar en stuifmeel zijn. De heesters die worden toegepast zijn Euonymus alatus, Salix caprea, Prunus spinosa, Cornus sanguinea, Corylus avellana, Frangula alnus en Rosa rubiginosa. De heesters worden groepsgewijs en gemixt aangeplant waardoor er verschillende groepjes heesters worden gevormd. Door de gemixte samenstelling ontstaat er een variantie in hoogte en bloei tussen de verschillende heester groepjes.

Ned. naam

Wet. Naam

Percentage

Kardinaalsmuts

Euonymus alatus

10%

Boswilg

Salix caprea

10%

Sleedoorn

Prunus spinosa

20%

Rode kornoelje

Cornus sanguinea

10%

Hazelaar

Corylus avellana

20%

Gewone vuilboom

Frangula alnus

10%

Gelderse roos

Ruba rubiginosa

20%

Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 4) • Bij droogte de eerste paar jaar watergeven. • Bij uitval van meer dan 10% inboeten. • De noodzaak van machinaal onkruidvrijhouden van het element is overbodig. Tijdens het maaien valt vaak een deel van de planten uit door beschadiging. Aangezien het meestal om planten gaat die van lichte tot dichte schaduw houden, is enige beschutting door kruiden eerder positief dan negatief. Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 4) • Eens in de 6 tot 15 jaar de heesters gefaseerd afzetten op kniehoogte. De interval is afhankelijk van de gewenste hoogte. • Het snoeien kan het beste plaastvinden in de periode van half november tot half maart.

Referentiebeeld heestergroep in ontwikkeling

Projectnummer: 203863 | 30 november ‘24 | Eelerwoude

Zonnepark Kleine Bergerweg Beplanting en beheer Kruidenrijk grasland

Een kruidenrijk grasland schept een kleurig beeld door het grote aandeel bloeiende kruiden. Het kruidenrijke gras wordt behouden rondom de landbouw kavals. Kruidenrijk grasland speelt een belangrijke rol voor de biodiversiteitswaarde van een gebied en vormt een verbindende ecologische strook tussen de bestaande groenstructuren in de omgeving. Door het beheer extensief uit te voeren ontstaat er een kruidenrijk grasland met een ecologische meerwaarde voor onder andere insecten. Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 4) Omdat voor het zaaien de grond is bewerkt, ontwikkelen er waarschijnlijk veel snelgroeiende ongewenste kruiden (pionierssoorten). Dit wordt als volgt aangepakt: • De eerste paar jaren wordt het bloemrijk grasland drie tot vijf keer per jaar (afhankelijk van de groeisnelheid) gemaaid, met tussenpozen van minimaal 6 weken en het maaisel wordt afgevoerd. • Door maaisel af te voeren wordt de grond verschraald en krijgen kruiden meer kans ten opzichte van grassen. Het maaisel blijft eerst enkele dagen op het land liggen om te drogen, waardoor de zaden eruit kunnen vallen. De percelen worden alternerend gemaaid en per perceel van binnen naar buiten zodat de fauna een uitweg heeft naar de randen. • Invasieve soorten als Japanse duizendknoop en reuze berenklauw worden jaarrond bestreden. • Het gemaaide overschot wordt vervolgens gebruikt als landbouwproduct.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=56c9c21e-af1a-436d-9f80-7f03c480e952