Rapport uitwerking ecologische structuur Pasgeld
Tekst van het document
paddenstoelen
Natuurvriendelijk tuinieren
Weidehommel, bijen
Biologische plaagbestrijding Nestvoorzieningen creëren
Natuurvriendelijk tuinieren
Egel, merel, ransuil
Biologische plaagbestrijding Beperk invasieve plantenexoten
Natuurvriendelijk tuinieren
-
Advies inschakelen voor verhoging
Natuurvriendelijk tuinieren
-
biodiversiteit (workshops)
Vogel- en egelvriendelijke hagen en struiken Zoek ruimte voor de aanplant van bedragende en vruchtdragende struiken. Deze dragen bij aan de biodiversiteit en bieden beschutting, nestlocaties en foerageergebied aan soorten als egel en merel. Denk hierbij aan heterogene hagen van soorten als meidoorn, sleedoorn, liguster en beuk. Inheemse bomen en struiken (fruit) trekken in het voorjaar veel bijen en wat er aan vruchten blijft hangen is voedsel voor vogels en insecten. Zorg ervoor dat afscheidingen tussen tuinen zo veel mogelijk passeerbaar zijn zodat kleine fauna als konijnen en egels vrij kunnen migreren binnen het volkstuincomplex. Beperk gebruik van bestrijdingsmiddelen Bestrijdingsmiddelen kunnen schadelijk zijn voor tal van organismen. Het is daarom belangrijk om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te beperken en alternatieve methoden te gebruiken om plagen te bestrijden. Door het planten van koppelsoorten (bijvoorbeeld tomaat en basilicum) kunnen ziektes en plagen voorkomen worden. Bevorder bodemleven Werk aan een bodem met een hoog organische stofgehalte en bewerk de bodem minimaal. Vermijdt het gebruik van kunstmest door compost, groenbemesters en andere organische meststoffen te gebruiken. Door verschillende gewassen te telen, wordt de bodem blootgesteld aan verschillende soorten worteluitscheidingen en ontstaat er meer diversiteit in het bodemleven.
Insectvriendelijk planten Geef aandacht aan het aanbieden van een breed scala aan planten die jaarrond verschillende functies voor insecten vervullen. Denk hierbij aan: • Breng voorjaarsbloeiers aan zoals sneeuwklokjes, winterakoniet en longkruid
59/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
• • •
Laat zo hier en daar brandnetels staan, dit is en inheemse waardplant voor veel vlinders Laat daken of schuurtjes overgroeien met klimop, deze soort bloeit tot november Laat in de herfst de stelen van de gewassen staan, dit dient als overwinteringsplek voor
•
veel insecten Zoek mogelijkheden voor sedumdaken op schuurtjes en daken
• •
Initieer de aanleg van bijenhotels, bijenburchten of een biodiversiteitsmuur voor insecten Maak grasveldjes (om op te zitten) bloemrijk
Nestvoorzieningen creëren Voor vogels en kleine fauna kunnen ook nestvoorzieningen gemaakt worden. Denk hierbij aan: • Laat enkele hoeken over als ‘rommelhoeken’ met dode takken en compost • • •
Nestkasten voor egels plaatsen Nestkasten voor vogels ophangen Plaats aan de randzones of langs paden takkenrillen en hopen waar dieren als egel, maar ook marterachtigen in kunnen schuilen. Goed ontwikkelde takkenrillen kunnen bovendien geschikt zijn als verblijfplaats voor overwinterende insecten.
Beperk invasieve plantenexoten Voorkom het gebruik van invasieve plantenexoten in de moestuin zodat deze zich niet naar de omgeving kunnen verspreiden. Advies inschakelen voor verhoging biodiversiteit (workshops) Om biodiversiteit te verhogen op de eigen moestuin zijn er tal van mogelijkheden. Om op bovenstaande aspecten gericht te adviseren aan de leden van de moestuinvereniging zou een adviseur langs kunnen komen. Om leden te informeren welke natuurvriendelijke mogelijkheden er zijn kunnen ook workshops georganiseerd worden.
4.10
De Bosloper
4.10.1 Wat zegt de visie? De Lange Kleiweg vormt met haar bomenlanen en groene bermen reeds een belangrijke groene ader door de driehoek Pasgeld. De Lange Kleiweg vormt een verbindingszone tussen de bos- en parknatuur van het Elsenburgerbos (kerngebied bos- en parknatuur) en de drassige Driehoek (deelkerngebied bos- en parknatuur). Daarnaast passeert het groen van de Lange Kleiweg stapstenen voor bos- en parknatuur ten oosten van de weg nabij de Heulweg. Belangrijkste opgave(n): behoud van bestaande laanstructuren met voldoende ondergroei aan kruiden en bloemen. Beperk verlichting, zodat vleermuizen de bomen blijven gebruiken als vliegroute. Opgave volgens natuurwaardekaart: Groene verbindingszone 1 versterken en borgen voor de lange termijn Knelpunt bij kruising met groenblauwe verbindingszone 2 (parkloper) oplossen Knelpunt bij kruising met groenblauwe verbindingszone 4 oplossen
60/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Knelpunt bij aansluiting op verbindingszone 7 oplossen Groene verbindingszone 5 versterken en aanleggen (5a en 5b) Extra opgave: verbinding aanleggen van drassige driehoek met stapsteen moestuinnatuur de Flattuinvereniging over de Lange Kleiweg voor egel en kleine marterachtigen 4.10.1.1 Aandachtspunten en kansen Aandachtspunten en kansen van de bosloper: • • •
Natuurlijke bosstructuur Duurzaam behouden van kenmerkende laanstructuur Passerbaarheid van de Lange Kleiweg voor grondgebonden dieren vergroten
•
Aangepaste verlichting voor vleermuizen
4.10.2 Recente ontwikkelingen, plannen en inzichten De bosloper is de invulling van ecologische verbindingszone 1 en is een ontwikkelde groenstructuur die vraagt om behoud van huidige natuurwaardes op de lange termijn en welke verder versterkt kan worden. De bosloper bestaat uit de parallele bomenrijen langs de Lange Kleiweg en de brede bosachtige strook die ten noorden langs de weg het Elsenburgerbus met de Drassige driehoek verbind (zie figuur 4.14).
Figuur 4.14. Impressie van de bosloper met op de voorgrond de Lange Kleiweg, daarna een van de doorlopende bomenrijen en daarachter de brede bosachtige strook.
De kenmerkende groenstructuren die behouden moeten blijven zijn: 1.
Doorlopende laanstructuur van de bomenrijen langs de Lange Kleiweg
61/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
2. 3.
Bosachtige karakter van de brede groenstrook aan noordzijde van de Lange Kleiweg Op de kruising van de bosloper met verbindingszone 4 wordt de groenstructuur als hopover gebruikt door watervleermuizen.
4. 5.
Donkerte moet behouden blijven voor verschillende vleermuissoorten. Diverse bomen langs de Lange Kleiweg bieden mogelijke verblijfplaatsen voor spechten en boom-bewonende vleermuizen.
4.10.3 De uitwerking concreet De uitwerking voor de bosloper is verspreid weergegeven op de kaarten van de volgende deelgebieden van bijlage 1: • Elsenburgerbos • • 4.10.3.1
Sportpark Elsenburg Pasgeld-Oost Aanvulling doelsoorten en programma van eisen
Doelsoorten voor de bosloper als verbindingszone voor Bos- en parknatuur zijn: 1. Ransuil 2. Egel 3. Merel 4. Vleermuizen (onder andere de watervleermuis) 5. Haas 6. Wilde hyacint 7. Boomklever 8. 9.
Weidehommel Paddenstoelen
Om de bosloper een boskarakter te geven is de gewenste verdeling 70/20/10 bomen/struiklaag/bloemrijk gras. Een gesloten kroon is hierbij het streven. De maximale grootte/lengte van open plekken in de bosloper is 15x20 meter, de verhouding boom/struweel/gras is hierin leidend. De watervleermuis gebruikt de bomen van de bosloper als hopover en geleidende structuur en stelt concrete randvoorwaarden: • Essentiële groenstructuur behouden (zo veel mogelijk) •
Voldoende donker langs watergangen en groenstructuren (maximaal 1 Lux) tijdens
•
actieve periode. Parkloper en verlengde hiervan richting Wilhelminapark geschikt maken als 2e oversteek op lange termijn.
4.10.3.2 Voorgestelde maatregelen Tabel 4.10 geeft een overzicht van de voorgestelde maatregelen en de bijdrage van deze maatregelen aan de aandachtspunten en doelsoorten. De praktische invulling voor de maatregelen is hieronder verder uitgewerkt.
62/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Tabel 4.10 Voorgestelde maatregelen en bijdrage aan aandachtspunten en doelsoorten. Maatregel
Oppervlak /
Draagt bij aan aandachtspunten:
lengte
Draagt bij aan doelsoorten:
Inrichtingsmaatregelen Aanplant bomen
7885 m2
Natuurlijke bosstructuur
Egel, merel, ransuil, vleermuizen, kleine marterachtigen
Aanbrengen zone met
810 m,
Boomklever,
houtrillen en stobben
minimaal 1m
paddenstoelen, ransuil,
hoog en 1m
kleine marterachtigen
breed Aanleg struweel en
525 m lang
stinzeplanten
en 3-10 m
Natuurlijke bosstructuur
marterachtigen, wilde
breed Aanleg faunapassages
2
Aanleg ecoduikers
5
Egel, merel, ransuil, kleine
hyacint Passerbaarheid van de Lange Kleiweg
Egel, kleine marterachtigen
vergroten Passerbaarheid van de Lange Kleiweg
Egel, kleine marterachtigen
vergroten Bloem- en insectenrijk
Passerbaarheid van de Lange Kleiweg
Egel, kleine
grasland
vergroten
marterachtigen, weidehommel
Beheermaatregelen Aangepast beheer: dood
0.16 km2
Natuurlijke bosstructuur
Egel, merel, muizen,
hout laten liggen in het
ransuil, boomklever,
bos
paddenstoelen, reiger, kleine marterachtige
Aangepast beheer: t/m
Weidehommel, muizen,
april niet maaien van
ransuil
gazon
Zone met houtrillen en stobben Plaats aan de randzones of langs paden takkenrillen en -hopen waar dieren als egel, maar ook marterachtigen in kunnen schuilen. Goed ontwikkelde takkenrillen kunnen bovendien geschikt zijn als verblijfplaats voor overwinterende insecten. Schaduwrijke delen van de overgang van bos naar gazon worden begrensd met houtrillen en stobben. Voor de opbouw hiervan kan de Beheerwijzer voor kleine marterachtigen (Zoogdiervereniging, 2018) als leidraad aangehouden worden. Houtrillen bieden beschutting voor kleine fauna, omdat ze kunnen dienen als schuilplaatsen en nestelplekken. Ze beschermen de dieren tegen de wind en kunnen dienen als overwinteringsplekken. Houtrillen kunnen ook bijdragen aan rust voor kleine fauna, doordat ze de toegankelijkheid van het gebied beperken. Hierdoor wordt verstoring door recreanten en loslopende honden verminderd en ontstaat er een rustiger leefgebied voor de dieren.
63/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Aanleg struweel Zoek ruimte voor de aanplant van vruchtdragende struiken. Deze dragen bij aan de biodiversiteit en bieden beschutting, nestlocaties en foerageergebied aan soorten als egel en merel. Plant deze bij voorkeur langs bestaande wandelstructuren waar weinig beplanting aanwezig is of in een mozaïekvorm in open plekken in het gebied. Bij voorkeur struiken ook onder bomen aanplanten. Op plekken waar dit niet dichter kan: stinseplanten planten of takkenrillen aanleggen. Gazon is binnen de bosloper ongewenst. Gazon omvormen tot ondergroei/struweel. Langs de Lange Kleiweg is dit wellicht niet overal mogelijk in verband met verkeersveiligheid. Op die plekken kan gazon worden omgevormd tot bloemrijk grasland. Aanleg faunapassages Faunapassage onder de Lange Kleiweg door tussen het Elsenburgerbos en sportpark Elsenburg bieden een veilige doorgang voor kleine fauna. Struweel en ruigte aansluitend aan deze passages biedt een doorlopende verbinding en mogelijkheden voor beschutting. Aanleg ecoduikers Ecoduikers onder de Lange Kleiweg op locaties waar ecologische verbindingszones deze kruisen verbinden het water bieden een veilige onderdoorgang voor kleine fauna en watergebonden soorten.
Bloem en insectenrijk grasland Wegbermen langs de Lange Kleiweg (tussen de bomenrijen) hooguit eenmaal per jaar maaien en/of gefaseerd maaibeheer toepassen zodat afwisseling van hoge en lage grazige vegetaties gehandhaafd blijft. Aangepast beheer: laat dood hout liggen in het bos (Elsenburgerbos) De bosloper loopt door tot in het Elsenburgerbos. Op deze overging kan bos op natuurlijke wijze doorgroeien en laat waar mogelijk dood hout liggen. Dit is geschikt als voedselbron en nestplaats voor boomklever, roodborstje en winterkoning. Daarnaast is het een plaats waar paddenstoelen zich kunnen ontwikkelen en draagt het bij aan een gezonde bodem, en muizen en egels beschutting kunnen vinden. Het zorgt tegelijkertijd voor zonering, omdat dood hout het bos dichter en minder toegankelijk maakt. Door met snoeiafval rustgebieden te creëren, kunnen kleine fauna en hun leefgebieden worden beschermd. Deze gebieden kunnen bijvoorbeeld bestaan uit kwetsbare plantensoorten, paddenstoelen en broedgebieden voor vogels als boomklever en winterkoning. Om deze zones te creëren dienen als beheermaatregelen de takken die beschikbaar zijn na het snoeien van het bos zo veel mogelijk gebruikt te worden.
4.10.3.3 Overige maatregelen (niet op kaart) Boskarakter behouden en versterken van de brede groenstrook Het aantal bomen dient gehandhaafd te blijven om voldoende leefgebied te kunnen bieden voor merel en boomklever, maar ook als geleidende structuur voor o.a. de watervleermuis. Voor
64/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
voldoende rust voor dieren ‘s nachts en als vliegroute voor vleermuizen is voldoende donkerheid ’s nachts van belang.
65/78
Kenmerk
4.11
R001-1288545PDK-V01
De Parkloper
4.11.1 Wat zegt de visie? De Parkloper is de verbinding tussen het Wilhelminapark met Pasgeld-Oost en loopt zuidelijk van volkstuincomplex de Schoffel en door Pasgeld-West. Deze verbindingszone creëert een robuuste groenblauwe structuur die het bestaande en toekomstige groen in Pasgeld verbinden met het Wilhelminapark. Er ontstaan met deze verbindingszone aantakkingsmogelijkheden voor toekomstige stapstenen van bos- en parknatuur in de ontwikkelgebieden Pasgeld-West en Pasgeld-Oost. De parkloper is de invulling van de groenblauwe verbindingszone van 20 tot 50 meter breed waar dieren kunnen migreren en foerageren. De Parkloper fungeert daarmee ook als stapstenen voor bos- en parknatuur en water- en moerasnatuur. Opgave volgens natuurwaardekaart: • Groene verbindingszone 2 aanleggen • Knelpunt bij kruising met groenblauwe verbindingszone 1 (bosloper) oplossen • Knelpunt bij aansluiting op slagenlandschap oplossen 4.11.1.1 Aandachtspunten en kansen Aandachtspunten en kansen voor de Parkloper: • Invulling groenblauwe EVZ 2 (Pasgeld-Oost met Wilhelminapark) • Creëren stapsteen water en moeras • Creëren stapstenen bos- en parknatuur • Uitwerking stapstenen doelsoorten 4.11.2 Recente ontwikkelingen, plannen en inzichten Er zijn verschillende nieuwe inzichten verkregen na het veldbezoek en de werksessies, waaronder: 1. De parkloper vereist een open karakter, o.a.
omdat de kabels- en leidingenstrook op deze verbinding ligt waardoor er niet te veel en geen diep wortelende bomen in deze strook kunnen staan. 2.
De parkloper wordt in de toekomst mogelijk door een fietsbrug verbonden met Ypenburg (oostelijk van de Vliet).
3.
Er komt op termijn een station waar de Parkloper eindigt bij het spoor. De ambitie is om hier een ecoduct (natuur over station heen) van te maken om natuurlijke verbindingen te behouden. Dit station komt aan de Parkrijk-zijde van het spoor, niet in Pasgeld-west.
4.
De parkloper wordt nu nog niet gebruikt door de watervleermuis als essentiële verbinding.
5. 6.
De verbindingen van de watervleermuis moeten echter versterkt worden zodat de watervleermuis behouden blijft in Pasgeld, ook met de beoogde ontwikkelingen. Het is een vereiste om van de Parkloper een extra verbinding voor de watervleermuis te maken. Er is voor de watervleermuis 2 tot 3 meter breed open water nodig in de Parkloper De Zweth loopt door tot in het Slagenlandschap, maar eindigt daar vaag. Het is wenselijk deze verbinding in stand te houden en duidelijker te maken.
66/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
4.11.3 De uitwerking concreet De uitwerking voor de parkloper is verspreid weergegeven op de kaarten van de volgende deelgebieden van bijlage 1: -
Pasgeld-West Pasgeld-Oost
4.11.3.1 Aanvulling doelsoorten en programma van eisen Doelsoorten voor de Parkloper als groenblauwe verbinding en stapstenen Bos- en parknatuur en Water- en moerasnatuur zijn: • Egel • Merel • • • •
Boomklever Weidehommel Ransuil Watervleermuis
• • • • •
Bittervoorn Dotterbloem Rietorchis Glassnijder Argusvlinder
Om de Parkloper een open karakter te geven is de gewenste verdeling 10/40/50 bomen/struiklaag/bloemrijk gras. Bij voorkeur struiken onder bomen planten en de bomen zo veel mogelijk langs de watergang die de parkloper scheidt van het TNO-terrein om hier een donkere, luwe, maar insectenrijke watergang voor de watervleermuis te creëren. Parkloper en verlengde hiervan richting Wilhelminapark geschikt maken als 2e oversteek voor watervleermuis op lange termijn. Van de parallele watergang aan de Pasgeld-Oost worden de zuidgerichte oevers zo veel mogelijk natuurvriendelijk ingericht, waarbij de breedte van de watergang mag variëren. De Parkloper dient meerdere doelen die qua programma van eisen niet allemaal overeenkomen en elkaar beïnvloeden. Zo is met de invulling van de ene watergang voor de watervleermuis met bomen erlangs een grotere belasting gepaard voor de waterkwaliteit door bladafval. Bij de parallelle watergang aan Pasgeld-Oost is daarom juist gekozen voor een natuurvriendelijke oever met oriëntatie op het zuiden en minder bomen wat ten goede komt van het watersysteem. Zo wordt aan beide aandachtspunten invulling gegeven. 4.11.3.2 Voorgestelde maatregelen Tabel 4.11 geeft een overzicht van de voorgestelde maatregelen en de bijdrage van deze maatregelen aan de aandachtspunten en doelsoorten. De praktische invulling voor de maatregelen is hieronder verder uitgewerkt.
67/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Tabel 4.11 Voorgestelde maatregelen parkloper en bijdrage aan aandachtspunten en doelsoorten. Maatregel
Oppervlak /
Draagt bij aan aandachtspunten:
lengte
Draagt bij aan doelsoorten:
Inrichtingsmaatregelen Bomen aanplanten
Invullen groenblauwe verbindingszone
Watervleermuis, merel
Stapstenen bos- en parknatuur Uitwerking stapstenen doelsoorten Natuurvriendelijke
Stapstenen water- en moerasnatuur
Watervleermuis,
oevers
Uitwerking stapstenen doelsoorten
bittervoorn, dotterbloem, rietorchis, meervleermuis, glassnijder, argusvlinder
Ecoduikers aanleggen
Invullen groenblauwe verbindingszone
Watervleermuis,
Stapstenen water- en moerasnatuur
bittervoorn, egel, kleine marterachtigen
Struweel aanleggen
Uitwerking stapstenen doelsoorten
Kleine marterachtigen,
Stapstenen bos- en parknatuur
muizen, egel, merel
Stapstenen bos- en parknatuur
Weidehommel,
Uitwerking stapstenen doelsoorten
argusvlinder
Beheermaatregelen Sinus beheer
Bomen aanplanten De bomen die zijn ingetekend op de kaarten zijn richtinggevend en bedoeld als zoekgebied voor aanplanten. Bij Pasgeld-oost is een bomenrij gewenst langs de watergang die de Parkloper scheidt van het TNO-terrein. Waar het niet mogelijk is om bomen te planten zijn hoge struiken of hagen gewenst. Vereisten voor deze groenstructuur ten behoeve van de watervleermuis zijn: 1. Inheemse soorten die niet diep wortelen 2. Snelgroeiende boomsoorten afwisselen met langzamer groeiende boomsoorten. 3. Combinatie van bomen, struiken en hagen die een donkerte te creëren van lux < 1 boven de watergang. 4. Geen verlichting richten op de groenstructuur Dit kan doorgetrokken worden naar de rest van de Parkloper ter hoogte van Pasgeld-West. Natuurvriendelijke oevers De natuurvriendelijke oevers in de Parkloper kunnen ingericht worden conform de natuurvriendelijke oevers van het slagenlandschap (figuur 4.6). Om homogene rietoevers te voorkomen is het wenselijk om oeverplanten aan te brengen die kunnen concurreren met riet. Denk hierbij aan kleine lisdodde, grote egelskop, oeverzegge en gele lis. Ecoduiker Twee ecoduikers onder de Lange Kleiweg door verbinden het water en bieden een veilige onderdoorgang voor kleine fauna en watergebonden soorten.
68/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Bloemrijk grasland (met sinus beheer) Waar voldoende (minimaal 1 are) bloemrijk grasland is, is het wenselijk om sinusbeheer toe te passen. Bloemrijk grasland moet goed bezond worden, voorkom te veel schaduw van bomenrijen. Struweel Zoek ruimte voor de aanplant van besdragende en vruchtdragende struiken. Zorg voor bodembedekkers onder bomen.
4.12
Ecologische verbindingszones
De uitwerking van de maatregelen is per deelgebied beschreven en concrete maatregelen om de deelgebieden te verbinden zijn in voorgenoemde hoofdstukken opgenomen. In dit hoofdstuk is per verbindingszone kort samengevat welke maatregelen zijn voorgesteld en of er nog uitdagingen zijn die meer aandacht verdienen om een robuuste verbinding te creëren. De ecologische verbindingen zijn genummerd weergegeven op de totaalkaart van Pasgeld in Bijlage 1. Er is in de huidige situatie geen sprake van een verbinding voor water- en moerasnatuur vanuit Pasgeld richting het Wilhelminapark. Met de Bosloper en Parkloper als kernverbindingen in Pasgeld is een grote stap gezet tot een ecologische samenhang in het gebied. In zijn algemeen blijft de uitdaging voor de natte verbindingen de gebrekkige onderwatervegetatie en bestrijding van exoten (Amerikaanse rivierkreeft). Voor groene verbindingen ligt de uitdaging in het creëren van voldoende rust en beschutte groenstructuren als struiken en hagen waar dieren rustig kunnen migreren en foerageren, met name door de aanwezige en aan te leggen fietspaden en autowegen. Het spoor vormt een barrière voor dieren die willen migreren tussen het Elsenburgerbos en het Wilhelminapark. De aanleg van faunapassages om uitwisseling tussen deelpopulaties mogelijk te maken is noodzakelijk om deze barrière over te steken.
De recente spoorverdubbeling heeft deze barrièrewerking versterkt. Uitwisseling tussen populaties van dieren is belangrijk omdat het zorgt voor genetische diversiteit binnen een soort. Genetische diversiteit vergroot de kans op overleving en voortplanting van een soort in veranderende omstandigheden. Populaties die geïsoleerd raken hebben daarentegen een kleinere genetische diversiteit en zijn daardoor kwetsbaarder voor bedreigingen, zoals ziektes en veranderingen in het klimaat. Bovendien kunnen geïsoleerde populaties moeilijker herstellen na een periode van stress of tegenslag, omdat ze geen (genetische) uitwisseling hebben met andere populaties. Het behoud van de uitwisseling tussen populaties is daarom van groot belang voor het behoud van de biodiversiteit en het voortbestaan van soorten in de omgeving van Pasgeld en Rijswijk als geheel. Met de aanleg van verbindingszones, faunapassages en ecoduikers wordt de barrièrewerking van het spoor verminderd. 4.12.1 EVZ 1: Groene ader Lange Kleiweg Zoals eerder beschreven is de groene ader Lange Kleiweg opgenomen in de bosloper.
69/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
4.12.2 EVZ 2: Groenblauwe zone Pasgeld - Wilhelminapark Deze robuuste groenblauwe zone verbindt het bestaande en toekomstige groen in Pasgeld met het Wilhelminapark en worden toekomstige stapstenen van bos- en parknatuur in de ontwikkelgebieden Pasgeld-West en Pasgeld-Oost gerealiseerd. Deze EVZ is uitgewerkt als 2050 meter brede Parkloper bij deelgebieden Pasgeld-West en Pasgeld-Oost. Hierbij is de huidige watergang behouden en uitgebreid door deze meer meanderend door het landschap te laten stromen en natuurvriendelijke oevers aan te leggen. 4.12.3 EVZ 3: Vliet Aantakking van de Vliet op het Slagenlandschap bij het gemaal (visvriendelijk maken) zorgt voor de mogelijkheid van visintrek in Pasgeld. Verder vormt de inham van de Vliet – de Kolenhaven en met name de zone naar het noorden een paai- en opgroeigebied voor vis. Hier kan een verbinding met Pasgeld oost worden gemaakt (niet voor vis, vanwege scheiding boezem- en polderwater). Langs de Vliet is verder geen mogelijkheid voor natuurvriendelijke oevers. Dit is wel een belangrijke waterstructuur die door soorten als meervleermuis, maar ook vissen en vogels voor migratie gebruikt wordt. Daarentegen is de Vliet ook een barrière voor grondgebonden zoogdieren als haas tussen Pasgeld en andere groene gebieden in de omgeving zoals de golfbaan.
Uittreedplaatsen langs de Vliet kunnen als faunavoorzieningen aangebracht worden langs de Vliet. Deze verminderen de barrièrewerking. 4.12.4 EVZ 4: Groenblauwe zone Heulweg - Wilhelminapark Een tweede groenblauwe zone tussen het Wilhelminapark en het Elsenburgerbos wordt geboden via het bedrijventerrein, via de zuidzijde van Sportpark Elsenburg langs de bestaande waterloop die daar onder de spoorbaan doorloopt. Vanaf het TNO terrein richting de Lange Kleiweg veranderd de brede watergang (EVZ 13) in een smalle en aan weerszijden beschoeide sloot zonder groenvoorzieningen. De opgaven voor EVZ 4 zijn het verbreden en natuurvriendelijke maken van deze watergang (herstel Zwethzone) en het passeerbaar maken van de spoorbaan en Lange Kleiweg een natte verbinding tot stand brengen richting het Wilhelminapark. Zo ontstaat over de hele breedte van de Driehoek Pasgeld een natte as. Op dit moment is onder het spoor al een duiker aanwezig die is afgesloten met een hek waar enkel water doorheen kan. Deze verbinding sluit aan de verbinding voor water en moerasnatuur (EVZ 5) die gerealiseerd kan worden tussen het spoor en het sportpark. De kruising met de Lange Kleiweg is een belangrijke oversteekplaats voor de watervleermuis.
Door hier bomen aan te planten als Hop-over en een hoge bomenstructuur langs de watergang te realiseren wordt dit een donkere, luwe, insectenrijke verbinding en vliegroute. Zo kunnen watervleermuizen de watergang en geleidende structuur gebruiken om het Wilhelminapark te bereiken. De watergang tussen het bedrijventerrein en Elsenburgerbos en de Bosloper is in grote mate dichtgegroeid, maar is door beperkte zon en ruimte niet om te vormen tot natuurvriendelijke oever. 4.12.5 EVZ 5: Passeerbaarheid Lange Kleiweg Deze groenblauwe zone loopt parallel aan het spoor en langs het sportpark naar het Elsenburgerbos. EVZ 5 vormt de schakel tussen EVZ 2 en 4 in de nabijheid van volkstuincomplex de Schoffel en daarmee een belangrijke verbinding van het Elsenburgerbos met het
70/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Wilhelminapark. Om de oversteek van sportpark Elsenburg naar het Elsenburgerbos te kunnen maken worden onder de Lange kleiweg parallel aan EVZ 5 twee extra verbindingen (5a en 5b) aangelegd. De entree van het sportpark wordt toegankelijk voor kleine fauna. Aan beide zijdes van de Lange Kleiweg wordt dekking aangeboden in de vorm van struweel. Omdat nog niet zeker is op welke termijn de Lange Kleiweg rustiger wordt of er misschien zachter gereden zal worden, is het van belang een veilige passage voor kleine fauna te realiseren die onder de weg door loopt. Tussen de spoorlijn Delft-Rijswijk en het sportpark Elsenburg ligt een watergang met oevers die voorzien zijn van enkele rietkragen. Deze strook biedt kansen voor een verbindingszone. Het is wenselijk om over de hele lengte natuurvriendelijke oevers met riet of enkele bosschages te realiseren en het beheer van de watergang gefaseerd te laten uitvoeren. 4.12.6 EVZ 6: Verbinding over TNO terrein tussen Elsenburgerbos en parkloper Het TNO-terrein ligt centraal in de driehoek Pasgeld en beschikt over diverse stapstenen voor bos- en parknatuur. Binnen dit terrein liggen kansen voor de versterking van groenverbindingen tussen het Elsenburgerbos en Pasgeld-Oost.
De verbinding over het TNO terrein (EVZ 6) tussen Elsenburgerbos en parkloper wordt in de toekomstige gebiedsontwikkeling vorm gegeven en bestaat in de huidige situatie deels uit een weg met groenstructuren zoals hagen, gazon en bosplantsoen. Vanuit daar kunnen dieren in de toekomst ook migreren naar het Wilhelminapark via EVZ 2 en EVZ 4. 4.12.7 EVZ 7, 8, 9 en 10: Ecologische verbindingszones A4 Langs en onder de A4 zijn een aantal EVZ opgenomen om het Elsenburgerbos beter te verbinden met de het noordelijke deel van Rijswijk en via de noordzijde van de A4 (en een onderdoorgang) met het Wilhelminapark. De potentiële EVZ 7 loopt over het talud tussen Eventplaza en de A4. Ecologische inpassing van het terrein van Eventplaza op termijn is wenselijk, maar op korte termijn naar verwachting lastig te realiseren. Aansluiting van het Elsenburgerbos onder de Lange Kleiweg door langs de A4 is niet mogelijk i.v.m. een 2m hoge metalen wand. Kleine fauna is daardoor genoodzaakt zich over de Lange Kleiweg te verplaatsen. Er is beperkte ruimte tussen de weg en het evenemententerrein. Het is wenselijk hier een beschutte groene structuur te ontwikkelen zodat kleine fauna de verbinding langs de A4 richting het Wilhelminapark kan bereiken. Dit obstakel maakt het extra belangrijk om verbindingszone 5 te versterken.
EVZ 8a: Onder viaduct door een groene verbinding voor fauna naar andere kant van A4 realiseren middels een haag of faunapassage EVZ 8b: Onder viaduct door een groene verbinding voor fauna naar andere kant van A4 realiseren middels een haag of faunapassage EVZ 9 is een haag en bomenlaan aan de noordzijde van de A4 die die parallel loopt aan de A4. EVZ 10 wordt een ecoduct en gaat een belangrijke schakel in de ecologische structuur worden op grotere schaal als verbinding met de rest van Rijswijk ten noorden van de A4.
71/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
4.12.8 EVZ 11: Kastanjewetering Langs deze brede watergang worden boten afgemeerd en staan enkele bomen. Met de hoofdfocus op verbindingen binnen driehoek Pasgeld en de verbinding van het Elsenburgerbos met het Wilhelminapark is deze verbindingszone in deze uitwerking verder buiten beschouwing gelaten. 4.12.9 EVZ 12: Randzone TNO-terrein en Slagenlandschap Aan de randzone van het TNO-terrein bevindt zich een verbindingszone (EVZ 12) op de overgang van bos en park naar water en moeras. Deze bestaat uit een watergang met beschoeide oevers die tussen het TNO-terrein en het slagenlandschap loopt en parallel daaraan een fietspad met bomenrijen. Deze strook biedt kans voor natuurlijke oever waar houtachtige oeverbeplanting tot ontwikkeling kan komen. Zo ontstaat een natuurlijke overgang waar dieren in kunnen verblijven, voortplanten en migreren. Voor deze verbindingszone zijn de volgende eisen verder uitgewerkt in de deelgebieden Slagenlandschap en TNO-terrein: Bomenrij aanvullen met onderlaag van struweel -
Voetpad van asfalt vervangen door schelpenpad Open blik op slagenlandschap Natuurvriendelijke oever met houtachtige oeverbeplanting Donkerte behouden
4.12.10 EVZ 13: Natte verbinding slagenlandschap en Wilhelminapark Aan de noordwestzijde van het slagenlandschap (grenzend aan het Elsenburgerbos) loopt een primaire watergang die doorloopt richting het bedrijventerrein/ TNO gebied. Het verlengde van de Zweth versterken en mogelijk verlengen tot aan Lange Kleiweg rondom bedrijventerrein Heulweg is reeds opgenomen in de vorm van een natuurvriendelijke oever, zie deelgebied Elsenburgerbos.
5 Conclusies en vervolgstappen 5.1
Conclusies
Het behoud en de ontwikkeling van biodiversiteit is van groot belang voor het versterken van de natuurlijke veerkracht van de driehoek Pasgeld. Het is daarom van groot belang om te investeren in de bescherming en versterking van de ecologische structuur en in te zetten op een zorgvuldige en gedegen uitwerking van de voorgestelde maatregelen. Het zicht op realisatie van de maatregelen is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de beschikbaarheid van middelen, draagvlak en de samenwerking tussen verschillende partijen. De maatregelen zijn op een zorgvuldige en samenhangende manier uitgewerkt in dit rapport. Voor de verdere detailleringen de uitvoering ervan is een periode van ongeveer tien jaar voorzien, afhankelijk van de ontwikkelingen in de verschillende deelgebieden. De ontwikkelingen in driehoek Pasgeld verschillen in mate van concreetheid. Voor de inrichting van Pasgeld-West en Pasgeld-Oost zijn de ontwerpen nog in ontwikkeling en zijn maatregelen
72/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
geformuleerd die passen in de meest recente versies van de ontwerpen. De ontwikkelingen op het TNO-terrein liggen verder in de toekomst. Hiervoor zijn de maatregelen minder specifiek uitgewerkt. Voor dit deelgebied zijn maatregelen uitgewerkt met als doel het versterken en behouden van de ecologische kwaliteit op het terrein. Voor het Sportpark Elsenburg zijn reeds maatregelen uitgevoerd en biedt de uitwerking in dit rapport een uitbreiding. Voor het Elsenburgerbos kunnen enkele aanpassingen in beheer op relatief korte termijn toegepast worden, namelijk: aangepast maaibeheer en het laten liggen van dood hout. Wanneer voldoende hout en takken beschikbaar zijn voor de aanleg van takkenrillen is niet precies te bepalen. Het kan nodig zijn om takken op een andere manier te verkrijgen om hout- en takkenrillen eerder aan te leggen. Voor de volkstuincomplexen en deelgebied de drassige driehoek is het van belang de betrokkenen te informeren en betrekken bij de uitvoering van de maatregelen. Voor enkele deelgebieden of specifieke elementen zijn onderzoeken nodig of aanvullende (beheer)plannen, dit wordt verder behandeld in de paragraaf hierna.
5.2
Vervolgstappen
Om de maatregelen te kunnen prioriteren, is het van belang om te kijken naar de gebieden waar de biodiversiteit het meest onder druk staat, waar de grootste winst te behalen valt en waar op korte of iets langere termijn werk met werk te maken valt. Hierbij moet rekening worden gehouden met de ecologische samenhang en de verbinding tussen verschillende deelgebieden. Het is van belang om de maatregelen af te stemmen op de specifieke omstandigheden in elk gebied. Een mate van prioritering kan als volgt gezien worden: 1. Urgent en grote impact: Ontwikkeling van EVZ 4 voor de borging van essentiële
2. 3.
onderdelen van het leefgebied en nestbomen voor ransuil en watervleermuis voor een ontheffing van de Wet natuurbescherming. De planontwikkeling van Pasgeld-west en Pasgeld-oost zodanig vormgeven dat de ecologische structuur in deze deelgebieden wordt gerealiseerd. Makkelijk te realiseren op korte termijn en grote impact: maaibeheer en verlichting aanpassen
4.
Makkelijk te realiseren op korte termijn en kleine impact: volkstuincomplexen biodiverser maken, dood hout laten liggen in Elseburgerbos
5.
Redelijk urgent, redelijke inspanning en grote impact: ontwikkeling slagenlandschap, aanleggen faunapassages, houtrillen, takkenrillen en ecoduikers Lange termijn en grote inspanning: ontwikkeling ecoduct (EVZ 14), invulling TNO-terrein
6.
Vervolgstappen voor beheer(advies): • Beheerplan opstellen voor onderhouden watergangen ten behoeve van waterkwaliteit. • Beheerplan opstellen voor onderhouden NVO's (tegen overmatige rietontwikkeling) • Beheerplan opstellen voor het slagenlandschap (i.c.m. twee bovengenoemde punten) • Zoneringsplan opstellen voor het Elsenburgerbos • Onderzoek naar de mogelijkheden voor meer natuurlijk peilverloop voor de vijvers in het Elsenburgerbos •
Onderzoek de mogelijkheid voor vismigratie bij het gemaal aan de Vliet.
73/78
Kenmerk
•
R001-1288545PDK-V01
Duurzame vervanging van populierenrijen langs Lange Kleiweg
Om te meten of de inspanningen de gewenste biodiversiteit hebben opgeleverd, moet een monitoringsplan worden opgesteld gericht op inrichting en beheer. Hierin kan de hoofdkoers van gemeente Rijswijk gevolgd worden voor de wijze van monitoring en beoordeling van natuur. Die bestaat uit het kwantitatief beoordelen van de realisatie van de benodigde voorzieningen. Onderzoek aangepast peilbeheer vijvers Elsenburgerbos. Het huidige peilbeheer in de vijvers van het Elsenburgerbos is niet natuurlijk. Dit beperkt de ontwikkeling van de natuurvriendelijke oevers en leidt mogelijk tot erosie in de oeverzone. Om de natuurvriendelijke oevers op de lange termijn te borgen, moet er onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheden voor meer natuurlijk peilverloop (hoog in de winter, uitzakkend naar laag in de zomer) en indien mogelijk toe te passen. Zoneringsplan Elsenburgerbos Er moet een zoneringsplan worden opgesteld die is toegespitst op de specifieke aanwezige natuurwaardes in het Elsenburgerbos met specifieke maatregelen om de impact van recreanten op de natuur te verminderen. Door rustgebieden te creëren, kunnen kleine fauna en hun leefgebieden worden beschermd. Deze gebieden kunnen bijvoorbeeld bestaan uit kwetsbare plantensoorten, paddenstoelen en broedgebieden voor vogels als boomklever en winterkoning. Zie paragraaf 4.2.3.3. voor enkele voorgestelde maatregelen.
74/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
6 Literatuurlijst -
Bestemmingsplan Sion – ’t Haantje, tweede herziening (onherroepelijk, vastgesteld op 2018-03-06).
-
BIJ12, 2017. Kennisdocumenten beschermde soorten Flux landscape architecture, 2022. Pasgeld-Oost – Schets stedenbouwkundig plan. 11 november 2022 Hoogheemraadschap Rijnland, 2010. Natuurvriendelijke oevers - Handreiking voor
-
ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud. Hoogheemraadschap Rijnland. Versie april 2010. -
Kuiper Compagnons, 2022. Stedenbouwkundig plan Pasgeld-West – concept september
-
2022. Stadsvisie Rijswijk 2030, samen maken we de stad. 27 september 2016. TAUW, 2021. Ecologische structuur Pasgeld Rijswijk – Visie voor natuur en landschap in de driehoek Pasgeld. Kenmerk: R001-1280028NJR-V01-sal-NL. 12 april 2021.
-
-
Van den Boogaard, B., R.G. Verbeek & J.D. Buizer. 2019. Icoonsoorten Zuid-Holland. Projecten en maatregelen voor icoonsoorten in de Provincie Zuid-Holland. Rapportnr. 19015. Bureau Waardenburg, Culemborg. Van Bijlert, W., 2022. De geschiedenis van Pasgeld en ’t Haantje. Stichting Rijswijkse Historische Projecten 2022. Visie rijke groenblauwe leefomgeving. Zuid-Holland investeert in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. December, 2018. PZH-2018-672289471. d.d. 15-01-2019 Westra, S.A. en Kuipers, R.S.M., 2018. Beheerwijzer landschappelijke maatregelen voor kleine marterachtigen. Zoogdiervereniging. Versie 1 maart 2018. Wijnand Bouw en Cor Simon, BoschSlabbers architecten. Juli 2019. Rijs [A4] wijk, visie voor ecologishe en recreatieve verbindingen rondom de A4. Projectnummer: bs-S 18-05 / 11.
Geraadpleegde internetwebsites: www.ecopedia.be www.floravannederland.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdiervereniging.nl
75/78
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1288545PDK-V01
Kaartmateriaal uitwerking groenblauwe structuren Pasgeld, Rijswijk
76/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
Bijlage 2
Voorschriften natuurinclusief bouwen
Overzicht van de maatregelen voor natuur inclusief bouwen voor huismus, gierzwaluiw, vleermuizen, weidehommel en egel. Icoonsoort
Maatregel lokaal
Maatregel wijkniveau
Huismus
Inbouwstenen in verticale gevels
≤10m afstand van functioneel groen, zoals
(koloniebroeder)
•
Hoogte: ≥3m en ≤12m
groenblijvende heesters en stekelige
•
Aantal: ≥ 6 bij elkaar
struiken (horizontaal: ≥72m 2) en verticaal
•
Locatie: noord of oost in schaduw
(≥30 m2) en 3 meter hoog.
•
Omvang: circa 15 x 8 cm
Toegankelijke ruimte onderste rij dakpannen Groenblijvende heesters:
≤ 50 meter ≥ 200m2 aan geschikt
vuurdoorn, meidoorn, liguster, klimop,
foerageergebied en dekking
wingerd, beukenhaag, coniferen, hulst Overhoekjes of stroken met ruigte en stofbad
Extensief beheer openbaar gazon
Gierzwaluw
Inbouwstenen op hoek of langs kopse kant
Geen bomen plaatsen binnen 3 meter van
(koloniebroeder)
•
Hoogte: ≥4m en ≤40m
inbouwvoorzieningen voor gierzwaluw
•
Aantal: ≥ 6 bij elkaar
•
Locatie: noord- of oost in schaduw
•
Omvang: circa 15 x 25 X 30 cm
Toegankelijk ruimte nokvorst/tuitgevel >60% hellend hak ook gierzwaluwpannen mogelijk Vleermuizen
Inbouwstenen in verticale gevels
Foerageergebied
Combinatie aan type verblijfplaatsen
Vliegroutes
-zomer, kraam, paar en winter blijven
-Doorlopende bomenrij die verbinding vormt tussen verblijfplaatsen en foerageergebied.
Spouw geschikt en toegankelijk maken
-beschutte watergang die verbinding vormt
Diepte spouwmuur: ≥ 3 cm ruimte
tussen verblijfplaatsen en foerageergebied
Invliegopening ≥ 1,5 en ≤ 3 cm (stootvoeg) Weidehommel
Geveltuintjes in plaats van verharding
Bijenlint met gevarieerd aanbod aan inheems bloemen en kruiden.
Bijen en hommelhotel
Extensief maaibeheer Natuurlijke overgangen tussen tuin en openbaar groen
Egel
Groen dak met Nectarplanten
Zoomvegetaties met kruisbes en framboos
Groene gevels met verschillende soorten
Tiny forest (ook goed voor zangvogels en
klimmende en windende planten
huismus)
Tuinen passeerbaar te maken, door gebruik
Kleine bosschages met takkenhopen of
van hagen in plaats van schuttingen. Tuinen
houtwal
77/78
Kenmerk
R001-1288545PDK-V01
waar een schutting noodzakelijk is voorzien van een schuttingopening
Overzicht van de relevante icoonsoorten en begeleidende soorten: Icoonsoort
Omschrijving leefgebied
Begeleidende soorten
Egel
Groene en bosverbindingen stad en achterland
Gewone pad, boommarter, bunzing, hermelijn, konijn, rosse woelmuis, wezel
Rosse vleermuis
Oude bossen met voldoende oude bomen en grote waterpartijen
Franjestaart, grootoorvleermuis, watervleermuis
Merel
Icoonsoort van het stedelijk groen
Zanglijster
Boomklever
oude bossen en voldoende oude loofbomen
Huismus
Bebouwing, nest gelegenheid, schuilbosjes, klein groen
Gierzwaluw
Bebouwing, nest gelegenheid
Blauwe reiger, fluiter, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, houtsnip, kleine bonte specht, bosanemoon, zomereik, eekhoorn, Gierzwaluw, spreeuw, zwarte roodstaart, gewone dwergvleermuis, meervleermuis, ruige dwergvleermuis Huismus
Weidehommel
bloemrijke tuinen, bermen, stad en achterland Heldere sloten met rijke waterplanten en helofieten Heldere sloten met rijke waterplanten en helofieten
Glassnijder Bittervoorn
Steenhommel, metselbij, Bittervoorn,
Argusvlinder
bloemrijke bermen, veenweide en recreatiegebied
Groene kikker, fuut, grote keizerlibel, vroege glazenmaker, driedoornige stekelbaars, kleine modderkruiper, kroeskarper, rivierdonderpad, snoek, Bruin blauwtje, hooibeestje, icarusblauwtje, kleine vuurvlinder, kleine klaver, ratelaar,
Dotterbloem
Natuurvriendelijke overs, moerasstroken, rivierbossen met getijde Schraalland
Wekkertje, veenmol
Rietorchis Wilde hyacint
Stinzenplanten, landgoederen, binnenduinbos
78/78