RIB 23 115b eerste fase Omgevingsvisie Rijswijk
Tekst van het document
Voorbeelden zijn de egel, de grutto, de Noordse woelmuis, het konijn, de bever en de zeehond. Gezamenlijk geven de soorten een compleet beeld van de Zuid-Hollandse natuur. De provincie zet daarom in op het behoud en het verbeteren van de leefgebieden van deze 40 soorten. Naar verwachting hebben de maatregelen die gericht zijn op deze soorten eveneens een positief effect op veel andere soorten.
32/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Figuur 16. NNN gebieden gemeente Rijswijk (Provincie Zuid Holland)
Voor de NNN gebieden binnen de gemeente Rijswijk geldt dat er sprake is van een sterke verwevenheid met een recreatieve functie. Dit sluit aan bij de ambitie van de gemeente Rijswijk voor de betreffende gebieden. Aangezien er in de huidige situatie geen duidelijk sprake is van versterking, maar slechts beperkte aantasting wordt de huidige situatie als redelijk beoordeeld.
8.4
Beschrijving en beoordeling autonome ontwikkeling
De verwachting is dat de NNN gebieden verder worden ingericht en beheerd. Knelpunten zoals onvoldoende waterkwaliteit of verdroging zijn echter zorgelijk en worden naar verwachting nog versterkt door klimaatverandering. Ook bodemdaling en stikstof kunnen mogelijk negatieve effecten veroorzaken voor NNN-gebieden waardoor het aantal en de diversiteit aan natuurwaarden mogelijk aangetast worden of zelfs afnemen. Ook is het niet duidelijk welke grote functies een grote claim op de ruimte gaan leggen en op welke plekken. Dit zou ten koste kunnen gaan van de natuuropgave. Tegelijkertijd blijft het NNN beschermd en uitspraken van de Raad van State wijzen er op dat het oppervlak niet achteruit mag gaan. Wel kan deze ruimtelijke claim nadelige gevolgen hebben voor de nog te realiseren NNN opgave. Op basis van deze argumenten wordt de autonome ontwikkeling voor NNN-gebieden als redelijk beoordeeld.
9 Waterkwaliteit De chemische waterkwaliteit is een belangrijke voorwaarde voor het ecologisch functioneren van het watersysteem en voor de kwaliteit van de leefomgeving van planten, dieren en mensen. De chemische waterkwaliteit wordt bepaald door de stoffen (b.v. stikstof, fosfaat en bestrijdingsmiddelen) in het water.
33/91
Kenmerk
9.1
R000-1290775-V02
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Goed
Redelijk
Slecht
Waterkwaliteit
Kwaliteit van het oppervlakte water (toxiciteit)
Geen tot geringe toxiciteit
Matige toxiciteit
Hoge tot zeer hoge toxiciteit
De indicator waterkwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van de kwaliteit van het oppervlaktewater, daarbij wordt met name de toxiciteit van het water in acht genomen. Tot deze toxische stoffen behoren vijf stofgroepen: ammonium ((NHx), metalen, PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), gewasbeschermingsmiddelen en overige organische milieuverontreiniging. Is er geen tot geringe toxiciteit in het oppervlakte water dan wordt de situatie beoordeeld als goed. Is er hoge tot zeer hoge toxiciteit in het oppervlakte water dan wordt de situatie beoordeeld als slecht.
9.2
Beleidskader
Op verschillende niveaus is beleid opgesteld gericht op waterkwaliteit. De verschillende beleidsstukken worden toegelicht in onderstaande tabel. Beleidsniveau
Beleidsstuk
Nationaal
Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)
Toelichting
Het Nationaal Bestuursakkoord Water beschrijft de nationale waterproblematiek. In het NBW is de samenwerking in het waterbeheer en beleid tussen deze partijen vastgelegd. In het NBW komen vooral zaken aan de orde die te maken hebben met de waterkwantiteit. Daarbij horende zijn de veiligheid tegen overstromingen en wateroverlast onderwerpen die in toenemende mate in de belangstelling staan. Beleidslijn grote rivieren De Beleidslijn grote rivieren (de opvolger van de beleidslijn ruimte voor de rivier) is erop gericht de veiligheid tegen overstromingen te waarborgen en de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. NOVI De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet. Sinds 2022 is de Omgevingswet ingegaan en geldt de NOVI als instrument. Er wordt onder andere op het thema water ingegaan. Beleidsbrief Bodem en Water sturend Het Rijk wil bij de inrichting van (2022) met een vervolg samenkomst Nederland meer rekening houden met in 2023 met eindadvies ‘Voorkomen water en bodem en deze aspecten kan niet, voorbereiden wel’: 21 sturend laten zijn bij beslissingen over concrete voorstellen om het beleid de inrichting. Er zijn diverse voor wateroverlast en hoogwater aan structurerende keuzes gemaakt welke te passen. moeten worden uitgewerkt op provinciaal niveau.
Dit betreffen randvoorwaarden waarmee provincies samen met alle betrokken partijen een gebiedsgerichte aanpak kunnen opstellen, bijvoorbeeld: minder bodemafdekking, meer
34/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Provinciaal/ regionaal
Lokaal
zoetwatervoorraden, zuiniger met water omgaan en streven naar water van goede kwaliteit. Omgevingsvisie Zuid-Holland 2023 In de Omgevingsvisie Zuid-Holland beschrijft de provincie waar zij zich de komende jaren op gaat richten. De provincie heeft daarin de volgende ambitie opgenomen voor waterkwaliteit en -kwantiteit: “De provincie wil een goede kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. De Kaderrichtlijn Water (KRW), de Grondwaterrichtlijn en de Drinkwaterrichtlijn worden daarbij gevolgd. […] we zijn weerbaar tegen perioden van droogte of extreme neerslag en variaties in de aan- en afvoer van rivierwater kunnen worden opgevangen.” Natuurbeheerplan Zuid-Holland 2023 Om invulling te geven aan de omgevingsvisie aan natuurgebieden, agrarische natuur en landschapselementen is het Natuurbeheerplan opgesteld: “In het Natuurpact en de overeenkomst met de Manifestpartijen zijn afspraken gemaakt om naast internationale soortendoelen ook internationale Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen op te nemen. Actieplan Klimaatadaptief Rijswijk Als voorloper op een uiteindelijke 2020 Uitvoeringsagenda (conform bestuursakkoord Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie) heeft Rijswijk in 2020 een Actieplan Klimaatadaptief Rijswijk opgesteld. Het resultaat is een actieplan met afwegingskader, waarmee de gemeente aan de slag kan.
Klimaatplan RAAK 2023-2030 De Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering geeft aan hoe Rijswijk middels maatregelen een leefomgeving wilt realiseren in de toekomst die bestand is tegen klimaatverandering. Met name hittestress, droogte en biodiversiteit zijn aandachtspunten voor de gemeente.Door middel van een werkprogramma wordt in de ruimtelijke omgeving en samen met bewoners invulling gegeven aan de Rijswijkse klimaatdoelstellingen. Gemeentelijk Riolerings- en Het plan legt de aandacht bij water als Waterplan Rijswijk 2021 ondersteuner van groenzones en een schone en biodiverse leefomgeving voor inwoners. Rijswijk wil voldoende waterbergend vermogen creëren. Het plan beschrijft hoe de gemeente de aankomende jaren (2021-2025) invulling geeft aan haar watertaken en hoe dit bijdraagt aan haar ambities. Het gaat om afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater.
35/91
Kenmerk
9.3
R000-1290775-V02
Beschrijving en beoordeling huidige situatie
De waterkwaliteit is in Nederland de afgelopen decennia flink verbeterd. Desondanks is de kwaliteit altijd nog aan verbetering onderhevig. Figuur 17 geeft een beeld van de toxische druk van giftige stoffen en stoffenmengsels in het oppervlaktewater. Hoe hoger de druk, hoe meer het leven in en rond het water wordt belemmerd. We zien dat meerdere plekken binnen de gemeente oranje kleuren, wat betekent dat er een hoge mate van toxiciteit is. Met name rondom te Werve en plas de Put is de watertoxiciteit hoog, zo ook in het Wilhelminapark en Elsenburg. Verspreid over Rijswijk zien we enkele plekken met geringe toxiciteit.
Figuur 17. Waterkwaliteit oppervlaktewater, toxische druk (Atlas voor de Leefomgeving, 2018)
Concluderend heeft Rijswijk een slechte waterkwaliteit door een hoge mate van toxiciteit, daarom wordt de huidige situatie beoordeeld als slecht.
9.4
Beschrijving en beoordeling autonome ontwikkeling
Voor een gezonde waterkwaliteit geldt dat de gemeente op regionaal niveau afhankelijk is van internationale en lokale maatregelen. De verwachting is dat door langere droge zomers en hoge temperaturen de kwaliteit van water verslechtert naar een wisselend niveau in de autonome ontwikkeling. Door maatregelen van het Hoogheemraadschap van Delfland en haar Europese verplichting aan de KRW te voldoen is de verwachting dat op termijn de waterkwaliteit toeneemt tot op het gewenste KRW niveau. Dit gaat enkel op voor de KRW wateren. Aanpassingen in de landbouw en ruimtegebruik kunnen door onttrekkingen of diffuse verspreiding van fosfaat en stikstof in het watersysteem wel tot verslechtering leiden. Vanuit het gemeentelijk Riolerings- en Waterplan zet Rijswijk de komende jaren actief in op het verbeteren van onder andere de waterkwaliteit. Samen met Delfland wordt onderzocht hoe, in het kader van nieuwe stroomgebiedsbeheerplan 2022-2027 (SGBP3), ook de lokale wateren in Rijswijk kunnen verbeterd worden middels juiste beheersing en inrichting. Het is te verwachten dat de waterkwaliteit met deze maatregelen zal verbeteren in de toekomst ten opzichte van de huidige
36/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
situatie. De autonome ontwikkeling voor de waterkwaliteit wordt op basis van bovenstaande argumentatie beoordeeld als redelijk.
10 Waterkwantiteit Waterkwantiteit is het hebben van de juiste hoeveelheid water op het juiste moment op de juiste locatie. De juiste hoeveelheid water kan per gebied verschillen, dit heeft met de gebruikersfuncties te maken die in gebieden voorkomen, maar bijvoorbeeld ook met het waterbergend vermogen.
10.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Goed
Redelijk
Slecht
Waterkwantiteit
Waterbergend vermogen van de ondergrond
Ruim voldoende waterbergend vermogen
Voldoende waterbergend vermogen
Onvoldoende waterbergend vermogen
De waterkwantiteit wordt beoordeeld op basis van waterbergend vermogen van de ondergrond.
10.2
Beleidskader
Op verschillende niveaus is beleid opgesteld gericht op waterkwaliteit en -kwantiteit. De verschillende beleidsstukken worden toegelicht in onderstaande tabel. Beleidsniveau
Beleidsstuk
Nationaal
Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)
Toelichting
Het Nationaal Bestuursakkoord Water beschrijft de nationale waterproblematiek. In het NBW is de samenwerking in het waterbeheer en beleid tussen deze partijen vastgelegd. In het NBW komen vooral zaken aan de orde die te maken hebben met de waterkwantiteit. Daarbij horende zijn de veiligheid tegen overstromingen en wateroverlast onderwerpen die in toenemende mate in de belangstelling staan. Beleidslijn grote rivieren De Beleidslijn grote rivieren (de opvolger van de beleidslijn ruimte voor de rivier) is erop gericht de veiligheid tegen overstromingen te waarborgen en de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. NOVI De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet. Vanaf 01-01-2024 is de Omgevingswet van kracht en geldt de NOVI als instrument. Er wordt onder andere op het thema water ingegaan. Beleidsbrief Bodem en Water sturend Het Rijk wil bij de inrichting van (2022) met een vervolg samenkomst Nederland meer rekening houden met in 2023 met eindadvies ‘Voorkomen water en bodem en deze aspecten kan niet, voorbereiden wel’: 21 sturend laten zijn bij beslissingen over concrete voorstellen om het beleid de inrichting. Er zijn diverse
37/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Provinciaal/ regionaal
Lokaal
voor wateroverlast en hoogwater aan structurerende keuzes gemaakt welke te passen. moeten worden uitgewerkt op provinciaal niveau. Dit betreffen randvoorwaarden waarmee provincies samen met alle betrokken partijen een gebiedsgerichte aanpak kunnen opstellen, bijvoorbeeld: minder bodemafdekking, meer zoetwatervoorraden, zuiniger met water omgaan en streven naar water van goede kwaliteit. Omgevingsvisie Zuid-Holland 2023 In de Omgevingsvisie Zuid-Holland beschrijft de provincie waar zij zich de komende jaren op gaat richten. De provincie heeft daarin de volgende ambitie opgenomen voor waterkwaliteit en -kwantiteit: “De provincie wil een goede kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. De Kaderrichtlijn Water (KRW), de Grondwaterrichtlijn en de Drinkwaterrichtlijn worden daarbij gevolgd. […] we zijn weerbaar tegen perioden van droogte of extreme neerslag en variaties in de aan- en afvoer van rivierwater kunnen worden opgevangen.” Natuurbeheerplan Zuid-Holland 2023 Om invulling te geven aan de omgevingsvisie aan natuurgebieden, agrarische natuur en landschapselementen is het Natuurbeheerplan opgesteld: “In het Natuurpact en de overeenkomst met de Manifestpartijen zijn afspraken gemaakt om naast internationale soortendoelen ook internationale Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen op te nemen.
Actieplan Klimaatadaptief Rijswijk Als voorloper op een uiteindelijke 2020 Uitvoeringsagenda (conform bestuursakkoord Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie) heeft Rijswijk in 2020 een Actieplan Klimaatadaptief Rijswijk opgesteld. Het resultaat is een actieplan met afwegingskader, waarmee de gemeente aan de slag kan. Klimaatplan RAAK 2023-2030 De Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering geeft aan hoe Rijswijk middels maatregelen een leefomgeving wilt realiseren in de toekomst die bestand is tegen klimaatverandering. Met name hittestress, droogte en biodiversiteit zijn aandachtspunten voor de gemeente. Door middel van een werkprogramma wordt in de ruimtelijke omgeving en samen met bewoners invulling gegeven aan de Rijswijkse klimaatdoelstellingen. Gemeentelijk Riolerings- en Het plan legt de aandacht bij water als Waterplan Rijswijk 2021 ondersteuner van groenzones en een schone en biodiverse leefomgeving voor inwoners. Rijswijk wil voldoende waterbergend vermogen creëren. Het plan beschrijft hoe de gemeente de aankomende jaren (2021-2025)
38/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
invulling geeft aan haar watertaken en hoe dit bijdraagt aan haar ambities. Het gaat om afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater.
10.3
Beschrijving en beoordeling huidige situatie
Op onderstaande kaart zien we hoeveel water de bodem op plekken op kan slaan, totdat de grond tot het oppervlak is gevuld. De rode en oranje plekken geven de gebieden aan waar de bodem minder water kan opvangen, omdat er minder ruimte is in de grond voor water. Zoals de laaggelegen polders Zuid-Nederland, waaronder Rijswijk. Door bodemdaling en klimaatverandering zijn deze gebieden extra kwetsbaar voor extreme regenval. Het waterbergend vermogen van de Rijswijkse ondergrond ligt tussen de 250-500mm en 100-250mm. Voor alle polders in Rijswijk zijn watersysteemanalyses uitgevoerd om de stand van zaken ten opzichte van de normen uit de provinciale milieuverordening in beeld te hebben. Uit het gemeentelijk Riolerings- en Waterplan blijkt dat de Noordpolder en de Hoge Broekpolder voldoen aan de normen van de waterverordening. Knelpunten bevinden zich bij de Plaspoel- en Schaapweipolder en Hoekpolder. Daar is veel bijgebouwd en nog bouwactiviteit gaande.
Figuur 18. Waterbergend vermogen van de ondergrond (Atlas voor de Leefomgeving, 2017)
De waterkwantiteit wordt beoordeeld als redelijk doordat het waterbergend vermogen voldoende is. Er zijn enkele gebieden waar de bodem minder water kan opvangen.
10.4
Beschrijving en beoordeling autonome ontwikkeling
Gezien de toenemende extremen in het klimaat en het directe gevolg dat heftige regenbuien de norm worden in de toekomst, is een goede omgang met de waterberging een vereiste om het stedelijk gebied droog te houden en wateroverlast te voorkomen. Voldoende debiet is belangrijk voor de kwaliteit van het water. In het klimaatplan RAAK heeft de gemeente vastgelegd hoe ze tot en met 2030 toewerkt naar een klimaatadaptief Rijswijk. In 2022 is er door de gemeente een verordening afvoer hemelwater vastgesteld. Vanuit Team Stadsbeheer is de ambitie om
39/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
aansluitend in de periode 2024-2026 klimaatadaptatie integraal op te nemen in de inrichting en het beheer van de openbare ruimte in Rijswijk. De komende jaren is beoogd om voldoende water te bergen in het stedelijke gebied, op terreinen binnen de gemeentegrenzen. Daarom wordt de autonome ontwikkeling van de waterkwantiteit beoordeeld als goed.
11 Bodemkwaliteit De eigenschappen van de bodem en ondergrond bepalen of een plek geschikt is voor bepaalde functies, zoals woningbouw, landbouw of een waterberging. De kwaliteit van de bodem is dus een randvoorwaarde voor ontwikkelingen boven de grond.
11.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Goed
Redelijk
Bodemkwaliteit
Aantal Geen verontreinigde Enkele bodemverontreinigingen locaties aanwezig verontreinigde locaties
Slecht Veel verontreinigde locaties
De bodemkwaliteit is bekeken aan de hand van de aanwezigheid van bodemverontreiniging binnen de gemeentegrenzen. Wanneer er geen bodemverontreinigingen aanwezig is wordt de huidige situatie en of autonome ontwikkeling beoordeeld als goed. Wanneer er veel bodemverontreiniging aanwezig is wordt de huidige situatie en/of autonome ontwikkeling beoordeeld als slecht.
11.2
Beleidskader
Op verschillende niveaus is beleid opgesteld gericht op bodemkwaliteit. De verschillende beleidsstukken worden toegelicht in onderstaande tabel. Beleidsniveau
Beleidsstuk
Toelichting
Nationaal
Wet Bodembescherming
De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging in grond en grondwater. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Met het voorstel voor de Aanvullingswet bodem (2020) door het Ministerie van Binnenlandse zaken wordt de aanpak van bodemverontreinigingen gekoppeld aan een gebiedsaanpak en het reguleren van activiteiten. De kern van het huidige bodembeleid is het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigingen. Dit blijft bij
Aanvullingswet bodem
40/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Besluit Bodemkwaliteit
Grondwaterrichtlijn
Provinciaal/ regionaal
Omgevingsvisie Zuid-Holland 2023
Ondergrondwijzer Provincie ZuidHolland 2017
Lokaal
11.3
Nota Bodembeheer Rijswijk 2022
de overgang naar de Omgevingswet overeind. Het doel van het besluit bodemkwaliteit is om de bodem beter te kunnen beschermen en geeft gemeenten en provincie meer eigen verantwoordelijkheid voor het bodembeheer. De Grondwaterrichtlijn is een in- en aanvulling van/op de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW kent specifieke doelstellingen voor grondwater en in het bijzonder ook voor water dat voor menselijke consumptie wordt gebruikt. De GWR vult een aantal KRW-doelstellingen in en geeft aan wanneer maatregelen aan de orde zijn. De KRW eist een maatregelenprogramma om te zorgen dat uiterlijk in 2027 de doelstellingen bereikt worden. In de Omgevingsvisie beschrijft de provincie waar zij zich de komende jaren op gaat richten. De provincie heeft daarin de volgende ambitie opgenomen voor het thema bodemkwaliteit: ”De provincie bevordert het duurzaam beschermen, benutten en beheren van de bodem & de ondergrond. Het gaat hier om het beschermen en beheren van de kwaliteit van het bodemgrondwatersysteem in relatie tot het verantwoord aanbrengen, beheren en afbouwen van functies in de ondergrond.” De provincie heeft een Ondergrondwijzer ontwikkeld: een handreiking die helpt om bodem en ondergrond standaard onderdeel te laten zijn van plan- en besluitvorming bij ruimtelijke plannen en gebiedsontwikkeling.
De Ondergrondwijzer gaat in op taken en rollen van belangrijke spelers, beschrijft de stappen in het planproces en biedt een gereedschapskist met hulpmiddelen. De nota bodembeheer is opgesteld door de gemeente om de voorwaarden voor hergebruik van grond als ‘bodem’ te beschrijven. Belangrijk daarin is de bodemkwaliteitskaart, met een ontgravingskaart en toepassingskaart.
Beschrijving en beoordeling huidige situatie
In de huidige situatie is gekeken naar de chemische bodemkwaliteit in Rijswijk. Onderstaande kaarten uit de Nota Bodembeheer Rijswijk laten de bestaande kwaliteit van de bodem zien, bovengronds zowel als ondergronds (figuur 19 en 20).
41/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Figuur 19. Ontgravingskaart bovengronds (Nota Bodembeheer Rijswijk 2022)
Figuur 20. Ontgravingskaart ondergronds (Nota Bodembeheer Rijswijk 2022)
Zichtbaar in de figuren 19 en 20 is dat de bodemkwaliteit niet overal gelijk is. Het grootste aandeel bestaat uit landbouw/natuur, waar de bodemkwaliteit over het algemeen als redelijk kan worden ervaren. In industrie gebied is door bedrijvigheid vaak een slechte bodemkwaliteit. In woongebied is dit redelijk goed, gezien er voor de start van de woningbouw gesaneerd wordt. De onderstaande figuur (21) toont deze verdeling in de deelgebieden industrie, buitengebied en wonen.
42/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Figuur 21. Samenvatting bodemkwaliteit in gemeente Rijswijk (Nota Bodembeheer Rijswijk 2022)
De afgelopen jaren hebben er op diverse locaties grootschalige saneringen plaatsgevonden (Nota Bodembeheer 2022). Figuur 22 toont de bodemverontreiniging en sanering. De bodemkwaliteit (gemeten op basis van chemische verontreinigingen) is bijna overal in Zuid-Holland op orde, in die zin dat er geen acuut gezondheids- of ecologisch aandachtspunt is omdat de vervuiling is gesaneerd of is beheerst. Een paar lokale saneringslocaties zullen er altijd blijven, bijvoorbeeld omdat nieuwe functies een andere kwaliteit vragen, of doordat nieuwe vervuiling ontstaat. Vergelijken we de bodem verontreiniging en saneringskaart met de onder- en bovengrondse ontgravingskaart, dan is te zien dat er met name in de woongebieden onderzoek plaatsvindt en dat er enkele locaties in industrie- en woongebied worden gesaneerd. Daarnaast wordt er rond de gehele Prinses Beatrixlaan onderzoek uitgevoerd. Een groot deel van Rijswijk is voldoende onderzocht/gesaneerd, maar er zijn ook delen, zoals de Muziekbuurt, Steenvoorde en Te Werve, waar meer onderzoek naar verricht kan worden.
Figuur 22. Bodemverontreiniging en sanering (Atlasleefomgeving 2022)
In acht nemend de saneringen, de beheersing van bekende vervuilingen, maar ook enkele locaties met vervuilde grond, wordt de huidige situatie per saldo als redelijk beoordeeld.
43/91
Kenmerk
11.4
R000-1290775-V02
Beschrijving en beoordeling autonome ontwikkeling
Daar waar bodemverontreiniging bepaalde functies onmogelijk heeft gemaakt, heeft de gemeente de afgelopen jaren ingezet op bodemsanering. De saneringsopgave neemt daardoor af en de aandacht verschuift naar het voorkomen van nieuwe vervuiling en naar verantwoord bodemgebruik. Door de intensivering van het ruimtegebruik boven de grond worden er steeds meer nieuwe functies in de ondergrond toegevoegd. Denk aan ondergronds bouwen maar ook de toepassing van systemen om bodemenergie op te wekken via geothermie, of op te slaan in bijvoorbeeld een warmte/koudeopslag en aan opslag van CO2. Door intensivering van ruimtegebruik zal meer verontreiniging worden aangetroffen maar ook weer worden gesaneerd. Tegelijkertijd draagt de grote woonopgave naar verwachting, als gevolg van wetgeving omtrent de bouw van woningen en de benodigde kwaliteit van de bodem, bij aan het verbeteren van de bodemkwaliteit. Echter zal er altijd een beperkte mate van bodemverontreiniging aanwezig blijven. Per saldo wordt de autonome ontwikkeling daarom beoordeeld als redelijk.
12 Bodemdaling Het zakken van de bovenste bodemlaag gebeurt vooral in het westen van Nederland. Hier bestaat de bodem vaak uit veen of klei. Zo waren er in het westen in de zomer van 2018 veel huizen met scheuren en verzakkingen door de droogte.
12.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Goed
Bodemdaling
Mate waarin de gemeente bodemdalingsgevoelig is
Een beperkt deel van Een groot deel van de Een groot deel van de de gemeente is niet of gemeente is licht gemeente is sterk licht bodemdalingsgevoelig bodemdalingsgevoelig bodemdalingsgevoelig of een klein deel van de gemeente is sterk bodemdalingsgevoelig
Redelijk
Slecht
Bodemdaling wordt bepaald door de ondergrond en de mate waarin deze bodemdalingsgevoelig is. Wanneer een beperkt deel van de gemeente niet of licht bodemdalingsgevoelig is wordt de huidige situatie en of autonome ontwikkeling beoordeeld als goed. Wanneer een groot deel van de gemeente sterk bodemdalingsgevoelig is, wordt de huidige situatie en of autonome ontwikkeling beoordeeld als slecht.
12.2
Beleidskader
Op verschillende niveaus is beleid opgesteld gericht op bodemdaling. De verschillende beleidsstukken worden toegelicht in onderstaande tabel. Beleidsniveau
Beleidsstuk
Toelichting
Nationaal
Wet Bodembescherming
De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging in grond en grondwater. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land of water-) bodem zodat deze kan worden benut
44/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Aanvullingswet bodem
Besluit Bodemkwaliteit
Grondwaterrichtlijn
Provinciaal/ regionaal
Omgevingsvisie Zuid-Holland 2023
Lokaal
-
12.3
door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Met het voorstel voor de Aanvullingswet bodem (2020) door het Ministerie van Binnenlandse zaken wordt de aanpak van bodemverontreinigingen gekoppeld aan een gebiedsaanpak en het reguleren van activiteiten. De kern van het huidige bodembeleid is het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigingen. Dit blijft bij de overgang naar de Omgevingswet overeind. Het doel van het besluit bodemkwaliteit is om de bodem beter te kunnen beschermen en geeft gemeenten en provincie meer eigen verantwoordelijkheid voor het bodembeheer. De Grondwaterrichtlijn is een in- en aanvulling van/op de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW kent specifieke doelstellingen voor grondwater en in het bijzonder ook voor water dat voor menselijke consumptie wordt gebruikt. De GWR vult een aantal KRW-doelstellingen in en geeft aan wanneer maatregelen aan de orde zijn. De KRW eist een maatregelenprogramma om te zorgen dat uiterlijk in 2027 de doelstellingen bereikt worden. In de Omgevingsvisie beschrijft de provincie waar zij zich de komende jaren op gaat richten.
De provincie heeft daarin de volgende ambitie opgenomen voor het thema bodemdaling: ”De provincie wil, samen met alle belanghebbende partners en partijen, de directe en indirecte maatschappelijke kosten door bodemdaling beperken. Afhankelijk van de lokale omstandigheden, mogelijkheden en maatschappelijke urgentie is dat tegengaan van bodemdaling (mitigeren) of meebewegen (adapteren). Dit doet de provincie onder andere via gebiedsaanpakken.” -
Beschrijving en beoordeling huidige situatie
De gevoeligheid van de gemeente wordt met name bepaald door de ondergrond, zo zijn zandgronden minder vatbaar voor bodemdaling dan zachte bodems zoals veen. Onderstaande kaart toont dat de gemeente Rijswijk bodemdaling kent. Het gaat echter om een beperkt deel van het gemeentelijk grondgebied. De meeste buurten zijn niet bodemdalingsgevoelig. In het zuidwesten van Rijswijk boven de Hoekpolder in de wijken Stervoorde, Strijp en Eikelenburg is
45/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
een lichte kans op bodemdaling. Het grootste risico lag bij Rijswijk Buiten dat op dit moment wordt volgebouwd. Doordat daar naast grondgebonden woningen in de hoogte gebouwd wordt (gestapelde appartementengebouwen) is er meer druk op de ondergrond. Dit is opgelost door de grond op te hogen. De huidige situatie wordt daarmee beoordeeld als goed.
Figuur 23. Bodemdaling PZH (Actieplan Klimaatadaptatie Rijswijk 2021)
12.4
Beschrijving en beoordeling autonome ontwikkeling
Op dit moment worden er geen specifieke maatregen genomen om bodemdaling te voorkomen. De aandacht gaat uit naar het voorkomen van zettingen op nieuwe woningbouwlocaties en er is daarnaast actief beheer van het grondwaterpeil. Het effect van toenemende droogte is hier nog beperkt in meegenomen, dit zal nader onderzocht moeten worden. Tevens ligt Rijswijk binnen de invloedssfeer van de grondwateronttrekking op het DSM terrein. Op figuur 24 is te zien dat Rijswijk in het zuidelijk deel met name bodemdaling zal kennen richting 2050. Echter blijft dit beperkt. De autonome ontwikkeling voor bodemdaling wordt daarmee als goed beoordeeld.
46/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Figuur 24. Bodemdaling PZH in 2050 (Klimaateffectatlas 2021)
13 Gebruik ondergrond Ten behoeve van allerlei verschillende opgaven is de bovenste anderhalve meter van de ondergrond de laatste 50 jaar intensief gebruikt. De ondergrond ligt vol met water- en gasleidingen, elektriciteits- en telecomkabels en het rioolstelsel. In veel gevallen zijn deze kabels en leidingen echter niet geordend aangelegd. In sommige gevallen is het zelfs niet precies bekend waar de kabels en leidingen liggen. De drukte die daardoor is ontstaan is, brengt grote uitdagingen met zich mee en resulteert steeds vaker in schade of hoge kosten.
13.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Goed
Redelijk
Slecht
Gebruik ondergrond
Intensiviteit gebruik ondergrond
Geen tot zeer beperkte drukte in de ondergrond
Beperkte tot redelijke drukte in de ondergrond
Grote drukte in de ondergrond
De indicator gebruik ondergrond wordt beoordeeld aan de hand van de mate van intensiviteit van het gebruik van de ondergrond. Wanneer er sprake is van geen tot zeer beperkte drukte wordt de situatie als goed beoordeeld. Bij grote drukte in de ondergrond en de aanwezigheid van mogelijke knelpunten wordt de situatie als slecht beoordeeld.
13.2
Beleid
Op verschillende niveaus is beleid opgesteld gericht op de ondergrond. De verschillende beleidsstukken worden toegelicht in onderstaande tabel.
47/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Beleidsniveau Nationaal
Beleidsstuk Basisregistratie Ondergrond (Bro)
Rijksvisie op het duurzaam gebruik van de ondergrond
Beleidsbrief Bodem en Water sturend (2022)
Provinciaal Lokaal
13.3
-
Toelichting De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is een centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond. De Rijksvisie heeft een agenderend en initiërend karakter en schetst kaders en keuzes met betrekking tot de locatieafweging voor activiteiten in de ondergrond. Het Rijk wil bij de inrichting van Nederland meer rekening houden met water en bodem en deze aspecten sturend laten zijn bij beslissingen over de inrichting. -
Beschrijving en beoordeling van de huidige situatie
Met name in de stedelijke gebieden in Nederland wordt het belang van de ondergrond steeds groter. In verschillende situaties biedt de ondergrond economische en ruimtelijke voordelen ten opzichte van de bovengrond. De drukte in de ondergrond in de gemeente Rijswijk wordt in de huidige situatie onder andere gevormd door kabels en leidingen, functies zoals een ondergrondse parkeergarages en andere vormen van utiliteitsbouw. Hoewel de precieze drukte in de ondergrond niet bekend is, is de verwachting dat er voornamelijk knelpunten optreden in de verstedelijkte gebieden. De drukte in de groene zones is naar verwachting lager. Per saldo wordt de huidige situatie beoordeeld als redelijk.
13.4
Beschrijving en beoordeling van de autonome ontwikkeling
De gemeente Rijswijk staat de komende jaren voor een aantal grote opgaven: wateroverlast, droogte en hitte als gevolg van klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouwopgave. Oplossingen voor deze opgaven worden vaak gezocht in de ondergrond, denk aan wadi’s, warmtenetten, WKO’s, geothermie, funderingen en parkeergarages. De verwachting is daardoor dat de drukte in de ondergrond verder toeneemt. Op dit moment bevindt de drukte zich voornamelijk in de bovenste laag van de ondergrond. Door het thema ondergrond vroeg in het planproces mee te nemen en ook te kijken naar diepere lagen van de ondergrond zou de toename in drukte beperkt kunnen worden. De bereidheid om dieper te graven en geordend kabels en leidingen te leggen is echter laag vanwege de hogere kosten. Daarnaast zijn de sturingsmiddelen van de gemeente beperkt. De verwachting is dat de drukte in de ondergrond daarom verder zal toenemen. De autonome ontwikkeling wordt daarom als slecht beoordeeld.
48/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Ondernemend en beleefbaar Rijswijk 14 Woningvoorraad Een goede woonomgeving waarin genoeg woningen zijn voor iedereen en voor elke levensfase en woonbehoefte wordt gemeten in de woningvoorraad.
14.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Goed
Redelijk
Slecht
Woningvoorraad
Balans vraag en aanbod
Vraag en aanbod in balans
Vraag en aanbod uit balans
Passend aanbod voor verschillende doelgroepen
Vraag en aanbod in balans
Vraag en aanbod niet volledig in balans Vraag en aanbod niet volledig in balans
Vraag en aanbod uit balans
Het beoordelen van een passende en evenwichtige woningvoorraad doen we door zowel naar het kwantitatieve- als het kwalitatieve woningaanbod te kijken; of er voldoende én passende woningen voor de verschillende doelgroepen zijn. Specifiek is gekeken naar de mate waarin er balans is tussen de vraag en het aanbod van woningen en of er een passend aanbod voor verschillende doelgroepen is. Wanneer vraag en aanbod in balans zijn wordt de woningvoorraad beoordeeld als goed. Wanneer vraag en aanbod uit balans zijn wordt de woningvoorraad beoordeeld als slecht.
14.2
Beleid
Beleidsniveau Nationaal
Beleidsstuk Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Staat van de Woningmarkt (2021)
Toelichting In de Omgevingsvisie heeft de Nationale Overheid vier prioriteiten vastgesteld. ‘Sterke en gezonde steden en regio’s is er daar één van. Het rijksbeleid voor wonen is gericht op een kwalitatief goede woningvoorraad die regionaal aansluit op de woonbehoefte met nieuwe woon- en werklocaties binnen bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven Uit de Staat van de Woningmarkt (2021) blijkt dat de woningbouwproductie op gang moet blijven om de groeiende vraag op te vangen en tegelijkertijd het woningtekort weg te werken. Mede door een inhaaleffect en de extra inspanningen om de woningbouw te versnellen zal het aantal opgeleverde woningen naar verwachting vanaf 2023 weer toenemen. Om tegemoet te komen aan de door CBS geraamde bevolkingsgroei is dat ook nodig. Om in de woningbehoefte te voorzien zijn er – rekening houdend met sloop en onttrekkingen aan de
49/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Beleidsniveau
Beleidsstuk
Provinciaal
Regionale Realisatieagenda Wonen Haaglanden
Lokaal
Woonzorgvisie 2021-2030
14.3
Toelichting woningvoorraad – volgens de Primos-prognose tot 2035 ruim 1,1 miljoen nieuwe woningen nodig. Tot 2030 zijn – er rekening houdend met sloop en trendmatige onttrekkingen – 812.000 woningen nodig (tot en met 2030 zijn er circa 900.000 woningen nodig). Op nationaal niveau dekt de plancapaciteit voor 136 procent de bouwopgave. De woningbouwopgave in Nederland vraagt om de bouw van nieuwe en het behoud van bestaande woningen. Om tot 2030 te bouwen is het nodig om keuzes te maken en gerichte maatregelen te nemen. In deze realisatieagenda wonen voor Haaglanden zijn specifieke kritische succesfactoren gedefinieerd en oplossingsrichtingen voorgesteld. In de Woonzorgvisie gaat de gemeente in op de opgave om gepast woningaanbod te bieden aan kwetsbare groepen. Dit zijn met name ouderen, een groep die groter wordt met de vergrijzing. De visie toont waar de opgaves liggen voor de gemeente en hoe ze die wil aanpakken.
Beschrijving en beoordeling van de huidige situatie
Woningvoorraad Rijswijk telde in 2019 zo’n 26.666 woningen in haar gemeente. Uit het rapport ‘Monitor Nieuwe Woningmarktafspraken Haaglanden’ blijkt dat tot 2022 het aantal nieuwe woningen in de regio Haaglanden onvoldoende was om het beoogde aantal woningen te halen zoals geformuleerd in de (landelijke) afspraken voor deze regio. In onderstaande figuur is de relatieve progressie op afspraken voor de totale woningvoorraad tot nu toe te zien. De rode lijn geeft aan waar de gemeentes zouden moeten zitten in percentage gerealiseerde woningen. Rijswijk ligt redelijk op schema in het op peil houden van haar woningvoorraad.
50/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Figuur 25. De relatieve progressie op afspraken voor de totale woningvoorraad tot nu toe (Monitor Nieuwe Woningmarktafspraken Haaglanden, 2022)
Doelgroepen Als het gaat om de faciliteren van een gebalanceerd vraag en aanbod voor de verschillende doelgroepen in de gemeente zien we het volgende. Het aantal gerealiseerde woningen van de doelgroepvoorraad in Rijswijk op 1 jan. 2022 is 12.261, waarbij dat eigenlijk tussen de 15.231 en 15.657 had moeten zijn volgens de beoogde ontwikkelingen. Tot de doelgroepvoorraad behoren ouderen als gevolg van de vergrijzingsgolf die op gang komt, maar ook jongeren en starters. In de gemeente moet het aandeel doelgroepvoorraad stijgen met 2%. Omdat vraag en aanbod niet volledig op elkaar aansluiten wordt doelgroepen beoordeelt als redelijk.
Figuur 26. Absolute progressie op afspraken voor de totale woningvoorraad per gemeente: beoogde ontwikkeling van de doelgroepvoorraad (Monitor Nieuwe Woningmarktafspraken Haaglanden, 2022)
Gezien de balans tussen vraag en aanbod redelijk is voor zowel de woningvoorraad als de doelgroepvoorraad, wordt de huidige situatie beoordeeld als redelijk.
51/91
Kenmerk
14.4
R000-1290775-V02
Beschrijving en beoordeling van de autonome ontwikkeling
Op basis van de gemaakte afspraken en wettelijke kaders om landelijk op jaarbasis 100.000 woningen te realiseren vanaf 2024 zou de gemeente (ten opzichte van 2019) moeten groeien van 26.666 naar zo’n 31.000- 32.000 woningen in 2030. Kijkend naar de plancapaciteit is de verwachting dat de gemeente haar woningvoorraad doelen haalt in 2030. Echter zijn er onvoldoende plannen om de afspraken met betrekking tot doelgroepvoorraad te behalen. Met informatie uit de ontwikkelingen in de regio Haaglanden blijkt dat er in totaal 17.755 doelgroepwoningen gerealiseerd zullen worden in 2030. Dat is voor de regio te weinig, gezien ze daarmee in totaal op 245.050 woningen komt, waar dat er minstens 253.369 moeten zijn. Daarnaast is de verwachting dat de vraag naar woningen nog meer toeneemt als ook de vraag naar andere woonvormen. Denk aan senioren die langer thuis willen kunnen wonen, flexibele woningen voor studenten en betaalbare woningen voor starters. Op basis hiervan wordt de autonome ontwikkeling beoordeeld als redelijk.
15 Voorzieningenniveau Voorzieningen zijn activiteiten en diensten die de bedrijvigheid of het leven in een bepaald gebied ondersteunen en bijdragen aan een plezierige beleving van de leefomgeving.
15.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Voorzieningenniveau
Afstand tot (basis) Afstand tot (basis) voorzieningen ten voorzieningen is opzichte van de korter of gelijk aan gemiddelde afstand tot het gemiddelde in voorzieningen in Zuid-Holland provincie Zuid-Holland Balans vraag en Vraag en aanbod in aanbod balans
Goed
Redelijk
Slecht
Afstand tot (basis) voorzieningen is gelijk of langer dan het gemiddelde in Zuid-Holland
Afstand tot (basis) voorzieningen is langer dan het gemiddelde in Zuid-Holland
Vraag en aanbod niet volledig in balans
Vraag en aanbod uit balans
De indicator voorzieningen wordt beoordeeld aan de hand van het criterium ‘afstand tot (basis) voorzieningen’ in vergelijking tot de gemiddelde afstand tot voorzieningen in de provincie ZuidHolland. Ook wordt voorzieningen beoordeeld aan de hand van de balans tussen vraag en aanbod van voorzieningen. Voorzieningen die binnen deze beoordeling worden meegenomen zijn gezondheidszorg (ziekenhuizen, huisartsen, fysiotherapeuten), grote supermarkten, horecaclusters, retail, scholen, kinderdagverblijven, hotels, kerken, sportvoorzieningen, speeltuinen, kerken, wandelnetwerken en fietsnetwerken. Dergelijke voorzieningen dragen bij aan een plezierige beleving van de omgeving, zo heeft het bijvoorbeeld invloed op het woongenot. Ook het aanbod van voldoende voorzieningen en voldoende diversiteit in voorzieningen is van belang.
52/91
Kenmerk
15.2
R000-1290775-V02
Beleidskader
Op verschillende niveaus is beleid opgesteld gericht op voorzieningenniveau. De verschillende beleidsstukken worden toegelicht in onderstaande tabel. Beleidsniveau
Beleidsstuk
Toelichting
Nationaal
-
-
Provinciaal/regionaal
Omgevingsvisie Zuid Holland 2023
Lokaal
Verkenning Omgevingsvisie Rijswijk 2023
In de Omgevingsvisie spreekt de provincie middels meerdere thema’s haar ambitie uit om te werken aan het voorzieningenniveau van ZuidHolland: “De provincie streeft naar behoud en versterking van de sportieve en recreatieve belevingswaarde van landschap, water en erfgoed en ontwikkelt en verbindt hiervoor onder meer met name de uit oogpunt van belevingswaarde bijzonder waardevolle gebieden. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid.” Als verdieping op de Omgevingswet heeft Rijswijk een verkenning gedaan van het eigen grondgebied, die de leidraad vormt voor de inrichting van de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Er is gekeken naar de huidige staat van de gemeente, met focus op kwaliteiten en aandachtspunten.
15.3
Beschrijving en beoordeling huidige situatie
Uit onderstaande figuur is te zien dat Rijswijk verschillende maatschappelijke voorzieningen en ontmoetingsplekken kent, geconcentreerd rondom en tussen de twee centra. De verschillende economische kerngebieden, zoals de diverse werklocaties en (buurt)winkelcentra bieden een compleet aanbod aan voorzieningen. Rijswijk ligt strategisch in het metropoolgebied, met voldoende recreatievoorzieningen in de nabijheid, zoals het strand of grotere natuurgebieden. Voor Rijswijk geldt, zoals zichtbaar in figuur 28 en 29, dat alle voorzieningen op kortere afstand liggen dan in de rest van de provincie. Ook ligt Rijswijk uitstekend in de buurt van scholingsmogelijkheden, zoals hogescholen en topuniversiteiten. Dit is zichtbaar op figuur 30. De afstand tot basisonderwijs, vmbo en hbo/wo is korter in Rijswijk dan gemiddeld in Zuid-Holland. Zoals blijkt uit de Verkenning Omgevingsvisie Rijswijk 2023 is er een tekort aan eerstelijnsvoorzieningen in bepaalde wijken. Dit tekort zal van 2022 tot 2030 in sommige wijken nog groter worden. In geen wijk neemt dit af. In de huidige situatie is vraag en aanbod niet volledig in balans.
53/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Figuur 27. Maatschappelijke voorzieningen en recreatie (Verkenning Omgevingsvisie 2023).
Op figuur 28 en 29 is zichtbaar op welke afstand maatschappelijke voorzieningen zich in Rijswijk bevinden ten opzichte van de rest van de regio Zuid-Holland. Alle maatschappelijke voorzieningen bevinden zich dichterbij dan in de rest van de regio.
Figuur 28. Afstand tot maatschappelijke voorzieningen Gezondheid en welzijn, detailhandel en horeca in Rijswijk in
54/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
2022 t.o.v. regio Zuid-Holland (CBS 2023)
Figuur 29. Afstand tot maatschappelijke voorzieningen kinderopvang, verkeer en vervoer en vrije tijd en cultuur in Rijswijk in 2022 t.o.v. regio Zuid-Holland (CBS 2023)
Figuur 30. Afstand tot maatschappelijke voorzieningen onderwijs Rijswijk in 2021 t.o.v. regio Zuid-Holland (CBS 2023)
Op basis van bovenstaande informatie zien we dat Rijswijk aan veel voorzieningen kan voldoen op goede afstand, maar dat op sommige thema’s het aanbod niet volledig kan inspelen op de vraag. Daarom wordt de huidige situatie beoordeeld als redelijk.
15.4
Beschrijving en beoordeling autonome ontwikkeling
De algemene opgave voor de komende jaren is de voorzieningen in wijken en buurten op peil te houden, in relatie tot de toenemende verstedelijking. Tot 2030 wil Rijswijk 635 geclusterde wooneenheden realiseren in het middenhuur en koopsegment. Deze woonzorgvoorzieningen sluiten aan bij de inhoudelijke vraag van de Rijswijkse toekomstige ouderen; ouderen wonen tot op steeds latere leeftijd nog zelfstandig. Daarom is onder ouderen, maar in het bijzonder ook onder jongeren, de vraag naar de nabijheid van voorzieningen groot. Aangezien de gemeente
55/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
voornemens is om daar ook nieuwe voorzieningen te realiseren, zal de druk op de voorzieningen niet gelijk toenemen. Een prettige afstand tot en bereikbaarheid van sociale voorzieningen kan niet in alle wijken gegarandeerd worden. Rijswijk zal ook moeten inspelen op de toenemende behoefte van lopen en fietsen en de verbindingen binnen haar gemeente en naar aangrenzende gemeenten. Alsnog is de verwachting dat de afstand tot voorzieningen in Rijswijk korter zal zijn in vergelijking met de andere gemeenten in de provincie Zuid-Holland. Echter, bijvoorbeeld maatschappelijke voorzieningen staan onder druk, omdat deze ruimtes weinig opleveren. De ruimte wordt daardoor snel ingevuld door een commerciële functie of door nieuwe woningen. In het hoogstedelijk gebied lijkt het voorzieningenniveau houdbaar, daarbuiten is behoud daarentegen zeer onzeker. In de autonome ontwikkeling is vraag en aanbod niet volledig in balans.Daarom wordt de autonome ontwikkeling per saldo beoordeeld als redelijk.
16 Bedrijvigheid Bedrijvigheid heeft betrekking op de locaties en terreinen waar gewerkt wordt en werkgelegenheid wordt gecreëerd. Bedrijvigheid resulteert in producten of diensten en draagt bij aan de levendigheid en innovatie van een gemeente of regio.
16.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Goed
Redelijk
Slecht
Bedrijvigheid
Vraag en aanbod werklocaties
Vraag en aanbod is in balans
Vraag en aanbod is ver uit balans
Vraag en aanbod retail en horeca
Vraag en aanbod is in balans
Vraag en aanbod is niet in balans Vraag en aanbod is niet in balans
Vraag en aanbod is ver uit balans
Voor de indicator bedrijvigheid wordt gekeken naar werklocaties, waar zowel bedrijventerreinen als kantoorlocaties onder vallen, als ook retail en horeca. Voor het aanbod van werklocaties is gekeken naar de verhouding tussen vraag en aanbod van de terreinen en locaties. Hetzelfde geldt voor retail en horeca, waar is gekeken naar de verhouding tussen vraag en aanbod. Zijn vraag en aanbod totaal niet in verhouding dan is het uit balans en dan wordt de huidige situatie en of autonome ontwikkeling als slecht beoordeeld. Zijn vraag en aanbod nagenoeg in verhouding en dus in balans, dan wordt de huidige situatie en of autonome ontwikkeling beoordeeld als goed.
16.2
Beleidskader
Op verschillende niveaus is beleid opgesteld gericht op bedrijvigheid. De verschillende beleidsstukken worden toegelicht in onderstaande tabel. Beleidsniveau
Beleidsstuk
Toelichting
Nationaal
De Laddertoets
Bedrijventerreinen die worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling vallen onder de ladder voor duurzame
56/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Provinciaal/regionaal
Omgevingsvisie Zuid Holland 2023
Strategie Werklocaties 2019-2030
Strategie Bedrijventerreinen 20232030
Lokaal
Toekomstbestendige werklocaties: economische analyse en strategie
Economische Visie 2030
verstedelijking. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Verder is er op nationaal niveau geen beleid voor bedrijventerreinen, het plannen, programmeren en herstructureren vindt op lagere overheidsschalen plaats. De provincie streeft naar een kwantitatief en kwalitatief evenwicht in vraag en aanbod van bedrijventerreinen op regionaal en bovenregionaal schaalniveau en een optimale benutting van bedrijventerreinen. Daarbij wordt ingezet op beter benutten en duurzaam functioneren van bestaande bedrijventerreinen en op het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven in hogere milieucategorieën / milieuzones en watergebonden bedrijven. De Provincie wil samen met andere overheden, ondernemers en kennisinstellingen Zuid-Holland als economische topregio versterken. Onderdeel daarvan is dat de Provincie een uitstekend ecosysteem voor innovatie en ondernemerschap bevordert. De strategie bevat de visie tot 2030 en regionale afspraken tot 2023 over werklocaties in de MRDH. De 23 regiogemeenten versterken hiermee het regionaal economisch vestigingsklimaat door kwalitatief en kwantitatief te sturen op voorraad.
Een goed functionerende ruimtelijke structuur is van belang om de verhouding tussen bevolkingsgroei en ruimte voor werken en ondernemen te bewaken. Vraag en aanbod moet dus in balans zijn, er moet ruimte zijn voor groei van bedrijven en werkt in goede samenhang met de verstedelijkingsopgave. In de MRDH vervullen bedrijventerreinen een belangrijke sociaaleconomische functie die met dit document wil de regio het vestigingsklimaat aantrekkelijk houden. De Rijswijkse werklocaties zijn van groot belang voor de gemeente; ze zorgen voor 2/3 van de banen. In deze strategie beschrijft de gemeente hoe ze werkt aan aantrekkelijke werklocaties die bijdragen aan de klimaat- en energietransitie en de circulaire economie. Lokale focus op innovaties in een regionale context. De Economische Visie geeft aan hoe Rijswijk tot 2030 vorm geeft aan de economie, rekening houdend met maatschappelijke,
57/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Retail en horecabeleid gemeente Rijswijk 2023
16.3
landelijke en mondiale uitdagingen. Ondernemers en bedrijven staan centraal; ze zijn niet enkel werkgevers maar bieden meerwaarde voor de leefbaarheid van de stad. Rijswijk ligt centraal en kent relatief veel werklocaties, dit wil zij zo behouden door in te spelen op de regionale ontwikkelingen. De gemeentebrede visie op de detailhandels- en horecastructuur dient als toetsingskader voor nieuwe initiatieven. Deze sectoren zijn snel in ontwikkeling en er is behoefte aan een visie. Het beleid en de plannen bieden dit toekomstperspectief.
Beschrijving en beoordeling huidige situatie
Werklocaties Rijswijk heeft een onderzoek Toekomstbestendige werklocaties opgesteld voor haar bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Hieruit blijkt dat de leegstand in bedrijfsruimte op een gezond frictieniveau van circa 5% ligt. Uit het onderzoek blijkt dat de bedrijventerreinen in Rijswijk van een gemiddelde kwaliteit zijn. De provinciale Strategie Bedrijventerreinen geeft aan dat het huidige beschikbare aanbod aan bedrijventerreinen tekort komt en er in de periode tot 2030 op verschillende locaties een tekort ontstaat waar dat nu nog niet het geval is. In de huidige situatie, zonder ingrijpen, is het onmogelijk voldoende ruimte te bieden aan werkgelegenheid op bedrijventerreinen. Het is niet afdoende om nieuwe bedrijventerreinen aan te leggen; de bestaande voorraad moet versterkt worden en optimaal ingevuld worden. Vraag en aanbod van bedrijventerreinen in de MRDH is uit balans. Gezien de gunstige ligging van Rijswijk in de metropoolregio en de naar verhouding vele bedrijvigheid in de gemeente, is dit regionale tekort van directe invloed op Rijswijk. Op terrein Hoornwijck is nog 0,3 ha uitgeefbaar en op terrein ’t Haantje nog 5 ha. In Rijswijk zelf is er dus nog uitbreidingsmogelijkheid in de nabije toekomst, waardoor vraag en aanbod redelijk in balans is.
Als het gaat om kantorenvoorraad van Rijswijk, is te concluderen uit het onderzoek Toekomstbestendige werklocaties dat het aanbod (uitgeefbaar en in de bestaande voorraad) zeer beperkt is in de gemeente en dat het kwalitatief naar verwachting niet toereikend is voor eindgebruikers op de bedrijfsruimtemarkt. Voor werklocaties in Rijswijk is vraag en aanbod niet volledig in balans. Horeca en retail Binnen de gemeente zijn Bogaard stadscentrum (80 winkels en 20 horecazaken) en Oud Rijswijk (75 winkels en 25 horecazaken) de grootste centra. Bogaard centrum wordt op dit moment herontwikkeld. Er staan in Oud Rijswijk circa 10 panden met een publieksgerichte bestemming leeg. Met circa 8% van het winkelvloeroppervlak is de leegstand iets lager dan landelijk in centra van vergelijkbare omvang (circa 10%). Rijswijk kent geen specialistisch aanbod aan horeca en retail (dit wordt meer opgezocht in de aangrenzende gemeenten zoals Delft en Leiden) maar voorziet verder in alle behoeften waar vraag naar is. Voor horeca en retail geldt dat vraag en aanbod nagenoeg in balans is.
58/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
De huidige situatie voor de indicator bedrijvigheid wordt op basis van deze informatie beoordeeld als redelijk.
16.4
Beschrijving en beoordeling autonome ontwikkeling
Werklocaties Landelijke trends zijn van invloed op de vraag naar en het aanbod van werklocaties (kantoren en bedrijven). Mondiale, nationale en regionale veranderingen in de economie leiden tot veranderingen in sectoren en branches en daarmee ook tot een verandering in wat bedrijven belangrijk vinden aan het bedrijfspand en de omgeving van het bedrijf. Voorbeelden van een verandering naar de Next Economy zijn trends als: digitalisering, toenemende robotisering & automatisering, groeiend belang van duurzaamheid en de energietransitie en in het algemeen de overgang naar een circulaire economie. In Rijswijk geldt dat er eveneens druk is op werklocaties omdat de druk op ruimte in het algemeen (denk aan groen en woningbouw) toeneemt. Voor bedrijventerreinen geldt een kwantitatieve uitbreidingsbehoefte naar bedrijventerrein van 4 tot 8 hectare t/m 2030 en een geraamde extra behoefte van circa 1,5 tot 4 hectare vanaf 2031 t/m 2040. Rijswijk heeft een strategie opgesteld per werklocatie, met mogelijkheden voor uitbreiding en transformatie. Terrein Plaspoelpolder komt tot een uitgeefbaar aanbod van 3,2 ha wanneer ruimtes beter benut worden. Door in te zetten op nieuwe verbindingen, ook met de regio, en publiek-private samenwerking lijkt Rijswijk vraag en aanbod in balans te kunnen brengen als ook te voldoen aan de gevraagde kwaliteit van bedrijventerreinen.
Functiemenging wordt beperkt tot de Plaspoelpolder, waar dat nu ook al gebeurt. De autonome uitbreidingsvraag t/m 2040 is groter dan het aanbod, zoals blijkt uit het onderzoek Toekomstbestendige werklocaties. Kortom, er is een aanvullende behoefte aan bedrijventerrein. Specifiek voor Rijswijk geldt dat er tot en met 2030 uitgegaan wordt van een indicatieve vraag naar kantoorruimte van circa 120.000 m2 verhuurbare vloeroppervlak (vvo). Om in 2030 te beschikken over een gezonde kantorenmarkt, met een gewenste frictieleegstand van 5%, moet minimaal 150.000 m2 vvo kantoorruimte in Rijswijk worden onttrokken. Focus van de gemeente (en vastgoedmarktpartijen) moet liggen op fors verdunnen en vernieuwbouw/herontwikkeling van (bestaande) kantoorruimte. Plancapaciteit voor uitbreiding ligt op terrein ‘t Haantje. Met herontwikkeling naar modern vastgoed op de beste locaties kan worden ingespeeld op de wens van de toekomstige eindgebruiker. Ook voor kantorenlocaties is er door uitbreiding en slim omgaan met ruimte voldoende aanbod aan kantoorruimte te realiseren. Kantoorlocaties die niet kunnen voldoen aan de moderne eisen van een kantoorgebruiker – kansarme locaties – worden conform vigerend beleid getransformeerd naar andere functies, bijvoorbeeld wonen of commerciële functies zoals bedrijvigheid, leisure of horeca.
Horeca en retail De nieuwe woningbouwplannen zijn onder andere leidend in het aanbod van retail en horeca. In het stadscentrum is de behoefte aan winkelen minder groot omdat er steeds meer online geshopt
59/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
wordt. In lijn met de landelijke trend is in Rijswijk een afname van het aantal winkels zichtbaar. Met de afronding van het stadscentrum Bogaard beschikt Rijswijk over een multifunctioneel centrum met wonen, leisure, dienstverlening en sociaal-maatschappelijke functies in de plaats van een monofunctioneel winkelcentrum. Een andere concrete ontwikkeling zijn de woningbouwontwikkelingen Havenkwartier, waar 30.000 m² aan commerciële voorzieningen wordt toegevoegd. In de markt is er tevens mogelijkheid tot uitbreiding van het supermarktaanbod (van 1.800 a 2.800 wvo tot 2030) als ook voor de horeca (22 a 34 extra zaken). Met de toekomstige ontwikkelingen lijkt Rijswijk goed in staat om de balans tussen vraag en aanbod van retail en horeca te borgen. Het is de vraag of Rijswijk, gezien de snel ontwikkelende trends, volledig kan voldoen aan de balans in vraag en aanbod van de werklocaties. Het feit is ook dat de gemeente niet aan alle behoeften kan voorzien en keuzes moet maken, waarbij ze zich afstemt op hoe de regio zich als geheel ontwikkelt. Voor horeca en retail kan door ruimtelijke mogelijkheden en transformaties gezorgd worden voor een balans in vraag een aanbod. Met de beschreven ontwikkelingen en bovenstaande argumenten wordt de autonome ontwikkeling van de indicator werklocaties en horeca en retail beoordeeld als redelijk.
60/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Duurzaam en toekomstbestendig Rijswijk 17 Aandeel hernieuwbare energie Hernieuwbare energie is energie die wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen, zoals zon, wind, water, biomassa en aardwarmte. Deze bronnen stoten geen of weinig broeikasgassen uit en dragen bij aan de vermindering van klimaatverandering. Het aandeel hernieuwbare energie in Nederland moet volgens het Klimaatakkoord in 2030 minstens 16 procent zijn. Om dit te bereiken, stimuleert de overheid de productie en het gebruik van hernieuwbare energie met subsidies, regelingen en projecten.
17.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criteria
Goed
Redelijk
Slecht
Aandeel hernieuwbare
Mate waarin aan de
Voldoet niet aan
Voldoet niet aan
Voldoet niet aan
energie
gestelde doelstelling
doelstelling, maar
doelstelling, het
doelstelling en
in het
het behalen van de
behalen van de
het behalen van
Klimaatakkoord
doelstelling is
doelstelling is
de doelstelling is
wordt voldaan
realistisch
onzeker
niet realistisch
Het aandeel hernieuwbare energie wordt beoordeeld aan de hand van ‘de mate waarin aan de gestelde doelstelling in het Klimaatakkoord wordt voldaan’. In het Klimaatakkoord is afgesproken om ernaar te streven dat in 2030 het aandeel hernieuwbare elektriciteit in de totale elektriciteitsproductie 70% is. Daarnaast is door de lidstaten van de Europese Unie (EU) met elkaar afgesproken dat in 2030 minimaal 32% van de in de EU opgewekte energie (elektriciteit, gas en warmte) duurzaam moet zijn opgewekt. De gemeente heeft op dit moment nog 7 jaar om toe te werken naar bovenstaande doelstelling. Het is daarom te verwachten dat de gemeente op dit moment nog niet voldoet aan de doelstelling. De situatie wordt daarom als goed beoordeeld wanneer de gemeente nog niet voldoet aan de doelstelling, maar het behalen van de doelstelling realistisch is. Wanneer dit nog onzeker is wordt de situatie als redelijk beoordeeld. Wanneer de verwachting is dat het niet realistisch is dat de doelstelling behaald wordt, wordt de situatie als slecht beoordeeld.
17.2
Beleidskader
Op verschillende niveaus is beleid opgesteld gericht op het opwekken van duurzame energie. De verschillende beleidsstukken worden toegelicht in onderstaande tabel. Beleidsniveau
Beleidsstuk
Toelichting
Nationaal
Klimaatakkoord
Het Klimaatakkoord is de Nederlandse uitwerking van internationale afspraken om de opwarming van de aarde te
61/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Beleidsniveau
Beleidsstuk
Toelichting beperken en de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Doelstelling van het klimaatakkoord is om te komen tot 49% CO₂reductie in 2030 en 95% CO₂reductie in 2050, ten opzichte van de uitstoot in 1990.
Provinciaal/ regionaal
RES regio Rotterdam/Den Haag
De RES beschrijft de afwegingen en mogelijkheden voor het opwekken van duurzame elektriciteit op land en het gebruik van warmtebronnen. In het document worden keuzes onderbouwd, worden concrete zoekgebieden genoemd en wordt een planning gegeven voor de uitvoering.
Schone Energie voor iedereen
In het energieprogramma ‘Schone Energie voor Iedereen’ staat hoe de provincie de komende jaren werkt aan de overgang naar duurzame energie in Zuid-Holland. Met het programma ‘Schone Energie voor Iedereen’ draagt de provincie bij aan het landelijke doel om in 2030 de helft minder CO2 uitstoot uit te stoten. Maar de opbrengsten voor Zuid-Holland zijn veel groter. Schone lucht en een gezondere leefomgeving bijvoorbeeld.