Bijlage D Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk (RV 25-015)
Tekst van het document
waarvoor dat nog niet is gebeurd. Het PlanMER geeft daarmee een integraal beeld van de milieuinformatie die nodig is bij de besluitvorming over de omgevingsvisie. De omgevingsvisie gaat ook over meer dan alleen woningbouwontwikkelingen: het geeft op gemeenteschaal aandacht aan de benodigde opgaves zoals klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteitstransitie en passende voorzieningen bij de woningaantallen. Dit geheel is in het PlanMER integraal beoordeeld. In het Masterplan en de afspraken over de bouwplannen wordt rekening gehouden met parkeren. Ieder bouwplan moet voldoen aan de gestelde parkeernorm en ook voor startbouw aantonen dat deze parkeerplekken gewaarborgd zijn. In het Actieplan geluid staat dat geen maatregel voor de prinses Beatrixlaan is opgenomen omdat het geluidaspect betrokken wordt bij het onderzoek naar herinrichting van de Prinses Beatrixlaan. Dit onderzoek naar een toekomstbestendige herinrichting loopt nog. Het Actieplan geluid is gericht op het terugdringen van geluidhinder in de bestaande woongebieden. Nieuwe ruimtelijke plannen worden getoetst aan de wettelijke kaders van de omgevingswet waarin de maximaal toegestane geluidsnormen zijn vastgesteld.
Daarbij stellen wij een afwegingskader op om bij nieuw te bouwen woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren met inachtneming van het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel. Het Actieplan geluid wordt in 2025 geactualiseerd.
De Plan MER beoordeeld de ontwikkeling geluid ‘redelijk’ echter het gebrek aan een strategie voor geluidsreductie is zorgwekkend en vraagt om dringende aandacht. 5. woningbouw De voorgestelde woningbouwprojecten bevinden zich in veel gevallen op locaties waar op dit moment ook al bebouwing is, dat is/lijkt doordacht. Echter een gedegen integraal inzicht in de impact op de bestaande infrastructuur en voorzieningen ontbreekt. Normaal zou dit wellicht in een visie niet uitmaken, maar door de verwijzing naar alle plannen met en zonder formele RO-status suggereert de visie een gedetailleerdheid die er niet is. Er is geen duidelijke visie op hoe de woningbouwprojecten betaalbaar kunnen blijven voor alle inwoners, vooral voor starters en mensen met een lager inkomen. Voor een groot deel van de 10.000 woningen is al een anterieure overeenkomst of meer en de ontwikkelaars zijn niet verplicht sociale woningbouw te realiseren. Doordat in de huidige (master) plannen niets is vastgelegd over een evenwichtige opbouw is het ook de vraag of een evenwichtige bevolkingsopbouw door het realiseren van verschillende woonmilieus in de toekomst überhaupt wel mogelijk is. En daarmee ook de doorstroom van de oudere met een grotere woning naar een betaalbare woning met mogelijke zorg in dezelfde buurt. 6.
Verkeer en parkeren Hoewel er plannen zijn voor verbetering van de infrastructuur, ben ik van mening dat deze niet voldoende zijn onderbouwd. De verwachte toename van verkeersdrukte in woonwijken en op doorgaande wegen is zorgwekkend en er is geen duidelijke visie hoe dit probleem aan te pakken. Hoewel in de Omgevingsvisie wordt gesproken dat de verkeersveiligheid verbeterd wordt blijkt uit de Plan-MER dat dit niet het geval is. Dit is zorgwekkend want hoewel er in 2020 met veel publiciteit het ‘actieplan verkeersveiligheid’ is gepresenteerd is in 2024 het hoogste aantal slachtoffers sinds 1989 geregistreerd in Rijswijk. Een groot deel hiervan betreft Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
5. Momenteel wordt een gemeentelijk Volkshuisvestingsprogramma voorbereid, als uitvoeringsprogramma van de Omgevingsvisie voor het onderwerp wonen, in lijn met het wetsvoorstel van de Wet versterking regie volkshuisvesting. Hierin wordt het streven naar en behoud van 30% sociale huur in de woningvoorraad nader uitgewerkt, waarbij rekening gehouden zal moeten worden met het feit dat voor veel woningbouwontwikkelingen in het verleden al het programma (deels) is bepaald. Er moeten zodoende oplossingsrichtingen worden gevonden om sociale huurwoningen aan bestaande ontwikkelingen toe te voegen. Voor ontwikkelingen waar het programma nog niet is bepaald, kan het betekenen dat een percentage sociale huurwoningen wordt verlangd dat boven de 30% ligt, om het tekort in te lopen.
6. De doelen en opgaven op het gebied van mobiliteit zijn benoemd in het Mobiliteitsprograma Rijswijk 2040. Deze doelen en opgaven zijn ook verwerkt in deze omgevingsvisie. De strategie die is opgesteld om te bepalen hoe Rijswijk voornemens is de beleidsdoelen op het gebied van mobiliteit te behalen, waaronder doelen op het gebied van bereikbaarheid en verkeersveiligheid, is verwerkt in de Mobiliteitsstrategie, die door de raad is vastgesteld. In de Mobiliteitsstrategie is gekeken naar de hoeveelheden verkeer (op basis van het Verkeersmodel van de MRDH) en zijn ook de ontwikkelingen in de omliggende gemeenten meegenomen.
fietsers, ondanks het uitgebreide fietsnetwerk zal dit met de geplande ontwikkelingen niet beter worden. 5 jaar actieplan heeft niet geleid tot een veiliger Rijswijk, hoe gaat deze visie dat dan wel doen. Het STOMP principe lijkt een mooi principe, echter dit lijkt grotendeels niet meer haalbaar in Rijswijk. Vanwege de volgende reden: - In veel woningbouwontwikkelingen die nu al in uitvoering zijn of waar al overeenkomsten over zijn is dit niet meegenomen. Te denken aan deelmobiliteit en parkeren op eigen terrein. - De woningbouwontwikkeling en het daarmee toenemende verkeer in Rijswijk en Den Haag zal voor nog minder oversteekbaarheid zorgen op meer dan de genoemde wegen in de Omgevingsvisie. - In de Plan-MER wordt gesproken dat de auto voorrang krijgt op de fietser op belangrijke wegen. Dit lijkt haaks te staan op de oversteekbaarheid van de Beatrixlaan. Ik mis in de Omgevingsvisie de visie/ambitie om op dit soort punten te gaan voor ongelijkvloerse kruisingen (op wat voor een manier dan ook), alleen dan kan het STOMP principe goed werken. - Het openbaar vervoer in Rijswijk is niet zo goed als ‘men’ altijd doet voorkomen. Het OV rondom de nieuwe woningbouwlocaties is niet optimaal en de stoptrein tussen Den Haag en Rotterdam valt geregeld uit.
- In de plannen van Rijswijk worden alle bestaande parkeergarages toebedeeld aan de nieuwe woningbouwprojecten en is de parkeernorm vele malen lager dan de huidig geldende parkeernorm die in Rijswijk wordt gehanteerd. Ondergrondsparkeren en parkeerhubs maken op dit moment geen onderdeel uit van de vigerende plannen. In hoeverre is het nog haalbaar en betaalbaar om deze te integreren. 7. Ondergrondse infrastructuur Uit de Omgevingsvisie en de Plan MER blijkt dat de drukte in de ondergrond door riool, kabels, leidingen, warmtenetten, tunnels, parkeergarages, wadi’s en ruimte Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
Het STOMP-principe wordt in het vervolg op de Mobiliteitsstrategie verder uitgewerkt. In de anterieure overeenkomsten worden afspraken gemaakt over deelmobiliteit en parkeren. Daarnaast is de toepassing van het STOMP-principe niet alleen relevant bij nieuwbouw, het is meer dan dat vooral ook een opgave voor de bestaande stad. Het uitgangspunt is dat op hoofdwegen het accent meer komt te liggen op voorrang van de auto en op onderliggende wegen komt er meer voorrang op lopen en fiets. In de Mobiliteitsstrategie is dit nader toegelicht. Ongelijkvloerse kruisingen zijn mogelijke toekomstige opties, maar dat is nog allemaal nog uit te zoeken. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat deze oplossingen relatief veel ruimte vragen.
7.In het gemeentelijk riolering- en waterplan (door de Raad vastgesteld beleid en openbaar beschikbaar) zijn de uitgangspunten opgenomen over hoe de gemeente omgaat met vuil- en regenwater en ook het beleid t.a.v. afkoppelen is hierin opgenomen. Er
voor wortels etc verhoogd wordt. De Plan MER beoordeelt deze dan ook op slecht, met name vanwege de hogere kosten. Zonder de ondergrondse infrastructuur zijn de bovengrondse plannen echter niet mogelijk. Wat is de visie van Rijswijk op het reguleren en verbeteren van de ondergrondse infrastructuur en gaat dit onderdeel uitmaken van een afwegingskader bij bouwplannen? Juist op dit gebied is een langetermijnvisie nodig, wellicht kan Rijswijk hierover te rade gaan bij Rotterdam. De Plan MER geeft aan dat door de komst van woningen, bedrijven en voorzieningen in hetzelfde gebied de hoeveelheid afvalwater (inclusief regenwater) toe zal nemen. In de tekst hierover (pagina 53 Plan MER) staat dat het kan leiden tot een hogere belasting op het rioolstelsel en dat de visie positief effect heeft op de waterkwaliteit en een licht negatieve invloed (wat elkaar tegenspreekt) en een positieve invloed op de waterkwantiteit. Kunt u aangeven waar dit uit blijkt, mijn standpunt is dat dit zal leiden tot een hogere belasting op het rioolstelsel en dus zonder aangepaste visie en beleid een negatieve invloed zal hebben. In de Omgevingsvisie wordt niets geschreven over het rioolstelsel, door het afkoppelen van hemelwater raak je niet de extra capaciteit die nodig is voor de nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen kwijt.
Alleen al 3.000 woningen in De Bogaard zullen niet zonder aanpassingen aan het riool kunnen worden gerealiseerd. Ook het afkoppelen van water, toepassen van wadi’s en groendaken zullen niet de extreme buien kunnen verwerken en vragen een goede visie en verdere uitwerking in het omgevingsplan. Ik mis in de omgevingsvisie ook de kans om het hemelwater aan de verhoogde vraag naar drinkwater te koppelen en de mogelijkheid van het aanleggen van een gescheiden rioolstelsel, als onderdeel ook van de visie op de ondergrondse infrastructuur.
zijn in Rijswijk veel gemengde rioolstelsels (vuil water gemengd met regenwater). De rioolstelsels zijn in het verleden met grote diameters aangelegd. Door het regenwater van het gemengde stelsel af te halen (afkoppelen) wordt er ruimte gemaakt voor het vuile water. Specifiek voor het stadscentrum Bogaard geldt dat het rioolstelsel voldoende groot is om de toename van afwater te verwerken. Regelmatig wordt het stelsel doorgerekend en wordt bepaald welke maatregelen nodig zijn om aan de normen te voldoen. Deze maatregelen worden in projecten meegenomen. In de gemeente wordt zo veel mogelijk regenwater afgekoppeld van het gemengde stelsel. Er staat niets over gebruik van regenwater in de woningen omdat hier nog geen beleid voor is opgesteld. Landelijk is hier nog veel onduidelijk over (waarborging gezondheid). Het voornemen is een programma Water, Riolering en Klimaatadaptatie op te stellen waarin o.a. de bovenstaande opgaven aan de orde komen.
8. digitale infrastructuur In de Omgevingsvisie ontbreekt volledig de visie op de digitale infrastructuur in relatie tot het antenne beleid.
8. Uw constatering is juist. Op basis van landelijke wetgeving zijn antennes van niet hoger dan 5 meter onder bepaalde voorwaarden vergunningsvrij.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
Antennes die niet voldoen aan deze landelijke kaders kunnen alleen vergund worden d.m.v. een vergunning voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit. Deze manier van werken kan efficiënt zijn omdat bijvoorbeeld maatwerk gewenst is. 9. Regionale samenwerking Een ander belangrijk punt van zorg is dat er in de huidige plannen met name op gebied van verkeer en wonen alleen gekeken is naar autonome ontwikkeling. Rijswijk ligt echter in een regio en groeit niet autonoom. Het is cruciaal dat er meer aandacht wordt besteed aan de regionale samenwerking en de impact van ontwikkelingen in omliggende gemeenten. Zonder deze bredere visie en harde financiële toezeggingen van regionale partners is deze visie onhaalbaar en zal een effectieve aanpak van de uitdagingen waar Rijswijk voor staat niet mogelijk zijn.
9. Met autonome ontwikkeling wordt bedoeld hoe Rijswijk zich zal ontwikkelen als er geen beleidswijzigingen worden doorgevoerd. Bij het in beeld brengen van autonome ontwikkelingen wordt wel degelijk rekening gehouden met het feit dat de gemeente Rijswijk onderdeel uitmaakt van een regionaal systeem. Daarnaast werken wij op alle ruimtelijke thema’s samen met onze regionale partners. We zullen dit nog verder benadrukken door een nieuw hoofdstuk te wijden aan de regionale samenwerking, hoofdstuk 2.3.3.
10. Participatie De participatie voor burgers in het traject is beperkt geweest. Onduidelijk is op welke manier de participatie met de verschillende belanghebbenden bepaald is. Kunt u verduidelijken in welk document de gekozen participatie gemotiveerd is? Hoe is er extra aandacht uitgegaan naar de genoemde doelgroepen uit paragraaf 138.3 (pagina 4 participatieverslag, waarschijnlijk had dit 2.2 moeten zijn) en waar blijkt dit uit? Behorend tot de werkende oudere met een drukke baan en kinderen zou ik denken dat ik in dit aandachtsgebied val. Hoe is de extra aandacht voor de genoemde doelgroepen vormgegeven?
10.In het najaar van 2023 is een participatie- en communicatieplan Omgevingsvisie Rijswijk opgesteld. Hierin zijn het doel van de participatie, de doelgroepen, de fasering, de strategie en de aanpak (middelen en vormen van participatie) gemotiveerd. In het als bijlage bij de omgevingsvisie gevoegde ‘participatieverslag omgevingsvisie Rijswijk’ wordt uitgebreid ingegaan op het participatieproces dat voor de omgevingsvisie is doorlopen.
10.1. Vragenlijst De vragenlijst is door mij als erg sturend ervaren en zover ik me kan herinneren was er geen open veld om je echte mening kenbaar te maken. In het participatieverslag zijn de vragen en mogelijke antwoorden niet terug te vinden. Daarnaast meen ik me te herinneren dat je op samenrijswijk.nl al je gegevens in moest voeren voordat je Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
Er is ingezet op de ‘stille meerderheid’, bestaande uit jongeren, drukke gezinnen met jonge kinderen, inwoners met een andere etnische achtergrond, inwoners met een lagere sociaaleconomische status en inwoners met mindere taal- en of digitale vaardigheden. Dit is gedaan door een mix van participatievormen in te zetten, dus verschillende activiteiten en middelen, en niet alleen een bijeenkomst bijvoorbeeld. Ook zijn we de wijken ingegaan, ‘naar de mensen toe’ en hebben we de abstracte thema’s van de omgevingsvisie zoveel
9. In de Omgevingsvisie hoofdstuk 2.3.3 toevoegen over regionale samenwerking.
mee kon doen. Dit kan een remmende werking hebben op het aantal deelnemers. • Gelieve de vragen en mogelijke antwoorden van de vragenlijst toevoegen als bijlage van het participatieverslag. • Hoe verhoudt zich het registreren op het platform ‘samenrijswijk.nl’ zich tot de AVG? In de verwerkersovereenkomst wordt gesproken over naam, email en mailadres die wordt gedeeld met de Gemeente Rijswijk, daarnaast wordt er gevraagd naar wijk en geboortejaar. 10.2. Stadsgesprek De participatie van bewoners is ingericht door de zogenaamde ‘markt’, dit betekent dat er geen gezamenlijke interactieve sessie is, zoals wel met ketenpartners en maatschappelijke organisaties is gedaan. Deze vorm van participatie is vooral gebaseerd op zenden dan ontvangen, er wordt geen verslag gemaakt en op deze manier blijven de kritische stemmen buiten beeld. Dit doet vermoeden dat participatie met burgers alleen wordt gedaan voor het ‘vinkje’, maar dat het niets met serieuze inbreng te maken heeft. • Welke afwegingen liggen ten grondslag aan de keuze om bij de ketenpartners en de maatschappelijke organisaties voor een interactieve sessie en voor de ‘burgers’ voor een ‘markt’? Zie ook de eerdere motiveringsvraag.
mogelijke begrijpelijk gemaakt. Zo is er een vragenlijst uitgezet, die behalve online ook op papier in te vullen was. De vragenlijst is verspreid door middel van een flyer met QR-code op verschillende plekken in Rijswijk, zoals de markten, sportvelden en winkelcentra. Daarnaast zijn buurtnetwerken van de gemeente ingezet om de vragenlijst te verspreiden. Er is speciale aandacht uitgegaan naar kinderen door meerdere sessies met de Kinderrechtenambassadeurs te houden. Via hen, hun medeleerlingen en hun ouders is de vragenlijst weer verder verspreid. Dit vond plaats naast het Stadsgesprek voor inwoners (eenmalige bijeenkomst) en Expertsessies voor ketenpartners, ondernemers, organisaties en andere stakeholders. Tijdens de tweede participatieronde is meer aandacht besteed aan groepen en wijken die ondervertegenwoordigd waren in de eerste ronde (met name bij het invullen van de vragenlijst). Dit betrof de buurten Kleurenbuurt, Artiestenbuurt, Stationskwartier, Huis te Lande en Muziekbuurt, en de leeftijden 18-45 jaar. We hebben dit gedaan door met een bakfiets de buurten in te gaan en deze leeftijdsgroepen actief aan te spreken om input op te halen voor specifieke thema’s en keuzes binnen de omgevingsvisie (Rijswijkse Remix)
11. Haalbaarheid en betaalbaarheid Zoals eerder vermeld ontbreekt de visie op een verantwoorde groei van Rijswijk op basis van KPI’s. Wat zijn de randvoorwaarden voor deze plannen? Wat is het minimaal gewenste voorzieningenniveau per inwoner, wat is het minimaal gewenste groen niveau per inwoner. Wat zijn de maximale lasten per inwoner en hoe gaan ontwikkelaars bijdragen aan de plannen? En dus ook durft de gemeente te besluiten dat de genoemde groei van 11.000 + 5.000 woningen onverantwoord is. Graag deze toevoegen aan de omgevingsvisie. En hoe worden de ambtenaren en raadsleden geholpen om op basis van deze visie te handelen, zonder elke keer te
10.1. Om ervoor te zorgen dat alle inwoners in Rijswijk hun mening konden geven over de thema’s van de omgevingsvisie, is een vragenlijst uitgezet. De vragenlijst was beschikbaar van 6 november tot 4 december 2023 en was zowel online als fysiek in te vullen. Op diverse locaties in de gemeente lagen papieren versies van de vragenlijst, om mensen die het invullen digitaal lastig vinden de gelegenheid te geven om ook mee te doen. Er lagen papieren versies bij De Smeltkroes en de buurthuizen Te Werve, Het Trefpunt en Stervoorde. De vragenlijst bestond uit 30 inhoudelijke vragen en 6 vragen over
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
moeten speuren in de 487 pagina die behoren bij de Omgevingsvisie. Heeft het college en de raad alle 487 pagina’s doorgelezen en doorgrond?
de demografische gegevens van de respondenten. De vragenlijst bevatte voornamelijk meerkeuzevragen. Bij elke vraag is een ‘anders, namelijk’ optie toegevoegd, zodat respondenten ook hun eigen inbreng konden invullen, als aanvulling op de antwoordcategorieën. Er is een uitgebreide analyse van de vragenlijst gemaakt. Op basis daarvan is een publieksvriendelijke infographic gemaakt met de uitkomsten. In de tweede participatieronde is opnieuw een korte vragenlijst uitgezet. Hier ging het om een verdieping van de vragen. Nu zijn meer dilemma’s voorgelegd (dit was ook in het proces van de totstandkoming van de omgevingsvisie het moment om keuzes te maken/ prioriteiten te stellen). Hiervoor is de Rijswijkse Remix ontwikkeld. In tegenstelling tot de brede vragenlijst tijdens de eerste participatieronde, was deze vragenlijst kort en gericht op het maken van keuzes. Mensen konden kiezen uit twee opties, bijvoorbeeld: Wat vind je belangrijker: meer bankjes of meer groen op straat? Ook vroegen we mensen thema’s te prioriteren, om zo een beter beeld te krijgen van wat inwoners van Rijswijk belangrijk vinden. De vragenlijst bestond uit 7 keuze-vragen en een vraag over het prioriteren van thema’s. Daarnaast hebben we gevraagd in welke wijk mensen wonen, zodat we een analyse per wijk kunnen maken. De vragen gingen steeds over ‘jouw wijk’.
We hebben de vragenlijst bewust kort gehouden, zodat hij makkelijk in te vullen was. Hierdoor misten sommige respondenten echter de mogelijkheid om meer toelichting te geven. Wat betreft de verhouding tot de AVG het volgende: De gegevens zijn puur gevraagd ten behoeve van het onderzoek in het kader van de omgevingsvisie. De gegevens zijn alleen anoniem verwerkt. De gegevens worden verder niet opgeslagen of verwerkt. Er is extra gevraagd naar wijk en
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
geboortejaar om goed te kunnen monitoren of doelgroepen werden gemist in het beantwoorden van de vragenlijst, aangezien de doelstelling was om alle Rijswijkers de mogelijkheid te geven mee te doen. Hierdoor konden we in de tweede ronden de focus leggen op bepaalde buurten en leeftijdsgroepen (zie antwoord bij onderdeel 10.) 10.2 Naast de vragenlijst en de actiedagen / ‘de wijken in’ heeft een Stadsgesprek plaatsgevonden op 27 november 2023 in De Loods. We hebben dit bewust aanvullend gedaan op de andere participatiemiddelen, omdat er altijd mensen zijn die in gesprek willen met de opstellers van de omgevingsvisie. Dit kon tijdens het Stadsgesprek, in de vorm van een inloopbijeenkomst of informatiemarkt, waar mensen laagdrempelig binnen kunnen lopen, door middel van informatiepanelen informatie konden krijgen over de mogelijke toekomstrichtingen en in gesprek konden met elkaar en met de opstellers van de omgevingsvisie. Er zijn meningen, zorgen en belangen van inwoners opgehaald en kritische stemmen genoteerd. Niet alleen in woord, maar ook in beeld (zie Beeldverslag Stadsgesprek). 11. Een omgevingsvisie vormt een ambitiedocument op hoofdlijnen dat vertaald moet worden in concrete acties. Deze acties zullen worden uitgewerkt binnen het Programma Stadsontwikkeling.
Waar het gaat om concrete investeringen die de gemeente zal moeten gaan doen, zijn wij voornemens dit te koppelen aan ons Lange Termijn Investeringsplan (LTIP). Dit LTIP zal vervolgens weer verwerkt worden in de begroting.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
11
Advies Adviesraad Energietransitie Rijswijk De Adviesraad Energietransitie geeft het advies om: 1. expliciet aan te geven op welke terreinen gewerkt gaat worden om de energiebehoefte per Rijswijker te verlagen en daarbij rekening te houden met de volgende aspecten: o het energie bewuster maken van de Rijswijkers, zowel wat betreft energieverbruik als op het gebied van duurzaamheid; o het verminderen van mobiliteit als geheel, en vooral de vervuilende mobiliteit, door alternatieve vormen volgens de STOMP-methode; o het inzetten op vergroening van tuinen en daken, het tegengaan van verstening van tuinen, het gebruik van zonwering en andere middelen om hittestress tegen te gaan, waardoor Rijswijkers minder snel geneigd zullen zijn om te kiezen voor energie verbruikende koeling. 2. te werken met een gedifferentieerde ambitie voor de energielabels van woningen en gebouwen, waarbij het hoogst haalbare label per type woning als doel wordt gesteld in plaats van label C voor alle woningen en gebouwen.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
1. In de Omgevingsvisie zullen wij expliciet aangegeven dat deze inzet zich richt op het verminderen van gebouwgebonden energieverbruik. Onder gebouwgebonden energieverbruik valt het energieverbruik voor het verwarmen, koelen, verlichten en ventileren van de woning. In uw advies benoemt u de relatie tussen energiebesparing en het STOMP-methode (stappen, trappen, openbaar vervoer, mobiliteitsdiensten en privé-auto) voor de mobiliteit. De inzet van de STOMP-methode is gericht op het verbeteren van de doorstroom van mobiliteit. Dit heeft ook gunstige effecten voor de gezondheid en het verminderen van het energieverbruik, maar wordt niet vanuit die doelstellingen ingezet. 2. De gemeente heeft geen gedifferentieerde ambitie met betrekking tot de energielabels. Het isoleren van woningen is een keuze van de eigenaar. De keuze voor om wel of niet te isoleren hangt af van de huidige isolatiegraad en de toekomstige warmteoplossing. De investering die nodig is om een woning te isoleren van label C naar label A weegt in veel gevallen niet op tegen de besparingskosten en is dan zeer kostbaar voor een relatief weinig meerwaarde. De mate waarin investeren in woningisolatie voorbij energielabel C nodig is, is afhankelijk van de toekomstige warmteoplossing.
Omdat de warmteoplossingen nog niet vast staan en iedere woningeigenaar daarin ook altijd zelf een keuze in kan maken, is het te voorbarig om een ambitie voor energielabels van woningen vast te stellen. Dit geldt ook voor de ambitie om alle woningen te isoleren naar minimaal label C. Wij passen dit aan in de omgevingsvisie.
1. In paragraaf 4.8, onder het kopje “Verkleinen van de energiebehoefte” wordt het volgende aangepast:- de zin “Dit gaat om kleine maatregelen (zoals radiatorfolie en brievenbusborstels) tot aan grote maatregelen zoals woningisolatie.” wordt vervangen door “Dit richt zich op het verminderen van gebouwgebonden energieverbruik. Onder gebouwgebonden energieverbruik valt het energieverbruik voor het verwarmen, koelen, verlichten en ventileren van de woning.” 2. In paragraaf 4.8, onder het kopje “Verkleinen van de energiebehoefte” wordt het volgende aangepast: - de tekst “We willen bewustwording vergroten over energiegebruik en het verduurzamen van bestaande woningen en gebouwen naar uiteindelijk minimaal energielabel C in 2050. In relatie tot de keuze voor de toekomstige duurzame warmtebron kan het nodig zijn om verder te isoleren naar een hoger energielabel. De benodigde maatregelen en mogelijkheden daarvoor zijn per woning verschillend.” aangepast naar “We willen bewustwording vergroten over energiegebruik en
de mogelijkheden voor verduurzaming van bestaande woningen en gebouwen naar een hoger energielabel. De mate waarin verduurzaming naar een hoger energielabel zinvol is, hangt onder andere samen met de keuze voor de toekomstige duurzame warmtebron. De benodigde maatregelen en mogelijkheden zijn per woning verschillend.” - In de tabel aan het einde van paragraaf 4.8 wordt de tekst “tot minimaal energielabel C in 2050”vervangen door “stimuleren”. 3. een indicatie te geven van het potentieel van de geothermische bronnen waarover Rijswijk beschikt in termen van het percentage van de energiebehoefte dat met deze bron voorzien kan worden gedurende meerdere jaren en duidelijk te maken in welke mate de gemeente gebruik wil maken van dit potentieel.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
3. In het huidige beleid is rekening gehouden met één geothermische bron. De potentie is Rijswijk is 25 MW aan te boren. De bron is voldoende om ongeveer 12.500 woningen te verwarmen. De verwachting is dat er ongeveer 26.500 woningen in Rijswijk kunnen worden aangesloten op een collectief warmtenet op midden temperatuur. Met deze bron kan dus iets minder dan de helft van de woningen worden voorzien. Er is in de ondergrond van Rijswijk meer ruimte voor het winnen van geothermie. Ook door innovatie, bijvoorbeeld hoge temperatuur opslag en decentrale opslag, is het aandeel van geothermie te vergroten. De gemeente staat positief tegen het ontwikkelen van geothermie. In welke mate, en wanneer Rijswijk ook daadwerkelijk gebruik gaat maken van geothermie is mede afhankelijk van het warmtebedrijf. In de wet is geregeld dat het warmtebedrijf verantwoordelijk is voor de levering en dus ook het inkopen van de warmte.
3. In paragraaf 4.8, onder het kopje “Warmte-infrastructuur” is in de tweede alinea na de zin “Door het aansluiten op lokale (geothermie) en of regionale (rest)warmtebronnen via WarmtelinQ worden we ook onafhankelijk van buitenlandse energie.” de volgende tekst toegevoegd “In het huidige beleid is rekening gehouden met één geothermische bron. De bron (met een potentie van 25 MW) is voldoende om ongeveer 12.500 woningen te verwarmen. Er is in de ondergrond van Rijswijk meer ruimte voor het winnen van geothermie. De campusfunctie van Kessler Park met focus op de energietransitie rondom geothermiecentrum RCSG kan hierin een belangrijke rol spelen
en willen we daarom verder ontwikkelen (kaart: ‘campusfunctie Kessler Park’) ”. - In paragraaf 4.8 onder het kopje “Bodemenergie” is in de eerste alinea de zin “De campusfunctie van Kessler Park met focus op de energietransitie rondom geothermiecentrum RCSG kan hierin een belangrijke rol spelen en willen we daarom verder ontwikkelen (kaart: ‘campusfunctie Kessler Park’)” verwijderd.
de technologische ontwikkelingen in de energievoorziening (zowel bij energieopwekking als bij energieopslag) die zich in de komende jaren zullen voordoen actief te blijven volgen en hiervoor ruimte te creëren in de ontwikkeling van beleid, zodat oplossingen die er momenteel nog niet zijn of waarvoor nu geen breed draagvlak is (denk bijvoorbeeld aan kernenergie of kleinschalige windturbines) in de toekomst mogelijk wel een rol kunnen spelen.
4. Wij onderschrijven uw advies om technologische ontwikkelingen in de energievoorziening de komende jaren actief te volgen. Dit nemen we op in de omgevingsvisie. In welke mate ruimte kan worden gegeven aan nieuwe ontwikkelingen om in de toekomst een rol spelen, is nu niet te voorspellen. De wenselijkheid van nieuwe toepassingen zal afhankelijk zijn van de impact die dit heeft op de fysieke leefomgeving en de (maatschappelijke) investeringen. Bij nieuwe ontwikkelingen die kunnen bijdragen aan het verwezenlijken van onze ambitie en doelstellingen, zal de gemeente ook altijd de nadelige gevolgen (bijvoorbeeld de financiële kosten, de impact op het milieu en de veiligheid) bekijken en op basis van het geheel een weloverwogen afweging maken over de toepasbaarheid.
5. het beleid voor de transitie naar een circulaire economie te concretiseren. Op pagina 92, het einde van paragraaf 4.9, zou “circulariteit” tot een doel verheven kunnen worden, gepaard gaande met de ontwikkeling van een stevig beleid.
5. Zoals in de ontwerp omgevingsvisie is opgenomen ontbreekt het op dit moment aan integraal beleid op het aspect van circulariteit. In de komende periode wordt in samenwerking met regiogemeenten gewerkt aan de ontwikkeling van dit beleid. Vanuit die
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
4. In paragraaf 4.8, onder het kopje “Voorkomen van netcongestie” is in de derde alinea na de zin “We zetten in op een goede afstemming van vraag en aanbod met behulp van mogelijkheden voor innovatieve (batterij-)opslag, het verkennen en stimuleren van kleinschalige energiesystemen (zogenaamde energyhubs) en de uitwisseling van energie.” de volgende tekst toegevoegd “Technologische ontwikkelen volgen we actief om te onderzoeken in welke mate die bij kunnen dragen aan het realiseren van onze doelstellingen.”
ontwikkeling zullen ook doelstellingen bepaald worden, die onderdeel worden van een volgende versie van de omgevingsvisie. Het is niet haalbaar om de doelstelling en het beleid op gebied van circulariteit in deze versie van de omgevingsvisie op te nemen. 6. ook in dit document alternatieven te benoemen, naast het Warmteprogramma met betrekking tot warmtevoorziening voor het geval de toepassing van het warmtenet tegenvallende effecten heeft of slechts beperkt haalbaar is in bepaalde wijken. 7. de mogelijkheden te concretiseren die de gemeente wil gaan benutten of exploreren m.b.t. de opslag van energie en de openbare ruimte die daarvoor nodig is.
6. Wij nemen dit advies over.
7. De opslag van energie kan bijdragen in het verlichten van congestie op het net. U adviseert om te concretiseren welke mogelijkheden de gemeente wil benutten of onderzoeken met betrekking tot de opslag van energie die daarvoor nodig is. In de omgevingsvisie staat dat we vraag en aanbod op het elektriciteitsnet beter in balans willen brengen met onder andere mogelijkheden voor innovatie (batterij-)opslag. Op dit moment kunnen wij niet aangegeven welke mogelijkheden concreet benut zullen worden. De opslag van elektriciteit is geen taak van de gemeente, maar van marktpartijen en/of particulieren.
8. waar mogelijk kwantitatieve gegevens en onderliggende argumenten, afhankelijkheden en risico’s in het document op te nemen, gepaard met een goede bronvermelding.
8. De omgevingsvisie wordt hierop aangevuld.
9. de doelen op te nemen in een globaal tijdspad met daarbij kwantitatieve informatie waar we nu staan, wat we weten, wat we nog niet weten en waar we heen willen.
9. Wij begrijpen uw advies over een stappenplan en volgordelijkheid in de ambities die zijn beschreven. Tegelijkertijd willen wij benadrukken de omgevingsvisie een visiedocument waarin het toekomstbeeld van Rijswijk wordt geschetst, dat richting geeft aan de uitwerking van concretere beldisprogramma’s. Op het gebied van de
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
6. In paragraaf 4.8, onder het kopje “Warmtetransitie: overgang naar duurzame warmte” is in de tweede alinea na de zin “Door aan te sluiten op een warmtenet vermijden we elektrische oplossingen (zoals warmtepompen) en verlichten daarmee (lokale) problemen van netcongestie.” aan de tekst toegevoegd “Naast aansluiting op een warmtenet is ook aansluiting op een WKO (warmtekoudeopslag) of installatie van een warmtepomp mogelijk.”
8. In paragraaf 2.5.5 Onder het kopje “Energietransitie” is in de vierde alinea bronvermelding “Energielabels” toegevoegd als voetnoot. In paragraaf 2.5.5 onder het kopje “Energietransitie” in de vijfde alinea is bronvermelding “aandeel hernieuwbare energie” toegevoegd als voetnoot
energietransitie is dat het Warmteprogramma. Het uitwerken van de doelstellingen in concrete stappen over hoe we naar doelstellingen toewerken en wat de tijdslijn is, zal daarin een plek krijgen. 10. de voortgang te monitoren en wanneer nodig het beleid bij te stellen op basis van kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen. Zie ook het AER advies van juli 2012 “Meten is weten”.
10. Voor de monitoring en de evaluatie van de omgevingsvisie wordt een monitoringsysteem ingericht waarmee we zicht houden op de voortgang. De omgevingsvisie richt zijn blik op 2050 en krijgt een nadere uitwerking in programma’s en uitvoerend beleid. Voor de energietransitie is dat het Warmteprogramma en beleids-/ uitvoeringsprogramma’s, zoals het woningisolatieprogramma en de ontwikkeling van het warmtenet. Ook op de lagere beleidsniveau en uitvoeringsprogramma’s wordt de voortgang gemonitord. Daarnaast wordt eens per 2 jaar een monitor opgesteld voor alle doelstellingen die vallen onder duurzaamheid.
11. een visie te ontwikkelen op de interactie met inwoners bij de implementatie van de plannen voor de energietransitie.
11. De gemeentelijke visie op communicatie en participatie van alle belanghebbende is vastgelegd in het Participatiebeleid: Eén gemeenschap, één stad: samen bouwen we Rijswijk, dat op 15 oktober 2024 is vastgesteld door de gemeenteraad. Daarin is vastgelegd dat het concretiseren van de participatiedoelstellingen, de uitvoering en het afleggen van verantwoording, op ieder niveau van planvorming en uitvoering herhaald wordt. Bij het opstellen van het Warmteprogramma wordt het participatieproces van inwoners vormgegeven volgens het vastgestelde beleid.
12. duidelijk te maken binnen welke kaders er ruimte is voor individuele en lokale initiatieven, en welke rol daarbij wordt verwacht van buurtverenigingen, VvE’s en andere maatschappelijke organisaties.
12 en 13. De uitwerking van kaders en de ruimte die er is voor individuele en lokale initiatieven en de ondersteuning die inwoners van de gemeente kunnen verwachten bij hun initiatieven, krijgt een plek in het Warmteprogramma en daaropvolgende uitvoeringsprogramma’s.
13. duidelijk te maken welke ondersteuning de Rijswijkers vanuit de gemeente kunnen verwachten bij hun initiatieven. Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
In paragraaf 2.5.5 onder het kopje “Energietransitie” in de zesde alinea is bronvermelding “Netcongestie” toegevoegd als voetnoot. In paragraaf 4.8 onder het kopje “voorkomen van netcongestie” is de bronvermelding “verkenning klimaatneutraal elektriciteitssysteem..” toegevoegd als voetnoot.In paragraaf 4.8
14. regelmatig verantwoording af te leggen over de voortgang van het proces en de resultaten, daarbij communicerend aan de hand van meetbare doelen en de toepassing van monitoringsinstrumenten. 15. de publieksversie van het document breed bekend te maken en daarin concrete aandacht te besteden aan de bovengenoemde punten. 16. zo duidelijk en eerlijk mogelijk te zijn over de kosten (en de onzekerheden daarin) die de energietransitie met zich meebrengt en te formuleren hoe de gemeente zal voorkomen dat energiearmoede optreedt. Dit is nodig om de onzekerheid te minimaliseren, de motivatie te maximaliseren en klimaatrechtvaardigheid na te streven. 17. concreet te maken wat de gemeente verstaat onder “betaalbaarheid” (per doelgroep) en hoe het beleid anticipeert op verschillen in de financiële consequenties voor inwoners. 18. duidelijke kaders te formuleren voor de keuze van alternatieve oplossingen en/of het financieel compenseren van Rijswijkers, die de kosten van de energietransitie niet kunnen dragen.
19. ontwikkelingen in Rijswijk te bekijken vanuit het perspectief van wat mensen van waarde vinden, de Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
14 en 15. Wij onderschrijven dat het regelmatig verantwoording afleggen over de voortgang van het proces en te communiceren over meetbare doelstellingen van belang is om Rijswijkers te betrekken bij de uitvoering. Wij zullen op verschillende niveaus – van formele verantwoording via de jaarrekening tot informeel informeren via nieuwsbrieven– uitvoering geven aan dit advies. 16. De kosten van de ambities op de energietransitie beschreven in de omgevingsvisie zijn nog niet concreet. Ook een inschatting is niet aan de orde en zou ten onrechte het beeld schetsen dat nu al duidelijk is welke stappen gezet moet worden, op welke manier en welke kosten daaraan verbonden zijn. 17 en 18. Wij begrijpen die behoefte, maar kunnen op dit moment geen duidelijk kader schetsen. Wij waken ervoor om uitspraken te doen over bedragen en oplossingen (eventueel in de vorm van financiële compensatie) zolang wij niet duidelijk hebben wat de kosten zijn, wanneer die zich gaan voordoen en wie die gaat dragen. Het bieden van zekerheid is belangrijk om inwoners te motiveren aan de slag te gaan. Die zekerheid vraagt zorgvuldigheid en kunnen we pas bieden op het moment dat we de vragen die volgen kunnen beantwoorden. In de uitwerking en de uitvoering van de energietransitie heeft de betaalbaarheid continue onze aandacht.
De gemeente voert – samen met regiogemeenten – het gesprek met het Rijk over het waarborgen van de betaalbaarheid voor alle inwoners in onze gemeenten. De minister van Klimaat en Groene Groei werkt op dit moment aan een kader om meer richting te geven aan de vraag wat betaalbaarheid is. 19. In de ontwikkeling van de omgevingsvisie is met het participatietraject veel inzet gepleegd om
effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen elders (buiten de regio) en later (toekomstige generaties).
duidelijk te krijgen wat inwoners en ondernemers van waarde vinden voor de inrichting van de fysieke leefomgeving en de effecten die oplossingen voor maatschappelijke problemen hebben op die leefomgeving.
20. een risicoanalyse uit te voeren voor de verhouding tussen de leefbaarheidsdoelstellingen en de energietransitie en op basis daarvan alternatieven in ogenschouw te nemen zodat het beleid tijdig bijgesteld kan worden.
20. Een risicoanalyse naar de effecten van het voorgestelde beleid op de leefomgeving is uitgevoerd met het opstellen van de Plan-MER. In de Plan-MER is in beeld gebracht wat de milieueffecten, de ruimtelijke effecten en de sociaal maatschappelijke effecten zijn van het voorgestelde beleid. De Plan-MER is gelijktijdig met de ontwikkeling van de omgevingsvisie tot stand gekomen, waarmee de inzichten vanuit de Plan-MER onderdeel zijn geweest van de beleidsontwikkeling.
21.te onderzoeken of een Rijswijkse klimaatatlas kan bijdragen aan het inzichtelijk maken van hittestress, droogte en wateroverlast in onze gemeente.
21. Voor de ontwikkeling van de gemeentelijke omgevingsvisie op het gebied van hittestress, droogte en wateroverlast (klimaatadaptatie), is gebruik gemaakt van Geoweb (softwareprogramma dat openbare en gemeentelijke data aan kaarten koppelt) en de algemene openbare klimaatatlas (Buurten Dashboard, van www.klimaateffectatlas.nl). Voor vraagstukken die meer detailniveau vereisen, bijvoorbeeld bij uitvoerende projecten en in onderliggende programma’s of beleidsstukken, maken we gebruik van de Rijswijkse klimaatatlas, die nu herijkt wordt op basis van actuele databronnen. Hiertoe voegen we een tekst toe, aan de omgevingsvisie, wat onder “Uitwerking visie per thema” als een van onze doelen is opgenomen.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
Ambtshalve wijzingen 1. Paragraaf 2.4.2: kopje ‘Buitenplaats, dorp, stad’: het aantal inwoners (in de voetnoot) is bijgewerkt met de meest recente cijfers. 2. Paragraaf 2.5.2: - Kopje ‘Demografische ontwikkelingen’: de bevolkingsprognose is bijgewerkt, gebaseerd op het actuele aantal inwoners en huishoudens, het actuele woningbouwprogramma en op basis daarvan een professionele inschatting van de gemiddelde huishoudensgrootte. - Kopje ‘Woningbouwopgave’: de tekst over het woningbouwprogramma is aangepast op het actuele woningbouwprogramma van Rijswijk. 3. Paragraaf 3.3, afbeelding 3.3 (toekomstvisie op hoofdlijnen): op de kaart zijn enkele ondergeschikte wijzigingen doorgevoerd (o.a. arcering rondom de Vlietzone, toevoeging kennisas, aanvulling legenda). 4. Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2 tot en met 4.10: in de samenvattende tabellen met doelen, randvoorwaarden en uitgangspunten is een redactieslag uitgevoerd. De tabellen zijn afgestemd op de actuele versies van de teksten in de betreffende paragrafen. Inhoudelijk bevatten de tabellen geen nieuwe informatie ten opzichte van de teksten in de paragrafen. 5.
In paragraaf 4.8 onder het kopje “Energietransitie: overgang naar duurzame en onafhankelijke energie” is: - de eerste zin aangepast van “Om de klimaatverandering zoveel mogelijk af te remmen en energieonafhankelijk te worden, moeten we allemaal samenwerken: de gemeente, bewoners, bedrijven, woningcorporaties, onderwijsinstellingen, welzijnsorganisaties, culturele instellingen en het Rijk.” naar “Om de klimaatverandering zoveel mogelijk af te remmen en energieonafhankelijk te worden, moeten we allemaal samenwerken, onder andere: de gemeente, bewoners, bedrijven, woningcorporaties, onderwijsinstellingen, welzijnsorganisaties, culturele instellingen, regiogemeenten, de provincie ZuidHolland en het Rijk.” - achter de tekst ”We houden er daarom rekening mee dat de energietransitie toegankelijk moet zijn voor alle vastgoedeigenaren” de volgende tekst toegevoegd “en gebruikers”. - de zin “De energietransitie is geen eenvoudige opgave, het vraagt technische aanpassingen aan gebouwen en daarmee financiële investeringen en in sommige gevallen (bij VvE’s of corporaties) formele besluitvormingsprocedures.” aangepast naar “De energietransitie is geen eenvoudige opgave, het vraagt technische aanpassingen aan gebouwen en daarmee financiële investeringen en formele besluitvormingsprocedures bij VvE's en corporaties”.
- in de laatste zin van de tweede alinea het woord “al” verwijderd en de witte regel met de volgende alinea is verwijderd. - Tussen de zin “Dit betekent dat iedere woningeigenaar en vastgoedeigenaar isolatiemaatregelen in zijn eigen tempo zal doorvoeren.” en “Met name in sterk verstedelijkte en verharde omgevingen lopen de temperaturen steeds verder op, verkoeling in de buitenruimte en in woningen is daarom essentieel en heeft een ruimtelijke component.” is een witte regel toegevoegd. 6. In paragraaf 4.8 onder het kopje “Warmte-infrastructuur” is: - in de eerste alinea de zin “Daarbij is er aandacht voor het bestrijden van energiearmoede” verplaatst en volgt nu op de zin “Dit betekent dat het Rijk structureel voldoende financiële middelen beschikbaar moet stellen om inwoners te stimuleren en te helpen”. - in de eerste zin van de tweede alinea is achter “WarmtelinQ” het woord “en” vervangen door een komma en “inclusief” vervangen door “en”.
- In de tweede alinea is “(kaart: ‘centrale opslag warmte)” aangepast naar “(kaart: centraal warmteoverdrachtstation)” - in de derde alinea is “(kaart: ‘decentrale warmteopslag’)” vervangen door “(kaart ‘decentrale warmteoverdrachtstations’) “ - de laatste zin van de tweede alinea aangepast van “we passen dit gebouw zo in dat de impact ervan op de landgoederenzone zo klein mogelijk is” aangepast naar “Bij eventuele inpassing van dit gebouw streven we ernaar dat de impact ervan op de landgoederenzone zo klein mogelijk is”. Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
- in de eerste zin van de vijfde alinea is “Rijswijk” verwijderd. 7. In paragraaf 4.8 onder het kopje “Bodemenergie” is - in de eerste zin van de eerste alinea “graag” verwijderd. - in de tweede alinea “en in overleg met de provincie een pilot daarvoor starten” verwijderd. 8. In paragraaf 4.8 onder het kopje “Duurzame opwekking van elektriciteit” is in de vierde alinea, de tweede zin “denk aan parkeergarages en wegen” aangepast naar “denk aan parkeerplaatsen en langs snelwegen”. 9. In de legenda van afbeelding 4.12: Thematische visiekaart “Duurzame energievoorziening” is - “potentiële geothermiebron” verwijderd. - “decentrale warmteopslag” aangepast naar “decentraal warmteoverdrachtstation”. 10. Op de kaarten verschuift het nieuwe station RijswijkBuiten in zuidelijke richting. 11. Naar aanleiding van de aangenomen amendementen over het Groenbeleid Rijswijk in de raad van 28 januari zijn de onderstaande teksten in de Omgevingsvisie toegevoegd. "De groei van de woningbouw gaat hand in hand met de groei van het groen, zodat de leefbaarheid en de balans tussen bebouwing en natuur gewaarborgd blijven en de Rijswijkse identiteit behouden blijft.” “Bij gebieds- en locatie ontwikkelingen worden er regels gesteld voor het natuurinclusief en duurzaam inrichten van gebouwen en de buitenruimte.
Op deze manier wordt gezorgd dat de kwaliteit van de natuur (de natuurwaarden) in Rijswijk wordt vergroot” “Wanneer bij gebieds- en locatie ontwikkelingen of bij noodzakelijk onderhoud er bomen en beplantingen wordt verwijderd, dan wordt het verwijderde groen op een gelijkwaardige wijze gecompenseerd” "Om te zorgen dat er genoeg bomen en beplanting in verschillende delen van Rijswijk zijn: • Wordt bij herinrichtingen en herontwikkelingen in de stad de 3-30-300 regel als richtlijn gehanteerd; • Wordt bij gebiedsontwikkelingen of het verdichten van bebouwing de kansen benut om extra groen toe te voegen; • Wordt in de landgoederenzone en de stadsparkzone geïnvesteerd, zodat de parken en bossen een kwaliteitsimpuls krijgen waardoor ze optimaal kunnen meegroeien met de stad;” “Bij gebiedsontwikkelingen dragen de ontwikkelaars bij aan het realiseren van de inrichting van het groen in het gebied en helpen bij het realiseren van de groene ambities.” 11.Paragraaf 5.5.4: Afwegingskader Werk-woongebieden, kopje ‘Innovatieve economie’: begrip ‘milieucategorieën omgeschreven naar Ow-terminologie.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025