Agendabundel
Tekst van het document
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 36 van 59
De bijdragen 2025 (en verdere jaren) op deelnemersniveau worden berekend aan de hand van de per 1 januari 2025 in werking getreden nieuwe kostenverdeelmethode (KVM) (AB 25-1-2024). Omdat uit de
eerste
indicatieve
doorrekening
bleek
dat
er
(te)
grote
verschillen
ontstonden
in
de
deelnemersbijdrage volgens nieuwe versus oude KVM, is gekozen voor een ingroeimodel (AB 28-32024)
waarbij
voor
2025
50%
van
dit
verschil
wordt
doorberekend
in
de
bijdrage.
De
afrondingsverschillen die hierdoor ontstaan, leiden tot een positief begrotingssaldo van € 68 duizend. Begin 2025 is de risicoanalyse opnieuw uitgevoerd, waarbij de nog steeds relevante risico’s zijn geactualiseerd dan wel aangepast naar de cijfers van de begroting 2027 en actuele wet- en regelgeving. De benodigde weerstandscapaciteit komt uit op € 998 duizend. Het aanwezige weerstandsvermogen bedroeg € 1,570 miljoen (na resultaatbepaling 2024, vaststelling begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 en vaststelling begroting 2026 en meerjarenraming). Het surplus van € 572 duizend is teruggestort naar de deelnemers (AB 26-6-2025). De bestemming van het resultaat 2025 is nog niet vastgesteld door het Algemeen Bestuur en daarom nog niet opgenomen in bovenstaande tabel. De begroting als uitgangspunt genomen.
Bestemmingsreserve Project AHA 2025-2029 BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Daarnaast zijn investeringen verplicht om te (blijven) voldoen aan wettelijke eisen. De huidige contracten voor zowel de ICT-infrastructuur als de waarderings- en belastingpakketten kunnen maximaal worden verlengd tot en met 2029. Bij einde contractduur is een Europese aanbesteding aan de orde. Gezien de ervaringen uit het vorige aanbestedings- en implementatietraject (2023 en 2024) is besloten het projectbudget voor de aanbesteding en implementatie in 2028 en 2029 te verlagen naar € 2,5 miljoen en hiervoor een bestemmingsreserve te vormen (AB 12-12-2024). Vooruitlopend hierop is reeds in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 een jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve AHA opgenomen van € 555 duizend per jaar (AB 27-6-2024). De onderbesteding van het vorige project AHA van afgerond € 517 duizend is als startkapitaal gestort in de nieuwe bestemmingsreserve. Tezamen met de voornoemde bijdrage 2025 van € 555 duizend, betekent dit dat de jaarlijkse stortingen voor de jaren 2026-2029 kunnen worden verlaagd naar € 357 duizend. Bestemmingsreserve BsGW
x € 1.000
Startkapitaal 2024
517
Reserves 31-12-2025
517
Begroting 2025 Reserves 31-12-2025 Begroting 2026 Reserves 31-12-2026 Begroting 2027 Reserves 31-12-2027 Begroting 2028 Reserves 31-12-2028 Begroting 2029 Reserves 31-12-2029
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
555 1.072 357 1.429 357 1.786 357 2.143 357 2.500
pagina 37 van 59
Bijlage 5: Berekening van het rente-omslagpercentage Het rente-omslagpercentage wordt berekend door het saldo van aan taakvelden toe te rekenen externe en interne rente te delen door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari van het begrotingsjaar. De vaste activa bestaan uit de immatriële, materiële en financiële vaste activa voor zover deze integraal zijn gefinancierd met uitzondering van de aan derden verstrekte leningen. Het rente-omslagpercentage voor begrotingsjaar 2027 (en meerjarenraming 2028-2031) is nihil.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 38 van 59
Bijlage 6: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Aansluitend aan het harmonisatietraject is de kostenverdeelmethode (KVM) geëvalueerd. Dit met als doel om te komen tot een gedragen methode, die ertoe leidt dat de kosten van BsGW op een rechtvaardige en efficiënte manier worden verdeeld over de deelnemers. Uitgangspunt hierbij is dat de te betalen bijdrage per deelnemer een juiste weerspiegeling is van de inspanning die BsGW levert per deelnemer, zonder dat dit jaarlijks leidt tot substantiële schommelingen in de bijdragen (beleidskeuzes van de deelnemers daargelaten). Het solidariteitsprincipe is steeds meegewogen bij het maken van keuzes. Op grond van de ‘Evaluatie 2023 Kostenverdeelmethode BsGW’ (AB 10-12-2023) zijn de volgende conclusies getrokken: -
De werkwijze van de toerekening van de kosten naar de diverse producten/taken is robuust en grofmazig te noemen. Na de oprichting van BsGW heeft nooit een herijking c.q. aanpassing van deze werkwijze plaatsgevonden, zodat onduidelijk is of de inrichting van de huidige organisatie en de daarbij uitgevoerde taken nog aansluit bij de gehanteerde productindeling.
-
De gehanteerde productindeling van BsGW is een mix van primaire producten en producten c.q. taken met een meer ondersteunende taakstelling ten aanzien van de primaire producten.
-
Binnen het product Heffen wordt, met uitzondering van de belastingsoort Parkeerbelasting, geen (financieel)
onderscheid
gemaakt
tussen
standaardbelastingsoorten
en
de
meer
arbeidsintensieve belastingsoorten. -
De productieaantallen, die de basis vormen voor de toedeling van de kosten in de KVM, zijn eenmalig vastgesteld bij de toetreding van de betreffende deelnemers en zijn nadien nooit meer geactualiseerd.
-
De opbrengst vervolgingskosten wordt jaarlijks geheel ten gunste van de exploitatie van BsGW gebracht, terwijl diverse (maatschappelijke en juridische) argumenten pleiten om deze opbrengsten rechtstreeks af te dragen aan de betreffende deelnemers.
Op basis van bovenstaande conclusies zijn de navolgende aanbevelingen door het Algemeen Bestuur (AB 10-12-2023) bekrachtigd: -
Op basis van kennis en ervaring van de medewerkers BsGW analyseren of de omvang en de toekenning van de loonkosten naar de diverse producten aansluit met de werkelijke tijdsbesteding aan deze producten en deze analyse periodiek (3 jaarlijks) te herhalen.
-
De kosten van de producten Klantzaken en Ondersteuning & Ontwikkeling voortaan via interne verdeelsleutels door te belasten aan de primaire (hoofd)producten Waarderen, Heffen en Innen. Als gevolg daarvan ook de vigerende verdeelsleutels voor de producten Klantzaken en Ondersteuning & Ontwikkeling in de KVM laten vervallen.
-
Intern onderzoeken voor welke belastingsoorten een afwijkend tarief per aanslagregel in de KVM noodzakelijk c.q. wenselijk is.
-
Per omgaande over te gaan tot het hanteren van de meest actuele productieaantallen in de KVM en deze aantallen ook jaarlijks te actualiseren.
-
Op
enigerlei
wijze
te
formaliseren
op
welke
wijze
de
opbrengst
vervolgingskosten
geadministreerd dient te worden en hier vervolgens uitvoering aan te geven bij de KVM.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 39 van 59
Uitgangspunten kostenverdeelmethode Op basis van het vorenstaande is een nieuwe systematiek tot stand gekomen gebaseerd op de volgende uitgangspunten: a.
De kostentoerekening naar de producten vindt plaats op basis van de meest actuele taakverdeling binnen de organisatie. Alleen die kostencomponenten, welke rechtstreeks en integraal kunnen worden toegerekend aan een product, worden direct aan het product toegerekend. De overige kostencomponenten worden doorbelast via de interne producten Klantzaken en Overhead & Ontwikkeling.
b.
De hoofdindeling van de nieuwe KVM is gebaseerd op de drie hoofdproducten: a.
Waarderen,
b.
Heffen,
c.
Innen.
c.
Binnen de (hoofd)producten vindt waar nodig een onderverdeling plaats naar sub-producten.
d.
Er wordt alleen gebruik gemaakt van sub-producten, indien deze sub-producten een substantiële extra tijdsinspanning vergen van BsGW.
e.
De te hanteren verdeelsleutels dienen te zijn gebaseerd op de meest actuele productie-eenheden (bij begroting t-2).
f.
De opbrengsten met betrekking tot de vervolgingskosten en invorderingsrente maken geen onderdeel meer uit van de BsGW-begroting.
Systematiek kostenverdeelmethode Kostencomponenten
Hoofdproducten
Sub-producten
I ndirec te kosten
WAARDEREN D irec te kosten
Belastingsoort X
I ndirec te kosten
HEFFEN D irec te kosten
Belastingsoort Y Belastingsoort Z
I ndirec te kosten
Financiële inv ordering
INNEN D irec te kosten
Dwanginv ordering
Kostentoerekening naar producten De actuele tijdsbesteding per (sub-)proces is bepalend voor de kostentoerekening naar de betreffende producten. Personele kosten worden op grond van de actuele inzet (aantal fte’s) direct toegerend naar de betreffende producten c.q. sub-producten. Kostencomponenten, die niet rechtstreeks en integraal zijn toe te rekenen aan de externe hoofd- c.q. sub-producten, worden verantwoord binnen de interne producten Klantzaken en Overhead & Ontwikkeling. Voor deze twee interne producten worden afzonderlijke verdeelsleutels gehanteerd, eveneens gebaseerd op de actuele tijdsbesteding binnen deze interne producten.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 40 van 59
Operationele kostencomponenten, die direct en integraal zijn toe te rekenen aan een bepaald product (bijv. proceskosten) worden rechtstreeks aan het betreffende hoofd- c.q. sub-product toegerekend. Dit resulteert uiteindelijk in totaalkosten per (hoofd)product Heffen, Waarderen en Innen, die via de verschillende verdeelsleutels worden omgeslagen naar een tarief per product van dienstverlening. De verdeelsleutels zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers. Verdeelsleutels per (hoofd)product Product Waarderen Het product Waarderen omvat alle werkzaamheden, die betrekking hebben op het bijhouden van de WOZ-administratie, het taxeren/waarderen van alle objecten en het integraal verwerken van de bezwaar- en beroepsprocedures. Alle kosten, die hier direct dan wel indirect uit voortvloeien, worden verantwoord binnen het product Waarderen. Voor het toerekenen van deze kosten aan de betreffende deelnemers wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel ‘tarief per WOZ-object’. Product Heffen Binnen het product Heffen vallen alle werkzaamheden, die betrekking hebben op het bestands- c.q. gegevensbeheer van alle uit te voeren belastingsoorten van alle deelnemers. Aanvullend vindt binnen dit (hoofd)product de oplegging plaats van (combi-)aanslagen aan alle belastingschuldigen.
Alle kosten, die direct dan wel indirect uit deze werkzaamheden voortvloeien, worden verantwoord binnen het product Heffen. Voor het toerekenen van deze kosten aan de betreffende deelnemers wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel ‘tarief per aanslagregel’. In het eindrapport ‘Project harmonisatie’ (AB 8-12-2022) zijn alle belastingsoorten geclassificeerd in de categorieën: -
voorkeursvarianten (A), waarbij nog onderscheid wordt gemaakt in de meer arbeidsintensieve belastingsoorten (B);
-
maatwerkvarianten (C1);
-
externe heffingen (C2).
Alleen de kosten van de belastingsoorten A en B worden binnen het product Heffen verantwoord. De kosten van de belastingsoorten C1 en C2 worden op basis van offertes rechtstreeks (en dus buiten de KVM om) bij de betreffende deelnemers in rekening gebracht. Het verwerkingsproces voor de belastingsoorten B kunnen niet volledig geautomatiseerd uitgevoerd. De noodzakelijke handmatige werkzaamheden hebben een kostenverhogend effect. Het gaat in dit kader om: 1. Afvalstoffenheffing – diftar (voorkeursvariant) 2. Reclamebelasting 3. Precariobelasting 4. Toeristenbelasting 5. Forensenbelasting 6. Watertoeristenbelasting 7. Parkeerbelasting 8. Verontreinigingsheffing 9. Zuiveringsheffing bedrijven – aangifte meetbedrijven. Voor het toerekenen van de kosten van deze sub-producten aan de betreffende deelnemers wordt eveneens gebruik gemaakt van de verdeelsleutel ‘tarief per aanslagregel’.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 41 van 59
Product Innen Binnen het product Innen vallen alle werkzaamheden voor het tijdig, volledig en efficiënt invorderen van opgelegde aanslagen gericht op goed betalingsgedrag, een actueel en strak openstaand postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum, alsmede ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Bij het niet of niet tijdig betalen van aanslagen zal uiteindelijk ook de inzet van de deurwaarder aan de orde zijn. Op hoofdlijnen is het product Innen te splitsen in een tweetal sub-producten, namelijk: -
Financiële invordering met als verdeelsleutel ‘tarief per aanslagbiljet’
-
Dwanginvordering met als verdeelsleutel ‘tarief per dwangbevel’.
Binnen het product Innen zijn de opbrengst vervolgingskosten en de invorderingsrente komen te vervallen. Hiertegenover staat evenwel dat iedere deelnemer jaarlijks de werkelijke opbrengsten gelijktijdig met de belastingopbrengsten rechtstreeks krijgt uitbetaald. Productie-aantallen De productieaantallen, die de basis vormen voor de toedeling van de verschillende producten naar de deelnemers, worden jaarlijks geactualiseerd. Hierbij wordt steeds uitgegaan van de werkelijke productieaantallen van het laatst afgesloten jaar (t-2) voor de berekening van de bijdragen van het desbetreffende begrotingsjaar (t). De (nieuwe) KVM is door het Algemeen Bestuur vastgesteld op 25 januari 2024 en is per 1-1-2025 in werking getreden.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 42 van 59
Bijlage 7: Risicoanalyse Om de financiële gevolgen van de genoemde risico’s op te kunnen vangen is het van belang dat BsGW een weerstandsvermogen aanhoudt dat overeenkomt met de benodigde weerstandscapaciteit. Voor het beleidsmatige kader wordt verwezen naar de ‘Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen BsGW’ (AB 24-3-2022). Op basis van de risicoanalyse is het benodigde weerstandsvermogen bepaald. De uitsplitsing en opbouw van dit bedrag staat in de tabel ‘Berekening weerstandsvermogen BsGW’. Voor elk van de risico’s is het bruto risicobedrag geïdentificeerd. Dit is het maximale bedrag dat nodig is indien het risico zich daadwerkelijk voordoet, in een situatie waar geen beheersmaatregelen worden genomen. Daarna is voor elk van de risico’s het netto risicobedrag gekwantificeerd. Dit is het risico dat kan optreden indien de geformuleerde beheersmaatregelen effectief zijn uitgevoerd. Vanuit het netto risico is het restrisico berekend. Het restrisico is het netto risicobedrag vermenigvuldigd met de kans die er bestaat dat het geïdentificeerde risico optreedt, ná het nemen van de geformuleerde beheersmaatregelen. Hierbij is de maximale kans genomen zoals die in de risicoanalyse staat aangegeven. Dit leidt tot een conservatief weerstandsvermogen, dat wil zeggen: met het berekende weerstandsvermogen worden de risico’s afgedekt.
Weerstandsvermogen begroting 2027 Begin 2026 is de risicoanalyse opnieuw uitgevoerd, waarbij de nog steeds relevante risico’s zijn geactualiseerd dan wel aangepast naar de cijfers van de begroting 2027 en actuele wet- en regelgeving. De benodigde weerstandscapaciteit, exclusief risico frictiekosten, komt uit op € 1,19 miljoen, circa 4,22 % van de netto-kosten 2027. Bij de (meerjaren-)begroting 2026-2030 was het weerstandsvermogen berekend op € 998 duizend, circa 3,36% van de netto-kosten BsGW 2026. Een toename van € 192 duizend. Deze toename heeft te maken met een aantal veranderingen in de (kans op) risico’s, naast het toevoegen van het risico rondom de mogelijke BTW op pensioenen. Zie tabel en de daaropvolgende toelichting. Het aanwezige weerstandsvermogen eind 2024 (na resultaatbepaling 2024 en vaststelling begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030) bedraagt € 998 duizend. Afgezet tegen het benodigde weerstandsvermogen van € 1,19 miljoen, komt de ratio uit op 0,84. De ratio van het weerstandsvermogen is daarmee ‘matig’ maar behoeft geen aanvulling op basis van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde spelregels omtrent het weerstandsvermogen. Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 192 duizend. Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
Actie
A
> 2,0
Uitstekend
B
≥ 1,4 - ≤ 2,0
Ruim voldoende
Voorstel aan AB om terug te storten
C
≥ 1,0 - < 1,4
Voldoende
Geen actie
D
≥ 0,8 - < 1,0
Matig
Geen actie
E
≥ 0,6 - < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Voorstel aan AB om bij te storten
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 43 van 59
1. Substantiele prijsstijgingen (ICT-) (toe) leveranciers
Bezwaren en beroepen
Mogelijk effect
Mogelijke oorzaak
Beheersmaatregelen
Hogere kosten van (met name ICT-) goederen en diensten.
Significant hogere prijsstijgingen dan de in de begroting van BsGW opgenomen indexeringen van het CPB a.g.v. wereldmarktontwikkelingen.
Prijsstijgingen inkaderen via inkoopproces; in inkoopvoorwaarden/contract vastleggen op basis waarvan de jaarlijkse prijsstijgingen plaats (mogen) vinden. Nauw contact houden met onze deelnemers inzake de kostenontwikkeling BsGW.
2. Soevereinen/autonomen Ondermijning draagvlak opleggen en innen belastingen
Meer werk / inhuur op m.n. juridisch gebied. Extra (juridische) inzet door aangespannen procedures door soevereinen/autonomen die de overheid en de daaruit voortvloeiende belastingaanslagen niet erkennen en aanvechten.
Database met respons vanuit BsGW op meestgestelde vragen / grieven.
3. Koepelvrijstelling van de BTW
Kostprijsverhogend voor deelnemers
Wijziging in wet-/regelgeving.
Groot risico, dus onderzoek naar laten doen. Wellicht dat het Btw-compensatiefonds (BCF) hier weer een sleutel geeft ter bestrijding van kostenverhogende factor.
4. BTW pensioenen
Kostprijsverhogend voor deelnemers
Wijziging als gevolg van uitspraken
BsGW kan hiervoor geen beheersmaatregelen treffen. Afhankelijk van de uitspraak van de Hoge Raad is BsGW wel of geen BTW verschuldigd over de pensieonpremie.
5. Verstoringen externe informatiestromen
Data is niet volledig. Hogere kosten a.g.v. arbeidsintensievere workarounds/oplossingen. Inefficiënte werkwijzen (excel) en foutgevoelig.
Verstoringen in het proces omdat data niet uitgewisseld kan worden tussen BsGW en externen zoals WML, afvalinzamelaars, landelijke voorzieningen zoals Kadaster, BRP, et cetera.
Alternatieve werkwijze/procedure vooraf ontwikkelen danwel achteraf vastleggen als back-up.
Proces
Wet- en regelgeving
Marktontwikkelingen
Nr. Risico
Gericht(er) sturen op het processen (waaronder bezwaar en beroep) wordt bemoeilijkt zo niet onmogelijk.
6. Meer bezwaren en beroepen: - ncnp's - Bezwaren tegen andere heffingen - Inzet AI door burgers en bedrijven - Intrekking richtlijn vergoeding proceskosten WOZ-taxaties
Overschrijding begroting als gevolg van hogere aantallen bezwaren en beroepen en daarmee hogere uikerings- en uitvoeringskosten.
Financieel risico: extra uitkerings- en uitvoeringskosten
7. Informatiebeveiliging & Privacy Normenkader (Datalek)
Het Management Informatie Systeem (MIS) sluit niet aan op de informatiebehoefte van de gebruikers. Ondanks recent gewijzigde wet/regelgeving bestaat risico dat bezwaarmaken tegen de OZB of andere belastingen waarbij WOZwaarde basis is, voor de ncnpbedrijven een verdienmodel blijft.
Uitvoering van het dynamische plan van aanpak: deze stroomlijnen en aan de lijn blijven met con-collega's en 'Den Haag', zodat de aanpak sluitend blijft.
Door gewijizgde wet-/regelgeving valt ook kwijtschelding en uitstel van betaling onder bezwaar- en beroepregime Boete van de Autoriteit Persoonsgegevens. Nalatigheid medewerkers/ deelnemers. Afbreukrisico/reputatieschade.
1.Procedure meldplicht datalekken BsGW 2.Informatiebeveiligingsbeleid en besluit gegevensverstrekking en privacy-protocol. 3.Bewustwording medewerkers/opleiding/elearning/mistery guest. 4.De FG en CISO toetsen/monitoren op naleving. 5.BsGW zet ICT-beveiligingstoepassingen in zoals beveiligde FTP-server voor uitwisselingen met de deelnemers of andere partijen, mail, adequate antivirusbeveiligingen en data-encryptie, Third Party Memorandum, ISAE 403-verkaring. 6.Verstrekking aan deelnemers alleen na een privacy toets/doelbinding. 7. Gebruik van Zivver
Cyberaanvallen/hack i.c.m. onzekerheid ICT-leverancier
Aanvullende kosten door productieverlies, reparatiewerkzaam- heden aan de systemen zelf.
Hackersaanvallen.
8. ICT-storingen in de piekbelasting
Het niet kunnen opleggen van aanslagen.
9. Fraude door medewerkers
Financieel verlies ten gevolge van (incasso/afdracht)fraude zal BsGW dienen te compenseren. Imagoschade BsGW.
Onbetrouwbare ICT-leverancier. Storing bij de energieleverancier. Bouwwerkzaamheden. onjuiste temperatuur serverruimten. Geen sluitende interne controles. Samenspanning medewerkers.
10. Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt
Niet tijdig kunnen vervullen van vacatures waardoor werk blijft liggen.
BsGW profileert zich te weinig naar Meer stage-/afstudeerplekken aanbieden en in de buiten als aantrekkelijke werkgever. werving insteken op potentie die BsGW verder intern (traineeships) zal doorontwikkelen/opleiden. Voorbeeld KCC-medewerker is bereid om ICT-opleiding te volgen, maar ook meedraaien op carrieredagen hogescholen.
11. Ziekteverzuim
Uitval van functionarissen met als gevolg dat de werklast terecht komt bij de andere medewerkers danwel werk blijft liggen.
Ziekteverzuim is niet opgenomen in 1.Adequaat HRM beleid gericht op preventie en – zo de begroting van BsGW. nodig – herplaatsing binnen of buiten BsGW 2.Mobiliteitsplan en budget Langdurig ziekte verzuim is in de 3.Strategisch HRM-beleid regel niet-werkgerelateerd bij BsGW.
Technologie Personeel
Herinrichten/verbeteren MIS. Extra capaciteit (uren intern danwel extern) vrijmaken voor inrichting/verbetering MIS.
Budgetoverschrijding als gevolg van extra inhuurkosten.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Regelen van back-ups waardoor werkzaamheden snel opgepakt kunnen worden/uitwijklokatie. Extra inzet externe capaciteit. Stelsel van sluitende interne controles. Adequate functiescheidingen. Integriteit onder de aandacht blijven houden.
pagina 44 van 59