08 Bijlage 3: Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 24 -
Toelichting
3 Planbeschrijving
d
3.1 Algemeen Middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan wordt de gedeeltelijke bedrijfsverplaatsing van Vekoma Rides naar het onderhavige plangebied – gelegen aan de Angsterweg 65 te Vlodrop – mogelijk gemaakt. De gronden ter plaatse van het onderhavige plangebied werden voorheen gebruikt als sportvelden. In het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ zijn de gronden derhalve bestemd tot ‘Maatschappelijk’. Binnen deze bestemming is de vestiging van Vekoma Rides niet mogelijk. Middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan wordt de bestemming van het plangebied gewijzigd in de bestemming ‘Bedrijventerrein’. In de regels en op de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan worden de beoogde bebouwing en gebruik van de gronden die nodig zijn voor de vestiging van Vekoma Rides juridisch-planologisch vastgelegd.
3.2 Het bouwplan Door bureau Phidias is een bouwplan ontwikkeld voor de vestiging van Vekoma Rides binnen het onderhavige plangebied. Het bouwplan voorziet in twee bouwmassa’s (een fabriek-/assemblage en -opslaghal en een kantoorgebouw met bedrijfsrestaurant. De onderstaande afbeelding toont de situering van de bebouwing binnen het plangebied. De parkeerplaatsen zijn op deze afbeelding middels witte en lichtgroene stroken weergegeven:
Situatietekening toekomstige situatie plangebied
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 25 -
Toelichting
Kantoor/bedrijfsrestaurant Het noordoostelijke gebouw vormt het kantoor d (6.600 m²) en het bedrijfsrestaurant (600 m²). Het gebouw heeft een voetprint van 2.408 m², bestaat uit drie bouwlagen en heeft een maximale bouwhoogte van 20,00 meter. Fabrieks-/assemblage- en opslaghal Het zuidwestelijke gebouw vormt de fabrieks-/assemblage en -opslaghal. Het gebouw heeft een voetprint van 7.600 m². De naar de Angsterweg gekeerde zijde van het gebouw (3.795 m²) heeft een maximale bouwhoogte van 12,00 meter en het achterste gedeelte van het gebouw (3.805 m²) heeft een maximale bouwhoogte van 17,00 meter. Het gedeelte van het gebouw dat een bouwhoogte heeft van 17,00 bestaat uit twee bouwlagen en het gedeelte van het gebouw met een bouwhoogte van 12,00 meter bestaat uit één bouwlaag. Op de onderstaande 3D-impressies is de toekomstige bebouwing in vogelvlucht weergegeven, gezien vanaf de Angsterweg vanuit noordwestelijke richting:
3D-impressie vanuit zuidwestelijke richting
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 26 -
Toelichting
3.3 Landschappelijke inpassing
d
Ten behoeve van het wijzigen van de bestemming van het onderhavige plangebied en het mogelijk maken van de beoogde ontwikkelingen, is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld om de toekomstige bedrijfsactiviteiten zorgvuldig landschappelijk in te passen op de locatie. Het terrein is in de huidige situatie reeds grotendeels omzoomd met bomen en struikgewas. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen het bos in dalenlandschap (Koebroekweg) en bos in mozaïeklandschap (overige zijden). Met de juiste interventies en/of aanvullingen zal ingezet worden op het vitaliseren, versterken en verrijken van de huidige groenelementen. Deze landschappelijke inpassing ziet enerzijds toe op het wegnemen van het zicht op de bedrijfsactiviteiten, anderzijds zorgt het voor een groene en waardige entree naar Vlodrop, waarbinnen ook de markante toevoeging van het kantoorgebouw een plek krijgt. De bouw zal gefaseerd plaatsvinden in twee fases. Hierbij zal de eerste het magazijn met assemblagehal worden gebouwd, waarna in de tweede fase het kantoorgebouw wordt gerealiseerd. Ook de landschappelijke inpassing zal in twee fases worden opgeknipt. De interventies en aanvullingen bestaan (niet onuitputtelijk) uit de volgende onderdelen. De bestaande omzoming van het terrein wordt zoveel mogelijk intact gehouden.
Bestaande bomen die gekapt dienen te worden ten behoeve van de ontwikkeling zullen elders gecompenseerd worden. Ter plaatse van het bos in dalenlandschap zal op twee manieren worden omgegaan met de landschappelijke inpassing. Enerzijds zal ter plekke van de ontwikkeling van het toekomstige magazijn een verdichting van bomen en struiklaag plaatsvinden om het zicht op de bebouwing en het parkeren weg te nemen. Verrijking van de struiklaag kan verder plaatsvinden door middel van takkenrillen en insectenhotels om de locatie ecologisch te ondersteunen. Anderzijds zullen ter plaatse van het te ontwikkelen kantoor zichtlijnen vrijgemaakt of vrijgehouden worden om het zicht op het kantoor en vanuit het kantoor op het achtergelegen Roerdal mogelijk te maken. Ter plaatse van het bos in mozaïeklandschap zal het groen aangevuld worden, zowel met bomen, struiklaag als bloem- en kruidenmengsels om het zicht op de bedrijfsactiviteiten weg te nemen. Meer richting het kantoor kan de struiklaag zich openen om zicht op het kantoorgebouw mogelijk te maken. in beide type bebossingen zal de ecologische structuur versterkt worden door het verwijderen van exoten, gebiedsvreemde soorten en dood hout en deze te compenseren met type Wintereik, Beuk, Haagbeuk, Steeliep, Zwarte Els en Veldesdoorn. Het landschappelijk inpassingsplan is als bijlage bij de regels opgenomen.
In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die toeziet op de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan.
3.4 Vertaling naar verbeelding Op de verbeelding behorende bij het voorliggende bestemmingsplan is het volledige plangebied bestemd tot ‘Bedrijventerrein’. Daarnaast is het volledige plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ en de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – Roerdalslenk II’. De beide gebouwen zijn op de verbeelding aangegeven middels een bouwvlak. Het noordoostelijke bouwvlak is grotendeels voorzien van de aanduiding ‘kantoor’ (k). In de regels is vastgelegd dat hier een aan het bedrijf ondergeschikte kantoorfunctie is toegestaan. In het overige gedeelte van het bouwvlak is het bedrijfsrestaurant voorzien. Op de verbeelding is voor dit bouwvlak een maximale bouwhoogte van 20,00 meter opgenomen middels de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’. Het zuidwestelijke bouwvlak, waarbinnen zich het fabrieksgebouw bevindt, is eveneens voorzien van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’. Voor het noordelijke gedeelte van het gebouw is een maximale bouwhoogte van 12,00 meter vastgelegd en voor het bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 27 -
Toelichting
zuidelijke gedeelte van het gebouw is een maximale bouwhoogte van 17,00 meter vastgelegd. Het zuidwestelijke gedeelte van het plangebied, d waar zich de fabriekshal bevindt – en dus de milieubelastende activiteiten zullen plaatsvinden – is voorzien van de aanduiding ‘bedrijf van categorie 3.2’ (b=3.2). Dit betekent dat binnen dit gedeelte van het plangebied bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 3.2 zijn toegestaan. Verder zullen in de zuidwestelijke hoek van het plangebied bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 4.2 (b=4.2) mogelijk gemaakt. Het bouwen van bijbehorende bouwwerken is niet toegestaan. Het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan. De bouwhoogte van vlaggenmasten mag maximaal 8,00 bedragen. De maximale bouwhoogte van schoorstenen en andere voor het bedrijf noodzakelijke bouwwerken (zoals hijs- en takelinrichtingen) mag maximaal 15,00 meter bedragen. Erf- en terreinafscheidingen mogen maximaal 2,00 meter hoog zijn, met dien verstande dat erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn maximaal 1,20 meter hoog mogen zijn. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3,00 meter. De situering van de parkeerplaatsen is op de verbeelding aangeduid middels de aanduiding ‘parkeerterrein’ (p).
De benodigde landschappelijke inpassing is op de verbeelding vastgelegd middels de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijk inpassingsplan’ (sg-ip). Aan deze aanduiding is in de regels een voorwaardelijke verplichting gekoppeld, waarmee de uitvoering en instandhouding van de landschappelijke inpassing juridisch-planologisch is geborgd. De onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding behorende bij het voorliggende bestemmingsplan:
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan
3.5 Verkeer en parkeren Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is door bureau Grenspaal12 een verkeerskundige analyse uitgevoerd. In deze analyse zijn enerzijds theoretische berekeningen gemaakt op basis van de landelijke kencijfers met betrekking tot parkeren en verkeersgeneratie en anderzijds is een beschouwing gemaakt van de feitelijke situatie, waarbij is gekeken hoeveel bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 28 -
Toelichting
parkeercapaciteit daadwerkelijk gerealiseerd dient te worden en van welke verkeersgeneratie daadwerkelijk sprake zal zijn in de feitelijke situatie. d De conclusies die uit de verkeerskundige analyse naar voren zijn gekomen zijn in het onderstaande beschreven. Verkeerskundige analyse Verkeerskundige analyse uitbreiding Vekoma Vlodrop, Grenspaal 12, kenmerk 21-0606-01, d.d. 15.10.2021 Conclusies Parkeerbehoefte Theoretisch gezien, gebaseerd op de gehanteerde landelijke kencijfers, dient voorzien te worden in minimaal 269 en maximaal 368 parkeerplaatsen binnen het onderhavige plangebied. Het advies in deze is dat deze parkeerplaatsen direct tijdens de eerste fase van de ontwikkeling worden aangelegd. Het optimale gebruik zal vervolgens in fases worden bereikt en volledig in gebruik zijn na voltooiing van fase 2 (uitbouw fabriek/loods in combinatie met de verplaatsing van de kantoorfunctie). In de derde fase wordt nog een minimale uitbreiding voorzien, waardoor in theorie nog 16 extra parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. Er dient echter ook rekening te worden gehouden met de feitelijke bedrijfsvoering. In tegenstelling tot de theoretische benadering zal minder personeel tegelijkertijd aanwezig zijn op de bedrijfslocatie, waardoor er minder parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. Uitgaande van een feitelijke benadering moet worden voorzien in minimaal 257 parkeerplaatsen.
Verkeersgeneratie Voor wat betreft de verkeersgeneratie wordt in een worst-case/theoretisch scenario een toename verwacht van maximaal 1.473 voertuigbewegingen per etmaal. Deze theoretische toename van de verkeersgeneratie kan zonder problemen worden afgewikkeld op de Angsterweg, daar waar de Angsterweg een gebiedsontsluitingsweg is. Ter hoogte van de toegang tot het plangebied verandert de Angsterweg in een erftoegangsweg. De toekomstige theoretische verkeersintensiteiten bereiken de bovengrens van wat toelaatbaar is vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid. Echter moet hierbij de kanttekening worden gemaakt dat de feitelijke toename in verkeersstromen veel kleiner zal zijn dan theoretisch is voorzien op basis van de landelijke verkeersgeneratiecijfers. De feitelijke bedrijfsvoering voorziet in 603 verkeersbewegingen. Een meerderheid van de werknemers zal mee verhuizen van de oude bedrijfslocatie naar de nieuwe bedrijfslocatie, waardoor de toename van het verkeer beperkt blijft. De huidige verkeersstromen van de werknemers zijn verdisconteerd in de huidige verkeersintensiteiten. Deze intensiteiten liggen onder de maximaal toelaatbare grens vanuit het oogpunt van verkeersleefbaarheid. Er worden geen problemen verwacht op het gebied van verkeersintensiteiten.
Verkeersontsluiting De ontsluiting van het plangebied verloopt voornamelijk via de Angsterweg (richting Posterholt, gebiedsontsluitingsweg). Qua capaciteit moet een afwikkeling via deze rijroute mogelijk zijn. In de rijrichting naar Vlodrop zijn de ontsluitingsmogelijkheden zeer beperkt. Doordat de bestemming van het vrachtverkeer is verplaatst van de oude bedrijfslocatie (Schaapweg) naar de nieuwe bedrijfslocatie (Angsterweg), daalt het aantal verkeersbewegingen binnen de bebouwde kom van Vlodrop. Dit komt de leefbaarheid ten goede. Er dient voldoende aandacht te zijn voor de ontsluitingen van het plangebied. Deze dienen verkeersveilig te zijn, mede gelet op de vermenging van diverse verkeersdeelnemers ter hoogte van de ingang aan de Angsterweg. Het is aan te bevelen om expliciet een nadere studie te verrichten naar de mogelijkheden op het gebied van verkeersveiligheid. bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 29 -
Toelichting
Geconcludeerd kan worden dat de aspecten parkeren en verkeer in voldoende mate zijn d onderzocht en geen belemmering vormen voor de beoogde planontwikkeling. De rapportage van de verkeerskundige analyse is als separate bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen. Quickscan verkeersveiligheid omgeving Vekoma Rides In opdracht van de gemeente Roerdalen is een quickscan verkeersveiligheid uitgevoerd, waarbij is gekeken naar de verkeersveiligheid rondom het plangebied. In het navolgende zijn de bevindingen die uit deze quickscan naar voren zijn gekomen beschreven. Quickscan verkeersveiligheid omgeving Vekoma Rides, Grenspaal 12, kenmerk 22-0803-01_v2 (Definitief), d.d. 25.01.2023 Vraagstelling De huidige locatie van achtbaanbouwer Vekoma Rides is te klein geworden voor hun productieniveau. Vekoma is daarom momenteel bezig met een uitbreiding c.q. verplaatsing naar het onderhavige plangebied aan de Angsterweg. Tijdens de bouw van de bedrijfshallen aan de Angsterweg zal extra pendelverkeer van goederen noodzakelijk zijn om het maakproces van de achtbanen te vervolledigen. Vekoma Rides schat in dat het aantal pendelbewegingen tussen beide bedrijfshallen beperkt blijft tot 4 pendelbewegingen per week.
Dit houdt in dat 8 bijkomende verkeersbewegingen van zwaar verkeer worden gerealiseerd tussen de Angsterweg (nieuwe locatie) en de Schaapweg (bestaande locatie), welke nu geen deel uitmaken van de extra levering. Op etmaalbasis komt dit neer op 1,6 extra verkeersbewegingen (5 dagen per week). De extra verkeersbewegingen zijn bijkomstig. Echter, in zijn algemeenheid zal het aandeel vrachtverkeer tussen de Angsterweg en de Schaapweg afnemen doordat 90% van de externe levernacies aan de Angsterweg moet zijn en daardoor niet meer doorrijdt tot aan de Schaapweg. Het betreft hier specifiek 200 vrachtwagenleveringen per week die enkel naar de Angsterweg rijden. Dit komt neer op 40 leveringen per dag die niet meer naar de Schaapweg rijden en zo de omgeving van de sporthal, de school, het zwembad en de toekomstige kinderopvang niet meer voorbij rijden. Het aantal vrachtbewegingen naar de Schaapweg via de Sportlaan zal zich (afgerond) beperken tot 10 (8+1,6) vrachtwagenbewegingen per etmaal (200 externe leveringen per week / 5 dagen per week x 0,1 leveringen aan de Schaapweg x 2 verkeersbewegingen per levering). Dit zwaar verkeer moet, zolang de extra ontsluiting via de De Overtweg en 2e Kruisweg niet is gerealiseerd, via de Angsterweg, Sportlaan en Schaapweg rijden en passeert een sporthal, een school, een zwembad en een toekomstige kinderopvang.
Vekoma Rides wil graag instaan voor een verkeersveilig transport tussen beide bedrijfshallen en wenst inzicht te krijgen in de mogelijke te nemen maatregelen om de verkeersveiligheid van andere weggebruikers te borgen. Conclusie De nieuwe verkeersgeneratie ten gevolge van het pendelverkeer van maximaal 10 vrachtwagens per dag vormt naar verkeersbelasting geen probleem op de omliggende straten rondom het plangebied. Bovendien zal in navolging van de verplaatsing van de activiteiten van Vekoma Rides van de Schaapweg naar de Angsterweg het aandeel gemotoriseerd verkeer afnemen op de Angsterweg en de Sportlaan. In de directe omgeving zijn een school en een sporthal gelegen, waar mogelijk kinderen in de buurt zijn. binnenkort komt in de omgeving eveneens een kinderopvang. De combinatie van het hoge aantal kinderen aldaar en de veel gebruikte Angsterweg en Sportlaan bieden redenen genoeg voor alle stakeholders om zich te bekommeren over een veilige omgeving. bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 30 -
Toelichting
De omgeving kent verschillende verkeersknelpunten, voornamelijk rond voetgangersverkeer en fietsverkeer. Deze problemen kunnen in grote d mate verholpen worden door bestaande voet- en fietspaden en snelheidsdrempels door te trekken vanuit westelijke richting over het kruispunt tussen de Angsterweg en de Schoollaan heen. De rapportage van de quickscan verkeersveiligheid is als separate bijlage 11 bij deze toelichting opgenomen.
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 31 -
Toelichting
4 Milieuplanologische aspecten d 4.1 Water De watertoets is een procesinstrument dat als doel heeft te komen tot een betere inbreng van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De kern bestaat uit een set van procedure afspraken, vormvereisten en inhoudelijke aandachtspunten en wordt toegepast binnen de bestaande procedures en regelgeving. Voor initiatiefnemers van ruimtelijke plannen en besluiten, met name gemeenten en waterschappen, is het van belang om te weten dat de provincie toeziet of in ruimtelijke plannen en besluiten aan de watertoets gevolg wordt en is gegeven. De watertoets is van toepassing op bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen (grotere projecten). De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dient in principe de watertoets uit te voeren en de uitkomsten daarvan aan te geven in een waterparagraaf. De waterhuishoudkundige aspecten omvatten onder meer veiligheid voor water, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. De gemeente Roerdalen valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Conform het stroomschema van het Waterschap Limburg dienen bestemmingsplannen te worden ingediend bij het Watertoetsloket. Centraal staat dat alle toekomstige initiatieven voor wat betreft het watersysteem moet aansluiten bij de natuurlijke waterkringloop en de trits vasthouden-bergen-afvoeren.
Dit betekent dat schoon hemelwater van verhardingen niet met het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd naar de zuiveringsinstallatie, maar wordt geïnfiltreerd of geborgen op lokaal niveau. Voor nieuwe bebouwing wordt gestreefd naar een volledig gescheiden rioolstelsel (en maximaal 20% verharding aangesloten op riolering). Voor bestaand stedelijk gebied is het doel om 20% van het bestaand verhard oppervlak op middellange termijn af te koppelen. De belangrijkste ruimtegerelateerde doelstellingen zijn: - aansluiten bij de natuurlijke waterkringloop door het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering; - zoveel mogelijk voldoen aan de watervraag van de functies; - voor schoon oppervlaktewater is het sanering of verminderen van overstorten uit de riolering ook een belangrijk middel. Vanuit het streven naar een duurzaam regenwaterbeheer geldt voor (vervangende) nieuwbouw een afkoppelbeleid. Bij voorkeur wordt het regenwater geïnfiltreerd in de bodem. Het regenwater dient dan schoon te blijven en licht verontreinigd regenwater wordt gezuiverd. Daarnaast dient wateroverlast te worden voorkomen. Hiertoe heeft het Waterschap een voorkeurstabel opgesteld, waarbij de voorkeursmaatregelen voor grondoppervlakken, dakoppervlakken, hergebruik, beheer en dimensionering worden weergegeven. De waterbeheerders hanteren de voorkeursvolgorde vasthouden c.q. infiltreren, bergen en afvoeren.
De voorkeur gaat uit naar open bovengrondse centrale infiltratievoorzieningen met een bodemfilter. Wanneer niet geïnfiltreerd kan worden, mag vertraagd worden geloosd op oppervlaktewater. Voor de dimensionering van voorzieningen dient te worden uitgegaan van een bui van 35 mm in 45 minuten. De voorzieningen dienen binnen 24 uur weer beschikbaar te zijn voor een volgende gebeurtenis. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied ten aanzien van het aspect water. Hierin is onder meer aangegeven welke afkoppelingsmaatregelen worden genomen teneinde wateroverlast in de toekomst te voorkomen dan wel het risico daarop zo minimaal mogelijk te maken. Achtereenvolgens komen de legger en keur van het waterschap aan de orde, de bestaande waterhuishoudkundige situatie, de toevoeging van bebouwing en verharding als gevolg van dit plan, de dimensionering van de afkoppelingsvoorziening en de wijze waarop deze vorm zal krijgen.
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 32 -
Toelichting
Legger en Keur Waterschap Limburg d Legger Op de legger van Waterschap Limburg is aangegeven welke waterinfrastructuur in beheer is van het waterschap. Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hét instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten die samen onder meer aangeeft waar de primaire en secundaire watergangen zijn gelegen en welke gebods- en verbodsbepalingen daarvoor gelden. Ook geeft de legger aan wie waarvoor onderhoudsplichtig is. Ten aanzien van het voorliggende plangebied zijn er geen belangen vanuit de legger van het Waterschap Limburg. Keur De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Ook kent de Keur gebods- en verbodsbepalingen over zaken die niet mogen in of om watergangen, dijken en lijnvormige elementen. Bij alle werkzaamheden of activiteiten in en om water of dijken dient de Keur te worden geraadpleegd. Plangebied Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is door Geonius Geotechniek B.V. een infiltratieonderzoek uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Infiltratieonderzoek t.b.v.
nieuwbouw op perceel G-1108 aan de Angsterweg te Vlodrop, Geonius Geotechniek B.V., documentnummer GA210917.R01.V2.0, d.d. 28.09.2021 Infiltratie hemelwater Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is indien: - de doorlatendheid groter is dan circa 0,2 m/d; - de grondwaterstand dieper is dan 0,5 à 0,7 meter beneden maaiveld aanwezig is; - het in te leiden hemelwater niet verontreinigd is; - infiltratie van hemelwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden, mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheden zal een voorziening voornamelijk als buffer functioneren. Toetsing Aan de eerste eis wordt voldaan, aangezien alle gemeten doorlatendheden (zowel horizontaal als verticaal) groter zijn dan 0,2 m/d en er geen storende lagen op de boorlocaties voorkomen in het bodemtraject waar infiltratie invloed van heeft. Opgemerkt wordt dat de toplaag is geroerd en lokaal humeus van aard is. Aan de tweede eis wordt naar verwachting voldaan, aangezien het grondwater niet is aangetroffen tot een diepte van circa 2,5 meter beneden maaiveld, ofwel NAP + 28,5 meter. Aan de derde eis kan worden voldaan door alleen het schone regenwater te infiltreren. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem worden aangebracht.
De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1. infiltratie in de bovengrond (tot circa 1,0 meter beneden maaiveld) door middel van oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar is geen economisch aantrekkelijke oplossing en zeer gevoelig voor dichtslibben (met name in de aangetroffen geroerde, silthoudende ondergrond). Doorlatende verhardingen kunnen wel toegepast worden om het af te koppelen oppervlak (en dus de toestroom van hemelwater) te beperken, bijvoorbeeld door de verhardingen met grind of grasbetontegels uit te voeren. Tevens zal rekening gehouden bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 33 -
Toelichting
moeten worden met de geroerde toplaag, deze zal verwijderd moeten worden en vervangen door goed doorlatend materiaal; d 2. Infiltratie in de bovengrond (tot circa 1,0 meter beneden maaiveld) middels een open bovengronds systeem, zoals een infiltratieveld, wadi of greppel. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar zal ten koste gaan van de beschikbare ruimte. Afhankelijk van de beschikbare ruimte is dit wel een economisch aantrekkelijk, robuust en goed onderhoudbaar systeem; 3. Infiltratie in de ondiepe ondergrond (tot circa 3,5 meter beneden maaiveld) middels een ondergronds systeem. Hierbij valt te denken aan infiltratie via infiltratiekratten, infiltratiekoffers, putten en/of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden. Het gekozen infiltratiesysteem dient wel op voldoende afstand van de bestaande en nieuwbouw geprojecteerd te worden; 4. Infiltratie naar de diepere ondergrond (dieper dan circa 3,5 meter beneden het maaiveld). Dit kan middels infiltratiepalen naar een dieper niveau. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar biedt gezien de goed doorlatende zandige toplaag geen toegevoegde waarde. Tevens dient dan de doorlatendheid van de diepere ondergrond onderzocht te worden. Conclusie Uit de gemeten doorlatendheden en grondwaterstand blijkt dat infiltratie van hemelwater tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de toplagen en ondiepe ondergrond is voldoende.
Geadviseerd wordt een infiltratievoorziening in de toplaag aan te brengen middels een wadi of in de ondiepe ondergrond, bijvoorbeeld infiltratiekratten en/of grindkoffers. Infiltratie naar dieper gelegen lagen door gebruik te maken van bijvoorbeeld grindpalen behoort waarschijnlijk eveneens tot de mogelijkheden, doch gezien de gemeten doorlatendheden en infiltratiemogelijkheden in de toplagen en ondiepe ondergrond, wordt deze optie niet economisch aantrekkelijk geacht. Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van het onderhavige plangebied voldoende mogelijkheden bestaan voor infiltratie van hemelwater, waardoor het aspect water geen belemmering vormt voor de beoogde planontwikkeling. De rapportage van het infiltratieonderzoek is als separate bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen.
4.2 Ecologie en stikstof Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG) hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel. Elke lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura 2000’. Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Conform deze wet bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied en zorgen zij voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Plangebied Soortenbescherming Ter voorbereiding op de realisering van het beoogde plan is door bureau WSP een quickscan ecologie uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit de quickscan naar voren zijn gekomen beschreven.
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 34 -
Toelichting
Quickscan ecologie Angsterweg Vlodrop in het kader van de Wet natuurbescherming, WSP, rapportnummer SLM017757.QS, versie 1, d.d. d 07.09.2021 Conclusies De conclusies die uit de quickscan ecologie naar voren zijn gekomen, zijn schematisch weergegeven in de onderstaande tabel:
Tabel conclusies quickscan ecologie
Legenda behorende bij tabel
Geconcludeerd kan worden dat de conclusies uit de quickscan ecologie geen belemmering vormen voor de beoogde planvorming. De rapportage van de quickscan ecologie is als separate bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen. Het aspect stikstofdepositie in relatie tot Natura2000-gebieden is separaat beoordeeld middels een AERIUS-stikstofberekening. Deze bevindingen komen in het navolgende aan de orde, onder het kopje ‘gebiedsbescherming’.
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 35 -
Toelichting
Gebiedsbescherming Het plangebied wordt ten noordwesten, tendnoorden, ten noordoosten en ten zuidwesten omringd door delen van het Natura2000-gebied ‘Roerdal’. De kortst gemeten afstand tussen dit Natura2000-gebied en het plangebied bedraagt circa 530 meter. Verder ten noordoosten van het plangebied, op een afstand van circa 2,7 kilometer, bevindt zich het Natura2000-gebied ‘Meinweg’. Op het onderstaande kaartje is de ligging van het plangebied middels een rode stip globaal aangeduid. De Natura 2000-gebieden ‘Roerdal’ en ‘Meinweg’ zijn middels een gele kleur (gedeeltelijk) weergegeven:
Natura2000-gebied ‘Meinweg’
Natura2000-gebied ‘Roerdal’
plangebied
Natura2000-gebieden ‘Geuldal’ en ‘Meinweg’ t.o.v. het plangebied
In het kader van de soortenbescherming ten aanzien van deze Natura2000-gebieden is door bureau WSP een AERIUS-stikstofdepositieberekening voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase uitgevoerd. In het navolgende zijn de resultaten van de berekening beschreven. Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding SLM022992.NOT004.AC.JC, d.d. 24.01.2023
Vekoma
Vlodrop,
WSP,
rapportnummer
Conclusie De gebruiksfase van de voorgenomen uitbreiding van Vekoma te Vlodrop leidt niet tot significant negatieve effecten in nabijgelegen Natura2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Als gevolg van de te verwachten verkeersgeneratie in de gebruiksfase wordt immers geen toename van de stikstofdepositie veroorzaakt ten opzichte van de referentiesituatie. Ook als gevolg van de bouwfase kunnen significante gevolgen door stikstofdepositie op voorhand worden uitgesloten, aangezien slechts een zeer kleine, tijdelijke toename wordt berekend van ten hoogste 0,04 mo/ha/jaar gedurende 1 jaar. Geconcludeerd wordt dat een vergunning Wet natuurbescherming voor wat betreft stikstofdepositie niet noodzakelijk is en dat de Wet natuurbescherming vanuit het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de vaststelling van het bestemmingsplan. De rapportage van de AERIUS-stikstofdepositieberekening is als separate bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 36 -
Toelichting
Geconcludeerd kan worden dat het aspect ecologie geen belemmering vormt voor de vaststelling d van het voorliggende bestemmingsplan.
4.3 Geluid Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder (Wgh) maar daarnaast ook in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) wanneer het gaat om de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Wet geluidhinder (Wgh) Het aspect geluid kent voor een aantal bestemmingen (zoals wonen) in combinatie met een aantal typen geluidbronnen een wettelijk kader dat van belang is bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Andere geluidbronnen kunnen noodzaken tot een aanvullende beoordeling van het aspect geluid in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Plangebied Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is door bureau WSP een onderzoek Bedrijven en milieuzonering uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Uitbreiding Vekoma Vlodrop/Bedrijven SLM017757.NOT003.v2.AC.NG, d.d. 13.06.2022
en
milieuzonering,
WSP,
referentie
Conclusie Voor de beoogde uitbreiding/nieuwe vestiging van Vekoma aan de Angsterweg in Vlodrop is ten behoeve van de onderbouwing van de ontwikkeling in het bestemmingsplan een onderzoek uitgevoerd naar het aspecten ‘bedrijven en milieuzonering’. Voor de maatgevende activiteit ‘constructiewerkplaats in de open lucht’ bedraagt de richtafstand conform de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 200 meter voor het aspect geluid. De hindercontour van het bedrijf overlapt daarmee met de nabij gelegen woningen. Aan stap 1 uit de VNG-publicatie wordt bijgevolg niet voldaan. In het uitgevoerde onderzoek is – op verzoek van de gemeente – ook rekening gehouden met de plannen om aan de overzijde van de Angsterweg (ter plaatse van de bestaande sporthal) een basisschool te realiseren. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is hier momenteel geen school of andere geluidgevoelige bestemming toegestaan. Desondanks wordt de locatie wel als zodanig beschouwd in het uitgevoerde onderzoek. Ook ten opzichte van deze nog te realiseren basisschool geldt dat niet is voldaan aan stap 1 uit de VNG-publicatie.
Op basis van het nader akoestisch onderzoek is geconcludeerd dat zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, het maximaal geluidsniveau als de geluidbelasting als gevolg van het verkeer van en naar de inrichting voldoen aan de richtwaarden conform stap 2 uit de VNG-publicatie, en dit zowel ter hoogte van de nabij gelegen woonbestemmingen als ter hoogte van de toekomstige basisschool. Bijgevolg wordt geconcludeerd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke ordening en dat het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ geen belemmering vormt voor de bestemmingsplanprocedure. De rapportage van het onderzoek ‘Bedrijven en milieuzonering’ is als separate bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen. bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 37 -
Toelichting
4.4 Bodem d Voorafgaand aan het volgen van een ruimtelijke procedure dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Plangebied Ter voorbereiding op de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan is door Geonius Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies en aanbevelingen die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Verkennend bodemonderzoek perceel G 1108 gelegen aan de Angsterweg (ong.) in Vlodrop, Geonius Milieu B.V., rapportnummer MA210530.R01.V1.0, d.d.
20.09.2021 Conclusies en aanbevelingen Conclusies Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: - in de zandige bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zijn geen tot maximaal een licht verhoogd gehalte aan kobalt aangetoond (Bbk indicatief ‘achtergrondwaarde’); - in de zandige ondergrond (0,5-2,0 m-mv) zijn geen tot maximaal een licht verhoogd gehalte aan kobalt aangetoond (Bbk indicatief ‘achtergrondwaarde’); - in het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan barium, cadmium en/of nikkel aangetoond; - op basis van de vastgestelde bodemkwaliteit dient de hypothese ‘onverdacht’ voor de ondergrond te worden verworpen. Dit heeft geen consequenties voor de gevolgde onderzoeksstrategie. De hypothese ‘verdacht’ voor de bovengrond dient te worden aanvaard; - er is met voldoende betrouwbaarheid vastgesteld dat op de locatie geen asbest in de bodem aanwezig is. Vervolgonderzoek en maatregelen zijn niet noodzakelijk. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat geen milieuhygiënische belemmeringen bestaan voor het geplande gebruik van de locatie.
Aanbevelingen Voordat eventuele bouwwerkzaamheden op de locatie plaatsvinden wordt geadviseerd de vrijkomende grond middels een partijkeuring conform de richtlijnen uit het Besluit bodemkwaliteit te laten onderzoek teneinde de hergebruikmogelijkheden van de vrijkomende grond te bepalen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de beoogde planontwikkeling. De rapportage van het verkennend bodemonderzoek is als separate bijlage 6 bij deze toelichting opgenomen.
4.5 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 38 -
Toelichting
Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, d die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van het transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen de inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) is de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kan op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (geen norm). Het bevoegd gezag dient de hoogte van het groepsrisico alsmede elke verandering van het groepsrisico te verantwoorden. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico.
Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (en advies vragen aan) de Veiligheidsregio. Externe veiligheid risicovolle bedrijven Bij de beoordeling van de risico’s voor de externe veiligheid worden de normen voor het PR en het GR gehanteerd, zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). Bij de besluitvorming dient het bevoegd gezag het GR te verantwoorden. Het gebied waarbinnen de verantwoordingsplicht van toepassing is voor categoriale inrichtingen (zoals LPG-tankstations) is wettelijk vastgelegd in het Revi. Externe veiligheid buisleidingen Sinds 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleiding (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van kracht. In dit besluit worden, in lijn met het Bevi, normen gesteld aan het PR voor buisleidingen en dient het GR van buisleidingen te worden verantwoord. Transport van gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is op 1 april 2015 de Wijzigingswet Wet vervoer gevaarlijke, enz. (Wet basisnet) in werking getreden. Deze wet bestaat uit drie onderdelen: spoor, weg en water.
Het doel van het Basisnet is een duurzaam evenwicht tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het gebruik van de ruimte langs het Basisnet en een maatschappelijk aanvaardbaar veiligheidsniveau in de nabijheid van het Basisnet. Daarnaast is de Regeling basisnet van kracht, waarin risicoplafonds voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten nu voldoen aan het Besluit externe veiligheid trasport (Bevt). Tevens zijn bouwkundige voorschriften ingevoerd voor nieuwbouw in zogeheten PlasbrandAandachtsGebieden (PAG). Plangebied Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is door bureau WSP een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. In het navolgende zijn de bevindingen uit het onderzoek beschreven.
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 39 -
Toelichting
Onderzoek externe veiligheid uitbreiding SLM017757.NOT001.AC.NG, d.d. 22.10.2021d
Vekoma
Vlodrop,
WSP,
referentie
Inleiding De bestaande inrichting aan de Schaapsweg is niet opgenomen op de Risicokaart en vormt dan ook geen risicovolle inrichting (Bevi-inrichting). Aangezien er geen andere activiteiten zullen plaatsvinden op de nieuwe locatie, wordt ook gesteld dat de uitbreiding aan de Angsterweg (ter plaatse van het onderhavige plangebied) eveneens geen Bevi-inrichting betreft. In het uitgevoerde onderzoek is derhalve enkel ingegaan op de beoordeling van risicovolle bronnen in de nabijheid van het plangebied die van invloed kunnen zijn op de beoogde uitbreiding. Ongevallen gevaarlijke stoffen Op basis van de Risicokaart zijn de dichtstbijzijnde externe veiligheidrisicobronnen in de omgeving van het plangebied geïnventariseerd. De dichtstbijzijnde risicobronnen zijn nader beschouwd in relatie tot het planvoornemen. Het betreft: 1) propaantanks agrarisch bedrijf Van Cruchten – Bergerweg 65; 2) propaantanks mevr. Van Elmpt – Etsberg 38. Op het onderstaande kaartje is de situering van het plangebied ten opzichte van de risicobronnen weergegeven. De begrenzing van het plangebied is middels een paarse kleur aangeduid en de genoemde risicobronnen middels gele cijfers:
Ligging plangebied t.o.v. risicobronnen (www.risicokaart.nl)
Analyse plaatsgebonden risico 1. Propaantanks agrarisch bedrijf Van Cruchten – Bergerweg 65 De inrichting aan de Bergweg 65 is gelegen op circa 1,6 kilometer van de grens van het plangebied. Op basis van de gegevens van de openbare risicokaart geldt voor deze bronnen, zijnde twee bovengrondse propaantanks van respectievelijk 3.000 liter en 8.000 liter, een risicocontour van maximaal 25 meter. Deze bronnen leveren daarmee geen belemmeringen op voor het plan. 2. Propaantank mevr. Van Elmpt – Etsberg 38 Voor de bovengrondse propaantank van 5.000 liter aan de Etsberg 38 geldt, conform de openbare risicokaart, een risicocontour van 10 meter. De inrichting is gelegen op circa 1,75 kilometer van de grens van het plangebied, waarmee deze bron geen belemmering vormt voor het plan. bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 40 -
Toelichting
Analyse groepsrisico Voor de inrichtingen gelegen aan de Bergerweg d 65 en de Etsberg 38 geldt een afstand tot de grens van het invloedsgebied van 150 meter. De inrichtingen bevinden zich op respectievelijk 1,6 en 1,75 kilometer van het plangebied. Omdat een toevoeging van personen op een dergelijk grote afstand geen invloed heeft op het groepsrisico van deze bron is nader onderzoek niet noodzakelijk. Hoogspanningslijnen De magneetveldzones rond het bovengrondse hoogspanningsnet zijn door het RIVM vastgelegd in de Netkaart. Deze Netkaart bevat de breedte van de indicatieve magneetveldzone. Indien de indicatieve zone een bestemmingsplan overlapt, moet nader onderzoek plaatsvinden. De dichtstbijzijnde hoogspanningslijn is gelegen ten noordwesten van het plangebied, op een afstand van circa 550 meter. De indicatieve zone voor hoogspanningslijnen bedraagt maximaal 60 meter aan weerszijden. Het plangebied ligt dus ruim buiten de indicatieve zone, waardoor de hoogspanningslijnen geen risico opleveren voor de realisering van het plan. Zendmasten Uit het Antenneregister blijkt dat de meest nabij gelegen zendmasten op een afstand van circa 600 meter liggen. Dit betreffen GSM-masten, LTE masten, UMTS-masten en vaste verbindingen.
Agentschap Telecom, toezichthouder op het gebruik van elektromagnetische velden, voert jaarlijks door heel Nederland steekproefsgewijs veldsterktemetingen uit om na te gaan of de blootstellingslimieten worden overschreden. Uit geen enkele van de veldsterktemetingen blijkt dat de blootstellingslimieten op publiek toegankelijke plaatsen in Nederland worden overschreden. Conclusie In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicobronnen die een belemmering vormen voor de beoogde uitbreiding van Vekoma. De rapportage van het onderzoek externe veiligheid is als separate bijlage 7 bij deze toelichting opgenomen.
4.6 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) is titel 2 luchtkwaliteitseisen ingevoegd (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Gelijktijdig zijn de volgende besluiten en regelingen van kracht geworden: - Besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) - Regeling ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) - Regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007 - Regeling ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’ Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die er toe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) van 15 januari 2009 (in werking met ingang van 16 januari 2009) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingshuizen gerekend.
In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden indien de locatie: - is gelegen binnen 300 meter vanaf Rijkswegen (wegen in beheer van het Rijk); - is gelegen binnen 50 meter vanaf de rand van een provinciale weg (wegen in beheer bij de provincie) bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 41 -
Toelichting
Plangebied Middels de vaststelling van het voorliggended bestemmingsplan wordt geen gevoelige bestemming mogelijk gemaakt, waardoor het Besluit gevoelige bestemmingen niet van toepassing op het voorliggende plan. Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Ook voor andere ruimtelijke initiatieven is aangegeven wanneer deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voldoen aan het geschetste luchtkwaliteitskader.
Onderhavig plan Luchtkwaliteit huidige situatie Uit de monitoringstool van het NSL (Nationaal Samenwerkingprogramma Luchtkwaliteit, Atlas voor de Leefomgeving) volgt dat de concentratie stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied 18-19 µg/m³ bedraagt en de concentratie fijnstof (PM10) 15-17 µg/m³ bedraagt (bron: Atlas voor de Leefomgeving, december 2021). Beide waarden liggen daarmee lager dan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld (voor beide 40 µg/m³). Hiermee kan worden gesteld dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft de actuele luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied. Bijdrage aan de luchtkwaliteit als gevolg van dit plan De bijdrage als gevolg van het voorliggende plan aan de luchtkwaliteit kan worden berekend met de zogenaamd NIBM-tool. Daarbij is uitgegaan van een ‘worst-case-scenario’, alsof er op dit moment geen functies aanwezig (kunnen) zijn binnen het plangebied en is geen rekening gehouden met het feit dat in het onderhavige plan sprake is van de verplaatsing van een bestaand bedrijf. De oude bedrijfslocatie van Vekoma Rides aan de Schaapweg 18 wordt uiteindelijk immers gesaneerd. Verkeersgeneratie Een belangrijke input bij de berekening van de NIBM-tool is de verkeersgeneratie die het plan bewerkstelligt.
Ter voorbereiding op het voorliggende plan is een verkeerskundige analyse uitgevoerd, waarvan de resultaten in paragraaf 4.4 van deze toelichting zijn beschreven. Uit deze verkeerskundige analyse blijkt dat in de feitelijke situatie sprake is van een toename van 593 verkeersbewegingen licht verkeer en 80 verkeersbewegingen van vrachtwagens (ofwel 13,5 % vrachtverkeer).
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 42 -
Toelichting
Wanneer deze gegevens worden ingevoerd in de NIBM-tool (versie 06.04.2021), leidt tot het onderstaande resultaat: d
Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan.
4.7 Archeologie Sinds 1 juni 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft zowel het roerend als het onroerend erfgoed. Samen met de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet gaat op in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in overgangsrecht, zodat de artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2021 niet zomaar komen te vervallen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wetgeving is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven. Onderhavig plan Archeologisch bureauonderzoek Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is door bureau Geonius een archeologisch onderzoek (bureauonderzoek en IVO-O verkennende fase door middel van boringen) uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven.
Archeologisch onderzoek Angsterweg 65 te Vlodorp (archeologisch bureauonderzoek en IVO-) verkennende fase d.m.v. boringen), Geonius, rapportnummer AA210094.R01.v01.ARG341, d.d. 29.10.2021
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 43 -
Toelichting
Conclusies en aanbevelingen Conclusies d De conclusies zijn beschreven in de vorm van antwoorden op onderzoeksvragen: 1) Wat is bekend over de geo)morfo)logische bodemkundige opbouw van het plangebied? Het plangebied ligt op een dekzandrug, al dan niet met landbouwdek nabij het dal van de Roer. Binnen het plangebied komen oude rivierkleigronden, meer specifiek ooivaaggronden voor. 2) Wat was het historisch landgebruik van het plangebied, wat is het huidig landgebruik en wat is de verwachte invloed daarvan op de (bodem)gaafheid en mogelijk aanwezige archeologische waarden? Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als heide/weiland en is in de jaren ’70 ingericht tot sportterrein. Vermoedelijk zullen eventuele verstoringen beperkt zijn gebleven tot de bouwvoor. 3) Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn over het plangebied bekend? In de directe omgeving van het plangebied zijn archeologische vindplaatsen daterend uit het neolithicum tot en met vroege middeleeuwen bekend. 4) Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Voor het plangebied is een middelhoge verwachting opgesteld voor de perioden laatpaleolithicum tot en met vroege middeleeuwen en voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd geldt een lage verwachting.
5) Stemt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd? Binnen het plangebied werden ooivaaggronden verwacht, in de boringen zijn intacte bodemprofielen aangetroffen waarin een duidelijk gedefinieerde B-, Banden-B en/of BChorizont waargenomen is. Dit komt niet overeen met de verwachte ooivaaggronden. 6) Is de bodemopbouw in (delen van) het plangebied intact en wat zegt dit over de gaafheid van eventuele archeologische waarden? Enkel in de noordoostelijke hoek van het plangebied (boringen 1, 2 en 4) lijkt de bodem afgetopt te zijn en onder een opgebracht pakket (egalisatie) werd enkel nog de C-horizont aangeboord. In de overige boringen, met uitzondering van boring 11, werd een B- of BChorizont herkend. 7) Op welke diepte bevindt zich de archeologisch interessante laag/het niveau waarop archeologische waarden in situ bewaard kunnen zijn gebleven? De B-horizont werd binnen het plangebied op een diepte vanaf 40 cm-mc aangetroffen (29,75-30,7 m +NAP). 8) Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld? Op basis van het bureauonderzoek werd verwacht dat als gevolg van de aanleg van de voetbalvelden de bodem zou zijn verstoord.
Dit bleek echter maar in beperkte mate het geval te zijn, waardoor de verwachting kan worden bijgesteld van middelhoog naar hoog op het voorkoen van vindplaatsen vanaf het laat-paleolithicum tot en met vroege middeleeuwen. De lage verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kan worden gehandhaafd.
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 44 -
Toelichting
9) Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventueel aanwezige archeologische waarden? d Het is nog niet bekend hoe diep de toekomstige ingrepen zullen reiken, echter gezien de omvang van de geplande nieuwbouw en het relatief ondiep voorkomen van het archeologisch niveau (vanaf 40 cm-mv) is het aannemelijk dat eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied verstoord op vernietigd zullen worden door de geplande ingrepen. Aanbevelingen Indien de toekomstige ingrepen dieper zullen reiken dan 40 cm-mv (29,75-30,70 m +NAP) wordt vervolgonderzoek in de vorm van een IVO-P aanbevolen. Hiertoe dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat voorgelegd dient te worden aan het bevoegd gezag. Te allen tijde geldt dat mochten tijdens de voorgenomen graafwerkzaamheden alsnog archeologische waarden worden aangetroffen hiervan direct melding dient te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. De rapportage van het archeologisch onderzoek is als separate bijlage 8 bij deze toelichting opgenomen. Archeologisch evaluatie- en selectierapport In opdracht van Vekoma Rides heeft RAAP ter plaatse van het onderhavige plangebied een opgraving uitgevoerd, direct aansluitend op een proefsleuvenonderzoek.
Conform de KNA (Koninklijke Nederlandse Archeologie) vindt na afloop van het veldonderzoek een evaluatie plaats, waarin de uitwerking van het onderzoek wordt vastgelegd, of door de bevoegde overheid wordt vastgelegd. Aan de basis van deze evaluatie staat het evaluatie- en selectierapport, waarin globaal de resultaten van het archeologisch onderzoek en overzichten van aangetroffen sporen, vondsten en monsters worden vermeld. Daartoe is alle documentatie gecontroleerd, zijn alle veldtekeningen gedigitaliseerd, alle sporen ingevoerd in een database en alle vondsten gewassen, gesplitst, geteld, gewogen en eveneens ingevoerd in een database. In dit rapport wordt ook een voorstel voor de uitwerking van het onderzoek gedaan. Daarin wordt bijvoorbeeld aangegeven welke vondsten geanalyseerd en getekend dienen te worden, welke monsters gewaardeerd en eventueel geanalyseerd dienen te worden en welke vondsten in aanmerking komen voor conservering of afstoting. Voor het voorliggende plan is dit vastgelegd in het rapport ‘Evaluatie- en selectierapport Plangebied Angsterweg 65 Vlodrop, Raap, rapportnummer 364, d.d. 31.01.2023’, dat als separate bijlage 12 bij deze toelichting is opgenomen.
4.8 Overige milieuhinder Trillingshinder Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in de realisering van een trillingsgevoelig object. Ook wordt binnen het plangebied geen trillingshinder veroorzaakt voor naastgelegen functies. Het uitvoeren van nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Lichthinder Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in de realisering van een lichthindergevoelige functie. De lichtmasten die middels de vaststelling van het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt worden zodanig gesitueerd dat deze geen hinder richting de omgeving zullen veroorzaken. Het uitvoeren van nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 45 -
Toelichting
Geurhinder Het voorliggende bestemmingsplan voorziet d niet in de realisering van een geurhindergevoelige functie. Tevens worden geen functies mogelijk gemaakt die geurhinder veroorzaken richting de omgeving. Het uitvoeren van nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
4.9 Kabels en leidingen Door de gemeente Roerdalen is een Klic-melding gedaan (datum aanvraag 13.01.2022). Uit deze Klic-melding blijkt dat binnen of in de directe nabijheid van het plangebied geen kabels en leidingen aanwezig zijn.
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 46 -
Toelichting
5 Het bestemmingsplan
d
5.1 Feitelijke planopzet In de voorgaande hoofdstukken van deze toelichting zijn de aan dit bestemmingsplan ten grondslag liggende beleidsuitgangspunten en de verschillende omgevings- en milieuaspecten weergegeven. Een en ander is vertaald in de regels van dit plan. Deze regels voldoen aan de eisen volgend uit de Wro en de Wabo. Dit hoofdstuk bevat een toelichting op deze regels. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch mogelijk maken van de vestiging van het bedrijf Vekoma Rides binnen het onderhavige plangebied. Hiertoe wordt de bestemming van het plangebied gewijzigd van de bestemming ‘Maatschappelijk’ naar de bestemming ‘Bedrijventerrein’.
5.2 Juridische planopzet 5.2.1 Planvorm Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding bestemmingen en daarop betrekking hebbende regels de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. De juridische regeling is opgebouwd conform de SVBP2012, de landelijke standaard voor het vervaardigen van bestemmingsplannen, die bij de invoering van het nieuwe Bro als verplichte opbouw is opgenomen. Het bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’ bestaat formeel uit een verbeelding en regels. Deze gaan vergezeld van een toelichting waarin het plan en de daaraan ten grondslag liggende beleidsmatige afwegingen zijn verwoord. De indeling van de regels is hierna beknopt en artikelsgewijs beschreven. De planvorm betreft een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan IDN is NL.IMRO.1669.BPVekomaAngsterweg-VG01. 5.2.2 Verbeelding De verbeelding is getekend op een BGT-ondergrond, schaal 1:2.000. Voor de benaming, kleur en vorm van de bestemmingen en aanduidingen zijn de richtlijnen voor digitalisering en standaardisering van bestemmingsplannen (SVBP2012) overgenomen.
bestemmingsplan Vekoma Angsterweg Gemeente Roerdalen
- pagina 47 -
Toelichting
5.2.3. Regels d Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. Artikel 1 bevat de definities van begrippen die van belang zijn voor toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij toepassing van de regels wordt gemeten. In beide artikelen is, conform de SVBP2012, een aantal standaardbegrippen en een aantal standaard meetwijzen opgenomen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden regels gegeven voor de binnen het plangebied beoogde functies. Per bestemmingsregel zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande afwijking of wijziging) toegestaan. Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, bouwhoogte en dergelijke) kan hiervoor vanuit bestemmingsplantechnisch oogpunt een omgevingsvergunning worden verleend. Hoofdstuk 3 Algemene regels De algemene regels van het bestemmingsplan gelden voor het gehele plangebied. Hier zijn ondermeer de algemene gebruiks- en afwijkingsmogelijkheden opgenomen.