Niet vastgesteld verslag Forum Samenleving 8 juni 2021.docx
Tekst van het document
Ik vind het inderdaad een aansprekende term, ik denk dat het jongeren ook wel aanspreekt in plaats van een simpele brief van de gemeente. We gaan ernaar kijken, dat wordt wel een discussie in de raad want u weet dat de schuldenaanpaknota die komt einde van dit jaar, dus in Q4. Daar zal ik hem in opnemen van wat we daar wel of niet mee kunnen, omdat we nu zelf de jongeren informeren vanuit die informatie met het Nibud. Dus dan zouden we moeten kiezen voor een andere vorm en die andere vorm die zou wel zomaar kunnen zijn Regel je shit. Maar daar komen we op een later moment met elkaar ter sprake. Voorzitter, het CDA heeft nog gevraagd om de integrale samenwerking. Zoals in de kadernota Sociaal Domein is aangegeven is de transitie gebeurd maar de transformatie vindt momenteel nog steeds plaats, waarbij integrale samenwerking één van de ontwikkelpunten is, dus dat is ook hier het geval. We gaan bij de schulden werken met een integraal screeningsinstrument, om, het is een mooi woord, maar daardoor kan er beter, breder en completer gekeken worden naar iemand zijn of haar beeld. Worden alle leefgebieden afgegaan zodat we er een integraal beeld ontstaat maar ook integrale samenwerking kan ontstaan met eventuele andere partners in de stad. We gaan met Financieel Netwerk Rijswijk meer en intensiever inzetten op de samenwerking.
Er komt onder andere binnenkort een oproep voor het inzamelen van winterjassen voor kinderen. En alle partners die samenwerken om maar een tipje van de sluier te geven, en de ambassadeur zoals ik net benoemd heb is inmiddels gestart via Financieel Voor Elkaar. Ik ben heel even door mijn vragen heen aan het scrollen voorzitter, of ik nou alles gehad heb en alles wat ik nog meegeschreven heb. Ik heb van GroenLinks natuurlijk met de Partij van de Arbeid een fantastisch manifest gehad met de tien geboden zoals ik ze maar zal noemen. Het is haast zonde dat jullie die niet hebben gedeeld met de rest van de raad. Ik denk namelijk, het zal niet in exacte bewoordingen zijn, maar dat die redelijk
overeenkomt met hetgeen wat wij nu in de kadernota Armoede hebben opgeschreven. Wat ik zeg, het zit in woorden. Over woorden gesproken, de VVD heeft mij gewezen op de vele taalfouten, nou daar ga ik graag nog even naar kijken. Dat zal ik meenemen. GroenLinks heeft mij nog aangegeven: het voorwoord gebaseerd op ik vind ik niet prettig. Ik dacht dat alle ikjes er al uit waren maar blijkbaar is het onder de, in de snelheid nog niet allemaal weggefilterd, dus daar ga ik ook nog even naar kijken mevrouw Van der Kooij. Dank voor uw, om mij te attenderen op dat feit. U geeft aan: maatwerk is vraaggericht en niet per se een breder aanbod. Nou dat is het ook, en daarom gaan we ook aan de mensen zelf vragen wat ze willen hebben en of we dan ook buiten de lijnen willen kleuren, of hoe u dat bekijkt. Nou, we hebben een bepaald aanbod waar we aan kunnen voldoen en als iemand mij morgen vraagt om een 65-plusser die in de armoederegelingen zit, die zegt nou ik hoef niks meer maar ik wil wel graag een gratis ov-pas, dan kan ik niet daaraan voldoen omdat, die middelen die zijn er niet. Daar zou ik dan moeten kijken wat ik daar nog mee kan in uw vraag van nou, maak het nou vraaggericht en nog breder in plaats van een breder aanbod.
Ik vind het wel een mooie gedachte maar dat vraagt ook wel wat budget-technisch en hoe je daar dan mee om kan gaan in de verantwoording naar jullie toe als raad die ik ieder jaar moet doen bij de begroting. Als ik dat allemaal op individueel moet doen dan krijgen jullie een begroting die nog nou, misschien honderden pagina’s langer is dan dat die nu al is. Er is nog een vraag door de VVD: hoe wordt er omgegaan met de Wet inburgering en hoe wordt dat hier opgevangen, of onder budgetten. Nou goed, ik kan aangeven dat de ambitie is dat we binnen het budget van het Rijk blijven als het gaat om inburgering. Maar u komt volgens mij ook nog bij mijn collega Johanna Besteman te spreken over inburgering en alles wat ermee gemoeid gaat. Dus daar wil ik het graag bij laten. Partij van de Arbeid heeft aangegeven: 2022 garandeert u de Ooievaarspas nog, en daarna dan? Ja, dat is de uitvoeringsagenda die wij nog met elkaar later in het jaar gaan bespreken. Dus en daarna dan, die vraag kan ik niet invullen mevrouw Van Nunen en als u mij een beetje kent dan weet u dat ik zelf geen voorstander ben van het afschaffen van de Ooievaarspas, want ik denk dat het ons veel meer geld gaat kosten dan dat we hem zouden behouden. Maar desondanks is dat een discussie aan de raad, en u heeft daarin, u bent in charge en daar gaan we dus later in het jaar nog over spreken.
De verruimingen waar de Partij van de Arbeid aan refereerde die heb ik aangegeven. Nou voorzitter, voor nu laat ik het hier even bij en ik hoop dat ik het meeste beantwoord heb, en anders dan hoor ik het graag in tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel wethouder Bentvelzen. Ja dat waren een hoop vragen en een hoop antwoorden. Gaan we over naar de tweede termijn. Ik verzoek de woordvoerders die nog het woord willen voeren in de tweede termijn om hun handje op te steken en daarbij ook het verzoek, het zal als bespreekpunt naar de raad gaan gezien alle vragen, dus om de politiek tot de raad te bewaren. Tweede termijn Mevrouw Van der Kooij (GL): Regie in eigen handen houden, op zich zijn wij het daar natuurlijk wel heel erg mee eens. Wat ik net al zei over dat zelfredzaamheid is meer de houding hoe wat we hebben daar naartoe in eerste instantie, dus wat van anderen verwacht wordt, dat is waar wij tegen zijn. Maar op zich is regie in, dat mensen zelf kunnen nadenken over wat zij nodig hebben, dat is, als dat regie in eigen handen is dat zouden we dat heel erg mooi vinden. En u zegt net ja, dat kan budgettair is dat heel erg ingewikkeld.
Aan de andere kant, wij zouden het dus juist heel erg mooi vinden als bijvoorbeeld als regelingen niet passen, dat als iemand zegt: ik zou heel graag een opleiding willen volgen, wat waarschijnlijk heel erg nuttig zou zijn, dat die mogelijkheid er is en wat wij trouwens ook in ons manifest als voorbeeld hadden staan. Maar mooi dat er nog een paragraaf financiën komt, ik wilde nog eventjes zeggen: u zegt dat er heel veel is overgenomen van het manifest, of dat er heel wat vergelijkbaar in staat, laat ik het zo zeggen. Dat is inderdaad op zich wel in een aantal dingen wel zo, maar wij missen dus ook wel wat, wat ik net zei over dat maatwerk maar
ook bijvoorbeeld dat het heel erg op kinderarmoede is gericht en terwijl wij juist heel erg de nadruk willen leggen op gezinsarmoede. Omdat een kind niet alleen staat in armoede, het is het hele gezin. Wat ik ook had genoemd is dat nazorg heel erg belangrijk is, dat had ik net in mijn bijdrage ook al even kort aangestipt maar dat staat ook in ons manifest. Dus dat zijn dingen die we toch wel echt missen. Waar ik nog even geen antwoord op het gekregen volgens mij is over de Alliantie Kinderarmoede, hoe dat nou geïmplementeerd wordt en hoe dat verder invulling krijgt. Ik had ook een vraag gesteld over ervaringsdeskundigen, waarom die niet verder betrokken worden, dus niet alleen bij Stichting KEI van wat zij nodig hebben, maar veel breder over communicatie en dergelijke. Het lijkt me wel heel belangrijk om hen daar ook bij te betrekken. Het valt me overigens op dat preventie en vroegsignalering vaak door elkaar wordt gebruikt. Volgens mij is dat toch, zijn dat toch wel echt wel twee verschillende dingen, maar dat was even … En fijn dat u nog naar de, naar het voorwoord kijkt. Volgens mij heb ik dan alles gezegd wat ik nog wilde zeggen. Mevrouw Koopman (D66): En nou dank voor de uitgebreide beantwoording. Maar ja, er zijn toch nog een aantal dingen die ik hier wil benoemen, deels nog aanvullende vragen, deels nog zaken waarvan ik vind dat u het te makkelijk beantwoordt.
Dat laatste gaat dan met name over de financiële paragraaf, want u verwijst naar de begroting en dat vind ik gewoon te simpel. Ik vind dat elke kadernota die we hebben een eigen financiële paragraaf moet hebben op hoofdlijnen, dat hebben we, en dan niet simpelweg de hoofdlijnen van het sociaal domein maar specifiek voor armoede. Dus dat zou ik … En dan niet in een uitvoeringsagenda want we willen juist financiële kaders meegeven daarvoor, op hoofdlijnen. Dus ik vind niet dat dat als geheel gewoon benoemd kan worden dus ik wil graag dat u dat toch nog gaat opnemen. En anders zal ik daar toch bijstand voor moeten vragen om een amendement op te nemen want ik vind het gewoon essentieel. En datzelfde geldt eigenlijk ook een beetje voor de, uw opmerking die u heeft gemaakt over de doelen, dat u vindt dat dat niet nodig is in armoedebeleid want die staan al in de participatienota. Ja, armoedebeleid heeft ook eigen doelen, dus die zouden toch even kort benoemd worden. Ook al zijn ze misschien deels overlappend, het moet een zelfstandige nota zijn en niet een deelnota die alleen maar verwijst naar iets anders waar de doelen bereikt worden. Bijvoorbeeld het meedoen van kinderen kun je best een doelstelling voor opnemen, of die zelfredzaamheid wat je wilt bereiken kan je best een doelstelling opnemen.
Of … En dat kunnen best doelstellingen zijn die je kan meten met dingen die je toch al meet, bijvoorbeeld bij gezondheid dat je dat in de Gezondheidsmonitor opneemt. Maar ik vind wel dat het zelfstandig gemeten moet kunnen worden. Bij de Ooievaarspas geeft u aan dat er wel een logo op kan, nou als er een logo op kan, kan er ook een olifant op en kan er ook een andere naam op, dus dat begrijp ik niet helemaal. Bij het maatwerkbudget voor KEI, nou daar ben ik heel blij mee, maar kunt u dat dan gewoon in de nota zetten? Want dat staat er nu niet in dus dat is onduidelijk. Oké, dat waren mijn opmerkingen. Mevrouw Van Amerongen (GBR): Ik heb nog een aantal aanvullende vragen. We vinden het fijn dat de wethouder heeft toegezegd om een financieel hoofdstuk toe te voegen voor de raad. Even voor de duidelijkheid zodat wij ook weten wat we kunnen verwachten. Begrijp ik het goed dat dit een overzicht wordt met regelingen en budgetten die voor die regelingen beschikbaar worden gesteld, en dat we dan in de uitvoeringsnota hier verder over gaan bepalen? Is dat inderdaad de opzet die wij voor de raad kunnen verwachten? Verder heeft de wethouder aangegeven dat de tools voor de zomervakantie live gaan. Dat is mooi, dat is lekker snel. Maar we vroegen ons ook nog af hoe de minder digivaardige mensen ook, dat we ook deze mensen aan die tools gaan helpen.
Dan had ik nog een vraag gesteld over wat de oorzaak is van de forse toename van de langdurige minima, ik weet niet of ik dat antwoord gemist heb maar anders graag hier ook nog een antwoord op. Dan wat de VVD heeft aangehaald, de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen, om dat gedeeltelijk te
doen in plaats van volledig. Het staat er nu heel vrijblijvend in. Kunnen we hier misschien iets concreter over gaat beslissen, dat we dit ook echt gaan onderzoeken en uitvoeren? De heer Van den Berg (BVR): Voorzitter, hartelijk dank van de wethouder voor de uitvoerige beantwoording van alle vragen van de partijen. Chapeau, ik ben onder de indruk. Beter Voor Rijswijk is trots op onze wethouder en al onze maatschappelijke partners die erin zijn geslaagd voor de zwakkeren binnen ons Rijswijkse deze kadernota neer te zetten met de nadruk op de ontwikkeling en de veiligheid van onze Rijswijkse kinderen. Ook heeft Beter Voor Rijswijk bewondering voor het grote aantal mensen met een uitkering die wel in staat zijn zonder bijzondere steun het hoofd boven water te houden. Een vraag: deelt de wethouder hierin in onze mening? Door de slechte IT tijdens de beantwoording van de wethouder viel toch veelvuldig nog de IT uit. Ik heb de vraag, de beantwoording waarschijnlijk gemist op onze vraag over de Ooievaarspas en VluchtelingenWerk. Dus mocht u het nog een keer willen herhalen, graag. Dat waren onze vragen in de tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel de heer Van den Berg. Ik denk dat die verbindingsproblemen bij u zitten want ik heb de beantwoording prima gehoord maar misschien kan wethouder Bentvelzen de vraag nog heel even kort beantwoorden straks in haar tweede termijn.
De heer Ezinga (VVD): Ja dat zijn een hoop vragen inderdaad. Ik zit te twijfelen of ik de vragen die ik heb gesteld, of ik die nogmaals zal stellen of dat ik die schriftelijk afdoe daar ik daar ook niet de urgentie zie. Ik wil in ieder geval wel even nog vragen of zij antwoord kan geven op waarom de Wmoregistratie wordt meegenomen in de Armoedemonitor, want die snapte ik nog niet zo goed, zou ik graag willen weten. Ja en toch ook maar van daar over de toename in de minima en in dit geval de minimakinderen. Welke interventies, nieuwe interventies ziet zij daar voorhanden, kan ze daar nog toelichting op geven? Wat betreft de kwijtschelding, kijk dat is iets waar we nu niet over gaan hebben, dat zal in een later moment tijdens het kaderdebat ook wellicht weer aan de orde gaan komen. Dus ik denk dat we dat voor nu ook even moeten laten rusten, maar het moge duidelijk zijn dat voor deze kadernota ook voor de VVD en daarmee onderken ik eigenlijk datgene wat mevrouw Koopmans net zei, dat dat, dat die financiële paragraaf daarvoor essentieel is om die ook in te brengen in deze nota als zodanig. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ja, voorzitter dank u wel en dank wethouder voor inderdaad de enorme berg vragen die u voor u kreeg en moest beantwoorden.
Op zich heeft u mijn punten wel in uw beantwoording meegenomen, maar ja, niet helemaal bevredigend en dan sluit ik maar heel even aan bij mevrouw Koopman: waarom zou je ambities in het armoedebeleid niet SMART kunnen omschrijven? En waarom moet dan steeds verwezen worden naar andere nota’s, kadernota’s ook, nou ja, zij zei het eigenlijk al, die daar dan een voorbeeld in moeten zijn. Dit is een zelfstandige kadernota. Ik heb het idee dat ook door de beantwoording zoals u vaker zei: ja, daar komen we nog politiek of financieel over met elkaar te praten, dat dat betekent dat u deze kadernota in stukjes op gaat knippen in de besluitvorming. U legt hem natuurlijk volgende week aan ons voor, maar iedere keer worden er eigenlijk weer nieuwe stukjes uit niet helder geformuleerde onderdelen uit de kadernota weer ons voorgelegd. Namelijk: voortzetting van de Ooievaarspas, al dan niet uitkomsten uit dat onderzoek kwijtschelding, nou, en nog andere onderdelen. Dus daarin vind ik eigenlijk: deze kadernota heeft eigenlijk door de beantwoording zoals u hem ook, zoals u die vragen van onze beantwoordde te weinig kleur en te weinig richting. In ieder geval verwachten we net zoals een paar andere partijen al zeiden, eigenlijk bijna alle partijen, een financiële paragraaf, maar net als mevrouw Van Amerongen vroeg: is dat dan een overzicht van de regelingen? Nee, voor ons niet.
Voor ons is dit meer dan dat. Voor ons is dit echt een overzicht van alle ambities die weliswaar niet SMART zijn uitgewerkt in deze kadernota, een overzicht van wat dat kost. En op meerdere jaren en niet per
begroting. Want ja, dan krijgen we ieder jaar dezelfde discussie van gaan we wel of niet die regeling betalen weer voor een volgend jaar. Daar hebben we dan toch geen kadernota zoals nu Samen Kans-Rijk voor besproken? Bent u het met ons eens dat eigenlijk een regeling voor één jaar niet kaderstellend is voor een kadernota zoals hier wel in staat? Ik wil daar graag een helder antwoord van u op. We hebben nog nooit de Ooievaarspas voor één jaar gefinancierd, dat kan ik me helemaal niet in de discussies voorstellen in, of herinneren in de raad, dat ieder jaar de Ooievaarspas ter discussie stelden. Waarom niet? Omdat we een kadernota hadden waarin dat was vastgelegd. Sinds vorig jaar wordt dat, en eigenlijk het jaar daarvoor al, wordt dat ieder jaar ter discussie gesteld, en eigenlijk zegt u: ja, dat is een goed punt want dat gaan we dus per stukje van deze kadernota, gaan we dat iedere keer politiek en financieel uitwerken. Voorzitter, dit is echt geen kadernota waardig dan hè, zoals ik in de eerste termijn begreep uit de beantwoordingsstuk. Ik pleit daar ook zeker niet voor. Ik hoop dat dit college staat voor een armoedebeleid, armoedebestrijding, kansrijke kansen, kansrijk beleid voor iedereen, waar we enkele jaren mee voort kunnen en waar we niet ieder jaar dingen ter discussie gaan stellen.
Voorzitter, nog even één punt, want dat was natuurlijk naar aanleiding van een artikel wat GroenLinks en ik in de, in het AD ook hadden kunnen plaatsen, een interview. Ik vraag me eigenlijk af, misschien kan de wethouder daar nog op ingaan, wat nu de voordelen zijn van KEI boven een Stichting Leergeld die in 72 procent van de gemeenten in Nederland haar werk doet en heel integraal kan werken tussen de verschillende terreinen, domeinen waar u nu in deze kadernota zo hartstochtelijk naar op zoek bent. Mevrouw Schröter-Haas (CDA): Dank voor de beantwoording van de wethouder en we vinden het goed dat er ingezet wordt op de samenwerking. Het aanpassen van het logo lijkt ons goed voor het onderscheid met Den Haag voor de Ooievaarspas. Daarnaast zijn we voorstander voor maatwerkbudget omdat dit ook ruimte geeft voor de inwoners bijvoorbeeld bij het sporten inderdaad. Ook dank voor het toevoegen van de financiële paragraaf. Mevrouw Kames (RB): Ik wilde nog aan de wethouder vragen waarom, waar ik dus mee begon, dat werken moest lonen en dat niet de mensen bang moeten zijn dat ze dus de, zeg maar dat ze de toeslagen gaan verliezen. Dat dat wel, dat vind ik wel heel belangrijk om de mensen dan te bewegen om te gaan werken.
Ik had ook een vraag gesteld waarom mensen met een niet-westerse achtergrond meer gebruik maken van de regelingen, is daar een verklaring voor? En ik had ook gevraagd, als straks die consulent aangesteld wordt, of er dat een update kan komen eens in de drie maanden, dat we weten of het echt helpt dat zij gaat praten met mensen die dus hopelijk dan ook weer in de arbeidsmarkt mee gaan doen. De voorzitter: Gaan we naar de tweede termijn van de wethouder. Wethouder Bentvelzen. Wethouder Bentvelzen: Dank voor de tweede termijn en alle vragen die daar gesteld zijn. Ik ga netjes het rijtje af voorzitter. GroenLinks gaf aan de regie in eigen handen, als we dat met de zelfredzaamheid hier bedoelen dan is dat mooi. Nou, dat bedoel ik daar ook oprecht mee. Nogmaals, ik vind het heel belangrijk dat mensen zelf mogen, kunnen kiezen om, wat voor hen belangrijk is of wat zij denken dat goed voor zichzelf is en nou ja, als ze dat zelf kunnen bedenken vind ik dat ze dat zelf moeten kunnen bedenken. En de mensen die dat niet kunnen die kunnen we te allen tijde een handje helpen om mee te denken wat zij dan graag zouden willen. U geeft aan als regelingen die we hebben niet passen wordt er dan maatwerk geboden? Die vraag moet ik u even verschuldigd blijven. Ik … Er zijn wel regelingen dat als iemand vraagt om een studie, die u specifiek aangaf, scholingsbudget of iets dergelijks, dat is er.
Dus daar kijken we zeker naar en dat is niet alleen voor jongeren, dat is zelfs ook voor mensen die al wat ouder zijn en nog een omscholing willen en dan kijken we zeker mee vanuit de gemeente om diegene te helpen met een scholingsbudget. U geeft
aan de Alliantie Kinderarmoede, hoe geven we daar dan invulling aan in de gemeente Rijswijk? Om een paar voorbeelden te noemen, ik noemde net als tussen neus en lippen door de winterjassenregeling, dat komt voort uit de Alliantie Kinderarmoede. Dat is een concept wat we hier ook gaan opstarten in Rijswijk. Dat zal zeer binnenkort in de pers komen te staan dat we daar een oproep voor gaan doen om dat in te zamelen. Jarige Job is iets wat Alliantie Kinderarmoede heeft voorgeschreven dat wordt geïmplementeerd in Rijswijk. En de kennisdeling niet te vergeten die heel belangrijk is, daar zijn wij ook bij aangesloten nu vanuit de gemeente Rijswijk. Dus dat zijn drie dingen die ik u kan aangeven. U heeft mij gevraagd ervaringsdeskundigen, waarom betrekken we die niet eigenlijk altijd bij zaken. Ja, ik vind dat zelf een heel goed punt. Ik ben gewend om in de uitvoering met ook met ervaringsdeskundigen te werken en die schijnen vaak een heel ander licht op beleidsthema’s. Dus ik wil daar graag naar kijken, ik kan dat nu niet, ik wil u in ieder geval aangeven dat ik daar graag naar wil kijken wat we daar mee kunnen en in hoeverre we de ervaringsdeskundigen kunnen bevragen om met ons mee te kijken net als dat we dat doen met de kinderrechtenambassadeurs en de jeugdambassadeurs vanuit hun perspectief. Ik denk dat we, dat dat een goede toevoeging zou zijn voor onze gemeente.
Financiële paragraaf dus hebben meerdere mensen nu aangegeven en ik denk dat hetgeen wat ik bedoelde lag in lijn met mevrouw Van Amerongen van Gemeentebelangen Rijswijk, dat we aangeven de budgetten per regeling, wat geven we nu uit hè, dus op hoofdlijnen maar ook per regeling de budgetten uitgeschreven van wat gaat naar welke regeling toe zodat eenieder van ons dat tot zich kan nemen (vervolg toezegging). Mevrouw Van Nunen u geef aan, ja, ben u het met me eens dat de regeling voor één jaar geen kadernota is? Ik ben het daar deels met u eens, omdat er ook nogal veel politieke kwesties in deze raad rondgaan als het gaat om de partijen die lijnrecht tegenover elkaar staan, als het gaat om een Ooievaarspas, als het gaat om een kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen. En dan vraagt u mij als college een keuze te maken. Nou, ja, ik denk dat we dat moeten doen met 31 gekozen volksvertegenwoordigers en dat we die politieke keuzen met elkaar moeten gaan maken met de uitvoeringsagenda waarin we gaan uitspreken naar elkaar waar gaan we de budgetten al dan niet verschuiven, groter maken of kleiner maken aan de andere kant, en niet ik alleen. Mevrouw Van Nunen (PvdA, ter interruptie): Ja voorzitter, dank u, want ik ben het principieel oneens met de wethouder. Als het gaat om haar uitleg en, of haar beantwoording van mijn vraag die ik haar stelde over kaders voor armoedebeleid.
Ik ben het echt principieel oneens met de wethouder die zegt: ja, er zijn grote verschillen in deze raad, even voor de duidelijkheid die waren er altijd al, ook in de vorige collegeperiode en ook in die collegeperiode daarvoor. Kortom, dat is typisch een onderwerp armoedebeleid dat vele discussies losmaakt, maar daarin verwachtte ik van dit college een voorstel. Nu schuift u het door, ieder jaar weer opnieuw, naar kadernotabespreking en naar begrotingsbehandelingen. Ik vind dit niet juist. Laat ik dat zo, dat is geen, het is een statement. Ik vind het zo jammer dat we ieder jaar opnieuw het over armoede gaan hebben. De voorzitter: Waarvan akte mevrouw Van Nunen. Wethouder Bentvelzen. Wethouder Bentvelzen: Inderdaad, waarvan akte. En het gebeurt wel eens vaker dat wij het principieel niet met elkaar eens zijn mevrouw Van Nunen, maar ik hoop er toch altijd samen uit te komen in een goede samenwerking. Het is zeker niet mijn intentie om ieder jaar armoede op de kaart te zetten al vind ik het wel een heel belangrijk onderwerp, dus ben ik die zin wel blij met de dingen die we continu evalueren en effectenmetingen op doen. Desondanks wil ik toch nog aangeven dat ook mevrouw Koopman aangeeft ja, we moeten de doelstellingen opnemen en ik ga hier toch weer aangeven: dat lijkt mij lastig.
Want de armoederegelingen zijn bedoeld als vangnet, we hebben ambities in de kadernota wel opgeschreven waar we ook ons op richten en dat is maatwerk bieden, samenwerking, bereik verhogen van de regelingen, resultaten die, nou ja, conform de resultaten die uit het onderzoek zijn voortgevloeid en inzet op preventie. Ik zie nog een interruptie. Mevrouw Koopman (D66, ter interruptie): Ja heel kort. Dat zijn toch doelstellingen? Die kunt u er dan
toch gewoon in opnemen en dat u wilt opnemen nou, wij willen het bereik van zoveel procent naar zoveel procent brengen, of we willen dat alle ki… Ja, dus op het bereik of op die andere doelstellingen. Die zijn er gewoon, het is alleen ze zijn niet opgeschreven. Dus volgens mij zitten we er ook niet zoveel naast elkaar maar u moet, als u daar gewoon een opmerking over maakt welke doelstellingen u nu precies wilt bereiken dan hoeft dat, dan is dat toch, je wil niet per regeling maar in totaal wil je daar een doelstelling over hebben. Wethouder Bentvelzen: Ja, sommige interrupties die helpen wel eens. Ik wil daar wel even naar gaan kijken mevrouw Koopman, wat u zegt, hoe we dat anders kunnen formuleren eventueel. Dan ziet u dat tijdens de raadsbehandeling al dan niet terug. We kunnen uiteraard even telefonisch contact hebben tussendoor. Ik zie heel veel raadsleden niet want die hebben allemaal hun scherm uit. De VVD heeft mij nog gevraagd: wat is de combinatie van Wmo en armoede, of waarom hebben jullie dat zo op die manier gedaan? Nou, dat hebben we gedaan omdat we een compleet beeld willen krijgen van de samenstelling van huishoudens en of daar buiten het feit dat er sprake is van armoede ook gebruik wordt gemaakt van andere voorzieningen, bijvoorbeeld de Wmo hè, mevrouw Van der Kooij refereerde net ook al naar gezinsarmoede.
Nou ja, dat is typisch een voorbeeld van kinderen die wellicht in de armoedekwestie leven maar waar ouders ook van in een Wmo bij wijze van spreken gebruikmaken. Daarvoor is dat bedoeld. Ik zie een interruptie voorzitter. De heer Ezinga (VVD, ter interruptie): Ja die boodschap die snap ik heel goed mevrouw de voorzitter. Alleen zoals ik het stuk nu lees wordt eigenlijk de definitie aangehaald dat als je in de Wmo zit, je per definitie ook in de armoede leeft. Dat is … Maar zo lees ik hem, en als ik het verkeerd heb gelezen dan heb ik dat verkeerd gedaan. Maar ik geef hem bij dezen dan mee, misschien zit het hem dan in de bewoording van die zinsnede. Dus daar was mijn opmerking dan ook over. Wethouder Bentvelzen: Hartelijk dank voor uw close reading. Ik zal daar even naar kijken want het is absoluut niet de bedoeling dat dat op die manier geïnterpreteerd wordt. Het is zeker niet zo die een Wmo, iets vanuit de Wmo heeft dat die per definitie ook in de armoedesfeer zit. Dus dat is, daar ga ik naar kijken. De passen waar nogmaals door aan gerefereerd is door mevrouw Koopman, die worden extern gemaakt. Dus ik zou wensen dat daar het olifantje van Rijswijk, onze Hansken op zou kunnen komen te staan maar dat, ja, die worden extern gemaakt en die, dat doet men voor zowel Den Haag als Rijswijk als Leidschenveen, als Leidschendam-Voorburg.
Mevrouw Koopman (D66, ter interruptie): Ja, u gaf in de eerste termijn aan dat je wel een logo kan aanleveren, maar dan kunnen ze toch ook een olifant als logo erop zetten? Naast de Ooievaar? Wethouder Bentvelzen: Ik zal het nog eens dubbelchecken mevrouw Koopman, maar mij is verteld … Ik ga kijken wat er wel kan, want daar ben ik altijd wel van. We gaan kijken bij onze inwoners wat er wel kan dus laat ik dat zelf ook doen. Maar, mij is gezegd dat alleen het gemeentelijk logo anders zou kunnen. Wat daar dan de reden van is dat weet ik niet. Maar ik ga er achteraan voor u. Mevrouw Van Nunen heeft volgens mij ook nog gevraagd: waarom kiezen we voor stichting KEI terwijl 72 procent bediend wordt door stichting leergeld. Nou, wij hebben daar bewust voor gekozen om naar een eigen lokale stichting te gaan om onze eigen lokale kindregelingen uit te voeren. Dat is antwoord wat ik u kan geven mevrouw Van Nunen en daar is een vraag over voorzitter. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ik wil graag, want dat wilde ik eigenlijk al in mijn bijdrage zeggen, ik wil graag ook in de financiële verantwoording of financiële, in het financiële plaatje ook graag een onderscheid in dat wat we uit rijksgelden betalen en waarvoor dan, en wat we uit gemeentelijk budget betalen. Want ik heb heel sterk het vermoeden dat we bijna alle regelingen uit rijksbudget betalen.
Waarom vraag ik dat, dat onderscheid? Omdat natuurlijk niet duidelijk is hoe lang die rijksgelden nog komen. Ik wil graag juist in het kader van armoedebestrijding, als we het hebben over duurzame investeringen, wil ik wel graag weten wat we als gemeente al hierin bijdragen en wat vanuit het Rijk wordt betaald. Ook met betrekking tot KEI. Kunt u dat aan mij toezeggen? Wethouder Bentvelzen: Ja voorzitter, dank voor wederom het woord. Ik ga daar naar kijken mevrouw Van Nunen, of ik dat, of we dat op die manier kunnen opschrijven. Beter Voor Rijswijk die had de
vraag gemist over VluchtelingenWerk. O, ik zie nog een interruptie mevrouw de voorzitter. Mevrouw Van Nunen (PvdA, ter interruptie): Ja voorzitter, ik vroeg het eigenlijk heel vriendelijk maar ik vraag het nu wat dringender. In het kader van transparantie wil ik graag weten hoe ons armoedebudget is samengesteld uit rijksgelden en uit gemeentelijke gelden. Misschien heb ik het zo wat duidelijk verwoord en verwacht ik dat eigenlijk ook in de transparante kosten … Wethouder Bentvelzen: Ja hoor, ik heb mevrouw Van Nunen gehoord voorzitter. Voorzitter, er is nog een vraag gesteld over het VluchtelingenWerk en de Ooievaarspas door de partij Beter Voor Rijswijk. Ik hoop dat ik nu wel doorkom bij mijn eigen partij. De reden dat daarvoor gekozen is, is dat het een kleine afgebakende groep is, dat ze de pilot aan het starten zijn van joh, kunnen we in plaats van de administratieve rompslomp de Ooievaarspas toekennen als iemand in de bijstandsuitkering zit en in aanmerking komt voor een Ooievaarspas. Dat is ook opgehaald tijdens allerlei maatschappelijke sessies, van dat dat ervaren wordt als vervelend dat de mensen het allemaal zelf moeten aanvragen. Dus daar is mee gestart vanuit VluchtelingenWerk omdat het een kleine groep is die snel inzichtelijk, het inzicht geeft in of dat werkt ja of de nee of we dat proces kunnen uitrollen over de hele goegemeenschap.
Ik hoop dat dat voldoende is in de beantwoording voorzitter. Ik scrol nog even door de … O ja, Gemeentebelangen Rijswijk vroeg nog over de tools, hoe gaan we daar dan mee om voor de mensen die minder digitaal zijn. Nou, daar wordt naar gekeken door middel van die ambassadeur en door het Financieel Netwerk Rijswijk door het outreachende werk wat gedaan wordt door het Financieel Servicepunt waar mensen terechtkunnen. Dus ja, we proberen zowel analoog met de mensen, nou ja het contact te houden als ook digitaal. D66 heeft nog gevraagd: neem dat maatwerkbudget voor KEI dan ook op in de nota. Ik zal daar naar kijken of we daar nog een zinsnede anders in moeten formuleren. Mevrouw Van Nunen gaf nog aan dat de kadernota te weinig kleur en richting geeft. Nou ja, ik kan er niet meer van maken dan de toezeggingen die ik vanavond gedaan heb voor volgende week. Ja voorzitter, dan denk ik dat ik alles gehad heb voor de tweede termijn. De voorzitter: Dat denk ik ook wethouder Bentvelzen, dank u wel. Wethouder Bentvelzen: O nee, mevrouw Kames die had nog een vraag over de, hoe het kan dat er een toename is van kinderen met een migratieachtergrond dacht ik en de regelingen, maar ik weet niet wat daar de achterliggende oorzaak van is mevrouw Kames, hoe dat het komt dat twee derde van de kinderen met een migratieachtergrond wel een regeling vinden en een andere groep niet.
Ik heb daar geen onderliggend onderzoek voor, of ik kan dat nergens uit verifiëren. Mevrouw Kames (RB): Dank je wel, en ik had ook nog een vraag gesteld wat betreft van dat werken loont. Omdat er dus mensen zijn die denken: als ik ga werken dan ben ik mijn toeslagen kwijt. Ik denk dat dat wel iets belangrijks is. En ik had nog een vraag gesteld of als straks die consulent aangetrokken wordt, of er dan desnoods om de drie maanden een soortement ja, onderhoud gehouden wordt, helpt het, zet het zoden aan de dijk dat er iemand gaan praten en noem maar op. Wethouder Bentvelzen: Werken loont, dat is een tool die inzicht geeft in de mensen die gaan werken en tegelijkertijd toeslagen en dergelijke krijgen van hè, of dat dan nog in verhouding staat met elkaar of dat het werken echt daadwerkelijk loont of dat dat, dat ze achteruitgaan in hun inkomen. Dus dat is een tool die gaat worden ingezet mevrouw Kames, zodat we mensen daar echt nou ja, op gaan, in gaan meenemen en laten zien wat dat voor hen betekent. De consulent van participatie daar kom ik denk ik later nog even met u over te spreken tijdens de kadernota Maatschappelijke participatie en nou, de daarin genoemde consulent die wordt aangesteld.
De voorzitter: Dank u wel wethouder Bentvelzen. Nou, de beraadslaging horende gaat het niet als akkoordstuk naar de raad maar nemen we het mee als bespreekstuk. Daarmee sluiten we dit agendapunt af. Ik stel voor om heel even kort pauze te nemen en om vijf voor tien weer verder te gaan. Korte schorsing De voorzitter: Nou, het is mooi dat de verbinding het nu weer doet. Dan gaan we maar weer snel verder mijnheer Van den Berg. We hebben nog twee raadsvoorstellen te gaan en een kort vragenuur. Bij de kadernota Armoede hebben we iets langer de tijd genomen en daar was ook behoefte aan, dus dat is goed. Ik wil u wel vragen om ook hè, we hebben per raadsvoorstel zo’n 45 minuten, we kunnen er iets overheen gezien de tijd, maar houd het kort en bondig ook die laatste twee raadsvoorstellen. 15. Raadsvoorstel kadernota Maatschappelijke participatie (21-036) De voorzitter: Gaan we over naar agendapunt 15: Raadsvoorstel kadernota Maatschappelijke participatie. Als u daar het woord over wil voeren verzoek ik u weer uw handje omhoog te doen. Mevrouw Ten Brummelaar (RB): Nou ja, ook dit raadsvoorstel hebben we uiteraard weer met veel aandacht gelezen. In uw raadsvoorstel geeft u aan bij de begeleidend schrijven bij punt vier en dan val ik een beetje in herhaling met de woorden van de heer Ezinga, dat het doel niet werken op zich is.
Ja, wij vragen ons toch af: wat is dan het doel? Want alle drie de punten die u daaronder opsomt vallen en staan toch ook wel met werken. In de kadernota geeft u aan in het voorwoord dat u zich richt op de ongeveer duizend inwoners die zich nu onderaan de participatieladder staan. Alleen die duizend inwoners die stammen ook al uit de tijd van wethouder Van der Pol. Wij vragen ons toch af: waarom is dit aantal nog steeds ongewijzigd, had dit niet inmiddels al, had daar niet al een daling in moeten zitten? Op pagina 9 heeft u het erover dat er elk anderhalf jaar contact is met een inkomensconsulent. Zou dat niet wat vaker moeten? Wij snappen dat er natuurlijk altijd uitzonderingen zijn op de regel, maar als voorbeeld: als je na lange werktijd in het UWV belandt heb je een sollicitatieplicht van vier keer per week wat toch wel motiveert om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan omdat het UWV achter je broek zit. Dus wij vragen ons af of het voor de, voor sommige mensen in de treden 1 en 2 niet, of met name in trede 2 vermoed ik, dan handiger zijn als daar wat vaker controle op is. Dus daar zouden we graag een antwoord op willen.
Ja en wij vragen … Wij blijven erbij dat werken toch het doel op zich zou moeten zijn omdat u immers in, bij agendapunt 16 ook aangeeft, dat door werk mensen zich beter gaan voelen, door het hebben van werk perspectief biedt en dat de regie geeft over zijn of haar leven. Dus wat ons betreft zou dat het doel moeten zijn. Mevrouw Van der Kooij (GL): Nou, het is goed dat er eindelijk een kadernota maatschappelijke participatie is. De nota roept wel echter vragen op bij ons bij GroenLinks. Allereerst: wat vindt de wethouder wederom met dat, van het Adviesraad Sociaal Domein? En wat gaat zij met de aanbevelingen doen? Waarschijnlijk krijg ik hetzelfde antwoord als net. Maar, en nou, in de nota lezen we dat er een participatieconsulent contact opneemt met de inwoners van de trede 1 en 2, dat betekent dus ruim duizend mensen die begeleid moeten worden, ook naar het welzijnsaanbod. Dat is behoorlijk ambitieus dus, nou we lezen dat het anderhalf jaar is, maar hoeveel tijd krijgt de consulent daarvoor en wat is de successcore per jaar? Op pagina 13 staat vervolgens dat er met beschikbare middelen niet de hele groep inwoners van trede 1 en 2 begeleid kunnen worden, maar waarom staat dat dan niet eigenlijk in het stappenplan zelf? Dat zou wel eerlijk zijn. Wie worden dan wel geholpen en op basis waarvan worden de keuzes eigenlijk gemaakt? Er wordt vervolgens een plan opgesteld
met de inwoners om weer mee te doen. In hoeverre wordt geluisterd echt naar de inwoners zelf? Dus in hoeverre is het vraaggericht? En dan kom ik maar weer met de term maatwerk. Want door het stuk hebben we het gevoel dat vooral gekeken wordt naar wat de samenleving nodig heeft en dat alleen wordt gewezen naar het bestaande aanbod. Wie gaat eigenlijk de effectmetingen uitvoeren? En dan over het niet-willerstraject: in de tekst staat dat er ogen moet worden gehouden voor de complexiteit, maar waarom wordt dan zo’n zwartwitterm niet-willerstraject gebruikt? Dat, daar ben ik niet zo heel erg fan van. En kan de wethouder misschien uitleggen wat dit traject inhoudt en zou het misschien kunnen helpen als er echt maatwerk wordt, plaatsvindt. De heer Ezinga (VVD): Ja, wij hebben ook met belangstelling deze kadernota gelezen en ik sluit ook aan op de eerdere vragen die zijn gesteld onder anderen door mevrouw Brummelaar. Tegelijkertijd heb ik ook, en dat is eigenlijk ook weer een herhaling van zetten meteen tot de vraag van mevrouw Van der Kooij: de Adviesraad Sociaal Domein heeft toch wel een stevige terugkoppeling gegeven op dit, op deze nota. Ik citeer daarbij ook, er werd zelfs gesproken over gebakken lucht wat hier werd beschreven. Vond ik vrij stevig aangezet, maar dat roept wel natuurlijk een reactie op van de wethouder.
Ik ben wel benieuwd hoe zij daar tegenaan kijkt en of zij daar een weerwoord op heeft en in hoeverre de inhoud van deze kadernota dat inderdaad niet is. Dus kan zij dit falsificeren? Daar wou ik het bij de eerste termijn nog maar even bij laten. De heer Karremans (Wij): Nou allereerst hebben wij best wel zijn bedenkingen bij deze kadernota. Ik moet zeggen ik ben best wel kritisch, want ik vraag me af in hoeverre het verstandig is om veel geld uit te geven om mensen die in trede 1 en 2 te zitten, om deze weer aan het werk te krijgen. De mensen die namelijk in trede 1 of 2 zitten komen daar niet zomaar in. Weet namelijk uit ervaring, ook binnen mijn eigen familie, dat mensen die in trede 1 of 2 zitten al in paniek kunnen raken als zij een brief krijgen van de gemeente of van een andere overheidsinstantie. Deze mensen moeten dus eigenlijk niet gestimuleerd worden om in de maatschappij mee te kunnen participeren. Deze mensen zouden gestimuleerd moeten worden om allereerst überhaupt zelfstandig een leven op te kunnen bouwen. Dus wij hebben eigenlijk een aantal vragen aan de wethouder. In hoeverre bent u eigenlijk bekend met wat deze doelgroep nou daadwerkelijk inhoudt? Er staat in de kadernota namelijk dat er betere communicatie- of informatievoorzieningen moeten komen.
Maar beseft u wel dat deze mensen überhaupt al moeite hebben met veel en verschillende informatievoorzieningen? Hoe ziet u dat dan voor zich? Een tweede vraag die ik aan de wethouder wil stellen is: in hoeverre zijn de mensen die in trede 1 en 2 geplaatst zijn daar op de juiste manier geplaatst, en hoe wordt dit gemeten? Wij. heeft het idee dat de gemeente beter geld kan investeren in de mensen die in trede 3 en 4 zitten, waar de mensen in zitten die eventueel wel zouden kunnen werken, maar daadwerkelijk hulp nodig hebben of in het ergste geval controle. Ik schrok eigenlijk ook van de zinsnede in het raadsvoorstel waarbij het beoogde effect stond: wij willen als gemeente weer beter contact hebben met deze groep inwoners. Mijn vraag aan de wethouder is dan ook: bent u het contact met deze groep mensen kwijtgeraakt, en zo ja hoe kan dit? Uiteraard wilt Wij. niet alleen maar negatief zijn over deze kadernota, want in de aanbevelingen van deze nota staat dat er ingezet moet worden op buurthuizen en netwerkplannen. Dit omarmt onze fractie, want wij hebben hier in het verleden ook artikel 44-vragen over gesteld. De fractie van Wij. wil daarom ook deze kadernota, willen we er een bespreekstuk van maken. Wij vragen ons namelijk oprecht af of de mensen die in trede 1 en 2 thuishoren wel geschikt zijn voor een participatietraject dat gericht is op werk.
Is het niet verstandiger om mensen in trede 1 en 2 eerst in het welzijnskader te ondersteunen en indien blijkt dat zij meer willen participeren en kunnen, dat we ze dan gaan ondersteunen in een participatietraject? Mevrouw Van Amerongen (GBR): Ik ga even net een hele andere weg inslaan dan Wij. Rijswijk, dus het is wel mooi dat we na elkaar zijn. Allereerst wil ik weer eventjes de complimenten aan de
wethouder geven, het wordt een beetje saai zo, maar het is weer een hele duidelijke, leesbare nota en ook de kernpunten uit de paraplunota komen hier weer mooi in terug. Ja, dan wil ik ook inhaken op de inwoners in trede 1 en 2 van de participatieladder. Want voor ons was het nog niet helemaal duidelijk wie deze inwoners precies zijn in deze tredes en op basis waarvan ze er al in worden ingedeeld. Dan lezen we wel terug dat inwoners in trede 1 vaak schulden, een trauma of een medische indicatie hebben, maar waar de heer Karremans iets meer informatie daarover heeft uit persoonlijke ervaringen, is het voor ons eigenlijk niet helemaal duidelijk wie deze inwoners zijn. Daarom misschien ook de volgende vraag. Want uit deze nota wordt duidelijk dat er vooral gekeken wordt naar participatie voor deze inwoners, en uit de werkgroep werd ook al duidelijk dat arbeid geen doel op zich is, het werd net ook al door een andere, paar andere partijen aangegeven. Ja dat lezen wij er eigenlijk in terug dat op voorhand al wordt gezegd dat arbeid voor deze groep niet haalbaar is. Wij vragen ons af: is het uiteindelijk niet voor zowel deze groep als voor de samenleving beter om er alles aan te doen om deze inwoners toch wel weer aan het werk te krijgen in plaats van enkel participatie. Dus graag hierop reactie van de wethouder. Dan het niet-willerstraject, ja wij vinden dat een hele goede tool.
We zijn blij dat hier focus op wordt gelegd. We hebben er wel een paar vragen over. Wordt bij dit niet-willerstraject enkel gekeken naar participatie of naar werken of naar allebei? En het traject en eventueel maatregeltraject dat wordt nu nog niet heel duidelijk omschreven, en het wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsplan. Maar kan de wethouder ook in lijn met wat GroenLinks vroeg nu al wat meer zeggen of deze aanpak, want wij vinden het toch wel belangrijk om er hier al iets meer over te weten. Dan tot slot de financiën. Wij zijn blij met de 75.000 euro voor de budget voor de basisbaan en het is ook duidelijk waar de honderd k structureel extra voor gebruikt gaat worden. Als we wel lezen dat deze honderd k is vrijgekomen doordat WSP deze honderd k heeft ingeleverd in het kader van bezuinigingen, is deze aanpak dan wel in lijn met het financieel kader, aangezien het een bezuiniging betreft welke eigenlijk wordt geclaimd nu door vooral de participatieconsulent. Is dit in lijn met hoe wij met bezuinigingen en meevallers om willen gaan. Ik hou het voor de eerste termijn hierbij. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Allereerst een compliment voor de wethouder want dit is toch de eerste kadernota Maatschappelijke participatie die de gemeente Rijswijk oplevert en dat is al een mooie vermelding waard. Een compliment daarvoor.
Maar u begrijpt dat ik iets mis, iets heel wezenlijks mis, en dat is ook wel een beetje een bruggetje denk ik, naar wat enkele andere sprekers voor mij hebben gezegd. Ik mis de uitvoering in deze kadernota, of liever gezegd de opname van de motie die we twee jaar geleden breed in de raad hebben aangenomen. En dat was een motie die opriep, naast wat u al in eerste instantie wel hebt gedaan, namelijk een onderzoek naar wie deze twee doelgroepen zij hè, trede 1 en 2, ik noem het maar even twee doelgroepen maar dat loopt waarschijnlijk ook wel her en der een beetje door elkaar. Dat heeft u uitgevoerd en daar is een rapport over verschenen met nogal wat weergaven van gesprekken die ook gevoerd zijn en mogelijke oplossingen. Maar wat ontbreekt, en daar had ik deze kadernota toch wel voor in gedachten, is namelijk de stap twee, en dat is het inrichten van leerwerkbedrijven. Dat sluit misschien een beetje aan bij mijn vorige sprekers. Aan de ene kant dat wat ook de heer Ezinga zei en mevrouw Van Amerongen, maar niet direct misschien gericht op werk op de reguliere arbeidsmarkt maar wel het opdoen van werkervaring in een zekere vorm. Met begeleiding, met een vorm van het opbouwen van motivatie, vergroting eigenwaarde. Het stond allemaal zo mooi in die motie en ik zie het hier helemaal niet meer in terug.
Voor ons is dat essentieel en ik hoop dat dat voor de partijen die toen mee ondertekend hebben, die motie mede ondertekend hebben, ook. Want als u zegt: het is belangrijk om recreatieve welzijnsachtige activiteiten, culturele activiteiten voor deze doelgroep op te nemen, te formuleren, en u geeft daar een paar voorbeelden van, dan mis ik toch echt het onderdeel leerwerktrajecten op individuele motivatie maar ook vaardigheden, ontwikkeling van vaardigheden daarin ook. We hebben vorige week bij de ambtelijke sessie gelezen, of gehoord, dat trede 1 soms nog best goed
bemiddelbaar is naar een reguliere baan. Dat zijn helemaal geen mensen die vanzelfsprekend in die trede 1 hoeven te blijven zitten. Dan gaat het om bijna 14 procent hè, van ons, het totale participatiedeelnemers, 14 procent. Trede 2 daar kunnen wel wat andere problemen en struikelblokken ook bijkomen, maar trede 1 moet dat heel goed op termijn kunnen. Tenminste die kans zit er in. Maar hoe mooi zou het nou niet zijn als een mooie bijvangst nog, ook voor u als gemeente, om die doorstroom te bevorderen door die leerwerktrajecten in te zetten. Dus graag uw antwoord daarop. Voor ons is het echt essentieel dat dit in die nota, in deze nota ook wordt opgenomen. Nou, net zoals mevrouw … En met een maatschappelijke effectmeting kunt u dat ook heel mooi monitoren en evalueren, want dat doet u jaarlijks. Compliment daarvoor in deze nota. Natuurlijk zijn wij, ik ben daar zelf bij betrokken, ook heel blij met de basisbaanbudgettering, maar nu stap twee. En weet wethouder dat we hier al ruim een jaar, of bijna een jaar mee bezig zijn. Ik hoor ook graag welke stappen zetten we nu echt op korte termijn in die realisering van die basisbaan, want dat budget van 75.000 euro is toch niet uit de lucht komen vallen. Wat gaat u daarmee doen en wanneer kunnen we een eerste echte concrete stap hierin verwachten? V Mevrouw Koopman (D66): Nou, iedereen moet mee kunnen doen naar vermogen.
Dus aandacht voor mensen in trede 1 en 2 is daarom hard nodig, dus mijn complimenten daarvoor dat er nu een kadernota voorligt. Mooi ook dat er geld komt voor de pilot basisbanen. Ik zie deze nota als een eerste stap waar ik nog wel een aantal vragen over heb. Een aantal zijn er al gesteld, dus ik zal alleen nog een aantal dingen aanstippen. Niet iedereen is in staat om te werken, daarom is er juist een verschil tussen participatie en werk, twee nota’s. Meedoen is wat ons dus wel meer dan werk. Vandaar ook dat dit niet in de kadernota Werk is opgenomen. Dat vinden wij juist goed. Ook vaardigheidstrainingen, zelfstandiger worden, mantelzorger zijn, vrijwilligerswerk of gezonder worden is wat ons betreft een goed doel hiervoor. Mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben echter met verstandelijke psychiatrische of lichamelijke beperkingen, hebben begeleiding nodig om zo goed mogelijk mee te kunnen doen in de maatschappij. Daar is ook vanuit de doelgroep zelf heel duidelijk om gevraagd. Die ene participatieconsulent, en zowel de VVD als GroenLinks noemden dat ook, is natuurlijk heel weinig om die mensen te begeleiden. Het is een klein eerste stapje, want er zitten 1100 mensen in deze eerste twee treden. Veel meer dan in trede 3 tot en met 6. Met weinig middelen om daadwerkelijk iets te doen voor de doelgroep, om realistisch echt impact te hebben.
Kan niet een betere verdeling, en daar ben ik het dus niet mee eens met Wij., een betere verdeling zijn tussen participatiebudget en een groter deel hiernaartoe gaan om mensen te begeleiden, en een iets kleiner deel naar de andere treden zoals ook de Adviesraad Sociaal Domein bij het advies over werk aangeeft. Dus ik was benieuwd hoe u daar in staat. En u wilt een slimme verbinding tussen de beleidsterreinen maatschappelijke participatie en welzijn maken, daar zijn wij natuurlijk voor. Maar op welke manier wilt u dit doen? Ik vind dat niet heel duidelijk. Wilt u dat vanuit regulier welzijnsbudget doen, dat al onder druk staat? Is dit ook afgestemd met de wethouder Welzijn en Welzijn Rijswijk, en hoe wordt deze doelgroep dan bediend? Want misschien hebben ze andere interventies nodig dan vaak ouderen die Welzijn Rijswijk bedient, of de juist heel jongere, veel jongere. Kunt u dat misschien toelichten? Mevrouw Schröter-Haas (CDA): Nou ja, er is al heel veel gezegd, ik zal het ook kort houden. De kadernota Maatschappelijke participatie moet ervoor zorgen dat geen enkele inwoner aan de zijlijn komt te staan. We hebben het over ruim duizend inwoners die zonder werk of zinvolle dagbesteding thuiszitten. Inwoners die niet kunnen werken begeleiden we graag naar een zinvolle dagbesteding en iedereen doet mee als het aan het CDA ligt. Goed dat er een participatieconsulent is aangesteld.
Als we lezen dat eens in het anderhalf jaar een gesprek plaatsvindt met de inwoners baart ons dat wel zorgen. Is dat … Dat is onvoldoende inspanning om tot het gewenste resultaat te komen. We zijn dan ook benieuwd welke slagen de participatieconsulent hierin gaat maken, maar vragen we ons wel af in
hoeverre dit voldoende is om de hele populatie mee te laten doen in de samenleving. Het is een kwetsbare doelgroep die vaak multi-problematiek kent. We hebben meerdere kadernota’s, maar ook hier is het heel duidelijk dat overstijgend werken van belang is. Gaan we één aanspreekpunt regelen die op alle gebieden gaat meedenken en ondersteunen om deze mensen weer deel te laten nemen in de samenleving in plaats van aan de zijlijn te laten staan? Is dit de rol van de participatieconsulent en hoe kan 1 fte deze enorme taak op zich nemen voor ruim duizend inwoners en zo veel meer gezinnen? De heer Van den Berg (BVR): Voorzitter, allereerst dank voor de kadernota. Die is in goed begrijpelijk Nederlands geschreven en in begrijpelijke taal. Misschien dat onze wethouder Keus hieraan een voorbeeld kan nemen bij de wijziging van de legesverordening. Voorzitter, uitkeringsgerechtigden moeten soms verschillende trajecten volgen, maar doen daarbij wel veel steeds dezelfde cursus. Ook bij intakes en controlegesprekken moeten zij steeds opnieuw hetzelfde verhaal doen. Kan de wethouder toezeggen dat deze dossiers van de mensen integraal worden opgepakt en mensen niet oeverloos steeds opnieuw hun verhaal hoeven te vertellen. Dit sluit trouwens mooi aan bij het betoog wat Jeffrey Karremans van Wij. eerder hield. In de kadernota spreken we over HalloWerk.
Hoeveel potentiële werknemers zitten er nu in dit systeem? Mocht niet iedereen in het systeem zitten, wanneer is dit dan wel afgerond? Wordt er een effectenmeting bijgehouden, en aangezien dit iets regionaals is, kunnen we dat ook specificeren naar lokaal Rijswijk, zodat we kunnen zien of deze tool daadwerkelijk aan een baan helpt? Beter Voor Rijswijk vindt het goed dat er een intensivering heeft plaatsgevonden met onze BBR. Dat vinden wij erg belangrijk voor onze stad. U verwijst in deze kadernota ook naar de kadernota Jeugd en onderwijs. Enige tijd geleden heeft u deze kadernota van de agenda gehaald. Wanneer komen we weer over kadernota te spreken? U verwijst naar de kadernota Jeugdwerkeloosheid vastgesteld in 2016. Wordt deze nog een keer geëvalueerd? U heeft het over, hoop vragen, excuus daarvoor, u heeft het over lokale crisisaanpak. Gaan we hierover nog een keer in debat met de raad, over bijvoorbeeld welke arrangementen de raad graag wil zien, of zijn de doelgroepen die in deze kadernota staan nu een gegeven voor onze lokale crisisaanpak? Voorzitter, onlangs werden wij verblijd in de krant met een artikel over regionale samenwerking. Sociale return, extra banen in de thuiszorg. Goed dat dit er is.
Gaat we dit soort initiatieven meer doen, uit praktijk leren? En kan dit worden uitgebreid over andere domeinen dan enkel de zorgsector en het sociale domein? Kunnen de kadernota’s waar we vanavond over spreken gedurende de looptijd misschien geactualiseerd worden met bijvoorbeeld nieuwe wet- en regelgeving en voortschrijdend inzicht, zodat we na verloop van tijd niet elke keer echt van deze lange avonden moeten inlassen. Dat waren de vragen van Beter Voor Rijswijk in de eerste termijn. De voorzitter: Gaan we over naar de eerste termijn van de wethouder. Wethouder Bentvelzen. Wethouder Bentvelzen: En dank voor de complimenten die tussentijds gemaakt zijn. Ik ben heel erg blij dat er een kadernota Maatschappelijke participatie ligt voor mensen in trede 1 en 2, want het is inderdaad de allereerste nota die Rijswijk ooit heeft opgeleverd voor deze doelgroep. Daar, dat gezegd hebbende zijn er ook een aantal vragen hier gesteld. Om te beginnen met Rijswijks belang. Doel is niet werken op zich. Dat klopt, want het doel an sich kan ook zijn: sociale activering. Sommige mensen die in trede 1 en 2 zitten, en daarmee spreek ik misschien mijnheer Karremans wel aan, die kunnen nooit van hun leven werken en dat zouden we moeten accepteren.
Tegelijkertijd zit er ook een groep mensen die we eigenlijk gaande jaren nooit geen aandacht hebben gegeven en die wellicht wel aan kunnen geven dat ze iets zouden willen of iets zouden kunnen. Daarmee hebben we ook een participatieconsulent bedacht die we hebben aangetrokken. Het is de bedoeling dat die mensen niet ieder anderhalf jaar een keer contact hebben met die consulent, maar iedere negen keer per jaar, dus dat is bijna één keer per maand, zou ik willen schetsen. Dus daarom, dat is de reden dat
we belangrijk vinden dat er vaker contact wordt gelegd met die mensen in groep 1 en 2. En ook de partij van Wij. heeft aangegeven: wij willen weer beter contact hebben met die inwoners, ja dat is de reden dat we dat hebben opgeschreven mijnheer Karremans. Er is nu gekozen voor een aanpak op alleen treden 3, 4 en 5 waar u eigenlijk ook aan refereert van nou hè, dat zou het beste zijn wat je kan doen, want die mensen kan je bemiddelen naar arbeid. Maar niet iedereen in trede 1 of 2, en voornamelijk in trede 1 zoals ook door meerdere collega’s hier is aangegeven, zijn volledig afgeschreven van onze maatschappij. En ik pas er ook voor om dat hier aan te geven. Er zitten mensen die daar verkeren in een crisissituatie, die zitten daar vanwege een scheiding en allerlei problematiek op talloze leefgebieden die we moeten helpen om dat op te lossen en die vervolgens echt wel weer perspectief kunnen hebben op die arbeidsmarkt, al is het een dag in de week of al is het vrijwilligerswerk. Ik zeg niet dat iedereen in een betaalde baan terecht kan komen, maar ik zeg wel dat we met elkaar moeten gaan kijken: wat kan iemand wel, en laten we kijken naar talent. Ik zie voorzitter dat er een interruptie wil plaatsvinden, maar het is eerste termijn heer Karremans. Ik weet niet of dat kan. De voorzitter: Dat klopt.
Mijnheer Karremans, of u uw interruptie wil vasthouden tot de tweede termijn, in principe in de eerste termijn doen we niet interrumperen. Wethouder Bentvelzen. Mevrouw Koopman (D66): Dat is niet … Even een punt van de orde: de wethouder mag in de eerste termijn wel geïnterrumpeerd worden volgens ons reglement. De voorzitter: Oh, mevrouw Koopman. Ja het is ook wel laat op de avond voor de voorzitter. Dan sta ik uiteraard mijnheer Karremans toe om even kort te interrumperen. Mijnheer Karremans. De heer Karremans (Wij): Het ging eigenlijk in het begin wat de wethouder aangaf, die deelde dezelfde mening als ik dat de mensen die niet kunnen werken dat ze ook niet hoeven te werken en hoeven mee te participeren. Maar vervolgens gaf de wethouder ook aan dat er een grote groep is die wel kan meeparticiperen en dat we daarom consulenten aan willen nemen. In dezelfde kadernota staat dat 83 procent van deze mensen al een dagbesteding hebben. Dus als ik het nu goed begrijp wil je voor die 17 procent zo veel geld uit gaan geven, terwijl er vervolgens van die 17 procent maar een kleine groep mensen eventueel weer zouden kunnen participeren. Ik vind dat echt apart, sorry dat ik het zeg. Wethouder Bentvelzen: Ja, u noemt dat een kleine groep, ik denk dat een percentage van bijna 20 procent die we dan overhouden toch nog wel behoorlijk wat mensen behelzen vanuit een groep van 1100 personen.
Ik vind het jammer dat u die eigenlijk weg zet als dat dat, dat die mensen, nou ja, maar bij het granieten bestand moeten horen en dat we daar niks voor zouden moeten doen. Want mevrouw Ten Brummelaar heeft aangegeven, het aantal in vergelijking met de tijd dat Jorke van der Pol hier zat, mijn voorganger, is niet verminderd. En nee, dat klopt mevrouw Ten Brummelaar, want wij hebben hier in Rijswijk nooit aandacht besteed aan trede 1 en 2 mensen. We hebben die gewoon als een soort van harde steen in een granieten bestand laten zitten en gezegd: weet u wat, u zit in trede 1 en 2 en we gaan verderest niks doen, we bellen iedere anderhalf jaar even op en daarmee is het afgedaan. Ik denk dat we met mensen met een beetje aandacht mijnheer Karremans, en interesse, en dat we een band opbouwen van vertrouwen, dat die mensen wellicht wel sociaal geactiveerd kunnen worden. En als mensen dagbesteding hebben, ja, misschien doen ze dat één dag in de week, en mijn werkweek bestaat ook vijf dagen in de week. We kunnen altijd nog kijken van joh, wat is er dan wel mogelijk? En u refereert aan een enkeling, of misschien meerdere mensen die u in uw eigen omgeving heeft die niet of nauwelijks iets kunnen in sociale activering, en dat is ook prima als er mensen zijn die niet zouden kunnen, die zou ik niet dwingen of een uitkering opschorten of korten of wat dan ook.
Maar ik zou wel graag aandacht willen geven aan mensen die daar wel baat bij hebben en die dat wel graag zouden willen. En daarnaast … De heer Karremans (Wij., ter interruptie): Ik denk dat we elkaar verkeerd begrijpen. Ik bedoel eigenlijk de mensen die nu in trede 1 zitten en in trede 2, ik denk dat we daar allebei een verkeerd beeld over
hebben. Dus vandaar ook mijn vraag: hoe worden deze mensen in trede 1 en 2 ingedeeld en wat zijn nou precies deze mensen? Want ik denk dat wij een heel ander beeld hebben van wie daar in zit. Dus zodoende. Wethouder Bentvelzen: Dat denk ik ook mijnheer Karremans. Er is een technische sessie geweest waarin als het goed is de tredes ambtelijk in ieder geval zijn uitgelegd aan de raadsleden door middel van een presentatie. Dus ik ga ervan uit dat daarin het beeld wat duidelijker geschetst is welke mensen er in trede 1 of 2 zitten en welke er in 3, 4 of 5 zitten. Mocht dat niet zo zijn dan kom ik daar uiteraard graag op terug, maar ik denk dat deze avond er anders iets te lang van wordt als ik daar een hele tekst en uitleg over moet gaan geven, welke groep dan waar zit. GroenLinks die heeft nog gevraagd naar de terminologie niet-willerstrajecten en die vinden dat een vervelende terminologie. Je kan dat eigenlijk nooit goed doen, want als je het tegenprestatie noemt dan is het ook niet goed. De terminologie, u kunt het, we kunnen daar natuurlijk politiek in mening over verschillen en er zijn mensen die in gesprekken letterlijk aangeven niet te willen.
Nee, ik vind het wel makkelijk een bijstandsuitkering, waarom zou ik moeten werken? Dat is gewoon een houding die ik niet kan accepteren en misschien ook wel niet wil accepteren en waarom zou ik hem niet willen accepteren is omdat ik iemand echt gun dat die, als die dat kan, dus naar vermogen mee kan participeren, dat die dat ook, dat die dat, dus hij of zij dat kan doen. En dat we diegene gaan kijken van joh, waar zit het talent en waar kunnen we met die mensen samen wat van dat talent maken en waarmee kan diegene dan wat terugdoen voor de maatschappij? Al dan niet via welke weg dan ook. Of dat nou welzijn is of vrijwilligerswerk, mantelzorg of wat dan ook. Dat wordt momenteel niet gedaan. Dus ik denk dat u hem niet zo zwaar moet maken maar ik vind wel dat die niet-willerstrajecten erin horen. En dat geldt overigens niet alleen voor participatietreden 1 en 2, dat geldt gewoon over alle participatieladders heen van trede 1 tot en met 5. U geeft aan en meerdere partijen geven aan: hoe gaat die consulent dat nou allemaal bolwerken hè, er zijn 1100 mensen die, waar we over praten die in deze tredes zitten en één consulent gaat maar liefst die mensen helpen. Nou, het is natuurlijk een illusie om te zeggen dat wij al die 1100 mensen in één keer gaan helpen. Dat is ook niet het geval. En waarom kies ik voor 1 fte? Dat zal ik u ook uitleggen.