04 Bijlage 2: (Concept) ontwerp ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Gevoel van openheid, regelmaat & rust behouden.
2.
Flauwtalud met bloemrijk grasland.
3.
Liniaire landschapselementen in de vorm van transparante bomenrijen en sloten met natuurvriendelijke oevers.
Daarbij is het van belang om schaal en grootte van ontginningsstructuren te behouden en raamwerk van lanen te behouden of versterken. Tevens wordt bij de voorbeelduitwerking onder meer een natuurinclusieve inrichting in de voorzone genoemd. Velden en Beekdal In de handreiking is aangegeven dat de geschiktheid van de landschapstypen ‘Velden’ en ‘Beekdal’ voor grootschalige initiatieven voor energieopwekking middels een zonnepark beperkt is. Deze gebieden kwalificeren als “nauwelijks geschikt”. De schaal van een initiatief vergt daardoor een aanpassing van landschappelijke structuren. Een belangrijke randvoorwaarde is het herkenbaar houden van de karakteristiek van het landschap. Derhalve dient de aanpassing te worden vergezeld van een onderbouwing, waarin is weergegeven op welke wijze de kwaliteiten van het landschap minimaal behouden blijven. 48
Afweging Handreiking Landschap – RES Noord- en Midden-Limburg Met de beschreven landschappelijke inpassing wordt, voor zover mogelijk, invulling gegeven aan de ontwerpprincipes voor ‘droge heideontginningen’, zoals beschreven in de Handreiking Landschap – RES Noord- en Midden-Limburg. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.2.4 van deze ruimtelijke onderbouwing. Hierbij is van belang dat de zonnepanelen niet volledig achter een beplantingssingel worden verstopt. De landschappelijke inpassing is juist gericht op het behoud van de openheid van het gebied. Zo trechtert de landschappelijke inpassing van het zonneveld het uitzicht, zodat het monotone karakter van de openheid verandert in een afwisselend mozaïek met diepe doorzichten naar de horizon. Voor wat betreft de ligging van het besluitgebied binnen de gebiedstypen ‘Velden’ en ‘Beekdal’, geldt dat in de handreiking geen ontwerpprincipes zijn opgenomen, vanwege de beperkte geschiktheid van deze gebiedstypen voor de realisatie van de grootschalige initiatieven voor de duurzame opwek van elektriciteit door een zonnepark. •
•
•
In het kader hiervan dient – als voorbeeld – te worden opgemerkt dat het zonneparkproject bijdraagt aan de versterking van de dieptewerking in het landschap. Het zonneparkproject leidt tot het herkenbaar maken van de nu in de openheid onzichtbare structuur van veldwegen en roermeanders. Hierbij geldt dat de kern van openheid behouden blijft. De overgang tussen open en halfopen landschap, en daarmee de historische overgang tussen oude velden en jonge heideontginningen, wordt versterkt en beter beleefbaar gemaakt in het veld. Verder zijn de aan te leggen poelen en wadi’s passend binnen de natte structuur van het beekdal en vormen een potentieel leefgebied voor een breed aantal aan water gebonden soorten, waaronder bijzondere soorten amfibieën en libellen.
Kort en goed, past het zonneparkproject (en de landschappelijke inpassing ervan) binnen de beleidsuitgangspunten die zijn geformuleerd in de Handreiking Landschap – RES Noord- en Midden-Limburg. 3.4
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Roerdalen 2050 De raad heeft op 8 juli 2021 de “Omgevingsvisie Roerdalen 2050” vastgesteld. Voor het agrarisch gebied tussen Montfort en Sint Odiliënberg, waar het zonnepark wordt beoogd, geldt volgens de Omgevingsvisie ‘behoud open landschapskarakter’:
Besluitgebied
49
Figuur 27: Uitsnede kaart omgevingsvisie Volgens de Omgevingsvisie is het besluitgebied een gebied waar in algemene zin geen grootschalige bebouwing moet worden toegevoegd. Een uitzondering op dit uitgangspunt is door de raad vastgelegd voor grootschalige zonneparkprojecten in het Beleidskader. Onder de kop “Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030” is nader uitgewerkt dat het zonneparkproject past binnen het Beleidskader. Het zonneparkproject, dat naar verwachting 16 MW realiseert, past binnen de duurzaamheidsambities die zijn beschreven in de Omgevingsvisie. In het thema “Duurzaam Roerdalen” (p. 50) is genoemd dat de gemeente vanuit de RES een opgave heeft voor het verduurzamen van het elektriciteitsverbruik. Deze opgave is erop gericht om 70% van het elektriciteitsverbruik via duurzame opwekking in te vullen. Hierbij is genoemd dat de voorwaarden voor grootschalige opwek van duurzame energie in een separaat beleid is weergegeven. Dit is het Beleidskader. Onder de kop “Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030” is nader uitgewerkt dat het zonneparkproject past binnen het Beleidskader. Het voorliggend zonneparkproject voldoet aan het ’Kwaliteitskader Roerdalen’. In de Omgevingsvisie is in bijlage II het ’Kwaliteitskader Roerdalen” opgenomen.
Het Kwaliteitskader richt zich op initiatieven in het buitengebied en is van toepassing op ontwikkelingen in het buitengebied die middels een planologische procedure mogelijk worden gemaakt. De essentie is daarbij dat de beoogde ontwikkelingen gepaard moeten gaan met een ruimtelijke en landschappelijke kwaliteitsverbetering. De voorwaarden voor de kwaliteitsverbeteringen zijn als volgt: • • •
• •
Ter plaatse van de ontwikkeling zelf dient altijd voldoende landschappelijke en ruimtelijke inpassing plaats te vinden; De kwaliteitsverbeteringen zijn fysiek ruimtelijk van aard en komen ten goede aan de verbetering van de kwaliteit van het buitengebied of de kern (afhankelijk van het type ontwikkeling); Het dient bij de kwaliteitsverbetering te gaan om aanvullende verbeteringen. Zaken waarvoor al middelen gereserveerd zijn komen niet in aanmerking (hetzelfde geldt voor een basis landschappelijke inpassing); De kwaliteitsverbeteringen dienen in tijd en plaats een verband te hebben met de ingreep/ ontwikkelingen; De kwaliteitsverbetering is kwantificeerbaar.
Het uitgangspunt is dat de negatieve gevolgen van een ontwikkeling die ingrijpt in het buitengebied of de kern gecompenseerd wordt. Via de kwaliteitsbijdrage wordt de ingreep in de ruimtelijke omgeving (over) gecompenseerd. Met de kwaliteitsbijdrage worden aanvullende maatregelen uitgevoerd zodat per saldo sprake is van een kwaliteitsverbetering. De kwaliteitsbijdrage is afhankelijk van de soort ontwikkeling en het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. De landschappelijke en ruimtelijke inpassing vindt altijd ter plaatse plaats. Het voorliggend initiatief valt onder de module ‘grootschalige energievoorzieningen’. Hiervoor geldt een positieve grondhouding, mits sprake is van voldoende kwaliteit. Verder geldt dat invulling dient te worden gegeven aan de volgende basiskwaliteit.
50
Figuur 30: Uitsnede module 11 In dit geval is een Landschappelijke Inpassing en kwaliteitsverbetering uitgewerkt. Hiermee wordt voldaan aan de vereisten zoals opgenomen in het kwaliteitskader. Dit is bevestigddoor de LKM-Omgevingscommissie op 23 februari 2023 (bijlage 12). Actieplan duurzame Energie Gemeente Roerdalen 2019-2022 In het actieplan heeft de gemeente Roerdalen de ambitie uitgesproken om het gebruik van fossiele brandstoffen te beperken, energie te besparen en ruimte te maken voor duurzame energie. Opwekken van duurzame energie ziet de gemeente als pijler voor het verminderen van de CO2 uitstoot binnen de gemeentegrenzen. Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030 Algemeen Het Beleidskader is door de raad vastgesteld op 15 juli 2021. In het Beleidskader heeft gemeente Roerdalen haarzelf ten doel gesteld om minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990: in 2030 49% en in 2050 95%. Deze doelstelling sluit aan bij de ambities uit de Klimaatwet. Het verwachte verbruik in 2030 is 330 TJ per jaar en de ambitie duurzame opwekking betreft 230 TJ per jaar. De gemeente wil graag dat in 2030 70% van het elektriciteitsverbruik duurzaam wordt opgewekt. De prognose is aanleg van 75 hectare aan zonprojecten voor 2030 om de doelstellingen te behalen. Met aanvullende realisatie van enkel zonnepanelen op de daken worden deze energiedoelstellingen niet behaald.
Daarom dat ontwikkeling van grondgebonden zonneparken nodig zijn voor het behalen van de gemeentelijke energiedoelstellingen. Het voorliggend zonneparkproject beslaat ongeveer 11,5 hectare (inclusief voorzieningen en onderhoudspaden). Het initiatief zal, met een naar verwachting 16 MW realisatie, een geschikte bijdrage leveren aan de energietransitie en de energiedoelstellingen van de gemeente Roerdalen. In het Beleidskader beschrijft de gemeente de ruimtelijke uitgangspunten en randvoorwaarden voor initiatiefnemers die met duurzame energie in Roerdalen aan de slag willen. Behoud van het waardevolle landschap van Roerdalen staat daarin centraal. De uitgangspunten en randvoorwaarden zorgen ervoor dat een nieuw zonneveld op een passende manier aan het landschap van Roerdalen wordt toegevoegd. Het landschappelijke karakter blijft zo veel mogelijk behouden en beschermd, en daar waar mogelijk zelfs versterkt. Locatie In het Beleidskader is als uitgangspunt beschreven dat het landschappelijke karakter van Roerdalen behouden en beschermd blijft. Inwoners van Roerdalen onderschrijven dit belang. In een enquête van juli 2020 vindt 83% van de ondervraagde inwoners het landschap zeer belangrijk bij de ontwikkeling van zonnevelden. Het landschappelijke karakter van Roerdalen is in de Provinciale en Gemeentelijke omgevingsvisie gewaardeerd.
De optelsom van alle gebieden met landschappelijke waarden is in het Beleidskader vertaald naar 51
zogenoemde “uitsluitingsgebieden”. De gemeente vindt de realisering van zonnevelden in de uitsluitingsgebieden ongewenst. De Uitsluitingsgebieden zijn de gebieden waarvan de landschappelijke waarden zijn erkend en beschermd in provinciale en gemeentelijke beleidsnotities. De projectlocatie is niet gelegen binnen een uitsluitingsgebied voor zonne-energie:
Figuur 28: Kaart met uitsluitingsgebieden (bron: Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030 ) Naast deze gebieden heeft de gemeente andere gebieden aangewezen waar de ontwikkeling van grootschalige zon- en windprojecten praktisch of juridisch niet mogelijk is. Het gaat om: • •
De kernen, buurtschappen, clusters van woningen en bedrijven en individuele woningen en bedrijven; Bedrijfsterreinen.
De overige gronden – waaronder de gronden waarop het besluitgebied betrekking heeft – zijn “potentiegebieden”. In de potentiegebieden is potentie ruimte voor de ontwikkeling van zonnevelden. Concreet betekent dit, dat ontwikkelingen voor Zon en Wind in de potentiegebieden zouden kunnen. Het betekent niet dát dergelijke ontwikkeling gaan plaatsvinden. Initiatiefnemers van zonnevelden binnen de potentiegebieden zullen aan strenge voorwaarden moeten voldoen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat het landschappelijk karakter van Roerdalen behouden blijft en daar waar mogelijk versterkt kan worden. Met de beoogde locatie is een plek verworven die past binnen de uitgangspunten die in het Beleidskader zijn opgenomen voor de locatiekeuze. Het project en de landschappelijke inpassing leggen een verbinding tussen de uitsluitingsgebieden aan weerszijden, en tegelijkertijd de openheid van de rest van het agrarisch gebied respecteert. Het zonneveld levert naast duurzame elektriciteit ook een bijdrage aan het creëren van stapstenen tussen de belangrijke natuurkernen van Roerdalen. Strenge voorwaarden Voor het overige gelden (meer specifieke) strenge gemeentelijke voorwaarden, die ervoor zorgen dat door de ontwikkeling van nieuwe zonnevelden het landschappelijk karakter van Roerdalen behouden blijft, beschermd wordt en waar mogelijk zelfs versterkt wordt.
Dat is vertaald naar zogenoemde “strenge 52
voorwaarden”, waarbij per voorwaarde een wegingsfactor is opgenomen. Deze voorwaarden zijn verder uitgewerkt in de Beoordelingsmatrix, die door de raad is vastgesteld op 3 februari 2022. Per voorwaarde kan maximaal een 10 en minimaal een 1 worden behaald. Als een initiatief op één van de voorwaarden een 2 of lager is gescoord, dan kan dit initiatief niet doorgaan. Strenge voorwaarde
Minimaal = 1
Maximaal = 10
Voorwaarde 1
De zonneweide is een opvallend element in
De zonneweide is geheel in het landschap
Passend in
het landschap en doet afbreuk aan de land-
opgegaan en heeft door zijn uitstraling een
schaal, sfeer,
schappelijke beleving
versterkende ruimtelijke beleving
Voorwaarde 2
Inpassen (be-)levingsfactoren
Inpassen (be-)levingsfactoren
Landschappelijke inpassing
Bij het ontwerp van de zonneweide is geen of
De omliggende (be-)levingsfactoren maken
(weging 20%)
bijna geen rekening met de omliggende (be-
een onlosmakelijk onderdeeel van het ont-
)levevingsfactoren gehouden.
werp van de zonneweide uit.
Biodiversiteit
Biodiversiteit
Er is geen ruimte voor de ontwikkeling van
Rondom en tussen de zonnepanelen is
flora en fauna ingericht.
ruimte om biodiversteit te stimuleren. In het
maatvoering (weging 15%)
inrichtingsplan is een programma ter stimulering van biodiversiteit opgenomen.
Waterberging- en infiltratie
Waterberging- en infiltratie
Hemelwater dat op de panelen valt, loopt on-
Hemelwater wordt opgevangen in een wadi
gecontroleerd over de locatie en zorgt voor
of retentiebekken en wordt gedoseerd geïnfil-
wateroverlast op belendende percelen of
treerd of krijgt een bestemming (bijvoorbeeld
aangrenzende wegen/paden.
besproeien)
Voorwaarde 3
De locatie waar de zonneweide is geprojec-
Zowel bij de inrichting als het ontwerp van de
Meervoudig ruimtegebruik
teerd kent één functie: zonneweide.
zonneweide worden meerdere functies aan
(weging 15%)
de locatie toegekend.
Voorwaarde 4
Landschappelijke elementen
Landschappelijke elementen
Aantoonbaar toegevoegde
In het ontwerp zijn geen landschappelijke
In het ontwerp zijn landschappelijke elemen-
waarde
elementen opgenomen.
ten toegevoegd, die cultuurhistorisch of
(weging 25%)
maatschappelijk een toegevoegde waarde hebben.
Maatschappelijke ontwikkeling
Maatschappelijke ontwikkeling
Elementen die een maatschappelijke ontwik-
In het ontwerp, of organisatorisch danwel fi-
keling stimuleren ontbreken.
nancieel wordt de gelegenheid gecreëerd maatschappelijke ontwikkelingen (eductief, informatief) te organiseren.
Coöperatieve realisatie
Coöperatieve realisatie
53
De initiatiefnemer stelt via een commerciële
De initiatiefnemer laat de inwoners van Roer-
organisatie tegen marktconforme tarieven de
dalen organisatorisch (eigendom) en financi-
opgewekte stroom beschikbaar.
eel volledig meedoen.
Compensatiemaatregelen
Compensatiemaatregelen
De initiatiefnemer geeft geen blijk van enige
(1) De initiatiefnemer vindt dat een deel van
maatschappelijke betrokkenheid bij de inwo-
het financieel rendement van de zonneweide
ners van en de ontwikkelingen in
ten gunste dient te komen aan andere duur-
gemeente Roerdalen.
zame projecten in Roerdalen. Welk deel en aan welke projecten overlegt hij met de gemeente Roerdalen.
(2) Zon op Dak: de initiatiefnemer compenseert een deel van het oppervlakte van de aan te leggen zonneweide in Zon op Dak: per % van het netto oppervlakte geeft 2 punten (maximaal te compenseren bedraagt 5 % van het netto oppervlakte van de zonneweide.)
Voorwaarde 5
Onderhoud en werking technische
Onderhoud en werking technische
Privaatrechtelijke borging
Installatie
Installatie
(weging 25%)
De initiatiefnemer houdt zich aan de regu-
De initiatiefnemer heeft een onderhoudsplan
liere, wettelijke onderhoudsinspanningen.
opgesteld, waarin een calamiteitenhoofdstuk in is opgenomen.
Onderhoud landschappelijke inpassing
Onderhoud landschappelijke inpassing
De initiatiefnemer is voornemens zich aan
De initiatiefnemer heeft een onderhoudsplan
seizoensgebonden onderhoud te houden.
opgesteld, en geeft vrijwilligers de kans tegen vergoeding deze werkzaamheden onder begeleiding van een professioneel bedrijf in Roerdalen uit te voeren.
Toevoeging van maatschappelijke
Toevoeging van maatschappelijke
meerwaarde
meerwaarde
In het plan is geen ruimte voor maatschappe-
De initiatiefnemer is zich bewust van de
lijke activiteiten.
maatschappelijke discussie over een zonneweide in een landschappelijke gemeente en biedt ruimte om educatieve, informatieve, recreatieve onderdelen aan de zonneweide of in de nabijheid daarvan toe te voegen.
Ontmanteling na beëindiging Ontmanteling na beëindiging
Jaarlijks reserveert de initiatiefnemer een be-
De initiatiefnemer neemt op geen enkele
drag dat garant staat voor ontmanteling van
wijze een voorziening op als de zonneweide
de zonneweide na 25 jaar.
economisch of technisch is afgeschreven: "voor een woning reserveer je ook geen
54
sloopkosten".
Coöperatieve realisatie Coöperatieve realisatie
Het is mogelijk zowel organisatorisch (eigen-
Er zijn geen mogelijkheden om op enige
dom) als financieel te participeren.
wijze te participeren. Participatie bij planontwikkeling Participatie bij planontwikkeling
De initiatiefnemer heeft het plan in samen-
De initiatiefnemer heeft het plan zelfstandig
spraak met de directe omgeving, diverse be-
ontwikkeld en uitgewerkt.
langenorganisaties en na ambtelijk overleg ontwikkeld.
Figuur 32: Beoordelingsmatrix Voor de realisatie van de zonneparken is door het college een uitvraag aan de markt gedaan. Statkraft heeft met voorliggend initiatief aangedragen. De ingekomen initiatieven zijn door een deskundige adviescommissie beoordeeld aan de hand van de beoordelingsmatrix. Het voorliggend initiatief is één van de twee projecten die het best gescoord hebben (bijlage 5). Extra punten zijn gescoord omdat er ook zonop-dak gerealiseerd wordt. Op basis van het advies van de deskundige adviescommissie heeft het college in december 2022 principemedewerking verleend aan het voorliggende initiatief. In de toelichting bij de beoordelingsmatrix – zoals weergegeven in bijlage 5 – is nader uitgewerkt dat het zonnepark past binnen de strenge voorwaarden en daarom in overeenstemming is met het Beleidskader. Hieronder is dit volledigheidshalve nader toegelicht. Strenge voorwaarde 1: het te ontwikkelen zonneveld moet passen in de schaal, de sfeer en de maatvoering van het landschap waar het zonneveld deel van gaat uitmaken. Toelichting: •
•
Het besluitgebied ligt op de overgang van het open agrarisch gebied van het Linnerveld naar het halfopen karakter van de jonge heideontginningen, in de directe nabijheid van boomstructuren aan de Waarderweg en Grote Bergerweg. Hierdoor creëert de aanleg van een zonneveld een verdichting van het landschap, maar de kern van openheid blijft te allen tijde behouden. Immers, de overgang tussen open en halfopen landschap, en daarmee de historische overgang tussen oude velden en jonge heideontginningen, wordt versterkt en beter beleefbaar gemaakt in het veld. De afwisseling aan openheid en kleinschalige bospercelen is als basis benut om tot een zorgvuldige landschappelijke inbedding te komen van het zonnepark. Het zonnepark bestaat uit twee gedeeltes, van elkaar gescheiden door de onverharde Hobertsveldweg. Het zonnepark voegt zich daarbij naar de kavelstructuur van het agrarisch gebied en past daarmee qua maat en schaal naadloos in het jaarlijks wisselende mozaïek van landbouwgewassen. De positionering van het zonnepark en de landschappelijke aankleding daarvan is zodanig dat diepe doorzichten over het agrarische buitengebied behouden blijven, zoals zicht vanaf Grote Bergerweg en Waarderweg op de Clauscentrale.
Ook is de oriëntatie van de rijen zodanig gekozen, dat vanaf de Waarderweg het zonnepark een maximale transparantie behoudt en doorzicht biedt over het achterliggende agrarische gebied. 55
•
De aanwezige voormalige roermeanders zijn opgepakt als ruimtelijk element in de hoogteopbouw van de stellingen voor de zonnepanelen. Door de glooiingen in het maaiveld te versterken in de opstelling van de zonnepanelen wordt het unieke karakter ervan voor de passant beter herkenbaar gemaakt.
Conclusie ten aanzien van strenge voorwaarde 1: Op basis van de hierboven opgenomen toelichting wordt voldaan aan de strenge voorwaarde 1 uit het Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030. Verwezen wordt ook naar paragraaf 2.2.4 van deze ruimtelijke onderbouwing en het Landschapsplan, dat als bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. Strenge voorwaarde 2: het te ontwikkelen zonneveld moet landschappelijk worden ingepast door het inpassen van directe (be-)levingsfactoren, het stimuleren van biodiversiteit en het stimuleren van waterberging en -infiltratie. Toelichting:
•
•
•
•
•
•
Als uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing van het zonneveld is een versterking van het halfopen karakter van het landschap van de jonge heideontginningen benut. Daarmee sluit de uitstraling van het zonnepark aan op het patroon van kleine bospercelen. Een tweede uitgangspunt is het respecteren en herkenbaar maken van het glooiende terrein met de oude Roermeanders. Voor de landschappelijke inpassing is bewust gekozen voor het toepassen van cultuurhistorische landschapselementen, zoals kleine houtkanten/bosjes om zo het karakteristieke beeld van het halfopen landschap te versterken. Vanuit de maat- en schaalverhouding van in de omgeving voorkomende bosjes is ervoor gekozen om één bosje aan te planten aan de noordoostkant, wat tevens de mogelijkheid biedt het accupark in het passen. De westzijde van het noordelijke veld en de zuidwesthoek van de zuidelijke veld zijn ingepast middels struweel, om zo het zicht op het zonnepark te verzachten, maar tegelijkertijd geen dominante opgaande structuur te creëren die al teveel afbreuk doet aan de openheid van het landschap. Vanaf de Waarderweg wordt zo, komende vanuit Montfort, ook een direct zicht op de stellingen met zonnepanelen voorkomen. In aansluiting op het reeds bestaande bosje aan de 1 ste Hobertsweg en het ernaast gelegen fruitperceel, worden fruitbomen aangeplant langs de westzijde van het zonnepark.
Deze dienen als openbare pluktuin, naast het rust- en informatiepunt voor het zonnepark. De Roermeanders worden in het landschap extra zichtbaar gemaakt door aansluitend aan de veldwegen op het diepste punt van de meander poelen aan te leggen. In samenhang met het variëren in de hoogte van de opstelling van de panelen, wordt het historische gegeven van de Roermeanders zo extra zichtbaar gemaakt in het zonneveld en wordt tevens de basis gelegd voor het vergroten van de biodiversiteit. De bodemsamenstelling is verder zodanig, dat geen bijzondere voorzieningen moeten worden getroffen om piekbuien te kunnen opvangen. Daarnaast bieden de oude Roermeanders met hun natuurlijke hoogteverschillen al een natuurlijke opvang van hemelwater voor het geval dat het überhaupt oppervlakkig afstroomt. Naast de aanleg van poelen, de aanplant van fruitbomen, struweel en een houtkant wordt ook het gehele zonnepark voorzien van een kruidenrijke ondergroei. Om te voorkomen dat 56
•
na de bouw van het zonnepark erosie kan ontstaan door een onbegroeide bodem, wordt direct bij aanleg van het zonnepark een kruidenrijk graslandmengsel ingezaaid. Het toegepaste zaadmengsel wordt daarbij afgestemd op de voedselrijkdom van de bodem, die niet onder het gehele zonnepark hetzelfde is. Als sluitstuk wordt ook de bomenstructuur van de Waarderweg aangevuld. Daartoe worden de structuur van Zomereiken ter hoogte van het zonnepark aangevuld met Lindes. Daarmee wordt tevens bijgedragen aan het vergroten van de soortendiversiteit ter plekke.
Conclusie ten aanzien van strenge voorwaarde 2: Op basis van de hierboven opgenomen toelichting wordt voldaan aan de strenge voorwaarde 2 uit het Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030. Verwezen wordt ook naar paragraaf 2.2.4 van deze ruimtelijke onderbouwing en het Landschapsplan, dat als bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. Strenge voorwaarde 3: meervoudig ruimtegebruik. Toelichting: Deze eis komt gedeeltelijk overeen met de tweede trede van de Limburgs Zonneladder. In de gemeente Roerdalen geldt dat bij omzetting van (bijvoorbeeld) agrarische gronden naar een zonneveld, de nieuwe invulling een functie aan het landschap zelf of de beleving van het landschap moet toevoegen. Hoewel de locatie op zichzelf niet leidt tot meervoudig ruimtegebruik, doet het zonneparkproject dat wel. Het zonneparkproject leidt tot: •
Een versterking van de biodiversiteit. Op basis van de landschappelijke inbedding van het zonnepark ontstaan diverse kleine landschapselementen met elk hun eigen karakteristieke flora en fauna. Zie hierover ook de paragrafen 2.2.4 en 4.14 van deze ruimtelijke onderbouwing.
•
Een versterking van de beleving van het besluitgebied. Langs de buitenranden is recreatief medegebruik mogelijk. Aan de 1e Hobertsweg wordt een rustpunt ingericht met informatiepaneel over het zonneveld, natuur en landschap die ook ruimte biedt aan een insectenhotel. Het zonneparkproject leidt tot het herkenbaar maken van de nu in de openheid onzichtbare structuur van veldwegen en roermeanders. Dit maakt het open landschap van het Hobertsveld aantrekkelijker voor recreatie. Zie hierover ook de paragrafen 2.2.4 en 4.14 van deze ruimtelijke onderbouwing.
•
Apsergetestveld Statkraft heeft de wens om op een gedeelte van het zonneveld asperges te gaan combineren met zonnepanelen.
Conclusie ten aanzien van strenge voorwaarde 3: Op basis van de hierboven opgenomen toelichting wordt voldaan aan de strenge voorwaarde 3 uit het Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030. Verwezen wordt ook naar 57
paragrafen 2.2.4 en 4.14. van deze ruimtelijke onderbouwing. Strenge voorwaarde 4: het te ontwikkelen zonneveld moet aantoonbaar waarden toevoegen ten aanzien van de aspecten ‘landschappelijke elementen’, ‘maatschappelijke ontwikkeling’, ‘coöperatieve realisatie’ en ‘ontwerpen toepassing compensatieregeling’. Toelichting: De toevoeging van het zonneparkproject zal aan het landschappelijk karakter van Roerdalen een verandering teweeg brengen, ondanks de landschappelijke inpassing (strenge voorwaarde 2). Het is daarom aan een initiatiefnemer om in zijn planvorming ruimte vrij te maken en aantoonbaar te maken welke toegevoegde waarde het te ontwikkelen zonneveld voor (de inwoners van) de gemeente Roerdalen heeft. In dit geval is aan deze voorwaarde voldaan. In dat kader is (onder meer) het volgende van belang: •
Het zonneparkproject voegt landschappelijke elementen toe, die cultuurhistorisch of maatschappelijk een toegevoegde waarde hebben. Zie hierover ook de paragrafen 2.2.4 en 4.14 van deze ruimtelijke onderbouwing en de tekstpassages onder de kop ‘Handreiking Landschap – RES Noord- en Midden-Limburg’.
•
Als onderdeel van het zonneparkproject wordt de gelegenheid gecreëerd maatschappelijke ontwikkelingen (educatief, informatief) te organiseren. Zie hierover ook paragraaf 4.14 van deze ruimtelijke onderbouwing.
•
Bij het project wordt veel aandacht besteed aan procesparticipatie, maatschappelijke meerwaarde en financiële participatie. Zie hierover ook paragraaf 4.14 van deze ruimtelijke onderbouwing.
•
Statkraft heeft het voornemen om de scholen ’t Kempke in St Odiliënberg en de Sint Martinusschool in de te bouwen MFA in Vlodrop worden voorzien van zonnepanelen.
•
Statkraft streeft naar 100% lokaal eigenaarschap. Een realisatie waarbij de omgeving de mogelijkheid heeft om mee te beslissen en risicodragend te investeren. Hiervoor werken we in ieder geval samen met energiecoöperatie Duurzaam Roerdalen. Zij hebben aangegeven de intentie te hebben om 2,5 MW op zich te nemen.
Conclusie ten aanzien van strenge voorwaarde 4: Op basis van de hierboven opgenomen toelichting wordt voldaan aan de strenge voorwaarde 4 uit het Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030. Verwezen wordt ook naar paragrafen 2.2.4 en 4.14. van deze ruimtelijke onderbouwing en het participatieplan, dat als bijlage 10 bij deze ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. Strenge voorwaarde 5: Het is nodig om de aspecten ‘onderhoud en werking van de technische installatie’, ‘onderhoud en werking landschappelijke inpassing’, ‘toepassing van maatschappelijke meerwaarde’, ‘ontmanteling na beëindiging’, ‘coöperatieve realisatie’ en ‘participatie bij concrete planontwikkeling’ privaatrechtelijk te borgen in een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente Roerdalen of in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de landeigenaar. 58
Toelichting: De gemeente Roerdalen en Statkraft hebben een anterieure overeenkomst gesloten, waarin afspraken zijn vastgelegd over de genoemde aspecten. Zie hierover in het bijzonder ook de paragrafen 2.2.6 (‘ontmanteling’) en 5.1 (‘kostenverhaal’) van deze ruimtelijke onderbouwing. Conclusie ten aanzien van strenge voorwaarde 5: Op basis van de hierboven opgenomen toelichting wordt voldaan aan de strenge voorwaarde 5 uit het Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030. 100 meter zone Eén van de voorwaarden om in te mogen schrijven was dat zonnepanelen en technische installaties minstens 100 meter van woningen en bedrijven af moeten liggen. Het voorliggende zonnepark voldoet aan deze eis. De meest nabijgelegen woning (aan de Hobertsweg 2) is gelegen op een afstand van circa 190 meter tot het besluitgebied. Conclusie ten aanzien van het gemeentelijk beleid Uit de voorgaande beleidstoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het gemeentelijke beleid. 4
Omgevingsaspecten
Het project is in overeenstemming met de eis van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk is toegelicht dat de ruimtelijke uitstraling van het project aanvaardbaar zal zijn. 4.1
Natuurwaarden
De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de Wet Natuurbescherming. In dit kader heeft Faunaconsult een Quick Scan uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgeschreven in het rapport “Quickscan natuurwetgeving voor de aanleg van een zonnepark aan de Hobertveldweg te Roerdalen” (d.d. 12 oktober 2022), dat als bijlage 6 is gevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing. De belangrijkste resultaten van het onderzoek zijn hieronder beschreven. Soortenbescherming Betreffende flora en fauna richt de Wet Natuurbescherming zich op de bescherming van soorten. De wet gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe, bepaalde handelingen waaronder ruimtelijke ingrepen waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Centraal hierbij staat de zorgplicht. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving.
59
Broedvogels In het besluitgebied komen in het broedseizoen mogelijk beschermde vogelnesten voor. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd en waarvoor geen omgevingscheck nodig is. Doden en vernielen van broedvogels/eieren/jongen moet worden voorkomen door vegetatie buiten het broedseizoen te verwijderen (buiten de periode 15 maart – 15 juli). Door naleving van deze mitigerende maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen van de Wnb begaan. Torenvalk Het besluitgebied is voor de torenvalk momenteel matig geschikt als habitat. De voorgestane inrichting (grotendeels extensief beheerd weiland met zonnepanelen) zal waarschijnlijk voor een betere habitat voor de torenvalk opleveren. In het besluitgebied bevindt zich een torenvalkennestkast, die echter niet door torenvalken wordt gebruikt. Dit komt waarschijnlijk deels doordat de kast niet optimaal is geplaatst; deels versperd door takken, niet boven in de boom en met de opening gericht op het noordwesten. Door ergens in het open veld een torenvalkennestkast op een vier (4) meter hoge paal te plaatsen (met de opening op het oosten), wordt er een geschikte broedlocatie voor de soort gecreëerd. Das Ook voor een soort als de das zal het besluitgebied er als potentieel habitat op vooruit gaan. Het besluitgebied fungeert voor de das momenteel als een matig geschikt deel van het foerageergebied.
Voor deze soort is het echter van belang dat het gebied nadat de voorgestane inrichting is gerealiseerd, ook toegankelijk blijft. Dat kan door er voor te zorgen dat het raster rond het gebied passeer baar is voor deze soort. Als er voor schapengaas wordt gekozen, kan daarbij worden volstaan met het aanbrengen van het gaas op 10 cm hoogte boven maaiveld. Natura 2000-gebieden Met het onderdeel gebiedenbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.
Niet stikstof-gerelateerde effecten Het Natura 2000-gebied ‘Roerdal’ is het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied op een afstand van zo’n 1,0 kilometer van het besluitgebied. Andere Natura 2000-gebieden bevinden zich op nog grotere afstand van het besluitgebied:
60
Figuur 29: Ligging besluitgebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven (zie ook paragraaf 5.1 van de Quick Scan). Gezien de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen ontwikkelingen is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten, wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. Dat is de conclusie die getrokken wordt aan de hand van de AERIUS-berekening die is uitgevoerd door adviesbureau BügelHajema op 3 mei 2023. Een AERIUS-berekening is de door de wetgever aangewezen methode om de uitstoot en depositie van stikstok en de gevolgen op Natura 2000-gebieden te bepalen op grond van de Regeling natuurbescherming. De AERIUS berekening voor het zonneparkproject is als bijlage 7 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.
Houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk. Natuur Netwerk Nederland Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland ligt op 277 meter van het besluitgebied. Vanwege deze afstand verwacht Faunaconsult geen noemenswaardig negatieve effecten door de komst van de zonnepanelen op het Natuur Netwerk Nederland (paragraaf 5.2 van de Quickscan). De omvorming van akkers in bloemrijk grasland (met zonnepanelen) zal voor sommige in het Natuur Netwerk Nederland voorkomende soorten een gunstig effect hebben. Conclusie Het voorgenomen zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing is betreffende het aspect natuurwaarden, in relatie tot wet- en regelgeving, uitvoerbaar.
61
4.2
Archeologie
Aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. In het bestemmingsplan zijn archeologisch waardevolle gebieden vastgelegd middels dubbelbestemmingen. Aan de noordoostelijke zijde van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 6’. Voor het overige van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - 6’. In het bestemmingsplan is opgenomen dat een onderzoeksverplichting is vereist wanneer de oppervlakte van de bodemverstorende ingreep groter is dan 1.000 m2 en/of de verstoring dieper reikt dan 0,4 meter beneden maaiveld. Toetsing van het zonneparkproject Vanwege het grote oppervlak van het besluitgebied en de diversiteit van geplande bodemingrepen heeft Statkraft aan KSP Archeologie gevraagd een archeologisch bureauonderzoek uit te voeren.
De resultaten van dit onderzoek heeft KSP Archeologie weergegeven in het rapport “Archeologisch bureauonderzoek Hobertsveldweg te Sint Odiliënberg, Gemeente Roerdalen” van 31 januari 2024 (bijlage 8). KSP Archeologie adviseert in dit rapport, op basis van de kenmerken van de verwachte vindplaatsen en de aard van de werkzaamheden (aanleg poelen), een vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een aantal proefsleuven, variant archeologische begeleiding met eventuele uitbreiding naar een opgraving. Dit betekent dat de graafwerkzaamheden worden uitgevoerd onder leiding van een archeoloog en dat er voldoende tijd en ruimte wordt gegeven om eventuele archeologische vondsten tijdens de werkzaamheden te onderzoeken. Voor dit onderzoek is een Programma van Eisen (hierna: “PVE”) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het onderzoek vastgelegd. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Roerdalen), die vervolgens een selectiebesluit neemt.
Conclusie Bij navolging van de/het selectie(advies) vormt het aspect archeologie geen beperking voor de realisatie van het zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing. Er zal een PVE ter goedkeuring worden ingediend, voorafgaand aan de realisering van het zonneparkproject met batterij-opslag. In verband daarmee zal ook een sleuvenonderzoek plaatsvinden, voordat met de grond- en bouwwerkzaamheden wordt aangevangen. 4.3
Cultuurhistorische waarden
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten, naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een toestemming voor het afwijken van een bestemmingsplan. 62
Toetsing van het zonneparkproject Er zijn geen cultuurhistorische objecten zoals karakteristieke panden, molens of borgterreinen in het besluitgebied aanwezig. In het besluitgebied bevinden zich geen Rijks- of gemeentelijke monumenten. Het zonneparkproject respecteert daarnaast de landschappelijke kenmerken in het gebied. Er worden, met de realisatie van het zonneveld, de batterij-opslag en de landschappelijke inpassing geen cultuurhistorische waarden in het geding gebracht. Conclusie Vanuit het aspect ‘cultuurhistorische waarden’ is er voor het zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing sprake van een goede ruimtelijke ordening.
4.4
Water
De verplichte watertoets is geregeld in de artikelen 3.1.1 en 3.16 van het Bro. In het kader van de voorbereiding van de besluitvorming op de aanvraag om een omgevingsvergunning dient overleg gevoerd te worden tussen gemeente, waterbeheerders en andere betrokkenen. Doel van dit overleg is gezamenlijk de uitgangspunten en wensen vanuit duurzame watersystemen en veiligheid te vertalen naar concrete gebiedsspecifieke ruimtelijke uitgangspunten. Hierbij geldt dat afwenteling moet worden voorkomen en dat de drietrapsstrategie ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ moet worden gehanteerd. Er heeft reeds overleg plaatsgevonden met het Waterschap. Op basis hiervan heeft zij op 15 november 2022 aan ons teruggekoppeld dat ‘als het plan op deze manier wordt ingediend er geen problemen worden voorzien. Het hemelwater blijft namelijk binnen het plangebied (infiltreert) en derden zullen geen overlast hebben’. Toetsing van het zonneparkproject In opdracht van Statkraft heeft bureau Verbeek een zogeheten “watertoets” uitgevoerd ten aanzien van het zonneparkproject. De resultaten daarvan heeft bureau Verbeek weergegeven in de notitie “Watertoets zonneveld Hobersveldweg” d.d. 14 oktober 2022 (bijlage 9). Daarin zijn de gevolgen van het zonneparkproject voor de infiltratie van water in de bodem is toegelicht.
Uit de notitie blijkt dat de waterdoorlatendheid van de bodem goed tot matig (in de oude Roermeanders) is. De k-waarde van de bodem is 0,2-0,5 m/dag. Afhankelijk van de intensiteit van de bui zal water niet direct wegzakken, maar stagneren of oppervlakkig tot afstroming komen via de vegetatie. De hoogteverschillen in het terrein leiden het water daarbij nagenoeg volledig richting de oude Roermeanders. De huidige karakteristiek van de Roermeanders is zodanig dat aangrenzende veldwegen vrij blijven van wateroverlast. Deze liggen namelijk net iets hoger (van enkele decimeters tot circa een meter) dan de Roermeanders zelf. Slechts een klein deel van het zuidelijk veld zal in de richting van de Waarderweg stromen. Op dit deel is echter de waterdoorlatendheid van de bodem het hoogst (1-5 m/dag), zodat het niet waarschijnlijk is dat de piekbui van 0,1m/dag overlast kan ontstaan op de Waarderweg. De huidige inrichting van het tussen de rijen vooral kale aspergeveld duidt niet op oppervlakkige afstroom van regenwater, noch op stagnatie daarvan. Overlast van een regenbui van 100mm per etmaal kan worden voorkomen. Met betrekking tot het aspect ‘water’ is verder het volgende van belang: 63
• •
De legger van het Waterschap Limburg toont dat er geen belangrijke waterbelangen spelen op de locatie van het besluitgebied. Door gebruik te maken van niet-uitlogende (bouw)materialen, wordt uitspoeling van stoffen voorkomen en verandering van de grondwaterkwaliteit niet verwacht.
Conclusie Vanuit het aspect ‘water’ is er voor het zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.5
Bodem
Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan moet worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Het provinciaal beleid voor de aanpak van bodemverontreinigingen in Limburg onder de Wet bodembescherming is in het Beleidskader bodem juli 2016 beschreven. Het beleidskader heeft een tweeledig doel:
• •
het geven van invulling aan de beleidsvrijheid en interpretatieruimte die genoemde wet- en regelgeving bieden; het bijdragen aan een, op hoofdlijnen, uniform beleid binnen de provincie.
Toetsing van het zonneparkproject Het besluitgebied is sinds jaar en dag in agrarisch gebruik. Gezien het gebruik is het niet aan te nemen dat de bodem verontreinigd is. Om zekerheid te bieden voor de voorgenomen ontwikkeling is het Bodemloket van de Rijksoverheid en de Atlas Limburg geraadpleegd. Binnen het besluitgebied zijn geen bodemverontreinigingen bekend en is daarmede te gebruiken als zonneveld. Voor de uitvoering van grond- en bouwwerkzaamheden zal Statkraft een bureauonderzoek laten verrichten door een deskundige (conform NEN5725) naar de geschiktheid van de bodemkwaliteit voor de realisering van het project. Voor aanvang van het project zal Statkraft daarnaast een bodemonderzoek (lees: een “nulmeting”) verrichten (conform NEN5740). Verder wordt tijdens de exploitatie van het project de bodemkwaliteit in de gaten gehouden door betrokken beheerpartijen. Na afloop van het project levert Statkraft de gronden weer op in dezelfde staat als voor aanvang van het project. Conclusie Vanuit het aspect ‘bodem’ is er voor het zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.6
Geluid
Voor de beoordeling van het aspect ‘geluid’ moet in algemene zin aan de volgende punten worden voldaan: 64
• • •
De normen uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen. Bedrijven in de omgeving worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Op en rond het besluitgebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Conform de het Activiteitenbesluit milieubeheer (‘Activiteitenbesluit’) moet het zonneparkproject beschouwd worden als een type A-inrichting, waardoor er formeel geen noodzaak voor een akoestisch onderzoek bestaat. Ook vanuit de normen van de Wet geluidhinder gelden voor zonneparkprojecten (en batterij-opslagen) geen normen voor het aspect ‘geluid’. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening dient evenwel sprake te zijn van een aanvaardbaar geluidsklimaat. Daarbij dient ook de cumulatie met andere geluidsbronnen te worden betrokken. Toetsing van het zonneparkproject •
De realisatie van het zonneveld met batterij-opslag met batterij-opslag aan de Hobertsveldweg maakt geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk. Het project zelf omvat bovendien geen installaties die zodanig veel geluid produceren, dat deze hoorbaar zullen zijn ter plaatse van het stiltegebied ‘Reutje-Munningsbos-Sweeltje’ of geluidsgevoelige (woon)bebouwing in de omgeving.
•
Hoewel het besluitgebied op 20 meter afstand is gelegen van het stiltegebied ‘Reutje-Munningsbos-Sweeltje’ (aan de overzijde van de Waarderweg), zijn de transformatorstations behorend bij het zonnepark niet gelegen in de nabijheid van dit stiltegebied. De transformatorstations zijn gelegen aan de noordoost- en westzijde van het besluitgebied op een afstand van ongeveer 400 meter tot de grens van het stiltegebied. Hierbij geldt dat transformatoren zelden hoorbaar zijn op meer dan enkele meters afstand. Het geluid vanuit de transformatorstations zal niet hoorbaar zijn binnen het stiltegebied. Ook zal het geluid vanuit het transformatorstations niet hoorbaar zijn op de gevels van woningen. Binnen een straal van 300 meter rondom het zonnepark zijn geen geluidsgevoelige (woon)bebouwing aanwezig. Gelet hierop mag verwacht worden dat het zonnepark en het daarbij behorende transformatorstations geen onaanvaardbare geluidhinder opleveren.
•
Datzelfde geldt voor de batterij-opslag. De opslag van energie in de batterij-containers is omhuisd, waardoor er nagenoeg geen geluidsuitstraling naar buiten toe aanwezig zal zijn. Uitgaande van een ‘worst-case scenario’ van acht batterij-containers en een bronvermogen van 80 dB(A) per batterij-container én de waarden voor een ‘rustige omgeving’, dient een afstand van meer dan 140 meter te worden aangehouden in verband met de richtwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) van 35 dB(A) tussen 23:00 en 07:00 uur (nachtperiode). Deze richtwaarde wordt gehaald. De batterij-opslag is gelegen op een afstand van 400 meter tot de grens van het stiltegebied en binnen een straal van 485 meter rondom de batterij-opslag zijn geen geluidsgevoelige (woon)bebouwing aanwezig.
•
De cumulatie van het geluid van de batterij-opslag en het zonneparkveld is verwaarloosbaar. Er zijn geen geluidsbronnen aanwezig in de omgeving die met zich brengen dat het zonneparkproject zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare mate van geluidsreflectie. Daar komt bij dat uit het artikel “Effect van zonnevelden op geluid” uit het tijdschrift ‘Geluid’ volgt dat een zonnepark juist ter plaatse leidt tot een verlaging van het geluidsniveau afkomstig vanuit een omliggende geluisbron, zoals een weg. 65
Conclusie Vanuit het aspect ‘geluid’ is er voor het zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.7
Luchtkwaliteit
Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (hierna: “Wm”) en in de algemene maatregel van bestuur: ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (‘Besluit NIBM’) en de ministeriële regeling NIBM (‘Regeling NIBM’). Om te berekenen of de ontwikkeling met het aantal bewegingen een negatieve impact heeft op de luchtkwaliteit, is er een NIBM-tool ontwikkeld. In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (‘NSL’) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Toetsing van het zonneparkproject De NIBM-tool is geraadpleegd om te berekenen in welke mate de ontwikkeling bijdraagt aan een vermindering van de luchtkwaliteit. Bij een dagelijks aantal verkeersbewegingen van 800 (waarvan 5% vrachtverkeer) is de ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling een zonneveld betreft, zijn er alleen verkeersbewegingen merkbaar tijdens de aanlegfase. Deze brengt een toename van het aantal verkeersbewegingen met zich mee. Hierbij blijft het aantal ruimschoots onder de 800 per dag.
Na deze fase is er een daling van het aantal verkeersbeweging naar de huidige situatie. Alleen voor onderhoud en beheer zijn tijdig een te verwaarlozen aantal verkeersbewegingen. De voorgenomen ontwikkeling leidt daarmede niet tot een vermindering van de luchtkwaliteit. Aannemelijk is dat een onderzoek naar de luchtkwaliteit niet behoort tot de noodzaak. Conclusie Vanuit het aspect ‘luchtkwaliteit’ is er voor het zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.8
Verkeer en parkeren
Het besluitgebied is bereikbaar door middel van een inrit vanaf de 2e Hobertsweg aan de oostzijde van het besluitgebied, een inrit vanaf de Maasbrachterweg aan de noordzijde van het besluitgebied, en twee inritten vanaf de 1e Hobertsweg aan de westzijde van het besluitgebied. De aanleg van het zonneparkproject, de batterij-opslag en de landschappelijke inpassing brengt tijdelijk een aantal verkeersbewegingen met zich mee. De bouwperiode wordt geschat op 6-8 maanden. Deze extra verkeersbewegingen laten zich onderverdelen in aanvoer van materialen en dagelijkse verkeer van (personeel) van aannemers en onderaannemers van en naar de bouwplaats, veelal door middel van busjes en personenauto’s. In de tabel hieronder zijn de extra verkeersbewegingen vermeld. Tabel 1 Verkeersbewegingen 66
Figuur 30: Aantal transportbewegingen De omgeving van het besluitgebied bestaat uit agrarisch buitengebied waar weinig verkeersbewegingen plaatsvinden. De wegen rondom het besluitgebied bestaan uit rustige landelijke gebiedsontsluitingswegen die deze extra verkeersbewegingen tijdens een beperkte bouwperiode kunnen verwerken. De zware transporten in verband met de aanvoer van materiaal ten behoeve van de bouw van het zonnepark zullen via de A73, N293, de Schaapsweg en de Waarderweg plaatsvinden, dan wel via een andere door de gemeente kenbaar te maken route. Tijdens de bouwfase kan op eigen terrein worden geparkeerd; binnen het besluitgebied zelf is daarvoor voldoende parkeergelegenheid. De exploitatie van het zonneparkproject brengt nauwelijks een verkeersaantrekkende werking met zich mee. De weinige extra verkeersbewegingen naar het besluitgebied die wel plaatsvinden betreffen enkel verkeersbewegingen in het kader van onderhoud en periodieke inspecties aan de installaties van de batterij-opslag. Dit beperkt zich tot maximaal 10 verkeersbewegingen per maand. Conclusie Vanuit de aspecten ‘parkeren’ en ‘verkeer’ is er voor het zonneparkproject sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.9
Lichtreflectie
Algemeen Gezien de positionering van de zonnepanelen, de groenstroken rondom het gebied en het type zonnepanelen ontstaat hier geen hinder voor omwonenden of passanten met betrekking tot lichtreflectie: • • •
De zonnepanelen zijn niet of nauwelijks zichtbaar voor de directe omgeving door de hoogte en beplanting. De panelen zijn in een hellingshoek geplaatst. Reflectie is alleen in een kleine hoek mogelijk, aangezien het licht in de meeste gevallen naar boven wordt weerkaatst. De panelen beschikken over een anti-reflectie folie of coating, waarmee reflectie tijdens normale weersomstandigheden wordt voorkomen.
Gevolgen voor het wegwegverkeer 67
Het zonnepark leidt ook niet tot een onaanvaardbare mate van hinder door lichtschittering voor het verkeer dat gebruik maakt van de Grote Bergerweg, de Waarderweg en andere omliggende verkeersaders: • • • •
Het zonlicht dat op de panelen valt wordt voor een groot deel door de panelen zelf opgenomen. Door de anti-reflectie laag op de panelen wordt reflectie van zon geminimaliseerd. Voor zover reflectie plaatsvindt, wordt deze door de hellingshoek van de panelen (ongeveer 17 graden) naar boven gekaatst. Daardoor zal reflectie slechts in een kleine hoek mogelijk zijn. Reflectie is niet te verwachten onder twee meter hoogte, vanwege de bovenhoogte van de zonnepanelen. De landschappelijke inpassing en de bestaande bomenrijen zorgen voor filtering van lichtreflectie vanuit het zonnepark op groten delen van het omliggend wegennet. In de regel geldt dat als de bestuurder het zonnepark niet kan zien, dat hij/zij dan ook geen reflectie vanuit het zonnepark kan zien. De inrichting van de landschappelijke inpassing is ook juist gericht op het verbeteren van de verkeersveiligheid, zoals hierboven is toegelicht in paragraaf 2.2.3.
Het voorgaande betekent, mede gelet op de omstandigheid dat de positie van een bestuurder tussen de 1.20 meter (voor personenwagens) en 2.50 meter (voor vrachtwagens) hoogte bedraagt, dat een langdurige blootstelling aan – hinderlijke – reflectie binnen het perifere gezichtsveld van bestuurders niet aannemelijk is ter plaatse van het omliggend wegennet. Conclusie Vanuit het aspect ‘lichthinder’ is er voor het zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.10
Elektromagnetische straling
Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische velden vrijkomen. Ten aanzien van elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij een grens wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (hierna: “ìT”). De GGD adviseert om ook bij ander bronnen van ELF-EM velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes, dit voorzorgsprincipe te hanteren. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonneveld door de afstand van een zonneveld tot woningen en gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 ìT komt. Toetsing van het zonneparkproject Gezien de relatief grote afstand van zowel omvormers als de transformatoren tot de dichtstbijzijnde burgerwoningen wordt ruimschoots voldaan aan de advieswaarde van 0,4 ìT. In het RIVM ‘Verkenning van extreem-laagfrequente magnetische velden bij verschillende bronnen’ (RIVM-rapport 609300011/2009) wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations. De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 ìT wordt bereikt op een afstand van maximaal zeven (7) meter van onderzochte transformatorstations.
Conclusie Vanuit het aspect ‘elektromagnetische straling’ is er voor het zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing sprake van een goede ruimtelijke ordening. 68
4.11
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Toetsing van het zonneparkproject Zonnevelden (en batterij-opslagen) zijn niet opgenomen in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Voor het bepalen van de richtafstand tussen geluidgevoelige functies, waaronder woningen, en de installaties op het zonnepark, waaronder de transformatorstations en de omvormers, kan volgens vaste rechtspraak aansluiting worden gezocht bij de enigszins vergelijkbare functie ‘elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorbedrijven’ (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:844, r.o. 12.1-12.2). Het transformatorvermogen van de transformatoren binnen het zonneparkproject zal minder dan 100 MVA bedragen. Voor transformatiebedrijven met een vermogen tot 100 MVA geldt een (grootste) richtafstand van 50 meter voor het aspect ‘geluid’. In de nabijheid van het besluitgebied zijn geen gevoelige functies op minder dan 50 meter afstand. Daarnaast wordt het besluitgebied zodanig ingericht dat rekening wordt gehouden met gevoelige functies verder weg dan 50 meter afstand.
Ook wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van het stiltegebied. De transformatorstations en de batterij-opslag zijn gelegen op een afstand van ongeveer 400 meter tot de grens van het stiltegebied. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de adviesafstand van 50 meter. Conclusie Vanuit het aspect ‘milieuzonering en bedrijven’ is er voor het zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.12
Externe veiligheid
Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico’s op voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: “Bevi”), het Besluit externe veiligheid buisleidingen en het Besluit externe veiligheid transportroutes vormen het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico’s. Door het stellen van eisen aan afstanden tussen risicovolle inrichtingen en (beperkt) kwetsbare objecten (woningen, kantoren, 69
scholen, enz.) worden de eventuele gevolgen van deze risico’s zoveel mogelijk beperkt. Het Bevi is bedoeld om mensen in de buurt van een bedrijf met gevaarlijke stoffen, of een gevaarlijke inrichting, te beschermen. Bij een omgevingsvergunning milieu of een ruimtelijk besluit rond zo'n bedrijf moet het bevoegd gezag rekening houden met veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen (plaatsgebonden risico) en groepen personen (groepsrisico). Onder het Bevi valt een inrichting waar verpakte gevaarlijke afvalstoffen of verpakte gevaarlijke stoffen in een hoeveelheid van meer dan 10.000 kg per opslagvoorziening worden opgeslagen, als er brandgevaarlijke stoffen met fluor- chloor-, broom-, stikstof-, of zwavelhoudende verbindingen worden opgeslagen (artikel 2, eerste lid onder f, Bevi). Lithium-ion batterijen vallen onder de definitie van brandbare gevaarlijke stoffen en hebben vaak een fluorverbinding. Voor inrichtingen die gevaarlijke stoffen opslaan, zijn richtafstanden van toepassing, uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (hierna: “Revi”). De Revi maakt echter een koppeling met gevaarlijke stoffen waarop PGS 15 van toepassing is. Lithium-ion batterijen zijn niet in de PGS 15 opgenomen, zodat de koppeling van de richtafstanden voor de opslag van lithium-ion batterijen ontbreekt.