IB 21 073 a. Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024.pdf
Tekst van het document
Gemeente Rijswijk
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024 Definitief
Gemeente Rijswijk
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024 Definitief
Datum
juli 2021
Kenmerk
GRW1137/1808
Concept versie februari 2020
Documentatiepagina Opdrachtgever(s)
Gemeente Rijswijk
Titel rapport
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024 Definitief
Kenmerk
GRW1137/1808
Datum publicatie
juli 2021
Status
definitief
Projectteam opdrachtgever(s) Mevr. A. Cairo Projectteam LICHTVERKEER de heer G. Wijnja Externe medewerking
de heer H. Jansen, GGD Haaglanden
Projectomschrijving
Actieplan luchtkwaliteit van de gemeente Rijswijk, periode 2020-2024
Trefwoorden
Actieplan, luchtkwaliteit, Rijswijk, stikstofdioxide, NO2, fijnstof, PM10, PM2,5, Elementair Koolstof, EC, verkeer, gezondheid, gezondheidswinst, maatregelen
Foto's
Foto op de voorkant: milieuzone Haagweg gezien vanaf de Hoornbrug Alle foto's in dit rapport door LICHTVERKEER
Ondergrond kaarten
Opendata van Nederlandse overheid via www.pdok.nl Data by OpenStreetMap.org contributors under CC BYSA 2.0 license
Inhoud 1. Inleiding .......................................................................................................1 2. Algemene uitgangspunten ...........................................................................2 2.1. Wettelijk kader en stoffen ......................................................................2 2.2. Stikstofdioxide en fijnstof .......................................................................3 2.2.1. Stikstofdioxide (NO2) ............................................................................3 2.2.2. Fijnstof (PM10) .....................................................................................3 2.2.3. Kleiner fijnstof (PM2,5 en EC) .................................................................3 2.3. Vaststellen van de luchtkwaliteit ............................................................3 2.3.1. Meten van de luchtkwaliteit ...................................................................3 2.3.2. Luchtkwaliteit berekenen.......................................................................4 2.3.3. Meten versus berekenen.......................................................................5 2.4. De Omgevingswet .................................................................................5 3. Luchtkwaliteit en gezondheid .......................................................................7 3.1.
Gezondheidseffecten van luchtverontreinigende stoffen .......................7 4. Beperken van de luchtverontreiniging ..........................................................8 4.1. Het NSL ................................................................................................9 4.2. Het Schone Lucht Akkoord (SLA) ........................................................ 10 5. Luchtkwaliteit in Rijswijk ............................................................................. 11 5.1. Vaststelling luchtkwaliteit ..................................................................... 11 5.1.1. Monitoringstool ................................................................................... 11 5.1.2. Contouren, panden, wijken en buurten................................................ 11 5.1.3. Beoordeling met de GES-score........................................................... 12 5.2. Vergelijking met andere gemeenten .................................................... 13 5.3. Bronnen en emissies ........................................................................... 13 5.4. Concentratie stikstofdioxide (NO2)....................................................... 16 5.4.1. Historische ontwikkeling ...................................................................... 16 5.4.2.
NO2 concentraties in Rijswijk .............................................................. 17 5.4.3. NO2 concentraties per buurt en blootstelling ....................................... 18 5.5. Concentratie Fijnstof (PM10, PM2,5 en EC) ........................................... 19 5.5.1. Historische ontwikkeling ...................................................................... 19 5.5.2. Fijnstof concentraties in Rijswijk .......................................................... 21 5.6. Gevoelige bestemmingen.................................................................... 23 5.6.1. Inventarisatie gevoelige bestemmingen in Rijswijk .............................. 23 6. Verbeteren van de luchtkwaliteit ................................................................. 24 6.1. Ambitie van de gemeente.................................................................... 24 6.2. Op welke maatregelen wordt ingezet .................................................. 25 6.2.1. Uitbreiding milieuzone Haagweg ......................................................... 25 6.2.2. Uitbreiding netwerk van laadpalen ...................................................... 26 6.2.3. Onderzoek milieuzone Prinses Beatrixlaan ....................................... 277 6.2.4. Stimuleren fietsgebruik...................................................................... 288 6.2.5.
Verbetering openbaar vervoer ........................................................... 299 6.2.6. Milieuzone brom- en snorfietsen ......................................................... 30 6.2.7. Verbetering doorstroming autoverkeer ................................................ 30 6.2.8. Emissievermindering mobiele werktuigen en machines. ................... 322 6.2.9. 0-emissie eigen wagenpark en 0-emissie groenbeheer ..................... 333 6.2.10. Aanpak uitstoot door huishoudens ...................................................... 33 6.2.11. Duurzaam en energiezuinig bouwen en wonen ................................... 34 6.2.12. Vermindering blootstelling long- en hartpatiënten ............................... 355 6.2.13. Beleidslijn gevoelige bestemmingen bij ruimtelijke plannen ................ 366 6.3. Impact van het actieplan op de luchtkwaliteit ........................................ 37 6.4. Monitoring actieplan luchtkwaliteit ........................................................ 37 • •
Referentielijst Bijlage 1: Achtergrondinformatie bij de maatregelen • Harmonisatie milieuzones •
Relatie met andere beleidsvelden
Bijlage 2: Tabellen • Vergelijking met andere gemeenten •
Bronnen en emissies in Rijswijk
•
Bronnen en verdeling emissie lokaal wegverkeer
•
Concentratie stikstofdioxide (NO2) in Rijswijk
•
Aantal inwoners per GES-gezondheidsscore o.b.v. NO2
•
Concentratie fijnstof in Rijswijk
•
Resultaat internetconsultatie Actieplan Luchtkwaliteit 2020-2024
1. Inleiding In Nederland zijn de grenswaarden van de luchtkwaliteit vastgelegd in de Wet milieubeheer. De grenswaarden zijn een compromis tussen wat gezondheidskundig noodzakelijk is en wat economisch kan. De overheden in Nederland trekken sinds 2009 gezamenlijk op om te voldoen aan de grenswaarden. Onder invloed van genomen maatregelen en Europese (emissie)normen is de luchtkwaliteit in Nederland sterk verbeterd. Hiermee wordt nu vrijwel overal voldaan aan de Europese grenswaarden, zoals geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De World Health Organization (WHO) adviseert op basis van gezondheidsstudies een maximale concentratie die op de helft ligt van de huidige grenswaarden. De Gezondheidsraad geeft in een recent advies (2018) aan dat er geen drempelwaarde is voor de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging, zowel voor stikstofdioxide (NO2) als fijnstof. Het Schone Lucht Akkoord Het Rijk heeft samen met de provincies en een aantal gemeenten op 13 januari 2020 het Schone Lucht Akkoord getekend. In het Schone Lucht Akkoord hebben de deelnemende partijen de ambitie uitgesproken om samen in alle relevante sectoren de uitstoot van vervuilende stoffen te beperken om zo in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te halen. Het gaat hierbij om gezondheidseffecten van blootstelling aan de uitstoot van Nederlandse bronnen.
Een gecombineerde inzet van maatregelen moet ertoe leiden dat in 2030 gemiddeld ruim vier maanden gezondheidswinst is gerealiseerd. Ambitie van de gemeente De luchtkwaliteit in Rijswijk voldoet sinds 2016 aan de EU-grenswaarden. Rijswijk realiseert zich dat voldoen aan de grenswaarden nog niet betekent dat de lucht schoon is. De ambitie reikt verder, het moet en kan schoner. De gemeente Rijswijk streeft naar een gezonde leefomgeving voor haar inwoners en bezoekers. De gemeente kan dit niet alleen en roept burgers en bedrijven op om deze ambitie mede na te streven. De ambitie kan alleen gerealiseerd worden als alle partijen hun verantwoordelijkheid nemen en een bijdrage leveren. Rijswijk wil voor het realiseren van deze ambitie ook samenwerken met de andere overheden en sluit zich aan bij het Schone Lucht Akkoord. Met dit Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024 werkt de gemeente aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en het realiseren van gezondheidswinst door het uitvoeren van een pakket aan maatregelen.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de algemene uitgangspunten voor het bepalen en beoordelen van de luchtkwaliteit in Nederland opgenomen. In hoofdstuk 3 wordt de relatie gelegd tussen luchtkwaliteit en gezondheid. Hoofdstuk 4 beschrijft de algemene mogelijkheden om de luchtverontreiniging te beperken. In hoofdstuk 5 is de huidige luchtkwaliteit in Rijswijk beschreven en in hoofdstuk 6 zijn de maatregelen beschreven die de gemeente wil nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
1
2. Algemene uitgangspunten 2.1. Wettelijk kader en stoffen Nederland heeft de normen en grenswaarden van de luchtkwaliteit vastgelegd in de Wet milieubeheer, Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen[1]. De wetgeving is de implementatie van de Europese richtlijn (2008/50/EG). In de wetgeving is opgenomen op welke wijze de luchtkwaliteit vastgesteld moet worden en op welke plaatsen de luchtkwaliteit getoetst moet worden. De grenswaarden voor de luchtkwaliteit zoals opgenomen in de Wet milieubeheer gelden overal in Nederland, uitgezonderd de werkplek1 en plaatsen waar normaliter geen mensen verblijven. Conform de Europese richtlijn zijn in de Wet milieubeheer de richt- en grenswaarden opgenomen voor 13 stoffen: zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden (NOx), zwevende deeltjes of fijnstof (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide (CO) en benzeen (C6H6), ozon (O3), arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen. Alhoewel de Wet milieubeheer op basis van Europese richtlijnen grenswaarden stelt voor 13 stoffen, zijn voor toetsing op lokaal niveau alleen de volgende 4 stoffen relevant: stikstofdioxide (NO2); fijnstof (PM10) ultra fijnstof (PM2,5) Elementair Koolstof (EC).
De grenswaarden in de Europese richtlijnen zijn gebaseerd advies van de Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization, WHO) en zijn een compromis tussen wat gezondheidskundig noodzakelijk is en wat economisch kan. De WHO heeft advieswaarden afgeleid voor fijnstof (PM10 en PM2,5). Deze liggen een factor 2 of meer lager dan de huidige Europese grenswaarden. De WHO is voornemens om in 2020 de advieswaarde voor NO2 herzien. Momenteel ligt die nog op hetzelfde niveau als de Europese grenswaarde (40 µg/m3). Vooruitlopend op de herziening adviseert de WHO om alle locaties te monitoren waar de NO2 concentratie hoger is dan 20 µg/m3. De Gezondheidsraad geeft in een recent advies (2018) aan dat er geen drempelwaarde is voor de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging, zowel voor NO2 als voor fijnstof en dat dus gewerkt moet worden aan permanente verbetering van de luchtkwaliteit. Het Schone Lucht Akkoord is mede gebaseerd op dit advies van de Gezondheidsraad. In Tabel 2.1 zijn de grenswaarden en de huidige WHO-advieswaarden weergegeven. Voor PM10 is een grenswaarde van de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 µg/m3 van kracht welke maximaal 35 dagen per jaar overschreden mag worden. Bij een jaargemiddelde concentratie hoger dan 31,7 µg/m3 wordt de 24-uursgemiddelde concentratie vaker dan 35 dagen overschreden. Stof
Grenswaarde
WHO-advieswaarde
Meetperiode
NO2
40 µg/m
40 µg/m (20 µg/m )
jaargemiddelde
PM10
40 µg/m
20 µg/m
jaargemiddelde
PM10
35 dagen/jaar
-
24-uurs gemiddelde 50 µg/m3
PM2,5
25 µg/m3
10 µg/m3
jaargemiddelde
EC
geen
geen
jaargemiddelde
3 3
3 3
3
Op de werkplek is de Arbo-wetgeving van toepassing
1
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
2
Tabel 2.1:
Wettelijke grenswaarde en WHO-advieswaarden voor NO2 en fijnstof
2.2. Stikstofdioxide en fijnstof 2.2.1. Stikstofdioxide (NO2) Stikstofdioxide (NO2) is een verbinding tussen zuurstof en stikstof. Het ontstaat bij elk verbrandingsproces als bijproduct door reactie van zuurstof en het in de lucht aanwezige stikstof. Stikstofdioxide ontstaat dus niet uit de brandstof maar is een gevolg van het verbrandingsproces. Stikstofdioxide wordt in verband gebracht met het optreden van gezondheidseffecten én is een belangrijke indicator van andere luchtverontreiniging in de lucht.
2.2.2. Fijnstof (PM10) Fijnstof (Particulate Matter, PM) is een verzamelnaam voor alle deeltjes kleiner dan 10 micrometer (PM10). Fijnstof bestaat uit een scala van stoffen uit verschillende bronnen. Afhankelijk van de bron verdeelt men fijnstof in een primaire en een secundaire fractie. De primaire fractie bestaat uit deeltjes die direct in de lucht komen door uitstoot van onder meer verkeer, industrie, landbouw en natuurlijke bronnen zoals zeezout. Ook slijtage van remmen, banden en wegdek is een bron van fijnstof. De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer ontstaan door chemische reacties tussen gassen (NH3, NOx, SO2, VOS) en/of al aanwezige deeltjes.
2.2.3. Kleiner fijnstof (PM2,5 en EC) Fijnstof bestaat voor ruim de helft uit nog kleinere deeltjes PM2,5; deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer. Het PM2,5 bestaat weer voor circa 10 procent uit roet of Elementair Koolstof (EC). Van alle fracties in fijnstof veroorzaken juist de kleinste deeltjes de meeste milieu- en gezondheidsschade. Er zijn nog veel onderzoek en metingen nodig voordat betrouwbare uitspraken gedaan kunnen worden over de concentraties EC. De achtergrondconcentraties en resultaten van berekeningen van EC zijn tot op dit moment dan ook nog steeds indicatief. Er is nog ook nog geen grenswaarde voor EC vastgesteld en er is ook nog geen WHO advieswaarde. Op basis van het aandeel en de grenswaarden van fijnstof zou een grens van 1,0 µg/m3 een redelijke waarde zijn, vergelijkbaar met de huidige grenswaarden van fijnstof.
2.3. Vaststellen van de luchtkwaliteit Hoe goed de luchtkwaliteit is, kan worden gemeten of berekend. De Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (RBL2007[2]) geeft hiervoor de wettelijke kaders. Metingen geven de actuele situatie weer op een specifieke plek en een bepaalde periode. Een langdurig uitgevoerde reeks metingen geeft het historische verloop van de luchtkwaliteit. Met rekenmodellen kan de luchtkwaliteit in principe op iedere willekeurig plek worden berekend. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met het toepassingsbereik van het rekenmodel. Een rekenmodel is in staat om de kwaliteit van de lucht ook voor een willekeurig moment in het verleden of de toekomst te berekenen en kan rekening houden met maatregelen. De resultaten van rekenmodellen zijn vrijwel altijd uitgedrukt in een gemiddelde concentratie over een heel (kalender) jaar. Dit komt overeen met de eisen voor toetsing van de luchtkwaliteit aan de normen, die ook altijd gebaseerd moet zijn op het gemiddelde over een heel jaar.
2.3.1. Meten van de luchtkwaliteit Het RIVM beheert het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Het LML is het officiële luchtkwaliteitsmeetnet in Nederland. Met het LML wordt de luchtkwaliteit in heel Nederland vastgesteld en gemonitord. De resultaten van het LML voeden de rekenmodellen en worden gebruikt voor de validatie van de rekenmodellen. Het LML bevat ongeveer 60 officiële meetstations.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
3
Figuur 2.1:
LML-meetstation aan de Bleriotlaan in Ypenburg (links) en Vaillantlaan in Den Haag (rechts)
Veel gemeenten, de GGD en tegenwoordig ook burgers, meten zelf de luchtkwaliteit. De meetapparaten die gebruikt worden zijn eenvoudiger dan de meetapparatuur van het LML. Ze bestaan uit sensoren of passieve meetmethoden zoals de palmesbuisjes voor NO2. Het RIVM begeleidt deze metingen en onderzoekt de werking en toepassingsmogelijkheden van deze metingen1. NO2 kan met een passieve meetmethode, zoals palmesbuisjes, worden gemeten. Deze buisjes worden ergens opgehangen en eens in de maand vervangen door nieuwe. Het meetresultaat is de gemiddelde concentratie van de periode dat de buisjes gemeten hebben. Dit is een relatief eenvoudige een goedkope meetmethode. Voor het meten van fijnstof kan dit niet en is een actief meetapparaat nodig. Hierdoor is het lastiger (lees duurder) dan het meten van NO2. Fijnstof kan gemeten worden door lucht langs of door een filter te blazen. Er is de laatste jaren veel ontwikkeling op dit gebied en de meetapparaten worden steeds kleiner en ook steeds beter. Toch is het goed en betrouwbaar meten van de luchtkwaliteit en interpreteren en verwerken van de meetresultaten niet eenvoudig. Dit komt enerzijds door de grote hoeveelheid gegevens en anderzijds door behoorlijke fluctuaties in de tijd door de invloed van de omgeving en de meteorologische omstandigheden zoals wind en regen op de meetresultaten.
2.3.2. Luchtkwaliteit berekenen Reeds in de jaren 60 van de vorige eeuw zijn rekenmodellen ontwikkeld om de luchtkwaliteit te berekenen. Deze modellen zijn op basis van metingen en validatie in de loop van de tijd sterk verbeterd. Uit onderzoek van onder andere het RIVM blijkt dat de rekenmodellen de werkelijkheid benaderen en er weinig verschil meer is tussen (goede) meetwaarden en de resultaten van rekenmodellen. In de RBL2007 zijn drie standaardrekenmethoden vastgelegd waarmee de gevolgen van ruimtelijke plannen voor de luchtkwaliteit mogen worden berekend: SRM1 voor berekening van de luchtkwaliteit langs stedelijke wegen.
zie www.samenmetenaanluchtkwaliteit.nl
1
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
4
SRM2 voor berekening van de luchtkwaliteit en de bijdrage van autosnelwegen en wegen waarlangs geen bebouwing aanwezig is. SRM3 voor berekening van de luchtkwaliteit en bijdrage van (industriële) puntbronnen.
De RBL2007 maakt het mogelijk om implementaties van deze rekenmethoden in rekenmodellen te gebruiken. Voorwaarde is dat het rekenmodel is goedgekeurd door de staatssecretaris van ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het ministerie publiceert de lijst met goedgekeurde rekenmodellen op de website www.rijksoverheid.nl. Er zijn grenzen waarbinnen de modellen toegepast mogen worden, maar dit geldt ook voor de meetapparatuur. In de Regeling beoordeling luchtkwaliteit (RBL) is voor elke standaard rekenmethode beschreven in welke situatie(s) deze toegepast mag worden; het zogenoemde toepassingsbereik. Op de randen van het toepassingsbereik lopen de rekenmodellen en de beschikbare invoer tegen hun grenzen aan en worden de onzekerheden in de resultaten groter.
2.3.3. Meten versus berekenen Het is niet zo dat het meten beter is dan het rekenen of het rekenen beter dan het meten. Het één sluit het ander niet uit, ze vullen elkaar vaak aan. De keuze is vooral afhankelijk van het doel en het beschikbare budget. Het nadeel van meten is dat de luchtkwaliteit enkel op die ene plek gemeten wordt. Natuurlijk kunnen er meer meetapparaten ingezet worden, maar om de luchtkwaliteit in een groot gebied of hele gemeente te meten zijn heel veel meetapparaten nodig. Een ander nadeel is dat het meten van de toekomstige luchtkwaliteit per definitie niet mogelijk is. Ook het meten van de effecten van maatregelen kan niet voordat de maatregel daadwerkelijk ingevoerd is. Toepassing van rekenmodellen is een efficiënte manier om de luchtkwaliteit in een groot gebied in één keer in kaart te brengen1. Het rekenmodel kan in principe op elke willekeurige plek de luchtkwaliteit bepalen. Belangrijk voordeel van rekenmodellen is dat het relatief eenvoudig en goedkoop is. Anders dan met meten kan een rekenmodel wel de toekomstige luchtkwaliteit vaststellen en is het ook mogelijk om het effect van (lokale) maatregelen vooraf te onderzoeken. Uit onderzoek van het RIVM en anderen2 is gebleken dat berekende concentraties tegenwoordig dicht bij concentraties liggen die daar zijn gemeten.
Gemiddeld verschillen de berekende concentraties weinig van de gemeten concentraties. De gemeente Den Haag heeft op basis van haar metingen vastgesteld dat de berekeningen structureel een (lichte) overschatting geven van de werkelijke gemeten waarden.
2.4. De Omgevingswet Op 11 februari 2020 heeft de Eerste Kamer de Invoeringswet Omgevingswet aangenomen. Dit betekent impliciet dat de Omgevingswet vanaf 1 januari 2021 van kracht zal worden. De Omgevingswet zorgt voor veel verandering in de werkwijze van gemeenten, provincies en het Rijk. De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt alle wetten op het gebied van de leefomgeving tot één wet. De Omgevingswet bundelt 26 wetten, 60 AMvB’s en 75 ministeriële regelingen tot 1 wet, 4 AMvB’s en 1 Omgevingsregeling.
1De resultaten en onderbouwing van dit actieplan zijn gebaseerd op berekening van de luchtkwaliteit op circa
50.000 individuele rekenpunten in de gemeente Rijswijk 2Bijvoorbeeld gemeente Den Haag die sinds 2007 op ruim 100 locaties met Palmesbuisjes de NO
2
concentratie laat meten. De metingen zijn indicatief en worden niet gebruikt voor de toetsing aan grenswaarden (zie gemeentelijke website 'meten Haagse luchtkwaliteit').
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
5
Figuur 2.2:
Infographic van de Omgevingswet
De grenswaarden voor de luchtkwaliteit zijn ongewijzigd overgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en blijven dus van kracht. Dit geldt ook voor de meet- en rekenmethoden voor het vaststellen van de luchtkwaliteit. Die zijn vrijwel onveranderd in de Omgevingsregeling opgenomen (o.a. paragraaf 8.2.3 en afdeling 12.2). Ook ná het inwerking treden van de Omgevingswet worden eisen gesteld aan de luchtkwaliteit op vergelijkbare wijze als nu het geval is.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
6
3. Luchtkwaliteit en gezondheid De kwaliteit van de lucht waarin we leven is van invloed op onze volksgezondheid. Een slechte luchtkwaliteit leidt onder andere tot luchtwegklachten en hart- en vaatziekten. Het beleid in Nederland is erop gericht de luchtkwaliteit te verbeteren. Hoewel dankzij een succesvolle bestrijding van de luchtverontreiniging inmiddels vrijwel overal in Nederland aan de Europese normen wordt voldaan, leidt blootstelling nog steeds tot aanzienlijke schade aan de gezondheid en de natuur. Ook bij blootstelling beneden de Europese normen en zelfs de WHO-advieswaarden is luchtverontreiniging medeoorzaak van aandoeningen van luchtwegen en longen, en hart en bloedvaten. De Gezondheidsraad adviseert daarom de concentratie luchtvervuiling verder te verlagen dan de WHO-advieswaarden en om daarbij in te zetten op het verminderen van de luchtverontreiniging en specifiek beleid op te stellen voor de locaties met sterk verhoogde concentraties.
Figuur 3.1:
Ziektelast naar oorzaak (bron: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, 2014)
Na roken en de combinatie van slecht eten en weinig bewegen is vieze lucht het derde grote gezondheidsrisico. Ongeveer 4/5 van de ziektelast door milieufactoren wordt veroorzaakt door luchtverontreiniging. In Figuur 3.1 is dit weergegeven samen met diverse andere oorzaken van de ziektelasten.
3.1. Gezondheidseffecten van luchtverontreinigende stoffen Stikstofdioxide (NO2) dringt diep in de luchtwegen door en veroorzaakt ontstekingsreacties, oxidatieve stress en reageert met de wandstructuur van de longen. Daarbij draagt stikstofdioxide bij aan een verslechtering van de gezondheid bij astmapatiënten. Recente studies laten ook relaties zien met hart- en vaatziekten en een verslechtering van de gezondheidstoestand bij personen met bestaande luchtwegaandoeningen wat leidt tot een toename van hartinfarcten, hartfalen en longziekten, diabetes en een verkorting van de levensverwachting. Ook lijkt er een verband te bestaan tussen langdurige blootstelling aan stikstofdioxide en longkanker. Fijnstof kan luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten veroorzaken en verkort daarmee de levensverwachting. Hierbij geldt dat hoe kleiner de deeltjes hoe verder ze in de longen en zelfs de bloedbaan doordringen en hoe schadelijker ze zijn voor de gezondheid. Effecten betreffen klachten, ziekenhuisopnames, maar ook sterfte. Het bewijs voor longkanker en hart- en vaatziekten wordt als causaal beschouwd, de relatie met luchtwegaandoeningen als waarschijnlijk. Vermoedelijk zijn de gezondheidseffecten hier niet toe beperkt, maar zijn er ook effecten op de ontwikkeling van de foetus, longen en hersenen bij kinderen, diabetes en dementie.
Jaarlijks overlijden in Nederland 11.000 mensen vroegtijdig door luchtverontreiniging. Gemiddeld leven Nederlanders 9 maanden korter als gevolg van de vervuilde lucht. Luchtverontreiniging heeft zelfs een lager geboortegewicht en verhoogde sterfte onder pasgeboren kinderen tot gevolg. De gezondheidsschade zadelt de samenleving niet alleen met een hoop verdriet maar ook met hoge kosten op.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
7
4. Beperken van de luchtverontreiniging De luchtkwaliteit kan alleen verbeterd worden door maatregelen waarmee de emissie (uitstoot) van de bron daalt. Anders dan bijvoorbeeld bij de aanpak van geluidshinder hebben overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij de ontvanger niet of nauwelijks effect op de luchtkwaliteit. Het verminderen van de emissie van luchtverontreinigende stoffen door maatregelen aan de bron levert verbetering van de luchtkwaliteit op. Afhankelijk van welke bron aangepakt wordt zorgt dit voor een algemene verlaging van de concentratie door een effect op de achtergrondconcentratie of voor een verlaging op een specifieke locatie, bijvoorbeeld langs een drukke weg. De afgelopen decennia zijn op Europese schaal richtlijnen en emissiebeperkende wetgeving ingevoerd, voor zowel de industrie, de landbouw als het (weg)verkeer en andere bronnen. De bij het publiek waarschijnlijk bekendste (bron)maatregel is de invoering van de Euro-normen voor wegvoertuigen en de daarmee samenhangende 3-weg katalysator en het verdwijnen van loodhoudende benzine. De emissie van verontreinigende stoffen naar de lucht is door deze bronmaatregelen op generiek niveau sterk afgenomen. Uit de Tussenbalans van de Leefomgeving 2017[3] is Figuur 4.1 overgenomen. In deze figuur is de dalende trend van een vijftal stoffen geïllustreerd.
Doordat de relatief eenvoudig te treffen maatregelen (laaghangend fruit) zo langzamerhand wel zijn ingezet wordt het steeds moeilijker om de dalende trend door te trekken. In de grafieken is dit te zien aan de sinds circa 2010 afvlakkende daling van de emissies. Het zal nodig zijn om ook de minder voor de hand liggende en minder gemakkelijk te realiseren maatregelen in te zetten om de emissie en daarmee de concentratie verder te laten dalen. Voor het realiseren van een verdere daling is inspanning van alle partijen nodig. Verdere aanscherping van emissie-eisen aan voertuigen en bedrijven en elektrificeren van de mobiliteit zal de komende decennia wel leiden tot een verdere daling van de emissies en concentraties langs wegen.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
8
Figuur 4.1:
Emissie van luchtverontreinigende stoffen 1990-2030 (Bron: PBL, Tussenbalans van de leefomgeving 2017)
Alhoewel de emissie van de grote bekende bronnen zoals industrie en verkeer daalt neemt emissie van minder bekende en kleinere bronnen niet af of zelfs toe. Zo is de verwachting dat de emissiebijdrage van verbranding van hout en biomassa zal toenemen. Dit omdat het gebruik van biomassa en biobrandstoffen kan toenemen door klimaat- en energiebeleid. Te denken valt aan de houtkachel als hernieuwbare energiebron, grootschalige inzet van vaste biomassa voor de opwekking van lokale elektriciteit en voeden van warmtenetten. In recente studies wordt de positieve bijdrage van het gebruik van biomassa in de reductie van CO2 betwist en met name de kleinere biomassacentrales (kleiner dan 15 MW) stoten relatief veel fijnstof en stikstofdioxide uit omdat daaraan minder strenge emissie-eisen gesteld worden.
4.1. Het NSL Vanaf 2009 wordt door de overheden in Nederland gezamenlijk opgetrokken om de luchtkwaliteit op lokaal niveau te verbeteren en te beschermen. Hiervoor is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgezet. Het NSL had een looptijd van 5 jaar en is tweemaal verlengd. In het Besluit tweede verlenging NSL is vastgelegd dat de periode waarop het NSL betrekking heeft per 1 januari 2017 verlengd is tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet1. In het kader van het NSL wordt de luchtkwaliteit gemonitord. Voor deze monitoring is in 2009 de monitoringstool ontwikkeld. In de monitoringstool zijn alle rijkswegen en provinciale wegen opgenomen. Van de gemeentelijke wegen zijn alleen de wegen met veel verkeer opgenomen. In 2009 zijn alleen dié wegen opgenomen waarvan, op basis van de verkeersintensiteiten en omgevingsfactoren, verwacht werd dat er mogelijk overschrijdingen van grenswaarden zou plaatsvinden. Dit waren de wegen waar tenminste 5.000 motorvoertuigen per etmaal gebruik van
Bij brief van 26 november 2015 (Kamerstukken 2015/2016, 30175, 223)
1
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
9
maakten. Inmiddels hebben diverse gemeenten bij actualisatie van de gegevens in de monitoringstool ook minder drukke wegen toegevoegd, ook Rijswijk heeft dit gedaan. De monitoringstool berekent de luchtkwaliteit op de zogenaamde 'NSL-toetspunten'. Dit zijn rekenpunten die representatief zijn voor een bepaald gebied zoals in de Wet milieubeheer is voorgeschreven én waar getoetst moet worden aan de grenswaarden. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakt op basis van de resultaten uit de monitoringstool jaarlijks een landelijke monitoringsrapportage van de luchtkwaliteit in Nederland[4]. De rapportage wordt aan de Tweede Kamer aangeboden en vormt de basis voor de verplichte rapportage over de stand van zaken van de luchtkwaliteit aan de Europese Unie. De gegevens en de resultaten van de monitoringstool zijn daarna openbaar en mogen door andere wegbeheerders of belangstellenden gebruikt worden voor eigen analyses en berekeningen. De monitoringstool en de daarbij behorende NSL-Rekentool is een goedgekeurde rekenmethode voor SRM1 en SRM2 situaties. De luchtkwaliteit zoals in dit rapport opgenomen zijn, voor zover ze niet beschikbaar waren in de monitoringstool, berekend met de NSL-Rekentool.
4.2. Het Schone Lucht Akkoord (SLA) Het Rijk heeft samen met de provincies en een aantal gemeenten op 13 januari 2020 het Schone Lucht Akkoord[5] getekend. In het Schone Lucht Akkoord hebben de deelnemende partijen de ambitie uitgesproken om samen in alle relevante sectoren de uitstoot van vervuilende stoffen te beperken om zo in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te halen. Het gaat hierbij om gezondheidseffecten van blootstelling aan de uitstoot van Nederlandse bronnen. Een gecombineerde inzet van maatregelen moet ertoe leiden dat in 2030 gemiddeld ruim vier maanden gezondheidswinst is gerealiseerd. De maatschappelijke baten worden geschat op 3 tot 6 miljard per jaar in 2030. In de uitvoering worden ook burgers en bedrijven betrokken.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
10
5. Luchtkwaliteit in Rijswijk 5.1. Vaststelling luchtkwaliteit 5.1.1. Monitoringstool De luchtkwaliteit wordt sinds de start van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) in 2009 berekend en gemonitord met behulp van de monitoringstool. Daardoor is gedetailleerde informatie van de luchtkwaliteit beschikbaar voor NO2 en PM10 van de hele periode. Voor PM2,5 is deze informatie beschikbaar vanaf de introductie van deze stof in het rekenjaar 2011 en EC vanaf het rekenjaar 2014. De concentratie varieert van jaar tot jaar enigszins door de meteorologische omstandigheden die van jaar tot jaar verschillend zijn. Duidelijk is de daling van de concentratie te zien als gevolg van de Europese en nationale maatregelen. De daling is een gevolg van de emissiemaatregelen en een bewijs dat deze werken. De daling van de concentraties is sterker dan de toename als gevolg van de autonome groei van het wegverkeer. De gemeente heeft ruim 800 NSL-toetspunten opgenomen in de monitoringstool. De NSLtoetspunten voldoen aan de eisen die de Wet Milieubeheer aan deze punten stelt. De luchtkwaliteit wordt met behulp van deze punten gemonitord en gerapporteerd. De resultaten geven echter een beperkt beeld van de luchtkwaliteit in de hele gemeente.
De NSLtoetspunten liggen op de plekken waar de concentratie het hoogste is, maar dit zijn veelal niet de plekken waar mensen langdurig verblijven of langdurig blootgesteld worden.
5.1.2. Contouren, panden, wijken en buurten De aan de monitoringstool verbonden NSL-Rekentool biedt de mogelijkheid om ook op andere punten dan de NSL-toetspunten, de luchtkwaliteit vast te stellen. Voor het inzichtelijk maken van de luchtkwaliteit in de hele gemeente is daar gebruik van gemaakt. Met de NSL-Rekentool is de luchtkwaliteit op ruim 50.000 rekenpunten vastgesteld. Een deel van deze rekenpunten vormt een regelmatig grid waarmee de contouren zijn berekend en een ander deel is gesitueerd op de panden in de gemeente waarmee de luchtkwaliteit per pand en daarmee de blootstelling is vastgesteld. Op basis van het aantal inwoners per buurt van het CBS en de concentratie per pand is vastgesteld aan welke concentratie de inwoners van Rijswijk blootgesteld worden. De resultaten zijn in dit rapport gepresenteerd per buurt. De gemeente kent 11 wijken en 32 buurten. De indeling van de wijken en buurten van de gemeente is in Figuur 5.1 afgebeeld. Het effect van de maatregelen is, voor zover mogelijk, ook per buurt berekend en gepresenteerd.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
11
Figuur 5.1: Wijken en buurten gemeente Rijswijk (bron: CBS)
5.1.3. Beoordeling met de GES-score De luchtkwaliteit wordt getoetst aan de hand van de hoeveelheid van een stof per kubieke meter lucht. Dit is een vrij abstracte benadering. De GGD heeft een screeningsmethode ontwikkeld om een globaal beeld te krijgen van de milieukwaliteit in relatie tot gezondheid: Gezondheid Effect Screening (GES). Voor het presenteren en vergelijken van de resultaten is gebruik gemaakt van de klasse-indeling van deze methode. Voor iedere klasse is een beschrijving van de gezondheidskwaliteit opgenomen waarmee een meer gevoelsmatige waarde aan de concentraties wordt gegeven. De indeling van de in dit actieplan gebruikte kleuren zijn in Tabel 5.1 gegeven. Een gezondheidskwaliteit 'onvoldoende' komt voor PM10 en PM2,5 overeen met de concentratie hoger dan de WHO-advieswaarde. Concentratie klassen in µg/m3 GES-score
NO2
PM10
PM2,5
EC
1. Goed
0,0 - 10,0
0,0 - 4,0
0,0 - 2,0
0,0 - 0,2
2. Redelijk
10,0 - 15,0
4,0 - 8,0
2,0 - 4,0
0,2 - 0,4
3. Vrij matig
15,0 - 20,0
8,0 - 12,0
4,0 - 6,0
0,4 - 0,6
4. Matig
20,0 - 25,0
12,0 - 16,0
6,0 - 8,0
0,6 - 0,8
5. Zeer matig
25,0 - 30,0
16,0 - 20,0
8,0 - 10,0
0,8 - 1,0
6. Onvoldoende
30,0 - 35,0
20,0 - 25,0
10,0 - 12,0
1,0 - 1,2
7. Ruim onvoldoende
35,0 - 40,0
25,0 - 30,0
12,0 - 14,0
1,2 - 1,4
8. Zeer onvoldoende
> 40,0
> 30,0
> 14,0
> 1,4
Tabel 5.1:
In dit actieplan gebruikte kleuren en concentratieklassen voor de vier stoffen
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
12
5.2. Vergelijking met andere gemeenten De luchtkwaliteit in Rijswijk is vastgesteld met de monitoringstool. In het rapportagejaar 20181 liggen de concentraties van de drie stoffen (NO2, PM10 en PM2,5) op de NSL-toetspunten overal onder de grenswaarde. Ondanks dat behoort de luchtkwaliteit in Rijswijk tot de slechtste in Nederland. De gemiddelde concentratie van NO2 op de NSL-toetspunten is 28,1 µg/m3. Rijswijk staat hiermee op de 2e plek vlak achter Eindhoven in de top10 van gemeenten met de hoogste gemiddelde NO2 concentratie op de NSL-toetspunten. In de vier grote steden is de hoogste concentratie weliswaar hoger dan in Rijswijk, maar het gemiddelde is in de grote steden toch lager omdat er ook plekken zijn waar de concentratie lager is. In Figuur 5.2 is de top10 van gemeenten gegeven op basis van de hoogste gemiddelde concentratie NO2 op de NSL-toetspunten. De concentratie van PM10 en PM2,5 en met name EC is veel gelijkmatiger verdeeld en kent veel minder grote verschillen tussen de gemeenten onderling. Toch staat Rijswijk ook hier in de top10 op basis van de gemiddelde concentratie. De gemiddelde concentratie van PM10 is in Rijswijk 20,9 µg/m3, dat is een gedeelde 9e plek. Voor PM2,5 is de gemiddelde concentratie in Rijswijk 12,4 µg/m3, wat ook een gedeelde 9e plek is.
Rijswijk staat op basis van de gemiddelde concentratie van EC op een gedeelde 11e plek en dus net buiten de top10. De gemiddelde EC concentratie is 0,97 µg/m3.
Figuur 5.2:
Top10 gemeenten op basis van gemiddelde concentratie NO2 op de NSL- toetspunten in 2018 (bron: monitoringstool)
De hoogste, laagste en gemiddelde NO2 concentratie van deze top10 zijn in Tabel B2.1 in bijlage 2 gegeven.
5.3. Bronnen en emissies Sinds 1974 werkt een groot aantal organisaties hecht samen in het project emissieregistratie2. Doel is het jaarlijks verzamelen en vaststellen van de uitstoot van verontreinigende stoffen naar lucht, water en bodem. Op de website is de geregionaliseerde uitstoot (emissie) van circa 350 verontreinigende stoffen in Nederland gepubliceerd. In deze publicatie is de emissie gekoppeld aan de
Het jaar 2018 is het laatste jaar van de Monitoringstool. De NSL-rapportage van het RIVM zal naar verwachting in de loop van december aan de Tweede Kamer aangeboden worden. 2 Zie https:\\www.emissieregistratie.nl 1
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
13
doelgroepen en emissieoorzaak. De meest recente emissiegegevens zijn van het jaar 2017 (gepubliceerd in januari 2019). Op basis van deze emissiegegevens is de emissie binnen Rijswijk vastgesteld voor NO2 en fijnstof (PM10, PM2,5 en EC). Inzicht in de emissies is nodig om te bepalen welke lokale maatregelen mogelijk effectief zijn en in te schatten hoe groot het effect mogelijk kan zijn. In Figuur 5.3 is de absolute emissie in kilogram per jaar per emissieoorzaak gegeven. De emissieoorzaken zijn gesorteerd naar de hoeveelheid invloed die met lokale maatregelen mogelijk is.
Figuur 5.3:
Emissie NO2 en fijnstof naar emissieoorzaak in Rijswijk in 2017 (bron: emissieregistratie)
Uit de figuur blijkt dat de totale emissie van NO2 (250.000 kg/jaar) in absolute zin vele malen groter is dan de emissie van fijnstof (23.300 kg/jaar). De belangrijkste oorzaak van NO2 emissie in Rijswijk is het lokale verkeer gevolgd door de mobiele werktuigen en verwarming van woningen en kantoren. Ook de emissie van het verkeer op de autosnelwegen is een grote oorzaak van NO2 in Rijswijk. Voor fijnstof is de belangrijkste oorzaak van de emissie ook het lokale verkeer, de mobiele werktuigen en de autosnelweg. Het verwarmen van woningen en kantoren levert nauwelijks een bijdrage in de fijnstof emissie, anders is dat met houtstook in kachels, open haarden en barbecueën en vuurkorven door consumenten. Deze emissie is relatief gezien hoog en in deze cijfers van de emissieregistratie ook nog onderschat. De werkelijke emissie van fijnstof door houtstook is dus hoger dan hier getoond. In de registratie van de emissie van houtstook is namelijk het condenseerbaar fijnstof niet opgenomen. De emissie van verkeer en andere bronnen is wel inclusief het condenseerbaar fijnstof[6]. Volgens onderzoek van TNO wordt de uitstoot van houtkachels en open haarden drie maal zo hoog als het condenseerbaar fijnstof wel meegenomen wordt. Als dat het geval is dan is de emissie van fijnstof uit houtkachels vergelijkbaar met de hoeveelheid emissie van het lokaal verkeer.
De bouwplaatsen en de overige oorzaken zijn ook grote bronnen van emissie van fijnstof in Rijswijk. De bouwplaatsen betreft vooral PM10 en PM2,5. De overige oorzaken bestaan uit de fijnstof emissie van diverse oorzaken door de industrie, handel en diensten, landbouw en consumenten.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
14
De grafiek in Figuur 5.4 toont dat de relatieve bijdrage van het lokale verkeer ongeveer 30% is en daarmee de grootste oorzaak binnen Rijswijk. Het verkeer op de autosnelweg is voor NO2 en ook voor fijnstof een grote bron. Uit deze figuur blijkt verder dat de emissie van EC door mobiele werktuigen relatief groot is, ongeveer 25%. Het stoken van hout en barbecueën levert veel PM2,5 emissie op, deze oorzaak is met 15% relatief groot in de totale PM2,5 emissie. Het overige verkeer (spoor, luchtvaart en scheepvaart) levert nauwelijks een bijdrage in de totale emissie in Rijswijk. De fijnstof emissie van bouwplaatsen is wel significant. De overige oorzaken bestaan onder andere uit emissie van industrie, landbouw en diverse andere oorzaken. De emissie is weliswaar relatief groot maar het is niet mogelijk om met lokale maatregelen een reductie te realiseren.
Figuur 5.4:
Relatieve emissie van NO2 en fijnstof naar oorzaak in Rijswijk in 2017 (bron: emissieregistratie)
De emissiecijfers van Figuur 5.3 en 5.4 zijn in Tabel B2.2 in bijlage 2 gegeven. De emissie van het lokaal verkeer is verder uitgesplitst naar voertuigtype en brandstofsoort in Tabel B2.3 weergegeven. Het is niet bekend hoeveel de niet-verkeersbronnen precies bijdragen in de concentraties op de toets- en rekenpunten. Deze emissie is in de rekenmodellen impliciet in de achtergrondconcentratie opgenomen. Het is aannemelijk dat dit min of meer in dezelfde verhouding zal zijn als de verkeersbijdrage, maar dan uitgevlakt over een groter gebied1. Het is op basis van deze informatie begrijpelijk dat veel maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren zich richten op het verlagen van de bijdrage van het verkeer. Er is echter nog een aantal oorzaken waarvan de emissie mogelijk ook beperkt kan worden en dus een bijdrage kan leveren in het verbeteren van de luchtkwaliteit. Vooral de mobiele werktuigen en het beperken van het houtstoken bieden kansen.
1
De achtergrondconcentratie (GCN) heeft een resolutie van 1x1 kilometer
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
15
5.4. Concentratie stikstofdioxide (NO2) 5.4.1. Historische ontwikkeling De grenswaarde van NO2 (40 µg/m3) werd in Rijswijk tot in 2015 overschreden. Tot in 2013 werd de grenswaarde overschreden langs delen van de Rotterdamseweg en de Prinses Beatrixlaan tussen de A4 en de Sir Winston Churchilllaan. Tot 2015 waren er overschrijdingen langs de gehele Haagweg. De gemeente heeft om deze overschrijdingen te beperken in 2010 een milieuzone ingesteld1. Langs deze wegen is de concentratie desondanks ook nu nog het hoogste.
Figuur 5.5:
Spreiding NO2 concentratie op de NSL-toetspunten van Rijswijk in 2010 t/m 2018 en prognose 2020 en 2030
In Figuur 5.5 is de hoogste, laagste en gemiddelde concentratie op de NSL-toetspunten per jaar weergegeven voor de periode 2010 t/m 2018 en de verwachting voor 2020 en 2030 op basis van het huidige generiek beleid. De cijfers van Figuur 5.5 zijn opgenomen in Tabel B2.4 in bijlage 2. Figuur 5.5 laat een duidelijke jaarlijks dalende trend zien. Dit komt overeen met de landelijke trend. De laagste NO2 concentratie op een NSL-toetspunt was in 2010 30,3 µg/m3, deze is gedaald tot 24,1 µg/m3 in 2018. Deze punten liggen langs de Schaapweg, Steenvoordelaan en Huis te Landelaan. De toetspunten met de hoogste NO2 concentratie liggen langs de A4 en de Prinses Beatrixlaan. De hoogste concentratie is gedaald van 49,7 µg/m3 in 2010 tot 38,0 µg/m3 in 2018. Het autoverkeer is primair verantwoordelijk voor de hoogste concentraties die plaatsvinden langs de wegen. Door beleid en diverse andere oorzaken daalt de emissie van het wegverkeer de komende jaren en daardoor daalt de verkeersbijdrage en daarmee de verhoogde concentraties langs wegen. De punten met de laagste concentratie geven feitelijk de achtergrondconcentratie weer. Deze daalt minder snel dan de verkeersbijdrage waardoor de spreiding kleiner wordt. In de grafiek is dit effect duidelijk te zien in het verschil in de spreiding van 2020 en 2030.
1Per 1 november 2010 is er een milieuzone in wijk 1 en wijk 2 van kracht. Deze milieuzone is pas in 2017
opgenomen in de monitoringstool en derhalve niet verwerkt in de rekenresultaten en rapportages van 2010 t/m 2016. Het effect van de milieuzone is een vermindering van de NO 2 concentratie met ongeveer 0,3 µg/m3. Gesteld kan worden dat ondanks de milieuzone in de periode van 2010 t/m 2015 niet aan de grenswaarde voldaan werd.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
16
De verwachting is dat er met het huidige generieke beleid de hoogste concentratie in 2030 21,3 µg/m3 zal zijn en er dan nog enkele plekken overblijven waar de NO2 concentratie hoger is dan 20 µg/m3. Dit zijn een aantal toetspunten langs de A4 en enkele langs de Prinses Beatrixlaan nabij de aansluiting op de A4.
5.4.2. NO2 concentraties in Rijswijk De luchtkwaliteit op de NSL-toetspunten geeft inzicht in de locaties met de hoogste concentraties. Dit zijn de te toetsen locaties en vaak de plekken waar de grenswaarden overschreven worden. Het zijn echter niet altijd de plekken waar mensen langdurig verblijven en blootgesteld worden. Op dié plekken is de concentratie in het algemeen overigens wel altijd lager dan op de NSL-toetspunten. De concentratie op de toetspunten alleen geeft dus wel een goed beeld van de hoogste concentraties en de toetsing aan de grenswaarden, maar is tegelijk is het een beperkt beeld van de luchtkwaliteit in de hele gemeente. Een compleet beeld van de luchtkwaliteit in de gemeente heeft meerwaarde omdat ook lagere concentraties gezondheidseffecten hebben. Voor dit complete beeld zijn contouren van de luchtkwaliteit berekend en is de luchtkwaliteit vastgesteld op pandniveau. In Figuur 5.6 zijn de contouren van de jaargemiddelde concentratie NO2 in 2018 weergegeven. De concentratie is het hoogste langs de drukke wegen zoals de A4 en de Prinses Beatrixlaan tussen de aansluiting met de A4 en Sir Winston Churchilllaan. Ook langs de Haagweg en een aantal andere wegen is de concentraties hoger dan 30 µg/m3 en daarmee een GES-score 'onvoldoende'. De luchtkwaliteit in Rijswijk wordt, zoals in de meeste gemeenten, gedomineerd door de bijdrage van het verkeer.
Dit is niet alleen het lokale verkeer maar ook het verkeer op de autosnelweg A4 en A13. Overal in Rijswijk is de bijdrage van het verkeer in de concentraties terug te vinden. De laagste verkeersbijdrage is ongeveer 0,6 µg/m3 in Eikelenburg en Strijp.
Figuur 5.6:
Contouren jaargemiddelde concentratie NO2 in 2018 (naast de kleuren geeft de 3D hoogte eveneens indicatie van de concentratie)
Er is naast het wegverkeer, nog een aantal bronnen binnen Rijswijk die een significante bijdrage in de lokale luchtkwaliteit hebben (zie hoofdstuk13). De bijdrage van deze bronnen is impliciet opgenomen in de stedelijke achtergrondconcentratie en wordt daarom in het NSL en de monitoring
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
17
niet expliciet in beeld gebracht. Voor de aanpak en verbetering van de lokale luchtkwaliteit is identificatie van deze bronnen van belang omdat de gemeente de uitstoot van deze bronnen wellicht kan beperken. In de Figuur 5.6, en ook in de andere figuren van de concentraties, is soms een aantal rechte verticale en horizontale lijnen te onderscheiden. Deze rechte lijnen worden veroorzaakt door de grenzen van het grid van de grootschalige achtergrondconcentratie Nederland (GCN). De GCN geeft de achtergrondconcentratie in grid met een resolutie van 1x1 km en veroorzaakt op de grenzen onvermijdelijke 'sprongen' in de concentratie. Aan deze contourgrenzen moet geen absolute waarde gehecht worden, de werkelijke contourgrens ligt in de buurt van deze rechte lijnen.
5.4.3. NO2 concentraties per buurt en blootstelling De luchtkwaliteit is ook op pandniveau vastgesteld en gekoppeld aan het gemiddelde aantal inwoners per woning op buurtniveau. Op basis van deze gegevens is de mate van blootstelling van de inwoners vastgesteld. In Figuur 5.7 is het relatief aantal inwoners per buurt naar GES-score weergegeven. Deze figuur laat zien hoe de buurten voor de jaargemiddelde concentratie NO2 scoren op de gezondheidskwaliteit. Een aantal buurten springen er negatief uit zoals Elsenburg, Muziekbuurt, Stervoorde, maar vooral Kraayenburg. Deze buurten liggen vlak bij de autosnelwegen A4 en A13 en zoals Muziekbuurt ook nog langs de drukke Prinses Beatrixlaan. Er is ook een aantal buurten die er positief uitspringen, dit zijn de buurten die het verste van de autosnelwegen liggen en ook ver van drukke stedelijke wegen. Dit zijn Eikelenburg, Julianapark, Pasgeld, Spoorzicht, Strijp en Vrijenban.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
18
Figuur 5.7:
Relatief aantal inwoners per buurt naar GES-score o.b.v. jaargemiddelde concentratie NO2 in 2018
De cijfers van Figuur 5.7 en het aantal inwoners per buurt staan in Tabel B2.5 in bijlage 2.
5.5. Concentratie Fijnstof (PM10, PM2,5 en EC) Fijnstof wordt uitgedrukt op basis van afmeting van de deeltjes en bestaat uit PM10, PM2,5 en EC (zie hoofdstuk 3).
5.5.1. Historische ontwikkeling In Rijswijk zijn de grenswaarden en normen voor PM10 en PM2,5 sinds het begin van de monitoringstool in 2010 nooit overschreden. Volgens de huidige verwachting neemt de concentratie tot 2030 zo ver af dat de concentratie van PM10 en PM2,5 in Rijswijk onder de advieswaarde van 20 µg/m3 van de WHO komt. Deze prognose kent echter veel onzekerheden en is daardoor mogelijk een (te) optimistisch scenario. De concentratie van EC is vanaf 2014 beschikbaar in de rekenmodellen en de monitoringstool. Een waarde boven 1,0 µg/m3 wordt als te hoog en ongewenst beschouwd. Er is echter (nog) geen wettelijke grenswaarde voor de concentratie van EC en de concentraties zijn nog omgeven met veel onzekerheden. In alle jaren tot nu toe is op een groot aantal NSL-toetspunten in Rijswijk de EC concentratie hoger is dan gewenste maximale concentratie van 1,0 µg/m3. In Figuur 5.8 is de hoogste, laagste en gemiddelde fijnstof concentraties van PM10, PM2,5 en EC op de NSL-toetspunten in Rijswijk per jaar weergegeven voor de periode 2010 tot 2018 en de verwachting voor 2020 en 2030 op basis van generiek beleid. In de figuur is de WHO advieswaarde van PM10 (20 µg/m3) en PM2,5 (10 µg/m3) met een stippellijn ingetekend. De cijfers van Figuur 5.8 zijn in Tabel B2.6 van bijlage 2 weergegeven.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
19
Figuur 5.8: 2030
Spreiding fijnstof concentratie op de NSL-toetspunten van Rijswijk in 2010 t/m 2018 en prognose 2020 en
Figuur 5.8 laat zien dat de concentraties van fijnstof langzaam maar gestaag dalen. De laagste PM10 concentratie in 2018 is 19,6 µg/m3, dit is meer dan 1 µg/m3 hoger dan in 2017. De hoogste concentratie PM10 is in 2018 is op enkele NSL toetspunten ongeveer 22,6 µg/m3, wat ook 1 µg/m3 hoger is dan in 2017. Deze toetspunten met de hoogste concentratie liggen langs de Prinses Beatrixlaan tussen de aansluiting op de A4 en Admiraal Helfrichsingel. Het verschil tussen de hoogste en laagste PM10 concentratie is in 2018 slechts ongeveer 2 µg/m3. Het fijnere deel van de fijnstof concentratie is PM2,5. De hoogste concentratie van PM2,5 is 13,5 µg/m3 en de laagste is bijna 2 µg/m3 lager, namelijk 11,7 µg/m3. Ook hier geldt dat concentraties ongeveer 1 µg/m3 hoger liggen dan in 2017. Circa 10% van de PM2,5 concentratie is EC. De hoogste concentratie van EC is 1,3 µg/m3 en de laagste is circa 0,8 µg/m3. Dit is ongeveer gelijk aan de concentraties in 2017. Het autoverkeer zorgt voor verhoogde concentraties fijnstof langs de wegen. Het fijnstof is voor ongeveer 40% afkomstig uit de uitlaat (verbrandingsemissie) en 60% van banden-, rem- en wegdekslijtage. De emissie door slijtage bestaat vooral uit het grovere deel van fijnstof; slechts 15% tot 20% van de slijtage bestaat uit PM2,5. Er is geen EC emissie door slijtage van banden, remmen en wegdek.
De emissie uit de uitlaat bestaat juist vrijwel volledig uit het fijnere deel van fijnstof en dus uit PM2,5 en EC waarbij de verhouding tussen deze twee ongeveer 2/3 deel PM2,5 is en 1/3 deel EC. De verwachting is dat de emissie van fijnstof door het autoverkeer de komende jaren nog wel iets zal dalen waardoor de concentraties nog iets lager wordt. Deze daling betreft vooral de emissie uit de uitlaat door de overstap naar elektrische voertuigen. De emissie door slijtage is nauwelijks te verbeteren. Uit onderzoek van TNO blijkt echter wel dat elektrische auto's tot ongeveer 25% minder slijtage-emissie kunnen hebben door de andere manier van remmen. De verdeling van de emissie van het lokaal verkeer in Rijswijk naar bron en brandstoftype is weergegeven in Tabel B2.3 in bijlage 2.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
20
De ambitie van het kabinet is dat er in 2030 nog uitsluitend nul-emissie auto's worden verkocht. Hiermee wordt bedoeld dat de auto's die dan verkocht worden geen verontreinigende stoffen uit de uitlaat meer emitteren. Nul-emissie auto's emitteren echter nog wel fijnstof door banden-, rem- en wegdekslijtage (met name PM10). Uit onderzoek van TNO blijkt dat met name door de regeneratie van energie bij het remmen, elektrische auto's circa 25% minder slijtage fijnstof produceren dan conventionele auto's. De fijnstof emissie daalt dus wel maar zal niet tot nul kunnen dalen. Voor fijnstof is wel duidelijk dat de sterke daling tussen 2010 en 2020 van circa 8 µg/m3 in de periode van 2020 tot 2030 bij lange na niet gehaald zal worden. De huidige verwachting is dat de fijnstof concentraties na 2020 nog met slechts 2 of 3 µg/m3 zullen dalen. Het schoner autoverkeer zal hier ook zeker aan bijdragen maar door slijtage zal er altijd fijnstof emissie van het verkeer blijven. Wel is de verwachting dat concentraties van PM10 in Rijswijk in 2030 overal tot onder de WHO advieswaarde van 20 µg/m3 zal zijn gedaald. Ook de concentratie van PM2,5 komt in 2030 onder de WHO advies van 10 µg/m3 uit.
De concentratie van EC daalt volgens de huidige verwachtingen nog wel sterk tot 2030, dit komt omdat EC alleen afkomstig is uit de uitlaat en dus optimaal profiteert van de overgang naar auto's zonder verbrandingsmotor. De ontwikkelingen op dit gebied kennen echter nogal wat onzekerheden en ook de EC concentraties zelf bevatten nog wel behoorlijk veel onzekerheden. Het is dan ook moeilijk in te schatten hoe de verbetering van de luchtkwaliteit zich daadwerkelijk doorzet1.
5.5.2. Fijnstof concentraties in Rijswijk Fijnstof heeft een sterkere relatie met de gezondheidseffecten als gevolg van luchtverontreiniging dan NO2. De lokale bijdrage in de concentraties is echter beduidend kleiner. Fijnstof is daarmee nog lastiger lokaal aan te pakken dan NO2. De luchtkwaliteit op de NSL-toetspunten geeft inzicht in de locaties met de hoogste concentraties en in het verleden de plekken waar de grenswaarden overschreden werden. Dit zijn de te toetsen locaties, maar meestal niet de plekken waar mensen langdurig verblijven en blootgesteld worden. Daar is de concentratie in het algemeen overigens wel lager dan op de NSL-toetspunten. Een compleet beeld van de luchtkwaliteit in de gemeente heeft meerwaarde omdat ook lagere concentraties gezondheidseffecten hebben. Voor dit complete beeld zijn contouren van de luchtkwaliteit berekend en is de luchtkwaliteit vastgesteld op pandniveau. In Figuur 5.9 zijn de contouren van de jaargemiddelde concentratie PM10 in 2018 weergegeven. De concentratie is, net als bij NO2, het hoogste langs de drukke wegen zoals de A4 en de Prinses Beatrixlaan tussen de aansluiting met de A4 en Sir Winston Churchilllaan. Ook langs de Haagweg en een aantal andere wegen is de concentratie hoger dan gemiddeld. Het verschil is echter duidelijk kleiner tussen de hoogste en de laagste concentraties.
Een groot deel van de gemeente is de gezondheidsscore voor PM10 'onvoldoende'.
De opmerking over de prognoses die in voorgaande paragraaf bij stikstofdioxide is opgenomen is ook voor fijnstof van toepassing (zie paragraaf 5.4.1 ).
1
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
21
Figuur 5.9: Contouren jaargemiddelde concentratie PM10 in 2018
In Figuur 5.10 zijn de contouren van de jaargemiddelde concentratie PM2,5 in 2018 weergegeven. De concentratie van PM2,5 scoort voor de gezondheidskwaliteit in een groot deel van de gemeente 'ruim onvoldoende' en het zuidelijk deel 'onvoldoende'. In Figuur 5.10 zijn binnen de vlakken wel nuances te zien, vooral langs de drukke wegen waar de concentratie hoger is. Het verschil is echter vrij klein tussen de hoogste en de laagste concentratie.
Figuur 5.10: Contouren jaargemiddelde concentratie PM2,5 in 2018
In Figuur 5.11 zijn de contouren van de jaargemiddelde concentratie EC in 2018 weergegeven. De concentratie van EC is in een groot deel van de gemeente ongeveer even hoog en scoort daar een 'zeer matig'. Langs de autosnelweg en de drukke gemeentelijke wegen is de concentratie duidelijk verhoogd en scoort de gezondheidskwaliteit 'onvoldoende' tot 'ruim onvoldoende'. In Figuur 5.11 zijn binnen de vlakken wel enige nuances te zien en daaruit blijkt dat ook binnen de vlakken hogere concentraties voorkomen.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
22
Figuur 5.11:
Contouren jaargemiddelde concentratie EC in 2018
5.6. Gevoelige bestemmingen Sommige groepen zijn extra kwetsbaar voor blootstelling aan luchtverontreiniging ('gevoelige groepen'). Het gaat om kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en mensen met luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten of suikerziekte. Maatregelen om deze gevoelige groepen te beschermen tegen blootstelling aan luchtverontreiniging richten zich vooral op locaties waar deze groepen langdurig verblijven (gevoelige bestemmingen) langs drukke wegen: locaties voor kinderopvang, scholen, verpleeg- en verzorgingshuizen, etc. Feitelijk gaat het ook om woningen, maar in de praktijk blijkt het meestal niet haalbaar om dat in dichtbebouwd stedelijk gebied te implementeren. .
5.6.1. Inventarisatie gevoelige bestemmingen in Rijswijk Om ten behoeve van het Actieplan Luchtkwaliteit de mogelijke maatregelen zo concreet mogelijk te kunnen formuleren, heeft de GGD Haaglanden een inventarisatie gemaakt van de gevoelige bestemmingen binnen de gemeente Rijswijk. In eerste instantie is een groslijst van mogelijke gevoelige bestemmingen gemaakt, bestaande uit: Kindercentra (peuterspeelzaal, kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang). Bron: Landelijke Registratie Kinderopvang. Scholen (primair onderwijs, voortgezet onderwijs, MBO). Bron: Gemeente Rijswijk, Stichting DUO. Verpleeg- en verzorgingshuizen. Bron: GGD Haaglanden.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024
23
De combinatie van deze informatie met gegevens over de verkeersintensiteiten per wegvak uit de monitoringstool (situatie 2017) hebben geleid tot een lijst van knelpunten in de huidige situatie. Gegevens over de prognose van de verkeersintensiteit in 2030 hebben geen consequenties voor de lijst. In onderstaande tabel is een totaaloverzicht van de gevoelige bestemmingen opgenomen; in totaal gaat het om 91 voorzieningen, waarvan er 15 langs een drukke weg liggen en zijn als knelpunt te beschouwen. Deze 15 voorzieningen zijn gevestigde op 9 locaties, omdat in een aantal gevallen sprake is van een combinatie van bijvoorbeeld een school met een BSO en/of een kinderdagverblijf. Soort voorziening
Totaal in Rijswijk (aantal)
Langs drukke weg (aantal)
Langs drukke weg (%)
Kinderdagverblijf
31
4
13%
BSO + Peuterspeelzaal
31
5
16%
Basisonderwijs
19
5
26%
Voortgezet onderwijs
5
0
0%
Middelbaar Beroepsonderwijs
1
0
0%
Verpleeg- en verzorgingshuis
4
1
25%
Ziekenhuis
0
0
0%
Totaal
91
15
16%
Tabel 5.2:
Overzicht van gevoelige bestemmingen in de gemeente Rijswijk
6. Verbeteren van de luchtkwaliteit 6.1. Ambitie van de gemeente De voorbije jaren is de luchtkwaliteit in Nederland sterk verbeterd. Enerzijds onder invloed van de steeds strengere Europese emissienormen voor voertuigen, landbouw en industrie. Daarnaast heeft de inzet van de Rijksoverheid, provincies, gemeenten en andere partijen in het NSL flinke stappen gezet in het verbeteren van de luchtkwaliteit. Voor Rijswijk betekent dit dat de luchtkwaliteit in 2016 overal onder de grenswaarde kwam te liggen. Dat wil niet zeggen dat de luchtkwaliteit in Rijswijk nu in orde is. De luchtkwaliteit in Rijswijk behoort op basis van de gemiddelde concentratie tot de tweede slechtste van Nederland. De luchtkwaliteit is nog niet op het niveau wat wenselijk is. De huidige prognoses laten weliswaar tussen nu en 2030 een verdere daling van de concentraties zien, maar deze daling lukt alleen als alle partijen hun uiterste best blijven doen om de emissie van het verkeer en overige bronnen verder terug te dringen. Rijswijk streeft naar een gezonde leefomgeving voor haar inwoners en bezoeker. De gemeente kan dit niet alleen en roept burgers en bedrijven op om deze ambitie mede na te streven. Rijswijk wil voor de realisatie van deze ambitie ook samenwerken met de andere overheden en sluit zich aan bij het Schone Lucht Akkoord.