CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente Roerdalen29.927 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Raming materiële lasten

Voor de jaarlijkse indexatie wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘nationale consumentenprijsindex’. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt hiervan afgeweken en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.

Inhuur derden

De verwachte inhuurkosten worden geïndexeerd met de raming van het CPB. Een afwijking hierop wordt gemotiveerd toegelicht.

Raming onvoorzien

De raming onvoorzien bedraagt 1,4 % van de begrote kosten.

Investeringen in het belastingpakket

Bij investeringen in het belastingpakket is BsGW verplicht om te voldoen aan de wettelijke eisen, incl. onderhoudskosten. Als uitgangspunt wordt alle software afgenomen als dienst (SaaS), waardoor er eenmalige implementatiekosten zijn en daarna jaarlijkse abonnements- en licentiekosten. Er vindt dus geen reservering kapitaalslasten inzake belastingsoftware meer plaats. Afschrijven is niet aan de orde vanwege het feit dat BsGW geen juridisch eigenaar is.

Risicomanagement

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio t.o.v. de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de in het AB van 24-3-2022 vastgestelde Kadernota Risicomanagement leidend is.

Kosten die specifiek zijn voor bepaalde deelnemers

Deze worden o.b.v. de goedgekeurde offerte separaat doorbelast.

14

Kostenverdeelmethode

De (nieuwe) kostenverdeelmethode wordt gehanteerd (AB 25 januari 2024). Maatwerk en Externe vorderingen worden separaat geoffreerd en gefactureerd.

Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020

Het OOP moet -conform besluitvorming door het Algemeen Bestuur d.d. 14 december 2017- leiden tot een stapsgewijze nettokostenreductie, oplopend tot structureel € 1,3 miljoen vanaf 2028. Jaar: 2024 2025 2026 2027 2028

Lagere netto-kosten i.r.t. OOP: € 600.000 € 800.000 € 1.000.000 € 1.200.000 € 1.300.000

Deze kostenreductie, die met name gerealiseerd wordt middels een formatiereductie, is als taakstelling opgenomen in de (meerjaren)begroting van BsGW. Renteopbrengsten (Schatkistbankieren)

De rentevergoedingen* op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, maken geen onderdeel uit van de begroting van BsGW en worden elk kwartaal (achteraf) doorgestort naar de deelnemers. * betreft met name de renteontvangsten over de ontvangen belastingopbrengsten, die na enkele verwerkingsdagen worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW.

Financieel technische uitgangspunten v.w.b. de indexeringen: BsGW valt onder de cao Werken voor Waterschappen. De huidige cao eindigt per 31 december 2026. Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten is (zoals te doen gebruikelijk) de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB indexcijfers. Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Normaliter worden in de septembercirculaire vijf toekomstige jaren opgenomen. De doorkijk van de CPB-indexcijfers van september 2025 reikte -in afwijking van voorgaande jarenniet verder dan 2026. Voor begrotingsjaar 2027 zijn daarom de meest actuele indexeringen van opgenomen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025 dd februari 2025. Indexeringen Kadernota 2027 Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 2,3% en 3,0%. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2025-2027 van 2,6% aan te houden. Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 4,0% en 5,3%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2023-2025 aan te houden van 4,4%.

Mocht de septembercirculaire 2026 van het CPB daartoe aanleiding geven, dan zal dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW.

15

Kadernota begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 BIJLAGEN

Versie 0.4 Oktober 2025

3

Inhoudsopgave

Bijlage 1. Planning begroting ......................................................................................................5 Bijlage 2. Heffingen per deelnemer ..............................................................................................6 Bijlage 3. Landelijke ontwikkelingen ............................................................................................7 Bijlage 4. Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) ...................................................................... 14 Bijlage 5. Weerstandsvermogen ................................................................................................ 16

4

Bijlage 1. Planning begroting Planning begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 1.

Behandeling kadernota 2027 in DB

13 november 2025

2.

Ambtelijk voorbereidingsoverleg AB

27 november 2025

3.

Besluitvorming kadernota 2027 in AB

11 december 2025

4.

Behandeling ontwerpbegroting 2027 en ontwerpmeerjarenraming 2028-2031 door DB

26 februari 2026

5.

Toezenden ontwerpbegroting 2027, ontwerpmeerjarenraming 2028-2031 en kadernota 2027 aan de deelnemers

27 februari 2026

6.

Einde zienswijzetermijn deelnemers

30 mei 2026

7.

Behandeling zienswijzen door DB

4 juni 2026

8.

Toezenden reactie DB op zienswijze aan de deelnemers

Vóór 25 juni 2026

9.

Besluitvorming begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 door AB

25 juni 2026

10.

Toezenden begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 aan de deelnemers

Binnen 7 werkdagen na vaststelling

11.

Toezenden begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 aan Gedeputeerde Staten

Binnen 2 weken na vaststelling: vóór 9 juli 2026

5

Bijlage 2. Heffingen per deelnemer

v v

v

v v

v v v

v v v

v

v v

v

v

v

v v v

v

v v

v v

v

v

v

v v v v v

v v

v

v

v

v v

v

v

v

v

v

v v v v

v

v

v

v

v

v

v

v

v v v

v v v

v

v

v v

v

v

v v v

v v

v v v

v v

v v

v v

v v

v

v

v

v

v

v

v

v

v

v v v v v v v v

v

v v

v

v v

v v v

v

v

v v

v

v v v

v

v v

v

v

v

v

v

v

v v

v

v

v

v

v

v

v

v v v

v v v v

v

v

v

v v

Totaal

v

Weert

v

Waterschap Limburg

v

Venlo

v

Voerendaal

v

Sittard-Geleen

v

Stein

v

Roermond

v

Simpelveld

Peel en Maas

v v v

v

Roerdalen

v v v v

v

Mook en Middelaar

v

Vaals

v

v

v v v

Valkenburg a/d Geul

v

v

Nederweert

v v v v

v

Maastricht

v v v

v

v

Meerssen

v v

v v v

v

v

Leudal

v

Maasgouw

v

Kerkrade

v

Landgraaf

v

Gulpen-Wittem

v

Heerlen

v

Eijsden-Margraten

v

Gennep

Beesel

Bergen

v

Brunssum

Beek Afvalstoffenheffing Baatbelasting BIZ-bijdrage Forensenbelasting Hondenbelasting Onroerende-zaakbelasting Parkeerbelasting Precariobelasting Reclamebelasting Reinigingsrechten Rioolheffing Roerende-zaakbelasting Toeristen/verblijfsbelasting Verontreinigingsheffing Watersysteemheffing Eigenaar Watersysteemheffing Gebruiker Watertoeristen/waterverblijfsbelasting Zuiveringsheffing

Beekdaelen

Heffingen per deelnemer 2025

Echt-Susteren

Onderstaande tabel geeft inzicht welke heffingssoorten per deelnemer worden uitgevoerd. Dit is de situatie per 1-1-2025. *)

29 1 9 10 17 29 8 8 8 12 29 1 29 1 1 1 5 1

*) Het overzicht met de situatiedatum 1-1-2026 kan pas na de AB-vergadering van Waterschap Limburg / gemeenteraadsvergaderingen van december 2025 worden opgesteld.

6

Bijlage 3. Landelijke ontwikkelingen Indexeringen Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten en materiële lasten is de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB). Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Macro Economische Verkenning 2024 dd september 2023

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi)2,7

10,0

3,9

3,8

2,6

2,5

2,4

2,1

Loonvoet sector overheid (b)

-0,1

6,7

5,0

6,5

5,3

4,7

4,8

4,2

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi)2,7

10,0

3,8

3,6

3,2

3,0

2,4

2,3

Loonvoet sector overheid (b)

0,5

6,7

5,9

8,4

4,7

2,1

4,9

4,3

Macro Economische Verkenning 2025 dd september 2024

Macro Economische Verkenning 2026 dd september 2025

2021

2022

2023

2024

2025

Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi)2,7

10,0

3,8

3,3

3,2

2,3

2,3

2,2

Loonvoet sector overheid (b)

6,7

5,9

7,4

5,3

2,9

5,1

4,2

0,5

2026 *2027 *2028

Normaliter worden in de septembercirculaire vijf toekomstige jaren opgenomen. De doorkijk van de CPB-indexcijfers van september 2025 reikte -in afwijking van voorgaande jaren- niet verder dan 2026. Voor begrotingsjaar 2027 zijn daarom de meest actuele indexeringen van opgenomen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025 dd februari 2025.

Uit de meest recente cijfers, blijkt dat de verwachte indexeringen die CPB in een bepaald jaar (t) afgeeft voor het begrotingsjaar (t+2) een significant afwijkend beeld geven van de uiteindelijke daadwerkelijke indexcijfers. Voor de Kadernota en Begroting gebruikt BsGW de indexeringen, die de toekomstige trend het beste weergeeft. Zelfs het lopende jaar is niet met grote zekerheid juist te voorspellen, zoals de indexeringen in bovenstaande tabel laten zien. Omdat BsGW anderhalf jaar voor aanvang van het begrotingsjaar de indexeringen dient op te nemen in de Kadernota en de Begroting, geeft de gemiddelde indexering van een aantal jaren waarschijnlijk een betere voorspelling dan de verwachte indexering voor –in dit geval– 2027 van het CPB. Macro Economische Verkenning 2026

gemiddelde 202x-2027

dd september 2025

5 jaar 3,0 Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi) Loonvoet sector overheid (b)

5,3

4 jaar 2,8

3 jaar 2,6

2 jaar 2,3

2027 2,3

5,2

4,4

4,0

5,1

Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 2,3% en 3,0%. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2025-2027 van 2,6% aan te houden.

7

Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 4,0% en 5,3%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2023-2025 aan te houden van 4,4%. Indexeringen Kadernota 2027 BsGW hanteert daarom voor de Kadernota 2027 het drie-jaars gemiddelde van het nog lopende jaar 2025 en toekomstige jaren 2026 en 2027. Indexering materiele lasten en inhuur = 2,6% Indexering salarissen = 4,4% Mocht de septembercirculaire 2026 van het CPB daartoe aanleiding geven, dan zal dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW. Wet toekomst pensioenen Op 1 juli 2023 trad de Wet toekomst pensioenen (Wtp) in werking. Het doel van deze wet is om het pensioenstelsel te moderniseren en aan te passen aan veranderende en economische omstandigheden. In de overheids- en onderwijssector hebben sociale partners (werkgeversorganisaties en vakbonden) het hoofdlijnenresultaat van de wet uitgewerkt in een ABP-transitieplan. Het transitieplan heeft als doel de overgang van de huidige pensioenregeling naar de nieuwe pensioenregeling gestructureerd en gecontroleerd te laten verlopen. In het plan hebben sociale partners gekozen voor een solidaire premieregeling (SPR). De SPR komt in de plaats van de huidige uitkeringsovereenkomst.

Het wettelijk verplicht plan omvat ook een regeling voor de overgang van opgebouwde pensioenaanspraken naar het nieuwe stelsel (invaren) en een compensatieregeling voor groepen, die nadelige gevolgen ondervinden van de overgang van een doorsneesystematiek naar een vlakke leeftijdsonafhankelijke premiesystematiek. Werkgevers en vakbonden uit de overheids- en onderwijssectoren zijn medio 2024 akkoord gegaan met de afspraken voor de nieuwe ABP-pensioenregeling per 2027 en de manier waarop de huidige pensioenregeling wordt omgezet naar de nieuwe regeling. Het transitieplan met alle afspraken is aan het ABP gestuurd met het verzoek om de opdracht te aanvaarden en de nieuwe pensioenregeling vanaf 2027 uit te voeren. Het ABP doorloopt momenteel een even uitgebreid als zorgvuldig proces, waarin alle belanghebbenden (o.a. vakbonden, werkgeversorganisaties, het verantwoordingsorgaan en toezichthouders) worden geïnformeerd en meegenomen. Een belangrijke stap in dit proces is het advies van het verantwoordingsorgaan over het omzetten van de pensioenen naar de nieuwe regels voor pensioen, waarin de vernieuwde pensioenregeling in de volle breedte wordt beoordeeld. Vanaf het moment dat dit bestuurlijke traject volledig is afgerond, start de inhoudelijke communicatie over de transitie naar werkgevers en deelnemers.

De pensioenfondsen moeten uiterlijk op 1 januari 2028 overgestapt zijn naar de nieuwe regels voor pensioen. ABP gaat al met ingang van 1 januari 2027 volgens de nieuwe regels werken. Onvoorziene omstandigheden daargelaten heeft de Wet toekomst pensioenen geen financiële gevolgen voor de begroting 2027 (en verdere jaren).

8

Maatschappelijk verantwoord invorderen In de Miljoenennota’s van de afgelopen jaren zijn verschillende – nog nader uit te werken maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren, de zogenaamde bestaanszekerheid. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekeningen niet kunnen betalen. Grip op de invorderingspraktijk van overheden is politiek actueel, zeker na de toeslagenaffaire. Eerder is ook al door de Ombudsman vastgesteld dat veel mensen met betalingsproblemen er verder door in het nauw worden gebracht. De opdracht die de Ombudsman reeds aan alle overheden heeft meegegeven, is om maatschappelijk verantwoord in te vorderen. Hiermee wordt bedoeld dat bij invordering rekening wordt gehouden met de positie en het belang van de burger. Om mensen met schulden beter te helpen, zijn diverse wetswijzingen doorgevoerd. In de praktijk betekent dit dat er een verschuiving plaats zal vinden van massale invorderingsacties naar maatwerkgerichte oplossingen. BsGW zal dus op dit vlak (nog) meer moeten samenwerken met onder andere sociale diensten en schuldhulpinstanties om mensen wegwijs te maken in de wetgeving en de mogelijkheden van kwijtschelding.

Een achterliggende ambitie is ook eerder en meer contact (de zogenaamde vroegsignalering, zie ook volgende subparagraaf), wat er uiteindelijk aan gaat bijdragen dat bijvoorbeeld stapeling van schulden wordt voorkomen. In verschillende rapporten wordt aangegeven dat de kosten die hieruit voortvloeien, zoals een tarief per berekening, uitwisseling van gegevens en realiseren van real-time koppelingen, niet zondermeer aan de schuldenaar doorberekend mogen worden. Bij maatschappelijk verantwoord invorderen gaan de kosten, zoals de te investeren tijd in maatwerk, voor de baten uit. Bovendien zal een deel van de (financiële) voordelen niet bij BsGW belanden maar bij de deelnemers, omdat hier bijvoorbeeld schuldhulpverleningstrajecten mee worden voorkomen. In dit soort situaties fungeert BsGW meer als ketenpartner dan als uitvoeringsorganisatie. Vroegsignalering De gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening biedt de gemeente de mogelijkheid om de niet kunners in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen, zodat passende hulp geboden kan worden. In de hiervoor genoemde wet is de achterstand bij lokale belastingen niet als signaal opgenomen.

Om aan te tonen dat lokale belastingen een belangrijke bijdrage kunnen leveren in de vroegsignalering van schulden, is de landelijke pilot gemeentebelastingen als signaalpartner bij vroegsignalering uitgevoerd, waaraan ook BsGW heeft deelgenomen. Eind januari 2025 is de evaluatie van de pilot door de VNG gepubliceerd. In het proces van sociaal incasseren bij gemeentebelastingen kunnen gemeenten en samenwerkingsverbanden verbeteringen doorvoeren op de navolgende punten: 1. Verbeteren van het sociaal incasseren van gemeentebelastingen; 2. Verbeteren van de positionering en inzet van vroegsignalering; 3. Verbeteren van de samenwerking tussen gemeentebelastingen en team vroegsignalering; 4. Oplossen van praktische knelpunten. BsGW onderzoekt op dit moment, samen met de gemeenten, hoe invulling aan de aanbevelingen gegeven kan worden.

9

Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding De wijziging beroepsprocedure kwijtschelding houdt in dat op een uitspraak van een kwijtscheldingsverzoek in plaats van een administratief beroep, een bezwaar kan worden ingediend. Met deze mogelijkheid wordt de Invorderingswet gelijk getrokken met de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. Deze wijziging brengt naast een wettelijke behandeltermijn van zes weken, mogelijk extra kosten met zich mee. Hierbij kan worden gedacht aan: dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn; kosten voor beroepsprocedures; griffierechten betalen voor kwetsbare doelgroepen; behandelkosten voor bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken door onder andere ncnp-bedrijven, die zich ook op deze markt zullen richten. De verwachting is dat hiermee een nieuwe doelgroep voor ncnp-bedrijven gaat ontstaan. In de huidige begroting van BsGW zijn vanwege de (vooralsnog) moeilijk in te schatten financiële effecten geen proceskostenvergoedingen als gevolg van eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding opgenomen. Deze wijziging valt onder de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017: Wet Stroomlijnen onderdeel rechtsbescherming bij belastingschulden.

De wet treedt voor de rijksbelastingen in werking per 1 januari 2027 en in een latere –nog nader te bepalen– fase voor de lokale heffingen. Hierbij is de toezegging gedaan om een evaluatiebepaling op te nemen. Op grond van deze evaluatie moet binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de wijziging onderzocht worden of het alsnog uitvoerbaar is om de rechtsbescherming bij uitstel van betaling en kwijtschelding ook voor decentrale belastingen te wijzigen. De staatssecretaris kiest voor een beheersbare opschaling voordat de verbetering en modernisering van de rechtsbescherming bij uitstel van betaling en kwijtschelding een feit wordt. Gemeenten en waterschappen kunnen zo eerst leren van de ervaringen die dan zijn opgedaan met de gewijzigde rechtsbescherming voor rijksbelastingen. Bovendien leidt een brede inwerkingtreding naar alle waarschijnlijkheid tot een onevenredige extra druk op de werklast van de rechtspraak. Wet proactieve dienstverlening SZW Het wetsvoorstel Wet proactieve dienstverlening SZW maakt het mogelijk dat het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de gemeenten gericht in contact kunnen treden met mensen die mogelijk recht hebben op een uitkering of een andere vorm van inkomensondersteuning, maar hier geen gebruik van maken.

Voor deze proactieve dienstverlening mogen zij de (persoons)gegevens in hun eigen administraties gebruiken en, als dit bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) is geregeld, ook de (persoons)gegevens in elkaars administraties en die van derden. Het doel van dit voorstel is verminderen van het niet-gebruik van uitkeringen en andere voorzieningen in de sociale zekerheid. Waar nodig kan ook ondersteuning geboden worden bij de aanvraag voor deze uitkeringen en andere voorzieningen. Wet stroomlijning keten derdenbeslag Met het wetsvoorstel stroomlijning keten voor derdenbeslag wordt een volgende stap gezet in de betere borging van het bestaansminimum van mensen met schulden en het zoveel mogelijk voorkomen van ophoging van schulden met onnodige kosten. Met het wetsvoorstel creëert het kabinet

10

een wettelijke grondslag voor de verbeterde uitwisseling van gegevens tussen beslagleggende partijen bij samenloop van beslagen en verrekeningen. BsGW voert deze taken uit namens de deelnemers. De inwerkingtreding van deze wet is op het moment van uitbrengen van deze kadernota nog onbekend. Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo), in werking getreden op 1 mei 2022, verplicht BsGW onder andere om in de jaarlijkse begroting aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo. Vervolgens verplicht de wet om in de jaarlijkse verantwoording verslag te doen van de uitvoering van de Woo in samenhang met die beoogde beleidsvoornemens. De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar en eenvoudig te ontsluiten is. Openheid en transparantie van bestuur dragen bij aan maatschappelijk draagvlak voor beleid, vertrouwen in de overheid en de goede werking van de lokale democratie. Voor de implementatie ervan hebben bestuursorganen acht jaar de tijd. De Woo bevat de volgende belangrijke verplichtingen: 1. Woo-contactfunctionaris; 2. passieve openbaarmaking middels Woo-verzoeken; 3. actieve openbaarmaking van bij wet genoemde informatiecategorieën; 4. (digitale) informatiehuishouding op orde hebben en houden.

Woo-contactfunctionaris Een Woo-contactfunctionaris beantwoordt vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie en leidt de steller (zijnde mensen van buiten de organisatie) naar de juiste plek of persoon. Het betreft hier informatievragen niet zijnde Woo-verzoeken. Bij BsGW is deze rol uit oogpunt van continuïteit toegewezen aan meerdere functionarissen. Passieve openbaarmaking Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) is er wettelijk vrijwel niets veranderd. Voor een zorgvuldige en tijdige afhandeling van deze verzoeken is het van belang dat de informatiehuishouding en onderliggende werkprocessen op orde zijn (zie: Informatiehuishouding op orde). De Woo-verzoeken behoren tot één van de actief openbaar te maken informatiecategorieën (zie: Actieve openbaarmaking). Actieve openbaarmaking BsGW zet in op ambitieniveau Basis. Dit betekent dat voor elke fase de informatie en documenten uit de betreffende categorie vanaf de wettelijk verplichte datum actief openbaar worden gemaakt. Daarmee voldoet BsGW aan de wettelijke verplichtingen en volgt BsGW de planning van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De informatiecategorieën uit de eerste tranche zijn per 1 november 2024 inwerking getreden; hieraan heeft BsGW invulling gegeven. BsGW draagt er fasegewijs zorg voor dat de verplichte informatiecategorieën actief worden gepubliceerd.

Via de Woo-index –als deelregister van het Register van Overheidsorganisaties– worden deze verplichte informatiecategorieën ook ontsloten. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde wordt gebracht. Op basis van een op te stellen meerjarenplan moeten maatregelen worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. BsGW geeft hier verder uitvoering aan via bijvoorbeeld de realisatie van het Informatiebeleidsplan 2022-2025, het vernieuwde Informatiebeleidsplan BsGW 2024-2027 en het Verbetertraject Informatiehuishouding BsGW.

11

BsGW beschikt over zowel een (intern en extern) fysiek archief als een digitaal archief. De in 2023 opgestarte opschoning van het fysieke archief en de controle op het digitale archief is een continu proces. Dit gebeurt conform de Archiefwet 1995. Zowel de archiefinspecteur en de Provincie Limburg (ambtelijk) hebben medio 2025 geconstateerd dat BsGW haar taken voor informatie en archiefbeheer in voldoende mate behartigt. Er is sprake van een zichtbare voortgang in de verbeterpunten t.o.v. vorige toezichtronde. BsGW zet deze koers voort. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) geeft de burger en ondernemer het recht om officiële berichten digitaal te verzenden aan overheidsorganisaties en verplicht de overheid om een kanaal aan te wijzen waar burgers en bedrijven elektronisch een aanvraag, een bezwaarschrift, een klacht of een ander wettelijk verplicht bericht kan inzenden. Let wel, het betreft hier een recht en geen verplichting. Burgers en ondernemers hebben in beginsel dus de keuzemogelijkheid tussen elektronische of papieren communicatie. In beginsel, omdat mogelijk in andere wetten wordt voorgeschreven dat de elektronische weg verplicht is. De Wmebv treedt per 1 januari 2026 in werking en voor een aantal uitzonderingen -zoals notificatiesper 1 januari 2027.

BsGW is gestart met het voorbereiden en implementeren van deze maatregelen. Informatieverwerving Door veranderde wetgeving de afgelopen jaren –denk aan de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)- wordt er steeds meer vergunningsvrij gebouwd. Om het WOZ-bestand actueel te houden is het van belang om mutaties, die van belang zijn voor de WOZ, periodiek aangeleverd te krijgen vanuit de gemeenten, bijvoorbeeld door mutatiedetectie en meldingen vanuit de BAG. Het samenwerkingsportaal is hierbij een hulpmiddel om de gegevens gestructureerd uit te wisselen, verschillen geautomatiseerd te detecteren en objecten in samenhang te tonen. Leegstandheffing Op 23 september 2025 is het amendement, voor het invoeren van een leegstandverordening in te voeren, door de Tweede Kamer aangenomen. Hiermee krijgen de gemeenten de bevoegdheid om een leegstandheffing op te leggen. Onder de heffing vallen gebouwde onroerende zaken, of delen daarvan die als zelfstandige woonruimte zijn te kwalificeren, mits deze langer dan twaalf maanden onafgebroken leegstaan. De gemeente kan zelf kiezen of zij een leegstandverordening wil invoeren, wanneer de belasting ingaat, hoe hoog deze is en of het een vast bedrag betreft of een heffing gebaseerd om de WOZ-waarde van het leegstaande object.

Let wel, de Eerste Kamer moet nog instemmen met de Fiscale Verzamelwet 2026 waar dit amendement onderdeel van uitmaakt. Onderzoek tweejaarlijkse WOZ-waardering Bij de Algemene Ledenvergadering van de VNG in juni 2024 is een motie aangenomen om op korte termijn een onderzoek te starten naar de mogelijkheden van een tweejaarlijkse herwaardering in plaats van de nu geldende jaarlijkse herwaardering. Het onderzoek heeft uitgewezen dat een meerderheid van de uitvoerders van de Wet WOZ (gemeenten en samenwerkingsverbanden) tegen verruiming van het WOZ-tijdvak is. De verwachte voordelen, zoals vermindering van werkdruk, blijken beperkt terwijl er ook nadelen zijn. Zo kan een tweejarig WOZ-tijdvak leiden tot grotere waardeverschillen tussen tijdvakken. De argumentatie van de wetgever voor invoering van een jaarlijkse waardering gelden grotendeels nog steeds. Een actuele WOZ-waarde vergroot de acceptatie ervan, dempt schoksgewijze aanpassingen

12

tussen tijdvakken, leidt mogelijk tot minder bezwaar- en beroepsprocedures en maakt breder (maatschappelijk) gebruik mogelijk. Bovendien zorgt het voor continuïteit in het uitvoeringsproces en lagere administratieve lasten en uitvoeringskosten. Gelet op de conclusies van het onderzoek wordt door de VNG niet ingezet op invoering van een tweejaarlijkse WOZ-waardering. BsGW volgt de ontwikkelingen.

13

Bijlage 4. Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) Na de oprichting in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit tot het huidige samenwerkingsverband, waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers heeft om een herijking van de organisatie gevraagd. Hiertoe heeft BsGW een separaat ontwikkeltraject uitgevoerd, zijnde het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP). Het OOP kon (in financieel opzicht) initieel in drie fases worden onderverdeeld: Fase 1 2018 tot 2021 Projectfase Fase 2 2021 tot 2028 Terugbetalen projectkosten Fase 3 vanaf 2028 Structureel voordeel deelnemers Projectfase Tijdens de Projectfase is het OOP zowel inhoudelijk als financieel verantwoord via de P&C-cyclus en getoetst door de accountant. Terugbetalen projectkosten De financieringswijze van het OOP is op 14 december 2017 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Er is destijds een investerings- en ontwikkelbudget vrijgegeven van € 4 miljoen. Door een andere visie van de nieuwe accountant inzake de verwerkingswijze van het project OOP zijn de lasten boekhoudkundig ten laste van het resultaat 2023 gebracht. Het effect hiervan is dat de taakstellende, structurele kostenreductie met ingang van 2024 tot uitdrukking komt in lagere nettokosten voor de deelnemers oplopend tot € 1,3 miljoen vanaf 2028.

Structureel voordeel deelnemers Het OOP moet -conform besluitvorming door het Algemeen Bestuur d.d. 14 december 2017- met ingang van 2028 leiden tot een structurele reductie van de netto-kosten van € 1,3 miljoen. Het is daarmee primair een financiële exercitie, die in belangrijke mate gerealiseerd dient te worden middels een formatiereductie. De gewijzigde visie van de nieuwe accountant inzake de verwerkingswijze van het project OOP leidt ertoe dat er met ingang van 2024 al sprake is van een daling van de lagere netto-kosten voor de deelnemers: Jaar

2024 2025 2026 2027 2028 e.v.

Bedrag in € 600.000 800.000 1.000.000 1.200.000 1.300.000

Vorm

Restitutie aan de deelnemers Benedenwaartse bijstelling begroting 2025 Benedenwaartse bijstelling begroting 2026 Benedenwaartse bijstelling begroting 2027 Benedenwaartse bijstelling begroting 2028 e.v.

De OOP-taakstelling wordt financieel-technisch aan het begin van het boekjaar gerealiseerd. Sterker! BsGW houdt aan het begin van het boekjaar al rekening met de volgende stap, waarmee BsGW in feite anticipeert op het volgende boekjaar. Bezuinigingen De taakstellende bezuiniging is regelmatig onderwerp van gesprek binnen het Algemeen Bestuur. Telkenmale wordt benadrukt dat de taakstelling in belangrijke mate middels een formatiereductie gerealiseerd wordt. Het realiseren van de structurele netto-taakstelling van € 1,3 miljoen is een verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur en de ambtelijke organisatie. Het Dagelijks Bestuur werkt op basis van een door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting (lees: kader). Het Dagelijks

14

Bestuur is bestuurlijk verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering (lees: de uitvoering binnen de gestelde kaders). Wanneer de begroting in het algemeen en de OOP-taakstelling in het bijzonder niet gerealiseerd wordt, komt het Algemeen Bestuur in positie. Dit is in lijn met de governance.

15

Bijlage 5. Weerstandsvermogen Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder terug te hoeven vallen op de deelnemers. Deze benadering wordt gedeeld door de accountant van BsGW en de toezichthouder (provincie Limburg). Het benodigde weerstandsvermogen is gebaseerd op de risicoanalyse. Deze risicoanalyse wordt jaarlijks uitgevoerd, zodat bepaald kan worden of het berekende weerstandsvermogen toereikend is. Voor de begroting 2027 wordt eind 2025 de risicoanalyse uitgevoerd. De uitkomst hiervan wordt verwerkt in de begroting. Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre BsGW in staat is om bij onverwachte gebeurtenissen met een financieel gevolg deze tegenvaller te nemen zonder dat dit gevolgen heeft voor de door het bestuur vastgestelde kaders en doelstellingen in de begroting. Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de benodigde weerstandscapaciteit, die uit de risicoanalyse voortvloeit, af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit.

De beschikbare weerstandscapaciteit bij BsGW bestaat uit de algemene reserve. Voor het bepalen van de omvang van deze algemene reserve is het zoeken naar een goede balans. Een balans tussen enerzijds voldoende omvang om impact zelf te kunnen opvangen en anderzijds te voorkomen dat algemene middelen van deelnemers ‘opgepot’ raken. Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen dient te worden vastgesteld welke ratio BsGW nastreeft. Hiervoor is gebruik gemaakt van de volgende waarderingstabel. Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen > 2,0 ≥ 1,4 - ≤ 2,0 ≥ 1,0 - < 1,4 ≥ 0,8 - < 1,0 ≥ 0,6 - < 0,8 < 0,6

Betekenis

Actie

Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Voorstel aan AB om terug te storten Geen actie Geen actie Voorstel aan AB om bij te storten

In de basis moet de beschikbare weerstandscapaciteit even groot zijn als de benodigde weerstandscapaciteit. Daarmee wordt de ratio weerstandsvermogen bepaald op een streven van minimaal 1,0. Zie hiervoor ook het besluit in het AB van 24 maart 2022, Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen BsGW. Bij de totstandkoming van de begroting 2026 is -met name in het kader van het Ravijnjaar- met een extra kritische blik de risico-analyse uitgevoerd. Genoemde exercitie heeft onder andere geleid tot een benedenwaartse bijstelling van het weerstandsvermogen, waarbij het surplus € 572 duizend is teruggestort naar de deelnemers. De ratio weerstandsvermogen komt hiermee op 1,0.

16

BsGW

Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen

Kerkeveldlaan 2 6042 JX Roermond Postbus 1275 6040 KG Roermond T: 088 8420 444 W: www.bsgw.nl KvK-nr.: 52426297

Aan het Algemeen Bestuur van het Waterschap Limburg en de raden van de in de GR BsGW deelnemende gemeenten

Uw kenmerk:

Afdeling:

Uw brief van:

Behandeld door:

Ons kenmerk: Bijlage(n): Onderwerp:

BS26.0121 3

Telefoonnummer:

Ontwerpbegroting 2027 en -meerjarenraming 2028-2031

Datum:

Staf/Control

E-mail:

27 februari 2026

Geacht bestuur, geachte raad,

Hierbij bieden wij u de ontwerpbegroting 2027 en -meerjarenraming 2028-2031 van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) aan. Met het oog op de nieuw gekozen gemeenteraden bieden wij u hierbij ook een oplegnotitie, waarin bij een aantal begrippen een nadere toelichting wordt gegeven, aan. In haar vergadering van 26 februari 2026 heeft het Dagelijks Bestuur de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 in ontwerp vastgesteld. Overeenkomstig artikel 23 van de GR BsGW ontvangen de raden van de in BsGW deelnemende gemeenten en het Algemene Bestuur van Waterschap Limburg deze ontwerpbegroting en -meerjarenraming en worden in de gelegenheid gesteld om hun eventuele zienswijze hierover in te dienen. Wij verzoeken u hierbij uw zienswijze uiterlijk 29 mei 2026 aan het ons kenbaar te maken. Voorafgaand aan het vaststellen van de begroting door het Algemeen Bestuur van BsGW zal het Dagelijks Bestuur schriftelijk en gemotiveerd reageren op uw zienswijze (art. 68 lid 4 Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)). Zienswijze en reactie worden samen met de begroting en meerjarenraming aangeboden aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling in haar vergadering van 25 juni 2026. Nadat de begroting is vastgesteld zendt het Algemeen Bestuur de begroting en meerjarenraming aan de raden van de in BsGW deelnemende gemeenten en het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg.

Het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 conform artikel 67 lid 2 Wgr aan Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg.

Het Dagelijks Bestuur BsGW,

N.M.J.G. Lebens, directeur

G.H.C. Frische, voorzitter

BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen is een zelfstandig samenwerkingsverband van 29 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg. BsGW voert namens deze deelnemers de heffing en inning van lokale belastingen uit. Ook stelt BsGW in de deelnemende gemeenten de WOZ-waarden vast.

kenmerk: BS26.0121 pag. 2/2

Bijlage(n): 1. Ontwerpbegroting BsGW 2027 en -meerjarenraming 2028-2031 2. Ontwerpbegroting BsGW 2027 in één oogopslag 3. Toelichting op Ontwerpbegroting BsGW 2027 en -meerjarenraming 2028-2031

-2-

Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 BsGW

Versie 1.0 d.d. 26-02-2026

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Inhoudsopgave 1. Inleiding ..........................................................................................................................4 1.1 Algemeen .................................................................................................................. 4 1.2 Indeling van de begroting ............................................................................................ 4 1.3 Leeswijzer.................................................................................................................. 4 2. Managementsamenvatting .................................................................................................6 3. Financiële effecten ............................................................................................................8 3.1 Financieel effect op de (exploitatie)begroting 2027 ......................................................... 8 4. Beleidsbegroting .............................................................................................................

10 4.1 Uitgangspunten .........................................................................................................10 4.2 Definities: reserves, voorzieningen, weerstandscapaciteit/-vermogen, post onvoorzien.......12 4.3 Ontwikkelingen ..........................................................................................................13 4.3.1 Landelijke ontwikkelingen ................................................................................... 13 4.3.2 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering .................................................................... 15 4.4 Producten van dienstverlening .....................................................................................19 4.5 Paragrafen ................................................................................................................21 4.5.1 Lokale heffingen ................................................................................................ 21 4.5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................ 21 4.5.3 Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................. 22 4.5.4 Financiering ......................................................................................................

22 4.5.5 Bedrijfsvoering .................................................................................................. 24 4.5.6 Verbonden partijen ............................................................................................ 24 4.5.7 Grondbeleid ...................................................................................................... 24 4.5.8 Openbaarheid ................................................................................................... 24 5. Financiële begroting ........................................................................................................ 26 5.1 Overzicht baten en lasten ...........................................................................................26 5.2 Harmonisatie en nieuwe kostenverdeelmethode .............................................................26 5.3 Toelichting op de baten en lasten .................................................................................28 5.4 Uiteenzetting van de financiële positie ..........................................................................30 5.4.1 Investeringen ................................................................................................... 30 5.4.2 Financiering ......................................................................................................

30 5.4.3 Stand en verloop reserves en voorziening............................................................. 30 Bijlagen............................................................................................................................. 31 Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2027-2031 ...............................................32 Bijlage 2: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk ........33 Bijlage 3: Staat van vaste schulden ...................................................................................34 Bijlage 4: Staat van reserves en voorzieningen ...................................................................35 Bijlage 5: Berekening van het rente-omslagpercentage ........................................................38 Bijlage 6: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek ...........................................................39 Bijlage 7: Risicoanalyse ....................................................................................................43 Bijlage 8: Het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) ........................................................50 Bijlage 9: Berekend EMU-saldo .........................................................................................51 Bijlage 10: Geprognosticeerde balans 2024-2030 ................................................................52

Bijlage 11: Bijdragen 2027 ...............................................................................................53 Bijlage 12: Bijdrage per deelnemer Meerjarig .....................................................................56 Bijlage 13: Begroting 2027 en Meerjarenraming 2028-2030 tegen constante waarde ...............57 Bijlage 14: Bijdrage per deelnemer Meerjarig tegen constante waarde ...................................58 Bijlage 15: Bijdrage 2027 Waterschap Limburg volgens BBP-opzet ........................................59

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

1. Inleiding 1.1 Algemeen Voor u ligt de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031 van Belastingsamenwerking Gemeenten

en

Waterschappen

(BsGW). Hierin zijn

de

financiële

consequenties van

zekere

ontwikkelingen en bestuursbesluiten meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen in de begroting meegenomen voor zover deze zijn in te schatten. De door het Algemeen Bestuur van BsGW op 17 december 2025 vastgestelde kadernota 2027 dient als basis voor de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031. Het belangrijkste bestuurlijke uitgangspunt hierbij is een sluitende begroting en meerjarenraming. Het is vanwege de aanhoudende en zelfs toenemende dynamiek in de (inter)nationale samenleving steeds lastiger om meerjarig vooruit te kijken. Daaraan kan worden toegevoegd dat BsGW als gemeenschappelijke regeling de kadernota en de begroting inclusief meerjarenraming vroegtijdig dient aan te leveren als input voor de begrotingen van de deelnemende gemeenten en Waterschap Limburg. BsGW is 1 april 2011 opgericht als samenwerkingsverband op belastinggebied voor gemeenten en waterschappen in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. BsGW is een openbaar lichaam op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Per 1 januari 2025 zijn Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, EchtSusteren,

Eijsden-Margraten,

Gennep,

Gulpen-Wittem,

Heerlen,

Kerkrade,

Landgraaf,

Leudal,

Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook & Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal, Weert deelnemers in BsGW. De ontwerpbegroting 2027 is gebaseerd op bovenstaande 30 deelnemers. BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van het waterschap en de deelnemende gemeenten de zorg voor optimaal beheer en verwerking van (basis)gegevens en informatie, het heffen, innen en afdragen van de opbrengsten van lokale belastingen en het waarderen van belastingobjecten in het kader van de wet WOZ, dit alles op basis van bedrijfseconomische principes. 1.2 Indeling van de begroting Aangezien BsGW een samenwerking is voor zowel gemeenten als een waterschap, volgt uit de wetgeving dat verslaggeving dient plaats te vinden conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De begroting is dan ook ingedeeld volgens het BBV en bestaat uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. In de beleidsbegroting worden het programmaplan en de verplichte paragrafen weergegeven. De financiële begroting omvat het overzicht van baten en lasten plus een uiteenzetting van de financiële positie per programma. In het geval van BsGW betreft dit het programma ‘940 lasten heffing en invordering belastingen’. (Bron: Hoofdlijnen vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording blz. 19)

1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 1 bevat de inleiding. Hoofdstuk 2 betreft de managementsamenvatting van de ontwerpbegroting 2027.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 4 van 59

In hoofdstuk 3 worden de financiële effecten op de (exploitatie)begroting 2027 gepresenteerd evenals de meerjarenraming 2028-2031. Hoofdstuk 4 bevat de beleidsbegroting met de (reken)uitgangspunten en de ontwikkelingen, waarmee daar waar mogelijk rekening is gehouden in de (financiële) begroting. Deze paragraaf bevat daarnaast de vaste rubrieken met een toelichting op het (benodigde) weerstandsvermogen en de financiering. Tot slot wordt de financiële begroting in hoofdstuk 5 nader toegelicht.

Het Dagelijks Bestuur BsGW,

Roermond, 25 juni 2026

N.M.J.G. Lebens, directeur

G.H.C. Frische, voorzitter

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 5 van 59

2. Managementsamenvatting BsGW is een uitvoeringsorganisatie en hanteert daarmee per definitie een beleidsarme begroting. Mocht er al sprake zijn van (nieuw) beleid, dan is dit op basis van een wettelijke grondslag (bijv. de Wet open overheid) dan wel op verzoek van de deelnemers (bijv. het Samenwerkingsportaal). Terugblik Begroting 2026 Naast een eerdere (gedurende de eerste zes jaren na oprichting heeft geen indexering plaatsgevonden) en lopende structurele bezuiniging (taakstelling OOP), is bij de totstandkoming van de begroting 2026 -met

name

in

het

kader

van

het

Ravijnjaar-

nogmaals

extra

kritisch

gekeken

naar

de

kostenontwikkeling. Het garanderen van de continuïteit van de bedrijfsvoering van BsGW in het belang van de dertig deelnemende partijen was, is en blijft hierbij het uitgangspunt. Genoemde exercitie heeft onder andere geleid tot een benedenwaartse bijstelling van het weerstandsvermogen,

waarbij

het

surplus

is

teruggestort

naar

de

deelnemers.

Ook

is

de

bestemmingsreserve qua financiële omvang verlaagd en daarmee ook de door de deelnemers jaarlijks te storten bijdrage hierin. Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) is het tarief proceskostenvergoeding per toegekend bezwaar of beroep per 1-1-2024 drastisch verlaagd. Uitgaande van gelijkblijvende aantallen bezwaren en beroepen, is met ingang van de begroting 2026 de post proceskosten voor wat betreft de uitkeringskosten verlaagd met € 1,5 miljoen. De renteopbrengsten maken -mede op basis van overleg met de accountant- geen onderdeel uit van de begroting van BsGW. Deze worden met ingang van 2025 elk kwartaal doorgestort naar de deelnemers. Het betreft met name de renteontvangsten over de ontvangen belastingopbrengsten, die na enkele verwerkingsdagen worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW. De accountant is op basis van het uitgangspunt ‘reëel begroten’ voorstander van het toepassen van indexeringspercentages en kan zich vinden in de hoogte en de onderbouwing van de indexpercentages, die BsGW hanteert.

(Ontwerp)begroting 2027 De belangrijkste ontwikkelingen voor 2027 voor BsGW worden gevormd door het beleid van de deelnemers, (nieuwe) wetgeving, de indexeringen -beïnvloed door de cao Werken voor waterschappen alsook de nationale, Europese en mondiale ontwikkelingen- en het voldoen aan de door het Algemeen Bestuur BsGW opgelegde kostenreductie in het kader van OOP. Het is voor BsGW van cruciaal belang dat de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening gewaarborgd blijven. BsGW volgt de huidige ontwikkelingen met betrekking tot de nieuwe c.q. aangescherpte (Europese) wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging op de voet en zal deze de komende periode implementeren om hieraan te kunnen (blijven) voldoen. BsGW voorziet voor het begrotingsjaar 2027 geen andere kostenstijgingen dan de indexering. Het uitgangspunt voor de indexatie is zoals te doen gebruikelijk de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB-indexcijfers.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 6 van 59

BsGW werkt momenteel toe naar een structurele bezuiniging van € 1,3 miljoen vanaf 2028 (taakstelling OOP). In 2027 bedraagt de taakstellende kostenreductie € 1,2 miljoen (2026 € 1 miljoen; met ingang van 2028 structureel € 1,3 miljoen). De per 1 mei 2022 in werking getreden Wet open overheid (Woo) leidde, net zoals bij de deelnemers, ook voor BsGW tot extra én aanvullende inspanningen. Inspanningen waartoe de organisatie op dat moment niet geoutilleerd was. Voor de implementatie van de Woo heeft het Algemeen Bestuur voor de jaren 2024-2026 tijdelijk extra formatie beschikbaar gesteld op het gebied van juridisch advies en communicatie. Vanwege het einde van de tijdelijkheid dalen vanaf 2027 de personele lasten structureel met €175 duizend. Na het schrijven van de Kadernota 2027 hebben zich nog enkele ontwikkelingen voorgedaan met een positief effect op de begroting 2027. Zo zal BsGW in het laatste kwartaal van 2026 haar intrek nemen in een ander kantoorpand. De begrote huisvestingskosten zullen naar verwachting structureel dalen met € 200 duizend. Voor wat betreft de afhandeling van de WOZ-bezwaren en -beroepen wordt een nieuwe trend zichtbaar: zowel in 2024 als in 2025 dalen de toekenningspercentages.

Dit betekent dat, naast het (fors) lagere tarief voor proceskostenvergoeding als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm), ook het aantal bezwaren en beroepen dat een proceskostenvergoeding krijgt toegekend (verhoudingsgewijs) lager wordt. Dit heeft in belangrijke mate te maken met de kwaliteit van het waarderingsproces, de kwaliteit van de aanslagoplegging en de kwaliteit van de afhandeling van bezwaren en beroepen. De begrotingspost ‘kostenvergoeding bezwaar en beroep’ wordt voor de begroting 2027 en verder jaren met € 500 duizend extra verlaagd. Tot slot wordt met ingang van de begroting 2027 ten aanzien van de post onvoorzien een plafond ingevoerd van € 500.000.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 7 van 59

3. Financiële effecten 3.1 Financieel effect op de (exploitatie)begroting 2027

Ontwikkelingen begroting 2027

Zekere ontwikkelingen

Effect op netto kosten 2027 t.o.v. begroting 2026 Opgenomen in de begroting:

Indexering salarissen

€ 806.000

cf KN2027 (AB 17-12-2025) obv CPB februari circulaire

Inflatie

€ 220.000

cf KN2027 (AB 17-12-2025) obv CPB februari circulaire

Verschil taakstelling OOP 2027 t.o.v. 2026

€ -200.000

cf besluit (AB 14-12-2017)

Vervallen tijdelijke extra fte's a.g.v. implementatie Woo

€ -175.000

cf Begroting 2024 en MJR 2025-2028 (AB 29-6-2023)

Kostenvergoeding bezwaren en beroep (uitkeringskosten)

€ -500.000

Verlaging huisvestingskosten

€ -200.000

Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen

budgetneutraal

Informatiebeveiliging & Privacy

budgetneutraal

cf KN2027 (AB 17-12-2025) obv NIS2 en BIO2

Stimuleringsregeling

budgetneutraal

cf besluit (AB 23-6-2016)

Effect Harmonisatie en kostenverdeelmethode

Opgenomen in de begroting:

Inflatie maatwerk

€ -15.000

cf nieuwe opzet KVM (AB 25-1-2024), format DVO

Interne kosten maatwerk (nu via offertetraject)

€ 15.000

(AB 12-12-2024) en Harmonisatietraject (AB 8-12-2022)

Mogelijke ontwikkelingen

Niet opgenomen:

Project Inwinning Secundaire Objectkenmerken

onbekend

Tegengaan toenemende armoede

onbekend

- Sociaal invorderen

onbekend

- Vroegsignalering

onbekend

Leegstandsheffing

onbekend

Krapte op de arbeidsmarkt

onbekend

Informatievoorziening en ICT

onbekend

Robotisering en artificial intelligence (AI)

onbekend

Zoals zichtbaar is gemaakt in bovenstaande tabel is de beïnvloedbaarheid door BsGW van de in de begroting opgenomen posten beperkt. De begrotingsposten zijn nagenoeg allemaal gebaseerd op eerder door het Algemeen Bestuur van BsGW genomen besluiten en wetgeving. Per saldo dalen de reguliere netto-kosten 2027 met € 64 duizend ten opzichte van de begroting 2026. Reguliere Begroting 2026 (via KVM)

€

Indexering salarissen interne kosten

€

Inflatie

€

220.000

€

1.026.000

Verschil taakstelling OOP 2027 t.o.v. 2026

€

-200.000

Kostenvergoeding bezwaren en beroep (uitkeringskosten)

€

-500.000

Verlaging huisvestingskosten

€

-200.000

Vervallen tijdelijke extra fte's a.g.v. implementatie Woo

€

-175.000

Inflatie maatwerk

€

-15.000

€

-1.090.000

27.836.000

806.000

€

-64.000

Reguliere Begroting 2027 (via KVM)

€

27.772.000

Maatwerk totaal 2027

€

416.000

Begroting BsGW 2027 totaal

€

28.188.000

Naast de reguliere begroting, zijnde de kosten voor de uitvoering van voorkeursvarianten die worden verrekend via de kostenverdeelmethode, kent BsGW maatwerkvarianten. De uitvoering van de maatwerkvarianten wordt separaat geoffreerd en gefactureerd bij de betreffende deelnemers. Samen vormt dit de totaalbegroting van BsGW.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 8 van 59

Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031: Bedragen x € 1.000

Begroting KVM

Realisatie

Begroting KVM

Maatwerk totaal

Begroting BsGW totaal

Meerjarenperspectief

2025

2026

2027

2027

2027

2028

2029

2030

2031

Personeelskosten

0

18.247

18.867

259

19.126

19.968

20.846

21.763

22.721

Huisvestingkosten

0

951

770

0

770

790

811

832

853

Afschrijvingkosten

0

57

57

0

57

58

60

62

63

ICT-kosten

0

3.384

3.472

40

3.512

3.603

3.696

3.793

3.891

Overige operationele kosten

0

1.304

1.338

117

1.455

1.493

1.532

1.571

1.612

Diensten door derden

0

1.050

1.077

0

1.077

1.105

1.134

1.163

1.194

Kostenvergoeding bezwaar en beroep

0

2.125

1.667

0

1.667

1.711

1.755

1.801

1.848

Overige operationele kosten

0

4.479

4.083

117

4.200

4.309

4.421

4.536

4.654

algemene kosten

0

630

646

0

646

663

680

698

716

onvoorzien

0

424

405

0

405

416

427

438

449

Algemene kosten

0

1.054

1.051

0

1.051

1.078

1.107

1.135

1.165

bankkosten

0

300

308

0

308

316

324

332

341

rentekosten

0

8

8

0

8

8

8

8

9

Bank- en rentekosten

0

308

315

0

315

324

332

341

349

Toevoegingen aan voorzieningen

0

357

357

0

357

357

357

357

357

Totale lasten

0

28.835

28.972

416

29.388

30.487

31.630

32.818

34.054

-1.000

-1.200

0

-1.200

0

0

0

0

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

0

27.835

27.772

416

28.188

29.187

30.330

31.518

32.754

Lasten

Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten Baten Renteopbrengsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

BsGW diensten aan derden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

overige opbrengsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Diensten aan derden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen van derden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Opbrengst vervolgingskosten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totale baten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Netto kosten

0

27.835

27.772

416

28.188

29.187

30.330

31.518

32.754

Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal bijdragen

0

27.835

27.772

416

28.188

29.187

30.330

31.518

32.754

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen samenwerkingsportaal Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)

De realisatiecijfers 2025 worden aangevuld zodra deze door de accountant zijn gecontroleerd.

Zie hoofdstuk 4 en 5 voor een nadere toelichting en relevante ontwikkelingen.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 9 van 59

4. Beleidsbegroting 4.1 Uitgangspunten Onderwerp

Uitgangspunt

Raming personele lasten

Salariskosten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CAO Werken voor Waterschappen. Indien die niet bekend zijn ten tijde van het opstellen van de kadernota wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘loonvoet sector overheid’ (voor de personele kosten).

Formatie en personeel

BsGW werkt met een vaste formatie en een flexibele schil. Binnen deze twee categorieën kan worden geschoven, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden, behalve door CAO-stijgingen.

Financiering

Alleen voor investeringen kan BsGW een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.

Raming materiële lasten

Voor de jaarlijkse indexatie wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘nationale consumentenprijsindex’. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt hiervan afgeweken en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.

Inhuur derden

De verwachte inhuurkosten worden geïndexeerd met de raming van het CPB. Een afwijking hierop wordt gemotiveerd toegelicht.

Raming onvoorzien

De raming onvoorzien bedraagt 1,4% van de begrote kosten, met een plafond van € 500.000.

Investeringen in het belastingpakket

Bij investeringen in het belastingpakket is BsGW verplicht om te voldoen aan de wettelijke eisen, incl. onderhoudskosten. Als uitgangspunt wordt alle software afgenomen als dienst (SaaS), waardoor er eenmalige implementatiekosten zijn en daarna jaarlijkse abonnements- en licentiekosten. Er vindt dus geen reservering kapitaalslasten inzake belastingsoftware meer plaats. Er wordt niet langer op afgeschreven omdat BsGW geen juridisch eigenaar is.

Risicomanagement

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio t.o.v. de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de in het AB van 24-3-2022 vastgestelde Kadernota Risicomanagement leidend is.

Kosten die specifiek zijn voor bepaalde deelnemers

Deze worden o.b.v. de goedgekeurde offerte separaat doorbelast.

Kostenverdeelmethode

De bestuurlijk (AB 25 januari 2024) vastgestelde kostenverdeelmethode wordt gehanteerd. Maatwerk en Externe vorderingen worden separaat geoffreerd en gefactureerd.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 10 van 59

Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020

Het OOP moet – conform besluitvorming door het Algemeen Bestuur d.d. 14 december 2017 – leiden tot een stapsgewijze nettokostenreductie, oplopend tot structureel € 1,3 miljoen vanaf 2028. Jaar: Lagere netto-kosten i.r.t. OOP: 2024 € 600.000 2025 € 800.000 2026 € 1.000.000 2027 € 1.200.000 2028 € 1.300.000 Deze kostenreductie, die met name gerealiseerd wordt middels een formatiereductie, is als taakstelling opgenomen in de (meerjaren) begroting van BsGW.

Renteopbrengsten (Schatkistbankieren)

De rentevergoedingen* op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, maken geen onderdeel uit van de begroting van BsGW en worden elk kwartaal (achteraf) doorgestort naar de deelnemers. *

betreft met name de renteontvangsten over de ontvangen belastingopbrengsten, die na enkele verwerkingsdagen worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW.

Financieel technische uitgangspunten v.w.b. de indexeringen: BsGW valt onder de CAO Werken voor waterschappen. In deze cao wordt niet alleen rekening gehouden met koopkrachtontwikkeling, maar is tevens een automatische prijscompensatie opgenomen, gebaseerd op de Consumenten Prijs Index (CPI). Dit betekent dat medewerkers bij stijgende inflatie automatisch worden gecompenseerd. De huidige cao eindigt per 31 december 2026. Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten is zoals te doen gebruikelijk de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB indexcijfers. Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Normaliter worden in de septembercirculaire vijf toekomstige jaren opgenomen. De doorkijk van de CPB-indexcijfers van september 2025 reikte -in afwijking van voorgaande jaren- niet verder dan 2026. Voor begrotingsjaar 2027 zijn daarom de meest actuele indexeringen van opgenomen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025 d.d. februari 2025.

Indexeringen Begroting 2027 Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 2,3% en 3,0%. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2025-2027 van 2,6% aan te houden. Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 4,0% en 5,3%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2025-2027 aan te houden van 4,4%. Mocht de septembercirculaire 2026 van het CPB daartoe aanleiding geven, dan zal dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 11 van 59

4.2 Definities: reserves, voorzieningen, weerstandscapaciteit/-vermogen, post onvoorzien Reserves kunnen worden omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij zijn te besteden. Reserveren betekent geld opzij leggen: -

om later een (grote) investering te doen;

-

voor moeilijke tijden (weerstandsvermogen. Dit is het weerstandsvermogen en dit betreft alleen de algemene reserve);

-

om risico’s op te vangen;

-

voor onverwachte zaken.

Voorzieningen zijn passiefposten in de balans (vreemd vermogen), die een inschatting geven van voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden min of meer onzeker zijn. Bij voorzieningen is er sprake van een oorzaak uit het verleden: er is iets gebeurd wat niet terug te draaien is en wat waarschijnlijk leidt tot lasten in de toekomst die niet waren voorzien (begroot). Ook kan een voorziening ingesteld worden ter egalisatie van pieken in de kosten in de begroting. Deze kosten dienen zeker plaats te vinden. Van een vrije keuze bij het instellen van een voorziening is derhalve geen sprake. Wel kunnen soms de gevolgen nog beïnvloed worden. Bij het bepalen van de noodzakelijke omvang van de voorziening wordt hiermee ook rekening gehouden. Weerstandscapaciteit is de mate waarin BsGW over middelen beschikt of kan beschikken om niet voorziene tegenvallers op te vangen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de post onvoorzien en het weerstandsvermogen. De post onvoorzien mag worden opgevat als een buffer voor onvoorziene externe tegenvallers: onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar. De post onvoorzien moet een soepele uitvoering van de begroting vergemakkelijken en zorgt zodoende voor een beetje flexibiliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=0347a266-f0d1-488f-a290-415b70b6ef39