Concept verslag Raadsvergadering 20 december 2022
Tekst van het document
Daarom vinden wij dat we als raad vanavond weer eens gemeenschappelijk, gezamenlijk, eensgezind onze tanden moeten laten zien voordat er in het voorjaar een uitgewerkt plan ligt waar we als raad alleen nog maar ja op mogen zeggen. Eerst een integraal mobiliteitsplan waar ook de afhandeling van autoverkeer in is geregeld voordat we instemmen met andere investeringen. Als dat niet gebeurt dan rest ons maar één ding, en dat is klaarstaan met een uitvoeringsplan waar we de pollers gaan neerzetten en waar we de stoplichten anders gaan instellen, en waar we de weg gaan versmallen, want we zijn het beu om alleen maar dromen aan te horen over honderdduizend huishoudens die gaan fietsen terwijl we hier op een verkeersinfarct aan koersen. En dat is de reden dat wij vanavond hopen met een zo groot mogelijke meerderheid een signaal af te geven vanuit de raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Enk. Dan ga ik naar de fractie van GroenLinks, de heer Van ’t Eind. En omdat dit in dit geval ook een motie vreemd aan de orde van de dag is wil ik u ook vragen om het heel kort en beknopt te houden. De heer Van ’t Eind (GroenLinks): Voorzitter, ik ga mijn best doen. Ik heb ook gewoon - staat het nog aan. Ja, het staat nog aan – een aantal vragen aan de indieners.
Maar laat ik maar even beginnen om te zeggen dat GroenLinks op zichzelf heel erg groot voorstander is van de regionale Mobiliteitsvisie. En dat GroenLinks ook vindt dat wij daar als Rijswijk een stap naar voren zouden moeten doen en misschien een trekkende rol in het maken van zo’n regionale Mobiliteitsvisie. Als de motie daartoe ook alleen maar had opgeroepen dan had ik nu kunnen zeggen: ja, deze motie kunnen wij als GroenLinks volhardend steunen. Maar deze motie doet meer, en dan gaat het met name over de toch al wat dreigende toon richting de regio in deze motie over het versmallen van wegen, het afsluiten van wegen. Ja, wij denken niet dat het past bij een constructief gesprek in die regio. En mijn vraag aan de indiende partij is dan ook: hoe kijken zij nu aan tegen het constructief gesprek en hoe schatten ze nu in ... Volgens mij kan dat ook in de tweede termijn, dus hoeft niet gelijk, hoor. Hoe kijken ze nu aan tegen een constructief gesprek als je met deze dreigende taal via deze motie de regio in rent? En vraag twee aan de indieners, we hebben het over versmallen van wegen en het afsluiten van wegen dat we daar een plan voor klaar moeten hebben liggen, maar ik ga er toch vanuit dat als we dat doen dat dat onze eigen inwoners, onze eigen Rijswijkers, ook raakt. Dus hoe zien de indieners dat dan precies? Dus die twee vragen heb ik voor de indieners.
En ik zeg er gelijk bij wij staan op dit moment niet positief tegenover deze motie. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel mijnheer Van ’t Eind. Ik wil eigenlijk de heer Van Enk vragen om te reageren op de twee vragen, of wilt u wachten op de …
De heer Van Enk (CDA): Ja, misschien is het handig qua oordeel om ook … De voorzitter: Qua snelheid, dacht ik misschien. De heer Van Enk (CDA): Misschien zijn er meer vragen, dan kan ik in één keer … De voorzitter: Oké. Ja, prima. Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Van Nunen van Partij van de Arbeid. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Voorzitter, dank. Ik heb een aantal vragen aan de indieners, en vooral de heer Van Enk, en ik heb ook paar vragen aan de wethouder die gaat natuurlijk zelf ook reageren, maar ik heb ook wel mijn eigen vragen aan de wethouder wat betreft consequenties van deze motie. Zoals wij daar nu tegenaan kijken, en dat sluit ook wel aan bij wat de heer Van ‘t Eind zei: stopt de dialoog eigenlijk met de andere gemeenten als het aan deze motie ligt? Tenminste, zo lezen wij het. En volgens mij ligt de ergernis van de indieners, en de heer Van Enk wellicht als eerste, vooral in de verhouding tot de gemeente Den Haag wat betreft de sneltram over Geestbrugweg en de inschatting van de relevantie van de tunnel voor de Beatrixlaan. Dus mijn vraag aan de heer Van Enk is: is dat eigenlijk een beetje uw centrale punt, zonder tunnel geen sneltram? Om het maar even heel kort te zeggen. Dat is de vraag aan de heer Van Enk. En ik heb naast ook wat de heer Van ‘t Eind zei helemaal geen fiducie in het uiten van dat dreigementen helpt.
Ik denk inderdaad eerder dat je dat als gemeente Rijswijk gewoon weer als een boemerang terugkrijgt en daar zijn we zeker niet bij gebaat in het regionaal overleg. Ik vraag trouwens ook nog aan de heer Van Enk, als dat mag voorzitter, waarom heeft u in februari wél voor een constructieve dialoog gekozen in stemming als fractie met betrekking tot het verder praten aan de onderhandelingstafel rondom een eventuele tramlijn over de Geestbrugweg, en waarom zet u die dialoog nu helemaal stop met deze motie, en met vrij harde bewoording ook in het dictum? En aan de wethouder wil ik eigenlijk heel graag vragen: hoe taxeert hij in dat zijn positie is of de positie van Rijswijk, laat ik het zo zeggen, aan de onderhandelingstafel als deze motie wordt aangenomen? In hoeverre ondermijnt dat mogelijk ook, of ondergraaft dat zijn positie aan de onderhandelingstafel, en dan met name niet zijn positie met de positie van de Rijswijk? Voorzitter, hier laat ik het heel even bij in eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Van Nunen. Dan ga ik naar de fractie VVD. De heer Oelen. De heer Oelen (VVD): Ja, dank u wel voorzitter. Ja, we hebben in het Forum van enkele weken geleden een discussie gehad naar aanleiding van de raadsinformatiebrieven over De Binckhorst over lijn 1 over de Geestbrugweg.
We hadden toen een vrij strenge Forumvoorzitter, die verdere politieke discussie verbood maar die wel opriep tot het indienen van een motie bijvoorbeeld zodat we daar hier in de raad het gesprek over kunnen voeren. Nou, dat doen we nu, dus dat is alleen maar goed. In die RIB, of althans naar aanleiding van die RIB over De Binckhorst die gaat over een investeringsbesluit wat door de overheid is genomen, en dat investeringsbesluit de MIRT is genomen naar aanleiding van een intentieovereenkomst die hier tussen verschillende partijen is gesloten om te komen tot een ontsluiting van De Binckhorst. En eigenlijk in een vrij laat stadium heeft Rijswijk ook mee getekend aan die intentieverklaring, maar daar waren wel een heel aantal voorwaarden aan verbonden. En wat schetst onze verbazing, zoals de vlag er nu voorstaat, is dat aan de voorwaarde eigenlijk nog geen enkele invulling wordt gegeven. Dat is één. Het tweede is, en ik denk dat iedereen dat ook wel voelt, dat raadsbreed het gevoel er is dat bereikbaarheid en leefbaarheid van Rijswijk steeds verder onder druk komt te staan door enorme bouwprojecten. Die bouwopgave is nu eenmaal in de regio, die is in heel Nederland, maar die bereikbaarheid en die leefbaarheid die komt gewoon onder grote druk te staan.
Mijnheer Van Enk die refereerde al naar allerlei bouwprojecten bij de Haagse buren, maar ook elders zijn er natuurlijk bouwprojecten en die zijn er ook gewoon in Rijswijk. Dus dat betekent gewoon dat er een enorme opgave komt om die mobiliteit beter te ontsluiten. Wat wij ook zien is dat er te veel doorgaande
druk, doorgaande wegen in Rijswijk zijn waar dat verkeer enorm toeneemt ondanks het feit dat we met z’n allen het STOMP-principe hebben aanvaard, en we zien dat het ook in andere gemeenten is gebeurd. Maar we zien ook dat het tot dusver geen enkele oplossing biedt. We lezen in de krant dat er alleen maar meer auto’s zijn verkocht, dus mensen die kiezen niet kennelijk voor alternatieve methoden, maar die blijven gewoon in die auto zitten. Dus het probleem gaat niet zomaar weg, dat is denk ik het punt. We moeten het gaan oplossen en wij in Rijswijk kunnen dat niet alleen oplossen. Dat moet regionaal gebeuren door middel van een integrale visie die we samen met al onze buren gaan opstellen. Daar roept deze motie primair dan ook toe op dat het college, dat de wethouder daar mee aan de slag gaat. Maar ja, er zit inderdaad ook een angel in, en sommige partijen noemen dat een dreigement, maar ik noem het meer een angel om ervoor te zorgen dat de wethouder ook een extra zetje aan die onderhandelingstafel krijgt, want tot nu toe hebben we echt ook feitelijk gemerkt dat alles wat wij zelf wensten dat daar gewoon door de buren niks van terecht is gekomen. We worden er voortdurend in geshanghaaid, dat is gewoon de feitelijke situatie, en Rijswijk ja, we kunnen zeggen verliest dan de positie van de onderhandelingstafel.
Ik heb niet de indruk dat we tot nu toe al enige positie daarin hadden. Vandaar dus dat we ook in deze motie oproepen om voorbereidingen te treffen voor het geval we er in de gezamenlijkheid in de regio niet uit zullen komen. In de hoop natuurlijk dat we er in de regio wel uitkomen om het regionaal probleem gezamenlijk hierop te lossen. Maar mocht dat nu niet regionaal opgelost kunnen worden dan zullen we onze verantwoordelijkheid als Rijswijks bestuur moeten nemen om iets te doen aan de bereikbaarheid van de Rijswijk voor de eigen inwoners en ook voor de leefbaarheid voor Rijswijk voor de eigen inwoners. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Oelen. Dan mevrouw Niesen van Rijswijks Belang. Mevrouw De Haan-Niesen (Rijswijks Belang): Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag namens de fractie van Rijswijks Belang mondeling nog even de motie kracht bijzetten en wel met het volgende. Uit onderzoek van het CBS is gebleken dat er op 1 januari 2022 er ruim 8,8 miljoen personenauto’s zijn in Nederland. In drie jaar tijd is dit met 4,6 procent toegenomen en 88,4 procent hiervan staat op naam van particulieren. Inmiddels zijn er sinds begin 2022 725.000 elektrische auto’s in Nederland. Dat betekent, dat één op de twaalf personenauto’s in Nederland een elektrische of hybride auto is.
Rijswijks Belang leest dan ook dat het gebruik van een auto eerder toeneemt dan afneemt en ziet ook binnen onze gemeente de verkeersinfarcten aanzienlijk groeien. Is de wethouder hiervan op de hoogte? In het Forum van 6 december jongstleden kondigde de wethouder aan dat hij de week na het Forum een gesprek zou hebben met de MRDH. Heeft dit gesprek inmiddels plaatsgevonden, en heeft de wethouder zich opgesteld als Calimero? U weet wel, het zwarte kuiken in het gezin met verder alleen gele kuikens. Calimero die opkomt voor situaties waar structureel tekortgedaan wordt of situaties die niet serieus genomen worden vanwege hun geringe omvang. En dan kijken we even terug naar de afgelopen vijf jaar als het op het openbaar vervoer aankomt. Bus 23 verandert naar Bus 51, verandert naar bus 61, geen stophalte meer bij De Bogaard en haltes Treubstraat en halte Broekpolder die zijn weggehaald. Rijswijk is zoals vaak benoemd door de snelst groeiende gemeente van Nederland en hoeft daarom niet onder te doen voor de grotere gemeentes om ons heen. De wethouder mag best eens met zijn vuist op tafel slaan en zeggen: nee, nu is het genoeg, er worden geen haltes meer weggehaald in Rijswijk, ik vind dit sociaal maatschappelijk verantwoord, temeer omdat er veel woningen gebouwd gaan worden. Rijswijk moet voldoen aan het STOMP-principe.
Er is dus goede infrastructuur nodig en hieronder valt goed openbaar vervoer, een Beatrixtunnel en geen versmallingen meer van wegen. Rijswijks Belang gelooft namelijk niet dat er binnen onze gemeentes het autoverbruik zal verminderen, en zo ook niet binnen de omliggende gemeentes, af te lezen uit de cijfers van het CBS, of kan de wethouder het tegendeel bewijzen? Dank u wel. Dit is het voor de eerste termijn.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Niesen. Dan ga ik naar mevrouw Woudstra, D66. U heeft … O, mevrouw Van der Weij, sorry. Mevrouw Van der Weij (D66): Dank u wel, voorzitter. In lijn met GroenLinks, is ook D66 voorstander van een regionale visie. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk om Rijswijk goed te ontsluiten en ook te zorgen dat de wegen begaanbaar blijven, en we zouden het ook heel prettig vinden als we daar een stevige rol in kunnen nemen om dat voor elkaar te krijgen. En ook daar, als daar was opgeroepen in de motie om alleen daartoe op te roepen dan hadden we er zeker in mee kunnen gaan, maar de motie is behoorlijk breed en de toon van de motie is misschien niet wat we ervan gehoopt hadden. We zijn erg voor een constructief gesprek zoals ook al eerder in het jaar met elkaar hebben bevestigd, en we zitten ook goed aan tafel op dit moment. Dat willen we ook graag zo houden, en inclusief de nut en noodzaak voor Rijswijk dat wat duidelijk is wat wij willen, dus met ons eigen belang in combinatie met regiobelang. Natuurlijk zijn we ook voor een Beatrixtunnel en een goede doorstroming en ook voor het milieu. Tenminste niet alleen het doorstromen van auto’s, maar we weten allemaal de milieuproblemen bij de Beatrixlaan, de luchtvervuiling et cetera. We willen graag vooruit.
We willen vooruit in de mobiliteit, we willen zorgen dat Rijswijk goed bereikbaar blijft, begaanbaar reist via het STOMP-principe. Het STOMP-principe is nog vrij recent en we willen het graag een kans geven, dus dat wil ik graag nog even gezegd hebben. We zijn benieuwd naar de verdere antwoorden van deze op de vragen die gesteld zijn en wachten het verder even af, en zijn op dit moment geen voorstander van de motie. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Weij. Dan ga ik naar de fractie van de Partij voor Gelijkheid en Gerechtigheid, de heer El Majjaoui. De heer El Majjaoui (Partij voor Gelijkheid en Gerechtigheid) : Dank u wel voor het woord, voorzitter. Nou, ik sluit voor een groot deel ook bij een aantal van mijn raadsgenoten. We moeten even teruggaan naar het principe, want Rijswijk is geen eiland, daar blijven we op hameren. Als ik de motie lees dan zie ik ook dat er gewoon aangedrongen wordt op regionale integrale samenwerking. Ik zie dat meer als een urgente zaak dan vrijblijvendheid, dus dat is het uitgangspunt. We moeten gewoon regionaal met omliggende gemeenten intensief samenwerken voor die bereikbaarheid, leefbaarheid en zeker ook voor de luchtverontreiniging die in toenemende mate steeds stijgt.
Alleen het laatste woordje waar ik mee ook met mijn fractieleden over gehad, het zijn geen dreigementen maar ik zie het meer als ontmoedigingsmaatregelen, maar daar snijden we ook onze eigen … Ja goed. Onze inwoners die zullen hier ook nadelen van ondervinden. Ik pleit meer voor die samenwerking, en het STOMP-principe zouden we ook de kans moeten gunnen om het tot uitvoering te kunnen brengen. En ik vind de motie die heeft een hele mooie – tenminste geen mooie – maar de probleemstelling in kaart gebracht. Je kan in principe hier gewoon het uitgangspunt van een hele mooi script zien. De problemen die ik ook ervaar, die mijn fractieleden ook ervaren die wij ook hedendaags terugzien in onze samenleving die zijn heel nauwkeurig omschreven. Hoe gaan we die oplossen? Ja goed, dat blijft een discussie. Ik pleit voor meer … Stel je voor dat deze motie, de laatste zinnetjes niet in laten staan. Dat wij niet eigen regie gaan houden met wegafsluitingen of verkeerslichten of wegversmallingen, maar dat we gewoon aandringen, de wethouder aandringen om toch een stevig gesprek aan te gaan met omliggende gemeentes.
Want helaas, we hebben geen luxepositie, want we moeten tegen de grote jongens opboksen, maar we moeten gewoon alles uit de kast halen om die leefbaarheid en vooral de gezondheid waarmee gepaard gaat met luchtverontreiniging, de bereikbaarheid te bevorderen dan wel in stand houden voor nu en de toekomst. En met name de twee grote wegen Haagweg en de tunnel Bea vind ik van belang die onderdeel uit te laten maken van deze visie. En dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer El Majjaoui. Mijnheer Van Dam van de fractie van Wij. Rijswijk.
De heer Van Dam (Wij.Rijswijk): Jazeker. Hartelijk dank. Ja, Rijswijk groeit snel. We hebben de afgelopen jaren verschillende woonwijken toegevoegd zien worden, het Havenkwartier of RijswijkBuiten, maar we zijn ook volop bezig met nieuwe ontwikkelingen. De HBG-locatie die ontwikkeld wordt, De Bogaard, het Kessler Park, Havengebied Pasgeld Oost en Pasgeld West, en dat alles zorgt ervoor dat Rijswijk één van de snelst groeiende gemeentes is van Nederland...volgens het CBS. Volgens het CBS gaan we in 2035 zelfs richting de 85.000 inwoners, en dat is niet niks. En we zijn inderdaad geen eiland, zoals eerder vandaag al gezegd is. We liggen naast één van de dichtstbevolkte steden van Nederland, namelijk Den Haag. En daar is de grootste ontwikkeling in de stad De Binckhorst, waar 25.000 huizen worden bijgebouwd waar pak hem beet 50.000 inwoners bijkomen. Dat is een stad naast een stad. Dat is misschien al een Rijswijk naast een Rijswijk, en dat is niet niks, want dat gaat wat doen. Het gaat wat doen met onze infrastructuur. En de Geestbrugweg is namelijk één van de wegen die straks die grote woonwijk moet gaan ontlasten, en daar zien we anders wel een groot probleem. Want hoeveel geld we er ook tegenaan gooien, die weg wordt niet breder, want daar staan huizen die er al lang staan die niet weggaan.
En hoe meer geld we ertegenaan gooien, het wordt niet rustiger want er komen ontiegelijk veel nieuwe inwoners bij. Maar we zitten hier vandaag niet alleen om te praten over die Geestbrugweg, we zien nog veel meer knelpunten in Rijswijk. Vorig jaar hebben we het vastgesteld in de mobiliteitsstrategie. We zien de Beatrixlaan, de Volmerlaan, de Burgemeester Elzenlaan, de Haagweg. Het zijn allemaal voorbeelden van knelpunten in Rijswijk waar we urenlang stil kunnen staan en waar we nog veel langer stil gaan staan als het ligt aan al die bouwplannen die ik hiervoor heb genoemd. En wat deze motie probeert te doen is dat we prioriteit geven aan de mobiliteit en aan een oplossing voor die knelpunten, want ik hoop, en ik hoop dat dat gedeeld wordt dat we evenveel prioriteit geven aan het oplossen van onze knelpunten als dat we geven aan het oplossen van in dit geval het Haagse probleem. En dat wij er evenveel prioriteit aan geven als dat we prioriteit geven aan het bouwen van nieuwe locaties die alleen maar zorgen voor nieuwe problemen. En daarbij zou ik het voor de eerste termijn even willen laten. Bedankt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Dam. Dan dank ik u hartelijk voor uw inbreng … O, mevrouw Harmsen, ChristenUnie. Hoe kunnen we u vergeten? Mevrouw Harmsen (CU): Ik had me keurig opgegeven. Dank u wel, voorzitter. Deze motie behelst een dreigement.
Een dreigement past niet binnen een regionale samenwerking, dat past binnen een machtsspel en daar moeten we niet naartoe. Het is niet passend bij een kleine stad, het past ook niet bij een grote stad uiteraard. Wat wel past, en waar ik best blij mee ben bij deze motie die verzoekt aan het college om met de omliggende gemeenten op te trekken. We weten dat Delft grote moeite heeft met de plannen van tramlijn 1. Voorburg. Laten we daarmee ook in kleiner verband transparanter wel richting Den Haag daar eens van gedachten mee wisselen, laten we daar de tijd voor nemen. Maar dat is onmogelijk op het moment dat we deze motie aannemen, en dus een dreigement van pollers doen of wegafsluitingen. Daarmee slaan we onszelf op de vingers, schieten we ons in de voet of een stok in de spaak, als ik bij de fiets mag blijven. Dat zou jammer zijn. En een ander punt heel praktisch, wegafsluitingen. Twintig procent van de Rijswijker forenst naar Den Haag met de auto. Ook daarin zetten we weer een stok in onze eigen spaak als wij onze eigen wegen gaan afsluiten voor een forens, terwijl we best wel wat te bieden zouden kunnen hebben in de regionale samenwerking. Stel je voor dat wij geasfalteerde fietswegen hebben op onze sterroutes, en het lekker doorrijden is door Rijswijk heen naar Den Haag, bijvoorbeeld. Dat zou fantastisch zijn. We hebben wel wat te bieden, denk ik, en te verbeteren.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Harmsen. Mijnheer Braam van Beter voor Rijswijk.
De heer Braam (Beter voor Rijswijk): Dank u wel, voorzitter. Toch nog even reageren met name op de gevoeligheden zoals die worden geschetst door enkele partijen. En dan denk ik dat vooral het venijn zoals dat wordt uitgelegd in de start zit, maar ik heb het anders gelezen. Ik zie het vooral als feitelijk een ondersteuning van het STOMP-principe ook in belangrijke mate, maar laten we vooral niet vergeten dat op alle manieren hoewel we niet alleen als partij maar ook als gemeenteraad. We hebben ingezet op het verzorgen van met name het afwikkelen van het autonetwerk via de inprikkers, zo noemen we dat. En één van die inprikkers is bijvoorbeeld de tunnel, die Victor Boogie Woogietunnel, dat is er eentje. Niet te vergeten de Feyneroute, en dan hebben we natuurlijk ook de Beatrixlaan als één van de laatste inprikkers waar de gemeente Den Haag niet omheen kan. Maar laten we ook niet vergeten, en dan kom ik toch maar even terug op het STOMPprincipe, dat we eigenlijk al stiekem bezig zijn natuurlijk met dat soort ontwikkelingen. Kijk even wat we gedaan hebben met Generaal Spoorlaan van twee naar een baan. Kijk even wat we met de Schaapweg recent hebben gedaan, van twee naar een baan. Kijk wat we op de Huis ter Landelaan al een tijdje geleden hebben gedaan, helemaal teruggebracht naar een baan.
Dan kan ik nog wel even wat andere stukken noemen natuurlijk, Burgemeester Elzenlaan is al in een ver verleden aangepakt toen de trambaan werd aangelegd. Dus er zijn al fors wat maatregelen genomen om eigenlijk ook een klein beetje het autoverkeer te ontmoedigen. Wat niet echt onze grootste voorkeur heeft, maar wat we best begrijpen als je op een gegeven moment alle verschillende vervoersstromen wilt stimuleren in de regio. Dus ik zie het niet als een dreigement, dat laatste stuk, maar meer als een soort ondersteuning van feitelijk het STOMP-principe wat we met z’n allen hebben omarmd enkele maanden terug. Dus dat wil ik toch graag kwijt, en verder ben ik vooral nieuwsgierig naar de antwoorden op de vele vragen die gesteld zijn door de wethouder. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Braam. Dan dank ik uw raad voor de eerste termijn, en geef ik het woord graag aan wethouder Van der Laar. De heer Van der Laar: Voorzitter, dank u wel. Mijn excuses, ik ben een beetje verkouden, want dat klinkt misschien alleen maar mooier van mijn zoetgevooisde woorden van vanavond. Maar hartelijk dank voor uw beschouwingen, en de heer Braam zegt: de vele vragen die aan de wethouder zijn gesteld. Ik heb er eigenlijk maar een paar kunnen ontwaren, eerlijk gezegd, en er zijn heel veel vragen aan de indieners ook gesteld.
Ik zal bij het Rijswijks Belang beginnen omdat u een algemeen beeld ook gaf met heel mooi CBS-cijfers, en daar hou ik wel van dat er gekeken wordt naar feiten. En het is inderdaad zo dat het verkeer groeit in deze regio. Alle vervoersmodaliteiten groeien, dus de hoeveelheden mensen die gebruikmaken van de fietspaden worden drukker, de lange routes worden drukker, de metro’s worden drukker, en de auto die groeit ook in aantal. En vandaag op het nieuws ook weer een bericht over dat een tweedehandse auto nog nooit zo duur is geweest als vroeger omdat de vraag zo gigantisch groot is en het aanbod heel klein. Dus het zijn allemaal indicatoren dat dat hele mobiliteitssysteem gigantisch onder druk staat. Daarom is het ook zo belangrijk dat we daar iets aan gaan doen. En dat uw raad in de vorige periode het mobiliteitsprogramma heeft vastgesteld wat we nu moeten gaan uitwerken, en daar zijn we druk mee bezig, in een uitvoeringsagenda van die mobiliteit. Tevens is het kabinet - dat hoor ik van de week, maar daar hebben we hier in Rijswijk misschien niet zo heel veel aan want dat is denk ik heel abstract – komt in de loop van het jaar ook met een mobiliteitsvisie voor Nederland, mobiliteit 2050. Dan ben ik wel benieuwd naar hoe dat eruitziet, maar veel concreter hebben wij in onze eigen regio ook nu recent een nieuwe visie opgesteld, namelijk strategische agenda van de MRDH.
Die ligt nu voor. Die is vrijdag vastgesteld door de burgemeesters in het Algemeen Bestuur, en hebben we binnenkort in januari of begin februari een avond voor waarin die agenda wordt besproken. En alles staat ook op visionairniveau, allerlei maatregelen, aannames, voorspellingen en maatregelen om het beheersbaar te houden van deze regio. En die maatregelen zijn er vooral ook opgericht op dat je met de fiets gaat dat dat veel prettiger gaat. Dat je met het openbaar vervoer gaat dat dat veel prettiger gaat, en dat het relatief autobezit
lager wordt. En ik zeg relatief, dat betekent dus dat het aantal auto’s … Nou, ik zal blij zijn eerlijk gezegd als het de komende tien jaar hetzelfde blijft, maar daar is wel een groei te verwachten in eerste instantie, denk ik. Daarom moeten we (hebben vorig jaar pas dat mobiliteitsprogramma) aan die maatregelen om fietspaden te verbreden en nieuwe fietspaden aan te leggen en ook nieuwe haltes zoals een RijswijkBuiten et cetera. Dat gaat de komende jaren allemaal plaatsvinden, maar daar moeten we echt voorrang en vaart mee maken om dat aan te kunnen en om die woningbouw aan te kunnen, want dat is de hele achtergrond van ook het BO MIRT waar ik zo meteen bij de vragen van de heer Oelen nog even op terug zal komen. Het gesprek met de MRDH, vraagt u heel specifiek. Ik weet niet exact welk gesprek u bedoelt, want ik heb veel contact met de MRDH. Ik heb morgen wel - maar dat is misschien bij de volgende motie relevant - een gesprek met HTM, als u zich afvroeg of dat al had plaatsgevonden. Dat is morgen. Er zijn twee dingen, wil ik nog ingaan op mevrouw Niezen die van belang zijn, want ik begrijp heel goed dat als je gewoon naar het openbaar vervoersysteem kijkt en denkt: ja wat is daar nu aan de hand? Tarieven gaan omhoog, haltes gaan weg. Het wordt steeds onaantrekkelijker om met het openbaar vervoer te reizen.
Ja, we zitten nu in een spagaat eigenlijk van de korte termijn problemen die corona hebben opgeleverd, namelijk dat we nog niet op het oude reizigersniveau zitten, en nog niet genoeg inkomsten binnenkrijgen zodat we die haltes kunnen behouden, dus dat is een tijdelijke maatregel. Maar ik ga ervan uit dat er met de groei … En dat is het tweede spoor, de lange termijn, en daar zijn al heel veel overleggen en visies en daadwerkelijk geld beschikbaar gesteld om juist te investeren in het openbaar vervoer. Dan gaat het om extra lijnen, extra haltes zoals het bij BO MIRT is afgesproken, het Meerjarenprogramma voor Infrastructuur Ruimte en Transport, mogelijk een City-sprinterhalte in RijswijkBuiten. Nou, dat is fantastisch nieuws. Dus dat is de korte termijn en de lange termijn, maar als je gewoon op de bus staat te wachten dan doen die termijnen er niet toe, dan moet die bus gewoon komen, dus dat is ook zeker, wat ik morgen bij de HTM en met de EBS op zal nemen ten aanzien van bus 61. Heb ik die vragen vrij uitgebreid beantwoord, maar dat heb ik gelijk beschouwd als een antwoord op meerdere dingen die gezegd zijn.
Tegen de heer Oelen zeg ik als het gaat over de voorwaarden die zijn gesteld in de intentieverklaring en die wij mee hebben gestuurd en aangehecht zijn aan de stukken van het BO MIRT dat die worden uitgewerkt in de bestuursovereenkomst en dat we die één voor één ook hier samen met het besluit aan uw raad zullen voorleggen, zodat u zelf kunt zien: voldoet dit nu aan onze voorwaarde ja of nee? En als ze niet voldoen aan onze voorwaarden wat krijgen we er dan voor terug, of waarom voldoet het dan niet aan onze voorwaarden? En ik zou het heel zonde vinden als u het college de kans ontneemt om verder te gaan werken aan die voorwaarden om dat uit te werken voor het belang van Rijswijk. Want als we niet meedoen dan hebben we er ook helemaal geen invloed meer op. En dan komen we bij de vraag van mevrouw Van Nunen welke consequenties heeft deze motie. Nou ja, ik zou me vooral concentreren op het dictum. Er staat heel veel in de overwegingen en soms ook niet altijd feitelijkheden. En ik denk dat dat ook wel een reactie oproept, maar laten we ons concentreren op het dictum. Dan weet ik bij sommige onderdelen eigenlijk nog niet zo goed wat de consequenties van zijn.
Ik zou ook aan de indiener willen vragen: hoe ziet diegene het voor zich hoe het proces dan verder gaat? Moeten wij ons terugtrekken uit dat proces, of moeten we op een andere manier in gesprek, of zeggen we laat dat BO MIRT ook maar zitten? Dus dat zijn wel cruciale vragen. Kunnen we verder met het invullen van die voorwaarden die in de intentieverklaring zijn gegaan? Maar misschien nog belangrijker, verschillende bouwprojecten zijn genoemd, kunnen we daar mee door of niet? Ik denk dat we even duidelijkheid moeten hebben over de interpretatie en de verstrekkendheid van deze motie. Maar ik ben hartstikke enthousiast eigenlijk over, en dat staat ook in het coalitieakkoord dat we ook in Haaglanden afstemming moeten zoeken voor het mobiliteitssysteem en de verkeerscirculatie. Daar hebben we de eerste stappen van gezet in de contacten met Den Haag, met Anne Mulder in januari weer. En ook in regionaal verband hebben wij vanuit de ruimtelijke agenda; heeft Leidschendam-Voorburg het initiatief genomen om ruimtelijk samen te gaan werken aan de grote vraagstukken, en dat is leefbaarheid en bereikbaarheid, en mobiliteit is daar dus een onderdeel van die samenwerking. Dat zou kunnen resulteren in
een regionale Mobiliteitsvisie. Ik zou zeggen misschien wel het uitwerken van een regionale Haaglanden interpretatie van de MRDH-strategie. Dat zou allemaal kunnen, er liggen genoeg kapstokken en haakjes om daarmee aan de slag te gaan, en daar wil ik de regio van harte voor uitnodigen om daarmee daadwerkelijk ook aan de slag te gaan. Als ik kijk naar het tweede punt van het dictum is in gesprek te gaan over de uitgangspunten en het verkrijgen van data, neem ik aan dat het gaat over die regionale Mobiliteitsvisie. Geen enkel voorstel voor te bereiden, hebben we wat vragen over gesteld, en daar laat ik het bij bij mijn eerste termijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank aan wethouder Van der Laar. Dan kijk ik terug naar de raad. Mijnheer Van Enk, wilt u als eerste reageren op de gestelde vragen aan u als indiener? De heer Van Enk (CDA): Graag, voorzitter dank u wel. Maar als ik zo de partijen hoor dan lijkt het er toch sterk op dat we het over de inhoud van wat er goed is voor Rijswijk en wat we willen, dat we het behoorlijk eens zijn met elkaar. Dat proef ik heel erg uit de woorden van mevrouw Van der Weij, en proef ik ook uit de woorden van de heer Van ‘t Eind. En dan hoor ik, ja het gaat vooral om de toon van het dictum. Ik denk dat de heer Braam daar wijze woorden over heeft gesproken. Het gaat om ons voor te bereiden op alle scenario’s die denkbaar zijn.
En als we alleen al het voorbeeld nemen van De Binckhorst dan wil ik ook mijn collega raadsleden erop wijzen dat Den Haag daar 25.000 woningen heeft gepland, maar ik heb afgelopen maanden gehoord dat dat kon oplopen tot 30 of 35.000 woningen, en daar horen wij via ons college niks over. Dat doet Den Haag omdat ze daar zelf verantwoordelijk voor zijn en zich dat vinden, en bij een bestuurlijk overleg en een dialoog hoort dus een dialoog van beide kanten anders is het geen dialoog. En ik denk, en ik heb het eerder gezegd ook in de vorige periode, kijk eens naar Voorburg, kijk eens naar Voorburg-Leidschendam hoe die zich jaren hebben opgesteld in het regionaal overleg. Dat was niet alleen dialoog, dat was ook onderhandelen, en dat is ook een keer zeggen waar de grens ligt en wat de stok achter de deur is. En Voorburg heeft daarmee uiteindelijk een heel mooi resultaat bereikt als het gaat om doorgaande wegen door de stad. En ik denk dat wij zo nu en dan zeker als gemeenteraad moeten laten zien dat het ons menens is. En ik denk dat de wethouder daar alleen maar door gesterkt kan worden in zijn regionaal overleg. Dat is ook een reactie naar de wethouder. Er staat nergens in dit voorstel, deze motie, dat we de dialoog moeten stoppen.
Er staat de wijze waarop, de voorwaarden waaronder en dat we doorgaan met de regionale Mobiliteitsvisie, maar dan op álle aspecten, en niet alleen de fantasie, zou ik bijna zeggen, van de wethouder Van Asten, waar we de vorige periode mee te maken hadden, dat alles via de bus, de tram en de fiets kan, want dat is niet realistisch. Het gaat niet alleen om ook de verkoop in heel Nederland, het gaat om dat in deze gemeenten het aantal inwoners voor gigantisch gaat stijgen inderdaad met hele aantallen gelijk aan de stad Rijswijk tegelijk. En dat kunnen we niet wegwuiven door een extra fietspad of wat ook alleen aan te leggen. Daar moet Rijswijk ook serieus in gehoord worden. En dat is de enige reden van de toon of de aard van deze motie dat we als raad zeggen: dit vinden we belangrijk, zijn we het allemaal over eens, maar het is ons ook menens. Mevrouw Van Nunen vroeg nog waarom heeft het CDA dan in februari ingestemd met het praten met Den Haag? Ja, dat was op voorstel van de wethouder Keus. En die had daarvoor, als ik me goed herinner, ook nog in de krant gestaan samen met wethouder Van Asten die op dat moment het belang van een tunnel in de Beatrixlaan onderschreef, op dat moment.
En dat moment viel toevallig na het moment dat onze wethouder Lugthart in De Telegraaf een interview had gegeven met hetzelfde soort voorplannen die in deze motie staan, en toen werd de discussie in de Haagse raad voor het eerst gevoerd over de Beatrixlaan. Het is dus niet alleen maar dialoog en afwachten tot onze wethouder met een voorstel komt over de tram, het is ook… De voorzitter: Mevrouw Van Nunen wil u interrumperen.
Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ja, voorzitter ik wil graag inderdaad aan de heer Van Enk vragen of hij vindt dat de huidige wethouder zich niet sterk genoeg opstelt in dit overleg? Daar wil ik een duidelijk antwoord op. De heer Van Enk (CDA): Ik heb alle vertrouwen in de wethouder. En de reden dat wij deze motie hebben ingediend was louter vanwege de feitelijke zaken die hij vertelt in het Forum over de gang van zaken, en onder meer de uitspraak dat in de regio het probleem aan de Beatrixlaan niet als opportuun wordt beschouwd of niet hoog op het lijstje staat. Ik weet de exacte bewoordingen niet, maar als het dáár al begin dat dat niet serieus wordt genomen in de regio dan is niet alleen de Beatrixlaan een groot probleem, maar dan wordt dus ook de andere doorgaande routes waar we het over hadden een enorm probleem. En dat is nu al zichtbaar en over een paar jaar is dat gewoon een gigantisch probleem. Als we nu niets doen is het straks te laat. Dat is de reden, de urgentie en de klem waarmee we het college verzoeken. En nogmaals, ik heb er alle vertrouwen in dat de heer Van der Laar die motie als een steun in de rug beschouwd en zijn stinkende best doet om de belangen van Rijswijk in alle mobiliteitsopzichten te behartigen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Enk. Ik zie mijnheer Oelen. De heer Oelen (VVD): Ja dank u wel, voorzitter.
Dank wethouder voor uw reactie op de enkele vragen en opmerkingen die waren gemaakt. U stelt zelf een aantal vragen terug. Moeten er bouwprojecten worden gestopt? Het antwoord is natuurlijk nee. Ik haal dat ook nergens uit die motie. Moeten we stoppen met overleggen over voorwaarden? Nee, uiteraard niet. Dat dialoog moet gewoon verder gaan, maar we moeten onze positie natuurlijk op geen enkele manier verspelen in alle gesprekken die er zijn. Wat we daarentegen wel willen is dat er nog een stapje bovenop wordt gezet om te komen tot die regionale Mobiliteitsvisie. En u verwijst nu naar een strategische visie van de MRDH waar wij nog geen kennis van hebben genomen. U kennelijk wel, dus ik heb geen idee in hoeverre dat een haakje kan zijn voor een Mobiliteitsvisie, dus dat zou een vraag aan u zijn. Mijn tweede vraag zou zijn, en dat is dan maar een vraag op de man af: hoe schat u uw eigen positie aan deze tafel in, of de positie van de Rijswijk aan deze tafel? Stel je nu voor dat wij die voorwaarden die in deze motie staan, dat we die zouden wegbrengen en u alleen nog maar zo te vragen om te komen tot een goed gesprek met die andere partners in de regio om te komen tot een brede regionale mobiliteitsvisie op korte termijn? Hoe groot acht u dan de kans dat u dat binnen nu en een aantal maanden realiseert in goed overleg? Tot zover, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Oelen. Mevrouw Niesen. Mevrouw De Haan-Niesen (Rijswijks Belang): Dank u wel, voorzitter. Als eerste wil ik mevrouw Harmsen vragen wat zij leest aan dreigement. Ik wil me daar überhaupt en mijn fractie ook van distantiëren want wij zijn niet van de dreigementen of dreigende toon in de motie. Verder wil ik de wethouder bedanken voor het uitgebreide antwoord. Fijn om te horen dat hij morgen naar de HTM gaat. Krijgen we daar ook een terugkoppeling van? En in de Muziekbuurt ligt namelijk ook nog een buslus, of in ieder geval waar bus 23 overheen heeft gereden. Ik vraag me af wat we daarmee gaan doen, misschien kunnen we daar het eerste brede fietspad van Rijswijk van maken, dan wordt het in ieder geval nog gebruikt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Niesen. Mevrouw Harmsen wilde reageren op uw vraag. Mevrouw Harmsen (CU): Ja, ik kreeg een vraag, dus het dreigement zit vooral in de laatste twee punten: geen enkel voorstel voor te bereiden over het leggen van tramverbindingen zolang de gevolgen … En daarna: in de tussentijd alle mogelijkheden te onderzoeken en te beproeven voor het weren van doorgaand verkeer door Rijswijk door middel van afsluiting, afstelling van verkeerslichten, wegversmalling of wat voor ontmoedigende
maatregelen dan ook. Dus zoals ik al zei die eerste twee punten van het met de omliggende gemeente een integrale regionale Mobiliteitsvisie te formuleren, dat is prima. Met de gemeenteraad in gesprek te gaan, ook prima. Maar dat staat dus in dat we eerst al die dingen moeten doen en dan geen enkel voorstel verder voor te bereiden zolang we dit en dit weten. Dus alles wordt stopgezet en dan moeten we dus gaan nadenken over wegversmallingen, ik vind dat dreigend. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Harmsen. Ik zie al twee handjes, maar ik wil ook vragen om … Dit is een motie vreemd aan de orde van de dag. Ik zie dat het wel heel uitgebreid wordt besproken en op elkaar gereageerd, dus ik vraag u daarin terughoudend te zijn bij deze motie. Even kijken, zijn er nog … Ik zie mijnheer Van ‘t Eind nog en dan wil ik mevrouw Van der Weij met een vraag … Mijnheer Van Dam ook, en dan willen we toch snel terug naar de wethouder en tot stemming denk ik dat we moeten komen. We hebben nog een drietal moties vreemd aan de orde van de dag, en het is bijna tien uur. De heer Van ’t Eind (GroenLinks): Ja, dank u wel voorzitter. Ik zal het even kort houden. Nee, ik had een aantal vragen gesteld, dus dan is het altijd op zich wel netjes om even te reageren. Ik had overigens twee vragen gesteld, één daarvan is niet echt beantwoord door de indieners, dus ik stel het toch nog even een keertje.
Hebben de indieners ook nagedacht over wat het effect is op bewoners van Rijswijk zélf op het moment dat je die afsluitende, versmallende maatregelen gaat nemen? En die vraag, daar heb ik geen antwoord op gehoord. De voorzitter: Mijnheer Van Enk wil daarop reageren, op uw vraag. De heer Van Enk (CDA): Ja. Excuus aan de heer Van ’t Eind en anderen, dat was ik vergeten. Maar als je nu al onderzoekt wat voor maatregelen kunnen en helpen dan kun je daar wel degelijk rekening mee houden. Ik geef één voorbeeld en die gaat over de doorgang naar De Binckhorst, waar dus een heel Rijswijk wordt gebouwd. Als dat doorgaat met alleen een tramlijn erbij aan de Geestbrugweg dan kunnen we ons voorstellen als je nu kijkt naar de verkeerscongestie dat het daar gewoon onbegaanbaar gaat worden voor autoverkeer. Dan kun je wat mij betreft beter nadenken over alternatieven voor Rijswijk en met Voorburg bijvoorbeeld overeenkomen om een poller te gaan zetten bij de toegang van De Binckhorst naar Voorburg zodat wel autoverkeer tussen Rijswijk en Voorburg mogelijk houden, maar het verkeer vanaf De Binckhorst en omgekeerd over de Rotterdamsebaan de tunnel moet. Daar kun je over nadenken. Het is maar een suggestie, en ik ben geen verkeersdeskundige, maar ik vind dat we gesteld moeten zijn om dit soort noodscenario’s te bewandelen waar onze eigen inwoners zo min mogelijk last van hebben.
De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Ik … De heer Van ’t Eind (GroenLinks): Ja, om even af te ronden. Kijk, ook even in reactie op hoe we het zouden moeten lezen. Onze fractie gaat gewoon uit van wat er hier staat. En als wij dit lezen dan lezen wij hier een dreigende toon in die laatste punten. En wij blijven bij het standpunt dat dat niet vruchtbaar gaat zijn in het gesprek wat we hebben en dat het ook niet gaat opleveren wat we zouden willen en ook niet gaat voorkomen wat er nu gebeurt. Mevrouw Harmsen deed nog een suggestie, dus ik wil de indieners toch nog een suggestie geven om in plaats daarvan van zo’n dreigement te uiten juist bondjes te vormen met de gemeente die tegen hetzelfde probleem aanlopen, dus bijvoorbeeld Delft, Voorburg, en dat op die manier te doen in plaats van dit soort dreigementen richting met name Den Haag te uiten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel. Mijnheer Van Enk.
De heer Van Enk (CDA): Ja voorzitter, die suggestie die doe je aan de wethouder, maar daar heb ik geen motie voor nodig, en ik denk dat de wethouder ook wijs genoeg is om dat soort wegen te bewandelen. Het gaat hier als raad om de inhoudelijke randvoorwaarden die we stellen aan zo’n mobiliteitsplan, en dat is grofweg dat we naast het STOMP-principe wat we allemaal omarmen ook willen dat er rekening wordt gehouden met de verkeerscongestie. En als we dat niet serieus naar voren brengen en we houden het alleen maar op dialoog dan gebeurt er precies hetzelfde als de afgelopen vier jaar, en dat is dus niks. De voorzitter: Voor de allerlaatste keer mijnheer Van ’t Eind. De heer Van ’t Eind (GroenLinks): Excuus, voorzitter. Ik overtreed nu een beetje mijn grenzen, maar ik ga toch nog even een reactie geven. Ja, ik denk dat we het hier niet over eens gaan worden. Ik denk dat je op deze manier niet de juiste weg vaart. En ik ga er toch vanuit dat net als dat bondjes vormen – en ik heb alle vertrouwen in de wethouder – de wethouder ook de verkeerscongestie meeneemt in de gesprekken nu al, dan is deze motie nodig. Dank u wel. De voorzitter: Uw boodschap is helder, en ook die van mijnheer Van Enk, dus ik ga u terug naar de wethouder. Wethouder Van der Laar. De voorzitter: O, mijnheer Van Dam en mevrouw Van der Weij. De heer Van Dam (Wij.Rijswijk): Ja, dank u.
Ik wil toch ook van een tweede termijn gebruikmaken. Nee, ik hoor dat de motie een negatief effect zou hebben op onze positie in de regio, op onze band met wellicht de andere gemeenten, en ik vroeg me af toen ik dat hoorde van onze collega’s: is dat dan zo? Dan even terugblikkend en eigenlijk ook reflecteren op wat mijnheer Van Enk net aangaf. Kijk, we vragen al jarenlang om een ondertunneling van de Beatrixlaan en we nemen minimale stappen daarin. En met dank aan de medewerking, of de niet medewerking van de regio. En als we het dan hebben over bijvoorbeeld de bussen en de trammen, wat mevrouw Niesen al aangaf, we zien daar ook eigenlijk een neerwaartse spiraal in. En als we dan kijken naar bijvoorbeeld de Geestbrugweg waar eigenlijk de inwoners al jarenlang, zelfs al voor De Binckhorst, klagen over de situatie op de Geestbrugweg zien we dat daar weinig ontwikkelingen plaatsvinden. En om dan te horen dat de Geestbrugweg ineens wel wordt veranderd, wel verkeersveilig wordt gemaakt, nadat er een enorme vraag komt vanuit Den Haag snap ik dat dat enkele vragen doet opkomen bij verschillende mensen. En dan moeten we denk ik ook realistisch zijn en dan moeten we onszelf afvragen wat willen wij nu eigenlijk, want die samenwerking… De voorzitter: Mevrouw Van Nunen wil u interrumperen.
Mevrouw Van Nunen (PvdA): Voorzitter, ik vind het wat de Geestbrugweg nu wel heel erg simplistisch door de heer Van Dam benaderd. We zitten midden in de reconstructiefase van de Geestbrugweg en de Haagweg, en daar wordt zoveel mogelijk nu aan gewerkt samen met inwoners, samen met die financiële impuls die we nu gehad hebben, dus hoe kunt u nu zeggen: er verandert helemaal niets? We zitten midden in dat proces om de Geestbrugweg veiliger, autoluwer en toegankelijker te maken samen met het Kruispunt en de ingang tot de Herenstraat. Nou, ik begreep de reactie de heer Van Dam niet, vandaar. De voorzitter: Mijnheer Van Dam wil daarop reageren. De heer Van Dam (Wij.Rijswijk): Zeker. Ik heb dat ook nooit ontkend. We zijn daar inderdaad mee bezig. Ik zeg: ik geef aan dat we dat doen op het moment dat er een enorme ontwikkeling aan de andere kant van onze
stadsgrens plaatsvindt, in De Brinkhorst. Daarom doen we dat met een enorme injectie van die andere kant. En daarover snap ik dat op het moment dat dáár ineens de nood zo hoog is dat we dan wel een verandering kunnen doen. Maar op het moment dat onze eigen inwoners vragen daarom, een aantal jaren daar vooral, dan in mindere mate. En dat vind ik jammer. En daarom zeg ik: oké, laten we nu eens kijken wat wij willen. Want we willen niet die dialoog aangaan in de regio op moment dat we niet zelf weten wat we willen. Dus laten we dat nu eens duidelijk maken. Laten we voortgang zetten op waar we vorig jaar mee zijn geëindigd, we hebben daar een strategie daar bedacht met verschillende knelpunten. Laten we daar nu oplossingen voor verzinnen, laten we dat duidelijk op papier zeggen zodat ook in de regio daar aandacht aan kunnen geven. Dat is wat we met die motie bedoelen, en volgens mij is dat niet verschrikkelijk raar. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Dam. En nu ga ik echt naar de fractie van D66, mevrouw Van der Weij als laatste. Mevrouw Van der Weij (D66): Dank u wel, voorzitter. Ik had een aantal kleine opmerkingen. Allereerst zijn we ontzettend blij met het vertrouwen in de wethouder wat geuit wordt vanuit verschillende kanten. We merken vervolgens over de motie dat er veel discussie is over hoe we het moeten opvatten.
Als we even naar een ander niveau kijken dan puur naar de woorden. Een vat het positief op als een duwtje in de rug, en de ander vat het vrij negatief op. Wij zijn zelf ook natuurlijk niet voor het stopzetten van zaken maar voor de dialoog, het lijkt me evident. En natuurlijk weten wat we vanuit Rijswijk er zelf willen inbrengen. Die dialoog is al gaande en daar staan we ook volledig achter. Wat me verder opvalt is de Beatrixlaan. Naar mijn weten is er in het Forum over gesproken en was die prio in mijn overtuiging in orde, maar ik ben wel benieuwd hoe de wethouder de planning en de prio van de Beatrixlaan en de ondertunneling daarin ziet of hij dat nog wel kan toelichten? En de heer Van Oelen die adresseerde de MRDH-agenda. Ik zou het niet nog een keer herhalen, anders doe ik het nog een keer verkeerd, dus ik hou het hier gewoon bij. Maar de strategische agenda, die is al beschikbaar en dat heb ik ook in het vorige Forum al even kenbaar gegeven dat het gewoon toegankelijk is op de website die we allen kunnen bekijken, en daar heb ik ook de aankondiging gedaan voor de lezing. Ik dacht ik geef dat even terug. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Weij. De heer Braam. De heer Braam (Beter voor Rijswijk): Dank u wel, voorzitter.
Ik denk dat we een ding toch niet uit het oog moeten verliezen, is dat de gemeente Den Haag bezig is om feitelijk een stad zo groot als de gemeente Rijswijk volledig aan de grens van de gemeente Rijswijk te ontwikkelen. Recent nog is er een plan naar buiten gekomen over het compleet veranderen van de Megastores, die om te bouwen tot een plek waar maar liefst 9.000 mensen komen te wonen, minimaal. En dat is naast de 25.000 woningen die minimaal gebouwd gaan worden op De Binckhorst en de tienduizenden woningen die extra gebouwd gaan worden in Moerwijk en de directe omgeving. Dat zijn aantallen, dat zijn behoorlijke aantallen. En natuurlijk, als je op een gegeven moment het laatst punt direct de hakken in het zand zet mag dan misschien niet positief zijn. Maar het is overigens een gegeven dat we daar nu al mee bezig zijn om te proberen de mensen juist de goede kant op te leiden. En dat moet vooral ook het signaal zijn van even de rem erop, zorgen dat we duidelijkheid krijgen in de regio en dat we dan stappen kunnen gaan zetten voor een verdere verbetering van het wegennetwerk zoals dat bijvoorbeeld in heel kleinschalig niveau ook op de Lindelaan straks gaat gebeuren. En dat is het idee wat Beter voor Rijswijk voor ogen heeft. Het moet voor alle verkeersdeelnemers straks een positieve impuls hebben.
Maar natuurlijk niet zodanig dat we in Rijswijk straks niet meer door kunnen rijden en het principe wat Hagenezen op dit moment al hebben van je komt Den Haag niet uit. De inprikkers, tegelijkertijd zijn – en dat zijn inprikkers voor de gemeente Den Haag –natuurlijk dezelfde wegen ook om uit Den Haag te komen,
daar hoort de Beatrixlaan bij, en zeker wat D66 net vroeg. Nou, daar zou ik inderdaad ook van de wethouder graag nog even een antwoord op willen hebben. Maar ik kan me zo voorstellen dat hij feitelijk wel degelijk achter de intentie staat zoals dat bedoeld is in de motie. Voorzitter, dit is mijn tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Braam. Dan ga ik naar de wethouder. Wethouder Van der Laar, wilt u reageren op de gestelde vragen en de beschouwing in tweede termijn? De heer Van der Laar: Ja, dank u wel. In een beetje willekeurige volgorde en van conceptuele grootheid, het volgende. Over de Beatrixlaan, wat is daar gebeurd? We hebben daar zelf 30 miljoen voor gereserveerd. We hebben ook in de afgelopen begroting voor 2023 geld voor vrijgemaakt, 365.000 euro, om vanuit die reserve te gebruiken om een haalbaarheidsonderzoek en een verkenning te doen naar de totstandkoming van de tunnel. Tegelijkertijd zijn we bezig met de bovengrondse herinrichting voor het verleggen van die strook hoe dat eruit gaat zien zodat we daar mogelijk op termijn, ik zeg lange termijn, die ontwikkelstrook kunnen gebruiken voor De Bogaard Stadscentrum.
Dus vanuit het ontwerp op de kortere termijn voor die bovengrondse verlegging van de rijbanen als op de lange termijn hebben we financieel de ruimte vrijgemaakt en zijn nu ook voor die lange termijn, dus voor de tunnel, de gesprekken gaande met Den Haag. En die gesprekken over de tunnel, daar ben ik het wel met de heer Van Dam mee eens. Eigenlijk staan we daar no relatief aan het begin, ofschoon we daar vanuit onze kant al vrij lang over praten en überhaupt over de hele Prinses Beatrixlaan denk ik al tien, vijftien jaar met alle voorstellen die daar hebben gelegen. Nou, iedere keer beginnen we dan eigenlijk min of meer weer van voor af aan. Dat blijft zo op de markt hangen. Maar in het vorige college, mijn voorganger, die heeft inderdaad in het kader ook van de gesprekken rondom de MIRT gezegd: wij willen echt serieus aan de slag en daar werk van maken. Want in uw rijtje van woningbouw in Den Haag miste ik eigenlijk ook nog het Zuidwest waar ook nog gebouwd gaat worden. En dat is, en dat ziet Den Haag ook, dat de Beatrixlaan, niet alleen de Dr. Poelslaan een ongelooflijk belangrijke verbinding is. Een inprikker vanuit de A4, en daar hebben ze echt ook belang bij om met ons daarover in gesprek te gaan. Maar dat is een ander tempo die tunnel dan bijvoorbeeld zo’n ontwikkeling als de CID Binckhorst zélf.
Ten aanzien van overigens het laatste punt in uw motie van het versmallen van wegen en het moeilijker maken voor doorgaande, dan wordt u – zou het bijna een beetje cynisch kunnen zeggen – op uw wenken bediend, want door WarmtelinQ wordt voor 14 maanden de Prinses Beatrixlaan natuurlijk afgesloten, dan zullen we ook zien wat daar het effect van is en de reacties ook vanuit Den Haag. De MRDH-strategische agenda verwijs ik naar wat mevrouw Van der Weij daarover heeft gezegd. Er zijn meerdere avonden voor georganiseerd om allemaal inspraak daarover te doen en meningen vanuit de raad et cetera. U bent er ook voor uitgenodigd geweest. Vijf dagen waren georganiseerd. En vrijdag is het vastgesteld door de burgemeesters en in de komende periode is daar een gesprek, of u kunt een zienswijze indienen en er is een avond voor georganiseerd. Voor mevrouw Niesen, morgen dat gesprek met de HTM. Er wordt inmiddels zoveel belang op geprojecteerd, daar zullen we zeker over terugkoppelen. Maar hoe ik dat doe dat weet ik nog niet. Ik weet niet of ik daar meteen een RIB over zal sturen, er worden al zoveel RIB’s verstuurd, maar daar kom ik zeker op terug in de gesprekken die wij voeren. En ik denk het gesprek dat wij ook moeten voeren over de Mobiliteitsvisie, dat staat ook in de planning over de uitvoeringsagenda van mobiliteitsprogramma en de mobiliteitsstrategie die wij als Rijswijk voeren.
We moeten het, denk ik ook heel duidelijk gaan hebben met elkaar over de beelden die we hebben van hoe ziet die toekomst eruit, letterlijk, qua infrastructuur. Want we hebben weinig ruimte om extra wegen of verbreding van wegen te doen, maar hoe zien die wegen eruit, hoe ziet dat stelstel eruit, waar zouden wij nu heel graag extra ov-lijnen hebben? Dat is ook een uitnodiging om alvast over na te denken. Zo hebben we bijvoorbeeld in het coalitieakkoord gezegd: nou, we willen eigenlijk een goede ov-verbinding tussen Den Haag en Delft richting RijswijkBuiten of de Prinses Beatrixlaan. Mobiliteitsvisie, is het er binnen een paar maanden? Nou, daar hebben we zelf al moeite mee om een visie binnen een paar maanden op te leveren, en als dat ook
nog binnen regionaal verband gaat gebeuren…. En dan allerlei praktische vragen, wie moet het vaststellen, hoe gaan we dat doen en überhaupt zijn die gesprekken niet geweest? Ik zie dan in alle andere visies, dat is zeker niet iets wat binnen een paar maanden gedaan kan worden, maar mogelijk kunnen we wel afspraken maken over hoe we daar in de regio mee omgaan, dus dat is wat we wel natuurlijk binnen een aantal maanden kunnen doen. Of in ieder geval ik denk dat u aangeeft dat het ook belangrijk is om daar een perspectief op te hebben of in ieder geval dat proces wat komen gaat voordat er verder iets over BO MIRT besloten wordt. We hebben 1 november … Dat is wat lastig om het daar over te hebben. Er werd nog een vergelijking getrokken over de strategie om de positie van de Rijswijk of Leidschendam-Voorburg … Ik wil hier niet over Leidschendam-Voorburg gaan praten, want de kans is best wel groot dat de mensen ook meekijken en dan wil ik geen emoties of wat dan ook oproepen die mogelijk weer daar dan ter bespreking … Maar ik denk dat we in die zin onze positie binnen het grote geweld, dat zeg ik er wel bij, wel heel goed is gegaan door onder andere ook de expertise die we daarvoor in huis hebben gehaald en dat we op 1 november, hebben we dat met elkaar besproken.
En hebben we ook gezegd, gereflecteerd op zo’n avond die we hadden met de procesmanager van het BO MIRT … En daar hebben we samen, ik ook, over geconcludeerd hoe frustrerend dat wel niet was, en eigenlijk wat daar gezegd: als wij niet tegen zijn wat gaat er dan gebeuren? Ja, dan klapt de provincie over je heen. Dat was eigenlijk het antwoord wat gegeven werd. Er werd gewoon een aanwijzing gegeven voor die tram 1. Ja, dat is super frustrerend als dat wordt verteld. Dus wat is nu de positie in Rijswijk? Ja, het is een heel vervelende positie. Enerzijds ben je klein en heb je echt wel wat in de melk te brokkelen, anderzijds ben je ook gedwongen om je aan de ritmiek en de grotere belangen van de belangen die nationaal ook worden gehecht aan dit niveau om daarin mee te gaan en daar moet je dan als gemeente een weg in te banen. Ik denk eigenlijk dat we dat wel goed hebben gedaan; en daar hebben we het ook in november over gehad, over het verbreden van die scope. Eerst ging het alleen maar over twee trambanen verleggen en wat technische aanpassing op de Geestbrugweg. Maar onze problemen op de Geestbrugweg zijn veel groter dan dat. Het gaat over verkeersveiligheid, het gaat over of zoals mijnheer Van Enk ook zegt al die vervoersmobiliteiten die kunnen daar simpelweg niet naast elkaar bestaan.
Dus daarom is er vrij intensief, zoals mevrouw Van Nunen heel terecht zegt, al de afgelopen maanden een ontwerptraject aan de gang om al die zaken te adresseren ook in voorbereiding of om onze eigen positionering binnen de regio zodanig te krijgen dat ook geld is opgenomen of gebudgetteerd - zo moet ik het zeggen - voor de leefbaarheid voor de bewoners van de Geestbrugweg en omgeving. Ook is geld gebudgetteerd voor de herinrichting van de Kruising, ook is geld gebudgetteerd voor de herinrichting van de Herenstraat. Nou, ik denk dat dat binnen de scope van die vierkante kilometers wel goed is. En dan wil ik besluiten met de vragen van mijnheer Van ’t Eind over de verkeerscongestie, maar iedereen heeft dat gezegd, dat staat ook, de verkeerscongestie zowel op de Geestbrugweg, als in de regio echt als prioriteit bovenaan de lijstjes. Voorzitter. De voorzitter: Dank aan de wethouder Van der Laar voor het beantwoorden van de vragen en reageren op de tweede termijn. Ik stel voor de motie in stemming te gaan brengen. En voordat we dat gaan doen wil ik u wel complimenteren, want ik weet niet wat de uitkomst zal zijn, maar ik vind wel dat u een heel kaderstellend debat met elkaar heeft gevoerd en dat u eigenlijk inhoudelijk het wel heel eens bent over het belang van het mobiliteitsvraagstuk voor Rijswijk. Dus ik kijk naar John Massaar.
Mijnheer Braam, wilt u een stemverklaring afleggen? De heer Braam (Beter voor Rijswijk): Nee, ik zou graag een schorsing van vijf minuten willen hebben, als dat even kan? De voorzitter: Dat kan. We gaan verder vijf minuten schorsen.
De heer Braam (Beter voor Rijswijk): Dank u wel. Schorsing De voorzitter: Ik zie dat iedereen weer terug is. Wilt u uw plaats innemen? Kan ik de heer Braam aan u het woord geven? U heeft om een schorsing gevraagd. Zal ik op de bel drukken? Alles een eerste keer, ook de bel. Mijnheer Braam, aan u het woord. De heer Braam (Beter voor Rijswijk): Ja, dank u wel. Toch heel even deze schorsing nodig want er is heel veel door de wethouder gezegd en daar zitten behoorlijk wat aanknopingspunten in waar we uiteindelijk ook als raad wat mee kunnen, maar onder andere zit daar één vervelend punt in, dat is dat die Mobiliteitsvisie nog niet duidelijk is of het er ook daadwerkelijk gaat komen, de regionale Mobiliteitsvisie. En ik heb het idee dat we eruit zijn. No signal. Oké, maar ik ga gewoon lekker door. Dus ik heb begrepen dat in ieder geval in januari dat gesprek is met wethouder Mulder over dit dossier ook om dus kracht te zetten achter het tot stand komen van de regionale Mobiliteitsvisie. Dus ik heb het even overlegd ook binnen de fractie, en binnen de fractie is toch verdeeldheid en we gaan ook als het in stemming wordt gebracht verdeeld stemmen.
Maar mijn verzoek zal zijn in de richting van de indieners, zeker gelet op de inbreng van de wethouder, om deze motie in te trekken en gewoon achter de hand houden voor eventueel volgende vergadering als blijkt dat de besprekingen in januari met Anne Mulder niet tot enige positieve impuls hebben geleid. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Braam. Mijnheer Van Enk, als u namens de indieners geef ik het woord. De heer Van Enk (CDA): Ja, voorzitter, ik denk dat je met een serieus signaal over de kaders nooit te vroege kant zijn. Beter te vroeg dan te laat. Ik denk niet dat het een technisch probleem is zoals nu wordt gesuggereerd. Er hoeft geen regionale Mobiliteitsvisie klaar te zijn. Daar staat zover we geen serieus voorstel voor te bereiden zolang dat niet op een serieuze manier door de regio is onderkend, en dat blijkt de bereidheid om te komen tot de bedoelde visie. En dat geeft alle ruimte aan de wethouder om op zijn eigen wijze, met zijn diplomatie en met welke gemeente dan ook te bespreken en de dialoog aan te gaan, maar dat moet wel gepaard gaan nu met een duidelijke uitspraak van deze raad. En dat moet niet over een paar maanden, dat moet echt vanavond, want anders zijn we te laat. Dus ik breng de motie zeker wel in stemming. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Enk.