CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage D Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk (RV 25-015)

Raadsvergadering 25 maart 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorstel tot vaststelling van de Omgevingsvisie Rijswijk 2050, Gezonde buitenplaats in de Metropool (RV 25-015)25.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bovendien bestaat ook het besef dat de (nog te verlengen) erfpachtcanon een zeer lange doorlooptijd heeft. De contractuele afspraken komen wij vanzelfsprekend na. Bij veel ruimtelijke opgaven moet echter ver vooruit worden gepland. Wij willen u als gebruiker van de grond graag zeer ruim van tevoren informeren, mochten wij mogelijk het gebruik als golfbaan op termijn beëindigen. Daarom vinden wij het van belang om nu al een bestuurlijke uitspraak te doen over de toekomst van het golfbaanterrein. Om te voorkomen dat de RGC pas na vaststelling van de Omgevingsvisie te horen zou krijgen dat de golfbaan is aangewezen als onderzoekslocatie, hebben wij de RGC als belanghebbende specifiek geïnformeerd over dit voorgenomen besluit. Wij zijn het met u eens dat wij u eerder hierover hadden kunnen informeren. 1. Ten behoeve van deze omgevingsvisie heeft geen onderzoek plaatsgevonden over de waarde van de golfbaan voor de biodiversiteit. Het wordt immers als een ‘te onderzoeken’ locatie aangewezen. Daarom hebben wij op voorhand ook geen standpunt over het golfbaanterrein. Het meer biodivers inrichten van de golfbaan wordt slechts als voorbeeld genoemd hoe opgaves opgepakt kunnen worden met behoud van het huidige gebruikt. Wij waarderen uw opmerking dat u het als uw verantwoordelijkheid ziet om een bijdrage te leveren aan milieuvriendelijk natuurbeheer. 2.

Ten aanzien van uw opmerking over circulaire economie merken wij graag op dat delen van de Plaspoelpolder getransformeerd worden naar gemengde werk-woongebieden omdat hier sprake was van leegstaande kantoren en een transformatie naar een bedrijfsfunctie financieel niet uitvoerbaar was. Daarnaast gaat het in de Plaspoelpolder om

in de loop der jaren duidelijk aan kwaliteit ingeboet en dientengevolge zou een grondige 'make over' met veel aandacht voor circulaire economie ons inziens veel meer voor de hand liggen om hierin te voorzien.

veel kleinere percelen die intensief bebouwd zijn. Dit valt goed samen met het beleidsdoel om woningbouw te concentreren nabij hoogwaardig openbaar-vervoer- knooppunten. Juist met deze gemengde werk-woongebieden willen wij de Plaspoelpolder een kwaliteitsimpuls geven. Het middengebied van de Plaspoelpolder blijft bedrijvigheid.

3. Wat de RGC ook mager naar voren vindt komen in de Omgevingsvisie is de regionale benadering cq inbedding van de Omgevingsvisie. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is er juist voor opgericht om tot een goede afstemming te komen van activiteiten, met name economische, van de ingelegen gemeenten. In de nabijgelegen gemeenten Delft (TU Delft Campus) en Pijnacker- Nootdorp (De Boezem) is er volop ruimte voor nieuwe duurzame bedrijvigheid van verschillend karakter. De filosofie van de MRDH is juist dat niet eIke gemeente op elk terrein het wieI uitvindt maar dat functies als werken en wonen op efficiënte en elkaar versterkende wijze worden afgestemd. Het komt ons voor dat de Gemeente Rijswijk enerzijds gezien de menging van functies in de Plaspoelpolder blijkbaar groengebieden willen opgeven, zoals onze golfbaan, anderzijds geen duidelijke planologische keuzes maakt, zeker bezien vanuit een regionale context.

3. Ten aanzien van uw opmerking over regionale afstemming merken wij nog op dat wij juist veel met de MRDH, Provincie, Rijk en omliggende gemeentes contact hebben over de aanpak van diverse ruimtelijke opgaven. Juist de samenhang van de diverse opgaven is complex en vraagt om scherpe keuzes. Er lopen diverse regionale processen die de komende jaren moeten leiden tot die ruimtelijke keuzes. Juist vanwege het voeden van die regionale processen is het van belang dat de gemeente Rijswijk onderzoek doet naar locaties zoals die van het golfbaanterrein.

4. In de MER (pag. 71) wordt ook geconstateerd dat het realiseren van goede sportvoorzieningen in Rijswijk een lastige kwestie is. Hoe logisch is het dan om te overwegen om een intensief bespeeld, en voor een golfbaan qua omvang zeer compact, terrein een andere functie te geven. De golfsport is bij uitstek de sport die tot op hoge leeftijd kan worden beoefend hetgeen ook moge blijken uit het grote aantal 80+ers in onze Vereniging. Gezien de vergrijzende samenleving betekent dit een zeer waardevolle bijdrage aan de volksgezondheid van juist kwetsbare groepen. Ouderen te motiveren te blijven

4. Ten aanzien van uw opmerking over sportvoorzieningen erkennen wij het belang van voldoende beweging, specifiek voor ouderen. Dit is dan ook zeker een van de argumenten om de golfbaan te behouden. De kwaliteit van de Vlietzone, inclusief de ecologische waarde van het gebied, vormt een ander argument. Echter, zoals aangegeven, zal er een integrale afweging moeten plaatsvinden waarin alle belangen tegen elkaar worden afgewogen.

Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

bewegen is dan ook terecht terug te vinden in het beleid van elk overheidsorgaan. Gelet op het voorgaande zijn er dan ook gegronde redenen van juridische, procedureel en contractueel, en inhoudelijke aard om de Omgevingsvisie aan te passen waar het 't voornemen ten aanzien van onze golfbaan betreft. Reeds nu ondervinden wij, nu de Omgevingsvisie openbaar is gemaakt door de terinzagelegging, de negatieve gevolgen van dit voornemen op onze kwetsbare exploitatie aangezien onze toekomst bij donderslag met onzekerheid is omgeven. Wij verzoeken uw Raad dan ook ertoe over te gaan dit voornemen te schrappen uit de Omgevingsvisie. 7.

Inwoner Rijswijk Aandachtspunten voor de toekomst: 1.a. Op blz. 20 is vermeld dat voor Rijswijk 9.396 woningen tot 2030 (zonder sloop) zijn opgenomen, waarvan 24% sociaal en 74% betaalbaar. Het is voor de indiener van belang dat hier ook vermeld wordt dat het aandeel sociale huurwoningen (DAEB) ten opzichte van de totale woningvoorraad op 30% wordt gehouden. Dat staat ook op blz. 43.

1.b. Op blz. 28 (en 84) wordt vermeld dat de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk onder druk staat. Dat is niet meer Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

Deze afweging is aan de gemeenteraad.

1.a. Het percentage van 24% sociale huurwoningen dat op p. 20 is opgenomen, betreft het percentage zoals dat ten tijde (2023) van het opstellen en vaststellen van de Regionale Realisatie Agenda Wonen Haaglanden in het totale woningbouwprogramma was opgenomen. Dit percentage is het resultaat van eerdere keuzes met betrekking tot woningbouwontwikkelingen die zijn gemaakt in de voorgaande jaren. Op dit moment bestaat de ambitie om het aandeel sociale huurwoningen, in eigendom van corporaties (aangeduid met DAEB), 30% te laten bedragen. Deze ambitie wordt elders in de Omgevingsvisie geformuleerd. In het huidige woningbouwprogramma is ook de progressie van het percentage door deze ambitie zichtbaar. Het bereiken van deze ambitie door het ombuigen van eerdere keuzes is desalniettemin een complexe opgave. 1.b. Op 5 december 2024 is door de hoogspanningsnetbeheerder Tennet netcongestie afgekondigd voor afname van elektriciteit voor bijna

In paragraaf 2.5.2, alinea 4, achter de zin ‘Ons actuele woningbouwprogramma tot 2040 bestaat uit ongeveer 11.000 woningen’ vullen we aan: ‘In ons actuele woningbouwprogramma streven we naar een totale voorraad sociale huurwoningen (DAEB-woningen) van 30% van de totale woningvoorraad.’

1.b. In paragraaf 4.8 onder het kopje “Warmtetransitie: overgang

de realiteit. Ook in Rijswijk kunnen helaas de komende tijd niet alle aansluitingen worden gerealiseerd.

1.c. Op blz. 29 wordt de Haagweg naast de Beatrixlaan als inprikker voor de stad genoemd. Om misverstand te voorkomen moet de Haagweg niet als inprikker worden genoemd, omdat regionaal en ook met Den Haag is overeengekomen dat de Haagweg en Rijswijkseweg geen inprikkers zijn. In aansluiting hierop zijn beide wegen versmald van 2x2 naar 1x1 rijstroken. 1.d. Op blz. 29 wordt de verkeersproblematiek die het gevolg is van de groei van het aantal woningen in de omliggende gemeenten slechts genoemd. In het kader van de Rijswijkse mobiliteitsstrategie en bij de plannen voor CID-Binckhorst heeft indiener aanbevolen een actieplan op te stellen om deze problematiek aan te pakken en niet af te wachten. 1.e. Op blz. 30 wordt vermeld: “Daarnaast wordt gewerkt aan een nieuwe tramverbinding tussen Den Haag en Delft, via Rijswijk (CID-Binckhorst)”. Dit suggereert dat deze nieuwe tramverbinding een voldongen feit is. Dat is volgens indiener niet de realiteit. Naar nut en noodzaak en inpasbaarheid van deze verbinding wordt nog onderzoek gedaan. Indiener heeft meermaals vermeld het uit oogpunt van regionaal openbaar vervoer ongewenst te vinden om de route tramlijn 1 te veranderen.

Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

heel Zuid-Holland. De congestie doet zich niet voor op het midden- en laagspanningsnet maar heeft wel een direct doorwerking in Rijswijk. Nieuwe aanvragen voor grootverbruik aansluitingen worden op een wachtlijst geplaatst, maar voor woningen geldt dit nog niet. Zoals beschreven in de Omgevingsvisie blijven we in nauw contact met Stedin om netcongestie op midden- en laagspanningsnet te voorkomen. De tekst in de omgevingsvisie wordt geactualiseerd. 1.c. De Haagweg is inderdaad geen inprikker naar Den Haag. Het is wel een belangrijke toegangsweg naar Rijswijk. Streven is om meer verkeer naar Den Haag via de Rotterdamse Baan te leiden 1.d Rijswijk heeft hiervoor een uitvoeringsagenda van de mobiliteitsstrategie opgesteld. Rijswijk is ook betrokken bij het opstellen van de Regionale Netwerkstrategie, waarin het toekomstig verkeersbeeld vanuit regionaal perspectief wordt beschouwd. 1.e. De nieuwe tramverbinding tussen Den Haag en Delft is inderdaad nog geen voldongen feit. Uit de vorige fase van het project (de verkenning) is een voorkeursalternatief voortgekomen en dit is vastgesteld door de gemeenteraden van Rijswijk, Leidschendam-Voorburg en Den Haag medio 2023. Het voorkeursalternatief is een tramverbinding tussen Den Haag en Delft via de Geestbrugweg. In de huidige fase van het project (planning- en studiefase) wordt het voorkeursalternatief verder uitgewerkt en onderzocht.

Met een zogenoemde projectbeslissing wordt deze fase van het project naar verwachting in 2026 afgerond. Voor die tijd moeten de impact en effecten van de tramverbinding duidelijk zijn. De Rijswijkse gemeenteraad heeft

naar duurzame warmte” wordt in de tweede alinea, vijfde zin achter het woord “lokale” toegevoegd “en regionale”. In paragraaf 4.8 onder het kopje “Warmte-infrastructuur” wordt in de vijfde alinea, 3de zin “op het risico” verwijderd. In paragraaf 4.8 is het kopje “Voorkomen van netcongestie” aangepast naar “Netcongestie” In paragraaf 4.8 onder het kopje “Netcongestie” is: - in de eerste alinea is de tekst “om netcongestie in Rijswijk te voorkomen” aangepast naar “om netcongestie op het midden- en laagspanningsnet in Rijswijk te voorkomen”. - in de derde alinea in de laatste zin de tekst “verlagen we de kans op netcongestie” aangepast naar “verlagen we de druk op het elektriciteitsnet”. 1.c. In paragraaf 2.5.6 is “inprikkers van” gewijzigd in “toegangswegen naar”. 1e. In de tekst over de tramverbinding via de Geestbrugweg is nuance aangebracht.

hierover vier moties en een amendement aangenomen in de vergadering van 1 juni 2023. 2. Passend woon- en zorgaanbod. (blz. 43 en verder). De paragraaf over woningbouw en woningvoorraad gaat vooral over de bouwopgaven. Het is van belang om, gelet op de urgente problematiek van de starters, voor de kansarmen en de specifieke aandachtsgroepen meer accent te leggen op de woningvoorraad aan de onderkant van de markt. Dat kan in de praktijk door de bestaande goedkope voorraad van DAEB-woningen voorlopig zoveel mogelijk te handhaven, ook al zijn deze niet altijd helemaal ‘op norm’, en deze (voorlopig) niet te slopen ten behoeve van vervangende (veelal) duurdere nieuwbouw, zoals nu regelmatig gebeurt. Het stuwmeer van woningzoekenden aan de onderkant van de markt neemt hierdoor alleen maar toe.

3. Gezonde leefomgeving. Op blz. 48 wordt vermeld dat op termijn zero emissiezones worden ingesteld. Dat is wat tentatief. De gemeente Den Haag doet dit voor het centrumgebied al vanaf 1 januari 2025 en breidt het gebied vervolgens uit. Ook Delft doet dit. Het lijkt indiener verstandig hierbij aan te sluiten. Op blz. 48 komt ook het omgevingslawaai aan de orde. Binnen de gemeente is de A4 een van de belangrijkste bronnen van te veel verkeerslawaai. Weliswaar gaat het om een rijksweg, maar een actiepunt om bij het Rijk te bepleiten om hier snelheidsbeperking met trajectcontrole in te voeren vindt de indiener het vermelden waard. Indiener Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

2. Er zijn op dit moment twee locaties in Rijswijk waar sloop van bestaande sociale huurwoningen zal plaatsvinden, dan wel beoogd is; te weten Te Werve Oost en de Plataanstraat e.o. De kwalificatie “regelmatig” is in deze context van twee locaties niet passend. De beleidsmatige basis voor deze sloopnieuwbouwplannen is expliciet door de gemeenteraad vastgelegd in o.a. de huidige woonvisie (Actualisatie van de Woonvisie uit 2021). Voor beide locaties geldt dat de herstructurering per saldo niet mag leiden tot een afname van het aantal sociale huurwoningen. Hetzelfde aantal sociale huurwoningen zal dus in de nieuwbouw terug moeten komen. Door de verdichting die met de herstructurering gepaard gaat, komen er ook middeldure en dure woningen bij. Het versterken van een kwetsbare buurt als Te Werve Oost door middel van het toevoegen van (middel)dure woningbouwcategorieën aan de voorheen eenzijdige sociale woningbouw, was daarbij een belangrijk argument in de besluitvorming door de gemeenteraad. 3. Het invoeren van maatregelen die bijdragen aan schone lucht is een belangrijk doel van de gemeente. Daarom voeren wij het Actieplan Luchtkwaliteit uit en als onderdeel daarvan breiden wij de huidige milieuzone in omvang uit naar een groter gebied waarvan ook de Prinses Beatrixlaan en omgeving onderdeel wordt.

Wij gaan vervolgens onderzoek doen naar mogelijkheden voor een stapsgewijze invoering van een zero emissie zone. De gesprekken met de regio en MRDH en het ministerie van I&W lopen nog. In dat kader wordt een verlaging van de snelheid op de A4 onderzocht. Ook

3. Op pagina 48 onder hoofdstuk 4.3 Gezonde leefomgeving onder luchtkwaliteit, 4e alinea. De zin “Hieraan geven we invulling door het uitbreiden.............kaart zero emissie zone) Wijzigen in: “Hieraan geven we invulling door het uitbreiden van de milieuzones, het onderzoeken van mogelijkheden voor stapsgewijze invoering van zero emissie zones, het stimuleren van elektrificatie

heeft dit eerder in zijn reactie d.d. 3 april 2024 op de Mobiliteitsstrategie naar voren gebracht, waarop hij als antwoord kreeg dat gesprekken met het Rijk over de doorstroming op de A4 nog gaande zijn, maar dat op dit moment geen keuzes zijn gemaakt. Indiener stelt het opnemen van zijn suggestie in de Omgevingsvisie op prijs. Indiener is van mening dat de Beatrixlaan een van de wegen is waar echt te veel geluidhinder aan de orde is. De ondertunneling van deze weg zou dit probleem oplossen.

een toekomstbestendige herontwikkeling van de Beatrixlaan loopt nog.

van het wagenpark en brede uitrol van laadinfrastructuur.”

4. Leefbare en veilige wijken Blz. 52 en verder. De passages over een hoogwaardige en duurzame inrichting en beheer van de openbare ruimte worden door indiener van harte onderschreven. Op het kaartje (afbeelding 4.4) ontbreekt De Ottoburg als buurtcentrum in Oud Rijswijk en is ook Don Bosco niet opgenomen (hoewel de huidige locatie eindig blijkt te zijn). Het is ook niet in de tekst vermeld.

4. Wij zullen De Ottoburg toevoegen aan de kaart. Voor Don Bosco zullen wij dit niet doen, omdat zij per 1 juni 2025 het huidige pand moeten verlaten.

De Ottoburg wordt toegevoegd aan afbeelding 4.4.

5. Duurzame energievoorziening (Blz. 80 en verder). In de paragraaf duurzame energie wordt een hoeveelheid aan eventuele maatregelen en suggesties vermeld die aangrijpingspunten bieden om Rijswijk in 2050 klimaatneutraal te maken. Indiener kan zich niet aan de indruk onttrekken dat hij denkt dat dit geen haalbare kaart wordt. De aanpak die in de Omgevingsvisie wordt voorgesteld is te weinig robuust en nogal afhankelijk van initiatieven van individuele particulieren en ondernemers en maatregelen van het Rijk. Ook vindt indiener dat de Omgevingsvisie op dit punt geen urgentie uitstraalt. Hij vindt het opmerkelijk dat gesteld wordt dat elektrificatie in warmtewijken niet wordt gestimuleerd, terwijl elektrificatie van cv-ketels in met name de oudere woningvoorraad een goedkope en doeltreffende manier is om van het aardgas af te komen. Ook wordt in de Ontwerp Omgevingsvisie waterstofgas of biogas niet genoemd als vervanging van aardgas. Omdat het beoogde warmtenet niet in de gehele gemeente wordt aangelegd, betekent dit dat er voor oudere wijken in Rijswijk geen zicht is op een oplossing om van het aardgas

5.Voor oudere woningvoorraad geldt dat deze onvoldoende geïsoleerd zijn om met een elektrische warmtepomp te verwarmen. Het isoleren van deze woningen is kostbaar. Nog los van het vraagstuk rondom netcongestie zien wij elektrificatie van deze wijken niet direct als een goedkope oplossing. Om die reden zullen wij op dit moment elektrificatie niet stimuleren, maar individuele keuzes blijven mogelijk.

Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

In de brief van 20 juli 2023 heeft de toenmalig minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening gemeenten verzocht om groen gas en waterstof niet als toekomstige warmteoplossing op te nemen, gezien de beperkte mate waarin dit in de toekomst beschikbaar zal zijn. In de omgevingsvisie volgen wij dit verzoek.

af te komen. Indiener vindt dat er een scenario voor moet komen. Zijn voorkeur gaat daarbij uit naar elektrificatie, in de veronderstelling dat het elektriciteitsnet de komende jaren weer wat op orde is gekomen. 6. Goede bereikbaarheid (blz. 94 en verder). Indiener vindt dat er meer aandacht moet komen voor de invloed van de grootschalige bouwplannen in de omliggende gemeenten op de wegen in Rijswijk. Ook voor verandering van het mobiliteitsgedrag zal in overleg met de omliggende gemeenten een actieplan moeten worden gemaakt. Indiener is voorstander om de Beatrixlaan als inprikker op te waarderen, maar dan moet dit wel als tunnel worden uitgevoerd. Indiener vindt dat moet worden gestreefd om de ondertunneling op te laten nemen in de MIRT-projectenlijst. Indiener is voorstander van een goed openbaar vervoer. Maar een nieuwe HOV-verbinding tussen de Binckhorst en Delft via de Geestbrugweg is geen verbetering. Het actiepunt ‘onderzoek naar verbeteren van oost-west verbinding van openbaar vervoer richting Westland en Ypenburg/Zoetermeer’ is voor indiener niet duidelijk. Wél belangrijk is de gewenste HOV-lijn over de Beatrixlaan.

6. Er vindt regelmatig afstemming plaats met omliggende gemeenten over mobiliteit. Er wordt momenteel een regionale netwerkstrategie opgesteld. Daarnaast is vanuit het Rijksprogramma MoVe (Mobiliteit en Verstedelijking) aandacht voor de relatie tussen de groei van onze regio en de effecten hiervan op mobiliteit. Ook in de mobiliteitsstrategie van Rijswijk is rekening gehouden met ontwikkelingen in de omgeving.

7. Oud Rijswijk Indiener vindt het jammer dat Oud Rijswijk vrijwel uitsluitend als winkelcentrum wordt genoemd, terwijl er toch zo’n 2.500 mensen wonen. Indiener vindt het ook wonderlijk dat gestreefd wordt naar passend woon- en zorgaanbod, omdat dit al aanwezig is in Oud-Rijswijk. De stelling dat op termijn sprake zal zijn van een toename van bezoekers als gevolg van woningbouw in de Binckhorst lijkt voor de indiener vooral wensdenken te zijn, omdat er voor die bewoners ook aantrekkelijke alternatieven zijn.

7.Met het deelgebied Oud-Rijswijk is in de omgevingsvisie (paragraaf 5.2) alleen het centrumgebied bedoeld. Dat is kleiner dan de gehele wijk ‘Oud Rijswijk’. Hoewel in het centrumgebied ook wordt gewoond, onderscheidt dit gebied zich door de aanwezigheid van vele winkels en andere centrumvoorzieningen. Zoals beschreven in 5.2.4 heeft het creëren van ‘passend woon- en zorgaanbod’ niet de hoogste prioriteit, omdat de nadruk ligt op winkels, horeca en ontmoeting en omdat het hier veelal gaat om bestaande bouw.

Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

De HOV-verbinding tussen de Binckhorst en Delft, De Vlietlijn, bevindt zich in de plan- en studiefase en wordt nog verder uitgewerkt en onderzocht voordat deze ter besluitvorming. Met een zogenoemde projectbeslissing wordt deze fase van het project naar verwachting in 2026 afgerond. Voor die tijd moeten de impact en effecten van de tramverbinding duidelijk zijn. Met de HOV-verbinding tussen Westland en Ypenburg/Zoetermeer wordt bedoeld een verbinding die loopt via Delft en/of Rijswijk.

8.

Metropoolregio Rotterdam Den Haag Uw ontwerp-omgevingsvisie sluit goed aan bij de Strategische Agenda van de MRDH, die we samen in 2023 hebben vastgesteld. In uw ontwerp-omgevingsvisie geeft u blijk van de regionale opgaven waar we samen voor staan zoals de toename van het aantal inwoners in onze regio en daarmee het aantal woningen en arbeidsplaatsen. 1. Rijswijk in de regio U geeft blijk vanuit uw positie en ligging in de regio en dat is belangrijk, want onze gemeenten kennen een nauwe verbinding en relatie met elkaar. Er liggen grote opgaven voor Rijswijk en wij zien dat u ambitieuze stappen zet om deze aan te pakken. Hierin trekken we graag samen op. Alleen samen kunnen we de regionale opgaven het hoofd bieden en de kwaliteiten van onze regio versterken. De economische potentie van de regio wordt nog onvoldoende benut, de fysieke ruimte wordt steeds schaarser en de leefbaarheid en het klimaat staan onder druk. In de Strategische Agenda spraken we samen af dat we meer welvaart en welzijn realiseren voor de mensen (nu en in de toekomst) die hier wonen, werken en leven. Uw ontwerpomgevingsvisie gaat hierop in en dat kan nog meer worden benadrukt.

Dank voor uw opmerking. Wij blijven graag met de MRDH in gesprek over de regionale opgaven.

1. Wij hebben kennisgenomen van uw opmerking. Wij trekken graag met de MRDH samen op in het kader van de aanpak van de regionale opgaven.

2. Economisch vestigingsklimaat De trends en onderwerpen die u benoemt voor het economisch vestigingsklimaat van uw gemeente en de regio herkennen wij. Voor werken, bedrijventerreinen, circulaire en innovatieve economie en detailhandel hebben wij een aantal opmerkingen die wij graag meegeven voor de uitvoering van de visie en om uw ontwerpomgevingsvisie te versterken: 2.a. Werken: u wilt de werkgelegenheid evenredig laten groeien met het aantal woningen. De ambities die u voor werklocaties benoemt, sluiten aan bij de opdrachten uit de Strategische Agenda. We zien ook graag innovatieve en circulaire economie op bedrijventerreinen en we onderschrijven de functie van bedrijventerreinen bij de Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

2.a. De inzet vanuit Rijswijk op de sectoren innovatie, techniek en energie richt zich op een breed scala aan bedrijvigheid. Een concreet voorbeeld is de Energy Cave en het RCSG op locatie At the Park. Hier wordt in gezet op nieuwe energie (geothermie) en energietransitie. Echter

energietransitie en hittestress. We gaan graag in gesprek over de invulling hiervan en zouden graag zien dat u in uw omgevingsvisie expliciet aangeeft op welke sectoren die bezig zijn met innovatie, techniek en energie de gemeente zich richt.

nieuwe technieken (zoals robotisering en chipontwikkeling) in de IT-sector zijn ook gevestigd in dit gebied en op andere locaties in Rijswijk. Het doel is met name om ruimte te bieden aan scale ups vanuit omliggende gemeenten om door te groeien en daarmee verbinding te houden met de regio.

2.b. Bedrijventerreinen: het beter benutten van bedrijventerreinen sluit aan bij de bedrijventerreinenstrategie van de MRDH. We ondersteunen waar nodig bij het beter benutten en het uitwerken van de kansen op vier uitbreidingslocaties. We onderschrijven de ontwikkeling van de campus Kessler Park en zien het bedrijventerrein Plaspoelpolder als een belangrijk regionaal bedrijventerreinen voor het toekomstige verdienvermogen van de metropoolregio en een plek voor het toepassen van innovaties gericht op de energie- en circulaire transitie.

2.b. Wij onderschrijven uw opmerking.

2.c. Circulaire economie: Wat betreft Circulariteit (p. 26) is het is niet geheel helder wat bedoeld wordt met 'om kringlopen te sluiten is extra energie nodig'. Kunt u dat toelichten? We denken graag mee in het beleid dat u nog ontwikkelt voor de circulaire economie en hoe de vraag naar extra ruimte van circulaire economie wordt ingevuld.

2.c. Dit is geformuleerd als aandachtspunt; de overgang naar een circulaire economie zal naar verwachting een extra energievraag met zich meebrengen. Rijswijk kent vooralsnog geen concreet beleid ten aanzien van circulaire economie. Graag maken wij gebruik van uw aanbod om hier in gezamenlijkheid met elkaar de komende jaren mee aan de slag te gaan

2.d. Detailhandel: u noemt de afnemende vraag naar detailhandel en tegelijkertijd de extra behoefte aan detailhandel door de groei van de bevolking. We adviseren de bestaande centra te versterken en alleen detailhandel voor dagelijkse aankopen buiten de centra mogelijk te maken. NB1: Rijswijk ligt niet alleen tussen Den Haag en Delft, maar ook op de kennis-as met Leiden en Rotterdam. Dit zou ook benoemd kunnen worden in afbeelding 3.3 (p41).

2.d. In het retail- en horecabeleid, dat in 2023 door de raad is vastgesteld, gaan wij nader in op de detailhandel in de bestaande centra. De inzet daarbij is toe te werken naar compactere centra, om zodoende een krachtig voorzieningenniveau beschikbaar te houden. Waarbij aandacht is voor dagelijkse boodschappen, maar ook een prettig verblijfsgebied met voldoende aanbod aan horeca.

Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

Op afbeelding 3.3 op pag. 41 ook de kennisas Leiden – Dordrecht aanduiden.

3. Mobiliteit U schetst dat het verkeer in Rijswijk de afgelopen jaren al toe nam door de groei van de bevolking en de economie. En dat de bereikbaarheid, ruimte en leefbaarheid richting de toekomst steeds meer onder druk komen te staan. Uw brede en doorgaande wegen vormen ruimtelijke barrières en knelpunten qua veiligheid en leefbaarheid. Wij onderschrijven uw hoofdambitie op het gebied van mobiliteit om een nieuw evenwicht te vinden tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in uw stad die groeit. En dat u vindt dat de Rijswijkse mobiliteit toekomstbestendig moet worden. Wij zijn blij te lezen dat u ervoor kiest om prioriteit te geven aan vervoermiddelen die schoon zijn, weinig ruimte innemen, veiliger zijn en minder schadelijke effecten op gezondheid hebben. En dat u daarbij het ‘STOMP-principe’ (op volgorde: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, ‘Mobility as a service’, Privéauto) hanteert. U geeft aan zeven keuzes (nabijheid, ruimte, doorstroming, keuzevrijheid, veiligheid, leefbaarheid en gezondheid) te maken die ervoor zorgen dat mobiliteit bijdraagt aan brede welvaart. Deze keuzes sluiten goed aan bij de richting die we met elkaar bespreken in de totstandkoming van de Mobiliteitsvisie van de MRDH, gericht op 2050 en verder.

U zet samen met het rijk, provincie en andere gemeentes in op het versterken van het regionale vervoersnetwerk om de steden beter aan elkaar te verbinden en meer banen bereikbaar te maken voor meer mensen. De MRDH als vervoersautoriteit heeft een belangrijke rol voor het versterken van het regionale vervoersnetwerk en zijn dan ook blij te lezen dat u de gezamenlijk ambitie opneemt in uw omgevingsvisie. Bij de samenwerking en uitwerking voor het regionale vervoersnetwerk nemen we graag de leiding en bieden wij onze hulp bij uw opgave. Vervolgens beschrijft u in uw ontwerp-omgevingsvisie welke maatregelen u op netwerkniveau neemt. Daar zien wij een aantal aandachtspunten:

Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

3. Wij hebben kennisgenomen van uw opmerkingen. Wij blijven graag in gesprek met de MRDH over de beoogde maatregelen in mobiliteitsnetwerken.

3.a. U geeft aan dat u in zet op frequentieverhoging op de railverbinding de ‘Oude lijn’ en dat de groei van het aantal woningen nabij het station meer stops in Rijswijk rechtvaardigt. Uit het onderzoek van de MIRT-verkenning ‘Rapport Oude Lijn Verstedelijking en Kansen voor mensen’ (september 2024) blijkt dat frequentieverhoging van de sprinter naar 8 of 12 keer per uur op basis van de huidige inzichten beperkt bijdraagt aan de versnelling van verstedelijking of het creëren van extra kansen voor mensen. Een aangescherpt sociaaleconomisch programma en grotere modal shift in de toekomst kan leiden tot extra groei van de passagiersaantallen in de komende decennia en mogelijk tot extra vraag naar vervoerscapaciteit op het spoor. 3.b. U wilt de mogelijkheden voor een HOV-verbinding over de Prinses Beatrixlaan verkennen. We gaan graag hierover met u in gesprek om een gezamenlijk beeld te formuleren over de invulling hiervan. NB2: Een betere verkeersveiligheid is ook goed voor de gezondheid. U zou deze twee aspecten van de zeven strategische keuzes voor mobiliteit aan elkaar kunnen koppelen.

9.

3.a. Wij hebben kennisgenomen van uw opmerking en blijven graag met u in gesprek hierover. Wel willen wij u er graag op wijzen dat dergelijke voorspellingen ook gedaan zijn voor de Randstadrail en die verbinding in de praktijk een fors intensiever gebruik kent dan vooraf voorspeld was. Wij zijn er dan ook van overtuigd dat de combinatie van meer congestie op het wegennet en het bieden van een aantrekkelijk OV-alternatief er wel degelijk toe zal leiden dat het openbaar vervoer intensiever zal worden gebruikt.

3.b. Wij hebben kennisgenomen van uw opmerkingen en blijven graag met u in gesprek hierover. De NB2 staat in essentie al bij het punt gezondheid van de zeven strategische keuzes. We zullen dit als aandachtspunt op pagina 95 toevoegen.

Inwoner Rijswijk In algemene zin vraagt de indiener zich af of de omgevingsvisie en bijbehorende documenten te doorgronden zijn voor belanghebbenden. Indiener beschouwt de visie meer als een ambitie, een doelredenatie. Zo geeft indiener aan dat het erop lijkt dat Rijswijk zich als doel heeft gesteld om bovenmatig invulling te geven aan het woningtekort in heel Nederland. Het bouwen van woningen moet afgewogen worden tegen leefbaarheid en welzijn van huidige en toekomstige bewoners. De indiener vindt dat de visie een verzameling is van bestaande documenten en beleidsplannen.

Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

De visie is juist zodanig opgesteld dat deze op zichzelf leesbaar is en de verbinding inzichtelijk maakt tussen diverse ruimtelijke thema's. Het klopt dat veel bestaand beleid is verwerkt in de omgevingsvisie en dat voor meer details daar soms naar verwezen wordt. Een Omgevingsvisie is echter een visie op hoofdlijnen en daarom is het voor de essentie van de visie niet nodig om de oorspronkelijke beleidsstukken separaat te lezen. Rijswijk heeft de ambitie uitgesproken om geen

NB2: In paragraaf 4.10, onder het kopje ‘Strategische keuzes …’, wordt toegevoegd dat een betere verkeersveiligheid ook positief is voor de gezondheid.

Volgens indiener vindt er in de visie fasering plaats die niet reëel is. Als voorbeeld wordt het percentage sociale woningen genomen. Het komt er volgens indiener op neer dat er tot 2040 de sociale woningbouw uiterst beperkt wordt meegenomen in nieuwe ontwikkelingen. Daardoor bestaat er een kans dat er vanaf 2040 geen mogelijkheden meer zijn voor een inhaalslag voor sociale woningbouw.

Indiener geeft vijf verbeterpunten aan om te verwerken in de omgevingsvisie:

sectoraal beleid meer te ontwikkelen. Daarom zal nieuw sectoraal beleid geïntegreerd worden in de Omgevingsvisie. Op termijn zullen deze verwijzingen dus volledig verdwijnen. Dat in Rijswijk zoveel woningen gebouwd worden komt grotendeels doordat in Rijswijk veel grote langdurig leegstaande kantoor- en winkelpanden stonden, die voor verloedering zorgden. Hierdoor ontstond de kans om twee opgaven tegelijk aan te pakken. Bij te dragen aan het terugdringen van het woningtekort en grootschalige leegstand tegengaan.

1. sociale woningbouw doorlopend vasthouden aan 30% In de omgevingsvisie wordt gesteld dat het percentage sociale woningbouw mag terugzakken tot 24% in 2040. Doel voor 2050 is weer op 30% uit te komen. Mijn zienswijze is om vast te houden aan de 30% doorlopend. Door vast te houden aan dit percentage ook voor de periode tussen nu en 2040 kan er gewerkt worden aan evenwichtigere wijken en betere welzijn en verdeling. Ook is inhalen na 2040 niet reëel. Deze fasering komt niet ten goede aan het welzijn van de inwoners van Rijswijk. Overigens lijkt het erop dat de huidig voorliggende plannen tot 2040 gezamenlijk niet voldoen aan de minimale 24% die op regioniveau zijn afgesproken, nog aan de minimaal 74% procent betaalbaar wat gezamenlijk aan de 94% zou komen.

1. Het percentage van 24% sociale huurwoningen dat op p. 20 is opgenomen, betreft het percentage zoals dat ten tijde (2023) van het opstellen en vaststellen van de Regionale Realisatie Agenda Wonen Haaglanden in het totale woningbouwprogramma was opgenomen. Dit percentage is het resultaat van eerdere keuzes met betrekking tot woningbouwontwikkelingen die zijn gemaakt in de voorgaande jaren. Op dit moment bestaat de ambitie om het aandeel sociale huurwoningen, in eigendom van corporaties (aangeduid met DAEB), 30% te laten bedragen. Deze ambitie wordt elders in de Omgevingsvisie geformuleerd. In het huidige woningbouwprogramma is ook de progressie van het percentage door deze ambitie zichtbaar. Het bereiken van deze ambitie door het ombuigen van eerdere keuzes is desalniettemin een complexe opgave.

2. opnemen van een financiële paragraaf Een groeidoelstelling van 11.000 woningen tot 2040 betekent meer dan enkel woningen bouwen. Er zal ook aan voorzieningen gewerkt dienen te worden die kosten voor de gemeenschap en gemeente met zich mee brengen. Dit gaat verder dan enkel de bouwkosten die de ontwikkelaar op zich neemt. Te denken valt aan investeringsparagraaf die de gemeente heeft ten gevolge van de groei en

2.De omgevingsvisie is vorm en inhoudsvrij. Het is een visie voor de lange termijn. Een financiële onderbouwing is daarbij niet logisch en ook niet gebruikelijk. Een programma, dat meer op uitvoering is gericht, leent zich hier meer voor. In het Programma Stadsontwikkeling wordt hierop ingegaan. Een onderbouwing voor het kostenverhaal is wel nodig, dit zou kunnen worden opgenomen in

Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

In paragraaf 2.5.2, alinea 4, achter de zin ‘Ons actuele woningbouwprogramma tot 2040 bestaat uit ongeveer 11.000 woningen’ vullen we aan: ‘In ons actuele woningbouwprogramma streven we naar een totale voorraad sociale huurwoningen van 30% van de totale woningvoorraad.’

exploitatiebegroting van de gemeente die ontstaat als die groei gerealiseerd is. Tevens is de vraag naar dekkingsbijdrage vanuit de ontwikkelingen aan het eindplaatje. Ook expliciete doestellingen als opgenomen in de visie of die gevolgen van de visie dienen inzichtelijk gemaakt te worden als bijvoorbeeld de kosten bij gestelde inhaalslag sociale woningbouw als niet gestelde punt 1 wordt gevolgd.

de omgevingsvisie of in een programma. In Rijswijk kiezen we ervoor om dit verder uit te werken in een separaat programma.

3. Grensindicatoren voor groei en integrale afweging Om van ambitie en doelredenatie tot een visie te komen zijn duidelijke indicatoren nodig om aan te toetsen. Er mag best een ambitie zijn om te groeien. Rijswijk is niet blind voor de woonbehoefte en mogelijkheden die we hebben. Het is echter van belang grenzen te stellen. De visie stelt dat welzijn, de leefbaarheid, van inwoners achteruitgaat of mag gaan bij groei. Ook als dat er niet in zou staan blijft dat wel een gegeven. Met name de aanduiding dat niet alle wijken gelijk zijn vereist dat op gebiedsniveau helder wordt gekeken of de groei daar nog verantwoord is. Ga geen diversificatie van leefbaarheid vergroten door ontwikkelingen. Je welzijn en levensverwachting mag in Rijswijk niet verschillen met waar je in Rijswijk uit een bus stapt! Neem daarom ook heldere toets-criteria op in de visie. Een heldere is: maximum aantal woningen/inwoners per hectare of km2. Per ontwikkeling zou dan een berekening kunnen worden gedaan over de toe (of afname) en of die nog binnen het criteria vallen. De gemeente dient in de visie zelf criteria te stellen aanvullend op wettelijk kader. Kies als criteria voor luchtkwaliteit voor de WHO-norm binnen het ontwikkelkader en niet als wensdenken. Hierbij dient ook gekeken te worden naar de te voorziene ontwikkelingen binnen de horizon van de visie. Stel per criteria duidelijke grenswaarden.

Tot hier en niet verder. Kijk daarom ook per ontwikkeling naar de resultaten en de grenscriteria van deze ontwikkeling nu maar ook in de toekomst (zie punt 4).

3. Een algemene voorwaarde voor groei en ontwikkeling is dat het niet ten koste gaat van het welzijn van de inwoners. Dit heeft zich in de Omgevingsvisie Rijswijk ook vertaald in de nadrukkelijke aandacht voor de brede welvaart. Dat algemene doel is in de omgevingsvisie verder uitgewerkt in uitgangspunten en randvoorwaarden, per thema en per deelgebied. Dit is niet op voorhand volledig te vangen in kwantitatieve criteria. Soms zijn er wel (hardere) kwantitatieve randvoorwaarden voorhanden, zoals voor milieuhinder of klimaatadaptatie. Soms gaat het meer om kwalitatieve voorwaarden of uitgangspunten, die weliswaar niet ‘meetbaar’ zijn maar wel om een kwalitatieve onderbouwing vragen. Met dit afwegingskader vindt uiteindelijk een integrale afweging plaats, waarin nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan de ambitie en doelen van de omgevingsvisie.

4. Integraliteit bevorderende vormgeving Omgevingsvisie Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

Vormgeving van de Visie (en uiteindelijke planmatige invulling) die vooruitkijkt en integraliteit bevorderd. Ook naast de fasering van sociale woningbouw zitten er valkuilen in die realisatie van visie in de weg staan. Met name het welzijn van de inwoners komt hier mee in geding. De plannen die in worden gediend ten uitvoering van deze visie zullen integraal moeten worden beoordeeld op welzijn van de huidige en toekomstig inwoners. Hierin moet ook meegenomen worden toekomstig voorziene ontwikkelingen. Als bijvoorbeeld de huidige bouwplannen als nu geschetst door gaan blijft er voor de inhaalslag sociale woningbouw alleen de verschoven ruimte van de verlegde Beatrixlaan over. Ten eerste zal de verschuiving van de Beatrixlaan dan nog wel moeten doorgaan, maar het betekent ook dat er daar 2000 tot 3000 sociale woningen komen te staan om weer op de 30% te komen. Wat betekent dit voor het welzijn voor huidige en toekomstige bewoners? Een voorbeeld is ook dat huidige en toekomstige inwoners voor verassingen, hogere kosten en achteruitgang in hun welzijn komen te staan als zij erachter komen dat zij hoge parkeerkosten krijgen of dat hun gehuurde plek aan andere ontwikkelingen wordt toegekend om daar aan voorwaarden/normen te komen (zie ook punt 5.) Ook het onherroepelijk karakter hierachter dient integraal meegenomen te worden.

De Visie dient voorwaarde scheppend te zijn dat (gebied)ontwikkelingen ook integraal uitvoerbaar zijn en dat niet de laatste delen als onuitvoerbaar moeten worden geclassificeerd. De omgevingsvisie dient dusdanig inzichtelijk te zijn dat dergelijke gevolgen van de visie direct te overzien zijn.

Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

4. Nieuwe plannen worden integraal beoordeeld op basis van de doelen, uitgangspunten en voorwaarden van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie schept daarmee inderdaad de voorwaarden voor ontwikkelingen. Bij concrete plannen wordt daarmee dan afgewogen of die passen binnen de omgevingsvisie, of de – toekomstige – uitvoering daarvan in de weg staan. Wat betreft de verdeling van sociale woningbouw over projecten: zie daarvoor ook de beantwoording onder 1. Het is onwaarschijnlijk om 2000 tot 3000 (sociale huur)woningen te realiseren op de ontwikkelstrook van de Beatrixlaan. De conclusie dat dit aantal sociale huurwoningen uitsluitend op die locatie gerealiseerd kan worden is echter te simplistisch gesteld. Er is een verschil tussen het totale aandeel sociale huurwoningen en specifiek het aandeel sociale huurwoningen dat in eigendom is van een corporatie (toegelaten instelling Woningwet). Het totale aandeel sociale huurwoningen ligt hoger (thans boven de 30%). Het is echter de ambitie om zoveel mogelijk sociale huurwoningen in eigendom van een corporatie te krijgen. De ambitie om 30% sociale huurwoningen van corporaties na te streven wordt op verschillende manieren vormgegeven, zoals het afnemen van woningen door corporaties in lopende gebiedsontwikkelingen, het verdichten van bestaand corporatiesbezit of het aanpassen van bestaande corporatiewoningen.

Daarnaast staan er sociale huurwoningen in de woningbouwprogrammering waarvan niet zeker is dat die bij een corporatie terecht komen. Als corporaties erin slagen om meer woningen af te nemen in deze geprogrammeerde ontwikkelingen, is dat gunstige voor het geambieerde percentage. Tenslotte zien we binnen de bestaande particuliere huurvoorraad weer een verschuiving naar (meer) sociale huurwoningen als gevolg van recente wet- en regelgeving. Woningen die in de afgelopen 10-15

jaar geliberaliseerd zijn, kunnen op basis van de wijzigingen in wet- en regelgeving weer een lagere WWS waardering krijgen en daarmee een sociale huurprijs. 5. Dekkend beleid onder de Omgevingsvisie Naast dat een aantal huidige plannen geen RO-status hebben, heeft Rijswijk beleidsstukken (ook onder de visie liggen) die niet dekkend zijn voor heel Rijswijk of zelfs delen van Rijswijk uitsluiten. Er is geen dekkend parkeerbeleid voor heel Rijswijk en wat er ligt geeft een versnipperd beeld. Hierop worden wel ontwikkelingen gebaseerd en we hebben te maken met ontwikkeling in buurgemeenten. Daarnaast sluit Actieplan geluid de Beatrixlaan zelfs uit. Dit specifieke voorbeeld komt direct ten nadele van het welzijn van toekomstige bewoners van dit ontwikkelgebied. Zorg dat visie en beleid dekkend is voor heel Rijswijk, integraal en uitvoerbaar is tot 2050.

10

Inwoner Rijswijk 1. Algemeen Voor de concept ontwerp omgevingsvisie en de plan-MER is uitgegaan van veel onderliggende stukken. Deze stukken kennen geen integrale afstemming en hebben (vaak) geen officiële RO-status gekregen in het verleden, dat wil zeggen dat er soms inspraak is geweest, maar geen beroep/bezwaar mogelijkheid was. Dit heeft erin geresulteerd dat er voor o.a. In de Bogaard veel deelbestemmingsplannen zijn die niet integraal (gebiedsbreed) zijn afgestemd. Dit resulteert in een onvoldoende doordachte aanpak van belangrijke kwesties. Daarnaast is er voor de Plan MER sec naar de autonome ontwikkeling gekeken van Rijswijk. Het woord autonoom is dubbel hierin: - Zonder rekening te houden met de ontwikkelingen in de aangrenzende gemeenten en de impact hiervan op met name de infrastructuur, geluid en luchtkwaliteit. Dit heeft tot

Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

5. De omgevingsvisie geldt voor de gehele gemeente Rijswijk en fungeert als het belangrijkste integrale beleidsdocument voor de fysieke leefomgeving van Rijswijk. Wat betreft het gemeentelijk parkeerbeleid: er is een actualisatie van de parkeerkadernota voorzien in 2025. In het Actieplan geluid staat dat geen maatregel voor de prinses Beatrixlaan is opgenomen omdat het geluidaspect betrokken wordt bij het onderzoek naar herinrichting. Dit onderzoek naar een toekomstbestendige herinrichting loopt nog. Het Actieplan geluid wordt in 2025 geactualiseerd .

1. Er heeft naar onze mening wel degelijk een integrale afweging plaatsgevonden. Dit is vastgelegd in een Masterplan dat door de gemeenteraad is vastgesteld. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen wordt een kader vastgesteld. Bestemmingsplannen zijn of worden aan die kaders getoetst en nu onder de Omgevingswet meegenomen in het Omgevingsplan. Daarnaast is de omgevingsvisie juist een integrale afweging van de diverse beleidsvelden op het vlak van de fysieke leefomgeving.

gevolg dat waar de werkelijke score lager zal zijn dan de huidig in de Plan MER aangegeven score en deze score is over het algemeen niet best. - Zonder ontwikkeling van nieuw beleid, in deze omgevingsvisie is echter geen visie gegeven op het te ontwikkelen beleid en of dat met alle toegezegde plannen dat beleid nog uitkomst kan bieden. 1.a. Suggestie: stel de omgevingsvisie op zonder verwijzing naar de wir-war van visies en plannen (meestal zonder RO status) en meer op hoofdlijnen en dat het leesbaar en bruikbaar is zonder in de verre toekomst (2050) alle oude plannen -zonder status- toch nodig te hebben om het stuk te lezen. 1.b. Op pagina 32 staat de Stadsvisie 2016 de voorganger is van deze omgevingsvisie. Dit is onjuist formeel is de Structuurvisie de voorganger van de Omgevingsvisie. 1.c. Mocht ervoor worden gekozen om alle plannen zonder formele RO status als onderlegger te gebruiken, zorg dan dat ook de tussentijdse extra voorgenomen ontwikkelingen worden meegenomen. 1.d. Neem in de Plan MER ook de omliggende ontwikkelingen in de regio mee. 1.e. Helaas is een groot deel van de ontwikkelingen al aan ontwikkelaars toegezegd, vergund. Hoe ziet de gemeente het voor zich dat in deze plannen, beleid wat nog moet worden gemaakt en dus jaren duurt, meegenomen wordt. 1.f.

Zorg dat de informatie in de publieksversie/samenvatting gebaseerd is op de juiste informatie, er staat bijvoorbeeld “Uit het MER blijkt dat de gevolgen van de omgevingsvisie voor de omgeving vooral positief zijn.” Uit het totaaloverzicht doelbereik op onder andere pagina 82 van de Plan-MER blijkt (nog los van eerdere opmerkingen) dat op belangrijke onderdelen er veel Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

1a. De omgevingsvisie bevat op hoofdlijnen het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Vastgestelde beleidsdocumenten op verschillende deelonderwerpen hebben daarvoor als input gediend; zie in de bijlage een overzicht daarvan. In deze 1.0-versie staan soms verwijzingen naar dat beleid, ter informatie of verdieping. Deze verdieping past niet binnen de reikwijdte en omvang van de omgevingsvisie. Uitgangspunt is dat uiteindelijk al het beleid voor de fysieke leefomgeving in de omgevingsvisie (strategisch) en een beperkt aantal programma’s (uitvoeringsgericht) staat. Paragraaf 6.8 beschrijft hoe we na deze 1.0-versie ons beleid verder willen vormgeven en integreren. 1b. Inhoudelijk gezien is de Stadsvisie de voorganger van de omgevingsvisie, als de meest recente integrale visie op de toekomst van de stad. Rijswijk had namelijk geen structuurvisie conform de definitie uit de toenmalige Wet Ruimtelijke Ordening. 1.c. Bij het opstellen van de omgevingsvisie is rekening gehouden met al het geldende beleid, inclusief ontwikkelkaders die geen formele RO-status hebben. Bij de doorontwikkeling van de Omgevingsvisie zullen we rekening blijven houden met dergelijke kaders die later tot stand komen. 1d. Het plan-MER is al opgesteld, en beschouwt de effecten van de omgevingsvisie voor Rijswijk. Ontwikkelingen in de regio die al vaststaan, worden

onzekerheid is dat dit doel bereikt wordt en dat eea sterk afhangt van beleidskeuzes en er een grote afhankelijkheid is van andere partijen. 1.g. Verzoek is om ook in de samenvatting een eerlijk verhaal te vertellen. 1. h. Er staan veel teksten in de Omgevingsvisie die niet herleidbaar en traceerbaar zijn. Zorg dat het helder is waar zaken vandaan komen (verwijzing naar documenten met naam en datum) en dat andere onderdelen SMART geformuleerd worden, in plaats van beperkte mate, zo veel mogelijk, kan leiden etc. 1.j. Zorg dat alle afbeeldingen zijn voorzien van een goede legenda.

hierin meegenomen als onderdeel van de ‘huidige situatie en autonome ontwikkelingen’. 1.e. Tussen nieuw beleid of (wettelijke) kaders en projectontwikkeling is het niet altijd meer mogelijk om beleid mee te nemen. Voor lopende projecten wordt met de ontwikkelaars gekeken welke mogelijkheden er zijn. Voor nieuwe projecten geldt uiteraard altijd het vigerend beleid. 1f. en 1g. We zullen de samenvatting bij de definitieve omgevingsvisie nogmaals kritisch nalopen op eventuele inconsistenties met de omgevingsvisie. 1h. Waar relevant bevat de omgevingsvisie verwijzingen naar bronnen, met name bij gebruikte data. Veel teksten hebben we samengesteld op basis van verschillende bronnen, zoals andere beleidsdocumenten, input uit participatiebijeenkomsten en inhoudelijke expertise van beleidsmedewerkers. Een volledige bronverwijzing is hier niet reëel en in een beleidsstuk als de omgevingsvisie ook niet nodig. We hebben geprobeerd teksten – waar op dit moment mogelijk – ‘smart’ te formuleren. Dat zal niet altijd kunnen; in veel gevallen is er ook sprake van onzekerheid of zijn er doelen die om een kwalitatieve afweging vragen. In de volgende 2.0-versie zullen we kritisch evalueren of er zaken scherper (meer ‘smart’) geformuleerd kunnen worden. 1j. In de definitieve omgevingsvisie zullen we de legenda’s nalopen en waar mogelijk verduidelijken.

2. Woningbouwopgave versus verantwoorde groei. De visie is volledig gebaseerd op de toevoeging van 11.000 tot 16.000 woningen. Echter een goede onderbouwing waar dit aantal op gebaseerd is (los van dat het mogelijk wordt Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

1.f. en 1.g. Samenvatting nalopen op inconsistenties.

2. De circa 11.000 woningen is gebaseerd op ons actuele woningbouwprogramma tot 2040, zoals we dat in de regio hebben afgesproken. Dat is ook het uitgangspunt van de gekozen koers in de omgevingsvisie. Een extra opgave van circa 5.000

1.j. Nalopen van legenda's en waar mogelijk verder verduidelijken.

geacht) en onder welke voorwaarden (afwegingskader) dit verantwoord is, blijkt niet helder uit de stukken. 2.a. Hoe is een afweging gemaakt om te komen tot een verantwoorde groei. 2.b. Op welke wijze komt een helder afwegingskader ten aanzien van verantwoorde groei, zodat betrokken ambtenaren bij bouwplannen een goede afweging kunnen maken onder welke condities het plan doorgang kan vinden. 2.c. Kan het ambtelijk apparaat de groei van ruim 600 woningen per jaar aan en de daaraan gerelateerde inzet tav beoordelen plannen, kostenverhaal, overeenkomsten ontwikkelaars, bouwtoezicht etc. 2.d. Kan Rijswijk de groei aan als het gaat over alle overige taken van het ambtelijk apparaat burgerzaken, sociale voorzieningen, BOA’s etc. (en past het dan nog in het Huis van de Stad). 2.e. Hoe wordt de inzet/aanwezigheid van Politie, Brandweer, huisartsen etc. gegarandeerd. 2.f. Kan Rijswijk als stad deze groei aan als het gaat om veilig bouwen (realiseren van hoogbouw vraagt een grote bouwveiligheidszone) mede in combinatie met de wens om het fietsen te stimuleren (deze zones gaan vaak ten koste van fietspaden). 2.g. Hoe voorkom je dat Rijswijk de komende 25 jaar één grote bouwput wordt.

woningen hebben we alleen meegenomen als variabele in de alternatievenstudie. Dit is gebaseerd op een professionele inschatting van een voortzetting van de regionale woningvraag, in combinatie met een grove stedenbouwkundige verkenning van de ruimte in de gemeente. In de visie zelf zijn deze extra 5.000 woningen niet als ambitie verwoord.Tegelijkertijd kan het aantal van 11.000 geprogrammeerde woningen in de toekomst groeien, mits die groei verantwoord is in relatie tot onze kwalitatieve ambities. 2a. Op basis van de analyse van de bestaande situatie en aandachtspunten voor de toekomst, de alternatievenstudie, input uit de brede participatie en de MER hebben we gekozen voor groei die bijdraagt aan een brede welvaart. Of ontwikkelingen daaraan bijdragen wegen we af met behulp van de uitgangspunten en voorwaarden die de omgevingsvisie stelt. 2b. Onze algemene visie voor Rijswijk hebben we per thema uitgewerkt in doelen, uitgangspunten en voorwaarden (hoofdstuk 4); en nader gespecificeerd in een afwegingskader per deelgebied (hoofdstuk 5). Paragraaf 5.1 beschrijft hoe dit afwegingskader werkt. Hiermee kunnen we afwegen of nieuwe initiatieven bijdragen aan onze visie en doelen voor de toekomst van Rijswijk. 2c. Ja, deze kosten worden gedekt vanuit leges en overeenkomsten met ontwikkelaars. Voor de benodigde capaciteit hanteert de gemeente haar gebruikelijke begrotingscyclus. 2.d.

en 2.e. De groei van het aantal inwoners vraagt om kwantitatieve en kwalitatieve groei van de organisatie. Om dit te beheersen is het programma ‘Groeien met Rijswijk’ opgericht.

Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

De groeiopgave in Rijswijk, samen met bredere maatschappelijke en sociale ontwikkelingen, vraagt om een stevige fundering om deze groei mogelijk te maken en een toekomstbestendige organisatie te worden. De toenemende bevolking brengt een grotere sociale en maatschappelijke verantwoordelijkheid met zich mee op het gebied van hulp, ondersteuning en voorzieningen. Ook zonder fysieke groei zouden trends zoals verstedelijking, digitalisering en klimaatverandering onze organisatie beïnvloeden. Binnen het programma Groeien met Rijswijk leggen we de basis voor deze ontwikkeling. We werken toe naar een kwalitatieve verbetering van onze organisatie, met een sterke focus op innovatie en verdere professionalisering van onze bedrijfsvoering. Tegelijkertijd houden we rekening met bredere trends die impact hebben op de overheid, zoals digitale en technologische innovaties, veranderingen op de arbeidsmarkt en een steeds groter takenpakket voor decentrale overheden. Nieuwe thema’s binnen het programma richten zich met name op houding, gedrag en samenwerking binnen en buiten de organisatie. Dit versterkt onze wendbaarheid, dienstverlening en bedrijfsvoering. We bereiden ons voor op toekomstige uitdagingen en maatschappelijke ontwikkelingen.

Zo zorgen we ervoor dat Rijswijk niet alleen groeit, maar dat onze organisatie meegroeit en zich ontwikkelt Ook naar voorzieningen loopt een onderzoek, waarvan de resultaten aan de raad worden voorgelegd. 2.f. Van ontwikkelaars wordt altijd een plan gevraagd voor wat betreft het veilig bouwen, zorg voor bereikbaarheid etc. Tijdelijke maatregelen zoals omleidingen zijn dan soms nodig. Dat geldt niet alleen voor hoogbouw. Dit plan moet goedgekeurd zijn voordat de bouw mag starten. Bouwoverlast Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

wordt zoveel mogelijk geminimaliseerd, maar kan helaas nooit helemaal worden weggenomen. 2.g. Door de verdichting zullen er de komende jaren meerdere bouwprojecten tegelijk lopen. Uiteraard moet voorkomen worden dat de stad één grote bouwput wordt, maar de locaties liggen verspreid over een groter gebied en hebben verschillende doorlooptijden. Waar mogelijk zal afstemming worden gezocht tussen de bouwplannen. Enige mate van overlast door nieuwbouw kan in de praktijk echter nooit helemaal voorkomen worden. 3. Groenvoorzieningen Ik maak mij ernstige zorgen over de leefbaarheid in onze gemeente. De huidige plannen lijken onvoldoende rekening te houden met de noodzaak van groene ruimtes en de bescherming van bestaande natuurgebieden. Het toevoegen van groen betreft met name groen wat niet ten bate van recreatie komt (denk aan groendaken). 3.a. Er ontbreekt een duidelijke visie op hoeveel ‘recreatiegroen’ er per huishouden/inwoner aanwezig moet zijn om de leefbaarheid te waarborgen. 3.b. De belasting van het huidige groen is op zomerdagen al enorm, mede doordat een deel van het groen ‘regionaal’ gewaardeerd wordt. Dit betekent dat er veel extra paden ontstaan en groen minder wordt, ook veel vervuiling ontstaat door achtergelaten zaken na een mooie dag. Deze extra belasting van het bestaande groen zie ik niet terug in de Plan-MER of de Omgevingsvisie. 4. Leefbaarheid.

De Plan MER is gebaseerd op de huidige ‘Masterplannen’, deze plannen zijn niet integraal en bijvoorbeeld Masterplan In de Bogaard is achterhaald qua aantallen en voor het Havenkwartier is er geen integrale bezonningsstudie gemaakt van alle panden samen. De Plan-MER lijkt gebaseerd te zijn op deze onderliggende – status loze-plannen. Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

3. Onze doelen voor de groenvoorzieningen in Rijswijk staan uitgebreid beschreven in paragraaf 4.6. Uitgangspunt is juist het Rijswijkse groen verder te ontwikkelen, door bestaande groengebieden te behouden, groenverbindingen te realiseren of versterken en de groenkwaliteit en biodiversiteit te verbeteren. We voegen dus ook groen toe door bijvoorbeeld het uitbreiden van groene verbindingen (waaronder recreatieve verbindingen) en transformaties te koppelen aan vergroening. We hebben geen vaste m2-norm voor recreatiegroen; wel volgen we bijvoorbeeld de 3-30-300-regel (3 bomen in de buurt van iedere woning, minimaal 30% boomkroonoppervlakte in iedere buurt, op 300 meter van iedere woning een parkje). Vervuiling van groengebieden is met name een gedrags- en handhavingskwestie, waar we samen met onze inwoners op in zetten. 4. Het MER is opgesteld op basis van de meest actuele inzichten. In het PlanMER is een integrale beoordeling gegeven van de milieu- en omgevingseffecten als gevolg van de verschillende aanstaande ontwikkelingen. Daarbij zijn zowel ontwikkelingen meegenomen waarvoor al een bestemmingsplan is vastgesteld, als ontwikkelingen

- Ten aanzien van het Masterplan In de Bogaard gaat het over onder andere de volgende punten: - Inmiddels zijn er In de Bogaard ruim 400 woningen meer gepland, meer retailruimte dan het Masterplan, en komen er (nog) minder parkeerplaatsen dan het Masterplan. - In het Masterplan is er geen rekening gehouden met de bestaande woningen en retail die gehandhaafd blijven en de daarbij behorende parkeergelegenheid. Dit maakt het moeilijk om de impact van de plannen op de lokale economie en leefbaarheid te beoordelen. - In de bestemmingsplannen In de Bogaard worden dezelfde parkeerplaatsen aan meerdere bestemmingsplannen toegerekend en komt al het parkeren ten bate van wonen en niet of nauwelijks ten bate van retail. - Worden vooralsnog geen sociale woningen gerealiseerd. - Kloppen de geluidsberekeningen niet en deze sluiten zeker niet aan op de in het bestuursakkoord afgesproken verlegging van de Beatrixlaan. Kortom door de Plan MER te baseren op deze plannen zonder RO-status is de conclusie in de Plan Mer niet de juiste. In de Omgevingsvisie en de Plan MER wordt specifiek verwezen naar het ‘actieplan geluid’ echter in dit plan is de Beatrixlaan uitgesloten.

Het verlagen van de maximumsnelheid op de Beatrixlaan is geen oplossing en ook het aanbrengen van geluidsarm asfalt is, vanwege de hoeveelheid onderbrekingen (kruisingen) geen goede technische oplossing is, los van de financiële haalbaarheid. In het gebied rondom de Beatrixlaan worden veel woningen bijgebouwd en neemt de hoeveelheid geluidgehinderden toe. In het huidige ‘actieplan geluid’ is dit probleem doorgeschoven. Op basis van de ambitie kan een deel van de geplande woningen niet worden uitgevoerd of moeten worden voorzien van een dove gevel. Het eerste heeft invloed op de woningbouw ambitie de tweede heeft invloed op de leefbaarheid voor toekomstige bewoners in de betreffende woningen, maar ook het straatbeeld en dus de leefbaarheid. Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=ea70bfc9-4be0-45c2-9c64-6f11e1c27270