CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-tabel Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk.pdf

Raadsvergadering 15 juni 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Rijswijk (21-039)34.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

één verkeersmaatregel te treffen; en e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10m2 per object; en f. er een organisator is; en g. de organisator ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 5. Onder een groot evenement wordt verstaan: een evenement dat door de burgemeester als zodanig wordt aangemerkt op grond van een meer dan gemiddelde belasting op de woonen leefomgeving en een meer dan gemiddelde inzet van de hulpdiensten. 6. Onder evenemententerrein wordt verstaan: de ruimte die in de evenementenvergunning is aangegeven om de activiteiten te laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen daarnaar te kijken en/of er aan deel te nemen.

Toelichting

De nummering is aangepast.

Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement of groot evenement te organiseren, toe te laten en/of feitelijk te leiden.

Artikel 2:8 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement of groot evenement te organiseren, toe te laten en/of feitelijk te leiden. 29

2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. De melding als bedoeld in artikel 2:24, vierde lid, onder g bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder/organisator, en een beschrijving van de aard en omvang van het evenement waarvoor de melding wordt gedaan. 4. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Voor het op het evenemententerrein verrichten van activiteiten, die op grond van deze verordening vergunningplichtig zijn of waarvoor een ontheffing of voorafgaande kennisgeving is vereist, is tijdens de duur van het evenement geen afzonderlijke vergunning/ontheffing/kennisgeving nodig, mits die activiteiten vermeld zijn in de vergunning als bedoeld in het eerste lid. 6.

Op een evenemententerrein mogen geen activiteiten plaatsvinden die op grond van deze verordening vergunningplichtig zijn of waarvan een ontheffing of voorafgaande kennisgeving is vereist tenzij die activiteiten vermeld zijn in de vergunning als bedoeld in het eerste lid. 7. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. De melding als bedoeld in artikel 2:7, vierde lid, onder g bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder/organisator, en een beschrijving van de aard en omvang van het evenement waarvoor de melding wordt gedaan. 4. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Voor het op het evenemententerrein verrichten van activiteiten, die op grond van deze verordening vergunningplichtig zijn of waarvoor een ontheffing of voorafgaande kennisgeving is vereist, is tijdens de duur van het evenement geen afzonderlijke vergunning/ontheffing/kennisgeving nodig, mits die activiteiten vermeld zijn in de vergunning als bedoeld in het eerste lid. 6.

Op een evenemententerrein mogen geen activiteiten plaatsvinden die op grond van deze verordening vergunningplichtig zijn of waarvan een ontheffing of voorafgaande kennisgeving is vereist tenzij die activiteiten vermeld zijn in de vergunning als bedoeld in het eerste lid. 7. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 30

8. een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s is geen klein evenement in de zin van artikel 2:24, vierde lid. 9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 10. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

8. een krachtens artikel 2:7, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s is geen klein evenement in de zin van artikel 2:7, vierde lid. 9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 10. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’).

Toelichting

De nummering is aangepast. Lid 9 stond dubbel in het artikel, dit is hersteld. Lid 10 is toegevoegd. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Dat betekent dat wanneer het bevoegd gezag niet binnen de beslistermijn op een aanvraag om omgevingsvergunning beslist, er geen omgevingsvergunning van rechtswege meer zal worden verleend. De aanvrager zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet alleen nog gebruik kunnen maken van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen om een stilzittend bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen.

Artikel 2:25a wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:25a Weigering evenementenvergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning voor een groot evenement weigeren indien onevenredig veel beslag wordt gelegd op de hulpdiensten en/of de gemeentelijke diensten.

Artikel 2:8a Weigering evenementenvergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning voor een groot evenement weigeren indien onevenredig veel beslag wordt gelegd op de hulpdiensten en/of de gemeentelijke diensten. 31

Toelichting

De nummering is aangepast.

Artikel 2:25b wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:25b Beslistermijn 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2 neemt de burgemeester het besluit om de aanvraag om vergunning voor een groot evenement binnen 12 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. 2. De burgemeester kan het nemen van een besluit op de aanvraag om vergunning als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste 12 weken verdagen.

Artikel 2:8b Beslistermijn 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2 neemt de burgemeester het besluit om de aanvraag om vergunning voor een groot evenement binnen 12 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. 2. De burgemeester kan het nemen van een besluit op de aanvraag om vergunning als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste 12 weken verdagen.

Toelichting

De nummering is aangepast.

Artikel 2:25c wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:25c Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Artikel 2:8c Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 32

2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod van het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod van het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Toelichting

De nummering is aangepast.

De artikelen 2:26 en 2:26a worden als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2.26 Voetbalwedstrijden (Vervallen) Artikel 2.26a ordeverstoring bij voetbalwedstrijden (Vervallen)

Toelichting

Deze artikelen zijn reeds vervallen en daarom verwijderd.

Omdat er enkel wijzigingen in de nummering plaatsvinden (en één wijziging waar al eerder bij is stilgestaan) in de gehele afdeling 4, worden de wijzigingen in één tabel gevat. Afdeling 4. Toezicht op horecabedrijven wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt 33

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder horecabedrijf verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een restaurant, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden; 3. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

Artikel 2:9 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder horecabedrijf verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een restaurant, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden; 3. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

Artikel 2:28 Exploitatie horecabedrijf 1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Geen vergunning is vereist voor een horecabedrijf die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of - restaurant; of

Artikel 2:10 Exploitatie horecabedrijf 1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Geen vergunning is vereist voor een horecabedrijf die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of - restaurant; of 34

e. een rouwcentrum of crematorium. 3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:28a Indieningsvereisten vergunningaanvraag In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld dan wel bijgevoegd: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. de persoonsgegevens van de leidinggevende(n); c. een bewijsstuk waaruit blijkt dat de exploitant rechtmatig verblijf heeft in Nederland; d. de aard van het horecabedrijf; e. een plattegrond van het horecabedrijf met een schaal van tenminste 1:100 waarop duidelijk de afmetingen van de inrichting en een eventueel terras zijn aangegeven; f. een recente (maximaal drie maanden oude) verklaring omtrent gedrag; g. een op grond van de Wet Bibob vastgesteld en ingevuld vragenformulier met de daarbij behorende bijlagen en bescheiden. Artikel 2:28b Buiten behandeling laten vergunningaanvraag De burgemeester laat de aanvraag om vergunning buiten behandeling indien de aanvraag niet voldoet aan de in artikel 2:28a gestelde indieningsvereisten. Artikel 2:28c Weigering en intrekking exploitatievergunning horecabedrijf 1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en 1:8 weigert dan wel trekt de burgemeester de vergunning voorts in indien de exploitant of de

e. een rouwcentrum of crematorium. 3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 4. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Artikel 2:10a Indieningsvereisten vergunningaanvraag In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld dan wel bijgevoegd: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. de persoonsgegevens van de leidinggevende(n); c. een bewijsstuk waaruit blijkt dat de exploitant rechtmatig verblijf heeft in Nederland; d. de aard van het horecabedrijf; e. een plattegrond van het horecabedrijf met een schaal van tenminste 1:100 waarop duidelijk de afmetingen van de inrichting en een eventueel terras zijn aangegeven; f. een recente (maximaal drie maanden oude) verklaring omtrent gedrag; g. een op grond van de Wet Bibob vastgesteld en ingevuld vragenformulier met de daarbij behorende bijlagen en bescheiden. Artikel 2:10b Buiten behandeling laten vergunningaanvraag De burgemeester laat de aanvraag om vergunning buiten behandeling indien de aanvraag niet voldoet aan de in artikel 2:10a gestelde indieningsvereisten. Artikel 2:10c Weigering en intrekking exploitatievergunning horecabedrijf 1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 weigert de burgemeester de vergunning indien de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,

35

leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en in afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken dan wel weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. De burgemeester kan de vergunning voorts weigeren dan wel onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 intrekken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Artikel 2:28d Beslistermijn 1. De burgemeester neemt het besluit om de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:28 eerst lid, binnen 12 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. 2. De burgemeester kan het nemen van een besluit op de aanvraag voor ten hoogste 12 weken verdagen. Artikel 2:28e Wijziging leidinggevende 1. Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe leidinggevende indien de exploitant of leidinggevende kan aantonen dat de nieuwe leidinggevende op de exploitatievergunning is bijgeschreven. 2.

In afwijking van het eerste lid kan het beheer tot op de aanvraag is beslist, tijdelijk worden uitgeoefend door een nieuwe leidinggevende, indien de exploitant of leidinggevende een bevestiging van de burgemeester kan tonen waaruit blijkt dat die nieuwe leidinggevende ten behoeve van bijschrijving op de exploitatievergunning is aangemeld. Artikel 2:28f Overgangssituatie 1. In het geval het exploiteren van het horecabedrijf is beëindigd, vervalt de exploitatievergunning:

beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 en 1:7 weigert dan wel trekt de burgemeester de vergunning voorts in indien de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 en in afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken dan wel weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. De burgemeester kan de vergunning voorts weigeren dan wel onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 intrekken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Artikel 2:10d Beslistermijn 1. De burgemeester neemt het besluit om de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:10, eerst lid, binnen 12 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. 2. De burgemeester kan het nemen van een besluit op de aanvraag voor ten hoogste 12 weken verdagen. Artikel 2:10e Wijziging leidinggevende 1. Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe leidinggevende indien de exploitant of leidinggevende kan aantonen dat de nieuwe leidinggevende op de exploitatievergunning is bijgeschreven. 2.

In afwijking van het eerste lid kan het beheer tot op de aanvraag is beslist, tijdelijk worden uitgeoefend door een nieuwe leidinggevende, indien de exploitant of leidinggevende een bevestiging van de burgemeester kan tonen waaruit blijkt dat die nieuwe leidinggevende ten behoeve van bijschrijving op de exploitatievergunning is aangemeld. 36

a. indien niet binnen 12 weken na het beëindigen van het exploiteren van het horecabedrijf een volledige aanvraag om een nieuwe vergunning voor het exploiteren van hetzelfde horecabedrijf is ingediend; b. op het moment dat op een ingediende aanvraag om een nieuwe vergunning voor het exploiteren van hetzelfde horecabedrijf is ingediend; 2. Van beëindiging van het exploiteren van het horecabedrijf is sprake, indien: a. het horecabedrijf blijkens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel niet meer voor rekening van de exploitant op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd; b. op grond van nadere informatie blijkt dat het horecabedrijf niet meer voor rekening van de exploitant op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd. 3. Gedurende de periode dat nog niet op een ingediende aanvraag om een nieuwe vergunning is beslist, kan de burgemeester met het oog op de in artikel 2:28c juncto artikel 1:8 genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van in die aanschrijving vermelde voorzieningen. Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Het horecabedrijf is gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 05.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 01.30 uur en 05.00 uur. 2. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend terras. 3.

Het is verboden het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven na sluitingstijd.

Artikel 2:10f Overgangssituatie 1. In het geval het exploiteren van het horecabedrijf is beëindigd, vervalt de exploitatievergunning: a. indien niet binnen 12 weken na het beëindigen van het exploiteren van het horecabedrijf een volledige aanvraag om een nieuwe vergunning voor het exploiteren van hetzelfde horecabedrijf is ingediend; b. op het moment dat op een ingediende aanvraag om een nieuwe vergunning voor het exploiteren van hetzelfde horecabedrijf is ingediend; 2. Van beëindiging van het exploiteren van het horecabedrijf is sprake, indien: a. het horecabedrijf blijkens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel niet meer voor rekening van de exploitant op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd; b. op grond van nadere informatie blijkt dat het horecabedrijf niet meer voor rekening van de exploitant op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd. 3. Gedurende de periode dat nog niet op een ingediende aanvraag om een nieuwe vergunning is beslist, kan de burgemeester met het oog op de in artikel 2:10c juncto artikel 1:7 genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van in die aanschrijving vermelde voorzieningen. Artikel 2:11 Sluitingstijd 1. Het horecabedrijf is gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 05.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 01.30 uur en 05.00 uur. 2.

De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een

37

4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 5. Voor een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:28, tweede lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 6. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de in artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een horecabedrijf: a. de orde te verstoren; b. zich als bezoeker te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat het horecabedrijf gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30 eerste lid.

Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven De exploitant van een horecabedrijf staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan

3.

4. 5.

6.

7.

8.

afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend terras. Het is verboden het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven na sluitingstijd. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Voor een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:10, tweede lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’).

Artikel 2:12 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de in artikel 2:11 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. Artikel 2:13 Verboden gedragingen Het is verboden in een horecabedrijf: a. de orde te verstoren; b. zich als bezoeker te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat het horecabedrijf gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:12, eerste lid. Artikel 2:14 Handel in horecabedrijven 38

Als een horecabedrijf geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.

De exploitant van een horecabedrijf staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. Artikel 2:15 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een horecabedrijf geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:10 tot en met 2:12 op als bevoegd bestuursorgaan.

Toelichting

De nummering is aangepast. Artikel 2:10 lid 4 en artikel 2:11 lid 8 zijn toegevoegd. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Dat betekent dat wanneer het bevoegd gezag niet binnen de beslistermijn op een aanvraag om omgevingsvergunning beslist, er geen omgevingsvergunning van rechtswege meer zal worden verleend. De aanvrager zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet alleen nog gebruik kunnen maken van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen om een stilzittend bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen.

Artikel 34 bestaat niet in de APV. Artikel 2:35 wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

Artikel 2:16 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

Toelichting 39

De nummering is aangepast.

Artikel 2:36 wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.

Artikel 2:17 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.

Toelichting

De nummering is aangepast.

Artikel 2:37 wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:37 Nachtregister (Vervallen)

Toelichting

Artikel 2:37 is reeds vervallen en daarom verwijderd.

Artikel 2:38 wordt als volgt gewijzigd: 40

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.

Artikel 2:18 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.

Toelichting

Artikel 2:37 is reeds vervallen en daarom verwijderd.

Omdat er enkel wijzigingen in de nummering plaatsvinden (en één wijziging waar al eerder bij is stilgestaan) in de gehele afdeling 6, worden de wijzigingen in één tabel gevat. Afdeling 6. Toezicht op speelgelegenheden wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

Artikel 2:19 Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet. 41

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4. Op een aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan. 3. Voor een speelautomatenhal kan voor ten hoogste 150 kansspelautomaten vergunning worden verleend.

Artikel 2:20 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4. Op een aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 5. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Artikel 2:21 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan. 3. Voor een speelautomatenhal kan voor ten hoogste 150 kansspelautomaten vergunning worden verleend.

Toelichting

De nummering is aangepast. Artikel 2:20, lid 5 is toegevoegd. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Dat 42

betekent dat wanneer het bevoegd gezag niet binnen de beslistermijn op een aanvraag om omgevingsvergunning beslist, er geen omgevingsvergunning van rechtswege meer zal worden verleend. De aanvrager zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet alleen nog gebruik kunnen maken van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen om een stilzittend bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen.

Omdat er enkel wijzigingen in de nummering plaatsvinden (en één wijziging waar al eerder bij is stilgestaan) in de gehele afdeling 7, worden de wijzigingen in één tabel gevat. Afdeling 7. Toezicht op bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2.41 Tegengaan onveilig, niet leefbaar Artikel 2:22 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot toepassing, de tot vertegenwoordiging van die vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; worden uitgeoefend; b. beheerder: de natuurlijke b. beheerder: de natuurlijke persoon die feitelijk leiding persoon die feitelijk leiding geeft of de leiding heeft over de geeft of de leiding heeft over de bedrijfsmatige activiteiten; bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige c.

bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in woning die als zodanig in gebruik is. gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een derde lid van toepassing is. Een gebouw gebouw of gebied wordt uitsluitend of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat aangewezen als in of rondom dat 43

gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e.

indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes

gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e.

indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes

44

gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. 5. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 6.

Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag

gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. 5. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 6.

Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag 45

kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de voorwaarden uit de vergunning of de plichten voortvloeiend uit dit artikel niet worden nageleefd; of d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of i.

redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of

kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de voorwaarden uit de vergunning of de plichten voortvloeiend uit dit artikel niet worden nageleefd; of d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of i.

redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of

46

j.

de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan. 8. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. 9. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. 11. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. Na het indienen van een aanvraag voor een wijziging in de exploitatie, verleent de burgemeester een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. 12. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 13. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 14.

In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het

j.

de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan. 8. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. 9. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. 11. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. Na het indienen van een aanvraag voor een wijziging in de exploitatie, verleent de burgemeester een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. 12. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 13. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 14.

In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het 47

aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 15. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2.41a Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, of voor het publiek openstaande gebouwen en/of de daarbij behorende erven in bepaald gebied, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten. 2. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 3. Het in het eerste lid gepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.

aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 15. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 16. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Artikel 2:22a Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, of voor het publiek openstaande gebouwen en/of de daarbij behorende erven in bepaald gebied, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten. 2. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 3.

Het in het eerste lid gepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.

Toelichting

De nummering is aangepast. 48

Artikel 2:20, lid 5 is toegevoegd. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Dat betekent dat wanneer het bevoegd gezag niet binnen de beslistermijn op een aanvraag om omgevingsvergunning beslist, er geen omgevingsvergunning van rechtswege meer zal worden verleend. De aanvrager zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet alleen nog gebruik kunnen maken van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen om een stilzittend bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen.

Artikel 2.41b wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2.41b Betreden gesloten woning, lokaal of voor publiek openstaand gebouw 1. Het is verboden een krachtens artikel 2.41a gesloten gebouw of een bij dat gebouw behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 4. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

Artikel 2:22b Betreden gesloten woning, lokaal of voor publiek openstaand gebouw 1. Het is verboden een krachtens artikel 2:22a gesloten gebouw of een bij dat gebouw behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 4. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

Toelichting

De nummering is aangepast.

Artikel 2:42 wordt als volgt gewijzigd: 49

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)

Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. 5. Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 6. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 7. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.

Artikel 7.2.1 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. 5. Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 6. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 7. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.

50

Toelichting

Artikel 2:42 gaat over in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast.

Artikel 2:43 wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke (Vervallen)

Toelichting

Artikel 2:43 is reeds vervallen en daarom verwijderd.

Artikel 2:44 wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van

Artikel 2:23 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van 51

braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

Toelichting

De nummering is aangepast. Artikel 2:42 Plakken en kladden is overgegaan in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke is reeds vervallen. Artikel 2:44 wordt hierdoor 2:23.

Artikel 2:44a wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen 1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.

Artikel 2:23a Vervoer geprepareerde voorwerpen 1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.

Toelichting

De nummering is aangepast.

De artikelen 2:45 en 2:46 worden als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

52

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke (Vervallen) Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke (Vervallen)

Toelichting

Deze artikelen zijn reeds vervallen en daarom verwijderd.

Artikel 2:47 wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)

Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt; c. een voertuig, woonwagen, tent of soortgelijk ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken; d. zich na 22.00 uur op te houden op schoolpleinen en op voor het publiek toegankelijke en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=0035453c-d623-48a7-a1b5-e2e67a29bdf4