Niet-vastgesteld verslag Forum samenleving 16032021.odt
Tekst van het document
Er ligt nu een duidelijk verhaal. Er ligt een kader waar wij graag nu ervaring mee op gaan doen. We zijn benieuwd naar de resultaten en de voortgang. Mevrouw Kames (RB): Ik ga dat nu toch voor de derde keer vragen: ik zou graag van de wethouder willen weten wat nou de oorzaak is als er 87 genodigden zijn, dus instellingen die de subsidies krijgen en dat er dan maar 26 hebben deelgenomen? Dat vind ik echt belangrijk. Ik wil echt weten wat is daar de oorzaak van? Dan heb ik nog een vraagje over van wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Ik vind dat er dan wel heel goed gecommuniceerd moet worden, want mensen bijvoorbeeld nog nooit een subsidie hebben
aangevraagd, die zullen gelijk al buiten de boot vallen als die bijvoorbeeld pas eind van het jaar denken van we willen ook een buurtfeest houden, of wat dan ook. Dus ik vind het wel belangrijk dat er wel goed wordt gecommuniceerd dat dus wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Dit was het van mij voor de tweede termijn. De heer Van Dam (Wij): Bedankt voor de beantwoording. Ik sluit me aan bij mevrouw, Nanette Kistemaker. Ik vind dat er wel heel makkelijk wordt gepraat over een systeem waar toch heel veel verenigingen en organisaties, die dat toch flink nodig hebben, die gelden. Waarvoor het misschien niet zo 1-2-3, kogel door de kerk, we gaan wel even kijken hoe we dit gaan uitvoeren volgend jaar is. Wat er net werd gezegd van ja, het lijkt me toch sterk dat er verenigingen buiten de boot vallen, want het is zo breed wat we nu hebben neergeschreven, dat kan inderdaad bij de scoutingvereniging zo zijn, maar op het moment dat er een groep jongeren is die een hiphop-iets, cursus of zo, willen doen, die voor een heel select groepje misschien heel waardevol is, daar zullen misschien andere mensen heel anders over denken. Dat is precies waar ik het over heb als we het hebben over deze indicatoren, dat die berust zijn op waarden die door iedereen anders worden ingeschat. Op het moment dat wij niet gaan kijken naar hoe we dat kunnen gaan meten, dan krijg je gegarandeerd problemen.
En dat is wel iets waar we denk ik rekening mee moeten houden en ik hoor in de beantwoording van mevrouw Besteman het nog niet terugkomen hoe dat nu specifiek gaan doen hier in Rijswijk. Mevrouw Koegler-Böhm (CDA, ter interruptie): Ja, ik heb een vraagje aan de heer Van Dam, want ik hoor hem zeggen dat dan willekeur en dat dan alles door iedereen anders uitgelegd gaat worden maar het is toch juist de bedoeling dat één beleidsmedewerker per domein die beoordelingen gaat doen? En zo kunnen we toch juist die willekeur borgen met elkaar? De heer Van Dam (Wij): Nee, zo kan je die willekeur niet borgen, want als jij iets meetbaar wil maken en je wil iets gaan testen, je wil gaan kijken of iets ergens aan gaat voldoen, dan moet je duidelijk hebben waaraan je dat gaat meten. Dat kan je niet doen door een persoon maar een mening te laten vormen over of dat voldoet aan de een specifiek criteria. Dat moet je doen aan de hand van factoren. Dus nee, daarop antwoord ik, nee dat is niet zo. Mevrouw Koegler-Böhm (CDA in reactie): Dan ben ik wel heel erg benieuwd wat meneer Van Dam daar dan concreet zou willen zien staan om dat anders aan te pakken, daar ben ik dan wel benieuwd naar. De heer Van Dam (Wij): Ik zou heel graag een operationalisatie willen zien van de zaken die erin worden genoemd, van de factoren.
Dat is niet anders dan in de onderzoeken die ik heb moeten doen en dat hoort hier ook gewoon in te vallen … Mevrouw Koopman (D66, ter interruptie): Meneer Van Dam, die operationalisering hoort toch gewoon niet thuis in een kader? Dat is iets wat een uitwerking wat vervolgens in de uitvoering nog verder wordt uitgewerkt. Wat hier het goede van is, is dat je gewoon een aantal criteria hebt die benoemd worden, die uitgewerkt moeten worden in een beoordelingsmemo wat aan de organisatie gegeven wordt, dus daar moet dus ook verantwoorden waarom ze een bepaald cijfer geven. Die uitwerking, dat hoort niet in het kader thuis, wat mij betreft. Maar daar bent u het waarschijnlijk … De heer Van Dam (Wij): Daar kan een memo ook komen, maar die memo staat er nu zelfs ook niet in. Er staat niks in over hoe we dit gaan meten. Er staat alleen een definitie en daarna vervolgens op de volgende pagina staat nog een definitie die een regel langer is. Ja, zo kan je toch niet werken? Dat is misschien alleen mijn mening, ik hoor dat hij niet geheel gedeeld wordt door de raad. Ik vind het vreemd.
Daarnaast, om toch nog even door te pakken, op een vraag die nog niet in zijn geheel beantwoord is, of in ieder geval, ik hoor de wethouder zeggen dat ze niet die garantie kan geven dat de huidige verenigingen die subsidie gaan ontvangen die ze in het verleden hebben ontvangen, maar dat wel het systeem mogelijk maakt ze die kunnen aanvragen. Ik neem aan dat er dan in de toekomst geen moeilijkheden gaan ontstaan als een vereniging weer zijn subsidie wil aanvragen om zijn activiteiten die die nu ook aan het doen is. Als ik het goed begrijp. De heer Jense (OR): Voorzitter, alleen ben ik benieuwd naar het antwoord op de vragen van mevrouw
Kames over de geringe vertegenwoordiging van de partijen. Mevrouw Van Amerongen (GBR): Nog even kort. Ik had toch wat vragen over de puntentelling aan de wethouder, en dan vooral hoe dit tot stand is gekomen, om te zien dat er 10 punten worden toegekend en 20. Haal ik toch even het voorbeeld aan van inclusie, op dit moment hot topic in de raad, wordt ook veel over gepraat en waarom wordt dan besloten om daar dan 10 punten aan mee te geven? In mijn optiek minder belangrijk. Graag nog een toelichting van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we aan de beantwoording van de wethouder toegekomen voor de tweede termijn. Wethouder Besteman. Wethouder Besteman: Ik ga gauw, of gauw, ik ga de fracties langs voor de overzichtelijkheid. De puntenverdeling, laten we daarmee beginnen. Daar heeft mevrouw Kistemaker nog een vraag over gesteld en ook de fractie van Gemeentebelangen aan het einde van de tweede termijn van de raad. De puntenverdeling is tot stand gekomen op basis van een inschatting uit op basis van ervaring en dit is de evenwichtige verdeling die we op grond van die ervaring hebben kunnen maken. Dan heeft mevrouw Kistemaker nog aangegeven dat het een korte termijn is, dat aanvragen van de subsidies voor de aanvragers, inderdaad tot 1 juli. Dat klopt, inderdaad, dat is zeker best een korte termijn.
We gaan daar dan ook aanvragers stimuleren om tijdig aan te vragen en we zijn ervan overtuigd dat dat inderdaad met een goed kaders zoals het nu ligt, zoals mevrouw Koopman ook aangeeft, dat zeker moet lukken. Als het gaat om instellingen die afhankelijk zijn van subsidie, die zijn er natuurlijk ook, maar het belang van subsidies is natuurlijk dat we die uitgeven als gemeente omdat we gemeentelijke en maatschappelijke doelen willen bereiken. Dat is wel heel belangrijk om daar helder te hebben. De fractie van Beter Voor Rijswijk kijkt uit naar het vervolg, heb ik opgeschreven. Dat is heel erg goed, denk ik. De heer Sleddering heeft nog een opmerking gemaakt over de opkomst op de bijeenkomst inderdaad van de aanvragers. Dat is natuurlijk ook een zaak van de aanvragers zelf om daar wel of niet te komen. Ik heb ze van harte uitgenodigd om te komen en ook drie verschillende bijeenkomsten georganiseerd, ook om iedereen de mogelijkheid te geven om zich van de informatie te vergewissen en ook om alle informatie goed tot zich te nemen. Dat neemt niet weg dat … De heer Sleddering (VVD, interruptie): Sorry. Ik geloof de wethouder op haar woord maar ik heb ook andere signalen gehoord, waardoor sommige mensen gewoon te laat zijn uitgenodigd voor die bijeenkomst. Ik wil hier absoluut niet de aanvragers beschuldigen of lelijke dingen over ze zeggen dat ze niet geïnteresseerd zijn.
Het is een constatering. U zegt dat er is goed gecommuniceerd, ik hoor uit het veld dat dat ook anders ervaren wordt. Ik hoor graag of zo ga ik niet over, ik zou u willen aandringen om daar intern nog eens even naar te kijken, hoeveel tijd zat er nou tussen de uitnodiging en de bijeenkomst zelf? We moeten rekening houden dat er bij deze instellingen niet alleen professionele mensen werken, maar bij sportclubs bijvoorbeeld allemaal vrijwilligers. Kijkt u alstublieft naar de organisatie van dit soort bijeenkomsten. Wethouder Besteman: Zeker, dat zal ik zeker doen, voorzitter, zeg ik tegen de heer Sleddering. En ik haalde adem voor de rest van de zin, want desalniettemin wilde ik zeggen is de inzet er wel op gericht om iedereen goed mee te nemen in het proces. Ik wil daarbij wel de kanttekening maken dat dit proces echt wel in snelheid tot stand is gekomen, dus dat is zeker waar. Iedere aanvraag, iedere instelling die wilde is de mogelijkheid ook geboden om nog een afspraak te maken, dus dat is nog misschien nog goed om daaraan toe te voegen, ook in het proces na 1 juli zullen we daar zeker oog hebben voor goede communicatie met iedereen, dat is heel belangrijk om dit ook nog verder in goede banen te leiden.
Dan ga ik naar mevrouw Koopman, van D66, zij zegt inderdaad, als ik het goed heb begrepen, die prestatieafspraken zouden we inderdaad kunnen zien in een soort proces en sluit ook aan bij het compromisvoorstel dat mevrouw Van Nunen in feite doet. Ik ben het om feite met mevrouw Koopman eens dat ik vind dat we ook naar die prestatie-indicatoren in de begroting zouden moeten kijken, in dit verband. Dus die doorontwikkeling, daar sta ik van harte achter. Ik vind dan ook het voorstel dat mevrouw
Van Nunen doet om in, de volgende raadsperiode is dat dan, want u heeft het over vanaf nu, te evalueren en dan ook te kijken hoe we die verdere doorontwikkeling met prestatie-indicatoren kunnen maken. Dat lijkt me een hele goede afspraak. Mevrouw Koopman (D66, ter interruptie): Mevrouw Besteman heeft het over de volgende raadsperiode, maar als we het gaan over de evaluatie van het nieuwe, voorafgaand aan het aanvragen voor het subsidiekader van 2023, dan moet dat ook weer voor 1 april worden behandeld. Dus wat dat betreft, zodat ze tijd genoeg hebben om het aan te vragen. Het betekent dat het gewoon uiteindelijk in onze raadsperiode eigenlijk aan de orde moet komen. Als één van de allerlaatste onderdelen, zodat u het goed kunt overdragen aan uw opvolger. Wethouder Besteman: Nou, inderdaad, mevrouw Koopman kan heel snel inderdaad rekenen, maar dat klopt natuurlijk strikt genomen ook. Ik wil daar nog wel aan toevoegen dat ik ook het voor de aanvragers belangrijk vind om hen ook even de tijd te geven om te leren en niet iedere keer het proces weer aan te passen. Dat is denk ik het dilemma waar we dan even voorstaan, maar ik denk dat het goed is om af te spreken dat we die evaluatie met elkaar gaan inrichten.
Even kijken, dan moet ik even door mijn aantekeningen heen … De heer Van Dam (Wij): Voor mij is het nu niet duidelijk of het nu voor de verkiezingen of na de verkiezingen gaan doen. Want ik kan dan aan mevrouw Koopman zeggen van, daar is het geld dan voor. Mevrouw Besteman: Voorzitter, ik heb niet precies die planning nu scherp. Ik wil dan ook mij van de zaak vergewissen dat de aanvragers ook deze periode eerst goed doorkomen en dat wij ze niet elke keer voor een nieuw proces zetten. Ik wilde er even de tijd voor hebben om daar wat inlichtingen over in te winnen, als u mij toestaat. Dan, voorzitter, de indirecte subsidies, daar heeft mevrouw Van Nunen ook een vraag over gesteld. Het staat inderdaad nu gedefinieerd in het kader, dus dat is denk ik winst. Voor de inzet, mogelijke inzet, op dat indirecte deel volgt een separaat traject, als u het mij vraagt. Nou ja, goed, dat is natuurlijk aan de raad ter besluitvorming welke opdrachten u aan dit college meegeeft. Het CDA, voorzitter, zet ook in op evaluatie als ik haar goed heb begrepen, mevrouw Koegler, en wil ervaring op doen. Nou, daar ben ik het van harte mee eens. Als het gaat om mevrouw Kames, die heeft nog aandacht gevraagd voor de goeie communicatie, daar vinden wij elkaar, want dat is van levensbelang, als u het mij vraagt in dit traject met aanvragers. Dan misschien nog even, voorzitter, ook tegen de heer Van Dam.
De garantie geef ik niet, maar het is misschien wel goed om scherp te hebben dat we nu op dit moment ook toetsen aan beleid, aan vastgesteld beleid door de raad. Mevrouw Kames (RB, ter interruptie): Ja, ik ga het nu geen vierde keer meer vragen. Ik wil echt van mevrouw Besteman weten, wat is nou de oorzaak dat er maar 29 instellingen zijn ingehaakt op de uitnodiging, terwijl er 89 uitnodigingen zijn verstuurd? Ik kan er gewoon, als tevens ondernemer, niet bij dat als er een subsidieverstrekker is die gaat vragen of u wil inloggen, en dat je dan niks laat horen. Daar kan ik niet bij. Dus ik wil daar gewoon antwoord van u graag op hebben. Wethouder Besteman:. Ja, sorry, ik dacht dat ik u daar antwoord op … Maar u wilt echt de oorzaak weten, nou ik kan u daar nu geen redenen voor geven. Ik zal u toezeggen dat ik daar morgen even bij u op terugkom, voorzitter. Want ik deel het sentiment wel wat u dan een beetje daaronder heeft liggen. We moeten toch met elkaar gemotiveerd zijn om dit tot een goed vervolg te brengen. Voorzitter, en dan nog even tot slot, richting de heer Van Dam, het is wat mevrouw Koopman ook al zei: de operationele werkinstructies, die horen niet in een kader, wat mij betreft. Daarom zijn ze hier niet in dit kader opgenomen en zullen ze in de uitwerking verder vervolg krijgen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Besteman.
Ik heb twee toezeggingen van u mogen noteren en dat u nog terugkomt op de planning voor een versnelde evaluatie van het subsidiekader. Wat u aan mevrouw Kames heeft toegezegd om nog terug te komen op de late respons op …
De heer Jense (OR): Een punt van orde. Zou de wethouder dat dan ook met de overige leden willen delen? De voorzitter: Ja, ja, ja, ik was nog niet klaar met mijn zin. Ik wil de wethouder vragen dat met de overige leden te delen van de raad. Ik neem aan dat dit stuk als bespreekstuk naar de raad toe gaat? Kijkende naar de heer Van Dam, onder andere. Dan wordt dit een bespreekstuk. Dan zijn we aan het einde gekomen van agendapunt 9, dan ga ik over naar … Mevrouw Kames (RB): Eén klein vraagje nog: ik heb ook begrepen, van mevrouw Besteman, dat u dus ook ervoor gaat zorgen voor de mensen dat er een goede communicatie komt, daarbuiten in verband met de subsidieaanvraag. Dat niet iemand … Dat heb ik toch ook goed begrepen, mevrouw Besteman? De voorzitter: Dat klopt, ja. Mevrouw Kames: Dan is het goed. De voorzitter: Dat staat ook al in de stukken, volgens mij. Mevrouw Kames: Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik met u over naar agendapunt 10, Raadsvoorstel invullen taakstelling op subsidies. 10. Raadsvoorstel invullen taakstelling op subsidies (21-013) De voorzitter: Op dezelfde manier gaan we aanpakken en we hopen dat we een beetje tijd kunnen inlopen, die we verloren zijn bij het vorige agendapunt. De heer Van den Berg (BvR): Het raadsvoorstel invulling taakstelling in de categorie 1 onderuitputting budget, wordt een bedrag genoemd 2 ton, 6290.
Wat maakt dat dit onderuitputting is? En waar is dat geld dan de afgelopen jaren gebleven? Waarom is dit niet vorig jaar al ingeboekt, aangezien we al langer in zwaar financieel weer zitten en we allerlei zaken hebben moeten bezuinigen, terwijl dit geld dan voor het oprapen lijkt te liggen? Dat is de enige vraag die Beter Voor Rijswijk heeft, wel een pittige, maar de enige. Mevrouw Kistemaker (GL): Ik heb iets meer vragen, maar eigenlijk zou ik eerst een oproep willen doen over de leesbaarheid van dit voorstel. Het voorstel kent een heleboel verschillende bijlagen, die je echt moet doorspitten, naast elkaar moet leggen, om nou eigenlijk te begrijpen wat er nu wordt voorgesteld aan bezuinigingen. Dit raadsvoorstel wordt niet alleen door ons als raadsleden gelezen, maar ook door heel veel partijen en inwoners, ik pleitte er net al voor, die afhankelijk zijn van subsidies en wat consequenties voor hen kan hebben. Ik zou er toch echt voor pleiten om in het vervolg een iets duidelijker raadsvoorstel neer te leggen. Dan onze vragen. Als het gaat over categorie 1, dus die onderuitputting van budget, wij vroegen ons af, betekent dat onderuitputting in 2020? Het gaat namelijk over zwemmen, jubileumviering, techniekonderwijs, cultuur en educaties, educatie, het lijkt mij allemaal voorbeelden van waar je in een coronajaar inderdaad wat minder gebruik van maakt.
Ik ben benieuwd hoe die inschatting is gekomen en hoe daar toe is gekomen en of die alleen naar 2020 is gekeken? Kunt u ook bevestigen dat dat voor de huidige subsidieinstellingen binnen deze FCL’s de verlaging van het budget geen consequenties heeft? Dan stelt u voor om voor een aantal programma’s subsidieplafonds in te stellen. Waarom is er gekozen voor deze programma’s? In bijlage 3 worden voorstellen gedaan voor de hoogte van deze plafonds. Hoe is tot deze bedragen gekomen en kunt u aangeven per programma wat de structurele onderuitputting is? Dan de vier grote instellingen. Wij vinden het een hele bijzondere vraag die u doet aan de grote instellingen. De instellingen die hebben een zwaar coronajaar achter de rug, zitten daar nog middenin, hebben heel beperkt hun deuren kunnen openen en zijn daar maar ook heel beperkt voor gecompenseerd met de gelden die u hiervoor van het Rijk heeft gekregen en u vraagt deze instellingen waar ze nog meer kunnen bezuinigen. Is deze vraag niet al heel vaak aan ze gesteld? En feitelijk zegt u ook kijk waar je kunt bezuinigen en als het niet lukt, ja dan krijgen jullie allemaal wat minder.
Wat verwacht u nu eigenlijk van deze instellingen? Dat een instelling gaat zeggen van, nou wij doen dat hele bedrag, of zo? Wat is daar voor hen en wat is er aan hen gelegen om met ideeën te komen als het toch uiteindelijk allemaal een bepaald bedrag moeten gaan bezuinigen. Een mogelijkheid om die bezuiniging te realiseren is
ook om het mee te nemen in de verhuizing naar Huis van de Stad. Dan is de structurele verlaging weliswaar niet te boeken per 1 januari 2022, maar wordt dit ook wel als serieuze optie meegenomen? Tot slot lezen we ook dat daar het gesprek plaatsvindt en wordt onderzocht of de maatschappelijke opbrengsten verhoogd kunnen worden. Wat bedoelt u daar precies mee? Mevrouw Koopman (D66): Dit raadsvoorstel vloeit voort uit afspraken die we als raad hebben gemaakt bij de begroting. In de motie beleidskaders subsidie hebben we opgeroepen om ook met een apart raadsvoorstel te komen voor de invulling van de taakstelling. Net op tijd, zodat de gesubsidieerde organisaties in Rijswijk voor 1 april geïnformeerd kunnen worden conform de algemene subsidievordering. Helaas leidt deze taakstelling tot pijnlijke keuze, waarvoor u een zorgvuldig afwegingskader heeft gemaakt. We hebben hier nog wel een aantal vragen over en ik kan me in eerste instantie trouwens aansluiten op de opmerking van mevrouw Kistemaker over de leesbaarheid, die zou inderdaad een stuk sterker kunnen. Zeker omdat in eerste instantie de tabellen niet helemaal goed liepen. Maar goed, onze vragen. Mijn verbazing over de onderuitnutting, die is al door Beter Voor Rijswijk genoemd, maar u geeft aan dat in categorie 1 tot en met 3 weinig maatschappelijke impact zal zijn.
Maar klopt dit wel? Waren dit inderdaad geen eenmalige onderuitnuttingen? Gaan er geen zaken mis doordat deze subsidies nu niet meer beschikbaar zijn? In categorie 5 wordt nu niet geraakt in uw voorstel, maar zitten daar ook subsidies tussen die niet aan de beleidskaders voldoen? Als dat het geval is moeten die sowieso geschrapt worden en dat zou eventueel in mindering kunnen worden gebracht op het bedrag dat categorie 4 als taakstelling meekrijgt. De grootste pijn zit natuurlijk bij de categorie 4, de grote culturele instellingen die nu inderdaad hard getroffen worden door corona. Het voorgestelde bedrag als taakstelling is om ongeveer 7% van het totale budget en u stelt voor dit samen met organisaties in te vullen, dat besparing op huur door verhuizing naar het Huis van de Stad hierin meegenomen kunnen worden. Dat lijkt ons op zich een goed plan, als daar bezuinigingen kunnen ingeboekt worden op het structurele bedrag en dan het bedrag dat er overblijft kleiner is om te kunnen verdelen. U stelt nu echter voor ieder jaar een gelijk bedrag als taakstelling mee te geven. D66 wil voorstellen om meerjarige afspraken met deze 4 instellingen te maken, waarin afspraken worden gemaakt over het totale bedrag over 5 jaar.
Dus als organisaties dan afspraken willen maken dat het een oplopend schema wordt, om de totale taakstelling te halen, dan zou bijvoorbeeld 2022 kunnen worden ontzien en kunnen ze daar herstellen van corona en is het ook duidelijk wat het bespaart in het Huis van de Stad, misschien bent u dat met ons eens. Daar zou ik graag uw antwoord op horen. Tot slot, programma 7. Op het informatieforum van 11 februari heeft wethouder Besteman toegezegd ook de financiële consequenties per taakstelling op programma 7, middels een raadsvoorstel uit te werken. Nou dat hebben we hier niet voor ons. U heeft ervoor gekozen om dit nu niet mee te nemen en dit geheel via het plan van aanpak memo jeugd te laten lopen. Daar kunnen we ons op zich in vinden, maar realiseert de wethouder zich dan wel dat dat betekent dat de aanpassingen aan programma 7, niet meegenomen kunnen worden in het subsidiejaar 2022, omdat dit niet door de raad voor 1 april is bekrachtigd? Bezuinigingen op dat kader kunnen dus dan pas voor 2023 worden meegenomen. Tot zover onze eerste termijn. De heer Sleddering (VVD): Nogmaals, goed werk dat deze stukken nu, vroeger praatten we er altijd maar over, maar nu kunnen het ook echt zien. Zeker de toevoeging van de indirecte subsidiëring waarom wij gevraagd hebben, daar ben ik erg blij mee en dat geeft meteen echt een goed beeld.
We hebben er veel tijd aan moeten besteden om het te bestuderen, maar het is de moeite waard. Ik heb een paar technische vragen over. Er komt overleg met de vier grote instellingen, Trias, museum, schouwburg en bibliotheek. Ik lees in de stukken dat Welzijn Rijswijk het huiswerk nog niet klaar heeft, maar is het dan de bedoeling, wordt Welzijn Rijswijk bij die vier andere geteld? Als sector, bij elkaar. Of heeft Welzijn Rijswijk een status aparte? Dat wil ik graag even weten. Wat ik ook belangrijk vind, ik hoor mensen nu al zeggen de voordelen die er gaan ontstaan bij verhuizing naar het Huis van de Stad. U kent mijn gedachten over het Huis van de Stad. Maar om daar nu alweer de voordelen alvast van in te boeken, ik heb daar grote pijn in mijn maag over dat die instellingen, met name dan de bibliotheek en Trias, er investeringen gedaan moeten worden.
De hele verhuizingsoperatie, misschien de nieuwe apparatuur al aangeschaft worden. Kortom, ik vrees met grote vreze dat in het eerste jaar de verdiencapaciteit door de efficiencywinst waardoor het verhuizen naar het Huis van de Stad, daar moet u zich niet rijk mee rekenen. Die wou ik graag even meegeven. Waar ik natuurlijk ook naar gekeken heb is in de bijlage 3, worden een aantal activiteiten genoemd, maar die activiteitenge worden ook uitgevoerd door diezelfde, of een paar daarvan, diezelfde culturele instellingen. Begrijp ik nu goed dat die nu dus eigenlijk dubbel gepakt worden, om het even plat te zeggen? Ze hebben een eigen taak voor de bezuinigingen en ze worden ook nog gekort op de subsidie. Als dat niet zo is dan hoor ik het. En dan voor de VVD echt een eyeopener in dit stuk. Die onderuitputting. Wij hebben de conclusie getrokken en als het fout is hoor ik dat graag, dat er dus jaarlijks onderuitputting is. De boekhoudregels van de gemeentefinanciën die zijn zo dat als er iets niet besteed is, dan valt het terug naar de algemene middelen en dat betekent dat als je die cijfers ziet, het gaat om tonnen, 2 ton, dat we jaarlijks dus eigenlijk een groter tekort hebben, want het tekort is 2 ton minder omdat sommige dingen niet uitgegeven worden, wat nog veel erger is, dat wisten wij nooit als raad.
Dit is heel raar om als raad als je een goed idee en je zoekt naar een budget, ja dan kan je dat niet vinden, dan weet je dus niet dat het dus bij een bepaalde pot een enorme berg geld ligt, die je daarvoor kunt gebruiken. Ik maak me daar ernstig zorgen over. Hoe kan het toch zijn dat er jaar in jaar uit subsidies doorlopen op hetzelfde bedrag terwijl er onderuitputting is. Is het niet zo dat als er bij een instelling onderuitputting, van onderbenutting, van de subsidie is, dat dat er even gekeken wordt is dit wel of is dat nou al voor het tweede jaar, dan zou ik zeggen, ga dat dan niet meer begroten. Dat lijkt me logisch. Daar vraag ik toch echt een inspanning van zowel ambtenaren, maar vooral ook van de wethouders om eens hier even goed naar te kijken. Dan de indirecte subsidies. Heel blij dat we dat nu kunnen zien en ook voor sommigen wel choquerend, waarin je de lasten voor de gemeente ziet voor bepaalde sportaccommodaties en dan de bijdrage van de vereniging. Ik denk dat we daar later nog wel een keer op terug zullen komen. Want we hebben nu voor het eerst dit inzicht. Natuurlijk is het zo dat je kunt aan een sportvereniging niet een gigantische huur gaan vragen, want dan worden die activiteiten voor de deelnemers veel te duur. Er zit natuurlijk een bepaalde verhouding in, maar ik zie hier sommige indirecte subsidie staan die wel erg hoog zijn.
Ik vraag aan het college om via de wethouder Sport daar toch eens even heel serieus naar te kijken en beleid op te zetten want het loopt af en toe wel een beetje de spuigaten uit. Verder wil ik vragen, wij hebben deze week op iBabs een jaarverslag van Trias gekregen. Dat is een jaarverslag van activiteiten en met de bereikcijfers, daar staat niks in over de financiën. Ze hebben uiteraard financieel verslag gemaakt, dat is aan de wethouder gestuurd, ga ik vanuit. Dat moest altijd voor een bepaalde datum. Hoe staat het met de jaarverslagen van de andere 3 grote instellingen? En krijgt de raad zoals toegezegd die financiële jaarverslagen ook toegestuurd? Mevrouw Koegler (CDA): Ja, allereerst goed dat er bij de taakstellingen een groeipad is opgenomen en dat ook voorgesteld wordt dat verlaging van subsidies pas vanaf 2022 ingaat, want de coronacrisis legt een grote druk op onze subsidiepartners en zo geven we nog wat ademruimte, dus daar is het CDA zeer content mee. Categorie 1 tot en met 3, daar kunnen we vrij kort over zijn, daar kunnen we ons in vinden. Het zijn voorstellen die niet direct pijn doen, het is een beetje laaghangend fruit, en de maatschappelijke impact is gering. Maar categorie 4 is voor ons zeker niet pijnloos en daar hebben we ook echt wel bedenkingen bij.
Enkele weken geleden hebben we inderdaad gehad over extra steun naar de cultuursector in Rijswijk, was een breed draagvlak voor in de raad. Dan gaan we nu vervolgens alsnog het mes op de keel zetten met een extra taakstelling en dat begrijpt het CDA niet. Er staat in de stukken dat door efficiëntere samenwerking er 2,5e ton bespaard moet gaan worden, maar wij vragen ons echt af hoe haalbaar en realistisch dat is. Hier wordt door de 4 grote instellingen al jaren op ingezet, volgens mij al een jaar of 15, maar het heeft tot nu toe weinig opgeleverd. Mevrouw Kistemaker van GroenLinks gaf het ook al aan. Vorig jaar is er ook nog een cultuurmakelaar aan de slag gegaan, om de samenwerking nog eens extra te bevorderen, dus wij zien voor efficiencybesparingen verdere ruimte zien wij daar gewoon niet in, dus wij vragen ons echt af hoe haalbaar en realistisch dat is. Hebben we die cultuursector nu als de coronacrisis weer achter ons kunnen laten niet juist heel hard nodig voor het welzijn en het welbevinden
van onze inwoners? Wij vragen ons dan ook echt hardop af of we de bezuinigingen op categorie 4 of we dat wel moeten willen met elkaar, of dat we andere mogelijkheden zien. Mevrouw Koopman, van D66, had het over meerjarenafspraken, zodat we het bijvoorbeeld over een aantal jaar kunnen verdelen, maar ik deelde het standpunt van de VVD, dat we de bezuinigingen zeker nu niet al in moeten gaan boeken. Dat wordt nog veel te prematuur, dat we eerst maar eens moeten kijken of dat wel realistisch is. Op verzoek van het CDA zat er ook een lijst met indirecte subsidies bij dit raadsvoorstel, subsidies op het maatschappelijk vastgoed. Het is goed dat deze verborgen subsidiestroom nu ook zichtbaar is gemaakt. Staat ook in de stukken, ‘de indirecte subsidies zijn in strijd met de Wet Markt en Overheid’, en er staat geschreven dat het college hier ook mee aan de slag gaat. Wij vragen ons af wat het college hier dan precies mee bedoelt. Betekent dit dan dat de indirecte subsidies naar directe subsidies omgezet gaan worden, naar direct subsidies? Daar willen we graag een toezegging over van de wethouder. Die indirecte subsidies worden nu in z’n geheel buiten beschouwing gelaten voor de bezuinigingen en de taakstelling, maar als wij naar het overzicht kijken dan valt ons toch wel op dat de kostendekkendheid bijvoorbeeld, dat die echt wel ruimte laat voor een taakstelling.
Als we naar het verleden gaan kijken dan is het ook opvallend dat bijvoorbeeld in 2008 onze sportvelden en accommodaties een kostendekkendheid hadden van 48% en dat we nu nog maar op 24% zitten. Wat maakt nu dat de kostendekkendheid de afgelopen jaren zo is afgenomen? Hoe past dat dan ook bij de visie dat we steeds minder overheidsbemoeienis is en dat sportclubs en verenigingen eigenlijk steeds meer zelfdragend zijn? Graag een toelichting van de wethouder daarop. In het raadsvoorstel is ook te lezen dat in de programma’s verkeer en vervoer, openbare orde en veiligheid, geen subsidies worden verstrekt. Wij vragen ons echt af hoeveel van deze programma’s hier nog verborgen subsidies zitten. Hoe zit het bijvoorbeeld met subsidie voor de winkeliersvereniging, of de buurtpreventiedienst? Dus onze vraag is: zijn alle subsidies nu wel naar boven gekomen in dit proces? Tijdens de beeldvormende sessie hoorden we dat het eigenlijk lastig is om in onze eigen administratie zicht te krijgen op alle subsidies, we hadden verschillende omschrijvingen en verschillende wijze van boeken in de administratie. Dus wij willen graag weten hoe het college tot de conclusie is gekomen dat in deze programma’s geen subsidies verstrekt worden. En daarnaast willen we graag weten welke acties het college gaat ondernemen om de subsidies in vervolg eenduidig en consistent in de administratie gaat vast leggen.
Mevrouw Van Nunen (PvdA): Al veel gezegd. Ik probeer nog wat nieuws aan toe te voegen, hoop ik. Wat betreft die onderbenutting. Ik zie, en dat is ook een beetje al een antwoord eigenlijk op de vraag die de heer Sleddering stelt, wij halen 140.000 euro, meneer Sleddering, uit het niet meer betalen van een bijdrage aan ouders die hun kind naar de kinderopvang sturen, en geen kinderopvangtoeslag krijgen. Dus daar zit meteen al een groot deel van die onderbenutting en dat zijn we ook niet meer verplicht sinds nieuwe regelgeving in 2020. Dus 140.000 euro is meteen ingeboekt uit de vermindering kinderopvang. De heer Sleddering (VVD, ter interruptie): Ik kan me niet herinneren dat ik aan mevrouw Van Nunen een vraag heb gesteld. Ik hoor graag het antwoord van de wethouder. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ik dacht even te helpen, maar die 140.000 euro, die heb ik dan gevonden, laat ik het dan zo stellen. Ik hou het bij mezelf. Prima. Dat is voor mij in ieder geval een groot deel van die ruim 2 ton. Daar heb ik natuurlijk wel een vraag bij of de wethouder, die hebben we volgens mij gesteld toen we het over onderwijsachterstandenbeleid hadden, in ieder geval heeft mevrouw Kistemaker die gesteld.
Weten we dan ook wel zeker dat diezelfde kinderen zonder een bijdrage aan de ouders, die we dus nu niet meer gaan geven, nog wel naar die peuteropvang komen? Dan hebben we het weer over maatschappelijke effecten van taal en verdere ontwikkeling, brede ontwikkeling. U zegt, wethouder, 1 tot en met 3 is heel makkelijk in te boeken, maar daar heb ik zo mijn vragen bij, met betrekking tot dan dat onderdeel bijdragen aan ouders voor de peuteropvang, maar ook wel met categorie 3. Want u zegt wel dat heeft maatschappelijk weinig effect de impact, maar daar zit ook wel een deel maatschappelijke activiteit in. Bijvoorbeeld in het onderwijsachterstandenbeleid, waarvan u, en cultuureducatie, waarvan u soms zomaar de helft van afpakt, van dat bedrag dat oorspronkelijk gereserveerd was voor deze groep. Dat dat niet allemaal gebruikt is in het afgelopen jaar, dat kan inderdaad maar, ik weet niet wie dat zei, te maken
hebben met corona. Dat geldt ook voor zwemles of zwemmen na schooltijd, dat kan allemaal te maken hebben met het afgelopen jaar waarin dat ook niet mogelijk was, dat zijn allemaal bedragen die u gaat inboeken onder 1, 2 en 3. Dan wil ik nog eigenlijk wel vragen waar eigenlijk het gereserveerde bedrag voor het strandbalfestival, voor 2021, blijft. U zegt, wij hebben ingeboekt voor 2022 een hoger bedrag dan dat we hebben afgesproken met de organisatie, met het bestuur, maar waar is eigenlijk het begrote bedrag voor dit jaar gebleven? Terwijl het strandbalfestivalbestuur al heeft gezegd dat ze geen strandbalfestival kunnen organiseren, noch vanwege corona in het najaar, of maatregelen met betrekking tot corona. Maar hebben het wel gereserveerd, dus wel interessant om te weten waar dat bedrag gebleven is nu. Dan heb ik eigenlijk een klein beetje als laatste dezelfde opmerking die geloof ik mevrouw Koegler ook zei. In programma 5 zitten misschien ook wel mogelijkheden om efficiënter samen te werken, wat u nu voor de instellingen in de categorie 4 verwacht. Daar maak ik me net zoals mevrouw Koopman en mevrouw Koegler en mevrouw Kistemaker ernstig zorgen over, ook gezien het feit dat ze al te maken hebben gekregen vorig jaar met allereerst natuurlijk dat vreselijke jaar waarin ze dicht moesten, maar ook met die niet-doorbetaling van inflatiecorrectie, dat gaat ook maar zo maar door.
Dan nemen nu helemaal niet mee, maar netto krijgen ze misschien hetzelfde maar ze moeten, voor het totale subsidiebedrag, maar ze moeten voor huur van hun accommodatie, ook al is die niet tegen marktprijs, wel een hoge prijs ieder jaar betalen, want daar wordt wel geïndexeerd op de huurprijzen, maar niet op de subsidieverstrekking. Ik zou heel voorzichtig zijn met het verder zwaarder belasten van de grote instellingen, zoals u in uw voorstel aanbeveelt. Voorzitter, mijn vraag is toch om nog eens heel goed te kijken naar enkele programma’s in de groep 5, waarvan er mogelijk meer samenwerking en dus ook kostenbesparingen mogelijk zijn. En dan heb ik het niet direct over onderwijs, maar dan kijk ik toch even naar sport en bewegen. Wellicht is daar, daar gaat veel geld in om, ik heb het al eens eerder gezegd, in de brede impulsgelden. Ik weet wel dat dat voor een deel ook uit het Rijk betaald wordt, voor een groot deel. Daar gaat heel veel geld in om, daar hebben we 8.7 formatie zitten. Mogelijk is daar ook nog een efficiëntieslag te leveren en ook in de indirecte subsidies. Voorzitter, ik laat het hier even bij voor de eerste termijn. De heer Van Dam (Wij): Bedankt voor het woord. We hebben een flinke opgave, 579.000 euro is niet niks. We zijn in ieder geval blij dat de categorie 5 in ieder geval buiten beschouwing wordt gelaten hier. We hebben nog wel een aantal vragen.
Eerst over categorie 1,2 en 3. Daar zien we dat 48% van het totale budget dat daarop wordt bezuinigd, of in ieder geval van de taakstelling wordt gehaald uit de post peuteropvang, ik hoor het mevrouw Van Nunen net ook zeggen. Mij was nog niet helemaal duidelijk wat die post precies inhoudt. Nou heb ik een klein beetje mee gekregen wat mevrouw Van Nunen zei, maar ik hoor het ook nog graag van de wethouder. Waarom vraag ik dat? In de beschouwing, of in ieder geval in de uitleg in het stuk zelf, staat wel dat de peuteropvang eigenlijk geen subsidie zou zijn, maar hij staat hier toch bij opgenomen. Ik vroeg me eigenlijk af hoe dat dan zat. Wat zijn dan de effecten als we dan de peuteropvang schrappen? Want die kon ik ook nog niet achterhalen, terwijl het wel een aanzienlijke deel is van die bezuinigingen die we daar op 1, 2 en 3 doen, ruim de helft. Bijna de helft. Andere vraag die gaat over de categorie 4. We willen 2065 gaan besparen op onze 4 grootste instellingen. Nu staat er dan bij de beschrijving van hoe we dat gaan doen dat we dat we ze laten praten met elkaar, van ieder geval dat ze daarin zelf worden meegenomen met de planmaking, wat in principe een goede methode is. Daar zijn we wel voorstander van. Alleen wordt er nu wel heel weinig inzicht gegeven in het proces hoe we dat gaan doen.
Hij werd net al in de lijn van de vorige insprekers gezegd dat dat deze instellingen het al zwaar hebben. De beschrijving die nu bij de verschillende instellingen staat is dat als we de subsidie wegnemen dat ze dan allemaal omvallen, dat lijkt me voor de hand liggend. Wat is het precieze effect, wat kun je in ieder geval verwachten van deze taakstelling bij deze 4 instellingen? Heeft het veel effect, heeft het weinig effect, hoe zien ze het zelf, wat is het tijdspad? Misschien nog wel belangrijker: hoe worden wij meegenomen in de besluitvorming die ze uiteindelijk gaan doen, die nog niet af is. Dus daar zou ik eigenlijk wat meer inzicht in willen hebben. Dan een derde en laatste vraag over inzicht, eigenlijk, pakt daar een beetje op door, zeggen dat de subsidieplafonds willen gaan invoeren, alleen ik vind dat bij veel taakstellingen die we zetten, of voorstellen die eigenlijk worden gedaan voor een subsidieplafond, dat de
informatie die we krijgen nog niet geheel kloppend is. Als voorbeeldje is dat subsidie eenmalige projecten voor passieve en cultuurparticipatie, waar wordt gezegd dat er 24.000 euro in het potje zit, dat er wordt voorgesteld om een plafond te doen van 10.000, of 10k. Dat betekent dat we 60% daarvan gaan wegnemen, maar er wordt niet verteld hoeveel er nu wordt opgemaakt, of vanwaar de keuze is gemaakt om dan specifiek daarop een subsidieplafond te gaan zetten. Dat is eigenlijk voor heel dat lijstje met subsidieplafonds geldt dat niet alle bedragen worden gegeven en al helemaal niet de beredenering van waarom we dat gaan doen. Niet dat we er specifiek op tegen zijn, maar ik vond het toch wel belangrijk om dat te weten als we zo’n keuze maken. Daar wil ik het graag bij laten voor de eerste termijn. Mevrouw Kames (RB): Ik zal het niet te lang houden, anders wordt het wel een heel latertje vandaag. Allereerst, Rijswijks Belang is blij dat er nu met een kritisch oog is gekeken naar de subsidies. Het is ook fijn om te lezen dat de gemeente er na lange tijde erop aanstuurt dat instellingen nu eens efficiënter met de subsidies omgaan, door de bedrijfsvoering onder de loep te nemen.
Ik zie het namelijk een beetje hetzelfde als in het bedrijfsleven: gaat het je goed, dan neem je meerdere mensen aan, en gaat het minder, dan zal je het ook met minder mensen moeten doen en toch proberen hetzelfde door te blijven draaien. We hebben zelfs op 7 november 2020, heeft onze fractie al aangegeven of het allemaal een tandje minder kon. Ik wil dan ook nog even aansluiten bij Coen Sleddering van de VVD, dat ook de vijfde grote instelling, Welzijn Rijswijk, of daar misschien ook gekeken kan worden voor eventuele bezuinigingen. Wij hopen ook dat de beoogde bezuinigingen die ze nu gesteld hebben, gerealiseerd kunnen worden. Dit was het voor de eerste termijn. Mevrouw Van Amerongen (GBR): Net zoals andere partijen schrikken we van de bedragen die beschikbaar worden gesteld, maar niet, of deels niet, worden gebruikt. Blijkbaar kunnen we dus heel makkelijk grote bedragen eruit halen voor de taakstelling, zonder dat het iemand pijn doet. Dat is enerzijds natuurlijk positief, is goed voor de taakstelling, maar anderzijds is het ook verontrustend omdat we blijkbaar te lang te veel geld beschikbaar hebben gesteld voor verschillende instellingen. Daarom horen wij graag van de wethouder hoe het nou kan dat er nog zoveel lucht in zat en hoe weten we zeker dat nu al die lucht eruit is. Dan wil ik ook nog even stilstaan bij categorie vier, de grote instellingen.
In de stukken wordt afzonderlijk gekeken naar bijvoorbeeld Trias en de bibliotheek en zoals we weten komt dit straks in het Huis van de Stad. We willen daarom het college oproepen om een eerste prognose van de exploitatie van het Huis van de Stad te doen en deze te vergelijken met de lasten die we kwijt zijn aan deze instellingen, zoals Trias en de bibliotheek. Dit om ook meer inzicht te krijgen in het gevolg hiervan op de subsidies, misschien mooi meegenomen. En daarnaast is het ook het moment om invulling te geven en keuzes te maken en zo kunnen we bijvoorbeeld kijken of we de schouwburg meer ruimte gaan geven voor commerciële activiteiten. En natuurlijk moeten we ook een podium geven aan niet kostendekkende activiteiten maar het kan ook, we kunnen ook kijken naar de opties buitenschouwburg om, bijvoorbeeld het Huis van de Stad. Dat is gewoon de beschouwing die we aan de wethouder mee willen geven van laten we vooral de opties hierin openhouden. En tot slot willen wij ook nog eventjes kijken naar de indirecte subsidies, wat ook al door verschillende partijen, VVD, CDA is aangegeven want we zien dat hier veel ja dat de baten vaak verre van kostendekkend zijn.
Er wordt voor de taakstelling niet gekeken naar deze indirecte subsidies en die kijken naar categorie vier op deze categorie moeten er ruim 265 K worden opgelost, terwijl als we kijken naar sportpark Irene, daar er 300 K tekort is, dat is eigenlijk een indirecte subsidie. De vraag is aan de wethouder waarom hier nu niet naar gekeken wordt en of we wellicht nog wel kunnen kijken wat hier te winnen valt. Bijvoorbeeld meer gebruiks aan een object koppelen of een betere samenwerking of een fusie. En hierop ontvangen we graag een reactie van de wethouder. En dat was hem voor de eerste termijn. De heer Jense (OR): Voorzitter vooropgesteld dat wij er nog niet uit zijn waar je goed aan doet om op te bezuinigen wil ik wel kwijt dat de opmerking die de CDA-fractie maakte laaghangend fruit, dat is heel makkelijk, ja dat vraag ik me af. Er zit bijvoorbeeld ook speeltuinwerken in en dat raakt de mensen heel
direct dus je zult er heel zorgvuldig naar moeten kijken. Voorzitter het zal mijn allergie wel zijn met betrekking tot het Huis van de Stad maar laten we nu eens ophouden om te kijken of dat al leidt tot bezuinigingen die mogelijk in de toekomst in te kloppen zijn. Dat zien we dan straks wel. We moeten nu denken, zakendoen met elkaar, wil je zeg maar je bezuiniging vinden die noodzakelijk is. Ik maak me zorgen om de opmerkingen die zijn gemaakt in categorie vier, het stopzetten aan instellingen waardoor organisatie vergen namelijk een lange tijd om dat te kunnen verwerken of opvangen of anderhalf, of afhandelen binnen een termijn als je een half jaar van tevoren te horen krijgt, dat is een redelijke termijn. Dat lijkt mij niet want stel, ik zeg stel, je stopt bijvoorbeeld de subsidie aan Trias bij dezen 2021, dan kan ik dat niet serieus nemen omdat er ook allerlei personele consequenties aanzitten. Die zul je dan eerst precies helemaal in je gelid moeten hebben om te weten hoe je dat kunt doen. Datzelfde geldt uiteraard voor de Rijswijkse schouwburg. Een belangrijke voorziening die we in Rijswijk graag hebben. Stopzetten of verminderen per 2022 zou kunnen, nou het lijkt me niet. Minder misschien dan de personele inzet dan bij Trias, hebben we daar toch ook lopende verplichtingen en ik denk dat die verder vooruitlopen dan binnen een jaar of twee jaar.
Dus zeggen we stoppen er nu mee als je dat al zou willen. Mijn vraag is, wat stelt het college aan de raad voor ten aanzien van museum Rijswijk als reële datum zoals u ook noemt naar de andere twee met inachtneming van het gestelde raam dat de sluitende exploitatie volgend jaar ook inderdaad sluitend is. Voorzitter ja waanzinnig moeilijk. Ik denk als je structureel geld zou willen besparen als je dat al noodzakelijk vindt met elkaar op subsidiegebied dan zul je misschien ook out of de box moeten denken en kijken of hij een aantal zaken niet totaal anders moet gaan organiseren dan nu het geval is. En wij komen er graag in de raad eventueel op terug. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mevrouw Besteman voor de eerste termijn. Wethouder Besteman: Ik loop meteen de fracties af met uw welnemen voorzitter. En dan begin ik bij Beter Voor Rijswijk die een vraag had die luid en duidelijk was, ging over de onderuitnutting categorie 1 € 206.000. De fractie vraagt zich af waar is dat geld gebleven en dat is natuurlijk een hele terechte vraag. En wat gebeurt er met onderuitnutting dat vloeit terug naar de algemene middelen. Dan de fractie van GroenLinks. Het raadsvoorstel had wel wat duidelijker, communicatiever opgesteld kunnen worden zegt mevrouw Kistemaker en ook mevrouw Koopman refereerde eraan. Nou ik zou zeggen, point taken.
Het is een heel technisch onderwerp, dat wil ik niet als excuus opwerpen maar nou goed dat speelt natuurlijk wel mee bij het vormgeven van zo’n voorstel. Neemt niet weg dat we die communicatie natuurlijk altijd in het oog moeten houden. De vraag van mevrouw Kistemaker is ook geweest en die begrijp ik natuurlijk ook heel erg goed. Hebben we niet alleen naar de onderuitputting van subsidiebedragen gekeken in het corona jaar 2020. Dat is natuurlijk in vele opzichten een buitengewoon uitzonderlijk jaar geweest. Nou dat hebben we natuurlijk niet gedaan. We hebben ook langer teruggekeken in ieder geval naar 2019 ook, om die onderuitputting wat beter in beeld te krijgen. Even kijken, de subsidieplafond zei mevrouw Kistemaker nog een opmerking over gemaakt. Dat is als het volgt, de systematiek die we daaronder gevonden hebben is dat er een hoger bedrag in de begroting is opgenomen dan de werkelijk uitgekeerde subsidie. Dus dat is dat overschot van die begrotingen hebben we gewoon ingeboekt. Als het gaat om de grote instellingen is inderdaad het voorstel nu om daar in categorie 4 het restbedrag in te boeken. We zijn daarover in gesprek met de grote instellingen, daarbij zit ook Welzijn Rijswijk kan ik u alvast zeggen vooruitlopend ook op de inbreng van de VVD waar ik zou nog op terug kom.
We gaan die gesprekken aan omdat ik ervan uitga dat de instellingen zelf het beste weten en kunnen aangeven wat er mogelijk is qua zoeken naar efficiency en bedrijfsvoering et cetera. En ja, de instellingen hebben ook zelf aangegeven dat als dat niet lukt, als het te weinig wordt gevonden in efficiency en bedrijfsvoering et cetera, dat ze dan zelf graag de pijn evenredig willen verdelen over de instellingen. Mevrouw Koopman (D66, ter interruptie): Ja mevrouw Besteman geeft aan dat ze ook met Welzijn Rijswijk hierin over gesprek is en dat begrijp ik dan niet want die zitten in programma 7. En programma 7 is buiten de scope gelaten. Dus dat heeft u bewust gekozen dat niet in het voorstel op te nemen. Dus ik begrijp niet waarom Welzijn Rijswijk of welke instelling dan ook in programma 7 is meegenomen hierin.
Wethouder Besteman: Ja voorzitter ik zou daar natuurlijk nog op terug komen bij de, als ik bij de D66 fractie was aangeland. Maar de grote culturele instellingen en Welzijn Rijswijk zijn verenigd in de Kracht van Rijswijk. Dus vanuit die optiek zoeken zij ook samenwerkingen gezamenlijk en vinden we het ook logisch om die gesprekken met elkaar te doen. En het klopt inderdaad, mogelijke bezuiniging die dat oplevert bij Welzijn Rijswijk waar ik nog niet op vooruit kan lopen op dit moment natuurlijk maar die vallen natuurlijk dan ten gunste van programma 7 omdat we die buiten dit, deze opdracht hebben gehouden. Dus dat is de systematiek maar neemt niet weg dat de samenwerking zoals die al eerder was ingezet tussen de grote instellingen nou ja nog steeds van kracht is en daarmee ook we samen dit traject te lopen. Dan het ja het verhogen van de opbrengsten vraagt de GroenLinks fractie nog naar, nou ja dat is ook onderwerp van onderzoek. Dus je zou kunnen kijken hoe kun je enerzijds die besparingen vinden door anders en misschien beter samen te werken in de bedrijfsvoering maar je kunt ook kijken hoe kun je je inkomsten verhogen en dat sluit natuurlijk ook wel aan bij de inbreng van Gemeentebelangen door bijvoorbeeld je bereik qua doelgroep te vergroten of wat we nu bijvoorbeeld zien in de corona tijd, veel culturele instellingen zenden ook hun voorstellingen digitaal uit.
Nou dat is misschien een voorbeeld dat je ook best na corona kunt blijven inzetten waardoor je ook je doelgroep en dus mogelijk ook je opbrengsten kunt verhogen. Dus dat is allemaal waarover we nu met elkaar in gesprek zijn. Dan mevrouw Koopman, ja inderdaad u vertelt we bezuinigen van pijnloos naar ja waar het toch echt pijn gaat doen en dat is, dat is inderdaad in de categorie hij de grote instellingen, categorie 4. Categorie 5 inderdaad laten we buiten beschouwing in dit voorstel omdat daar natuurlijk de meeste maatschappelijke impact zit en dus ook de pijn nou behoorlijk groot is. Dan heeft u nog het voorstel gedaan voorzitter zag ik via u om die meerjarige afspraken met de grote instellingen te maken en te kijken naar een oplopend bezuinigingsschema noem ik het dan maar even heel plastisch. Dat is iets waar ik zeker ook over in gesprek ben. Dus ik kan me voorstellen dat dat inderdaad een van de scenario’s wordt om dat wat oplopend te doen of aflopend zoals u wilt. Dan voorzitter Welzijn Rijswijk, nou die loopt inderdaad mee dus in het gesprek met de grote instellingen zoals ik net zei omdat ze meedoen in de Kracht van Rijswijk. Dus dat is denk ik ook antwoord richting de VVD. Onderwerp van onderzoek op dit moment is nog wat mogelijk het verhuizen naar het Huis van de Stad kan opleveren.
Ik hoorde wel dat de heer Jense daar weer wat minder enthousiast over is maar goed we nemen dat natuurlijk nu wel mee omdat het nog wat gevolgen kan hebben in relatie tot de subsidie. Als het gaat om categorie 4 vraagt de VVD zich nog af of de grote instellingen niet dubbel gepakt worden want u verwijst naar de bijlagen waarin de mogelijkheden ook genoemd staan. Nou dat is dus niet wat we gaan doen bij de grote instellingen. We hebben daar gezegd, we gaan Plan A kijken naar bezuinigingen op de bedrijfsvoering en samenwerking. Als dat niet lukt wordt plan B de pijn evenredig verdelen over de instellingen. Dus dat is geen dubbel scenario om het maar zo te zeggen. De jaarverslagen van de instellingen die komen inderdaad naar uw raad. De afspraak is en ik dacht ook dat dat was op voordragen van de VVD zeker als het gaat om instellingen die meer dan een ton subsidie per jaar krijgen. Dus die komen inderdaad, ik ben even mijn netwerk kwijt maar dat gaat weer goed. Dan ga ik naar de CDA-fractie. Ja die, mevrouw Koegler geeft aan dat ze zich kan vinden in de categorie 1 tot en met 3. En inderdaad bij categorie 4 wordt het ja toch pijnlijker inderdaad mevrouw Koegler we moeten daar toch door de zure appel heen bijten. Dat voelt u goed aan. Maar de opdracht van de raad was natuurlijk bij de begroting ook helder, dus dit college voert het dan uit.
Nou ja is het dan haalbaar? Ja het corona jaar maakt het natuurlijk allemaal niet gemakkelijker, dat zeg ik u ook eerlijk. Maar ik durf ook wel te zeggen dat we in goed overleg zijn met de instellingen en nou ja wat ik zeg, we hebben ook een plan B als het nodig is. En ik ben het helemaal met u eens dat we ook de instellingen, de cultuur, straks ook na corona weer heel hard nodig hebben. Dus dat deel ik van harte met u. Dan heeft mevrouw Koegler nog gevraagd naar de indirecte subsidies, die volgen wat mij betreft in een separaat proces. Mevrouw Koegler heeft ook nog gevraagd hoe zit dat nu met en de exploitatie van de sport. Ik durf daar nu geen uitspraak over te doen. U heeft vastgesteld dat hij is gedaald begrijp ik uit uw bijdrage. Ik stel voor dat we daar even schriftelijk op terugkomen. Dan nog de vraag of alle subsidies nu in beeld zijn van het CDA. Nou alle subsidies die als subsidie geboekt zijn zijn in beeld. Het kan nog wel zo zijn dat er mogelijke bedragen anders zijn geboekt dan subsidie. Dat is ook in het vervolgproces onderwerp van onderzoek. Dan naar de Partij van de Arbeid. Nou inderdaad we hebben voor de onderuitnutting niet
alleen naar 2020 gekeken maar ook naar 2019. Als het gaat om de peuteropvang heeft u gevraagd, ja krijgen alle peuters nu nog wel die opvang die dat nodig hebben, nou dat is zeker waar. Een onderuitnutting is, die heeft daar verder geen invloed op dat we die nu weer in de begroting inboeken. Het Strandbal festival kwam nog even bij de Partij van de Arbeid voorbij. Mevrouw Van Nunen (PvdA, ter interruptie): Ja voorzitter ik verbaas me er wel een beetje over dat de wethouder dat zo zeker kan stellen dat dat geen effect heeft die eigen bijdragen die ze schrapt, of een voorstel schrapt met ingang van het volgend jaar voor de ouders die nu nog hun kinderen met een kleine subsidie naar de peuteropvang sturen en dan daarna het volle bedrag moeten betalen. Hoe weet u dat ze zeker? Wethouder Besteman: Voorzitter, de onderuitputting die wij hebben gevonden is een onderuitputting die niet gebruikt wordt. En die wordt niet gebruikt niet alleen afgelopen jaar maar ook het jaar daarvoor. Dus in die zin heeft die geen effect op de maatschappelijke impact. Als het gaat over het Strandbal, waar was ik gebleven. U vraagt zich af waar is het geld gebleven van het Strandbal festival dit jaar. Nou op dit moment wordt er nog gekeken of daar mogelijk nog iets gedaan kan worden maar daar komen we vast nog over te spreken. Dus dat geld is nog op de begroting.
Dan geeft mevrouw Van Nunen nog aan dat ze het eens is met mevrouw Koegler als het gaat om categorie 4. Ja en ik ben het ook met u eens als u stelt dat het daar pijn gaat doen dat is zeker het geval. Dan heeft de Partij van de Arbeid nog gevraagd of we willen kijken naar categorie 5. Nou wat mij betreft doen we dat niet omdat het daar echt ten koste gaat van activiteiten. We hebben juist geprobeerd om met dit voorstel te kijken naar waar kunnen we zoveel mogelijk de pijn vermijden en de activiteiten overeind houden en dat is nou ja waarom we die categorie in dit voorstel buiten beschouwing willen laten. En dat is ook wat de heer Van Dam volgens mij ook al in zijn bijdrage zei, de activiteiten zoveel mogelijk overeind houden. Dan de fractie van Wij. heeft ook naar de peuteropvang gevraagd nou dat gaat dus inderdaad om een onderuitnutting dat heb ik net gezegd. Categorie 4 de bezuiniging bij de grote instellingen, u wilt daar graag meer inzicht in. Nou volgens mij geven we die met dit plan. We hebben een plan A en we hebben een plan B en we werken daar nu met elkaar de zaken verder uit. Als het gaat om de plafonds hebben we gekeken naar het verleden. Dus het budget op de meerjarenbegroting was hoger dan de realisatie. Dus in die zin is het nou ja pijnloos. Dan de fractie van Rijswijks Belang is blij met het kritisch oog.
Nou inderdaad mevrouw Kames we zijn met de stofkam, hoe heet zo’n ding ook alweer, de begroting gegaan dus dat was echt een monnikenklus maar het heeft ook zoals u in het voorstel heeft kunnen lezen toch wel heel veel opgeleverd. Ik vind de vergelijking van mevrouw Kames met het bedrijfsleven niet helemaal terecht moet ik eerlijk zeggen. Want als het gaat om het aanbod van culturele activiteiten ja die bestaan gewoon niet als er geen bemoeienis is van de overheid. Dus ik vind dat een beetje een vergelijking die niet helemaal opgaat wat mij betreft. De opmerking over Welzijn Rijswijk heb ik denk ik ook beantwoord mevrouw Kames. Mevrouw Kames (RB, ter interruptie): Nou het is niet, ja niet zozeer een interruptie. Maar ik, het gaat er ons om dat wij het gewoon prettiger vinden dat er inderdaad nu een efficiëntere wordt opgetreden en ook bij de bedrijfsvoering dat die beter onder de loep wordt genomen. Dat vonden wij gewoon het allerbelangrijkste en vooral bij bepaalde instellingen. Wethouder Besteman: Nou dat deel ik van harte met mevrouw Kames. Ik denk dat het ook een hele nuttige exercitie is geweest in die zin. Nou dat is eigenlijk ook dan mijn opmerking richting Gemeentebelangen Rijswijk die dat ook van harte ondersteunt. Er is nog wel wat werk te doen zeg ik ook tegen mevrouw Van Amerongen.
Want er zijn mogelijk nog subsidies die niet als subsidie worden geboekt dus we moeten daar nog een slag op slaan wat mij betreft. Als het gaat om de samenwerking schouwburg en de partners in het Huis van de Stad vraagt de Gemeentebelangen nog van nou kunnen we daar niet nog wat aan doen. Dat is zeker onderwerp van de gesprekken die lopen en ik denk dat het ook een hele mooie kans is om ook maar wat positiviteit in dit voorstel te brengen. De indirecte subsidies wil GBR ook nog weten nou dat volgt wat mij betreft in een apart traject als uw raad daar achter staat. Nou ja de heer Jense wil eigenlijk de verhuizing naar het Huis van de Stad en de mogelijke opbrengsten die dat nog met zich meebrengt juist niet nemen als ik hem goed begrijp. We hebben dat ja nu in onderzoek en we nemen dat mee en we zullen dan natuurlijk niet over één nacht ijs gaan. In het voorstel verwijst de heer Jense ook nog
naar de bijlage waarin in categorie wordt voorgesteld om bijvoorbeeld helemaal te stoppen met een van de culturele instellingen. Nou u begrijpt, mijn hart brak toen ik aan dat scenario moest denken. Dus dat is ook de reden waarom we dat niet voorstellen aan uw raad maar juist ook met de instellingen gezamenlijk willen kijken hoe we dat nou resterende bedrag met elkaar kunnen vinden zonder nou ja juist met een duurzame toekomst voor de instellingen en met name het aanbod van alle activiteiten voor onze inwoners. Dus dat is het idee voorzitter. De voorzitter: Dan ga ik over naar het tweede termijn waarbij ik vraag aan de fracties om zo kort mogelijk nog te reageren/ nog vragen te stellen. De heer Van den Berg (BVR): Voorzitter de wethouder geeft aan dat de gevraagde bedragen waar wij ons op attendeerden terugvloeien naar de algemene middelen. Maar is dat ook daadwerkelijk gebeurd? Ik heb even zitten kijken en ik kon het niet zo snel vinden. Kan ik daar nog een antwoord te krijgen? Dank u wel en dat was het voor de tweede termijn. Mevrouw Kistemaker (GL): U geeft aan dat het gaat om de, als het gaat om de onderuitputting dat er ook naar 2019 is gekeken.
Maar dan willen we nogmaals de vraag stellen: betekent dat dan dat de verlaging van het budget in categorie 1 voor de activiteiten binnen deze FCL’s geen consequenties heeft? En daarnaast willen we graag ook nog antwoord krijgen op de vraag wat de structurele onderuitnutting per categorie in, programma sorry, in categorie 3 is. Dat mag ook schriftelijk, ik kan me voorstellen dat u dat niet zo paraat heeft. Ja en uw antwoorden op de vragen over de grote instellingen, ja vinden we wel zorgelijk, zeker als u dan ook nog zegt van nou misschien kunnen ze nog inkomsten verhogen. Nou ja ik vind dat wel, dat is wel een hoop vragen aan deze instellingen, zeker in deze toch wel zware tijd. Dus nou ja we houden dat nog goed in de gaten. Mevrouw Koopman (D66): Ja dank u wel. Ik had nog een aanvullende, korte vragen en opmerking die u misschien niet helemaal beantwoord had. Allereerst denk ik dat we eigenlijk, we hebben die taakstelling meegegeven in een begrotingsraad voordat de tweede lockdown ontstond. Dus ik denk dat we als raad misschien ook en daar ben ik het wel eens met mevrouw Koegler, ook zouden kunnen overwegen, is het nu wel zinvol om die totale, dat totale bedrag te laten staan. Want moeten we niet kijken of we dat op een andere manier kunnen bezuinigen in plaats van bij de subsidies weghalen.
En dat denk ik vooral aan het bedrag wat we nu inderdaad als taakstelling willen meegeven aan de vier grote instellingen die het op dit moment heel zwaar hebben. Dus dat is in ieder geval iets wat we, waar we even goed naar moeten kijken. In het overzicht van de subsidies aan te raken wel een aantal, ontbreken er een aantal, Strandbal is volgens mij al genoemd maar die staat niet meer in het overzicht. Die staat bijvoorbeeld ook een aantal subsidies die in onder het subsidieplafond onderuitnutting staan zoals kunst aan particulieren, die staat niet in het overzicht meer van de subsidies. Dus ik weet niet of het wel volledig is het overzicht. Ik zou u vragen om dan nog even goed naar te kijken. De subsidie kunst aan particulieren daar haalt u nu iets van dat dat de onderuitnutting maar wat ons betreft zou die denk ik volledig geschrapt kunnen worden omdat dat denk ik voor een vooral door vermogende Rijswijkers wordt gebruikt. En misschien is dat wel eentje die, hoe ze ook een, leuk is maar niet echt puur noodzakelijk en die zouden we kunnen schrappen. Mijn belangrijkste punt voor deze tweede termijn is dat u eigenlijk nog niet goed antwoord heeft gegeven op mijn opmerking, vraag over programma 7. In, u heeft een toezegging gedaan in januari dat u met een raadsvoorstel zou komen dat ook de kortingen op programma 7 in een raadsvoorstel voor 1 april zouden worden verwerkt.