IB 21 073 a. Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024.pdf
Tekst van het document
Met dit Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024 werkt de gemeente aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en het realiseren van gezondheidswinst door het uitvoeren van een pakket aan maatregelen.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
24
6.2. Op welke maatregelen wordt ingezet Verkeer is in principe de grootste en gemakkelijkste bron van de luchtvervuiling waar de gemeente invloed op kan uitoefenen. Daarnaast is een aantal andere maatregelen opgenomen die eveneens tot een vermindering van de luchtverontreiniging leiden. Alle maatregelen zijn gericht op het verminderen van de uitstoot. Het beïnvloeden van de route of afscherming zoals bij de aanpak van de geluidshinder vaak gebruikt wordt, heeft voor de aanpak van de luchtkwaliteit geen of zelfs een negatief effect en is in het kader van dit actieplan niet onderzocht. In dit Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024 zijn de volgende 13 maatregelen opgenomen: 1. Uitbreiding milieuzone Haagweg 2. Uitbreiding netwerk van laadpalen 3. Onderzoek milieuzone Prinses Beatrixlaan 4. Stimuleren fietsgebruik 5. Verbeteren openbaar vervoer 6. Milieuzone brom- en snorfietsen 7. Verbetering doorstroming verkeer 8. Emissievermindering werktuigen en machines 9. 0-emissie eigen wagenpark en 0- emissie groenbeheer 10. Aanpak uitstoot huishoudens 11. Duurzaam en energiezuinig bouwen en wonen 12. Vermindering blootstelling long- en hartpatiënten 13. Beleidslijn gevoelige bestemmingen bij ruimtelijke plannen De maatregelen zijn in de volgende paragrafen nader toegelicht.
6.2.1. Uitbreiding milieuzone Haagweg De gemeente Rijswijk heeft sinds 1 november 2010 een milieuzone voor vrachtauto’s. De milieuzone is ingesteld om te kunnen voldoen aan de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. Maatregelen en beleid De gemeente wil de milieuzone Haagweg uitbreiden om de luchtkwaliteit verder te verbeteren en gezondheidswinst te realiseren. Er is sinds 2016 in deze zone geen overschrijding meer berekend van de Europese grenswaarden. Om te blijven voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen en om stapsgewijs te werken aan het bereiken van de gezondheid advieswaarden voor de luchtkwaliteit zijn meer inspanningen nodig. Potentieel effect op de luchtkwaliteit De oude dieselpersonenauto's en (diesel)bestelauto's stoten relatief gezien veel verontreinigende stoffen uit. Het aanscherpen van het toegangsregime voor de milieuzone heeft effect op de luchtkwaliteit in de milieuzone én op de toe leidende wegen. Het potentieel effect wordt geschat op 5% tot 10% reductie van de emissie. Het effect op de gezondheid van de inwoners in de milieuzone is 0 tot 3 dagen en het totale effect wordt geschat op 10.000 dagen gezondheidswinst. Impact van de maatregel De uitbreiding van het toegangsregime van de milieuzone kan gevolgen hebben voor de inwoners en bedrijven die in de milieuzone wonen of werken.
Uit het verkeerskundig- en haalbaarheidsonderzoek zal blijken of het aantal oudere dieselvoertuigen aanleiding geeft om een sloopregeling aan deze maatregel te koppelen of te werken met ontheffingen. Planning In het najaar 2020 wordt gestart met een verkeerskundig- en haalbaarheidsonderzoek voor deze
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
25
maatregel. Uit dit onderzoek moet blijken of de hoeveelheid (oude) dieselpersonenauto's en bestelauto's die door en in de milieuzone rijden voldoende aanleiding geven om het toegangsregime uit te breiden tot deze categorie voertuigen. Het onderzoek moet ook antwoord geven op de vraag hoeveel van deze voertuigen binnen de milieuzone geregistreerd staan. In 2022 verandert het toegangsregime voor vrachtauto’s van euroklasse IV naar euroklasse VI. Dit is een goed moment om de milieuzone uitbreiding voor bussen en (oudere diesel) personenauto’s en bestelbussen in te voeren. Financiën De kosten voor het verkeerskundig- en haalbaarheidsonderzoek worden betaald uit het regulier budget 2020 van Natuur & Samenleving. De financiële consequenties van de verdere uitwerking van deze maatregel wordt meegenomen bij het opstellen van de begroting 2021.
6.2.2. Uitbreiding netwerk van laadpalen De gemeente Rijswijk bouwt aan een netwerk van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in de openbare ruimte. Elektrische auto's zijn schoner, stiller en zuiniger dan auto's die op gewone brandstof rijden. De gemeente probeert laadpalen zo te plaatsen dat ze goed gebruikt zullen worden. Maatregelen en beleid De laadpalen worden geplaatst voor bewoners die niet op eigen terrein kunnen parkeren. De openbare oplaadpunten worden nooit gekoppeld aan één gebruiker. Iedereen met een elektrische auto kan deze laadpalen gebruiken. Volgens de website www.oplaadpalen.nl zijn er op dit moment ongeveer 70 oplaadpunten in de gemeente. In Figuur 6.1 is een kaart met de oplaadpunten afgebeeld.
Figuur 6.1:
Locaties van oplaadpunten in de gemeente (bron www.oplaadpalen.nl )
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
26
Potentieel effect op de luchtkwaliteit Elektrisch vervoer heeft een gunstig effect op de luchtkwaliteit, geluidsoverlast en het klimaat. Elektrische auto’s stoten geen of aanzienlijk minder schadelijke stoffen uit. Hoe gunstig een elektrische auto is voor het klimaat hangt af of de auto opgeladen wordt met groene stroom. Volledig elektrische voertuigen stoten tijdens het rijden geen stikstofdioxide en fijnstof motoremissies uit. Plug-in hybride voertuigen en auto’s met een range extender stoten gedurende de elektrisch gereden kilometers geen schadelijke stoffen uit. Zodra de verbrandingsmotor gaat werken is er wel sprake van uitstoot. Volgens onderzoek van TNO zijn de fijnstof slijtage-emissies (banden- en remslijtage) van elektrische voertuigen circa 25% lager dan voor conventionele voertuigen. Zo lang het aantal elektrische voertuigen in Rijswijk het landelijke gemiddelde volgt is het effect impliciet opgenomen in de generieke emissiefactoren. Planning Doorlopend beleid. Financiën In de begroting 2020 is budget gereserveerd voor 15 laadpalen. Ook voor 2021 is budget gereserveerd. De financiering van laadpalen voor de daaropvolgende jaren wordt opgenomen bij het opstellen van de begroting.
6.2.3. Onderzoek milieuzone Prinses Beatrixlaan De Prinses Beatrixlaan is een belangrijke en drukke ontsluitingsroute van de gemeente. Dit brengt met zich mee dat de luchtkwaliteit langs de Prinses Beatrixlaan slecht is. Het verminderen van de hoeveelheid verkeer lijkt geen reële mogelijkheid te zijn door de belangrijke functie die de weg zowel voor Rijswijk als ook voor de omliggende gemeenten heeft. Het verminderen van de uitstoot door het verkeer door het instellen van een milieuzone is in principe mogelijk. Maatregel en beleid De gemeente wil een verkeers- en haalbaarheidsonderzoek uitvoeren naar het instellen van een milieuzone voor de Prinses Beatrixlaan. In eerste instantie wordt ingezet op het weren van vervuilende vrachtwagens. In een later stadium zal in aansluiting op de uitbreiding van het toegangsregime voor de bestaande milieuzone Haagweg ook de dieselpersonenauto's en bestelauto's in het regime opgenomen worden. Potentieel effect Het positieve effect van het weren van vervuilende vrachtwagens is in de milieuzones wel aangetoond. Er zijn geen voorbeelden waarbij een hoofdontsluitingsroute zoals de Prinses Beatrixlaan als milieuzone ingericht wordt. Door de hoeveelheid verkeer is het effect groot en bedraagt zeker 5 tot 10% van de lokale emissie. Als ook oude dieselpersonenauto's en bestelauto's geweerd worden loopt het effect op tot 15% van de totale emissie.
Dit effect wordt bereik op de wegen binnen de milieuzone maar ook op de wegen die aansluiten op de milieuzone. De maatregel heeft effect in een groot gebied met ongeveer 22.000 inwoners. De gezondheidswinst van de milieuzone voor vrachtverkeer is 0 tot 3 dagen en totaal levert dit een gezondheidswinst op van 14.000 dagen. Als ook de oude dieselpersonenauto's en bestelauto's in het toegangsregime opgenomen worden is de gezondheidswinst voor de 22.000 inwoners ruim 4.000 dagen extra. Impact van de maatregel Door de functie van de Prinses Beatrixlaan zal impliciet een groot deel van de gemeente onderdeel moeten worden van de milieuzone of geraakt worden door de milieuzone. Zo zullen mogelijk een groot deel of misschien wel alle aansluitende wegen onderdeel van de milieuzone moeten worden.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
27
De Prinses Beatrixlaan heeft een belangrijke doorgaande functie en door het invoeren van deze maatregel is de impact dus niet beperkt tot inwoners en bedrijven binnen Rijswijk. Planning In 2021 uitvoeren van een verkeer- en haalbaarheidsonderzoek naar de leeftijd van de vrachtwagens en personenauto's die gebruik maken van de prinses Beatrixlaan. In het onderzoek wordt het doorgaand verkeer betrokken en waar de grenzen van de grenzen van de milieuzone de milieuzone het beste gelegd kunnen worden. Financiën De financiering van het verkeersonderzoek wordt opgenomen in de begroting van 2021. Op basis van het resultaat uit het verkeersonderzoek worden de financiële consequenties voor de daaropvolgende jaren meegenomen in de begroting van die jaren.
6.2.4. Stimuleren fietsgebruik Meer fietsgebruik draagt bij aan een leefbare, bereikbare en gezonde gemeente. Fietsen is gemakkelijk, snel, stil, schoon en klimaatneutraal. Elektrische fietsen zijn een goed alternatief voor vervuilende brommers en scooters. Maatregelen en beleid De gemeente wil het fietsgebruik stimuleren. Dit is onderdeel van doorlopend beleid en komt in alle disciplines terug. Er worden zowel harde maatregelen (verbetering van de infrastructuur, fietsroutes en stallingsmogelijkheden) als zachte maatregelen (bewegwijzering, informatie, promotie) getroffen. Het realiseren van goede fietsvoorzieningen, waaronder veilige, comfortabele en directe fietsroutes bevordert de toename van het gebruik van de fiets. In 2020 staan op het programma de fietsprojecten op de route Sir Winston Churchilllaan, Van Rijnweg en Sammersweg. In de komende jaren staan de routes op de Steenlaan/Ruysdaelplein, de Rembrandtkade (2e fase), fietstunnel RijswijkBuiten, Jan Thijsenweg en de Lindelaan op het programma. Potentieel effect Het effect van meer fietsgebruik op de luchtkwaliteit en gezondheid is evident. Een rit op de fiets emitteert geen verontreinigende stoffen en is daarmee een schoon vervoermiddel. Hoe meer de fiets gebruikt wordt in plaats van de auto of brommer/scooter, hoe minder emissie en impliciet dus een betere luchtkwaliteit en gezondheidseffecten.
Het effect is meetbaar als bekend is hoeveel autoritten bespaard worden. Voor het effect moet uitgegaan worden dat de fietsritten een vervanging zijn van het gebruik van de personenauto. Het aandeel van de personenauto's in de totale emissie in Rijswijk is ongeveer 10 tot 15%. Als door de maatregelen bijvoorbeeld 10% van het personen autoverkeer in Rijswijk met de fiets gaat daalt de emissie. Dit geeft een gezondheidswinst voor alle inwoners van Rijswijk. Het aantal dagen gezondheidswinst per persoon is niet zo groot, maar omdat alle inwoners profiteren is de totale gezondheidswinst naar schatting 20.000 dagen. Relatie met andere programma’s Structuurvisie Mobiliteit, fietsprojecten van de provincie en de Metropoolregio Planning Het stimuleren van het fietsverkeer is doorlopend beleid. Uitvoeringsjaren van de genoemde maatregelen periode 2020-2022. Financiën De financiering van de maatregel is opgenomen in de begroting 2020-2023.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
28
6.2.5. Verbetering openbaar vervoer In het stedelijk verkeer vervult het openbaar vervoer een belangrijke rol en is een goed alternatief voor de auto. Het openbaar vervoer moet dan goed georganiseerd zijn, snelle routes hebben, een hoge frequentie en weinig of geen verontreinigende stoffen uitstoten. De (snel)tram voldoet hier ruimschoots aan. Het busvervoer in Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk wordt uitgevoerd onder de Concessie Bus Den Haag stad. Bussen die rijden op aardgas stoten aanzienlijk minder fijn stof uit dan reguliere dieselbussen. De bussen die hier gebruikt worden stoten daarnaast veel minder NO2 en NOX uit. De bussen zijn daarmee relatief schoon. De innovatie op het gebied van de ontwikkeling van schonere bussen gaat door. Er zijn inmiddels nieuwere technieken voor schoner en zuiniger openbaar vervoer. In het Bestuursakkoord Zero Emissie Busvervoer heeft het Rijk met de vervoersautoriteiten afgesproken om vanaf 2025 alle nieuwe bussen te laten rijden op 100% hernieuwbare energie of brandstof. Vanaf 2030 moeten alle OV-bussen volledig emissievrij zijn. Het busvervoer in Rijswijk wordt uitgevoerd onder de Concessie Haaglanden Stad. De MRDH is de OV-autoriteit in deze regio. In het programma van eisen die de MRDH hanteert bij de aanbesteding van het busvervoer is de invoering van schonere en zuinigere bussen een belangrijke voorwaarde.
Maatregelen en beleid Het openbaar vervoer is geregeld in concessies. Daardoor is verandering van het openbaar vervoer tijdens de looptijd van de concessie niet eenvoudiger geworden. Goed openbaar vervoer is een belangrijke pijler voor de gemeente. Openbaar vervoer moet een deel van de groei van de mobiliteit opvangen. Daarom blijft de gemeente lobbyen voor een robuust, fijnmazig en vraag gestuurd OVnetwerk, waarin we ook nadrukkelijk kijken naar alternatieve en innovatieve OV-vormen. De gemeente heeft beperkte sturingsmogelijkheden op het aspect verbeteren openbaar vervoer, daarom richten wij ons op de beïnvloeding van andere partijen met dezelfde complementaire belangen. Het gaat dan hier om formele en informele gesprekken met de betrokken partijen. Om deze lobby te verstevigen ontwikkelen we een plan voor de mobiliteitstransitie. Naast schoon openbaar vervoer draagt ook het gebruik van openbaar vervoer bij aan een schonere lucht en een betere bereikbaarheid van de stad. Station Rijswijk verdient bijzondere aandacht als openbaar vervoer knooppunt. Het Station vormt een goede overstap tussen trein, tram, bus, auto en fiets. Een station waar het prettig verblijven is helpt mee om het gebruik van openbaar vervoer te stimuleren. De gemeente zet zich daarom in om samen met ProRail, de NS en de MRDH te zoeken naar kansen voor verbetering van de knooppunt functie van het station.
In dit kader wordt ook voor Rijswijkbuiten onderzoek gedaan naar de best haalbare invulling van duurzame mobiliteit en welke investeringen daar de komende jaren voor nodig zullen zijn. Potentieel effect Het effect van schoon openbaar vervoer en meer gebruik van het openbaar vervoer in plaats van de auto op de luchtkwaliteit is evident. Hoe meer het openbaar vervoer gebruikt wordt in plaats van de auto (of brommer/scooter), hoe minder emissie en impliciet dus een betere luchtkwaliteit. Voor het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer is in principe vergelijkbaar met het stimuleren van het fietsgebruik. Het effect is ingewikkelder om het effect voor het openbaar vervoer inzichtelijk te maken omdat niet iedere autorit zich leent om met het openbaar vervoer te gaan. Er moet wel de juiste verbinding op het juiste moment aanwezig zijn. Planning In 2020 wordt gestart met een aanpak mobiliteitstransitie.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
29
Financiën Regulier budget van Bereikbare Stad (begroting 2020).
6.2.6. Milieuzone brom- en snorfietsen De emissies van het autoverkeer dalen, maar dit geldt niet of nauwelijks voor veel andere bronnen. Eén van die bronnen is het gebruik van brom- en snorfietsen. Uit landelijke cijfers blijkt dat de bromen snorfietsen verantwoordelijk zijn voor minder dan 1% van de stikstof- en 7% van de fijnstof uitstoot. Daarnaast stoten ze relatief veel koolwaterstoffen (waaronder benzeen) en roet uit dat bij directe blootstelling zeer schadelijk is voor de gezondheid. Dit geeft aanleiding om ook dit type voertuig zo snel mogelijk uitstootvrij te maken. Tot aan 2016 bleef de verkoop van e-scooters laag. ‘Te duur’ en ‘slechte kwaliteit’ lagen hier veelal aan ten grondslag. Door toetreding van steeds meer nieuwe partijen tot de markt stijgt het aanbod de laatste jaren, waardoor de e-scooter nu al wordt aangeboden in dezelfde prijscategorieën als een scooter op fossiele brandstof. Maatregelen en beleid Gemeente Den Haag heeft een milieuzone voor brom- en snorfietsen in de hele gemeente ingesteld[7]. Rijswijk zou hier mogelijk bij aan kunnen sluiten. Het aantal geregistreerde brommers in Rijswijk is relatief lager dan Den Haag. De bijdrage in de emissie is echter niet veel anders dan de landelijke cijfers (zie Tabel B2.3 in bijlage 2). Er zijn ongeveer 3.750 brommers en scooters in Rijswijk geregistreerd (bron CBS).
Tweetakt brommers en scooters zijn zeer vervuilend, zeker de oudere exemplaren met een bouwjaar van voor 2011. Het doel van deze maatregel is de vervuilende brommers en scooters uit de gemeente te weren. Het gebruik van brommers en scooters is in Rijswijk misschien niet groot, maar doordat de brommers en scooters veel verontreiniging uitstoten is de bijdrage relatief toch fors. Daarbij rijden de brommers en scooters tussen de fietsers en voetgangers op plekken waar veel mensen verblijven en waar verbetering van de luchtkwaliteit gezondheidswinst oplevert. Potentieel effect op de luchtkwaliteit De brommers en scooters met tweetakt motoren stoten relatief veel verontreinigende stoffen uit. Kenmerk van de tweetakt motoren is dat de er olie aan de brandstof wordt toegevoegd om de motor te smeren. De gevolgen voor de uitstoot zijn evident. Onderzoek van TNO in 2017 wees uit dat een tweetakt bromfiets ruim 20 keer meer fijnstof uitstoot dan de limiet die geldt voor moderne auto's. Een viertakt brommer deed het weliswaar beter maar scoorde toch ook nog erg slecht. Een brommer stoot bijna evenveel fijn stof uit als een gemiddelde vrachtauto. De invloed van de brommers en scooters op de luchtkwaliteit is relatief gezien groot. Het weren van de (tweetakt) brommers of scooters zal een positief effect hebben op de luchtkwaliteit.
Indien de brommers en scooters volledig 0-emissie zouden zijn, betekent dit een potentieel gezondheidswinst van enkele dagen. Planning Start onderzoek in 2020. Financiën De onderzoeken die nodig zijn voor de invoering van deze maatregel worden betaald uit het regulier budget van Natuur & Samenleving. De kosten van de verdere uitwerking en invoering van deze maatregel worden opgenomen in de begroting 2021.
6.2.7. Verbetering doorstroming autoverkeer Het autoverkeer heeft zowel in de stad als op de autosnelwegen te maken met congestie en
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
30
filevorming. Conventionele auto's stoten in de file beduidend meer luchtverontreiniging uit dan als ze kunnen doorrijden. De luchtkwaliteit is nabij verkeerslichten vaak verhoogd door de stilstaande en langzaam rijdende auto's. Maatregel en beleid De gemeente is aangesloten bij het partnership programma Talking Traffic. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat trekt dit programma. In het kader van dit programma worden momenteel acht verkeerslichten op de Prinses Beatrixlaan en drie verkeerslichten op de Haagweg omgebouwd naar zogenaamde slimmere verkeerslichten. Hiermee wordt de doorstroming voor alle weggebruikers verbeterd. De gemeente verkent de mogelijkheden om meer verkeerslichten om te bouwen naar slimmere verkeerslichten. Potentieel effect Het verbeteren van de doorstroming van het (vracht)autoverkeer zorgt voor een lokale verbetering van de luchtkwaliteit en levert gezondheidswinst op. Het effect wordt mogelijk verminderd als door de verbeterde doorstroming meer autoverkeer ontstaat of als dit gebruik gaat maken van deze route. Het toepassen van slimmere verkeerslichten kan ook een positieve invloed hebben op de doorstroming van het fietsverkeer en het openbaar vervoer en daarmee op het gebruik daarvan. Planning Doorlopend beleid in het programma Talking Traffic. Financiën Er is voor dit project een subsidieregeling van de Rijksoverheid.
Het programma dat in 2020 wordt gerealiseerd, wordt betaald uit deze subsidieregeling.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
31
6.2.8. Emissievermindering mobiele werktuigen en machines. Werktuigen en machines is een verzamelnaam voor werktuigen die worden ingezet voor onderhoud, bouw- en constructieprojecten. Voorbeelden zijn shovels, kranen, graafmachines, aggregaten en (hand)machines, maar ook apparaten voor groenonderhoud en veegmachines. Al deze werktuigen en machines gebruiken vaak diesel als brandstof en veroorzaken luchtvervuiling. Waar en hoeveel precies is vaak niet duidelijk en afhankelijk van de plaats en type werkzaamheden. De emissieregistratie houdt de uitstoot van werktuigen en machines apart bij. Daaruit blijkt dat de emissie van werktuigen en machines in Rijswijk verantwoordelijk is voor ruim 16% van de NO2 uitstoot en bijna 9% van de fijnstof uitstoot. De fijnstof uitstoot bestaat vrijwel volledig uit PM2,5 en EC (zie Tabel B2.2 in bijlage 2). Dit zijn aanzienlijke hoeveelheden en hier ligt een reële mogelijkheid om tot emissiereductie te komen. Mobiele werktuigen zijn net als voertuigen gebonden aan Europese emissienormen. Deze eerste normen bestaan sinds 1999 en zijn de loop van de jaren regelmatig aangescherpt, de laatste update (fase V) geldt vanaf 2019. Hoe hoger de fasenorm, hoe minder vervuilende stoffen het werktuig uitstoot. Er is ook winst te behalen door de machines uit te zetten in plaats van langdurig stationair te laten draaien.
Voor een steeds groter deel van de mobiele werktuigen zijn daarnaast uitstoot vrije alternatieven beschikbaar of in ontwikkeling. Dit zijn deels elektrische alternatieven maar ook mobiele werktuigen die draaien op waterstof. Belangrijke belemmeringen voor het gebruik van elektrische machines blijken de hoge aanschafprijs en het ontbreken van (tijdelijke) laadinfrastructuur op de bouwplaats. Op bouwlocaties worden werktuigen en machines gebruikt die veelal op diesel werken. Denk aan hijskranen, grondverzetmachines en aggregaten. Voor dit soort machines is schonere diesel beschikbaar. Deze diesel heet GTL. Dat is diesel gemaakt van aardgas. Daardoor is er veel minder uitstoot van fijnstof en NOX. Shell, BAM Infra en de gemeente Den Haag hebben afgesproken om bij de bouw van de Rotterdamsebaan deze brandstof te gebruiken. Deze afspraak is onderdeel van de landelijke Green Deal 'Het Nieuwe Draaien' om in 2020 10% minder CO2 uit te stoten en 15% minder NOX ten opzichte van 2016. Maatregelen en beleid De gemeente kan beperkt sturen op de uitstootnorm van de werktuigen die in de stad worden ingezet, maar heeft niet op alle bouwprojecten directe invloed. Voor projecten in opdracht van de gemeente Rijswijk kan de meeste invloed worden uitgeoefend via gunningscriteria of eisen in de aanbestedingen. Voor particuliere bouwprojecten zoals renovaties is de invloed een stuk beperkter.
Hiervoor zullen vooral voorlichting en bewustwording en afspraken met bedrijven tot uitstoot reductie kunnen leiden. De gemeente streeft naar emissie vermindering van de mobiele werktuigen. Daarom sluit de gemeente aan bij het project van de Rijksoverheid om samen met gemeenten en provincies onderzoek te doen naar de mogelijkheden, knelpunten en randvoorwaarden om schoner of 0emissie te werken en de manieren waarop dit kan worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld via het aanbestedingsbeleid en nieuwe regelgeving. Potentieel effect op de luchtkwaliteit Het potentieel effect van een maatregel waarmee de emissie van de werktuigen en machines tot nul daalt is groot, dit is echter pas op langere termijn mogelijk omdat er vooral voor de zware machines nog geen goede (elektrische) alternatieven zijn. Ingeschat is dat een reductie van de emissie van 50% in 2030 haalbaar moet zijn. Een dergelijke reductie levert een gezondheidswinst op voor de inwoners van Rijswijk van 0 tot 3 dagen. De totale gezondheidswinst wordt ingeschat op 20.000 dagen. Planning
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
32
In 2020 deelname aan de pilot mobiele werktuigen van het SLA Financiën Voor deelname aan het onderzoek zijn er geen financiële gevolgen.
6.2.9. 0-emissie eigen wagenpark en 0-emissie groenbeheer De 0-emissie voertuigen en machines dragen bij aan een gezonde, leefbare gemeente. Het draagt bij aan minder uitstoot van CO2, fijnstof en NO2. Het gebruik van 0-emissie machines en apparaten draagt ook bij aan een gezonde werkomgeving. Maatregel en beleid Het eigen wagenpark van de gemeente bestaat voor een deel nog uit voertuigen die rijden op fossiele brandstoffen. Ook voor het groenbeheer van de gemeente, wordt voor een deel gebruik gemaakt van machines en apparaten op fossiele brandstoffen. De gemeente zorgt door het gebruik van voertuigen en apparaten op fossiele brandstoffen ook voor de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen uit binnen de gemeentegrenzen. De gemeente streeft vanuit haar voorbeeldrol naar de inzet van 0-emissie voertuigen, machines en apparaten die voldoen aan de functionele eisen. De gemeente is met het verduurzamen van het eigenwagenpark. In 2007 is daarmee gestart met de aanschaf van voertuigen die op aardgas rijden. Voor onderdelen in het wagenpark die niet op aardgas kunnen rijden wordt gebruik gemaakt van blauwe diesel. Blauwe diesel stoot minder CO2 , PM en NO2 uit dan de reguliere diesel. Ook zijn enkele voertuigen vervangen door elektrische. De apparaten voor groenbeheer worden stapsgewijs vervangen door schonere alternatieven.
Bij de aanschaf van voertuigen en materieel wordt rekening gehouden met zero-emissie uitvoeringen als alternatief voor voertuigen en materieel op fossiele brandstoffen. Deze werkwijze moet bij inkoop en aanbesteding leiden tot de aanschaf zero emissie voertuigen en apparaten. De gemeente sluit aan bij het project van de Rijksoverheid om samen met andere gemeenten en provincies onderzoek te doen naar de mogelijkheden, knelpunten en randvoorwaarden om schoner of 0- emissie te werken en de manieren waarop dit gerealiseerd kan worden. Potentieel effect De totale gezondheidswinst van deze maatregel, voor de inwoners van Rijswijk, wordt geschat op meer dan twee dagen. Planning 2020: de aanschaf van nieuwe 0-emissie voertuigen en apparaten volgt de planning van vervanging van het voertuig of machine. Financiën In de begroting 2020 is de reguliere vervanging van voertuigen opgenomen.
6.2.10. Aanpak uitstoot door huishoudens De meeste mensen in Nederland koken en verwarmen hun huis met aardgas. Circa 10% van de woningen heeft een open haard, hout- of pellet-kachel en gebruikt die regelmatig, waarvan in de meeste gevallen voor de 'gezelligheid'. Aardgas is een relatief schone brandstof met relatief weinig uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, maar dat is duidelijk anders voor de met hout gestookte kachels. De uitstoot is sterk afhankelijk van de soort kachel en ook van de wijze van stoken. Maar voor alle hout gestookte kachels geldt dat ze naast veel fijnstof in de vorm van met name PM2,5, ook diverse andere luchtverontreinigende stoffen uitstoten waaronder de kankerverwekkende polycyclische koolwaterstoffen (PAK's).
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
33
Vanuit oogpunt van duurzaamheid wordt het verbranden van biomassa en het stoken van hout beschouwd als een CO2 neutrale vorm van energieopwekking. Beide gaan gepaard met emissies van CO2 uit kort cyclische koolstof, tenminste als er voldoende aandacht is voor het duurzaamheidsaspect in de gehele keten (groeien, kappen, transport, verwerking en verbranding). Er klinkt steeds meer kritiek op deze wijze van reduceren van de CO2 emissie. Enerzijds omdat de keten niet voldoende duurzaam is en er bijvoorbeeld hout geïmporteerd wordt. Anderzijds omdat bij de verbranding van biomassa veel luchtverontreiniging ontstaat in de vorm van fijnstof, rook en geur. Maatregelen en beleid De mogelijkheden om houtstook aan te pakken zijn, vanwege beperkte landelijke wetgeving en mogelijkheden in de bouwvoorschriften, vooralsnog beperkt. De aanpak bestaat vooral uit voorlichting en kan de volgende onderdelen bevatten: Voorlichting aan bewoners om ze bewust te maken van de gezondheids- en hinderaspecten van houtrook. Afspraken over de afhandeling van klachten over houtrook in samenwerking met GGD Haaglanden en gemeente Den Haag. Promotie van mogelijkheden om de schoorsteen te voorzien van filters of rookgasreinigers. Stimuleren om oude kachels te vervangen door nieuwe en schonere exemplaren. Ontmoediging van de installatie van nieuwe houtkachels.
Potentieel effect Het is niet bekend waar en hoeveel houtstook er precies is. Er zijn alleen gegevens beschikbaar van de emissie van alle vuurhaarden van consumenten. Uit die gegevens blijkt dat de emissie van PM2,5 in Rijswijk voor ongeveer 15% afkomstig is van het stoken van hout door particulieren. Planning 2020-2024: voorlichting over negatieve effecten houtrook via de gemeentelijke website en socialmedia. Financiën De kosten van de voorlichting worden betaald uit het regulier budget van Natuur & Samenleving (begroting 2020). De kosten van de voorlichtingsactiviteiten van volgende jaren worden opgenomen in de begrotingen van die jaren.
6.2.11. Duurzaam en energiezuinig bouwen en wonen De gemeente heeft met de Energietransitie gemeente Rijswijk de aanzet gegeven tot het energiezuinig bouwen en wonen. Het doel is het verminderen van het energiegebruik of meer expliciet het verminderen van het gebruik van de fossiele brandstoffen zoals aardgas. Deze omschakeling zorgt voor vermindering van de uitstoot van kooldioxide (CO2). Een bijkomend voordeel van deze omschakeling van fossiele brandstoffen naar een duurzame energievoorziening is veelal ook positief voor de luchtkwaliteit. Maatregelen en beleid Het beleid in Nederland is er op gericht om het gebruik van fossiele brandstoffen volledig af te bouwen. Voor verwarming en koken wordt nu nog vrijwel overal aardgas gebruikt. Er wordt (landelijk) beleid ontwikkeld om woningen en kantoren gasloos te maken. Aardgas is een relatief schone brandstof. In het streven naar gasloze alternatieven moet voorkomen worden dat de keuze valt op minder schone brandstoffen, zoals pellet-kachels of biomassacentrale. Dit aspect is voor de gemeente een aandachtspunt bij de uitvoering van de energietransitie. In het Basisdocument Energietransitie Rijswijk zijn de uitgangspunten die de gemeente hanteert bij de energietransitie opgenomen. Het mijden van minder schone brandstoffen is daarin opgenomen.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
34
Potentieel effect op de luchtkwaliteit Bij verwarming van gebouwen en woningen komt nu nog stikstofdioxide en een kleine hoeveelheid fijnstof vrij. Uit gegevens van de emissieregistratie blijkt dat ongeveer 20% van de totale stikstofdioxide emissie in Rijswijk afkomstig is van het verwarmen van woningen en gebouwen. Het aandeel fijnstof is beduidend kleiner en bedraagt 3% van het totaal voor het grootste deel bestaande uit PM2,5, voornamelijk afkomstig van open haarden en houtkachels.
6.2.12. Vermindering blootstelling long- en hartpatiënten Mensen met long- en hartziekten zijn extra gevoelig voor luchtvervuiling. Eerder is door de GGD Haaglanden voor de gemeenten Den Haag en Leidschendam-Voorburg onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om ook voor deze doelgroep de leefomstandigheden te verbeteren door het verruimen van de criteria voor medische urgentie bij het verkrijgen van een huurwoning. Uit het onderzoek komt naar voren dat voor een deel van de doelgroep vermindering van de blootstelling aan luchtverontreiniging mogelijk is, maar dat verhuizen daarvoor vaak niet de meest aangewezen oplossing is. Een tweede mogelijkheid is het filteren van lucht binnenshuis. Aangezien er geen praktijkvoorbeelden uit Nederland zijn gevonden waarbij gedurende langere tijd gemonitord is hoe de luchtkwaliteit in huis zich ontwikkelt en wat het effect is op de gezondheid van bewoners, verdient het aanbeveling een praktijkproef op te zetten en effecten langdurig te monitoren. Daarnaast is deskundigheidsbevordering van artsen noodzakelijk. Behandelende artsen bepalen per individuele patiënt of een interventie haalbaar is en welke interventie het meest effectief is.
Het is noodzakelijk hiertoe een apart programma van voorlichting (over de gezondheidseffecten en mogelijke maatregelen) en informatievoorziening (over de luchtkwaliteit en de ligging van drukke wegen) voor artsen op te zetten. Dit geldt voor behandelend specialisten, maar ook voor de SMA-artsen die uiteindelijk beoordelen of mensen recht hebben op bepaalde voorzieningen. Maatregel en beleid In samenwerking met GGD Haaglanden en andere gemeenten in de regio Haaglanden zal: 1. Een programma voor de bevordering van deskundigheid van artsen (huisartsen, cardiologen, longartsen) worden vormgegeven. 2. Een praktijkonderzoek worden opgezet naar de mogelijke effecten van luchtfiltering in huis. Potentieel effect Deze maatregel heeft geen effect op de luchtkwaliteit in de openbare ruimte, maar draagt wel bij aan de vermindering van blootstelling van gevoelige groepen aan luchtverontreiniging Rol gemeente en partners Adviseur en partner GGD Haaglanden Andere gemeenten in de regio Haaglanden Planning Uitvoering maatregel door GGD Haaglanden in 2021/2022.
Financiën Deze maatregel wordt gefinancierd door de GGD Haaglanden.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
35
6.2.13. Beleidslijn gevoelige bestemmingen bij ruimtelijke plannen Deze maatregel heeft tot doel het voorkomen van een toename van de blootstelling van gevoelige groepen (kinderen, zieken en ouderen) aan verontreinigingen in de lucht en draagt daardoor bij aan een gezonde en leefbare gemeente. Om de blootstelling van gevoelige groepen aan luchtverontreiniging te beperken is het van belang dit gezondheidsaspect mee te wegen bij de locatiekeuze voor (nieuwe) voorzieningen. Dat geldt ook voor de aanleg van nieuwe wegen en andere verkeerskundige projectbeslissingen. Maatregelen en beleid De op te stellen beleidslijn dient om te voorkomen dat nieuwe gevoelige bestemmingen (scholen, zorg- en verpleeginstellingen) op zeer korte afstand van drukke wegen worden gerealiseerd. De beleidslijn heeft onder meer betrekking op functietoekenning in bestemmingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen. Belangrijk is dat bij het planontwikkelingsproces tijdig gezondheidsadvies wordt ingewonnen bij de GGD en dat initiatiefnemers van voorzieningen voor gevoelige groepen zich bewust zijn van dit gezondheidsaspect. De beleidslijn is een belangrijk onderdeel om in het Omgevingsplan invulling te geven aan de wens om gevoelige groepen te beschermen tegen luchtverontreiniging. In samenwerking met team Ruimte wordt een beleidslijn opgesteld waarin uitvoering wordt gegeven aan deze maatregel.
Potentieel effect Deze maatregel heeft effect op de blootstelling van gevoelige groepen aan luchtverontreiniging. De maatregel heeft geen direct effect op de luchtkwaliteit in de openbare ruimte. Planning Opstellen beleidslijn in 2022. Financiën Budget voor deze maatregel wordt opgenomen in de begroting 2022.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
36
6.3. Impact van het actieplan op de luchtkwaliteit De maatregelen zijn in de voorgaande paragraaf beschreven. Voor een aantal maatregelen is een berekening met de NSL-Rekentool gemaakt. Op basis van de resultaten is een inschatting gemaakt van het potentieel effect op de luchtkwaliteit. Daarnaast is een inschatting gemaakt van de gezondheidswinst voor de inwoners in Rijswijk uitgedrukt in het aantal levensdagen. Hierbij wordt opgemerkt dat deze inschatting gebaseerd is op een sterk vereenvoudigde redenatie dat de emissiebesparing leidt tot een lagere concentratie en dat die weer leidt tot gezondheidswinst1. In Tabel 6.1 is een overzicht gegeven van de maatregelen en de potentiële gezondheidswinst. Maatregel
Effect maatregel Gezondheidswinst Totale op aantal per persoon in gezondheidswinst inwoners dagen in dagen
1. Uitbreiding milieuzone Haagweg
15.000
0-3
10.000
2. Onderzoeken 0-emissiezone
-
-
-
3. Uitbreiding netwerk van laadpalen
-
-
-
4. Onderzoek milieuzone Prinses Beatrixlaan
22.000
0-4
14.000-18.000
5. Stimuleren fietsgebruik
51.000
0-1
20.000
-
-
-
51.000
0
1.500
8. Verbetering doorstroming verkeer
-
-
-
9. Snelheidsverlaging op de A4/A13
51.000
0-7
80.000
10. Emissievermindering werktuigen en machines
51.000
0-3
20.000
11. 0-emissie eigen wagenpark
51.000
0
1.000
12. Aanpak uitstoot huishoudens
-
-
-
13. Duurzaam en energiezuinig bouwen en wonen
-
-
-
14. Vermindering blootstelling longen hartpatiënten
-
-
-
15. Beleidslijn gevoelige bestemmingen bij ruimtelijke plannen
-
-
-
6. Verbeteren openbaar vervoer 7. Milieuzone brom- en snorfietsen
Tabel 6.1:
Maatregelen en effect op aantal inwoners en de gezondheidswinst per inwoner en totale gezondheidswinst in dagen
6.4. Monitoring actieplan luchtkwaliteit De gemeente blijft de luchtkwaliteit monitoren met monitoringsinstrument van de Rijksoverheid en de gezondheidsindicator. De gemeente zal het actieplan over twee jaar evalueren en zo nodig bijstellen.
1
Voor de bepaling van de gezondheidswinst is een vermindering van de concentratie van 0,1 µg/m 3 gelijk gesteld aan één dag gezondheidswinst
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
37
Referentielijst 1.
Wet milieubeheer, Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen http://wetten.overheid.nl/BWBR0003245
2.
Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 http://wetten.overheid.nl/BWBR0022817
3.
PBL Planbureau voor de Leefomgeving (2017), Tussenbalans van de Leefomgeving 2017, Den Haag
4.
Monitoringsrapportage NSL 2018, Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit RIVM rapport 2018-0135, 19 december 2018
5.
Hoofdlijnenbrief Schone Lucht Akkoord, Kamerstuk: kamerbrief 02-07-2019 inclusief Bijlage RIVM tussenrapport Schone Lucht Akkoord
6.
Milieuzone voor brommers Den Haag
7.
Kosten en effecten van opties voor het nationaal luchtbeleid PBL, PBL-publicatienummer: 1949, Den Haag 2019
8.
Contouren harmonisatie milieuzones, Kamerbrief Staatssecretaris I en W, kenmerk: ENW/BSK-2018/135480 d.d. 29 juni 2018
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
38
Bijlage 1: Achtergrondinformatie bij de maatregelen Harmonisatie milieuzones Op 29 juni 2018 heeft de staatssecretaris van IenW de Tweede Kamer geïnformeerd over de harmonisatie van milieuzones in Nederland[8]. Het doel van de harmonisatie is een systeem van milieuzones met eenduidige bebording en dat begrijpelijk is voor de automobilist. Het systeem stuurt effectief op de verbetering van luchtkwaliteit en geeft de keuze uit twee toegangsniveaus en is alleen geldig voor dieselvoertuigen. Met dit eenvoudige, handhaafbare en voorspelbare systeem van milieuzones zijn de belangen van de weggebruiker en het belang van een goede luchtkwaliteit op een doeltreffende manier met elkaar in balans gebracht. Hiermee komt een einde aan de wirwar van verschillende zones en weten automobilisten waar zij aan toe zijn. De regels van de harmonisatie zijn op 12 april 2019 in de RVV1990 opgenomen en worden vanaf 1 januari 2020 van kracht. Milieuzone personenauto's en bestelauto's In het nieuwe systeem wordt onderscheid gemaakt tussen zones voor personen- en bestelwagens enerzijds en vrachtwagens anderzijds. Tussen 2020 en 2025 kan een gemeente voor dieselpersonen- en dieselbestelwagens kiezen voor een 'gele' of 'groene' milieuzone. In de gele milieuzone worden alle dieselvoertuigen met Euroklasse 3 of hoger toegelaten. In 2020 gaat het om voertuigen van 20 jaar en ouder.
In de groene milieuzone worden alle dieselvoertuigen met Euroklasse 4 of hoger toegelaten. In 2020 gaat het om voertuigen van 15 jaar en ouder. Vanaf 2025 wordt het systeem één Euroklasse opgeschoven. Vanaf dat moment kan een gemeente voor dieselpersonen- en dieselbestelwagens kiezen voor een groene of blauwe zone, waar respectievelijk Euro 4 of Euro 5 voertuigen en nieuwer in mogen. Milieuzone voor vrachtauto's Voor vrachtwagens geldt op dit moment een uniform systeem, waarbij voertuigen van euro IV en nieuwer de zone in mogen. In het nieuwe systeem krijgen gemeenten de mogelijkheid om dit regime tot 2022 voort te zetten als onderdeel van de groene zone. In 2022 komt de groene zone te vervallen en kan een gemeente kiezen voor de blauwe zone waar alleen Euro VI vrachtauto's zijn toegelaten. Zero emissie zone Vanaf 2025 is het mogelijk een Zero Emissie Zone in te stellen. In deze zone, die met een nieuw verkeersbord los van de milieuzone kan worden ingesteld, kunnen conform de afspraken van de Green Deal Zero Emissie Stadslogistiek alleen nul-emissie vracht- en bestelwagens inrijden. Bij de zero-emissie zone zal het naar huidig inzicht gaan om een kleinere zone die binnen een grotere milieuzone kan liggen.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
Bijlage 1 - 1
Relatie met andere beleidsvelden Klimaatbeleid Een belangrijke actuele ontwikkeling is het klimaatakkoord. In 2015 werd tijdens de internationale klimaattop ‘de overeenkomst van Parijs’ getekend. Het doel van het akkoord is de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius. Alle landen die het akkoord ondertekend hebben, moeten nationale maatregelen treffen om dit doel te realiseren. In Nederland krijgt dit vorm in een Klimaatwet en een nationaal klimaatakkoord tussen overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties. In het Regeerakkoord van Rutte III is opgenomen dat in 2030 de uitstoot van CO2 gereduceerd moet zijn met 49 procent. Maatregelen om de reductie van CO2 en andere broeikasgassen te bereiken zijn vrijwel allemaal positief voor de luchtkwaliteit, omdat vermindering van broeikasgassen bijna automatisch vermindering van luchtverontreinigende stoffen betekent. Risicovol met het oog op de luchtkwaliteit is de verbranding van (vaste) biomassa, als alternatieve brandstof. Bij de verbranding van biomassa komen fijnstof en stikstofdioxide vrij. Het probleem doet zich vooral voor als biomassa veelvuldig op relatief kleine schaal wordt ingezet, bijvoorbeeld in een woonwijk voor stadsverwarming, omdat er doorgaans geen effectieve filters zitten op kleine installaties (in verband met de hoge kosten en lagere emissie-eisen).
Mobiliteitsbeleid Wegverkeer is een belangrijke bron van stikstofoxiden en fijnstof. Auto’s, vrachtwagens en andere gemotoriseerde vervoersmiddelen stoten luchtverontreinigende stoffen uit als gevolg van verbrandingsprocessen in de motor en als gevolg van slijtage van banden en remschijven. Beleid gericht op wegverkeer kan een belangrijke rol spelen in het terugdringen van stikstofoxiden (NOx) en fijnstof. Vermindering van de uitstoot van stikstofoxiden creëert een win/win situatie, omdat het naast gezondheidswinst ook bijdraagt aan de vermindering van stikstofdepositie, wat positief is voor natuur en biodiversiteit. Scheepvaart is een belangrijke bron voor de uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden. Zeescheepvaart stoot daarnaast ook zwavelstofdioxide uit, waarbij moet worden opgemerkt dat de uitstoot door zeeschepen op grotere afstand van de bewoonde wereld plaatsvindt dan de binnenvaart. Voor de zee- en binnenvaart wordt tussen Rijk en sector een green deal gesloten waarmee de sector zich inspant om verder te verduurzamen. Voor de zee- en binnenvaart worden emissiedoelstellingen aan schepen en brandstoffen in multilateraal verband gesteld (respectievelijk via de Internationale Maritieme Organisatie en de CCR). Nationaal beleid kan bijvoorbeeld worden gericht op walstroom in havens en bijvoorbeeld via afspraken en initiatieven met verladers en reders.
Regionale samenwerking met andere Europese havens kan de effectiviteit versterken. Nederland heeft een belangrijke maritieme industrie. Gericht innovatiebeleid kan daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan de duurzaamheid en de toekomstbestendigheid van deze sector. Ook de eigen vloot van onder andere de Rijksrederij draagt hieraan bij. De uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden door luchthavens kent drie componenten: opstijgen en landen van vliegtuigen, vervoer op het luchthaventerrein van passagiers, bagage en vracht en het gebruik van generatoren. De uitstoot door vliegtuigen verschilt sterk per type vliegtuig. Vliegtuigen stoten (ultra)fijnstof en stikstofoxiden uit. Ultrafijnstof komt vrij bij het opstijgen en landen van vliegtuigen door de verbranding van kerosine. Vliegvelden zijn daarmee een hotspot van (ultra)fijnstof. Daarnaast draagt (ultra)fijnstof bij aan de vorming van de deken over Nederland. Bij luchthavens in binnen- en buitenland wordt langdurig onderzoek gedaan (afronding in 2021) naar de precieze gezondheidseffecten van ultrafijnstof. De concentratie van luchtverontreinigende stoffen rond vliegvelden wordt versterkt door de verkeersbewegingen richting een vliegveld die
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
Bijlage 1 - 2
zorgen voor uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden. De luchtvaartsector onderneemt zelf verschillende stappen om de uitstoot van CO2 te reduceren (Actieplan Luchtvaart Nederland). Ruimtelijk domein en huishoudens Particuliere houtstook wordt door kennisinstellingen en experts geïdentificeerd als belangrijke factor voor luchtverontreiniging. Mensen worden ook sneller blootgesteld aan uitstoot door particuliere houtstook, vanwege de lagere schoorstenen die op of vlakbij woningen zijn gesitueerd. Met name voor de uitstoot van de kleinere fijnstofdeeltjes is houtstook een belangrijke bron. De kans bestaat dat mensen houtstook zien als alternatieve warmtebron, nu gasloos wonen de norm wordt in de toekomst. In de ontwikkeling naar een broeikasgasvrije economie kan biomassa worden ingezet. Vooral particuliere stook van biomassa draagt bij aan luchtverontreiniging, omdat effectief filteren op deze schaal (te) kostbaar is. In de nabije toekomst is sprake van een stevige woningbouwopgave. Steden moeten tot 2030 ongeveer één miljoen woningen bijbouwen. Met name bebouwing binnen steden (waardoor kwetsbare gebieden ontzien kunnen worden) kan de luchtkwaliteit onder druk zetten, direct door de uitstoot door woningen (bijvoorbeeld als gevolg van houtstook) en indirect door toename van verkeersbewegingen.
Daarnaast stoten huizen stikstofoxiden uit als gevolg van de ruimteverwarming (bijvoorbeeld de verbranding van gas). De blootstelling aan schadelijke stoffen zal toenemen als meer mensen in dichtbebouwde gebieden gaan wonen waar concentraties hoger liggen. Tegelijk heeft de ruimtelijke inrichting en de infrastructurele planning daarbij een grote invloed op de emissies. Bijvoorbeeld door de impact op reisafstanden, aantrekkelijkheid van actieve mobiliteit zoals de fiets en het openbaar vervoer. De Omgevingswet vormt een herziening van al het beleid op het terrein van de fysieke leefomgeving. De leefomgeving komt daarbij centraal te staan. Dat betekent dat er meer in samenhang wordt gekeken naar ruimtelijke vraagstukken de gevolgen voor de leefomgeving. Het vigerend beleid ten aanzien van luchtkwaliteit wordt geïntegreerd in de Omgevingswet. De grenswaarden zijn vormgegeven als omgevingswaarden met een resultaatsverplichting. Bij een dreigende overschrijding zijn bestuursorganen verplicht een programma op te stellen, dat maatregelen bevat om alsnog te voldoen aan omgevingswaarden. Voor de omgevingswaarde voor blootstellingsconcentratieverplichtingen voor fijnstof (PM2,5) ligt de programmaplicht bij het Rijk, net als voor stoffen zoals benzeen, lood en koolmonoxide. Voor stikstofoxiden en PM10 ligt deze bij de gemeenten.
De landelijke regelgeving over fijnstof en ammoniakuitstoot uit stallen gaat op in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De bedoeling was om het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) op te nemen. Nu het PAS door de Raad van State is afgewezen moet opnieuw gezocht worden naar de beste manier om de vergunningverlening ten aanzien van stikstofdepositie op natuur op te nemen. Industrie (inclusief energiesector) De industrie is in de periode 1990-2010 fors schoner geworden, door het gebruik van schonere technieken, emissiereducerende maatregelen en gasgestookte installaties. Tegelijkertijd draagt de industrie nog steeds bij aan de achtergrondconcentratie van fijnstof. De Gezondheidsraad (2018) raadt aan om locatiespecifieke maatregelen te treffen om situaties van hoge blootstelling aan fijnstof aan te passen. In het geval van industrie speelt dit bijvoorbeeld rondom complexen van zware industrie, veelal in de buurt van havens. Aan de industrie worden verschillende eisen gesteld met betrekking tot emissies, bijvoorbeeld volgend uit de Richtlijn industriële emissies (RIE). Zo dienen bedrijven die onder de RIE vallen te voldoen aan de eisen van de BBT-referentiedocumenten (BREFs), die per sector opgesteld worden.
Europese regels zijn rechtstreeks werkend of door Nederland geïmplementeerd en het bevoegd gezag (veelal de gemeente of de provincie) ziet hier op toe in de vergunningverlening. Afhankelijk van het soort energie is de ener-
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
Bijlage 1 - 3
giesector in meer of mindere mate vervuilend. Gas is een relatief schone brandstof en heeft gezorgd voor een forse daling van de luchtverontreiniging ten opzichte van het gebruik van kolen. Door uitvoering van klimaatbeleid zal het gebruik van gas dalen. Er zijn meerdere alternatieven, zoals warmtenetten en (hybride) warmtepompen. Het gebruiken van biomassa als transitiebrandstof draagt mogelijk bij aan een verhoogde emissie van luchtverontreinigende stoffen. Grote installaties (zoals kolencentrales) zijn voorzien van filters, hierdoor is de uitstoot van luchtvervuiling relatief veel geringer dan bij kleinschalige installaties. Biomassa is bij voldoende strenge emissie-eisen iets schoner door het ontbreken van zwavel dan kolenstook. Tegelijk is de vervuiling veel hoger dan bij alternatieven, zoals elektrificatie, energiebesparing of de inzet van (groene) waterstof. Kleine kachels (in huishoudens) hebben geen filters en veel lagere schoorstenen en zorgen voor daarmee voor grotere extra uitstoot. De gezondheidseffecten kunnen lokaal aanzienlijk zijn, zeker wanneer meerdere woningen in een wijk overgaan van relatief schoon gas op de stook van biomassa en hout. Gezondheidsbeleid Naast de impact van luchtkwaliteit op gezondheid is er ook gezondheidsbeleid dat (in)direct een effect heeft op de luchtkwaliteit.
Zo kent het preventiebeleid een aantal deelgebieden die bijdragen aan een schone lucht, namelijk meer bewegen en gezonde voeding. Meer lopen en fietsen in plaats van het gebruik van de auto zorgt voor minder uitstoot van schadelijke stoffen. Minder vlees eten (als onderdeel van gezonde voeding) kan leiden tot minder veeteelt (mits export niet toeneemt) en daarmee minder uitstoot van ammoniak, fijnstof en endotoxinen. De recent getekende Green deal Duurzame zorg heeft als doel het verhogen van de kwaliteit en toegankelijk van de zorg te combineren met het verlagen van de footprint door zorgverlening. Dit door onder andere zuinig gebruik van grondstoffen; duurzame zorg vermindert hierdoor de milieubelasting en de luchtverontreiniging. Verder zijn twee preventieplannen, het Nationale Hitteplan en het Zonkracht Actieplan, relevant met het oog op verminderde blootstelling. Warme dagen gaan namelijk gepaard met smogvorming met negatieve gevolgen voor risicogroepen. Voor de bescherming van werknemers zijn specifieke bepalingen opgenomen in het arbobeleid. Recent heeft de gezondheidsraad (2019) geadviseerd over de bescherming tegen roetdeeltjes. Aandacht voor de binnenlucht Ook binnenlucht is relevant voor de gezondheid, zeker gezien het feit dat mensen (en in het bijzonder jonge kinderen) relatief veel tijd binnen doorbrengen.
Luchtverontreiniging binnenshuis komt voornamelijk voort uit gebrekkige ventilatie of slechte afzuiging, in combinatie met koken, roken, houtstook, het branden van kaarsen of het gebruiken van schoonmaakmiddelen en persoonlijke verzorgingsproducten in spuitbussen (als haarlak en deodorant). De steeds betere isolatie van huizen en daarmee de vermindering van uitwisseling tussen binnen- en buitenlucht, maakt aandacht voor de binnenlucht nog relevanter. Het is daarom belangrijk dat burgers en bedrijven geïnformeerd worden over de risico’s van slechte binnenlucht. De overheid kan ook wet- en regelgeving opstellen met eisen voor nieuwbouw en woningbouwcoöperaties.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
Bijlage 1 - 4
Bijlage 2: Tabellen Vergelijking met andere gemeenten Tabel B2.1 geeft de hoogste, laagste en gemiddelde concentratie van de top 10 gemeenten met de hoogste gemiddelde NO2 concentratie in 2018 zoals in iguur 5.2 op pagina 14 is afgebeeld. Jaargemiddelde concentratie NO2 in µg/m3 in 2018 Gemeente
Hoogste
Laagste
Gemiddelde
1
Eindhoven
40,6
17,8
28,2
2
Rijswijk
38,0
24,1
28,1
3
Schiedam
35,4
21,4
27,7
4
Nieuwegein
35,2
20,7
27,6
5
Rotterdam
41,5
18,3
27,5
6
Amsterdam
45,4
16,5
27,5
7
Ouder-Amstel
35,2
21,1
27,5
8
Overbetuwe
27,7
27,1
27,4
9
's-Gravenhage
40,1
16,8
26,8
10
Delft
32,5
19,7
26,8
Tabel B2.1: 2018
Top10 gemeenten op basis van gemiddelde concentratie NO2 op de NSL-toetspunten in (bron: monitoringstool)
Bronnen en emissies in Rijswijk In Tabel B2.2 is de emissie van NO2 en fijnstof (PM10, PM2,5 en EC) gegeven van de bronnen binnen Rijswijk voor het jaar 2017 zoals in Figuur 5.3 en 5.4 op pagina 15 is afgebeeld. Emissie van de vier stoffen in kg/jaar Bron
NO2
PM10
PM2,5
EC
Lokaal verkeer
82.198
32,6%
6.634
28,5%
3.317
21,8%
1.323
36,0%
Mobiele werktuigen
40.948
16,2%
1.999
8,6%
1.906
12,6%
923
25,1%
Houtstook
700
0,3%
2.416
10,4%
2.389
15,7%
185
5,0%
Woningen
16.433
6,5%
238
1,0%
238
1,6%
29
0,8%
Kantoren
36.480
14,5%
421
1,8%
414
2,7%
36
1,0%
Autosnelweg
62.664
24,9%
3.517
15,1%
1.865
12,3%
875
23,8%
Overig verkeer
4.420
1,8%
139
0,6%
134
0,9%
50
1,4%
Bouwplaatsen
1.311
0,5%
3.543
15,2%
1.207
7,9%
5
0,1%
Industrie, overig
6.950
2,8%
4.405
18,9%
3.716
24,5%
249
6,8%
252.104
100,0%
23.312
100,0%
15.186
100,0%
3.675
100,0%
Totaal Tabel B2.2:
Emissie van NO2 en fijnstof naar bron in Rijswijk in 2017, in kg/jaar (bron: emissieregistratie, rapportagejaar 2017)
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
Bijlage 2 - 1
Bronnen en verdeling emissie lokaal wegverkeer In Tabel B2.3 zijn de bronnen en de verdeling weergeven van de emissie van het lokale wegverkeer in Rijswijk zoals geregistreerd voor het rapportagejaar 2017 in de Emissieregistratie. Emissie van de vier stoffen in kg/jaar Bron
NO2
Motorfietsen
PM10
PM2,5
EC
244
0,3%
38
0,6%
35
1,1%
7
0,5%
slijtage
0
0,0%
3
6,8%
0
1,2%
0
0,0%
benzine
244
100,0%
35
93,2%
35
98,8%
7
100,0%
diesel
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
overig
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
37.223
45,3%
3.779
57,0%
1.242
37,4%
390
29,5%
slijtage
0
0,0%
3.031
80,2%
494
39,8%
0
0,0%
benzine
21.629
58,1%
280
7,4%
280
22,5%
52
13,3%
diesel
14.769
39,7%
455
12,0%
455
36,6%
338
86,7%
overig
825
2,2%
13
0,3%
13
1,0%
0
0,0%
16.849
20,5%
1.314
19,8%
956
28,8%
644
48,7%
slijtage
0
0,0%
428
32,6%
70
7,3%
0
0,0%
benzine
46
0,3%
1
0,1%
1
0,1%
0
0,0%
diesel
16.720
99,2%
884
67,3%
884
92,5%
644
100,0%
overig
83
0,5%
1
0,1%
1
0,1%
0
0,0%
22.583
27,5%
652
9,8%
357
10,8%
160
12,1%
slijtage
0
0,0%
353
54,1%
58
16,2%
0
0,0%
benzine
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
diesel
22.582
100,0%
299
45,9%
299
83,8%
160
100,0%
overig
1
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
Openbaar busverkeer
4.076
5,0%
158
2,4%
73
2,2%
37
2,8%
slijtage
0
0,0%
101
63,9%
16
21,9%
0
0,0%
benzine
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
diesel
3.715
91,1%
53
33,5%
53
72,6%
37
100,0%
overig
361
8,9%
4
2,5%
4
5,5%
0
0,0%
1.222
1,5%
693
10,5%
654
19,7%
85
6,4%
slijtage
0
0,0%
47
6,8%
8
1,2%
0
0,0%
benzine
1.222
100,0%
646
93,2%
646
98,8%
85
100,0%
diesel
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
overig
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
0
0,0%
Lichtverkeer
Middelzwaarverkeer
Zwaarverkeer
Bromfietsen
Totaal
Tabel B2.3:
82.198
6.634
3.317
1.323
slijtage
0
0,0%
3.963
59,7%
646
19,5%
0
0,0%
benzine
23.141
28,2%
962
14,5%
962
29,0%
144
10,9%
diesel
57.786
70,3%
1.691
25,5%
1.691
51,0%
1.179
89,1%
overig
1.270
1,5%
18
0,3%
18
0,5%
0
0,0%
Bronnen en verdeling van de emissie van het lokale wegverkeer in Rijswijk (bron: emissieregistratie, rapportagejaar 2017)
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
Bijlage 2 - 2
Concentratie stikstofdioxide (NO2) in Rijswijk In Tabel B2.4 is de jaargemiddelde concentratie van NO2 op de NSL-toetspunten in Rijswijk gegeven voor de jaren 2010 t/m 2018, 2020 en 2030 zoals in Figuur 5.5 op pagina 17is afgebeeld. Jaargemiddelde concentratie NO2 in µg/m3 Jaar
Hoogste
Laagste
Gemiddeld
2010
49,7
30,3
35,7
2011
49,3
31,0
36,5
2012
49,1
31,3
36,1
2013
47,6
27,1
31,9
2014
48,8
26,9
32,0
2015
47,9
24,9
29,6
2016
40,1
25,3
29,7
2017
38,4
25,5
29,1
2018
38,0
24,1
28,2
prognose 2020
34,8
22,0
25,6
prognose 2030
21,3
14,5
16,2
Tabel B2.4: Jaargemiddelde concentratie NO2 op de NSL-toetspunten in Rijswijk, periode 2010 t/m 2018, 2020 en 2030. De roodgekleurde waarden zijn hoger dan de grenswaarde van 40 µg/m 3
Aantal inwoners per GES-gezondheidsscore o.b.v. NO2 In Tabel B2.5 is het aantal inwoners per gezondheidsscore per buurt gegeven op basis van de jaargemiddelde concentratie NO2 in 2018 zoals in figuur 5.7 op pagina 20 is afgebeeld.
2. Redelijk(10-15 µg/m3)
3. Vrij matig(15-20 µg/m3)
4. Matig(20-25 µg/m3)
5. Zeer matig(25-30 µg/m3)
6. Onvoldoende(30-35 µg/m3)
7. Ruimonvoldoende(35-40 µg/m3)
8. Zeeronvoldoende(> 40 µg/m3)
Artiestenbuurt
0
0
0
0
1.767
58
0
0
1.825
Bomenbuurt
0
0
0
0
3.052
88
0
0
3.140
Broekpolder
0
0
0
0
152
8
0
0
160
Cromvliet
0
0
0
0
2.105
130
0
0
2.235
Eikelenburg
0
0
0
243
2
0
0
0
245
Elsenburg
0
0
0
0
8
2
0
0
10
Haantje
0
0
0
35
130
0
0
0
165
Havenkwartier
0
0
0
0
445
0
0
0
445
Totaal
(0-10 µg/m3) 1. Goed
Aantal inwoners per GES-gezondheidsscore op basis van NO2 concentratie
Buurt
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
Bijlage 2 - 3
2. Redelijk(10-15 µg/m3)
3. Vrij matig(15-20 µg/m3)
4. Matig(20-25 µg/m3)
5. Zeer matig(25-30 µg/m3)
6. Onvoldoende(30-35 µg/m3)
7. Ruimonvoldoende(35-40 µg/m3)
8. Zeeronvoldoende(> 40 µg/m3)
Hoekpolder
0
0
0
2
846
7
0
0
855
Hoornwijck
0
0
0
0
84
1
0
0
85
Huis te Lande
0
0
0
735
465
0
0
0
1.200
Julianapark
0
0
0
114
16
0
0
0
130
Kleurenbuurt
0
0
0
470
2.125
0
0
0
2.595
Kraayenburg
0
0
0
0
5
5
0
0
10
Leeuwendaal
0
0
0
0
2.197
223
0
0
2.420
Ministerbuurt
0
0
0
1.580
1.595
0
0
0
3.175
Muziekbuurt
0
0
0
0
3.300
845
0
0
4.145
Oud-Rijswijk
0
0
0
0
2.505
205
0
0
2.710
Overvoorde
0
0
0
123
312
0
0
0
435
Pasgeld
0
0
0
466
29
0
0
0
495
Plaspoelpolder
0
0
0
0
916
44
0
0
960
Presidentenbuurt
0
0
0
177
573
0
0
0
750
Rembrandtkwartier
0
0
0
0
3.670
0
0
0
3.670
Sion
0
0
0
214
1.351
5
0
0
1.570
Spoorzicht
0
0
0
10
0
0
0
0
10
Stationskwartier
0
0
0
0
1.120
0
0
0
1.120
Stervoorde
0
0
0
868
4.802
1.150
0
0
6.820
Strijp
0
0
0
3.849
116
0
0
0
3.965
Te Werve
0
0
0
306
3.339
0
0
0
3.645
Vrijenban
0
0
0
1.120
360
0
0
0
1.480
Welgelegen
0
0
0
0
495
0
0
0
495
Wilhelminapark
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
0
0
0
10.312
37.882
2.771
0
0
50.965
Totaal
(0-10 µg/m3) 1. Goed
Aantal inwoners per GES-gezondheidsscore op basis van NO2 concentratie
Buurt
Tabel B2.5:
Aantal inwoners per gezondheidsscore per buurt op basis van de jaargemiddelde concentratie NO2
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
Bijlage 2 - 4
Concentratie fijnstof in Rijswijk In Tabel B2.6 is de jaargemiddelde concentratie van PM10, PM2,5 en EC op de NSLtoetspunten in Rijswijk gegeven voor de jaren 2010 t/m 2018, 2020 en 2030 zoals in figuur 5.8 op pagina 21 is afgebeeld. Jaargemiddelde concentratie PM10
Jaargemiddelde concentratie PM2,5
Jaar
Hoogste
2010
30,0
25,3
26,6
-
-
-
-
-
-
2011
30,9
26,5
27,7
19,5
16,6
17,5
-
-
-
2012
25,5
21,8
22,9
15,7
13,4
14,1
-
-
-
2013
25,1
21,2
22,2
16,5
13,9
14,6
-
-
-
2014
24,9
20,7
21,9
16,1
13,4
14,2
1,9
1,0
1,2
2015
21,6
18,4
19,5
12,9
11,1
11,7
1,5
0,8
1,0
2016
22,2
18,7
19,9
12,9
10,9
11,7
1,5
0,9
1,1
2017
21,7
18,5
19,7
12,7
10,9
11,7
1,3
0,8
1,0
2018
22,6
19,6
20,6
13,5
11,7
12,4
1,3
0,8
1,0
prognose 2020
21,3
18,7
19,5
12,3
10,9
11,5
0,8
0,6
0,6
prognose 2030
19,0
16,1
16,9
9,9
8,7
9,2
0,5
0,4
0,4
Tabel B2.6:
Laagste Gemiddeld
Hoogste
Jaargemiddelde concentratie EC
Laagste Gemiddeld
Hoogste
Laagste Gemiddeld
Jaargemiddelde concentratie PM10, PM2,5 en EC op de NSL-toetspunten in Rijswijk, periode 2010 t/m 2018, 2020 en 2030
Resultaat internetconsultatie Actieplan Luchtkwaliteit 20202024 Het Actieplan Luchtkwaliteit beschrijft de maatregelen die de gemeente neemt om de luchtkwaliteit in Rijswijk te verbeteren. In de maanden mei en juni 2020 konden inwoners, bedrijven en organisaties aangeven welke maatregelen zij het belangrijkst vinden en wat zij zelf kunnen bijdragen aan een schonere lucht. Er zijn 260 reacties ontvangen. Op de vraag welke maatregel prioriteit van uitvoering moet krijgen staat met stip op nummer één de maatregel milieuzone Prinses Beatrixlaan. 80% van de respondenten gaf aan dat ze graag willen dat de gemeente onderzoekt of een milieuzone op de Prinses Beatrixlaan haalbaar is. Het verbeteren van de doorstroming staat op de tweede plaatst. Bij deze maatregel geven de respondenten wel aan dat zij denken dat het risico van het verbeteren van de doorstroming van het verkeer op de hoofdwegen kan leiden tot een toename van het verkeer op deze wegen wat weer leidt tot lokale luchtverontreiniging. Op de vraag wat men zelf kan doen scoort fietsen het hoogst, op de voet gevolgd door reizen met het openbaar vervoer. Veel respondenten missen in het Actieplan maatregelen die gericht zijn op meer groen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Meer groen heeft echter niet www.lichtverkeer.nl