CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente Roerdalen31.164 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Het college hecht mogelijk veel waarde aan de uitkomsten van het RIVM-rapport "Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update" uit 2020 (1). Om de navolgende redenen is dit rapport echter niet toepasbaar op de in de RES opgenomen zoekgebieden. a.

In het RIVM-rapport (1) wordt verwezen naar 102 wetenschappelijke studies (o.a.2-21). Het merendeel gaat over overlast en acceptatie van windturbines. Slechts 15 studies gaan over gezondheidseffecten en windturbines. Opvallend in deze studies is dat vrijwel alle windturbines in dunbevolkt gebied gelokaliseerd zijn en een maximale tiphoogte van 120 meter hebben. Daarnaast woont het overgrote deel van de omwonenden in de studies op meer dan 500 meter afstand van de windturbines en is de geluidsbelasting lager dan 42 dB.

b.

In de veel besproken Deense studies (The Danish Wind turbine Study, 5-9) is onderzoek 24

gedaan naar de gezondheidsrisico's bij 711.000 inwoners die in dunbevolkt gebied binnen een straal van 10 km van windturbines wonen. Slechts 1100 inwoners wonen binnen 500 meter van windturbines met een tiphoogte tot 100 meter en een geluidsbelasting van 42 dB en hoger. In deze kleine groep (minder dan 1% van het totaal aantal onderzochte bewoners) is wel degelijk een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (9), slapeloosheid, depressie en toename gebruik van antidepressiva en slaapmedicatie aangetoond (8). c. In diezelfde Deense studies is een significant verhoogd risico op hypertensie aangetoond bij mensen ouder dan 65 jaar die in de nabijheid van windturbines wonen met een geluidsbelasting buitenshuis van 42 dB en meer; binnenshuis 15 dB en meer (5). d. Er zijn geen wetenschappelijke studies beschikbaar over de gezondheidseffecten van windturbines met een tiphoogte hoger dan 120 meter, die binnen 2000 meter van omwonenden staan met 42dB geluidsbelasting of hoger. De hoofdonderzoeker van de Deense studies (Mw. dr. M. Sorensen 5-9) en ook de auteur van het RIVM-rapport (Dhr. dr. F. van den Berg (1)) bevestigen dit. De conclusies van het RIVM-rapport "Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update" uit 2020 zijn daarom niet van toepassing op de situatie, zoals in en rondom Apeldoorn en ons RES 2 gebied in e.

Klarenbeek gepland is. In het WHO-rapport Environmental Noise Guidelines for the European Region (15) wordt in de bespreking van geluidsoverlast door windturbines bevestigd dat de onderzoeken plaats hebben gevonden in dunbevolkte gebieden.

2.

Er is vooralsnog geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar negatieve gezondheidseffecten bij kinderen die opgroeien in de buurt van windturbines. Het eerder aangehaalde RIVM-rapport vermeldt niet welke betekenis er toegekend moet worden aan het gegeven dat hierover geen kennis beschikbaar is. Helaas zijn in de Deense Studies bewoners van jonger dan 18 jaar uitgesloten van deelname. Wel is bekend dat geluid van weg- en vliegverkeer significant negatieve gevolgen heeft op de leerprestaties en geheugenfuncties van kinderen (20). Hoewel een dergelijk verband m.b.t. turbinegeluid aannemelijk lijkt, ontbreekt wetenschappelijk onderzoek hieromtrent. Er is bovendien veel onderzoek gedaan naar de effecten van slaapstoornissen op de hersenontwikkeling van kinderen. Slaapstoornissen bij kinderen, waarvan kan worden aangenomen dat die ten gevolge van windturbinegeluid kunnen ontstaan, kunnen leiden tot neuronen-verlies, verlies van geheugenfunctie, stagnerende cognitieve vermogens, toename van gedragsproblemen en verminderd welbevinden (16-19). Tenslotte is verstoorde slaap bij kinderen geassocieerd met overgewicht en metabole ontregeling.

3.

Er is veel wetenschappelijk bewijs dat geluidsoverlast door verkeer en vliegvelden geassocieerd is met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (10-13, 20, 22). Geluidsoverlast veroorzaakt door windturbines wordt ongeveer even hinderlijk ervaren als geluidsoverlast door vliegverkeer en 3 maal hinderlijker ervaren dan weg- en railverkeer bij een vergelijkbaar geluidsniveau (14).

4.

In verschillende wetenschappelijke studies is aangetoond dat omwonenden vanaf 35dB(A) hinder tot ernstige hinder ervaren. Dat is ook af te lezen uit bovenstaande schematische weergave van de resultaten van de review van geluidsexperts R.W. Rand en S.E. Ambrose uit 2013. Ook valt uit deze weergave op te maken dat de huidige Nederlandse geluidsnormen voor windturbines leiden tot ernstige hinder bij een veel grotere groep omwonenden dan op basis van de berekeningen van TNO en RIVM wordt aangenomen. 25

Predicted CommunityReaction For Wind Turbines in a Quiet Area +O J00 Ou shares te«t so

Vgorous

0200s Loa Latent Oervet latere hee t Larve

••••••• •

Community Action

» Audi ble Moise Only ««« Strong appeals to stop nclse

$3 4rsom#rd¥

Hayes Men.tie Group 2006 Den Driscoll 2009 Rand/Ambrose 2010

Widespread Complai nts

Soradi Compla ints No #eat

n

,

,

30

40

EA,Noralzt.a' tote

I,,,······'··,,,,' ii, ....

20„

,,',". t u+

33

550/%74 004. t974

I------ -

il l ,., •• '' ' ' ,,.,,,,,,,,,,,

50

60

70

Predicted wT Noise Level in d8A t

t a #at 4

¢A

In bovenstaande figuur wordt de relatie weergegeven tussen het geluidsniveau van windturbines en de overlast ervan. Een gegeven is dat een geluidsniveau van 35dB(A) overeenkomt met een afstand van 10x de ashoogte van een moderne windturbine. Een windturbine met een tiphoogte van 200 meter heeft een ashoogte van ongeveer 150 meter. Dit type windturbine zal daarom op een afstand van minimaal 1500 meter tot woonhuizen, scholen, zorgcentra en andere gevoelige bebouwing moeten worden geplaatst om geluidshinder en secundaire gezondheidseffecten te minimaliseren. Bij plaatsing van een windturbine op of nabij water zou deze afstand minimaal 1,5x groter moeten zijn, gezien het feit dat geluid over water veel verder draagt dan over land. In Apeldoorn, zo ook in ons RES 2 gebied in Klarenbeek zal het bereik van de invloedsfeer van 1500 meter enorm zijn op de vele aanwezige woningen en bedrijven (let op ook agrarische bedrijven). AIie inwoners van het RES 2 gebied (en andere gebieden) zullen enorme gezondheidseffecten ondervinden. 5.

De WHO stelt vast dat bronnen van geluidsoverlast, waaronder windturbines, een belangrijke bedreiging voor de volksgezondheid zijn en adviseert een striktere geluidsnorm dan de Nederlandse wettelijke geluidsnorm voor windturbines (15).

6.

Het RIVM adviseerde in 2009 een lagere geluidsnorm met een voorkeurswaarde van 40dB Lden én een maximale waarde van 45dB Lden om de ernstige hinder van windturbines tot een minimum te beperken. Dit advies is destijds niet opgevolgd door de landelijke politiek en er is gekozen voor uitsluitend een maximale waarde van 47dB Lden.

7. Windturbinegeluid wordt in de nacht niet gemaskeerd door het geluid van verkeer zoals dit overdag wel het geval kan zijn (4). Daardoor leidt geluidsoverlast door windturbines ook langs (snel)wegen tot een toename van slapeloosheid. Het is al langer bekend dat chronische slapeloosheid leidt tot hypertensie, depressie, overgewicht en diabetes. Deze ziektebeelden 26

hebben reeds een hoge incidentie in de zoekgebieden in dichtbevolkte volkswijken (24). Deze ziektebeelden zullen naar verwachting door plaatsing van windturbines nog verder toenemen. 8. Bovendien zijn er aanwijzingen dat laagfrequent en infrasoon geluid (zowel hoorbaar als niet hoorbaar) door windturbines voor een aanzienlijke groep omwonenden hinderlijk is en een negatieve invloed kan hebben op de gezondheid. Er wordt gewerkt aan een studie van meer dan 300 wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp, welke binnenkort gepubliceerd zal worden. Daarnaast geeft een recente studie gepubliceerd in Nature Scientific Reports aanwijzingen voor volumeverlies van grijze stof in enkele gebieden in het brein bij proefpersonen die aan infrasoon geluid waren blootgesteld. Deze onderzoekers vinden hun bevindingen een plausibele casus voor verder onderzoek (25). Op basis van het voorgaande zijn wij ernstig bezorgd over de nadelige gezondheidseffecten van windturbines in de directe nabijheid van onze woningen. Deze zorgen worden niet weggenomen door het RIVM-rapport "Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update", aangezien dit rapport onvolledig is en niet op alle relevante aspecten van dit probleem is toegesneden. Wij stellen ons, mede gezien onze zorgen inzake de gezondheid op de volgende standpunten: I.

U dient eerst de gezondheidseffecten en risico's te onderzoeken en met de dan bekende gegevens een nieuwe RES1 .0 op te stellen. II. Op basis van het RIVM-rapport is het niet te verantwoorden om de voorgenomen plannen om windturbines te plaatsen nabij woningen ten uitvoer te brengen, wij opteren, tot dat middels wetenschappelijk bewijs een andere waarde is aangetoond een minimale waarde van 10x de tiphoogte. Ill. Dat juist kinderen met een zich nog ontwikkelend brein bijzonder kwetsbaar zijn voor slaapverstoring en dat dit negatieve gevolgen voor de hersenontwikkeling kan hebben en dat windturbines een bijkomende bron zijn van slaapverstoring. IV. Dat u opdracht moet geven aan het RIVM om gedegen onderzoek te doen naar de specifieke gezondheidsrisico's met betrekking tot de in de RES 1.0 opgenomen zoekgebieden voor windturbines met een hoogte van 200 meter en hoger, binnen 2000 meter van woningen, en/of met een geluidsbelasting van 42 dB en hoger. Hierbij dient u het onderzoek niet te beperken tot de effecten op volwassenen, maar ook de gezondheidseffecten op kinderen mee te nemen. V. Datu pas tot het vaststellen van de RES1 .0 en eventuele voorgenomen plannen kunt besluiten, als overtuigend is aangetoond dat deze geen gezondheidsrisico's opleveren en bovendien te allen tijde niet ten nadele van de omwonenden zullen uitpakken. VI.

Dat u de verantwoordelijkheid heeft om geluidsoverlast in onze gemeente(n) zoveel mogelijk te beperken en daarom te zoeken naar groene (energie) alternatieven, die VII.

geen negatieve gezondheidseffecten opleveren. Datu zonder het in acht nemen van onder I tot en met VI genoemde punten, verzuimt invulling te geven aan uw verantwoordelijkheid als college om het voorzorgprincipe te hanteren en uw inwoners te beschermen tegen eerdergenoemde gezondheidsrisico's.

27

3.

De RES 1.0 voldoet niet aan de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur

3.1

Algemeen

Het hierboven geformuleerde gaat over een top-down benadering, terwijl de RES als een bottomup format gepresenteerd wordt. Echter, in het Klimaatakkoord zijn de colleges tot bevoegd gezag verklaard en staan de gemeenteraden buitenspel. Door dit besluit geeft het format van de RES de gemeenteraden en burgers geen mogelijkheid om binnen het kader van de zgn. "algemene beginselen van behoorlijk bestuur" te beoordelen of de opgave haalbaar is binnen een voor de gemeente acceptabel budget, en of de eindsituatie acceptabel zal zijn voor haar burgers. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur Daarnaast wijzen wij u wederom op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb), wij geven hier geen uitputtende opsomming van de regels en onze grieven, leest u deze in de volledige breedte en context van deze wetsbepalingen. Motivering De vaststelling van de RES 1.0 is in strijd is met de vereiste zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 3.2 en niet berust op een deugdelijke motivering als bedoeld in artikel 3.46 van de AWB, omdat 1. De RES 1.0 niet voldoet aan het Verdrag van Aarhus; 2.

De RES 1.0 niet voldoet aan de EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU; De bepalingen uit de SMS-richtlijn voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk zijn; De RES 1.0 M.E.R plichtig is en deze ontbreekt;

3.

Het besluit om de RES 1.0 vast te stellen niet voldoet aan de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur: Vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel, motiveringsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, specialiteitsbeginsel, beginsel van Fair Play, vooringenomenheid, verbod op Détournement de Procédure;

4. De RES 1.0 niet voldoet aan de Wet Openbaarheid Bestuur, artikel 2 en 8. Door dit gebrek de RES 1.0 niet kan en had vastgesteld kunnen worden. Vertrouwensbeginsel Dit houdt in dat wij als inwoners van het buitengebied er op moeten kunnen vertrouwen dat de gemeente zich aan een bepaald beleid houdt. Het proces van de RES lijkt enkel te zijn gericht op het plaatsen van windturbines en zonnevelden in buitengebieden en lijkt daarom het verkleinen van afstanden van windturbines tot woningen noodzakelijk om plaatsing mogelijk te maken. Het beleid is daarom niet consistent en schaadt het vertrouwensbeginsel. Gelijkheidsbeginsel Het doel van dit principe is om iedere burger van ons land dezelfde rechten te geven. Dat niet alleen, hier behoort ook toe dat er in gelijke gevallen op dezelfde manier geoordeeld moet worden. Wij benoemen bijvoorbeeld ook het feit dat u alle opwek afwend naar de buitengebieden. Zo staan naast zoekgebieden voor wind-energie ook grote zonne-velden al gereserveerd in de buitengebieden. Opwekken waar het verbruikt wordt is uw uitgangspunt, daarom dient stroom verbruikt in de stad opgewekt te worden in de stad, dit zelfde geld voor industrie. 28

Zorgvuldigheidsbeginsel Het zorgvuldigheidsbeginsel betekent dat elk besluit door de gemeente zorgvuldig wordt voorbereid. Er wordt daarvoor de nodige kennis vergaard en alle relevante feiten en belangen worden afgewogen vóór er een beslissing wordt gemaakt. Dat hiervan op geen enkele manier sprake van is moge duidelijk zijn, geen inspraak en geen onderzoek naar (cumulatie van) effecten op mens, dier en omgeving (het milieu). Er is op geen enkele wijze rekening gehouden met de gezondheid van mensen en de gevolgen voor de leefomgeving. Er mag in geen geval een verslechtering van het woon- en leefklimaat van inwoners optreden, u heeft het niet eens onderzocht of gemotiveerd. De RES is daarmee in strijd met de vereiste zorgvuldigheid bedoeld in artikel 3.2 van de AWB. Het specialiteitsbeginsel Bij dit beginsel mag de gemeente enkel de belangen behartigen waarvoor de betrokken wet of regeling een grondslag biedt. Dit staat vermeld in artikel 3:4 lid 1 van AWB. Het komt er dus op neer dat de gemeente geen zaken mag regelen die buiten haar bevoegdheid liggen of waarbij sprake is van willekeur. Naast het gegeven dat windmolenparken uiteindelijk niet alleen onder de bevoegdheid van de gemeente vallen (en dus ook provinciaal beleid mee had moeten worden gewogen) is er sprake van grote willekeur, u wendt alle opwek af op de buitengebieden.

Daarbij komt dat het college als bevoegd gezag voor de RES de regie pakt om gebieden geschikt te maken voor windturbines en zonnevelden, die uitgebaat worden door projectontwikkelaars en energie exploitanten. Hierdoor wordt een bepaalde groep ernstig bevoordeeld en zijn de belangen van burgers daaraan ondergeschikt gemaakt. Ook wanneer er gesproken wordt om burgers mee te laten participeren, blijkt uit een gepubliceerd onderzoek in de NRC van dat dit slechts een wassenneus is en in de praktijk niet werkt. Lokaal eigendom van wind- en zonneparken is geen oplossing blijkt daarbij uit diverse ervaringen en onderzoeken. Minimaal 50% komt in lokaal eigendom en iedereen mag/moet profiteren (omgevingsfonds, grondeigenaren, bewoners). Uit onderzoek naar negen grote zon- en windparken in Groningen, Friesland en Drenthe, blijkt dat het delen in de winst of het verlies niet hoort bij de ruimtelijke eisen en daarom kunnen gemeenten het niet afdwingen. En het gebeurt niet vrijwillig, want de commerciële partijen willen niet delen (FD, 24 sept, 2020). En zoals recent is gebleken blijkt een groot deel van de zonneparken in buitenlandse handen te zijn, waardoor winsten en miljarden euro's aan subsidie naar het buitenland verdwijnen. Hetzelfde is aan de hand met een aantal grote windturbineparken o.a. in de Wieringermeer.

Deze leveren elektra aan in Nederland gevestigde Amerikaanse datacenters, zoals Microsoft en Google, die in Nederland subsidies opstrijken, welke zijn opgebracht door de Nederlandse belastingbetaler via de energierekening. Daarbij hanteren de Tech bedrijven constructies om zelf zo min mogelijk belasting in Nederland te betalen. Waar voorbeelden bekend zijn van het delen van winsten gaat het om minimale bedragen. Zo ontving een windpark op Goeree Overflakkee voorzichtig geschat in 2019 een bedrag van 29 miljoen euro aan subsidie en keerde 30.000 euro uit aan de gemeenschap voor lokale duurzame projecten, een schrale troost (Lucas Hartong, 8 aug. 2020, website Wynia's week).

29

Beginsel van Fair Play Het beginsel van fair play houdt in dat het bestuursorgaan publieke taken moet vervullen zonder vooringenomenheid en dat het zich daarbij open en eerlijk moet gedragen. In de praktijk heeft het beginsel van fair play een aantal raakvlakken met het onpartijdigheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarnaast biedt dit fair play beginsel geen ruimte voor partijdigheid of onzorgvuldigheid. Onzorgvuldigheid is breed aangetoond, partijdigheid treffen wij wederom aan in het gegeven dat u o.a. de opwek afwend op de buitengebieden. Dat projectontwikkelaars reeds kennis hebben genomen van de ontwikkelingen en op voorhand voordat de Concept RES aan de raad is voorgelegd, de grond binnen de zoekgebieden al trachten te reserveren bij boeren voor hun projectplannen. De overige omwonenden door gebrek aan informatie daar veelal nog geen weet van hebben. Vooringenomenheid Volgens deze gedragsregel moet de gemeente haar taak op objectieve en onpartijdige wijze vervullen. De gemeente moet te allen tijde zonder vooropgezette mening te werk gaan. Deze gedragsregel is gecodificeerd in artikel 2:4 van de ABW. Het verbod op vooringenomenheid heeft onder andere als doel om 'vriendjespolitiek' te voorkomen.

Ook hier kunnen wij niet anders concluderen dat er een vooropgezette mening is toegepast door geen enkele windmolen of zonneveld te plaatsen binnen de bebouwde kom van de stad. Ook lijken industriegebieden zwaar te zijn ontzien. Verbod op détournement de procédure? Niet alle procedures zijn echter even gunstig voor inwoners van het buitengebied, de ene procedure biedt meer bescherming voor ons dan de andere. Het verbod op détournement de procédure houdt in dat de gemeente verplicht is om te kiezen voor de procedure die de meeste rechtsbescherming biedt aan ons als inwoners. Daarnaast kan het verbod op détournement de procédure ook letterlijk worden vertaald als een verbod op de verdraaiing ('détournement') van procedures ('procédure'). Door het volledig negeren van de EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU en het verdrag van Aarhus bij de totstandkoming van de RES 1.0 is juist de minste rechtsbescherming toegepast voor ons als inwoners van niet alleen het buitengebied maar voor alle inwoners. Ingegeven door de kennis dat de oppervlakte van Nederland te klein is om alle door het Rijk gevraagde duurzame energie te verwezenlijken binnen de geldende normen, wordt door het opnemen van een afstand van een windturbine tot woningen minder dan 400 meter een ander doel nagestreefd dan te kiezen voor een procedure die de meeste rechtsbescherming biedt aan ons als inwoners.

Dit is in strijd met de vereiste zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 3.2 van de AWB. Door dit gebrek kan de RES 1.0 niet worden vastgesteld. 3.2

Centraal gekozen basis RES

'Als basis een betrouwbaar, betaalbaar, veilig en schoon energiesysteem' De gekozen basis lijkt vertrouwen te moeten opwekken naar de burgers, waarmee de boodschap lijkt te worden verteld dat de overheid goed voor hen zorgt. Wij zullen elk onderdeel apart beschouwen gelet op het voldoen aan de voornoemde beginselen.

30

Betrouwbaar Door te kiezen voor zonne- en windparken worden we afhankelijk van de grillen van het weer, dat pieken en dalen in de energievoorziening veroorzaakt. Zonder er nader op in te gaan, omdat daar al veel over is gezegd, is het een feit dat zonne- en windparken geen consistente bronnen zijn om een betrouwbaar elektriciteitssysteem op te bouwen, zoals we dat nu gewend zijn. Een teveel aan energie binnen deze systemen kan niet worden opgeslagen, daar bestaan geen batterijen voor, en energiedalen dragen er toe bij dat fossiel gestookte centrales (gas en kolen) moeten blijven bijdraaien om tijdig te kunnen bijschakelen om het systeem betrouwbaar te houden. Allerlei constructies zijn noodzakelijk om het systeem van alleen zonne- en windenergie stabieler te krijgen, maar die zijn nog lang niet voor handen. Door met de RES 1.0 alleen in te zetten op zonne - en windenergie op een korte termijn wordt gekozen voor een instabiel systeem terwijl een systeem om dit stabieler te krijgen niet grootschalig voorhanden is. Hierdoor vindt onvoldoende risico analyse plaats in de RES 1.0 en wordt een gok genomen naar de toekomst dat dit allemaal wel goed komt. Daarmee zijn belangen van burgers onvoldoende afgewogen in de RES 1.0. En wordt niet voldaan aan artikel 3.2 van de AWB. Dat de RES een levend document is en doorgroeit naar een verdere versie om de twee jaar is geen excuus.

Immers de gang naar een dergelijk energiesysteem wordt nu al volop in gang gezet en als overheid wil men het liefst zo spoedig mogelijk vergunningen verlenen voor 2025. Haast zelden goed Feit is dat door het Rijk gekozen is voor een inferieur energiesysteem van zonne- en windparken met pieken en dalen, gebrek aan opslag en waarvoor in de toekomst allerlei lapmiddelen nodig zijn om er iets van te maken. Haast is zelden goed. Zo ook de haast waarmee van het gas afgegaan moet worden, er zijn al verschillende voorbeelden van mislukte projecten in wijken die van het gas af moesten en waarbij met succes bewoners dit hebben aangevochten. Daarbij komt ook een zekere rechtsongelijkheid dan wel onrechtmatigheid om de hoek kijken: waar Nederlanders van het gas af moeten en zwaarder belast gaan worden voor hun gasverbruik, wordt in Duitsland subsidie verstrekt aan inwoners om over te stappen op gas omdat dit als duurzaam wordt bestempeld. Zo kan het verkeren dat inwoners van een zelfde straat aan de ene kant van het gas af moeten en aan de andere kant van de zelfde straat subsidie krijgen. Bovendien wordt door de haast te weinig ruimte geboden aan of in het geheel niet gekeken naar beschikbare alternatieven. Zo ontbreekt in de RES 1.0 een valide onderbouwing waarom kernenergie geen optie is, alleen dat het voor 2030 te lang duurt.

De ontwikkeling en plaatsing van een centrale duurt gemiddeld 10 jaar, het is nu 2020. Frankrijk is in zijn geheel hierop overgestapt en heeft voldoende betrouwbare, betaalbare stroom. Het concept heeft zich daar bewezen en inmiddels is ook binnen de EU een discussie gestart om kernenergie als duurzaam te bestempelen. Een afweging van de optie Blue Energy ontbreekt eveneens, terwijl hier voldoende scheiding tussen zoet en zout water beschikbaar is in de regio. Een proefopstelling die al geruime tijd draait bij de Afsluitdijk. Een argument dat dit nog in de kinderschoenen staat is niet valide. Zeker niet als gelet wordt op de keuze voor aardwarmte in de RES, waarvan een project in Vierpolders nog steeds in de kinderschoenen staat en niet voldoet.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=d482d3f0-fb8c-4284-862d-abc213c0475a