Agendabundel
Tekst van het document
• Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz • Module gemeenschappelijke Regeling beschermd wonen, maatschappelijke opvang, bemoeizorg en • preventie • CJG
16
Reguliere werkzaamheden De reguliere werkzaamheden in dit programma houden verband met het organiseren van formele ondersteuning voor onze kwetsbare inwoners op het gebied van jeugd, Wmo, participatie, werk en inkomen en arbeidsmarkt. • Beleid werk en inkomen • Arbeidsmarktbeleid • Begeleiding statushouders en migranten • Aanpak bemoeizorg • Ondersteuning mantelzorg • Beleid en inkoop jeugd • Beleid en inkoop wmo Wat mag het kosten? Overzicht baten en lasten bedragen x € 1.000 2. Participatie, ondersteuning en zorg Saldo van baten en lasten Lasten Baten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Onttrekkingen Mutatie reserves Resultaat
Rekening 2022
Begroting 2023
- 25.893 6.530 - 19.363
- 29.747 7.782 - 21.965
761 761
1.505 1.505
- 18.601
- 20.461
Begroting 2024
MJR 2025
MJR 2026
MJR 2027
- 26.952 - 26.517 - 26.027 - 25.914 5.519 6.050 6.431 6.006 - 21.433 - 20.467 - 19.596 - 19.909
20 20
20 20
-
-
- 21.413 - 20.447 - 19.596 - 19.909
Toelichting verschillen tussen begroting 2024 en begroting 2023. De grootste wijzigingen in begroting 2024 ten opzichte van de begroting 2023 worden veroorzaakt door: • De gemeentelijke bijdrage (exclusief projecten) aan het SC MER stijgt met € 155.000 op basis van hun begroting. • Stijgende personeelslasten ten gevolge van CAO ontwikkelingen 2023 en bijstellen conform functieboek, € 97.000. • Het uitkeringsbudget bijstandsuitkeringen wordt in 2024 naar boven bijgesteld met € 240.000 vanwege te verwachten hogere uitgaven • De doorbetaling van de rijksbijdrage aan Westrom daalt in 2024 met € 111.000 op basis van de meicirculaire 2023. • In 2023 zijn grote woning aanpassingen aan de orde. Hierdoor zijn de lasten in 2024 € 130.000 lager. • De verwachting is dat de kosten hulp bij het huishouden opnieuw zullen stijgen met € 300.000. • In 2023 zijn eenmalige onttrekkingen. • Begroot aan reserves onder andere in het kader van Wmo en participatie, waaronder de inzet van de reserve Armoedefonds.
17
Programma 3: Veilige dorpen Inleiding Definitie Dit programma is opgezet met een nadruk op veiligheid, waarbij sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeente, de politie en de burgers. De inwoners nemen maatregelen om onveilige situaties te voorkomen en krijgen waar nodig hulp van partners binnen de veiligheidssector. Dit kunnen de gemeente, de politie, de Veiligheidsregio, Het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC), zorgpartners en woningbouwcorporaties zijn. Wat willen we bereiken en wat gaan we doen? Strategisch programmadoel: veilige en leefbare dorpen Doel: Ons streven is dat onze inwoners zo min mogelijk en bij voorkeur helemaal niet, slachtoffer worden van criminaliteit. Wij willen hierin verder gaan dan reactief optreden en ons focussen op preventieve maatregelen en bewustwordingsprogramma's. Visie: Onze visie is om van elk dorp een plek te maken waar mensen floreren en waar de gemeenschap sterk is. We geloven in het creëren van veilige, leefbare dorpen die niet alleen vrij zijn van geweld en criminaliteit, maar ook plekken waar gemeenschappen kunnen groeien en zich ontwikkelen. We zien een toekomst waarin onze inwoners vol vertrouwen deel uitmaken van een samenleving die hun veiligheid waarborgt en hun welzijn bevordert. Door te investeren in preventie en bewustwording, leggen we de basis voor een langdurig veilige en leefbare omgeving.
Wij geloven dat een veilig en leefbaar dorp een plek is waar iedereen gelijke kansen heeft om te groeien, te ontwikkelen en te genieten van een hoge kwaliteit van leven.
Tactisch doel 1: Samen met onze veiligheidspartners voorkomen en beperken we de risico’s dat inwoners slachtoffer worden van criminaliteit of overlastsituaties. Waar mogelijk beëindigen we de situatie. Actie 1: We voorzien onze inwoners van de nodige informatie en middelen om proactieve maatregelen te nemen tegen criminaliteit en onveiligheid. Daarbij steunen we burgerinitiatieven die bijdragen aan de veiligheid in onze dorpen We faciliteren en stimuleren inwoners om proactief maatregelen te nemen tegen criminaliteit en onveilige situaties. Dit omvat het verstrekken van relevante informatie en tools, zoals advies over cybercriminaliteit, burenoverlast en brand- en inbraakpreventie. We werken samen met het educatiecentrum Risk Factory, dat focust op de beleving van gezondheid en veiligheid voor jongeren en senioren. Deze centra blijven zich ontwikkelen en richten zich op thema's als drugshandel, online weerbaarheid en brandveiligheid. Verder werken we nauw samen met het RIEC. Het RIEC richt zich op de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Ze verbinden informatie, expertise en krachten van de verschillende overheidsinstanties. Daarnaast stimuleert en ondersteunt het RIEC de publiek-private samenwerking bij de aanpak van ondermijning.
Dit doen wij in samenwerking door opleidingen te verzorgen op middelbare scholen, met als doel het bewustzijn over de gevaren van ondermijnende criminaliteit te vergroten en te voorkomen dat jongeren in de criminaliteit belanden.
18
In het Regionaal Beleidsplan Politie 2024 – 2027 lezen we dat ICT middelen steeds vaker worden gebruikt voor criminele doeleinden. Denk hierbij aan Whatsapp- en bankhelpdeskfraude. We zien traditionele criminaliteitsvormen in Limburg verder afnemen. Tegelijkertijd constateert de politie een zeer hoge stijging van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit in Limburg.
Operationeel doel: We gaan proactief en snel reageren op actuele veiligheidsontwikkelingen. We zorgen ervoor dat we altijd op de hoogte zijn van nieuwe trends en ontwikkelingen in het veiligheidslandschap en informeren onze inwoners hierover via diverse communicatiekanalen. Dit stelt ons in staat om effectief en tijdig te reageren op mogelijke veiligheidsbedreigingen.
Actie 2: We richten ons op het versterken en implementeren van brandpreventie, niet alleen binnen onze gemeenschap, maar ook daarbuiten, met bijzondere nadruk op grensoverschrijdende initiatieven Als gevolg van klimaatverandering worden we geconfronteerd met een groeiend gevaar van onbeheersbare bos- en natuurbranden. We erkennen het belang van voortdurende en intensieve grensoverschrijdende samenwerking tussen onze organisaties voor bos- en natuurbeheer en de brandweer. Gezien de escalerende dreiging, zetten we ons volledig in om te voorkomen dat bosbranden steeds vaker onbeheersbaar worden.
Operationeel doel: Als onderdeel van ons streven naar versterkte bosbrandpreventie, zetten we de (grensoverschrijdende) samenwerking voort. Daarbij richten we ons op de uitvoering van de in het Risicobeheerplan 2021-2025 Natuur- en Bosbrand Meinweg-Grenzwald opgenomen maatregelen en acties. In samenwerking met alle betrokken sectoren zetten we ons gezamenlijk in om het project Natuur- en Bosbrandbeheersing 2023-2026, INTERREG VI – A, succesvol uit te voeren binnen het Grenspark Maas Swalm Nette. Actie 3: Vergroten bewustwording en meldingsbereidheid over veiligheid en leefbaarheid onder inwoners We vinden het belangrijk dat onze inwoners zich comfortabel en gemakkelijk voelen bij het melden van problemen, zorgen of situaties die de veiligheid en leefbaarheid van onze gemeenschap beïnvloeden. Door de meldingsbereidheid te vergroten, kunnen we tijdig en doeltreffend reageren op uiteenlopende kwesties, variërend van onveilige situaties op straat tot overlast of hinderlijke omstandigheden. Dit stelt ons in staat om passende maatregelen te nemen, samen te werken met relevante instanties en de nodige ondersteuning te bieden aan onze inwoners.
Operationeel doel: We zullen een pilot spreekuur opzetten waarbij onze BOA's (Buitengewoon Opsporingsambtenaren) één keer per week fysiek aanwezig zijn op een nog nader te bepalen locatie. We continueren de samenwerking met Meld Misdaad Anoniem. In 2024 wordt een meldpunt Wet goed verhuurderschap ingericht. Met deze wet kunnen gemeenten landelijk vastgestelde regels aannemen om goed verhuurderschap te bevorderen. Actie 4: Verstevigen en actualiseren bestuurlijke aanpak ondermijning Ondermijning is een ernstige bedreiging voor de veiligheid en het welzijn van onze samenleving. Het is een fenomeen waarbij legale structuren, zoals bedrijven en overheidsinstellingen, worden geïnfiltreerd door criminele activiteiten.
19
We blijven actief investeren in de bestrijding van ondermijning, waarbij we aansluiten op het Regionaal Beleidsplan Politie 2024-2027 met thema’s als mensenhandel, drugsproductie, radicalisering en polarisatie. Door deze vormen van ondermijning aan te pakken, streven we ernaar om de veiligheid en integriteit van onze samenleving te waarborgen en de schadelijke effecten op onze gemeenschap te verminderen.
Operationeel doel: We actualiseren onze Algemene Plaatselijke Verordening. We actualiseren ons bibob-beleid om actief de strijd tegen ondermijning aan te gaan. Zo kunnen we effectieve instrumenten implementeren om criminele infiltratie in legale structuren te voorkomen en bestrijden. Samen met het RIEC werken we aan weerbare samenleving in de strijd tegen ondermijning. Actie 5: Onderhoud AED’s Bij een plotselinge hartstilstand is snelle actie essentieel om het leven van de patiënt te redden. Elke minuut telt en de eerste paar minuten zijn cruciaal. Ambulances en medisch personeel hebben vaak tijd nodig om ter plaatse te komen, vooral in afgelegen gebieden. Een AED in de gemeenschap kan onmiddellijk worden gebruikt door een omstander, zelfs voordat het medisch personeel arriveert, wat het overlevingspercentage kan verhogen.
Operationeel doel: Wij hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in de aanschaf en onderhoud van een groot aantal AED’s binnen de verschillende kernen. We hebben een goed werkend Reanimatie Oproep Netwerk (RON). In 2024 zullen twee AED’s vervangen moeten worden. Samen met Stichting Hart voor Limburg onderzoeken we mogelijkheden om ons RON verder uit te breiden door samenwerking te zoeken met de lokale ondernemers.
Tactisch doel 2: Sterker positioneren van de domeinen zorg en veiligheid, zowel lokaal als regionaal Actie 1: Versterken van de samenhang tussen domeinen zorg en veiligheid De domeinen zorg en veiligheid kunnen niet zonder elkaar. Het is essentieel om de verbinding en samenwerking rondom complexe casuïstiek, zorgmijders, huiselijk geweld, nazorg ex-gedetineerden en hoardingssituaties verder te structureren en versterken. Door dit te doen, kunnen we een effectievere aanpak en ondersteuning bieden aan onze inwoners die te maken hebben met deze uitdagende situaties. Door de verbinding te leggen tussen verschillende betrokken partijen, zowel op lokaal niveau als in de regio, kunnen we kennis en expertise delen, gezamenlijke oplossingen vinden en de juiste ondersteuning bieden aan degenen die dit het hardst nodig hebben. Veiligheid speelt hierbij een cruciale rol, omdat het zowel ambtelijk als bestuurlijk de basis vormt voor het waarborgen van het welzijn en de veiligheid van onze gemeenschap.
Operationeel doel: Samen met diverse betrokken partijen delen we informatie, werken we samen en stemmen we af om effectieve zorg en ondersteuning te bieden binnen de grenzen van de AVG. We gaan waar mogelijk op MER-niveau een uniforme werkwijze ontwikkelen voor de aanpak van complexe casuïstiek.
20
Actie 2: Invoering Wet Aanpak Samenhangende Meervoudige Problematiek in het Sociaal Domein (Wams) De gemeente werkt samen met andere organisaties om inwoners te ondersteunen bij de aanpak van meervoudige problematiek. Een terugkerend vraagstuk daarbij is de regeling van gegevensuitwisseling tussen partijen in het sociaal domein en aanpalende domeinen. De ondersteuning van inwoners bij meervoudige problematiek slaagt alleen wanneer betrokken partijen onderling gegevens kunnen uitwisselen. Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens ontbreekt hiervoor op dit moment een deugdelijke wettelijke grondslag. Dit leidt tot handelingsverlegenheid ten aanzien van gegevensdeling en verwerking waardoor de inwoners met meervoudige problematiek niet adequaat geholpen kunnen worden. Het Wetsvoorstel Aanpak Samenhangende Meervoudige Problematiek in het Sociaal Domein (Wams) beoogt hierin te voorzien. Per 1 juli 2024 treedt de Wams in werking. Dit vraagt om een doorontwikkeling van digitale ondersteuning.
Operationeel doel: We gaan in samenwerking met de MER-gemeenten: De processen met betrekking tot gemeentelijke taken die onder de Wams vallen, in kaart brengen en vervolgens aanpassen aan de vereisten van de Wams en andere relevante wetgeving. De softwareapplicatie PGAx onderzoeken om te beoordelen of dit aan de wettelijke verplichtingen voldoet zodat we dit op MER-niveau kunnen implementeren, wat de integrale samenwerking bevordert en kostenbesparingen oplevert. Actie 3: Geweld in afhankelijkheidsrelaties op de kaart zetten. Geweld in afhankelijkheidsrelaties, zoals partnergeweld, ouderenmishandeling en kindermishandeling, komt in diverse vormen voor en treft alle lagen van de samenleving, ook in Roerdalen. De MER gemeenten hebben samen met ketenpartners de zelfscan “Werken aan Veiligheid” ingevuld, wat heeft geresulteerd in een plan van aanpak. Dit plan van aanpak is tot stand gekomen vanuit “De Regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling”. De opbrengst hiervan geeft ons een beeld van waar we de samenwerking tussen partners binnen het zorg en veiligheidsdomein kunnen verbeteren en versterken met als doel geweld in afhankelijkheidsrelaties terug te dringen.
Operationeel doel: We geven invulling aan het plan van aanpak waarbij verbetering en versterking in de samenwerking een uitgangspunt is. Grip op samenwerking • Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) Reguliere werkzaamheden • Borgen van de rampenbestrijding en crisisbeheersing • Gemeentelijke processen oranje kolom • Advisering grootschalige evenementen • Advisering bij explosievenonderzoeken • Schakel tussen zorg en veiligheid • Regie Vangnetoverleg (Integrale aanpak complexe casuïstiek, Bemoeizorg en zorgmijders) • Regie Hoarding, ernstig vervuilde woningen en verplichte zorg • Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Limburg (Integrale aanpak complexe casuïstiek in combinatie met criminaliteit)
21
• • • •
Handhaving Openbare orde en veiligheid (toezicht, handhaving en buurtbemiddeling) Aanpak ondermijnende criminaliteit (Bibob-toets, Damoclesbeleid, integrale controles, cybercrime) Radicalisering en polarisatie
Wat mag het kosten? Overzicht baten en lasten bedragen x € 1.000 3. Veilige dorpen
Rekening Begroting Begroting 2022 2023 2024
MJR 2025
MJR 2026
MJR 2027
Saldo van baten en lasten Lasten Baten Saldo van baten en lasten
- 2.284 184 - 2.100
- 2.506 193 - 2.313
- 2.523 56 - 2.468
- 2.525 56 - 2.470
- 2.535 56 - 2.480
- 2.535 56 - 2.480
Resultaat
- 2.100
- 2.313
- 2.468
- 2.470
- 2.480
- 2.480
Toelichting verschillen tussen begroting 2024 en begroting 2023. De grootste wijzigingen in begroting 2024 ten opzichte van de begroting 2023 worden veroorzaakt door: • De gemeentelijke bijdrage aan de Veiligheidsregio Limburg Noord stijgt met € 81.000 op basis van hun begroting. • Stijgende personeelslasten ten gevolge van CAO ontwikkelingen 2023 en bijstellen conform functieboek, € 60.000. • In 2023 vindt een vooronderzoek en inrichting van vernietigingslocatie explosieven plaats, dit betekent lagere kosten van € 79.000 in 2024. • In 2023 is de rijksvergoeding van de hoogwaterramp 2021 ontvangen, dit betekent lagere inkomsten in 2024 van € 122.000.
22
Programma 4: Economie, Natuur, Toerisme, Cultuur en Duurzaamheid Inleiding Dit programma richt zich op het bevorderen van duurzaamheid en het versterken van de gebiedsgerichte ruimtelijke, economische en sociale samenhang, met het accent op ruimtelijke ontwikkeling en economische activiteiten, zonder de natuur onherstelbaar te belasten. Economie, natuur, cultuur en duurzaamheid worden hierbij met elkaar in verband gebracht in het kader van toeristisch-recreatieve ontwikkeling. Bestaande economische dragers worden gefaciliteerd, evenals nieuwe initiatieven met een economische spin-off. We werken steeds meer integraal en gebiedsgericht, waarbij projectmatig werken steeds meer wordt geïntegreerd. De Omgevingswet geeft ons hiervoor meer mogelijkheden. De doelen en de acties binnen dit programma worden gedaan voor en het liefst samen met onze inwoners. Onze inwoners worden zelf meer verantwoordelijk in het vergunningenproces als zij een aanvraag indienen door de invoering van en het werken volgens de Omgevingswet. Wij zullen onze inwoners hierbij ondersteunen. De link met programma 1 Krachtige dorpen met ‘Samen doen’/ Andere overheid ligt duidelijk voor de hand. In dit programma wordt ook een kentering in Rijksbeleid zichtbaar.
Het Rijk trekt steeds meer de regie ‘Nationale regie op de ruimtelijke ordening’ naar zich toe, maar laat daarbij wel steeds meer taken door de gemeente uitvoeren zonder de hiervoor benodigde structurele middelen hieraan te koppelen. Wordt de gemeente daarmee meer en meer een uitvoeringsloket? Als dat zo is, gebruiken we dan nu de tijdelijke ruimte die geboden wordt en zetten we de beperkte capaciteit in op de mogelijkheid die zich nu voordoet voor medebewind? Er is een constant spanningsveld tussen wettelijk vereiste – waarvoor dus feitelijk geen afweging mogelijk is- en het willen voeren van medebewind als lokaal bestuur bij het participeren in de Nationale Programma’s die regionaal worden uitgewerkt. Meer dan ooit is het zoeken naar een balans tussen capaciteit (die veelal ook met meer middelen lastig in te vullen is) en middelen (waar voor beleidsmatig werk steeds vaker subsidie te krijgen is, maar voor de uitvoering wederom niet). Daarnaast kost het aanvragen van subsidies weer capaciteit, waarbij er op voorhand vaak geen garantie is, dat deze al dan niet gedeeltelijk wordt toegekend. Binnen dit programma 4 valt onder andere het Nationaal Programma Landelijk Gebied c.q. het Limburgs Programma Landelijk Gebied (LPLG) waaraan opgavegericht gewerkt wordt. Het behalen van de Natura 2000 doelen, is ook een taak die valt binnen dit kader op onze eigen terreinen.
In deze roerige tijden waarin met het Rijk en de provincie over opgaven gesproken wordt en piketpaaltjes geslagen worden, is het belangrijk dat wij koersvast blijven, focus blijven houden en daar waar over onze belangen gesproken wordt, zoveel mogelijk mee richting te kunnen bepalen, zodat de belangen van onze gemeente zo goed mogelijk worden vertegenwoordigd. Wat willen we bereiken en wat gaan we doen?
Strategisch programmadoel: bevorderen van duurzaamheid en het versterken van de gebiedsgerichte ruimtelijke, sociale en economische samenhang. Het doel van dit programma is om nieuwe, duurzame mogelijkheden op het gebied van recreatie, toerisme, natuur, cultuur en wonen te creëren. Deze onderwerpen vormen de economische motor van onze gemeente. Bestaande werkgelegenheid kunnen we hiermee in stand houden en er ontstaat (in)direct werkgelegenheid voor onze inwoners. Hierdoor wordt onze lokale economie verder versterkt en worden we aantrekkelijker als woon-, werk en leef-gemeente.
23
Roerdalen is een grensgemeente. Als we een cirkel rondom Roerdalen trekken met een doorsnee van 30 kilometer, dan valt een groot deel van deze cirkel in Duitsland. Het is dus logisch om samen te werken met onze Duitse partners. Wij zetten ons Euregionaal in en ook dat biedt nieuwe kansen. Verder werken we samen in de Samenwerking Midden-Limburg, Nationaalpark (De Meinweg) nieuwe Stijl, OML en in Keyport.
Tactisch doel 1: Aan de slag met de Omgevingswet. Als de Omgevingswet in 2024 inwerking treed is er nog veel werk te doen. Een van de doelen is dat zowel burgers als ondernemers actief participeren bij de besluitvorming over hun leefomgeving. Die gedachte sluit aan bij onze programmalijnen “Samen Doen”, “Andere Overheid” en bij onze vier kernwaarden “Vertrouwen, Respect, Gelijkwaardigheid en Verantwoordelijkheid”. Eveneens zorgt de Omgevingswet voor het samenvoegen van wetten en een vereenvoudiging van de regels. In november 2017 heeft de gemeenteraad het Programmaplan implementatie Omgevingswet vastgesteld. De uitvoering hiervan moet worden bijgesteld aangezien de inwerkingtreding van de Omgevingswet meermaals is uitgesteld (nu tot 1 januari 2024). Ook in 2024 werken we verder aan de implementatie van de wet in onze organisatie. Het Programmaplan implementatie Omgevingswet bestond uit vier hoofdonderdelen waarvan de Omgevingsvisie en Programma’s zijn afgerond. In 2024 komt de nadruk te liggen op de nieuwe manier van werken onder andere met het Digitaal Stelstel Omgevingswet (DSO). De informatievoorziening richting onze inwoners is hierbij van belang. Het dienstverleningsniveau blijft minimaal gelijk. We blijven samen met de gemeenteraad werken aan de rol van de raad onder de nieuwe wet.
Voor het uitvoeren van het programmaplan Omgevingswet is een bestemmingsreserve ingesteld waaruit de kosten van de werkzaamheden worden gedekt. Aangezien de wet meermaals is uitgesteld en we daarmee dus langer inhuur nodig hebben (gehad) om de wet te implementeren is extra budget nodig (vervangingscapaciteit en externe advisering bij het opstellen van het Omgevingsplan). Er zijn na 1 januari 2024 nog de lopende aanvragen die we dan volgens de ‘oude’ wet en regels moeten afhandelen. We moeten ook met de nieuwe procedures onder de Omgevingswet aan de slag. Actie 1: Van bestemmingsplan naar Omgevingsplan In het Omgevingsplan komen alle regelingen die te maken hebben met de fysieke leefomgeving samen op één plaats. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de huidige regels onderdeel geworden van het Omgevingsplan van rechtswege, dit noemt men ook wel het tijdelijk omgevingsplan. Voor de overgang van het tijdelijke omgevingsplan naar een nieuw gebiedsdekkend omgevingsplan geeft het rijk alle gemeenten een overgangsperiode tot 31 december 2032. Eind 2022 is er door de gemeenteraad een uitgangspuntennotitie voor het omgevingsplan vastgesteld. Deze uitgangspuntennotitie wordt in 2024 verder uitgewerkt in een plan van aanpak dat aangeeft hoe we de komende jaren komen tot één gebiedsdekkend Omgevingsplan. Vanaf 2023 werken we aan het samenstellen van het Omgevingsplan.
Wij zijn aan de slag met het transformeren van de huidige bestemmingsplanregels naar regels in het Omgevingsplan, de zogenaamde set van basisregels. Ook in 2024 werken we aan deze basisregelset. Nadat de basisregelset is opgesteld en verankerd is in het Digitaal Stelstel Omgevingswet (DSO) gaan we het DSO verder vullen met regels uit verordeningen en beleidsregels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Uiterlijk eind 2032 kent de gemeente een gebiedsdekkend Omgevingsplan. Deze transformatie is erg complex en vraagt om extra inzet. Daarnaast werken we het eerste jaar aan het
24
afhandelen van plannen die onder de oude wetgeving zijn ingediend. Ook ontvangen we al plannen onder de nieuwe wetgeving. Wij verwachten voor deze werkzaamheden extra (externe) capaciteit nodig te hebben. Daarom wordt de reserve Omgevingswet aangevuld vanuit de extra verwachte inkomsten uit de bouwleges in 2024.
Operationeel doel: De uitgangspuntennotitie wordt in 2024 uitgewerkt in een plan van aanpak dat aangeeft hoe we de komende jaren komen tot één gebiedsdekkend Omgevingsplan komen. In 2023 is gestart met het transformeren van de huidige bestemmingsplanregels naar een basisregelset. Deze werkzaamheden worden in 2024 voortgezet. Actie 2: Kunnen werken met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Bij de start van de Omgevingswet moeten drie lokale systemen zijn aangesloten op de landelijke voorziening van het DSO. Met de koppelingen kunnen de lokale systemen en de landelijke voorzieningen informatie uitwisselen. De gemeente is aangesloten op het DSO. De basis is hiermee gereed. Wij verwachten niet dat op 1 januari 2024 alle functionaliteiten van het DSO werken. Vooral de landelijke voorzieningen werken nog onvoldoende en zijn nog in ontwikkeling. Wij bereiden ons voor om ondanks het niet volledig functioneren van de systemen, onze burgers te kunnen faciliteren. Dit wordt gedaan aan de hand van tijdelijke alternatieve maatregelen. Wat dit precies voor consequenties heeft is nu nog niet duidelijk. Onder voorbehoud van de technische werking van het digitaal stelsel wordt na de inwerkingtreding van de Omgevingswet het digitaal stelsel gevuld met onder andere regels uit het Omgevingsplan en zo genaamde Toepasbare regels.
Dit zijn vragenlijsten waarmee gebruikers zelf na kunnen gaan of er een toestemming noodzakelijk is voor plannen in de leefomgeving. De vragenlijsten zijn gebaseerd op het gemeentelijk beleid. Met een vragenboom krijgt een gebruiker, zoals een initiatiefnemer, concreet antwoord op bijvoorbeeld de vraag: “Mag ik hier (op deze locatie) mijn initiatief starten of heb ik daar bijvoorbeeld een vergunning voor nodig?”.
Operationeel doel: Bij ingang van de Omgevingswet het DSO zo optimaal als mogelijk te kunnen gebruiken, en waar nodig tijdelijke alternatieve maatregelen in te zetten.
Tactisch doel 2: Natuur klimaatbestendiger maken en realiseren Actie 1: Klimaatbestendige natuurontwikkeling We streven in Roerdalen naar een gezonde mix van multifunctionele bossen, natuurlijke bossen, natuurterreinen met hoge biodiversiteit en landschapselementen die een bijdrage leveren aan de beleving van het landschap. Door de klimaatverandering staat de gezondheid van de bos- en natuurterreinen onder druk. De komende jaren werken we verder aan het klimaatbestendiger maken van onze natuur- en bosterreinen. We werken ook aan beheers- en inrichtingsmaatregelen ter verbetering van de natuurkwaliteit en voor bosbrandpreventie. Ook werken we aan initiatieven die biodiversiteit stimuleren. Deze omvormingen kosten tijd en geld en staan voor nu gepland tot en met 2031. Voor de diverse maatregelen die uitgevoerd worden, vragen wij de beschikbare subsidiemogelijkheden aan. Zelf ontwikkelen wij geen natuur. Wel nemen wij als grondeigenaar deel aan initiatieven die natuurontwikkeling stimuleren. Een voorbeeld hiervan is het Flinke Ven. De Provincie staat aan de lat
25
om een groot deel van dit landbouwgebied om te vormen naar natuur. Als grondeigenaar hebben wij de afgelopen jaren actief meegewerkt om deze realisatie mogelijk te maken. Eind 2023 vindt de eerste doorlevering van gronden in dit gebied plaats. De verwachting is dat de Provincie in 2024 of 2025 start met de verdere ontwikkeling van dit gebied naar natuur. Zo voldoen wij toch aan het 3de speerpunt (Duurzame energie, natuur en klimaat) uit het coalitieakkoord waarin is opgenomen dat wij nieuwe natuur willen ontwikkelen.
Operationeel doel: We werken tot 2031 aan 50 ha bosverjonging. Daarnaast realiseren we herstelmaatregelen ten behoeve van de natura 2000 doelsoorten, zoals bosrandontwikkeling, venherstel en heideverbindingen. Ook werken we aan een kwaliteitsimpuls van 200 ha bos. Actie 2: Transitie Nationaalpark de Meinweg Nationaal Park de Meinweg is in transitie. Het Rijk wil dat deze groeien naar parken van een grotere omvang zodat een Nationaal Park niet alleen bestaat uit zeer waardevolle natuurgebieden (Natura2000), maar ook de omliggende gebieden omvat. Deze gebieden samen moeten een ecologisch en landschappelijk geheel gaan vormen. We werken aan een nieuwe Nationaal Park zodat we de status als Nationaal Park kunnen behouden. Het nieuwe Nationaal Park is een park van Swalm tot Roer, met meer beleving en allure. Het vernieuwde park verbindt de huidige Meinweg, het Swalmdal, het Roerdal, Vlootbeek en het tussenliggende landschap. Het nieuwe Nationaal Park levert geen belemmeringen op (er is bijvoorbeeld geen ambitie om vanuit deze transitie agrarische grond naar natuur te veranderen), maar vooral kansen voor bijvoorbeeld recreatie en toerisme. Het Nationaal Park is een toeristische trekker en brengt toeristen en recreanten naar Roerdalen, waardoor er een economische spin-off is door het Nationaal Park.
We gaan in 2024 van start met de uitvoering samen met alle betrokken partijen (waaronder o.a. de regiogemeenten, Staatsbosbeheer en ondernemers). We zijn samen met de gemeente Roermond bestuurlijk trekker van het nieuwe Nationaal Park.
Operationeel doel: in 2024 willen we duidelijkheid over het behoud van de status van Nationaal Park, geven het nieuwe Nationaal Park vorm en starten met de promotie van het nieuwe grote Nationale Park. Actie 3: Limburgs Programma Landelijk Gebied Het landelijk gebied van Limburg staat wel voor een aantal flinke uitdagingen: de kwaliteit van natuur en water staan onder druk en er is behoefte aan een bestendig sociaal-economisch perspectief voor de landbouw. De Provincie is aan zet om een tiental landelijke doelen te behalen en voegt hier nog een viertal Provinciale doelen aan toe. Samen vormt dit het Limburgs Programma Landelijk Gebied (LPLG). In onderstaand schema zijn deze doelen te vinden:
26
Bron: LPLG (Provincie Limburg, 2023)
Operationeel doel: we werken mee aan het LPLG en vertegenwoordigen Roerdalen in de Plattelandscoalitie, het overlegorgaan van de LPLG, om de Roerdalense belangen in te brengen.
Tactisch doel 3: (Door)ontwikkeling recreatie, toerisme en cultuur In 2023 stelden we het Beleidskader Recreatie en Toerisme gemeente Roerdalen 2023 – 2027 vast. Dit kader is geheel in lijn met de Omgevingsvisie. Uiteindelijk heeft dit geleid tot de volgende strategische visie: Wij streven naar kwaliteit van ons recreatief-toeristisch product. Daarnaast vinden we het belangrijk dat onze ondernemers economisch voordeel behalen, maar alleen als dit in balans blijft met de kleinschaligheid van onze gemeente. Tot slot willen wij dat onze inwoners achter ons staan, zodat de lusten en de lasten altijd in balans zijn. We werken aan deze visie, op basis van de onderstaande vier speerpunten: Versterken - Vernieuwen en innoveren – Samenwerken – Positioneren. Gekoppeld aan de visie en speerpunten hebben we het Uitvoeringsplan Recreatie en Toerisme gemeente Roerdalen 2023 – 2027 vastgesteld. Hierin staat wat we de komende vier jaar willen gaan doen. Tevens hechten we veel waarde aan ons cultuurlandschap. Cultuur verrijkt onze samenleving! Hoewel we geen ambtelijke capaciteit beschikbaar hebben, stimuleren we initiatieven die de ontwikkeling van cultuur in de gemeente vergroten. Actie 1: Versterken We willen het aanbod graag versterken, daarvoor kijken we waar we kunnen (door)ontwikkelen.
Daarnaast werken wij aan de gastvrije sector en willen we bijdragen aan het aantal banen (werkgelegenheid).
27
Operationeel doel: Kwaliteitsverbetering van het recreatief routenetwerk. We maken een inventarisatie van de recreatieve routes, met als doel deze op te knappen waar nodig. We streven uiteindelijk naar de hoogste kwaliteit. Ontsluiten van erfgoed met belevingswaarde en cultuurroutes. We werken mee aan een regionaal project om thematische ontsluiting te bevorderen, eventueel in combinatie met lange en korte routes. Het ontwikkelen van het concept ‘The Big Five’ (1De Big Five = Kempenbroek, NP De Groote Peel, NP De Meinweg, Rivierpark Maasvallei en Leudal.) 1. Hiermee zorgen we voor een bovenregionale aantrekkingskracht door thematische binding, samenhang en uniformiteit tussen vijf Midden-Limburgse natuurgebieden. Doorontwikkelen van toegankelijke routes voor mindervaliden. We zijn in 2023 reeds gestart met een inventarisatie en starten in 2024 met het maken van aanpassingen en leggen binnen het reguliere budget mogelijk ook nieuwe routes aan. Spreiding van verkeersstromen. We werken aan projecten om parkeerproblemen op te lossen, zoals de toeristische overstappunten “Limburgse Eikpunten’ en parkeerhubs. In 2024 willen we het eerste Eikpunt realiseren. We werken ook aan het vitaliseren van onze verblijfslocaties.
Hiervoor is door de regio, in samenwerking met de provincie, een vitaliteitsmanager aangesteld die inzicht geeft in de toekomstbestendigheid van het aanbod en handreikingen doet voor verdere ontwikkeling. Starten met het project grensoverschrijdend ruiteren. Tot 2026 wordt in de regio Grenspark Maas-Swalm-Nette gewerkt aan een grensoverschrijdend ruiternetwerk van ca. 900 km. Het opstarten van het Keyport-project ‘Regio in je rugzak’ met als doel om de jeugd enthousiast te maken voor de regionale arbeidsmarkt en te zorgen dat onze ondernemers aantrekkelijker werkgevers zijn of worden. Het opwaarderen van de ruitercrossbaan op de Meinweg. Hier zijn we in 2023 mee gestart en wordt in 2024 volledig afgerond. Het stimuleren we de ambassadeursdag, om de samenwerking tussen de recreatief-toeristische ondernemers te bevorderen en te werken aan de ambassadeursrol van onze ondernemers en medewerkers. Actie 2: Vernieuwen en innoveren We willen gaan vernieuwen en innoveren. Dat doen wij door vernieuwende initiatieven te stimuleren, te ontwikkelen en binnen te halen. Daarbij is ruimte voor variatie, vergroten van beleving, nieuwe doelgroepen en inspelen op toekomstige ontwikkelingen belangrijk. Natuurlijk wel passend binnen ons beleid.
Operationeel doel: Het uitvoeren van een doelgroepenonderzoek. We willen graag nieuwe doelgroepen verwelkomen in onze gemeente en deze faciliteren. Het opstellen van een subsidieregel die vernieuwende initiatieven in ons bestaand toeristischrecreatief stimuleert. Actie 3: Samenwerken Wij kunnen het niet alleen en moeten dat ook niet willen. Samenwerken zorgt sowieso voor meer draagvlak. We hebben het dan over samenwerken – het liefst met zoveel mogelijk partijen bij elkaar met inwoners en ondernemers, met buurgemeenten in Midden-Limburg en over de grens met Wassenberg en Niederkrüchten en met onze partners. Wij gaan dan ook kijken waar we de al bestaande samenwerking kunnen verbeteren, maar ook waar we nieuwe samenwerkingen kunnen aangaan.
28
Operationeel doel: Het continueren en waar mogelijk verbeteren van de samenwerking met en tussen de ondernemers(verenigingen). Tevens zorgen voor het leggen van verbindingen tussen ondernemers en overige instanties. Het versterken van de samenwerking met onze Duitse buurgemeenten om de unieke ligging aan de Duitse grens beter te benutten. Het opzetten van een adviesgroep voor de recreatieve paardensport, die helpt, ondersteunt en meedenkt bij de realisatie van nieuwe plannen voor de hippische sport in Roerdalen. Actie 4: Positioneren Positioneren is zeer belangrijk richting de toekomst. Wie zijn wij, wat willen we zijn en hoe gaan we dat bereiken. Wij gaan Roerdalen zo goed mogelijk neerzetten en er reclame voor maken. Dit doen wij door de eigen identiteit en de sterke en unieke kanten (meer) te laten zien.
Operationeel doel: Het bepalen van een duidelijke recreatief-toeristisch profiel waarmee we de komende 4 jaar de gemeenten gaan ‘verkopen’. Doorontwikkelen van Klein Geluk. We hebben een uniek concept in huis wat heel belangrijk is voor onze identiteit, maar wat opnieuw onder de aandacht gebracht moet worden. Het opstellen van een adviesrapport voor de regiopromotie 2025-2028. Voor de bovenregionale promotie een strategische aanpak bepalen richting 2030. Dit in overleg met andere Midden-Limburgse gemeentes. Het ontwikkelen van een provinciale datatool voor toeristisch-recreatieve data in Limburg. Beleidsmatig is het een randvoorwaarde om goede stuurinformatie te hebben. Ondernemers faciliteren en stimuleren om te gaan werken met de Leefstijlvinder. Het verkrijgen van betrouwbare toeristisch-recreatieve gemeentelijke data is essentieel voor controle van beleid en uitvoering van (regio)promotie. Actie 5: Ondersteunen culturele initiatieven Cultuur draagt bij aan een positief effect op onze gezondheid en ons welzijn. Wij vinden het als gemeente daarom heel belangrijk en waardevol dat onze inwoners en bezoekers hier van kunnen genieten.
Operationeel doel: In 2024 ondersteunen we initiatieven van bijvoorbeeld inwoners en stichtingen die de ontwikkeling van cultuur in de gemeente vergroten (bijvoorbeeld Kunststroom of Limburg festival). We hebben een beperkt budget om incidenteel nieuwe ideeën of projecten aan te jagen of mee op te starten.
29
Tactisch doel 4: Gezond ondernemersklimaat stimuleren In het coalitieakkoord Roerdalen 2022-2026 staat als 6de speerpunt “Groene gemeente, met een gezond ondernemersklimaat” waarbij de economische ontwikkeling in balans met natuur en landschap moet zijn. Bij het 2de tactische doel in dit programma zijn wij al ingegaan op de natuuropgave (3de speerpunt), in dit 3de tactische doel gaan we in op hoe we het ondernemersklimaat gezonder willen maken en houden. Gemeente Roerdalen is een gemeente waarin ondernemers de ruimte krijgen om te ondernemen. Om dit te stimuleren zetten we in op het verbinden van overheid, bedrijfsleven, onderwijs en maatschappelijke organisaties. Met deze samenwerking willen we een bijdrage leveren aan het ondernemersklimaat, regels vereenvoudigen, faciliteren in arbeidsmarkt en innovatie, en kennisontwikkeling stimuleren. Actie 1: Ondersteunen ondernemers In 2024 gaan we verder met de lijn die we hebben ingezet. We vinden het belangrijk dat de gemeente bereikbaar en toegankelijk is. De bedrijvencontactfunctionaris is het aanspreekpunt voor ondernemers in onze gemeente. Hij gaat in gesprek met ondernemers, verwijst, denkt mee en verbindt. Tevens vinden we het belangrijk om een goede samenwerking te hebben met ondernemersverenigingen en verbindingen te leggen met samenwerkingspartners.
Ook kijken we naar kansen en ontwikkelingen voor ondernemers rondom de Meinweg.
Operationeel doel: Op reguliere basis plannen we bedrijfsbezoeken in (ambtelijk/bestuurlijk). Dit doen we op verzoek maar ook proactief. We vinden het belangrijk om in contact te blijven en op de hoogte van ontwikkelingen in het werkveld. We houden 2x per jaar een bestuurlijk overleg met alle ondernemersverenigingen om kennis te delen en elkaar te (blijven) informeren. 2x per jaar organiseren we een ondernemersavond en een themabijeenkomst. Hier worden actuele thema’s nader toegelicht en bieden we ondernemers de kans om onderlinge relaties te versterken. Per kwartaal verzenden we een nieuwsbrief naar ondernemers. Hierin proberen we de laatste ontwikkelingen te vermelden. Actie 2: Regionale samenwerking voortzetten Gemeente Roerdalen is betrokken bij een aantal samenwerkingen. Wij hebben grotendeels dezelfde doelen. Waar mogelijk proberen wij ook de diverse partijen aan elkaar te koppelen. OML versterkt onze Midden-Limburgse economie bij ruimtelijk-economische vraagstukken zoals gebiedsontwikkeling, herstructurering en de aanleg en verkoop van nieuwe bedrijventerreinen in Midden-Limburg. Wij zijn samen met de gemeente Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw en Roermond aandeelhouder van Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML). Keyport is een samenwerkingsverband van de gemeente Roerdalen, Leudal, Maasgouw, Weert, Nederweert, Roermond en Cranendonck.
Keyport is een triple-helix organisatie die continu op zoek is naar de verbindingen tussen bedrijfsleven, overheid en onderwijs- en kennisinstellingen. Het doel is om samen uit te groeien tot een sterke economische regio. Keyport ondersteunt en versnelt door simpelweg de koppen bij elkaar te steken of precies de juiste deuren te openen. In 2024 gaan we de samenwerking met de gemeente Roermond verder uitbreiden. We gaan gebruik maken van elkaars sterke punten en waar mogelijk projecten samen oppakken. Als wij onze krachten en kennis (nog meer) bundelen gaan we efficiënter om met onze middelen.
30
Samenwerking Midden-Limburg (SML) is een netwerksamenwerking van de MiddenLimburgse gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert. Met gebundelde energie bouwt SML aan drie hoofdopgaven. Een duurzaam en klimaatbestendig Midden-Limburg, een toekomstbestendige (Circulaire) economie en een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Vanuit Programma 2 ‘Participatie, ondersteuning en zorg’ wordt met het tactisch doel “Mensen met een hulpvraag kunnen makkelijk terecht, worden sneller en beter geholpen en voelen zich gehoord” met de actie ‘herontwerp arbeidsmarkt’ hier ook aan bijgedragen. In 2023 wordt in Midden-Limburg opnieuw gewerkt aan een aanvraag voor een Regiodeal 5de tranche. Bij een Regiodeal werken Rijk en regio als partner samen om belangrijke opgaven in Nederland aan te pakken en de brede welvaart te vergroten c.q. ervoor te zorgen dat deze niet achteruit gaat. Gemeenten, provincies, kennis- en culturele instituten, ondernemers en maatschappelijke organisaties, maar ook de Euregio, maken samen een integrale aanpak die past bij de opgave en het DNA van het gebied. Regio’s dragen hier ook zelf financieel aan bij. Begin 2024 wordt bekend of de aanvraag succesvol is, dan wordt in 2024 uitvoering gegeven aan de Regiodeal. Bij de nieuwe aanvraag nemen we de aanbevelingen van het Rijk ter harte.
De nieuwe aanvraag heeft een duidelijke link met de Strategische Investeringsagenda van Midden-Limburg.
Operationeel doel: Als Gemeente Roerdalen sluiten we met ons bedrijventerrein Roerstreek Oost, deelgebied Roerdalen aan bij het visiedocument ‘Bedrijventerreinen van de toekomst – Roermond’. Hierin zijn een zestal thema’s uitgewerkt op weg naar toekomstbestendige bedrijventerreinen We gaan in 2024 een pilot starten met WeAreRoermond.nl. De pilot heeft als doel om beide gemeentes nader tot elkaar te brengen en te versterken als het gaat om wonen, werken, leren en beleven. We geven uitvoering aan de Regiodeal.
Tactisch doel 5: Bevorderen duurzame energie. De Roerdalense vertaling van het Nationale Klimaatakkoord (we sluiten aan bij de ambities uit het klimaatakkoord) is om lokaal te werken aan duurzame energie. Dat gaat over het opwekken van schone elektriciteit op grote schaal door zonneparken en op kleine schaal op daken van bewoners. Ook andere opwektechnieken kunnen hierbij helpen, zoals windenergie. We besparen elektriciteit en vooral aardgas door te isoleren in woningen en andere gebouwen. Daarnaast gaan we over van aardgas naar duurzame warmtebronnen. We hebben vanuit het Actieplan Duurzame Energie 20192022 veel acties en maatregelen in gang gezet en uitgevoerd. Diverse acties uit het Actieplan lopen de komende jaren nog door. Tegelijkertijd werken we sinds de zomer 2023 aan een nieuwe Koersbepaling Duurzaamheid 2050, waar we ook in 2024 nog aan zullen werken. De nieuwe koers zal invloed hebben op en verschuivingen aanbrengen in de prioriteiten waar we de komende jaren aan werken. De financiële vertaling hiervan volgt pas in de begroting 2025 en verder. Voor 2024 zetten we de huidige budgetten door. Zoals ook al in de Kadernota opgenomen is voor de meeste klimaatopgaven grond nodig. Hierdoor neemt de schaarste op de grondmarkt toe. We willen in overleg met alle belanghebbenden invulling geven aan de klimaatopgaven.
We richten op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik, zowel binnen als buiten de bebouwde omgeving. Actie 1: Uitwerken Koersbepaling 2050 Vanuit het Actieplan 2019-2022 hebben we allerlei acties opgestart. We wilden meteen impact maken in de uitvoering en parallel ons beleid ontwikkelen. Daarmee hebben we geen langjarig en integrale visie gemaakt. Met alle ontwikkelingen rond het elektriciteitsnet, energiearmoede, duur aardgas, nieuwe mogelijkheden van energieopwekking gaan we nu wel inzetten op de integrale langjarige visie. Ook de rol en regie die we als gemeente willen innemen, zal worden uitgewerkt. Dit
31
doen we in de Koersbepaling Duurzaamheid 2050. We gaan dit intensief samen met onze inwoners en raadswerkgroep doen. Deze koersbepaling zal ook leiden tot meer duidelijkheid rondom het thema windenergie in onze gemeente. Begin 2024 zal de koers duidelijk worden. Dat zal zorgen voor het voortzetten van bepaalde lopende acties, maar ook voor verschuivingen in prioriteiten en nieuwe acties. De invloed op de begroting is nu nog niet te voorspellen, maar zal waarschijnlijk wel plaatsvinden.
Operationeel doel: Opleveren Koersbepaling 2050 Opveren vertaling Koersbepaling in strategie (middellange termijn) en actieplan (4 jaar) Actie 2: Het grootschalig opwekken van duurzame energie In actieplan 2019-2022 hebben we de ambitie uitgesproken om grootschalige duurzame opwek, ten grootte van 75MW, binnen onze gemeentegrenzen te realiseren, tot 2030. Op dit moment werken we aan het faciliteren van 25MW (megawatt) zonneveld verdeeld over 2 projecten en het ontwikkelen van een eigen zonneveld van 7MW naast de stort in Montfort. Hiervoor zijn er al budgetten opgenomen in de begroting en deze budgetten willen we ook doorzetten voor 2024. Voor ons eigen zonneveld zal er in 2024 een eenmalige investering gevraagd worden voor de realisatie hiervan. Ondertussen is de energiemarkt enorm veranderd. Er is netwerkcongestie, er doen zich constant nieuwe technische ontwikkelingen voor en ook zijn dingen die vroeger rendabel waren dat nu niet meer en andersom. Hierdoor moeten we blijven bijsturen en meebewegen met de steeds veranderende situatie. De huidige projecten die we in gang hebben gezet zullen we blijven uitvoeren maar voor nieuwe plannen moeten we toch nieuwe inzichten gaan verwerven. Om toch een stip op de horizon te zetten en te kijken hoe grootschalige opwek hier zijn plaats in kan vinden zijn we een proces gestart dat zal leiden tot de “Koersbepaling Duurzaamheid 2050”.
Hierin zal bepaald worden: • Hoeveel elektrische energie er nodig is. • Wat onze ambitie is deze binnen de gemeente grenzen op te wekken. • Hoe we deze kunnen opwekken binnen de gemeente grenzen.
Operationeel doel: Vervolgen uitvoering huidige opwekprojecten. Ambities helder hebben voor de toekomst. Actie 3: Kleinschalige opwek en besparing stimuleren We hebben onze inwoners de afgelopen jaren volop geïnformeerd en gestimuleerd om met de eigen woonomgeving aan de slag te gaan. Dat zullen we blijven doen. We blijven onze energiecoaches inzetten om inwoners te helpen. De zon op dak regeling gaat uitgevoerd worden. En we blijven nieuwe stimuleringsacties uitwerken. De samenhang met de Transitie Visie Warmte (TVW) en ons isolatieprogramma is daarin groot. We zullen aandacht hebben voor koop en huurwoningen, corporatie en commercieel bezit, gedrags- en technische maatregelen en de korte- en middellange termijn.
32
Operationeel doel: Op 300 daken liggen over uiterlijk twee jaar zonnepanelen via het zon op dak programma. In 2024 verwachten we 200 daken te beleggen. 200 bezoeken en coachingsgesprekken in 2024 Actie 4: De transitievisie warmte vormgeven en uitvoeren In actieplan 2019-2022 hebben we de ambitie uitgesproken een transitie in gang te zetten omtrent het, op een duurzame manier, verwarmen van onze bebouwde omgeving. Dit hebben we voorzien in 3 fases nl.: • Het doen van een uitgebreide wijkanalyse. • Het uitvoeren van het wijkplan als pilot en hier een procesblauwdruk van maken. • Het toepassen van de procesblauwdruk in andere wijken. Op basis van de gegevens uit de wijkanalyse (eind 2023), stellen we een uitvoeringsplan op en starten met de uitvoering van de pilotwijk. De gegevens hiervan worden verwerkt voor de verdere uitrol van de TVW. Aangezien de analyse pas in en na 2024 gedaan kan worden, nemen we de TVW niet in zijn geheel op in de “Koersbepaling Duurzaamheid 2050”. Wel kunnen we nu al hierin onze ambitie en accenten vastleggen waarop we een kunnen bijsturen op basis van de resultaten uit de pilotwijk. De uitvoer van de TVW zal in nauwe samenwerking zijn met het programma Besparing + de uitrol van de lokale invulling van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP).
Operationeel doel: Wijkanalyse en wijkuitvoeringsplan afronden. Start uitvoering pilot. Actie 5: Het verduurzamen van ons eigen vastgoed Samen met de portefeuille vastgoed kijken we waar de wens en noodzaak tot verduurzamen ligt binnen ons eigen vastgoed en zullen we hierop een integraal en doelmatig beleid voeren. Hiervoor is het belangrijk te weten: • Waar de behoefte ligt tot verduurzamen. • Hoe de verduurzamingsvraag zich verhoudt tot het gebruik van de accommodatie. • Wat onder onderhoud valt en wat een extra opgave is. - Hierin moet ook de vraag beantwoord worden wie aan de lat staat voor deze extra investering en het bijkomende onderhoud in de toekomst. • Of we deze investering dekken uit lopende gelden of incidentele gelden. In 2024 voeren we de vooronderzoeken naar verduurzaming uit, de eerste aanloopkosten en eventuele kleine maatregelen uit. Het is niet verstandig om nu alvast gelden te reserveren voor het toekomstbestendig maken van een gebouw, aangezien het zicht op deze kosten pas komt wanneer de beslissing tot het actief oppakken van de verduurzamingsvraag al is genomen. In de Raadswerkgroep Roerdalen in Balans wordt dit besproken. Vooruitlopen op deze kosten geeft geen realistisch beeld over de financiële opgave.
Operationeel doel: Analyseren op welk vastgoed de focus moet liggen. Oppakken van de eerste verduurzamingen van de accommodaties.
33
Tactisch doel 6: investeren om te renderen Er wordt geïnvesteerd waar wij dit van belang achten, om daarmee te renderen, en wij werken hierbij samen met diverse (verbonden) partijen. De concrete acties die voortkomen uit het project “Investeren om te renderen” zijn opgesteld in een plan van aanpak en zetten de ambities op het gebied van duurzaamheid extra kracht bij. Al deze ontwikkelingen dragen bij aan een kwalitatief goed woon- en leefklimaat en zijn daardoor op verschillende niveaus verbonden met bijvoorbeeld programma 3 (Veilige dorpen), programma 5 (Wonen) en programma 6 (Groenbeheer). Actie 1: Plan van aanpak investeringen In 2021 is onderzocht of we meer structurele inkomsten voor de gemeente kunnen genereren. Hierbij denken we aan het plaatsen van een reclamemast, reclameobjecten of een zendmast. In 2022 is een onderzoek opgestart naar de realisatie van een reclamemast langs de A73. Dit haalbaarheidsonderzoek is nog niet afgerond vanwege de inzet van capaciteit op andere projecten. In 2024 wordt het haalbaarheidsonderzoek naar de reclamemast afgerond. Het haalbaarheidsonderzoek naar de opties van reclameobjecten langs de gemeentelijk wegen is afgerond en het plan van aanpak is geschreven. In 2023 is dit plan van aanpak uitgevoerd waarbij de verwachting is dat in het eerste half jaar van 2024 de eerste inkomsten worden gegenereerd.
Operationeel doel: Het afronden van het haalbaarheidsonderzoek naar de reclamemast langs de A73; In de het eerste half jaar van 2024 de eerste inkomsten uit de reclameobjecten langs de wegen genereren. Ook onderdeel van het plan van aanpak investeringen is het realiseren van extra pachtgronden door een actiever grondbeleid. Om snel te kunnen handelen en grond aan te kunnen kopen wanneer kansen zich voordoen is er in de Programmabegroting 2021 een bedrag van € 1.000.000- beschikbaar gesteld om dit onder andere mogelijk te maken. Eén van de doelstellingen was om hieruit 9 hectare landbouwgrond aan te kopen. In 2023 zijn er 4 hectare aangekocht. Het is de doelstelling om de overige 5 hectare in 2024 te verwerven.
Tactisch doel 7: (Mede)bewind en programmatisch werken Zoals in de inleiding beschreven trekt het Rijk steeds meer de regie naar zich toe (‘Nationale regie op de ruimtelijke ordening’) en laat daarbij steeds meer taken door de gemeenten uitvoeren. Nederland staat voor een groot aantal opgaven, die allemaal gerealiseerd moeten worden in een klein land, waar ruimte schaars is. Op het moment dat een Nationaal Programma ontwikkeld wordt, doet zich de tijdelijke mogelijkheid voor om vooraf in (sub)regionaal verband of op provinciaal niveau invloed uit te oefenen op de nadere concretisering van het desbetreffende programma. Het aantal programma’s dat in een gestage stroom over Nederland uitgerold wordt en dat op provinciaal en regionaal niveau uitgewerkt moet worden is omvangrijk. De werkzaamheden zijn additioneel en de reguliere capaciteit voor deze opgaven komt daarmee nog meer onder druk te staan. Het niet deelnemen aan het ontwikkelproces voor een programma betekent echter dat de Roerdalense belangen niet worden gehoord en wij ook minder invloed op de regels voor eventuele middelen (subsidies) voor de realisaties maken. Ondanks het belang zijn wij desalniettemin, gezien de druk op de capaciteit en de middelen, selectief met waar wij als Roerdalen de focus op leggen.
Momenteel ligt de focus op deelname aan proces rondom het Limburgs Programma Landelijke Gebied, waarvoor Roerdalen bestuurlijk aanspreekpunt is namens de Ons-WCL gemeenten voor de gebiedsvisie De
34
Meinweg. Maar ook ligt er een focus op het Programma Waterveiligheid (programma 6) en het Programma Woningbouw (programma 5). Actie 1: Medebewind en programmatisch werken Doordat de informatie die nodig is, over de programma’s heen gaat, om onze belangen zo integraal mogelijk in te kunnen brengen bij deze gebiedsvisie De Meinweg, vraagt deze manier van werken (programmatisch werken) ook meer dan de capaciteit van andere collega’s en teams dan voor het reguliere werk beschikbaar is.
Operationeel doel: De Roerdalense belangen behartigen tijdens het totstandkomingsproces van het programma en het opstellen van de subsidie-eisen voor het Limburgs Programma Landelijk gebied; Actie 2: Bewind Naast de programma’s waarover nog beperkt medebewind mogelijk is, legt het Rijk ons soms ook opgaven op, wederom zonder capaciteit en middelen ter beschikking te stellen. De ontwikkeling van een grote ondergrondse leidingenstrook door onze gemeente (Delta Corridor) is nog onzeker maar is zo’n situatie. Deze leidingenstrook doorkruist waardevolle gebieden, zoals de Meinweg, het Roerdal en Munnichsbos. Hoewel wij begrijpen dat deze ontwikkeling kansen biedt voor de verduurzaming van Limburg heeft het realiseren van de corridor een grote impact op onze gemeente. De corridor doorkruist onze bebouwde omgeving, ons buitengebied, twee Natura 2000 gebieden, waaronder het Nationaal Park de Meinweg, en diverse plekken met hoge gebieds- en natuurwaarden. Onze visie op deze gebieden is gericht op een versterking van ons toeristisch recreatief profiel en ons economisch profiel dat hier aan gelieerd is. Dit is onder andere opgenomen in onze gemeentelijke Omgevingsvisie Roerdalen 2050 en in de Belevingsvisie Nationaal Park de Meinweg. Deze versterking is lastig vorm te geven in het gebied rond de beoogde aanleg van de corridor.
Wij hebben het consortium daarom gevraagd om een compensatie vanwege de negatieve impact. Deze extra financiële bijdrage aan een gemeentelijke voorziening is bedoeld ten behoeve van de omgevingskwaliteit. Daarmee kunnen we de negatieve impact van de aanleg van de corridor voor onze gebieden, omwonenden en ondernemers verzachten. Hierbij wordt onder ander gedacht aan het bevorderen van de lokale energietransitie, de versterking van onze natuur en de leefbaarheid van onze kernen.
Operationeel doel: Wij voeren trajectbegeleiding voor de aanleg van de Delta Rhine Corridor. We zetten in op een extra financiële bijdrage van het consortium als compensatie voor de aanleg van de Delta Rhine Corridor voor de verzachting van de negatieve impact van de aanleg (zowel voor onze trajectbegeleiding als de impact op de omgeving). Grip op samenwerking • Servicecentrum MER-Omgevingsdienst (Gemeenschappelijke Regeling) • Grenspark Maas-Swalm-Nette (gemeenschappelijke regeling) • Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML, vennootschap) • Stichting Ons WCL (stichting) • Regionale uitvoeringsdienst Limburg-Noord (gemeenschappelijke regeling) • Euregio Rijn-Maas-Noord (overige verbonden partij) • SML • Keyport
35
Reguliere werkzaamheden • Afronden ontwikkeling LOG Montfort • Economie • Recreatie en toerisme • Cultureel erfgoed/cultuur • Ruimtelijk beleid • Deelname in grenspark Maas, Swalm, Nette • Deelname Samenwerking Midden-Limburg Economie • Deelname Samenwerking Midden-Limburg Toerisme en Recreatie • Deelname Netwerkberaad Samenwerking Midden-Limburg • Deelname Keyport • Deelname Euregio • Deelname in VVV Midden-Limburg • Deelname in Stichting Ons WCL • Deelname Regionale Energie Strategie • Euregionale Samenwerking (Wassenberg en Niederkrüchten) • Deelname Waterschap / Gebiedsvisie De Meinweg (Jacqueline?) • Deelname Samenwerking Midden-Limburg Ruimte • Inzet expertise andere collega’s voor de doelen van de Nationale Opgaven; Wat mag het kosten? Overzicht baten en lasten bedragen x € 1.000 4. Economie, natuur, toerisme en cultuur Saldo van baten en lasten Lasten Baten Saldo van baten en lasten
Rekening Begroting Begroting 2022 2023 2024
MJR 2025
MJR 2026
MJR 2027
- 2.402 1.256 - 1.146
- 2.743 1.840 - 903
- 1.924 870 - 1.054
- 2.222 1.016 - 1.206
- 2.191 1.001 - 1.190
- 2.162 1.001 - 1.162
Mutatie reserves Toevoegingen Onttrekkingen Mutatie reserves
- 11 213 202
965 965
139 139
139 139
139 139
119 119
Resultaat
- 944
63
- 916
- 1.067
- 1.052
- 1.043
Toelichting verschillen tussen begroting 2024 en begroting 2023. De grootste wijzigingen in begroting 2024 ten opzichte van de begroting 2023 worden veroorzaakt door: • In 2023 is een boekwinst in het kader van een grondruil begroot, te verwachten opbrengst € 1.000.000. • Stijgende personeelslasten ten gevolge van CAO ontwikkelingen 2023 en bijstellen conform functieboek, € 26.000. • In 2023 zijn eenmalige onttrekkingen begroot aan reserves onder andere voor kosten voor Duurzaamheid en invoering van de Omgevingswet.
36
Programma 5: Woonomgeving Inleiding Dit programma gaat over de woonomgeving van onze inwoners. Onze gemeente is een prachtige gemeente waar het mooi wonen is in het groen. Natuur, werkgelegenheid en voorzieningen zijn nabij. De sociale samenhang in onze dorpen is groot, met een actief verenigingsleven. We blijven ons inzetten om nog aantrekkelijker te worden en te blijven voor onze bestaande en nieuwe inwoners. Evenals in programma 4 zien we een kentering in Rijksbeleid. Het Rijk trekt steeds meer de regie naar zich toe. We zien grote opgaven op ons afkomen vanuit het Rijk. Het bouwen naar de landelijke behoefte krijgt prioriteit boven de lokale c.q. de regionale woonbehoefte. Daarnaast zien we een sterkere regulering van de woningmarkt op ons afkomen. Ook voor dit programma geldt dat de hiervoor benodigde middelen om de opgave te kunnen realiseren, (nog) niet mee komen. Er zijn momenteel veel bouwactiviteiten maar we zien ook dat bouwen door diverse omstandigheden soms lastig is. Denk bijvoorbeeld aan de toename van de bouwkosten en de hogere rente. 2-jaarlijks wordt met het Rijk en de provincie over deze bouwopgave in zogenaamde Versnellingstafels gesproken. Aan bod komen daarbij onderwerpen of thema’s die nu voor een vertraging zorgen. Doel van de tafels is de realisatie van bouwopgave te versnellen.
De regionale werkveldtrekkers Wonen nemen samen met de corporaties deel aan de Limburgse versnellingstafels wonen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Tegelijkertijd hebben we te maken met een demografische transitie die vraagt om andere woningen dan de reeds bestaande voorraad, die grotendeels in particulier bezit is. Dit speelt een rol bij de keuzes voor de toekomst. In het coalitieakkoord is als 4de speerpunt “Bouwen en wonen” specifiek het willen bouwen naar behoefte, de gemeentelijke regie op woningbouw en een toekomstbestendige woningvoorraad benoemd. De bestaande woningvoorraad is voor een deel niet levensloopbestendig. Dit heeft onze aandacht. Zorgdragen voor een goede ruimtelijke ordening is een belangrijke taak van onze gemeente. Door alle ontwikkelingen die zich in sneltreinvaart opvolgen, onder andere op het gebied van wetgeving, woningbouwopgaven en de stikstofproblematiek blijft het een grote uitdaging om hier op een goede manier handen en voeten aan te geven. Wat willen we bereiken en wat gaan we doen?
Strategisch programmadoel: woningen (ver)bouwen naar behoefte, hierbij aansluiten op de korte termijn en kijkend naar een toekomstbestendige woningvoorraad. In de context van de krapte op de woningmarkt wordt zowel gewerkt aan extra woningen als kwalitatief verbeteren van sterk verouderde woningen. Als belangrijke leidraad is de Structuurvisie Wonen Midden Limburg 2022-2025 vastgesteld. Daarnaast hebben we in 2023 een Woondeal gesloten waarin de belangrijkste opgaven staan wat betreft het bouwen van nieuwe woningen. Uiteindelijk willen we bereiken dat onze inwoners kunnen (blijven) wonen in een woning die voldoet aan de behoefte in een goed woon- en leefklimaat. Voor een goed woon- en leefklimaat is een goede sociale samenhang belangrijk, waaraan inwoners en verenigingen zelf ook bijdragen (programma 1). Daarnaast hebben we aandacht voor bijzondere doelgroepen waarbij we de relatie leggen met participatie, zorg en ondersteuning (programma 2). Tevens draagt ook het onderhoud alsook de ontwikkeling van de openbare ruimte hieraan bij (zie programma 6).