Bijlage 3: Bijlagen ruimtelijke onderbouwing - Verklaring van geen bedenkingen Zonnepark Kleine Bergerweg Sint Odiliënberg
Tekst van het document
TECHNISCHE INFORMATIE
1268
340
TRAFO
MS RUIMTE
783
LS RUIMTE 2126
TOESTEMMING WELKE VERMENIGVULDIGEN EIGENDOM VORM VAN DAN EIGENARES ALFEN OOK, OF TE IS MEDEDELING ALMERE, ZONDER NIET GEOORLOOFD NL SCHRIFTELIJKE AAN DERDEN, IN
VLOERPLAN
L. K. J. I. H. G.
2511 2475 2129
3060
o.k. maaiveld 500-P b.k. PEIL optie betondeel b.
VOORAANZICHT
B. 19-1-2015 A. 9-2-2017 dgj dgj- -tekening tekeningaangepast aangepastnaar iov MCa nieuwe huisstijl iov SDij
Totaal Overige LS MS Transformator Behuizing GEWICHTEN verdeler (BIJ (2500kVA BENADERING) 14750 vlgs Norm'95) kg
500 kg 300 400 5300 8250 kg+
Deuren / roosters STANDAARD Station Dak HIJSVOORZIENINGEN Gronddruk KLEUREN / voorzetplaat 4x 3,42 RAL Beton-grijs ENRD16 RD30 AFWERKING 7044
Diverse OPTIES Bescherming K20 Netto ROOSTER(S) bij doorlaat 2500kVA indelingen IP1 43 rooster: Norm mogelijk '95 trafo 563
b.k. dak 2135+P
3100
2135
2536
optie b.
F. E. D. C. WIJZIGINGEN
samenstelling LINKER ZIJAANZICHT
2870
optie b.
RECHTER ZIJAANZICHT
optie b.
DISCLAIMER ACHTERAANZICHT
werkelijkheid, de kleuren op door de tekening printer- kunnen en/of beeldschermafwijken vaninstellingen. de
detail Compactstation Met gescheiden DIABOLO LS en MS ordernummer ALGEMEEN offertenummer 40H ruimten - getekend status gekonstr. Standaard tekening 2500kVA 11-8-2011 #### dgj
PROJECTS-A4 maten rev. in mm #### schaal
worden deze kleuren ontleend. zijn indicatief, hier kunnen tekeningnummer formaat projectie geen amerikaans rechten aan
DEFINITIEF
MS4408A831
B
10MW AC GRONDGEBONDEN ZONNEPARK PROJECT © 2024 Microsoft Corporation © 2024 Maxar ©CNES (2024) Distribution Airbus DS © 2024 TMAP MOBILITY Earthstar Geographics SIO
PROJECTNAAM: ZONNEPARK KLEINE BERGERWEG PROJECT ADRES: KLEINE BERGERWEG 2 6077PC SINT ODILIENBERG © 2022 Microsoft Corporation © 2022 Maxar ©CNES (2022) Distribution Airbus DS
FIGURENLIJST BLAD NR.
PROJECTONTWIKKELAAR
PROJECTMANAGER
BESCHRIJVING
PROJECTBESCHRIJVING
TECHNISCH
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
· ·
Zonnepark Kleine Bergerweg Landschappelijk inpassingsplan met meervoudigruimte gebruik en beheer- en beplantingsplan augustus 2024
Opdrachtgever: Naam: Solar Provider Group Adres: Europalaan 40, 3526 KS, Utrecht Postcode: 3526 KT Plaats: Utrecht Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl Projectgegevens: Projectnummer:
203863
© 2024 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.
2
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Landschappelijke analyse Plangebied Solar Provider Group B.V. is voornemens om in samenwerking met een aantal grondeigenaren een zonneveld te ontwikkelen. Het daarvoor beoogde zoekgebied is gelegen in de gemeente Roerdalen. Ten westen van de A73 en ten noordoosten van Sint Odiliënberg ligt het circa 20 hectare grote zoekgebied. Binnen dit zoekgebied doen verschillende landeigenaren mee. Er liggen verschillende woningen rondom het zoekgebied. Een aantal woningen, zoals huisnummer 2 en 3 aan de Kleine Bergerweg, zijn woningen van de participerende grondeigenaren. Rond de woningen bij het plangebied is door de gemeente aangegeven dat er een zone van 100 meter vrijgehouden moet worden van zonnepanelen en/of installaties. Tijdens participatie gesprekken van Solar Provider Group met omwonenden zijn er verschillende toevoegingen en aanpassingen aan het plan gedaan zoals het zo veel mogelijk belemmeren van het zicht op de panelen door een struweel om de panelen te plaatsen. Het zoekgebied ligt in een zone langs de A73. De gemeente wil medewerking verlenen aan het zonneveld mits wordt voldaan aan vijf strenge voorwaarden. In dit document wordt verder ingegaan op welke voorwaarden dit zijn.
Het zoekgebied ligt in een agrarisch open ontginningslandschap, maar heeft door recentelijke ontwikkelingen ook eigenschappen van een mozaïek-landschap met landbouwgronden en verspreide bospercelen. Daarbij is het van belang dat er goed gekeken wordt naar de natuur en de huidige flora en fauna. Daarnaast is het gebied recreatief zeer in trek waar op ingespeeld kan worden.
Het zoekgebied rood omlijnd.
6
1 1
2
5
3
4
12 11 10
7 9
8
Het zoekgebied in zijn omgeving. Daarnaast zijn de kijkrichtingen aangegeven van de genomen foto’s tijdens het veldbeozek, die op de volgende pagina’s te zien zijn. 3
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Landschappelijke analyse
1
Zicht vanaf de Kleine Bergerweg richting het oosten op het plangebied.
2
Zicht in zuidelijke richting op de ‘s Heerenkampsweg. Deze zandweg is onderdeel van een informele verbinding. Links is de houtwal te zien die geen onderdeel uitmaakt van het zoekgebied.
3
Overzicht op het plangebied ten noorden van de Kleine Bergerweg. 4
4
De woning met huisnummer 7 aan de Kleine Bergerweg. Deze woning heeft vrij zicht op het zoekgebied en grenst direct aan het gebied. Op het erf staat een droogschuur voor het drogen van hout en aardappelen.
5
Ten noordoosten van het zoekgebied staat een woning aan de Boschweg. Deze woning heeft zicht op het zoekgebied.
6
Zicht in zuidelijke richting op het zoekgebied vanaf de Berkenallee. Hier staan twee woningen met zicht op het zoekgebied. Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Landschappelijke analyse
7
Zicht vanaf de Kraamweg in oostelijke richting. Het uitgestrekte landschap ten oosten van de weg met zicht op het monumentale Mortelshof en de bosrand op de achtergrond is een landschappelijke kwaliteit dat uniek is voor het gebied.
8
Vanaf de Kraamweg als zandweg is goed te zien dat er hoogteverschillen in het gebied aanwezig zijn. Het zoekgebied bevindt zich aan de linkerkant. Opvallend is de haakse bosstrook aan de noordoostrand van het zoekgebied.
9
De Grote Bergerweg ligt hoger in het landschap en is een belangrijke verbindingsweg van Linne naar Sint Odiliënberg. Langs deze weg is aan de weerszijde van de weg een bomenlaan met eiken en berken aanwezig. Zicht op plangebied.
10
Het bosperceel ten zuiden van het zoekgebied bestaat voornamelijk uit eiken, prunus en flier.
11
Ten zuidwesten van het zoekgebied ligt een grote fruitkwekerij met grote windhagen om de boomgaard. Het beeld is hierdoor redelijk besloten.
12
Er zijn verschillende wandel en fietsroutes te vinden in de omgeving. Zo ook langs de ’s Heerenkampsweg. 5
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Landschappelijke analyse Geomorfologie
Het plangebied is gelegen in het Roerdal, tussen de Roer en de Vlootbeek. Het Roerdal kenmerkt zich door de grotendeels vrij meanderende Roer, vanouds begeleid door populieren en broekbossen (natte bossen) in oude afgesneden armen (oude delen van de rivier). De vele hoogteverschillen en karakteristieke kronkellige laagtes (zie hoogtekaart), geven aan dat het gebied vroeger onder invloed heeft gestaan van de rivier (fluviatiele oorsprong). Het landschap, ter plaatse van de oude Roerarmen, kenmerkt zich door de aanwezigheid van laagtes en stuifduinen (eolische oorsprong). Dit gebied is in de voorlaatste IJstijd gevormd en heeft geresulteerd in het kenmerkende reliëf in het gebied. In het dal komen ook meer uitgestrekte verhogingen voor. Deze vruchtbare open bouwlandgebieden, “ohé’s” genoemd, overstromen alleen bij zeer hoge waterstanden en vormen mede de karakteristiek van het Roerdal. Het dal van de Vlootbeek is een Roerdal uit vroegere tijd. Bijzonder zijn ook het Leropper- en Linnerveld. Deze bezitten voor Nederlandse begrippen unieke geomorfologische waarden. Het zoekgebied bevind zich in het Linnerveld waar sprake is van voedselrijke zandgrond met een GWT VII = H 80-140 L >120 en relatief weinig reliëf verschil.
BKd25 Y23
BKd25 - Fijnzandige lichte zavel (Radebrikgronden) Y23 - Lemig fijn zand (Holtpodzolgronden) AR - Roergronden
Historische kaart 1925
Bodemkaart
Restgeul Dalvlakteterras
Restgeul
Geschiedenis
6
Restgeul Geomorfologischekaart
Historische kaart 1975
27,50m +NAP
+N
AP
24,60m +NAP
m ,1 0 23
Opvallend is de verandering van het beboste gebied op de roerdalgronden in het oosten. Deze zijn in de loop van de tijd steeds verder ontgonnen ten behoeve van heidevelden en landbouwgrond. Het gebied is hier opener geworden waardoor het zogenaamde veldontginninglandschap is ontstaan. Daarentegen is het westelijke ontginningsgebied, waar het zoekgebied zich bevindt, de laatste jaren juist beslotener geworden door de komst van bosjes en fruitkwekerijen. Goed is te zien dat het gebied al vroegtijdig ontgonnen is vanaf de Grote Bergerweg en de Kleine Bergerweg als heide en landbouwgrond. De (zand)wegen, zoals de ‘s Heerenkampsweg en de Kraamweg, die zijn opgespannen tussen deze twee wegen zijn hier een restant van. De ontginning oriëntatie is hoofdzakelijk zuidoost - noordwest vanaf Linne richting Sint Odiliënberg en parallel aan de loop van de Roer. De kavelstructuur is blokvormig, maar wordt meer een stroken verkaveling richting het roerdal in het oosten van het zoekgebied. De bospercelen grenzend aan het zoekgebied zijn onderdeel van de Goudgroene natuurzone (Natuurnetwerk Limburg) en hiermee ook uitgesloten van het ontwikkelings gebied voor zonnevelden (zie ook kaart op volgende blz.).
AR
26,60m +NAP 28,60m +NAP
27,60m +NAP 28,60m +NAP 29,10m +NAP Hoogtekaart
25,80m +NAP
25,20m +NAP Historische kaart 2000 Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Landschappelijke analyse Locatie
Het plangebied bevind zich op de hogere zandgronden en meer specifiek in het overgangsgebied tussen het kleinschalige mozaïeklandschap, het oudcultuurlandschap en het open veldlandschap van het Linnerveld. Het mozaïeklandschap ligt het dichtst rond de dorpen en betreft oude bouwlanden met verspreid bospercelen en houtsingels waardoor een halfopen landschap is ontstaan. Ook de komst van verschillende kwekerijen met hoge hagen heeft het gebied kleinschaliger gemaakt . De meeste oud-bouwlandgebieden, vaak velden (veldenlandschap) geheten, bezitten nog hun karakteristieke openheid; bebouwing alleen aan de rand op de overgang naar beekdal of andere soms later ontgonnen laagte. In het plangebied zien we ook een relatief open landschap van gras- en bouwlanden waarbij de kavels relatief groot en blokkig zijn. Dit komt door de late ontginningsstructuur die rond 1900 over het gebied is gelegd en de latere schaalvergroting. Op de historische kaarten is goed te zien dat het gebied tussen de Grote- en de Kleine Bergerweg een rationele blokverkaveling is gelegd.
Bouwstenen landschap Roerdalen: Natura2000 gebieden
Historische kaart 1850 oude ontginning verkaveling
Bouwstenen landschap Roerdalen: Goudgroene/Zilvergroene/Bronsgroene zone
Historische kaart 1900 jonge ontginning verkaveling
Bouwstenen landschap Roerdalen: Open cultuurlandschap
Historische kaart huidig schaalvergroting verkaveling
EenkarakteristiekopenveldlandschapbetrefthetLinnerveldwaarhetprojectgebied zich ook in bevind, tussen Herten-Linne en Lerop-St. Odiliënberg. Hier komt een apart gebogen reliëf voor; het betreft nu relatief hoog gelegen met zand afgedekte fossiele Roermeanders van een zogenaamd vlechtend riviersysteem. Dit gebied reikt in feite van het huidige Roerdal tot aan het huidige Maasdal.
Geschikte landschapskenmerken voor zon
Het ene landschap leent zich meer voor grootschalige inpassing van zon op land projecten, dan een andere. Dit verschil uit zich in specifieke landschapskenmerken die de geschiktheid bepalen voor grootschalige toepassing van zon op land. Het gaat om de aanwezigheid van de volgende kenmerken die van toepassing zijn op het plangebied: • Gebied bevind zich niet in het Zilvergroene natuurzone of de Bronsgroene landschapszone • Gebied bevind zich niet binnen de Goudgroene natuurzone of binnen een waterwingebied • Gebied heeft een vlakke bodem (reliëf) • Gebied ligt in een open en halfopen landschap • Gebied met weinig natuurwaarden / biodiversiteit • Gebied met beperkte bebouwingsdichtheid • Gebied heeft kavelgrenzen met noord-zuid en oostwest-strekking
7
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Beleidsanalyse Beleidskader zonne- en windenergie gemeente Roerdalen 2021-2030 De gemeente Roerdalen heeft een beleid opgesteld voor het plaatsen van zonnevelden in het buitengebied. Dit beleid sluit aan op de omgevingsvisie en de Limburgse Zonneladder. De kern van de Limburgse zonneladder is om bij de ontwikkeling van nieuwe zonnevelden eerst te inventariseren of andere opties haalbaar zijn en dan pas landbouwgronden en natuurgebieden in te zetten. In het beleid heeft de gemeente hiervoor een set voorwaarden voor de ontwikkeling van zonnevelden opgesteld waaraan de locatie moet voldoen. De vraag is: hoe zorgen we ervoor dat door de ontwikkeling van nieuwe zonnevelden het landschappelijk karakter in Roerdalen behouden blijft of zelfs waar mogelijk versterkt wordt? Strenge voorwaarde 1: het te ontwikkelen zonneveld moet passen in de schaal, de sfeer en de maatvoering van het landschap waar het zonneveld deel van gaat uitmaken.
Strenge voorwaarde 3: meervoudig ruimtegebruik. Toelichting: deze eis komt gedeeltelijk overeen met de tweede trede van de Limburgse Zonneladder. In de gemeente Roerdalen geldt dat bij omzetting van (bijvoorbeeld) agrarische gronden naar een zonneveld, de nieuwe invulling een functie aan het landschap zelf of aan de beleving van het landschap moet toevoegen. Deze functie kan onder andere vanuit culturele, educatieve of toeristische doeleinden worden gemotiveerd. De combinatie van een stortlocatie en een zonneveld zoals door Attero voorgesteld, is hiervan een goed voorbeeld.
Strenge voorwaarde 4: het te ontwikkelen zonneveld moet aantoonbaar waarden toevoegen: • Landschappelijke elementen; • Maatschappelijke ontwikkeling; • Coöperatieve realisatie; • Ontwerpen en toepassing compensatieregeling. Toelichting: de toevoeging van een zonneveld zal aan het landschappelijk karakter van Roerdalen een verandering teweeg brengen, ondanks de landschappelijke inpassing (Strenge voorwaarde 2). Het is aan de initiatiefnemer om in zijn planvorming ruimte vrij te maken (financieel, organisatorisch, fysiek ter plekke of elders) en aantoonbaar te maken
welke toegevoegde waarde het te ontwikkelen zonneveld voor (de inwoners van) de gemeente Roerdalen heeft. We gaan uit van minimaal 50% coöperatief (net als in het Klimaatakkoord).
Strenge voorwaarde 5: privaatrechtelijk borgen in anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente Roerdalen of in privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer en landeigenaar: • Onderhoud en werking technische installatie; • Onderhoud en landschappelijke inpassing; • Toevoeging maatschappelijke meerwaarde; • Ontmanteling na beëindiging; • Coöperatieve realisatie ; • Participatie bij concrete planontwikkeling. Toelichting: het ruimtelijk kader van dit beleidskader is niet het instrument om privaatrechtelijke aspecten voor te schrijven. Toch worden deze onderwerpen genoemd, omdat ze bij de scorebepaling vanuit de beoordelingsmatrix worden meegenomen. Deze voorwaarden hebben voornamelijk tot doel de continuïteit van good housekeeping en het maatschappelijk draagvlak van het zonneveld te borgen.
Toelichting: We vinden zowel een zeer kleinschalig zonneveld in een grootschalig gebied, als een grootschalig zonnenveld dat is ingeklemd tussen een mozaïek van landschapselementen onwensenlijk. Strenge voorwaarde 2: het te ontwikkelen zonneveld moet landschappelijk worden ingepast: • Inpassen directe (be-)levingsfactoren; • Stimuleren biodiversiteit; • Stimuleren waterberging en – infiltratie.
Zoekgebied
Zoekgebied
Toelichting: Het te ontwikkelen zonneveld moet zowel visueel als vanuit de landschappelijke beleving in de omgeving opgaan. Daarbij is extra aandacht voor stimuleren van de biodiversiteit, de berging en infiltratie van hemelwater ter plaatse een vereiste. 11 gebieden - omgevingsvisie Roerdalen. 8
Gele: Gemeentegrens Roerdalen Rood: Uisluitingsgebied zon Beleidskader zonne- en windenergie gemeente Roerdalen 2021-2030 Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Beleidsanalyse Regionale Energie Strategie Noord- en Midden Limburg 1.0
In het Klimaatakkoord, gepubliceerd op 28 juni 2019, is afgesproken dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken hoe en waar duurzame energie het best opgewekt kan worden. Dit wordt het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie genoemd. Op basis van het onderzoek wordt per regio een Regionale Energiestrategie (RES) vastgelegd. De RES is een doorvertaling van het Parijs-akkoord en Klimaatakkoord naar een regionaal niveau. In juli 2021 is de 1.0-versie van de Regionale Energie Strategie voor Noord en Midden Limburg ingediend. In het document beschrijft de Regio Noord en Midden Limburg de weg die zij in wil slaan omtrent de energietransitie. De RES Noord- en Midden Limburg is gezamenlijk opgesteld door de 15 gemeenten van Noord- en Midden Limburg, de provincie Limburg, het waterschap Limburg en netbeheerder Enexis. Aangeduid wordt dat de regio in 2030 met grootschalige duurzame zon- en windprojecten 1.200 GWh duurzame energie op wil wekken. De vergunningen moeten hiervoor in 2025 zijn afgegeven. Volgens de regio is de energietransitie daarentegen meer dan een technische oplossing voor ons klimaatvraagstuk en hoort de mens hierin centraal te staan. Ook op ruimtelijke kwaliteit wordt hoog ingezet. Voor de waarborging van bestaande landschapskwaliteiten legt de Regio Noord en Midden Limburg de voorkeur bij meervoudig ruimtegebruik.
Ten voorbeeld: de verhoging van biodiversiteit koppelen aan energieopwekking. Daarnaast zijn er een aantal karakteristieken en kernkwaliteiten benoemd voor het ontginningslandschap die gewaarborgd dienen te worden bij de ontwikkeling: 1. open tot halfopen groene landschappen met vergezichten 2. lange zichtlijnen van rechte wegen en sloten 3. regelmatige blokverkaveling en soms strokenverkaveling 4. heldere en goed leesbare structuren met regelmaat en ritme 5. bebouwingsarm, boerderijen met erven op regelmatige afstand of in linten 6. soms aanwezigheid van karakteristieke boerderijen zoals ontginningshoeves 7. goed herkenbare ontginningsstructuren 8. beeldbepalende laanstructuren 9. ingericht en geschikt voor grootschalige landbouw 10. ruimte en relatieve rust 11. ruimte voor soorten van open landschappen
Een ander uitgangspunt is het streven naar minstens 50% lokaal eigendom bij grootschalige zon- en windprojecten, samen met lokaal medezeggenschap om het draagvlak voor de energietransitie te vergroten. Bewoners en bedrijven krijgen de kans mee te praten en mee te beslissen over projecten in hun nabije omgeving. Ook de eventuele baten van een project dienen te landen in de lokale omgeving zodat niet alleen de ontwikkelaars profiteren. Verdere kaders voor inpassing van zonneprojecten worden vormgegeven door gemeenten.
Zie hiervoor tevens de nadere beschruiving van het landschappelijke inrichtingsplan in dit document.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling
Zonnepark Kleine Bergerweg heeft een oppervlakte van 20 hectare, waarvan 6,64 hectare gebruikt wordt voor de opstelling van zonnepanelen. Met de realisatie van voorliggende ontwikkeling levert de gemeente Roerdalen een aandeel in de realisatie van het RESdoel om vóór 2030 1.200 GWh energie grootschalig op te wekken. Bovendien wordt met toepassing van nieuwe landschappelijke elementen ingespeeld op het meervoudig ruimtegebruik op deze locatie. Naast het ecologisch inpassen door middel van verschillende doelsoorten, zoals de das en de patrijs, wordt langs de randen het zonnepark ook ingepast door middel van een gemengde haag, worden verschillende heestergroepen aangeplant ten behoeve van insecten en worden o.a. de bomenrijen langs de weg aangevuld. Ook houden we in het ontwerp rekening met de elf aanwezige kernkwaliteiten zoals: 1. De panelen en hagenstructuur worden met max. 1,77 meter zo laag mogelijk gehouden, zodat er overheen gekeken kan worden en vergezichten behouden blijven 2. prominente zichtlijnen worden opgenomen in het zonnepark 3. Het zonnepark wordt ingepast in de bestaande kavelstructuur en volgt de leidende kaveloriëntatie 4. Het panelenveld kent een blokvormige inpassing, heeft geen rafelranden en volgt de leidende kaveloriëntatie 5. Het zonnepark houd rekening met omliggende erven 6.
Aan de zuidkant van het zonnepark is een prominente zichtlijn behouden richting een historische hoeve 7. Kleine Bergerweg als ontginning-as wordt aangezet met bomenrij 8. Kleine Bergerweg als ontginning-as wordt aangezet met bomenrij 9. Het zonnepark wordt naar 30 jaar weer ontmanteld en het terrein weer geschikt gemaakt tot landbouwperceel 10. Door de panelen en de inpassing laag te houden wordt de ruimte nog steeds ervaren. 11. Er worden maatregelen getroffen voor behoud en verbetering van het leefgebied van o.a. das en patrijs.
Geschiktheidskaart zonnevelden op land uit de RES-Handreiking-LandschapZon-op-Land.
In deze landschapstypen is de geschiktheid beperkt omdat de schaal van het initiatief in veel gevallen aanpassingen van landschappelijke structuren vergt. Een belangrijke randvoorwaarde is het herkenbaar houden van de karakteristiek van het landschap. De maat en schaal van het betreffende landschapstype is bepalend voor de maximale omvang van de ontwikkeling.
9
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Beleidsanalyse RES - Handreiking Landschap Zon op Land
In de RES - Handreiking Landschap Zon op Land wordt op pagina 13 het volgende aangegeven: “Opstellingen van zonnepanelen zijn als technische constructies opzichtige objecten in het landschap. Bij kleine oppervlakten doet dit effect zich al voor. Om de energieopgave te realiseren is de voorkeur vanuit landschap in te zetten op slechts enkele grootschalige projecten, waardoor de regio ontlast wordt van veel verspreid liggende, kleinschalige projecten van slechts enkele hectaren. Hiermee kan de landschappelijke identiteit en de recreatieve aantrekkelijkheid van de regio gespaard worden. Tevens bieden grootschalige projecten meer mogelijkheden voor robuuste landschappelijke inpassing en het realiseren van koppelkansen op het gebied van aanleg en herstel van groenblauwe structuren.” Deze ontwikkeling past binnen de handreiking, zoals verder onderbouwd op pagina 16.
c. de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit; Zie voor een verdere toelichting en motivering van artikel 2.17.2 pagina 13 van dit document.
De Limburgse zonneladder
Op het gebied van zonne-energie pleit de provincie Limburg voor zorgvuldigheid bij ruimtelijke inpassing. Voor dergelijke ontwikkelingen is de Limburgse zonneladder van toepassing. De zonneladder is niet volgtijdelijk. De essentie van de zonneladder is om bij de duurzame opwek van zonne-energie landbouwgronden en natuurgebieden zoveel mogelijk te ontzien. Inspanningen richten zich primair op zon op dak en op gevels én het benutten van andere mogelijkheden in bebouwd en onbebouwd gebied (meervoudig ruimtegebruik). Dit betekent dat in eerste instantie onderbouwd moet worden waarom het plan niet binnen de treden 1 tot en met 3 gerealiseerd kan worden. De voorgenomen ontwikkeling betreft ZonPV op landbouwgrond (trede 4). Dit betekent dat het ‘nee-tenzij principe’ van toepassing is. Dit principe is verwoord in lid 5 van artikel 2.17.2 ‘Instructieregels zonneparken’ van de Omgevingsverordening Limburg 2014: Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark op landbouwgrond toe tenzij: a. een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; b. voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; 10
Schema Limburgse zonneladder.
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Beleidsanalyse 2 In het onderzoek is bij de resterende bebouwing geen onderscheid gemaakt tussen grote en kleine daken. In de praktijk is er dus geen sprake zijn van 4.401 grote daken. Dit zijn er minder. Voor de eenvoud wordt in de berekening echter uitgegaan van 4.401 grote daken.
³ 285 Wp * 0,88 rendement * 1000 vollasturen p/j = 250,8 kWh per paneel p/j. 255 TJ = 71,5 miljoen kWh. 71,5 miljoen kWh/250,8 kWh = 285.090 panelen (285 Wp).
⁴ 285 Wp * 0,88 rendement * 1000 vollasturen p/j = 250,8 kWh per paneel p/j. 330 TJ = 92,5 miljoen kWh. 92,5 miljoen kWh/25,8 kWh = 368.820 panelen (285 Wp).
Kanttekening bij berekening
Bij de berekening moet de volgende kanttekening geplaatst worden. In de berekening wordt uitgegaan van panden met zonpotentie. Zoals onder het kopje ‘Randvoorwaarde bij trede 1’ reeds aangegeven, zijn niet alle panden geschikt of beperkt geschikt om zonnepanelen te plaatsen. In de uitgevoerde ‘Analyse zonnepotentie gemeente Roerdalen’ is uitsluitend onderzocht of een pand zonnepotentie heeft. Niet is onderzocht of bij deze panden sprake is van andere belemmeringen waardoor de zonnepanelen niet geplaatst kunnen worden. Te denken valt aan de dakconstructie, obstakels zoals dakramen en schoorstenen en of er teruglevercapaciteit beschikbaar is. Ten slotte is ook niet onderzocht of de eigenaar van het pand bereid is om zonnepanelen op het dak te plaatsen. Omdat niet alle belemmeringen zijn onderzocht én niet duidelijk is of de eigenaar van de panden panelen willen plaatsen, is de berekening te rooskleurig. Dit betekent dus dat in werkelijkheid het potentie tekort op daken nog groter is. Immers, in de praktijk zullen bijvoorbeeld niet alle dakconstructies voldoen. Ook zullen niet alle eigenaren zonnepanelen willen plaatsen. Zon op dak alleen te stimuleren Het plaatsen van zonnepanelen kan alleen gestimuleerd worden. De gemeente kan dit niet afdwingen.
Bij de invulling van trede 1 is er daarom sprake van een RES-brede aanpak voor het stimuleren van de aanleg van zonnepanelen op daken. Dit plan richt zich naast de particuliere daken ook op daken van bedrijven en commercieel vastgoed. MKB-bedrijven die willen verduurzamen, worden hier vanuit de gemeente in gestimuleerd. De gemeente wil de regie houden op haar duurzaamheidsdoelen. Omdat zon op dak alleen gestimuleerd kan worden, ontstaat er voor de gemeente een afhankelijkheidspositie. Daarom zet ze niet alleen in op trede 1:
stimuleren zon op dak, maar ook op trede 4 (zon op landbouwgrond). Realisatie zon op dak bij realisatie zonnepark Kleine Bergerweg Onderdeel van het project is het deels (3,1%) compenseren van het aan te leggen zonnepark als zon op dak. Mocht blijken dat het de exploitant, ondanks genoegzame inpassing, niet lukt om aan deze verplichting te voldoen, dan zullen naar alternatieven worden gezocht met samenspraak van gemeente Roerdalen
Onderbouwing trede 2: ZonPV in gebouwd gebied
De realisatie van zonnepanelen binnen trede 3 is veelal afhankelijk of de eigenaar van de gronden het initiatief wil nemen. Een voorbeeld is het zonnepark op de stortplaats in Montfort. Op 1 oktober 2020, verzonden 5 oktober 2020, is voor dit park door provincie Limburg een omgevingsvergunning verleend. Het betreft een initiatief van Deponie Zuid B.V.. Dit betreft een zonnepark van +/- 15 ha. Zoals aangegeven in het ‘Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030’ telt dit park niet mee voor de gemeentelijke opgave van 75 ha grootschalige opwek van zonne-energie.
Wat betreft de invulling van trede 2 moet in het oog worden gehouden dat er sprake moet zijn van mogelijkheden waar de gemeente over kan beschikken. De gemeente Roerdalen beschikt bijvoorbeeld niet over restruimten op bedrijventerreinen of niet courante lege bouwkavels. De gemeente beschikt daarnaast wel over parkeerterreinen. Deze hebben echter een beperkte oppervlakte en liggen verspreid door de gemeente. Voor het invullen van de duurzaamheidsdoelen vóór 2030 is 75 ha aan zonneparken noodzakelijk. Het te behalen doel vraagt dus om locaties met een behoorlijke omvang. De parkeerplaatsen voldoen hier niet aan. Om voorgaande redenen vallen de gebieden binnen trede 2 voor het kunnen behalen van de duurzaamheidsdoelen zo goed als af.
Conclusie invulling treden 1 tot en met 3
Onderbouwing trede 3: ZonPV in landelijk gebied
Onderbouwing trede 4: ZonPV landbouwgrond/Groenblauwe mantel
Net zoals bij de invulling van trede 3 moet ook bij deze trede in het oog worden gehouden dat er voor de gemeente mogelijkheden beschikbaar moeten zijn. Voor het behalen van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelen vallen de gebieden binnen trede 3 zo goed als af. In de gemeente ligt bijvoorbeeld geen waterzuiveringsinstallatie. Verder heeft de gemeente geen agrarische bouwblokken in eigendom. Ook het inzetten van de bermen langs de A73 en het spoor zijn voor het behalen van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelen geen optie. De bermen zijn immers eigendom van Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail. De gemeente kan het plaatsen van de zonnepanelen op de voornoemde locaties alleen stimuleren, maar niet afdwingen. Bekend is verder dat zowel RWS als ProRail onderzoek doen naar het plaatsen van zonnepanelen op hun eigendommen. Op de gronden in de gemeente Roerdalen hebben beide partijen voor alsnog geen plannen om zonnepanelen te plaatsen.
Op basis van het voorgaande is de conclusie dat met het uitsluitend invullen van treden 1 tot en met 3 de omschreven duurzaamheidsdoelen vóór 2030 niet worden gehaald. Met het invullen van treden 1 tot en met 3 worden kleine stappen gezet. Het vergt immers tijd om particulieren/bedrijven te overtuigen om daadwerkelijk duurzaamheidsmaatregelen te treffen. Daarnaast is ook de inzet van alle in potentie geschikte grote daken voor zonne-installaties in de gemeente niet voldoende om de duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren. Vanuit realistisch oogpunt moeten in Roerdalen dus ook landbouwgronden ingezet worden voor zonne-installaties.
De voorgenomen ontwikkeling betreft ZonPV op landbouwgrond. Dit betekent dat het ‘nee-tenzij principe’ van toepassing is. Dit principe is verwoord in lid 5 van artikel 2.17.2 ‘Instructieregels zonneparken’ van de Omgevingsverordening Limburg 2014:
Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark op landbouwgrond toe tenzij: a. een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; b. voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; c. de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit;
11
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Beleidsanalyse Bestemmingsplan buitengebied Roerdalen Op het bestemmingsplan (afb. ruimtelijke plannen) is te zien dat nagenoeg het gehele buitengebied van de gemeente Roerdalen onder de Gebiedsaanduiding ‘Milieuzone - roerdalslenk II’ valt. Het zoekgebied valt in de Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarde - Landschapswaarden - 1’ valt. De bospercelen aan de rand van het zoekgebied vallen onder de Enkelbestemming ‘Natuur’. Naast het zoekgebied is op geruime afstand ook een brandstofleiding zichtbaar.
Archeologie 6
Archeologie 5
Daarnaast is er in het zoekgebied een dubbelbestemming van archeologische waarde 5 in het zuiden een dubbelbestemming van archeologische waarde 6 in het noorden van toepassing. Dit betekent dat de gronden een lage waarden hebben wat betreft archeologie.
5&6
In planologisch opzicht is het Limburgse Natuur Netwerk vastgesteld in de goudgroene natuurzone van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014. Ruimtelijke plannen - bestemmingsplan buitengebied Roerdalen. Op de kaart van Atlas Limburg is te zien welke natuurbestemming er aanwezig is in het zoekgebied. Er zijn twee soorten natuurbestemmingen te vinden, te weten natuur in de goudgroene natuurzone bij de aangrenzende bosjes en agrarische natuurbeheer op het noordelijke perceel.
Zoekgebied Goudgroene natuurzone Agrarisch natuurbeheer Atlas Limburg - Natuur bestemming. 12
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Laadvermogen van het Landschap Zorgvuldige ruimtelijke afweging van de locatie
Conclusie landschappelijke- en beleids analyse Motivatie locatie keuze
woeste gronden, heidevelden en rond de dorpen agrarische perceen, naar een heel gesloten landschap rond 1900, waarbij de woeste gronden ontgonnen werden en er bos aangeplant is. Tegenwoordig is veel bos weer verdwenen en is er een halfopen mozaïeklandschap onstaan. Ook zijn er veel functies zoals kwekerijen bijgekomen in het gebied die voor verdichting van het landschap zorgen. Wij denken dat dit halfopen landschap passend is bij het huidige gebruik van het landschap. Door juist aan te sluiten op deze bestaande groenstructuren en ze uit te breiden met veel permanente groenstructuren, ontstaat er meer structuur in het landschap ook na het vertrek van het zonnepark, waardoor verrommeling in het landschap tegen gegaan wordt en de functies beter inpasbaar zijn in het landschap. Ook verhoogt de toevoeging van nieuwe groenstructuren de biodiversiteit in het landschap.
ne
rh
eid
e
Linnerheide
Lin
Medi a Roerm toren ond
De landschappelijke kwaliteiten van het omliggende landschap is te vinden in het aanwezige Hoewel het gebied in het oud-cultuurlandschap ligt en is aangewezen microreliëf vanhetgebiedendevergezichtenmetals decoropdeachtergrond grotebospercelen. als een veldontginningsgebied, waarbij openheid een belangrijk kenrnkwaliteit is, heeft het gebied rond het projectgebied in de loop der Daarnaast is het gebied rijk aan een aantal oude Limburgse hoeven met bijbehorende jaren deze eigenschap van openheid steeds verder verloren. Het gebied massieve groenstructuren zoals statige bomenlanen en oude bospercelen. Deze afwisseling tussen grote open ruimtes en robuuste groenstructuren, maakt het gebied afwisselend in open is hier van een open landschap veranderd naar een meer halfopen engeslotenheid,interessantomdoorheenterijdenendaardoorgeliefdbijtoeristen.Verschillende mozaïeklandschap en is de laatste jaren ook steeds verder verrommeld. De komst van de vuilstort, verschillende kwekerijen met bijbehorende toeristische routes lopen ook langs het plangebied over de Kleine Bergerweg. windhagen en aanplant van bosstroken in het gebied hebben er voor De locatie van het zonnepark bevindt zich in het agrarische ontginningsgebied aan de rand gezorgd dat het landschap steeds kleinschaliger is geworden.
Op de van het landelijkgebied van Linne, dicht bij de infrastructurele as A73 en de spoorlijn Venlo - kaart is goed te zien dat er een strook met bospercelen en boerenerven Maastricht.OpkorteafstandligtdevuilstortplaatsAtteroMontfortwaarookeenzonne-initiatief in het landschap ligt die het projectgebied deels afschermen van het voor bestaat. Grenzend aan de stort is een zonneveld gepland. De keuze van de locatie komt uitgestrekte en open Linnerveld te oosten van het gebied. voort uit zowel het beleid van de gemeente, waarbij volgens de ‘Handreiking Landschap - RES Noord- en Midden Limburg’ en Beleidskader zonne- en windenergie gemeente Roerdalen Ook vanuit de historische kaarten is goed te herleiden dat het landschap 2021-2030, gebieden aangewezen zijn als uitsluiting van zonneparken en gebieden waar sterk veranderd is en van een heel open landschap voor 1900 van deze wel inpasbaar zijn (onder voorwaarden) zoals het geval is bij het plangebied tussen de Kleine- en de Grote Bergerweg. Daarnaast biedt deze locatie mogelijkheden voor een goede inpassing, waarbij geen reliëfrijke landschappen of grote bospercelen, die zo kenmerkend zijn voor het buitengebied van Sint Odiliënberg, worden aangetast en daarnaast geen opschaling van kavelmaten nodig is.
Het plangebied ligt dan ook in een voor het gebied vrij vlak agrarisch en landschappelijk wat verrommeld gebied, ingeklemd tussen verschillende opgaande groenstructuren zoals grote bospercelen, robuste houtsingels en boomkwekerijen met hoge hagen. Zo ligt op ruim 600 meter afstand ten zuidwesten van het zonnepark de vuilstortplaats Attero Montfort. Daartussen ligt een grote kwekerij met hoge hagen die het zicht op de Lin ne afvalhoop nu grotendeels ontneemt.
Zichtrelaties
Hoeve Mortelshof
Montf ort
Het Li Vooral aan de Kleine Bergerweg willen we dat het zicht op het zonnepark gehouden wordt nnerv eld vanwege de toeristische route. Hier opent het zonnepark zich aan de buitenwereld. De Kwekerij panelen blijven met max. 1,77 meter laag, waardoor het vrije zicht en de openheid behouden Mortelshof blijft over het zonnepark. Aan de Grote Bergerweg wordt het park juist omzoomd met hoge Het Linnerveld groenstroken die aansluiten op de reeds bestaande bospercelen. Hiermee ontnemen we tevens het zicht, vanaf de recreatieve route over de Kleine Bergerweg, op de vuilstort (met ij er mogelijk een toekomstig zonnepark) zodat het landschappelijke beeld vanaf de Kleine k e Kw Bergerweg rustiger en groener wordt. De zichtlijn vanaf de Grote Bergerweg richting het Linnerveld blijft gehandhaafd en wordt zelfs versterkt door deze te begeleiden met de rand van Vuilstort het zonnepark, waardoor de doorkijk tussen het opgaande groen nog sterker geaccentueerd wordt. Ook de noord-zuid zichtlijn blijft gehandhaafd tussen de panelenvelden door zodat de Kwekerij ruimtelijke beleving van het ten zuidelijk gelegen open gebied beleefbaar blijft vanaf de Kleine Bergerweg. De zichtlijn is ook goed beleefbaar vanaf het rustpunt. Een ruimte massakaart met de belangrijkste kijkrichtingen, zichtlijnen en zichtrelaties.
13
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Motivatie geschiktheids bepaling Artikel 2.17.2 Instructieregels zonneparken 1. Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark toe binnen de Goudgroene natuurzone of binnen een waterwingebied. Het zonnepark bevind zich niet binnen de Goudgroene natuurzone of binnen een waterwingebied – Zie kaart Bouwstenen landschap Roerdalen op blz. 7.
5. Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark op landbouwgrond toe tenzij: a. een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; Landschappelijke inpassing Zie tekst over het Laadvermogen van het landschap op blz. 13.
2. Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark toe in een bestaand bos- of natuurgebied binnen de Zilvergroene natuurzone of de Bronsgroene landschapszone.
b. voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; en Landschappelijke inpassing
Het zonnepark bevind zich niet binnen de Zilvergroene natuurzone of de Bronsgroene landschapszone – Zie kaart Bouwstenen landschap Roerdalen op blz. 7.
Zie de Uitgangspunten op blz. 21, Ecologische kansen op blz. 23 en Maatschappelijke en ecologische meerwaarde op blz. 24. De beplantingskeuze en het beheer zijn opgenomen op blz. 27.
3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio NoordLimburg of de regio Midden-Limburg laat een zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Noord- en Midden-Limburg.
c. de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit.
Het zonnepark is gelegen in een beperkte geschiktheidszone volgens het RES, maar past in onze motivatie binnen de principes van de provinciale omgevingsvisie en het RES Noord- en Midden-Limburg (Zie de beleidsanalyse op blz. 8 en 9) en voldoet aan het laadvermogen van het landschap (Zie Laadvermogen van het landschap op blz. 13). 4. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio ZuidLimburg laat een zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Zuid-Limburg.
Vanuit het onderzoek ‘Verkenning van bodem en vegetatie in 25 zonneparken in Nederland, uitgevoerd vanuit de Wageningen University en Research (WUR), zijn een aantal belangrijke principes overgenomen en toegepast op Zonnepark Kleine Bergerweg in relatie tot inpassing, beheer en bodem, deze zijn te vinden in het beheerplan. Algemene uitgangspunten: a)
Beheer is de belangrijkste factor voor biodiversiteit
In plan landschappelijke inpassingsplan en meervoudig ruimtegebruik en beheer- en beplantingsplan (LIP) is aangegeven welke beheersmaatregelen er zullen worden getroffen voor de verschillende landschappelijke elementen.
b)
In verschillende milieus leven verschillende soorten
Het plan houd rekening met aanwezige soorten zoals de das en wordt zodanig ingericht dat het bijdraagt aan het huidige leefgebied. Daarnaast bied het zonnepark ruimte voor nieuwe doelsoorten zoals de patrijs, waar nu beleid op gevoerd word in het gebied. Ook is er rekening gehouden met nat en droog gradiënten om de biodiversiteit nog meer te ondersteunen en verhogen. Zo zal er een wadi worden aangelegd in de zuidwestelijke hoek van het project en worden juist weer droge fauna akkers aangelegd voor das en patrijs (zie ecologische kansen op blz. 23). c) Op de meeste plekken in Nederland is er sprake van een te voedselrijke bodem door toedoen van agrarische activiteiten, verschaling is essentieel om biodiversiteit te verhogen. Om de verschaling mogelijk te maken zal de eerste paar jaren het bloemrijk grasland onder de panelen drie tot vijf keer per jaar (afhankelijk van de groeisnelheid) gemaaid worden, met tussenpozen van minimaal 6 weken, waarna het maaisel wordt afgevoerd. Door maaisel af te voeren wordt de grond verschraald en krijgen kruiden meer kans ten opzichte van grassen. Het maaisel blijft eerst enkele dagen op het land liggen om te drogen, waardoor de zaden eruit kunnen vallen. De percelen worden alternerend gemaaid en per perceel van binnen naar buiten zodat de fauna een uitweg heeft naar de randen. (zie beheer op blz. 27).
Brede landschappelijke hagen met inheemse soorten en d) bomenrijen zullen ook een waardevolle bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Verschillende elementen zoals gemengde haag, struikvormers, inheemse klimplanten en bomenrijen, zorgen voor meer biodiversiteit in het landschap (zie beplanting op blz. 27 t/m 32).
Niet van toepassing
14
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Motivatie geschiktheids bepaling Het onderzoek van de WUR geeft ook verschillende uitgangspunten mee voor het ontwerp van het zonnepark in relatie tot de bodem. a)
Zuid-opstelling:
Uit het onderzoek blijkt dat een oost-west opstelling voor biodiversiteit veel nadelen heeft in vergelijking met een zuid-opstelling. Er komt veel minder licht onder de panelen waardoor de bedekking met vegetatie gering is, er weinig soorten groeien en bodemdegradatie dreigt. Oostwest opstellingen worden in dit verband dan ook afgeraden. b)
Afstand tussen tafels:
Hoe meer ruimte tussen de panelen, hoe meer kansen voor biodiversiteit. Uit het onderzoek blijkt dat vanaf ca. 200 cm er al relatief hoge soortenaantallen tussen de panelen voor kunnen komen. Belangrijk is wel dat er voor een beheer van maaien en afvoer van maaisel voldoende manoeuvreerruimte voor een tractor is. 250 – 300 cm tussen de panelen is daarvoor voldoende. Voor Zonnepark Kleine Bergerweg is een afstand van 250 cm aangehouden tussen de rijen panelen. c)
Breedte en hoogte panelentafels
Onder smalle tafels komt meer licht op de bodem dan onder brede. De tafels voor Zonnepark Kleine Bergerweg hebben een breedte van 346 cm en maximale hoogte van 177 cm De panelen zullen mee glooien met het onderliggende landschap om zo het reliëf in het gebied zichtbaar te houden. De hoogte van het laagste deel is volgens het onderzoek minder belangrijk voor lichtinval. De breedte van 346 cm is niet smal te noemen, maar ook niet extreem breed. Er is voor Zonnepark Kleine Bergerweg een afweging gemaakt om meer ruimte tussen de rijen te
d)
Neerslagverdeling
Panelen die strak tegen elkaar aangelegd zijn, stroomt het regenwater helemaal naar beneden en blijft het onder de panelen droog. Dit heeft een negatief effect op de vegetatie en het bodemleven onder de panelen. Om betere verdeling van de neerslag te krijgen, dient er een spleetje van minimaal 1 cm tussen de panelen te zijn. Door de panelen ‘landscape’ te plaatsen i.p.v. ‘portrait’ liggen de spleetjes dichter bij elkaar en is de neerslagverdeling nog beter. Voor Zonnepark Kleine Bergerweg voorzien wij de panelen te plaatsen in landscape met minimaal 1 cm tussen de panelen zodat de neerslag ook onder de panelen op de bodem terecht kan komen. e) De toelichting bij een ruimtelijk plan voor een zonnepark bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het derde of het vierde lid en het vijfde lid.
g) Een ruimtelijk plan dat een zonnepark toelaat bevat een verplichting tot het verwijderen van het zonnepark na beëindiging van de activiteit. De ontmanteling is gewaarborgd in een anterieure overeenkomst en Amoveringsplan. h) Het tweede lid geldt niet voor een zonnepark op de locatie van de stortplaats in Schinnen, als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid. De voorwaarden bedoeld in het vijfde lid, onder a tot en met c, zijn van overeenkomstige toepassing. Niet van toepassing.
Zie onderbouwing Landschappelijke inpassing vanuit de RES handreiking (op blz. 16 t/m 20). Bij het vaststellen van een ruimtelijk plan dat voorziet in een f) bestemming die een zonnepark toestaat houdt het gemeentebestuur rekening met het betrekken van de omgeving bij de toekenning van de bestemming, het zorgdragen voor maatschappelijk draagvlak voor de toekenning van de bestemming en het maximaal gebruik van de mogelijkheden voor (financiële) participatie bij de exploitatie van het zonnepark. Meerdere participatie trajecten zijn doorlopen, waarbij de input vanuit omwonenden zijn meegenomen in de plannen en een financiële participatie is uitgewerkt met de coöperatie.
laten en iets smallere paneeltafels op te nemen.
15
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Onderbouwing landschappelijke inpassing vanuit de RES handreiking
• Open of halfopen landschappen De meeste oud-bouwlandgebieden, vaak velden geheten, bezitten nog hun karakteristieke openheid; bebouwing alleen aan de rand op de overgang naar beekdal of andere soms later ontgonnen laagte. In het plangebied zien we ook een relatief open landschap van gras- en bouwlanden waarbij de kavels relatief groot en blokkig zijn. Dit komt door de late ontginningsstructuur die rond 1900 over het gebied is gelegd en de latere schaalvergroting. Op de historische kaarten (zie blz. 6 &7 ) is goed te zien dat in het gebied tussen de Grote- en de Kleine Bergerweg een rationele blokverkaveling is gelegd.
Bouwstenen landschap Roerdalen: Open cultuurlandschap (veldenlandschap)
1. Locatie geschiktheid Locatie voor Zonnepark Kleine Bergerweg ligt deels in ‘Zeer/grotendeels geschikt’, maar voor een merendeel in ‘Minder geschikt’. Wij zullen daarom de volgende stappen ‘Minder geschikt’ als uitgangspunt aanhouden, dit ook met het idee dat strengere eisen een beter zonnepark zullen opleveren. 2. Geschiktheid landschapskenmerken • Gebied bevindt zich niet in het Zilvergroene natuurzone, de Bronsgroene landschapszone, de Goudgroene natuurzone of binnen een waterwingebied • Gebied valt in het veldontginningslandschap en heeft een relatief grote blokverkaveling • Gebied heeft een vlakke bodem (weinig reliëf) • Gebied ligt in een open en halfopen landschap • Gebied met weinig natuurwaarden/biodiversiteit door de aanwezigheid van productieve landbouwgrond • Gebied met beperkte bebouwingsdichtheid door grote afstand bebouwingskernen • Gebied heeft kavelgrenzen met noord-zuid en oostwest-strekking
16
Het plangebied bevindt zich in het open cultuurlandschap (meer specifiek het veldenlandschap). De geschiktheid van het plangebied is aangemerkt als ‘nauwelijks geschikt’ omdat de schaal van het initiatief in veel gevallen aanpassingen van landschappelijke structuren vergt. Een belangrijke randvoorwaarde is het herkenbaar houden van de karakteristiek van het landschap. De maat en schaal van het betreffende landschapstype is bepalend voor de maximale omvang van de ontwikkeling. In de onderstaande punten geven we aan waarom het plangebied volgens ons wel geschikt is in plaats en schaal voor de inpassing van het zonnepark. • Gebieden met een vlakke bodem (weinig reliëf) Deze locatie biedt mogelijkheden voor een goede inpassing, waarbij geen reliëfrijke landschappen of grote bospercelen, die zo kenmerkend zijn voor het buitengebied van Sint Odiliënberg, worden aangetast en daarnaast geen opschaling van kavelmaten nodig is. De gunstige blokverkaveling door de schaalvergroting zorgt er voor dat opschaling niet nodig is. Daarnaast houden we in het landschapsplan rekening met de huidige kavelgrenzen en accentueren we deze juist extra in het plan. Het plangebied ligt dan ook in een voor het gebied vrij vlak agrarisch en ingeklemd tussen verschillende opgaande groenstructuren zoals grote bospercelen, robuuste houtsingels en boomkwekerijen met hoge hagen.
Het inpassen van een zonnepark hierin is daarom goed mogelijk. Geschiktheid: JA
Opvallend is de verandering van het beboste gebied op de roerdalgronden in het oosten. Deze zijn in de loop van de tijd steeds verder ontgonnen ten behoeve van heidevelden en landbouwgrond. Het gebied is hier opener geworden. Daarentegen is het westelijke ontginningsgebied, waar het zoekgebied zich bevindt, van een heel open gebied naar juist een beslotener mozaïeklandschap gegaan, door de komst van bosjes en fruitkwekerijen, die aanleiding geven om het zonneveld beter in te passen in het plangebied. Door deze opgaande groenstructuren wordt het zonnepark visueel afgeschermd van naastgelegen bebouwing en recreatieroutes en kunnen nieuwe opgaande groenstructuren een bijdrage leveren aan het aanwezige groene en recreatieve karakter van het landschap. Daarnaast is het gebied rijk aan een aantal oude Limburgse hoeven met bijbehorende massieve groenstructuren zoals statige bomenlanen en oude bospercelen. Deze afwisseling tussen grote open ruimtes en robuuste groenstructuren, maakt het gebied afwisselend in open en geslotenheid, interessant om doorheen te rijden en daardoor geliefd bij toeristen. Verschillende toeristische routes lopen ook langs het plangebied over de Kleine Bergerweg. Geschiktheid: JA •
Rationele verkaveling met rechthoekige of blokvormige perceelvormen De kavelstructuur is blokvormig, maar wordt meer een stroken verkaveling richting het Roerdal in het oosten van het zoekgebied. Deze blokverkaveling is gunstig voor de inpassing van het zonnepark, omdat er hierdoor in het panelenveld geen rare overhoeken of onbruikbare stukken ontstaan en zo het zonneveld efficiënt ingepast kan worden. Geschiktheid: JA
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Onderbouwing landschappelijke inpassing vanuit de RES handreiking • Gebieden met weinig cultuurhistorische tijdlagen Bijzonder is het Leropper- en Linnerveld. Deze bezitten voor Nederlandse begrippen unieke geomorfologische waarden. Echter het plangebied bevindt zich op een locatie in het Linnerveld waar sprake is van relatief weinig reliëf verschil. Ook de karakteristieke openheid van het Linnerveld is nauwelijks nog waarneembaar door de komst van nieuwe bospercelen en boomkwekerijen rond het plangebied. Het landschap rond het plangebied was vroeger open, maar mede door de schaalvergroting rond 1900 en de komst van productiebosjes en boomkwekerijen in het gebied zijn de landschapskarakteristieken van de oude tijdslagen niet goed leesbaar meer in dit deel van het Linnerveld. Het zonnepark sluit aan op deze ontwikkeling van een halfopen landschap, door verschillende zichtlijnen en ruimte te laten, in dit deel van het Linnerveld en voegt zo juist een nieuwe tijdslaag toe in het recent veranderde landschap. Geschiktheid: JA • Gebieden met weinig natuurwaarden / biodiversiteit De natuurwaarde van het plangebied is laag te noemen. Doordat het gebied voornamelijk gebruikt wordt voor intensieve landbouw.
De aanwezige bospercelen hebben nog enige natuurwaarde en zorgen voor wat biodiversiteit in het gebied, maar doordat het productiebosjes betreft, is de natuurwaarde niet heel groot. De impact op de aanwezige lokale natuur is hierdoor erg laag, kunnen juist ecologische waarden worden toevoegde door de maatregelen die worden genomen. Geschiktheid: JA
•
Gebieden met beperkte bebouwingsdichtheid en afstand tot bebouwingskernen Roerdalen bestaat uit de kernen Herkenbosch, Melick, Montfort, Posterholt, Sint Odiliënberg en Vlodrop. Plangebied Zonnepark Kleine Bergerweg ligt op geruimen afstand van de dichtbij zijnde kernen Linne (0,6 km), Montfort (1,2 km) en Sint Odiliënberg (2,4 km). Daarnaast ligt er tussen de kern van Linne en het plangebied een spoorlijn en de A73, die zowel een visuele als fysieke barrière vormt. In de directe omgeving van het plangebied liggen in totaal 9 woningen met in meer of mindere mate zicht op de locatie. De dichtheid en daarmee mogelijke overlast van het toekomstige zonnepark kunnen we daarom als laag bestempelen rond het plangebied, waardoor de locatie geschikt is voor een zonnepark. Geschiktheid: JA • Kavelgrenzen met noord-zuid en oostwest-strekking Kavelgrenzen hebben beide een noord-zuid en oost-west strekking, waardoor de panelen parallel of haaks op de kavelgrenzen geplaatst kunnen worden bij een meest gunstige bezonningspositie. Dit zorgt voor een rustig landschappelijk beeld, geen rafelranden en een efficiënte indeling van het kavel.
Geschiktheid: JA • Grootschalige omkadering van perceelcomplexen Hoewel het plangebied in het open veldontginningslandschap ligt, is er spraken van een mozaïeklandschap rond het plangebied en omkaderd met verschillende opgaande perceelbeplanting zoals een houtsingel, bomenrij, productiebosjes en de aanwezigheid van een kwekerij met hoge hagen. In het inrichtingsplan handhaven wij deze opgaande structuren en sluiten wij hier tevens op aan en gebruiken wij deze landschapsscructuren om het zonnepark in te passen in het landschap.
0,6 km
1,2 km
2,4 km
Geschiktheid: JA -> Lokale uitwerking is mogelijk 3. Bepaal landschapswaarde Vanuit de landschapsanalyse is gebleken dat het plangebied zich bevindt in het open cultuurlandschap (meer specifiek het veldenlandschap). Van oudsher zijn dit open landbouwgebieden.
• Herkomstwaarde Vanuit landschappelijk en recreatief oogpunt is het belangrijk om de ontstaansgeschiedenis van het landschap te kunnen herleiden uit het landschap. Het plangebied kent een rijke geschiedenis die sterk onderhevig is geweest en altijd nog is, aan verandering. Er zijn in de loop der tijd nieuwe functies en inrichtingen bijgekomen die het oude landschap hebben doen veranderen. Vooral het van oudsher open karakter van de veldontginningen zijn deels verloren gegaan door de toevoeging van opgaande structuren die het gebied in een meer half open landschap hebben gemaakt. Wel zijn er nog altijd zichtlijnen naar het zeer open Linnerveld ten westen van het plangebied die erg waardevol zijn en de openheid van het veldenlandschap ervaarbaar maken in het plangebied. De belangrijkste zichtlijnen nemen we op in het inrichtingsplan. Daarnaast is een nieuwe laag over het oude landschap gekomen rond 1900, dat geresulteerd heeft in een grootschaliger blokverkaveling. Deze blokverkaveling houden we in stand in het ontwerp en versterken we juist door het zonnepark in te passen in deze duidelijke blokverkaveling en vervolgens aan te zetten met een landschappelijke haag voor een natuurlijke inpassing van het zonnepark. Tevens sluiten we met deze landschappelijke inpassing van hagen aan bij de laatste en nieuwste landschappelijke laag in het landschap.
Die van de boomkwekerijen met hun windkerende hagen rondom de percelen. Op deze manier zijn drie verschillende tijdslagen uit de ontstaansgeschiedenis opgenomen in het ontwerp. Te weten, de zichtrelatie en zichtlijnen naar het open Linnerveld, de karakteristieke blokverkaveling uit de ontginning van 1900 en de moderne tijdslaag van de boomkwekerijen met hagen op de perceelsgrens in de omgeving. Belevingswaarde • Het gebied staat bekend als recreatief aantrekkelijk gebied. De afwisseling van grote open velden, bospercelen, het Roerdal en het kenmerkende glooiende landschap (reliëf) maken het gebied aantrekkelijk voor fietser en voetgangers. Ook langs het plangebied loopt een aantal fietsroutes. Het zonnepark wil hier op aansluiten door een rust- en informatiepunt te maken langs deze route. Aan de Kleine Bergerweg komt een rustpunt met uitkijkpunt en informatiebord waar informatie over het zonnepark, de hoeveelheid duurzame energie die het opwekt en de flora en fauna die voor komt rond het zonnepark. Hiermee wordt dus ingespeeld op de recreatieve doelstellingen van de 17
Projectnummer: 203863 | 16 augustus ‘24 | Eelerwoude
Zonnepark Kleine Bergerweg Onderbouwing landschappelijke inpassing vanuit de RES handreiking gemeente Roerdalen om het buitengebied aantrekkelijker te maken voor recreanten. Doordat de randen van het park groener en diverser worden, ontstaat er een gevarieerder en interessantere beleving van het buitengebied. Daarnaast wordt er rond het zonnepark uitleg gegeven aan de doelstellingen van de gemeente voor duurzame opwekking en de ecologische meerwaarde van het park. Gebruikswaarde • De huidige functie van het plangebied is monofunctioneel en voorziet enkel in de teelt van gewassen. Daarmee draagt het weinig bij aan de directe omgeving en de beleving er van. Met de komst van het zonnepark verandert dit. Het park voorziet in de opwekking van duurzame energie en de klimaat- en energiedoelen van de gemeente Roerdalen. Daarnaast brengt het zonnepark meer biodiversiteit in het gebied door de toevoeging van meer en diverser inheems groen, dat op zijn beurt weer bijdraagt aan verschillende doelsoorten en voorkomende soorten zoals de das en de patrijs. Maar ook insecten en andere kleine zoogdieren profiteren van de nieuwe landschappelijke inpassing van het zonnepark. Daarnaast wordt het gebied, in tegenstelling tot de huidige situatie, toegankelijker voor omwonenden en toeristen.
• Toekomstwaarde Alleen al het feit dat het zonnepark duurzame energie op wekt zorgt al voor een duurzamere invulling van het plangebied en een bijdrage aan een duurzame toekomst van Nederland als geheel. De panelen zullen na 30 jaar verwijderd worden en de grond zal in de zelfde staat opgeleverd worden als dat het in gebruik was genomen, zodat het weer voor de landbouw gebruikt kan worden. In de dertig jaar dat het zonnepark in gebruik is, zal er een gericht beheer plaats vinden dat bijdraagt aan de ecologische doelstellingen van het zonnepark. Zie hiervoor ook het hoofdstuk beplanting en beheer op blz. 25 t/m 30. 4. Laadvermogen Doordat het landschap rond het plangebied steeds kleinschaliger is geworden met de komst van productiebosjes en boomkwekerijen, zijn er ook meer functies bijgekomen in het gebied. Ook zijn er plannen voor een zonnepark aangrenzend aan de nabijgelegen vuilstortplaats. Hoewel het zicht op die zonneparken weinig effect op de omgeving heeft door de aanwezigheid van verschillende opgaande 18
groenstructuren in de omgeving. Toch, zal al deze functies zorgen voor een grotere druk op het landschap. Het ene landschap kan een grotere verscheidenheid aan functie aan dan het andere. Zo ook het veldontginningslandschap. Door de uitgestrektheid en openheid van dit landschapstype is het laadvermogen beperkt, echter is het landschap waarin het plangebied ligt sterk veranderd en van een open landschap geleidelijk aan naar een halfopen mozaïeklandschap gegaan. Dit halfopen landschap zorgt voor een groter laadvermogen, doordat opgaande groenstructuren een betere inpassing van functies garandeert. De aanwezige productiebosjes, houtsingel en hagen van boomkwekerijen grenzend aan het plangebied zorgen al voor een landschappelijke inpassing van de nieuwe functie. Maar er kan tevens ook op aangesloten worden voor een nieuwe landschappelijke inpassing. Bij het nieuwe zonnepark aan de Kleine Bergerweg sluiten we ook aan bij deze reeds bestaande groenstructuren en zorgen we op die manier voor een zachte landing van het zonnepark in het landschap en een logische invulling die passend is in het huidige landschappelijke beeld. Door gebruik te maken van landschappelijke hagen, sluiten we aan bij de naastgelegen boomkwekerijen in de omgeving en zorgen we er voor dat het zonnepark nauwelijks aanwezig is in het landschappelijke beeld.