04 Bijlage 2: (Concept) ontwerp ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Toetsing van het zonneparkproject Omdat de batterij-opslag betrekking heeft op hoeveelheden van meer dan 10.000 kilogram, is op de exploitatie ervan het Bevi van toepassing (waardoor een vergunningplicht zal gelden voor de activiteit ‘milieu’). De Batterijenopslag valt niet onder de werkingssfeer van de PGS-15. Er is daarom voor batterijopslag geen onderbouwde relatie tussen de afstanden uit de Revi-tabel. Gelet daarop moeten de externe veiligheidsafstanden op basis van maatwerk worden vastgesteld. Dat is ook als zodanig uitgelegd in Bijlage B3.5 van de Circulaire risicobeheersing lithium-ion energiedragers. Gelet op de specifieke kenmerken van de batterij-opslag en de maatregelen die worden genomen om brandoverslag te voorkomen (zie hieronder), is er vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening sprake van een aanvaardbare situatie voor het aspect ‘externe veiligheid’. Maatwerk heeft in voldoende mate plaatsgevonden bij de omhelzing van de batterij-opslag en de inrichting van het besluitgebied, waardoor het zonneparkproject met batterij-opslag niet zal leiden tot een onaanvaardbaar veiligheidsrisico voor de omgeving. In dit kader is van belang dat kwetsbare objecten – zoals woningen – niet in de nabijheid van het besluitgebied zijn gelegen. De meest nabijgelegen woning (aan de Hobertsweg 2) is gelegen op een afstand van circa 190 meter tot het besluitgebied.
Deze woning is gelegen op een afstand van circa 600 meter tot de locatie voor de batterij-opslag. Voor de batterij-opslag geldt dat moet worden voldaan aan de normen uit het Activiteitenbesluit over de opslag van gevaarlijke stoffen. Artikel 4.1 Activiteitenbesluit regelt weinig over de opslag van gevaarlijke stoffen, eigenlijk alleen dat bij opslag van meer dan 2.500 kg gevaarlijke stoffen een veiligheidsafstand van 20 meter geldt tot een woning. Die afstand is te verkleinen tot 8 meter als de opslag plaatsvindt in een brandcompartiment. Aan de afstandseis zal worden voldaan. In verband met de externe veiligheid worden binnen en rondom het besluitgebied de benodigde maatregelen genomen in overleg met gemeente, brandweer en belanghebbende organisaties, zoals Gasunie. Zo wordt het zonneveld in ieder geval goed ontsloten, afgesloten voor onbevoegden en worden de constructies geaard. Hierbij zal ook de richtlijn PGS 37 in acht worden genomen. In deze richtlijn staan veiligheidseisen voor lithium-houdende energiedragers. Hierbij geldt dat de richtlijn PGS 37 waarschijnlijk ook zal worden opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (‘Bal’), dat van kracht wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024. 70
Op 31 mei 2023 heeft een overleg plaatsgevonden tussen Statkraft en de Veiligheidsregio LimburgNoord. Daarbij is besproken hoe kan worden voldaan aan de notitie “Uitgangspunten zonnepaneelvelden” (d.d. 31 januari 2020) van deze veiligheidsregio. Naar aanleiding van het overleg heeft Statkraft ervoor gekozen om aanvullende maatregelen te nemen, waardoor is geborgd dat wordt voldaan aan de notitie van de veiligheidsregio. Daarover het volgende: •
•
• • • • • • • •
Met de interne wegenstructuur binnen het besluitgebied blijft voldoende ruimte beschikbaar, zodat de transformatoren, omvormers en het inkoopstation (drievoudig) bereikbaar zijn voor de hulpdiensten. De transformatoren, omvormers en het inkoopstation zijn voorzien van noodschakelaars. Vanuit het inkoopstation worden in geval van nood alle transformatoren en omvormers automatisch uitgeschakeld (bij afschakelen afgaand van het veld). De ondergrond wordt vrijgehouden van begroeiing vanuit een straal van 1,5 meter van een systeem of station vrij van begroeiing. Er wordt 80 centimeter aan de onderkant van de panelen en omvormers vrijgehouden. Ook worden de omvormers achterover gekanteld uitgevoerd. Dit om een brandoverslag te voorkomen. Langs de perceelgrens en het zonnepaneelveld wordt de begroeiing laag gehouden om te kunnen voldoen aan de biodiversiteitsopgave en de brandveiligheid. De panelenrijen zullen 1,80 tot 2 meter uit elkaar staan. De paneelvelden zullen niet worden toegepast met aaneengesloten vakken. Er wordt een waterput gerealiseerd met een aansluitpunt. Er wordt een opstelplaats gerealiseerd voor een vrachtauto/blusvoertuig. Er wordt nader in overleg getreden met de gemeente om een doorsteek te maken over de naastgelegen gemeentegrond en een gedeelte van de gemeentepaden te voorzien van halfverharding.
De Veiligheidsregio heeft akkoord gegeven voor de realisering van de huidige inrichting van het zonneparkproject met batterij-opslag (in overeenstemming met deze maatregelen).
Figuur 31: Locatie aanvullende brandveiligheidsmaatregelen rondom de batterij-opslag Conclusie 71
Vanuit het aspect ‘externe veiligheid’ is er voor het zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, ook wel genoemd de ‘vergewisplicht’. Het komt erop neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, deze aangeeft of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een m.e.r. gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • •
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • • •
de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten.
Toetsing van het zonneparkproject Het project maakt een (tijdelijke) functiewijziging naar een zonneveld mogelijk. Dergelijke ontwikkelingen zijn geen onderdeel van de D-lijst van het Besluit m.e.r. Een m.e.r.-beoordeling of vormvrije m.e.r. is niet benodigd voor het voorgenomen plan: •
•
Volgens de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2770) kan een zonneveld niet worden aangemerkt als een ‘industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water’ (cat. D 22.1), omdat een zonneveld geen thermische (verbrandings)installatie betreft. In een zonneveld wordt immers geen thermische energie opgewekt of gebruikt voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water, maar wordt stralingsenergie (zonlicht) rechtstreeks omgezet in elektrische energie. Volgens dezelfde uitspraak kan een zonneveld evenmin kan worden aangemerkt als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (cat. D 11.2). Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Een zonneveld volgens de bestuursrechter niet gelijk worden gesteld met dergelijke ontwikkelingen. Daarbij acht de bestuursrechter van belang dat de gevolgen voor het milieu van een zonneveld in de kern beperkt zijn tot visuele hinder en landschappelijke aantasting. 72
Om visuele hinder en landschappelijke aantasting te beperken dan wel te voorkomen is als onderdeel van het zonneparkproject een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld. De visuele hinder en landschappelijke aantasting zal niet zodanig zijn, dat het zonneparkproject belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Datzelfde geldt voor de batterij-opslag. Conclusie In dit hoofdstuk is onderbouwd dat er geen belemmeringen zijn wat betreft milieu- en omgevingsaspecten. De conclusie is dat er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn voor het milieu. Een nadere analyse in de vorm van een aanmeldnotitie voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling is vanwege het ontbreken van de activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage niet noodzakelijk. 4.14
Participatie en maatschappelijke meerwaarde
Op grond van artikel 2.17.2, zevende lid, van de Omgevingsverordening Limburg 2014 moet het gemeentebestuur bij een ruimtelijke toestemming voor een zonnepark rekening houden met (i) het betrekken van de omgeving bij de toekenning van de bestemming, (ii) het zorgdragen voor maatschappelijk draagvlak voor de toekenning van de bestemming en (iii) het maximaal gebruik van de mogelijkheden voor (financiele) participatie bij de exploitatie van het zonnepark. Los van deze instructieregel, vindt Statkraft het belangrijk om omwonenden en andere belangstellenden actief te betrekken bij de totstandkoming en exploitatie van het zonneparkproject met batterij-opslag. Bij het project wordt veel aandacht besteed aan procesparticipatie, maatschappelijke meerwaarde en financiële participatie. Daarover het volgende. (i) Het betrekken van de omgeving (communicatie en procesparticipatie) Statkraft heeft als streven dat het zonneparkproject met batterij-opslag met de omgeving wordt vormgegeven. Hiervoor is het van belang dat alle betrokken partijen goed naar elkaar luisteren. Zo voelt eenieder zich gehoord, gewaardeerd en serieus genomen. Alle belangen en wensen die op tafel komen, moeten in het ontwerp verwerkt worden. De ruimtelijke keuzes zijn (en worden) gemaakt in samenspraak met betrokken organisaties, direct omwonenden en andere belanghebbenden.
Statkraft erkent ook het Klimaatakkoord uit 2019 en heeft de Gedragscode Zon op Land medeondertekend. Beiden bevatten heldere passages over ontwerp- en financiële participatie. Ze geven duidelijkheid over wat omwonenden en belanghebbenden mogen verwachten en waarop men kan rekenen. Deze gedragscode bestaat uit de volgende drie (3) principes: •
•
•
Zonnevelden worden altijd ontwikkeld in samenwerking met de omgeving. Eisen en wensen met betrekking tot locatie, inpassing en deelnemende partijen worden in dit verband vanaf de eerste gesprekken meegenomen. De tweede leidraad is dat de ontwikkeling altijd een meerwaarde moet opleveren dus, mooie gebieden niet aantasten, de projecten goed vormgeven, de ontwikkeling levert werk op voor de lokale omgeving. Als laatste geldt dat pv-projecten in principe eindig zijn. Het zijn geen woonwijken of snelwegen; het is tijdelijk landgebruik. Wanneer ze worden ontmanteld, mag er geen enkel zichtbaar of onzichtbaar spoor worden achtergelaten.
Deze principes geven alle betrokken partijen houvast en zekerheid over de verantwoorde gang van zaken 73
en zijn een toegevoegde waarde voor iedereen. Statkraft gelooft dat een goede relatie met de buren en andere belanghebbenden in de omgeving (samen de stakeholders) voor wederzijds vertrouwen en betere resultaten zorgt. Daarom stellen zij het bouwen aan een duurzame relatie bij projectontwikkeling centraal. Daarbij zijn open en heldere communicatie en het vroeg betrekken van belanghebbenden sleutelfactoren. In 2022 zijn diverse gesprekken gevoerd met direct omwonenden. Naar aanleiding van deze gesprekken is het ontwerp voor het zonneparkproject aangepast, is een openbare gespreksbijeenkomst georganiseerd voor elke geïnteresseerde op 10 oktober 2022 (ook voor niet-direct omwonenden), en is met een 3D visualisatie aangetoond wat het effect van het zonneveld gaat zijn. Hiernaast hebben keukentafelgesprekken plaatsgevonden en vinden verschillende uitingen plaats over de totstandkoming van het project. Verder heeft afstemming plaatsgevonden met de gemeenten in de regio, de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. In de paragrafen 1.2.3 en 1.2.4 van het “Participatieplan” (bijlage 10) is dit verder toegelicht. Statkraft wil het participatietraject verder intensiveren. Dit mede vanuit de overtuiging dat ook tijdens de vergunningenfase eventuele aanpassingen gecommuniceerd moeten worden met belanghebbenden en wensen of inzichten van betrokkenen gedeeld moeten kunnen worden.
In paragraaf 1.2.5 van het “Participatieplan” is een indicatieve planning opgenomen voor het participatietraject. (ii) het creëren van draagvlak Samen met de energiecoöperatie Duurzaam Roerdalen start Statkraft met een zogenoemde “road show”. Enerzijds om het draagvlak voor dit plan verder te versterken en anderzijds om de interesse van lokale investeerders te wekken. Deze energiecoöperatie is ook actief betrokken bij het ontwerp van het project en de ideeën over de financiële participatie. Door met de ideeën van Duurzaam Roerdalen aan de slag te gaan en deze te verwerken, creëert Statkraft draagvlak in de omgeving. Dat werpt zijn vruchten af. Door twee direct-omwonenden in Sint Odiliënberg is steun uitgesproken voor de energietransitie en voor het zonneparkproject met batterijopslag (zie ook paragraaf 1.2.6 van het “Participatieplan”). Beiden onderschrijven de urgentie van ontwikkeling duurzame energie als oplossing voor klimaatverandering en vinden de landschappelijke inpassing van het ontwerp en onze coöperatieve realisatie sterk Samen met omwonenden en niet direct-omwonenden bekijkt Statkraft hoe het draagvlak voor het project verder kan worden verbeterd. Naar aanleiding van de wensen van omwonenden hebben reeds de volgende wijzigingen plaatsgevonden ten opzichte van het eerste ontwerp: -
-
Het huidig ontwerp gaat uit van het behoud van uitzicht op de horizon vanuit de omgeving. Dit draagt eraan bij dat de overgang van half-open naar open landschap een nieuwe kwaliteit krijgt. Het huidig ontwerp gaat uit van een zo hoog mogelijke plaatsing van de zonnepanelen, zodat de biodiversiteit goed kan floreren onder de panelen. Dit idee heeft Statkraft doorgevoerd in het huidig ontwerp. Statkraft laat nu de panelen op de omliggende hoogte mee bewegen met de hoogteverschillen van het landschap.
Statkraft is graag bereid om – indien dat gewenst zou zijn – gezamenlijk met omwonenden en niet-direct omwonenden nader te bezien of met ondergeschikte wijzigingen meer draagvlak gecreëerd kan worden voor het zonneparkproject met batterij-opslag. Verder zal Statkraft, gezamenlijk met de scholen in de omgeving, zorgdragen voor allerlei educatieve activiteiten in verband met het project. De scholen hebben aangegeven hier interesse in te hebben en willen graag met Statkraft de ideeën verder uitwerken zodra 74
de bouw van het project voorbereid wordt. De educatieve activiteiten met de basis- en middelbare scholen vinden plaats in de bouw- en exploitatiefase. Om het draagvlak te verbeteren, geeft het project een maatschappelijke meerwaarde en is bij het project sprake van meervoudig ruimtegebruik:
•
•
•
•
•
•
•
•
Aspergetestveld Het zonneparkproject wekt niet alleen elektriciteit op. Tijdens een gesprek gaf energiecoöperatie Duurzaam Roerdalen aan agrarisch meervoudig ruimtegebruik belangrijk te vinden in het ontwerp van het zonneparkproject. Het gaat om een combinatie van agrarische teelt met de opwek van zonnepanelen. Daarom heeft Statkraft samen met de grondeigenaren overlegd om op een gedeelte van het zonneveld asperges te gaan combineren met zonnepanelen. Versterken biodiversiteit Op basis van de landschappelijke inbedding van het zonnepark ontstaan diverse kleine landschapselementen met elk hun eigen karakteristieke flora en fauna. Dit betreft poelen, fruitbomen, hakhout, struweel en een houtkant. Daarnaast krijgt het gehele zonnepark een kruidenrijke ondergroei, waarbij deels een rijkere en deels een schralere vegetatie zal ontstaan. Daarmee wordt niet alleen groeiruimte geboden aan een veelvoud aan plantensoorten, ook een divers aantal diersoorten zal foerageergebied of leefgebied vinden in het gebied, aansluitend aan de reeds aanwezige bosperceeltjes. Het hekwerk rondom het zonnepark blijft passeerbaar voor diersoorten tot en met het formaat Das/Vos. Daarnaast worden specifiek voor Torenvalk nestpalen geplaatst om zo een basis te leggen voor het in balans houden van de muizenstand.
De struwelen, houtkant en poelen blijven buiten het hekwerk, zodat hiermee ook een stapsteen ontstaat tussen de boscomplexen van ’t Sweeltje, Het Boord en de Linnerheide. De functie van de reeds aanwezige kleine bosperceeltjes aan weerzijden van het zonnepark wordt daarmee versterkt. Samen in overleg met Provincie Limburg en belangenorganisaties kijkt Statkraft hoe de ecologische en recreatieve effecten van het zonneparkproject nog verder kunnen worden vergroot in de ontwikkelings- en financiële participatiefase. In het Landschapsplan is dit nader uitgewerkt (bijlage 3). Zon op dak Op het moment dat het zonnepark gebouwd zal gaan worden zullen scholen ’t Kempke in St Odiliënberg en de Sint Martinusschool in de te bouwen MFA in Vlodrop worden voorzien van zonnepanelen. Concreet zal de realisatie van het zonneveld – volgens de voorgenomen plannen – dus niet slechts leiden tot “zon op landbouwgrond”, maar ook tot “zon op dak”. Lokale werkgelegenheid Naast maatschappelijke activiteiten op het zonneveld kiest Statkraft ervoor om zoveel mogelijk de werkzaamheden lokaal te laten uitvoeren, omdat Statkraft hiermee ook maatschappelijke meerwaarde willen scheppen. Recreatief medegebruik en educatie Langs de buitenranden is recreatief medegebruik toegestaan. Aan de 1e Hobertsweg wordt een rustpunt ingericht met informatiepaneel over het zonneveld, natuur en landschap die ook ruimte 75
biedt aan een insectenhotel. Via een QR-code kan een livestream gevolgd worden over de actuele opwek van elektriciteit op zonneveld Hobertsveldweg. Ook kan zo informatie gedeeld worden over bijzondere natuur en archeologische vondsten die zijn aangetroffen op het Zonneveld. Het infopunt kan daarnaast als startpunt dienen voor een ‘volg de stroom’ speurtocht voor kinderen, bijvoorbeeld via geocaching. Het infobord heeft een minimale hoogte van 0,8 meter en een maximale hoogte van 1,20 meter en een breedte van minimaal 1 meter en maximaal 1,5 meter. De impact van het informatiepunt op de omgeving is beperkt en zal gezien de bescheiden afmetingen en het gebruik van natuurlijke materialen slechts een beperkte rol spelen in het landschappelijk beeld van het zonnepark, tussen het struweel en de fruitbomen aan de 1 e Hobertsweg.
•
•
Figuur 32: Informatiebord en insectenhotel Er wordt een aantal fruitbomen aangeplant in de rand van de 1e Hobertweg als openbare plukweide. Hier staat een mix aan fruitsoorten, zodat de gehele zomer geplukt kan worden. Om dit te promoten kan het zonneveld worden opgenomen in een ommetje dorp vanuit Sint Odiliënberg. Daarnaast kan het zonneveld dienen als locatie voor natuureducatie, bijvoorbeeld door excursies vanuit het IVN. Batterij-opslag De vraag naar duurzame elektriciteit loopt doorgaans niet synchroon met de tijdstippen en momenten waarop duurzame elektriciteit vanuit het zonneparkproject wordt geproduceerd. De batterij-opslag biedt uitkomst. Wanneer opgewekte energie wordt opgeslagen in een batterij, en dus niet meteen aan het elektriciteitsnet wordt teruggeleverd, wordt het elektriciteitsnet minder belast en kan de elektriciteit gebruikt worden wanneer het nodig is. Op die manier draagt een batterijopslag bij aan het opvangen van de fluctuaties op het elektriciteitsnet.
(iii) Financiële participatie Statkraft streeft naar 100% lokaal eigenaarschap. Een realisatie waarbij de omgeving de mogelijkheid heeft om mee te beslissen en risicodragend te investeren. Hiervoor werken we in ieder geval samen met energiecoöperatie Duurzaam Roerdalen. Zij hebben aangegeven de intentie te hebben om 2,5 MW op zich te nemen. Tijdens de overleggen met Duurzaam Roerdalen zijn de verschillende keuzes afgegaan als het gaat om instappen en investeren. 100% lokaal eigenaar worden is vooralsnog niet de keuze die ze heeft gemaakt. Ze geeft aan voornemens te zijn om gebruik te willen maken van de Subsidieregeling Coöperatieve 76
Energieopwekking (SCE regeling). Hierbij wordt maximaal 2,5 MW gekocht van het zonneveld. Statkraft en Duurzaam Roerdalen gaan gezamenlijk de lokale gemeenschap benaderen en enthousiasmeren om te investeren. De eerste zogenoemde roadshow zal plaatsvinden tijdens de vergunningsprocedure. Instappen in deze fase betekent dat de lokale omgeving al vroeg zeggenschap heeft over de gehele verdere ontwikkeling van het zonneveld. Daarom is het belangrijk om tijdens de vergunningsprocedure te starten met de lokale omgeving te bereiken. Statkraft is afhankelijk van de interesse van de lokale omgeving voor lokaal eigenaarschap. Indien de lokale omgeving niet of slechts beperkt willen investeren, heeft de gemeente Roerdalen de mogelijkheid om de resterende financiering op haar te nemen. Een deel van het financieel rendement van het zonneveld wordt beschikbaar ten gunste van andere projecten in Roerdalen. Dit zal gebeuren via het omgevingsfonds dat door het zonneveld beschikbaar wordt gesteld. Statkraft heeft de afspraak gemaakt met de gemeente om 500 euro af te dragen per MWp gerealiseerd per jaar. Zonneveld Hobertsveldweg realiseerd circa 16MW. Statkraft doet dit lineair over de vergunningsperiode van 30 jaar. Een uitwerking van de financiële participatie is toegelicht in hoofdstuk 2 van het Participatieplan (bijlage 10). 5
Uitvoerbaarheid
Dit laatste hoofdstuk beschrijft de uitvoerbaarheid van het te ontwikkelen zonneparkprojectproject. Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid is hieronder beschreven. 5.1
Economische uitvoerbaarheid
Kostenverhaal gemeente Het bouwplan is geen aangewezen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Een exploitatieplan is dan ook niet nodig. Wel dient verhaal van planschadekosten te worden verzekerd. Dit is één van de afspraken die zijn gemaakt tussen de gemeente Roerdalen en Statkraft door middel van een Anterieure Overeenkomst. Financiering Statkraft beschikt over voldoende middelen en kennis en ervaring met batterijen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. Wanneer de kosten en opbrengsten naast elkaar worden gelegd is er sprake van een positief saldo. Verder is gebleken dat er geen onvoorziene hoge kosten te verwachten zijn. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond. Daarnaast wordt SDE++subsidie aangevraagd. Met gericht beleid kan 5,5 GW aan batterijen rendabel geplaatst worden bij bestaande aansluitingen, zo blijkt uit onderzoek van CE Delft (rapport: “Wat is de betekenis van batterijopslag voor de inpassing van zon in het energiesysteem?” (2021), p. 5). Statkraft streeft na om het Zonneveld voor 100% over te dragen aan de lokale omgeving, afhankelijk van de interesse van de lokale omgeving. De realisatie van het project doet Statkraft voor het overige voor haar eigen rekening en risico. 77
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. Dat wil zeggen dat de voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan zijn besproken met belanghebbenden. Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient het college bij de voorbereiding van een besluit op de aanvraag van Statkraft overleg te plegen met het Waterschap Limburg en diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. 5.3
Crisis- en herstelwet
Op een beslissing van het college over de realisering van het voorliggend zonneparkproject met batterijopslag is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dat komt omdat een zonnepark een project is als bedoeld in categorie 1.1. van bijlage 1 van deze wet.
78