Was-wordt-tabel Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk.pdf
Tekst van het document
Artikel 2:24 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt; c. een voertuig, woonwagen, tent of soortgelijk ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken; d. zich na 22.00 uur op te houden op schoolpleinen en op voor het publiek toegankelijke en 53
kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaatsen en speelweiden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaatsen en speelweiden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Toelichting
De nummering is aangepast. Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke en artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke zijn reeds vervallen. Artikel 2:47 wordt hierdoor 2:24.
Artikel 2:47a wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:47a Messen en andere voorwerpen als steekwapen 1. Het is verboden op een openbare plaats, met inbegrip van daarvan gelegen, voor het publiek toegankelijke gebouwen, messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben. 2. Dit verbod geldt niet voor wapens, behorende tot de categorieën I, II, III, IV van de Wet wapens en munitie. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt en die zodanig zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik kunnen worden aangewend.
Artikel 2:24a Messen en andere voorwerpen als steekwapen 1. Het is verboden op een openbare plaats, met inbegrip van daarvan gelegen, voor het publiek toegankelijke gebouwen, messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben. 2. Dit verbod geldt niet voor wapens, behorende tot de categorieën I, II, III, IV van de Wet wapens en munitie. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt en die zodanig zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik kunnen worden aangewend.
Toelichting
De nummering is aangepast. 54
Artikel 2:48 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet.
Artikel 2:25 Verboden drankgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet.
Toelichting
De nummering is aangepast.
Artikel 2:48a wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:48a Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief
Artikel 2:25a Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief 55
als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Toelichting
De nummering is aangepast.
Artikel 2:49 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
Artikel 2:26 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. 56
2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Toelichting
De nummering is aangepast.
Artikel 2:50 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:28 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Toelichting
De nummering is aangepast.
Artikel 2.50a wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt 57
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2.50a Verbod op zichtbare uitingen van Artikel 2:28a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Strafrecht.
Toelichting
De nummering is aangepast.
Artikel 2:51 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw, de ingang van een portiek of een hek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 2:29 Neerzetten van fietsen of bromfietsen Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw, de ingang van een portiek of een hek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt. 58
Toelichting
De nummering is aangepast.
Artikel 2:52 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt dan wel op een terrein dat dienst doet als wandelpromenade in een winkelcentrum, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel 2:30 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt dan wel op een terrein dat dienst doet als wandelpromenade in een winkelcentrum, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Toelichting
De nummering is aangepast.
De artikelen 2:53 t/m 2:56 worden als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:53 Bespieden van personen (Vervallen) Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur 59
(Vervallen) Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren (Vervallen) Artikel 2:56 Alarminstallatie (Vervallen)
Toelichting
Deze artikelen zijn reeds vervallen en daarom verwijderd.
Artikel 2:57 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een openbare plaats zonder dat de hond daadwerkelijk en zichtbaar met een fysieke lijn of riem is aangelijnd; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speel- en ligweide en plaatsen die krachtens artikel 5.34a door het college zijn aangewezen als barbecueplaats of op een andere door het college aangewezen plaats, ook in het geval de hond is aangelijnd; c. op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
Artikel 2:31 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een openbare plaats zonder dat de hond daadwerkelijk en zichtbaar met een fysieke lijn of riem is aangelijnd; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speel- en ligweide en plaatsen die krachtens artikel 5:10a door het college zijn aangewezen als barbecueplaats of op een andere door het college aangewezen plaats, ook in het geval de hond is aangelijnd; c. op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 60
2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar de verboden genoemd in het eerste lid, onder a en b, gedurende het gehele jaar of gedeelte daarvan niet gelden. 3. Het eerste lid, onder a en b, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar de verboden genoemd in het eerste lid, onder a en b, gedurende het gehele jaar of gedeelte daarvan niet gelden. 3. Het eerste lid, onder a en b, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Toelichting
De nummering is aangepast. Artikel 2:53 Bespieden van personen, artikel 2:54 Bewakingsapparatuur, artikel 2:55 Nodeloos alarmeren en artikel 2:56 Alarminstallatie, zijn allen reeds vervallen en daarom verwijderd. Artikel 2:57 wordt hierdoor 2:31.
Artikel 2:58 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 4. Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt, is verplicht
Artikel 2:32 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 4. Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt, is verplicht 61
een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor verwijdering van de uitwerpselen. Het college kan hiervoor geschikte hulpmiddelen vaststellen. 5. Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt is verplicht het hulpmiddel als bedoeld in het derde lid op eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar te laten zien.
een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor verwijdering van de uitwerpselen. Het college kan hiervoor geschikte hulpmiddelen vaststellen. 5. Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt is verplicht het hulpmiddel als bedoeld in het derde lid op eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar te laten zien.
Toelichting
De nummering is aangepast.
Artikel 2:59 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting als bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
Artikel 2:33 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting als bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: 62
a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd artikel 2:57 eerste lid, aanhef en onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd artikel 2:31 eerste lid, aanhef en onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Toelichting
De nummering is aangepast.
Artikel 2:60 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben;
Artikel 2:34 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; 63
b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven. 2. Het is verboden om, op door het college aan te wijzen locaties en perioden, in het wild levende dieren te voeren. 3. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
2.
3.
4.
5.
b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven. Het is verboden om, op door het college aan te wijzen locaties en perioden, in het wild levende dieren te voeren. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’).
Toelichting
De nummering is aangepast. Lid 5 is toegevoegd. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Dat betekent dat wanneer het bevoegd gezag niet binnen de beslistermijn op een aanvraag om omgevingsvergunning beslist, er geen omgevingsvergunning van rechtswege meer zal worden verleend. De aanvrager zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet alleen nog gebruik kunnen maken van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen om een stilzittend bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen.
Artikel 2:61 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021) 64
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Artikel 2:61 Verontreiniging door paarden of pony’s 1. Degene die zich met een paard of pony op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van dat paard of die pony onmiddellijk worden verwijderd. 2. Degene die zich met een paard of pony op een openbare plaats bevindt, is verplicht op door het college aangewezen openbare plaatsen ervoor te zorgen dat het paard of de pony een doeltreffende voorziening draagt om de uitwerpselen op te vangen.
Artikel 2:35 Verontreiniging door paarden of pony’s 1. Degene die zich met een paard of pony op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van dat paard of die pony onmiddellijk worden verwijderd. 2. Degene die zich met een paard of pony op een openbare plaats bevindt, is verplicht op door het college aangewezen openbare plaatsen ervoor te zorgen dat het paard of de pony een doeltreffende voorziening draagt om de uitwerpselen op te vangen.
Toelichting
De nummering is aangepast.
De artikelen 2:62 t/m 2:64 worden als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:62 Loslopend vee (Vervallen) Artikel 2:63 Duiven (Vervallen) Artikel 2:64 Bijen (Vervallen)
Toelichting
Deze artikelen zijn reeds vervallen en daarom verwijderd. 65
Artikel 2:65 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Artikel 2:27 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Toelichting
De nummering is aangepast. Hiernaast is artikel 2:65 verplaatst naar een meer logische plaats in de Algemene Plaatselijke Verordening.
Omdat er enkel wijzigingen in de nummering plaatsvinden (en één wijziging waar al eerder bij is stilgestaan) in de gehele afdeling 9, worden de wijzigingen in één tabel gevat. Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:66 Definitie In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:36 Definitie In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester
Artikel 2:37 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester 66
gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. 3. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: 1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; 2. van een verandering van de onder 1o bedoelde adressen; 3. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; 4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan. b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; c.
aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn
gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. 3. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 4. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Artikel 2:38 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: 1. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: a. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; b. van een verandering van de onder 1o bedoelde adressen; c. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; d.
dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan. 67
naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
2. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; 3. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; 4. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Toelichting
De nummering is aangepast. Hiernaast is de stijl van opsomming in overeenstemming gebracht met de rest van de verordening. Artikel 2:37, lid 4, is toegevoegd. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Dat betekent dat wanneer het bevoegd gezag niet binnen de beslistermijn op een aanvraag om omgevingsvergunning beslist, er geen omgevingsvergunning van rechtswege meer zal worden verleend. De aanvrager zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet alleen nog gebruik kunnen maken van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen om een stilzittend bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen.
De artikelen 2:69 en 2:70 worden als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (Vervallen) Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven (Vervallen)
Toelichting
Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen en artikel 2:70 Handel in horecabedrijven zijn reeds vervallen en daarom verwijderd. 68
Omdat er enkel wijzigingen in de nummering plaatsvinden (en één wijziging waar al eerder bij is stilgestaan) in de gehele afdeling 10, worden de wijzigingen in één tabel gevat. Afdeling 10. Consumentenvuurwerk wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.
Artikel 2:39 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.
Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van Artikel 2:40 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen verkoopdagen 1. Het is verboden in de uitoefening van 1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college. zonder vergunning van het college. 2. Op een aanvraag om een vergunning is 2. Op een aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. van toepassing. 3. In de Omgevingswet zal niet langer Artikel 2:73 Gebruik van worden voorzien in de mogelijkheid consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling van een positieve beschikking bij niet 1. Het is verboden consumentenvuurwerk tijdig beslissen (lex silencio positivo, te gebruiken op een door het college in ‘lsp’). het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen Artikel 2:41 Gebruik van plaats. consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 2.
Het is verboden consumentenvuurwerk 1. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als te gebruiken op een door het college in dat gevaar, schade of overlast kan het belang van het voorkomen van veroorzaken. gevaar, schade of overlast aangewezen 3. De verboden zijn niet van toepassing op plaats. situaties waarin wordt voorzien door 2. Het is verboden consumentenvuurwerk artikel 429, aanhef en onder 1˚, van het op een openbare plaats te gebruiken als Wetboek van Strafrecht. dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. 69
Artikel 2:73a Verbod carbid te schieten 1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.
3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:41a Verbod carbid te schieten 1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (later de Omgevingswet), de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.
Toelichting
De nummering is aangepast. Artikel 2:40, lid 3, is toegevoegd. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Dat betekent dat wanneer het bevoegd gezag niet binnen de beslistermijn op een aanvraag om omgevingsvergunning beslist, er geen omgevingsvergunning van rechtswege meer zal worden verleend. De aanvrager zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet alleen nog gebruik kunnen maken van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen om een stilzittend bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen. Delen van de Wabo gaan op in de Omgevingswet, de verwijzing naar de Omgevingswet is daarom toegevoegd.
Omdat er enkel wijzigingen in de nummering plaatsvinden in de gehele afdeling 11, worden de wijzigingen in één tabel gevat. Afdeling 11. Drugsoverlast wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:74 Drugshandel op straat
Artikel 2:42 Drugshandel op straat 70
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik 1. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover het gebruik betrekking heeft op de uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunde, de tandheelkunde of de diergeneeskunde door apothekers, artsen, tandartsen en dierenartsen dan wel door een andere beroepsoefenaar die bevoegd is de geneeskunde, tandheelkunde of diergeneeskunde uit te oefenen. 3. Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor zover het gebruik plaatsvindt door een persoon die het middel in het kader van een ziekte, gebrek of aandoening om medische redenen moet gebruiken en het middel hem rechtmatig is verstrekt door een apotheker, arts of tandarts dan wel door een andere beroepsbeoefenaar die bevoegd is de geneeskunde of tandheelkunde uit te oefenen.
Artikel 2:42a Openlijk drugsgebruik 1. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover het gebruik betrekking heeft op de uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunde, de tandheelkunde of de diergeneeskunde door apothekers, artsen, tandartsen en dierenartsen dan wel door een andere beroepsoefenaar die bevoegd is de geneeskunde, tandheelkunde of diergeneeskunde uit te oefenen. 3. Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor zover het gebruik plaatsvindt door een persoon die het middel in het kader van een ziekte, gebrek of aandoening om medische redenen moet gebruiken en het middel hem rechtmatig is verstrekt door een apotheker, arts of tandarts dan wel door een andere beroepsbeoefenaar die bevoegd is de geneeskunde of tandheelkunde uit te oefenen.
Artikel 2:74b Verzameling van personen in verband met drugs 1. Het is verboden op of aan wegen dan wel op andere voor het publiek toegankelijke plaatsen die door de burgemeester zijn aangewezen indien de openbare orde dat in verband met het openlijk gebruik van en/of handel
Artikel 2:42b Verzameling van personen in verband met drugs 1. Het is verboden op of aan wegen dan wel op andere voor het publiek toegankelijke plaatsen die door de burgemeester zijn aangewezen indien de openbare orde dat in verband met het openlijk gebruik van en/of handel 71
dan wel heling in middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, deel te nemen aan een verzameling van vier of meer personen. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet als de verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik van en/of de handel dan wel heling in middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet. 3. Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als bedoeld in het eerste lid, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie direct zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen.
dan wel heling in middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, deel te nemen aan een verzameling van vier of meer personen. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet als de verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik van en/of de handel dan wel heling in middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet. 3. Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als bedoeld in het eerste lid, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie direct zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen.
Artikel 2:74c Verblijfsontzegging in verband Artikel 2:42c Verblijfsontzegging in verband met drugs met drugs 1. De burgemeester kan in het belang van 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene die zich de openbare orde aan degene die zich gedraagt in strijd met artikel 2:74, 2:74a gedraagt in strijd met artikel 2:42, 2:42a en/of 2:74b een verbod opleggen om en/of 2:42b een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste 24 genoemd tijdvak van ten hoogste 24 uur te bevinden op in dat verbod uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgevonden. gedragingen hebben plaatsgevonden. 2. De burgemeester kan in het belang van 2.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene aan wie de openbare orde aan degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na het van wie binnen zes maanden na het opleggen van dit verbod wordt opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat hij zich wederom geconstateerd dat hij zich wederom gedraagt in strijd met een of meer van gedraagt in strijd met een of meer van de in het eerste lid genoemde artikelen, de in het eerste lid genoemde artikelen, een verbod opleggen om zich een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste 14 dagen te tijdvak van ten hoogste 14 dagen te bevinden op in dat verbod aangewezen bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgevonden. hebben plaatsgevonden. 3. De burgemeester beperkt het in het 3. De burgemeester beperkt het in het eerste of tweede lid genoemde verbod, eerste of tweede lid genoemde verbod, indien dit in verband met de indien dit in verband met de persoonlijke omstandigheden van persoonlijke omstandigheden van 72
degene voor wie het verbod geldt, noodzakelijk is.
degene voor wie het verbod geldt, noodzakelijk is.
Toelichting
De nummering is aangepast.
Omdat er enkel wijzigingen in de nummering plaatsvinden in de gehele afdeling 12, worden de wijzigingen in één tabel gevat. Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50 van de Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:43 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:24, 2:25, 2:26, 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:44 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
Artikel 2:45 Cameratoezicht op openbare plaatsen De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
73
Artikel 2:78 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid. 3. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Artikel 2:46 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid. 3. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Toelichting
De nummering is aangepast.
De artikelen 3:1 t/m 3:5 blijven ongewijzigd. Artikel 3:6 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
74
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 3:6 Sluitingstijden Artikel 3:6 Sluitingstijden 1. Het is verboden een seksinrichting voor 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: verblijven: a. op maandag tot en met vrijdag a. op maandag tot en met vrijdag tussen 1.00 en 5.00 uur; tussen 1.00 en 5.00 uur; b. op zaterdag en zondag tussen b. op zaterdag en zondag tussen 1.30 en 5.00 uur. 1.30 en 5.00 uur. 2. Het bevoegd orgaan kan door middel 2. Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in van een voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke artikel 1:3 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. vaststellen. 3. Het is bezoekers van een seksinrichting 3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn. gesloten dient te zijn. 4. Het in het eerste tot en met derde lid 4.
Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voorzover de op de bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn. voorschriften van toepassing zijn.
Toelichting
De nummering is aangepast.
Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke (artikel 3:3 t/m 3:11) was dubbel opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening. Deze dubbeling is hersteld. De artikelen 3:7 t/m 3:12 blijven ongewijzigd. Artikel 3:13 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 3:13 Weigeringsgronden
Artikel 3:13 Weigeringsgronden 75
1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde; d. het maximaal af te geven aantal vergunningen als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid is verleend. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woonen leefklimaat; c. de veiligheid van personen of goederen; d. de verkeersvrijheid of – veiligheid; e. de gezondheid of zedelijkheid; f. de arbeidsomstandigheden van de prostituee. 3. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde; d. het maximaal af te geven aantal vergunningen als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid is verleend. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woonen leefklimaat; c. de veiligheid van personen of goederen; d. de verkeersvrijheid of – veiligheid; e. de gezondheid of zedelijkheid; f. de arbeidsomstandigheden van de prostituee. 3. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
Toelichting 76
De nummering is aangepast.
Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer blijft ongewijzigd. Afdeling 5. Overgangsbepaling wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Afdeling 5. Overgangsbepaling (Vervallen) Artikel 3:16 Overgangsbepaling (Vervallen)
Toelichting
Deze afdeling en het enkele artikel daarin zijn reeds vervallen en worden daarom verwijderd.
Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:1 Definities Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: In deze afdeling wordt verstaan onder: a. collectieve festiviteit: festiviteit die niet a. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; inrichtingen is verbonden; b. gevoelige gebouwen: hetgeen b. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; milieubeheer; c. gevoelige terreinen: hetgeen c. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel daaronder wordt verstaan in artikel
77
1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; d. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; g. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; d. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:4 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; g. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
Toelichting
De nummering is aangepast.
Artikel 4:2 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:4 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per 78
3.
4.
5.
6.
7.
8.
kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de door het college aan te wijzen delen van de gemeente. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 uiterlijk om 0.00 uur beëindigd.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de door het college aan te wijzen delen van de gemeente. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:4 uiterlijk om 0.00 uur beëindigd.
Toelichting
De nummering is aangepast.
Artikel 4:3 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
79
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van de festiviteit waarvoor de kennisgeving wordt gedaan. 4. De melding is gedaan wanneer deze volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is gedaan. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6.