Bijlage D Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk (RV 25-015)
Tekst van het document
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk
Gemeente Rijswijk 16 maart 2010 concept-01
RE VB
= Regels = Geometrische plaatsbepaling / Verbeelding
Nota van Zienswijzen bestemmingsplan Muziekbuurt, ontwerp d.d. 9 februari 2010 Gemeente Rijswijk, 16 maart 2010
4 februari 2025
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
1. INLEIDING In de periode november 2024 - januari 2025 is de Ontwerp-Omgevingsvisie Rijswijk en het bijbehorende PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk ter visie gelegd. In de Omgevingsvisie Rijswijk beschrijft de gemeente Rijswijk het strategische beleid voor de gehele fysieke leefomgeving op de lange termijn. In deze Nota van Beantwoording Zienswijzen worden de ingekomen zienswijzen weergegeven en voorzien van een beantwoording. Voordat inhoudelijk op de zienwijzen wordt ingegaan, wordt eerst nog kort het verloop van het proces van de Omgevingsvisie beschreven (paragraaf 2). Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de ontvangen zienswijzen (paragraaf 3). Het hoofddeel van deze Nota bestaat een vierkolommenschema, waarin per onderdeel van de ontvangen zienswijzen een antwoord wordt gegeven, en ook wordt aangegeven wat er in het vervolg met deze zienswijze wordt gedaan. Er zijn ook enkele ambtshalve wijzigingen in de OntwerpOmgevingDe Nota Beantwoording Zienswijzen zal aan de raad worden voorgelegd.
2. GEVOLGDE PROCEDURE Op 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk het Plan van Aanpak voor de Omgevingsvisie Rijswijk vastgesteld. Het opstellen van een milieueffectrapport (MER) voor de Omgevingsvisie maakt deel uit van dit Plan van Aanpak. Na een eerste fase, die bestond uit het uitvoeren van verkenningen en een analyse van de huidige staat van de gemeente, is de koers voor de toekomst bepaald. Dit is gedaan aan de hand van vier alternatieve ontwikkelrichtingen, die aan de samenleving zijn voorgelegd. Mede op basis van de opgehaalde opmerkingen is het ontwerp van de Omgevingsvisie opgesteld. In het PlanMER zijn de milieueffecten van de Omgevingsvisie beschreven. De Omgevingsvisie Rijswijk en het bijbehorende PlanMER hebben wij vanaf 29 november 2024 voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. De stukken zijn digitaal ter inzage gelegd, maar er was ook een mogelijkheid om de stukken fysiek te raadplegen. Ook is een inloopbijeenkomst georganiseerd. Tijdens deze periode heeft iedereen kunnen reageren op de Ontwerp-Omgevingsvisie Rijswijk en het bijbehorende PlanMER.
3. OVERZICHT ONTVANGEN ZIENSWIJZEN EN ONTVANKELIJKHEID In de periode van 29 november 2024 – 10 januari 2025 zijn in totaal 10 zienswijzen ontvangen. Van de volgende partijen/personen is een zienswijze ontvangen: 1. Cumela Nederland 2. ProRail 3. Provincie Zuid-Holland 4. Hoogheemraadschap van Delfland 5. GGD Haaglanden 6. Rijswijkse Golfclub en BV Golfbaan Rijswijk 7. Inwoner van Rijswijk 8. MRDH 9. Inwoner Rijswijk 10. Inwoner Rijswijk Alle zienswijzen zijn ontvangen binnen de termijn van ter inzagelegging en zijn derhalve ontvankelijk. Daarnaast is een advies van de Adviesraad Energietransitie ontvangen. De reactie op dit advies is ook in de Nota van Beantwoording Zienswijzen opgenomen.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
Nota Beantwoording Zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie 4 februari 2025
Nr.
Zienswijze
1.
Cumela Nederland 1. We vragen om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities. 2. Wij verzoeken u om bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van Cumela bedrijven. 3. Wij verzoeken u om bij de bedrijfslocaties van Cumela bedrijven voldoende (buiten)opslagmogelijkheden toe te staan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie. 4. Wij verzoeken u om bij de bedrijfslocatie van Cumela bedrijven voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie.
Beantwoording/reactie 1. De concept omgevingsvisie stelt dat het behoud van een gezonde economische basis voor Rijswijk essentieel is. Dit betekent ook dat er ruimte moet zijn voor bedrijven om zich te ontwikkelen binnen de gestelde kaders van duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. De ruimte in Rijswijk is echter schaars en de druk is hoog. Er is nu geen ruimte voor nieuwe écht grote ruimtevragers in Rijswijk. Onze focus ligt daarom vooral op het nóg beter benutten van de bestaande werklocaties. We zetten in op dubbel ruimtegebruik, alleen de juiste functies toestaan en een passende beeldkwaliteit. Ook beschermen we zwaardere bedrijfsactiviteiten en watergebonden bedrijvigheid. Met het oog op de circulaire economie en de energietransitie, en de ruimte die dit vraagt, onderzoeken we ook mogelijkheden voor bedrijvigheid in combinatie met andere functies op het Golfbaanterrein, de TNO-locatie, Event Plaza en Hof van Elsenburg. 2. De gemeente Rijswijk onderschrijft het belang van goede bereikbaarheid als voorwaarde voor economische vitaliteit. In lijn met de ambitie van de omgevingsvisie zorgen we voor een “goede bereikbaarheid”. Bij de aanleg, verandering of onderhoud van ontsluitingswegen houden we daarom rekening met alle beoogde weggebruikers, waarbij de bereikbaarheid en veiligheid van alle
Nota Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
Gevolgen voor Ontwerp Omgevingsvisie / MER
weggebruikers voorop staat passend binnen de geldende wet- en regelgeving. 3. De ruimte is beperkt in Rijswijk en meervoudig ruimtegebruik is zodoende één van de belangrijke aandachtspunten in de visie. Door het beschermen van de ruimte voor werken, het beter benutten van de bestaande ruimte en het juiste bedrijf op de juiste plek, zetten we in Rijswijk in op ruimte voor ondernemers. Voldoende ruimte voor stadsverzorgende economie is daarbij een belangrijk speerpunt. Indien de wens bestaat meer opslagmogelijkheden toe te staan op specifieke percelen, dan kan hiervoor een verzoek worden ingediend en zal de gemeente beoordelen of dit mogelijk gemaakt kan worden. 4. De gemeente staat positief ten opzichte van nieuwe initiatieven voor de opwek en opslag van duurzame energie. Welke mogelijkheden er zijn, is sterk afhankelijk van het gewenste initiatief en de specifieke locatie. Daarbij hoort een brede afweging van de impact van nieuwe ontwikkelingen op de leefomgeving en de wenselijkheid hiervan in relatie tot de gestelde ambities. Wij gaan hierover graag met u in gesprek. 2.
ProRail 1. ProRail verzoekt de gemeente Rijswijk om haar actief te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan, teneinde in gezamenlijk overleg tot overeenstemming te komen c.q. afspraken te maken alvorens tot uitvoering zal worden overgegaan.
2. Geluid: ProRail wijst u erop dat voor het aspect Geluid in relatie tot railverkeer in een akoestisch onderzoek de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
1. Wij erkennen dat het ontwikkelen van ruimtelijke plannen in de nabijheid van het spoor extra aandachtspunten met zich meebrengt. Wij waarderen ook de nu lopende samenwerking bij de verkenning van station Rijswijk Buiten en het bestaande station. Bij de ontwikkeling van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan zal ProRail betrokken worden. 2 en 3. De leefbaarheid voor bewoners/gebruikers vinden wij van groot belang. Daarom zal bij akoestisch onderzoek in relatie tot railverkeer de
spoor gebruikt dienen te worden. Het gebruik van deze brongegevens borgt dat de toekomstige bewoners geen hogere geluidbelasting gaan ondervinden dan op basis van de wettelijke geluidproductieplafonds verwacht mag worden.
wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor gebruikt worden. Ook zullen we bij planvorming in de nabijheid van het spoor rekening houden met het aspect trillingen.
3. Trillingen: bebouwing dicht bij het spoor mogelijk maken, kan trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers ontstaan als gevolg van treinverkeer. Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder in dit soort situaties acht ProRail het gewenst dat er in de planvorming wel aandacht voor is. ProRail raadt u dan ook aan om het aspect trillingen te betrekken bij de Omgevingsvisie Rijswijk en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen. 4. Overwegen: In samenwerking met u als wegbeheerder willen wij als ProRail verder werken aan de beheersing van risico's op overwegen.
4. Er zijn geen gelijkvloerse overwegen meer in Rijswijk.
5. Waterpeil/stabiliteit: De stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen mag niet worden beïnvloed. Uw gemeente dient te borgen dat plannen en/of werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. In het bijzonder merkt ProRail op dat de initiatiefnemer schriftelijk dient aan te tonen dat in het geval van het infiltreren van hemelwater in de nabijheid van de spoorlijn er geen nadelige effecten optreden op de stabiliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur met bijbehorende voorzieningen
5. Bij plannen en/of werkzaamheden in de nabijheid van het spoor zal rekening worden gehouden met de potentiële effecten op de stabiliteit van het spoor. De gemeente zal schriftelijk aantonen dat in geval van infiltreren van hemelwater in de nabijheid van het spoor er geen nadelige effecten optreden op de stabiliteit van het spoor.
6. Omgevingswet en beperkingengebieden: ProRail wijst u op de in de Omgevingswet c.a. vastgelegde beperkingengebieden voor Hoofdspoorwegen 7. Spoorwegdoeleinden: ProRail verzoekt u zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de activiteit Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
6. Wij hebben kennisgenomen van de regels over een beperkingengebied activiteit met betrekking tot de spoorweg. Wij zullen in voorkomende gevallen de regels in acht nemen.
Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, deze activiteit ook in de toekomst zullen behouden. Ook verzoekt ProRail uw gemeente om geen dubbelactiviteiten mogelijk te maken. Indien desondanks een dubbelactiviteit archeologie wordt opgenomen over de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, dan zou ProRail graag zien dat deze dubbelactiviteit aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten betreft. 8. Percelen Prorail: In de Omgevingsvisie zijn percelen opgenomen die in eigendom zijn van Railinfratrust B.V./ProRail B.V. (verder te noemen “ProRail”). ProRail merkt in dit kader op dat deze percelen - zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van ProRail - niet mogen worden gebruikt. Deze percelen zijn door ProRail benodigd ten behoeve van de uitvoering van haar wettelijke taken en voor eventuele toekomstige (uitbreidings)plannen. 9. Bureau Spoorbouwmeester: Bureau Spoorbouwmeester is in 2001 op initiatief van de directies van NS en ProRail opgericht als een onafhankelijk adviserend orgaan voor ontwerp en vormgevingsopgaven binnen de spoorsector. Het daagt al deze spoorse partijen uit om vanuit het perspectief van reizigers en omgeving met zorg en ambitie aan de opgaven op en rond het spoor te werken. 10. Onderstations: De binnen het plangebied aanwezige onderstations mogen niet komen te vervallen.
Deze onderstations zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor de berijdbaarheid van het spoor. Tevens verzoekt ProRail u ervoor zorg te dragen dat de onderstations - net als in de huidige situatie - te allen tijde bereikbaar zullen zijn voor onderhouds- en hulpdiensten. 11. Overige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra: De binnen het plangebied aanwezige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra, deel uitmakende van de hoofdspoorweginfrastructuur, al dan niet gelegen op Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
7. Gronden waaraan in (het tijdelijke deel van) het omgevingsplan een functie railverkeer is toegekend, zullen dit ook in de toekomst behouden. Regelingen voor archeologie maken geen (dubbel)activiteiten mogelijk, maar vormen een bescherming van archeologische waarden tegen andere (bouw- en aanleg-) activiteiten. Veelal zijn die activiteiten nog mogelijk, als wordt aangetoond dat archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. De gebieden waar deze regels gelden zijn gebaseerd op de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidskaart, en de daarin opgenomen archeologische verwachtingswaarden. 8. Indien nodig zal schriftelijke toestemming aan ProRail worden gevraagd.
9. Dank voor deze opmerking. Wordt ter kennisname aangenomen.
10. Hier zal rekening mee worden gehouden als er uitwerking en verdere planvorming zal plaatsvinden. Hierover zal dan met ProRail afstemming worden gezocht.
percelen van ProRail, dienen te allen tijde bereikbaar te zijn en te blijven ten behoeve van het spoorwegbeheer en/of voor hulpdiensten. 12. Zicht op de stationentree: Doordat de stationsomgeving een ideale plek is om je te vestigen, ziet ProRail de laatste jaren steeds meer verdichting en hoogbouw rond het station. Dit komt de vindbaarheid van een station niet ten goede. ProRail wil graag dat binnen de planontwikkelingen de zichtlijnen geborgd blijven. 13. Windbeleving en windhinderrisico’s: Hoogbouw rond het station heeft invloed op de windbeleving van de reiziger. Daardoor is het van belang dat in de omgeving rekening wordt gehouden met de windbeleving op het perron. Hoogbouw rond het station heeft ook invloed op de windcirculatie/windstromen en kan risico’s opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen. Hiermee dient rekening te worden gehouden. 14. Schaduwwerking op zonnepanelen: ProRail stelt zich als doel om in 2030 C02 neutraal te opereren. Vele daken en perronoverkappingen zijn of worden voorzien van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken ProRail verzoekt u derhalve bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en indien nodig met ProRail in contact te treden, zodat voornoemde doelstelling van ProRail voor 2030 haalbaar blijft.
15.Zonneparken en reflectie in relatie tot hoofdspoorweginfrastructuur: Uit een risicoanalyse moet blijken dat zonnepanelen op bijvoorbeeld parkeerplaatsen en /of geluidschermen en/of langs spoorwegen geen negatief effect hebben op de Hoofdspoorweginfrastructuur. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
11. Hier zal rekening mee worden gehouden als er uitwerking en verdere planvorming zal plaatsvinden. Hierover zal dan met ProRail afstemming worden gezocht.
12. Rondom het station Rijswijk worden meer woningen, bedrijvigheid en voorzieningen gerealiseerd. De gemeente Rijswijk vindt de vindbaarheid van het station belangrijk om onze doelstellingen rondom STOMP ter realiseren. Wij werken de komende jaren graag verder samen met ProRail aan de verbetering van het stationsgebied, waaronder de vindbaarheid van het station. De inzet is de huidige zichtlijnen juist te versterken. 13. Bij planvorming en uitwerking in Rijswijk is onderzoek naar windhinder en –beleving altijd onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek.
14 en 15. Bij het mogelijk maken van hoogbouw vindt altijd een ruimtelijke afweging plaats, waarbij rekening wordt gehouden met effecten op de omgeving, waaronder lichtinval op zonnepanelen. Mochten zich hier knelpunten voordoen dan treden wij in overleg.
“overstraald” kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen. ProRail adviseert u om deze risico's te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisatie van het zonnepark ProRail te voorzien van de uitkomsten. 3.
Provincie Zuid-Holland 1. Economie: 1.a. Ten aanzien van werklocaties heeft u een gebalanceerde visie. Er wordt ingezet op behoud van werklocaties (buiten de ons bekende locaties waar wonen en werken gecombineerd gaat worden). Toch is er een locatie (op de hoek Handelskade en burg. Elsenlaan) op een bedrijventerreinen dat ook lijkt te verkleuren naar een woonwerklocatie Dit deel kan volgens de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening niet transformeren naar een woonwerklocatie. Dit deel is geen onderdeel van een woonwerkakkoord, bestuurlijke overeenkomst of opgenomen in de aanvaarde regionale bedrijventerreinenstrategie. Wij verzoeken u dit deel bedrijventerrein te laten en niet te transformeren naar een woon-werklocatie. 1.b. Verder complimenten voor bijvoorbeeld de passage dat bepaalde functies niet op bedrijventerreinen thuishoren, zoals opslagboxen, kringloopwinkels, sportscholen etc. En daarnaast de passage over stadsverzorgende economie: ”... we hanteren een percentage van 10% gekoppeld aan de woningbouw.” 1.c. De compensatieopgave naar aanleiding van de beoogde transformatie van bedrijventerreinen is een punt van aandacht en is niet terug te lezen in de omgevingsvisie. Er worden wel zoeklocaties voor nieuwe bedrijventerreinen benoemd: golfbaanterrein, TNO-locatie, Event Plaza, Hof van Elsenburg.
Een zoeklocatie is echter nog niet voldoende om te voldoen aan onze compensatieregels.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
1.a De genoemde locatie maakt inderdaad onderdeel uit van een gebied waarin Rijswijk mengen van werken en wonen toestaat. Dat geldt echter op gebiedsniveau en niet automatisch per perceel. Binnen een gemengd gebied kunnen ook uitsluitend woon- en werkfuncties bestaan op perceelniveau. Wij onderkennen dat dit door u benoemde perceel op basis van de provinciale Omgevingsverordening niet getransformeerd mag worden en wij hebben hier op dit moment ook geen plannen voor.
1.b. Dank voor uw opmerking, ter kennisname.
1.c. Voor diverse economische opgaven zoekt Rijswijk de komende periode naar meer ruimte voor economische functies. Daarbij wordt onder meer gekeken naar potentiële uitbreidingslocaties en het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen. De compensatieopgave is voor ons geen beleidsambitie an sich en daarom geen onderdeel van onze visie. Het zoeken naar meer ruimte voor economische functies combineren we met het zoeken naar compensatieruimte. Bij het aanwijzen van compensatieruimte zijn de provinciale compensatieregels leidend.
1.d. Verder een paar kleine opmerkingen: Bij 3.2 Kern van de visie: "…maar moeten bijdragen aan het welzijn van de Rijswijkers." Alleen van de Rijswijkers of ook omgeving? In de publieksversie staat bij 4.8 wel "(en de regio)" benoemd bij werken. 5.4.4 tabel Innovatieve economie: Bedrijvigheid wordt niet uitgesloten in de woonwijken, zolang er maar sprake is van een zeer geringe hinder voor de leefomgeving, maar het accent op innovatie hoeft hier niet te liggen. Waarom niet "geringe hinder" i.p.v. "zeer geringe hinder"? Hoe bepaal je de mate van hinder en wat is acceptabel?
1.d. Bij de formulering in paragraaf 3.2 "…maar moeten bijdragen aan het welzijn van de Rijswijkers" wordt in eerste instantie de nadruk gelegd op de inwoners van de gemeente Rijswijk, omdat zij direct invloed ondervinden van het beleid. Tegelijkertijd erkent de gemeente dat Rijswijk als onderdeel van de regio Haaglanden opereert en dat veel beleidsmaatregelen, zoals op het gebied van economie en mobiliteit, ook impact hebben op de bredere regio en omgekeerd. Om deze samenhang beter te benadrukken, zal de gemeente in de definitieve versie van de omgevingsvisie expliciet aangeven dat het welzijn van de Rijswijkers én van de regio onderdeel uitmaakt van de ambities. Dit sluit ook aan bij de formulering in paragraaf 4.8, waarin de regio al wordt benoemd in de context van werken.
1d. Onder hoofdstuk 3.2 “"…maar moeten bijdragen aan het welzijn van de Rijswijkers” wijzigen in” "…maar moeten bijdragen aan het welzijn van de inwoners van Rijswijk en omgeving”.
Bij het opstellen van de formulering "zeer geringe hinder" in de omgevingsvisie is ervoor gekozen om extra nadruk te leggen op het beschermen van de leefkwaliteit in woonwijken. Doel is om duidelijk te maken dat bedrijvigheid in deze gebieden slechts beperkt toegestaan wordt en geen noemenswaardige overlast mag veroorzaken. 2. Klimaatadaptief bouwen In de samenvatting wordt klimaatadaptief bouwen erg uitgekleed en worden meerdere thema’s gemist die vallen onder klimaatadaptatie. Het gaat om waterveiligheid, drinkwaterbesparing, bodemdaling en verlies aan biodiversiteit. Ook valt op dat bij de tekst over energietransitie alleen warmte wordt genoemd, maar koelte mist. In de omgevingsvisie wordt klimaatadaptatie wel breder besproken. De opgaven voor klimaatadaptatie extreme neerslag, hitte en droogte worden benoemd en er wordt gerefereerd aan drinkwaterbesparing. Koelte wordt hier benoemd in relatie tot hitte, maar in de uitwerking van Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
2. 1 Bij de afweging voor een toekomstige warmteoplossing is de behoefte aan koeling een belangrijke factor. In de omgevingsvisie staan ventilatie en koeling genoemd in relatie tot isolatiemaatregelen. Daarnaast is aangegeven dat bodemenergiesystemen gebruikt worden voor nieuwbouw vanwege de behoefte aan koeling in de zomer. In reactie op uw zienswijze zal de koelbehoefte ook genoemd worden onder het kopje “Warmtetransitie: overgang naar duurzame warmte”. In navolging op de omgevingsvisie zal de
2. In paragraaf 4.8, onder het kopje ‘Warmtetransitie: overgang naar duurzame warmte’, wordt de koelbehoefte benoemd. In de samenvatting meer aandacht besteden aan klimaatadaptief bouwen.
energie komt koelte niet aan bod. Vervolgens wordt meteen de stap naar projecten gemaakt. Gemist wordt daar de laag beleidsmatige sturing. Zonder beleid is het lastig sturen op projectniveau. In de vertaling naar de verschillende deelgebieden is de formulering vrijblijvend: “aandacht voor hitte en waterberging, klimaatadaptatie is van belang. “ Voorgesteld wordt om: 1. voor nieuwe ontwikkelingen de convenantsafspraken “Klimaatadaptief bouwen” en “Toekomstbestendige woningbouw” aan te houden en voor bestaande ontwikkelingen op 2 thema’s te focussen, aangezien bestaande bouw klimaatadaptief maken vaak complexer is dan nieuwbouw. Door 2 (suggestie) thema’s te kiezen is aansluiting mogelijk op de specifieke kenmerken en opgaven van de locatie.; 2. om een monitoringssystematiek te ontwikkelen en gebruiken zodat de ambitie om in 2050 klimaatadaptief te zijn, kan worden gemeten en daarop kan worden bijgestuurd. Daarvoor is het ook nodig om de doelen smart te stellen. Zonder deze meting is het risico groot dat het doel niet wordt gehaald. Complimenten voor de aandacht voor groene verkoelende inrichting.
3. Landgoedbiotoop Er staan alleen aanduidingen voor Waarde Groen en Waarde Archeologie. De duiding landgoedbiotoop wordt echter gemist. Wij verzoeken u de duiding landgoedbiotoop ook op te nemen in de omgevingsvisie Rijswijk.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
koelbehoefte ook aandacht krijgen in de uitwerking van het Warmteprogramma. De beleidsmatige sturing krijgt geen prominentere plek in de Omgevingsvisie. In de samenvatting zal meer aandacht worden besteed aan klimaatadaptief bouwen. Voor nieuwe ontwikkelingen zullen “Klimaatadaptief bouwen” en “Toekomstbestendige woningbouw” leidend zijn. Dit concretiseren we in de gebiedsgerichte uitwerking van de Omgevingsvisie. De suggestie voor bestaande bouw nemen wij mee voor een volgende herziening gezien het maatwerk dat hieraan te pas komt.
2.2 We hebben al een monitor. In de “Uitwerking visie per thema” is opgenomen uitvoering te geven aan RAAK (Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering). RAAK is de beleidsmatige vertaling van onze lange termijnambitie voor 2050, om in 2050 klimaatadaptief te zijn, met een uitvoeringsplan voor de periode 2023-2030. In RAAK is tevens opgenomen om DPRA-stresstesten periodiek uit te voeren en ons uitvoeringsplan periodiek te herijken. Op deze wijze houden we steeds bij hoe klimaatadaptief Rijswijk is en werken we ook systematisch toe aan het behalen van onze lange termijnambitie
3. De omgevingsvisie benoemt landgoedbiotopen en dat deze beschermd worden via de omgevingsverordening (ZHOV) en het omgevingsplan. Op de cultuurhistorische waardenkaart staat de aanduiding ‘Landgoederenzone'. Tegelijkertijd begrijpen we dat
3.Op de thematische kaart (afb. 4.5) wordt de aanduiding ‘landgoedbiotoop’ toegevoegd met een contour.
de aanduiding landgoedbiotoop e.e.a. kan verhelderen. De gemeente zal de aanduiding "landgoedbiotoop" duidelijker opnemen in de omgevingsvisie, om recht te doen aan de specifieke waarde van dit type gebied binnen Rijswijk. Deze toevoeging sluit aan bij de ambitie om de unieke landschappelijke en historische kenmerken van Rijswijk te beschermen en versterken en bij ons omgevingsplan in ontwikkeling. 4.
Hoogheemraadschap van Delfland Allereerst willen wij u bedanken, dat u ons vroegtijdig bij de omgevingsvisie betrokken hebt. Wij waarderen ook het belang, dat u in de visie aan klimaatadaptatie hecht. Het ontwerp geeft ons op sommige aspecten aanleiding een nadere zienswijze in te dienen. Deze betreft de onderstaande punten.
Dank voor uw inleidende opmerkingen, ter kennisname.
1. In de omgevingsvisie spelen de vergroening, het vasthouden van hemelwater en het creëren van waterberging een belangrijke rol. Deze ambities onderschrijven wij. Wij vragen ons echter af, hoe de wens tot vergroening, vasthouden van hemelwater en meer waterberging concreet gemaakt kan worden en hoe deze in de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan doorwerkt.
1. Op dit moment geldt bij nieuwbouw de Verordening afvoer hemelwater en het convenant klimaatadaptief bouwen. Hierbij wordt meer waterberging en groen aangebracht. Ook wordt in elk project meer groen gepland en water geïnfiltreerd als dit kan. Ook voeren we op dit moment een onderzoek uit naar Urban waterbuffers om het water vast te houden in de bodem en te hergebruiken. Eind 2025 loopt het gemeentelijk riolerings- en waterplan af. Dit jaar ontwikkelen we een volgend programma. In dit programma zal bovengenoemde visie verder uitgewerkt worden. Bij de uitwerking zal het Hoogheemraadschap van Delfland worden betrokken.
2. U benoemt de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en Delfland voor het verbeteren van de waterkwaliteit en het behalen van de KRW-doelen. Daarnaast wordt de invloed van de omgevingsvisie op de waterkwaliteit in de “overzichtstabel” als positief beoordeeld. Wij verzoeken u toe te lichten, welke
2. De komende periode zal het beheer en onderhoud aangepast worden. De mate van aanpassing is nog in onderzoek en zal gezamenlijk met het Hoogheemraadschap van Delfland (ecokleurenkoers) worden bepaald. Verwacht wordt dat door ander beheer en onderhoud de waterkwaliteit zal verbeteren. Bovendien wordt elke
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
instrumenten de gemeente gaat toepassen, om tot een verbetering van de waterkwaliteit te komen.
3. Zoals in ons advies op de NRD van 28 augustus 2024 aangegeven is, vragen wij u de volgende aspecten aan de omgevingsvisie toe te voegen: • grondwater; • afvalwater en riolering (verwachte toename van vervuilingseenheden); • zoetwaterbeschikbaarheid (toename drink- en zoetwatervraag en mogelijke oplossingen voor het voorkomen van zoetwatertekort).
4. De indicator “waterveiligheid” gaat nu vooral in op het aspect wateroverlast. Een belangrijk onderdeel van het aspect waterveiligheid betreft echter ook de waterkeringen. Om de waterveiligheid te borgen, moeten waterkeringen in stand gehouden en beschermd worden. Voor Rijswijk zijn Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
beschoeiing vervangen door een natuurlijke oever waar dit kan. Dit zal een positief effect hebben op de ecologische waterkwaliteit. 3. - Grondwater: d.m.v. infiltreren van het regenwater wordt de grondwaterstand zoveel mogelijk op peil gehouden. Er komt nog een onderzoek naar het effect van grondwaterstand op funderingen. - Afvalwater: er is samen met Delfland een prognose opgesteld van de te verwachten hoeveelheid afvalwater dat per gemaal wordt geloosd op de rioolwaterzuivering Harnaschpolder tot 2040. - Zoetwaterbeschikbaarheid: Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar Urban waterbuffer om regenwater vast te houden in het eerste watervoerend pakket, zodat het water in een later stadium hergebruikt kan worden. Zoals in de Nota van Beantwoording Zienswijzen op de NRD beschreven hebben wij de indicatoren grondwater en zoetwaterbeschikbaarheid niet opgenomen in het MER gezien de afstand van waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden tot de gemeente Rijswijk. Wel werken wij de komende jaren binnen het NOVEX-gebied Zuidelijke Randstad mee aan het borgen van voldoende drink- en zoet water. -Afvalwater en riolering (verwachte toename van vervuilingseenheden): Deze indicatoren zijn niet onderzocht vanwege het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en het bijbehorende MER. In volgende fases kunnen deze indicatoren nader worden onderzocht. 4.
Waterveiligheid: De indicator waterveiligheid wordt beoordeeld aan de hand van het criterium ‘aantal inwoners dat bloot wordt gesteld aan gevolgen van een overstroming’. In de beschrijving van de HSAO is informatie opgenomen over zowel de primaire
met name de regionale keringen en polderkaden relevant. Hierop wordt nu niet ingegaan. Wij verzoeken u bij de indicator “waterveiligheid” ook aandacht aan waterkeringen te geven.
waterkeringen als de regionale keringen, zoals de boezemkaden en polderkaden. De gemeente Rijswijk beschrijft in het Uitvoeringsplan Klimaatadaptief Rijswijk dat zij aansluit bij de ambities op regionaal niveau (Omgevingsvisie ZuidHolland en Ontwikkelperspectief NOVEX-Zuidelijke Randstad). Daarnaast kan worden opgemerkt dat de bescherming van de waterkeringen (waterstaatswerk, beschermingszone, profiel van de vrije ruimte) binnen Rijswijk al is geregeld in de Waterschapsverordening Delfland. Op beleidsmatig vlak heeft de Omgevingsvisie daar weinig aan toe te voegen.
5. In de omgevingsvisie en het plan-MER is het huidige beleid niet meegenomen, waardoor op sommige plekken een verkeerd beeld geschetst wordt. Hieronder twee voorbeelden: a. In het plan-MER wordt geconcludeerd, dat de bouw van veel nieuwe woningen voor hittestress en wateroverlast zorgt (zie pagina 77). Het klopt inderdaad, dat verharding tot een versnelde afvoer van hemelwater leidt, waardoor het risico op wateroverlast kan toenemen. Echter vraagt Delfland bij ruimtelijke ontwikkelingen compensatie voor de toename van verharding, zodat de kans op wateroverlast niet toeneemt. De gemeente heeft hier zelf ook beleid voor, onder andere de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022. De uitspraak, dat de bouw van nieuwe woningen tot wateroverlast leidt, ligt dan ook genuanceerder, als maatregelen worden genomen, zoals in de verschillende bestaande beleidsstukken voorgeschreven is. b. Op pagina 56 van het plan-MER staat beschreven, dat bouwwerkzaamheden de doorstroming van water kunnen belemmeren en de waterafvoer kunnen veranderen, hetgeen tot verhoogde waterstanden en overstromingen kan leiden. Bij werkzaamheden in of aan watergangen is een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
5.a. Op zich is deze constatering dat het genuanceerder ligt juist. Bij ruimtelijke ontwikkelingen vraagt Delfland compensatie voor de toename van de verharding, zodat de kans op wateroverlast niet toeneemt. De gemeente heeft hier zelf beleid voor, zoals de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022, het Klimaatplan RAAK 2023-2030, en het Waterplan Rijswijk 2021 zijn benoemd als vigerend beleid. Voor wat betreft de uiteindelijke beoordeling van het doelbereik Klimaatbestendige leefomgeving heeft dit echter geen effect. De beoordeling die op deze plek in het PlanMER wordt gegeven gaat over het halen van het doel ‘Klimaatbestendige leefomgeving'. In het PlanMER is in figuur 7.1 te zien dat dit doel vergaand wordt gehaald, met een bandbreedte van onzekerheid tot aan het geheel halen van dit doel. Daarbij zijn aan dit doel nog meer subdoelen gekoppeld (o.a. klimaatmitigatie, water en bodem sturend, hittestress etc.), dan enkel de kant van wateroverlast. Dit onderdeel van de zienswijze zal daarom de beoordeling van het gehele doel niet wijzigen.
verplicht. Delfland zal geen vergunning verlenen voor werkzaamheden, die de doorstroming of de waterafvoer verslechteren.
5.
5.b. . Het onderdeel van de zienswijze bij 5.b. beschouwen wij als nuancering van hoe het in de praktijk geregeld wordt. Het spreekt voor zich dat er geen vergunning wordt afgegeven indien de doorstroming of waterafvoer wordt verslechterd. In het PlanMER staat daarom ook dat het belangrijk is om bij aanleg van nieuwe infrastructuur rekening te houden met de afwatering om mogelijk negatieve effecten te minimaliseren.
6. Sommige argumenten in het plan-MER vinden wij minder relevant. Een voorbeeld is de positieve invloed van zonneenergie op de waterkwaliteit en het verminderen van het hitte-eilandeffect door de schaduwwerking van hoogbouw. Daarnaast wordt de aanplant van bomen als positief beoordeeld voor de waterkwaliteit. Dit is echter alleen het geval, als deze bomen niet voor bladval en schaduwwerking in het water zorgen.
6. Wij kunnen instemmen met deze opmerking.
7. U heeft het voornemen de verdere uitwerking van het strategisch beleid ter hand te nemen met onder andere onverplichte programma's, zoals het programma Stadsontwikkeling en het programma Gezondheid en milieu. Wij verzoeken u daar meer duiding aan te geven. Gezien het belang, dat u aan klimaatadaptatie hecht, vragen wij ons af, waarom u vooralsnog geen programma Klimaatbestendige leefomgeving beoogt.
7. Vooralsnog denken we aan een beperkt aantal programma’s, ook om een praktijk met al te veel losse (sectorale) beleidsstukken te voorkomen. We zijn voornemens wel een programma riolering en water op te stellen. Dit komt in plaats van het gemeentelijk riolerings- en waterplan. In het programma zal zeker het klimaatdeel met betrekking tot water worden opgenomen.
GGD Haaglanden 1. Ambitieniveau GGD Haaglanden is verheugd over de ruime aandacht voor gezondheid en leefbaarheid in deze Omgevingsvisie. Het is mooi dat expliciet wordt aangegeven dat kwaliteit een randvoorwaarde is voor het realiseren van groei en dat de gemeente streeft naar brede welvaart. In de Omgevingsvisie wordt duidelijk uitgesproken dat Rijswijk
De gemeente pakt stedelijke ontwikkelingen op als kans om de huidige ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid te vergroten. Dit doen we door tijdens de planontwikkeling stevig in te zetten op onze ambities op het gebied van bijvoorbeeld gezondheid, biodiversiteit, mobiliteit, etc... Tegelijkertijd erkennen
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
zich inzet voor een gezonde fysieke leefomgeving. Tegelijkertijd schetst de omgevingsvisie een beeld van de dilemma’s en uitdagingen waar Rijswijk voor staat, onder andere door de grote woningbouwopgave, de groei van het aantal arbeidsplaatsen, de mobiliteits- en energietransitie. Dit zorgt ervoor dat de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid onder druk staan. Concurrerende ruimteclaims vragen daarbij om duidelijke keuzes. Het is goed om in de omgevingsvisie te lezen dat “Substantiële gezondheidsbescherming en -bevordering vragen om ambitie boven wat wettelijk is vereist.” GGD Haaglanden adviseert om dit voor de gehele gemeente te laten gelden ondanks de wens om gebiedsgericht milieubeleid toe te passen, waarbij de milieukwaliteit passend is voor de functie van het gebied.
we, gezien de grote druk op de beschikbare ruimte, dat we er niet aan ontkomen om keuzes te maken. Daarom kiezen we ervoor om niet voor de gehele gemeente met betrekking tot gezondheid het ambitieniveau boven de wettelijke vereisten te leggen. Zo houden we ruimte voor maatwerk met oog op functie en locatie.
2. Aandachtspunten m.b.t. gezondheidsopgaven De leefomgeving speelt een belangrijke rol voor de publieke gezondheid, meer dan 30% van de totale ziektelast is direct of indirect geassocieerd met de leefomgeving. GGD Haaglanden stelt voor om de Omgevingsvisie op een aantal gezondheidsaspecten verder aan te vullen, resp. aan te scherpen: 2.a. Gezondheidsachterstanden Bij de opgaven die de gemeente heeft op het gebied van gezondheid mist in paragraaf 2.5.2 de aandacht voor gezondheidsachterstanden/verschillen en GGD Haaglanden adviseert dan ook om de Omgevingsvisie op dit punt aan te vullen: De sociaaleconomische gezondheidsverschillen zijn fors. Het verschil in levensverwachting tussen mensen met een lage en hoge sociaaleconomische positie (SEP) is ongeveer 6 jaar. Het verschil in het aantal jaren dat mensen in goed ervaren gezondheid leven bedraagt 15 jaar1. Dat geldt ook in Rijswijk. De plekken waar mensen met een lage sociaaleconomische positie wonen blijken in de praktijk bovendien onevenredig vaak een relatief hoge milieubelasting en een slechte omgevingskwaliteit te Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
2.a. Wij zullen uw opmerking inpassen in de tekst van paragraaf 2.5.2.
2.a. In paragraaf 2.5.2, onder het kopje ‘Gezondheid en milieukwaliteit’, wordt toegevoegd: Sociaaleconomische gezondheidsverschillen zijn fors. Het verschil in levensverwachting tussen mensen met een lage en hoge sociaaleconomische positie is ongeveer zes jaar. Het verschil in het aantal jaren dat mensen in goed ervaren gezondheid leven bedraagt vijftien jaar. Dat geldt ook voor Rijswijk. Bovendien blijken de plekken waar mensen met een lage sociaaleconomische positie wonen in de praktijk onevenredig vaak een relatief hoge milieubelasting en
hebben. Het bestrijden van deze situatie is ook een opgave vanuit ruimtelijke ordening en omgevingsbeleid.
2.b. Effecten van klimaatverandering De gezondheidseffecten van klimaatverandering zijn in paragraaf 2.5.5 slechts summier beschreven. Aangezien klimaatverandering gezien wordt als grootste bedreiging van de volksgezondheid (WHO) adviseert GGD Haaglanden dit aan te vullen: Aanhoudende hitte kan
slechte omgevingskwaliteit te hebben. Het bestrijden van deze situatie is ook een opgave vanuit ruimtelijke ordening en omgevingsbeleid.
2. b. De effecten van hitte zijn in 2.5.5. al beknopt beschreven. Het integraal overnemen van uw tekst zou wat dubbelop zijn. Wel zullen we uw opmerking in de tekst verwerken c.q. inpassen onder het kopje Hittestress.
leiden tot serieuze gezondheidsklachten zoals uitdroging en hittestress, soms met sterfte tot gevolg. Het aantal hittegolven is de afgelopen decennia toegenomen en de verwachting is dat deze trend doorzet. Dit vormt vooral voor ouderen (75+), chronisch zieken, mensen met overgewicht, mensen in een sociaal isolement, zwangeren en jonge kinderen een risico. In de mildere winters kunnen bepaalde planten- en diersoorten die gezondheidsproblemen veroorzaken, beter gedijen. Denk bijvoorbeeld aan de eikenprocessierups of teken die de ziekte van Lyme bij zich dragen. Huidkanker is de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. Bij het ontstaan van huidkanker is overmatige blootstelling (met name op jonge leeftijd) aan UV-straling van de zon een belangrijke risicofactor.
2.c. Hinder bij functiemenging In de Omgevingsvisie (paragraaf 4.4) is aangegeven dat een toename van gemengde woon- en werkfuncties mogelijk leidt tot een toename van klachten van bewoners over hinder door bedrijfsactiviteiten. Dat is een constatering, maar GGD Haaglanden adviseert om in de visie expliciet op te nemen dat hinder van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving zoveel mogelijk wordt voorkomen. Dit zou ook onderdeel moeten zijn van de koers voor werk-woongebieden (paragraaf 5.5.4) en kan dan worden vertaald naar regels in het Omgevingsplan.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
2.c. Het expliciet opnemen in de omgevingsvisie dat hinder van bedrijfsactiviteiten zoveel mogelijk wordt voorkomen doet de vraag oproepen wat onder hinder wordt verstaan. Hinder is ons inziens een subjectief begrip. Het ervaren van hinder hoeft niet te betekenen dat een bedrijf normen overschrijdt. Wel is bij functiemenging van belang dat bewoners en bedrijven oog hebben voor elkaars belangen. Bedrijven moeten onnodige overlast voorkomen en bewoners moeten een bepaalde mate van hinder accepteren passend binnen de voor de bedrijven
2.b. In paragraaf 2.5.5, onder het kopje ‘Hittestress’, wordt de geadviseerde aanvulling verwerkt, niet integraal maar ingepast in de bestaande tekst.
2.c. In paragraaf 4.4 wordt na de zin: “Door een toename van gemengde woon- en werkfuncties komen de leefwerelden van de gebruikers in die gebieden samen, wat mogelijk leidt tot een toename van klachten van bewoners over hinder door bedrijfsactiviteiten.” de volgende tekst toegevoegd: Het is hierbij van belang dat bewoners en bedrijven oog
geldende normen. Dit vraagt om zorgvuldige communicatie en eenduidige regels.
2.d. Elektromagnetische velden Voor het beperken van klimaatverandering is een voortvarende energietransitie van groot belang en dus het met prioriteit aanleggen en/of uitbreiden van elektriciteitsvoorziening en warmtenet. Voor gezondheid relevante uitdagingen daarbij zijn: -Verder elektrificeren brengt mogelijke gezondheidsrisico’s mee in de vorm van elektromagnetische velden bij hoogspanning in de directe woonomgeving. Hanteer het voorzorgbeginsel bij aanleg van nieuwe elektriciteitsinfrastructuur (brongerichte maatregelen en afstand: verblijffuncties buiten 0,4 microTesla). -Verschillende (lokale) oplossingen voor de energietransitie brengen ook negatieve gezondheidseffecten mee, bijv. geluidhinder door warmtepompen. 2.e. Voedselomgeving Dit onderwerp ontbreekt in de Omgevingsvisie. GGD Haaglanden stelt voor dit toe te voegen. Zo’n 50% van de volwassen inwoners van Rijswijk kampt met (ernstig) overgewicht (Gezondheidsgids GGD Haaglanden, 2022). Naast consequenties voor de kwaliteit van leven leiden overgewicht en obesitas ook tot kosten voor de maatschappij. Hierbij spelen verschillende leefstijlfactoren een rol, waaronder het voedingspatroon. Het is bekend dat de voedselomgeving een sterke invloed heeft op voedingskeuzes en daardoor op de gezondheid.
Het zou dan ook goed zijn om in de omgevingsvisie ook doelstellingen op te nemen voor het voedselaanbod in de Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
hebben voor elkaars belangen. Bedrijven moeten onnodige overlast voorkomen en bewoners moeten een bepaalde mate van hinder accepteren passend binnen de voor de bedrijven geldende normen. Dit vraagt om zorgvuldige communicatie en eenduidige regels.
2. d. Wij hanteren de norm van 0,4 micro Tesla ook bij de realisatie van verblijffuncties in de directe omgeving van bestaande hoogspanningsbronnen. Wij zijn ons bewust van het feit dat lokale oplossingen voor de energietransitie negatieve gezondheidseffecten met zich mee kunnen brengen en hebben hier aandacht voor bij de uitwerking.
2. e. Wij erkennen dit punt. Overgewicht komt voor een deel ook door de omgeving en dan het aanbod in de omgeving. Per 4 juni 2024 is gemeente Rijswijk een JOGG-gemeente (jongeren op gezond gewicht, 0-23 jaar) geworden. Hiermee proberen we onder meer de fysieke en sociale leefomgeving van kinderen en jongeren gezonder te maken. Het is zeker goed doelstellingen te formuleren, maar die kunnen niet te ambitieus zijn. We kunnen niet verbieden dat ongezond eten wordt verkocht. Ook moet de kanttekening worden gemaakt dat hoewel de Omgevingswet mede is gericht op een gezonde
Toevoegen bij paragraaf 4.3 onder kopje gezondheidsbevordering: Ook de voedselomgeving speelt een rol. Zo’n 50% van de volwassen inwoners van Rijswijk kampt met (ernstig) overgewicht (Gezondheidsgids GGD Haaglanden, 2022). Naast consequenties voor de kwaliteit van leven leiden overgewicht en obesitas ook tot kosten voor de maatschappij. Hierbij spelen verschillende leefstijlfactoren een rol, waaronder het voedingspatroon. Per 4 juni 2024 is gemeente Rijswijk een
omgeving. Om dit verder vorm te geven kan de gemeente aansluiting zoeken bij een van de initiatieven die zich momenteel op de voedselomgeving richten.
fysieke leefomgeving, het daarbij vooral gaat om het beschermen van de gezondheid voor zover beïnvloed door de fysieke leefomgeving. Voor het weren van bepaalde voedselaanbieders vanwege gezondheid en het stellen van regels daarover in het omgevingsplan biedt de Omgevingswet geen wettelijke grondslag.
3. Openbare ruimte essentieel bij verdere verstedelijking Met de toename van het aantal woningen en het aantal arbeidsplaatsen in Rijswijk neemt het belang toe van een kwalitatief goede openbare ruimte met voldoende omvang als plek om te verblijven, te bewegen en te ontmoeten. Dat betekent deels een andere inrichting van de openbare ruimte ten koste van de huidige functie. Hoewel dit summier benoemd wordt in de Omgevingsvisie (o.a. paragraaf 4.10 in relatie tot mobiliteit, parkeren) zou dit vanuit het belang van leefbaarheid en gezondheid meer nadruk moeten hebben. GGD Haaglanden adviseert dan ook om de Omgevingsvisie op dit punt aan te scherpen.
3.Het belang van de openbare ruimte wordt op meerdere plekken in de Omgevingsvisie genoemd; als ruimte voor spel en ontspanning, als onderdeel van klimaatadaptatie, energietransitie, veiligheid en vergroening, en met aandacht voor toegankelijkheid en veiligheid. Bovendien beschermen we ook de openbare ruimte buiten de stad, door vooral binnenstedelijk te verdichten in plaats van uit te breiden in groengebieden.
4. Meer aandacht voor omgevingsgeluid nodig Geluidhinder is één van de belangrijkste milieufactoren die gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Blootstelling aan geluid kan leiden tot hinder, verstoring van de slaap, verstoring van de dagelijkse activiteiten en stressreacties. Langdurige blootstelling aan te veel geluid kan het risico op hart- en vaatziekten en psychische aandoeningen verhogen. Het realiseren van een gezonde leefomgeving staat of valt mede met het realiseren van een acceptabel “geluidslandschap”. Dat geldt in de huidige situatie, maar bovendien blijkt geluidhinder één van de belangrijkste problemen te zijn bij nieuwbouwplannen. Ook uit de effectbeoordeling in het MER bij de Omgevingsvisie blijkt dat dit aspect negatief scoort. Het is van belang dat – ook met de toename van het aantal inwoners – het aantal
4. In paragraaf 2.5.2 van de visie benoemen wij dat geluidhinder één van de belangrijkste milieufactoren is die gezondheidsrisico's met zich meebrengt. Ook zijn wij ons bewust dat de groei van de stad in deze een extra opgave met zich meebrengt. Meer verkeer en meer bewoners leidt zonder aanvullende maatregelen tot meer gehinderden. Onze ambitie is onveranderd om de geluidbelasting te verlagen, het aantal gehinderden te doen afnemen en bij nieuwbouw een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren met inachtneming van het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel. Daartoe actualiseren wij het actieplan geluid waarbij wij mogelijke bronmaatregelen voor wegverkeer nader
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
JOGG-gemeente (jongeren op gezond gewicht, 0-23 jaar) geworden. Hiermee proberen we onder meer de fysieke en sociale leefomgeving van kinderen en jongeren gezonder te maken. Voor het weren van bepaalde voedselaanbieders vanwege gezondheid en het stellen van regels daarover in het omgevingsplan biedt de Omgevingswet echter geen wettelijke grondslag.
4. In paragraaf 4.3 onderdeel omgevingslawaai de eerste alinea wordt het volgende toegevoegd: “We stellen een afwegingskader op om bij nieuw te bouwen woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren met inachtneming van het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel.”
(ernstig) geluidgehinderden en (ernstig) slaapgestoorden wordt teruggedrongen. Lokaal beleid is nodig om geluidhinder écht terug te dringen: enerzijds door aanpak aan de bron (verminderen geluidbelasting) anderzijds door ervoor zorg te dragen (regelen) dat iedere woning tenminste één aangename, geluidluwe gevel heeft. Extra beschermende maatregelen zijn nodig wanneer er toch op geluidbelaste locaties woningen worden gebouwd. GGD Haaglanden adviseert om concrete ambities voor het voorkomen van geluidhinder in de visie op te nemen ten behoeve van de uitwerking van beleid in omgevingsprogramma’s en voor gebiedsontwikkelingen.
beschouwen en stellen wij een afwegingskader op voor nieuwe geluidgevoelige gebouwen. Bij de verdere uitwerking hiervan betrekken wij de GGD.
5. Voorzieningenaanbod draagt bij aan een gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving heeft voldoende, bereikbare en passende voorzieningen voor het dagelijks leven van de inwoners. Ze maken het mogelijk om te participeren in de samenleving en dragen bij aan sociale cohesie in de buurt. Het is goed om te lezen dat Rijswijk voorzieningen wil laten meegroeien met het aantal inwoners. Een zorgpunt daarbij is de onzekerheid over de realisatie van (maatschappelijke) voorzieningen, die in het MER leidt tot een laag verwacht doelbereik op ‘Leefbare en veilige wijken’. GGD Haaglanden adviseert de gemeente dan ook hier actief op in te zetten en bijvoorbeeld ook leegstaande winkels en kantoren hiervoor te benutten in plaats van (alleen) in te zetten op transformatie naar woningen zoals in paragraaf 3.1 van de visie wordt aangegeven. Dit kan een belangrijke bijdrage leveren aan het bestrijden van eenzaamheid: ruim 50% van de inwoners voelt zich matig tot ernstig eenzaam (Gezondheidsgids GGD Haaglanden, 2022), o.a. door op deze manier ruimte voor ontmoeting te creëren. De fysieke omgeving kan het vormen van communities/gemeenschapszin stimuleren met
5. Wij erkennen het belang van de voorzieningen in de gemeente Rijswijk. Er loopt momenteel een onderzoek waarin in beeld wordt gebracht welke voorzieningen waar en wanneer nodig zijn waarin ruimtes om te ontmoeten, maar ook andere voorzieningen die een sociaal verbindende rol kunnen spelen onze aandacht hebben.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
Voor de realisatie van voorzieningen verkennen we breed de mogelijkheden, waaronder ook het gebruik van leegstaande panden. Dit vergt wel medewerking van de eigenaren van het vastgoed en de exploitant van de voorziening. Soms lukt het de gemeente een pand te vinden voor een voorziening, maar kunnen we niet tot overeenstemming komen met de eigenaar.
5. In paragraaf 3.1 wordt de zin “Bovendien pakken ... naar woningen.” aangevuld met “… en voorzieningen.”
plekken waar mensen elkaar ontmoeten en samen ook ideeën kunnen bedenken (sociale leefomgeving; buurtcentra, creatieve plekken, buurttuinen, speelplaatsen, voorzieningen nabij, etc.), aangevuld met georganiseerde activiteiten voor bewoners of het aanstellen van flat/buurtcoaches. 6. Versterk de verbinding met de regio De titel van de Omgevingsvisie luidt ‘Gezonde buitenplaats in de metropool’. Dit suggereert een sterke verbinding met de regio. De visie gaat weliswaar beknopt in op deze verbinding (paragrafen 2.3.2 en 6.4), maar het is onduidelijk hoe dit doorwerkt in de verschillende thema’s. Dan valt te denken aan aspecten als de woningmarkt, werkgelegenheid, type bedrijvigheid, mobiliteitstransitie, bovenlokale voorzieningen, energietransitie (o.a. opwekking elektriciteit), maar bijvoorbeeld ook om afstemming op het gebied van milieubeleid. GGD Haaglanden adviseert om dit expliciet te maken.
6. We zullen in de omgevingsvisie meer ingaan op de regionale samenwerking. Specifiek zullen we daarbij de samenwerking met de MRDH en het programma NOVEX noemen. Onder dit laatste onderwerp vallen zowel de Ruimtelijke Puzzel ZuidHolland (Ruimtelijk Voorstel + Ruimtelijk Arrangement) als het NOVEX-gebied Zuidelijke Randstad. We hebben met het opstellen van onze omgevingsvisie rekening gehouden met de beleidsvoornemens die vanuit deze samenwerkingen tot stand zijn gekomen. Tegelijkertijd bestaat ook het besef dat deze trajecten nog concrete uitwerking vragen voor een verdere concrete vertaling in ons beleid. Daarnaast wordt nu al specifiek per thema verwezen naar regionale samenwerking. Bijvoorbeeld naar de Regionale Realisatieagenda op het gebied van wonen of de Regionale Energiestrategie op het gebied van energie en de beleidsdoelen van de MRDH op het gebied van economie.
7. Doorwerking in beleid en monitoring Uiteindelijk is van belang dat de visie tot uitvoering komt. Daarvoor is nog een vertaling nodig in beleid, programma’s, plannen, etc. Maar ook dat bewoners en initiatiefnemers in de stad hier verder vorm aan geven. In de Omgevingsvisie staat al het voornemen tot enkele Omgevingsprogramma’s. GGD Haaglanden adviseert om aanvullend hierop Omgevingsprogramma’s op te stellen voor: De (inrichting van) de openbare ruimte, vanwege het belang hiervan voor leefbaarheid en gezondheid
7. De doorvertaling van de omgevingsvisie naar uitvoering hebben we beschreven in hoofdstuk 6 van de omgevingsvisie. Daarin staat onder meer welke omgevingsprogramma’s we op dit moment beogen. Uitgangspunt is om in deze programma’s het beleid van de omgevingsvisie nader uit te werken en te concretiseren richting uitvoering. Tegelijk willen we het aantal beperken om een ‘wildgroei’ van (sectorale) programma’s te voorkomen. Het Programma stadsontwikkeling zal in principe fungeren als overkoepelend uitvoeringsprogramma
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
6. In de Omgevingsvisie hoofdstuk 2.3.3 toevoegen over regionale samenwerking.
Circulaire economie, vanwege de ruimtevraag en de mogelijke milieueffecten. Circulariteit is nu vooral beschreven als constatering van een trend, maar het betekent ook een belangrijke opgave voor Rijswijk. Welke rol pakt de gemeente hierin? Gebieden waar de gemeente actief wil sturen op een transformatie, bijv. Oud Rijswijk en de werk-woongebieden (gebiedsgerichte programma’s).
6.
Het volgen van de uitvoering van de visie is essentieel om te bewaken of ontwikkelingen de goede kant op gaan en te bepalen of gemaakte keuzes moeten worden bijgesteld of aangescherpt. In de Omgevingsvisie staat het voornemen om te komen tot een monitorings- en evaluatiesysteem. De GGD adviseert om hierbij ook gebruik te maken van de Gezondheidsgids van GGD Haaglanden. Het is aan te bevelen de monitoring zo snel mogelijk te starten en daarbij aan te haken bij bestaande monitoringsprogramma’s. Rijswijkse Golfclub en BV Golfbaan Rijswijk De Rijswijkse Golfclub (RGC) is onaangenaam verrast door het toezenden van de Omgevingsvisie Rijswijk. De RGC geeft aan dat ze op geen enkele wijze betrokken is geweest bij het participatieproces, dat al gedurende lange tijd vorm heeft gekregen. De RGC wijst erop dat zij met de gemeente een bijzondere en contractuele band heeft. De RGC heeft in 1993 de door de Gemeente opgerichte golfbaan in voor de Gemeente moeilijke financiële omstandigheden overgenomen en heeft sindsdien de status van erfpachter. Deze erfpacht loopt (behoudens verlenging) in beginsel tot medio 2053. De afgelopen jaren is er veelvuldig contact geweest met de Gemeente tot op de dag van vandaag, op zowel bestuurlijk als ambtelijk niveau, over de erfpachtcanon die met ingang van medio 2023 moet gaan gelden.
In al deze contacten is nimmer gewag gemaakt van hetgeen nu in de Omgevingsvisie ten aanzien van onze golfbaan is neergelegd, te weten het doen van onderzoek voor een alternatieve functie voor ons terrein. Wij hebben ernstig bezwaar tegen deze gang van zaken en achten deze in strijd met de Algemene beginselen van
Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025
van de omgevingsvisie. Daarin zullen onder meer de inrichting van de openbare ruimte en verschillende transformatiegebieden een plek krijgen. De transitie naar een circulaire economie is in de eerste plaats een systeemopgave die het schaalniveau van Rijswijk overstijgt. Daarom werken wij de komende jaren samen met het rijk, provincie en regiogemeentes aan het vormgeven van deze transitie.
Wat betreft de Gezondheidsgids: bedankt voor deze aanbeveling, dit zullen we in ons monitoringssysteem betrekken.
De hoeveelheid ruimtelijke opgaven in onze provincie, regio en gemeente is groot. Doordat de ruimte om deze opgaven aan te pakken schaars is, wordt door gemeente Rijswijk en door andere overheden gezocht naar geschikte plekken om deze opgaven aan te pakken. Daarbij constateren wij dat ook door andere overheden naar de golfbaan gekeken wordt. Als gemeente willen wij bestuurlijk een actuele uitspraak doen over de toekomst van het golfbaanterrein. Daarmee wordt ook voor onze regionale partners duidelijk of het golfbaanterrein op termijn ingezet kan worden voor nieuwe functies of dat Rijswijk ervoor kiest om de golfbaan te behouden. Wij willen met klem benadrukken dat Rijswijk geen voorgenomen plan heeft voor de golfbaan. Alle opties, inclusief het behouden van de golfbaan, staan nog open.
behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel. Ook is dit in onze ogen niet hoe contractpartners met elkaar dienen om te gaan. Daar geldt ook voor de zeer korte reactietermijn voor een zienswijze wordt geboden van vijf we ken waarin de Kerstperiode ook nog eens valt. Op de inhoud van de Omgevingsvisie in relatie tot de golfbaan heeft de RGC het nodige af te dingen: 1. Gebrek aan kennis bij de gemeente over dit gebied. Op pagina 40 wordt gesteld dat de golfbaan meer biodivers ingericht zou moeten worden. Te uwer informatie mag dienen dat de RGC als een van de eerste golfbanen in Nederland het zogenaamde GEO-certificaat heeft verkregen. Dit certificaat is een internationaal keurmerk voor verantwoord en milieuvriendelijk natuurbeheer. Aan het verkrijgen van het certificaat gaat een gedegen en zware procedure vooraf die eIke twee jaar wordt herhaald. Ook voor de opstallen heb ben we een gericht en succesvol duurzaamheidsbeleid. In januari 2022 kwam toenmalig wethouder Keus van de Gemeente, in zijn hoedanigheid als portefeuillehouder duurzaamheid van de OOH, bij ons op bezoek om reden dat wij een uitstekend voorbeeld waren en zijn op dit vlak. De Gemeente zal ter zake in ons dan ook altijd een constructieve partner vinden.
Wij achten het ook onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om als vereniging hieraan een waardevolle bijdrage te leveren. 2. Ten aanzien van het creëren van ruimte voor circulaire economie zij het volgende opgemerkt. Het bevreemdt ons dat enerzijds een tekort aan dergelijke ruimte wordt geconstateerd en anderzijds het belangrijkste bedrijventerrein van Rijswijk, de Plaspoelpolder, van steeds meer woningen wordt voorzien. Op deze wijze creëert de Gemeente haar eigen probleem, ook de MER constateert herhaaldelijk dat allerlei ambities in de Omgevingsvisie op gespannen voet staan met elkaar. De Plaspoelpolder heeft Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie en PlanMER Rijswijk Gemeente Rijswijk, 4 februari 2025