Was-wordt-tabel Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk.pdf
Tekst van het document
6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:4, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van de festiviteit waarvoor de kennisgeving wordt gedaan. 4. De melding is gedaan wanneer deze volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is gedaan. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6.
6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en 80
exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 uiterlijk om 0.00 uur beëindigd. 9. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:4 uiterlijk om 0.00 uur beëindigd. 9. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Toelichting
De nummering is aangepast.
Artikel 4:4 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten (Vervallen)
Toelichting
Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten is reeds vervallen en daarom verwijderd.
Artikel 4:5 wordt als volgt gewijzigd: 81
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:4 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2. Tabel 7.00-19.00 7.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-7.00 uur uur
1
LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen
LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB(A)
50 dB(A) 40 dB(A)
4
LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
LAr.LT in en aanpandige 30 gevoelige 35 dB(A) 35indB(A) dB(A) gebouwen 25 dB(A)
3
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
LAmax 70 opdB(A) de gevel van gevoelige gebouwen 65 dB(A)
70 dB(A) 60 dB(A)
6
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
LAmax 55 in inen aanpandige50 gevoelige 55 dB(A) dB(A) dB(A) gebouwen 45 dB(A)
5
Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2. Tabel
3.
Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en
3.
Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en
82
4.
5.
avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.
4.
5.
avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.
Toelichting
Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten is reeds vervallen en daarom verwijderd. Artikel 4:5 wordt hierdoor 4:4.
Artikel 4:6 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de provinciale milieuverordening. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 4:5 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de provinciale milieuverordening. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 5. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid 83
van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’).
Toelichting
De nummering is aangepast. Lid 5 is toegevoegd. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Dat betekent dat wanneer het bevoegd gezag niet binnen de beslistermijn op een aanvraag om omgevingsvergunning beslist, er geen omgevingsvergunning van rechtswege meer zal worden verleend. De aanvrager zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet alleen nog gebruik kunnen maken van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen om een stilzittend bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen.
Artikel 4:7 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:7 Straatvegen (Vervallen)
Toelichting
Artikel 4:7 Straatvegen is reeds vervallen en daarom verwijderd.
Artikel 4:7a wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:7a Verbod op het gebruiken van (deels) plastic en metalen confetti
Artikel 4:6 Verbod op het gebruiken van (deels) plastic en metalen confetti 84
Het is verboden confetti bestaande uit kleine snippers die (deels) gemaakt zijn van plastic en/of metaal, te gebruiken en/of te verspreiden in de open lucht.
Het is verboden confetti bestaande uit kleine snippers die (deels) gemaakt zijn van plastic en/of metaal, te gebruiken en/of te verspreiden in de open lucht.
Toelichting
Artikel 4:7 Straatvegen is reeds vervallen en daarom verwijderd. Artikel 4:7a wordt hierdoor artikel 4:6.
Artikel 4:7b wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:7b Verbod op het oplaten van ballonnen 1. In dit artikel wordt onder ballon verstaan: een ballon of lampion van welk materiaal dan ook die door hete lucht, helium of gas in de lucht wegdrijft. 2. Het is verboden om opzettelijk een ballon op te laten of in de lucht te brengen
Artikel 4:7 Verbod op het oplaten van ballonnen 1. In dit artikel wordt onder ballon verstaan: een ballon of lampion van welk materiaal dan ook die door hete lucht, helium of gas in de lucht wegdrijft. 2. Het is verboden om opzettelijk een ballon op te laten of in de lucht te brengen
Toelichting
Artikel 4:7 Straatvegen is reeds vervallen en daarom verwijderd. Artikel 4:7b wordt hierdoor artikel 4:7.
De artikelen 4:8 en 4:9 blijven ongewijzigd. Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden, gaat in zijn geheel op in de Verordening Fysieke Leefomgeving en is daarom uit de Algemene Plaatselijke Verordening verwijderd. Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast wordt hierdoor afdeling 3. Omdat de artikelen over stankoverlast reeds zijn vervallen of opgaan in de Verordening Fysieke Leefomgeving, wordt de tekst ‘en stankoverlast’ verwijderd uit de titel van de afdeling. Artikel 4:10 wordt als volgt gewijzigd: Wordt 85
Was
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Artikel 4:10 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; b. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. 2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. 3. In deze afdeling wordt verstaan onder dunning: het periodiek noodzakelijk vellen binnen een houtopstand, ter bevordering van de leefbaarheid van de overblijvende houtopstanden, waarbij het natuurlijk verloop van het desbetreffende milieu in stand blijft.
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 1.1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Houtopstand: Hakhout, een houtwal of een of meer bomen. Vellen: Rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Dunning: Kappen als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van een houtopstand.
Toelichting
De begrippen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in artikel 1.1.1. Zo ook de begrippen uit de Algemene Plaatselijke Verordening Rijswijk 2011. In de kolom ‘nieuwe tekst’ worden enkel de begrippen uit de Algemene Plaatselijke Verordening Rijswijk 2011weergegeven en niet de gehele begripsbepaling uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele begripsbepaling wordt u doorverwezen naar artikel 1.1.1 in de Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk. Het begrip hakhout komt te vervallen omdat dit begrip niet terug komt in de artikelen. Met de nieuwe definitie van het begrip ‘dunning’ wordt aangesloten bij de Databese juridische begrippen Omgevingswet van de VNG. Het begrip is hiermee in overeenstemming gebracht met de begrippen die onder de Omgevingswet en ook in het omgevingsplan gehanteerd worden. Hierdoor worden misverstanden voorkomen.
Artikel 4:11 wordt als volgt gewijzigd: 86
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het Artikel 4.1.1 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden vellen van houtopstanden 1. Het is verboden zonder 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen. doen vellen. 2. Het verbod geldt niet voor: 2. Het verbod geldt niet voor: a. houtopstanden met een a. houtopstanden met een diameter kleiner dan 15 cm op diameter kleiner dan 15 cm op een hoogte gemeten van 1.30 een hoogte gemeten van 1.30 meter; meter; b. houtopstanden gelegen in een b. houtopstanden gelegen in een voortuin kleiner dan 20m2 en voortuin kleiner dan 20m2 en een achtertuin tot 50m2; een achtertuin tot 50m2; c. (schub)coniferen, zoals de c. (schub)coniferen, zoals de Chameacyparis, Chameacyparis, Cupressocyparis leylandii en Cupressocyparis leylandii en Thuja; Thuja; d. houtopstanden die bij wijze van d. houtopstanden die bij wijze van dunning moeten worden dunning moeten worden geveld; geveld; e. dode houtopstanden; e. dode houtopstanden; f. houtopstanden die een f. houtopstanden die een onmiddellijk dreigend gevaar onmiddellijk dreigend gevaar voor de omgeving vormen voor de omgeving vormen (noodkap); (noodkap); g. houtopstanden met een g. houtopstanden met een besmettelijke (boom)ziekte. besmettelijke (boom)ziekte.
3. In afwijking van artikel 1:8 kan de 3. In afwijking van artikel 9.1.7 kan de vergunning worden geweigerd op grond vergunning worden geweigerd op grond van: van: a. de natuurwaarde van de a. de natuurwaarde van de houtopstand; houtopstand; b. de landschappelijke waarde van b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of van de houtopstand; of f. de waarde voor de leefbaarheid f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. van de houtopstand. 87
4. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
4. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
Toelichting
Artikel 4:11 wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast. Het oorspronkelijke lid 5 is verplaatst naar artikel 9.1.1 Verordening Fysieke Leefomgeving. In dit artikel bevindt zich een opsomming van de artikelen waarvoor paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet en wel geldt.
Artikel 4:12 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege (Vervallen)
Toelichting
Dit artikel is reeds vervallen en wordt daarom verwijderd.
Artikel 4.12a wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
88
Artikel 4.12a Bescherming groenvoorzieningen Het is een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een bloem- of heesterperk dan wel aldaar bloemen en/of planten te plukken.
Artikel 4.1.1a Bescherming groenvoorzieningen Het is een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een bloem- of heesterperk dan wel aldaar bloemen en/of planten te plukken.
Toelichting
Artikel 4:12a wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast.
Artikel 4:12b wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 4.12b Afstand van de erfgrenslijn De afstand als bedoeld in artikel 5.42 van het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen.
Artikel 4.1.1b Afstand van de erfgrenslijn De afstand als bedoeld in artikel 5.42 van het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen.
Toelichting
Artikel 4:12b wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast.
Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
89
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, Artikel 3.2.2 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het is verboden op door het college in 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: hebben: a. onbruikbare of aan hun a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen motorvoertuigen of onderdelen daarvan; daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld c.
kampeermiddelen als bedoeld in artikel 1.1.1 of onderdelen in artikel 1.1.1 of onderdelen daarvan, voor zover het daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude afbraakmaterialen en oude metalen. metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening krachtens de Omgevingswet (nu Wet of de verordening Bescherming ruimtelijke ordening) of de provinciale Landschap en Natuur Zuid-Holland. omgevingsverordening.
Toelichting
90
Artikel 4:13 wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast. De verwijzingen zijn geactualiseerd.
Artikel 4:14 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen (Vervallen)
Toelichting
Dit artikel is reeds vervallen en daarom verwijderd.
Artikel 4:15 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Artikel 4:10 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. 91
Toelichting
De nummering is aangepast.
Artikel 4:16 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame (Vervallen)
Toelichting
Dit artikel is reeds vervallen en daarom verwijderd.
Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen, gaat in zijn geheel op in de VFL en is daarom uit de Algemene Plaatselijke Verordening verwijderd. Artikel 4:17 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel 1.1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Kampeermiddel: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (later Omgevingswet) is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
92
Toelichting
De begrippen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in artikel 1.1.1. Zo ook de begrippen uit de Algemene Plaatselijke Verordening Rijswijk 2011. In de kolom ‘nieuwe tekst’ worden enkel de begrippen uit de Algemene Plaatselijke Verordening Rijswijk 2011weergegeven en niet de gehele begripsbepaling uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele begripsbepaling wordt u doorverwezen naar artikel 1.1.1 in de Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk.
Artikel 4:18 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1.7 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 4.2.1 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1.7 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht.
93
Toelichting
Artikel 4:18 wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast. Het oorspronkelijke lid 5 is verplaatst naar artikel 9.1.1 Verordening Fysieke Leefomgeving. In dit artikel bevindt zich een opsomming van de artikelen waarvoor paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet en wel geldt.
Artikel 4:19 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 1. Artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vierde lid.
Artikel 4.2.2 Aanwijzing kampeerplaatsen 1. Artikel 4.2.1, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4.2.1, vierde lid.
Toelichting
Artikel 4:19 wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast.
Artikel 5:1 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021)
Artikel 5:1 Begripsbepalingen 94
(Vervallen)
Toelichting
Artikel 5:1 is reeds vervallen en daarom verwijderd.
Artikel 5:2 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als
Artikel 5.1.2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als 95
middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Toelichting
Artikel 5:2 wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast. Het oorspronkelijke lid 5 is verplaatst naar artikel 9.1.1 Verordening Fysieke Leefomgeving. In dit artikel bevindt zich een opsomming van de artikelen waarvoor paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet en wel geldt.
Artikel 5:3 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 1. Het is op alle wegen binnen de gemeente verboden een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5.1.3 Te koop aanbieden van voertuigen 1. Het is op alle wegen binnen de gemeente verboden een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Toelichting
96
Artikel 5:3 wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast. Het oorspronkelijke lid 3 is verplaatst naar artikel 9.1.1 Verordening Fysieke Leefomgeving. In dit artikel bevindt zich een opsomming van de artikelen waarvoor paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet en wel geldt.
Artikel 5:4 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 5:4 Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5.1.4 Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Toelichting
Artikel 5:4 wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast.
Artikel 5:5 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te plaatsen of te hebben.
Artikel 3.3.2 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te plaatsen of te hebben. 97
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Toelichting
Artikel 5:5 wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast.
Artikel 5:6 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere Artikel 5.1.5 Kampeermiddelen en andere voertuigen voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins wordt gebruikt: recreatie of anderszins wordt gebruikt: a. langer dan op drie a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen, achtereenvolgende dagen, zonder wezenlijke zonder wezenlijke tijdsonderbreking, te plaatsen tijdsonderbreking, te plaatsen of te hebben op een door het of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; gemeente; b. op een door het college b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. aanzien van de gemeente. 2. Het college kan in uitzonderlijke 2.
Het college kan in uitzonderlijke gevallen ontheffing verlenen van het gevallen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a als uit beoordeling aanhef en onder a als uit beoordeling van een aanvraag blijkt dat: een camper van een aanvraag blijkt dat: een camper ook wordt gebruikt als dagelijks ook wordt gebruikt als dagelijks vervoermiddel, een camper qua vervoermiddel, een camper qua 98
afmetingen niet afwijkt van een personenbusje en niet valt onder de bepalingen in artikel 5.8. Aan een ontheffing kunnen nadere voorschriften worden verbonden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de provinciale wegenverordening of de provinciale landschapsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
afmetingen niet afwijkt van een personenbusje en niet valt onder de bepalingen in artikel 5.1.7. Aan een ontheffing kunnen nadere voorschriften worden verbonden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het provinciale Omgevingsbeleid of de provinciale landschapsverordening.
Toelichting
Artikel 5:6 wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast. Het oorspronkelijke lid 4 is verplaatst naar artikel 9.1.1 Verordening Fysieke Leefomgeving. In dit artikel bevindt zich een opsomming van de artikelen waarvoor paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet en wel geldt. De provinciale wegenverordening is vervallen en vervangen door het omgevingsbeleid.
Artikel 5:7 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 5:7 Reclamevoertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
Artikel 5.1.6 Reclamevoertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
99
beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting
Artikel 5:7 wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De nummering is aangepast. Het oorspronkelijke lid 3 is verplaatst naar artikel 9.1.1 Verordening Fysieke Leefomgeving. In dit artikel bevindt zich een opsomming van de artikelen waarvoor paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet en wel geldt.
Artikel 5:8 wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Bestaande tekst (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 5:8 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen, zonder wezenlijke tijdsonderbreking, op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag
Artikel 5.1.7 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen, zonder wezenlijke tijdsonderbreking, op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag 100