Concept verslag Forum stad 4 april 2023.docx
Tekst van het document
Wethouder Van Malsen. De heer Van Malsen: Ja, volgens mij had ik het net ook al uitgelegd. We hebben die ambitie om op die 30 procent sociale huurwoningen, daar op voorraad te blijven. Daar gaan we nu onder zitten door de ontwikkelingen die we meemaken, dus dit is een kans om daar weer wat bij te plussen. En tegelijkertijd de diversiteit in de wijk te vergroten door ook koop en middenhuur toe te voegen. Vandaar dat het percentage dus niet bij voorbaat al 100 procent is, maar dat we daar ruimte voor laten. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van Enk namens het CDA.
De heer Van Enk (CDA): Voorzitter, als ik de wethouder goed begrijp dan vindt hij dus in alle duizenden woningen die we bouwen op al die grote locaties op dit moment in Rijswijk geen ruimte om het percentage sociaal 30 procent te houden en moet dat worden goedgemaakt in de minilocatie op Trias. En dat betekent, als je goed tussen de regels door hoort, dat eigenlijk het plan voor Knarrenhof, om die daar wel te laten realiseren de wethouder niet aanstaat. En dan kun je zeggen nou, we hebben het niet 100 procent gemaakt maar 90 procent, want dan hoeft het niet per se een corporatie te zijn. Nou dat is natuurlijk onzin. Dat wordt gewoon een corporatie, want een corporatie kan best 10 procent niet DAEB bouwen, geen enkel probleem. Maar dit haalt de ziel voor mij althans uit de brochure en de manier van werken, de innovatieve oplossingen van de Knarrenhof, en dan zijn we snel uitgepraat. De voorzitter: Tot slot, wethouder Van Malsen. De heer Van Malsen: Dank voorzitter. Ik denk één aanname die ik hoorde in de toelichting van de heer Van Enk, namelijk dat we de Knarrenhof bij voorbaat uitsluiten. Dat is niet waar en overigens heb ik de brochure van de Knarrenhof ook gelezen en er staan voldoende voorbeelden van projecten in waar het Knarrenhof samen met een woningcorporatie een deel sociaal, een deel middenhuur en een deel koop realiseert.
Dus dat zijn conclusies denk ik die te voorbarig zijn om te trekken. En tot slot nogmaals hebben we een aantal goeie overwegingen gehoord en die zullen we dan ook meenemen in het vervolgproces waar de collega naast mij misschien nog het een en ander over kan zeggen. De voorzitter: Wethouder Van de Laar, gaat uw gang. De heer Van de Laar: We maken hier een mini-ontwikkelkader. Dat staat voor Q3 gepland. Als we daarover uit zijn, waar ook weer woningbouwprogrammering onderdeel van is, dan zetten we de tender op. Zo gaat het. De voorzitter: Dank u wel. En dan kijk ik ook even de klok. Dan denk ik dat we met recht dit agendapunt hebben behandeld. Ik dank u daarvoor. Ik kan tegen wethouder Van Malsen zeggen dat hij beneden verwacht wordt. Dus in die zin bent u vrij te gaan. 10. Raadsvoorstel extra krediet Huis van de Stad 2e fase (RV23-020) De voorzitter: Dan gaan we na agendapunt 10, het raadsvoorstel extra krediet Huis van de Stad tweede fase. Wie mag ik daarvoor het woord geven? De heer Sleddering, VVD. Ik zie nog een melding van wethouder Van de Laar. Gaat uw gang. De heer Van de Laar: Ja, ik wil mezelf even corrigeren want ik zei tender, maar dat weet ik nog niet, maar dan start de ruimtelijke procedure. Dat is technisch beter en dat is misschien ook wat … geeft wat meer rust voor alle partijen aanwezig. De voorzitter: Deze toevoeging komt in het verslag.
Dan gaan alsnog naar agendapunt 10 en de heer Sleddering heeft het woord. De heer Sleddering (VVD): Ja, we hebben hier een verzoek liggen waarvan we allemaal konden weten dat het ooit zou komen. Maar goed, wij hebben er bewust voor gekozen als Raad om dit te doen en dit zijn nu de gevolgen. Daar kunnen we lang over praten en dat schiet allemaal niet, dus wat we moeten doen is van, we constateren dit. Er moet geld bij. En mijn vraag, of de vraag van de VVD is: oké, het zij zo, maar hoe gaan we dat betalen? Het kan niet zo zijn van ja, het valt een beetje tegen dus het kost wat meer. Nee, alleen deze
aanvraag kost jaarlijks 250.000 euro op de begroting. En dan weet u wat de VVD altijd zegt: oké, als we dat extra moeten betalen wat gaan we dan niet meer doen? Dus ik hoor graag van het college dat bij het verzoek om extra budget te krijgen voor het Huis van de Stad hoe het college aankijkt tegen de dekking van de extra kosten. Dat is eigenlijk de enige vraag. De voorzitter: Dank u wel, meneer Sleddering. Wie mag ik nog meer het woord geven? Gaat uw gang, mevrouw Niesen. Mevrouw De Haan-Niesen (Rijswijks Belang): Dank u wel, voorzitter. Tijdens de extra avond over Huis van de Stad, waarin het extra krediet werd besproken, hadden wij al het idee dat we eigenlijk met onze rug tegen de muur staan. Meneer Sleddering ziet het wat positiever in, Rijswijks Belang ziet het wat negatiever in. Ik heb toch wel één vraag eruit kunnen persen nog. En dat is de noodaggregaat. Waarom moet deze gekocht worden en kunnen we deze niet huren? Voor zover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Braam namens Beter Voor Rijswijk. De heer Braam (Beter voor Rijswijk): Dank u wel voorzitter. Het is altijd vervelend als er geld bij moet, maar dat lijkt wel de gewoonste zaak van de wereld te worden als het gaat om de bouw of verbouwen van stadhuizen of provinciehuizen of whatever. Ik heb recent de verbouwing meegemaakt van het provinciehuis. Dat heeft meer dan 50 miljoen euro gekost. Verbouwing, ook duurzaam.
En als we dan in Rijswijk kijken naar vergelijkbaar gebouw, dan kunnen we hier met gelukkig een fors bedrag minder dat een soortgelijke verbouwing realiseren. Het verrast me overigens wel, zeker als we toch even naar de VVD kijken, dat als het gaat om de provincie en andere gemeentes, daar worden vaak overschrijdingen gedaan dus dat het geluid van de VVD overal anders is. Dus landelijk wordt er gegooid met geld, in de diverse gemeentes wordt er gegooid met geld, en hier moet dan weer een bezuiniging op een portefeuille plaats gaan vinden. Dat vindt Beter Voor Rijswijk bijzonder. Ik heb het vermoeden dat er geïnterrumpeerd wordt. De voorzitter: Dat heeft u heel goed gezien. Meneer Sleddering. De heer Sleddering (VVD): Ik heb het de heer Braam nu ongeveer al twintig keer uitgelegd. De VVD Rijswijk heeft een mening over Rijswijk en wat het beste is voor Rijswijk. En wat men in Den Haag of welke provincie dan ook van denkt als VVD. Dat interesseert me echt helemaal niks. Wij hebben opvattingen over het Huis van de Stad, wij hebben uitgesproken dat wij tegenvallers zouden verwachten. Die zijn er nu gekomen. En ik wil vrij zijn en ik ben ook vrij. Ik heb met niemand wat te maken in de rest van de VVD, behalve mijn eigen fractie en mijn achterban in Rijswijk, hoe we dit probleem aankaarten. Dus de opmerking van de heer Braam slaat nergens op.
De voorzitter: Dank u wel, meneer Sleddering. Heeft de heer Braam er nog behoefte om daarop te reageren? Gaat uw gang. De heer Braam (Beter voor Rijswijk): Eigenlijk heb ik dat antwoord al gegeven in mijn eerste deel van mijn inbreng. En dat is dat het VVD hier in Rijswijk een volstrekt ander geluid laat horen en goed, dat wordt alleen net bevestigd, dan in andere plaatsen, provincies en landelijk. Dus dat, ja verrast mij enigszins. Verder, maar ingaand op het voorstel zoals het hier voorligt. Ja, ik ben niet echt geschrokken van dit plan. Er is al eerder door de wethouder aangegeven dat er eigenlijk weinig anders kon. De keuze, nou ja keuze was er niet, er was maar één partij waar zaken mee kon worden gedaan. Ja, en als dan één partij natuurlijk wat bijzondere dingen vanuit het verleden en de vorige partij en wat aanpassingen van regel- en wetgeving op u afkomt, dan kan ik
me voorstellen dat, ja dat die teller gaat lopen. Dan hebben we natuurlijk ook gezien dat de inflatie een forse klap heeft gekregen op diverse materialen, wat natuurlijk niet bekend was in de tussentijd. Ja, dan weet je dat je aan de beurt bent als gemeente en dan vind ik het op zich niet terecht dat de portefeuillehouder daarop aangesproken wordt om dan vervolgens maar weer ergens een gaatje in de portefeuille te vinden. Helaas moeten we gewoon als gemeente bloeden, dus we moeten uiteindelijk het in de totale begroting met feitelijk alle partners dit zien op te lossen. En als dat uiteindelijk betekent dat, ja we daar ook bij de burger terecht moeten, het is het huis van de burger, het Huis van de Stad hè, ja dat betekent dat ook dat we met zijn allen een heel klein beetje moeten bloeden. Want laten we eerlijk wezen, het miljoenenbedrag klinkt hoog, maar het gaat uiteindelijk om 260.000 euro per jaar op een begroting van even uit mijn hoofd meer dan 160 miljoen euro. Dan kan ik me niet voorstellen dat die 260.000 euro niet op enige manier op termijn opgevangen kan worden in de meerjarenbegroting. Voorzitter, dan wil ik het graag bij laten in de eerste termijn. De voorzitter: Dank u vriendelijk. Dan gaan we naar de heer Van Dam, Wij.Rijswijk. De heer Van Dam (Wij.Rijswijk): Ja voorzitter, dank.
Ik denk dat heel veel vragen voor ons in ieder geval zijn beantwoord in de presentatie van enkele, vorige week volgens mij. Dus in ieder geval daarvoor ook dank, ik zie verschillende ambtenaren hier aanwezig. Dat was een duidelijke sessie in ieder geval die veel duidelijkheid schepte. Toch heb ik nog drie technische vragen en ik hoop dat die vanavond wellicht beantwoord kunnen worden. Want we vragen ons nog steeds af eigenlijk wanneer iets wel op de hoop van het geld van het Huis van de Stad wordt gegooid en wanneer iets daar los van staat. En dan heb ik het specifiek over bijvoorbeeld de noodaggregaat waar er al eerder aan werd gerefereerd. Dat is een, eigenlijk een nieuwe wens geworden. Iets wat we, hè in het huidige stadhuis wat we hier hebben, hebben we dit ook en we hebben een wens om dat te verbeteren, namelijk zelf eigenaarschap te hebben over deze noodaggregaat en daarom gaan we een nieuwe aanschaffen. Nou goed, ik snap dat dat nieuwe kosten met zich meebrengt. Alleen ik snap niet zo goed waarom dat dan specifiek op de begroting van, of althans op de begroting, binnen dit tekort er moeten worden bijgenomen. Terwijl bijvoorbeeld wat ze vanavond beneden bespreken. Nieuwe schermen voor het stadhuis, die we ook in het huidige stadhuis gebruiken net als een noodaggregaat of een oplossing voor een noodaggregaat wel buiten het verhaal van het Huis van de Stad wordt gehouden.
Dus die scheidslijn van wanneer wel en wanneer niet, die is voor ons nog enigszins onduidelijk. Ik hoop dat daar een toelichting op worden kan gegeven. Ja, daarnaast vragen wij ons af of veranderingen die, hè nieuwe wensen maar ook dingen waar we achter zijn gekomen, niet misschien wat eerder, nou ten tonele hadden kunnen verschijnen. Ik heb het dan over bijvoorbeeld de ICT-ruimtes die nu, of eerder in de kelder stonden ingetekend, maar omdat we er toch achter kwamen dat het daar wat te vochtig was dat wat risico's met zich meebracht, dat we die dan liever naar boven willen hebben. Dan denk ik: nou, dat klinkt logisch en dat is ook zeker iets wat we denk ik moeten doen om kosten in de toekomst te voorkomen. Ik denk alleen van ja goed, ik ben afgelopen week een beetje gaan googelen en veel van die ICT-ruimtes zitten tegenwoordig ook wat hoger en niet in de kelder. Dus dat het vochtig is, denk ik dan, ja ik ben geen bouwkundige, maar dat hadden we wellicht van tevoren kunnen zien en ook de reden die werd aangevoerd van hè, we hebben slecht bereik in het gebouw. Ja, dat komt dan omdat het een oud gebouw is en omdat het van beton is gemaakt. Dan denk ik van nou prima, goed dat we daar iets aan doen. Nogmaals, want je wilt niet een ambtenarenapparaat hebben dat vervolgens helemaal niet de inwoners meer te woord kan staan omdat we geen bereik meer hebben in het stadhuis.
Alleen ja, dat het een oud gebouw was is niet sinds het begin van de aanbesteding ineens veranderd. Dat was daarvoor ook al. Dus hoezo zijn dat soort zaken nu pas aan het licht gekomen en niet eerder? En dan het derde onderdeel waar ik het over zou willen hebben is eigenlijk gewoon een vraag aan het college van hoe weten we nu zeker dat onze raming goed is en is uw inschatting dat het ook hierbij blijft, of gaan we straks nog meer
kosten krijgen? Aan het technische verhaal van vorige week te horen zit dat volgens mij wel goed, maar ik zou hem graag nog een keer willen stellen. En daarbij zou ik het willen laten. De voorzitter: Dank u wel. Dan krijg ik verder die kant. Mevrouw Woudstra, D66. Mevrouw Woudstra (D66): Ja, er is wel best wat gezegd dus ik zal voor een deel aanvullend gebruiken. Allereerst is het vervelend dat er extra kosten zijn. We verbazen ons, blijven ons verbazen, al is het zo dat in de bouw zoveel bouwfouten, zoveel bijstellingen en zoveel onvoorzienbaarheid zit. Ik weet dat de bouw zegt dat het normaal is. Nou, daar hebben wij ook landelijk een mening over, dat vinden we voor een sector niet normaal. Daar kunnen sectoren zelf heel veel aan doen, ook de samenwerking tussen sectoren kunnen daar veel aan doen. We zagen ook een behoorlijke juridisering tussen de opdrachtgevende gemeente en de aannemer over een naamgeving en hoe wat genoemd moet worden. Nou, daar zijn wij ook niet een voorstander van, dan zien we liever andere vormen van omgaan met elkaar. We zullen er in elk geval voor pleiten om, nou ja een verdere juridisering en het tegenover elkaar komen te staan van de twee te voorkomen. Rekening houdend wel met, nou ja zoals ja, anderen ook al werd gezegd, het geld de centjes.
Maar wat voor ons ook voorop staat, het is belangrijk dat het Huis van de Stad gebruikt wordt zoals het bedoeld is, want het heeft een maatschappelijk doel, dus dat we er geld aan uitgeven om te zorgen dat het zijn doel ook kan vervullen vinden wij heel erg belangrijk. Dat betekent dat het een prettig verblijfsklimaat moet hebben voor iedereen die er komt en dat we moeten kijken wat dat betekent en dat het risico, bijvoorbeeld van een horeca-exploitatie, niet bij de gemeente komt te liggen. Want die is dan verhuurder van het gebouw aan die horeca uitbater, maar kan niet die exploitatie op zich nemen. We zouden graag nog zien dat wordt toegelicht wat het verschil is tussen de nu zogenaamde groene stadskantine die eerder op de planning stond, en de nu aangegeven kleine keuken. We hebben alle cijfers naast elkaar gelegd. Gaan we hier natuurlijk niet op in. Maar de vraag is wel: als we het op de kleine keuken houden in plaats van de grotere opties, hoe zit het dan met onze kosten en zijn die dan te overzien? Ja, die extra kosten en als de wethouder zegt: daar moet ik te veel de details ingaan, dan mag dat gerust schriftelijk en geheim niet hier, maar willen de vraag in elk geval gesteld hebben. Dan wel als het anders zit horen we het ook graag. De Raad heeft eerder aangegeven twee fases te willen om voldoende controle en sturing te houden.
Nu lezen we dat er vooral heel veel extra kosten hier worden opgevoerd vanwege die verschillen tussen fase 1 en fase 2 en aansluitingen tussen fase 1 en 2 waardoor fouten zijn opgetreden. Nu blijkt ook voor de opties voor de Raad om te sturen, dat werd net al aangehaald, beperkt te zijn. Want ja, we moeten deze extra kosten nemen of niet. Dus we zouden toch nog graag wel een reflectie van de wethouder zien ook voor volgende projecten. En als dat niet meteen kan, dan anders straks mee in de evaluatie. Hoe zorgen we dat we als Raad wel sturen, terwijl als we het in twee fases gaan knippen, we ook weer tegen extra kosten en andere problemen oplopen. Daar leren we graag van. En even kijken. Nou ja, we zullen er dus voor blijven pleiten om bouw en bouwfouten verder te verminderen en samenwerking te bevorderen. Het verzoek aan de wethouder of te kijken wat hij kan doen met het signaal om die samenwerking, nou ja beter te maken, zonder tegen extra kosten op te lopen. Ik weet dat dat moeilijk kan zijn in een onderhandeling in een uitvoeringssituatie, maar wij denken dat het college daartoe in staat is. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Van ‘t Eind namens GroenLinks. De heer Van ’t Eind (GroenLinks): Ja, dank u wel voorzitter. Nou ja, het zal niet verbazingwekkend zijn.
Ook wij vinden het uitermate vervelend dat we nu het krediet moeten verhogen, maar wij begrijpen wel waardoor het komt en wij denken wel dat dit goed onderbouwd is. De heer Braam zei het ook: al dit is niet het enige project in Nederland waarop een overschrijding plaatsvindt. Mevrouw Woudstra zei daar ook al iets over. Op zichzelf
delen we de kritiek die hier mevrouw Woudstra ook aangeeft, maar de situatie in deze casus is nu even zoals die is. Nog even een reactie op de vraag van de VVD. Die vraagt al reactie van het college waar we dan de dekking uit vinden. Nou, de heer Braam geeft ook al aan. Ja, op de totale begroting is het ook weer niet een gigantisch bedrag. Wel vervelend maar niet een gigantisch bedrag. Maar ik mag aannemen dat de wethouder het met me eens is dat we als we daar een gesprek over voeren dat we dat integraal doen en dat dat bij het kaderdebat thuishoort en dat we daar hier nu op dit moment nog niet over gaan hebben zodat we dat integraal kunnen afwegen. Ik had nog wel één aanvullende vraag op de vragen die gesteld zijn. Begrijp ik de stukken nu goed dat er wel een kostenverhoging is maar dat we wel gewoon volgens planning de renovatie van fase 2 gaan afronden? Of zit daar nou wel of niet vertraging op en wat doen we als daar wel vertraging op zit? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan het woord geven? De heer Van der Veer namens het Partij van de Arbeid. De heer Van der Veer (PvdA): Dank u wel voorzitter. In ieder geval, de sessie van vorige week was duidelijk. Dank daar nog voor. We hebben als Partij van de Arbeid daags daarna nog een extra uitleg gehad van de ambtenaren over een aantal vragen die nog leefden. Het is zo. Het is vervelend.
We begrijpen de oorzaken en de uitleg erbij. En we hopen dat het hierbij blijft en wij hopen op een mooie toekomst voor onze inwoners en voor onszelf in het Huis van de Stad en aan de slag maar. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik tot slot van deze eerste termijn het woord aan de heer Van Enk namens de CDA fractie. De heer Van Enk (CDA): Nou, dank u wel voorzitter. Ja, die bijeenkomst waar de heer Van der Veer het over had, dat was waarschijnlijk een besloten bijeenkomst hè, dus dat is goed even om te weten omdat we nu hier een openbare vergadering hebben. En dat we niet de hele zaak, dat zeg ik niet naar de heer Van der Veer, maar even in het algemeen dat we dat niet kunnen afdoen met nou, we weten nu hoe het komt en we gaan weer door. Het is wel degelijk eventjes fors uithuilen met deze tegenvaller. En ja, ik heb mezelf opnieuw afgevraagd hoe het nou toch mogelijk is dat wij in 2 fases zijn gaan aanbesteden. En ik heb altijd gedacht dat dat gewoon het voorstel was geweest destijds van het college, hè voor mijn tijd. Maar ik heb dus nu uit de historie begrepen dat dat een tegenvoorstel is geweest vanuit de Raad. Dat de Raad zelf daarop heeft aangedrongen dat we dit in twee fasen gingen aanbesteden. En we zitten nu niet in de raadsvergadering, we zitten niet hier om bespiegelingen te houden, dus daar komen we straks in de Raad hoop ik wel op terug.
Want ik denk wat we ook doen, we moeten hier alsjeblieft toch wel een beetje van proberen te leren als gemeentebestuur, als gemeenteraad in dit geval om specifiek te zijn. Voorzitter, ik zou enerzijds willen oproepen inderdaad om wel snel naar die dekking te zoeken. Dat zeg ik de heer Sleddering na. Je kunt natuurlijk alles afzetten op een toekomstig exploitatietekort, maar het is ook zo dat de accountant van ons verlangt dat we een aantal zaken nu ook echt afschrijven en dat betekent dat we daar gewoon nu in de jaarrekening deze lopende begroting een dekking voor moeten vinden, vind ik. En dat kan ten koste gaan van voorgenomen nieuw beleid of ten koste van andere zaken, maar ik zou er in ieder geval voor willen pleiten om dat wel aan te wijzen. Uiterlijk, ja dat kunnen we in een kaderdebat doen, maar dan gaat het ook weer over de begroting volgend jaar, dat zou eigenlijk dit jaar al moeten gebeuren. En ik zou er ook voor willen pleiten om dat niet te doen in de vorm van bezuiniging op het Huis van de Stad. Het zou zonde zijn om uit dit project waar we enorme kosten al voor hebben gemaakt om daar dan op te gaan bezuinigen, want dan hebben we twee keer half niks. Dat zou zonde zijn. Laten we nou op dat mooie resultaat blijven koersen. Eisen van de tijd die er zijn op het terrein van infrastructuur, die moet je gewoon doorvoeren. We moeten de mensen daar laten
werken op een tijd die op een manier die bij deze tijd past en aan de eisen van de tijd voldoet. Laten we het daar niet in zoeken. Dat is mijn enige oproep. En ja, ik zou zeggen uithuilen en doorgaan en in de Raad, laten we alsjeblieft wel even de bespiegelingen houden hoe we dit in de toekomst kunnen voorkomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik voor de antwoorden in de eerste termijn naar wethouder Wit, gaat uw gang. De heer Wit: Ja, dank u wel voorzitter. Zoals in het begin al aangegeven, ik vervang vandaag even wethouder Bentvelzen, maar ik heb het idee dat ik uw vragen wel kan beantwoorden. Natuurlijk geldt ook voor het college dat dit een onaangenaam bericht was, dat staat buiten kijf. Je wilt niet extra overschrijding hebben na de overschrijding die we al gehad hebben. Dus op het moment dat zo’n bericht je bereikt dan ja, dan ben je ook even een dagje in een zeer slecht humeur en ga je vervolgens kijken: wat kunnen we eraan doen en hoe gaan we het oplossen en wat moeten we doen en is het allemaal noodzakelijk? Nou wat wel duidelijk gebleken is, is dat wat wij u nu voorleggen, dat dat ook echt noodzakelijk is dat we dit wel gaan uitvoeren. Even langs de fracties. VVD als eerste vraag en dat is door een aantal mensen ook nog herhaald. De dekking. Ja, we kunnen dat inderdaad zeggen.
Het is een klein onderdeeltje van onze totale jaarlijkse begroting, maar natuurlijk hebben we daar wel naar gekeken want dat is ook iets wat wij als college wel hoog willen houden. En in principe hebben wij de mogelijkheid om deze extra lasten te dekken door de vrijval van de kapitaallast uit Hoogvoorde, die zijn momenteel nog in de meerjarenbegroting opgenomen, dus dat zou de dekking voor deze kosten kunnen zijn. Dus ik hoop dat ik die vraag in ieder geval voor u beantwoord heb. Dan heeft Rijswijks Belang en nog een aantal fracties hebben een vraag gesteld over het noodaggregaat en het waarom ervan. Ja, in de huidige tijd, en zoals wij werken ook als gemeente, is het van belang dat we ook in crisissituaties, en het wil nog wel eens gebeuren dat er iets gebeurt in deze stad, dat is nou eenmaal de realiteit, dat we ook gewoon per direct beschikken over de mogelijkheid om stroom te hebben. En dat geldt ook voor het moment dat we bijvoorbeeld steeds meer in digitale vergaderingen zitten en dat dan de boel direct zou uitvallen. Als wij een noodaggregaat op dat moment moeten gaan binnenhalen, dus extern moeten gaan huren, dan zijn we daar zo vier uur mee verder. Dat klinkt niet veel, maar in een crisissituatie is dat wel veel.
Dus is één van de redenen waarom wij gezegd hebben: ja, we vinden het eigenlijk wel belangrijk dat we dit gewoon meenemen gezien de veranderende samenlevingen, digitalisering van de samenleving en ook toch wel de situatie in de samenleving momenteel waarin er gewoon, ja momenten kunnen zijn dat wij op kortere termijn dat nodig hebben. Het is niet vreemd, het is wat we meer zien in de samenleving ook dat mensen zeggen van nou, we gaan dat niet extern doen. En daarnaast, ja om nou dan weer zo'n groot noodaggregaat ernaast te zetten, dat is ook gewoon een hoop, heel bewerkelijk. Maar goed. Dan de vraag van Wij., de veranderingen aan de m.e.r., waarom wisten we dat niet eerder? En dat geldt eigenlijk ook voor het slechte bereik. Waarom wisten we dat niet eerder? Ja, de plaats van de m.e.r. is al eerder gemeld tijdens het voorbereidingskrediet dat die locatie ging veranderen. Dus we wisten dat wel eerder. Alleen die kosten, die komen nu pas, en dus die dekking, die komt nu pas aan de orde en het hoe en waarom, dat hebben we inderdaad ook in het raadsvoorstel wel aangegeven. En als je ook kijkt naar het besluit begroting en verantwoording, dan is dat niet iets wat wij kunnen plaatsen onder de ICT-kosten die u noemt, zoals bijvoorbeeld de schermen. Ja, die schermen dat zijn AV-middelen. Dat is toch anders. Die worden bijvoorbeeld ook op meerdere locaties gebruikt.
Dat is niet vergelijkbaar. Dan vraagt u ook: is de raming nu correct? Ja, dat is natuurlijk een vraag wat ik alleen maar kan beantwoorden voor zover ik weet in deze, zoals zover wij weten is deze correct. We hebben ook een post onvoorzien opgenomen en we hebben ook alle posten die we in deze raming hebben opgenomen, hebben we wel aan de bovenzijde van het spectrum geraamd zodat we ook echt wel een beetje marge hebben. Dus we hopen ook dat het uiteindelijk lager uitvalt dan dat we nu aan u voorleggen. D66 heeft de vraag gesteld over de keuken. Het verschil tussen de groene keuken en de kleine
keuken. Ja, de groene keuken dat is echt uitgaande van een, nou ja heel erg basis zonder de aansluitingen om te komen eventueel in de toekomst tot een professionele of grotere keuken. Op het moment dat wij nu een groene keuken zouden bouwen, dan moet het ten eerste wordt die ook weer wat duurder dan we oorspronkelijk geraamd hadden omdat de prijzen en de kosten wel omhoog zijn gegaan. Maar als wij dat doen, een groene keuken aanleggen, dan leggen we ook direct een hele hoop aansluitingen niet aan die ons die mogelijkheid voor de toekomst geven. Bij de kleine keuken doen we dat bewust wel. En het verschil tussen de kleine keuken en die groene keuken is ook niet echt heel erg groot. We moeten gewoon altijd daar wel een investering nog voor doen, dus die zit opgenomen daarin. GroenLinks vroeg, ik kom zo nog eventjes terug op de reflectie, GroenLinks vroeg nog naar planning, of die gehandhaafd blijft. Ja, die blijft in principe helemaal gehandhaafd. Eindoplevering en sleuteloverdracht is 1 september en dat is namelijk de contractuele opleverdatum. Direct na 1 september wordt het losse inventaris, dat na uw besluit op 18 april in opdracht gegeven kan worden geplaatst. En vanaf september vindt dan gefaseerd die inhuizing plaats. Kan ik u nog bijgeven dat zolang de Raad niet kan vergaderen in het Huis van de Stad, zal de Raad in Hoogvoorde blijven vergaderen.
Het CDA en D66 hebben vragen gesteld over reflectie. Ja kijk, inderdaad ik ga vandaag, ik heb niet zoveel behoefte om vandaag in te gaan op in het volledige traject wat in het verleden gelopen is, ook voor mijn tijd. Er zijn toen keuzes gemaakt en die keuzes hebben we nu mee te dealen. Het feit is dat, ja ik ben altijd voor reflectie dus mocht er zo'n behoefte zijn om evaluatie te doen, ja dan zou ik dat zeker doen. Maar ook in de Raad gaan we het hebben over dit raadsvoorstel. Dus ik wou u ook verzoeken om daar dan, ja ik vind het prima als u een reflectie wil geven dat mag, maar om daar niet een enorm politieke beschouwing van te geven want uiteindelijk is dat niet wat hier nu voorligt en is ook iets, en daarmee veranderen we ook niet het voorstel. Maar goed nogmaals, ik ga niet over uw spreekteksten. De heer Van Enk (CDA): Mag ik even … De heer Wit: Ik heb verder, nou ik sluit hiermee mijn eerste termijn. Voorzitter, ik heb mijn eerste termijn hiermee afgesloten, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Enk (CDA): Bij interruptie. De voorzitter: Ja, zeker, de heer Van Enk. De heer Van Enk (CDA): Om een misverstand te voorkomen. Ik heb net zelf voorgesteld, laten we dat voor de raad bewaren, maar ik denk wel dat we het in de raad moeten doen. We kunnen niet dit laten passeren en dan zeggen: dan gaan we over een jaar of zo nog eens een keer wat reflecteren.
We hebben denk ik een verkeerde inschatting gemaakt op zijn minst en daar moeten we ook van leren. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Van ’t Eind, GroenLinks. De heer Van ’t Eind (GroenLinks): Ja, als dat mag, voorzitter, op de heer Van Enk. Op zich snap ik de wens van de heer Van Enk, alleen ik vraag me heel erg af, als we aan de hand van dit voorstel over twee weken die discussie gaan voeren, of dat nou heel erg verhelderend gaat zijn. Ik denk dat dat wat meer vraagt. Het zou bijvoorbeeld een, ik noem maar iets geks, een Rekenkameronderzoek kunnen zijn of iets dergelijks, maar ik denk niet dat wij over twee weken aan de hand van dit voorstel een debat kunnen voeren die ons helder gaat maken over of we dit wel in fase 1 en fase 2 al moeten doen et cetera. Dus ik zie er eerlijk gezegd dat nut niet zo.
De voorzitter: Dank u wel. Omtrent dit punt zag ik nog interruptie van mevrouw Woudstra, daarna kort de heer Wit en dan sluiten we nog af met de heer Van Enk van het CDA. Mevrouw Woudstra. Mevrouw Woudstra (D66): Dank. Aangezien ik begon over de reflectie en het leermoment, snap ik ook de reactie van de wethouder dat dat nu te kort en snel is. Voor mij is dat ook inderdaad niet bij dit voorstel, maar op het hele traject en ik praat graag met collega's van de raad door wat een goed moment daarvan is. Ik zou daar wel wat vaart achter willen zetten, want we hebben gewoon weer nieuwe projecten te gaan. Dus als we heel lang gaan wachten op evaluaties en leerervaringen kunnen we er nu niet veel mee. Dus het is naar aanleiding van dit voorstel, maar niet op basis van dit voorstel en dan praat ik graag met mijn raadscollega's daarover verder. De voorzitter: Dank voor de toelichting. Wethouder Wit. De heer Wit: Ja, ik denk dat ik de suggestie die mevrouw Woudstra doet inderdaad omarm en dat lijkt me beste. Ik geloof ook dat dat is wat mijnheer Van Enk van het CDA bedoelt, dat we wel de reflectie doen, niet per se over twee weken, maar dat we er wel naar kijken en inderdaad gewoon lessons learned lijkt mij in dit geval zeker van belang. Ik wil nog even één dingetje aanhalen. Het CDA had het ook inderdaad over het moment van besluiten in de fase toen verwachte opleverdatum.
Toen waren de frictiekosten zo hoog dat knippen in fasen ook financieel logisch was. Maar goed, dat is iets wat in de raad toen besloten is, dus daar gaan we verder nu niet verder op in. Ik wil nog één ding wel zeggen en dat heb ik niet gezegd in mijn behandeling in de algemene behandeling net. Ik wil wel danken de raad ook voor de positieve houding. We snappen allemaal dat dit een vervelend moment is, maar ik hoor ook vanuit de raad gelukkig wel een houding om naar voren te gaan, naar voren te kijken en er een mooi project van te maken en dat is ook zeker wat het college beoogt. De voorzitter: Dank u wel. Dan sluit ik de eerste termijn af met nog het woord te geven aan de heer Van Enk van het CDA. De heer Van Enk (CDA): Ik ben het dus ook eens met wat mevrouw Woudstra net zei, daar moeten we niet te lang mee wachten met die reflectie, omdat we ook doorgaan met projecten. Maar ik zou dat nog een hele belangrijke, de belangrijkste reden voor mij aan willen toevoegen: de Rijswijkse inwoners kijken met ons mee, die zien deze enorme tegenvaller en dat is niet de eerste. Dus die roep, die vraag naar verantwoording, die zal er nu zijn. Nu en niet over een jaartje na een Rekenkameronderzoek.
Dus ik vind zelf en ik laat het aan andere fracties over wat zij doen, ik vind zelf dat ik daar wel een plicht in heb om daar een goede reden en verklaring voor te geven in de komende raadsvergadering en die zoek ik in waar ik net al een aanzet toe gaf. Wij moeten leren naar onszelf ook te kijken als we fouten maken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Enk. Dan gaan we naar de tweede termijn aan de kant van de raad. Wie mag ik daar nog het woord geven? De heer Sleddering. De heer Sleddering (VVD): Dank aan het college voor de toezegging dat men naar de dekking kijkt en al heeft gekeken. We zien dat straks in de cijfers terug, dus dat is goed. In algemene zin zou toch willen zeggen, dan kunt u zeggen: het is maar zoveel miljoen op een begroting van zoveel. Je kunt ieder bedrag wegrelativeren. Maar dat doen we dan straks bij de grex ook even, dat doen we dan nog eens even daar en dan vliegen de miljoenen je om de oren. Daar kom ik bij het punt waar ik steeds op kijk, als je nou focust op één ding dat een beetje een tegenvaller heeft, dan valt het wel mee. Maar we hebben wel vijf, zes, zeven onderdelen waar tegenvallers zijn, als je dat bij elkaar optelt, dan zijn we toch flink wat geld aan het uitgeven wat we niet
ergens anders voor kunnen gebruiken. Dat is mijn continue waarschuwing: kijk nou goed integraal naar je begroting en ga niet het wegredeneren dat: ach, op zo'n begroting is dit bedrag toch heel weinig. Ik zit niet zo in elkaar en zo ga ik ook niet de boel veranderen, want dat blijf ik zeggen en dat zal ook mijn inzet zijn in het debat in de raad. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Sleddering. Mevrouw Niesen, Rijswijks Belang, gaat uw gang, Mevrouw Niesen (Rijswijks Belang): Dank u wel, voorzitter. Wat betreft Rijswijks Belang is dit zeker geen akkoordstuk. Die reflectie is wat ons betreft ook over twee weken aan bod en ik sluit me aan bij de heer Sleddering, dit is het zoveelste dossier waar een kredietverhoging op gevraagd wordt, het zal niet het laatste dossier zijn waar dit op gebeurt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik … De heer Braam, gaat uw gang. De heer Braam (Beter voor Rijswijk): Dank u wel. Allereerst bedankt voor de antwoorden in eerste termijn. Ik heb in eerste termijn denk ik wel genoeg gezegd als het gaat om feitelijk wat eraan zit te komen. Ik denk wel dat heel belangrijk is, zeker gelet op het feit dat meerdere partijen een reflectie willen, een evaluatie willen. Dan ben ik een sterk voorstander van een onafhankelijke evaluatie en vervolgens dan daarna daar de politieke discussie over te voeren.
Dus in volgorde zeg ik dan: dat halfjaartje, dat kopen we dan maar, eerst de Rekenkamer die daar wat van mag vinden en dan vervolgens mogen we daar politiek wat van vinden. Dan kunnen we namelijk alle twee de termijnen, dus de eerste fase en de tweede fase in zijn geheel bekijken. Dus feitelijk de rol van alle partijen, alle wethouders, iedereen die er betrokken bij is kunnen we daar in dat geheel in meenemen. Dat lijkt me wel zo eerlijk. De voorzitter: Dat roept een reactie op van de heer Van Enk, gaat uw gang. De heer Van Enk (CDA): Is dat niet heel erg ongebruikelijk, zeker voor de partij Beter voor Rijswijk om geen politiek oordeel te hebben over iets, pas nadat de Rekenkamer gesproken heeft? Ik heb dat nog nooit eerder gehoord. De voorzitter: De heer Braam. De heer Braam (Beter voor Rijswijk): Heeft u dat nog nooit eerder gehoord? Blijkbaar, ik weet niet hoe het zit met die dopjes, heeft u die al uit uw oren gehaald? Als u mij goed heeft verstaan, dan heb ik een volgorde aangegeven: eerst een onafhankelijk onderzoek en vervolgens kunnen we als raad daar een oordeel over vellen en dan zult u ongetwijfeld de voors en tegens ook van Beter voor Rijswijk vernemen, zoals we dat de afgelopen tien jaar wel vaker gedaan hebben, zoals u ongetwijfeld zult herinneren. De heer Van Enk (CDA): De Rekenkamer gaat het druk krijgen, begrijp ik.
De heer Braam: Ik denk dat dit zo'n project is waar de Rekenkamer mee aan de slag zou moeten gaan, zelfs zonder een verzoek vanuit de raad. Dit is nou zo'n groot project waar allerlei plussen en minnen aan zitten. Ik zou als Rekenkamer niet eens een verzoek bij de raad neerleggen om dit te doen, ik zou het gewoon gelijk oppakken, want daar zijn ze ook onafhankelijk genoeg voor om dat te doen. Dus voorzitter, in de tweede termijn, ik hou het hierbij met de enige aanvullende reactie nog dat met de miljoenen die om de oren vliegen natuurlijk heel veel geld is, maar je moet alles in perspectief zien. Want bijna alles waar we over praten betreffen grote sommen geld, grote investeringen die uitgesmeerd worden veelal over dertig en veertig jaar.
Dan hebben we in één keer over andere bedragen die je in de begroting moet opvangen en ook dat is wel zo eerlijk om erin mee te nemen. Dat betekent niet dat we gratis geld zomaar gaan weggeven, maar wel belangrijk als het gaat om goede uitgaven en ook om de huizenmarkt een beetje op een normaal niveau te houden, daar gaan we het straks nog over hebben. Maar alles moet je in perspectief zien en ik zou die discussie graag nog een keertje met de VVD over willen doen om dat uit te leggen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we verder met de heer Van Dam, Wij. Rijswijk. De heer Van Dam (Wij.Rijswijk): Dank. Heel even inhakend op de discussie die net wordt gevoerd over een onderzoek. Volgens mij mag de Rekenkamer zelf beslissen waar ze wel geen onderzoek over doen. Mochten ze dat daarvoor kiezen om dat over het Huis van de Stad te doen, dan is dat hun keuze en doen ze dat niet, ja, dan doen ze niet. Op de oproep om een reflectie te doen denk ik dat het een hartstikke goede is om dat in ieder geval mee te nemen voor de volgende raad voor alle partijen. Ingaand op de reactie van het college, waarvoor dank nog trouwens, toch even een verhelderend iets. Ik beaamde inderdaad dat een noodaggregaat ontzettend belangrijk is voor de gemeente, dat was ook helemaal niet mijn intentie om dat af te keuren. Sterker nog, hartstikke nodig.
Alleen, mijn punt was dat dat denk ik ook wel voordat de aanbesteding in gang werd gezet bekend was. Dus ja, goed, dan had dat daarin meegenomen kunnen worden en nu wordt het tussen de aanbestedingen door op het wensenlijstje gezet en dan lijkt het me logisch dat dat leidt tot extra kosten en dus dat we nu extra geld moeten gaan uitgeven. Dat is een van de voorbeelden en er zijn er vele, als je de documenten ziet, waardoor er extra kosten worden opgedraaid. En specifiek over dit geval denk ik: dat had voorkomen kunnen worden, omdat het een extra toevoeging is. Dan denk ik: waarom zit het dan in dit lijstje? Dat was de reden waarom ik vroeg: waarom wordt het dan nu toegevoegd, omdat ik dat niet per se te vergelijken vind met bijvoorbeeld zoiets als een bouwkostenstijging, wat een indexatie is die onvoorzien is en dat heeft heel Nederland onvoorzien, dus dat is logisch dat die erin zit. Alleen, hier draait het dus om een bewuste keuze vanuit onszelf om dat toe te voegen, daarom vroeg ik: waarom zit dat erin? Hetzelfde geldt eigenlijk voor mijn tweede vraag, die wordt afgedaan als, dat ging over bijvoorbeeld de ICT-ruimte die beneden zat. Die wordt afgedaan: dat was bekend dat die verplaatst werd. Alleen, als dat bekend was, dan zouden we niet nu nog meer kosten hebben daarvoor, want dan was dat ook in de raming meegenomen. Dat is niet gedaan, dus hebben we extra kosten.
Dan denk ik: daar zit dus iets een verkeerde inschatting, of een andere reden, waarom is dat dan? Om mijn vraag dan misschien te verduidelijken daar nog graag een reactie op. Verder laat ik het voor over twee weken in de raadsvergadering. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Woudstra, D66. Mevrouw Woudstra (D66): Met dank. Een paar korte vragen. Graag spreek ik nog heel even met de wethouder over het verschil tussen de groene keuken en de kleine keuken, maar gezien het om bedragen gaat, hij heeft goed uitgelegd waar het om ging, maar zal ik dat niet hier doen, maar vast de aankondiging dat ik daar nog op terugkom buiten de vergadering. Er is gesproken, u zei het al, over de inhuizing en hoelang we hier nog dat er ook nog in Hoogvoorde doorvergaderd kan worden. Valt dat inderdaad over in de transitiefase frictiekosten? Daar heb ik kort een vraag over gesteld bij de presentatie, maar ik zou dat toch graag ook hier bevestigd zien dat het in de frictiekosten valt en dat er niet een risico is dat we straks aan meerkosten vastzitten. Daar mag ook de wethouder Financiën op ingaan, als dat jullie verdeling is. Daarnaast nog heel even over het horecaconcept. We hebben in de eerdere tekeningen gezien dat daar ook horecaconcepten op de begane grond gepland zijn, die zijn inmiddels ook deels gerealiseerd.
Klopt het dat als we boven gaan veranderen in horecaconcept, dat verder geen gevolgen heeft voor de al gerealiseerde uitgiftepunten, koffieautomaten en andere keukeninstallaties die we al hebben, dus gaat dit echt om die extra voorziening boven? Dan vragen we
ons een beetje af, en wordt dan de voorziening die we dan nu voorzien daar flexibel genoeg, zodat we niet aan iets – inderdaad, wat u net ook zei – vastzitten dat we daarna nooit meer mogen veranderen omdat we per ongeluk iets niet hebben geïnstalleerd. Als we de tekeningen zien, hebben we daar nog wel … Nou ja, hopen we dat dat goed is rekening mee gehouden. Tot slot, die investeringen waar de VVD ook al over sprak, daar zitten wij ook mee. Hoge kosten hier betekent gewoon een minder investeringsbudget voor de hele gemeente aan rato van de extra kosten hier. Volgens ons doet dat iets met ons investeringsvermogen als gemeente en daar zullen wij in het kaderdebat op andere plekken, maar in het kader van het maken van keuzes ook nog wel op teruggekomen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar GroenLinks, de heer Van ‘t Eind. De heer Van ’t Eind (GroenLinks): Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor de beantwoording door de wethouder. We kijken uit naar de inhuizing straks. Nog even kort in aanvulling op wat de heer Braam net zei, ik ben het erg eens met de heer Braam. Ik vind het, net als de rest denk ik hier in de raad, heel belangrijk om op een goede manier hiernaar terug te kijken, hoe wij ons geld als gemeente uitgeven, hoe we dat gedaan hebben met zo'n groot project.
Volgens mij moet je dat secuur doen en heeft de bewoner echt niks aan als wij over twee weken politieke statements gaan zitten maken, ongefundeerd, zonder dat daar goed onderzoek naar is geweest. Maar ik laat het verder aan alle andere partijen zelf, maar mijn fractie zal daar niet aan meedoen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Dan kijk ik naar de Partij van de Arbeid, de heer Van der Veer. De heer Van der Veer (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, wethouder, voor de beantwoording. Hoorde ik de wethouder goed zeggen en bevestigen dat wij blijven vergaderen in Hoogvoorde totdat wij terecht kunnen in het Huis van de Stad? Want daar was vorige week nog een beetje onduidelijkheid over, dus is dat probleem opgelost? De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we voor tweede termijn aan de kant van de wethouder. De heer Wit, gaat uw gang. De heer Wit: Dank u wel, voorzitter. Op die laatste vraag even in te gaan van de Partij van de Arbeid. We hebben nog een testperiode op het moment dat we op 1 september naar binnen gaan. In die testperiode wordt dus ook alle communicatiemiddelen in de raadzaal gecontroleerd, dus dan kan het zijn als het nog niet werkt dat we inderdaad nog in Hoogvoorde een keer of een aantal keer gaan vergaderen. Even terugkomend op de financiën. De VVD gaf het aan, focussen op één ding moet je niet doen, je moet naar een groter geheel kijken.
Nou, ik denk dat we het daar wel mee eens zijn en ik geloof ook wel dat de wethouder Financiën naast mij daar ook op die manier naar kijkt. Dus ik heb daar alle vertrouwen in dat dit ook gewoon in een algemene beschouwing meegenomen wordt. Even kijken, hoor. Wij. Rijswijk had nog een aantal vragen gesteld. De NSA, u stelt daar inderdaad vragen over: waarom dan nu? Maar goed, als we die NSA aan het begin van het traject hadden bedacht, dan waren die kosten ook gekomen. Dus die kosten, of we ze nou nu hebben of in de eerste fase, die waren sowieso wel bij ons terechtgekomen, alleen nu hebben we wellicht iets hogere kosten omdat er een omdat alles iets duurder geworden is ook. Je kunt ook zeggen dat een aantal kostenposten inderdaad niet als onvoorzien aan te merken is als je de gehele bouw beschouwt. U ging ook in op die ICT-middelen en de telefonie, gsm-signalen. Ja, dat zijn ook voortschrijdende dingen waar je naar kijkt. Op het moment dat je met een constructie bezig bent, dan kan er zomaar zijn dat er meer wapeningsijzer in zit wat je in eerste instantie niet in de gaten hebt of verwacht, waardoor het signaal zwakker is. Zo werkt het met staal en dat is ongelukkig. In principe zijn er ook geen extra kosten, maar kosten op een later tijdstip, dus als we het nu even
hebben over die NSA. De m.e.r., waarom dat niet eerder naar voren is gekomen, waarom we dat niet eerder beprijsd of überhaupt meegenomen hebben in de raming. Zoals we het nu zien is, eerst is deze verandering pas gekomen nadat we de eerste fase afgerond, of in ieder geval, dat we al met de tweede fase bezig waren. Dus ook daarvoor geldt, die kosten waren sowieso wel gekomen, alleen hebben we ze nu pas definitief afgeprijsd. Dat heeft ook te maken met de fasering van de bouw en hoe we daarmee om zijn gegaan en hoe je dan met de aannemer communiceert over dit soort dingen. Dus ik hoop dat dat voldoende is en anders zal ik daar toch echt even met u over terug moeten komen, want meer informatie kan ik u daar nu even niet over geven. D66 had het over de horeca. Het is me niet helemaal duidelijk, want u gaf aan: de horeca die we momenteel hebben op de eerste verdieping. U bedoelt in de begane grond, of in het souterrain bedoelt u eigenlijk? Ja, de koffieapparaten die daar nu staan, die blijven natuurlijk gewoon wel voorzien. Ik bedoel, we hebben een aantal plekken, hebben we koffieplekken en dat is ook voor de dagelijkse, niet zo dat je voor elke kop koffie helemaal naar de keuken moet. De voorzitter: Ik zie toch een interruptie van mevrouw Woudstra om een toelichting te geven. Gaat uw gang.
Mevrouw Woudstra (D66): In de stukken staat er een banquetingfunctie, om het heel specifiek te maken, op de min 1 etage en een koffie en voorzieningen voor raad en andere partijen. En er staat gesproken over koffieautomaten en er wordt gesproken over een horecavoorziening. Dus onze vraag is inderdaad concreet: als we naar dat voorstel kijken en die hiernaast leggen, zien we in de realisatie niet heel goed wat nu waar komt, en zit daar nou wel of niet een verschil tussen. Dat wil ik anders gerust ambtelijk nog een keer doornemen, hoor. De voorzitter: Wethouder Wit. De heer Wit: Ik denk ook dat ik daar u direct antwoord op kan geven. Voor zover ik weet hebben wij één horecafunctie en die banqueting is dan onderdeel daarvan. Wat wij nu doen is voorbereiden met aansluiting op eventuele verandering in de toekomst. Het is niet zo dat we met de kleine keuken die we nu aanbrengen dat we dingen teniet doen, of dingen in de toekomst niet meer kunnen doen. Ik denk dat dat het antwoord is wat u zoekt. De voorzitter: Mevrouw Woudstra. Mevrouw Woudstra (D66): Inderdaad, om niet in de details te verzanden zaten wij met, ook bij de kleine keuken: gaan we de ruimte boven anders gebruiken dan eerder is voorzien, wat doet dat met vierkante meters in ruimte en hoe zit het met onze ruimte aan het een en ander? Dus als daar rekening is gehouden, met dank.
De heer Wit: Goed, dan had D66 nog één vraag gesteld en dat gaat over frictiekosten. Het klopt inderdaad, langer verblijf in Hoogvoorde zit in de frictiekosten momenteel. Ik geloof dat ik daarmee alle vragen beantwoord heb, dus voorzitter, terug naar u. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij dit agendapunt afronden met de conclusie dat het als bespreekstuk naar de raad gaat van 18 april. Het mooie daarvan is dat u nog veertien dagen de tijd heeft om onderling hier ook over van gedachten te wisselen.
11. Raadsvoorstel Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart (RV23-030) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 11, het raadsvoorstel Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart. Wie mag ik daarover het woord geven? Mevrouw Van der Weij namens D66. Mevrouw Van der Weij (D66): Dank u wel, voorzitter. We hebben met aandacht het stuk gelezen, het was een lijvig stuk om zo maar te zeggen. We hebben een aantal vragen. We zien op verschillende plekken verhoogd loodgehalte en we hebben het al eerder even kort over lood gehad, maar dat ging natuurlijk vooral over de volkstuinen, maar ook in dit stuk zien we op een aantal plekken een verhoogd loodgehalte. Nu weten we hoe schadelijk dat is, zeker voor kinderen die door aanraking met lood hersenschade kunnen krijgen. Dus wij vroegen ons eigenlijk af: hoe voorkomt u dat deze grond verplaatst wordt en dat kinderen hiermee in aanraking komen? Dat is onze eerste vraag. Ten tweede, heeft u de TNO-locatie gelijkgesteld aan RijswijkBuiten, echter zien we ook dat er maar één boring is geweest op die locatie.
Dan vroegen we ons eigenlijk af: is daarvoor in een ander onderzoek meer onderzoek gedaan naar die grondkwaliteit, kunt u ons toelichten waarom het gelijk wordt geschaard aan RijswijkBuiten, gegeven de werkzaamheden die daar verricht zijn in het verleden en nog steeds? Als laatste, derde vraag: we zien dat de Strijp niet is aangemerkt als oud kassengebied en dat wel is, kunt u aangeven waarom dat niet is aangemerkt? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Cupedo, Beter voor Rijswijk. De heer Cupedo (Beter voor Rijswijk): Dank u wel, voorzitter. Ook wij hebben met interesse het raadsvoorstel gelezen. We hebben één vraag omtrent het rapport van bureau TAUW en dan met name op bladzijde 15, en ik citeer: “Aan de Molenwetering was een oliewinning aanwezig van 1953 tot 1994. In totaal zijn er 3 miljoen vaten aardolie gewonnen. Uit bodemloket blijkt dat in 2005 een sanering heeft plaatsgevonden en dat de verontreiniging niet ernstig was. Er wordt daarom geen invloed op de bodemkwaliteit verwacht.” Wij zijn dan ook nieuwsgierig hoe dat onderzoek is gedaan, aangezien er bij het Ons Ideaal, en dat is in het verlengde van de Molenwetering, lood is gevonden onlangs. Dus graag daar uw reactie op. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog andere fracties die hierover het woord willen voeren? GroenLinks, de heer Van ‘t Eind.
De heer Van ’t Eind (GroenLinks): Voorzitter, wij hebben het ook natuurlijk met interesse gelezen, zoals wij elk raadsvoorstel met interesse lezen. Ik heb eigenlijk één vraag en die gaat over de bodemkwaliteitskaart in relatie tot de regio. Er wordt gezegd: je kunt die bodemkwaliteitskaart ook uitwisselen en daar gaat u over in gesprek. Ik weet even niet of ik het nu helemaal correct voorwoord, hoor. Maar ik had daar twee vragen over. Allereerst, op welke termijn gaan we dat doen, en wanneer verwacht de wethouder dat dat iets oplevert? En kan de wethouder iets toelichten van hoe dat dan zit met die lokale waarden die we dan zelf vaststellen? Die kunnen dan verschillen per gemeente in de regio, als ik dat goed heb begrepen uit het stuk. Klopt dat, of niet? De voorzitter: Dank u wel. Nog andere fracties? De heer Van Enk van het CDA. De heer Van Enk (CDA): Ja, kort, voorzitter. Dit raadsvoorstel gaat ook over een mandatering aan het college, of delegatie moet ik geloof ik zeggen. Wat betekent dat nou in het geval van inderdaad die vondst van lood in de volkstuinen, wat betekent dat voor de rol van de raad? We hebben eerder vanavond gehoord dat de vragen die wij daarover hebben gesteld voor deze vergadering, waar ook het verzoek was: beantwoord ze schriftelijk als het te lang duurt in deze vergadering met die lange agenda.
Maar hebben wij dan nog steeds daar grip op als gemeenteraad en zicht op, en kunnen we nou ook als dit raadsvoorstel aangenomen is dan
nog steeds op hele korte termijn antwoorden op dit soort vragen krijgen van het college, kunt u dat toezeggen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Enk. Dan ga ik naar de wethouder, ga uw gang. De heer Wit: Dank u wel, voorzitter. Ik moest even schakelen van het Huis van de Stad door naar deze. Als de bodem maar goed is, ja. D66 heeft een aantal vragen gesteld over lood ook, hoe voorkomen we verplaatsing van lood? Op moment dat lood boven de waarde komt dat we niet meer mogen verplaatsen, dus boven die lokaal maximale waarde, dan wordt ook niet meer verplaatst. En zeker als het boven grenswaarden uitkomt, dan kunnen we het ook niet meer verplaatsen. Dan zal het gesaneerd moeten worden, zoals in dit geval bij het Ideaal op termijn, of we moeten natuurlijk – daar gaan we het over twee weken tijdens het volgende Forum over hebben – dan moeten we daar uitgebreide maatregelen gaan treffen. De TNO-boringen, daar moet ik zo nog even op terugkomen. De Strijp staat niet als kassengebied. Ja, dat is interessant, dat moeten we echt nagaan, want dat weet ik niet. Ik kan me voorstellen dat daar iets niet goed gegaan is, maar misschien is ook niet het gehele Strijp kassengebied geweest, ik weet het eerlijk gezegd niet. Ik heb ken de wijk de Strijp alleen zoals die er nu staat, dus daar kan ik niet direct antwoord op geven.
Beter voor Rijswijk heeft een aantal vragen gesteld ook in ieder geval over oliewinning dat we hier gehad hebben. Dat is een ander onderzoek dan loodonderzoek. Op het moment dat wij het onderzoek hebben gedaan naar die olie, de sanering heeft plaatsgevonden, dat is niet direct relateerbaar aan het loodonderzoek wat gedaan is bij Ons Ideaal. Dus het zijn echt verschillende onderzoeken. Even kijken, hoor. Dan heeft GroenLinks vragen gesteld over wanneer ik in gesprek ga over die bodemkwaliteitskaart met andere gemeenten te delen. Nou ja, goed, ik ga daar met de ODH over in gesprek en ik zit binnenkort met het algemeen bestuur van de ODH, dus dan had ik bedacht omdat als agendapunt toe te voegen, om daar in ieder geval de vraag neer te leggen om daarnaar te kijken en dan zie ik wel wat de reactie van de andere gemeenten is. Dat is bestuurlijk, maar ambtelijk wordt daar natuurlijk ook naar gekeken, zoals u begrijpt. Dan had u het over de lokale maximale waarde vergelijking tot andere gemeenten. Op het moment, die gelden alleen voor grond die je in je eigen gemeente verplaatst. Lokaal maximale waarden gelden niet voor grond ten opzichte van andere gemeenten, dus lokale maximale waarden gaan echt over grond wat je binnen eigen gemeente verplaatst, zodat je dat dus niet, die bodemkwaliteitskaart heeft daar niet direct een relatie mee.
Het CDA had nog een vraag gesteld over … De voorzitter: Ik zie nog een interruptie – excuus, wethouder Wit – van de heer Van ’t Eind. De heer Van ’t Eind (GroenLinks): Sorry, wethouder. Even een verhelderende vraag. Ik had het zo begrepen dat op het moment dat je die andere bodemkwaliteitskaarten van toepassing, dat je dan ook dus grond met die lokale maximale waarden naar de gemeente mag verplaatsen waarvan je de bodemkwaliteitskaarten van toepassing hebt. Zo had ik hem geïnterpreteerd zoals ik hem lees, of heb ik dat verkeerd gelezen? De voorzitter: Wethouder Wit. De heer Wit: Ik ga niet tegen u zeggen dat het verkeerd gelezen heeft, maar wat mijn kennis van het dossier is dat op het moment dat je grond verplaatst van de ene gemeente naar de andere gemeente, dan is die bodemkwaliteitskaart daar wel van belang. Dus als je dat moment daar een bepaalde waarde op hebt, dan kun je daar wel mee verplaatsen. Maar lokale waarden, die zijn echt alleen voor verplaatsingen binnen de eigen gemeente. Dus ja, dat is wat ik weet en volgens mij is dat ook wat erin staat. Het CDA, mandatering. Ik begrijp die vraag natuurlijk wel, maar goed, de mandatering die in het raadsvoorstel staat wil natuurlijk niet zeggen dat wij niet gaan informeren op het moment dat er situaties zoals nu bij Ons Ideaal naar voren komen.
Daar hebben we ook de plicht en we moeten ook informeren richting de gebruikers van de grond. En ook zeker, we
hebben een zorgplicht ook in deze situatie, dus daar zullen we ook gewoon onze plicht in nemen en als dit soort situaties voordoen kan ik u nu toezeggen dat we zeggen de raad ook zullen informeren. De heer Van Enk (CDA): Goed, dus u kunt ook toezeggen in dit voorbeeld dat u dat nadere onderzoek, dat complete rapport, dat u dat ook aan de raad wil verstrekken? De voorzitter: De wethouder. De heer Wit: Dan is mijnheer Van Enk toch bezig om de vragen te beantwoorden krijgen van zijn … De heer Van Enk (CDA): Dat is een hele simpele vraag. De heer Wit: Nee, het is een simpele vraag en dat kunnen we. De heer Van Enk (CDA): Oké. En de bewoners te informeren over hun gewassen in die tuin, dat waren de meest concrete en spoedeisende vragen. De heer Wit: Over gewassen wordt het een hele andere discussie, daar ga ik later graag even met u over in gesprek. De voorzitter: Dank u vriendelijk. Heeft u behoefte aan het tweede termijn? Dat is het geval. D66, mevrouw Van der Weij, gaat uw gang. Mevrouw Van der Weij (D66): Dank u wel, voorzitter. Misschien had ik het ook per interruptie kunnen doen, maar ik heb even gewacht op de tweede termijn. De lood in de bodem voor kinderen is een denk ik iets groter probleem dan alleen een maximale waarde handhaven, omdat al blijkt bij zeer lage hoeveelheden lood bij jonge kinderen daar schade aan zenuwstelsel en de hersenen plaatsvindt.
Dus ik vind het antwoord nog wat, ik zou kijken of we daar meer mogelijkheden hebben als gemeente om echt die kwetsbare groep daarin te kunnen beschermen. Ik weet niet hoe u daarnaar kijkt, maar ik ben benieuwd of daar nog iets aan ruimte in zit. Met betrekking tot de Strijp, wellicht is het u opgevallen, maar er zijn van die mooie elektriciteitshuisjes beplakt met allemaal foto's van vroeger en dan ziet u hoe het kassengebied eruit zag. Ik dacht, dat wil ik dan toch even meegeven als kunst in de wijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag verder geen meldingen, dus dan gaan we gelijk naar wethouder Wit. De heer Wit: Dank u wel, voorzitter. Als wijkwethouder van Strijp ga ik me een beetje schamen en ga ik snel weer een fietstochtje door de Strijp doen om te kijken hoe dat er dan op die elektriciteitshuisjes bij staat. Qua lood, we zijn ons bewust van het feit dat dat schade kan opleveren voor kinderen. Niet voor niets hebben we in het verleden ook een aantal speelplaatsen zand gesaneerd, de toplaag vervangen. Dus we zijn het onderzoek naar lood in loden waterleidingen in gebouwen, schoolgebouwen, in onze eigen gebouwen zijn we bezig geweest.
Dus ja, we zijn ervan op de hoogte en we doen er ook alles aan te voorkomen dat kinderen blootgesteld worden, vandaar ook het advies bijvoorbeeld zoals we bij Ons Ideaal; Gaan we daar toch weer op verder – ah, mijnheer Van Enk is even weg – gaan we daar toch weer op verder dat we daar ook aangeven dat je dus inderdaad niet moet telen en dat we ook de grond niet beroeren en dat betekent dus ook niet kinderen daarin laten graven.
De voorzitter: Dank u wel. Mag ik concluderen dat dit raadsvoorstel als een hamerstuk naar de raad van 18 april mag? Dan is dat de conclusie. Dan moet ik u helaas teleurstellen, in die zin dat ik behoefte heb aan een hele korte schorsing. Drie, vier minuten en dan ben ik bij u terug. 12. Raadsvoorstel Vaststelling Grondexploitatie Sion – ’t Haantje Elfde herziening, 2023 (23-029) De voorzitter: Dames en heren, dan gaan we weer verder met dit Forum Stad met agendapunt 12. Dus als u uw plaatsen in wil nemen, zover dat nog niet gebeurd is. Dan is aan de orde dus agendapunt 12, het raadsvoorstel Vaststelling Grondexploitatie Sion – ’t Haantje, de elfde herziening. Dan kijk ik eerst aan mijn linkerkant wie daar het woord over wil voeren. Gaat uw gang, mijnheer Stuijfzand. De heer Stuijfzand (PvdA): Dank u, voorzitter. We hebben met interesse kennisgenomen van de grondexploitatie Sion – ’t Haantje, de elfde herziening. Met name de twee elementen die ik nu onder ga beschrijven. Onze fractie is geschrokken van de toename van het financieel risico die de gemeente Rijswijk loopt in deze elfde herziening. De vraag van onze fractie is: welke visie heeft het college om dit risico toekomstig te beperken? Dat is het eerste punt. Het tweede punt is, wij zien in figuur 3b op bladzijde 17 dat het subtotaal sociaal en goedkoop van 15,1 procent in 2022 naar 14,3 procent in ‘23 gaat.
Waar komt deze verlaging vandaan? Dat waren onze vragen tot nu toe. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Maarseveen, namens GroenLinks. Mevrouw Van Maarseveen (GroenLinks): Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook het voorstel met belangstelling, niet per se met plezier gelezen. Eerste vraag is: waarop is uw verwachting gebaseerd dat zowel de bouw als de verkopen de komende jaren gestaag door zal gaan, en hoe zeker bent u dat de grondexploitatie robuust zal zijn, waar is dat op gebaseerd? Daarnaast staat er dat op pagina 3 bij Sturing en risicobeheersing het verder optimaliseren van verkaveling en programma modulair ontwikkelen en flexibiliseren programma PasgeldWest. Wat betekent dat concreet? Want dat is voor mij niet helemaal duidelijk. Betekent dat dat er bezuinigd gaat worden op de plannen voor Pasgeld-West? En u geeft aan dat vanwege een transparanter inzicht een ontvlechting sterk is aan te bevelen van de grondexploitatie bedrijfsterrein Haantje Pasgeld en een grondexploitatie van woongebied Sion – ‘t Haantje. Zijn er nog meer redenen voor deze ontvlechting? En ja, de transparantie waarover gesproken wordt was voorheen neem ik aan ook belangrijk en wat is de reden dat er voorheen gekozen is om de grondexploitaties samen te voegen? Er wordt ook nog aangegeven dat de eigenaar van een van de gronden cassatie heeft ingediend bij de Hoge Raad waardoor vertraging wordt opgelopen.