concept-verslag Forum Stad 21-01-2021
Tekst van het document
de loop van het project toch wat onderbelicht zijn gebleven ten opzichte van de hele financiële positie van het project. De voorzitter: Beter Voor Rijswijk, de heer Braam. De heer Braam: Allereerst in ieder geval toch de complimenten voor het rapport wat er ligt. Het is wel zo: als ik het rapport lees dan mis ik eigenlijk toch wat zaken die wellicht onderweg ook mee hadden kunnen worden genomen. Misschien hadden een paar van die zaken, van die bevindingen er iets anders uitgezien. Ik doel dan met name op toch het begin, 2006, waarin toch heel duidelijk kaders voor heel dat gebied zijn aangegeven, waarbij toch heel bijzonder als één van de eerste gemeentes in Nederland vol is ingezet op een nul-op-de-meter-wijk. Dus geen gas meer. Dat moest zeker GroenLinks toch hebben aangesproken, volgens mij zijn ze toen ook akkoord gegaan met de ontwikkeling van dat gebied, inclusief Pasgeld niet te vergeten. Maar goed, bijvoorbeeld wat ik niet zag in de stukken, maar misschien heb ik het mis, is alle informatie die vanuit het projectbureau naar buiten is gegaan. Vanaf het begin af aan en nu nog op de site zijn alle nieuwsbrieven die er uit zijn gegaan vanaf 2015 nog terug te vinden. Maar daarvoor natuurlijk, vanaf 2006, is dat ook met de regelmaat van de klok gebeurd. De Sions-bijeenkomsten zijn inderdaad met name benoemd als het gaat om de democratische legitimiteit.
Nou, alle partijen waren daarbij aanwezig, dus iedereen heeft daar mee kunnen praten, zowel inhoudelijk, maar ook als het gaat om de enige beleidssturing. Maar ja, dat heeft u terecht geconstateerd, altijd met in het oog proberen te sturen in de richting van de financiële nul. Dat is een ding wat zeker is. Verder kan ik me inderdaad aansluiten bij het betoog wat de heer Jense ook gedaan heeft, die heeft ook keurig verwoord zoals het vanaf 2006 met de verschillende colleges gelopen is. Ik denk dat ik als één van de oude rotten nog wel kan aangeven hier dat ik nooit het gevoel heb dat ik van informatie bestoken ben gebleven, behalve in de periode van 2017 tot 2019, toen op een gegeven moment eigenlijk op voorhand werd aangegeven: ach, het zit wel goed, we gaan het wel redden met DSM. En we vervolgens 2 jaar met een hoop ellende hebben gezeten en een reparatie in de raad hebben moeten doen om ervoor te zorgen dat we weer verder konden met een deel van Rijswijk-Buiten. Maar nogmaals, in ieder geval het rapport wat ons betreft, wat Beter Voor Rijswijk betreft, kunnen we dit gewoon ter kennisgeving aannemen. Het zou wel fijn zijn als we nog een volledige reactie krijgen van B&W. Daar hoeft dan niet speciaal een raadsvoorstel voor te worden gemaakt.
Tot slot, zeker de criticasters hier: waarom staat het op de agenda? Het zijn toch de fractievoorzitters geweest die begin januari in het presidium hebben aangegeven dat dit op de agenda moest komen te staan? Daar wil ik het graag bij laten, voorzitter. De heer Kooy PvdA: Ondanks dat ik ben ingelogd onder de naam van mijn zoon zit ik hier toch als vertegenwoordiger van de Partij van de Arbeid. Ik dank ook de leden van de rekenkamer voor het opstellen van hun onderzoek. Begin ik even met een kritische noot – en hij is al eerder gezegd – inderdaad om aan te geven dat je met één project aangeeft in de titel ‘Onderzoek naar grote projectbeheersing’, is een beetje heel erg ambitieus. Eén casus, een beetje weinig. Ik had graag nog een tweede casus ernaast gezien of een vergelijking van de onderzoeksvragen daarop. Maar desalniettemin is er goed werk verzet en kunnen wij hier wel wat mee. Daarom hebben we hem ook als raad gevraagd en daarom bespreken we hem ook gewoon in het Forum. Waar ik even nog wat vragen over heb, om dat eerst even aan te geven. Aanbevelingen, punt drie, daar staat heel voorzichtig geformuleerd: voer een bredere evaluatie in. Als zelf ervaren auditor, als ik een dergelijke term neerzet dan zei ik het heel erg voorzichtig eigenlijk: hier heb je toch echt een aanleiding om verder naar te onderzoeken. Ga dat ook doen.
Lijkt mij inderdaad ook goed om op te pakken als raad, maar misschien dat jullie daar nog wat aanwijzingen kunnen geven over die aanbeveling. Even aanhaken op mijnheer Van Enk: als we daar geen ambtelijke capaciteit voor willen inschikken kunnen we daar natuurlijk gewoon een raadsenquête van maken, naar aanleiding van dit verhaal. Zeker ook het vele bewoordingen waarom het zo geweldig is, van oud-wethouders waarvan ik me afvraag: jongens, we hebben toch gewoon eenvoudig de bevindingen voor onze neus? Ik heb een vraag naar de commissie nog …
De voorzitter: De heer Van Enk wil graag interrumperen. De heer Van Enk. De heer Van Enk: Ja, ik kan de heer Kooy wel volgen, maar dan moeten de conclusies van de rekenkamer daarvoor ook aanleiding toe geven en die aanleiding vind ik helemaal niet in het rapport. Ik kan eigenlijk alleen maar beamen wat ik dan door die oud-wethouders hoor zeggen dat staat ook te lezen in het rapport. Het vormt meer complimenten dan zorgpunten. De voorzitter: De heer Kooy. De heer Kooy PvdA: Maar ik lees heel simpel bij punt drie, aanbevelingen: voer een bredere evaluatie uit dat project. Dan kan ik schijnbaar wel lezen, waar aandacht voor specifiek. Specifiek ook ben ik bij de rekencommissie ook benieuwd naar de financiële doelstellingen, maar hebben jullie ook gekeken naar de doelstellingen die bijvoorbeeld verankerd zijn in wetgeving? Als de tien procent sociale woningbouw, die we in de bestemmingsplannen hebben opgenomen en daarmee dus gewoon een hard vigerend kader zijn – er wordt wel heel erg de nadruk gelegd op financieel – maar hebben jullie ook gekeken naar de sturing van het grote project op de wettelijke kaders die er zijn? Graag daar toelichting op. Dan heb ik mogelijk nog even een vraag aanhanging. Ik ben erg geschrokken van de opmerking over de Sionsgaerde. Ik vind hem ook wel terecht, maar ik ontbreek hem in de presentatie. Het gevaar dat democratie niet goed gediend is.
Inderdaad, de Sionsgaerde gaan niet alleen over cijfers, maar ook veel over onderbouwing en over keuzes. Dus dat democratische gehalte van wat daar gebeurt met besloten bijeenkomsten zou ik toch nog wel toegevoegd willen hebben in het stuk, dat dat echt meer aandacht krijgt. Even een vraag ook aan de rekenkamer: hebben jullie ook gekeken naar de communicatie vanuit de bewoners naar het grote project? Want als het al lastig is vanuit de raadsleden om sturing te doen, wat is dan de invloeden van de bewoners op hun eigen leefomgeving, zolang die nog onder beheer is bij het grote project? Dus dat waren even mijn vragen. Mogelijk dat ik aan de hand van de antwoorden nog wat vragen heb. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Enkhuijzen. Mevrouw Van Enkhuijzen: Voor wat betreft de evaluatie, die de heer Kooy vraagt, de reden waarom wij die aanvulling hebben gedaan. Dat is met name gezien de lange looptijd van het project en ook in aanvulling op de specifieke risicoanalyses. Het is natuurlijk een aanbeveling. Wij denken dat, wij hebben hier gekeken naar Rijswijk als casus, maar dan meer om daar conclusies uit trekken voor grote projecten in zijn algemeenheid.
Wij zijn de mening toegedaan dat een project als Rijswijk-Buiten zodanig omvangrijk is en zo’n lange looptijd heeft dat dat best een evaluatie verdient, een wat grondiger evaluatie dan wat je wellicht normaal gesproken zou doen bij een groot project. Voor wat betreft de wettelijke kaders, sociale woningbouw die u noemde, de norm die daarvan in bestemmingsplannen zijn opgenomen en dergelijke, daar zijn wij mee bekend. Sociale woningbouw, dat daar op is gestuurd, dat het is meegenomen ook in de bestemmingsplannen en dergelijke en in het project, dat wordt ook met name genoemd in het rapport. De communicatie met bewoners, dat is niet specifiek meegenomen in dit rapport, omdat hier echt meer de nadruk lag op de beheersing van het project en niet zozeer op participatie of communicatie. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Geeft dat aanleiding tot aanvullende vragen, mijnheer Kooy? De heer Kooy PvdA: Niet aan de rekenkamer. Dank u wel voor de toelichting. Ik bewaar de vragen inhoudelijk voor het college als we dit gaan behandelen. Mevrouw De Mooij VVD: Ik wil inderdaad allereerst de rekenkamer bedanken voor de toelichting op het rapport en uiteraard het doen van het onderzoek. Een hoop is al gezegd, dus ik ga even kijken of ik het heel kort en bondig kan doen.
Allereerst: u geeft aan dat het rapport meer inzicht moet geven in de werkwijze van de gemeente als het gaat om de voorbereiding van grote projecten. Maar tegelijkertijd hoor ik u
zojuist zeggen dat het dus niet te vergelijken is met andere projecten. Die opvatting deelt de VVD Rijswijk met u, dat Rijswijk-Buiten met een zelfstandig opererend projectbureau niet te vergelijken is met andere projecten. Maar wij zijn nou juist wel erg benieuwd naar de vraagstelling, de werkwijze in de voorbereiding van grote projecten. Dus zijn er enige aanbevelingen die we wel mee kunnen nemen naar andere projecten, zoals bijvoorbeeld Huis van de Stad, waar we wat aan hebben voor de toekomst? Dat neemt niet weg dat het natuurlijk niet een simpel onderzoek is, maar veel conclusies waren misschien ook wel te verwachten, juist omdat Rijswijk-Buiten nu al een heel eind onderweg is. Op de tegenvaller vanuit het bezwaar van DSM na loopt het eigenlijk gewoon heel goed en doet het projectbureau gewoon goed werk. Dus in die zin is het voor ons ook niet echt zinvol om dat heel groots te gaan evalueren. We moeten gewoon doorgaan met Rijswijk-Buiten en de focus moet blijven op een sluitende grondexploitatie wat dat betreft. Wellicht dat er nadien nog wel een evaluatie mogelijk is, maar voor nu zou juist misschien de rekenkamer zich meer kunnen toeleggen op dus de procedures, de werkwijze en de aansturing van de grote projecten en daarmee dus uw bijdrage te kunnen leveren aan het groot project Organisatieontwikkeling.
Omdat er vanuit het, tussen de regels door lees je in het rapport wel dat er wat hiccups zijn over de informatievoorziening naar de raad toe en hoe soepel de procedures lopen. Dus wij zijn vooral heel erg benieuwd naar de grote projecten en de voorbereiding daarop in het algemeen. Inderdaad, u zegt: de nadruk ligt op financiën in Rijswijk-Buiten. Dat is op zich een goed punt, want de risico’s zijn ook groot. In dat opzicht is het misschien ook wel heel interessant juist om te kijken naar – gezien de huidige situatie van de gemeente – om te kijken naar de financiën in de volgende grote projecten. Uiteraard zijn wij heel benieuwd naar de reactie van het college op de rapportage en hoe zij de verdere verbeterslagen daarin kunnen opnemen. Maar vooralsnog waren dit de vragen ten opzichte van de presentatie. De voorzitter: Mevrouw Van Enkhuijzen. Mevrouw Van Enkhuijzen: De lange looptijd van dit project maakt hem inderdaad bijzonder en ook dat wij aanbevelen om hem ook op zichzelf nog te evalueren. Maar het is toch een groot project zoals ook andere grote projecten in die zin. Bijzonder door zijn lange looptijd, maar valt wel gewoon onder de procedureregeling. Daarmee hebben we ook een aantal conclusies kunnen trekken.
De aanbevelingen die zijn eigenlijk allemaal gericht op Rijswijk-Buiten specifiek, maar de conclusies die we hebben getrokken, daar zitten ook een paar conclusies bij die zeker ook voor de andere grote projecten van belang kunnen zijn. Bijvoorbeeld dat de meerwaarde van de procedureregeling niet helemaal helder is, – even kijken – dat de raad uitgebreid wordt geïnformeerd, maar de mogelijkheden tot bijsturing niet altijd helder zijn. Het formuleren van echte politieke keuzes, dat dat explicieter zou kunnen en ook de sturing vanuit de raad, dat die wat meer continu zou kunnen zijn en uitgebreider. Dus dat zijn conclusies die ook bij volgende grote projecten meegenomen kunnen worden. De voorzitter: Dan tot slot, de heer Weterings Rijswijks Belang (RB) De heer Weterings RB: Voorzitter, ik ga wel iets kritischer zijn. Ik had zelf toch ook een ander beeld voor mij, een iets andere voorstelling, een andere verwachting over dit rapport. Het is meer een hele grote samenvatting van hoe er wordt gewerkt binnen de raad en het college en het grote project Rijswijk buiten. Er staan geen verrassingen in.
Ikzelf had meer gehoopt dat er inhoudelijk meer werd gekeken naar de aanbestedingsprocedures, AEF, boeteclausules, hoe wordt er gewerkt, hoe wordt er aanbesteed, waar wordt er aanbesteed, met wie wordt er aanbesteed? Waar wordt er naar gekeken bij een aanbesteding, zijn er procedures voor de boeteclausules, wordt aanbesteed aan vaste partners, aan andere organisaties, aan vriendjes misschien? Dus ik vond het een heel, ik moet zeggen, het is natuurlijk uiteraard – met alle respect – een mooie presentatie, maar het was meer een grote samenvatting van wat wij al wisten. Als ik heel eerlijk moet zijn, zo heb ik het opgevat. Er stond niks nieuws in en ik was een beetje teleurgesteld. Misschien dat er in het vervolg meer op de materie ingegaan kan worden, dat wij ook iets eruit kunnen
halen wat wij als raad niet hebben kunnen zien wat daar op het stadhuis gebeurt binnen de grote projecten. Dat was even mijn aanvulling en meer niet. De voorzitter: Dank u wel, Weterings. Een korte reactie van mevrouw Van Enkhuijzen. Mevrouw Van Enkhuijzen: Goed, wij hebben onderzoek gedaan naar de beheersing van dit project. Daarbij zijn geen onregelmatigheden naar voren gekomen. Inderdaad zijn de conclusies in grote lijnen positief. We hebben geconcludeerd inderdaad dat het projectbureau slagkrachtig heeft gewerkt en ook resultaten heeft kunnen boeken. Het was met name gericht op de sturing van het project en de relatie met de raad, het college en het hele samenspel met het ambtelijk apparaat. Daar heeft de nadruk op gelegen en inderdaad niet specifiek op grondtransacties en hoe die zijn verlopen en dergelijke. Dus de insteek van dit onderzoek was inderdaad anders dan de heer Weterings wellicht had gedacht op basis van de titel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Enkhuizen. Dan wil ik tot slot wethouder Keus de gelegenheid geven om alvast een eerste reactie te geven, voor zover dat nu al kan, vooruitlopend op het raadsvoorstel. Wethouder Keus.
De heer Keus: Ook langs deze weg ook een woord van dank ook aan de rekenkamer, voor het mooie onderzoek wat is verricht, waar we denk ik, zowel uiteraard natuurlijk de raad, maar als college natuurlijk veel aan hebben en lering uit kunnen trekken. Dat zijn we ook zeker voornemens ook om te gaan doen. De eerste keer dat ik het rapport las kon ik toch niet onderdrukken de trots wel op het programmabureau, waar wij de beschikking over hebben in Rijswijk en wat zij hebben neergezet. Ik denk dat dat langs deze weg zeker een groot compliment verdient. Ook met de onderbouwing die we hier zien vanuit de rekenkamer denk ik dat er heel goed werk is geleverd door een aantal oude rotten, zoals ze zichzelf noemen. Er is ook aangegeven welke opdracht het programmabureau is meegegeven en dat doen ze ook zoals denk ik geen ander dat kan. Dat is mooi. Tegelijkertijd zie je, en dat is ook wel één van de aanbevelingen natuurlijk ook, of één van de conclusies, en dat is de link met de lijnorganisatie, even het stadhuis tussen aanhalingstekens, om het zo even te noemen. Daar is wel degelijk afstemming en veel overleg vindt er plaats.
Maar in alle eerlijkheid kan dat natuurlijk altijd beter, je zal altijd ook lopen tegen een aantal punten waar dat wellicht ook in een eerdere fase waarbij afstemming, zowel vanuit het programmabureau naar de lijnorganisatie, hoewel ik dat wel goed vind gaan, maar ook omgekeerd. Dat het programmabureau ook actief vanuit het stadhuis ook wordt benaderd bij sommige vraagstukken die we zien. Dus dat is iets waar we zeker nog wel verbetering, denk ik, in kunnen aanbrengen. Je ziet ook, en nogmaals: het mandaat dat we kregen om Rijswijk-Buiten te ontwikkelen, dat gebeurt natuurlijk in een context in Sion en in Parkrijk, waar de omgeving in zoverre natuurlijk nog niet echt heel erg complex was. Maar je ziet ook, we hebben insprekers vandaag gehad, naarmate je meer opschuift ook naar het Pasgeldgebied, dat de omgeving ook wat complexer wordt en dat je daar ook al naar een wijk toe aan het bouwen bent. Dat er ook andere belangen ook in de omgeving zijn, wat eigenlijk noopt ook om goed het omgevingsmanagement en ook de communicatie gewoon goed op orde te hebben. Maar dat moet niet alleen inderdaad van het programmabureau komen, het moet een samenspel met de lijnorganisatie moet dat goed geregeld worden. Ook om die macht, die tegenmacht waar ook over is gesproken in het rapport, om dat ook goed te organiseren.
Als het even gaat om de financiën – en gelukkig zien de meeste raadsleden dat ook wel als een compliment – die financiële beheersing, want het gaat om gruwelijk veel geld inderdaad in Rijswijk-Buiten. Het is erg goed dat we daarbovenop blijven zitten en ook twee risicoanalyses door Deloitte, vrij uitgebreide onderzoeken zijn dat ook geweest naar de risico’s en de beheersmaatregelen, waar we heel veel aan hebben, waardoor we ook in staat zijn ook om goed te sturen. Het klopt inderdaad dat het met name inderdaad een financiële context heeft waarin je dat doet, gelet ook op het grote financiële belang wat er speelt. Maar toch wil ik wel enigszins nuanceren dat daar geen beleidsinhoudelijke discussies, dat die daarbij afwezig zouden zijn of minimaal aanwezig. Want ook de beheersmaatregelen die je treft die neem je binnen een beleidsmatig kader, en daar bedoel ik mee het
uitgangspunt vanuit het masterplan, duurzaamheid als leidend principe, dat daar hele andere beheersmaatregelen te verzinnen zijn als je dat principe zou loslaten. Dus het vindt wel degelijk wel plaats binnen een beleidsmatig kader, waarin beheersmaatregelen worden voorgesteld, om die grex, die exploitatie sluitend te krijgen. Dus het is niet helemaal kil alleen maar met de cijfers, maar wel degelijk ook gewoon binnen het planconcept dat 2006 en in het masterplan 2009 en verder is ontwikkeld, vindt dat plaats. De heer Van der Meij geeft ook terecht aan dat de markt hierin ook een belangrijke rol speelt, ook omdat de gebiedsontwikkeling ook plaatsvindt in een publiek-private samenwerking, waarbij heel veel van die beleidsmatige principes ook gewoon door de markt simpelweg zijn overgenomen. Dan heb ik het inderdaad ook over energie, maar dat zie je nu ook steeds meer natuurlijk op het gebied van mobiliteit, waarbij marktpartijen zelf ook allerlei innovaties op het gebied van mobiliteit implementeren in hun plannen. Inderdaad, ook de heer Van Enk die aangeeft dat zo lang als de raad ook een onderwerp inbrengt inderdaad, dan kan daar gewoon een goed debat ook over plaatsvinden. In dit geval dan over sociale huurwoningen. Dus daar is zeker ook de raad natuurlijk aanzet om ook dat soort thema’s ook te agenderen.
Zonder te veel uit willen breiden hebben wij natuurlijk ook nog – maar toen was de rekenkamer het onderzoek al begonnen, dus dat kunnen we ze ook niet kwalijk nemen in dat opzicht – hebben wij in november een beeldvormende sessie gehad in aanloop ook naar de volgende herziening van de grondexploitatie. Waar daadwerkelijk alle thema’s wel een keer zijn aangestipt en waar dus ook over die beleidsdoelen gewoon een goede discussie heeft plaatsgevonden en die ook een plaats kan krijgen in de verdere ontwikkeling. Daarnaast ook – en dat is dan even het laatste punt, voorzitter – dat is de Sionsgaerde, waar wij inderdaad in onze bestuurlijke reactie een opmerking ook hebben gemaakt over de achtergrond van die Sionsgaerde-overleggen, hebben wij misschien ook wel mede naar aanleiding ook van alles wat er heeft gespeeld met DSM, dat we echt heel bewust inzetten op meer transparantie. Dat betekent ook dat wij de herziening van de grondexploitatie, wat vooral een beetje een financieeltechnische exercitie is, dat we die ook proberen publieksvriendelijk te maken en ook het debat daarover in de openbaarheid zoveel als mogelijk willen laten plaatsvinden.
Dus in de geest van de aanbevelingen van de rekenkamer proberen we al te handelen, maar nogmaals: het is, denk ik, goed om dit ook inderdaad uit de waan van de dag eens wat beter naar te kijken en kijken of daar nog verdere verbeteringen kunnen plaatsvinden, ook in dit specifieke geval van het programmabureau en hoe we die inzetten. Dank daarvoor en ik zie uit verder dan naar de raad. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee komen we wat mij betreft aan het eind van deze bespreking. Nog even om af te ronden, ik heb een aantal fracties gehoord die een bredere reactie van het college willen. Ik heb ook een aantal fracties gehoord die zeggen: er is niet eens een raadsvoorstel nodig. Naar mijn gevoel was er een meerderheid voor dat eerste, dus wel een reactie van het college, om dat te verwerken in het raadsvoorstel, zodat in een eerstvolgende raad – en dat kan dan in februari zijn, maar dat kan ook iets later wellicht – het rapport besproken kan worden met de verwerking van de opmerkingen en de feedback die vanavond is gegeven, de aanbevelingen, conclusies uit het rapport en daarbij dan de reactie van het college. Dat zou ik willen voorstellen, om dat te agenderen en dan wellicht inderdaad in maart, want ik ga ervan uit, als er nog een reactie dat 2 februari dan erg kort dag is. Kijk ik even digitaal rond. Als iemand zijn hand opsteekt dan is hij het er zeer mee oneens.
Zo niet, gaan we het op deze manier doen. Wil ik de leden van de rekenkamer en de heer Mol vriendelijk danken voor hun komst en hun gedegen werk. Het is een lange bespreking geweest, maar dat geeft aan hoe interessant men dit vindt en hoe belangrijk men dit vindt om het goed te bespreken. Dank u wel en een fijne avond. Conclusie: Rapport wordt geagendeerd voor de raad van 2 maart a.s. met een uitgebreidere reactie van het college.
10. Verzoek PvdA en Wij over IB’s Woningmarktafspraken De voorzitter: Dan vervolgen wij met agendapunt 10, IB 127. De woningmarktafspraken zijn 3 IB’s die geagendeerd zijn door 2 partijen. De woningmarktafspraken, de motie ‘Betaalbare woningen voor leraren, verplegers, politieagenten’ en de subsidieaanvraag ‘Woningen in Pasgeld-West’. Die zijn geagendeerd op verzoek van de PvdA en de fractie van Wij. De heer Kooy heeft het woord. De heer Kooy PvdA: Voorzitter, eerst even een vraag aan u over de procedure. Doen we even alle 3 de vragen bij elkaar als één agendapunt 10 of wilt u het gesplitst hebben in A, B en C? De voorzitter: Ik zou willen zeggen: alle 3 samen. Maar ik denk dat dat gaandeweg nog wel eens toch gesplitst kan gaan worden, als er te veel vragen over één bepaald onderwerp komen. Laten we even een poging doen om het gezamenlijk te pakken. De heer Kooy PvdA: Heel goed, dan gaan we het even proberen gezamenlijk te pakken. Zal ik zelf ook wel even moeten shiften af en toe. Ik begin met de nieuwe afspraken, een eerste bod voor woningmarkt. Ik heb het stuk gelezen, ik vind het van weinig realisme getuigen en ik vind hem ook heel veel in tegenspraak. Dus ik wil daar graag wel een toelichting op hebben van de wethouder.
Misschien dat zij mij kan helpen op het pad te komen en dat we dan daar verder een keer over kunnen discussiëren: wat is dan het juiste pad? Er staan een aantal politieke keuzes in waar wij eerder als raad gezegd hebben: daar staan we niet achter. Maar ook dat we het hier hebben over mensen die wij graag onderdak willen hebben. Wij kijken dus: waar hebben we het over? Dan staat erin dat we eigenlijk genoeg woningen hebben in de laagste categorie en dat we gaan inzetten in de midden-categorie, omdat we willen gaan doorschuiven. Dat is kort gezegd. Als we gaan kijken: wat is de bron van de cijfers? Dan is die redelijk oud. Dan hebben we het over de cijfers door het Centraal Bureau voor de Statistiek samengesteld een aantal jaren geleden. Ik ben benieuwd of er al nieuwe cijfers zijn. Ik ben ook benieuwd naar de verplichtingen die er al waren. We hebben eerder van de toenmalige portefeuillehouder, wethouder Van der Laar, gekregen dat we nog heel veel projecten op stapel hebben waar we ons toe verplicht hebben. Die aantallen die kom ik hier niet integer, diezelfde aantallen. Maar ook het idee dat we voor 800 tot 1200 euro per maand aan huur gezinnen zouden kunnen onderbrengen.
Ik heb een paar weken geleden even een check gedaan, gewoon op een woningsite gekeken naar wat er te huur is en gaan kijken: wat krijg je voor 800 tot 1000 euro? Ik kom erop neer dat je een getal van ongeveer 1750 euro per vierkante meter per jaar ben je minimaal kwijt. Dat vertaald: voor 1000 euro per jaar heb je ongeveer 60-70 vierkante meter. Daar kan je geen gezin op kwijt, terwijl we wel zeggen dat we dat willen voor dat bedrag. Dat lijkt me redelijk in tegenspraak, maar misschien dat de wethouder dat kan uitleggen, met name dus als we naar de vrije markt kijken, dus het stukje over de woonafspraken, dan loop ik daar toch redelijk in vast. Ik hoop dat met het idee van betaalbare woningen voor leraren, verplegers en agenten, dat we daar meer in de buurt komen. Maar daar kom ik zo meteen met mijn vraag op. Maar er staan ook zaken in als: we willen eigenlijk niet meer sociale woningbouw hebben, want wij krijgen daar geen bijdrage van uit de Rijksmiddelen. Daar wil ik toch wel wat toelichting op hebben, over grootstedelijke problematiek die we dan op ons afroepen en dergelijke. Het blijft gewoon een heel simpel reken technisch verhaal. Het aantal herplaatsbare woningen, DAEB-woningen, zit net boven de 30 procent. In het document zeggen we: we willen aan onze regioafspraken blijven voldoen. En ik zie een ontzettende bouwopgave.
Ik zie dat echt in tegenspraak en ik ben ook wel benieuwd van de wethouder hoe zij dat voorziet, dat wij in ieder geval aan die 30 procent blijven voldoen. Als we ook lezen dat we In de Bogaard geen sociale woningen willen hebben, als Rijswijk-Buiten geen sociale woningen meer krijgt zo’n beetje en als de nieuwe projecten als Plasbroekpolder ook geen sociale woningen gaan krijgen, dan ben ik benieuwd waar we dan wel gaan bouwen om aan die 30 procent te voldoen. Ik ben ook benieuwd of onze partners in het regio-overleg dat ook zo zien en ik ben heel benieuwd wat onze lokale afspraken zijn. We hebben ook wel eens de lokale prestatieafspraken, wat zijn de huidige lokale prestatieafspraken? Zijn de woningbouwverenigingen ook op hetzelfde pad wat betreft de sociale
woningen? De DEAB-woning, moet ik dan maar zeggen, hoewel ik dat een hele kromme afkorting vind. Tot zover de woningmarktafspraken. Motie ‘Betaal woningen’, ik heb daar natuurlijk al persmomenten voorbij zien komen. We gaan bouwen samen met onze partners. Ik vind dat heel mooi. Ik ben voorstander van meer middelbare, betaalbare woningen, als PvdA zijn we dat ook. Jammer, dat idee dat we dat afpakken van de laagste inkomens, maar ik ben heel benieuwd hoe die ontwikkeling is als we gaan toewijzen naar leraren, verplegers en politieagenten. 42 procent van onze inwoners, van Nederland, gemiddeld gezien, heeft een inkomen wat te laag is voor die vrije sector, voor die 800 euro. Daar zitten beveiligingsmensen bij, daar zitten onderwijsassistenten bij, die laten we nu in de kou staan. Maar we gaan speciaal leraren, verplegers en politieagenten eruit pikken. Dan ben ik heel benieuwd hoe die toewijzingsideeën nu zijn. Ik ben heel benieuwd, als een leraar getrouwd is met een ZZP’er, gaan we dan toewijzen? Een politieagent die voor Rotterdam werkt, gaan we die ook toewijzen? Ik ben heel benieuwd naar die invulling van die motie.
Kort om af te sluiten voor deze ronde, de subsidieaanvraag woningbouw Pasgeld-West wil ik graag een toelichting op hebben, omdat we daar ook specifiek voor de middenhuren gaan inzetten en waarom niet toch naar sociale woningbouw meer kijken? Zeker ook naar aanleiding van de discussie die dinsdagavond was in het Forum Samenleving van één van de voorlieden van de grootste coalitiepartij, dat het geld momenteel toch gratis is. Dat de rente zo laag staat dat we wel een heleboel dingen kunnen doen. Dus ik zou graag van de wethouders willen horen dat met die stelling, waarom we niet veel meer sociale woningbouw doen. Voorzitter, tot zover eerste termijn. De heer Hoek WIJ.: Nou, over de bod woningmarktafspraken. Er zijn natuurlijk heel veel plannen en projecten gaande in Rijswijk in verschillende stadia. Kan de wethouder misschien aangeven welke plannen en projecten betrokken zijn bij dit bod en welke plannen en projecten erbuiten vallen? Nog een stukje over waar ik eerder ook al wat van las, andere vragen van onder andere Onafhankelijk Rijswijk. Een woordvoerder van de gemeenteberichten dat de woonbehoefte gedekt is, maar dat we wel een onderzoek doen om te kunnen voldoen aan de woonbehoefte.
Dus eigenlijk is de vraag: is de woonbehoefte nu gedekt of niet? Zo ja, waarom dan een onderzoek? Zo nee, waarom geeft de woordvoerder dan aan dat dit wel zo is? Voor de essentiële beroepen is Wij Rijswijk wel benieuwd naar het financiële effect voor Rijswijk. Wat gaat het ons kosten, hoe drukt het de komende tien jaar dan eventueel op de begroting? Met de genoemde beroepen, checken we hier dan alle essentiële beroepen af? Het lijkt in ieder geval een ander lijstje te zijn dan nu gehanteerd wordt voor bijvoorbeeld de coronacrisis. Voor de impuls is ook eigenlijk in lijn met een eerder stuk. We zeggen nee tegen bouwplannen op de Plasbroekpolder, maar we gaan wel vooruit met Pasgeld-West. In de markt is er behoefte om te bouwen, maar in plaats van dat we dan projectontwikkelaars die mogelijkheid geven, daar zeggen we nee tegen, maar we doen het wel zelf. Kan de wethouder dat toelichten? Dat zijn mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Veerman D66. De heer Veerman D66: D66 wil ook reageren. Wij zijn als D66 natuurlijk voor een aantrekkelijke woonplek, wat ook blijkt in Rijswijk. De laatste jaren hebben wij onze verantwoordelijkheid genomen om ook ons steeds te houden aan de gemaakte afspraken met de regio. De deadline voor de prestatieafspraken is nu eigenlijk niet gehaald, daarmee zijn dus ook geen afspraken over de verduurzaming, het onderhoud, de leefbaarheid gemaakt.
Dat is jammer. Er loopt een akkoord met de corporaties over een wijkontwikkeling, ligt er nu dus ook niet. De raad heeft vrijwel geen informatie gekregen over de regionale afspraken. Het eerste bod is ook niet vooraf met de raad afgestemd. Het addendum op de woonvisie is daarmee ook weer uitgesteld en daarover is de raad ook niet tijdig geïnformeerd. Wij zitten al enkele jaren boven het gemiddelde met onze doelgroepennorm. Rijswijk heeft er bewust voor gekozen om minder sociale woningen te gaan bouwen en we hebben ook bewust onze aandacht naar andere sectoren verlegd en het college heeft een aantal projecten buiten het eerste bod gehouden. Met welke zekerheid – is de vraag aan de wethouder – hebben we nu dat we met deze toezegging boven de 43 procent komen? Voldoet Rijswijk hiermee aan de randvoorwaarden die door de bestuurlijke tafel voor wonen zijn voorgesteld? Weten we
daar eigenlijk al wat van, weten we al wat andere gemeentes hebben ingebracht als eerste bod naar de woontafel? Ook daar ben ik nieuwsgierig naar. Wat zijn de consequenties om het woonaddendum uit te stellen voor de gemeente Rijswijk? Ook: wat zijn de consequenties voor de corporaties? Want die hebben ook een voorstel ingediend. Ga ik naar 10.D toe. Het is mooi dat er 40 eengezinswoningen worden gebouwd in Spoorzone. Wat ik me wel afvraag, of we voor deze doelgroep wel uit moeten gaan van eengezinswoningen en bijvoorbeeld niet voor gestapelde bouw. Die worden door zijn totale kosten weer een stuk lager en maken we minder gebruik van dure grond uit de totale grex. Daarnaast is er een vraag voor flexibelere concepten dan het recht-toe-aan-woningen, die we hierboven al gesteld hebben. Zou u kunnen bekijken wat de eventuele andere mogelijkheden zijn voor deze bouw? Wat betreft de middenhuur is het goed dat er kennelijk mogelijkheden zijn tegen het bouwen door middel van de PPSconstructie. Kunt u de raad meenemen over de risico’s en de tijdslijn van dit traject? Ander nieuws was dat Vestia wordt één van de woningcorporaties en wordt opgesplitst in drie onafhankelijke corporaties. Rijswijk komt ook in één van die gebieden terecht.
Wat zou dat gaan betekenen voor Rijswijk en heeft dat consequenties voor ons als gemeente, maar ook voor de woningcorporaties die wij al in Rijswijk hebben? En misschien ook wel mogelijkheden. Ga ik naar 10.C. Voor de woningbouwimpuls hebben we ingeschreven voor een subsidie van 4 miljoen vanuit het Rijk. Dat betekent dat 50 procent van het Rijk afkomstig is en 50 procent van de gemeente Rijswijk. Daarvoor willen we 967 gaan bebouwen, die voor 35 procent betaalbaar zijn. Met deze injectie komen we eventueel tot 51 procent betaalbaarheid en dat betekent wel een verhoging van 15 procent en dat zijn er dan 140 woningen. De vraag is: waarom willen we dit eigenlijk? Weegt deze investering van 2 miljoen wel op tegenover het gestelde resultaat dat we ermee willen bereiken? Waar komt deze 2 miljoen vandaan en hoe vindt deze integrale afweging plaats tegenover alle andere uitgaven die we in Rijswijk hebben? Is Rijswijk verplicht mee te doen als deze subsidie wordt toegekend en wat is de rol van de raad nog in dit proces? De laatste vraag is: moeten we deze doelgroep wel de keuze voorleggen van koop of juist toch middenhuur, als goedkopere variant? Dat zou nog een mogelijkheid kunnen zijn. Dat waren mijn vragen in de eerste termijn. De voorzitter: De heer Oelen van de VVD. De heer Oelen VVD: Ik begin met het bod voor de woningmarkt.
Het zal u allen niet heel erg verbazen dat de VVD erg blij is om te zien dat we wat voorzien in de daling van het aantal sociale woningen. Dus dat onderdeel van het bod, dat kunnen we alleen maar omarmen. Ik denk dat, anders dan de heer Kooy dat doet, dat daar waar we dan in Rijswijk op uitkomen, dat het nog steeds voldoet aan alle afspraken die er hier intern, maar ook in de regio zijn gemaakt. Nog wel een paar vragen over dit bod. Allereerst wordt in het bod gesproken over allerlei berekeningen van ABF en ik lees in het bod dat wij veel meer gaan bouwen dan waartoe wij als Rijswijk kennelijk verplicht zijn. Ik lees iets over dat we in totaal bijna 1200 woningen meer gaan bouwen dan dat we aan de regio zouden moeten leveren en dat dat ook een behoorlijke belasting zou zijn – dat lezen we ook op bladzijde 7 – voor de gemeente. De vraag aan de wethouder is: waarom willen we, waarom is die ambitie dan geformuleerd om veel meer te gaan bouwen dan waartoe we verplicht zijn en kan de gemeente dat dan wel aan? De tweede vraag die ziet meer op het proces en ook de derde vraag hierover. Er is indertijd door toen nog de heer Van der Laar – maar goed, het college spreekt met één mond – de toezegging gedaan vanuit het college dat het eerste bod met de raad zal worden besproken en ook zal worden bediscussieerd. Dat is niet gebeurd.
Het bod is wel uitgebracht en zonder dat we daarover hebben gesproken. De vraag aan deze wethouder daarna: waarom is dat zo? De derde vraag die daar eigenlijk op aansluit: is er eigenlijk al een reactie gekomen vanuit de provincie en hoe ziet het proces er vervolgens uit voor dat de gemeente een definitief bod gaat doen? Wat is ook dan de betrokkenheid van de raad daarbij, bij dat definitieve bod? Ten aanzien van de motie ‘Betaalbare woningen’ lezen wij in de stukken dat er in 2014, dat er ook een initiatief is geweest om er een PPSconstructie op te zetten, wat een beetje vergelijkbaar is als de gedachten die er nu zijn. Toen waren er allerlei goede redenen om dat toen niet uiteindelijk in werking te laten treden. De vraag aan de wethouder is: worden die regelingen ook nu weer getoetst of gewogen bij het onderzoek om wel of niet tot deze
constructie te komen? Tweede vraag bij deze IB-brief is dat er een gedachte is dat Rijswijk ongeveer 40 miljoen steekt in dat fonds. De VVD is erg nieuwsgierig naar de vraag waar dat geld precies vandaan komt. Heeft Rijswijk dat geld? Dan ook: is het, gelet op de financiële positie van Rijswijk, überhaupt wel verantwoord om dat te gaan doen? De heer Hoek noemde het ook al: we lezen in de krant – in De Telegraaf was het, meen ik – dat er ondernemers zijn die in hetzelfde segment willen bouwen, maar die, als we dan De Telegraaf mogen geloven, tot 2024 in de wachtkamer zitten van de gemeente, omdat er geen ambtelijke capaciteit is om het voorstel nu in behandeling te nemen. Dus de vraag aan de wethouder: is het de juiste keuze om nu ambtelijke capaciteit te gaan steken om te verkennen of je als gemeente zelf moet gaan bouwen in wat voor concept dan ook of zou dat gewoon aan de markt overgelaten moeten worden? De achterliggende gedachte van de motie indertijd was dat er geen tractie ontstond hierop, ook op het segment woningen, maar nu dat kennelijk wel het geval is, bij de Burgemeester Elsenlaan werden 132 appartementen in deze categorie gerealiseerd, met name aan de overkant zou ook een complex getransformeerd kunnen gaan worden.
Dus de vraag aan de wethouder: wordt er nu wel de juiste keuze gemaakt? Ten aanzien van … O ja, de laatste vraag hierover: wat beoogt het college in het voorjaar precies voor te gaan leggen aan de raad? Het laatste stuk wat voorligt dat is over de subsidieaanvraag PasgeldWest. Daar hebben hier vier mensen allerlei goede vragen over gesteld waar ik me graag bij aansluit nog eens in aanvulling daarop. De voorzitter: Tot slot zie ik de heer Wit GL De heer Wit GL: Het zal u niet verbazen dat wij ons wel enigszins aansluiten bij de woorden van de heer Kooy. Met de stijgende woningprijzen, zowel huur als koop, zien we dat er steeds meer woningen in de vrije sector tijdelijk boven de liberalisatiegrens komen en daarmee voor mensen die zoeken in het segment sociale huur onbereikbaar gaan worden. Wat ons betreft zou het dan ook goed zijn als we de cijfers op een juiste manier gaan weergeven en de focus terug leggen op de – inderdaad hele vervelende – afkorting DAEB-woningen. Het is in de regio afgesproken dat we 30 procent DAEB zouden aanhouden en dat percentage komt echt onder druk te staan en het algemeen nemen van doelgroepenwoningen in de vrije sector geeft gewoon wel een scheef beeld in een sterk veranderde woningmarkt.
Huurprijzen in de vrije sector die kunnen met gemak 10 procent per jaar omhooggaan bij mutatie, dan vallen ze al vrij snel boven die liberalisatiegrens en worden al vrij snel onbereikbaar voor een groot deel van de woningzoekenden. Dan heb je toch het risico dat je werkt met incourante cijfers. Heeft de wethouder die cijfers ook echt goed in de peiling? Wordt er gewerkt met de recente cijfers of blijven wij, zoals in de huidige stukken, nog cijfers uit 2018 gebruiken om ons beleid op te stoelen? We zitten in 2021, ik kan me voorstellen dat we een stapje verder kunnen gaan. Het bod an sich, ik blijf het beschamend vinden. Over een periode van 9 jaar netto 101 woningen toevoegen, DAEB-woningen toevoegen, dat vind ik eigenlijk niet goed te praten. Ik vind het eigenlijk een schandvlek op de woningbouwambities van dit college, maar goed, het ligt er. We hadden het veel eerder moeten bespreken. Ik vind ook dat de procedures zoals die momenteel lopen, dat we eigenlijk veel te laat geïnformeerd worden. Daar moet echt een verbeteringsslag in gemaakt worden.
Dus mijn vraag is eigenlijk een beetje aansluitend op wat ook de heer Veerman al gevraagd heeft: hoe is het bod ontvangen door de bestuurlijke tafel wonen? Kunnen we daar eindelijk over geïnformeerd worden? Want de reactie van die bestuurlijke tafel die gaat heel belangrijk worden voor de vervolgstappen die dit college moet gaan zetten. Het heeft namelijk, kan, zeker gezien de koerswijziging die – dat woord komt heel vaak voor in het document en ik vind het echt een vreselijk woord – heeft gewoon grote gevolgen voor andere gemeenten. Uiteindelijk zullen die op de blaren moeten gaan zitten als wij sociale woningbouw niet gaan toevoegen. Dus ik wil de wethouder vragen om hier actiever over te informeren. Ik ben heel benieuwd naar haar antwoorden hierop. Daarnaast zou ik graag beter ook geïnformeerd worden over de voortgang van de verduurzaming en renovatie van de woningen die nu in het sociale woningbouwsegment zitten, want we hebben nu de corporaties daar de vrije hand ingegeven, of in ieder geval de druk opgelegd om daar grote stappen in te zetten. Dus dat zou ook nu een grote vlucht moeten gaan nemen. Waar ik me aan stoor is het feit dat in het bod alweer vooruitgelopen wordt op de beoogde
bebouwing in Pasgeld-Oost. Er wordt gesproken over de mogelijke hoeveelheid en wat het woningbouwprogramma zou moeten zijn, maar daar wordt toch echt op de zaken vooruit gelopen. Het zou het college sieren als ze daarin terughoudendheid zou tonen. Wat betreft het woonfonds, ik ben heel benieuwd naar de stappen die daar ingezet worden. Ik vind het een risicovol iets. Ik moet ook echt nog zien dat daar vanuit de overheid, dat daar echt met een positief gevoel naar gekeken wordt. Dus ik, u vraagt ons om dit ter kennisgeving aan te nemen en dat we goed geïnformeerd worden over de vervolgstappen. Ook daarin geldt eigenlijk wat ik net al bij alle wensen heb gezegd: hou ons op de hoogte, informeer ons goed. Want dat is, vind ik, momenteel enigszins onder de maat. De heer Van der Meij GBR: Dank voor het sturen van de verschillende IB-brieven en ook de mogelijkheid aan de collega’s om daar nu van gedachten met elkaar over te wisselen. We hebben in de regio een behoorlijke opgave staan ten aanzien van de nieuwbouw sociale woningbouw. Gemeentebelang in Rijswijk is daar behoorlijk kritisch in als het gaat om ons aandeel in die nieuwbouw in de komende jaren. Gegeven ook het feit dat wij, ten opzichte van de regio, want in de regionale opgave een fors aandeel sociale woningbouw reeds binnen onze gemeentegrenzen hebben staan.
Wij hebben gezegd: als we het hebben over nieuwbouw sociale woningbouw zou het met name over doelgroepen moeten gaan. Het doelgroepenbeleid doorvoeren en niet in kwantiteit en in percentages, maar wel in sociale woningbouw hier wel toevoegen. In dat verband hechten wij veel meer waarde aan het thema doorstroming. In dit verband heb ik de vraag aan de wethouder: op de casuïstiek van de Nieuw-Benedictus, die nu aanstaande is om opgeleverd te worden, hebben wij hier zicht in hoeverre de Nieuw-Benedictus als casuïstiek kan dienen als het gaat om doorstroming? Doorstroming van ouderen die nu scheefwonen in grote woningen, die nu de gelegenheid hebben om in een goed woonproduct dichtbij voorzieningen ondergebracht te kunnen worden, aansluitend op hun woonbehoeften op dit moment. Waarmee we bestaande woningen vrijspelen voor doelgroepen die daar veel beter in inpassen, in dit geval bijvoorbeeld gezinnen als het gaat om grondgebonden woningen.
In hoeverre kan de lessen die we leren met Nieuw-Benedictus ook voor andere projecten ingezet kunnen worden? Tweede vraag die ik daarbij heb: in hoeverre heeft de wethouder zicht op samenwerking tussen woningcorporaties en de markt? In hoeverre stimuleren corporaties, respectievelijk stellen marktpartijen zich open om mensen die nu in een sociale woning zitten, maar best een vrije-sector-woning kunnen betalen, in hoeverre worden die gestimuleerd om door te stromen? Zodat op dat moment ook weer bestaande vrije sociale huurwoningen voor de doelgroep vrijgespeeld kunnen worden? Met andere woorden: hoe werken nu die mechanismes op dit moment en kunnen we daarmee bewerkstelligen dat wij meer evenwichtige woningvoorraad in Rijswijk kunnen realiseren, met de juiste woning voor de juiste doelgroep? De heer Van Enk CDA: Ik heb niet zoveel vragen aan de wethouder. Ik heb wel, nu dit geagendeerd wordt, behoefte om mijn tevredenheid uit te spreken over de stukken die voorliggen, te beginnen met het bod. De koerswijziging waar daarvan sprake is in de tekst die zie je nu ook in de getallen terug en de koerswijziging die hebben we eigenlijk al in deze raad besproken ruim een jaar geleden. Die is door de portefeuillehouder, de heer Van der Laar, ook op papier gezet. Toen hebben wij gezegd: laat dan ook zien in getallen en aantallen hoe we die koers gaan varen. Ook dat is toen gebeurd.
We hebben toen een uitgebreide lijst, ook een bijlage gekregen, welke woningen nog in sociale sector op stapel stonden en hoe we daar tot een koerswijziging konden komen met de nieuwbouwplannen. Ik heb destijds ook duidelijk uitgelegd waarom, omdat meer het CDA die koerswijziging noodzakelijk vindt. Het is geen luxe voor de gemeente Rijswijk om een koerswijziging te hanteren, dat heeft alles te maken met onze financiën, dat heeft alles te maken met het beheersbaar houden van wijken met veel sociale woningbouw en achterstanden van onderhoud. Het heeft dus alles te maken met voorrang geven en met aandacht schenken aan onze bestaande bewoners in sociale huisvesting. Die, onder meer bij onze CDA-fractie, hebben geklaagd over de toestand van de woningen waar ze wonen, en die heeft ook te maken met ontwikkelingen van het gemeentefonds. Daarom is ook in de regio afgesproken, dat hebben we een jaar geleden ook in een presentatie – toen we nog bij elkaar konden komen voor de coronacrisis – hebben we
dat gehoord van de regionale projectleider dat ook in de regio wordt afgesproken om die grote verschillen in percentages sociale woningbouw en vrije sector, om die wat meer naar elkaar toe te brengen. Wat mij betreft is het dus geen verrassing dat het concept bod wat nu is uitgebracht, dat dat ook voldoet aan wat we in de raad hebben besproken en ook voldoet aan wat in de regio is afgesproken over het meer evenwicht brengen in de hele regio van verdeling van woonlasten. Wat dat betreft dus eigenlijk geen nieuws onder de zon. Ik snap wel dat de heer Kooy nog steeds zegt: dat is niet mijn beleidslijn vanuit de Partij van de Arbeid. Dat vind ik ook heel valide. Dat geldt ook voor de heer Wit, dat snap ik. Maar daar kunnen we over van mening verschillen en daar kunnen we over van mening blijven verschillen, maar ik denk nog steeds dat het goed is als we in deze raad deze verstandige koers verder door gaan zetten. Dan in de tweede plaats de motie en de opvolging die daar nu in het tussenbericht aan wordt gegeven door voorbereidingen die daarin bezig zijn. Ook dat vind ik natuurlijk verheugend. De motie is samen destijds met u, voorzitter, ingediend.
De heer Oelen die wijst erop dat, hij vraagt: is dat niet nu wat minder nodig, omdat gezien er projectontwikkelaars in de wachtkamer zitten, om op mooie vrijstaande kavels in een vrije sector te bouwen? Ik denk dat het niet de achterliggende gedachte destijds – bij mij in ieder geval – was om een motie in te dienen, omdat anders vanuit de markt geen enkel initiatief zou zijn. Het initiatief wat alleen genomen wordt vanuit de markt is dat er hooguit aan het begin gestart wordt met middendure woningen, maar dat die heel snel door prijsstijgingen omhoog worden gedrukt. Daar is dat gat door ontstaan tussen de vrije sector duur en de goedkope sociale woningen. Ik denk dus dat die motie nog steeds ontzettend belangrijk is en ik zou de wethouder willen vragen om daarmee door te gaan, zodat we straks aan de hand van een concreet uitgewerkt voorstel kunnen beoordelen of wij als gemeente dit avontuur aan willen. De heer Oelen VVD: Voorzitter, ter interruptie. De heer Oelen VVD: Een vraag aan de heer Van Enk, want u werkt bij een projectontwikkelaar, dat u zegt dat u weet dat als zij een voorstel ontwikkelen, dat zij voornemens zijn om de huren binnen korte tijd heel erg omhoog te gooien, begrijp ik? De heer Van Enk CDA: Ik werk niet bij een projectontwikkelaar, absoluut niet. Nee, dat is wat je leest in de krant, mijnheer Oelen.
Wat je ook leest, de berichten zijn er talrijk over geweest, is dat er gewezen wordt op dat gat. Wat het voor mensen die in die middeninkomens zitten ontzettend moeilijk maakt om een woning te vinden en dat die woningnood net zo dramatisch is als in de sociale sector. Dat wordt ook door Edis gezegd, daar wordt door verschillende deskundigen – ook corporaties – op gewezen. Dat is ook de reden dat de minister onlangs corporaties ook meer ruimte heeft gegeven om net buiten die sociale sector te gaan bouwen. Kortom, het is goed als daar mogelijkheden voor worden geboden, maar als je het alleen aan de projectontwikkelaar overlaat dan zal die – gelet op de huidige markt – optimale winst willen gaan behalen. Dan moet je met heel ingewikkelde contracten proberen dat nog een tijdje tegen te houden, maar uiteindelijk blijft het toch een woning van een projectontwikkelaar. Daar zou nou de motie mogelijk een oplossing voor kunnen bieden. Dat we dat als gemeente zelf in de hand houden en onszelf met marktpartijen op die markt begeven, om daar ook alleen maar enorm profijt van te hebben voor onze nieuwe inwoners die daar gebruik van kunnen maken. De voorzitter: De heer Kooy meen ik te horen.
De heer Kooy PvdA: Mijnheer Van Enk, begrijp ik nou goed uit uw woorden te verstaan dat u eigenlijk een voorstander bent om de marktwerking niet in de volle breedte meer te omarmen, maar juist meer afstand te nemen als CDA en meer voor regulering gaan zijn, om die vrije huurexplosie tegen te gaan? De heer Van Enk CDA: Dat je zou je wel zo kunnen zeggen inderdaad. Dat klopt. Het is een vreselijk moeilijke situatie die op de woningmarkt is ontstaan en die is dus inderdaad al een paar jaar uitgebreid,
dat probleem, van een sociale sector tot een heel stuk daarboven. Dat hebben we toen bij de motie ook uitgelegd en ik had ook destijds de indruk dat die op sympathie in de raad kon rekenen: hij is overgenomen door het college. Maar onder andere die beroepsgroepen die daar werden genoemd, dat waren voorbeelden. Het is natuurlijk prachtig als we daar ook voorrang aan kunnen geven, maar die werden genoemd als voorbeelden. Verpleging, zorg, politie, dat zijn mensen die gewoon niet aan de bak komen in de huidige woonmarkt. Hooguit een koophuis, bijvoorbeeld in Rijswijk-Buiten, als je daar nog de prijs wat weet te drukken. Maar na een paar jaar het mom – hoe heet het? – dat beding wat je erop kan leggen, dat is uitgewerkt. Dan gaan die huizen ook, die worden doorverkocht en die prijzen stijgen sky-high. De heer Van Enk CDA: Dus het CDA wil graag opkomen voor die middaggroepen en die een kans bieden. Dat kan alleen maar aan als we inderdaad meer overheidsbemoeienis plegen. De heer Van Enk CDA: Als het gaat om overheidsbemoeienis. Een tijdje geleden had de PvdA nieuws over zo’n programma waarin de zogenaamde clausule werd neergezet: probeer nou bijvoorbeeld ook personen of bedrijven die heel veel huizen verhuren en die ook opkopen en verhuren voor hoge prijzen, probeer dat markteffect een beetje tegen te gaan.
Nou, ik zal de heer Kooy verbazen misschien, maar ook dat klinkt mij heel sympathiek in de oren. Ik denk dat wij op verschillende fronten daarin moeten ingrijpen om aan deze woningnood voor de middengroepen de nood gaan nemen. De heer Weterings RB maakt opmerking dat ten onrechte de heer Rob van den Broeke dir. Rijswijk Wonen deelneemt aan deze vergadering. Dit is gecorrigeerd. Mag wel meekijken niet deelnemen via Teams. De voorzitter: Wat ik wel zou willen oproepen, want we lopen erg uit de tijd, of naar aanleiding van interrupties de reacties iets korter zouden kunnen. Want het zijn interrupties en reageer dan even op de interruptie en dan kunnen we inderdaad daarna het debat nog voeren. De heer Van Enk CDA: Dat ben ik met u eens, voorzitter, maar er worden natuurlijk een hele hoop technische vragen gesteld die mij boven mijn pet gaan ook, waar ik ook helemaal geen interesse in heb, terwijl ik juist het op prijs stel als de heer Kooy een interruptie pleegt op het beleid wat we hier voeren. Want daar is een Forum voor bedoeld. Het heet hier Forum in plaats van een commissie, volgens mij is D66 daar bij uitstek een voorstander van, om juist als partijen met elkaar in discussie te gaan. Ik ben uitermate verbaasd dat mij nu voor de voeten wordt geworpen dat ik dat niet zou moeten doen.
Althans, dat zegt u niet, voorzitter, maar ik zou graag die ruimte met elkaar nemen en laten we alsjeblieft onze beleidsmatige oordelen met elkaar uitwisselen, daar gaat het hier om. De voorzitter: Ik wil doorgaan naar de heer Cupedo. De heer Cupedo BvR: Dank u, voorzitter. Is er de mogelijkheid om over de IB – 10.A komt niet, B – 10.C te praten? De voorzitter: Ja. De heer Cupedo BvR: Oké. 10.A, Beter Voor Rijswijk vindt dat Rijswijk verstandig bezig is om de middengroepen, voor de brandweer, politie en dergelijke te bouwen. Dat gezegd te hebben. Wel vindt Beter Voor Rijkswijk dat wij hebben de nodige zorgen en met name over de DAEB-woningen. De buren betalen 1000 euro en … Nee, sommige mensen betalen 1000 euro, laat ik het goed zeggen, en de buren daarvan betalen 700 euro. Er is zelfs mogelijkheid op het bevriezen van de huur, is niet bespreekbaar bij de woningbouwvereniging. Nou is onze vraag aan de wethouder: wat vindt u daarvan? Dat is 10.A. Gaan we naar 10.B, even in reactie op de PvdA. Investeren in de sociale woningbouw heeft Rijswijk al meer dan 60 jaar gedaan. Dit belemmert de doorstroming. Beter Voor Rijswijk vindt dat dit college goed bezig is. En dan even 10.C.
De heer Kooy PvdA: Voorzitter, bij interruptie. De voorzitter: De heer Kooy. De heer Kooy PvdA: Is het bekend dat de investeringen die in de sociale woningbouw plaatsvinden voornamelijk door de woningbouwverenigingen zelf plaatsvinden, dat dit bij elkaar gebracht is vanuit de huren die eerder zijn afgedragen en dat daar het grootste gedeelte van de kosten van de sociale woningbouw vandaan komen? Dat de bijdragen die de gemeentes doen uiterst beperkt zijn. De heer Van Enk: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van Enk. Kort graag. De heer Van Enk CDA: Ja. De heer Cupedo reageert niet op de interruptie, dus dan wil ik het graag doen. Ik denk dat de gemeente daar wel degelijk enorm aan bijdraagt door de grondexploitatie te drukken. Dan wordt de sociale woningbouw – dat hebben we eerder besproken, mijnheer Kooy – wordt de prijs enorm gedrukt en dat hoest de gemeente op. Maar u hebt wel gelijk dat de corporaties door de huuropbrengsten wel die woningen in stand houden. Dat doen we inderdaad al zestig jaar. Daarom vind ik ook dat Rijswijk niet gestraft moet worden in de regio door te zeggen: wij hebben al zestig jaar lang zoveel sociaal gebouwd, dan moeten we het nog in de toekomst nog maar meer gaan doen. Dat moet in balans blijven, dat is het hele eieren eten. De heer Kooy PvdA: Voorzitter, nog even op Cupedo dan reageren. De voorzitter: De heer Kooy.
De heer Kooy PvdA: Hoe staat dat dan in verhouding? Want ‘enorm’, zie ik een andere definitie van in het woordenboek, maar dat in relatie tot de woordvoerder van zijn partij dinsdag aangaf dat gelet op de lage rentestand die er is het geld eigenlijk voor investeringen bijna gratis is. Dan hebben we toch als Rijswijk daar geen last van? De heer Cupedo BvR: Daar heb ik geen zicht op. Dan zou u nog even bij de woordvoerder van afgelopen dinsdag moeten zijn, bij de heer Braam. De voorzitter: De heer Cupedo, vervolgt u uw betoog. De heer Cupedo: Even kijken, wat betreft noch de subsidieaanvraag Pasgeld-West. Beter Voor Rijswijk is een voorstander van het voortzetten van het huidige percentage van de betaalbare woningen. Dank u wel, voorzitter. Schorsing De voorzitter: Dan wil ik het woord geven aan wethouder Besteman. Mevrouw Besteman: Dank ook aan de raad voor de nu al levendige discussie. Ik zal proberen om de vragen wel gestructureerd nog af te handelen. Dus ik ga dan toch even kijken of ik de IB-brieven en de fracties samen kan aflopen. Allereerst is het denk ik goed om te starten met het woonbod, daar zijn veel opmerkingen/vragen over gesteld. Het is goed om even de context helder aan uw raad te schetsen, want ik heb ook gehoord dat sommige fracties vinden dat ze daar wel iets meer bij betrokken hadden mogen worden.
Dat heb ik gehoord en ik zal dat in het proces ook schetsen, hoe ik dat vanaf nu ook van plan bent te doen. Ik denk ook dat ik er dan goed aan tegemoet kan komen. De samenwerkende gemeenten, de regiogemeenten in de regio Haaglanden, waar Rijswijk ook onder valt, de corporaties verenigd in de sociale
verhuurdersvereniging Haaglanden, de huurdersorganisaties en de provincie die zetten zich gezamenlijk in regioverband in voor een goed functionerende woningmarkt in de regio. In dat verband worden afspraken gemaakt over het doelgroepensegment, zoals dat genoemd wordt. Daaronder vallen de DAEB-woningen, die al genoemd zijn door verschillende partijen. Dus dat is dan ook meteen even richting de heer Kooy van de Partij van de Arbeid. In dat verband zijn deze afspraken gemaakt, die ten grondslag liggen aan de woonbiedingen van de verschillende gemeenten, die op hun beurt allemaal tezamen weer moeten leiden tot de nieuwe woningmarktafspraken in de regio. Het doel daarvan is dat we voldoende aanbod in het doelgroepensegment bewerkstelligen in de regio en met name ook dat er voldoende spreiding van dat aanbod over de verschillende gemeenten komen. De woningmarkt moet in de regio meer in balans komen, zoals de heer Van Enk dat ook al denk ik heel mooi heeft gezegd. Dat betekent concreet, omdat we het denk ik toch ook vanavond in ieder geval over percentages moeten hebben, dat gemeenten die hoog zitten met het aanbod qua doelgroepensegment mogen dalen, gemeenten die laag zitten zullen moeten stijgen. Dat zijn de regionale afspraken en in dat licht is ook natuurlijk het bod zoals dat nu vanavond wordt besproken en het bod dat Rijswijk aan de regio heeft gedaan tot stand gekomen.
Dus dat even tot op heden. Dan misschien het proces wat hierna nog volgt. Het eerste bod van iedere gemeente is aan de regio aangeboden, dat zijn we natuurlijk zelf, daar is een analyse op gemaakt door het bureau RIGO en daar is ook al een reactie van de provincie op gekomen. Want al die biedingen tezamen moeten natuurlijk leiden tot het voldoende aanbod en belangrijker nog, voldoende spreiding. ‘Dus wat zit er dan in dit bod?’, heeft de heer Hoek van Wij al gevraagd. Als we specifiek kijken naar Rijswijk en het bod dat wij hebben gedaan hebben we daarin alle harde plannen meegenomen. Dus dat zijn de harde plannen die u allemaal denk ik wel kent, zoals de Benedictus-locatie, waar de heer Van der Meij al over sprak, Our House in RijswijkBuiten, de Idenburglaan, et cetera. Ze staan allemaal op de bijlage bijgevoegd. Het tweede bod komt tot stand na gesprek met de raden en na een gesprek met één regiogemeente, waarin wij elkaar collegiaal bevragen over het bod en de mogelijkheid daarna volgt om het bod eventueel aan te scherpen of bij te stellen. Dat tweede bod wordt uiteindelijk vastgesteld door de gemeenteraad, dus ook door de gemeenteraad in Rijswijk uiteraard, zeg ik dan even nadrukkelijk tegen de fractie van D66 en de VVD, die daar ook naar gevraagd hebben. Uiteindelijk leidt dat tot de nieuwe woningmarktafspraken in deze regio. Dat even over het proces.
Waar staan we nu in de bespreking met de raad op dit moment? Het gesprek collegiaal volgt deze maand. In mijn geval, dan spreek ik over mijn bod, samen met de gemeente PijnackerNootdorp, en daarna vervolgt het proces zich zoals ik zojuist heb geschetst. Dan nog even en ook denk ik specifiek over de vraag van Beter Voor Rijswijk, die natuurlijk een beetje een vreemde eend is in de bijt is op dit moment, maar u heeft eerder vragen gesteld over de verschillen in huur. Daar hebben wij ook schriftelijk op geantwoord, dat het vaststellen van de huren aan de corporaties is. Maar als u daar nog meer over wilt weten of daar nog eens over door wilt praten dan kunnen we dat natuurlijk altijd even doen. Dan denk ik dat het ook van belang is, voorzitter, dat ik nog even toelicht hoe het staat met de prestatieafspraken. Ligt vanavond ook niet specifiek voor, maar ik heb daar eerder een brief ook aan uw raad over gestuurd als het gaat over het addendum op de woonvisie. Daarin hebben we gezegd dat we geen prestatieafspraken afsluiten met de corporaties, maar wil ik komen tot een stadsakkoord. U kunt dat zien als een akkoord op de langere termijn. De stand van zaken daar is op dit moment dat we het over een aantal zaken al met elkaar eens zijn als het gaat om energie en de verduurzaming … De heer Kooy PvdA: Voorzitter, interruptie graag. De voorzitter: De heer Kooy.