CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

concept-verslag Forum Stad 21-01-2021

Forum Stad 18 februari 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Vaststellen Forum Stad concept verslagen 21 en 26 januari 202132.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De heer Kooy PvdA: Wethouder, ik wil toch even stil blijven staan bij die lokale afspraken. We hadden lokale afspraken, die hebben we normaal en u zegt dat dat één van de partijen is met wie we gesproken hebben. Nu zeggen we: we gaan een ander type afspraak bedenken. Maar is er momenteel een lokale afspraak? Zijn die partijen, de grote verhuurders in Rijswijk, het eens met de lijn die u heeft ingezet of is dit weer op de lange baan schuiven en hebben we dat akkoord nog steeds niet? Want als we geen akkoord

hebben, hebben we geen akkoord. Waar moeten we ons dan aan houden? Dus het is niet voor de raad te controleren over afspraken die we mogelijk in de toekomst gaan krijgen: hebben we lokale afspraken of zijn de partijen die het uitvoeren van onze woningbouwverenigingen niet akkoord met de strekking van dit verhaal? De voorzitter: Wethouder Besteman. Mevrouw Besteman: Ik zat nog midden in mijn verhaal. Ik zei inderdaad: we hebben geen prestatieafspraken afgesloten. Ik heb het over ‘wij’ en in dit geval bedoel ik natuurlijk de gemeente en de corporaties, want daarin doen we dat mee. We zijn samen tot overeenstemming gekomen om te komen tot een stadsakkoord. Daarin maken we afspraken op langere termijn, over wat wij gezamenlijk goed voor de stad vinden. Dus u vindt daar afspraken in over, wat ik zei: de verduurzaming, onderhoud, maar ook de wijkaanpak waarin wij ook gezamenlijk ontzettend geloven en die ook echt nodig is als we kijken naar de wijken in Rijswijk die verouderd zijn en daar gewoon echt een impuls nodig is. Bij dat stadsakkoord komen we, dat zit in een ontwikkelagenda. Dat bestaat uitlevering op de korte termijn, dus we zijn daar goed en constructief over in gesprek, ik kan niet anders zeggen. Ik moet zeggen dat dat wel eens anders is geweest, maar we zitten er echt positief in.

Ik weet niet of de heer Van den Broek nog in de vergadering is, maar anders had u het kunnen vragen. Ik denk dat we daar eerdaags over bij uw raad op terug kunnen komen met waar we nu staan en welke afspraken we daar ook hebben gemaakt. Het doel is inderdaad, zoals de heer Van der Meij ook zegt, om te komen tot een evenwichtige voorraad samen met de corporaties. Dat is wat we aan het doen zijn en daarbij werken we vanuit het college natuurlijk, vanuit de kaders die gesteld zijn door de gemeenteraad. Dat even nog voor de prestatieafspraken en het stadsakkoord. Daar komen we binnenkort nog op terug en ik zal uw raad daar ook over informeren, voorzitter. Dan ga ik graag naar de motie die vorig jaar, of in 2019, is overgenomen door het college om te onderzoeken of we zelf als gemeente een rol kunnen spelen in het toevoegen van woningen in het middensegment in Rijswijk. De heer Oelen VVD: Voorzitter, ter interventie. De voorzitter: De heer Oelen. De heer Oelen VVD: Het feit dat de wethouder klaar is met het proces rondom het uitbrengen van het bod. Maar ik heb nog geen antwoord gehoord op de vraag waarom het college niet de toezegging is nagekomen om het concept bod eerst met de raad te bespreken alvorens dat in te dienen bij de provincie? Misschien dat de wethouder, voordat ze doorgaat naar de motie, daar nog even op in zou willen gaan. De voorzitter: Mevrouw Besteman.

Mevrouw Besteman: Ja, daar wil ik zeker op ingaan. We hebben dit bod in de zomerperiode gedaan, het was in september dat het bij de regiogemeenten aangeboden moest worden. Dus we hebben als college gemeend om dit eerste bod te doen en daar later met uw raad over te spreken. Dat is nu. Ik kom heel graag nog terug ook met het tweede bod dat uw raad heeft vastgesteld. Maar goed, zoals uzelf denk ik ook heeft gezegd werkt het college natuurlijk vanuit het kader wat we hebben meegekregen door de gemeenteraad. U heeft dat ook teruggezien in het bod, heb ik begrepen uit de inbreng van de VVD. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Wit. Uw microfoon, mijnheer Wit. De heer Wit GL: Het gaat me nu even iets te snel. Gaan wij als wij hiermee eigenlijk al het hele bod gaan afsluiten, dan denk ik dat we nog wel wat meer discussie gaan krijgen. Ik heb namelijk nog wel aardig wat vragen gesteld waar ik geen antwoord op heb gehad en ik moet heel eerlijk zeggen dat één ding moet me echt van het hart: als de wethouder hier nu beweert dat het moment dat wij dit bod gaan bespreken in de raad afhankelijk is van het agenderen van IB- en een informatiebrief door een fractie, dan denk ik dat zij

even terug moet gaan en het proces heel goed moet gaan bekijken. Want dat is niet zoals wij werken. Als wij een bod gaan bespreken in de raad dan verwacht ik een raadsvoorstel, want wij hebben juist de wijze in het Forum en in de raad kunnen bespreken en daar een besluit over kunnen nemen. Niet op basis van wat ik net zeg, het agenderen van een informatiebrief door de Partij van de Arbeid, een discussie gaan voeren. Dat is niet zoals wij de procedure horen te voeren. Daarnaast heb ik nog wel wat vragen gesteld over, eigenlijk heel simpel: wat is de reactie geweest vanuit, u zegt dat de reactie van de provincie is al binnen, de analyse is reeds gemaakt, dan wil ik ook wel graag weten wat die reactie is en hoe die analyse eruitziet. Dan zou ik ook wel graag willen weten hoe het vervolgtraject in de komende maanden eruitziet. Dan terugkijkend waarom we sinds september eigenlijk niks daarover gehoord hebben. Dus wethouder, graag wat antwoorden. De voorzitter: Mevrouw Besteman. Mevrouw Besteman: De heer Wit heeft natuurlijk helemaal gelijk, dit bod wordt uiteindelijk ook vastgesteld door de gemeenteraad. Het is inderdaad indertijd met de portefeuillewissel was er geen mogelijkheid om dat nog vooraf met uw raad af te stemmen, dus wij hebben gemeend om het op deze manier te doen.

In het proces is voorzien natuurlijk door een deugdelijke bespreking met uw raad, dat kunt u allemaal tegemoetzien. We zitten nu net in het proces dat we dit collegiaal gaan bespreken met elkaar. In de ronde daarna volgt een aanscherping of een aanpassing van de biedingen en daar kom ik heel graag natuurlijk ook met uw raad weer over te spreken. U vraagt mij nog naar de reactie van de provincie, die is er inderdaad geweest. De provincie heeft een brief gestuurd aan de bestuurlijke woontafel, dus de gemeente, en gezegd dat zij hebben vastgesteld – en dat heeft RIGO ook vastgesteld in het rapport – dat het totaal van de biedingen nog tekortschiet, dat de provincie zich daar zorgen over maakt. Maar dat de provincie zich met name zorgen maakt over het feit dat de spreiding niet voldoende op gang komt van het doelgroepensegment over de verschillende gemeenten. Die laatste zorg deel ik met de gemeenten. De voorzitter: De heer Kooy. De heer Kooy PvdA: Even resumerend. Hoor ik de wethouder nu zeggen dat we aangaande van dit belangrijke dossier, waar we een aantal IB-brieven over hebben gehad en deze nu bespreken, er nog meer informatie is bij de gemeente hierover en die niet met ons gedeeld is? Terwijl er al wel bekend is dat we vanavond dit zouden bespreken? De voorzitter: Mevrouw Besteman. Mevrouw Besteman: Voorzitter, dank u wel.

Er is inderdaad een brief door de provincie verstuurd naar de bestuurlijke woontafel, die gewoon openbaar is. Ik kan u die natuurlijk gewoon toesturen als u die via iBabs wilt ontvangen, dat is geen enkel probleem. De heer Wit GL: . Ik deel de verontwaardiging van de heer Kooy en de reactie van wethouder Besteman maakt het absoluut niet beter. Verwijzen naar iets wat openbaar is, dat is prima, maar u heeft als college de plicht om de raad te informeren over alles wat hiermee te maken heeft. Als dat alleen maar een berichtje is richting de fracties, dat er een openbare brief beschikbaar is, dan moet het maar zo, maar we zijn hiervan niet op de hoogte gesteld. Als ik dan ook nog hoor dat een portefeuillewissel als excuus wordt aangevoerd dat de communicatie niet goed loopt of dat de communicatie te laat op gang is gekomen begin ik me ernstig zorgen te maken over hoe dit dossier de komende tijd moet gaan lopen. De voorzitter: Mevrouw Besteman. De heer Van Enk: Voorzitter, bij interruptie.

De heer Van Enk CDA: Heel kort, ik voel dit debat een beetje de verkeerde kant op gaan De heer Van Enk CDA vervolgt: Ik ben zelf notabene degene geweest die destijds heeft gevraagd om het bod met de raad te delen. Dat is gebeurd, dat is een concept bod wat met de raad is gedeeld en ik kan me geen enkel dossier hier voorstellen waar het college elke brief die van andere overheden binnenkomt stante pede actief moet delen met de raad. Dat zou echt voor het eerst zijn. Waar het om gaat is of we het eens zijn met de lijn die hier wordt gevoerd, daar hebben we het nu over. Het definitieve bod wordt in de raad vastgesteld, hoor ik van de wethouder. Dus ik snap het probleem helemaal niet. Daarnaast, als ik het goed begrijp van de wethouder, zegt de provincie dus eigenlijk: de herverdeling is gewoon niet goed op gang gekomen. Met andere woorden: dat is niet een boodschap richting Rijswijk, dat is dus kennelijk een boodschap richting andere gemeenten die nog steeds verder onder de dertig procent sociale woningbouw zitten. Denk ik, voorzitter, dat is helemaal niet voor Rijswijk van belang. Dat zouden andere gemeenten zich moeten aantrekken. De heer Kooy: Voorzitter, per interruptie even. Kort. De voorzitter: De heer Kooy.

De heer Kooy PvdA: Mijnheer Van Enk, is dit een aanname of heeft u wel kennis van deze brief genomen? De heer Van Enk CDA: Ik hoor het de wethouder net zeggen, dus ik vraag het, of ik dat goed begrijp. Maar dat lijkt me nogal helder en ik vind het niet goed als we nu toezeggingen uit zijn verband gaan rukken die ik notabene zelf destijds heb gevraagd. Dat is waar ik op wil reageren, mijnheer Kooy. De voorzitter: Mevrouw Besteman. De voorzitter: Ik zou aan iedereen willen vragen de interrupties even te beperken, want anders wordt het echt, dan gaan we het niet redden voor 00:00 uur allemaal. Dus. Mevrouw Besteman: Ik zal snel verder gaan. Maar het klopt natuurlijk helemaal: we zitten midden in dit proces en de aanname van de heer Van Enk, dat de provincie zich uitgesproken heeft met zorg over het niet-totstandkomen van een spreiding over de regio, die is ook correct. Dat is ook waar ik me over uit heb gesproken in de regio-overleggen, want ik maak me daar ook in die zin zorgen. Voorzitter, dan ga ik naar het verhaal rond de motie. De vraag van de fractie van Wij is: waarom doen we dit? Het begon – en ik zal niet flauw zijn – met de motie van uw eigen fractie en die van het CDA en dat was de oproep aan het college om te onderzoeken of we als gemeente zelf een rol kunnen spelen in de ontwikkeling van huurwoningen voor die middengroepen.

Want u weet, die middengroepen die zitten totaal klem op deze woningmarkt. Ze verdienen te veel om in aanmerking te komen voor een sociale woning en ze verdienen – u kent de koopmarkt hier in Rijswijk en de regio – vaak te weinig om een fatsoenlijke woning te kopen. Dus het college heeft die motie destijds ook omarmd en ik ben daar als wethouder verder mee aan de slag gegaan. Wat ik zie als ik naar de woningmarkt in Rijswijk kijk is dat de ontwikkeling van dat huursegment, van die huurmarkt in die middengroepen eigenlijk nagenoeg ontbreekt. Dus er is veel te weinig, want de vraag is daar ontzettend hoog. Eén belangrijk beleidsdoel is waarom we dit onderzoek doen – want we spreken nog maar over een onderzoek op dit moment – is juist dat we die huurwoningen voor langere tijd in dat middensegment beschikbaar willen houden. Het klopt inderdaad, en dan ga ik ook even naar de vraag van de VVD die daarover is gesteld, de heer Van Enk heeft er al op gereageerd in het licht van de ontwikkelaars, die natuurlijk best bereid zijn om huurwoningen te bouwen. Dat is natuurlijk ook iets wat we als gemeente van harte toejuichen. Maar als je ze dan vraagt om die huurwoningen voor een langere tijd in dat middensegment beschikbaar te houden dan vindt er toch wel wat, wordt er moeilijk gekeken aan de andere kant van de tafel.

Het is nou eenmaal zo: die druk en die crisis op de woningmarkt is zo enorm dat als er huurwoningen op dit moment worden ontwikkeld en beschikbaar gesteld dan zijn ze

binnen een jaar of twee zo uit dat segment naar de vrije sector. Dan verliezen we ze weer voor die groep die zo hard op zoek is en zo klem zit op die woningmarkt. Dus dat is waarom we dit doen. Ik denk dat het een belangrijke doelstelling is, omdat wonen gewoon een primaire levensbehoefte is van mensen. Ik heb ook gezegd, ik heb dat ook eerder gezegd, ik ga ook over onderwijs: er worden nu doelgroepen genoemd in de motie waarvoor we het doen, maar als we ook de beste onderwijzers voor onze klas willen hebben, ook lessen willen geven aan onze kinderen, dan is het ook gewoon van belang dat we die groepen kunnen huisvesten in onze gemeente. Deze oplossing, deze demprichting van de oplossing snijdt natuurlijk aan twee kanten en dat wil ik wel nadrukkelijk ook zeggen richting de heer Kooy van de Partij van de Arbeid en de heer Wit van GroenLinks. Want ik begrijp uw standpunt wel, dat u zegt: ik wil meer bijbouwen in dat sociale segment. De wachtlijsten zijn in dat segment ook lang, dat ben ik absoluut met u eens als u die stelling zou innemen. Maar de oplossing die wij nu voorstaan is: met het toevoegen van middensegmentwoningen bieden we een oplossing voor die groep die klem zit op die woningmarkt. Tegelijkertijd zorgt het toevoegen van middenhuurwoningen ook voor doorstroming vanuit die sociale sector.

Dus we komen nu met een oplossing waarbij het mes aan twee kanten snijdt en dat is iets wat mij als muziek in de oren klinkt, eerlijk gezegd. Dan heb je natuurlijk een veel groter bereik van je inzet vanuit de gemeente. De heer Kooy PvdA: Een hele korte interruptie maar dat scheelt zo meteen in mijn tweede termijn. Wij hebben specifiek gevraagd naar die koppeling, want wij zijn net als het CDA een voorstander van ook meer huizen in het middensegment, maar specifiek in een koppeling: hoe zien we dan de toewijzing naar agenten die hier lokaal zijn of onderwijzers die lokaal zijn of een onderwijzer zegt ’ik ga banketbakker worden’? Dat gedeelte van die motie, daar ben ik naar op zoek, naar die toewijzing. De voorzitter: Mevrouw Besteman. Mevrouw Besteman: Dat kan ik me heel goed voorstellen. Ik kwam net bij mijn onderdeel om toe te lichten wat we nu precies onderzoeken en hoe zich dat verder ontwikkelt. Het dat wij nu doen richt zich op een aantal elementen, waaronder financiën. Dat is natuurlijk een heel belangrijk aspect. Ik heb al bedragen gehoord in dit debat, maar zover zijn we nog helemaal niet. We kijken naar financiën, we kijken naar risico’s, we zoeken naar mogelijkheden om het fonds op één of andere manier ook revolverend te maken, zodat het zichzelf weer kan bedruipen.

Dus het is echt nog te vroeg – en dat zeg ik dan maar even tegen de heer Hoek van Wij – om te zeggen wat het ons nu gaat kosten als gemeente. Misschien levert het ons uiteindelijk geld op, ik heb hier ook al gesprekken gehoord over de hoogte van de rente, et cetera. Maar ik wil daar nu nog niet op vooruitlopen, omdat we nog volop in dat onderzoek zitten. Een andere component van het onderzoek is natuurlijk de juridische context. Ongelooflijk belangrijk, want dan hebben we het over de vragen of het wel of geen staatssteun betreft wat we als gemeente willen doen. De wet Markt en Overheid speelt daar natuurlijk een belangrijke rol en aanbestedingsregels, daar is gewoon heel grondig onderzoek voor nodig en dat loopt op dit moment. Het laatste onderdeel wat ook ontzettend belangrijk is in dat onderzoek is de governance van een mogelijk woonfonds. Dan kom je ook bij de vraag die de heer Kooy ook terecht stelt: hoe kun je ook zorgen dat je die beleidsdoelstelling die we hebben, dus die woningen voor langere tijd in dat middensegment beschikbaar houden en hoe ga je om met eventuele toezegging, hoe kun je dat vastleggen, et cetera? Dat is nu nog veel te vroeg om daar over te, nou ja, te filosoferen kan natuurlijk altijd, maar ik heb in ieder geval nog geen onderzoeksresultaten beschikbaar die ik nu kan delen.

Goed, zo’n woonfonds – wat nu dus in onderzoek is – kan dus het vehikel zijn om die beleidsdoelen te bereiken. De gemeente die is dan een participant in dat fonds met marktpartijen en het uitgangspunt bij het onderzoek is dat iedere betrokken partij zoveel mogelijk datgene doet dat het dichtst bij zijn eigenlijke taak ligt. Dus in het geval van de gemeente zou je dan kunnen denken aan het leveren van de grond zoals we nu in Rijswijk-Buiten ook doen. Het bouwen of het verhuren, dat is natuurlijk geen echte taak van de gemeente, dus in dat licht zijn we nu aan het onderzoeken. Ik kan me voorstellen dat u hier als raad ook nieuwsgierig naar bent en dat u hier ook veel meer over wilt weten. D66 heeft nog gevraagd aan

mij: gaat het dan alleen om eengezins- of kan het ook niet in gestapelde bouw? De pilot die we nu, waarmee we de businesscase ook proberen rond te rekenen gaat uit van gestapelde bouw en een combinatie met eengezinswoningen. Of dat dan in een PPS-constructie uiteindelijk vorm krijgt, dat is dus nog onderwerp van onderzoek, zeg ik nog maar even tegen de heer Veerman. Maar ik zal u ook het proces schetsen dat ik voor ogen heb om hiermee verder te komen. Ik heb voor 9 maart met uw raad een technische sessie gepland waarin ik heel graag ook met u wil verder kijken naar die belangrijke componenten, zoals financiën, de governance, maar ook de juridische context en waarin we ook kunnen kijken naar die woningmarkt en met elkaar hoop ik ook vast kunnen stellen wat daar nu nodig is en welke input, welke interventie we als gemeente daar wel of niet zouden moeten doen. Dus dat wil ik dan ook nog wel even nadrukkelijk tegen de heer Wit zeggen, die ook heeft gezegd dat hij hier nog graag wat meer informatie wil. Dus alle vragen die ik hier vandaag heb gehoord die we nu nog niet kunnen beantwoorden wil ik heel graag meenemen naar die 9 maart. Dan zorgen we dat we daar in ieder geval verder kunnen spreken over het onderzoek dat loopt over het woonfonds. Voorzitter, ik kijk nog even naar mijn collega Keus, of die nog iets wil aanvullen over de subsidieaanvraag Pasgeld-West.

Maar ik zie hem al nee schudden. De heer Van der Meij GBR: Ik heb toch een wat mooiere stem dan de heer Sleddering. De wethouder Besteman is niet ingegaan op mijn vraag met betrekking tot hoe nu de doorstroming casuïstiek Benedictus nu loopt en of dat lessen zijn die we kunnen gebruiken voor andere vergelijkbare projecten. Mevrouw Besteman: Ja, excuus aan de heer Van der Meij, want ik heb de Benedictus nog als project genoemd. We zijn daar inderdaad nu aan het kijken hoe we daar maximaal ook voorrang kunnen geven aan de Rijswijkse ouderen. We zitten nog in dat proces, maar het is onze inzet, we kijken hoe het uitpakt en ik zeg u toe dat we dit gewoon als case natuurlijk ook meenemen om te kijken wat we daarvan kunnen leren en hoe we dat mogelijk ook in het vervolg kunnen toepassen. De heer Weterings: Voorzitter, per interruptie. De voorzitter: De heer Weterings. De heer Weterings RB: Kan mevrouw Besteman nog één keer herhalen dat ze het had over Rijswijkse ouderen? Kan ze dat nog één keer bevestigen? De voorzitter: Mevrouw Besteman. Mevrouw Besteman: Zeker, daar had ik het over, de heer Weterings. De heer Weterings: Waarvan akte, hè? Waarvan akte. Staat genoteerd. Dank u wel. Mevrouw Besteman: Tot zover, voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meij, had u nog een nieuwe interruptie of is dat weer een oud handje? Dank u wel. De heer Keus wilde niet aanvullen, zag ik.

Mijnheer Keus, wethouder Keus, wilt u nog het woord voeren? De heer Keus: Dan moet ik een vraag nog vergeten zijn, maar dan kom ik daar in de tweede termijn. Ik had volgens mij verder alle vragen beantwoord tot zover. De voorzitter: Dan ga ik over naar de tweede termijn en dan wil ik u verzoeken om dat zo kort en bondig mogelijk te doen, want er staat best nog wel wat op de agenda, dus dat gaan we sowieso niet meer redden voor 00:00 uur. De heer Kooy.

De heer Kooy: Voorzitter, dank u wel. Wethouder, dank voor uw antwoorden. Ik zal er nog even een paar uitpikken waar ik nog geen antwoord op had gehad. Ik heb inderdaad even een berekening gedaan, maar de huurwoningen die we nu gaan creëren, over het algemeen in de vrije sector, zijn niet geschikt als doorschuifwoningen die u zo graag wil hebben. Ik ben blij dat u met een woonfonds bezig bent om te kijken wat we wel kunnen doen. Een belangrijk deel van de motie die overgenomen is, is juist de wetgeving rondom het toekennen aan leraren en agenten en dergelijke. We zijn nu een jaar verder en die beantwoording van u is daar nog niet duidelijk genoeg over. Daar had ik toch wel meer informatie op verwacht, misschien dat u die nog kan geven. Dus de toewijzing en hoe kunnen we dat dan vastprikken als iemand wat anders gaat doen of ergens anders gaat werken? Er wordt verwezen in de Stadsvisie, voor de rest. De partners met wie wij samenwerken, daar hebben we momenteel geen akkoorden mee, maar de akkoorden, de lokale afspraken zijn wel verlopen. Ik hoop daar echt binnenkort de stukken van te zien over de nieuwe vorm. De verplichtingen, de verwarring over doelgroepen en waar we het over hebben. Dertig procent hernieuwbaar, herwijsbaar, aanwijsbaar sociale woningbouw, DAEB. De Benedictus is daar een heel mooi voorbeeld van, hoe we daar toch proberen een stukje invulling te geven.

Hoe vaak was die overtekend, de Benedictus, met mensen die daar interesse in hadden? Dat is een concrete vraag. De regioafspraken, heeft u enige indicatie gekregen dat die dertig procent ondergrens van DAEB losgelaten gaat worden? Dat is de keiharde grens die staat. Hoe gaat u verklaren dat die afspraak er staat en waarvan u in het rapport zegt ‘die willen we na gaan komen’, dat die met de aantallen sociale woningen die we nu gaan bouwen, dat we die niet gaan redden? Dat lijkt mij voor nu even voldoende. Dank u wel. De voorzitter: De heer Hoek, in tweede termijn nog behoefte? De heer Hoek WIJ: Ja, dank u wel. Ik zou toch wel graag willen weten welke plannen, projecten specifiek horen bij dit bod. U geeft aan dat het in de bijlage staat, misschien lees ik er wel overheen. Maar goed, ik kan het zo niet vinden, dus misschien kunt u het aanwijzen of anders even nasturen. Ik kan me herinneren uit de eerdere presentatie dat voor doelgroepenspreiding, waar we het ook al over hebben en – hoe heet het? – de woonbehoefte die er is, dat dat toch ook grotendeels bepaald wordt door het aanbod wat er is. Wil ik eigenlijk gewoon even meegeven. Ik ben het wel eens met dat we ervoor moeten zorgen dat we voldoende sociale huurwoningen hebben. Tegelijkertijd ook dat we dat goed moeten spreiden in de hele regio.

En, ja zoals Ronald ook al aangaf, lijkt het dat er een voorschot wordt gedaan op het pasgeld Oost terwijl er nog besloten, ja, moet worden. Dan, nou nog eventjes kort over, nou goed, het onderzoek. Goed dat de woordvoerder aangeeft dat er voorzien wordt in de woonbehoefte, maar u geeft net ook zelf aan dat dat, ja, niet kan. En ik heb ook nog geen antwoord gehad op de vraag of, ja goed, of juist de essentiële beroepsgroepen nou gedekt gaan worden. En ik ben ook wel benieuwd hoe het, nou, hoe het straks wellicht geld op gaat leveren voor Rijswijk. Het aangeven van de betaalbare woningen voor essentiële beroepen. Immers, als je dat gaat regelen dan, ja, hou je toch wel de kosten laag ten behoeve van deze groepen. Ja, volgens mij kost het dan geld. En dat was mijn tweede termijn. Dank u wel. De heer Van Enk CDA: Bij interruptie, voorzitter. Even nog een vraagje aan mijnheer Hoek. De heer Van Enk CDA: Ja ik zou het jammer vinden als het nou alleen maar over de kosten gaat. We doen het natuurlijk voor een maatschappelijk effect, zo’n actie. Ik heb zelfs daar een nieuwe term over geleerd de afgelopen maand: brede maatschappelijke kostenanalyse. Maar nee, hier gaat het gewoon simpel om het voorzien in een woonbehoefte. En afdekken kun je dat natuurlijk nooit, want dit is gewoon een groot tekort.

Maar ik zou het zelf, als indiener van een motie, samen met uw partij, ik zou het al geweldig vinden als we hier in een proef op beperkte schaal met inzet van middelen waar absoluut, absoluut het rendement op terug wordt behaald, een maatschappelijk probleem langzaam beginnen te tackelen. En dan zijn we de eerste gemeente in Nederland die dat gaat doen. Ik zou het fantastisch vinden. De voorzitter: Ik hoor er niet echt een vraag in, dus ik weet niet of de heer Hoek nog wil reageren hierop?

De heer Hoek WIJ: Nou ja goed, ik ben wel heel nieuwsgierig naar wat, ja zeker ook, de maatschappelijke opbrengsten zouden zijn. Maar ja, vooral heel benieuwd wat dat, wat het oplevert. De voorzitter: De heer Veerman. De heer Veerman D66: En de wethouder bedankt voor het beantwoorden van de vragen. Ja er zijn er nog wel een paar blijven staan. En ook wat nieuwe opgekomen die ik maar niet in de interruptie heb gedaan. Eén daarvan is van, waar ik nieuwsgierig naar ben, hoe die nieuwe wijken er dan gaan uitzien. Wat dan die vernieuwing is. Moeten we dan kijken naar Den Haag bijvoorbeeld, die ook vernieuwing in de wijken heeft laten plaatsvinden? Moeten we daaraan denken? Ik ben heel nieuwsgierig, dus graag iets meer info daarover. Ik had nog een vraag openstaan van Vestia, die zich nu ook op onze markt hier in Rijswijk gaat profileren. En ook als woningbouwcorporatie hier zaken gaat doen. Nou ja, wat zijn de plussen en minnen daarvan? Is daar al over nagedacht? En is dat u bekend? Ik denk van wel. In het kader van de woningbouwimpuls had ik nog een aantal vragen. Onder andere over de 2 miljoen. En misschien wethouder Keus had in de eerste instantie geen vragen, maar misschien dat hij in de tweede termijn daar nog even antwoord op kan geven hoe we dat binnen de huidige begroting, hoe we daar invulling aan gaan geven. Dat zijn er zomaar even drie die ik nog ieder geval had staan.

De voorzitter: Dank u wel. De heer Oelen. De heer Oelen VVD: Gelet het tijdstip, gelet het feit dat er allerlei nog raadsvoorstellen volgens mij naar de raad komen, gelet de wijze van beantwoording in de eerste termijn, volsta ik even met vragen. De voorzitter: De heer Wit GL. De heer Wit GL: Ja, ben het wel een beetje met mijnheer Oelen eens. Ik zal het ook proberen zo kort mogelijk te houden. Ik maak me wel een beetje zorgen over het, de plannen. Nogmaals, wat ik ook eerder gezegd heb, en wat we ook in eerdere vergadering al hebben aangegeven. GroenLinks is ook niet tegen het bouwen voor de doelgroepen. We weten dat daar een gat ligt op de markt. We weten dat we erin moeten springen. De vraag is hoog. Maar wat ik wel eerder heb gezegd, het één sluit het ander niet uit. Het wil niet zeggen dat je daarom geen sociale woningbouw meer hoeft te laten plaatsvinden. En het doorstromen, wat als argument wordt aangegeven, ja het is prima, dat middensegment, dat je dat vult, dat je dan een bepaalde doorstroming krijgt. Maar ik heb ook signalen gekregen van de sociale woningbouw, van de verhuurdersvereniging, dat eigenlijk doorstroom niet eens zo heel erg slecht loopt. Dus dat dat ook niet direct het grootste probleem is. Het is gewoon een gebrek aan woningen. En een enorme vraag. Waar ik geen vraag op heb gekregen, of geen antwoord op heb gekregen, is eigenlijk heel eenvoudig.

De prijzenstijging in de doelgroepen die er, doelgroepenwoningen die nu onder de liberalisatiegrens zit, dus de woningen die in de vrije sector zitten, en die ook meegenomen worden in het percentage woningen wat dan als, ja onder die, als sociale woningbouw wordt gezien. Is de wethouder, neemt de wethouder dat voldoende mee in alle berekeningen? Dus kunnen wij ervan uitgaan dat we niet voor een verrassing komen te staan, want ach, sorry ja, de markt is dusdanig veranderd en dat gaat momenteel heel hard, dat we over een aantal jaar alsnog een enorme dip gaan krijgen in het percentage echt sociale woningen? Want er is gewoon een heel groot deel ver boven die grens gekomen, en niet meer beschikbaar. En daar ben ik erg bang voor. Ja, verder denk ik dat de informatieverstrekking vanuit het college richting de raad, daar hoop ik echt dat daar een flinke stap in wordt gezet. De wethouder heeft die toezegging gedaan om voor 9 maart een flinke hoeveelheid informatie te geven. Daar ga ik haar zeker aan houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Enk. De heer Van Enk CDA: Ja, als ik mag ingaan even kort op wat de heer Kooy zei. De heer Kooy had het bij die woningtoewijzing zei hij, hoe kunnen we ervoor zorgen dat die politiemensen et cetera, dat die vanuit, die

lokaal zijn, dat we die kunnen toewijzen aan die woningen. Dat was in ieder geval mijn bedoeling niet helemaal. Het mogen ook mensen van buiten zijn, maar het ging juist om die cruciale beroepsgroepen die in het algemeen geen huisvesting vinden. En die we hier in de Randstad en in Rijswijk hartstikke hard nodig hebben. Dus of het nou een politie echtpaar van buiten is die hier dan wel toch een woning vindt, en hier ook vervolgens werkzaam wil zijn, dan denk ik dat dat ook een enorm maatschappelijk voordeel biedt voor Rijswijk. Dat was mijn gedachte erbij hoor. Ik zeg niet dat dat allemaal moet, en dat het zo moet, maar dat was mijn gedachte. De heer Kooy: Voorzitter, interruptie. De voorzitter: De heer Kooy. De heer Kooy PvdA: Mijnheer Van Enk, hartelijk dank dat u het inderdaad toelicht. Maar aangezien u net ook landelijke politiek erbij haalt, wilt u dan ook meegaan naar uw eigen minister die verantwoordelijk is voor de financiële portefeuille. En kijken of we dan inkomsten technisch wat kunnen doen voor alle inwoners. Bijvoorbeeld door het minimumloon te verhogen. De voorzitter: Mijnheer Van Enk. De heer Van Enk CDA: Ja, ik denk dat die minister nou net aan de andere kant bezig is om subsidies te verstrekken voor woningbouwprojecten waar tekorten op zitten in deze sector. En dat gaat over dat derde stuk wat u ook wilt laten agenderen mijnheer Kooy.

Wat ik daaruit lees, en ik heb heel lang bij de Rijksoverheid gewerkt, is dat je een tekort creëert, een businesscase zoals daar staat. Daar waar mijnheer Veerman volgens mij wat verwarring over had, want die zegt, ja hoe dekken we dan de andere helft van dat tekort? Dit is een businesscase denk ik die gecreëerd wordt, om op die manier bij het ministerie de subsidie te krijgen ter afdekking van die kosten. Maar het geheel zit natuurlijk gewoon in onze grondexploitatie. Althans, daar ga ik wel vanuit als ik straks de heer Kooy wel hoor. Dus het zijn allemaal middelen, dat zijn middelen, ook van onze ministers, die het mogelijk maken, ook voor gemeenten, om sneller en meer in die sector te gaan bouwen. En dat is hard nodig, daar zijn we het in heel Nederland met elkaar over eens. De voorzitter: Uw tweede termijn mijnheer Van Enk. De heer Van Enk CDA: Ik ben het ook met de heer Wit eens die zegt, we moeten wel oppassen voor dat tempo waarin die sociale huur ook wordt onttrokken aan de sociale sector door particuliere verhuurders. Dat is waar ik net op wees bij de heer Kooy, dat het een goed initiatief van de PvdA is. Kijk, er zijn twee belangrijke factoren die bij die sociale woningbouw de voorraad in het geding zijn, lees ik in de krant. En dat is één, is het scheef wonen, en daar is die doorstroming voor nodig. En het andere is vol trekken aan die sociale sector.

En omdat die markt zo gigantisch drukt, wordt de verleiding voor particuliere beleggers verhuurders enorm groot om die huren heel erg omhoog te gooien. Dus ik denk ook dat het goed zou zijn als de wethouder daar in Rijswijk vinger aan de pols houdt, ook samen met corporaties. Maar de oplossing ligt er niet dat wij in Rijswijk blijven bijbouwen in die sociale voorraad, dat moet echt elders in de regio gaan plaatsvinden. En daar zou ik op zeggen als Vestia weer zodanig hersteld is met behulp van alle collega corporaties die daarvoor hebben moeten bloeden dat ze weer kunnen gaan bouwen, dan denk ik, nou laat Vestia dan in Den Haag beginnen. En in Rijswijk is daar voorlopig wat mij betreft geen ruimte voor. De voorzitter: Even kijken, wie heb ik nog niet gehad die in de vorige termijn wel gesproken? De heer Van der Meij. De heer Van der Meij GBR: Ik heb geen tweede termijn gezien de tijd voorzitter.

De voorzitter: De heer Weterings. De heer Weterings RB: Ik zal het even kort houden in tweede termijn. We zijn op zich, Rijswijks Belang, is blij dat er ontwikkelingen zijn op deze markt. Volgens mij hebben toen raadslid Keus en raadslid Weterings in 2018 er al toen schriftelijke vragen over gesteld, over microwoningen en seniorenwoningen. Uiteindelijk waren daar goede ontwikkelingen. Het is ook een sterke brief. Biedt veel perspectief. Alleen, ik heb nog geen enkele partij gehoord over de zorgen over de infrastructuur. Laten we die alsjeblieft niet vergeten met zijn allen. De Beatrix die stroomt dicht, allerlei andere wegen stromen dicht. We kunnen wel blijven bouwen, maar we moeten ook denken aan de infrastructuur. Laten we met alle partijen dit ook proberen op te pakken, dat we dat hier ook proberen een beetje erbij te betrekken, bij deze hele ontwikkelingen. De heer Cupedo BvR: Beter voor Rijkswijk heeft nog een dingetje. Wij zien toch graag dat de slechte woningen worden aangepakt, of desnoods helemaal worden vervangen. Dat kunnen ze zelf beslissen. En daar heeft u de raad absoluut niet voor nodig. En Beter voor Rijswijk kent het beeld dat de heer Weterings zojuist schetste, ook niet. Na onze huis-aan-huisblad, onze kerstspecial, hebben wij diverse klachten gekregen over woningen. Niet alleen van Rijswijk Wonen, maar ook van andere huiseigenaren in de sociale sector.

Dus wat Beter voor Rijswijk betreft valt er nog genoeg te doen aan de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. En Beter voor Rijswijk heeft gelijk een vraag aan het college. Wat vinden jullie daarvan? Het college kan Rijswijk Wonen vragen om de bevriezing van de huren te overwegen. Het is toch van de gekke dat in dezelfde straat nummer 10 € 1.000 betaalt, en de buurman op nummer 8 € 700? Dus graag een reactie daarop. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Besteman. Mevrouw Besteman: Ja, ik ga ook mijn best doen om het kort te houden. Zo kort als de heer Oelen zal mij niet lukken, maar ik doe mijn best. Ik begin bij de Partij van de Arbeid met mijn reactie. Ik hoor de heer Kooy zeggen dat, ja de huurwoningen die dan nu in onderzoek zijn niet geschikt zijn voor eengezinswoningen. Nou, ik ben ervan overtuigd dat het wel leidt tot doorstroming inderdaad, en het aanpakken van die scheef woners. En ik ben eigenlijk dan ook heel erg benieuwd voorzitter, wat de oplossing van de Partij van de Arbeid is. De heer Kooy: Voorzitter? Bij interruptie. De voorzitter: De heer Kooy. De heer Kooy PvdA: Even een verduidelijking, want ik denk dat we dan naast mekaar zitten. Ik heb gezegd dat over het project met PPS ik graag benieuwd ben naar de resultaten.

Maar het voornamelijk wat in dit stuk van u staat over de door de vrije markt aangegrepen mogelijkheden van € 800, vanaf € 800 huren, dat ik daar niet zie dat die doorschuiving een oplossing is omdat het gewoon hele kleine appartementen zijn. Het zijn twee gescheiden zaken. De voorzitter: Mevrouw Besteman. Mevrouw Besteman: Oké, nou dank voor de verheldering dan van de heer Kooy. Die toewijzing ja daar heb ik in de eerste termijn denk ik al iets over gezegd. Daar kom ik op terug, want dat is op dit moment nu onderwerp van onderzoek. Het Stadsakkoord wat in ontwikkeling is met de corporaties, dat komt zeker ook naar uw raad toe voorzitter. Dan misschien nog even over de doelgroepen percentages, want die, nou ja, vliegen je soms om de oren. We rekenen met de cijfers en de percentages zoals die in de regio zijn afgesproken. En dat betekent dus dat het gaat om sociale huur, sociale koop en sociaal particuliere huur. En als we dan kijken ook naar wat we nu in Rijswijk als bod hebben neergelegd, blijven we ook na de biedingen van alle gemeenten die meewerken in deze regio, nog steeds als één van de gemeenten met een

hoog percentage laat ik zeggen in de top 3. Dus dat is wel even denk ik een hele belangrijke nuancering ook richting de Partij van de Arbeid, en ook GroenLinks. De heer Kooy: Voorzitter, interruptie. De voorzitter: De heer Kooy. De heer Kooy PvdA: Wethouder, bent u het met mij eens dat de huidige afspraken die nu gelden, en er zijn nog geen andere afspraken, 30% DAEB woningen de ondergrens is? Mevrouw Besteman: Voorzitter, in de regio rekenen we dus met die percentages waar ik zojuist van gezegd heb wat erin zit. Sociale huur, sociale koop en sociale particuliere huur. En het lijkt mij heel verstandig om nu niet in Rijswijk ook met andere definities te gaan werken, want dan wordt het ook heel ingewikkeld om de biedingen van de verschillende gemeenten op een gegeven moment met elkaar te vergelijken. Dus daar wil ik me graag aan vasthouden. De heer Kooy heeft ook nog gezegd van, ja is de Benedictus al getekend? Nou, u heeft natuurlijk denk ik ook in de krant gelezen dat dat proces op dit moment loopt, en dat is natuurlijk aan de corporatie, die houdt zich daarmee bezig. Maar ik zal, zoals ik ook aan de heer Van der Meij heb toegezegd, in ieder geval de ‘lessons learned’ in hoe we die toewijzing maximaal aan Rijswijkse inwoners kunnen doen meenemen. En zeker ook met de corporatie bespreken, zodat we daar ons voordeel mee kunnen doen.

De fractie van Wij heeft nog gevraagd, kunt u nog even het lijstje met de harde plannen die in het bod zijn meegenomen nasturen. Nou, dat zal ik zeker doen. Ik zal zorgen dat u dat morgen heeft, dan heeft u dat ook op een rijtje. En verder hoor ik nog ondersteuning van de spreiding die we ook in de regio nastreven als het gaat om sociaal aanbod. Nou, daar ben ik het van harte mee eens. Inderdaad, nog één vraag over het Woonfonds van de heer Hoek ook, en hoeveel geld gaat het dan opleveren. Ja, nou ja, het kostenverhaal is natuurlijk inderdaad maar één aspect. Het begint met die inhoudelijke beleidsdoelstelling, dat we graag die woningen voor langere termijn in dat middensegment beschikbaar willen kunnen houden. Dus dat is een enorm maatschappelijk effect als u het mij vraagt. De stadsvernieuwing inderdaad heeft D66 nog een belangrijke vraag over gesteld. We zijn daar nu over in gesprek met de corporaties. En uit de gemeenten hebben we bijvoorbeeld ‘…’ een kwartiermaker aangesteld, die we ook in samenwerking met de partners een opdracht geven. En de bedoeling is dat daar integraal de wijk wordt aangepakt. Dus dat betekent dat we kijken naar de fysieke, maar ook de sociale context van die wijk, en hoe we daar verbetering aan kunnen geven. En daar liggen alle instrumenten natuurlijk die daarvoor beschikbaar zijn op tafel.

En daar komen we heel goed uit, want iedereen is zeer gedreven om die wijk aan te pakken. De vraag over Vestia van de heer Veerman kom ik even schriftelijk op terug voorzitter als dat oké is. De VVD kan ik dan nu ook wel heel kort over zijn, dat scheelt weer. GroenLinks, ik heb uw zorgen gehoord mijnheer Wit. U bent niet tegen het bouwen van de doelgroepen. Nou, daar ben ik ook blij om, om dat te horen. Dat gebrek in dat middensegment is gewoon echt gigantisch, dus ik ben blij dat u daar wel achter kunt staan. Uw opmerking over het gebrek aan woningen, ja dat is natuurlijk een hele terechte opmerking voorzitter. Want het is, ja we zitten in een coronacrisis, dat weten we allemaal, maar daarna zitten we toch, daarnaast zitten we toch ook echt in een woningmarktcrisis. Die druk op die markt is onverminderd hoog. En leidt ook tot hele, nou ja, schrijnende situaties. En zeker voor groepen die geen woningen kunnen vinden. Nou, over de definities heeft u ook nog een opmerking gemaakt. Nou, die volgen we in de, zoals die zijn afgesproken in de regio. Dat zei ik net al tegen de Partij van de Arbeid. Ik heb ook uw opmerking gehoord over de particuliere sector sociale huur. En ik begrijp uw zorgen ook. In de analyses worden die ook gecorrigeerd in de cijfers. Dus dat wordt meegenomen in de analyses, zodat we daar ook tijdig op kunnen acteren mocht dat nodig zijn.

We zitten daar in die zin bovenop in de regio. Dus ik hoop dat dat u ook een beetje geruststelt, zeg ik tegen de heer Wit voorzitter. De opmerking van Rijswijks Belang over de infrastructuur. Nou, die was luid en duidelijk. Die neem ik mee terug naar het college. De fractie van Beter voor Rijswijk heeft tot slot nog een opmerking gemaakt over slechte woningen, en ook het onderhoud van sommige woningen. Nou, dat is een belangrijk

onderdeel ook van de gesprekken die wij voeren met de corporaties. Ik moet zeggen dat ik vind dat ze daar heel erg gemotiveerd, en heel actief inzitten de corporaties. Dus dat wil ik hier dan ook wel even luid en duidelijk zeggen. Maar ik ben het eens met de fractie van Beter voor Rijswijk, er is nog genoeg te doen, en er is werk aan de winkel als het gaat om de woningmarkt in Rijswijk. Voorzitter, tot zover. De heer Cupedo: Voorzitter, bij interruptie, snel. De voorzitter: Een verzoek van Beter voor Rijswijk aan de wethouder. Excuses. Verzoek van onze kant aan de wethouder. Is het mogelijk om toch aan Rijswijk Wonen te vragen om een overweging te nemen voor de bevriezing van de huren? Het is toch, nogmaals, van de gekke als nummer 10, dat die € 1.000 betaalt, en nummer 8 die betaalt € 700. Dus dat gezegd hebbende, neem dat alstublieft mee. De voorzitter: De heer Keus, wilt u nog aanvullen? De heer Keus: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had inderdaad nog één vraag openstaan van de heer Veerman ten aanzien van de woningbouw impuls. Uiteindelijk moeten er over de programmering nog een discussie in de raad plaatsvinden. Een beleidsinhoudelijke discussie moet daar dus nog over plaatsvinden in het kader van de GREX ook. Dus ja, en dat is ook afhankelijk dus inderdaad van of doorzetten van deze aanvraag. Dus daar is de raad, die gaat nog over de programmering.

Daar hebben we dus nog een inhoudelijke discussie over. En dat maakt of inderdaad dan indien we de subsidie toegekend krijgen, of daar ook gebruik van gemaakt dan gaat worden. Maar die discussie die moet nog plaatsvinden. En ik meen dat het ook bij de komende beeldvormende sessie, 9 maart uit mijn hoofd, en dat het ook nog zijdelings aan de orde zal komen. De voorzitter: Dan sluit ik hiermee de beraadslaging over dit agendapunt. En er zijn toezeggingen gedaan in ieder geval over de bijeenkomst op 9 maart, om daar met alle informatie verder te praten. Dus er komt nog voldoende gelegenheid om door te spreken. Gezien het tijdstip zou ik willen voorstellen om agendapunt 11 nog te behandelen, en agendapunt 12 en 13 door te schuiven. Het Forum Samenleving is naar aanstaande dinsdag, althans laatste agendapunt Vragenuur, is naar aanstaande dinsdag doorgeschoven. Dus ik zou willen voorstellen om agendapunt 12 en 13 daarachteraan te plakken, aanstaande dinsdag. Want na agendapunt 11 loopt het tegen middernacht, en ik denk dat iedereen dan zo langzamerhand naar bed wil. Met uw goedvinden, ik kijk even digitaal rond. Ik zie lang niet alle gezichten, ik zie heel veel initialen. Maar degenen die ik zie, die zie ik instemmend knikken. Mevrouw Alberts: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Alberts.

Mevrouw Alberts GL: Dan zou ik wel willen verzoeken om het Vragenuur gewoon even gecombineerd Vragenuur daarvan te maken dan. De voorzitter: Samenleving en Stad. Dan hebben we één agendapunt, en dat is dan agendapunt 12 van deze agenda. 11. Verzoek VVD De voorzitter: En dan wil ik nu agendapunt 11 wel nog behandelen, als laatste. En dat is de IB over de invoering van die ja/ja sticker, geagendeerd door de VVD. En dan wil ik de heer Oelen graag het woord geven.

De heer Oelen VVD: Dank college voor deze IB-brief. Ik begin even met die observatie. En dat is een observatie dat als ik de IB-brief lees, dat, nou ja de tekst goed gekopieerd is van de website van Milieu Centraal. Het is maar goed dat het geen afstudeerscriptie is, want dan zou ik gezakt zijn wegens plagiaat. Maar het roept natuurlijk ook wel wat vragen op. De eerste vraag is, want er wordt over hoeveelheden afval gesproken die het probleem van reclamefolders met zich mee zou brengen. En ik zou graag van het college willen weten in hoeverre het college ook zelf onderzoek heeft gedaan naar de omvang van de problematiek die kennelijk met deze maatregel opgelost zou moeten gaan worden. En ook als daarbij wordt gekeken, wordt gedifferentieerd naar folders die vanuit landelijke ketens worden verspreid, of die vanuit lokale ondernemers worden verspreid. Tweede vraag aan het college betreft het overleg met de brancheorganisatie. U geeft in de IB-brief aan dat gelet jurisprudentie over het onderwerp dat het overleg nodig is, om een redelijke termijn te gunnen. Het komt op mij wat procedureel over. We maken iets kenbaar en het maakt niet uit hoe er wordt gereageerd, maar we gaan dit toch doorvoeren. Ben benieuwd naar het antwoord op de vraag welke brancheorganisatie, met welke brancheorganisatie het overleg heeft plaatsgevonden. Hoe dat overleg heeft plaatsgevonden.

En ook wat de uitkomsten van dat overleg zijn geweest. De derde vraag is, wat het college, het moet uiteindelijk geïmplementeerd of geeffectueerd worden via de afvalstoffenverordening. Ik wil graag weten wat het college beoogd, wat onder de regeling gaat vallen. Zijn dat alleen maar commerciële aanbiedingen? Is het ook Groot Rijswijk? Zijn het al die reclamefolders van politieke partijen, zoals we laatst ook met zijn allen in de bus hebben gehad van Wij.Rijswijk. Ik denk als het nu niet was verspreid dat het afvalprobleem al dusdanig op dit vlak, dat het probleem ook al was opgelost. Maar wat gaat er precies onder vallen? Heeft u daar al zicht op? En op het moment dat bijvoorbeeld een Groot Rijswijk er niet onder gaat vallen, ja, bent u het dan, of deelt u dan de vrees van de VVD Rijswijk dat er dan, ja dat Groot Rijswijk verwoord tot eigenlijk één groot advertentieblaadje? Waarbij er sprake zal zijn van advertenties van, waarschijnlijk dan, de ketens die dat wel kunnen betalen, en dat er geen ruimte meer is voor lokale ondernemers om te adverteren. Waardoor uiteindelijk ook de doelstelling zal mislukken van het aantal, van de afname van de medeprobleem van afval die er nu is.

En ook, hoe kan de burger zich dan verzetten tegen het ontvangen van zo’n Groot Rijswijk? Kortom, wat voor stickers gaan er allemaal dan in omloop komen? Wordt dat nog steeds nee/nee, nee/ja, ja/ja, ja/nee? Hoe gaat dat spectrum er precies uitzien? U schrijft in de IB-groep dat er voldoende kanalen zijn voor ondernemers om de doelgroep te benaderen. Ik ben benieuwd wat het beeld, de visie, van het college is, of welke kanalen dat zijn. En ik ben ook benieuwd welke marketingdeskundigen u daarvoor heeft benaderd en geraadpleegd, wie u daarover heeft geadviseerd. En ik ben ook benieuwd of die kanalen ook toepasbaar zijn voor lokale ondernemers. Als ik kijk naar de folders die ik binnenkrijg hier bij mij, dan is het van Smaak van het Zuiden, van één of andere parfumtapperij hier in de straat. Zijn dat de ondernemers die ook de kanalen kunnen gaan toepassen die u voor ogen heeft? En wat vinden die lokale ondernemers er zelf van? Heeft u daar ook het gesprek mee en over gevoerd? Wat vinden zij daarvan? Mijn een-na-laatste vraag die zit op het verspreiden van de stickers. Op het moment dat dit voorstel inderdaad door de raad wordt geaccepteerd in aangepaste afvalstoffenverordening, ja dan met er dus een ja/ja sticker gaan komen voor mensen die wel de benodigde informatie thuis willen ontvangen.

Op dit moment is het zo dat de gemeente de nee/nee, en de nee/ja sticker ter beschikking stelt. Zal dat ook gaan gelden voor de ja/ja sticker? En mijn laatste vraag is, want u doet dit voorstel vanuit uw portefeuille Afval. Maar u heeft ook de portefeuille Economie, in uw portefeuille, u heeft ook Economie in uw portefeuille. Ja vindt u nou echt goed, denkt u nou echt dat dit nou echt goed is voor ondernemers, en zeker in dit tijdsgewricht? En bent u het eigenlijk ook stiekem, als liberaal, als D66 liberaal, het niet met de VVD ook eens dat doorvoering van deze maatregel weinig liberaal is, een onnodige overheidsbetutteling. Tot zover voorzitter. De heer Kooy PvdA: Ik zag bij de voorstelling van de heer Oelen al een hele trits met ja/nee, ja/ja, ja/nee, nee/nee. Nou, probeer dan maar eens inderdaad folders te gaan bezorgen, of kranten. Daar gaan we niet uitkomen. Dus ik ben benieuwd hoe we dat gaan doen. Er werd ook al heel veel gezegd, ja we willen afval beperken, grondstoffen. Nou ja, het foldertje van de Wij heb ik met smakelijk gelach zitten lachen, en doet

nu een tweede leven onder in mijn konijnenhok dienst. Dus ja, voor elk probleem is een oplossing zou ik zeggen. Maar, het is natuurlijk wel een goed doel waarvoor we het doen. Afval beperken. En afval is wat we er zelf van maken. Maar alles wat je aan de voorkant kan beperken, is natuurlijk een goede zaak. Ik werd echter wel aangesproken door een lokaal betrokken ondernemer, of zelfstandige, die zegt ja ik wil graag wat doen tegen eenzaamheid wat er is. En dat zijn nou niet meeste mensen waarbij ik denk ja die gaan meteen naar het stadhuis om ja/ja stickers te halen zodat zij alle informatie uit de buurt gaan krijgen. Dat zijn toch al mensen die niet heel erg betrokken zijn in de maatschappij en vereenzamen. En ik ben juist benieuwd naar het standpunt van de wethouder, mag ook een andere wethouder zijn, over welke mogelijkheden wij dan zien om dan toch nog mensen te bereiken om juist dit soort problemen aan te kunnen pakken. En hoe juist kleine zelfstandigen of betrokken mensen in de buurt dat kunnen gaan oppakken, het bereiken van de mensen. Want het is wel een mogelijkheid die we gaan afstoten dan. De heer Weterings RB: Ja ik ga het toch niet zo lang houden als mijnheer Kooy, want die zegt dat hij het kort houdt, maar hij hield het niet kort. Ik denk dat we het gewoon lekker moeten laten zoals het was, dat werkt prima met die nee/nee, ja/ja, en wat we nu al hebben.

Nu weer ook een nieuwe sticker in te voeren. Dus lekker houden zoals het is. En mensen kunnen zelf kiezen om het wel of niet op hun brievenbus te plakken. Dus laten we het lekker houden zoals het is. De heer Cupedo BvR: Oké. Datgene eigenlijk wat de heer Weterings zegt. Beter voor Rijswijk is tegen betutteling. Rijswijkers weten heel goed zelf te bepalen wat ze willen. En ja/ja stickers, wat onze fractie betreft niet nodig, 72% van het papier wordt ook gerecycled. Dus wat ons betreft niet nodig. Dank u. Mevrouw Woudstra D66: D66 Rijswijk, zal niet verbazen, is voor de invoering van een ja/ja sticker. Wij vinden het fijn dat in het landschap waar nu een hele grote diversiteit aan folders is er duidelijkheid komt. En ook het bijdraagt aan afval, dat is heel erg mooi. Maar dit geeft ook gewoon duidelijkheid. Daar waar je die folder ingooit, wordt hij ook daadwerkelijk gelezen en gewaardeerd. En in het digitale tijdperk is dat ook niet onbelangrijk, dat ondernemers goed weten bij wie ze terecht kunnen, wie interesse heeft in informatie en wie niet. En ze kunnen dat via folders doen, via de ja/ja heel duidelijk, dat ze mensen er behoefte aan hebben. En via digitaal alle mensen die ze kennen. En heel veel ondernemers zijn zeker nu met de coronacrisis daar heel erg blij mee, dat die beiden kunnen bestaan. Dus ja, het voorkomt reclamedrukwerk en het helpt.

Ik denk dat een aantal ondernemers er zeker nog aan zullen moeten wennen dat het. De heer Weterings RB: Voorzitter, interruptie. Mevrouw Woudstra: Maar volgens mij nemen we ze daar als gemeente heel goed in mee. De voorzitter: De heer Weterings. De heer Weterings RB: Als je nou geen sticker op je brievenbus hebt, dan kun je toch gewoon die post ontvangen? Waarom dan een ja/ja? Geen sticker is post ontvangen, toch? Dat is altijd de afspraak geweest. Nou ga je eigenlijk weer iets creëren op een niet stickerende brievenbus, die gewoon alles toelaat. Dus ik begrijp het eigenlijk niet. Mevrouw Woudstra D66: Je komt in Rijswijk wonen, en je haalt de ja/ja sticker, en je krijgt alle informatie op die manier die je wil. En doe je dat niet, dan krijg je hem niet. Dus het lijkt me hele duidelijke communicatie die je mee kan nemen als mensen hier komen wonen, en bij de introductie van deze sticker. We hebben een doelstelling met zijn allen vastgesteld om het afval te beperken. Papier draagt in zwaarte heel erg bij aan het overschot dat we hebben, daar betalen mensen dus voor. Twee keer. Eerst voor de krantjes die ze niet willen, en dan nog een keer bij de afvalstoffenheffing. En we zien dat heel graag opgelost en verduidelijkt. En ja, het is verandering, dus er moet zeker goede communicatie bij. Dus ik ben

het wat dat betreft zeker eens met de VVD en de heer Weterings, dat dit een wijziging is waar mensen aan zullen moeten wennen. Maar het gaat niet tegen het liberale principe in. Het is juist heel sociaalliberaal bij dezen. De voorzitter: Dan ga ik naar de eerste termijn van de wethouder. Mijnheer Van de Laar. De heer Van de Laar: Op dit late tijdstip. Ik ga daar doorheen, en dan begin ik bij de VVD. Ik heb dit inderdaad vanuit, voorgesteld vanuit de portefeuille Afval, en daar ook alle belangen meegewogen van de ondernemers. En dat hebben we in het college natuurlijk gedaan. Waarbij we, als we kijken naar ondernemers, ook een hele digitaliseringsslag gaande is. Daarom hebben we ook bijvoorbeeld zo’n project gedaan als Future Retail Lab, zowel In de Bogaard als in Oud Rijswijk, om ook ondernemers en winkeliers en vooral het kleine MKB gereed te maken voor de toekomst. Want de toekomst is ook heel erg digitaal. Dat zien we nu ook juist in dit tijdsgewricht dat daar de toekomst zit. En je kijkt ook naar alle creatieve ideeën die nu bestaan bij ondernemers, om toch nog hun producten aan de man te brengen. Dat bestaat uit alle social media, gebruik maken daarvan. Wat heel erg belangrijk is, is dat wij een enorme afvalopgave hebben in Rijswijk. Op allerlei manieren, PMD, papier en GFT, en scheiden.

En binnenkort, dat is een maandje verlengd omdat er ruimte nodig was in de agenda, gaan we het in maart daar met elkaar over hebben, over dat afvalbeleid. Maar we proberen op alle kleine manier toch ook al te zorgen dat we gewoon minder afval produceren. En dat doen we, ja de kosten dat is bijna spin-off zou ik zeggen, maar in dit geval vind ik echt dat het gaat om het, om de milieu impact, om zo min mogelijk afval te produceren. Als er geen folder in de bus wordt gegooid, dan hoeft die ook niet te worden geproduceerd. Papier wordt inderdaad fantastisch gerecycled, als het in de bak terechtkomt. Maar dat hoeft er niet te worden geproduceerd, dan hoeft er niet te worden verscheept, dan hoeft het niet te worden opgehaald. En dat zijn allemaal uitstoot, is allemaal milieuvervuiling. En dat is gewoon echt een stuk beter als we, nou versneld eigenlijk naar de toekomst gaan door dit besluit. En wat is het besluit? Het is een besluit dat je ervoor kiest, en u spreekt mij aan op mijn liberale inborst, dat vind ik mooi, zelfs ook nog op dit late tijdstip, is dat je zelf de keuze hebt om iets te kiezen. En je kiest er dus zelf voor om het te ontvangen. Het is bij wijze van spreken het eigenaarschap om je eigen brievenbus weer terug claimen, in plaats van dat je gedwongen wordt om iedere keer naar de papierbak te lopen iedere week, met stapels folders, papier, wat je niet wil hebben.

Maar als je ervoor kiest dan is het uitstekend. En we geven dat gewoon aan met die stickers. Een sticker die inderdaad door de gemeente zal worden verspreid. Als het in de afvalstoffenverordening komt, maken we daar een plannetje omheen. En daar zijn we nu mee bezig, over waar die sticker verkrijgbaar is, en hoe je ermee omgaat. En ook hoe je met de andere stickers om zal gaan, zodat het voor iedereen duidelijk is. Voor ondernemers, voor inwoners en voor bezorgers. Een interruptie. De heer Weterings: Voorzitter, interruptie. De voorzitter: De heer Weterings. De heer Weterings RB: Hetzelfde als met de dierensticker die op het laatste moment werd afgewezen. Goed als mensen stickeren, dan kunnen ze dat aanschaffen. Als die paar mensen die dus, een paar veel te zijn, als die graag een sticker willen kunnen ze die ook zelf aanschaffen? Waarom moet de gemeente die gaan voorzien dan? Hetzelfde als de dierensticker die niet mocht van jullie. De voorzitter: Mijnheer Van de Laar. De heer Van de Laar: Die vergelijking zegt mij eerlijk gezegd vrij weinig, maar dat zou ook een keuze kunnen zijn. Dat die keuze zover gaat dat mensen ook zelf moeten regelen dat die sticker, in een bepaalde mate is dat ook zo. Maar we willen dat voor een groot deel gewoon ook faciliteren, door dat bijvoorbeeld bij bibliotheken et cetera, en de balie van het stadhuis, neer te leggen.

Maar misschien kan dat ook nog wel op andere manieren. De afvalstoffenverordening daar moet dat dus in aan worden gepast. En daar zal

ook worden omschreven voor wie het geldt. En op dit moment, grosso modo willen we gewoon de knip leggen inderdaad tussen commerciële organisaties en ideële organisaties zou je kunnen zeggen. Daar valt het huis-aan-huis blad onder. Dat heeft te maken, een huis-aan-huis blad moet geloof ik 60-70% bestaan uit tekst, uit journalistiek of lokale tips. En niet alleen maar reclame. Dus ik ben er inderdaad niet bang voor dat bijvoorbeeld Groot Rijswijk een blad wordt wat alleen maar bestaat uit reclame, omdat er dan eisen aan zitten. Maar ik denk dat het ook, als u kijkt naar de tarieven van Groot Rijswijk, dat dat ook heel goed te doen is. Dit juist ook weer een kans voor dit blad natuurlijk om advertenties te doen. Dat zijn zeker niet alleen maar de grote ketens. En ik vraag me af of de grote ketens daar nog gebruik van willen maken. Een knip dus tussen commercieel en niet-commercieel. Dat betekent, PvdA, ook dat prachtige buurtinitiatieven voor de eenzaamheid dat kan gewoon, dat is de ja/ja sticker geen enkel probleem zou dat moeten zijn. Eens even kijken, ja over kanalen heb ik één en ander al gezegd. De social media die heel erg belangrijk zijn, nu ook in deze coronatijd. Ik heb wel gezien dat dat, dat niet iedereen daardoor voor geëquipeerd is.

En misschien dat we daar nog wel vanuit de overheid ondersteuning in moeten doen, om hoe je nou je zaak echt op een goede manier gebruik kunt maken van die digitalisering. Op een ander moment gaan we het hebben over glasvezel. Dat zit natuurlijk precies in diezelfde discussie, hoe ziet onze toekomst eruit van de economie. En daar hoef je geen marketingdeskundige voor te zijn, om te zien hoe die beweging in gang zit. Dan is denk ik uiteindelijk de folder, ja een iets van niet wat de toekomst heeft. De heer Oelen: Bij interruptie, voorzitter. De voorzitter: De heer Oelen. De heer Oelen VVD: Kijk, en daar ben ik dus bang voor. Dat de gemeente een invulling geeft aan een vakgebied waar de gemeente van oudsher geen verstand van heeft. Vandaar ook mijn vraag, welke marketingdeskundige heeft u hiervoor ingehuurd? En dan komt het antwoord: daar hoef je geen deskundige voor te zijn, om daar invulling aan te geven om te weten wat de toekomst is. Nou dat stelt mij dus nou net niet gerust voorzitter. De voorzitter: De heer Van de Laar. De heer Van de Laar: Ja, ik neem er kennis van. En het klopt inderdaad dat we daar geen marketingdeskundige voor hebben aangenomen om dat verder te onderzoeken. Mevrouw Alberts: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Alberts.

Mevrouw Alberts GL: Hoorde ik de VVD nou pleiten voor het inhuren van een externe marketingdeskundige, door de gemeente? De voorzitter: De heer Oelen. De heer Oelen VVD: Op het moment dat de gemeente een maatregel als deze wil doorvoeren, daar een grote aantrekt over dat ondernemers een andere marketingstrategie moet gaan toepassen, en ik ervan uit kan gaan dat de gemeente daar geen verstand van heeft, ja dan denk ik dat het verstandig is dat de gemeente daar extern advies over inhuurt. Dat klopt mevrouw Alberts, daar heeft u helemaal gelijk in. De voorzitter: De heer Van de Laar. De heer Van de Laar: Dan ga ik toch verder door met de beantwoording van de vragen. En dan ga ik even het lijstje door, en dan zie ik eigenlijk geen vragen meer. En dank u wel voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=04e6d5c9-1bee-4a34-86f2-82c05d661873