concept-verslag raad 21 december 2021 Gemeenteraad.docx
Tekst van het document
Een planontwikkelaar die gaat aan de slag, maar die rekent natuurlijk mee of er een sluitende businesscase te halen is, maar die doet dat natuurlijk ook … Wij kijken daar als gemeente niet alleen naar die financiën, daar zijn ook belanghebbenden als het gaat over de opbrengst van de gronden, maar veel belangrijker nog is dat we natuurlijk een maatschappelijke opgave met elkaar hebben. En ja, dan kom ik toch inderdaad ook op het woonzorgconcept wat ik eigenlijk iedere fractie de steun daarvoor hoor uitspreken, en ik denk dat we ook bijzonder trots moeten zijn dat we dit hebben weten te realiseren in zo’n complex plan, en dat we dat ook met partijen hebben weten rond te rekenen, dat we dit ook echt gaan realiseren. En ik denk dat het een enorme toegevoegde waarde voor de wijk is, maar ook juist omdat die vraag naar dergelijke woningen zo enorm is dat we hier echt onze verantwoordelijkheid pakken. En ja, dat is rekenen inderdaad met elkaar. En dan worden daar concessies gedaan, dan gaat er iets meer de hoogte in, maar wel allemaal, en daar sta ik voor, binnen de acceptabele marges die er zijn. Zowel ook planologisch, stedenbouwkundig. En daar sta ik voor, en daarom sta ik ook voor dit plan vandaag. En natuurlijk zijn er dan ook zorgen.
Je moet dan inderdaad als je in volume denkt en in aantal woningen toeneemt moet je daar ook rekening mee houden met wat voor impact dat heeft op de buurt, op de bestaande buurt. En we hebben al eerder voor Parkrijk … Als college zijn wij met een lagere parkeernormen gaan werken. En straks hebben wij het mobiliteitsprogramma op de agenda staan, maar het is eigenlijk al vooruitlopend op dat programma, en dat is de transitie die we met elkaar gaan maken van autobezit naar meer mobiliteitsbehoefte: hoe komen we van A naar B op een gezonde, veilige, comfortabele
en betaalbare manier? Het betekent dus dat je omgekeerd gaat ontwerpen ook. En ik ben het eens met verschillende sprekers dat we daarbij eigenlijk nu op dit moment onvoldoende voorzieningen kunnen aanbieden om die transitie ook daadwerkelijk vorm te geven, en dan gaat het over OV. Nu kan ik wel zeggen, en vroeg ook volgens mij de heer Van Enk als het gaat over toezegging over de bushalte die daar nu is. Ze hebben daar overleg mee. Het is niet de HTM maar EBS die daar rijdt. Bij de bestaande haltes willen zij vaker gaan stoppen, dus ik denk dat dat op zichzelf al goed is, maar ik heb ook begrepen dat de behoefte bestaat aan een extra halteplaats op de Beatrixlaan. En uw vraag om te kijken om die halte zo dicht mogelijk bij dit bouwplan te krijgen, die neem ik mee en ga ik mijn best voor doen, want het lijkt mij inderdaad een goede plek gelet ook op de doelgroep die daar komt te wonen, dat het daar komt te staan. Ja, en verder als het gaat over de parkeerdruk is het natuurlijk de verantwoordelijkheid dat we daar scherp op blijven monitoren. We zijn nu bezig eigenlijk als eerste in Rijswijk om daar ook met deelmobiliteit te gaan werken, en daar verwachten we absoluut wel veel van.
En natuurlijk zal dat ook tijd nodig hebben om gewend te raken aan dat soort vormen van mobiliteit, maar ik vind dat we zeker als Rijswijk Buiten bekend staan als pioniers, dat we dat ook tijd moeten gunnen om te laten landen, en ook om een succes te laten zijn. En dat rechtvaardigt ook dat we dus nu met lagere parkeernormen gaan werken. Overigens ook op basis gewoon van de parkeerbehoefte, van de feitelijke parkeerbehoefte, hebben we nu gewoon genoeg parkeerplaatsen gerealiseerd bij dit plan, en natuurlijk zullen we daarop moeten blijven monitoren dat dat ook in de praktijk inderdaad zo werkt. Maar ik vind echt dat we onze nek moeten durven uitsteken als gemeente om daar een andere manier in de mobiliteit om te gaan. En dat ontslaat ons niet van de verplichting ook om in te blijven zetten en te blijven lobbyen, ook voor goede OV-verbindingen, goede fietsverbindingen, goede loopverbindingen, dus daar blijven we ook ons hard voor maken. Dat geldt ook voor de … Ik meen dat het de heer Van der Meij is geweest die heeft gevraagd naar de status van de langzaam verkeerbrug over de Beatrixlaan. En dat geldt daar ook voor. En er is best wel wat onderzoek ook naar geweest. Het staat al een tijd in het Investeringsplan, in de begroting. Er is geld voor gereserveerd, en er is onlangs ook verkeerskundig gekeken nog naar nut en noodzaak van die brug.
En ik kan u melden dat ook vanuit verkeerskundig opzicht die nut en noodzaak ook aangetoond is. Het voorstel ooit dat in het Investeringsplan is gekomen dat is alweer van een tijd terug, dus we zullen natuurlijk wel moeten actualiseren, en we gaan daarmee aan de slag. Maar verkeerskundig wordt zeker erkend dat we daar die brug moeten gaan realiseren. En ook als het gaat over hoe gaan we nu stad en park omarmen, zie ik ook die brug wel degelijk ook conceptueel daarin passen, zodat we het Wilhelminapark toegankelijker maken ook vanuit Sion. Dus ook in dat opzicht is de brug een toegevoegde waarde. En natuurlijk is dat niet het enige punt wat ik inbreng als het gaat over het groen. Dan ga ik ook naar een afronding toe, voorzitter. Ik gaf net al aan dat we in januari ook toe gaan naar herziening van de grondexploitaties, en ik kan u hier al verklappen dat daar ook geld, extra budget, zal worden gereserveerd voor groen in Parkrijk. Want eerlijk is eerlijk, ook als ik in Parkrijk loop denk ik dat we daar toch wel wat beter daarmee om zouden kunnen gaan. Dus het voorstel aan uw raad zou worden om daar extra budget voor vrij te maken binnen de grondexploitatie. En verder kan ik u melden dat wij vergevorderd zijn ook met gesprekken over het plaatsen van een tiny forrest.
Volgens mij heb ik dat de fractie van GroenLinks ook als muziek in de oren klinken, want die hebben daar eerder al een keer aandacht voor gevraagd, en ook op die manier proberen we ook stad en park met elkaar goed te verbinden. En dan tot slot, het gaat over de parkas. Daar komt ook echt het park, dat is ook het idee altijd geweest om het park ook echt de wijk in te trekken. En natuurlijk moet dat zich allemaal bewijzen, maar daar staan we met elkaar allemaal zelf bij. Maar dat is een manier waarop we ook het groen veel prominenter de wijk in laten gaan komen, en zodat stad en park elkaar te laten omarmen. Ja, voorzitter, dat was het voor mij voor eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Binnen de tijd, heel goed. De tweede termijn voor de raad. Ik ga het rijtje maar even af. Mijnheer Wit?
De heer Wit GL: Ja, voorzitter, dank u wel. Een korte bijdrage. De wethouder spreek over het leerproces en het leren. Ik ben toch bang dat dat leren de afgelopen jaren al had moeten gebeuren. Ik hoor vaak mooie woorden als het gaat over evaluatie en over leren, en tot op heden zien we daar toch weinig van terug, want elke keer weer komt er een project naar voren waarin het faliekant misgaat. Dus als u dan wil leren betrek dan in de evaluatie ook daadwerkelijk mensen die te maken hebben gehad met deze participatie, en die daarin u waarschijnlijk wel het een en ander kunnen leren of vertellen. Ja, en als u het heeft over pionieren in Rijswijk Buiten. Dat was misschien ooit nog eens zo toen we ook als GroenLinks hard gewerkt hebben aan een duurzame wijk, maar als we het hebben over pionieren op mobiliteitsgebied moet ik toch constateren dat dat wel heel erg de plank misslaat in deze wijk. Er is geen sprake van pionieren. Ik denk dat we meer achter de feiten aanlopen. Ja, ik ben nog steeds wel positief over het totale project, maar als je kijkt naar wat de wethouder nu ook op het gebied van Groen, tiny forrest aanbiedt. Ik hoop dat de wethouder dat niet alleen uit eigen visie haalt, maar ook daadwerkelijk met omwonenden hierover gesproken heeft.
Een tiny forrest is natuurlijk echt iets wat goed zou kunnen zijn voor de wijk, maar buiten het feit dat GroenLinks dat graag wil, gaat het er gewoon ook heel erg om dat de inwoners hier ook een toegevoegde waarde zien. We luisteren niet alleen naar onze eigen stemmers, maar ook naar de mensen in de wijk. Dus ik hoop dat u echt ook in de participatie voor het groen de bewoners daar nog in weet te betrekken. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Dan gaan we verder met mijnheer Braam. De heer Braam BVR: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik ben nog steeds niet tevreden met de uitleg zoals die gegeven is over het parkeren in de wijk. De afspraak rondom dit project is dat het parkeren zou worden opgelost op de plek van het project, dus onder de grond of in de eerste bouwlagen, om daar dus parkeer te realiseren. En zeker daar waar nu nog gebruik kan worden gemaakt, het dubbele grondgebruik, laten we het maar zo noemen, dan zou dat in ieder geval ons een lief ding zijn. En verder kan het niet zo zijn dat daar waar je afspraken maakt over de parkeerbalans, en dat je dus ook de parkeernormen zoals die nu gelden worden toegepast, dat je toch maar even - laat ik het maar even grofweg zo noemen - stiekem een andere norm gaat hanteren om dus dit plan alsnog binnen de vierkante meters die beschikbaar zijn rond te krijgen. Daar kan Beter voor Rijswijk zich niet in vinden.
Wij hebben dat al eerder in De Boogaard wel eens meegemaakt. Daar is uiteindelijk, en maar goed ook, de norm wat uitgebreid. En nu gaat het toch weer op een ander stukje in Rijswijk die toch maar weer inboeten op die norm. Nou, dat kan niet zo zijn. We willen aan de ene kant heel graag dat mensen overal lekker kunnen wonen, maar het moet ook zo zijn dat er mensen binnen een redelijke reistijd, zou ik haast zeggen, gewoon een parkeerplekje kunnen vinden. Niet met al die gaswolken door de wijk heen moeten rijden om vervolgens gedoogd ergens op een hoekje de auto kwijt te kunnen. Dat kan niet het geval zijn. Ik begrijp best wel dat voor dit bestemmingsplan dat dit niet het feitelijk punt is, maar zeker in de uitwerking straks van het bewuste bouwplan waar het uiteindelijk om draait, daar zult u toch absoluut in ieder geval een oplossing moeten zien te vinden voor de wijkbewoners. Want ik maak me sterk dat als de wijkbewoners een stapje verder gaan zetten met het huidige plan, dat zij het gelijk aan de kant gaan krijgen met de huidige parkeernorm in het bezit. En zeker met het onderwerp wat we straks behandelen, we behandelen wel het Mobiliteitsplan, maar dan behandelen we nog niet direct een wijziging in de parkeernormen voor heel Rijswijk mee. Dus in die zin zou ik toch nog even heel goed nadenken, zeker voor het vervolg, hoe u nu verder gaat met de ontwikkeling van dit plan.
Voorzitter, ik wil het hier graag bij laten. De voorzitter: Mijnheer Van der Meij. De heer Van der Meij GBR: Voorzitter, dank u wel. Ja, dank wethouder voor de beantwoording in eerste termijn. Het is altijd goed om te reflecteren op het participatietraject: wat is goed gegaan, wat is minder goed
gegaan. Want onverlet dat als je met gebiedsontwikkelingen bezig bent, als je in bestaande wijken aan het bouwen ben en Rijswijk Buiten begint nu langzamerhand op een bestaande wijk te lijken. Het gaat altijd schuren met belangen, en ja, dan is het aan ons, aan de overheid, om de belangen tegen elkaar af te wegen en weloverwogen besluiten te nemen. En ja, ten aanzien van het besluit wat nu voorligt denk ik dat, en collega Van Enk van het CDA heeft dat uitstekend verwoord, wat mij betreft hebben we een zorgvuldige belangenafweging gemaakt om deze ontwikkeling mogelijk te maken. Toch zou ik graag willen reageren op de inbreng van de heer Braam in tweede termijn. De bebouwde parkeergarage. Voorzitter, volgens mij is dat nooit de bedoeling geweest, althans hebben we dat vooraf nooit als kader meegegeven, om de bebouwde parkeervoorzieningen op deze locatie mogelijk te maken. Het is van tweeën één. Een bebouwde parkeervoorziening zou op een gegeven moment ook door het betreffende project gerealiseerd moeten worden, maar dat zal dan ergens ten koste van moeten gaan. Ten koste van een zorgfunctie of ten koste van een betaalbare huur. Juist twee functies die wij ontzettend belangrijk vinden om in dit deel van de Rijswijk te realiseren, een betaalbare huurwoning, betaalde huurappartement en een zorgfunctie die we graag ook in de wijk willen realiseren.
Ja, en het gaat dan op dat moment ten koste van het bebouwen van een parkeergarage. Aan de andere kant ben ik ook niet zo bang, en de wethouder heeft het ook wel toegelicht, dat wij dit deelplan gelijk in de knoei komen met de parkeernormen. Want we hebben wel degelijk, weliswaar niet onze actuele parkeernorm of onze huidige parkeernormen gehanteerd. Die dateren maar liefst vanuit 2011, maar er is wel degelijk gekeken naar ervaringscijfers op basis van de CRW-indexen. En die zijn gewoon keurig netjes voor dit plan, dat is ook in de nota van zienswijze terug te lezen en terug te rekenen in de parkeerbalans, toegerekend. Ja, en voorzitter, dan heb ik liever dat we in de toekomst - laat ik even optimistisch, ik ben optimistisch van aard – formuleren, zo meteen een aantal parkeerplaatsen kunnen opheffen op dat maaiveld en dat mooi groen inrichten, dan dat we op een gegeven moment met een complex zitten met een lege parkeerbak waar op een gegeven moment geen auto’s in staan. Eens met het feit dat wij die mobiliteitstransitie veel eerder hadden moeten inzetten. Aan de andere kant zie ik ook nadrukkelijk nu ook in de wijk Sion bewonersinitiatieven ontstaan.
En wellicht dat de wethouder er iets kort over kan zeggen in tweede termijn, maar juist vanuit de bewoners nu heel creatief ook nagedacht over deelautoconcepten en andersoortige concepten op het gebied van elektronic mobiliteit waar de bewoners in Parkrijk ook hun voordeel mee zouden kunnen doen. The lessons learned van de bewoners die al in Sion wonen. Nou, tot zover de tweede termijn, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Veerman. De heer Veerman D66: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is altijd heel jammer dat een aantal groepen het kind van de rekening worden, en dat is op dit moment de parkeernormen eigenlijk en de participatie voor de burgers. Ik ben aan de ene kant blij dat de Omgevingswet is uitgesteld, maar in dit proces … Bij de Omgevingswet zie je het eigenlijk net omgekeerd, dan worden eerste burgers geraadpleegd over wat zij ervan vinden, de stukken, en gaan we dan pas invulling geven aan het gebied. En we denken ook dat in het kader van de exploitatie ondernemers ook beter gewezen moeten worden op wat er wel en niet zou kunnen. Ik denk dat we daar nog wel iets te winnen hebben als raad, maar ook landelijk. Misschien dat de Omgevingswet daar uitkomst aan kan bieden door een goed Omgevingsplan te gaan ontwikkelen voor de gemeente Rijswijk. Als ik kijk naar een aantal punten die genoemd worden, openbaar vervoer.
Nou, te weinig, en er is ook eigenlijk niet zo heel veel mogelijk als ik het zo hoor. Dat vind ik erg jammer eigenlijk. En die parkeernormen, ik denk dat we daar van tevoren bij moeten zijn eigenlijk om te kijken wat is er mogelijk, en die parkeernormen naar onderen bijstellen is dan ook een optie. Aan de ene kant hoor ik de heer Braam zeggen, ja, we moeten allemaal kunnen parkeren, maar we moeten wel allemaal een auto hebben. Maar is dat één auto, of zijn dat twee auto’s? Kijk, dan wordt het wel heel ingewikkeld om dat allemaal voor iedereen te kunnen regelen. We zien het ook in de
Havenkwartier dat die parkeernorm van tevoren is vastgelegd om onder het gebouw te gaan parkeren. Dit had hier ook plaats kunnen vinden, en dan is er geen businesscase en dan hebben we geen goede zorg waar we ook hard behoefte aan hebben, en hebben we ook misschien huizen in een lager segment waar we echt wel behoefte aan hebben, dus dat is eigenlijk wel weer jammer in het geheel. Maar het moet anders denk ik op sommige momenten, want anders neem je de participaties en de burgers überhaupt in dit soort situaties gewoon eigenlijk niet serieus. Tiny forrest. Ja, ik had hem ook ooit genoemd. Ik vind het heel leuk. Ik hoop ook dat het schoolproject eraan vastgekoppeld wordt, dat de school in de wijk ook mee kan, want een tiny forrest is ook echt wel iets waar je ook in het Wilhelminapark iets zou kunnen betekenen. Het is leuk om de school daarbij te betrekken, denk ik. Dank u wel, dat was mijn tweede termijn. De voorzitter: Een momentje. Mijnheer Braam wil interrumperen. De heer Braam BVR: Ja, ik heb nog een vraag aan de heer Veerman. Bent u het Beter voor Rijswijk eens dat tijdens de rit de regels wijzigen dat dat geen fysieke bezigheid is, en dan praat ik uiteraard over het onderwerp parkeren in deze. Het gaat er mij niet om dat er straks denk ik twee auto’s per adres moeten zijn, maar dat we de norm handhaven zoals we die hebben afgesproken voor deze wijk.
De voorzitter: Mijnheer Veerman? De heer Veerman D66: Dank u wel. Nou, ik ben zeker voor een standaard voor heel Rijswijk, en ik denk dat we daar zeker naar toe moeten als je dit soort gevallen ziet en dat je van tevoren moet aangeven, is het 1, 1.3 of 1.5. En ik denk dat je dan niet in het lopend proces – daar ben ik het helemaal met de heer Braam eens – moet gaan marchanderen aan de normen, want dat is voor iedereen denk ik een slechte zaak. De voorzitter: Oké. Gaat u verder. Was u afgerond? Dat heb ik dan gemist. De heer Veerman: Sorry, ja, dank u wel. De voorzitter: Goed. Dan gaan we verder met mevrouw Kames. U heeft in de eerste termijn gezegd dat u tegen het voorstel bent. Wilt u nog het woord? Mevrouw Kames RB: Ja, ik wil graag nog even het woord. Ja, ik wil juist het woord, voorzitter. Ik betreur het eigenlijk als ik de wethouder hoor zeggen dat dit een soort leermoment is, dat deze bewoners als een leermoment worden gezien, want je zal maar juist de dupe daarvan zijn. En we hadden ook al te horen gekregen dat deze mensen waarschijnlijk naar de hoge raad gaan, en ik denk dat je dat als college niet wil.
Dus ik blijf er nog steeds bij: ga alsjeblieft dan praten met deze mensen, want dit wil je toch wel voorkomen? En ik ben het ook eens met mijnheer Braam als er natuurlijk wordt afgesproken dat de parkeernorm zoveel is en het gaat naderhand wijzigen, ja, daar ben je gewoon niet blij om. Want ik hoor wel steeds ook door collega’s zeggen: ja, we willen liever terug naar één auto of één parkeerplaats. Maar ik ken eigenlijk weinig mensen die geen auto’s hebben, eerder nog twee als geen. De voorzitter: Oké, u was afgerond? Dan gaan we naar mijnheer Oelen. De heer Oelen VVD: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik constateer dat het meestal ook in herhaling is gezegd, en dat we langzamerhand naar het volgende agendapunt kachelen in een discussie over de parkeernormen, maar VVD heeft zijn standpunt bekend gemaakt en wij zullen meestemmen in het voorstel. Dank u wel.
De voorzitter: Goed. Mevrouw Mauer? Mevrouw Mauer WIJ: Ja, veel is al gezegd. Wij sluiten ons aan bij BvR als we het hebben over de parkeerdruk. Ja, zorgpersoneel komt ook met de auto, heeft wellicht ook allerlei faciliteiten en apparatuur nodig bij hun dienstverlening. Verder zijn we het ook eens met de heer Wit van GroenLinks als we het hebben over de tiny forrest, en vooral dat we de inwoners gewoon moeten blijven betrekken. Dat was mijn tweede termijn. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Enk? De heer Van Enk CDA: Voorzitter, ik ben heel blij met wat de wethouder zei over het perspectief van meer frequente dienstregeling, en over zijn toezegging over de halteplaatsen. En ik denk ook dat we daar de bewoners veel meer mee helpen dan wat andere partijen doen, wat krokodillentranen achteraf plengen over de inspraak, want daar helpen we ze niet mee. Wij helpen door eerlijk te zijn en de belangen duidelijk tegenover elkaar te zetten. Dat is hier goed gebeurd, denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Dan heb ik nog mevrouw De Man. Mevrouw De Man OR: Ja dank u wel voorzitter. Ik behoud me even van de tweede termijn. Dank u wel.
De voorzitter: Mevrouw Van Nunen. U had in de eerste termijn gezegd dat u tegen was. Wilt u nog het woord? Niet? Mevrouw Van Nunen PvdA: Nee voorzitter, ik knikte al nee. Ik hoef niet meer in tweede termijn het woord. Dank u. De voorzitter: Oké. Dan werken we het boekje af. Dan kom ik tenslotte bij mijnheer El Majjaoui. De heer El Majjaoui: Nee dank je wel voorzitter. Ik heb geen tweede termijn. De voorzitter: Goed zo. Dan zijn we door de raad heen. Dan gaan we naar de wethouder tweede termijn. Mijnheer Keus. Wethouder de heer Keus: Ja dank u wel voorzitter. In tweede termijn. Allereerst dank voor de steun van de meeste fracties voor het plan. Twee aandachtspunten nog als het gaat bijvoorbeeld over het groen. Concrete vraag van de fractie van GroenLinks en ik meen ook van D66, blij met de tiny forest, te kijken of daar ook de buurt bij betrokken kan worden en de scholen. Nou die scholen dat is gewoon randvoorwaardelijk aan dat project, dus die sowieso, maar ook de buurt, lijkt me dat ik dat goed kan toezeggen om die ook te betrekken bij die ontwikkeling. Dus bij deze. Dan als het gaat over het parkeren ... En eigenlijk lopen we al vooruit op de discussie die we straks gaan hebben over het mobiliteitsprogramma. Dat zeg ik ook naar de fractie van Wij.
Dat is echt het omdenken wil ik bijna zeggen, ik vind het een lelijk woord, maar ik gebruik hem toch, van dat we als startpunt de auto nemen naar de mobiliteitsbehoefte. En dat is hoe mensen van A naar B kunnen komen. En als gemeente denk ik dat wij de verantwoordelijkheid en de regie moeten hebben om die mobiliteit goed te borgen en waarbij de auto – en we gaan het straks over het stompprincipe hebben – als sluitstuk, maar ook nog steeds onderdeel zal uitmaken van die mobiliteitsbehoefte waar we ook rekening mee moeten houden. Maar ik vind het heel goed te rechtvaardigen dat we in deze fase in Parkrijk, en dat zeg ik ook tegen
de heer Braam, gaat ook over voortschrijdend inzicht dat we kunnen rechtvaardigen om met lagere parkeernormen te gaan werken. Ook omdat de ook mogen vertrouwen op dat de samenleving in zijn geheel ook die omslag gaat maken in de mobiliteitsbehoefte. En die eerste auto is geborgd, die wordt gefaciliteerd, maar het zit met name op die tweede auto waar we inderdaad alternatieven voor moeten realiseren. En ik had het net al over de bushalte en de extra stops die gemaakt gaan worden, maar in het verlengde daarvan ook het optimaal faciliteren dat we straks makkelijk Station Rijswijk bijvoorbeeld kunnen bereiken. De voorzitter: Eén momentje. Mijnheer Braam wil interrumperen. Stel uw vraag maar. De heer Braam BVR: Ja ik heb eigenlijk een hele simpele vraag. Ik begrijp dat u tijdens de wedstrijd de spelregels gaat veranderen, dat we nu al moeten omdenken binnen RijswijkBuiten, terwijl er afspraken zijn gemaakt met de buurt, met de wijk, met de bewoners. Bent u het met ons eens dat het dan ook terecht is dat de bewoners op hun achterste benen gaan staan om dit protest tot op de Raad van State aan te vechten? Dat is toch doodzonde? De voorzitter: De wethouder. Wethouder de heer Keus: We kunnen het op Excel-niveau dit gaan benaderen of we kunnen gaan kijken naar de echte parkeerdruk in de wijk.
En daar hebben we verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat men inderdaad gewoon binnen acceptabele grenzen een auto kunnen parkeren. En niet dat dit nou gelijk wetenschappelijk onderbouwd onderzoek is, maar als ik zelf weleens op zondagochtend daar rijd dan zie ik meer plek in ieder geval nu op dit moment dan dat er in mijn eigen buurt er voor de auto is. Dan wil ik niet zeggen dat dat gelijk normstellend is, maar wij hebben als college ... En daar hebben we op de raad van op de hoogte gesteld, van dit gebied zijn we inderdaad in afwijking van de Nota Parkeernormen, zijn we naar lagere parkeernormen gegaan. Maar daar hebben we ook onderbouwingen bij en dat is wel de omslag. En ook de mensen die recentelijk in RijswijkBuiten, in Parkrijk zijn komen te wonen zijn daar altijd – en als je het hebt over goede communicatie – zijn daar altijd over geïnformeerd dat we hier met lagere parkeernormen gaan werken. Dus men wist ook in wat voor buurt men zou gaan wonen. En ik zou echt ... De heer Braam: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Braam. Ja, ik zie u weer met een vraag. De heer Braam BVR: Ja, nog een korte interruptie. U bent op zondagochtend daar doorgereden. Bent u weleens in de avonduren daardoorheen gereden? Dan kunt u in ieder geval waarnemen dat die druk extreem is. Dat is één.
En u gaat voorbij aan de afspraken die gemaakt zijn met de buurt, met de gemeenteraad, met de provincie als het gaat om de invulling van de parkeerbalans in dat gebied. Tussentijds de regels wijzigen kan niet aan de orde zijn. Dat moet u toch met me eens zijn? Het kan toch niet zijn dat we die regels ineens gaan veranderen? De voorzitter: De wethouder heeft de vraag begrepen. Mijnheer Keus. Wethouder de heer Keus: Ja voorzitter, ik zou niet willen zeggen dat ... Sowieso is er geen sprake van een wedstrijd. Er is vraag naar en een behoefte aan mobiliteit, van A naar B kunnen komen. En daar is het voortschrijdend inzicht inderdaad ook bij. En ik zal niet ontkennen voorzitter dat, en de heer Braam heeft het net als iedereen hier ook meegemaakt, dat de ontwikkeling van Parkrijk onder behoorlijke druk ook heeft
gestaan door de procedure bijvoorbeeld met DSM. We daar ook financieel, en daar hoeven we ook niet geheimzinnig over te doen, dat we daar ook tot optimalisaties moeten gaan komen, anders zou de gemeente daar behoorlijk – en dat hebben we natuurlijk ook gedaan – een behoorlijke verliesvoorziening hebben moet opnemen. Dus het betekent dat we integraal, niet alleen maar op basis van financiën, maar integraal naar het gebied hebben gekeken, ook hoe we het één en ander kunnen optimaliseren. En onder andere is daar ook beter en efficiënter gebruik van de ruimte ... Alleen altijd wel met inachtneming van dat we mobiliteit kunnen borgen. En ik heb al eerder aangegeven dat we daar nog stappen in moeten zetten, maar ik kan u wel zeggen dat de eerste auto die is voor iedereen geborgd. En waar we op inzetten is op de tweede auto met name, om die minder nodig te laten zijn. Daarvoor zijn we bezig met alternatieven. We moeten continu blijven monitoren natuurlijk of de daadwerkelijke parkeerdruk, en dus niet alleen cijfermatig in een Excelsheet, maar daadwerkelijk de ervaren ook de daadwerkelijke parkeerdruk in het gebied, of dat een acceptabele is. En we hebben in juli 2021, dus nog niet eens zo heel erg lang geleden hebben we daar gewoon goed onderzoek naar gedaan en toen is daar niet gebleken van een te hoge parkeerdruk. Dus op basis daarvan vind ik het te rechtvaardigen dat we dit ...
De voorzitter: Wethouder, wilt u afronden? Wethouder de heer Keus: Ja. Voorzitter, ja ik accepteer ook dat de heer Braam daar anders over blijft denken, maar dit is inderdaad wel het plan zoals we het nu voorleggen. Het is het bestemmingsplan waar we nu ook over stemmen en natuurlijk hebben we een verantwoordelijkheid om continu dus die parkeerdruk in de gaten te houden. Maar vooral de mobiliteitsbehoefte optimaal te faciliteren. Voorzitter, dank en ook dank voor de steun. Dank u wel. De voorzitter: Goed, volgens mij was dat de tweede termijn van het college. Ik stel voor de beraadslagingen hiermee af te sluiten en over te gaan tot besluitvorming. Wat we geleerd hebben is dat twee fracties zich tegen het voorstel hebben getoond, dus de PvdA-fractie en Rijswijks Belang. Heb ik het goed dat de andere fracties akkoord zouden kunnen gaan eventueel met een stemverklaring? Mijnheer Braam. De heer Braam BVR: Voorzitter, ik wil graag even vijf minuten schorsing om even ruggespraak te houden met mijn collega's in de fractie. De voorzitter: Goed, dan schorsen we vijf minuten. Dan gaan we om 20:45 uur door. Dames en heren, ik zie dat de heer Braam weer teruggekeerd is achter het toestel, dus ik stel voor om zo weer te beginnen. SCHORSING De voorzitter: Goed. Ik heropen de vergadering en ik geef graag het woord aan de heer Braam.
Mijnheer Braam, heeft de schorsing wat opgeleverd? De heer Braam BVR: Ja voorzitter. We hebben even goed overleg gehad met de collega's. Er was behoorlijk wat verdeeldheid al binnen onze fractie, zeker gelet op de duidelijke move die de wethouder Keus nu honderd procent in beeld bracht. Zijn voorganger de heer Lugthart heeft destijds toegezegd dat hij binnen het plan het probleem want er is zou oplossen. Dat gebeurt dus nu niet met deze wijziging. Daardoor kunnen wij niet anders dan met deze wijziging waar dus de wethouder volhardend in is, tegen dit voorstel stemmen. Het is niet anders.
De voorzitter: Goed. Zijn er nog handen met stemverklaringen? Want anders gaan we gewoon hoofdelijk stemmen. Griffier, is dat een idee? Ja, of tenzij ... Zijn er nog andere fracties die heel uitdrukkelijk tegen zijn? Dan kunnen we dat nog optellen. Dan moet u het nu zeggen. Dan hebben ik wel een balans, want drie fracties die tegen zijn. Zijn er nog meer fracties tegen? Mevrouw De Man OR: Ik wil ook nog wel even een stemverklaring afleggen. Dat vind ik wel zo gepast in dit geval. Als u mij dat toestaat. De voorzitter: Ja nee, gaat uw gang. Mevrouw De Man OR: Dank u wel. Ja, nogmaals, zoals Onafhankelijk Rijswijk net al heeft aangegeven onderschrijven wij absoluut de noodzaak van zo'n woonzorgconcept, daar staan we ook voor de volle honderd procent achter, dus dat is ook niet hetgeen van het plan waar we niet achter staan. Hetgeen waar we niet achter staan is eigenlijk de hele tendens eromheen: de parkeernorm, toch de overlast voor de mensen die er al wonen, het feit dat daar heel erg slecht mee om is gegaan en ja daardoor zijn we ertoe genoodzaakt om nu te zeggen: we stemmen tegen. We vinden het heel jammer, maar we wensen de wethouder verder succes met het uitvoeren van dit plan. Dank u wel. De voorzitter: Sorry. Mevrouw Mauer. Mevrouw Mauer WIJ : Ja dank u wel. Ja wij kunnen mee in hetgeen wat BVR zegt, dus wij zullen ook tegenstemmen.
De voorzitter: Goed, zijn er nog meer tegenstemmers? Niemand? Dan hebben we dus tegen een stem van Beter Voor Rijswijk, Rijswijks Belang, PvdA en Onafhankelijk Rijswijk. En Wij. Ja. Dat zijn elf stemmen tegen, daarmee is de rest voor van de dertig aanwezigen? Dat is negentien voor. Dus het zou kunnen betekenen dat we gewoon met meerderheid kunnen besluiten. Dat ga ik dus bij deze doen. Aldus besloten. Voorstel aangenomen. Dank voor uw inzet allen. BESLUIT: RAADSVOORSTEL BP ’T HAANTJE AANGENOMEN 19 VOOR EN 11 TEGEN (BVR, PVDA, RB, WIJ, OR)
11. Raadsvoorstel Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 De voorzitter: Het Raadsvoorstel Mobiliteitsprogramma Rijswijk. En ik wou daar gezamenlijk mee behandelen het Raadsvoorstel Evaluatie deelmobilitieit scooters. Vindt u dat goed? Dat we beide stukken nu in één handeling doen? Dan is dat akkoord. Dan krijg ik van de griffier nog even een lijstje. Mevrouw Alberts: Voorzitter? De voorzitter: Ja, wacht, wie spreekt daar? Mevrouw Alberts. Mevrouw Alberts GL: Van de orde dan, zou u dat in het vervolg bij het vaststellen van de agenda willen mededelen dat deze agendapunten worden gecombineerd? Dan hadden we dat gewoon gelijk daarover kunnen besluiten bij het vaststellen van de agenda.
De voorzitter: Ja, ik heb dat gezegd. Ik heb dat nadrukkelijk aan de orde gesteld en ook gezegd zullen we dat samendoen en toen kwam er geen reactie en daarmee zit het in de orde. Ik heb het echt gezegd hoor. Maar goed, als u het goed vindt ... Mevrouw Alberts GL: Bij het vaststellen van de agenda. Dat agendapunt wat we aan het begin van deze vergadering hebben behandeld. De voorzitter: De heer Kruger wil nog iets zeggen. Waar zit hij? De heer Kruger: Graag. We hebben een agenda vastgesteld. Het staat op twee agendapunten, dan zult u op één agendapunt twee sprekers hebben van één partij. Ik weet niet of dat nou goed is voor de voortgang van dit onderwerp, dat betwijfel ik. En het gaat toch eigenlijk wel om twee verschillende zaken. De voorzitter: Ja goed, u kunt het ook apart doen. Mij best. De heer Kruger: Ik geef de voorkeur om het apart doen, omdat het laatste gaat meer over hoe je moet omgaan met ... De voorzitter: Goed, ik had het anders begrepen. Het spijt mij. Dan gaan we beginnen nu met het Raadsvoorstel Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040. Woordvoerders Van Enk, mevrouw Alberts, mijnheer El Majjaoui, Braam, mevrouw Woudstra, mevrouw Koegler, de heer Oelen, mevrouw Mauer, mevrouw Van Nunen eventueel en de heer Van der Meij. Nou, dan beginnen we met mijnheer Van Enk. Gaat uw gang. De heer Van Enk CDA: Ja dank u wel voorzitter.
Ik heb tijdens de algemene beschouwingen al mijn zorgen uitgesproken over het feit dat we nu nog helemaal aan het eind van deze raadsperiode over een mobiliteitsprogramma gaan praten. Ja, de vraag is of dit niet gewoon mosterd na de maaltijd is voor deze raadsperiode. Dan zouden we het kunnen bespreken om te kijken of het wat perspectief biedt voor de komende raadsperioden. De analyse die erin wordt gegeven en die wethouder Lugthart ook met een fotootje in de inleiding persoonlijk nog aan ons meegaf, dat is een analyse dat Rijswijk tot voor kort altijd een autogemeente was en dat we daarvanaf moeten door de verstedelijking en het toenemende aantal mensen dat hier komt wonen. Dat is een analyse die voor veel gemeenten hier in de regio te geven valt. Geen grote verrassingen, maar wel waar. Gewoon helemaal waar. En dan gaat het er natuurlijk om dat je je beleid probeert aan te passen als gemeente. Dat je dat doet met een plan voor twintig jaar, daar stellen we als CDA ook vraagtekens bij. Ik vraag me af of dit de goede methode is om vanuit het perspectief van we kunnen de maatschappij maakbaar veranderen, of dat wel gaat lukken.
Zeker als ik de discussie bij het vorige agendapunt maar even terughaal en we zien dat allerlei fracties die geacht worden pal achter dit mobiliteitsplan te staan en dus ook hun voorkeur gaan uitspreken voor stappen en trappen op de fiets en openbaar vervoer en pas in de laatste plaats denken aan privéauto's en parkeerplaatsen, dat die fracties nou bij uitstek het vorige agendapunt het alleen maar hebben over de angst voor het tekort aan parkeerplaatsen. Met andere woorden: wat stellen we nou vast als we vanavond instemmen met dit mobiliteitsplan? En hoe consequent zijn we daarin? En hoe serieus willen we dit als handleiding nemen voor de toekomst? Ik heb daar zo mijn vraagtekens bij. Maar het CDA is deze coalitie aangegaan en deze coalitie heeft aangekondigd dat er een plan zou komen. En ook al ligt het er veel te laat, dat zal van mij en voor onze fractie niet de reden zijn om tegen dit plan te gaan stemmen. De analyse klopt. En wij willen die lijn ook best gaan voeren, maar dan ook wel eerlijk en consequent. Zeker in nieuwbouwplannen waar we het ook vanavond over hadden, waar we het vorige week over hadden toen we het over het Kesslerpark hadden. We kwamen helemaal niet toe aan ideeën over de
ontwikkeling van het gebied. Nee, we kwamen steeds in het begin weer fracties tegen die het alleen maar over parkeren hadden. Dus laten we hier wel eerlijk zijn. Ik verwacht van fracties een eerlijke bijdrage en ook een eerlijke mening over dit plan. En als we het vaststellen met elkaar, dan moeten we het ook serieus nemen. Ik heb twee vragen aan de wethouder. In de analyse vind ik twee dingen onderbelicht. Ten eerste de invloed van snelwegen rondom Rijswijk, met name de A4 en de komende verbreding als die doorgaat. Daar vind ik dat het college zeker in de toekomst meer effort in moet steken om te praten met Rijkswaterstaat, met de minister om aanvullende milieumaatregelen te nemen, omdat die voor Rijswijk van minstens zo groot belang zijn als de maatregelen die in dit plan genoemd staan binnen Rijswijk. Ten tweede regionale afstemming. Wordt hier als laatste punt in de analyse genoemd van belang. Wij vinden die enorm van belang. Die zou bovenaan moeten staan. Niet om de oren te laten hangen naar Den Haag, maar wel serieus te kijken naar welke beleidsnota's zij hebben opgesteld voor de komende jaren, daarover in gesprek te gaan met Den Haag en ook te zorgen dat Den Haag onze beleidsinzet kent. Die afstemming is de zwakke stee geweest binnen dit college. En wij willen daar in de toekomst veel meer op inzetten.
Dat blijkt ook wel uit concrete plannen die er bestaan over Binckhorst in Den Haag en over de bebouwing in Zuidwest en de noodzaak om in Rijswijk belangrijke infrastructuurmaatregelen te nemen, zoals de Beatrixlaan. Dus graag ... Ja ik kan deze wethouder vragen om een toezegging, maar het gaat in feite over de volgende collegeperiode, dus laat ik zeggen voorzitter: het CDA is in ieder geval van plan om daar in de komende periode keihard op in te zetten. En tot slot de inspraak. Ik heb gevraagd: zijn het nou inderdaad acht inwoners die in de bijlage staan genoemd die hebben meegedacht aan dit plan? En de twee organisatie HTM, reisdienstorganisatie, dan vind ik dat we in de toekomst ook ons nog eens echt achter de oren moeten krabben of we bij dit soort algemene beleidsvisies, los van de vraag of dit werkt, of dit niet een ouderwetse manier van beleid voeren is, of we daar ook inspraak op moeten organiseren. Want inspraak op concrete plannen, zoals het vorige, Buitenpoort, dat houdt inwoners bezig, daar weten ze waar het hun belangen treft. En daar moeten we op focussen. En niet op deze algemene plannen en inspraak, want dat kost een heleboel geld en als je ziet wat er aan suggesties is overgenomen in het plan, wat er tot verandering heeft geleid, is dat dan buitengewoon mager. Zonde. Leidt tot teleurstelling en dat willen we niet.
Dus wat dat betreft deze kanttekeningen en graag de reactie van de wethouder daarop. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Alberts. Mevrouw Alberts GL: Ja dank u wel voorzitter. Zoals de burgemeester ook aan het begin van deze vergadering wethouder Lugthart bedankte en allerlei mooie woorden aan hem besteedde, zo willen wij hem ook hier in deze bijdrage bedanken, want we misten toch nog het mobiliteitsprogramma waaraan hij de afgelopen tijd heeft gewerkt in de bijdrage van de burgemeester. We hebben gemerkt dat de wethouder heeft geluisterd naar de uitgangspunten die wij in de loop van de tijd in deze periode als GroenLinks-zijnde hebben aangedragen. En ook vinden we het heel goed dat de daadwerkelijke prioriteit ligt bij stappen en trappen en dat dat terugkomt in dit mobiliteitsprogramma. We zijn dus positief over het mobiliteitsprogramma, over de uitgangspunten die erin staan. Maar graag hadden we het programma al eerder gehad en dan hadden we al in deze periode er ook al meer mee kunnen doen. Daarnaast missen we ook nog wel de stap naar het meer concrete. De collega van het CDA zal later ook nog de motie deelfietsen gaan indienen. Een voorbeeld van een stap die genomen kan worden om onderzoek te doen naar meer station-based deelfietsen. Meer een stap naar het concrete hoe dat uitgevoerd zou kunnen worden. Dat gaat dan ook ...
Die zij dan ook meegenomen moeten worden in de mobiliteitsstrategie die nog opgeleverd moet gaan worden en dat is toch de stap die we met zijn allen moeten gaan nemen. Eerst naar de mobiliteitsstrategie en later naar de uitvoeringsagenda. En daar kijken we als GroenLinks reikhalzend naar uit. We hebben het ook in het vorige agendapunt al een beetje gemist natuurlijk. In RijswijkBuiten was het mooi geweest als we al eerder die mobiliteitsnormen hadden
gehad in plaats van die parkeernormen met een zeer verouderde noten. En dat we al meer bezig waren geweest met leefstraten, met de maximumsnelheid naar 30 km/h. Dan had een wijk als RijswijkBuiten heel anders ontwikkeld kunnen worden met het stompprincipe als ordeningsprincipe. Er ligt dan ook een mooie opdracht voor een nieuw college en raad om met die mobiliteitsstrategie en later dan ook de uitvoeringsagenda aan de slag te gaan en daar kijken we dus reikhalzend naar uit. Tot zover. De voorzitter: Dan gaan we verder met mijnheer Braam. De heer Braam BVR: Voorzitter, dank u wel. Ik ga het op zich niet al te lang maken, maar ik wil toch met name ook rondom dit onderwerp kwijt dat het niet zoals het een beetje lijkt bij GroenLinks het moet worden dat dit dossier wordt gebruikt om automobilisten te pesten, want daar lijkt het een beetje op met de inbreng van mevrouw Alberts. Dus daar spreek ik toch zeker even mijn zorgen over uit. Rijswijk is altijd een autogemeente geweest. Dat zal ook in de toekomst niet veranderen. Dat heeft ook het deelautoconcept Greenwheels de afgelopen twintig jaar wel bewezen. Er is alleen maar meer autobezit bijgekomen. En dan hebben we het niet over dat er meer huizen zijn gekomen, daardoor meer huizenbezitters en meer auto's. Nee, er is gewoon meer autobezit gekomen en dat is niet iets vreemds.
Als mensen gewoon wat meer geld hebben om uit te geven, ja dan gaan ze op een gegeven moment een droog dak boven het hoofd kopen, dat is nou eenmaal zo, om op een andere plek te kunnen komen. Zo werkt het nou eenmaal. En daar helpt de fiets en de bus en de brommer niet aan mee. Het is wel zo dat je enigszins sturend kan optreden, dus dat begrijpen wij wel in dat stuk. Dat als het kan, zeker voor de korte ritjes en dergelijke, proberen om mutaties aan te bieden, zoals het een beetje bedoeld is in het Havenkwartier en wellicht op termijn ook op het stukje rondom het centrum, het Eisenhowerplein wat er direct achter ligt. Dat snappen we wel. Ook de studenten, begrijpelijk. Die hebben het geld niet om in de auto te gaan stappen, dus die zullen ook veel sneller de fiets en het openbaar vervoer pakken. Maar het mag niet zo zijn van dat die auto gepest wordt. En daar lijkt het in uw inbreng mevrouw Alberts heel sterk op. Dan nog even kort nog wat BvR betreft. Wat voor ons belangrijk is: er wordt heel veel gekeken dus naar andere steden, andere plekken waar dit allemaal al wordt toegepast. Ja dat snap ik, maar daar is ook de infrastructuur al direct op afgestemd om dus die automobilist wel degelijk op voorhand te helpen, maar dus ook de mogelijkheid te creëren om dus die andere stappen te zetten. Dus parkeergarages, dubbel grondgebruik.
Zorg dat je dat bleek van die straat afhaalt, maar dat je uiteraard ook, wat mijnheer Van Enk onder andere ook aangaf, zorgt dat er voldoende structuur is voor het openbaar vervoer. Die bus moet niet één keer in het half uur rijden en dan op 750 meter afstand. Nee, die bus moet gewoon iedere tien minuten gaan halteren en het liefst op meerdere haltes bijvoorbeeld langs de Beatrixlaan en de Lange Kleiweg. Dat is belangrijk. Dat zijn dingen die voor de toekomst moeten gaan plaatsvinden. Wat Beter Voor Rijswijk betreft: wij gaan niet voor dit voorstel zitten omdat in feite de strategie wordt besproken na de verkiezingen. Dus we zullen dit voorstel ondersteunen. Maar u begrijpt wel in ieder geval uit onze inbreng dat stappen moeten worden gezet om daar waar op dit moment gewoon heel Rijswijk gilt om oplossingen voor het parkeerprobleem. Dat dat parkeerprobleem in eerste instantie moet worden opgelost door voldoende parkeergelegenheid te creëren. En vanuit die positie kunnen er ook goede stappen worden gezet en dan zeker voor de nieuwe stukken waar transformatie bijvoorbeeld in de Plaspoelpolder plaatsvindt, van werken na wonen, dat je vooral daar die omgevingen gebruikt om de proef te ondervinden om dus goede strategische zetten te maken. Maar laten we niet al te hard lopen, want hardlopers zijn meestal doodlopers.
Ik heb vroeger veel hardgelopen, maar ik doe dat liever nu toch niet meer met mijn gewicht. De voorzitter: Dank u wel. We gaan verder met mijnheer El Majjaoui en daarna mevrouw Woudstra. De heer El Majjaoui: Ja dank je wel voorzitter. Ik had eigenlijk de antwoorden verwacht van mijn vragen die ik
30 november had gesteld, want die hebben toch raakvlakken met dit onderwerp, met name dit programma. Met teleurstelling kreeg ik vanmiddag dat de vragen niet beantwoord zijn. Dat die pas ergens 30 december beantwoord zullen worden vanwege coronamaatregelen. Jammer, want die hadden ook mede kunnen bepalen om voor of tegen te stemmen. Want ja dit programma bevat inderdaad allerlei mooie plannen. Heel abstract: stappen, fietsen en dertigkilometerzone. Allemaal prachtig voor Rijswijk, maar ik mis ... En ik maak me zorgen vooral voor de buitenbeïnvloeding, de effecten die van Den Haag komen onder andere door hun maatregelen die hebben getroffen. Het kan niet zo zijn dat iemand met een fiets gaat fietsen in Rijswijk met de pruimen afkomstig van Den Haag. Dat is niet goed. Ik heb het liefst dat de beïnvloeding van buitenaf, dat we daarop reageren, dat we daar ook concrete maatregelen voor het treffen. Vooral luchtverontreiniging is voor mij echt het belangrijkste binnen dit proces. Daarom hoop ik dat u daar iets over kunt zeggen, zodat het voor mij meer motivatie kan geven of ik tegen of voor kan stemmen. Maar dit programma heel kaal kan ik gewoon ... Ben ik niet onder de indruk. Dank je wel voorzitter. De voorzitter: Dan gaan we naar mevrouw Woudstra. Daarna mevrouw Koegler. Mevrouw Woudstra D66: Dank u voorzitter.
Voor een deel van de inbreng zal ik meteen GroenLinks, mevrouw Alberts, bedanken, want ook ik wilde onze oude wethouder nog bedanken voor alle inzet die hij heeft gedaan en de wat ons betreft mooie uitkomst die hier ligt. We zijn toch positief kritisch. Dat zijn we al een tijdje op verkeer. Dat blijven we ook nog wel, want we maken ons hard voor die actie op verkeer en verkeersveiligheid. Het is hartstikke hard nodig in Rijswijk en de mensen vragen daar ook om. We onderschrijven de aangegeven principes in deze visie en de instap voetgangers, fietsers en mobiliteit die hier naar voren wordt gebracht. We hadden graag een aantal stappen meer gehad. En dan het vaststellen van deze visie. We begrijpen dat er nog een strategie komt. Dat is nog wel een slag te slaan wat ons betreft. En veel van de uitgangspunten die hier stonden hebben we als raad in plannen nu gezet of heel veel vragen over gesteld en wat ons betreft was dat fijn geweest als dat sneller en eerder had gekund en dan ons dus ook wat tijd had gescheeld. Onze vraag is dan wel: gaat deze visie nu ook zorgen voor die andere voorstellen waarin die vragen over bereikbaarheid en mobiliteit echt beter verwerkt zijn en we deze principes ook toe kunnen passen.
Kan de wethouder toezeggen dat bij de projectontwikkeling naar aanleiding van deze visie ondernemers en bewoners ook worden meegenomen in het feit dat deze nieuwe visie er is en hoe daarmee omgaan en welke wijzigingen nodig zijn, zodat ook zij op tijd meegenomen kunnen worden in het zoeken naar creatieve oplossingen? Want deze omslag maken we niet zomaar. Mijn fractiegenoot de heer Veerman haalde het al aan dat een nieuwe insteek nodig is en ook mogelijk is onder bijvoorbeeld de nieuwe Omgevingswet. Afgelopen donderdag bij het Kesslerpark kwam ook deze behoefte aan een nieuwe insteek terug. En andere mensen noemden vandaag ook al andere voorbeelden. Dus ik hoop dat de wethouder toe kan zeggen dat dit inderdaad daar consequenties voor gaat hebben en we dus ook andere voorstellen en een andere betrokkenheid vanuit de gemeente richting die planontwikkeling gaan zien. We zien graag ook terug dat het actief in de plannen en de strategie wordt opgenomen. Kan hij dat toezeggen? De afgelopen jaren hebben ook heel wat inwoners ingesproken. Niet alleen op dit plan, ook op andere punten. Ze hebben meegedacht en meegekeken over mobiliteit, parkeren en meer van de punten waar we mee zitten.
Het verzoek om deze mensen die eerder betrokken zijn geweest ook aan te geven dat we hiermee bezig zijn en dat er een vervolg op komt en hen ook actief te betrekken, naast ook weer de nieuwe mensen kans te geven om mee te denken en daar dan ook een plan voor te maken voor goede participatie en ook terugkoppeling naar de mensen die betrokken zijn geweest. Want uiteindelijk gaat het om actie. En die actie volgt pas na vaststelling van deze visie en inzet op het vervolg. We roepen de wethouder op prioriteit te geven aan de benodigde vervolgplannen, waaronder ook het voorstel wordt herzien van parkeerbeleid waar hij in de antwoorden aan refereert. De wethouder heeft ook geantwoord dat er nog een strategie wordt gemaakt waarin gekeken wordt naar de hoofdstedelijke en
basisstructuren in Rijswijk. Kan hij toezeggen dat het 50 naar 30-systeem en het vergroten van onderscheid tussen wegen in de wijk en de uitvalswegen hier ook onderdeel van is? Een voorbeeld is de Lindelaan waar al deels wordt vooruitgelopen. Kunnen we dat soort voorstellen ook meer verwachten de komende tijd? En kan hier direct vanaf de vaststelling van de visie mee worden gestart? U geeft in de beantwoording aan dat er pas na maart nieuwe voorstellen komen. We zouden graag zien dat er gewoon na de vaststelling hiermee aan de slag wordt gegaan. De regio goed is afgestemd met Den Haag en Delft en onze plannen aansluiten op Den Haag en Delft. Het nieuws dat Haaglanden ook samen gaat kijken naar het fysieke domein stemt hoopvol. Wij roepen op om dit te blijven doen en ook uit te kijken naar andere buurtgemeenten die hij nog niet noemt, Leidschendam-Voorburg en Westland, zodat we goed aansluiten op fietsroutes, OV en kruispunten en we niet alleen bij voornemens blijven, maar we ook merkbaar en zichtbaar op deze punten sneller en beter kunnen fietsen, stappen, trappen en OV hebben, in plaats van de nare overgangen tussen gemeenten waar mensen last van hebben.
En kan de wethouder toezeggen, waar ik eerder ook in het forum om heb gevraagd, dat het actieplan en de stand van zaken van de strategie en de samenhang met schone lucht uiterlijk in april terugkomen in de raad? Ook de raad wil naar de samenhang tussen deze voorstellen en de voortgang kijken. De mededeling in uw antwoorden dat dit op de achtergrond gebeurt volstaat voor ons niet. Daarnaast en tot slotte een oproep: blijf inzetten op OV, het Groeifonds en zeker met de ontwikkeling uit het coalitieakkoord: spreek de ambities van Rijswijk op deze punten duidelijk uit, ga op pad, zodat we ons station, onze OVinvesteringen, fietsinvesteringen en mobiliteitsinvesteringen ook daadwerkelijk tot uitvoering kunnen brengen. Dank u wel. De voorzitter: We gaan verder. Mevrouw Koegler, daarna de heer Oelen. Mevrouw Koegler RB: Dank u wel voorzitter. Ja Rijswijk is goed bereikbaar, zo staat in het raadsvoorstel. En als we niets doen staat het verkeer over een aantal jaren vast. Maar goed als Rijswijks Belang kijkt naar de stad dan vinden we eigenlijk dat het nu al niet zo best bereikbaar is en op de verschillende toegangswezen uit en in de stad staat het regelmatig vast. En in dat kader is het ook goed om een mobiliteitsprogramma op te stellen voor de komende jaren, om zo het hoofd te kunnen bieden aan die uitdagingen en dat stelt Rijswijks Belang dan ook zeker niet ter discussie.
Maar we kunnen ons niet vinden in het voorliggende raadsvoorstel. Het heeft voornamelijk te maken met de uitgangspunten van het mobiliteitsplan, waarbij ook wordt aangegeven dat de mobiliteitsplanbehoefte over de verschillende vervoerssoorten verdeeld gaat worden. En het college ziet nieuwe vervoersmiddelen echt als een kans. Wethouder Keus had het net ook al over omdenken. Ja en daar kan Rijswijks Belang zich gewoon niet in vinden. En of het nou om deelscooters gaat, deelfietsen, deelbakfietsen, deelsteps. Ja, Rijswijks Belang denkt daar gewoon anders over. En met dit mobiliteitsprogramma wordt vol ingezet op die transitie van autobezit naar mobiliteitsbehoefte. Rijswijks Belang ziet ook niet dat dit de juiste koers is en deelmobiliteit moet natuurlijk ook echt nog bewijzen. En uit recent onderzoek van CROW blijkt ook dat deelmobiliteit helemaal niet de te verwachten successen heeft opgeleverd. En voorzitter, als Rijswijks Belang alleen naar haar achterban kijkt en met elkaar praat dan kennen wij ook bijna niemand die geen auto in zijn bezit heeft. En als ik naar de raad kijk, de fractie-assistent of de wethouders of de burgemeester, volgens mij heeft bijna iedereen een auto op een enkeling na. Dus wij zien die verandering in ieder geval de komende paar jaren niet gebeuren. En dan hebben we het zeker over tien jaar.
Dus ja we kunnen ons gewoon niet vinden in dit mobiliteitsprogramma en daarom zullen we tegenstemmen. De voorzitter: Goed. Dan gaan we verder met mijnheer Oelen en daarna mevrouw Mauer. De heer Oelen VVD: Dank je wel voorzitter. Ja, we staan in Nederland en dus in Rijswijk voor enorme
uitdagingen op het terrein van leefbaarheid, op het terrein van woningbouw, we krijgen te maken met een enorme bevolkingsgroei, klimaatopgave. En dat alles leidt ertoe dat we een enorme mobiliteitsopgave hebben. En dat vraagt dus wat van het hele land en dat vraagt dus ook wat van Rijswijk. Dat je gaat nadenken over de uitgangspunten die je ook misschien wel voor de langere termijn wilt formuleren om daar een antwoord op te geven. En dat is ook de reden waarom hier een mobiliteitsplan voorligt wat beoogt tot 2040 uit te kijken. Op het moment dat je over dat soort zaken gaat nadenken, dan zul je ook met meer gamechangers moeten komen in je visie, in je plan, in plaats van dat je het gaat hebben over de boomstronken op de Lindelaan als grootste knelpunt. En ik chargeer een beetje, maar dat is wel het niveau van dit verhaal. Daarmee ga je niet de problematiek oplossen die je zou willen oplossen. Dat is één punt. De voorzitter: Oké. De heer Oelen VVD: Het tweede punt is. Ja, sorry burgemeester, ik ga nog even verder. Het tweede punt is dat de status van dit stuk volstrekt onduidelijk is. We horen dat er al partijen zijn van nou ja het is op zich prima, we gaan er wel in mee, want we hebben hier in de coalitie iets over afgesproken. Maar op het moment dat het over parkeren gaat, ja dan houden we ons er niet meer aan.
En dat is ook logisch, omdat dit stuk gewoon een nietszeggend stuk is. Het heet een mobiliteitsprogramma, maar het bindt niks of niemand. En in het forum heb ik daar ook al een vraag over gesteld en daar is een technisch antwoord op gekomen. Alleen dat is niet het antwoord waar ik naar op zoek was. Wat of wie bindt dit verhaal nu eigenlijk? Want kan dit ertoe leiden dat alles en iedereen er desgewenst maar gaat van afwijken, inclusief wij in de raad? Dan wat meer op de inhoud. Het stuk is toch niet heel erg doordacht. De regio ... Rijswijk is geen eiland. We hebben zoveel te maken met allerlei ontwikkelingen in de regio om ons heen, in de Binckhorst, in het Westland, in Den Haag Zuidwest. Dat zal van grote invloed zijn op datgene wat er qua mobiliteit ook in Rijswijk gaat gebeuren. En we zien eigenlijk onvoldoende terug hoe dat hele proces gemanaged gaat worden in dit hele verhaal. We zien bepaalde zaken terugkomen die al heel concreet worden uitgewerkt. We gaan laadpalen langs de grenzen van de stad realiseren. Daar stel ik een vragen over in het forum: ‘ja willen vooral dat elektrische auto's gaan parkeren aan de rand van de stad’. Maar in 2040 hebben we alleen nog maar elektrische auto's. Vanaf 2030 is er geen enkel automerk meer dat nog auto's gaat leveren op fossiele brandstoffen. Dus dat bloed dan dood. Het is gewoon niet doordacht.
Er wordt niet over nagedacht wat de consequenties zijn van allerlei holle frasen die kennelijk door iemand uit een boekje zijn gehaald, in dit stuk zijn gemikt en dat voor Rijswijk van toepassing is verklaard. Het stompprincipe voorzitter is op zich een heel erg prima principe. Alleen we hebben dit hele stuk niet nodig gehad om dat stompprincipe ook te omarmen, om daar met verstand en beleid mee om te gaan. Als we ons als raad maar gewoon op voorhand aan dat principe hadden gehouden. Nu wordt er in dit stuk teruggewezen naar als uitgangspunt: we gaan gebiedsgericht werken. Dat hebben we getracht in RijswijkBuiten, dat proberen we in het Havenkwartier, dat proberen we in het Kesslerpark. Maar keer op keer, ook als je dat stompprincipe toepast, dan gaat het weer over parkeren, parkeren, parkeren. Gaan we weer om in het oude denken. En dit stuk gaat dat niet veranderen, omdat dit stuk nul status heeft naar mijn inschatting. We willen iets voor de langere termijn. Dat proberen we hierin te verwoorden. De volgende stap is dat we een strategie moeten krijgen. Ik heb altijd geleerd dat een strategie van de lange termijn is. Dus ik ben heel erg benieuwd wat er dan in de strategie gaat komen. En vervolgens moet er een of ander uitvoeringsprogramma komen waarbij ik mijn collega's al hoor van ja eigenlijk moet dit en dat en zus en zo ook allemaal gaan gebeuren op de korte termijn.
Kortom voorzitter, we zijn hier met zijn alleen een discussie over een stuk aan het voeren waar ik niet anders van kan concluderen: we hebben in de coalitie wat afgesproken, het moest er toch nog echt komen, niemand is er blij mee, niemand gaat zich eraan houden, na ja, we hebben het nou eenmaal afgesproken, dus we dienen het maar in. Voorzitter, de VVD Rijswijk gaat hier niet in meestemmen. Dit is gewoon een slecht stuk. Dit moeten we als raad echt niet willen. Dank u wel.
De voorzitter: Goed. Dan gaan we door met mevrouw Mauer. Daarna mevrouw Van Nunen. Mevrouw Mauer WIJ: Dank u wel voorzitter. Ja Wij Rijswijk is voor een bereikbare stad. We zien namelijk een enorme groei in inwoners. De komende jaren worden er achtduizend tot tienduizend woningen bijgebouwd en een groei van de stad gaat altijd gepaard met het toegankelijk houden van onze stad. Om deze toegankelijkheid te waarborgen is er een gedegen plan nodig om Rijswijk in de toekomst te sturen en we hebben zelf dan ook wel het vertrouwen erin dat dit mobiliteitsprogramma hierin een goede basis is. Mevrouw Koegler zei het al: in de spits loopt Rijswijk namelijk helemaal vol en we zijn dus toe aan een aantal grote veranderingen wat betreft mobiliteit in onze stad. En dit mobiliteitsplan geeft ook een voorschot hiervoor. Het mobiliteitsprogramma maakt een mooie analyse van knelpunten waardoor duidelijk wordt weergegeven wat essentiële gebieden zijn die in Rijswijk aandacht nodig hebben. En hoewel we als Rijswijk mooie ambities hebben en nog zo goed naar de toekomst toe kunnen werken is het vraagstuk mobiliteit ook vooral verbonden met de regio. Zonder onze buurgemeenten lossen we de problemen in Rijswijk niet op. Dat is namelijk dweilen met de kraan open.
Want zolang Den Haag en Delft door blijven bouwen en we dus niks afstemmen over de bereikbaarheid van onze stad, dan zitten we in 2040 gewoon klem. Daarom de vraag ook aan de wethouder om in de uitwerkingsplannen uitgangspunt zeven heel duidelijk te benoemen. Dit heeft namelijk grote invloed op de uitvoerbaarheid van onze mobiliteitsvisie. Wat Wij betreft kunnen we op dit plan doorbouwen en zo snel mogelijk beginnen met de belangrijkste knelpunten te verbeteren, zodat we in Rijswijk ons makkelijk van A naar B kunnen blijven verplaatsen. Dit was mijn eerste termijn. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Goed. Gaan we door met mevrouw Van Nunen en daarna mijnheer Van der Meij. Mevrouw Van Nunen PvdA: Ja voorzitter, dank u wel. Laat ik beginnen met te zeggen dat een mobiliteitsprogramma altijd meer kan bevatten en altijd beter kan. Maar Rijswijk verandert in snel tempo, dat hebben eigenlijk alle sprekers voor mij ook gezegd, en daarmee ook de uitdagingen natuurlijk voor mobiliteitsvraagstukken. Maar laten we ook vaststellen dat er al veel is verbeterd. En daar hoor ik eigenlijk weinig collega's van mij over. En natuurlijk moeten onze inwoners mee willen veranderen in nieuwe vormen van het verplaatsen van A naar B. Maar een gemeente kan wel verleiden, stimuleren en faciliteren. Dat wil ik dan toch ook heel even zeggen richting de heer Braam en mevrouw Koegler.
En ik zie in dit programma van wat er nu ligt een mooi aanknopingspunt, de Partij van de Arbeid ziet dat, een mooi aanknopingspunt om hierop verder te bouwen. Mevrouw Mauer zei het trouwens ook al voor mij. De PvdA vindt wel dat de uitwerking van dit programma zeker vernieuwender kan en ook moet, vandaar dat wij ook de motie van het CDA steunen samen met GroenLinks en andere partijen. Laten we constateren dat dit programma verre van af is en steeds een nieuwe update zal krijgen, zeker ook gezien de nieuwe gebiedsontwikkelingen op diverse plekken in Rijswijk waar we de komende jaren nog voor staan. Maar we zien dit wel als een mooie aanzet in de goede richting. Naast natuurlijk wat ik net zei ambities in de uitvoering van plannen. Voorzitter dat is meer een statement dan dat hier vragen aan waren gekoppeld. Maar tot zover mijn eerste termijn. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Van der Meij.