RIB 23 115b eerste fase Omgevingsvisie Rijswijk
Tekst van het document
Leefomgevingsfoto PlanMER Omgevingsvisie Gemeente Rijswijk 6 oktober 2023
Kenmerk
R000-1290775-V02
Verantwoording Titel Opdrachtgever Projectleider Auteur(s) Tweede lezer Kenmerk Aantal pagina’s Datum Handtekening
Leefomgevingsfoto PlanMER Omgevingsvisie Gemeente Rijswijk Joost de Jong Marieke van der Linde-Persie en Britt Snellen Joost de Jong R000-1290775-V02 91 6 oktober 2023 Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
2/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 4
Aantrekkelijk en gezond Rijswijk .................................................................................................. 6 2
Luchtkwaliteit ............................................................................................................................. 6
3
Geluid ........................................................................................................................................ 9
4
Externe veiligheid .................................................................................................................... 15
5
Stimuleren van sporten en bewegen ....................................................................................... 19
Groen en natuurlijk Rijswijk ........................................................................................................ 24 6
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden .................................................................... 24
7
Natura 2000 ............................................................................................................................. 27
8
Natuurnetwerk Nederland........................................................................................................ 31
9
Waterkwaliteit .......................................................................................................................... 33
10 Waterkwantiteit ........................................................................................................................ 37 11 Bodemkwaliteit ........................................................................................................................ 40 12 Bodemdaling............................................................................................................................ 44 13 Gebruik ondergrond................................................................................................................. 47 Ondernemend en beleefbaar Rijswijk ......................................................................................... 49 14 Woningvoorraad ...................................................................................................................... 49 15 Voorzieningenniveau ............................................................................................................... 52 16 Bedrijvigheid ............................................................................................................................ 56 Duurzaam en toekomstbestendig Rijswijk ................................................................................. 61 17 Aandeel hernieuwbare energie ...............................................................................................
61 18 Waterveiligheid ........................................................................................................................ 64 19 Wateroverlast .......................................................................................................................... 68 20 Hittestress................................................................................................................................ 72 21 Droogte .................................................................................................................................... 76 Bereikbaar en verkeersveilig Rijswijk ........................................................................................ 81 22 Bereikbaarheid ........................................................................................................................ 81 23 Verschuiving vervoerswijze ..................................................................................................... 84 24 Verkeersveiligheid ................................................................................................................... 88
3/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeente Rijswijk werkt aan het opstellen van een Omgevingsvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente. Onderdeel van het proces om tot een Omgevingsvisie te komen is het doorlopen van de procedure van milieueffectrapportage (m.e.r.). Een van de eerste stappen in deze procedure is het in beeld brengen van de huidige situatie en autonome ontwikkeling (HSAO). Autonome ontwikkeling betekent de te verwachten voortgang van de huidige situatie zonder dat er nieuw beleid van kracht is. De huidige situatie en autonome ontwikkeling tezamen wordt de referentiesituatie genoemd. Deze referentiesituatie wordt beschreven in het voorliggende document, de Leefomgevingsfoto.
1.2
Opzet leefomgevingsfoto
De referentiesituatie wordt in beeld gebracht aan de hand van indicatoren (zie paragraaf 1.3), welke in het beoordelingskader in de NRD zijn vastgelegd. Deze indicatoren sluiten aan op de thematische indeling die is opgenomen in het Programma Stadsontwikkeling en het uitgangspunt vormen voor de Verkenning. Per indicator worden de volgende onderdelen beschreven: 1.
Introductie van de indicator
2. 3. 4.
Beoordelingscriteria en beoordelingssystematiek Beleidskader (nationaal, provinciaal, lokaal) Beschrijving en beoordeling van de huidige situatie
5.
Beschrijving en beoordeling van de autonome ontwikkeling
Voor elke indicator is de huidige situatie en autonome ontwikkeling (HSAO; referentiesituatie) beschreven en beoordeeld aan de hand van een beoordelingscriterium. De beoordeling van het kwaliteitsniveau van de verschillende indicatoren is onderverdeeld in goed, redelijk en slecht. In paragraaf 1.3 ‘Overzichtstabel effecten’ staat een overzicht met de beoordeling van de kwaliteitsniveaus van de verschillende indicatoren.
1.3
Overzichtstabel beoordelingen
In onderstaande tabel is de beoordeling zichtbaar van alle indicatoren voor Rijswijk. Bij de huidige situatie en autonome ontwikkeling is aangegeven hoe de indicator beoordeeld is. De groene kleur geeft aan dat de indicator beoordeeld is als ‘goed’. De oranje kleur geeft aan dat de indicator als ‘redelijk’ is beoordeeld en de rode kleur geeft aan dat de indicator als ‘slecht’ beoordeeld is.
4/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Indicator
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Luchtkwaliteit Geluid Externe veiligheid Stimuleren van sporten en bewegen Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Natura 2000 Natuur Netwerk Nederland Waterkwaliteit Waterkwantiteit Bodemkwaliteit Bodemdaling Gebruik ondergrond Woningvoorraad Voorzieningenniveau Bedrijvigheid Aandeel hernieuwbare energie Waterveiligheid Wateroverlast Hittestress Droogte Bereikbaarheid Verschuiving vervoerswijze Verkeersveiligheid Tabel 1. Overzicht beoordeling indicatoren
5/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Aantrekkelijk en gezond Rijswijk 2 Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit is een graadmeter van de gemeente als gezonde leefomgeving voor haar inwoners. De kwaliteit van de lucht wordt met name bepaald door mobiliteit (wegverkeer, scheepvaart en werktuigen in de bouw) en industrie.
2.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Luchtkwaliteit
Goed
Redelijk
Slecht
Concentraties PM10 en Voldoet ruim aan
Voldoet aan WHO
Voldoet niet aan
NO2
WHO (2021)
(2021)
WHO (2005)
advieswaarden
advieswaarden
advieswaarden
Metingen van fijnstof en stikstofdioxide (NO2) zijn luchtverontreinigingen die worden gebruikt in het beoordelen van luchtkwaliteit. Fijnstof wordt gemeten aan de hand van PM10 (fijnstof kleiner dan 10 micrometer). De concentraties van PM10 en worden jaarlijks landelijk en provinciaal gemeten en gerapporteerd. Op dit moment wordt voldaan aan de Europese grenswaarden voor NO2 en PM10. Dit zijn de grenswaarden die in Europa van kracht zijn sinds 2008. Wettelijk gezien hoeven de gemeenten dus niet te streven naar een betere luchtkwaliteit. De grenswaarden zijn echter een compromis tussen haalbaarheid en gezondheid, en bij vaststelling van deze grenswaarden waren er al advieswaarden van de WHO uit 2005 die met name voor fijnstof veel strenger waren. In september 2021 heeft de WHO nieuwe advieswaarden uitgebracht die aanzienlijk naar beneden zijn bijgesteld ten opzichte van 2005. Dit betekent echter niet dat er onder deze waarden geen gezondheidseffecten meer optreden.
Stof
Nieuwe WHO advieswaarde (2021)
WHO Advieswaarde (2005)
Europese Grenswaarde (2008)
NO2
10 µg/m3
40 µg/m3
40 µg/m3
PM10
5 µg/m3
20 µg/m3
40 µg/m3
In dit MER worden de WHO advieswaarden uit 2021 gehanteerd als beoordelingscriterium. De situatie wordt als goed beoordeeld wanneer ruim wordt voldaan aan de nieuwe WHO advieswaarden die uitgebracht zijn in 2021. Wanneer net voldaan wordt aan deze waarden wordt de situatie beoordeeld als redelijk. Wanneer niet wordt voldaan aan de WHO advieswaarden uit 2021 wordt de situatie beoordeeld als slecht. Dit geldt ook wanneer wel wordt voldaan aan de hogere Europese grenswaarden. In alle concentraties die hierna genoemd zijn, betreft het jaargemiddelde concentraties.
6/91
Kenmerk
2.2
R000-1290775-V02
Beleidskader
Zowel op nationaal als regionaal niveau is er beleid opgesteld ten aanzien van het verbeteren van de luchtkwaliteit. Onderstaande tabel licht de beleidskaders per niveau uit. Beleidsniveau
Beleidsstuk
Toelichting
Nationaal
Wet milieubeheer
De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet. Deze wet bepaalt welk wettelijk gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen.
Provinciaal/ regionaal
Schone Lucht Akkoord Het Schone Lucht Akkoord is ondertekend door verschillende gemeenten in Nederland. De gezamenlijke ambitie is om in alle relevante sectoren de uitstoot van vervuilende stoffen te beperken, om zo in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen. De gemeente Rijswijk werkt als deelnemer van het Schone Lucht Akkoord mee aan de realisatie van de landelijke doelstelling en treft maatregelen voor schonere en gezondere lucht.
Lokaal
Actieplan Luchtkwaliteit Het Actieplan Luchtkwaliteit geeft aan waar luchtverontreiniging een 2020-2024
gezondheidsrisico vormt. Stikstofdioxide en fijnstof worden aangepakt door een set maatregelen om de lokale luchtkwaliteit te verbeteren.
2.3
Beschrijving en beoordeling huidige situatie
De Europese grenswaarde voor NO2 (Wet milieubeheer) is 40 μg/m3. Deze grenswaarde is gelijk aan de WHO advieswaarde voor NO2 uit 2005. De WHO advieswaarde uit 2021 ligt echter een stuk lager, namelijk op 10 μg/m3. De gemeente Rijswijk kent een luchtkwaliteit met een NO2 waarde variërend tussen de 18-30 μg/m3. Hiermee ligt Rijswijk binnen de wettelijke EU grenswaarde maar voldoet zij niet aan de WHO advieswaarde (2021). Zoals zichtbaar in figuur 1 is de concentratie NO2 het hoogste rond de A4 en A13 autosnelwegen. Ook de Prinses Beatrixlaan en Sir Winston Churchilllaan met aansluiting op de A4 veroorzaken concentraties NO2 boven de WHO-grenswaarde .
7/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Figuur 1. Jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (CIMLK, 2021)
De wettelijke grenswaarde voor fijnstof (PM10) is volgens de Wet milieubeheer 40 μg/m3. De WHO advieswaarde uit 2005 ligt de helft lager op 20 μg/m3. De WHO advieswaarde uit 2021is 15 μg/m3. Rijswijk kent een hoeveelheid fijnstof tussen de 16-18 μg/m3. Uit het Actieplan Luchtkwaliteit blijkt dat Rijswijk de wettelijke advieswaarden voor PM10 sinds het begin van de metingen in 2010 nooit is overschreden. Echter geldt ook hier dat de concentratie boven de WHO advieswaarde uit 2021 ligt. Wel wordt voldaan aan de WHO advieswaarde uit 2005. Een aandachtspunt is de Prinses Beatrixlaan met aansluiting op de A4 en Admiraal Helfrichsingel.
Figuur 2. Spreiding fijnstof concentratie op de NSL-toetspunten van Rijswijk in 2010 t/m 2018 en prognose 2020 en 2030 (Actieplan Luchtkwaliteit Rijswijk, 2018)
8/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
De indicator Luchtkwaliteit wordt in de huidige situatie, op basis van boven genoemde gegevens, per saldo beoordeeld als slecht: Rijswijk voldoet aan de WHO advieswaarden uit 2005, maar niet aan de nieuwe WHO advieswaarden uit 2021.
2.4
Beschrijving en beoordeling autonome ontwikkeling
Technische innovaties die leiden tot schonere technieken en duurzame energiebronnen hebben naar verwachting een positief effect op de luchtkwaliteit in de toekomst. Zo zal een toename van emissieloos wegverkeer leiden tot een verbetering. Het gebruik van duurzame energiebronnen leidt echter niet automatisch tot een verbetering. Als fossiele brandstoffen voor een groot deel door biomassa vervangen worden, blijft er sprake van uitstoot door verbranding met negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit. In de Regionale Energiestrategie die op dit moment wordt doorlopen in de regio Zuid-Holland (RES 1.0 is opgesteld en wordt uitgewerkt) wordt ingezet op de duurzame energieopwekking door wind- en zonne-energie. De RES-regio Rotterdam Den Haag waar Rijswijk onder valt voegt daar echter ook andere vormen van energie opwekking en gebruik van warmtebronnen aan toe. Denk aan aquathermie en duurzame brandstoffen uit de afvalwaterzuivering. Met de benoemde maatregelen uit het Actieplan Luchtkwaliteit van Rijswijk (2020) zal de luchtkwaliteit naar verwachting verbeteren, denk aan zonering waar oude voertuigen geweigerd worden (o.a. op de Burgemeester Elsenlaan). Zoals zichtbaar in figuur 2 zal naar aanleiding van het Actieplan Luchtkwaliteit de concentratie PM10 verminderen in de loop naar 2030.
Het is de vraag of deze ontwikkelingen in de nabije toekomst een significante verbetering kunnen maken in de luchtkwaliteit van Rijswijk zodanig dat zij daarmee gaat voldoen aan de WHO grenswaarde van NO2 10 μg/m3 en PM10 15 μg/m3. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeling als slecht.
3 Geluid Geluidshinder ontstaat voornamelijk in de buurt van wegen, spoorwegen, industrie en vliegvelden. Wegverkeer is de grootste veroorzaker van geluidshinder. Overlast als gevolg van geluid kan uiteindelijk leiden tot gezondheidsklachten bij bewoners.
3.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Goed
Redelijk
Geluid
Europese Richtlijn wegverkeer 55 dB Lden en 50 Lnight hoogst toelaatbare geluidbelasting Europese Richtlijn railverkeer 55 dB Lden en 50 Lnight hoogst toelaatbare geluidbelasting Europese Richtlijn industrie 55 dB Lden en 50 Lnight hoogst
Voldoet aan Europese Richtlijn
Net boven Europese Ruim boven Richtlijn Europese Richtlijn
Slecht
Voldoet aan Europese Richtlijn
Net boven Europese Ruim boven Richtlijn Europese Richtlijn
Voldoet aan Europese Richtlijn
Net boven Europese Ruim boven Richtlijn Europese Richtlijn
9/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
toelaatbare geluidbelasting
Met betrekking tot het onderwerp geluid zijn een divers aantal bronnen als veroorzaker mogelijk. Voor wegverkeer, railverkeer en industrie wordt het aspect geluid beoordeeld op basis van de Europese Richtlijn Omgevingslawaai. Dit wordt uitgedrukt in Lden, wat staat voor Lday-eveningnight en geeft het jaargemiddelde geluidniveau aan voor de dagperiode, avondperiode en nachtperiode. Lden kent een grenswaarde van 55 dB. Daarnaast wordt omgevingslawaai uitgedrukt in Lnight wat staat voor het jaargemiddelde geluidniveau voor de nachtperiode, met een grenswaarde van 50 dB. In bovenstaande tabel is weergegeven wanneer de geluidswaarden van wegverkeer, railverkeer en industrie worden beoordeeld als goed, redelijk of slecht.
3.2
Beleidskader
Op verschillende niveaus is beleid opgesteld om geluidhinder te minimaliseren. De verschillende beleidstukken worden toegelicht in onderstaande tabel. Beleidsniveau
Beleidsstuk
Nationaal
Wet geluidhinder
Provinciaal/ regionaal
Toelichting
Heeft als doel de mens te beschermen tegen de negatieve effecten van geluid. Hierin zijn de regels opgenomen voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen. Maatregelen om geluidhinder tegen te gaan moeten altijd zo dicht mogelijk bij de bron worden genomen. Wet Milieubeheer Geluidsnormen zijn van toepassing om de woonomgeving te beschermen tegen geluidshinder. Meerjarenprogramma Geluidsanering Doel van het Meerjarenprogramma is Spoor - ProRail om het spoor stiller te maken door het plaatsen van schermen langs het spoor en geluidsanering van woningen. Meerjarenprogramma Rijkswegen Aanpak geluidhinder bij woningen nabij of langs Rijkswegen. Omgevingsvisie Zuid Holland 2023 In de Omgevingsvisie Zuid Holland beschrijft de provincie waar zij zich de komende jaren op gaat richten. De provincie heeft daarin haar ambitie opgenomen voor het thema Geluidhinder. Het volgende is opgenomen: “De belangrijkste provinciale verantwoordelijkheden voor geluidhinder concentreren zich op de provinciale infrastructuur, provinciale inrichtingen, regionale luchthavens en stiltegebieden.
De inzet is gericht op het voorkomen en verminderen van geluidhinder door weg-(en rail) verkeer, luchtvaart en industrie (zonering en vergunningverlening) en het aanwijzen en beschermen van stiltegebieden.” Actieplan Geluid provinciale wegen In het plan beschrijft de provincie twee ambitieniveaus: 1) Het oplossen van berekende geluidbelastingen op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen boven de
10/91
Kenmerk
Lokaal
R000-1290775-V02
Actieplan Geluid 2018-2022
Rapportage Geluidbelastingkaart 2021
3.3
grenswaarde; en 2) het oplossen van geluidklachten van mensen die langs het provinciale wegennet wonen. Het Actieplan Geluid is voor de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, onderwijs- en zorggebouwen. Daarvoor is een grenswaarde opgenomen van 65 dB. Op basis van deze plandrempel verhoogt de gemeente de ambitie voor het aanpakken van geluidhinder ten gevolge van het verkeer op gemeentelijke wegen. Het rapport Geluidbelastingkaart geeft inzicht in de geluidsituatie op het grondgebied van de gemeente Rijswijk. Het rapport geeft informatie over de brontypen weg- en railverkeer, luchtvaart en industrie.
Beschrijving en beoordeling huidige situatie
Geluid wegverkeer Door de gemeente Rijswijk loopt de snelweg A4, zoals zichtbaar op onderstaande figuur met de donker rode lijn. Hier is sprake van wegverkeer met een geluid (Lden) van >75 dB gedurende de dag. Met name rond afrit 9 en 10 is er veel geluid van wegverkeer. Hetzelfde geldt voor het fijnmazige wegverkeer in de gemeente, waar wegverkeer ook een geluid (Lden) van >75 dB veroorzaakt. Figuur 4 laat zien dat ook in de nacht met name de A4 en de Prinses Beatrixlaan een geluidbelasting van >75 dB veroorzaken als gevolg van wegverkeer. Al de rood aangegeven gebieden overschrijden de Europese Richtlijn van 55 dB Lden en 50 dB Lnight.
11/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Figuur 3. Geluidhinder wegverkeer Lden (Geluidbelastingkaart Rijswijk 2021)
Figuur 4. Geluidhinder wegverkeer Lnight (Geluidbelastingkaart Rijswijk 2021)
Uit de rapportage Geluidbelastingkaart van 2021 blijkt dat er gedurende de dag op zeer veel plekken geluidhinder was boven de 55dB. Kijkend naar de locaties waar wegverkeer geluidhinder veroorzaakt (A4 en Prinses Beatrixlaan) boven de grenswaarden gedurende dag en nacht, wordt wegverkeer beoordeeld als slecht. Geluid railverkeer Gemeente Rijswijk kent een spoorlijn van noord naar zuid (parallel aan de Prinses Beatrixlaan). De geluidshinder direct langs de spoorweg ligt op >75 dB (Lden) gedurende de dag. Zichtbaar op figuur 5 is dat het geluid zich uitstrekt in het omliggend gebied; daar veroorzaakt de trein tussen de 55-59 dB (Lden). Dit levert met name in de woonwijken Sion en Haantje geluidsoverlast. Voor de nacht is zichtbaar in figuur 6 dat de grenswaarde van 50 dB in dezelfde gebieden overschreden wordt. Daarmee overschrijdt het railverkeer de Europese Richtlijn van 55 dB gedurende de dag en 50 dB gedurende de nacht.
12/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Figuur 5. Geluidbelastingkaart Railverkeer Lden (Geluidbelastingkaart Rijswijk 2021)
Figuur 6. Geluidbelastingkaart railverkeer Lnight (Geluidbelastingkaart Rijswijk 2021)
Omdat zeker gedurende de dag maar ook gedurende de nacht de omgeving rond het railverkeer geluidoverlast ervaart, wordt railverkeer beoordeeld als redelijk.
13/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Geluid industrie Geluidoverlast wordt in Rijswijk veroorzaakt door het industrieterrein DSM Noord in Delft. Op de geluidbelastingkaart Lden is te zien dat er overdag in de aangrenzende wijk van zoneringsgebied DSM Noord een maximale geluidbelasting is van 64 dB, boven de Europese Richtlijn. In de nacht is er vrijwel geen geluidbelasting, in een klein gebied bereikt het precies de grenswaarde van 50 dB.
Figuur 7. Geluidbelastingkaart industrieterrein DSM Noord Lden (Geluidbelastingkaart Rijswijk 2021)
Figuur 8. Geluidbelastingkaart industrieterrein DSM Noord Lnight (Geluidbelastingkaart Rijswijk 2021)
Daarom wordt de huidige situatie voor geluidbelasting industrie beoordeeld als goed.
14/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Kijkend naar de specifieke criteria per geluidsbron, scoort geluid wegverkeer slecht, geluid railverkeer redelijk en geluid industrie goed. Op basis hiervan wordt de indicator geluid per saldo beoordeeld als redelijk.
3.4
Beschrijving en beoordeling autonome ontwikkeling
Toenemende drukte, onder andere door verdichting en een toename van transport, kan leiden tot een negatief effect op de geluidsbelasting. Woon-werk gebieden worden naar verwachting meer blootgesteld aan geluidbelasting afkomstig van industrie, omdat de bebouwingsdichtheid toeneemt. Hoewel technologische ontwikkelingen mogelijkheden bieden om het geluid van individuele bronnen te verminderen, is het onduidelijk of deze ontwikkelingen opwegen tegen de toename van geluidsbelasting. Bij hogere snelheden van voertuigen is het geluid dat banden voortbrengen ook maatgevend ten opzichte van een (elektrische) motor. In 2024 wordt het Actieplan geluid geactualiseerd. In het actieplan worden het beleid en de voorgenomen maatregelen ter beperking van de geluidsbelasting in de stad beschreven. Op dit moment werkt Rijswijk aan een Actieplan Geluidsstil Asfalt welke in 2024 gereed zal zijn. Er is echter nog geen concreet beeld van de mate waarin de geluidbelasting afkomstig van wegverkeer afneemt en of de afname groot genoeg is om de Europese Richtlijn te halen. Op basis van deze ontwikkelingen wordt de autonome ontwikkeling van geluid beoordeeld als redelijk.
4 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft omgevingsrisico’s die te maken hebben met de productie, verwerking, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Concreet draait het bij externe veiligheid om risicobronnen die een potentieel gevaar voor de omgeving vormen. Hierbij gaat het om aardgasleidingen, tankstations met verkoop van LPG, vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg of over het spoor, en calamiteiten van bedrijven. Activiteiten die risico’s kunnen veroorzaken moeten goed afgestemd worden op andere kwetsbare functies (scholen, ziekenhuizen, kinderopvangen, woningen, etc.) om zo de risico’s te beperken.
4.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criteria
Goed
Redelijk
Slecht
Externe veiligheid
Mate van het groepsrisico door afstand van gevoelige functies tot risicobronnen
Geen tot laag groepsrisico doordat gevoelige functies ver gelegen zijn van risicobronnen
Aantal kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-6 (PR)
Zeer beperkt aantal kwetsbare objecten binnen de 10-6 PR contour.
Beperkt groepsrisico doordat een beperkt aantal gevoelige functies nabij risicobronnen gelegen is Diverse kwetsbare objecten binnen de 10-6 PR contour
Hoog groepsrisico doordat meerdere gevoelige functies nabij risicobronnen gelegen zijn Veel kwetsbare objecten binnen de 10-6 PR contour
Voor de indicator externe veiligheid is gekeken naar twee criteria: de mate van het groepsrisico en het aantal kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-6. Het groepsrisico
15/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
gaat over de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers tegelijk. Het plaatsgebonden risico is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon, die zich onafgebroken en onbeschermd op de betreffende plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof.
4.2
Beleidskader
Op verschillende niveaus is beleid opgesteld gericht op externe veiligheid. De verschillende beleidsstukken worden toegelicht in onderstaande tabel. Beleidsniveau
Beleidsstuk
Toelichting
Nationaal
Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo)
Het Brzo wijst bedrijven aan op basis van de hoeveelheid - en het soort - gevaarlijke stoffen die binnen het bedrijf worden gebruikt. Brzobedrijven zijn verplicht om de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen te beoordelen en maatregelen te nemen om mens en milieu te beschermen. Het doel van het Bevi is om mensen in de buurt van een bedrijf met gevaarlijke stoffen te beschermen. Bij een omgevingsvergunning milieu of een ruimtelijk besluit rond een Bevi-bedrijf moet het bevoegd gezag rekening houden met veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen (plaatsgebonden risico) en groepen personen (groepsrisico). Het Bevb regelt de taken en verantwoordelijkheden van de buisleidingexploitant en de gemeenten. Het Bevt, stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Hierin wordt ingegaan op het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de verantwoordingsplicht. Om risico’s in beeld te brengen is de risicokaart opgesteld, dit is een wettelijke verplichting op basis van Diverse overheden dragen verantwoordelijkheid voor de kaart: Het ministerie van Justitie en Veiligheid voor adequate wet- en regelgeving Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat als eigenaar van het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS).
De provincies voor het maken en beschikbaar stellen van de Risicokaart; De gemeenten (en provincies, waterschappen en Rijk) voor het aanleveren van gegevens; De gemeente beschrijft haar ambities, doelstellingen en operationele doelstellingen voor
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)
Wet veiligheidsregio’s en Wet milieubeheer.
Provinciaal/ regionaal
Uitvoeringsprogramma externe veiligheid 2015-2018
16/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Beleidsniveau
Lokaal
Beleidsstuk
Beleidsregels Externe Veiligheid gemeente Rijswijk 2017
Toelichting activiteiten die de provincie zelf uitvoert. Samen met de Veiligheidsregio Haaglanden, de Omgevingsdienst Haaglanden, het Rijk, de provincie Zuid-Holland en buurgemeenten streeft Rijswijk naar een professionele aanpak van de veiligheid, afkomstig van activiteiten met gevaarlijke stoffen. In de beleidsregels staat waar de verantwoordelijkheid van de gemeente ligt om haar mensen en de omgeving te beschermen tegen deze activiteiten.
Toelichting wijzigingen m.b.t. ingang Omgevingswet De wetgeving rond externe veiligheid zal in de toekomst gekaderd worden binnen de Omgevingswet. Met de invoering van de Omgevingswet wordt het groepsrisico anders ingevuld, namelijk in de vorm van aandachtsgebieden. Dit zijn aangewezen gebieden waar potentieel levensbedreigende externe veiligheidsrisico’s bestaan door warmtestraling, overdruk of een concentratie van giftige stoffen in de lucht . Binnen deze aandachtsgebieden dient het bevoegd gezag rekening te houden met het groepsrisico. Een andere verandering op het gebied van externe veiligheid is de invoering van de categorie zeer kwetsbare gebouwen afkomstig uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij zeer kwetsbare gebouwen is er sprake van een lage zelfredzaamheid van (een deel van) de aanwezige personen. Hieronder vallen bijvoorbeeld ziekenhuizen, kinderdagverblijven en gevangenissen. De overheid dient zeer kwetsbare gebouwen extra te beschermen. De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is 1 januari 2024. In dit PlanMER wordt uitgegaan van de huidige wetgeving die is gekaderd in het Bevi.
4.3
Beschrijving en beoordeling huidige situatie
Figuur 9 toont de risicobronnen in de gemeente Rijswijk. Op de kaart staan de transportlijnen waarover gevaarlijke stoffen getransporteerd worden. Dit kan gaan om wegen, sporen, vaarwegen of buisleidingen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is risicovol. Bij een incident of ongeluk kunnen deze stoffen vrijkomen en een gevaar vormen voor mens, dier en milieu. De transportlijnen die door de gemeente Rijswijk heen lopen zijn aardgasleidingen. Daarnaast toont de kaart inrichtingen (bedrijven) met gevaarlijke stoffen. Binnen de gemeente liggen vier inrichtingen. Voor een van de inrichtingen geldt een defensiezone. Naast de risicobronnen geeft de kaart ook de gevoelige functies in de gemeente Rijswijk weer. In de huidige situatie liggen een beperkt aantal kwetsbare objecten nabij risicogebieden. Zo ligt er in de wijk Rijswijk Buiten een school of kinderdagverblijf relatief dichtbij een inrichting. Dit geldt eveneens voor de locatie in het noordwesten van de gemeente waar een gevoelige functie zeer dichtbij een inrichting is gelegen. Aangezien het om verstedelijkt gebied gaat en de ruimte beperkt is, is dit onvermijdelijk. Er is sterke wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid in de vorm van het brzo en bevi en het lokale beleidsplan externe veiligheid. Omdat een beperkt aantal gevoelige functies nabij risicobronnen gelegen is en er geen extra kwetsbare of kwetsbare
17/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
objecten binnen de 10-6 PR contour liggen, wordt de externe veiligheid in de huidige situatie beoordeeld als redelijk.
Figuur 9. Risicobronnen in de gemeente (bron: Geoweb Rijswijk / KuiperCompagnons).
4.4
Beschrijving en beoordeling autonome ontwikkeling
De verwachting is dat de kans dat ongevallen zich voordoen niet significant zal toenemen. Door een toenemende bevolkingsdichtheid, inbreiding en verdichting kan de afstand tussen risicobronnen en gevoelige functies echter afnemen en het groepsrisico als gevolg daarvan toenemen. Anderzijds is een afname van het aantal inrichtingen voorzien dat gevaarlijke stoffen bezigt (beëindiging verkoop LPG, opheffen defensiezone). De autonome ontwikkeling wordt daarom als redelijk beoordeeld.
18/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
5 Stimuleren van sporten en bewegen Sporten en bewegen is een breed begrip, dat kan slaan op verschillende vormen van vrijetijdsbesteding (ontspanning en vermaak). Hier wordt sporten en bewegen in de openbare ruimte en ook de mogelijkheid tot binnensporten bedoeld. Sporten en bewegen heeft veel te maken met spelen, fietsen, wandelen, etc., en heeft positieve effecten op de gezondheid. Voldoende en kwalitatief goede voorzieningen om te kunnen sporten en bewegen dragen bij aan een goede leefomgeving, en een aantrekkelijk vestigingsklimaat.
5.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Sporten en bewegen
Aanbod recreatieve Aanbod en vraag is in Vraag en aanbod voorzieningen buiten balans zowel buiten sluit niet helemaal en binnen ten opzichte als binnen op elkaar aan en van de vraag tekort zowel buiten als binnen
Goed
Redelijk
Slecht Vraag en aanbod niet in balans en tekort zowel buiten als binnen
In Zuid-Holland zijn tientallen natuur- en recreatiegebieden die een belangrijke rol spelen in het recreatief gebruik van inwoners en toeristen. Ook zijn er verschillende mogelijkheden voor het beoefenen van binnensporten. Zijn vraag en aanbod van voorzieningen in de openbare ruimte en binnen in verhouding dan wordt de huidige situatie of autonome ontwikkeling beoordeeld als goed. Sluit het aanbod voor sporten en spelen niet voldoende aan op de vraag dan wordt het beoordeeld als redelijk. Sluit het aanbod niet aan op de vraag dan wordt de huidige situatie of de autonome ontwikkeling beoordeeld als slecht.
5.2
Beleidskader
Beleidsniveau
Beleidsstuk
Toelichting
Nationaal
-
-
Provinciaal/regionaal
Omgevingsvisie Zuid Holland 2023
De provincie streeft naar een beweegvriendelijke leefomgeving en een zo groot mogelijke deelname van onze bewoners aan sport en recreatie, met name van ondervertegenwoordigde groepen, vooral in en dicht bij de woonomgeving (bij voorkeur ‘om de hoek’, o.a. voor sport en spel en het maken ‘ommetjes’). De provincie draagt samen met partners zorg voor het beheer en het doorontwikkelen van recreatiegebieden, -netwerken en -voorzieningen, waaronder de recreatieve netwerken voor varen, fietsen, wandelen en paardrijden en streeft ernaar deze voor sport geschikter te maken. Vanuit het oogpunt van belevingswaarde verbindt de provincie bijzonder waardevolle gebieden inzake landschap (o.a. Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland), water en natuur (o.a. Hollands
19/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Recreatieperspectief Zuid-Holland 2023
Lokaal
Ruimte voor Sport in Rijswijk 2018
Uitvoeringsagenda Gezondheid en Sport in Rijswijk 2020-2022
5.3
Plassengebied en onze Nationale Parken NL Delta en Hollandse Duinen) en verbindt sportief en recreatief de groenblauwe netwerken in en om de stad. De provincie duidt met haar recreatieperspectief hoe zij tot 2030 wil zorgen voor de ontwikkeling van recreatie. Dit doet zij samen met gemeenten, gebiedspartijen, recreatieschappen, terreinbeheerders, waterschappen en maatschappelijke organisaties. Met 6 pijlers zet de provincie in op het duurzaam verzorgen van het bestaande en toekomstige recreatieve netwerk. Rijswijk heeft een analyse van vraag en aanbod van binnen en buiten sportaccommodaties opgesteld. Met het Rijswijkse Sportakkoord wil de gemeente bereiken dat iedereen plezier in sport en bewegen kan hebben. De Uitvoeringsagenda laat zien hoe hier aan gewerkt wordt de komende jaren. Op de volgende thema’s wordt er aan gewerkt: iedereen kan meedoen, bewegen in de buitenruimte, vitale aanbieders, positieve sportcultuur, van jongs af aan vaardig in bewegen, rookvrije generatie, gezond gedrag.
Beschrijving en beoordeling huidige situatie
Binnen de gemeente Rijswijk zijn er voldoende opties om buiten te recreëren. Allereerst zijn er verschillende fiets- en wandelroutes, als ook groengebieden. De gemeente kent geen landelijke fietsroutes maar wel goed verbonden regionale fietsroutes naar aansluitende gemeenten en de grotere omgeving. Daarmee biedt de gemeente voldoende mogelijkheden tot fietsen.
20/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Figuur 10. Regionale fietsroutes (Atlas Leefomgeving 2022)
Voor wandelen geldt dat er grenzend aan de gemeente verschillende landelijke wandelroutes lopen. Dit zijn LAW-routes, streekpaden, NS-wandelingen en OV-stappers. In onderstaande figuur is te zien dat er voornamelijk regionale wandelroutes in Rijswijk zijn. Deze lopen vrij parallel aan de fietsroutes.
Figuur 11. Regionale wandelroutes (Atlas Leefomgeving 2022)
21/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Als we kijken naar de mogelijkheden tot sporten zien we het volgende. De gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde sportlocaties in Rijswijk is <2,5 km. In vergelijking met de rest van Nederland is dit erg goed. In andere gemeenten is deze afstand gemiddeld langer, zoals te zien is op figuur 12: bijna in heel Nederland begint de afstand tot sportaccommodaties vanaf 2,5 km.
Figuur 12. Gemiddelde afstand van inwoners naar dichtstbijzijnde sportlocatie in km in Rijswijk (Atlas Leefomgeving 2022)
Figuur 13. Gemiddelde afstand van inwoners naar dichtstbijzijnde sportlocatie in km in Nederland (Atlas Leefomgeving 2022)
Kijken we naar de buitensporten dan ligt het grootste knelpunt in de gemeente bij de hockeysport en de buitensportaccommodaties daarvan. Uit het onderzoek ‘Ruimte voor Sport in Rijswijk 2018’
22/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
blijkt de hockeysport groeiende en bestaan er wachtlijsten om te kunnen sporten. Er is een tekort van 2 hockeyvelden. Als we kijken naar binnensporten dan staat dit onder druk in Rijswijk: de gemeente voldoet niet aan het minimaal aantal sporthallen. Rijswijk kent een tekort van drie sporthallen voor binnensport. Er ligt een knelpunt rondom optimale ruimtelijke spreiding en planning van sporters: rondom piekmomenten is het te druk. Het aanbod van sporthallen voldoet niet helemaal aan de vraag. Op basis van bovenstaande informatie wordt de huidige situatie beoordeeld als redelijk. Voor enkele sporten geldt dat er knelpunten zijn.
5.4
Beschrijving en beoordeling autonome ontwikkeling
Door de toename van vrije tijd is een trend naar een belevingseconomie waarneembaar: de behoefte aan een breed aanbod van recreatievoorzieningen groeit, zowel binnen als buiten. Deze beleveniseconomie gaat geleidelijk over in een betekeniseconomie, waarin mensen meer op zoek zijn naar zingeving en immateriële waarden. De verwachting is dat de omvang van het openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied gelijk blijft of beperkt toeneemt. Daarnaast is de verwachting dat de waardering voor deze gebieden toeneemt door de verdere, voorgenomen kwaliteitsverbetering. Ook verwachten we dat naast een toenemend inwoneraantal in Rijswijk, ook het aantal mensen dat aan binnensporten wil doen zal toenemen. Met name het aanbod voor binnensporten zal niet volledig kunnen voldoen aan de toenemende vraag. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als redelijk.
23/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Groen en natuurlijk Rijswijk 6 Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Onder landschap verstaan we de totaliteit van een gebied, de natuurlijke elementen en de historische structuurlijnen. Cultuurhistorische elementen en structuren zijn belangrijke aspecten van stad en landschap. Ze dragen bij aan de herkenbaarheid en identiteit van het landschap en gebied als geheel. Cultuurhistorische waarden kunnen worden ingedeeld in bouwhistorische elementen (historische panden en bouwwerken) en historisch-geografische elementen (o.a. historische landschappen en infrastructuur zoals trekvaarten, dijken, wegen, kanalen, polders, steden en dorpen).
6.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Goed
Redelijk
Slecht
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden
Status landschappelijke en cultuurhistorische waarden
Versterking waarden
Behoud waarden
Aantasting waarden
Voor de indicator landschappelijke en cultuurhistorische waarden is gekeken naar de belangrijkste waarden binnen de gemeente Rijswijk. De indicator wordt beoordeeld aan de hand van de status van beschermde cultuurhistorische zones, elementen en gebied en de status van het landschap. Wanneer wordt uitgegaan van het versterken van de waarden wordt de huidige situatie en of autonome ontwikkeling beoordeeld als goed. Wanneer de bestaande waarden worden aangetast wordt de huidige situatie en of autonome ontwikkeling beoordeeld als slecht. Wanneer ingezet wordt op het behoud van landschappelijke en cultuurhistorische waarden wordt de situatie beoordeeld als redelijk.
6.2
Beleid
Op verschillende beleidsniveaus is beleid opgesteld gericht op landschappelijke en cultuurhistorische waarden. De verschillende beleidsstukken worden toegelicht in onderstaande tabel. Beleidsniveau Nationaal
Beleidsstuk Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Toelichting In de NOVI stelt het Rijk als doel dat wordt voorkomen dat het landschap versnippert en rommelig wordt. Het Rijk maakt hiervoor met andere overheden afspraken (Omgevingsagenda’s) over inpassing van bepaalde ontwikkelingen. Bijvoorbeeld om de wildgroei van distributiecentra in ons landschap tegen te gaan. Daarbij moet er voor de huidige gebruikers een goed toekomstperspectief zijn. Unieke cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van de Nederlandse landschappen moeten
24/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Beleidsniveau
Beleidsstuk
Provinciaal/ regionaal
Provinciale Omgevingsvisie
Lokaal
Nota Cultureel Erfgoed
6.3
Toelichting daarom bij nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied worden behouden en versterkt. De provincie zet in op het versterken en benutten van de verschillen tussen de verschillende landschappen in de provincie. Vijf landschapstypen zijn kenmerkend voor de provincie: veenweiden, duinen, eilanden, steden en de delta. Op de gemeente Rijswijk zijn voornamelijk veenweiden en steden van toepassing. De kern van het erfgoedbeleid van ZuidHolland is het behoud van erfgoed door het beschermen, beleven en benutten van erfgoed. In de Nota Cultureel Erfgoed staat de balans tussen behoud van landschappelijke en cultuurhistorische waarden en ontwikkeling centraal.
Beschrijving en beoordeling van de huidige situatie
Doordat de verstedelijking in Rijswijk na de Tweede Wereldoorlog significant is toegenomen is veel van het oorspronkelijke landschap in Rijswijk verdwenen. De gemeente kent echter een rijke geschiedenis en ondanks dat er veel cultuurhistorische elementen zijn verdwenen beschikt de gemeente over cultuurhistorisch erfgoed (Nota Cultureel Erfgoed). De landgoederenzone, grotendeels gelegen langs de Van Vredenburchweg, vormen in de huidige situatie een belangrijk deel van het gemeentelijk erfgoed. De landgoederen zijn voornamelijk op de strandwal of op de rand hiervan gebouwd. Nog bestaande buitenplaatsen zijn onder andere Overvoorde, Te Werve, Welgelegen, Cromvliet, Hoornwijck en Zuidhoorn. De Rijswijkse landgoederenzone maakt deel uit van het Nationaal Park Hollandse Duinen, dat de kuststrook tussen Hoek van Holland en Noordwijk beslaat. Binnen het Nationaal Park Hollandse Duinen werken 50 partners samen om de bijzondere natuur, het landschap en het cultureel erfgoed in het gebied te beschermen. Er is vanuit de provincie Zuid-Holland sprake van een zekere mate van bescherming van landgoederen.
Vanuit het Rijk worden de rijksmonumenten beschermd, de provincie beschermd de drie erfgoedlijnen (landgoederenzone, trekvliet en Atlantikwall) waar Rijswijk bij aangesloten is en vanuit de provinciale verordening worden landgoederen en buitenplaatsen beschermd door te werken met buitenplaatsbiotopen. Een dergelijke aanwijzing verplicht gemeenten en dus ook Rijswijk om bij de actualisatie van bestemmingsplannen rekening te houden met de biotopen door beschermende maatregelen te treffen. Een andere belangrijk voorbeeld van gemeentelijk erfgoed is de Vlietzone. Langs gedeeltes van de Vlietoevers is de historische inrichting nog aanwezig. Ook deze zone is door de provincie aangewezen als Erfgoedlijn. Andere landschappelijke en cultuurhistorisch waardevolle gebieden in de gemeente Rijswijk zijn de historische dorpskern, gebieden waar historische polderverkaveling zichtbaar is en uitbreidingslocaties uit verschillende perioden. Daarnaast lopen er door de gemeente Rijswijk enkele historische landwegen, zoals de Van Vredenburchweg, de Herenstraat, de Geestbrugweg, het Jaagpad en de Delftweg. Tenslotte liggen er binnen de
25/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
gemeente verschillende historische waterwegen. Voorbeelden zijn: de Vliet, de Zandvaart en de Spieringswetering. De gemeente Rijswijk telt 88 inschrijvingen in het rijksmonumentenregister en ruim 50 gemeentelijke monumenten. Voorbeelden van monumenten zijn buitenplaats Welgelegen aan het Julialaantje, de Rooms-Katholieke kerk H. Bonifatius, de Atlantiek Wal, de Vliet en buitenplaats Cromvliet. De beschreven elementen zijn van cultuurhistorische waarde.
Figuur 14. Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Rijswijk (bron: Geoweb Rijswijk / KuiperCompagnons).
De provincie Zuid-Holland zet in op het behoud van erfgoed door het te beschermen, te beleven en te benutten. De gemeente Rijswijk beschrijft eveneens dat zij maatregelen treft om de historische kwaliteiten binnen de gemeente te bewaken en in stand te houden. Historische waterstructuren worden waar mogelijk beschermd en hersteld. Per saldo wordt de huidige situatie beoordeeld als redelijk.
6.4
Beschrijving en beoordeling van de autonome ontwikkeling
De beoogde ontwikkeling van bestaand stedelijk gebied of het uitbreiden in groene zones kan leiden tot aantasting van cultuurhistorische en/of landschappelijke waarden. Binnen de gemeente Rijswijk zijn verschillende ruimtelijke ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de autonome situatie. Voorbeelden zijn woningbouw, mobiliteit en de energietransitie. Als gevolg van deze ruimteclaims groeit de druk op het landschap en de cultuurhistorie. Er zijn daarnaast beperkte
26/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
middelen om landschappen en cultuurhistorie te onderhouden. Wanneer er vanuit de gemeente te weinig aandacht voor is voor het in stand houden van landschappelijke en cultuurhistorische waarden gaan de waarden vrijwel zeker achteruit. Een aantal buitenplaatsen zijn aangewezen als rijksmonument of gemeentelijk monument.Dit biedt een zekere mate van bescherming en stelt beperkingen aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De autonome ontwikkeling wordt daarom per saldo beoordeeld als redelijk.
7 Natura 2000 Natura 2000 is het samenhangende netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie, bestaande uit Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden. Landen wijzen beschermingszones aan en stellen een beheerplan op om de natuurwaarden in deze natuurgebieden te behouden, te vergroten of te verbeteren. Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen onder meer veroorzaakt worden door verstoring door licht en geluid, verdroging van de bodem, verzuring en stikstofdepositie.
7.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Goed
Redelijk
Slecht
Natura 2000
Staat van instandhouding soorten en habitattypen
Behoud of versterking
Beperkte aantasting
Aanzienlijke aantasting
In Nederland zijn er ruim 160 Natura 2000-gebieden. In de gemeente Rijswijk zijn geen Natura 2000 gebieden gelegen. Wel liggen er enkele gebieden op relatief korte afstand van de gemeente, dit zijn: Meijendel & Berkheide (circa 5 km), Westduinpark & Wapendal (circa 3 km) en Solleveld & Kapittelduinen (circa 3 km). Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden zullen effecten zoals verstoring door licht en geluid, verdroging van de bodem en verzuring niet van toepassing zijn. Wel kan er sprake zijn van stikstofdepositie. Voor de indicator Natura 2000 is gekeken naar de staat van instandhouding van deze gebieden. Wanneer er sprake is van behoud of versterking van de kwaliteiten en de instandhoudingsdoelen wordt de huidige situatie en of autonome ontwikkeling beoordeeld als goed. Wanneer er sprake is van beperkte of aanzienlijke aantasting, wordt de huidige situatie en of autonome ontwikkeling beoordeeld als respectievelijk redelijk of slecht.
7.2
Beleidskader
Op verschillende beleidsniveaus is beleid opgesteld gericht op de bescherming van Natura 2000gebieden. De verschillende beleidsstukken worden toegelicht in onderstaande tabel. Beleidsniveau Europees
Beleidsstuk Vogel- en Habitatrichtlijn
Nationaal
Wet Natuurbescherming
Toelichting De Vogel- en Habitatrichtlijn beschermen de in het wild voorkomende soorten van internationaal belang De Natura 2000-gebieden maken onderdeel uit van Europees en nationaal beleid. De Europese afspraken zijn in Nederland
27/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Beleidsniveau
Beleidsstuk
Provinciaal/ regionaal Lokaal
-
7.3
Toelichting vastgelegd in de Wet natuurbescherming. -
Beschrijving en beoordeling huidige situatie
Voor elk Natura 2000-gebied is een beheerplan opgesteld, waarin is uitgewerkt op welke wijze, waar en wanneer de instandhoudingsdoelstellingen gehaald gaan worden. De verschillende Natura 2000-gebieden worden toegelicht aan de hand van het opgestelde beheerplan. Figuur 15 toont de drie gebieden die op relatief korte afstand liggen van de gemeente Rijswijk. Meijendel & Berkheide Het Natura 2000-gebied Meijendel en Berkheide is gelegen binnen de gemeenten ’s-Gravenhage, Katwijk en Wassenaar. Het gebied bestaat uit een brede duinstrook met een gevarieerd en uitgestrekt, kalkrijk duinlandschap, dat reliëfrijk en landschappelijk zeer afwisselend is. Het gebied vervult diverse functies. Zo wordt het gebied gebruik voor waterwinning, als natuurgebied, maar ook als kustbescherming, recreatiegebied en als militair oefenterrein. Het zuidelijke deelgebied Meijendel is een relatief laag gelegen gebied met grote 'uitgestoven duinvlakten'. Het noordelijke deelgebied Berkheide kent meer reliëf. Het landschap heeft een kenmerkende opbouw van evenwijdige duinenrijen met opeenvolgende hoge paraboolduinen en moerassige laagten met struweel, waarin grote valleien liggen zoals Kijfhoek, Bierlap en de vallei Meijendel. Daarnaast kent het gebied enkele bosgebieden. Er treden verschillende knelpunten op in het gebied Meijendel en Berkheide en deze kunnen verschillen per habitattype.
Zo kent het gebied diverse stikstofgevoelige duinhabitats, zoals duingraslanden, waarvoor de kritische depositiewaarde wordt overschreden. Daarnaast leidt klimaatverandering tot het veranderen van het verspreidingsgebied van een aantal soorten in het duin. Een ander knelpunt is de verhoogde mate van nutriënten rond infiltratieplassen. Daarnaast is een groot knelpunt het wegvallen van dynamiek (winddynamiek, stuivend zand), mede door de versnelde bodemopbouw en het dichtgroeien van het open duinlandschap (o.a. door overmaat van stikstofdepositie) zijn voorbeelden van knelpunten in het gebied. Het Natura 2000-gebied is aangewezen als Habitatrichtlijngebied. In het aanwijzingsbesluit zijn instandhoudingsdoelstellingen opgenomen gericht behoud of verbetering/uitbreiding van oppervlakte en kwaliteit van habitattypen en Habitatrichtlijnsoorten. In relatie tot oppervlakte wordt zowel ingezet op behoud als uitbreiding. Onder andere voor de grijze duinen en de vochtige duinvalleien geldt een uitbreidingsdoelstelling. In relatie tot kwaliteit gelden zowel behoud- als verbeteringsdoelstellingen. Voor de witte duinen, grijze duinen, vochtige duinvalleien en duinbossen wordt ingezet op een kwaliteitsverbetering. In het beheerplan zijn diverse maatregelen opgenomen voor de eerste beheerplanperiode (2016-2022). Dit is onderzocht in de natuurdoelanalyse.
Begin 2023 is het beheerplan van Meijendel & Berkheide voor een tijdvak van maximaal twee jaar verlengd. Uit de Natuurdoelanalyse (Provincie Zuid-Holland, 2022a) blijkt echter dat voor een aantal instandhoudingsdoelstellingen aanvullende maatregelen benodigd zijn om verslechtering te voorkomen en de instandhoudingsdoelen te behalen.
28/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Figuur 15: Natura 2000-gebieden rondom de gemeente Rijswijk (Viewer provincie Zuid Holland)
Westduinpark & Wapendal Het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal is gelegen tussen Kijkduin in het zuiden, de standsrand van Den Haag in het oosten en Scheveningen in het noorden. Het is een breed, gevarieerd en kalkrijk duingebied met kenmerkende habitats van de Hollandse duin- en kuststreek. Het gebied kent een grote diversiteit aan vegetatietypen van jonge en oude, droge duinen, met ruigten, graslanden en struwelen en binnenduinbos. Het belangrijkste knelpunt voor het gebied Westduinpark & Wapendal is het gebrek aan verstuiving en dynamiek als gevolg van de vastlegging van de duinen. De verhoogde stikstofdepositie versnelt dit proces door stabilisatie van het zand als gevolg van algengroei. Daarnaast leidt stikstofdepositie tot een versnelde groei van grassen wat de verstuiving van het zand nog verder beperkt. Andere knelpunten zijn de opslag van invasieve soorten, waaronder de Amerikaanse vogelkers. Dit kan op termijn een negatief effect hebben op de kwaliteit van het gebied. De knelpunten kunnen verschillen voor de habitattypen die in het gebied aanwezig zijn. Het Natura 2000-gebied is aangewezen als Habitatrichtlijngebied. In het aanwijzingsbesluit zijn zowel instandhoudingsdoelstellingen opgenomen gericht oppervlakte als kwaliteit van habitattypen.
In relatie tot oppervlakte wordt voornamelijk ingezet op behoud, enkel voor de grijze duinen geldt een uitbreidingsdoelstelling. In relatie tot kwaliteit gelden zowel behoud- als verbeteringsdoelstellingen. Voor de grijze duinen en duinbossen wordt ingezet op een kwaliteitsverbetering. In de eerste beheerplanperiode zijn de meeste maatregelen uit het eerste beheerplan uitgevoerd (Beheerplan Westduinpark & Wapendal 2018-2023). Daarnaast heeft de gemeente Den Haag veel extra werkzaamheden uitgevoerd. In de tweede beheerplanperiode
29/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
wordt ingezet op het uitbreiden van de kalkrijke grijze duinen en het behoud van het oppervlakte van de overige habitattypen. Daarnaast wordt ingezet op verbetering van de kwaliteit van veel verschillende habitattypen. Begin 2023 is het beheerplan van Westduinpark & Wapendal voor een tijdvak van maximaal twee jaar verlengd. Uit de Natuurdoelanalyse (Provincie Zuid-Holland, 2022b) blijkt echter dat voor een aantal instandhoudingsdoelstellingen aanvullende maatregelen benodigd zijn om verslechtering te voorkomen en de instandhoudingsdoelen te behalen. Solleveld & Kapittelduinen Het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen is gelegen tussen Den Haag en Ter Heijde. Het gebied bestaat voor het grootste gedeelte uit ‘oude duinen’. Bijzonder in deze ontkalkte duinen zijn de duingraslanden, de door de wind geschoren eikenstrubben en enkele heideterreintjes. Het gebied is niet heel reliëfrijk en bestaat uit duinen, duinbossen, graslanden, duinheiden, struwelen, ruigten en plassen. Ten noorden van de oude monding van de Maas liggen de Kapittelduinen. Dit deel bestaat voor het merendeel uit zeer jonge, door de mens opgeworpen duinen. Het gebied ligt op de overgang van kust naar rivierengebied en meer landinwaarts worden de rivierinvloeden steeds duidelijker zichtbaar in de vegetatie.
Ook voor het Natura 2000-gebied Solleveld en Kapittelduinen geldt dat het gebrek aan verstuiving en dynamiek als gevolg van de vastlegging van de duinen een belangrijk knelpunt vormt. Ook hier versnelt de verhoogde stikstofdepositie het proces door stabilisatie van het zand als gevolg van algengroei. Daarnaast resulteert de verhoogde stikstofdepositie in een versnelde groei van grassen. Andere knelpunten die gelden voor het gebied zijn het verzuring, de toename van strandbebouwing, beperkte verjonging, sterk wisselend grondwaterpeil, intensief maaibeheer en de uitbreiding van invasieve soorten. De knelpunten lopen uiteen voor de verschillende habitattypen die in het gebied aanwezig zijn. Het Natura 2000-gebied is aangewezen als Habitatrichtlijngebied. In het aanwijzingsbesluit zijn zowel instandhoudingsdoelstellingen opgenomen gericht oppervlakte als kwaliteit van habitattypen en Habitatrichtlijnsoorten. In relatie tot oppervlakte wordt voornamelijk ingezet op behoud, enkel voor de grijze duinen en de vochtige duinvalleien geldt een uitbreidingsdoelstelling. In relatie tot kwaliteit gelden zowel behoud- als verbeteringsdoelstellingen. Onder andere voor de witte duinen, de grijze duinen en de duinbossen wordt ingezet op verbetering. De meeste maatregelen uit de eerste beheerplanperiode zijn uitgevoerd (Beheerplan Solleveld & Kapittelduinen 2018-2023).
Voor de tweede beheerplanperiode geldt dat de omvang van vochtige kalkrijke duinvalleien en kalkrijke grijze duinen moet worden uitgebreid. Daarnaast moet de kwaliteit van een groot aantal habitattypen (lokaal) worden verbeterd. Begin 2023 is het beheerplan van Solleveld & Kapittelduinen voor een tijdvak van maximaal vier jaar verlengd. Uit de Natuurdoelanalyse (Provincie Zuid-Holland, 2022c) blijkt echter dat voor een aantal instandhoudingsdoelstellingen aanvullende maatregelen benodigd zijn om verslechtering te voorkomen en de instandhoudingsdoelen te behalen.
30/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Aangezien voor alle drie de gebieden uit de Natuurdoelanalyses blijkt dat verdere verslechtering niet is uitgesloten en de doelen niet worden gehaald, wordt de huidige situatie beoordeeld als slecht.
7.4
Beschrijving en beoordeling autonome ontwikkeling
Voor de verschillende Natura-2000 gebieden zijn en worden uitgebreide beheersmaatregelen opgenomen in de betreffende beheerplannen. Daarnaast blijkt uit de Natuurdoelanalyses dat aanvullende maatregelen benodigd zijn. Deze worden geborgd in de uitwerking van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). De opgenomen maatregelen zijn zowel gericht op het behouden van oppervlakte en kwaliteit als het uitbreiden van oppervlak en het verhogen van de kwaliteit. De betreffende maatregelen worden gezien als autonome ontwikkeling. Zoals beschreven zijn de beheerplannen voor de gebieden Meijendel & Berkheide, Westduinpark & Wapendal en Solleveld & Kapittelduinen verlengd. Er worden diverse maatregelen getroffen, maar de resultaten en uitvoering daarvan staan nog niet vast. Ook is het waarschijnlijk dat niet alle maatregelen worden uitgevoerd of dat zij op tijd worden uitgevoerd. De verwachting is dat dit leidt tot een beperkte aantasting of op sommige plekken tot een verslechtering. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als slecht.
8 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van natuurgebieden in Nederland. Doel hiervan is bestaande natuurgebieden met elkaar verbinden. Het netwerk helpt te voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Vanaf 2014 zijn provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurwerk.
8.1
Beoordelingscriteria en systematiek
Indicator
Criterium
Goed
Redelijk
Slecht
Natuurnetwerk Nederland
Oppervlak, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden
Behoud of versterking
Beperkte aantasting
Aanzienlijke aantasting
Voor de indicator Natuurnetwerk Nederland is gekeken naar het oppervlak, de samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden die onder het NNN vallen in gemeente Rijswijk. Wanneer er sprake is van behoud of versterking van het oppervlak, de samenhang en de wezenlijke kenmerken en waarden wordt de huidige situatie en of autonome ontwikkeling beoordeeld als goed. Wanneer er sprake is van aanzienlijke of beperkte aantasting wordt de huidige situatie en of autonome ontwikkeling beoordeeld als slecht of redelijk.
8.2
Beleidskader
Op verschillende beleidsniveaus is beleid opgesteld gericht op Natuurnetwerk Nederland. De verschillende beleidsstukken worden toegelicht in onderstaande tabel.
31/91
Kenmerk
R000-1290775-V02
Beleidsniveau Nationaal
Beleidsstuk -
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Provinciaal/ regionaal
Zuid-Hollandse Omgevingsverordening
Lokaal
-
8.3
Toelichting Hoewel de rijksoverheid niet de eerstverantwoordelijke is voor het Natuurnetwerk Nederland, blijft zij eindverantwoordelijk voor de natuur. Zij investeert samen met provincies, sinds 2014 verantwoordelijk voor NNN, in het netwerk. Via het Barro zijn de provincies verplicht om gebieden te begrenzen als NNN en hiervoor wezenlijke kenmerken en waarden vast te stellen. Daarnaast verplicht het Barro tot het (middels provinciale verordening) beschermen van het oppervlak, de samenhang en de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. De provincie heeft de wettelijke taak om gebieden als NNN te begrenzen en hiervoor wezenlijke kenmerken en waarden vast te stellen. Via de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijd het oppervlak, de samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden beschermd. -
Beschrijving en beoordeling huidige situatie
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van beschermde natuurgebieden in Nederland. Het netwerk helpt te voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Vanaf 2014 zijn provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurwerk. Het NNN bestaat uit de Natura 2000-gebieden, aangevuld met natuurgebieden daarbuiten, zoals belangrijke weidevogelleefgebieden en natuuren bosgebieden. De gebieden worden onderling verbonden door ecologische verbindingszones. Figuur 16 toont de NNN gebieden, of wel de gebieden binnen het Natuurnetwerk Nederland, in de gemeente Rijswijk. Gebied A, Te Werve, ligt geheel in de gemeente Rijswijk, gebied B, Vredenoord-Hoornburg, ligt gedeeltelijk in de gemeente Rijswijk. Daarnaast bevindt zich in de Zwethzone een stukje ecologische verbindingszone. De provincie Zuid-Holland heeft de ambitie uitgesproken om uiterlijk in 2027 een kwalitatief goed en aaneengesloten natuurnetwerk van circa 5.800 ha te realiseren. Op dit moment is er circa 2.500 ha gerealiseerd, dit betekent dat er nog circa 3.300 ha gerealiseerd moet worden. De provincie Zuid-Holland heeft 40 icoonsoorten benoemd. De soorten zijn een verzameling van zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen, vissen, insecten en planten.