Rapport uitwerking ecologische structuur Pasgeld
Tekst van het document
-
-
Welke andere inrichtingsmaatregelen mogelijk / gewenst zijn t.b.v. waterkwaliteit – denk aan betere doorstroming Welk (aanvullend) beheer nodig is voor een goede waterkwaliteit.
4.4
Deelgebied Sportpark Elsenburg
4.4.1
Wat zegt de visie?
Sportpark Elsenburg is een terrein van circa 8 ha en bestaat hoofdzakelijk uit sportvelden en een BMX-park. Op zichzelf vormt het geen kerngebied voor één specifiek natuurtype. Lokaal komen de natuurtype bos & park en stadsnatuur voor. Het sportpark bevindt zich tussen de twee belangrijkste kerngebieden voor bos & parknatuur: het Wilhelminapark en Elsenburgerbos. De visie voor Sportpark Elsenburg is de aanleg van stapstenen om de lokale biodiversiteit te versterken en die een hop-over vormen voor icoonsoorten om de kerngebieden te verbinden. De opgave is om natuurinclusieve maatregelen toe te passen die bijdragen aan de ecologische kwaliteit van het terrein en die stapstenen creëren voor bos- en parknatuur en stadsnatuur. Opgave volgens natuurwaardekaart: Stapsteen bos en parknatuur Stapsteen stadsnatuur Verbindingszones:
31/78
Kenmerk
-
R001-1288545PDK-V01
-
Groenblauwe verbindingszone 4 vanaf Lange Kleiweg tot het spoor als verbinding met het Wilhelminapark Blauwe verbindingszone 5 langs het spoor
-
Groene verbindingszone 5 als verbinding met het Elsenburgerbos voor kleine fauna
4.4.1.1 Aandachtspunten en kansen Aandachtspunten en kansen van Sportpark Elsenburg: 1. Creëren stapstenen voor bos- en parknatuur 2. 3. 4.
Creëren stapstenen voor stadsnatuur Uitwerking stapstenen doelsoorten Behouden van kenmerkende vegetatiestructuren
5.
Verbeteren verbindingszones
4.4.2 Recente ontwikkelingen, plannen en inzichten Na het opstellen van de visie voor Pasgeld is er al veel gebeurd in het Sportpark Elsenburg. Twee veldbezoeken en de groepssessies hebben inzichten gegeven in de ontwikkelingen die al plaatsgevonden hebben in Sportpark Elsenburg: 1. Er zijn 3 wadi’s aangelegd wat de waterberging ten goede komt. Twee wadi’s zijn gegraven in het noordelijke deel van het BMX-park, en 1 wadi ten zuiden van de hockeyvelden. 2. De zuidkant van het sportpark is ecologisch ingericht waarbij een heuvel, die gebruikt wordt als BMX-route, beplant is met verschillende soorten planten en struweel. Ook zijn er takkenrillen en stobben op deze heuvel aangelegd. Deze maatregelen komen ten
3.
4.
goede van verschillende icoonsoorten, zoals muizen, weidehommel en merel. Er is bewust gekozen voor 1 meter gazon tussen het ecologisch ingerichte terrein en de asfaltweg. Dit zorgt voor een nette uitstraling en voorkomt dat dieren meteen op de asfaltweg zijn vanuit de beplanting. Het maaibeheer is aangepast bij kleine stukjes gazon die verspreid liggen over het terrein. 1 meter vanaf het asfalt wordt kort gehouden, als zijnde gazon. Het overige deel is meer verwilderd. Het noordelijke deel van het BMX-park is klaargemaakt om ook ecologisch ingericht te worden.
Tijdens het veldbezoek zijn verschillende groenstructuren en elementen gevonden die belangrijk zijn om te behouden voor de ecologische waarde van het terrein: -
-
Tussen het spoor en de hockeyvelden ligt een klein bosje van jonge eiken. Dit vormt al een mooie stapsteen voor bos- en parknatuur en moet behouden blijven. Om de ecologische waarden nog meer ten goede te komen moet het beheer aangepast te worden. Tussen het spoor en de asfaltweg staan meerdere solitaire jonge bomen, deze moeten ook behouden blijven.
32/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
-
Een gedeelte van het noordelijke BMX-park is begrensd met een haag. Hagen zijn van waarde voor icoonsoorten zoals zangvogels, muizen en egels. Deze haag vormt een stapsteen voor icoonsoorten en het is noodzakelijk dat deze behouden blijft.
-
Er staat een kunstmatig ooievaarsnest tussen het spoor en de hockeyvelden.
4.4.3 De uitwerking concreet De maatregelen voor de opgestelde aandachtspunten staan weergegeven op kaart in bijlage 1. 4.4.3.1 Doelsoorten en programma van eisen Doelsoorten van het Sportpark Elsenburg zijn: Kleine marterachtigen -
Gebouw bewonende vleermuizen en watervleermuis Ransuil Egel Merel
-
Huismus Gierzwaluw (afhankelijk van ontwerp) Paddenstoelen Konijn Haas
4.4.3.2
Voorgestelde maatregelen (vereist – gewenst)
Er zijn verschillende maatregelen voor de opgestelde aandachtspunten. Tabel 4.3 geeft een overzicht van de voorgestelde maatregelen en de bijdrage van deze maatregelen aan de aandachtspunten en doelsoorten. Tabel 4.3 Voorgestelde maatregelen Sportpark Elsenburg en bijdrage aan aandachtspunten en doelsoorten. Maatregel
Oppervlak /
Draagt bij aan aandachtspunten:
lengte / aantal
Draagt bij aan doelsoorten:
Inrichtingsmaatregelen Aanbrengen zone van
558 m
houtrillen en stobben
Stapstenen stadsnatuur
Kleine marterachtige,
Uitwerking stapstenen doelsoorten
muizen, ransuil,
Stapstenen bos- en parknatuur
boomklever, paddenstoelen
Aanleg struweel
1385 m2
Stapstenen stadsnatuur
Kleine marterachtige,
Uitwerking stapstenen doelsoorten
muizen, egel, merel
Stapstenen bos- en parknatuur Natuurinclusief bouwen: groen of bruin dak
Vanaf 2 m2 tot maximaal m
2
Stapstenen stadsnatuur
Merel, zwarte roodstaart,
Uitwerking stapstenen doelsoorten
weidehommel (bij groen dak)
Natuurinclusief bouwen: faunavoorziening voor
Ten minste
Uitwerking stapstenen doelsoorten
Huismus, gierzwaluw, vleermuizen
33/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Maatregel
Oppervlak /
Draagt bij aan aandachtspunten:
lengte / aantal huismus en vleermuis (en
13 huismus-
mogelijk gierzwaluw)
en 4
Draagt bij aan doelsoorten:
vleermuiskasten
Haag aanplanten
160 m2 / 95 m,
Stapstenen stadsnatuur
Huismus, egel, merel,
ten minste 2
Uitwerking stapstenen doelsoorten
konijn, haas
Stapstenen stadsnatuur
Amfibieën
meter hoog en 30 cm breed Aanbrengen Wadi’s
35 m2
Uitwerking stapstenen doelsoorten
Zone met open zand
200 m2
Uitwerking stapstenen doelsoorten
Huismus, konijn, haas, insecten
Bomen aanplanten
21 x
Stapstenen stadsnatuur
Merel, vleermuis
Stapstenen bos en park natuur Verbeteren verbindingszones (EVZ 4)
Aanleg faunapassage
2 stuks
Uitwerking stapstenen doelsoorten
Kleine marterachtigen,
Stapstenen bos- en parknatuur
muizen, egel, konijn, haas
Verbeteren verbindingszones Ontwikkelen kruiden- en
Stapstenen stadsnatuur
Weidehommel, muizen,
bloemrijk gras
Stapstenen bos- en parknatuur
merel, huismus
Verharding vervangen door
Stapstenen stadsnatuur
Huismus, konijn, haas,
doorlaatbare tegels Aanbrengen
muizen Stapstenen stadsnatuur
natuurvriendelijke oever
Bittervoorn, snoek, waterhoen, groene kikker, Glassnijder
Beheermaatregelen Aangepast beheer: om en om maaien van 1 helft van
Stapstenen stadsnatuur
Bittervoorn, groene kikker, glassnijder
watergang en oever
Zone van houtrillen en stobben Rondom het Sportpark is een gazon van ongeveer 2-3 meter breed. Op veel plaatsen staan hier bomen met een diameter tussen de 10 en 30 cm. Tussen deze bomen worden houtrillen en stobben aangelegd. Dit biedt schuilmogelijkheden voor kleine marterachtige en muizen en geschikt habitat voor paddenstoelen en vogels zoals winterkoning en boomklever De houtrillen zorgen voor een verbinding over het gehele Sportpark, beginnend bij de faunapassages.
34/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Natuurinclusief bouwen In de toekomst wordt een nieuw clubhuis aangelegd voor hockeyvereniging RHC, BMX-vereniging MTBFUN, en Rijswijkse wielrenvereniging De Spartaan. Bij de bouw van dit gebouw moeten natuurinclusieve maatregelen genomen worden. De aanleg van een groen of bruin dak draagt bij aan stapstenen voor stadsnatuur. Een bruin dak biedt foerageer gelegenheid voor verschillende zangvogels, een groen dak biedt foerageer mogelijkheden voor insecten en komt de biodiversiteit ten goede. Een nieuw gebouw biedt ook de kans voor faunavoorzieningen. Er dienen minimaal 13 huismuskasten ingebouwd te worden aan de noord- en oostgevel van de nieuwbouw om een gezonde huismuspopulatie van 25 individuen te kunnen huisvesten. Nestkasten dienen qua type en plaatsen te voldoen aan kennisdocument huismus (BIJ12, 2017). Op korte afstand van de nestplaatsen moet groenblijvend groen aangeplant worden (zie maatregelen hierna). Daarnaast moeten er zo veel mogelijk vleermuisverblijfplaatsen ingepast worden aan de zuid- en westgevels van het nieuwe clubhuis. Deze dienen ten minste 3 meter vanaf het maaiveld geplaatst te worden en 100 cm tussen elk verblijf. Qua type verblijfplaats en plaatsing moet voldaan worden aan kennisdocument gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017). Waar mogelijk dienen gierzwaluwnestkasten ingebouwd te worden in het nieuwe clubhuis.
Dit is afhankelijk van het ontwerp van het clubhuis omdat kasten minimaal 5 meter boven het maaiveld geplaatst moeten worden. Haag aanleggen Aanleg van een heterogene haag op het sportpark draagt bij aan de biotoop van huismus, egel en merel. Voor konijn, haas en muizen bieden hagen extra beschutting en verbinding in het landschap. De haag dient aangeplant te worden in de directe nabijheid van nestplaatsen voor de huismus. De haag dient tenminste 2 meter hoog te zijn en 30cm breed en te bestaan uit inheemse soorten voor een hoge bijdrage aan de biodiversiteit. Er dienen enkele wintergroene soorten gebruikt te worden om ook in deze tijd voldoende dekking te bieden. Soorten waar aan gedacht kan worden zijn: wilde liguster, haagbeuk, coniferen, vuurdoorn, meidoorn, laurier en taxus. Het aanplanten van 3 van deze soorten die elkaar afwisselen vormt een biodiverse haag. Om het Sportpark een aantrekkelijk uiterlijk te geven, de fietsenstalling omgeven door een groene haag, waardoor de fietsen beschut staan en deze het landschap groen houdt. Zone met open zand Zone met zand is een maatregel die toegepast wordt voor huismus en andere vogels. Huismus maakt gebruik van het zand om parasieten tegen te gaan en grof zand is goed voor de maag. Daarnaast kan in het zand spontaan natuur opkomen.
De zuidkant van de BMX-heuvels, die nog niet ecologisch ingericht zijn, biedt een geschikte plaats omdat het zand hier kan opwarmen door de zon. Zone met zand wordt daarnaast ingepast tussen het jonge eikenbosje en de brug en in de buurt van het nieuwe clubhuis. Deze maatregel draagt bij aan de stapsteen voor stadsnatuur. Kruiden- en bloemrijk gras
35/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Rondom de zone met zand wordt een kruiden- en bloemrijk grasland aangelegd. De zuidkant is een geschikte locatie vanwege de zon. Deze maatregel draagt bij aan de stapsteen voor stadsnatuur. Overweeg bloemrijke geveltuintjes bij nieuw clubhuis die door insecten als weidehommel en vogels als merel gebruikt kunnen worden om te foerageren. Dit oogt bovendien kleurrijk, wat bijdraagt aan de beleving. Wadi’s Er worden twee wadi's aangelegd op de plaatsen die daar momenteel al voor zijn uitgegraven die kunnen worden ontwikkeld zoals de reeds gerealiseerde wadi op het terrein (figuur 4.9). De nieuwe wadi's bevinden zich aan beide zuidelijke hoeken van het noordelijke BMX-heuvels.
Figuur 4.9. Wadi op Sportpark Elsenburg na neerslag.
Struweel Struwelen bieden beschutting en voedsel voor egels, muizen, insecten, vlinders en kleine marterachtige en nestgelegenheid voor vogels, onder andere de doelsoort merel. Struweel wordt geplaatst rondom de noordelijke BMX-heuvels en bij faunapassages om de dieren zo veel mogelijk beschutting te geven. Verschillende struikensoorten worden aangeplant om de biodiversiteit te vergroten. Geschikte inheemse soorten zijn: hazelaar, sleedoorn, lijsterbes, rode kornoelje, katwilg en een- of tweezijdige meidoorn. Deze maatregel draagt bij aan de stapsteen voor stadsnatuur en bos- en parknatuur. De combinatie van struweel, kruiden- en bloemrijk gras,
36/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
zone met zand en wadi’s op de noordelijke BMX-heuvel creëert samen een deelkerngebied van stadsnatuur (0,1 – 1 ha). Bomen aanplanten Aan de zuidkant van het sportpark worden bomen aangeplant, dit als belangrijke functie om de hop-over voor de watervleermuis en de EVZ 4 te versterken. De watervleermuis stelt concrete randvoorwaarden aan de inrichting voor het aanplanten van de bomen: • • • •
Essentiële groenstructuur behouden (zo veel mogelijk) Minimaal 2 à 3 meter open water behouden Voldoende donkerte langs watergangen en groenstructuren (maximaal 1 Lux) tijdens actieve periode. Binnen 100 meter van de aan te leggen groenstrook wordt gebruik gemaakt van vleermuisvriendelijke verlichting in de vorm van: o amberkleurige verlichting (>2700 K) met een golflengte van meer dan 540 nm o
(geen blauw en ultraviolette licht) armaturen dusdanig afschermen en afstellen dat deze geen licht uitstralen richting de groenstructuur. Daarnaast dienen verlichtingsbronnen zo ver mogelijk van de groenstrook af te worden geplaatst
Er wordt een inheemse boom aangeplant aan de kant van het spoor om de hop-over naar het Wilhelminapark, die nu al als zodanig in gebruik is, te versterken. Coniferen worden geplaatst aan de kant van de Lange kleiweg. Momenteel staat daar al een boom, maar de extra bomen versterken de hop-over als geleiding en donkerte. De coniferen zijn daarnaast op termijn geschikt als een extra roestplaats voor de ransuil. Aan de noordkant van de parkeerplaats worden inheemse loofbomen geplaatst. Op de parkeerplaats zelf wordt ruimte gemaakt tussen de parkeerplaatsen voor de aanleg van extra bomen. Dit draagt bij aan de stapsteen voor stadsnatuur en is tevens een groen visitekaartje voor de entree van het ecologisch ingerichte sportpark. Verbeteren EVZ 5a & 5b: Faunapassage Twee faunapassages moeten aangelegd worden om de verbinding van het Elsenburgerbos met Sportpark Elsenburg te maken. Deze passages worden aangelegd onder de weg door op de plaatsen waar de dieren de watergang, gelegen tussen het sportpark en de lange kleiweg, over kunnen steken. Het is daarbij essentieel dat er ook een doorgang gemaakt wordt in de hekken die het sportpark afsluiten. Deze faunapassages zijn van groot belang om van het sportpark een functionele stapsteen te maken tussen de bos- en parknatuur kerngebieden Wilhelminapark en Elsenburgerbos.
Andere mogelijkheden voor faunapassages, zoals langs de A4, kunnen de verbinding versterken maar zijn niet sterk genoeg op zichzelf.
37/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Ter versterking van de bosloper wordt struweel aangelegd langs de Lange Kleiweg, thv oversteek/faunapassages 5a en 5b, om kleine fauna beschutting te bieden bij de oversteek van de weg. In het verlengde hiervan ook een takkenril aan kant van Elsenburgerbos en enkele extra bomen om de bosloper beter te laten aansluiten op het bos in het Elsenburgerbos. Verharding vervangen door half-doorlaatbare tegels De verharding van de parkeerplaats wordt vervangen door half-doorlaatbare tegels waar groen tussen kan groeien en water in de bodem kan worden opgenomen. Zo wordt een klimaat- en natuurvriendelijke parkeerplaats gecreëerd. De kruiden die tussen de tegels groeien biedt voedsel voor vogels zoals huismussen.
Natuurvriendelijke oever Aan de noordkant van het sportpark, langs het spoor is ruimte aanwezig om een natuurvriendelijke oever te creëren (figuur 4.10). De watergang is relatief smal maar er is voldoende ruimte voor een natuurvriendelijke oever. De aanleg van natuurvriendelijke oevers maakt de watergangen beter uittreedbaar voor vogels, amfibieën en grondgebonden zoogdieren. In dit principeprofiel is gekozen voor een gedeeltelijke beschoeiing ten behoeve van erosiebestendigheid.
Figuur 4.10. Principeprofiel voor een natuurvriendelijke oever aan de noordzijde van het sportpark
Aangepast beheer: om en om schonen maaien van één helft van watergang De watergang tussen het spoor en het sportpark wordt geschoond. Om te voorkomen dat de natuur te veel gestoord wordt, denk aan de soorten in het riet maar ook de soorten die schuil- en nestplaatsen hebben in de nieuwe houtrillen langs de watergang, wordt er om en om aan één kant van de watergang geschoond.
38/78
Kenmerk
4.5
R001-1288545PDK-V01
Deelgebied Bedrijventerrein / TNO-gebied
4.5.1 Wat zegt de visie? Het bedrijventerrein en TNO-gebied vormt op zichzelf geen kerngebied voor één specifiek natuurtype. Het bedrijventerrein bestaat voor een groot deel uit bebouwing. Op het TNO-gebied zijn al veel stapstenen voor natuur. Het gehele gebied kan beschouwd worden als een zone waar lokaal stadsnatuur voorkomt dat wordt afgewisseld met stapstenen voor bos- en parknatuur. Delen van het bedrijventerrein zijn privaat, net zoals het TNO-gebied. Dit maakt het lastiger om specifieke maatregelen door te voeren voor dit gebied. De opgave ligt in het versterken en behouden van de ecologische kwaliteit op het terrein. Waar mogelijk kunnen natuurinclusieve maatregelen genomen worden die ten gunste komen van stadsnatuur. Opgave volgens natuurwaardekaart: Stapsteen bos en parknatuur Stapsteen stadsnatuur Verbindingszones: -
4.5.1.1
Groene verbindingszone 2 tussen Elsenburgerbos en parkloper gedeelte op TNO-terrein behouden en borgen voor de lange termijn Blauwe verbindingszone 4 en 13 verbinding versterken en borgen voor de lange termijn Groene verbindingszone 6 tussen Elsenburgerbos en parkloper aanleggen Blauwe verbindingszone 12 vanaf primaire waterkering tussen slagenlandschap en TNOterrein door naar de parkloper versterken Aandachtspunten en kansen
Aandachtspunten en kansen voor bedrijventerrein/ TNO-gebied: • Creëren stapstenen voor stadsnatuur • Creëren stapstenen voor bos- en parknatuur • Uitwerking stapstenen doelsoorten • Behouden van kenmerkende groenstructuren • Groene en blauwe verbindingszones versterken 4.5.2
Recente ontwikkelingen, plannen en inzichten
Tijdens het veldbezoek aan het TNO-gebied hebben we veel nieuwe inzichten gekregen over het terrein. Waaronder: 1. Er zijn veel groenstructuren van hoge ecologische waarde aanwezig op het TNO-terrein die behouden moeten blijven. Daarentegen biedt het bedrijventerrein aan de Heulweg
4.
weinig waarde voor natuur en ook beperkte ruimte en kansen voor natuur. Op het moment wordt het terrein ecologisch beheerd waarbij omgevallen bomen worden laten liggen, en bij veel verlaten gebouwen kan de natuur zijn eigen gang gaan. TNO blijft ten minste nog 4 jaar op het terrein aanwezig, wat er daarna met het terrein gaat gebeuren is nog onduidelijk. De watergang die door het midden van het terrein loopt vormt één geheel; de delen staan
5.
in verbinding met elkaar door middel van een duiker. Er is een buizerdnest aanwezig op het terrein en er zijn twee buizerds waargenomen.
2. 3.
39/78
Kenmerk
6.
R001-1288545PDK-V01
Verder zijn er verschillende andere diersoorten op het TNO-terrein gezien zoals konijn, haas, zwarte kraai, merel, fazant, roodborst.
Groenstructuren en elementen die behouden moeten blijven vanwege de ecologische waarde zijn: • Er zijn veel hoge bomen aanwezig, waarvan de bomen met een diameter van > 20-30 cm behouden moeten worden. Veel oudere bomen bevatten holen en gaten wat kan dienen als verblijfplaats voor boom bewonende vleermuizen en eekhoorns. Sommige grote bomen hebben klimop rondom de stam wat kan dienen als roestplaatsen voor de ransuil.
• •
De hoge brede haag die door het groot deel van het TNO-terrein loopt Donkerte dient behouden te blijven voor verschillende vleermuissoorten, zoals de rosse vleermuis en watervleermuis.
• •
Het ooievaarsnest op het terrein van BPRC Er zijn oude bunkers aanwezig midden in een bosje. Het is interessant om deze vleermuisvriendelijk te maken (voor onder andere de meervleermuis)
4.5.3 De uitwerking concreet De maatregelen voor de opgestelde aandachtspunten staan weergegeven op kaart in bijlage 1. Er zijn verschillende maatregelen voor de opgestelde aandachtspunten. Aangezien de ontwikkelingen die gaan plaatsvinden op het TNO-terrein nog onbekend zijn, zijn de maatregelen opgesplitst in ‘maatregelen die nu toepasbaar zijn’ en ‘ecologische structuren die in de toekomst behouden moeten blijven’ (zie tabel 4.4) en ‘maatregelen die in de toekomst ingepast moeten worden’ (zie tabel 4.5). 4.5.3.1 Doelsoorten en programma van eisen Doelsoorten van dit gebied zijn: Merel Egel Konijn Haas -
Fazant Huismus
-
Ooievaar Muizen Ransuil
-
Buizerd
-
Boom en bunker bewonende vleermuizen Kleine marterachtigen
4.5.3.2
Maatregelen die nu toepasbaar zijn en ecologische structuren die behouden moeten blijven Totdat het TNO-terrein verder ontwikkeld gaat worden is een extensief beheer van het terrein mogelijk, wat ten goede komt van de biodiversiteit. In tabel 4.4 staat dit verder uitgewerkt.
40/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Daarnaast zijn de huidige belangrijke natuurwaardes in kaart gebracht die op de lange termijn behouden moeten blijven. Tabel 4.4. Overzicht van maatregelen die nu ingepast worden en ecologische structuren die nu aanwezig zijn en behouden moeten blijven in de toekomst, en de wijze waarom ze bij dragen aan aandachtspunten en doelsoorten Maatregel
Draagt bij aan aandachtspunten
Draagt bij aan doelsoorten
Ecoduiker: water vanaf
Blauwe verbindingszone
Muizen, konijn, kleine
bedrijventerrein met water bij
versterken: EVZ4 en EVZ 1
marterachtigen
Kruiden- en bloemrijk grasland
Creëren stapstenen voor
Weidehommel, muizen, ransuil,
ontwikkelen op bestaande gazons,
stadsnatuur
buizerd, haas, konijn, merel,
beheerd door sinusbeheer op
Uitwerken stapstenen doelsoorten
huismus
Uitwerken stapstenen doelsoorten
Vleermuizen
Creëren stapstenen voor
Weidehommel
Maatregelen die nu toepasbaar zijn
Parkloper verbinden
gazon dat niet onderbroken wordt door paden Faunavoorziening: bunkers vleermuisvriendelijk maken Insectenhotel
stadsnatuur Uitwerken stapstenen doelsoorten Poelen en/of wadi’s aanleggen
Creëren stapstenen voor
Huismus, egel, muizen
stadsnatuur Uitwerken stapstenen doelsoorten Maatregelen voor behoud Behouden groenstructuur zoals
Creëren stapstenen voor bos- en
Egel, merel, huismus, kleine
bosjes en haag
parknatuur
marterachtigen, muizen, buizerd,
Uitwerking stapstenen doelsoorten
ransuil
Behouden van kenmerkende groenstructuren Donkere zone behouden Alle (solitaire) bomen met diameter
Uitwerking stapstenen doelsoorten
Vleermuizen Vleermuizen, ransuil
> 20-30 cm behouden
Kruiden- en bloemrijk grasland Deze maatregel valt onder een maatregel die nu al ingepast kan worden op de gazons die nu intensief beheerd worden. Bij de gazons waar geen paden doorheen lopen wordt het beheer aangepast naar extensief sinusbeheer, om nog meer lokale diversiteit te creëren. Deze maatregel draagt bij aan verschillende icoonsoorten (zie tabel 4.4). Insectenhotel en wadi’s Op het gazon waar geen sinusbeheer toegepast wordt, komt een insectenhotel en worden enkele wadi’s aangelegd. Het insectenhotel draagt bij aan doelsoorten zoals weidehommel, maar ook aan veel andere bijen en insecten. Wadi’s maken van delen van het gazon, waardoor het een
41/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
diverser biotoop wordt, met meer verschillende niches voor planten- en diersoorten. Daarnaast biedt het waterberging, wat positief is voor het drassige TNO-terrein bij hevige regenval.
Faunavoorzieningen in bunkers De aanwezige bunkers op het terrein bieden een perfecte gelegenheid om vleermuisvriendelijk te maken. Hiervoor moeten er openingen in de bunkers gemaakt worden waar de vleermuizen naar binnen kunnen. Dit is met name voor de meervleermuis een aantrekkelijke verblijfplaats. Ecoduiker Er wordt een ecoduiker aangelegd om het water bij de entree van het TNO-terrein te verbinden met het water bij de Parkloper. Dit versterkt de blauwe verbindingszone EVZ4 en EVZ 1 en geeft een veilige doorgang voor kleine fauna door een loopplank. Behouden ecologische structuren en elementen Zoals eerder aangegeven, zijn er veel ecologisch structuren en elementen aanwezig op het TNOterrein van hoge ecologische waarden. Ten eerste moeten solitaire bomen met een diameter van groter dan 20-30 cm behouden worden bij toekomstige plannen van het terrein. Daarnaast zijn er bosstructuren op het terrein aanwezig waar momenteel veel verschillende soorten gebruik van maken, zoals merel, egel en buizerd. Op kaart zijn groenstructuren aangegeven die bij toekomstige plannen behouden dienen te worden. Deze helpen ook mee aan de algehele verbinding in het gebied en vormen een basis voor de verbindingszone tussen het Elsenburgerbos en de Parkloper.
Als laatste zijn er veel donkere zones op het terrein aanwezig die door vleermuissoorten gebruikt kunnen worden en andere doelsoorten ook goed doen. Langs de watergang tussen TNO en bedrijventerrein staat nu een populierenrij waarvan enkele bomen al zijn omgevallen. De geleidende structuur door de hoge bomen en donkerheid van deze watergang bieden goede omstandigheden voor vleermuizen als vliegroute en zijn kenmerken die behouden moeten worden. De bomen zullen op termijn vervangen moeten worden. 4.5.3.3 Maatregelen voor de toekomstige ontwikkeling van het TNO-terrein De doelstelling is het creëren van een stapsteen door middel van het behouden van ecologische structuren en andere voorgestelde maatregelen. Dit kan door de volgende maatregelen bij toekomstige ontwikkelingen mee te nemen: Tabel 4.5 Maatregelen voor toekomstige ontwikkeling van het TNO-terrein. Maatregel
Draagt bij aan aandachtspunten
Draagt bij aan doelsoorten
Natuurinclusief bouwen: stimuleren
Creëer stapstenen voor
Merel, huismus, weidehommel
van groene en bruine daken op
stadsnatuur
bedrijven terrein
Uitwerking stapstenen doelsoorten
42/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Maatregel
Draagt bij aan aandachtspunten
Draagt bij aan doelsoorten
Natuurinclusief bouwen:
Creëer stapstenen voor
Huismus, gierzwaluw, vleermuis
faunavoorzieningen huismus,
stadsnatuur
vleermuis en gierzwaluw (waar
Uitwerking stapstenen doelsoorten
mogelijk) Functioneel groen aanplanten voor
Creëer stapstenen voor
huismus in de nabijheid van de
stadsnatuur
Huismus
faunavoorzieningen
Uitwerking stapstenen doelsoorten
Zoekgebied versterken verbinding
Groene verbindingszones
Egel, merel, kleine marterachtige,
EV2 6 door realisatie bomen,
versterken: EVZ 6
muizen, ransuil
hagen en faunabruggetjes
Creëren stapstenen voor bos- en parknatuur Uitwerking stapstenen doelsoorten
Versterken watergangen
Creëren stapstenen voor bos- en parknatuur Blauwe verbindingszone versterken: EVZ 4 en EVZ 13
Aanleggen watergang bij parkloper
Blauwe verbindingszone versterken
Natuurinclusief bouwen Bij het bouwen van nieuwe bedrijvenpanden sturen op natuurinclusief bouwen door bijvoorbeeld groene en bruine daken en faunavoorzieningen voor huismus, vleermuis en gierzwaluw (waar mogelijk). Functioneel groen aanplanten voor huismus Functioneel groen voor huismus zijn verschillende struiksoorten zoals: wilde liguster, haagbeuk, vuurdoorn, meidoorn, taxus en coniferen. Dit groen moet ingepast worden in de nabijheid van de faunavoorzieningen (in een straal van 100 meter). Zoekgebied versterken verbinding EVZ 6 De huidige EVZ 6 is nog niet heel sterk. Er zijn verschillende mogelijkheden waar die versterkt kan worden door bijvoorbeeld het aanplanten van extra bomen, struweel en haag. De plaatsen waar dit in de toekomst het beste kan, zijn afhankelijk van de toekomstige plannen en de bouw van toekomstige gebouwen. Op kaart is een ‘zoekgebied’ aangegeven waarbinnen de EVZ 6 uiteindelijk gerealiseerd moet worden. De EVZ 6 loopt over het TNO-terrein en wordt idealiter verbonden met de Parkloper en het Elsenburgerbos zodat dit daadwerkelijk als een sterke verbindingszone kan dienen. Omdat het huidige TNO-terrein sterk beveiligd is, zijn er geen mogelijkheden om faunabruggetjes te maken over de watergangen rondom TNO.
In de toekomstige situatie is dit wellicht wel mogelijk, en is het een goed idee om de faunabruggetjes in te passen om een extra verbinding voor knaagdieren en kleine zoogdieren te maken tussen de Parkloper, het TNO- en bedrijventerrein, en het Elsenburgerbos. Versterken watergangen
43/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
De watergangen in het gebied moeten in de toekomst versterkt worden / sterk blijven. Momenteel zijn de watergangen allemaal donker, wat positief is voor vleermuizen. Bij de toekomstige plannen dienen op verschillende plaatsen bomen opnieuw aangeplant te worden om deze donkere structuur te houden. Huidige bomen zijn op verschillende plaatsen erg oud en zullen in niet al te lange tijd omvallen. Daarnaast moet er in het toekomstige terrein een inventarisatie komen van op welke plaatsen eventueel een natuurvriendelijke oever ingepast kan worden. Aanleggen watergang bij parkloper Om de parkloper te ontwikkelen zoals die in paragraaf 4.10 is uitgewerkt, zal er een nieuwe watergang aangelegd moeten worden waar nu nog grasveld aanwezig is.
4.6
Deelgebied Pasgeld-West
4.6.1 Wat zegt de visie? Natuurinclusief bouwen is de norm binnen de bouwkavels. Het volkstuincomplex de Schoffel dient als deelkerngebied en hop-over voor bos- en parknatuur zoveel mogelijk intact te worden gehouden. De openbare ruimte wordt zodanig ingericht dat er voldoende kwaliteit en kwantiteit functioneel leefgebied aanwezig is voor Icoonsoorten van stadsnatuur. Door groen- en waterbergingsvoorzieningen (inclusief waterpartijen) natuurinclusief en met samenhang te ontwerpen ontstaan hier ook stapstenen voor bos- en parknatuur en water- en moerasnatuur. Opgave volgens natuurwaardekaart: Stapsteen moerasnatuur aanleggen ten noorden van De Schoffel Stapsteen moerasnatuur aanleggen ten zuiden van De Schoffel Deelkerngebied moestuinnatuur De Schoffel behouden Stapsteen moestuinnatuur Flattuinvereniging behouden Stapsteen stadsnatuur aanleggen Verbindingszones: Groenblauwe verbindingszone 2 aanleggen in het verlengde van de parkloper in verbinding met het Wilhelminapark over het spoor -
Blauwe verbindingszone 5 langs het spoor versterken
4.6.1.1 Aandachtspunten en kansen Aandachtspunten en kansen voor Pasgeld-West: 1. Invulling groenblauwe EVZ 4 (Elsenburgerbos met Wilhelminapark) 2.
Invulling groenblauwe EVZ 2 (Pasgeld-Oost met Wilhelminapark)
3. 4. 5. 6. 7. 8.
Invulling groenblauwe EVZ 5 (parallel aan spoorlijn) Invulling stapsteen water en moeras Natuurinclusief bouwen Natuur corridors en erfafscheidingen Natuurlijke openbare ruimte en binnentuinen Uitwerking kerngebied doelsoorten
44/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
4.6.2 Recente ontwikkelingen, plannen en inzichten Randvoorwaarden EVZ 2: • Verstoringsvrije zone zonder betreding van mensen/honden •
Groenstrook met 50% dicht struikgewas (klimop, hulst) en naaldhout (conifeer)
In het stedenbouwkundig plan voor Pasgeld-West is invulling gegeven aan het woonmilieu. De Parkloper verdeelt Pasgeld-West in twee deelgebieden, met ieder een eigen woonmilieu: • Ten zuiden van de Parkloper komen zes Livingplots. Dit zijn clusters van circa 100-150 woningen, met een afwisselende en grotendeels gesloten buitenrand langs het groen en soms een intiem, autovrij hof met meer lossere bebouwing aan de binnenzijde. Binnen het cluster kan, als alternatief voor een deel van de individuele tuinen, mogelijk ook een
•
gemeenschappelijke tuin worden gerealiseerd. Deze biedt dan ruimte voor een collectieve moestuin en/of speelplek. In en rondom de Livingplots is het groen en landschap te gast in het woongebied. Ten noorden van de Parkloper, in aansluiting op de Schoffel komen zes Bosplots. Dit zijn compacte, kloeke, min of meer gesloten woonblokken die gevoelsmatig in de Parkenzone liggen. Hier is het wonen te gast in het landschap en woon je tussen de boomkronen. Het groen tussen de blokken is een verlengstuk van het wonen en ontmoetingsruimte voor de buurt.
Figuur 4.11. Impressie van de woonmilieus in Pasgeld-West, met links de Livingplots en rechts de Bosplots.
4.6.3 De uitwerking concreet De maatregelen voor de opgestelde aandachtspunten staan weergegeven op kaart in bijlage 1. 4.6.3.1 Aanvulling doelsoorten en programma van eisen De doelsoorten voor Passgeld-West zijn: • Huismus • Vleermuizen • Ransuil • Egel • •
Merel Weidehommel
45/78
Kenmerk
•
R001-1288545PDK-V01
Vlinders
De ransuil en de egel stellen zeer concrete eisen aan het Elsenburgerbos. Eisen voor ransuil in Pasgeld-West: 1.
Aanwezigheid van roestplaatsen en nestplaatsen, in (naald)bomen met voldoende dekking gedurende het hele jaar zoals wintergroenblijvende coniferen of bomen met daarin klimop.
2.
Voldoende rust. Voorkom verstoring van roest- en nestplaatsen door mensen inclusief belangstellende natuurliefhebbers (bewaar afstand, voorkom lawaai). Roestplaatsen ongemoeid laten in wintermaanden; geen snoeiwerkzaamheden uitvoeren of hooguit in periode waarin roestplaatsen nog niet (volledig) bezet zijn (september-oktober).
Eisen voor egel in Pasgeld-West : 1. Verblijfplaats: Takkenhopen (van minimaal 1m2). Te realiseren in struikgewas met een 2. 3.
omvang >50m2 waar beperkte verstoring is door de mens en/of honden Voedsel: foerageert in grasvelden met dicht struweel er omheen. Tenminste aan één zijde van het grasveld lage en dichte begroeiing toepassen. Verbindend leefgebied: variatie aan aaneengesloten groen (grasvelden, lage dichte begroeiing met ondergroei)
Indien wordt voldaan aan de eisen van ransuil en egel zullen ook merel, muizen en kleine marterachtigen hiervan profiteren. Voor deze en overige doelsoorten zijn in de volgende paragraaf specifieke maatregelen voorgesteld en op kaart aangegeven. 4.6.3.2 Voorgestelde maatregelen De maatregelen in onderstaande tabel bestaan uit maatregelen die op kaart zijn verbeeld (zie legenda), aangevuld met extra maatregelen die niet ruimtelijk verbeeld konden worden. De maatregelen en minimale randvoorwaarden worden daaronder in de tekst verder uitgewerkt voor dit deelgebied. Tabel 4.6. Voorgestelde maatregelen en de bijdragen ervan aan aandachtspunten en doelsoorten Maatregelen
Draagt bij aan aandachtspunten:
Draagt bij aan doelsoorten:
Bosplantsoen rondom bosplots
Natuurinclusief bouwen bosplots
Boomklever, merel, egel, huismus
Donkere, verstoringsvrije zone met
Invulling groenblauwe EVZ 4
Ransuil, watervleermuis
bomenrij van coniferen
(Elsenburgerbos met Wilhelminapark)
Bomenrij verplaatsen
Uitwerking kerngebied doelsoorten
Ransuil
Bomen aanplanten
Natuurinclusief bouwen bosplots
Ransuil, watervleermuis, gewone
Invulling stapsteen water en
dwergvleermuis, boomklever, merel
moeras Natuurinclusief bouwen living plots
46/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Maatregelen
Draagt bij aan aandachtspunten:
Draagt bij aan doelsoorten:
Invulling groenblauwe EVZ 2 (Pasgeld-Oost met Wilhelminapark) Biodiverse binnentuinen met elk
Natuurinclusief bouwen living plots
Egel, merel, huismus,
een ander thema
Natuurinclusief bouwen bos plots
weidehommel
Groenblauwe corridor
Invulling stapsteen water en
Huismus, egel, merel,
moeras
watervleermuis, waterhoen,
Natuurinclusief bouwen living plots
weidehommel
Invulling groenblauwe EVZ 2 (Pasgeld-Oost met Wilhelminapark) Aanleg natuurvriendelijke oevers
Invulling stapsteen water en
Bittervoorn, snoek, waterhoen,
moeras
groene kikker, glassnijder, meervleermuis, watervleermuis
Ecoduikers en duikers aanleggen
Invulling groenblauwe EVZ 2
Waterhoen, egel
(Pasgeld-Oost met Wilhelminapark) Bijenburcht
Natuurinclusief bouwen living plots
Bijen, weidehommel
Bosplantsoen rondom bosplots De bosplots, noordoostelijk gelegen rondom de Schoffel, worden omgeven door bosplantsoen en staan tussen een aangesloten kern van bomen en ruigte van bij voorkeur >7 m breedte. De zone bestaat uit een kern van bomen, struweel en ruigten (min. 4 meter breed), een zone met ruigte / takkenrillen/ stobben (2x 1m aan randen) en/of een zone bloemrijk grasland Donkere, verstoringsvrije zone met bomenrij van coniferen langs EVZ 4 De groenblauwe ecologische verbindingszone 4 is een donkere tunnel van groenstructuren in de vorm van hoge bomen langs de watergang die Pasgeld-West van sportpark Elsenburg scheidt in het noordwesten. De watervleermuis gebruikt de bomenstructuur als hop-over om de Lange Kleiweg over te steken. Deze verbindingszone wordt versterkt door de geleidende groenstructuur door te trekken tot aan het spoor, waar de watervleermuis het spoor over moet steken. Ook geldt dit als verstoringsvrije zone voor de ransuil. Het principeprofiel voor deze donkere verstoringsvrije zone met bomenrij is weergegeven in figuur 4.12. In dit principeprofiel is gekozen voor een flauw talud aan de zijde van het sportpark en gedeeltelijke beschoeiing ten behoeve van erosiebestendigheid. De watervleermuis is zeer gevoelig voor licht, maar door de aanplant van een rij coniferen kan lichtuitstraling van toekomstige bebouwing voorkomen worden.
Deze coniferen zijn bieden daarnaast een beschutte veilige plek voor allerlei vogelsoorten, waaronder de ransuil. Om de coniferen dienst te laten doen als veilige nestplaats, wordt de strook bomen minimaal 4 meter breed, met daarnaast nog een ruigte van 4m breed, zodat verstoring door mensen zo veel mogelijk voorkomen wordt. De zone wordt maximaal 10 meter breed.
47/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Figuur 4.12. Principeprofiel van EVZ 4 met daarop de verstoringsvrije groenstrook langs de watergang tussen het sportpark Elsenburg en Pasgeld-West
Langs de watergang wordt een brede groenstrook ingericht die vrijuit mag verwilderen. De groenstrook wordt aangeplant met minimaal 50% naaldhout, dicht struikgewas en/of coniferen. Deze planten laten weinig licht door, waardoor vanuit de woonwijk weinig tot geen licht op de watergang uitstraalt. De donkere noordzijde van de groenstrook kan ook als nieuw geleidend element dienen, waarlangs watervleermuis zich langs kan verplaatsen. Bomenrij verplaatsen Op de nieuwe grens van De Schoffel worden mogelijk coniferen teruggeplaatst die zich in de huidige situatie bij de ingang van de Schoffel bevindt, in het noordelijkste puntje van PasgeldWest. Tussen de grens van De Schoffel met de bosplots, aan de noordoostelijke zijde, komt een watergang en een groenstrook te lopen, waardoor de te verplaatsen bomen niet direct vanuit de woonwijk te bereiken zijn. De bomen zijn van hoog formaat en bieden veel dekking voor de ransuil. De uitvoering hiervan is afhankelijk of de bomen vitaal genoeg zijn om te verplaatsen. De hoeveelheid van bomen is daardoor niet op voorhand te bepalen.
Bomen aanplanten Inheemse soorten aanplanten op diverse plekken in Pasgeld-West, ter bijdrage aan: Ter afscherming van spoor en woongebied/natuur, parallel aan spoorlijn Ter versterking hop-overs lange Kleiweg thv EVZ 2,4 en 5 Verlengde van de parkloper tot aan Wilhelminapark Biodiverse binnentuinen in de living plots Elke binnentuin van de living plots (zuidoostelijk gelegen, rechts van de parkloper) wordt ingevuld als ecotuintje binnenplaatsje met als randvoorwaarden: • Minimaal 50 m2 • Minimaal 1 faunavoorziening (egelkast of burcht of paalkast) • •
Minimaal 1 insectenvoorziening (perkje nectarplanten, bijenhotel of wormenhotel) Minimaal 1 wadi, vijver of poeltje
48/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
• • •
Minimaal 1 boom of drie aaneengesloten vrijstaande struiken Bloemrijk grasland en hoogteverschillen Natuurlijke afscheiding (haag/boomstammen/laag struikgewas/wilgentenen) en verbinding
•
met buiten de huizen Minimaal 1 recreatievoorziening van natuurlijk materiaal (bankje/picknicktafel)
•
Minimaal 1 natuurvriendelijke speelvoorziening, bij voorkeur van natuurlijk materiaal
Figuur 4.13. Voorbeeld van invulling van een binnentuin.
Aanleg groenblauwe corridor tussen livingplots Als invulling van de stapsteen Water- en moerasnatuur is een grote waterpartij in de parkloper gepland. Op de kaart bevindt deze corridor zich tussen de bosplots en livingplots, loodrecht op de bosloper. Deze heeft begroeide eilandjes, bosplantsoen, ruigten, een vlinder- en bijenlint en natuurvriendelijke oevers. Tussen de livingplots, parallel aan de parkloper, wordt een extra blauwe verbindingszone aangelegd van 7-10 m breed. De zone bestaat uit oeverbegroeiing in het water (min. 1 meter breed), oeverbegroeiing boven de waterlijn (min 2 meter breed) en een ruigte van minimaal 1 m breed. Deze kruist vier keer met een weg waar ecoduikers er voor zorgen dat kleine fauna en de watergang een doorlopende verbinding blijven vormen. Als groene verbinding tussen de living plots, parallel aan de Lange Kleiweg, komt een park(strook) met bijenlinten, bomen, houtrillen, zone’s met zand en/of leem en wadi's. Natuurvriendelijke oevers De natuurvriendelijke oevers in Pasgeld-West kunnen ingericht worden conform de natuurvriendelijke oevers van het slagenlandschap (figuur 4.6). Voorzie dat >50% van de oevers van watergangen natuurvriendelijk wordt aangelegd en ten minste 4-7 meter breed zijn in bebouwd gebied. Beperk beschoeiing en damwanden waar mogelijk.
49/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Ecoduikers en duikers Om de oversteek van de Lange Kleiweg mogelijk te maken zijn diverse ecoduikers en een duiker gepland. De locaties hiervoor zijn gekozen op plekken waar ecologische verbindingszones, waaronder twee voor de parkloper, de Lange Kleiweg passeren. Voorzie duikers van geïntegreerde looprichels waar dat mogelijk is. Faunavoorziening: bijenburcht Zie uitleg bij Elsenburgerbos. Initieer de aanleg van een biodiversiteitsmuur voor insecten en inventariseer met de buurtvereniging waar deze geplaatst zou kunnen worden. Goed voor insecten en educatief voor kinderen. 4.6.3.3 Overige maatregelen (niet op kaart) Natuurinclusief bouwen 1. Realiseer groene daken (intensief of extensief) en gevels. Dit draagt bij aan de
2.
3. 4.
leefbaarheid van de wijk en biedt vogels en insecten extra leefgebied. Gebruik langs gevels niet alleen hedera, maar pas ook andere soorten nectarplanten en vrucht- en besdragers toe. Richt de openbare ruimte en tuinen diervriendelijk in. Met andere woorden: Voorkom obstakels die niet passeerbaar zijn, beperk straatverlichting dat sterk verstrooid en realiseer een variatie aan inheems beplanting en beplantingsvormen waarin vogels kunnen foerageren en schuilen en kleine zoogdieren dekking kunnen zoeken. Realiseer inbouwvoorzieningen voor vogels, vleermuizen en insecten. In bijlage 2 zijn enkele uitwerkingsvoorschriften opgenomen om dit goed te kunnen realiseren. Geef voorbeeldontwerpen aan particulieren om hun tuinen biodivers te maken. Voorzie vanaf het begin een robuuste heggenstructuur langs particuliere tuinen – bij koop meeleveren.
Vleermuisvriendelijke verlichting
• • • •
4.7
Amberkleurige verlichting (>2700 K) Beneden de 540 nm (geen blauw en ultraviolette licht) Armaturen dusdanig afschermen en afstellen dat deze geen licht uitstralen richting groenstroken Verlichtingsbronnen zo ver mogelijk van groenstroken plaatsen
Deelgebied Pasgeld-Oost
4.7.1 Wat zegt de visie? In de visie staat dat Pasgeld-Oost als deelkerngebied voor water- en moerasnatuur kan worden ontwikkeld wanneer het niet wordt bebouwd. Het plan van Pasgeld-Oost is nu duidelijker, waardoor het tweede scenario van de visie, waarbij Pasgeld-Oost deels bebouwd wordt, realistischer wordt. Door het realiseren van nieuwbouw is sprake van fysiek ruimtebeslag op onbebouwd gebied. Daarmee verliest het gebied zijn potentie om te kunnen uitgroeien tot een kerngebied voor water- en moerasnatuur. Uitgaande van dat scenario biedt Pasgeld-Oost wel een
50/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
perspectief voor stapstenen voor natuur. Binnen deze stapstenen zijn er mogelijkheden om de biodiversiteit te verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. 4.7.1.1
Aandachtspunten en kansen
De volgende kansen en aandachtpunten worden gezien: • •
Behoud van de waterloop met bijzonder waterkwaliteit (huidige situatie) Versterken ecologische functie zijtak van de Vliet (boezemwater)
•
De stedenbouwkundige ontwikkeling inzetten voor de ontwikkeling van een stapsteen water- en moerasnatuur
• • • •
Verbinden van Pasgeld-Oost met de Parkloper en de Bosloper Natuurinclusief bouwen om specifieke stadsnatuur te stimuleren Uitwerken stapstenen doelsoorten Recreatie en natuurbeleving voor nieuwe bewoners
Opgave volgens natuurwaardekaart: • Stapsteen water- en moerasnatuur aanleggen • Stapsteen stadsnatuur aanleggen • •
Deelkerngebied bos- en parknatuur behouden Verbindingszones: Groenblauwe verbindingszone 2, aansluiting op de parkloper
4.7.2 Recente ontwikkelingen, plannen en inzichten De uitwerking van Pasgeld-Oost is gebaseerd op de SCHETS STEDENBOUWKUNDIG PLAN (FLUX architecture, 11 november 2022). Hierin is de stedenbouwkundige structuur voor PasgeldOost geschetst en zijn verkenningen voor water, groen, woningbouw, specifieke plekken gedaan. De schets Stedenbouwkundig plan biedt ruimte voor verdere invulling en uitwerking, ook vanuit biodiversiteit. Vanuit ecologie en biodiversiteit is het water prominent aanwezig in Pasgeld Oost. Hierbij zijn een aantal onderdelen te onderscheiden: -
De waterpartijen/ vijvers Belangrijk voor het ecologisch functioneren van de vijvers is de verdeling van de waterdiepte: -
-
30% van de vijvers is tussen 2,00 en 1,50 m diep 40 % van de vijvers heeft een waterdiepte tussen 1,50 en 1,0 m 30 % van de vijvers heeft een waterdiepte tussen 1,0 en 0,0 m
Van de vijvers is minimaal 60% van de oevers natuurvriendelijk ingericht. De noord-, west- en oostoevers zijn hiervoor het meest geschikt. Woningen die aan de waterpartij grenzen krijgen aan de tuin een plasbermprofiel meegeleverd van minimaal1,0 m breed (gemiddeld 0, 2 m diep) Verbindende waterlopen o De verbindende waterlopen hebben op de diepste delen een waterdiepte van minimaal 1,20 m
51/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
o
4.7.3
Minimaal aan één zijde een natuurvriendelijke oever (plasberm, minimaal 1,o m breed)
De uitwerking concreet
De maatregelen voor de opgestelde aandachtspunten staan weergegeven op kaart in bijlage 1. 4.7.3.1
Aanvulling doelsoorten en programma van eisen
Doelsoorten voor Pasgeld-Oost zijn: • Bittervoorn • Dotterbloem • • • •
Rietorchis Meervleermuis Glassnijder Argusvlinder
4.7.3.2 Voorgestelde maatregelen Tabel 4.7 geeft een overzicht van de voorgestelde maatregelen en de bijdrage van deze maatregelen aan de aandachtspunten en doelsoorten. De praktische invulling voor de maatregelen is hieronder verder uitgewerkt. Tabel 4.7. Voorgestelde maatregelen voor Pasgeld-Oost Maatregel
Draagt bij aan aandachtspunten:
Draagt bij aan doelsoorten:
Geïsoleerd water
Ontwikkeling stapsteen water- en
Bittervoorn, meervleermuis,
moerasnatuur
snoek, smient, waterhoen
De stedenbouwkundige ontwikkeling inzetten
Bittervoorn, snoek, waterhoen,
voor de ontwikkeling van een stapsteen
groene kikker, glassnijder,
water- en moerasnatuur
meervleermuis, watervleermuis
Natuurvriendelijke oevers
Verbinden van Pasgeld-Oost met de Parkloper en de Bosloper Groenblauwe verbindingszone 2 versterken Uitwerking stapstenen doelsoorten Ecoduiker
Groenblauwe verbindingszone 2 versterken Verbinden van Pasgeld-Oost met Parkloper
Parkloper strook aanleggen
Deelkerngebied bos- en parknatuur
Boomklever, merel, egel,
met bomen, kruiden- en
ontwikkelen
huismus, watervleermuis,
bloemrijk gras, struweel en
Groenblauwe verbindingszone 2 versterken
muizen, ransuil
hagen
Uitwerking stapstenen doelsoorten
Kruiden- en bloemrijk gras en
Stapstenen stadsnatuur en bos- en
Egel, merel, huismus,
struweel rondom nieuwbouw
parknatuur
weidehommel, muizen, ransuil
Verbinden van Pasgeld-Oost met de Parkloper en de Bosloper Uitwerking stapstenen doelsoorten
52/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Maatregel
Draagt bij aan aandachtspunten:
Draagt bij aan doelsoorten:
Voedselbos
Stapstenen park- en bosnatuur ontwikkelen
Boomklever, merel, huismus,
Stapstenen stadnatuur
egel, muizen
Recreatie en natuurbeleving voor nieuwe bewoners
Geïsoleerde waterloop De geïsoleerde waterloop die in de huidige situatie zeer helder water heeft en een bijzondere vegetatie, blijft in de toekomstige situatie geïsoleerd. Hierdoor blijft de kwaliteit hopelijk in orde. De waterloop kan tijdelijk droogvallen en is geschikt voor amfibieën. Eenzijdig wordt er een natuurvriendelijke oever aangebracht. Het water dat in verbinding staat met de Vliet wordt deels natuurvriendelijk ingericht, zodat de functie als paai- en opgroeigebied van vis beter uit de voeten komt. Concreet betekent dit het aanbrengen van variatie in de waterdiepte en natuurvriendelijke oevers. Bomen worden nabij het water alleen solitair toegepast in verband met schaduw en bladval. Bloemrijk grasland en struweel Er wordt een samenhangend netwerk van bloemrijk grasland, struweel en hagen aangelegd in aansluiting op de parkloper en bosloper. Diverse soorten en diverse hoogtes, afwisseling tussen wintergroene struiken/hagen (bijvoorbeeld hulst), bladverliezende struiken/hagen (bijvoorbeeld haagbeuk) en struiken/hagen met stekels (bijvoorbeeld meidoorn). Bloemrijk gras wordt langs wegen en langs hagen / struweel als samenhangend lint toegepast. Bomen worden verspreid toegepast. Zoek ruimte voor de aanplant van bedragende en vruchtdragende struiken.
Deze dragen bij aan de biodiversiteit en bieden beschutting, nestlocaties en foerageergebied aan soorten als egel en merel. Plant deze bij voorkeur langs bestaande wandelstructuren waar weinig beplanting aanwezig is of in een mozaïekvorm in open plekken in het gebied. Om de kwaliteit van het gebied als zijnde leefgebied voor weidehommel en andere soorten insecten te verbeteren kan worden gekozen om bloemrijke graslanden te ontwikkelen in plaats van gazons. Dit kan samengaan met recreatie door lokaal paadjes te maaien. Aan de randzones of langs paden bieden hagen schuilplekken waar dieren als egel, maar ook marterachtigen in kunnen schuilen. Aanleg voedselbos. Een voedselbos is een door de mens ontworpen systeem, gericht op duurzame voedselproductie. Belangrijk is gelaagdheid in het bos aan te brengen (kruidlaag, struiklaag, boomlaag) waarvan de biodiversiteit profiteert (dekking, voedsel, nectar). Een juist ontworpen voedselbos houdt zichzelf in stand en biedt voedsel en onderdak aan ontelbare soorten organismen, groot en klein. Niet alle plantensoorten hoeven voor de mens eetbaar te zijn. Ook soorten die bijvoorbeeld bestuivende insecten of plaag bestrijdende vogels aantrekken krijgen er hun plek.
53/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
De grootte van een voedselbos kan variëren van een kleine achtertuin tot een hectaren groot geheel. In het geval van de bosloper wordt de ruimte waar nu gazon is opgevuld met de aanplant van een voedselbos. Voorbeelden van soorten die gebruikt kunnen worden: • •
Kroonlaag (Grote bomen, 8+ m) bijvoorbeeld walnoot, linde, kers Tussenlaag (Kleine Bomen, Grote Heesters, 3 tot 8m) bijvoorbeeld mispel, hazelaar
• • •
Struiklaag (Kleine heesters, 1 tot 3m) bijvoorbeeld aalbes Kruidlaag (0,20 – 1m) bijvoorbeeld smeerwortel, witte dovenetel, varens Bodembedekkers (0 tot 0,20m) bijvoorbeeld aardbei, postelein, bosbes, cranberry
• Klimplanten: bijvoorbeeld druif • Wortels en knollen: bijvoorbeeld aardpeer De aanplant van een voedselbos is maatwerk. Het beheer van een voedselbos is beperkt; er wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van zelfregulerende processen. Er wordt met name in de aanlegfase licht bijgestuurd. Daarna verandert het voedselbos door de tijd heen. Natuurinclusief bouwen Zie Pasgeld-West en bijlage 2. 1. Realiseer groene daken (intensief of extensief) en gevels. Dit draagt bij aan de leefbaarheid van de wijk en biedt vogels en insecten extra leefgebied. Gebruik langs gevels niet alleen hedera, maar pas ook andere soorten nectarplanten en vrucht- en besdragers toe. 2. Richt de openbare ruimte en tuinen diervriendelijk in. Met andere woorden: Voorkom obstakels die niet passeerbaar zijn, beperk straatverlichting dat sterk verstrooid en
3. 4.
5.
realiseer een variatie aan inheems beplanting en beplantingsvormen waarin vogels kunnen foerageren en schuilen en kleine zoogdieren dekking kunnen zoeken. Realiseer inbouwvoorzieningen voor vogels, vleermuizen en insecten. In bijlage 2 zijn enkele uitwerkingsvoorschriften opgenomen om dit goed te kunnen realiseren. Geef voorbeeldontwerpen aan particulieren om hun tuinen biodivers te maken. Voorzie vanaf het begin een robuuste heggenstructuur langs particuliere tuinen – bij koop meeleveren. Voorkom het storten van tuinafval, zodat er geen invasieve plantenexoten gaan verspreiden.
4.8
Deelgebied Drassige Driehoek (inclusief bosje)
4.8.1 Wat zegt de visie? De drassige driehoek is circa 2,5 ha groot en vormt als geheel een deelkerngebied voor bos- en parknatuur. Het terrein heeft een groen karakter en bestaat hoofdzakelijk uit bomen, beschoeide sloten en intensief gemaaide grasvelden (o.a. voetbalveldje). Daarnaast bevinden zich in de drassige driehoek een speeltuin, buurthuis en een watertoren.
54/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Opgave: Behoud het oppervlakte groen, zodat het gebied zijn functie als deelkerngebied voor bos- en parknatuur niet verliest. Verbeter de ecologische kwaliteit door extra groen aan te brengen en het bestaande groen ecologisch te beheren. Opgave volgens natuurwaardekaart: Deelkerngebied bos- en parknatuur behouden en versterken Groene verbindingszone 1, versterken van en aansluiting op de bosloper 4.8.1.1
Aandachtspunten en kansen
• • •
Uitwerking kerngebied bos- en parknatuur Uitwerking doelsoorten Groene verbindingszone 1 versterken
4.8.2
Recente ontwikkelingen, plannen en inzichten
Er zijn verschillende nieuwe inzichten verkregen na het veldbezoek en de werksessies, waaronder: • Op de Laan van het Haantje, loodrecht op de watertoren, is een nieuwe weg aangelegd •
waar natuur nog niet is ingepast. Ondanks dat het voetbalveldje niet past in het bosrijke karakter van de bosloper, is de recreatieve (en groene) waarde hiervan belangrijk genoeg om deze te laten zoals hij is. Wel zijn er nog mogelijkheden om eromheen meer biodiversiteit te ontwikkelen waarbij de functie behouden blijft.
4.8.3 De uitwerking concreet De maatregelen voor de opgestelde aandachtspunten staan weergegeven op kaart in bijlage 1. 4.8.3.1 Aanvulling doelsoorten en programma van eisen Doelsoorten voor de drassige driehoek zijn: • Huismus • • •
Vleermuizen Ransuil Egel
• • •
Merel Weidehommel Vlinders
4.8.3.2 Voorgestelde maatregelen Tabel 4.8 geeft een overzicht van de voorgestelde maatregelen en de bijdrage van deze maatregelen aan de aandachtspunten en doelsoorten. De praktische invulling voor de maatregelen is hieronder verder uitgewerkt.
55/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Tabel 4.8 Voorgestelde maatregelen Drassige driehoek en bijdrage aan aandachtspunten en doelsoorten. Maatregel
Oppervlak /
Draagt bij aan aandachtspunten:
lengte Aanleg takkenrillen
Draagt bij aan doelsoorten:
Uitwerking kerngebied bos- en
Egel
parknatuur Uitwerking doelsoorten Aanleg mantel- en
Uitwerking kerngebied bos- en
zoomvegetatie
parknatuur
Merel, egel, huismus
Uitwerking doelsoorten Aanleg ecoduikers
Groene verbindingszone 1 versterken
Bomen aanplanten
Uitwerking kerngebied bos- en
Egel, bittervoorn, groene kikker Merel, vleermuizen
parknatuur Uitwerking doelsoorten Aanleg van
Natuurvriendelijke oevers
Bittervoorn, snoek,
natuurvriendelijke
Groene verbindingszone 1 versterken
waterhoen, groene kikker,
oevers
glassnijder,
Aanleg
Weidehommel
natuurvriendelijke daken Aanleg haag
Uitwerking kerngebied bos- en
Merel, egel
parknatuur Uitwerking doelsoorten
Aanleg takkenrillen Takkenrillen aanbrengen ter afscheiding van het voetbalveldje en langs de paden als beschutte verbinding voor kleine fauna. Aanleg mantel- en zoomvegetatie Creëer een natuurlijke overgang tussen bosplantsoen en gazon. Aanleg ecoduikers Waar de nieuwe Laan van 't Haantje is aangelegd, is weinig ruimte voor natuur overgebleven. De aanwezige duikers kunnen vervangen worden door ecoduikers zodat kleine fauna deze weg veiliger kunnen passeren. Zo ontstaat een verbinding tussen stapsteen flattuinvereniging Volle Grond en stadsnatuur Pasgeld-West. Bomen aanplanten Ter versterking van de verbinding tussen de drassige driehoek en moestuinnatuur van de flattuinvereniging kunnen bomen aangeplant worden langs de Lange Kleiweg. Waar de nieuwe Laan van 't Haantje is aangelegd, is weinig ruimte voor natuur overgebleven. Ook hier, waar het past, bomen of een heterogene haag aanplanten. Aanleg van natuurvriendelijke oevers
56/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Aangrenzend aan Pasgeld-Oost een natuurvriendelijke oever aanleggen conform het principeprofiel van het slagenlandschap (figuur 4.6). Op deze locatie in de drassige drihoek staat nu een jong doorgeschoten bosje. Aanleg natuurvriendelijke daken Waar de constructies van de bebouwing dit aankan een natuurvriendelijk dak aanleggen. Het schuurtje van de kinderboerderij is reeds een voorbeeld. Het platte dak van het buurthuis kan onderzocht worden voor potentie voor een natuurvriendelijk dak. Aanleg haag Heterogene haag aanplanten met inheemse soorten ter afscheiding van het voetbalveldje. 4.8.3.3 Overige maatregelen (niet op kaart) Behoud aanwezige groenstructuren Het aantal bomen dient gehandhaafd te blijven om voldoende leefgebied te kunnen bieden voor merel en boomklever. Inzet buurtvereniging en kinderboerderij Initieer de aanleg van een biodiversiteitsmuur voor insecten en een voedselbos (of andere natuurvoorziening) en inventariseer met de buurtvereniging waar deze geplaatst zou kunnen worden. Goed voor insecten en educatief voor kinderen. Ook het maken van bijenhotels, bijenburchten en nestkasten kan interactief met bewoners en kinderen gecombineerd worden. Het monitoren van deze voorzieningen is een kans om te leren welke soorten in het gebied voorkomen, of de biodiversiteit toe neemt en tegelijk een kans om het belang van biodiversiteit uit te leggen.
4.9
Deelgebied Volkstuincomplexen
4.9.1
Wat zegt de visie?
Het Elsenburgerbos vormt gezamenlijk met volkstuincomplex Lommerijck hét kerngebied voor bos- en parknatuur in driehoek Pasgeld. Opgave volgens ecologische structuur: Deelkerngebied moestuinnatuur in de Lommerijck versterken Deelkerngebied moestuinnatuur De Schoffel behouden Stapsteen moestuinnatuur flattuinvereniging ‘Volle Grond’ behouden 4.9.2 Aandachtspunten en kansen Volkstuincomplexen hebben een belangrijke rol in het bevorderen van biodiversiteit in stedelijke gebieden. Ze bieden een gevarieerde leefomgeving voor planten en dieren, dragen bij aan ecologische verbindingen en hebben een educatieve en sociale functie. Aandachtspunten en kansen voor volkstuincomplexen: • Gezond bodemleven
57/78
Kenmerk
• •
R001-1288545PDK-V01
Biologische plaagbestrijding Natuurvriendelijk tuinieren
4.9.3 Recente ontwikkelingen, plannen en inzichten Flattuinvereniging ‘Volle Grond’ is toegevoegd aan de ecologische structuurkaart. 4.9.4 De uitwerking concreet De locaties van de volkstuincomplexen binnen de driehoek Pasgeld zijn aangegeven op de ecologische structuurkaart van Bijlage 1. De maatregelen richten zich op beheer en advies en zijn in dit hoofdstuk uitgewerkt en niet op kaart ingetekend. 4.9.4.1 Aanvulling doelsoorten en programma van eisen Doelsoorten voor volkstuincomplexen zijn: • Egel • Merel • • • •
Boomklever Ransuil Weidehommel Paddenstoelen
Daarnaast zijn solitaire bijen als bestuivers als doelsoort aangewezen voor volkstuincomplexen. Eisen voor egel in volkstuincomplexen: 1. 2. 3.
Verblijfplaats: Compost-, takken- en/of puinhopen (van minimaal 1m2). Te realiseren in struikgewas met een omvang >50m2 waar beperkte verstoring is door de mens Voedsel: foerageert in grasvelden met dicht struweel er omheen. Tenminste aan één zijde van het grasveld lage en dichte begroeiing toepassen. Verbindend leefgebied: variatie aan aaneengesloten groen (grasvelden, lage dichte begroeiing met ondergroei)
Randvoorwaarden ransuil in volkstuincomplexen: 1.
Aanwezigheid van roestplaatsen en nestplaatsen, in (naald)bomen met voldoende dekking gedurende het hele jaar zoals wintergroenblijvende coniferen of bomen met daarin klimop.
2.
Voldoende rust. Voorkom verstoring van roest- en nestplaatsen door mensen inclusief belangstellende natuurliefhebbers (bewaar afstand, voorkom lawaai). Roestplaatsen ongemoeid laten in wintermaanden; geen snoeiwerkzaamheden uitvoeren of hooguit in periode waarin roestplaatsen nog niet (volledig) bezet zijn (september-oktober).
4.9.4.2 Voorgestelde maatregelen Tabel 4.9 geeft een overzicht van de voorgestelde maatregelen en de bijdrage van deze maatregelen aan de aandachtspunten en doelsoorten. De praktische invulling voor de maatregelen is hieronder verder uitgewerkt.
58/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Tabel 4.9. Voorgestelde maatregelen voor het verbeteren van de biodiversiteit op volkstuincomplexen Maatregelen
Draagt bij aan aandachtspunten:
Draagt bij aan doelsoorten:
Vogel- en egelvriendelijke hagen
Natuurvriendelijk tuinieren
Egel, merel, ransuil, weidehommel,
en struiken
Biologische plaagbestrijding
paddenstoelen
Beperk gebruik van
Natuurvriendelijk tuinieren
Egel, merel, ransuil, weidehommel,
bestrijdingsmiddelen
Gezond bodemleven
paddenstoelen
Biologische plaagbestrijding Bevorder bodemleven
Insectvriendelijk planten
Natuurvriendelijk tuinieren
Egel, merel, ransuil, weidehommel,
Gezond bodemleven