04 Bijlage 2: (Concept) ontwerp ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 29
Op het gebied van zonne-energie pleit de provincie Limburg voor zorgvuldigheid bij ruimtelijke inpassing. Voor dergelijke ontwikkelingen is de Limburgse zonneladder van toepassing (niet volg tijdelijk). Deze is te zien in onderstaande afbeelding.
Afbeelding 25. De Limburgse zonneladder (bron: Omgevingsvisie Limburg).
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het besluitgebied voor Zonnepark Kleine Bergerweg is gelegen in ‘trede 4’ van de Limburgse Zonneladder, namelijk ‘Landbouwgrond en Groenblauwe Mantel’. De noodzaak van zon op land is nader onderbouwd in een notitie ‘Onderbouwing Limburgse Zonnelader’ van de gemeente Roerdalen, welke separaat is bijgevoegd bij voorliggende onderbouwing. De zonneladder is niet volgtijdelijk. De essentie van de zonneladder is om bij de duurzame opwek van zonneenergie landbouwgronden en natuurgebieden zoveel mogelijk te ontzien. Inspanningen richten zich primair op zon op dak en op gevels én het benutten van andere mogelijkheden in bebouwd en onbebouwd gebied (meervoudig ruimtegebruik). Dit betekent dat in eerste instantie onderbouwd moet worden waarom het plan niet binnen de treden 1 tot en met 3 gerealiseerd kan worden. Daarnaast geldt voor realisatie van een zonnepark op landbouwgrond (trede 4) het ‘nee-tenzij principe’. Navolgend wordt eerst onderbouwd waarom de invulling van het plan binnen de treden 1 tot en met 3 niet haalbaar is. Vervolgens wordt het 'nee-tenzij principe’ onderbouwd. Uitgangspunten onderbouwing Limburgse Zonneladder Voor de onderbouwing van de Limburgse zonneladder voor het Zonnepark Kleine Bergerweg gelden twee hoofduitgangspunten: 1.
De realisatie van het zonnepark heeft tot doel: het behalen van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen; én een bijdrage leveren aan de doelstelling van het Rijk en de RES. Dit houdt in het grootschalig opwekken van respectievelijk 35 TWh en 1,2 TWh elektriciteit vóór 2030. 2. Voor wat betreft de invulling van de Limburgse Zonneladder wil de gemeente Roerdalen haar klimaatdoelen bereiken door zowel in te zetten op trede 1 (zon op dak) als op trede 4 (zon op landbouwgrond).
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 30
Onderbouwing trede 1: ZonPV op daken en gevels Randvoorwaarden bij trede 1 Bij de onderbouwing van trede 1 in relatie tot de te behalen doelen zijn drie randvoorwaarden relevant: a. Ten eerste mogen de daken van woningen veelal niet meegeteld worden voor het 35 TWh/1,2 TWhdoel. Dit volgt uit het Klimaatakkoord. Hier is bepaald dat kleinschalige zon-op-dak installaties, die veelal op woningen liggen, tot 7 TWh niet meetellen. Bij het bepalen van de CO2-doelstelling tot 2030 (reductie CO2-uitstoot met 49%) is namelijk al rekening gehouden met een autonome groei van kleinschalig zon-op-dak (vermogen van 15 kWp en minder2) tot ongeveer 7 TWh. Het meetellen van deze installaties leidt tot dubbeltellingen en dat is niet de bedoeling. Gelet op het voorgaande kunnen voor de invulling van trede 1 (zon op dak) dus alleen de grote daken meegerekend worden. b. Ten tweede moet het 35TWh/1,2 TWh-doel vóór 2030 gerealiseerd zijn. De gemeente wil daarom de regie over haar duurzaamheidsdoelstellingen hebben. Een afhankelijkheidspositie is onwenselijk. Het plaatsen van zonnepanelen op het dak kan echter niet afgedwongen worden. Het plaatsen van zonnepanelen op het dak kan de gemeente alleen stimuleren. De duurzaamheidsdoelstellingen uitsluitend invullen met zon op dak (trede 1) leidt daarmee tot een afhankelijkheidspositie. Dit is niet wenselijk. c.
Ten derde geldt dat een dak geschikt moet zijn voor het plaatsen van zonnepanelen. Feit is dat niet alle daken geschikt dan wel beperkt geschikt zijn om zonnepanelen te plaatsen. Belemmeringen zijn onder andere de constructie van het dak, obstakels zoals schoorstenen en dakramen, schaduwvorming en teruglevercapaciteit.
Onderbouwing trede 1 Te weinig daken voor realisatie duurzaamheidsdoelstellingen Met alleen zon op dak zijn de gestelde duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 niet haalbaar. Dit blijkt uit het volgende. Uit het Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030 volgt dat het elektriciteitsverbruik in Roerdalen in 2020 is bepaald op 255 TJ (71,5 miljoen kWh) per jaar (bron: regionale klimaatmonitor 2021). Dit is ongeveer 14,5% van het totale jaarlijkse energieverbruik in Roerdalen. De verwachting is dat, ondanks besparingen en efficiënter gebruik van stroom, het elektriciteitsverbruik de komende jaren toeneemt tot 330 TJ in 2030. Dit als gevolg van elektrificatie van verwarming, vervoer en industrie. Om inzicht te krijgen hoeveel panden zonpotentie hebben, is voor het jaar 2020 de ‘Analyse zonnepotentie gemeente Roerdalen’ opgesteld (zie bijlage). Hieruit blijkt dat er in Roerdalen sprake is van in totaal 12.960 panden met zonpotentie. In potentie kunnen op deze daken 393.092 panelen geplaatst worden. Zoals uit de randvoorwaarden bij trede 1 blijkt, tellen de daken van de woningen niet mee voor de rijks-/RES opgave. Op basis van de analyse betekent dit dat er zonder de woningen in totaal sprake is van 4.401 panden met grote daken3. In totaal hebben deze panden een zonpotentie voor 202.776 panelen.
Dit betekent dat alleen al voor het invullen van de huidige elektriciteitsvraag (jaar: 2020) binnen de gemeente Roerdalen onvoldoende grote daken met zonpotentie aanwezig zijn. In onderstaande berekening wordt dit nader inzichtelijk gemaakt.
2
15 kWp komt overeen met circa 50 PV-panelen van 300 Wp en een netto benodigde geschikte dakoppervlakte van 80 - 100 m2, afhankelijk van de oppervlakte van de panelen. De bruto benodigde dakoppervlakte is echter veel groter. 3
In het onderzoek is bij de resterende bebouwing geen onderscheid gemaakt tussen grote en kleine daken. In de praktijk is er dus geen sprake zijn van 4.401 grote daken. Dit zijn er minder. Voor de eenvoud wordt in de berekening echter uitgegaan van 4.401 grote daken. Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 31
Elektriciteitsverbruik 2020 Elektriciteitsverbruik 2020 = 255 TJ Zon op dak potentie 2020 Potentie tekort op daken Verwacht elektriciteitsverbruik 2030 Elektriciteitsverbruik 2030 = 330 TJ Zon op dak potentie 2020 Potentie tekort op daken
: 285.090 panelen (285 Wp) 4 : 202.776 panelen -------------: 82.314 panelen
: 368.820 panelen (285 Wp)5 : 202.776 panelen -------------: 166.044 panelen
Kanttekening bij berekening Bij de berekening moet de volgende kanttekening geplaatst worden. In de berekening wordt uitgegaan van panden met zonpotentie. Zoals onder het kopje ‘Randvoorwaarde bij trede 1’ reeds aangegeven, zijn niet alle panden geschikt of beperkt geschikt om zonnepanelen te plaatsen. In de uitgevoerde ‘Analyse zonnepotentie gemeente Roerdalen’ is uitsluitend onderzocht of een pand zonnepotentie heeft. Niet is onderzocht of bij deze panden sprake is van andere belemmeringen waardoor de zonnepanelen niet geplaatst kunnen worden. Te denken valt aan de dakconstructie, obstakels zoals dakramen en schoorstenen en of er teruglevercapaciteit beschikbaar is. Ten slotte is ook niet onderzocht of de eigenaar van het pand bereid is om zonnepanelen op het dak te plaatsen. Omdat niet alle belemmeringen zijn onderzocht én niet duidelijk is of de eigenaar van de panden panelen willen plaatsen, is de berekening te rooskleurig. Dit betekent dus dat in werkelijkheid het potentie tekort op daken nog groter is. Immers, in de praktijk zullen bijvoorbeeld niet alle dakconstructies voldoen. Ook zullen niet alle eigenaren zonnepanelen willen plaatsen. Zon op dak alleen te stimuleren Het plaatsen van zonnepanelen kan alleen gestimuleerd worden. De gemeente kan dit niet afdwingen.
Bij de invulling van trede 1 is er daarom sprake van een RES-brede aanpak voor het stimuleren van de aanleg van zonnepanelen op daken. Dit plan richt zich naast de particuliere daken ook op daken van bedrijven en commercieel vastgoed. MKB-bedrijven die willen verduurzamen, worden hier vanuit de gemeente in gestimuleerd. De gemeente wil de regie houden op haar duurzaamheidsdoelen. Omdat zon op dak alleen gestimuleerd kan worden, ontstaat er voor de gemeente een afhankelijkheidspositie. Daarom zet ze niet alleen in op trede 1: stimuleren zon op dak, maar ook op trede 4 (zon op landbouwgrond). Realisatie zon op dak bij realisatie zonnepark Kleine Bergerweg In de anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en het zonnepark is opgenomen dat 3,1% van het zonnepark zal worden aangelegd als zon-op-dak stimulatie, dit komt neer op z’n 1000 panelen of 2100 m². Onderbouwing trede 2: ZonPV in gebouwd gebied Wat betreft de invulling van trede 2 moet in het oog worden gehouden dat er sprake moet zijn van mogelijkheden waar over beschikt kan worden. Binnen de gemeente Roerdalen is bijvoorbeeld geen sprake van restruimten op bedrijventerreinen of niet courante lege bouwkavels. Daarnaast is er wel sprake van over parkeerterreinen. Deze hebben echter een beperkte oppervlakte en liggen verspreid door de gemeente. Voor 4
285 Wp * 0,88 rendement * 1000 vollasturen p/j = 250,8 kWh per paneel p/j. 255 TJ = 71,5 miljoen kWh. 71,5 miljoen kWh/250,8 kWh = 285.090 panelen (285 Wp). 5 285 Wp * 0,88 rendement * 1000 vollasturen p/j = 250,8 kWh per paneel p/j. 330 TJ = 92,5 miljoen kWh. 92,5 miljoen kWh/25,8 kWh = 368.820 panelen (285 Wp).
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 32
het invullen van de duurzaamheidsdoelen vóór 2030 is 75 ha aan zonneparken noodzakelijk. Het te behalen doel vraagt dus om locaties met een behoorlijke omvang. Afgezien van het feit dat initiatiefnemer niet over de parkeerplaatsen kan beschikken, zijn ze ook te beperkt van omvang. Om voorgaande redenen vallen de gebieden binnen trede 2 voor het kunnen behalen van de duurzaamheidsdoelen zo goed als af. Onderbouwing trede 3: ZonPV in landelijk gebied Net zoals bij de invulling van trede 3 moet ook bij deze trede in het oog worden gehouden dat er voor de initiatiefnemer mogelijkheden beschikbaar moeten zijn. Voor het behalen van de duurzaamheidsdoelen vallen de gebieden binnen trede 3 zo goed als af. In de gemeente ligt bijvoorbeeld geen waterzuiveringsinstallatie. Verder heeft de initiatiefnemer geen agrarische bouwblokken in eigendom. Ook het inzetten van de bermen langs de A73 en het spoor zijn voor het behalen van de duurzaamheidsdoelen geen optie. De bermen zijn immers eigendom van Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail. Het plaatsen van de zonnepanelen op de voornoemde locaties kan alleen gestimuleerd worden, maar niet afgedwongen. Bekend is verder dat zowel RWS als ProRail onderzoek doen naar het plaatsen van zonnepanelen op hun eigendommen. Op de gronden in de gemeente Roerdalen hebben beide partijen voor alsnog geen plannen om zonnepanelen te plaatsen.
De realisatie van zonnepanelen binnen trede 3 is veelal afhankelijk of de eigenaar van de gronden het initiatief wil nemen. Een voorbeeld is het zonnepark op de stortplaats in Montfort. Op 1 oktober 2020, verzonden 5 oktober 2020, is voor dit park door provincie Limburg een omgevingsvergunning verleend. Het betreft een initiatief van Deponie Zuid B.V. Dit betreft een zonnepark van +/- 15 ha. Zoals aangegeven in het ‘Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030’ telt dit park niet mee voor de gemeentelijke opgave van 75 ha grootschalige opwek van zonne-energie. Conclusie invulling treden 1 tot en met 3 Op basis van het voorgaande is de conclusie dat met het uitsluitend invullen van treden 1 tot en met 3 de omschreven duurzaamheidsdoelen vóór 2030 niet worden gehaald. Met het invullen van treden 1 tot en met 3 worden kleine stappen gezet. Het vergt immers tijd om particulieren/bedrijven te overtuigen om daadwerkelijk duurzaamheidsmaatregelen te treffen. Daarnaast is ook de inzet van alle in potentie geschikte grote daken voor zonne-installaties in de gemeente niet voldoende om de duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren. Vanuit realistisch oogpunt moeten in Roerdalen dus ook landbouwgronden ingezet worden voor zonneinstallaties.
Onderbouwing trede 4: ZonPV landbouwgrond/Groenblauwe mantel De voorgenomen ontwikkeling betreft ZonPV op landbouwgrond. Dit betekent dat het ‘nee-tenzij principe’ van toepassing is. Dit principe is verwoord in lid 5 van artikel 2.17.2 ‘Instructieregels zonneparken’ van de Omgevingsverordening Limburg 2014: Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark op landbouwgrond toe tenzij: a. een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; b. voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; c. de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit
Ad sub a. Realiseren natuur: Zoals in paragraaf 2.3.2. al is weergegeven beidt voorliggende locatie kansen om aan te sluiten bij aanwezige groenstructuren, waaronder de Goudgroene natuurzone. De invulling van gronden met een zonnepark geeft de gemeente en provincie de kans om in combinatie met de realisatie van het zonnepark ongeveer 12 ha. natuur te ontwikkelen in de vorm van graslanden, patrijzen- en dassenakkers, struweelhagen en een wadi. Na de beëindiging van de exploitatie van het zonnepark (30 jaar) zijn de landeigenaren voornemens om deze gerealiseerde natuur in de randen van het zonnepark inclusief de landschappelijke elementen een natuurbestemming te geven. Er is kortom niet sprake van het tijdelijk realiseren van natuur bij Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 33
het zonnepark maar juist permanent. De intentie is om deze natuur/landschappelijke elementen na beëindiging van de exploitatie van het zonnepark een permanente status te geven. Beleid: In het ‘Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030’ heeft de raad een Uitsluitingsgebied Zon aangewezen. De planlocatie ligt niet binnen dit Uitsluitingsgebied. Op basis van het gemeentelijke beleidskader ligt de locatie dus in potentiegebied. Het plangebied ligt verder niet binnen het Natuurnetwerk Limburg, een waterwingebied of binnen een bestaand bos- en natuurgebied gelegen in de groenblauwe mantel. De locatie ligt op grond van het provinciaal beleid dus ook niet binnen
uitsluitingsgebieden. Afbeelding 26. Weergave plangebied (rode kader) in relatie tot de uitsluitingsgebieden (bron: Gemeente Roerdalen).
Handreiking Landschap RES: Op de geschiktheidskaart behoren bij de Handreiking Landschap RES Noord- en Midden-Limburg is er sprake van ontwikkeling binnen een Zeer geschikte locatie (Droge heideontginning) en Nauwelijks geschikt (Velden). Omdat de locatie grotendeels binnen het landschapstype Velden is gelegen is een belangrijke randvoorwaarde het herkenbaar houden van de karakteristiek van het landschap. Hiervoor is een onderbouwing opgesteld op welke wijze de kwaliteiten van het landschap wordt behouden en zelfs verstrekt. Voor deze locatie is een landschappelijk inpassingplan (zie separate bijlage) opgesteld, welke onder andere ingaat op de inpassing vanuit de RES-Handreiking.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 34
Afbeelding 27. Kwaliteitskaart Landschap (bron: Landschapskader Noord- en Midden-Limburg.)
Ad sub b. De kernkwaliteiten van het landschap worden omschreven in het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg. Op basis van dit kader ligt het projectgebied grotendeels binnen het gebiedstype ‘Velden’ en deel binnen ‘Droge heide-ontginningen’. In de Handreiking Landschap RES Noord- en Midden-Limburg wordt het gebiedstype ‘Velden’ aangemerkt als nauwelijks geschikt, daartegen wordt het gebiedstype ‘Droge heideontginningen’ aangemerkt als zeer geschikt. In het landschapsplan is onderbouwing gegeven over de landschapskenmerken die aanwezig zijn en daarmee zoveel mogelijk aangesloten op de ontwerpprincipes uit de Handreiking. Zie hiervoor het separate landschapsplan. Zo is het besluitgebied gelegen in een voor het gebied vrij vlak agrarisch gebied en ingeklemd tussen verschillende opgaande groenstructuren zoals grote bospercelen, robuuste houtsingels en boomkwekerijen met hoge hagen. Wat het besluitgebied geschikt maakt voor een zonnepark met landschappelijk inpassing. Ad sub c. De zonnepanelen worden naar het zuiden gericht om zo veel mogelijk ruimte tussen de rijen panelen te kunnen creëren. De breedte van de tafel bedraagt 5,6 meter en bestaat uit meerdere panelen met een onderlinge tussenruimte van 1 centimeter. Tussen de rijen tafels zal 2,5 meter open ruimte veel ruimte bieden voor zon en water om biodiversiteit te laten groeien en te kunnen laten grazen.
Uit onderzoek blijkt dat minimaal een afstand van 2 meter tussen de tafel benodigd is om biodiversiteit te stimuleren tussen de rijen, hier voldoen wij ruim aan. Er zal ook overwogen worden om ‘bifaciale’ panelen te gebruiken (afhankelijk van beschikbaarheid en kosten op moment van inkoop) zodat er meer zonlicht door de panelen de bodem kan bereiken. De lichtopbrengst zal door het direct en indirecte licht de vegetatie bevorderen. Voor de biodiversiteit zijn de factoren grondsoort, beheer en voormalig grondgebruik bepalend. De invloed van de grondsoort lijkt minder invloed op de biodiversiteit te hebben in tegenstelling tot het beheer. Voor de omstandigheden onder de tafels met panelen is verschralingsbeheer ideaal wat zal lijden tot een grotere variatie in minder algemene soorten. De eerste jaren een maaibeheer met afvoer van het maaisel leidt tot de beste resultaten, wat wij ook zullen toepassen. De biodiversiteit ligt hoger dan de biodiversiteit van het huidige landbouwgebruik na een aantal jaren. De voedselrijkdom van de huidige landbouwgronden is beperkend voor
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 35
een hoge biodiversiteit. In een zonnepark zijn het gebruik van bemesting en bestrijdingsmiddelen niet nodig waardoor de natuurwaarden verhoren. Verwezen wordt ook naar de als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen ‘Notitie Onderbouwing Limburgse Zonneladder Zonnepark Kleine Bergerweg’ en de ‘Bijlage bij Limburgse Zonneladder’. Conclusie Met het beoogde zonnepark wordt in zijn algemeenheid aangesloten bij het streven naar het opwekken van meer duurzame energie.
3.3.2 Omgevingsverordening Limburg In de Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie december 2022) heeft de provincie regels in verband met de belangen uit de Omgevingsvisie vastgelegd. Op 16 december 2022 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 gewijzigd vastgesteld door Provinciale Staten van Limburg. Er wordt ingezet om bepaalde essentiële onderdelen van het beleid juridisch te borgen. In de geconsolideerde Omgevingsverordening Limburg zijn in artikel 2.17 specifieke regels opgenomen voor de realisatie van een grondgebonden zonnepark, zie hieronder:
Artikel 2.17.2 Instructieregels zonneparken 1. Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark toe binnen de Goudgroene natuurzone of binnen een waterwingebied. 2. Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark toe in een bestaand bos- of natuurgebied binnen de Zilvergroene natuurzone of de Bronsgroene landschapszone. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg of de regio Midden-Limburg laat een zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Noord- en Midden-Limburg. 4. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg laat een zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Zuid-Limburg. 5. Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark op landbouwgrond toe tenzij: a. een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; b. voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; en c. de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit. 6.
De toelichting bij een ruimtelijk plan voor een zonnepark bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het derde of het vierde lid en het vijfde lid. 7. Bij het vaststellen van een ruimtelijk plan dat voorziet in een bestemming die een zonnepark toestaat houdt het gemeentebestuur rekening met het betrekken van de omgeving bij de toekenning van de bestemming, het zorgdragen voor maatschappelijk draagvlak voor de toekenning van de bestemming en het maximaal gebruik van de mogelijkheden voor (financiële) participatie bij de exploitatie van het zonnepark. 8. Een ruimtelijk plan dat een zonnepark toelaat bevat een verplichting tot het verwijderen van het zonnepark na beëindiging van de activiteit. 9. Het tweede lid geldt niet voor een zonnepark op de locatie van de stortplaats in Schinnen, als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid. De voorwaarden bedoeld in het vijfde lid, onder a tot en met c, zijn van overeenkomstige toepassing.
Relatie met voorgenomen ontwikkeling Op 3 juni 2021 heeft de raad van de gemeente Roerdalen de Regionale Energie Strategie Noord- en MiddenLimburg 1.0 vastgesteld. In de provinciale omgevingsverordening is vastgelegd dat in het Natuurnetwerk Limburg (NNL) of een natuurgebied binnen de groenblauwe mantel geen zonneparken zijn toegestaan. Op onderstaande afbeelding is te zien dat het besluitgebied (rood omlijnd) geen deel uitmaakt van de het NNL of Groenblauwe mantel. Het besluitgebied grenst in het oosten en zuiden enkel aan het NNL. In de notitie ‘Onderbouwing Limburgse Zonnelader’ is de noodzaak van zon op land onderbouwd. Deze notitie is als een Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 36
aparte bijlage bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. In het kader van voorliggend zonnepark heeft de initiatiefnemer een financieel- en procesparticipatie-traject opgezet. Zie hiervoor paragraaf 6.3.1. In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing wordt hieronder ingegaan op de separate punten uit de instructieregels. 1.
Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark toe binnen de Goudgroene natuurzone of binnen een waterwingebied. Het zonnepark is niet gelegen in een waterwingebied, het NNL of de groenblauwe mantel. Zie hiervoor paragraaf 3.3.1. en afbeelding 28.’ 2. Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark toe in een bestaand bos- of natuurgebied binnen de Zilvergroene natuurzone of de Bronsgroene landschapszone. Het zonnepark is niet gelegen in een waterwingebied, het NNL of de groenblauwe mantel. Zie hiervoor paragraaf 3.3.1. en afbeelding 28. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg of de regio Midden-Limburg laat een zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Noord- en Midden-Limburg. Voorliggend plan is lijn in met de provinciale omgevingsvisie, zie hiervoor paragraaf 3.3.1. Daarnaast past voorliggend plannen binnen de RES. Het plan valt binnen het bod van de RES van 1,2 MW. Zie verder paragraaf 3.4. 4. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg laat een zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Zuid-Limburg. Niet van toepassing. 5. Een omgevingsplan laat geen zonnepark op landbouwgrond toe tenzij: a.
een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; b. voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; en c. de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit. Aan de voorwaarden vanuit lid 5 wordt voldaan. In paragraaf 3.3.1 en het separate landschappelijk inpassingplan wordt weergeven op welke manier een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden, hoe de inpassing aansluit op de aanwezige kernkwaliteiten en hoe rekening gehouden wordt met bodemkwaliteit (zie tevens paragraaf 4.5 voor waterdoorlatendheid). 6. De motivering van een ruimtelijk plan voor een zonnepark een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het derde of het vierde lid en het vijfde lid. Hiervoor is voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Hierboven is onder lid 5 ingegaan op de motivering. 7. Bij het vaststellen van een ruimtelijk plan dat voorziet in een functie die een zonnepark toestaat houdt het gemeentebestuur rekening met het betrekken van de omgeving bij de functietoekenning, het zorgdragen voor maatschappelijk draagvlak voor de functietoekenning en het maximaal gebruik van de mogelijkheden voor (financiële) participatie bij de exploitatie van het zonnepark.
In het separaat bijgevoegde participatieplan wordt ingegaan op welke manier voorliggend zonnepark er zorg voor draagt dat naast maatschappelijk draagvlak tevens mogelijkheden biedt voor financiële participatie. Zie hiervoor ook paragraaf 6.3.1. 8. Een ruimtelijk plan dat een zonnepark toelaat bevat een verplichting tot het verwijderen van het zonnepark na beëindiging van de activiteit. Het zonnepark kent een exploitatietermijn van 30 jaar. Na het aflopen van de termijn worden de gronden weer in originele staat hersteld, waarbij een deel van de landschappelijke inpassing wordt behouden in het kader van natuurontwikkeling. Voor de ontmanteling van het zonnepark is en separaat amoveringsplan opgesteld, welke bij voorliggende aanvraag is gevoegd. Hier wordt ingegaan op o.a. de recycling van de zonnepanelen. In het kader van het voorliggende plan zijn verder in een anterieure overeenkomst afspraken vastgelegd over de verplichting tot het verwijderen van het zonnepark na beëindiging van de activiteit. Ten slotte wordt er een voorwaarde aan de omgevingsvergunning gekoppeld dat het zonnepark, na beëindiging van de exploitatie, geamoveerd moet worden. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen 'Notitie amoveringsplan Zonnepark Kleine Bergerweg'. Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 37
9.
Het tweede lid geldt niet voor een zonnepark op de locatie van de stortplaats in Schinnen, als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid. De voorwaarden bedoeld in het vijfde lid, onder a tot en met c, zijn van overeenkomstige toepassing. Niet van toepassing.
Afbeelding 28. Uitsnede kaart Beschermingszones Natuur en Landschap. Groene arcering betreft Natuurnetwerk Limburg. (bron: Omgevingsverordening Limburg).
3.4 Regionaal beleid 3.4.1 Regionale Energie Strategie Noord- en Midden Limburg 1.0 In het Klimaatakkoord, gepubliceerd op 28 juni 2019, is afgesproken dat 30 energieregio's in Nederland onderzoeken hoe en waar duurzame energie het best opgewekt kan worden. Dit wordt het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie genoemd. Op basis van het onderzoek wordt per regio een Regionale Energiestrategie (RES) vastgelegd. De RES is een doorvertaling van het Parijs-akkoord en Klimaatakkoord naar een regionaal niveau. Op 3 juni heeft de raad van de gemeente Roerdalen de RES 1.0 vastgesteld In juli 2021 is de 1.0-versie van de Regionale Energie Strategie voor Noord en Midden Limburg ingediend. In het document beschrijft de Regio Noord en Midden Limburg de weg die zij in wil slaan omtrent de energietransitie. De RES Noord- en Midden Limburg is gezamenlijk opgesteld door de 15 gemeenten van Noord- en Midden Limburg, de provincie Limburg, het waterschap Limburg en netbeheerder Enexis. Aangeduid wordt dat de regio in 2030 met grootschalige duurzame zon- en windprojecten 1.200 GWh duurzame energie op wil wekken. De vergunningen moeten hiervoor in 2025 zijn afgegeven. Volgens de regio is de energietransitie daarentegen meer dan een technische oplossing voor ons klimaatvraagstuk en hoort de mens hierin centraal te staan. Ook op ruimtelijke kwaliteit wordt hoog ingezet.
Voor de waarborging van bestaande landschapskwaliteiten legt de Regio Noord en Midden Limburg de voorkeur bij meervoudig ruimtegebruik. Ten voorbeeld: de verhoging van biodiversiteit koppelen aan energieopwekking. Een ander uitgangspunt is het streven naar minstens 50% lokaal eigendom bij grootschalige zon- en windprojecten, samen met lokaal medezeggenschap om het draagvlak voor de energietransitie te vergroten. Bewoners en bedrijven krijgen de kans mee te praten en mee te beslissen over projecten in hun nabije omgeving. Ook de eventuele baten van een project dienen te landen in de lokale omgeving zodat niet alleen de ontwikkelaars profiteren. Verdere kaders voor inpassing van zonneprojecten worden vormgegeven door gemeenten.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 38
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Binnen de RES geven de afzonderlijke gemeenten aan wat ze zullen bijdragen aan de RES-opgave van 1,2 TWh. Binnen de RES wordt gemonitord maar hier is geen beslissings- of beoordelingsmechanisme aanwezig die iets inhoudelijk of op macro schaal gaat vinden van deze bijdrage. De RES kan alleen aansporen bij een dreigend onderpresteren. Mocht er meer gerealiseerd worden dan het RES bod dan is dit geen probleem en ook geen onderdeel van discussie. Zonnepark Kleine Bergerweg heeft een oppervlakte van 20 hectare, waarvan 6,64 hectare gebruikt wordt voor de opstelling van zonnepanelen. Met de realisatie van voorliggende ontwikkeling levert de gemeente Roerdalen een aandeel in de realisatie van het RES-doel om vóór 2030 1.200 GWh energie grootschalig op te wekken. Bovendien wordt met toepassing van nieuwe landschappelijke elementen ingespeeld op het meervoudig ruimtegebruik op deze locatie. Naast het ecologisch inpassen door middel van verschillende doelsoorten, zoals de das en de patrijs, wordt langs de randen het zonnepark ook ingepast door middel van een gemengde haag, worden verschillende heestergroepen aangeplant ten behoeve van insecten en worden o.a. de bomenrijen langs de weg aangevuld. Zie hiervoor tevens de nadere uiteenzetting in paragraaf 2.4 en het separate landschappelijke inrichtingsplan.
Voor de 50% lokaal eigendom heeft de initiatiefnemer een profijtplan opgesteld (zie separate bijlage) om met de lokale energiecoöperatie, Coöperatie Duurzaam Roerdalen, een samenwerking aan te gaan over lokaal eigendom.
3.4.2 Landschapskader Noord- en Midden-Limburg en Handreiking Landschap RES Noord- en Midden-Limburg Met het landschapskader Noord- en Midden-Limburg worden handvatten gegeven voor de verhoging van de verschillende in Limburgse aanwezige kwaliteiten om daarmee de dagelijkse leefomgeving van vele mensen en ook van planten en dieren een kwaliteitsimpuls te geven. Het Landschapskader heeft tot doel op een beknopte wijze inzicht te geven in het hoe en waarom van het huidige landschap en daarmee grip te krijgen op de kansen die datzelfde landschap biedt voor de toekomst. De Handreiking Landschap RES Noord- en Midden-Limburg is een concrete doorvertaling van het landschapskader gericht op energieopwekking. Hiertoe zijn beide beleidskaders samengevoegd, daar beide beleidskaders dezelfde uitgangspunten kennen.
Relatie met voorgenomen ontwikkeling Ondanks dat het voorgenomen plan gelegen is in een gebied dat aangemerkt staat als nauwelijks geschikt (velden), zie ook paragraaf 3.3.1. is een zonnepark op voorliggende locatie wel geschikt. In het separate landschapsplan wordt puntsgewijs ingegaan op het geschiksheidseisen, het beleidskader en een toetsing waaruit blijkt dat voorliggende locatie geschikt is voor een zonnepark. Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling in het landschapsbeleid van Noord- en Midden-Limburg.
3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Omgevingsvisie Roerdalen 2050 De Omgevingsvisie Roerdalen 2050, Verbindend Roerdalen, is een visie voor de fysieke leefomgeving welke is vastgesteld op 8 juli 2021. Een van de opgaves die hierin wordt geformuleerd is de verduurzamingsopgave. Roerdalen geeft aan dat een overgang naar een duurzame energievoorziening belangrijk is om klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast is deze overstap ook nodig, omdat in Nederland steeds minder fossiele brandstoffen, vooral aardgas, beschikbaar zijn. Wil Nederland niet volledig afhankelijk zijn van energie
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 39
afkomstig uit andere landen dan moeten we naar een ander systeem. De landelijke stappen om deze doelstelling te behalen zijn: zuiniger omgaan met energie; van elektriciteit uit kolen naar elektriciteit uit zon en wind; van warmte uit aardgas naar duurzame warmte, zoals aardwarmte, restwarmte en groene waterstof; omwonenden betrekken door ze de kans te bieden om mee te denken over of mede-eigenaar te worden van lokale energieprojecten; energieprojecten op een slimme manier inpassen in de omgeving en het landschap. Roerdalen heeft dit vertaald in focuspunten thema Duurzaam Roerdalen: Energie besparen. Opwekken duurzame energie. Verwarming van de bebouwde omgeving. Klimaatadaptatie. Verminderen afval. Van een traditionele naar een circulaire economie. Roerdalen wil serieus werken aan haar bijdrage voor de energietransitie en aan het duurzamer omgaan met haar leefomgeving. Bij de vertaling van de landelijke doelen naar de gemeentelijke doelen wil Roerdalen realistisch en concreet zijn. Roerdalen wil bijdragen aan de opwekking van duurzame elektriciteit, aan energiebesparing, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de benodigde opslag en energieinfrastructuur. Op dit moment heeft Roerdalen concreet de volgende ambities op het gebied van de energietransitie: 1. Aansluiten bij de nationale ambitie van reductie CO2 uitstoot, ten opzichte van 1990: 49% in 2030 en 95% in 2050. 2.
Inzet op minder energieverbruik. 3. Gevolgd door opwekking van duurzame energie. 4. Energie besparen en duurzaam opwekken in hele gemeente stimuleren. 5. Als gemeente zelf het goede voorbeeld geven. Kwaliteitskader Het Kwaliteitskader Roerdalen richt zich op initiatieven in het buitengebied en is van toepassing op (niet onaanvaardbare) ontwikkelingen in het buitengebied die middels een planologische procedure mogelijk worden gemaakt. Het gaat om ontwikkelingen die niet rechtstreeks of via een flexibiliteitsbepaling zijn toegestaan in het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Verstening/ verharding van het buitengebied welke niet rechtstreeks is toegestaan moet altijd ruimtelijk en landschappelijk worden ingepast. De essentie is verder dat de beoogde ontwikkelingen gepaard moeten gaan met ruimtelijke en landschappelijke kwaliteitsverbetering in de vorm van bijvoorbeeld natuurontwikkeling en/of ontstening. Dit ter compensatie van het door de ontwikkeling optredende verlies aan omgevingskwaliteit. Kenmerkend voor deze ruimtelijke ontwikkelingen is dat het veelal nieuwe functies zijn die een nieuw ruimtebeslag leggen met daaraan verbonden specifieke ruimtelijke invloeden op de omgeving. Het kwaliteitskader is van toepassing op het buitengebied.
De voorwaarden voor de kwaliteitsverbeteringen zijn als volgt: • Ter plaatse van de ontwikkeling zelf dient altijd voldoende landschappelijke en ruimtelijke inpassing plaats te vinden; • De kwaliteitsverbeteringen zijn fysiek ruimtelijk van aard en komen ten goede aan de verbetering van de kwaliteit van het buitengebied of de kern (afhankelijk van het type ontwikkeling);
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 40
•
• •
Het dient bij de kwaliteitsverbetering te gaan om aanvullende verbeteringen. Zaken waarvoor al middelen gereserveerd zijn komen niet in aanmerking (hetzelfde geldt voor een basis landschappelijke inpassing); De kwaliteitsverbeteringen dienen in tijd en plaats een verband te hebben met de ingreep/ ontwikkelingen; De kwaliteitsverbetering is kwantificeerbaar.
Het uitgangspunt is dat de negatieve gevolgen van een ontwikkeling die ingrijpt in het buitengebied of de kern gecompenseerd wordt. Via de kwaliteitsbijdrage wordt de ingreep in de ruimtelijke omgeving (over) gecompenseerd. Met de kwaliteitsbijdrage worden aanvullende maatregelen uitgevoerd zodat per saldo sprake is van een kwaliteitsverbetering. De kwaliteitsbijdrage is afhankelijk van de soort ontwikkeling en het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. De landschappelijke en ruimtelijke inpassing vindt altijd ter plaatse plaats. Voorliggend plan voor Zonnepark Kleine Bergerweg valt onder de module ‘grootschalige energievoorzieningen’. Hiervoor geldt een positieve grondhouding mits sprake is van voldoende kwaliteit. Verder geldt dat bij ontwikkelingen in ieder geval voldaan moet worden aan de basiskwaliteit, zoals bij grootschalige energievoorzieningen de ontwikkeling moet bestaan uit een ruimtelijke- en landschappelijk inpassing. In paragraaf 2.4 en het separate landschappelijke inpassingsplan wordt ingegaan op de inpassing van Zonnepark Kleine Bergerweg, waarmee voldaan wordt aan de vereisten uit het Kwaliteitskader Roerdalen.
Relatie met voorgenomen ontwikkeling Zonnepark Kleine Bergerweg draagt bij aan de ambities van de gemeente Roerdalen.
3.5.2 Beleidskader zonne- en windenergie gemeente Roerdalen 2021 – 2030 De gemeente Roerdalen heeft een beleid opgesteld voor het plaatsen van zonneparken in het buitengebied. Het gemeentelijke beleidskader sluit aan op de Omgevingsvisie Roerdalen 2050, het provinciale beleid en de Limburgse Zonneladder. Dit betekent niet dat er voorlopig alleen zon op dak mogelijk is in Roerdalen. Twee van de opgaven waar de gemeente Roerdalen voor staat, zijn verminderen van de CO2 uitstoot en inhoud aan de energietransitie geven. De opgave van de gemeente Roerdalen, ook na 2030, is dusdanig groot dat alleen zon op dak niet voldoende is om de gestelde doelen te behalen. Het klimaat verandert en de effecten van klimaatverandering zijn waarneembaar, ook in Roerdalen. Daarom wil de gemeente Roerdalen in 2030 49% en in 2050 95% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. Hiermee wordt aangesloten bij de doelstelling van het Klimaatakkoord. Enerzijds zal de gemeente blijven stimuleren dat zoveel mogelijk zonnepanelen op daken worden aangelegd en anderzijds ook de realisatie van zonneparken mogelijk maken. De gemeente streeft naar het aanleggen van 75 hectare aan zonneparken, waarbij geldt hoe meer zon op dak, hoe minder zonneparken mogelijk zijn.
Omdat zonneparken niet overal gewenst zijn heeft de gemeente Roerdalen uitsluitingsgebieden aangewezen in haar grondgebied waar de ontwikkeling van zonneparken in ieder geval uitgesloten is. Onderstaand figuur laat zien dat het besluitgebied geen onderdeel uitmaakt van een uitsluitingsgebied.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 41
Afbeelding 29. Ligging besluitgebied in relatie tot uitsluitingsgebieden Zon van de gemeente Roerdalen (bron: Beleidskader zonne- en windenergie gemeente Roerdalen 2021 – 2030).
Een ander uitgangspunt – als aanvulling op de vijf strenge voorwaarden - is dat er binnen 100 meter van woonpercelen geen zonnepark wordt ontwikkeld, tenzij er door de bewoners toestemming wordt gegeven voor de ontwikkeling. In voorliggend geval is door de bewoners van de Kleine Bergerweg 2 en Kleine Bergerweg 3 toestemming gegeven voor de ontwikkeling binnen 100 meter van de betreffende woningen.
Afbeelding 30. Ligging omliggende (bedrijfs)woningen in relatie tot het zonnepark.
In het beleid heeft de gemeente een set (strenge) voorwaarden voor de ontwikkeling van zonneparken opgenomen met voorwaarden waar de locatie van een zonnepark aan moet voldoen. Het uitgangspunt hierbij Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 42
is de vraag hoe het landschappelijke karakter van de gemeente Roerdalen behouden of versterkt kan worden bij de ontwikkeling van een zonnepark. Deze voorwaarden zijn in een aparte beoordelingsmatrix uitgewerkt. De beoordelingsmatrix is na het vaststellen van het “Beleidskader Zonne-en Windenergie gemeente Roerdalen 2021-2030” ter beoordeling en vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Hieronder wordt onderbouwd hoe bij het voorliggende zonnepark met de strenge voorwaarden is omgegaan. Strenge voorwaarde 1: het te ontwikkelen zonnepark moet passen in de schaal, de sfeer en de maatvoering van het landschap waar het zonnepark deel van gaat uitmaken. We vinden zowel een zeer kleinschalig zonnepark in een grootschalig gebied, als een grootschalig zonnepark dat is ingeklemd tussen een mozaïek van landschapselementen onwenselijk. Toetsing aan beoordelingsmatrix: Minimaal: De zonneweide is een opvallend element in het landschap en doet afbreuk aan de landschappelijke beleving. Maximaal: De zonneweide is geheel in het landschap opgegaan en heeft door zijn uitstraling een versterkende ruimtelijke beleving. Zoals in landschappelijke inpassingsplan (zie separate bijlage en paragraaf 2.4) is aangegeven, is het landschap rond de Kleine Bergerweg volgens de provinciale omgevingsvisie een open cultuurlandschap (Velden).
Echter is het gebied niet meer zo open zoals het vroeger was. Het gebied is kleinschaliger geworden door een grote fruitkwekerij en aanplant van bos. Het gebied ligt hiermee ingeklemd tussen verschillende opgaande groenstructuren. Door met een permanten inrichting van natuur aan te sluiten op deze opgaande groenstructuren biedt het zonnepark een meerwaarde, doordat natuurontwikkeling wordt gekoppeld aan een tijdelijk zonnepark. Het zonnepark heeft een bruto oppervlakte van circa 20 hectare waarvan netto 6,8 hectare gebruikt zal worden voor de opstelling van zonnepanelen. Hiermee wordt een aanzienlijk deel gebruikt voor natuurontwikkeling, waarvan een deel blijft behouden na exploitatie. De zonnepanelen worden in de leidende kavelrichting geplaatst, zodat deze goed in de landschappelijke structuur worden ingepast en er geen rafelranden bij de panelen opstelling ontstaan. Strenge voorwaarde 2: het te ontwikkelen zonnepark moet landschappelijk worden ingepast: 1. Inpassen directe (be-)levingsfactoren; 2. Stimuleren biodiversiteit; 3. Stimuleren waterberging en – infiltratie. Het te ontwikkelen zonnepark moet zowel visueel als vanuit de landschappelijke beleving in de omgeving opgaan.
Daarbij is extra aandacht voor stimuleren van de biodiversiteit, de berging en infiltratie van hemelwater ter plaatse een vereiste Toetsing aan de beoordelingsmatrix: Minimaal: Bij het ontwerp van de zonneweide is geen of bijna geen rekening met de omliggende (be-)levingsfactoren gehouden. Maximaal: De omliggende (be-)levingsfactoren maken een onlosmakelijk onderdeel van het ontwerp van de zonneweide uit. 1. Zoals in het landschappelijk inpassingsplan (zie separate bijlage en paragraaf 2.4) aangegeven wordt er ingespeeld op de (be)levingsfactoren van het gebied; zo wordt gebruik gemaakt van de iets hogere ligging van de wegen in het landschap. Wordt de afwisseling van bomenrijen behouden, wat een karakteristiek is die in stand wordt gehouden. En tot slot is het belangrijk dat de belangrijke zichtlijnen worden behouden. 2. Wat betreft biodiversiteit wordt een sterke ecologische meerwaarde gecreëerd voor het gebied door aan te sluiten op bestaande groenstructuren. Met de aanleg van gemengde hagen krijgt zowel landschap als Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 43
3.
ecologie een kwalitatieve meerwaarde. Er worden takkenrillen toegevoegd, bijenhotels geplaatst en een faunatunnel gerealiseerd voor onder andere de das. Langs de wegen is er ruimte voor bloemrijke stroken en grote heerstergroepen met verschillende inheemse soorten. Ook worden er vershillende fauna akkers aangelegd zodat soorten als de patrijs (en ook de das) meer ruimte krijgen. Tot slot heeft de te realiseren wadi een ecologische maar ook een waterbergingsfunctie, deze wordt gerealiseerd op het laagste punt van het park. Door ruimte tussen de panelen te laten krijgt hemelwater de kans om goed te infiltreren in de bodem.
Strenge voorwaarde 3: meervoudig ruimtegebruik. Deze eis komt gedeeltelijk overeen met de tweede trede van de Limburgse Zonneladder. In de gemeente Roerdalen geldt dat bij omzetting van (bijvoorbeeld) agrarische gronden naar een zonnepark, de nieuwe invulling een functie aan het landschap zelf of aan de beleving van het landschap moet toevoegen. Deze functie kan onder andere vanuit culturele, educatieve of toeristische doeleinden worden gemotiveerd. De combinatie van een stortlocatie en een zonnepark zoals aan de Stationsstraat in Montfort is hiervan een goed voorbeeld. Er zijn meerdere vormen van gebruik die mogelijk worden gemaakt met voorgenomen ontwikkeling. Centraal op het zonnepark Kleine Bergerweg en langs de recreatieve route wordt een informatie- en rustpunt gemaakt. Hiermee draagt het zonnepark bij aan educatieve doeleinden waarbij informatieborden worden geplaatst een aangelegd. De agrarische functie blijft behouden doordat de schapen middels beweiding tussen de panelen grazen. Tot slot is er een flinke ecologische meerwaarde die de biodiversiteit ten goede komt door de takkenrillen, wadi, hagen, bijenhotels en kruidenrijk gras. Zie hiervoor het landschappelijk inrichtingsplan in de bijlage behorende bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Strenge voorwaarde 4: het te ontwikkelen zonnepark moet aantoonbaar waarden toevoegen: 1. Landschappelijke elementen; 2.
Maatschappelijke ontwikkeling; 3. Coöperatieve realisatie; 4. Ontwerpen en toepassing compensatieregeling. Toetsing aan de beoordelingsmatrix: Minimaal: In het ontwerp zijn geen landschappelijke elementen opgenomen. Maximaal: In het ontwerp zijn landschappelijke elementen toegevoegd, die cultuurhistorisch of maatschappelijk een toegevoegde waarde hebben. De toevoeging van een zonnepark zal aan het landschappelijk karakter van Roerdalen een verandering teweegbrengen, ondanks de landschappelijke inpassing (Strenge voorwaarde 2). Het is aan de initiatiefnemer om in zijn planvorming ruimte vrij te maken (financieel, organisatorisch, fysiek ter plekke of elders) en aantoonbaar te maken welke toegevoegde waarde het te ontwikkelen zonnepark voor (de inwoners van) de gemeente Roerdalen heeft. We gaan uit van minimaal 50% coöperatief (zoals gesteld in de RES Noord- en Midden Limburg 1.0). 1.
2.
Het landschappelijk inpassingsplan (zie separate bijlage en paragraaf 2.4) laat reeds de landschappelijke elementen zien van het zonnepark, de landschappelijke hagen, takkenrillen, wadi, bijenhotels en kruidenrijk grasland. Met de openstelling van het zonnepark wordt ingespeeld op de educatieve en sociaal maatschappelijke ontwikkelingen. Er is reeds contact geweest met verschillende scholen in de omgeving. Zij maken gebruik van informatieborden en wandelpaden door en langs het zonnepark. De samenwerking met Westrom biedt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de mogelijkheid om te re-integreren in de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt er sterke voorkeur gegeven aan lokale partijen wat de lokale economie ten goede komt. Verder zorgt voorliggend zonnepark ook voor natuurontwikkeling en versterking van biodiversiteit door groenstructuren aan te leggen die ook na exploitatie behouden kunnen blijven.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 44
3.
4.
Er wordt gestreefd naar 50% lokaal eigenaarschap. Hiervoor is de samenwerking gezocht met coöperatie Duurzaam Roerdalen. In het profijtplan staat uitgelegd hoe de initiatiefnemer dit wil organiseren en welke alternatieven er mogelijk zijn. Het profijtplan is toegevoegd in de bijlagen behorende bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Via partner Zelfstroom kunnen geïnteresseerde omwonenden korting krijgen voor zon-op-dak-systemen. Dit is actief door de initiatiefnemer besproken met omwonenden en enkelen zijn al doorverwezen naar Zelfstroom, verdere toelichting is opgenomen in het separate profijtplan. Een inventarisatie van geïnteresseerde dak eigenaren resulteerde in 2110 m2 aan potentie voor zon op dak. Dat is 3.1% van het netto-oppervlakte van het zonnepark (6800 m 2). Gedurende de looptijd van het zonnepark stort Zonnepark Kleine Bergerweg een jaarlijkse bijdrage in een omgevingsfonds van de gemeente Roerdalen.
Strenge voorwaarde 5: privaatrechtelijk borgen in anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente Roerdalen of in privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer en landeigenaar: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Onderhoud en werking technische installatie; Onderhoud en landschappelijke inpassing; Toevoeging maatschappelijke meerwaarde; Ontmanteling na beëindiging; Coöperatieve realisatie; Participatie bij concrete planontwikkeling.
Toetsing aan de beoordelingsmatrix: Minimaal: De initiatiefnemer houdt zich aan de reguliere, wettelijke onderhoudsinspanningen. Maximaal: De initiatiefnemer heeft een plan opgesteld, waarin een calamiteitenhoofdstuk in is opgenomen. Het ruimtelijk beleidskader is niet het instrument om privaatrechtelijke aspecten voor te schrijven. Toch worden deze onderwerpen genoemd, omdat ze bij de scorebepaling vanuit de beoordelingsmatrix worden meegenomen. Deze voorwaarden hebben voornamelijk tot doel de continuïteit van good housekeeping en het maatschappelijk draagvlak van het zonnepark te borgen. 1. Het zonnepark wordt naar verwachting omstreeks 2025 gerealiseerd. Bij de bouw zal voldaan worden aan de dan geldende wet- en regelgeving. Er is sprake van een positieve aansluitindicatie van Enexis. De installatie kan dus in werking gesteld worden. Voor de borging van de veiligheid van het zonnepark is een veiligheidsplan opgesteld. Daarnaast is door de initiatiefnemer tevens een onderhoudsplan opgesteld voor het gehele zonnepark. Hiermee wordt de veiligheid, onderhoud en werking van de technische installaties geborgd. Zie hiervoor tevens de separate bijlagen. 2. Het landschappelijke inpassingsplan (zie separate bijlage en paragraaf 2.4) bevat een beheer- en onderhoudsplan. 3.
Met de openstelling van het zonnepark wordt ingespeeld op de educatieve en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Er is reeds contact geweest met verschillende scholen in de omgeving. Zij maken gebruik van informatieborden en het informatie- en rustpunt bij het zonnepark, waarbij een speel- en uitkijkheuvel wordt gerealiseerd. De samenwerking met Westrom biedt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de mogelijkheid om te re-integreren in de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt er sterke voorkeur gegeven aan lokale partijen wat de lokale economie ten goede komt. Verder zorgt voorliggend zonnepark ook voor natuurontwikkeling en versterking van biodiversiteit door groenstructuren aan te leggen die ook na exploitatie behouden kunnen blijven. 4. In het Amoveringsplan, dat als bijlage onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing, is de ontmanteling van het zonnepark na beëindiging nader uitgewerkt. In de anterieure overeenkomst wordt geborgd dat het zonnepark na beëindiging van de exploitatie verwijderd moet worden. Ook wordt geborgd dat er financiële middelen zijn om het park te kunnen verwijderen. Ten slotte wordt aan de omgevingsvergunning een voorwaarde gekoppeld dat het zonnepark na beëindiging van de exploitatie verwijderd moet worden. Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 45
5.
Er wordt gestreefd naar 50% lokaal eigenaarschap. Hiervoor is de samenwerking gezocht met coöperatie Duurzaam Roerdalen. In het separate profijtplan staat beschreven hoe de initiatiefnemer dit wil gaan organiseren en welke alternatieven mogelijk zijn. Het profijtplan is separaat toegevoegd bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. 6. Omwonenden en andere stakeholders zijn vanaf het begin geïnformeerd en betrokken bij het voorgenomen plan. Meerdere persoonlijke gesprekken hebben plaatsgevonden waarbij ook input is gegeven op de landschappelijke inpassing. De resultaten hiervan, panelen niet hoger dan 2,00 meter en zoveel mogelijk het zonnepark uit het zicht onttrekken, zijn verwerkt in het landschappelijk inpassingsplan. Verdere toelichting is opgenomen in het communicatie- en participatieplan, welke separaat is opgenomen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing.
3.5.3 Conclusie gemeentelijk beleid Op basis van het bovenstaande kan gesteld worden dat het voornemen past binnen het gemeentelijke beleidskader.
3.6 Conclusie Uit de voorgaande beleidstoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 46
4 Waardentoets 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de impact van de ontwikkeling op de waarden natuur, archeologie, cultuurhistorie en water en wat dat betekent voor het plan.
4.2 Natuur De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de Wet Natuurbescherming. Hiertoe is een Toets Wet Natuurbescherming uitgevoerd. Het onderzoek is separaat bijgevoegd bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. De belangrijkste resultaten zijn hieronder kort toegelicht.
4.2.1 Soortenbescherming Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het betreft soorten als ree, haas, konijn, egels diverse algemene muizensoorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden. Das Aangezien er zich een (bij)burcht bevindt in de bosstrook net buiten het besluitgebied gelden de volgende voorwaarden: Voor werkzaamheden tussen 20 en 200 meter van de dichtstbijzijnde ingang van de burcht geldt: - Er vindt een ecologische check plaats voorafgaand aan de werkzaamheden (eventueel intekenen nieuwe dassenpijpen/wissels). - Werkzaamheden mogen alleen plaatsvinden tussen zonsopkomst en zonsondergang. - Werkzaamheden dienen zo kort mogelijk te duren.
- Als het bij de uitvoering van de werkzaamheden nodig is om een burcht visueel te markeren, bijvoorbeeld met linten, dan kan dit zo kort mogelijk voor aanvang van de werkzaamheden worden gedaan en zo spoedig mogelijk na voltooiing van de werkzaamheden ongedaan worden gemaakt. Ook kan een markering buiten een straal van 20 meter van de burcht worden aangebracht. - Vegetatiestructuur en bodem zo veel als mogelijk ontzien tijdens de activiteit of werkzaamheden (zoveel als mogelijk werken met rijplaten). - Voor zonsondergang, maar niet later dan 19.00 uur, de menselijke activiteiten afronden zodat wissels weer toegankelijk zijn, afval is opgeruimd en gebruikte machines en voertuigen uit het gebied zijn verwijderd.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 47
Voor werkzaamheden binnen 20 meter van de dichtstbijzijnde ingang van de burcht geldt: - Alle bovenstaande punten. - Werkzaamheden mogen alleen plaatsvinden buiten de meest kwetsbare periode. De kwetsbare periode is in dit geval de voortplantingsperiode, welke loopt van december (zwangerschap) totdat de jongen zelfstandig hun weg kunnen gaan (begin juli). - In plaats van op traditionele wijze heien, boren en dergelijke zijn er methoden mogelijk die minder lawaai of trillingen veroorzaken waardoor er minder verstoring optreedt. Dit wordt besproken bij het opstellen van het ecologische werkprotocol en tijdens de ecologische begeleiding. Overige richtlijnen: - Werken met een ecologisch werkprotocol. - Ecologische begeleiding bij werkzaamheden; ecologische begeleiding bestaat uit een startoverleg met de aannemers, het markeren van de oude en eventuele nieuwe dassenpijpen en tussentijdse controles. - Het nieuw te realiseren zonnepark dient volledig toegankelijk te zijn voor de das om wissels niet ongeschikt te maken, toegang tot dit park voor de das moet worden opgenomen in het definitieve inrichtingsplan. - Alle maatregelen moeten worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol en er dient voor de werkzaamheden bepaald te worden of de kwetsbare periode van de das voorbij is, door een ter zake deskundige.
Dit kan door wildcamera’s op te hangen voor het gebruik van de burcht en om te bepalen of de jongen zijn opgegroeid. Ecologisch werkprotocol Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een ecologisch werkprotocol opgesteld, deze is separaat bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd. In dit ecologisch werkprotocol zijn de voorwaarden voor de inrichting van het zonnepark en de voorwaarden en maatregelen tijdens uitvoering, zoals hierboven benoemd, opgenomen. Broedvogels Jaarrond beschermde nesten Bij de werkzaamheden binnen 75 meter van de horst dient buiten het broedseizoen gewerkt te worden (1 maart – 15 juli). Broedvogels overige broedvogels Grond broedende soorten als graspieper, veldleeuwerik en kievit kunnen niet worden uitgesloten. Hierdoor wordt met klem geadviseerd om het terrein bouw klaar te maken voor de start van het broedseizoen. Hierdoor wordt voorkomen dat grond broedende soorten het besluitgebied bezetten tijdens de werkzaamheden. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt.
Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing is, bijvoorbeeld door de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.
4.2.2 Bescherming van gebieden Niet stikstof-gerelateerde effecten: Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde de Natura 2000-gebied (1,5 km), de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstofgerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Een stikstofberekening is noodzakelijk om aan te tonen dat de tijdelijke stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de bouwwerkzaamheden geen significant negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden. Daarnaast wordt de bouw van het zonnepark uitgevoerd met zo duurzaam mogelijke (indien mogelijk elektrisch) mobiele Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 48
werktuigen. Door Hedgehog Company is een stikstofberekening uitgevoerd, welke separaat is bijgevoegd. Het resultaat van deze berekening is dat zowel de aanleg- als gebruiksfase geen resultaten kent voor de betreffende situatie. De ontwikkeling heeft hiermee geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura-2000 gebieden.
4.2.3 Bescherming van houtopstanden Er worden binnen het besluitgebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.
4.2.4 Natuurnetwerk Nederland De ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan en het besluitgebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN kent in de provincie Limburg geen externe werking. Nadere toetsing aan het natuurbeleid is daarom niet noodzakelijk.
4.2.5 Conclusie Mits rekening wordt gehouden met de voorgenoemde maatregelen en werkwijze is geen overtreding van de natuurwetten en natuurbeleid aan de orde. Vanuit de eisen van de natuurbescherming is het voorgenomen plan derhalve uitvoerbaar.
4.3 Archeologie Aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen, welke archeologische waarden in het geding zijn.