CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente Roerdalen31.164 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

6

B. Aarhus: de burger De burger heeft geen wezenlijke invloed op de ruimtelijke planvorming en het ruimtelijk beleid dat in de Omgevingsvisie en in de RES 1.0 wordt voorgenomen (in strijd met Verdrag van Aarhus). Het verdrag van Aarhus bepaalt dat om recht te kunnen doen gelden en deze plicht te kunnen vervullen, burgers toegang tot informatie, recht op inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter betreffende milieuaangelegenheden moeten hebben. In dit verband is erkennend dat burgers bijstand nodig kunnen hebben om hun rechten uit te oefenen. Het Verdrag van Aarhus bepaalt ook: - reële invloed, zeggenschap van het eerste moment planproces (ook voorstadium) op basis van volledige en volwaardige informatie aan de burger. Zij moeten van alle consequenties op de hoogte gesteld worden. De informatie moet actueel zijn, nauwkeurig en vergelijkbaar. - de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten.

Voorbeeld 4 van buitenspel blijven burgers: In het hele land vindt ten aanzien van de Concept RES en RES 1.0 sturende participatie plaats. Burgers hebben geen bijstand gekregen om hun rechten uit te oefenen, slechts worden ze aan de hand geleid naar een gewenste uitkomst. Zo konden burgers in de meeste zo niet alle gemeentes een online enquête invullen, maar de vragen gingen in de richting van de opzet en invulling van de RES. De keuzes lagen vast en alle vragen zijn gericht op de plaatsing van zonne- en windparken op land: ben je voor kleine of grote windmolens, wil je zonneparken aan de rand van een dorp of midden in een weiland, moeten grote windmolens in het Groene Hart of langs infrastructuren. Alle vormen van voorlichting zijn op deze wijze ingericht, een NEE op de plannen was niet mogelijk of een denkrichting die een andere kant op gaat dan de RES. Burgers mogen wel beroep aantekenen als de plannen concreet worden uitgewerkt in een bestemmingsplan/ omgevingsplan. Dat is een latere fase, waarbij de Rijksstructuurvisie (zie volgende paragraaf) door de Raad van State als toetsingskader wordt gehanteerd. Behoudens vormfouten maken burgers die volgens de regels beroep aantekenen daardoor geen enkele kans. Dit is in strijd met het Verdrag van Aarhus. C.

Burgerberaad en Gedragscode acceptatie en participatie windenergie op land Het burgerberaad en burgerconventie Klimaatcrisis Inmiddels is in grote lagen van de bevolking plus bestuur doorgedrongen dat burgers ruimschoots zijn gepasseerd bij de totstandkoming van de RES 1.0 en rijzen de actiegroepen als paddenstoelen uit de grond. Mensen zien hun leefomgevingen bedreigd door reusachtige windturbines en weilanden vol zonneparken. Veel burgers hadden tot dan toe geen beeld van de RES en ook nu nog is de informatie over het proces ondoorzichtig en moeilijk te vinden. Dit geldt net zo goed voor vele gemeenteraden. Veel raadsleden tasten in het duister en de organisatie wordt in opdracht van de Colleges, overgelaten aan externe ingehuurde of aangenomen projectleiders. Nu lijkt de oplossing in zicht door het instellen van burgerpanels, een initiatief van 7

het CDA met de verkiezingen nabij, waarin 150 door loting aangewezen burgers gaan adviseren over haalbare en betaalbare oplossingen om de doelen van het klimaatakkoord te realiseren. Zo is de politiek ingedekt want er is 'draagvlak'. In het voorstel tot wijziging klimaatwet 1.5 wordt eenzelfde initiatief beschreven maar heet het burgerconventie. De Tweede Kamer heeft inmiddels via de aangenomen motie Mulder c.s. de regering verzocht "een overzicht voor te bereiden waarin de mogelijkheden van burgerpanels met de voor- en nadelen en de ervaringen in Nederland en in het buitenland worden beschreven". Een aantal vragen rijzen: hoe kunnen 150 mensen representatief zijn voor de Nederlandse bevolking, wat is de juridische en politieke waarde van de adviezen (als ze niet in het verlengde van de RES liggen kan een en ander genegeerd), wie bepaalt de agenda van het burgerpanel (die agenda zal in het verlengde van de RES liggen, wat op voorhand al voor problemen zal zorgen, kernenergie en niet-van-het-gas-af zijn geen optie), wat te doen met regio's die door loting niet in het burgerpanel zitten, wat te doen met minder mondige achterbannen die nu ook genegeerd zijn (de praktijk zal zijn, zoals altijd, dat mondige en goed opgeleide burgers deelnemen, ondanks loting, want mensen kunnen weigeren deel te nemen) etc.

Burgerpanels zijn een fopspeen gebleken, net zoals alle participatierondes mosterd na de maaltijd zijn, en dat zal zo blijven. De RES is vanaf de start zo opgesteld dat burgers achter blijven lopen en dit is niet te repareren. Hiermee wordt niet voldaan aan het Verdrag van Aarhus. Gedragscode Ook de recent getekende gedragscode acceptatie en participatie windenergie op land opgesteld en ondertekend door Greenpeace, Milieudefensie, NWEA, Natuur & Milieu, de Natuur- en Milieufederaties, de NLVOW en EnergieSamen, gaat hier niet aan helpen. Hierin wordt gesproken over het zo vroeg mogelijk betrekken van belanghebbenden, maar dit stadium is al voorbij zoals we op verschillende plaatsen in deze position paper beschrijven. Naast regulier communicatie vastgelegd in een participatieplan gaat het om financiële participatie, hetgeen een verplicht onderdeel van de RES is (beiden worden in de vorm van op te richten energiecorporaties gestalte gegeven). Onderzoek onder een groot aantal windparken heeft laten zien dat burgers niets meekrijgen van financiële participatie. Daarbij is het de vraag of dit doekje voor het bloeden compensatie kan bieden voor de gezondheidsproblemen en overlast die inherent zijn aan dit soort grote industriële installaties. De compensatie heeft tot gevolg dat mensen hierover nooit meer kunnen klagen, de parken hangen dan als een molensteen om hun nek.

Ten overvloede herhalen we hier dat omwonenden die met dergelijke megalomane plannen worden geconfronteerd, recht hebben op een NEE, minimaal door een referendum. Een burgerpanel van 150 mensen mag nooit iets te zeggen hebben over alle gebieden in Nederland, dit is een ondoordachte noodgreep. Er is hier geen sprake van doeltreffende inspraak zoals bedoeld in het Verdrag van Aarhus. D. Aarhus: de gemeenteraad Gemeenten en gemeenteraden ontberen de beslisruimte die het Europees Handvest betreffende de Lokale Autonomie voorschrijft. Op grond van de Rijkscoördinatieregeling heeft het rijk doorzettingsmacht bij ruimtelijke plannen. Daarbij wordt wel geschermd met een nationaal belang. Een dergelijk nationaal belang hoeft echter nauwelijks behoorlijk te worden onderbouwd. Controles 8

en afwegingen ontbreken (in tegenstelling tot de situatie bij voorheen de zgn. planologische kernbeslissing). Er ligt geen besluit van het parlement ten grondslag aan een nationaal belang. Ook daar staan de volksvertegenwoordigers in essentie buiten spel. De rijkscoördinatieregeling is in veel gevallen van rechtswege van toepassing, dat houdt in 'automatisch van toepassing'. Dat is o.a. geregeld in de Elektriciteitswet, Gaswet, Mijnwet, Tracéwet, Waterwet, Wet ruimtelijk ordening (WRO). De WRO regelt dat met betrekking tot rijksstructuurvisies slechts zienswijzen kunnen worden ingediend, maar dat geen beroep kan worden ingesteld. Zogenaamd omdat rijksstructuurvisies slechts de overheid binden die de structuurvisie opstelt. Echter, als gevolg van de doorzettingsmacht van het rijk bevatten rijksstructuurvisies bindende beslissingen waartegen geen beroep open staat voor burgers en gemeenten. De Crisis- en Herstelwet verbiedt gemeenten om beroep aan te tekenen tegen structuurvisies van zogenaamde 'hogere' overheden. Die 'hogere' overheden overleggen in de regel niet met gemeenten over de plannen voor het grondgebied van die gemeenten, ze kunnen die plannen immers doordrukken. De lokale autonomie van gemeenten wordt door de doorzettingsmacht van de rijkscoördinatieregeling en de Crisis- en Herstelwet ernstig aangetast.

Dit is in strijd met het Europees Handvest Lokale Autonomie (door Nederland en de EU geratificeerd). Het huidige ruimtelijk- en energiebeleid heeft er, met de toepassing van de Crisis- en Herstelwet en de rijks - (en provinciale) coördinatieregeling toe geleid dat grootschalige windmolenparken door het rijk, tegen de wil van de burgers en gemeenten en zonder overleg met en besluitvorming door gemeenteraden zijn doorgedrukt. Het rijk krijgt hierbij hulp van de provincie en door het rijk mede gesubsidieerde organisaties zoals IPO, VNG en Unie van Waterschappen. Deze democratische tekortkomingen zijn schadelijk voor onze democratie, de lokale autonomie en ze ondergraven het draagvlak voor het energie- en klimaatbeleid. Het hierboven geformuleerde gaat over een top-down benadering, terwijl de RES als een bottomup format gepresenteerd wordt. Echter, in het Klimaatakkoord zijn de colleges tot bevoegd gezag verklaard en staan de gemeenteraden tot aan het moment van formele besluitvorming buitenspel. Door dit besluit geeft het format van de RES de gemeenteraden en burgers geen mogelijkheid om binnen het kader van de zgn. "algemene beginselen van behoorlijk bestuur" te beoordelen of de opgave haalbaar is binnen een voor de gemeente acceptabel budget, en of de eindsituatie acceptabel en betaalbaar zal zijn voor haar burgers. E.

Afhankelijkheidsrelatie RES 1.0 en omgevingsbeleid De dwingende sturing vanuit het Rijk aan de decentrale overheden om middels de RES van onderop te komen met een aanbod zonne - en windenergie volgens een strak tijdsschema zorgt ervoor dat het genomen raadsbesluit in strijd is met artikel 3.4 van de AWB. De RES 1.0 is een voorbeeld hoe men verblind raakt door ambities om het Klimaatakkoord te halen en daardoor geen oog meer heeft voor de gevolgen van onze burgers. De bij het besluit rechtstreeks betrokken belangen zijn onvoldoende afgewogen en de nadelige gevolgen van het besluit zijn onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Het besluit raakt niet alleen alle burgers in Nederland maar gelet op het Verdrag van Aarhus ook de toestand van de menselijke gezondheid en veiligheid, de menselijke levensomstandigheden, 9

cultureel waardevolle gebieden en bouwwerken, voor zover deze worden of kunnen worden aangetast door de toestand van de elementen van het milieu of, via deze elementen, door de factoren, activiteiten of maatregelen zijnde factoren, zoals stoffen, energie, geluid en straling, en activiteiten of maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, milieuakkoorden, beleid, wetgeving, plannen en programma's die de elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten binnen het toepassingsgebied van het voorgaande onderdeel a. En kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen gebruikt in milieubesluitvorming. De RES 1.0 gaat hier slechts op hoofdlijnen deels op in waardoor de reikwijdte van de gevolgen van dit besluit tot vaststelling niet zijn te overzien en derhalve ook niet zijn meegenomen in het besluit. Hierdoor is onbekend of de nadelige gevolgen voor een of meer belanghebbenden van dit besluit onevenredig in verhouding zijn tot de met het besluit te dienen doelen (art. 3.4, lid 2 AWB). Integrale afweging landschap ontbreekt De omvang van de landschapsschade blijft in de RES 1.0 onduidelijk voor de burgers van de regio, er dreigt nu versnipperd beleid. Daardoor wordt bestuurders de mogelijkheid onthouden om de RES 1.0 te beoordelen op maatschappelijke acceptatie en op concrete milieueffecten.

Onderzoek daarom de integrale visie van de Rijksadviseur voor het landschap, (Berno Strootman https://www.collegevanrijksadviseurs.nl/adviezen-publicaties/publicatie/2019/1 0/17/via-parijs/) zodat plannen met elkaar samenhangen om verrommeling van het landschap te voorkomen. De RES 1.0 besteedt geen aandacht aan het conflict van ruimte-intensieve energie en privaat eigendomsrecht onder dreiging van de Crisis- en Herstelwet. De RES 1. 0 gaat ook hier slechts op hoofdlijnen deels op in waardoor de reikwijdte van de gevolgen van dit besluit tot vaststelling niet zijn te overzien en derhalve ook hier niet zijn meegenomen in het besluit. Hierdoor is onbekend of de nadelige gevolgen voor een of meer belanghebbenden van dit besluit onevenredig in verhouding zijn tot de met het besluit te dienen doelen (art. 3.4, lid 2 AWB). Vrijwillige samenwerking Daarnaast zal blijken dat de vrijwillige samenwerking met het Rijk om te komen tot een RES een wankele basis kent. Ook al lijkt het erop dat de vrijwillige samenwerking de maatstaf is (zoals genormeerd door de Wet gemeenschappelijke regelingen), het gehele ingezette proces vanuit het Rijk tot gemeenten kenmerkt zich door een sterk sturend karakter dat ook schuurt met de criteria gesteld in het verdrag van Aarhus.

Net als bij eerdere samenwerkingsverbanden, de GHOR, de Veiligheidsregio en de RUD, die aanvankelijk vrijwillig waren, is de verwachting dat in geval van de RES de samenwerking ook niet vrijwillig zal blijven. De wetgever kan deze vrijblijvende samenwerking achteraf juridisch formaliseren en aanvullen door een lex specialis. Deze lex specialis zal bevoegdheden van de decentrale overheden overdragen aan de nieuwe samenwerkingsverbanden - de RES-regio's. Zoals bekend vermindert dat de sturingsmogelijkheden van volksvertegenwoordigers en bestuurders van de decentrale overheden, zeker als het Rijk ook nog dwingende normen en doelen gaat toevoegen aan de verplicht vrijwillige samenwerking. Verzet van de Raad van State en de Eerste Kamer heeft in het verleden niet geholpen.

10

Dwang vanuit het Rijk Professor mr. dr. Elzinga keek, naast deze verplicht vrijwillige samenwerking, ook naar andere processen waarmee het Rijk taken bij decentrale overheden heeft neergelegd: er blijkt sprake te zijn van verplichte vrijwilligheid en zeker niet van vrijblijvendheid. Dit uit zich in het dreigen met ministeriële aanwijzingen indien bepaald decentrale overheden weigeren vrijwillig mee te werken op de wijze waarop het Rijk dat heeft bepaald. Zijn conclusie: 'Op het regionale niveau functioneren geen bestuurlijke organen die direct democratisch gelegitimeerd zijn en dat impliceert dat deze constructie voor vakdepartementen interessant is. In naam blijft er een koppeling aan gemeente, provincie en waterschap, in de praktijk is er een hoge mate van nationale sturing. Het Rijk zal proberen EU-boetes door te zetten naar gemeenten, andere decentrale overheden en gemeenschappelijke regelingen. Hierdoor is een democratische tekortkoming gerealiseerd die zijn weerga niet kent. Crisis- en Herstelwet (CHW) vervalt in 2021 De Crisis- en Herstelwet (CHW) vervalt in 2021 en wordt onderdeel van de nieuwe Omgevingswet.

De recent gewijzigde CHW kent een aantal stappen, zoals het opstellen van een structuurvisie waarmee allerlei (lagere) overheden moeten instemmen en die een plaatselijke MER uitsluit als ook een aantal relevante wetgevingen omzeilt (zoals de wet geluidhinder, warmtewet en wet luchtverontreiniging). Ook kunnen projectontwikkelaars om verkorte procedures verzoeken en dat is mogelijk omdat door de wijzigingen in de CHW projecten versneld, maar bijvoorbeeld over een langere looptijd, uitgevoerd kunnen worden. Nog meer voorbeelden van burgers buiten spel De CHW biedt mogelijkheden om burgers en decentrale overheden buitenspel te zetten, ik noem twee voorbeelden, waarbij in de eerste een gemeente buitenspel is gezet en in het tweede voorbeeld burgers de dupe kunnen worden: 1. De Raad van State heeft de beroepen van de gemeentebesturen van Urk en Lemsterland tegen het Rijksinpassingsplan 'Windenergie langs de dijken van de Noordoostpolder' niet ontvankelijk verklaard. Het plan valt onder de CHW. Daarom hadden de gemeenten Urk en Lemsterland niet de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen het Rijksinpassingsplan en de vergunning. 2. Inzake de Warmtevisie kan een Nederlandse woningeigenaar, die al op aardgas is aangesloten op grond van de Gaswet zijn aansluiting behouden. Alleen voor nieuwbouw wordt sinds 1 juli 2018 een uitzondering gemaakt.

Dit gasrecht zal op termijn worden vervangen door een 'warmterecht', maar dat moet eerst nog door de Tweede en Eerste Kamer worden bekrachtigd. De gewijzigde CHW biedt gemeentes de mogelijkheid om bij wijze van experiment af te wijken van de Gaswet, waardoor gasaansluitingen in een bepaald gebied verplicht kunnen worden afgekoppeld. Daar is een wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en Herstelwet voor nodig. Dat traject vergt wel de nodige tijd omdat het ontwerpbesluit ook nog moet worden voorgelegd aan de beide Kamers en aan de Afdeling advisering van de Raad van State. De onsympathieke term 'gasklevers' om burgers te duiden die niet de wens hebben om van het gas af te gaan heeft inmiddels zijn intrede gedaan. Er zijn meer voorbeelden waarbij de Crisis- en Herstelwet en ook de Rijks- (en provinciale) coördinatieregeling (een aanwijzing door de minister) gebruikt zijn om grootschalige windparken door het Rijk, tegen de wil van de burgers en gemeenten en zonder overleg met en besluitvorming door gemeenteraden door te drukken. Zoals 11

bij de Veenkoloniën. Het Rijk krijgt hierbij hulp, zoals hiervoor al aangegeven, van de provincie en door het Rijk mede gesubsidieerde organisaties zoals IPO, VNG en Unie van Waterschappen. Democratische tekortkoming Klimaatakkoord AIie dwingende sturing is des te meer opmerkelijk aangezien het Klimaatakkoord niet besluitvormend door het parlement is behandeld, noch akkoord is bevonden door Milieudefensie, FNV en Greenpeace. Deze democratische tekortkomingen zijn schadelijk voor onze democratie, de lokale autonomie en ze ondergraven het draagvlak voor het energie- en klimaatbeleid. Zie ook hier, gelijkend aan de toeslagenaffaire, een overheid die geen aandacht heeft voor de positie van haar burgers en het gebrek aan rechtsbescherming. Een gang naar de Raad van State heeft tot nog toe weinig voor burgers opgeleverd wanneer hun leefomgeving ernstig wordt aangetast door plannen voor windturbine- of zonneparken. Echter, steeds duidelijker is dat de daarbij behorende wetten en regels niet meer getoetst worden op deugdelijkheid voor de uitvoering. De Raad van State toetst de wetten slechts om te onderzoeken of het bestuursorgaan deze juist heeft toegepast. Een groter debacle ligt voor de politiek en overheid op de plank.

~··························••·••····························••·••·········································-···························-··································•·••················ ························•··••·•·••··································

INTERESSANTE UITSPRAAK

~Marcel Boogers. bestuurskundige aan de Universiteit van Twente. is zeer kritisch over de manier waarop de iRES 'en, de ingrijpendste ruimtelijke plannen sinds jaren. tot stand zijn gekomen. Hij hekelt de constructie iwaarbij gemeenten, provincies en waterschappen samen energieregio's vormen. In gewoon regionaal ibestuur is het duidelijk wie welke rol heeft. wie verantwoording moet afleggen aan wie. In deze regio's niet. ~Er is voor deze manier van besturen geen wettelijke basis. De procedure staat alleen in het Energieakkoord

sscerts se n so«rose n ests we 4 serons «etos s4test.as s t4 ii i wie het de burger gaat uitleggen' dat die windmolen in zijn achtertuin komt. Dit is wel een risico voor de

;democratische rechtsstaat. Het is voor niemand te achterhalen hoe de besluitvorming tot stand is gekomen. Zie: https://www.Volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/waar-precies-komen-straks-de-windmolens-enzonneparken-voor-de-energietransitie bca6d98el

Samenvatting Verdrag van Aarhus Verdrag van Aarhus Het verdrag van Aarhus bepaalt dat om recht te kunnen doen gelden en deze plicht te kunnen vervullen, burgers toegang tot informatie, recht op inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden moeten hebben. In dit verband is erkend dat burgers bijstand nodig kunnen hebben om hun rechten uit te oefenen. Het Verdrag van Aarhus bepaalt ook: - reêle invloed, zeggenschap van het eerste moment planproces (ook voorstadium) op basis van volledige en volwaardige informatie aan de burger. Zij moeten van alle consequenties op de hoogte gesteld worden. De informatie moet actueel zijn, nauwkeurig en vergelijkbaar. - de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten. 12

Burgerparticipatieproces Aan burgers is onvoldoende ruimte gegeven om te participeren in het proces dat de RES 1.0 moet ondersteunen. Zij hebben onvoldoende gebruik kunnen maken van hun recht van inspraak op de besluitvorming, in plaats daarvan is gebruik gemaakt van een enquête met sturende vragen en slechts uitleg over de plannen. De avonden gehouden ten aanzien van de ontwikkeling van de Warmtevisie zijn niet anders verlopen. Ook daar is opgemerkt dat er te sturend werd opgetreden naar een oplossing in de vorm van warmtenetten en geothermie. Voorafgaand aan het proces burgerparticipatie is onvoldoende aandacht besteed aan reële invloed, zeggenschap van het eerste moment planproces (ook voorstadium) op basis van volledige en volwaardige informatie aan de burger. Zij zijn onvoldoende van alle consequenties op de hoogte gesteld. De informatie moet daarbij actueel zijn, nauwkeurig en vergelijkbaar. In het geval van het RES 1.0 is alleen uitgegaan van het willen plaatsen van wind- en zonneparken.

Informeren over alle consequenties In de RES 1.0 is onvoldoende aandacht besteed aan alle consequenties die dit concept-aanbod heeft op de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten. Voldoet niet aan artikel 3.4 AWB Het genomen raadsbesluit is in strijd met artikel 3.4 van de AWB. De RES 1.0 is een voorbeeld hoe men verblind raakt door ambities om het Klimaatakkoord te halen en daardoor geen oog meer heeft voor de gevolgen van onze inwoners. De bij het besluit rechtstreeks betrokken belangen zijn onvoldoende afgewogen en de nadelige gevolgen van het besluit zijn onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Conclusie De RES 1.0 voldoet niet aan het Verdrag van Aarhus waar het vroegtijdige inspraak betreft, wanneer alle opties open zijn en doeltreffende inspraak kan plaatsvinden. Er heeft onvoldoende, enkel zwaar sturende burgerparticipatie plaatsgevonden naar een gewenst resultaat. De RES 1.0 is in strijd met artikel 3.4 en 3.9 AWB.

De bij het besluit rechtstreeks betrokken belangen zijn onvoldoende afgewogen en de nadelige gevolgen van het besluit zijn onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Nu de uit de RES voortvloeiende uitvoeringsplannen meer onder de aandacht komen van de burgers neemt het verzet en de ontgoocheling onder burgers daarover toe. Zij herkennen zich niet in het resultaat. Het thans doorlopen proces om te komen tot de RES 1.0 voldoet niet aan het gestelde in artikel 8 WOB. Er is onvoldoende informatie uit eigen beweging verstrekt op het moment dat dit in het belang is van een goede democratische bestuursvoering.

13

2. Schenden EU richtlijnen door ontbreken MER 2.1.1

EU richtlijnen SMB 2001 /42/EG en 2011 /92/EU

Ook brengen wij u onder de aandacht de EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU en hierboven reeds opgenomen het verdrag van Aarhus, welke handelen over respectievelijk de onderzoekplicht vooraf en verplichte burgerparticipatie in een vroegtijdig stadium en de hierop betrekking hebbende uitspraak van 25 juni 2020 van het Hof van Justitie van de EU. Deze worden allemaal met voeten getreden binnen het programma RES hetgeen niet toegestaan is. Nu u er mee bekend bent vragen wij u uw verantwoordelijkheid te nemen vanuit uw rol en betrokkenheid binnen het RES programma. Sterker nog dit moet. Wij lichten dit nader toe aan het college van B&W, de burgemeester in het bijzonder en de gemeenteraad. •

De RES (zo ook concept RES en de RES1 .0) is een programma (in het kader van vorenstaande richtlijnen en verdrag);

•

Het feit dat dit programma (nog) geen wettelijke basis heeft en tot stand komt door (vooralsnog) informele, onverplichte samenwerking tussen decentrale overheden, maar dit geen verschil maakt voor het Verdrag van Aarhus en daarmee de RES een programma doet zijn in de zin van dit verdrag;

•

De betrokken overheden door 'hun' (concept RES, deze RES1 .0 en uiteindelijk definitieve versie van de) RES vast te stellen, zich ook committeren aan de uitvoering ervan en dat voor de uitoefening van hun wettelijke bevoegdheden (vaststellen omgevingsvisie, omgevingsplan, instrumenten omgevingswet etc.) de RES dan leidend zal zijn;

•

De verplichtingen van het Verdrag van Aarhus zijn opgenomen in het Unierecht en dat Nederland (Apeldoorn) ook partij is bij dit verdrag;

•

Informatie conform het Verdrag van Aarhus actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar moet zijn, daar waar in de concept RES en RES1 .0 alleen is uitgegaan van het willen plaatsen van wind- en zonneparken;

•

In de concept RES en RES1 .0 onvoldoende aandacht, eigenlijk geen aandacht is besteed aan alle consequenties die dit concept-aanbod heeft op zoals het Verdrag van Aarhus stelt: de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten;

•

Het nalaten van de participatieplicht handelen in strijd met het verdrag en de richtlijn van de EU oplevert;

•

De SMB richtlijn van de EU voorschrijft dat aan het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling een gedegen effectenonderzoek ten grondslag moet liggen waarvoor deze richtlijn criteria geeft;

•

Het nalaten daarvan handelen in strijd met het Unierecht oplevert, welke doorwerkt in de (instrumenten voor) de omgevingswet, inpassingsplannen, bestemmingsplannen en vernietigbare, c.q. nietige omgevingsvergunningen tot gevolg heeft;

•

Dit alles betekend dat het beginsel van Unietrouw een grondbeginsel is van de EU waartoe op grond van het EU verdrag het college, de raad en de burgemeester ieder voor zich toe verplicht zijn deze toe passen en te handelen in overeenstemming met het Unierecht. 14

De besluitvormingsprocessen in de energietransitie hadden moeten plaatsvinden naar EU recht. De Nederlandse overheden, zo ook u hebben nagelaten de SMB richtlijn van de EU inzake voorafgaand onderzoek - dus vooraf aan het activiteitenbesluit - en volwaardige burgerparticipatie vooraf aan de besluitvorming uit te voeren. Nu er een EU arrest is dat zich hierover helder uitspreekt komt ook expliciet (echter niet alleen) de rol van de burgemeester in beeld om dat te herstellen. De burgemeester komt immers een bijzondere verantwoordelijkheid toe dat besluitvormingsprocessen juridisch in orde zijn. En dat er behoorlijk wordt bestuurd. En dat (170 lid 1 onder c Gemeentewet) de burgerparticipatie kwaliteit heeft. De burgemeester heeft daardoor ook een taak en plicht het EU beginsel van Unietrouw in praktijk te brengen. Over Unietrouw, gelet op het in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde beginsel van de loyale samenwerking (zie het arrest EU arrest van 25 juni 2020, paragraaf 83) is het college en de burgemeester - als in deze de bevoegde nationale autoriteit verplicht om alle noodzakelijke maatregelen te treffen om het verzuim van een milieubeoordeling voorafgaand aan het vaststellen van het Activiteitenbesluit te herstellen. Dit houdt concreet in: 1.

Dat de onderdelen van het lnpassingsplan die verwijzen naar, dan wel gebaseerd zijn op, het Activiteitenbesluit, in het bijzonder als ze betrekking hebben op geluid, slagschaduw en externe veiligheid, niet rechtsgeldig zijn en derhalve buiten toepassing moeten blijven, en 2. Dat het college voor wat betreft diezelfde onderdelen, in het bijzonder als ze betrekking hebben op geluid, slagschaduw en externe veiligheid, pas nieuwe vergunningen kunt verlenen, indien deze zijn gebaseerd op een Activiteitenbesluit dat anders dan het huidige Besluit, wel in overeenstemming met de SMS-richtlijn is vastgesteld. Conclusie Wij stellen ons op het standpunt dat het college van B&W, in het bijzonder de burgemeester en uiteindelijk de raad met de concept RES en de RES1 .0 handelt in strijd met De EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU en het verdrag van Aarhus. Wij stellen ons op het standpunt dat u alleen hierom het proces van de RES1.0 per direct dient te stoppen, de concept RES dient te vernietigen en het proces opnieuw dient op te starten in lijn met alle wet- en regelgeving, zo ook De EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU en het verdrag van Aarhus.

Wij wijzen u er ook op dat het Hof van Justitie van de Europese Unie te Luxemburg op 25 juni 2020 in de zaak Aalter en Nevele (ECLl:EU:2020:503) opnieuw en verstrekkender heeft uitgemaakt dat plannen en programma's (waaronder windturbines) met aanzienlijke milieugevolgen op straffe van nietigheid vooraf plan-m.e.r. getoetst dienen te worden. U heeft ook hierin niet voorzien in de RES1 .0.

2.1.2 RES : M.E.R plichtig en ontbreekt Een plan-MER is strategisch van aard en wordt opgesteld voor structuurvisies en ruimtelijke plannen. In een plan-MER staat de vraag centraal 'waarom deze activiteiten op deze locatie?' en worden verschillende alternatieve locaties tegen elkaar afgezet. Bij structuurvisies is een planMER verplicht. De RES verschilt niet veel van een structuurvisie, immers er worden locaties voor wind - en zonne-energie en locaties voor geothermie aangewezen als zoeklocaties dan wel als

15

potentieel ontwikkelingsgebied daarvoor of locaties uitgesloten. Een plan-MER ontbreekt bij de RES 1.0. Daarbij heeft het Hof zich uitgesproken over de uitlegging van de SMS-richtlijn 2001/42 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's in Vlaanderen. Dit arrest sluit naadloos aan op de conclusie in deze zaak van advocaat-generaal M. Campos Sánchez-Bordona bij het Hof van 3 maart 2020 (HvJ EU, 03-032020, nr C-24/19, ECLl:EU:C:2020:143). Het Hof heeft in deze uitspraak belangrijke verduidelijkingen verstrekt over de maatregelen waarvoor de bij deze richtlijn voorgeschreven beoordeling moet worden uitgevoerd en over de gevolgen van het ontbreken van die beoordeling, dit mede gericht op de bescherming van de gezondheid van de mens. Inmiddels is deze 'draai om de oren' van bestuurders reden dat deze kwestie tot op minister-niveau prioriteit krijgt.

Samengevat: als u een vergunning afgeeft of minimaal hieraan uw medewerking verleent in welke vorm dan ook - wat u fanatiek van plan bent - tot het plaatsen van een windturbine of windturbines en u niet vooraf - op Europese voorschriften vereiste wijze - onderzocht heeft of de windturbines concreet schade veroorzaken aan de gezondheid van de aldaar wonende bewoners (binnen de bovengenoemde straal van tenminste 10 maal de tiphoogte), dan is een eventueel afgegeven omgevingsvergunning voor de bouw van zo'n windturbine onrechtmatig afgegeven en bent u mede aansprakelijk, omdat u medewerking heeft verleend aan de betreffende plaatsing. De vigerende jurisprudentie van de Raad van State op dit punt - met name kenbaar uit onderdeel 29 en volgende (inzake D'Oultremont - zie ECLl:NL:RVS:2019: 1064) is daarmee definitief in een ander daglicht komen te staan. De SMS-richtlijn ziet op plannen en programma's, alsook de wijzigingen daarvan, die door een instantie van een lidstaat worden opgesteld of vastgesteld, voor zover zij door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen zijn voorgeschreven. Het bereik daarvan dient ruim te worden uitgelegd.

Hier te lande hebben wij het op het punt van windturbines dan met name over de normen, kaders en voorschriften uit de Activiteitenregeling en het Activiteitenbesluit, alsmede besluiten die hieraan ten grondslag liggen of op enig moment ten grondslag kunnen komen te liggen in bijvoorbeeld de omgevingswet. De richtlijn stelt bovendien de verplichting om een bepaald plan of programma voorafgaand - bij de voorbereiding en vóór de vaststelling- aan de toepassing daarvan aan een uitgebreide en gedegen milieubeoordeling (inclusief gezondheidsschade) te onderwerpen, afhankelijk van de voorwaarde dat het gaat om een plan of programma dat aanzienlijke milieueffecten kan hebben. De richtlijn beoogt een hoog milieubeschermingsniveau te waarborgen en de kwaliteit van het milieu te verbeteren. Dat volgt ook uit Verdragen en uit artikel 37 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dat is bovendien in overeenstemming met de internationale verbintenissen van de Unie (zoals Espoo van 26 februari 1991). De omstandigheid dat een nationale handeling een zeker niveau van abstractie vertoont en een doel van transformatie van een geografische zone nastreeft, vormt een illustratie van haar programmatische of planificatieve dimensie en verhindert niet dat zij valt onder het begrip 'plannen en programma's'.

Voor de vraag of bedoelde handeling of handelingen het kader vormen voor toekomstige vergunningen voor projecten verwijst het Hof naar elke handeling die, door vaststelling op de betrokken sector toepasselijke regels en controleprocedures, een (kwalitatief) groot pakket criteria en modaliteiten vaststelt voor de goedkeuring en de uitvoering van één of meerdere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben, zoals slagschaduw, veiligheidsvoorschriften 16

en geluidsemissies. Dat is hier te lande niet anders. De projecten die vallen onder onze nationale regelgeving hebben ook onmiskenbaar gevolgen voor het milieu. De woordgroep '(...) die het kader voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor (...) projecten' in artikel 3 lid 2 onder a van de richtlijn bevat bovendien geen enkele verwijzing naar het nationale recht en vormt dus een autonoom Unierechtelijk begrip dat op het grondgebied van de Unie uniform moet worden uitgelegd. Die uitleg van het Hof laat in niet mis te verstane bewoordingen bepaald weinig ruimte voor de andere eigen uitleg van de Raad van State alhier. Die uitleg van de Raad van State is dus onjuist en te beperkt. Ook de door het Hof getoetste regels bevatten immers geen (directe) koppeling met één of meer concrete projecten. Dat is dus geen voorwaarde. De Hofuitspraken en de Europese verplichtingen dienen dan ook onverkort te worden nageleefd. De regels bevatten niet alleen beginselverplichtingen, maar hebben eveneens betrekking op en relatie met concrete projecten. Het is ook onmogelijk een project of het voornemen daartoe los te zien van de toetsing aan de hier te lande algemeen geldende regels.

2.1.3 Nog meer MER-plichtig Het voorgaande betekent dat ook de algemene regels - zoals Activiteitenbesluit, Activiteitenregeling en zaken die onlosmakend verbonden zijn met de omgevingswet of dat op enig moment worden - M.E.R.-plichtig zijn en als dat achterwege is gelaten - wat in casu het geval is dat alsnog zal hebben plaats te vinden. Een lidstaat moet alle noodzakelijke maatregelen treffen om het ontbreken van een M.E.R. te herstellen. De SMS-richtlijn heeft net als de M.E.R.-richtlijn een ruime werkingssfeer die niet zomaar met nationale bepalingen ingeperkt kan worden. In het kader van uniforme toepassing van het Unierecht dient derhalve nietigverklaring of vernietiging van de verleende vergunningen plaats te vinden, ook indien blijkt dat de uitvoering van het winturbine(park)project al is gestart of al is afgerond. Die vergunningen zijn immers onwettig. Vroeger golden alleen Nederlandse wetten. Nu wij lid van Europa zijn, gaat het anders. Europa maakt een nieuwe rechtsorde met eigen wetten en die wetten hebben voorrang op het recht van de lidstaten. Er komt steeds meer zogenaamd Unierecht en dat werkt rechtstreeks door in de Nederlandse rechtsorde. Dit Unierecht schept rechten en plichten voor Nederlandse burgers, het bindt Nederlandse overheidsorganen en het Unierecht kan in zaken die dienen voor de Nederlandse rechters worden ingeroepen.

In de hiervoor genoemde jurisprudentie is door Europa bepaald dat wanneer je een windturbine plaatst of zelfs voornemend bent de plaatsing ervan te faciliteren en voornemend bent medewerking te willen verlenen, je verplicht bent vooraf (dit geldt zowel voor de overheid als voor de betrokken investeerder) concreet te onderzoeken of omwonenden onder andere gezondheidsschade ondervinden. Nederland slaat dit hoofdstuk over. Doe je dat onderzoek niet, dan is de vergunning maar ook overige documenten, besluiten, voornemens en al zo meer, ondeugdelijk tot stand gekomen en handel en je dus onrechtmatig als exploitant en ook degenen die op een of andere wijze medewerking hebben verleend aan de totstandkoming en exploitatie van de windturbines, waaronder u als vergunningverlener en beleidsbepaler/ opsteller.

17

2.1.4 Burgers onvoldoende beschermd Wij stellen ons op het standpunt dat Nederland zodanige regelgeving heeft dat die geen enkele maatstaf bevat die burgers daadwerkelijk beschermt tegen hele wezenlijke gevaren, zoals gezondheidsschade. Ook rechters in Nederland kijken de andere kant uit als het gaat om de rechtsbescherming. Alleen - zo is onze stelling - dit zijn achterhoede gevechten. Meer en meer wordt duidelijk hoe gezondheid schadende windturbines zijn voor omwonenden en de Nederlandse overheid en rechters kunnen - gezien het Europese recht en de grote belangen in de persoonlijke levenssfeer - niet meer vrijbrieven blijven afgeven aan windturbine bouwers en exploitanten of zelfs maar hun medewerking hieraan te verlenen, hieronder ook rekenend het mogelijk maken ter plaatse middels beleid, besluiten, bestemmingsplannen en alzo meer. Inmiddels is door DEi (Democratisch Energie Initiatief) een rapport aangeboden aan autoriteiten onder de titel "Voorkom het windturbinesyndroom". In het rapport wordt vastgesteld dat de overheid in Nederland stelselmatig haar voorzorgplicht (zie artikel 21 en 22 van de Grondwet) heeft verzaakt bij de planvorming en bouw van windturbineparken en aanverwante industriële installaties. Bewust worden de EU- beschermingsrichtlijnen door de Nederlandse bestuursorganen en rechterlijke macht ontkend.

Polarisatie In het onlangs gehouden webinar, georganiseerd door RVO, RIVM en de GGD is het wijzen op de mogelijke effecten van windturbines op de gezondheid geduid als oorzaak van een polarisatie gaande in de samenleving. Kijken we sec naar de betekenis van polarisatie betekent dit een proces waarbij de tegenstellingen tussen groepen in de samenleving sterker worden, waardoor groepen steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Deze polarisatie vindt zijn weg door het jarenlang negeren van dergelijke signalen en de wijze waarop met het dossier windenergie door de overheid wordt omgegaan. De oorsprong daarvan ligt grotendeels bij de Rijkscoördinatieregeling (verder te noemen RCR) en wordt in de evaluatie van deze RCR ook benoemd: De toepassing van de RCR is eigenlijk niet nodig Wanneer een initiatief ook zonder inzet van de RCR gerealiseerd kan worden (er is draagvlak, voldoende realisatiekracht en het is niet te complex) dan is de RCR dus eigenlijk niet nodig. Tegelijkertijd bestaat de kans dat inzet van de regeling juist contraproductieve krachten of argwaan losmaakt bij de regionale overheden. Toepassing leidt tot vergroting van risico's Wanneer er maatschappelijke en/of bestuurlijke discussie is over nut en noodzaak van een initiatief, dan versterkt inzet van de RCR de politisering van de kwestie. De inzet van de regeling wordt gezien als een machtsgreep van het Rijk.

Wanneer vervolgens in een dergelijk gepolitiseerd veld te weinig ruimte is voor bestuurlijk overleg, afruil van belangen, politieke escalatie naar de minister (nu is er vaak meer contact met Tweede Kamerleden van de oppositie dan met de minister) en er ook nog eens wordt geopereerd volgens de bureaucratische rationaliteit, dan werkt de regeling als olie op het vuur. Bron: AEF: Eindrapportage evaluatie RCR, 4 november 2016

18

Om polarisatie te depolariseren dient naar elkaar geluisterd te worden en elkaars belangen gerespecteerd te worden. Dit rapport van DEi over de medische gevolgen dient daarom als eerste aanzet mede het doel dat het voorzorgsprincipe een sterkere positie kan krijgen. Met het rapport "Voorkom windturbine syndroom" heeft DEi de medische informatie ten nutte van een verbeterde besluitvorming gebundeld en bruikbaar gemaakt als input voor het daadwerkelijk uitvoeren van het voorzorgsprincipe, zoals deze voor de overheid is vastgelegd in de Grondwet, internationale verdragen en EU-richtlijnen. Wie (in dit geval geïnformeerd en dus willens en wetens) het risico neemt gezondheidsschade te veroorzaken bij zijn medemens, of u als overheid bij uw burgers, maakt zich schadeplichtig. Dit is de stelling van vele juristen. Dit rapport heeft ook de functie de aanzet te geven de bewijsvoering daarvoor op een hoger niveau te brengen. Van belang is dat het besef bij bestuursorganen (en rechtspraak) doordringt dat schade toegebracht wordt aan de volksgezondheid door het achterwege blijven van het niet volgen van de juiste EU-richtlijnen en het Verdrag van Aarhus. Hoe ernstig de situatie is, moge ook afgeleid worden uit het feit dat zojuist door minister Bas van 't Wout van Economische Zaken en Klimaat mr. Alex Brenninkmeijer aangesteld is als voorzitter van een onafhankelijke expertcommissie.

Deze commissie van negen deskundigen gaat onderzoeken hoe burgers beter bij de energietransitie betrokken kunnen worden. Dit initiatief is een pleister op een wonde waarbij een poging wordt ondernomen het Verdrag van Aarhus alsnog te concretiseren, dat stelselmatig door Nederlandse bestuurders en rechtspraak genegeerd wordt zoals wij u reeds hebben aangegeven. Opvalt dat ook bij de Raad van State inmiddels twijfel is ontstaan omtrent haar opvattingen. Naar aanleiding van bovengenoemde uitspraak van het Hof heeft de Raad van State zeer recent aanleiding gezien om over het standpunt van het Hof expliciet vragen te stellen aan partijen in lopende bodemprocedures, met verzoek daarover uiterlijk 31 januari 2021 een vijftal vragen te beantwoorden, waarna een datum voor mondelinge behandeling zal volgen. In het licht van de vaste en steeds verder aangescherpte rechtspraak van het Europese Hof is aannemelijk dat de vaste rechtspraak van de Raad van State op dit punt niet langer houdbaar is, want rechtstreeks in strijd met het Europese recht. Reeds voor aanvang van het werk van de commissie constateert mr. Brenninkmeijer al dat burgers veel eerder bij klimaatplannen betrokken moeten worden.

Niet alleen is er sprake van een ontzettend manco aan inspraak, maar uit het rapport van DEi blijkt dat windturbines enorme gezondheidsschade kunnen veroorzaken als gevolg van infrasone trillingen (dus beneden 20 Hz). Het blijkt dat deze trillingen een individu (voor gevaar) waarschuwen zonder dat hij zich daarvan scherp bewust is. Zij worden onbewust vertaald als alarmsignalen. Als het lichaam continu aan deze trillingen wordt blootgesteld - en zeker als dit signaal voortdurend wisselt, zoals bij windturbines door veranderende windsterkte, windrichting en resonantie - slaat het lichaam continu onbewust alarm. Zo zorgen deze trillingen voor een chronische stressreactie. Dit effect en deze reacties in het lichaam treden vooral op bij langdurige blootstelling aan laagfrequente geluidsgolven. In het rapport wordt verwezen naar allerlei medisch onderzoek ter zake.

19

U wordt verzocht kennis te nemen van dit onderzoek en onverkort te verwerken in uw beleid, zoekgebieden, de RES of andere door u op te stellen normkaders. Wij hebben het rapport 'Voorkom windturbinesyndroom' als bijlage bij dit bezwaar toegevoegd. Nederlandse bestuurders en politiek gedragen zich inzake het plaatsen van windturbines in stedelijke gebieden als promotors van het roken in de 50'er jaren; omdat het zo goed voor de gezondheid was totdat dr. Lenze Meinsma er op wees hoe gevaarlijk roken voor de gezondheid was. Al verschillende keren heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitgesproken dat wanneer men beoogt - wij zeggen het met eigen woorden - een windturbine te plaatsen of daar zelfs premature planvorming voor heeft, maakt of vaststelt of voornemend is vast te stellen, de SMBrichtlijn gevolgd moet worden. Dit betekent dat er eerst een plan-m.e.r. moet plaatsvinden. Doel van de plan-m.e.r. is om plannenmakers te dwingen om al in een vroegtijdig stadium van de planvorming na te denken over de milieugevolgen en deze mee te nemen bij het maken van strategische keuzen. Dat is dus niet pas bij een aanvraag omgevingsvergunning maar ver, ver daarvoor! Wij stellen ons op het standpunt dat dit bij de concept RES reeds had gemoeten maar nu zeker bij de RES 1.0, u heeft dit verzaakt. In Nederland is van toepassing het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling.

De normen in deze regeling voldoen niet aan de Europese SMB-richtlijn. Het Hof van Justitie van Europa heeft meerdere malen uitgesproken dat minimaal aan de SMB-richtlijn voldaan moet worden in de Europese staten. Onderdeel van de plan-m.e.r. is dat eerst concreet onderzoek gedaan wordt naar het milieueffect van een windturbine, maar ook onderzoek naar gezondheidsrisico's. Op dit moment worden deze Europese normen en verplichtingen in Nederland geheel genegeerd. U heeft ook deze Europese normen en verplichtingen compleet genegeerd bij het opstellen van de RES 1.0. Nu stellen bestuursorganen, zoals uw College, beleid, potentiekaarten, zoekgebieden, RESsen en wat meer zij op en uiteindelijk vast, zonder dit onderzoek uit te voeren. Daarnaast wenst u ook mee te werken aan een vergunning zonder dit onderzoek te eisen van de vergunningaanvrager. Gaat dit uiteindelijk naar de rechter dan is de rechter in Nederland tot en met de Raad van State van mening dat de SMB-richtlijn niet van toepassing is op de vergunningverlening (Windlocatie Batte noord, ECU :NL: RVS:2019: 1064). De Raad van State stelt hiermee impliciet dat de opvattingen van het Hof van Justitie met betrekking tot Europees Unierecht in Nederland niet van toepassing zijn.

Met andere woorden, de Raad van State houdt de hand boven het hoofd van Nederlandse bestuursorganen, die zich expliciet niet houden aan de SMB richtlijn. De Raad van State accordeert derhalve onrechtmatig Nederlands bestuurshandelen en besluiten. Conclusie Wij stellen ons op het standpunt dat het college van B&W en de gemeenteraad met de concept RES en door het vaststellen van de RES1 .0 handelt in strijd met vorenstaande. Wij stellen ons op het standpunt dat u alleen hierom ook al het proces van de RES1 .0 per direct dient te stoppen, de concept RES dient te vernietigen en het proces opnieuw dient op te starten in lijn met alle wet- en regelgeving, zo vorenstaande.

20

2.2 Gezondheid van de mens Industriële windturbines (IWT's) leveren schade voor de gezondheid van de mens. Het is een onderwerp dat steeds meer in de publiciteit geraakt en de volgende grondrechten opgenomen in onze Grondwet in de kern raakt: Grondrechten Artikel 21 van de Nederlandse Grondwet De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Artikel 22 van de Nederlandse Grondwet 1. De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid. Behalve grondrechten voor de burger houden de artikelen een voorzorgsplicht voor de overheid in om te voorkomen dat de burgers en milieu worden blootgesteld aan risico's.

windturbines. In de medische en juridische literatuur is het aspect schade voor de gezondheid nationaal en internationaal niet meer te loochenen. In de afgelopen 10 jaren heeft een groot aantal wetenschappers gepleit zorgvuldiger om te gaan met de gezondheid van de mens in de planning en besluitvorming aangaande de aanleg van windturbineparken. Het tegendeel is in de huidige besluitvorming helaas het geval. De afstandsnormen in de regelgeving zijn sinds 2010 voor omwonenden dusdanig ongunstig aangepast dat de daadwerkelijke bescherming tegen gezondheids- en milieuschade in het geding is. Van effectief onderzoek vooraf aan de besluitvorming over windturbineparken is geen sprake. Ondanks dat EU richtlijnen, waaronder vooral de Strategische Milieu Beoordeling Richtlijn (SMB) uit 2001, dit onderzoek aan de Nederlandse overheid wel voorschrijven. Inmiddels wordt in rechtszaken de Nederlandse bestuursorganen nalatigheid verweten. Daarnaast zijn bij onder meer de Raad van State in beroepszaken tegen de planning van windturbineparken prejudiciële vragen opgeworpen aangaande de plicht tot uitvoering van de EU richtlijnen. Dit mede naar aanleiding van een recente uitspraak op 25 juni 2020 van het Hof van Justitie van de EU.

Voorzorgsprincipe niet of onvoldoende onderdeel RES 1.0 De gezondheidsschade dient serieuze aandacht te worden geven in de besluitvorming in de Regionale Energie Strategieën (RES). In de RES 1.0 is komt dit niet of onvoldoende aan de orde. Hoofdargument om dit te steunen is dat in de besluitvormingsprocessen over windturbineparken door de Nederlandse bestuursorganen en de rechtscolleges de stand van de medische inzichten voortaan volwaardig meegenomen worden. AIie bestuursorganen en rechtscolleges dienen het voorzorgsprincipe voor de gezondheid van de mens te plaatsen in het hart van de besluitvorming. Dit geldt niet alleen met betrekking tot windturbineparken maar ook bij alle andere beslissingen in de energietransitie waarbij volgens de normstelling van de EU sprake is van aanzienlijke milieugevolgen. Op grond van de normstelling van de EU dient vooraf aan de besluitvorming door onderzoek met wetenschappelijke zekerheid vast komen te staan, dat het bestaande beschermingsniveau voor een gebied niet zal worden 21

aangetast door de voorgenomen plannen. Het nalaten van dit onderzoek zet de deur open voor alle regio's en gemeenten om de blootstelling van bewoners aan gezondheidsrisico's verder te vergroten. Het doen van onderzoek dat voldoet aan de EU-normen is noodzakelijk om de gezondheidsrisico's uit te sluiten en het voorzorgsprincipe in te vullen. De noodzaak hiertoe is ook actueel in de besluitvorming in het kader van de RES. Er is onvoldoende getracht gezondheidsrisico's op voorhand uit te sluiten. Het toetsen van de effecten op de volksgezondheid van de RES 1.0 wordt door betrokken bestuurders verschoven naar het moment dat er daadwerkelijk fysieke uitvoering wordt gegeven aan de RES. Dit is gelet op de SMB richtlijn en het Verdrag van Aarhus te laat. Immers er ligt nu een formeel vastgesteld, maar niet getoetst plan RES 1.0 aan ten grondslag, waarvan men de werking niet kent. Met het serieus toepassen van het voorzorgsprincipe staan we in Nederland aan het begin van een traject. Op dit nieuw ingezette spoor om de gezondheidsschade ten gevolge van windturbines erkend te krijgen bij de overheid zijn meerdere wetenschappelijke publicaties beschikbaar. Het is de plicht van alle bestuursorganen om de invulling van het voorzorgsprincipe en toepassing van de EU richtlijnen te realiseren.

Het is de taak vooral van hen die een rol vervullen in besluitvormingsprocessen en de leden van de rechterlijke macht hierin verantwoordelijkheid te nemen. Van het gemeentebestuur wordt verlangd, dat zij serieus aandacht geeft aan een zorgvuldiger en democratisch besluitvormingsproces waarin de zorg voor de gezondheid en de handhaving of verbetering van het huidige beschermingsniveau van onze regio voorop staat. Het normen kader van de SMB richtlijn gebiedt dat. Maar ook onze eigen Grondwet. Dat betekent dat de overheid, ic het gemeentebestuur, zolang twijfel bestaat over het veroorzaken van gezondheidsschade en milieuschade en er geen wetenschappelijke garanties kunnen worden gegeven dat het bestaande beschermingsniveau voor een regio zal worden gehandhaafd dan wel verbeterd, niet een plan vast kan en mag stellen. Dat geldt zowel voor de RES 1.0 en voor de afzonderlijke vergunningen, zoals voor windturbines. Het gemeentebestuur dient derhalve de RES 1.0 niet vast te stellen. Nu het gemeentebestuur dit besluit wel heeft genomen, schendt zij de beginselen van onze rechtstaat en handelt het in strijd met het internationaal en nationaal recht. Dit maakt het besluit nietig dan wel vernietigbaar.

En het brengt de gemeente in de positie, doordat het gemeentebestuur willens en wetens de burgers blootstelt aan de risico's van gezondheidsschade, dat de gemeente in de toekomst schadeclaims tegemoet kan zien.

2.3 EU-richtlijnen als normenkader voor onderzoek naar effecten op beschermingsniveau gezondheid mens, leefbaarheid en milieu Voor de voorgestelde ingrijpende veranderingen in de omgeving dienen mogelijk MER's opgesteld en beoordeeld te worden. Dat is een langdurig en arbeidsintensief proces. In de RES'en staat meestal genoemd dat de initiatiefnemer een MER uitvoert, echter in de huidige regelgeving bestaat geen MER meer. Er worden bij windparken wel milieutoetsen gedaan, maar op basis van normen die staan in het zogenoemde Activiteitenbesluit. Dat zijn algemene, wettelijke regelingen en daarom volgens de Raad van State niet zelf onderworpen aan een milieueffectrapportage. 22

Deze huidige regelgeving is gebaseerd op het geluid van turbines met een ashoogte van 64 meter meter hoog. Turbines van de huidige hoogte (240 mt: deze hoogste in Nederland staat op de Maasvlakte, de wieken meten twee voetbalvelden) maken 1 tot 2 dB meer geluid dan de getoetste lagere windturbines. Elke dB meer betekent een verdubbeling van het huidige geluid. Dit in weerwil van wat de fabrikanten ons voorspiegelen, die hun turbines aanprijzen als zijnde een stillere variant dan de vorige. Bij de ontwikkeling van een type windturbine wordt deze qua geluidsbelasting in optimale situatie getest. De testresultaten worden verwerkt in een Handleiding Geluidsbelasting windturbines Type X. Deze handleiding wordt gebruikt bij het inplannen van windturbines op een te ontwikkelen locatie. Dit blijkt een papieren werkelijkheid te zijn. In de praktijk blijkt dat iedere turbine zijn eigen geluidsfrequentie (dBa en LFG) heeft. De contouren van het geluid reiken in de praktijk verder dan berekend en de overlast is dus groter. Diverse praktijk onderzoeken wijzen dit uit. Klachten van burgers worden in de regel niet serieus genomen, want op papier kunnen zij geen overlast ervaren. Dit leidt naast frustraties ook tot stress en gezondheidsproblemen. Daarnaast geldt voor geluid veroorzaakt door windturbines het jaargemiddelde dat aan alle turbines als standaard wordt opgelegd.

Een gemiddelde verdoezelt heel handig de klachten die turbines met pieken in hun geluid bij omwonenden geven en noopt overheden niet om onderzoek ernaar uit te voeren. Men verschuilt zich achter de richtlijnen en de normen worden daardoor niet overschreden. De gezondheidsrisico's voor omwonenden zijn door het steeds hoger worden van de windturbines niet met de juiste gegevens getoetst en dit vormde de basis van het kort geding dat advocaat De Lange onlangs aanspande in Assen. De risico's moeten volgens hem meegenomen worden in de plannen voor windparken, sinds de uitspraak van het Europees Hof die deze omissie in de wetgeving heeft erkend. De eis om een te bouwen windpark in Groningen stop te zetten is niet ontvankelijk verklaard, niet op basis van de inhoud maar vanwege procedurele gronden. Vervolgstappen om inhoudelijk een rechtelijke uitspraak te krijgen op het niet toepassen van de uitspraak van het Europese Hof zijn gepland. De uitspraak van het Europese Hof heeft in België gezorgd voor het stopzetten van de bouw van een windpark, omdat de gezondheid van de omwonenden niet gegarandeerd kan worden. Wanneer de initiatiefnemer een MER uitvoert, zal dat volgens de huidige regelgeving zijn die niet voldoet. Het geluid van hoge turbines is luider dan van lage en het gaat om een hinderlijk, dreunend impulsgeluid.

Naast impulsgeluid produceren windturbines laagfrequent geluid en er komt steeds meer bewijs dat dit schadelijk is voor omwonenden. Recentelijk aangevuld door een Nederlandse onderzoeker op basis van meer dan driehonderd recent gepubliceerde wereldwijde studies naar gezondheidsaspecten van o.a. laagfrequent geluid. Een zelfde redenering gaat op voor LFG, dat niet door iedereen op dezelfde manier wordt ervaren, maar wel ernstige gezondheidsklachten kan geven (somatische klachten als maag- en darmproblemen, stress, hartritme klachten en hoofdpijnen). Daarnaast treden slaapstoornissen en oververmoeidheid op. Omdat LFG een klein gedeelte van het geluidsspectrum uitmaakt, is dit sinds de invoering van de CHW opgenomen in het geheel en aangemerkt als verwaarloosbaar. Een recent onderzoek, van klinisch fysicus Jan de Laat van het Leids Universitair Medisch Centrum LUMC, laat zien dat hartklachten kunnen verergeren onder invloed van langdurige blootstelling aan laagfrequent (brom)geluid, dat onder andere door draaiende windturbines wordt geproduceerd. Het onderzoek is belangwekkend omdat De Laat meer dan driehonderd recent gepubliceerde wereldwijde studies naar gezondheidsaspecten van onder andere laagfrequent geluid analyseerde. 23

Tot slot, kent Nederland de soepelste geluidsnormen in Europa. De afstand tot woningen mag 400 meter zijn, maar sommige GGD 'en adviseren 800 meter. Volgens een recent rapport van het RIVM, gebaseerd op het WHO-advies, ervaren momenteel 3 miljoen huizen (37%) meer dan 55 decibel geluidhinder en ernstige gezondheidseffecten (zoals hartziekten) treden al op bij lagere geluidsniveaus dan tot nu toe werd aangenomen. Het wettelijk toegestane geluidsniveau moet omlaag en het kabinet moet het geheel van geluidhinder in kaart brengen en maatregelen formuleren. Een zorgvuldige besluitvorming waarbij het belang van burgers zwaarder weegt dan het algemeen belang behoort tot uw verantwoordelijkheid, zoals ook naast het Verdrag van Aarhus verwoord is in de Grondwet (al eerder genoemd maar ten overvloede hier herhaald):

Art. 21 Grondwet: "De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu." Art. 22 Grondwet: "De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid."

2.4

Gezondheidsschade

Zoals reeds aan u kenbaar gemaakt en ook weer totaal genegeerd door u blijkende de RES 1.0 die voorligt, maken wij ons ernstige zorgen over de gevolgen voor onze gezondheid, zie hiervoor ook het algemenere deel onder GRONDRECHTEN. In ons gebied wordt gezocht naar mogelijkheden voor plaatsing van windturbines met een hoogte van 200 meter op afstand vanaf veelal 100 - 350 meter van woningen (en overige kwetsbare objecten). Wij stellen ons op het standpunt dat u gelet op artikel 3.2, 3.4 en 3.9 AWB de RES 1.0 ook op dit onderdeel onzorgvuldig heeft opgesteld en voorbereid. Er is geen enkele motivatie aangetroffen waaruit blijkt dat onze inbreng op basis van wetenschappelijke literatuur, die aantoont dat er de nadelige gezondheidseffecten van windturbines in de directe nabijheid van woningen (en overige kwetsbare objecten) ontstaan weerlegd. Wij onderbouwen hieronder nogmaals de door ons gesignaleerde zaken omtrent dit onderwerp zonder een uitputtende opsomming te geven. Wij verzoeken u alle aangedragen punten in uw zienswijzenota te bevestigen of te weerleggen met gelijkwaardige literatuur. 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=d482d3f0-fb8c-4284-862d-abc213c0475a