Agendabundel
Tekst van het document
Er kunnen zich gezien de tijdspanne tussen het opstellen van de kadernota (laatste kwartaal van begrotingsjaar t-2), de (ontwerp-)begroting en realisatie (begrotingsjaar t), altijd tegenvallers voordoen als gevolg van bijvoorbeeld wijzigingen in wet-/regelgeving. Tussentijdse begrotingswijzigingen worden hiermee zoveel als mogelijk voorkomen. Het weerstandsvermogen is in principe bedoeld als buffer voor het opvangen van risico's, waarvan de financiële gevolgen vooraf niet redelijkerwijs zijn in te schatten. Jaarlijks wordt deze post berekend aan de hand van de door het bestuur vastgestelde risico-analyse. Hierbij worden de risico’s (kwalitatief) en de bedragen plus de inschatting van de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet (kwantitatief) in kaart gebracht. Zie ook paragraaf 4.5.2 en bijlage 7 Risicoanalyse.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 12 van 59
4.3 Ontwikkelingen In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van de ontwikkelingen waar BsGW mee te maken heeft en krijgt. De ontwikkelingen binnen BsGW (bedrijfsvoering) worden grotendeels bepaald door externe (inter)nationale ontwikkelingen. 4.3.1 Landelijke ontwikkelingen Proceskosten BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende proceskosten (uitvoerings- en uitkeringskosten). Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer waardoor de uitvoeringskosten per ingediend bezwaar oplopen.
Proceskosten vs aantal bezwaren € 6.000
60.000
€ 5.000
50.000
€ 4.000
40.000
€ 3.000
30.000
€ 2.000
20.000
€ 1.000
10.000
€-
2019
2020
2021
2022
2023
Proceskosten (* 1.000,-)
2024
2025
2026
2027
Aantal objecten onder bezwaar
Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) zijn de tarieven voor de proceskostenvergoedingen drastisch verlaagd. Daarnaast is het aantal bezwaren –na de hausse aan bezwaren in 2023– in 2024 en 2025 weer in lijn met het aantal bezwaren in 2022. Dit heeft geleid tot een structurele verlaging van de uitkeringskosten in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030. Voor wat betreft de afhandeling van de WOZ-bezwaren en -beroepen wordt een nieuwe trend zichtbaar: zowel in 2024 als in 2025 dalen de toekenningspercentages. Dit betekent dat naast het (fors) lagere tarief voor proceskostenvergoeding als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) ook (verhoudingsgewijs) het aantal bezwaren en beroepen dat een proceskostenvergoeding krijgt toegekend lager wordt. Dit heeft een extra dempend effect op de gerealiseerde proceskostenvergoedingen (uitkeringskosten). Het bovenstaande leidt tot een additionele verlaging van de begrotingspost ‘proceskostenvergoeding’ met € 500 duizend in de begroting 2027 (en verdere jaren). BsGW hanteert hierbij het voorzichtigheidsprincipe, te meer omdat er ten aanzien van de aanslagoplegging 2026 (peildatum 1 januari 2025) sprake is van een aanzienlijke (gemiddelde) waardestijging van de objecten in combinatie met een in voorkomende gevallen aanzienlijke tariefstijging door gemeenten.
Dit zal – gezien de krapte op de woningmarkt – ook voor de aanslagoplegging 2027 gelden. Meer bezwaren leiden sowieso tot meer uitvoeringskosten voor het
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 13 van 59
afhandelen van de bezwaren en de eventueel daaruit voortvloeiende beroepen. Daarnaast zijn er ook risico’s wat betreft de proceskostenvergoedingen (uitkeringskosten). Zo is recent de richtlijn vergoeding proceskosten WOZ-taxaties ingetrokken en zijn er enkele (voormalige) ncnp-bureaus die via de rechtbank in het gelijk zijn gesteld dat ze een regulier beroepsmatige gemachtigde zijn, waardoor eventuele proceskostenvergoedingen met factor 4 hoger uitvallen dan bij een ncnp-bureau. Mocht zich ten aanzien van de proceskosten een positief effect voordoen, dan wordt dit in eerste instantie in het lopend boekjaar via de P&C-cyclus verantwoord en verrekend. Voor het daaropvolgende jaar zal – rekening houdend met de door het Algemeen Bestuur vastgestelde spelregels (AB 8-12-2022) – een begrotingswijziging worden doorgevoerd. Project Inwinning Secundaire Objectkenmerken Het doel van het project Inwinning Secundaire Objectkenmerken, in de praktijk ook wel ‘Check uw woning’ genaamd, is het terugwinnen van het vertrouwen bij de woningeigenaren in de overheid in het algemeen en de bepaling van de WOZ-waarde in het bijzonder door de woningeigenaren maximaal te betrekken bij het vaststellen van (een aantal van) de secundaire objectkenmerken en hierbij maximale transparantie te bieden.
Bij het project, dat onder verantwoordelijkheid van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) wordt uitgevoerd, zijn o.a. de VNG, het ministerie van Financiën, het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Waarderingskamer, de Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond betrokken. In afstemming met genoemde partijen is een vragenlijst tot stand gekomen, die in de vorm van een aantal pilots aan woningeigenaren wordt voorgelegd in combinatie met een opgave van de huidige situatie (lees: weergave van de huidige secundaire objectkenmerken). Medio 2026 wordt het project afgerond en vindt de rapportage plaats. Tegengaan toenemende armoede In eerdere miljoenennota’s zijn maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren, de zogenaamde bestaanszekerheid. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen. Sociaal invorderen, vroegsignalering en schuldhulpverlening zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden. Het percentage oninbaar zal mogelijk stijgen, hetgeen zal leiden tot lagere netto-belastingopbrengsten voor de deelnemers.
Uit de Rijksbegroting 2026 blijkt dat het demissionair kabinet verder gaat met het Nationaal Programma Armoede en Schulden en de hierboven genoemde maatregelen. Doelen zijn: kleine schulden klein houden, betere schuldhulpverlening in alle gemeenten en meer waarborgen van het bestaansminimum. Vroegsignalering en interdepartementale samenwerking moeten nieuwe schuldenproblematiek voorkomen. Leegstandheffing Op 2 december 2025 heeft de Eerste Kamer het amendement op de Fiscale Verzamelwet 2026 voor het invoeren van een leegstandverordening aangenomen. Hiermee krijgen de gemeenten de bevoegdheid om een leegstandheffing op te leggen. Onder de heffing vallen gebouwde onroerende zaken, of delen daarvan die als zelfstandige woonruimte zijn te kwalificeren, mits deze langer dan twaalf maanden onafgebroken leegstaan. De gemeente kan zelf kiezen of zij een leegstandverordening wil invoeren, wanneer de belasting ingaat, hoe hoog deze is en of het een vast bedrag betreft of een heffing gebaseerd om de WOZ-waarde van het leegstaande object. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) werkt aan een modelverordening. BsGW volgt dit actief, ook via de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB). BsGW zal ervoor zorgen dat nieuwe
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 14 van 59
inzichten en ontwikkelingen steeds met alle deelnemers worden gedeeld. Uiteindelijk leidt dit tot een afweging om de leegstandsheffing al dan niet in te voeren, waarbij de beleidskeuze nadrukkelijk bij de deelnemende gemeenten zelf ligt.
4.3.2 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Huisvesting Vanwege een aflopend huurcontract stond BsGW voor de keuze: blijven (en noodzakelijke verbouwingen en verbeteringen laten uitvoeren aan technische installaties en leidingwerk in combinatie met bouwkundige beperkingen voor medegebruik) of verhuizen. Omdat het huidige kantoorpand te groot is als gevolg van hybride werken en met het oog op de toekomst (OOP) het aantal medewerkers en werkplekken verder zal afnemen, heeft een uitgebreide marktverkenning plaatsgevonden naar een nieuwe kantoorlocatie. De marktverkenning heeft geleid tot succesvolle onderhandelingen met de eigenaar van het voormalige Philipsterrein ook wel bekend als Weerstand Roermond. De historische gebouwen op Weerstand worden zoveel mogelijk behouden en krijgen een nieuwe bestemming, waarbij duurzaamheid een belangrijke rol speelt. BsGW neemt daardoor straks haar intrek in een eigentijds en toekomstbestendig gebouw. Het nieuwe kantoorpand voldoet daarbij niet alleen aan de kaders die zijn gesteld door het Dagelijks Bestuur van BsGW (marktconforme huur, parkeervoorziening en in gebruik name voor einde huidige huurcontract), maar ook de wensen van het personeel van BsGW (diversiteit aan werkruimten incl. bijbehorende faciliteiten en aandacht voor werkomgeving, zoals akoestiek, licht, klimaat en ergonomie).
Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt houdt vooralsnog aan. Het effect van toepassingen van AI is momenteel nog niet merkbaar, ook niet binnen het ICT-vakgebied. Vanwege de ontgroening en vergrijzing, die onze provincie extra treft, zal -naast het zelf op een verantwoorde wijze inzetten van AI- gezocht moeten worden naar andere manieren om toch bijtijds de juiste, noodzakelijke kennis in huis te halen én te houden. Waar nodig en mogelijk wordt samen met deelnemers en/of andere samenwerkingsverbanden voorzien in moeilijk invulbare rollen en functies. Wet aanpassing belastingstelsel waterschappen De Wet aanpassing belastingstelsel waterschappen, die per 1 januari 2026 in werking is getreden, biedt waterschappen meer en betere mogelijkheden om te heffen naar profijt of belang. Diegene, die meer profijt heeft van de werkzaamheden van het waterschap, betaalt dan een hogere heffing. Degene die minder belang heeft, krijgt een lagere heffing. Daarnaast kunnen waterschappen voortaan beter inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, zoals klimaatopwarming, de circulaire economie, de energietransitie en veranderingen in het eigen waterschap. Deze wet regelt ook dat Rijkswaterstaat en waterschappen geen schadelijke stoffen meer hoeven te gebruiken bij het meten van de vervuiling in afvalwater.
De gevolgen van de wijziging voor specifieke groepen belastingbetalers verschillen per waterschap. De besturen van de waterschappen bepalen namelijk zelf hoe zij de kosten precies verdelen. Waterschap Limburg en BsGW zijn eind 2023 een project gestart om de migratie naar het nieuwe belastingstelsel vorm te geven. De projectkosten, die BsGW hiervoor maakt, komen geheel en al ten laste van Waterschap Limburg. Dit geldt ook voor eventuele structurele kosten. Deze zullen via de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus) worden verwerkt en doorbelast aan Waterschap Limburg.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 15 van 59
Samenwerkingsportaal Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis. Voor het actueel houden en borgen van alle gegevens, heeft BsGW namens alle partijen de regie op zich genomen voor het aanschaffen van een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Het zogenaamde Samenwerkingsportaal. Landelijk was het streven om te komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR); een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie zouden in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) opgaan.
Tevens was het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZadministratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie zouden worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR zou gevolgen hebben voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen. Het is immers inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. De beoogde ingangsdatum van de SOR was 1 januari 2025. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. Een nieuwe streefdatum is nog steeds niet bekend. De vraag is of er überhaupt een SOR gaat komen. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit ligt het voor de hand om het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch voor een bedrag van € 350 duizend per jaar (excl. indexatie) te continueren om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen blijven geven.
In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistratie BAG, BGT en de WOZ staat. Om de gebruikers meer te betrekken bij het Samenwerkingsportaal is een Gebruikersoverleg in het leven geroepen. Dit Gebruikersoverleg fungeert als klankbord en overlegplatform. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Om wendbaar, betrouwbaar en efficiënt te blijven opereren, is het noodzakelijk om te investeren in toekomstbestendige informatievoorzieningen. Informatievoorziening ondersteunt beleid en uitvoering met actuele, volledige, betrouwbare en goed ontsloten data. Artificial Intelligence (AI) en business intelligence -mits proven technology én veilig- kunnen worden ingezet om trends te herkennen, processen te optimaliseren en dienstverlening te verbeteren. Vanwege einde contractduur zijn zowel de ICT-infrastructuur als het belasting- en waarderingspakket op basis van een Europese aanbesteding gegund (2022/2023) en geïmplementeerd (2023/2024). Deze
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 16 van 59
voor BsGW omvangrijke, complexe en intensieve operatie is eind 2024 formeel afgerond, waarna in 2025 de beheerfase is aangebroken. Van daaruit kan gekeken worden naar verdere procesoptimalisatie. Naast het primaire proces van Waarderen, Heffen en Innen geldt dit ook voor de ondersteunende processen (Bedrijfsvoering, Klantzaken en Staf). Hierbij wordt, zoals gezegd, ook de inzet van AI betrokken, rekening houdend met juridische, technische en ethische aspecten. Robotisering en Artificial Intelligence Ook BsGW volgt de ontwikkelingen op het gebied van Kunstmatige Intelligentie oftewel Artificial Intelligence (AI) met bovengemiddelde belangstelling. Generatieve AI is een specifieke vorm van AI. Het helpt mensen, bedrijven en organisaties bij het genereren van bijvoorbeeld tekst, beeld en audio. ChatGPT is het meest sprekende voorbeeld. Generatieve AI heeft grote impact op de maatschappij en samenleving en daarmee op de overheid en in het verlengde daarvan samenwerkingsverbanden, zoals BsGW. Enerzijds biedt generatieve AI kansen, bijvoorbeeld om beter met burgers te communiceren (kwaliteit), om processen te verbeteren (efficiency) en om de toenemende krapte op de arbeidsmarkt mede het hoofd te bieden. Anderzijds maken ook partijen als ncnp-bedrijven intensief gebruik van generatieve AI, met dien verstande dat voor hen niet geldt dat er sprake moet zijn van proven technology.
Het oneigenlijk gebruik van AI door derden in relatie tot dataveiligheid vergt niet alleen kennis, maar ook (extra) financiële investeringen. De overheidsbrede visie op generatieve AI biedt in dit kader houvast door: samen te werken met alle stakeholders, de snelle ontwikkelingen op het gebied van AI nauwgezet te volgen, passende wet- en regelgeving te ontwikkelen, het vergroten van kennis en kunde en als overheid zelf veilig te experimenteren met generatieve AI. Door sterk toezicht op AI met handhaving waar nodig kan Nederland vooraan staan bij de onvermijdelijke veranderingen in onze samenleving. BsGW mag om moverende redenen niet voorop lopen. Het is vooral zaak om tijdig en op de juiste wijze aan te haken. Wettelijk gezien is een en ander geregeld in de AI-verordening. De AI-verordening is een Europese wet, die regels stelt voor de ontwikkeling en het gebruik van AI-systemen. AI zal naar de toekomst toe meer en meer worden ingezet, ook op het gebied van informatiebeveiliging. Des te belangrijker het verantwoord gebruik van AI, waaronder AI-geletterdheid van medewerkers. Informatiebeveiliging & Privacy Het is voor BsGW van cruciaal belang dat de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening is gewaarborgd. Eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt.
BsGW monitort dit niet alleen zelf intern op naleving, maar laat ook externe audits en onderzoeken uitvoeren. Informatiebeveiliging krijgt ook steeds meer en extra aandacht van de externe accountant. Een van de beheersmaatregelen is uiteraard het voldoen aan Europese en (daaruit voortvloeiende) nationale wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging. Europese Network and Information Security (NIS2) Om de cyberbeveiliging en weerbaarheid van essentiële diensten in de EU-lidstaten te verbeteren werden in 2016 de Europese Network and Information Security (NIS)-richtlijnen geïntroduceerd: een Europees kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen, die van algemeen belang zijn voor de openbare veiligheid. In Nederland werd de NIS-regelgeving vertaald naar de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen voor digitale dienstverleners (Wbni). Door de toegenomen onrust in de wereld (zoals COVID, Oekraïne, cyberdreigingen) en de nieuwe technologische ontwikkelingen voldeed de NIS en daarmee ook de Wbni niet langer. Vandaar de komst van de NIS2. Op 17 oktober 2024 is de NIS2-richtlijn in werking getreden. Nederland streeft ernaar om in het voorjaar van 2026 zowel de NIS2 als de Cyberbeveiligingswet geïmplementeerd te hebben in wet- en regelgeving.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 17 van 59
Concreet betekent dit voor overheidsorganisaties, en dus ook BsGW, het volgende: • Risicogestuurde informatiebeveiliging • Strengere meldplicht • Zorgplicht: Meer focus op preventie • Handhaving door toezichthouders zal meer proactief gaan plaatsvinden • Potentiële persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders • Registratieplicht Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) De zorgplicht uit de cyberbeveiligingswet bestaat feitelijk uit het voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), die sinds 1 januari 2020 van kracht is. De BIO geldt als normenkader voor alle overheden en verving de afzonderlijke baselines informatieveiligheid voor gemeenten, Rijk, waterschappen en provincies. Met de komst van de BIO kwam er een eenduidige en herkenbare stevige basis voor een veilige digitale overheid. Overheidsbreed wordt aan de opvolger van de BIO gewerkt, BIO2 genaamd. BIO2 volgt op de evaluatie van de huidige BIO en geeft tevens invulling aan eisen vanuit de nieuwe Europese Network and Information Security (NIS2) richtlijn. Het ontwerp voor de BIO2 is ontwikkeld in samenwerking met gemeenten, provincies, waterschappen en de Rijksoverheid Op 23 september 2025 heeft het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) de Baseline Informatiebeveiliging Overheid versie 2 (BIO2) vastgesteld.
Vertaling door BsGW Naast de reeds door BsGW ingezette maatregelen om de risico’s op het gebied van veiligheidsincidenten te mitigeren, zal de komende periode gewerkt worden om te voldoen aan de eisen van de NIS2 en de BIO2. Zo is de update van het bedrijfscontinuïteitsplan van BsGW nagenoeg afgerond. In de volgende fase wordt gestart met het periodiek simuleren van en oefenen met diverse scenario’s. Een Bedrijfsimpactanalyse (BIA) maakt hier onderdeel van uit. Op basis van de uitkomsten van de simulaties en oefensessies wordt het continuïteitsplan actueel gehouden. Tenzij de implementatie van de NIS2 en de BIO2 aantoonbaar een onevenredig beslag legt op de middelen (zowel formatief als financieel) worden de meerkosten binnen de begroting van BsGW opgevangen. Wet toekomst pensioenen Op 1 juli 2023 trad de Wet toekomst pensioenen (Wtp) in werking. Het doel van deze wet is om het pensioenstelsel te moderniseren en aan te passen aan veranderende en economische omstandigheden. De pensioenfondsen moeten uiterlijk op 1 januari 2028 overgestapt zijn naar de nieuwe regels voor pensioen. ABP gaat al met ingang van 1 januari 2027 volgens de nieuwe regels werken. Onvoorziene omstandigheden daargelaten heeft de Wet toekomst pensioenen geen financiële gevolgen voor de begroting 2027 (en verdere jaren).
BTW problematiek huidig pensioenstelsel De gerechtshoven Arnhem en Leeuwarden deden eind 2025 een tweetal uitspraken in hoger beroepzaken tussen pensioenfondsen en de Belastingdienst. De rechter oordeelde dat de pensioenfondsen btw in rekening moeten brengen over de totale maandelijkse pensioenpremies. Als de uitspraak in stand blijft, heeft dit financiële gevolgen voor werkgevers die de btw niet mogen aftrekken. Dat zou betekenen dat pensioen duurder wordt. De staatssecretaris van Financiën geeft onder verwijzing naar een tegengestelde uitspraak in eenzelfde situatie uit 2023 dat pensioenuitvoering als btw-vrijgestelde dienst moet worden aangemerkt zolang de
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 18 van 59
Hoge Raad geen uitspraak heeft gedaan. BsGW houdt verdere berichtgeving en ontwikkelingen in de gaten. In het vernieuwde pensioenstelsel speelt deze problematiek niet meer. Het eventuele financiële risico betreft 2026 en wellicht 2027 indien ABP onverhoopt op de uiterlijke datum van 1 januari 2028 overgaat.
4.4 Producten van dienstverlening BsGW heeft haar processen uitgedrukt in drie producten van dienstverlening: 1. Heffen 2. Waarderen 3. Innen Heffen Kern van het product Heffen is het beheer en onderhoud van de basisgegevens belastingen en vastgoed van alle deelnemers. Aangezien de kwaliteit van de basisgegevens bepalend is voor de kwaliteit van de andere primaire processen, worden de basisgegevens continu actueel gehouden. Dit gebeurt hoofdzakelijk via geautomatiseerde verwerkingen. Er is permanente aandacht voor bestandsbeheer en reguliere, structurele controles op de juistheid en volledigheid van de basisgegevens. Binnen de randvoorwaarden van betrouwbare en actuele basisgegevens worden aanslagen met een zo vroeg mogelijke dagtekening opgelegd. Er worden per belastingplichtige zoveel mogelijk aanslagregels belastingen van gemeente(n) en heffingen van waterschap(pen) gecombineerd op één biljet. Waarderen Het product Waarderen heeft tot doel het waarderen van alle onroerende zaken van de gemeentelijke opdrachtgever, conform de Wet Waardering Onroerende Zaken. Onder waarderen wordt de jaarlijkse (modelmatige) waardebepaling, de herwaardering als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures en de marktanalyse woningen en niet-woningen verstaan. Het resultaat van de waardering dient te voldoen aan de kwaliteitseisen die de Waarderingskamer hieraan stelt.
Innen Het product Innen omvat het tijdig, volledig en efficiënt invorderen van opgelegde aanslagen gericht op een goed betalingsgedrag, een actueel en strak openstaand postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum, als ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Daarnaast behelst dit product het tijdig
afdragen
van de
ontvangsten, conform de
met
opdrachtgevers overeengekomen
afdrachtenprognoses. Intern kent BsGW nog twee ondersteunende afdelingen: -
Klantzaken
-
Ondersteuning & Ontwikkeling
Klantzaken Klantzaken is verantwoordelijk voor registratie van alle contacten die via de verschillende contactkanalen binnenkomen. Daarnaast beantwoordt Klantzaken alle verzoeken om informatie, reacties tegen de kosten van aanmaningen en dwangbevelen, treft Klantzaken betalingsregelingen en boekt bezwaarschriften in. Ook het accountmanagement met onze opdrachtgevers is bij Klantzaken ondergebracht.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 19 van 59
Ondersteuning & Ontwikkeling Het product Ondersteuning & Ontwikkeling heeft betrekking op de algemene activiteiten die een indirect verband hebben met de operationele uitvoering van de primaire hoofdprocessen heffen, innen, waarderen en klantzaken. Het gaat hierbij vooral om activiteiten op het gebied van ICT, HRM, bestuursondersteuning, algemene (fiscaal)-juridische aangelegenheden, Planning & Control, staf Control, algemeen management en directievoering. Deze activiteiten worden veelal uitgevoerd ter ondersteuning van de activiteiten die verricht moeten worden om de primaire taken van de dienstverlening uit te voeren. Hiermee vallen ook de huisvesting en overige facilitaire zaken onder de kosten van dit product. De kosten van de activiteiten die vallen onder Ondersteuning & Ontwikkeling voldoen aan de definitie Overhead conform BBV: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De overheadkosten van BsGW bedragen voor 2027 € 11.854.027, -.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 20 van 59
4.5 Paragrafen 4.5.1 Lokale heffingen De paragraaf lokale heffingen is niet van toepassing voor BsGW. 4.5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover BsGW kan beschikken om niet begrote kosten te dekken plus de financiële gevolgen op te kunnen vangen van bedrijfsvoeringsrisico’s waarvoor geen maatregelen zijn of kunnen worden getroffen. Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een, bij de oprichting, bepaalde methode van risicoanalyse. De founding fathers - Waterschap Limburg en de gemeente Venlo - hebben het weerstandsvermogen in 2011 opgebouwd door een bodemstorting van € 385 duizend. Een en ander is vastgelegd in het bestuursdocument van Conquaestor en als zodanig vastgesteld door de founding fathers. Eventuele verhoging van het weerstandsvermogen zal door alle deelnemers in BsGW gedragen dienen te worden.
Het aanhouden van een weerstandsvermogen voorkomt dat elke financiële tegenvaller dwingt tot directe begrotingsmaatregelen zoals bezuinigingen en het aanpassen van het vastgestelde beleidskader en de daaruit voortvloeiende productdoelstellingen. Fluctuaties in de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers aan BsGW kunnen hiermee worden voorkomen. Voor
het
beleidsmatige
kader
wordt
verwezen
naar
de
‘Kadernota
risicomanagement
en
weerstandsvermogen BsGW’ (AB 24-3-2022). De
risicoanalyse
wordt
elk
jaar
uitgevoerd
zodat
bepaald
kan
worden
of
het
gestorte
weerstandsvermogen toereikend is. Hierin is voor elk van de risico’s de kans dat het zich voordoet realistisch ingeschat en worden de gevolgen benoemd met daarbij de omvang van de financiële impact. Door het treffen van effectieve beheersmaatregelen, kan BsGW de financiële gevolgen hiervan terugbrengen. Het geïdentificeerde risico na het nemen van de beheersmaatregelen (het restrisico) leidt tot een berekend weerstandsvermogen. Zie ook bijlage 7: Risicoanalyse. Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BsGW. Ratio weerstandsvermogen De verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen wordt weergegeven in de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Het berekend weerstandsvermogen is voor de voorliggende ontwerpbegroting berekend op € 1,19 miljoen. Het aanwezige weerstandsvermogen vóór bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 bedraagt € 998 duizend. De ratio komt hiermee uit op 0,84.
Deze ratio valt binnen de bandbreedte van 0,8 en 1,4 waardoor er geen aanleiding bestaat het weerstandsvermogen aan te passen. Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 192 duizend.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 21 van 59
Financiële kengetallen Op grond van het wijzigingsbesluit BBV is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven. Hiervan zijn drie financiële kengetallen relevant voor BsGW, zoals in onderstaande tabel weergegeven: Kengetallen
JR2023
JR2024
B2025
B2026
B2027
B2028
B2029
B2030
Netto schuldquote
1,6%
-25,8%
-8,7%
-10,2%
-11,1%
-11,8%
-12,4%
-8,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
1,6%
-25,8%
-8,7%
-10,2%
-11,1%
-11,8%
-12,4%
-8,8%
Solvabiliteitsrisico
-31,6%
31,1%
24,5%
28,5%
32,5%
35,2%
37,7%
30,2%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
-7,8%
23,6%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2024 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2025 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling, die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert, behaalt BsGW al jaren een zeer lage netto schuldquote. Fluctuaties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor, en voor eventuele niet-reguliere activiteiten, wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft vaste schulden in de vorm van een aangetrokken lening van € 2 miljoen (per 4-12-2020, looptijd 7 jaar, lineaire aflossing) maar verstrekt geen leningen. Zij blijft ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. 4.5.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten, grote aanschaf ICT(-licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld.
De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing. 4.5.4 Financiering De netto-exploitatiekosten van BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen van de deelnemers. Voor de financiering van investeringen kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer. Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing, waarin onder andere de taken, bevoegden verantwoordelijkheden, beleid, doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 22 van 59
Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid, bedoeld voor het sturen en beheersen van, verantwoorden over en toezicht houden op de treasury. Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en, voor zover dit voorkomt, koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer a.
Kasgeldlimiet
Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,2% van de totale bruto lasten (€ 28,2 miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2027 uit op een bedrag van € 2,3 miljoen. (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet Op basis van bovenstaande mag BsGW € 2,3 miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). bedragen * € 1.000,-
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Gem. netto vlottende schuld (1)
4.997
4.997
4.997
4.997
Kasgeldlimiet (2)
2.283
2.283
2.283
2.283
Ratio (1)/(2)
219%
219%
219%
219%
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2024 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2025 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. b.
Renterisiconorm
Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico’s op de vaste schuld. Het financieren en (op korte termijn) uitzetten van gelden houdt in dat er renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningsbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is wettelijk bepaald op 20% van de netto vaste schuld. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en -baten) kunnen voorkomen. (Bron: art. 5 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 2d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Door de renterisiconorm kan BsGW tot een dusdanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossing en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Op 4 december 2020 heeft BsGW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en wordt in zeven termijnen lineair afgelost, te beginnen op 4 december 2021. Op deze lening is een marginale negatieve rente van toepassing tot en met 2027.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 23 van 59
Kredietrisicobeheer Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij. Aangezien BsGW geen geldleningen heeft verstrekt aan derden geldt het kredietrisico uitsluitend voor de vorderingen op debiteuren. Dit risico is laag gezien het feit dat de bijdrage of vergoeding van de deelnemers/klanten van BsGW vooraf in vaste maandelijkse termijnen wordt ontvangen. Liquiditeitenbeheer Het te volgen financieringsbeleid ligt vast in het Financieringsstatuut en houdt in dat beleidsmatig wordt gestreefd naar een gemiddelde nulstand van het rekening-courantsaldo. Gezien het tijdens het jaar niet synchroon lopen van ontvangsten en uitgaven zijn fluctuaties rond het nulpunt onvermijdelijk. Kasbeheer Via verplicht schatkistbankieren worden alle decentrale overheden verplicht om overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Dit betekent dat overtollige liquide middelen automatisch naar de schatkist zullen worden afgeroomd met als gevolg dat BsGW geen kasbeheer meer voert. In verband met de noodzakelijk geachte scheiding tussen de heffingengeldstromen en de BsGWexploitatiegeldstromen, lopen deze geldstromen via twee aparte rekening-courantverhoudingen met de staat.
Bij eventuele kastekorten zal BsGW kasgeldleningen aangaan. 4.5.5 Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering omvat het geheel van interne organisatieonderdelen die ondersteunend zijn aan de primaire activiteiten (kerntaken) van BsGW. Hiervoor is het Dagelijks Bestuur beleidsvormend. De stand van de organisatie en de ontwikkelingen daarin zijn opgenomen in deze beleidsbegroting. 4.5.6 Verbonden partijen Partijen worden als verbonden beschouwd indien de ene partij de zeggenschap over de andere partij bezit of belangrijke invloed kan uitoefenen op de financiële en operationele beslissingen van de andere partij (bron: Richtlijnen voor de Accountantscontrole, RAC 583). BsGW heeft geen verbonden partijen. 4.5.7 Grondbeleid De paragraaf grondbeleid is niet van toepassing voor BsGW. 4.5.8 Openbaarheid De Wet open overheid (Woo), in werking getreden op 1 mei 2022, verplicht BsGW onder andere om in de jaarlijkse begroting aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo. Vervolgens verplicht de wet om in de jaarlijkse verantwoording verslag te doen van de uitvoering van de Woo in samenhang met die beoogde beleidsvoornemens. De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar en eenvoudig te ontsluiten is.
Openheid en transparantie van bestuur dragen bij aan maatschappelijk draagvlak voor beleid, vertrouwen in de overheid en de goede werking van de lokale democratie. Voor de implementatie ervan hebben bestuursorganen acht jaar de tijd. De Woo bevat de volgende belangrijke verplichtingen: 1. Woo-contactfunctionaris; 2. passieve openbaarmaking middels Woo-verzoeken; 3. actieve openbaarmaking van bij wet genoemde informatiecategorieën; 4. (digitale) informatiehuishouding op orde hebben en houden.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 24 van 59
Woo-contactfunctionaris Een Woo-contactfunctionaris beantwoordt vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie en leidt de steller (zijnde mensen van buiten de organisatie) naar de juiste plek of persoon. Het betreft hier informatievragen niet zijnde Woo-verzoeken. Bij BsGW is deze rol overigens reeds in 2022 toegewezen aan meerdere functionarissen. Passieve openbaarmaking Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) is er wettelijk vrijwel niets veranderd. Voor een zorgvuldige en tijdige afhandeling van deze verzoeken is het van belang dat de informatiehuishouding en onderliggende werkprocessen op orde zijn (zie: Informatiehuishouding op orde). De Woo-verzoeken behoren tot één van de actief openbaar te maken informatiecategorieën (zie: Actieve openbaarmaking). Actieve openbaarmaking BsGW zet in op ambitieniveau Basis. Dit betekent dat voor elke fase de informatie en documenten uit de betreffende categorie vanaf de wettelijk verplichte datum actief openbaar worden gemaakt. Daarmee voldoet BsGW aan de wettelijke verplichtingen en volgt BsGW de planning van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De informatiecategorieën uit de eerste tranche zijn per 1 november 2024 inwerking getreden; hieraan heeft BsGW invulling gegeven. BsGW draagt er fasegewijs zorg voor dat de verplichte informatiecategorieën actief worden gepubliceerd.
Via de Woo-index –als deelregister van het Register van Overheidsorganisaties– worden deze verplichte informatiecategorieën ook ontsloten. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde wordt gebracht. Op basis van een op te stellen meerjarenplan moeten maatregelen worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. BsGW geeft hier verder uitvoering aan via bijvoorbeeld de realisatie van het Informatiebeleidsplan 2022-2025, het vernieuwde Informatiebeleidsplan BsGW 2024-2027 en het Verbetertraject Informatiehuishouding BsGW. BsGW beschikt over zowel een (intern en extern) fysiek archief als een digitaal archief. De in 2023 opgestarte opschoning van het fysieke archief en de controle op het digitale archief is een continu proces. Dit gebeurt conform de Archiefwet 1995. Zowel de archiefinspecteur en de Provincie Limburg (ambtelijk) hebben medio 2025 geconstateerd dat BsGW haar taken voor informatie en archiefbeheer in voldoende mate behartigt. Er is sprake van een zichtbare voortgang in de verbeterpunten t.o.v. vorige toezichtronde. BsGW zet deze koers voort.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 25 van 59
5. Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten
Bedragen x € 1.000
Begroting KVM
Realisatie
Begroting KVM
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
Meerjarenperspectief
2025
2026
2027
2027
2027
2028
2029
2030
2031
Personeelskosten
0
18.247
18.867
259
19.126
19.968
20.846
21.763
22.721
Huisvestingkosten
0
951
770
0
770
790
811
832
853
Afschrijvingkosten
0
57
57
0
57
58
60
62
63
ICT-kosten
0
3.384
3.472
40
3.512
3.603
3.696
3.793
3.891
drukwerk
0
13
13
0
13
13
14
14
14
print/kopieerwerk
0
194
199
11
209
215
220
226
232
porti
0
631
648
0
648
664
682
699
718
telefonie/datacommunicatie
0
28
29
0
29
29
30
31
32
kosten brongegevens
0
316
325
106
431
442
454
465
477
operationele kosten
0
122
125
0
125
129
132
136
139
Overige operationele kosten
0
1.304
1.338
117
1.455
1.493
1.532
1.571
1.612
Diensten door derden
0
1.050
1.077
0
1.077
1.105
1.134
1.163
1.194
Kostenvergoeding bezwaar en beroep
0
2.125
1.667
0
1.667
1.711
1.755
1.801
1.848
Overige operationele kosten
0
4.479
4.083
117
4.200
4.309
4.421
4.536
4.654
algemene kosten
0
630
646
0
646
663
680
698
716
onvoorzien
0
424
405
0
405
416
427
438
449
Algemene kosten
0
1.054
1.051
0
1.051
1.078
1.107
1.135
1.165
bankkosten
0
300
308
0
308
316
324
332
341
rentekosten
0
8
8
0
8
8
8
8
9
Bank- en rentekosten
0
308
315
0
315
324
332
341
349
Toevoegingen aan voorzieningen
0
357
357
0
357
357
357
357
357
Totale lasten
0
28.835
28.972
416
29.388
30.487
31.630
32.818
34.054
-1.000
-1.200
0
-1.200
0
0
0
0
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
0
27.835
27.772
416
28.188
29.187
30.330
31.518
32.754
Lasten
Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten Baten Renteopbrengsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
BsGW diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
overige opbrengsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totale baten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Netto kosten
0
27.835
27.772
416
28.188
29.187
30.330
31.518
32.754
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal bijdragen
0
27.835
27.772
416
28.188
29.187
30.330
31.518
32.754
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen samenwerkingsportaal Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
Bovenstaande tabel wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2025 zodra deze door de accountant zijn gecontroleerd. 5.2 Harmonisatie en nieuwe kostenverdeelmethode Het Harmonisatietraject, dat in 2023 samen met de deelnemers is doorlopen, heeft geresulteerd in onderstaande onderverdeling van de verschillende producten, die BsGW levert aan haar deelnemers op het gebied van belastingheffing en -inning: -
voorkeursvarianten, waarbij nog onderscheid wordt gemaakt in de meer arbeidsintensieve belastingsoorten;
-
maatwerkvarianten;
-
externe heffingen.
De laatste twee categorieën
worden met ingang van
2024 via een separaat offerte- en
factureringstraject in rekening gebracht bij de betreffende deelnemers.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 26 van 59
De kosten voor de reguliere belastingsoorten, de voorkeursvarianten, worden via de nieuwe kostenverdeelmethode (AB 25-1-2024) bij de deelnemers in rekening gebracht. In onderstaande tabel wordt dit financieel weergegeven: Bedragen x € 1.000
Begroting KVM
Realisatie
Begroting KVM
Maatwerk intern
Maatwerk extern
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
2025
2026
2027
2027
2027
2027
2027
Personeelskosten
0
18.247
18.867
259
0
259
19.126
Huisvestingkosten
0
951
770
0
0
0
770
Afschrijvingkosten
0
57
57
0
0
0
57
ICT-kosten
0
3.384
3.472
0
40
40
3.512
Overige operationele kosten
0
1.304
1.338
117
0
117
1.455
Diensten door derden
0
1.050
1.077
0
0
0
1.077
Kostenvergoeding bezwaar en beroep
0
2.125
1.667
0
0
0
1.667
Overige operationele kosten
0
4.479
4.083
117
0
117
4.200
algemene kosten
0
630
646
0
0
0
646
onvoorzien
0
424
405
0
0
0
405
Algemene kosten
0
1.054
1.051
0
0
0
1.051
bankkosten
0
300
308
0
0
0
308
rentekosten
0
8
8
0
0
0
8
Bank- en rentekosten
0
308
315
0
0
0
315
Toevoegingen aan voorzieningen
0
357
357
0
0
0
357
Totale lasten
0
28.835
28.972
376
40
416
29.388
-1.000
-1.200
0
-1.200
0
0
0
0
0
27.835
27.772
376
40
416
28.188
Lasten
Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten Baten Renteopbrengsten
0
0
0
0
0
0
0
BsGW diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
overige opbrengsten
0
0
0
0
0
0
0
Diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
0
0
0
0
0
0
0
Totale baten
0
0
0
0
0
0
0
Netto kosten
0
27.835
27.772
376
40
416
28.188
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
0
0
0
0
0
0
0
Totaal bijdragen
0
27.835
27.772
376
40
416
28.188
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen samenwerkingsportaal Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
Bovenstaande tabel wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2025 zodra deze door de accountant zijn gecontroleerd. Uitgangspunt voor de ontwerpbegroting is de vastgestelde reguliere begroting 2026. Na verwerking van de indexering, de financiële gevolgen van de ontwikkelingen die in 2027 op BsGW afkomen en eventuele wijzigingen voor wat betreft het maatwerk, resulteert dit in de begroting voor de reguliere werkzaamheden voor 2027. Deze kosten worden via de KVM doorbelast aan de deelnemers van BsGW via de reguliere bijdragen. De kosten voor de maatwerkvarianten en de externe heffingen worden separaat geoffreerd en gefactureerd. Dit is inclusief extra, externe (ICT-)kosten aangezien deze niet-reguliere processen niet worden ondersteund door de verschillende pakketten en systemen van BsGW. Deze kosten zijn ook apart zichtbaar gemaakt in bovenstaande tabel. De reguliere begroting plus het maatwerk vormen samen de totale begroting BsGW voor 2027.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 27 van 59
5.3 Toelichting op de baten en lasten Lasten Personeelskosten Voor 2027 zijn de personeelskosten geïndexeerd met 4,4%. Deze kostenstijging wordt deels gecompenseerd door het wegvallen van tijdelijke formatie die was toegevoegd aan de begroting van BsGW voor de implementatie van de Wet open overheid (Woo) voor € 175 duizend. Er is nog steeds sprake van een toenemende spanning op de arbeidsmarkt. Dat vraagt om tijdig anticiperen. BsGW heeft daarom geïnvesteerd in bijvoorbeeld leer-werktrajecten en trainee-ships, als investering in de nabije toekomst. Daarnaast worden de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt nauw gevolgd. BsGW maakt gebruik van een flexibele schil: een deel van de bestuurlijke vastgestelde formatie wordt niet ingevuld met eigen personeel, maar met flexibele inhuur tijdens piekperiodes. Zo maakt BsGW tijdens en net na de aanslagoplegging gebruik van een extern callcentrum en worden externe taxateurs ingehuurd voor de (mede-)afhandeling van de WOZ-bezwaren. In de realisatie fungeren de begrotingsposten ‘Personeelskosten’ en ‘Overige diensten door derden’ derhalve als communicerende vaten fungeren. Om de OOP-taakstelling - die met name via een formatiereductie wordt gerealiseerd - inzichtelijk te houden, worden de personeelskosten op basis van de oorspronkelijke formatie begroot.
Zodra dit traject is afgerond zullen de betreffende budgetten voor inhuur tijdens piekperioden al in de begroting worden opgenomen onder ‘Overige diensten door derden’. Indexering goederen en diensten Voor 2027 is uitgegaan van een kosteninflatie van 2,6% ten opzichte van 2026. Huisvestingskosten De huisvestingskosten bestaan uit huur, energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak en beveiliging. Daarnaast is er nog een post begroot voor kleine aanschaf en onderhoud van inventaris. Door de verhuizing naar een duurzaam, eigentijds en toekomstbestendig kantoorpand in het laatste kwartaal van 2026, kunnen de begrote huisvestingskosten structureel worden verlaagd met € 200 duizend. Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten hebben voornamelijk betrekking op de jaarlijkse afschrijvingen van geactiveerde aanschaf en vervanging van inventaris en hardware. ICT-kosten De ICT-kosten betreffen de jaarlijkse licentie- en abonnementskosten plus de kosten van het uitbesteden van de ICT-infrastructuur en -beheer. BsGW voert het integrale proces van de belastingheffing en invordering in grote mate geautomatiseerd uit en zal daarom blijven(d) investeren in ICT-projecten om kwaliteit, continuïteit en efficiency te kunnen garanderen.
Sinds BsGW is overgestapt naar SaaS-oplossingen voor wat betreft de belasting-, waarderings- en overige applicaties en de hosting, bestaan ook de kosten van (door)ontwikkeling met name uit licentie- en abonnementskosten.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 28 van 59
Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit is – reeds in de begroting 2024 – het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch in de meerjarenraming opgenomen. Vanaf de start van het Samenwerkingsportaal is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie, waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging staat in de integraliteit tussen de basisregistraties BAG, BGT en de WOZ. Tot slot is een bedrag opgenomen voor kleine aanschaf soft- en hardware. Operationele kosten Gezien de omvang van deze kostenpost, wordt deze verder gespecificeerd. De post Proceskosten bezwaar en beroep betreft de uitkeringskosten. De hieraan gelieerde uitvoeringskosten, zoals extra inzet van KCC-medewerkers, taxateurs, ICT-ers en juridisch medewerkers zijn begroot onder ‘diensten door derden’, naast de overige inhuur. Voor wat betreft de afhandeling van de WOZ-bezwaren en -beroepen geldt dat zowel in 2024 als in 2025 sprake is van lagere toekenningspercentages dan in de jaren daarvoor. Ervan uitgaande dat deze trend zich doorzet naar 2026 en 2027 betekent dit dat de post proceskostenvergoeding voor wat betreft de uitkeringskosten naar beneden kan worden bijgesteld met additioneel € 500 duizend. Algemene kosten Kosten zonder oorzakelijk verband met de primaire processen zijn algemene kosten.
Naast huisvestingskosten, die apart worden vermeld, worden de algemene kosten hier weergegeven. Hierin zijn
de
advertentie-
en
reclamekosten,
accountantskosten,
advieskosten,
abonnementen
en
lidmaatschappen, verzekeringen, facilitaire kosten als kantoorbenodigdheden en vergader- en representatiekosten, uitbesteding van de salarisverwerking en eventuele overige algemene kosten opgenomen. De post onvoorzien 2027 is begroot op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal en blijft onder het plafond van € 500 duizend. Baten Er zijn geen baten begroot in de reguliere begroting van BsgW. Toelichting op de meerjarenraming 2028-2031 In de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031 is voor het doorrekenen van de kostenontwikkeling rekening gehouden met een indexering van 4,4% op de personele lasten en 2,6% over de materiële kosten en ingekochte diensten. Afschrijvingskosten en rentekosten zijn niet onderhevig aan inflatie. Overigens vindt op eventuele baten geen indexering plaats. Bijdragen deelnemers De netto reguliere bijdrage voor de exploitatie 2027 is € 27,772 miljoen. Dit is gelijk aan de nettokosten begroting 2027 minus de door BsGW te realiseren taakstellende kostenreductie OOP.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 29 van 59
Bedragen x € 1.000
Begroting KVM
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
2027
2027
2027
Totale lasten
28.972
416
29.388
Taakstelling kostenreductie OOP
-1.200
0
-1.200
0
0
0
27.772
416
28.188
Structurele kostenreductie Totale lasten Totale baten
0
0
0
Netto kosten
27.772
416
28.188
0
0
0
27.772
416
28.188
0
0
0
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo) Totaal bijdragen Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
De uitsplitsing naar deelnemer is opgenomen in bijlage 11 van deze begroting. 5.4 Uiteenzetting van de financiële positie 5.4.1 Investeringen Voor het begrotingsjaar 2027 en de meerjarenraming 2028-2031 is geen krediet voor innovatie en procesoptimalisatie openomen in de begroting als gevolg van de overgang naar SaaS-oplossingen. De kosten van (door)ontwikkeling bestaan daarmee uit licentie- en abonnementskosten. Wel is er sprake van aanschaf inventaris en hardware (materiele vaste activa). 5.4.2 Financiering Voor een nadere toelichting op de financiering wordt verwezen naar paragraaf 4.5.4. 5.4.3 Stand en verloop reserves en voorziening Op basis van de risicoanalyse en de reeds opgebouwde reserves, behoeft het weerstandsvermogen geen aanvullende storting. Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 192 duizend.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 30 van 59
Bijlagen Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2027-2031 Bijlage 2: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhandenwerk Bijlage 3: Staat van vaste schulden Bijlage 4: Staat van reserves en voorzieningen Bijlage 5: Berekening van het rente-omslagpercentage Bijlage 6: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Bijlage 7: Risicoanalyse Bijlage 8: Het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) Bijlage 9: Berekend EMU-saldo Bijlage 10: Geprognosticeerde balans 2024-2031 Bijlage 11: Bijdragen 2027 per deelnemer Bijlage 12: Bijdrage per deelnemer meerjarig Bijlage 13: Begroting 2027 en Meerjarenraming 2028-2030 tegen constante waarde Bijlage 14: Bijdrage per deelnemer meerjarig tegen constante waarde Bijlage 15: Bijdrage 2027 Waterschap Limburg volgens BBP-opzet
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 31 van 59
Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2027-2031 In de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031 is geen krediet voor innovatie en procesoptimalisatie openomen als gevolg van de overgang naar SaaS-oplossingen. Bij SaaS-oplossingen is sprake van abonnements- en licentiekosten.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 32 van 59
Bijlage 2: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk Cumulatieven per 31-12-2026 Aanschafwaarde
Boekwaarde
Afschrijving
Mutaties 2027
31-12-2026
OHW naar SVA
Investeringen
Boekwaarde Afschrijving
31-12-2027
Financiële vaste activa
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Immateriële vaste activa
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 204.051
-€ 103.948
€ 100.104
€0
€ 57.000
-€ 57.000
€ 100.104
Immateriële vaste activa (OHW)
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Materiële vaste activa (OHW)
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 204.051
-€ 103.948
€ 100.104
€0
€ 57.000
-€ 57.000
€ 100.104
Materiële vaste activa
Totaal activa en ohw
€0
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2024 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2025 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. Vanwege de overstap naar de SaaS-omgeving vervallen de investeringen in ICT-projecten. De staat van vaste activa bestaat dan nog enkel uit materiele vaste activa met betrekking tot de geactiveerde aanschaf en vervanging van inventaris en hardware.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 33 van 59
Bijlage 3: Staat van vaste schulden Op 4 december 2020 heeft BsGW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde projectkosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021. Het (negatieve) rentepercentage van deze lening bedraagt -/- 0,18% Langlopende lening x € 1.000 Initieel
Aflossing
Restschuld 0
2.000
31-12-2021
-286
1.714
31-12-2022
-286
1.429
31-12-2023
-286
1.143
31-12-2024
-286
857
31-12-2025
-286
571
31-12-2026
-286
286
31-12-2027
-286
0
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 34 van 59
Bijlage 4: Staat van reserves en voorzieningen Algemene reserve BsGW
x € 1.000
Initieel gestort weerstandsvermogen
385
Resultaat 2011
509
Resultaat 2012
-102
Resultaat 2013
-174
Resultaat 2014
-570
Resultaat 2015
-332
Resultaat 2016
-714
Resultaat 2017
-433
Aanvulling weerstandsvermogen (2017)
1.591
Aanvulling weerstandsvermogen (2018)
433
Resultaat 2018
-325
Aanvulling weerstandsvermogen (2019)
325
Resultaat 2019
13
Aanvulling weerstandsvermogen (2020)
596
Resultaat 2020
-2.092
Aanvulling weerstandsvermogen (2021)
2.092
Resultaat 2021
-1.565
Aanvulling weerstandsvermogen (2022)
1.552
Resultaat 2022
812
- Storting in bestemmingsreserve AHA
-500
Resultaat 2023 (begroting)
-1.293
- Aanvulling weerstandsvermogen (2024)
1.293
Reserves 31-12-2023
1.502
Resultaat 2024
3.723
- Storting in bestemmingsreserve AHA
-517
- Terugstorten overig resultaat aan deelnemers (2025)
-3.206
- Terugstorten surplus aan deelnemers (2025)
-572
Reserves 31-12-2024
930
Resultaat 2025 (begroting)
68
Reserves 31-12-2025
998
Resultaat 2026 (begroting)
0
Reserves 31-12-2026
998
Resultaat 2027 (begroting)
0
Reserves 31-12-2027
998
Resultaat 2028 (begroting)
0
Reserves 31-12-2028
998
Resultaat 2029 (begroting)
0
Reserves 31-12-2029
998
Resultaat 2030 (begroting)
0
Reserves 31-12-2030
998
Resultaat 2031 (begroting)
0
Reserves 31-12-2031
Bestuurlijk
is
998
afgesproken
dat
BsGW
beperkte
reserves
aanhoudt,
in
de
vorm
van
een
weerstandsreserve, zodat BsGW operationele risico’s zelf kan opvangen zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. De benodigde omvang wordt gemaximeerd op het bedrag dat voortvloeit uit de risicoanalyse. Het meerdere wordt afgedragen aan de deelnemers naar rato van het aandeel op basis van de kostenverdeelmethodiek. Bij de oprichting is het weerstandsvermogen op basis van de risicoanalyse vastgesteld op € 385 duizend (ca. 5% van het begrotingstotaal) en gerealiseerd middels een bodemstorting van de drie founding fathers van BsGW.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 35 van 59
Het positief resultaat 2011 is door het bestuur van BsGW toegevoegd aan de reserves van BsGW om slagvaardig de realisatie van de met het bestuur afgesproken groeistrategie van BsGW te kunnen nastreven. Het negatief resultaat van 2014-2017, voor het leeuwendeel veroorzaakt door extra proceskosten, is door het bestuur aan de reserves onttrokken. Eind 2017 en eind 2018 is besloten om de in deze jaren opgebouwde
negatieve
reserves
aan
te
vullen
tot
het
bedrag
gelijk
aan
het
benodigde
weerstandsvermogen van € 593 duizend conform de begin 2018 uitgevoerde risico-analyse ten behoeve van de begroting 2019-2023. In 2019 is besloten om het weerstandsvermogen aan te vullen gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen (AB 27-6-2019: Vaststellen bijdragen 2020). In 2020 is de onderschrijding op de beheerkosten GDI (€ 193 duizend) en het te veel gestorte vermogen uit hoofde van de lagere proceskostenvergoeding van 2019 (€ 356 duizend) ten gunste van het weerstandsvermogen gebracht (totaal € 548 duizend) en aangewend voor de oplossingsrichting met Waterschap Limburg (WL) inzake de (her)verdeling van de proceskostenvergoeding 2020 en GDI (AB 25 juni 2020, Weerstandsvermogen 2020). Hierin is vastgesteld dat het WL ten onrechte meebetaalde aan de kosten van de WOZ-waardering. Tevens is vastgesteld dat het WL te weinig betaalde aan GDI-kosten: via de bestaande kostenverdeelmethode betaalde WL 25% van deze kosten, volgens de vaste verdeelsleutel van het ministerie van BZK zou dit 60% moeten zijn. Het negatieve resultaat over 2021 van € 1.565 duizend was voor € 808 duizend toe te schrijven aan COVID-19, voor € 1,240 miljoen aan proceskostenvergoeding en een positief resultaat op de reguliere bedrijfsvoering. Met het aanvullen van het negatief resultaat over 2021 is het weerstandsvermogen aangevuld tot het benodigde weerstandsvermogen.
Het positieve resultaat over 2022 van € 812 duizend – door onder andere lagere uitvoerings- en uitkeringskosten proceskosten als gevolg van het lagere aantal ingediende bezwaren dan voorzien – is als volgt bestemd (AB 29-6-2023) en verwerkt in bovenstaande tabel: -
€ 500 duizend bestemmingsreserve AHA
-
€ 312 duizend aanvulling weerstandsvermogen
In 2023 is een negatief resultaat behaald van € 1,293 miljoen. Dit werd onder andere veroorzaakt door hogere uitvoerings- en uitkeringskosten proceskosten (€ 2,773 miljoen nadeel) als gevolg van de hausse aan ingediende bezwaren ten opzichte van de jaren daarvoor. Daartegenover stond een incidenteel voordeel van € 711 duizend aan renteopbrengsten plus een positief resultaat uit de reguliere bedrijfsvoering van € 769 duizend. Het negatieve resultaat 2023 is ten laste gebracht van het weerstandsvermogen, waarna het weerstandsvermogen is aangevuld met hetzelfde bedrag (AB 27-6-2024). Over geheel 2024 is een incidenteel positief resultaat bereikt van € 3,723 miljoen. Ongeveer € 2,5 miljoen van dit bedrag betreft het incidentele positieve resultaat uit de reguliere bedrijfsvoering. Het bestaat vooral uit incidentele ‘deelresultaten’. In deze € 2,5 miljoen zit ook het positieve eindsaldo van € 517 duizend van het project AHA. Het positieve eindsaldo project AHA wordt in de nieuwe bestemmingsreserve AHA gestort (AB 12-12- 2024). Dit leidt tot een incidentele negatieve post. Een bedrag van € 1,182 miljoen van het resultaat (positief incidenteel) komt voort uit renteopbrengsten op geïnde belastingbedragen.