CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A Ontwerp Omgevingsvisie Rijswijk ‘Gezonde Buitenplaats in de Metropool’ (RV 25-015)

Forum Stad en Samenleving 11 maart 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorstel tot vaststelling van de Omgevingsvisie Rijswijk 2050, Gezonde buitenplaats in de Metropool (RV 25-015)32.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

menselijke bronnen. Omgevingsveiligheid gaat over risico’s van branden, rampen en crises. Onderdeel daarvan is externe veiligheid, voor zover het gaat om risico’s door gevaarlijke stoffen. Dit komt aan bod in paragraaf 4.3.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

49

Het is hierbij van belang dat bewoners en bedrijven oog hebben voor elkaars belangen. Bedrijven moeten onnodige overlast voorkomen en bewoners moeten een bepaalde mate van hinder accepteren passend binnen de voor de bedrijven geldende normen. Dit vraagt om zorgvuldige communicatie en eenduidige regels. Bij renovatie van bestaande woningen en bouw van nieuwe woningen zullen isolerende maatregelen worden toegepast zodat voldaan wordt aan het binnenniveau dat bij nieuwbouw geldt. Om de fysieke veiligheid te bewaken zijn verschillende maatregelen mogelijk. Allereerst vergroot de afstand tot risico’s de veiligheid, waarbij speciaal aandacht moet zijn voor kwetsbare groepen14. Er kan gedacht worden aan maatregelen in bouwwerken en omgeving die bescherming bieden, en er moeten mogelijkheden zijn om bouwwerken of gebieden snel en veilig te verlaten. Daarnaast maakt de omgeving snel en effectief optreden van hulpdiensten mogelijk (bereikbaarheid, bluswatervoorziening), en zijn zorgvoorzieningen toegankelijk voor en afgestemd op inwoners en bezoekers (ook bij incidenten). Om hiervoor te zorgen werken wij nauw samen met de veiligheidsregio. Voor de sociale veiligheid is het van belang dat gebouwen, straten en pleinen dusdanig ingericht worden dat bewoners en bezoekers zich veilig voelen.

Dit kan bijvoorbeeld door een hoge kwaliteit inrichting met hoogwaardige en duurzame materialen, maar ook door goed onderhoud, zodat de openbare ruimte schoon en heel is. Ook een hoge mate van sociale verbondenheid en betrokkenheid (dorpsgevoel) draagt bij aan de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel van bewoners. Maatschappelijke voorzieningen We zorgen ervoor dat alle Rijswijkers voldoende en goed toegankelijke maatschappelijke voorzieningen15 en ontmoetingsplekken hebben in hun directe omgeving (kaart: ‘belangrijke ontmoetingsruimte’ | ‘culturele voorziening’ | ‘uitbreiding/nieuwbouw van scholen / sport’). Dit draagt bij aan de sociale samenhang en ontmoeting, wat binnen de lokale gemeenschap en in een groeiende stad van groot belang is. Ook winkelvoorzieningen spelen hierin een rol, dit komt verder aan bod in paragraaf 4.9. Door hiermee rekening te houden bij de inrichting van het fysieke domein kunnen problemen in het sociale domein deels worden voorkomen. De groei en veranderende samenstelling (onder andere vergrijzing) van de bevolking werkt door in de behoefte aan het aantal en type maatschappelijke voorzieningen. Voor basisonderwijs en sportvoorzieningen hebben we die behoefte in beeld, voor andere voorzieningen (zoals zorg, ontmoetingsplekken en culturele voorzieningen) onderzoeken we die nog en ontwikkelen we een realisatiestrategie.

We zorgen dat er passende voorzieningen zijn op basis van objectieve omgevingskenmerken, maar ook op basis van woonbeleving en waarden van inwoners. Bij nieuw te ontwikkelen gebieden moet rekening worden gehouden met ruimte voor voldoende maatschappelijke voorzieningen, voor huidige en toekomstige doelgroepen. Dit geldt ook voor winkelvoorzieningen (zie 4.9). Bij ontwikkelingen hanteren we referentiewaarden/normen om een goed niveau van deze voorzieningen te waarborgen. Daarbij vergeten we de bestaande (en in het bijzonder kwetsbare) wijken niet. Daarnaast zorgen we – met name voor inwoners die minder goed ter been zijn – voor een goede toegankelijkheid van voorzieningen en van de openbare ruimte. Met het project voorzieningenniveau wordt geïnventariseerd welke maatschappelijke voorzieningen er in de gemeente aanwezig zijn, en welke nodig zijn met de groei van de stad. Tevens voorziet dit project in een uitvoeringsstrategie waarin wordt aangegeven hoe het voorzieningenniveau in balans blijft met de groei van de stad. 14 Dit raakt nadrukkelijk aan het begrip omgevingsveiligheid; zie daarvoor ook paragraaf 4.3. 15 Voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, welzijn, sport, kunst en cultuur.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

50

Sportvoorzieningen Ons doel is om te zorgen voor een breed palet van sportactiviteiten in Rijswijk. Daarvoor is het nodig dat het aanbod aan binnen- en buitensportvoorzieningen gelijk oploopt met het aantal inwoners. Op korte termijn betekent dit bijvoorbeeld het realiseren van meer zaalruimte om een – door de bevolkingsgroei toenemend – tekort aan te pakken (kaart: ‘sportterrein’ | ‘sporthal’ | ‘uitbreiding/ nieuwbouw van sport’). Voor buitensportaccommodaties zal de groei van het aantal inwoners naar verwachting voorlopig geen capaciteitsproblemen opleveren. Op basis van recent onderzoek met verschillende scenario’s voor een optimale inzet van de sportparken binnen de gemeente16 werken we nog een aanpak uit. Onderwijs en kinderopvang We zorgen voor voldoende ruimte voor onderwijshuisvesting. Op basis van de huidige capaciteit, geplande woningbouwontwikkelingen en leerlingenprognoses kan de toekomstige huisvestingsbehoefte worden bepaald. Op diverse plekken in Rijswijk moet de onderwijshuisvestingscapaciteit worden uitgebreid. Zo is vanwege de grote woningbouwontwikkeling in de omgeving van de Plaspoelpolder een nieuwe school noodzakelijk. De benodigde onderwijsvoorzieningen nemen we mee in ons Integraal Huisvestingsplan Onderwijs. Het bieden van kinderopvang (kinderdagverblijf, peuteropvang en buitenschoolse opvang) wordt in principe aan de markt overgelaten.

Er bestaat echter wel een nauwe samenwerking met het onderwijs. Om die samenwerking optimaal te laten verlopen zijn vestigingsmogelijkheden in de directe nabijheid of in het schoolgebouw bijna een voorwaarde. Hoewel er nog geen knelpunten in het aantal beschikbare plaatsen zijn, kunnen die bij de groei van de gemeente wel ontstaan. Vanwege de nauwe samenwerking en samenhang tussen onderwijs en kinderopvang is het noodzakelijk om bij het realiseren van onderwijshuisvesting ook rekening te houden met ruimte voor kinderopvang. Eerstelijnszorg Voor elke 2.400 inwoners is een voltijd huisarts nodig. Gelet op de huidige capaciteit zal moeten worden voorzien in uitbreiding van huisartsenzorg. Op dit moment zijn er al huisartsen die op zoek zijn naar grotere praktijkruimtes. We zorgen voor een toegankelijk eerstelijns zorgaanbod door de vorming en exploitatie van gezondheidscentra te stimuleren, met prioriteit voor de nieuwe ontwikkelgebieden naast de blijvende aandacht voor de bestaande wijken. Zo nodig vervult de gemeente een actieve rol hierin, bijvoorbeeld door het reserveren van ruimte in ontwikkelplannen en het stimuleren van ruimte voor gezondheidsfuncties in overleg met de zorgverzekeraars. Belangrijk is verder aandacht te hebben voor speciale woonvoorzieningen voor kwetsbare ouderen, waar veel zorg wordt verwacht.

Voor de huisvesting van huisartsen moet bij elk nieuwbouwproject gezorgd worden voor voldoende praktijkruimte, in afstemming met de huisartsen. Verbinding met andere eerstelijnsvoorzieningen en gemeentelijke voorzieningen als welzijn, wmo en jeugdzorg is daarbij essentieel. Het planologisch mogelijk maken van voldoende ruimte hangt nauw samen met de groei van de stad en zal daarom meegenomen moeten worden bij gebiedsontwikkelingen en wijzigingen van het omgevingsplan. Ontmoetingsruimten We willen in Rijswijk voldoende kwalitatieve en multifunctionele ruimte bieden voor verblijf, (spontane) ontmoeting, beweging en meedoen. Zulke voorzieningen moeten goed verspreid en op korte loop- en fietsafstanden in de wijken aanwezig zijn (kaart: ‘belangrijke ontmoetingsruimte’). Doelen Inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen en overheid dragen naar eigen kennis, kunde en draagkracht bij om Rijswijk vertrouwd, leefbaar en veilig te houden. 16 Toekomstbestendige sportruimte in Rijswijk (maart 2024).

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

51

Leefbare en veilige wijken, waar inwoners zich prettig voelen, betrokken zijn en zich verantwoordelijk voelen voor elkaar. Zorgen dat er geen kwetsbare wijken zijn of ontstaan in Rijswijk (leefbaarheids- of veiligheidsindexen tenminste ‘voldoende’ voor alle wijken); een toekomstbestendig, fijn en veilig thuis voor kwetsbare mensen. [Maatschappelijke voorzieningen] Zorgen dat alle Rijswijkers voldoende en goed toegankelijke maatschappelijke voorzieningen en ontmoetingsplekken hebben in hun directe omgeving. Randvoorwaarden / uitgangspunten Inrichten van de leefomgeving op zo’n manier dat het de gezondheid van inwoners bevordert en dat iedereen mee kan doen. Bewaken van de fysieke veiligheid door maatregelen in bouwwerken en de leefomgeving die bescherming bieden, vluchten en snel/effectief handelen van hulpdiensten mogelijk maken. Bewaken van de sociale veiligheid door gebouwen en de leefomgeving dusdanig in te richten dat bewoners en bezoekers zich veilig voelen. Zorgen voor passende voorzieningen op basis van objectieve omgevingskenmerken, woonbeleving en waarden van inwoners. Bij gebiedsontwikkeling rekening houden met ruimte voor voldoende maatschappelijke en winkelvoorzieningen, voor huidige en toekomstige doelgroepen. Goede toegankelijkheid van voorzieningen en de openbare ruimte.

Sport: breed palet van sportactiviteiten, aanbod binnen- en buitensportvoorzieningen gelijk oplopend met aantal inwoners. Voldoende ruimte voor onderwijshuisvesting. Bij realiseren onderwijshuisvesting rekening houden met ruimte voor kinderopvang. Vestigingsmogelijkheden kinderopvang in (directe nabijheid van) schoolgebouw bijna een voorwaarde. Zorg: toegankelijk eerstelijns zorgaanbod door stimuleren gezondheidscentra en reserveren van ruimte in ontwikkelplannen voor gezondheidsfuncties; voldoende ruimte voor huisvesting van huisartsen moet worden meegenomen bij gebiedsontwikkelingen en wijzigingen van het omgevingsplan. Ontmoetingsruimten: voldoende kwalitatieve en multifunctionele ruimte voor verblijf, ontmoeting, bewegen en meedoen; goed verspreid en op korte loop- en fietsafstanden in de wijken.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

52

Afbeelding 4.4: Thematische visiekaart ‘Leefbare en veilige wijken’.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

53

4.5 Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit van Rijswijk Rijswijk heeft een rijkdom aan cultureel erfgoed (zie ook hoofdstuk 2). Cultureel erfgoed is essentieel voor het beleven van de kwaliteit van de leefomgeving. Onze hoofdambitie is dan ook het behouden, beheren, onderzoeken, en het toegankelijk en beleefbaar maken van het Rijswijkse erfgoed. Dit doen we in samenspraak met onze kennis- en erfgoedpartners17. Tegelijk zorgen we voor ons ‘nieuwe’ erfgoed door bij verdere ontwikkeling van de stad voorwaarden te stellen aan de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit. Hoofdlijnen erfgoedbeleid en Erfgoednota Rijswijk Onze ambities voor het behoud en beheer van de tastbare overblijfselen van de cultuurhistorie van de stad hebben we beschreven in de Erfgoednota Rijswijk18. Uitgangspunt van het beleid is dat erfgoed culturele waarde toevoegt aan de leefomgeving. De hoofdlijnen van het erfgoedbeleid in de Erfgoednota zijn geconcentreerd in vier thema’s of programma’s: 1. Als erfgoed kon spreken: Als erfgoed kon spreken vertelde het de verhalen van de Rijswijkers. De mensen die er wonen en woonden vormen samen de geschiedenis van duizenden jaren, vanaf de Nieuwe Steentijd tot aan onze eigen 21ste eeuw.

Rijswijk koestert de onder- en bovengrondse monumenten en gaat zorgvuldig om met de erfgoedwaarden van archeologische, gebouwde en aangelegde (groene) monumenten zodat het behoud van het cultureel erfgoed voor de toekomst is geborgd. Dit doen we zowel fysiek (monumentendagen, lezingen, rondleidingen, publicaties, informatieborden) als via de diverse digitale kanalen. Het nieuwe erfgoed wordt in kaart gebracht, gewaardeerd en de beschermingsmogelijkheden nader onderzocht zodat het erfgoedbestand steeds kan worden geactualiseerd, behouden en zorgvuldig beheerd. 2. Maatschappelijke waarde: Het (depot)beheer, behoud en de ontsluiting van erfgoed is een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeente, andere partijen en (particuliere) eigenaren. Het erfgoedbeheer, de registratie, doorzoekbaarheid en kennisborging zijn belangrijke voorwaarden voor het toegankelijk maken van erfgoed voor intern en extern gebruik. Toegankelijkheid is een wettelijke plicht en noodzaak voor goede uitvoering van kerntaken van de gemeente, zoals deskundige advisering ten behoeve van vergunningverlening. Maar toegankelijkheid vergroot ook de beleefbaarheid en daarmee de maatschappelijke waarde van erfgoed. 3.

Erfgoed en stadsontwikkeling: Het inpassen van erfgoed in de fysieke leefomgeving betekent rekening houden met de belangen van het erfgoed, maar ook kwaliteiten en waarden van het erfgoed benoemen en als uitgangspunt nemen voor stadsontwikkeling, herbestemming en vergunningverlening zodat de historische en culturele identiteit van een plan kan worden versterkt. Degelijke advisering door archeologen en monumentendeskundigen zorgt ervoor dat cultuurhistorische waarden worden meegewogen. Om waarden te kunnen bepalen is het noodzakelijk het erfgoed te onderzoeken, te analyseren en te beoordelen op de cultuurhistorische betekenis: wat zijn de waarden van een gebouw of een gebied, wat moet daarvan worden behouden en wat kan leidend zijn in de verbouwings- en ontwikkelplannen. 4. Monumenten en duurzaamheid: Voor beschermde monumenten wil de Rijksoverheid een gemiddelde CO2-reductie bereiken van 40% in 2030 en 60% in 2040. Ook monumenten kunnen door middel van energiebesparende maatregelen duurzamer worden gemaakt. Wat er wel en niet kan is afhankelijk van de unieke waarde van het gebouw, de technische staat en het belang voor de omgeving. Sommige maatregelen zijn niet geschikt voor historische gebouwen; andere wel. Het kan voorkomen dat de historische waarden zwaarder wegen dan 17 O.a.

Museum Rijswijk dat het Rijswijks Historisch Centrum en de website erfgoedrijswijk.nl beheert, Historische

Vereniging Rijswijk, Stichting Historische Projecten en werkgroep Open Monumentendagen. 18 Erfgoednota Rijswijk 2024-2032 Gezichten om van te houden. (2024)

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

54

het belang van duurzaamheid, maar dit is lang niet altijd het geval. Het is hoe dan ook belangrijk dat er energie wordt bespaard en opgewekt voor het behoud van erfgoed op de lange termijn. Ook herbestemming kan bijdragen aan duurzaamheid. Meewegen van cultuurhistorie in ruimtelijke plannen Cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij omgevingsvergunningen en in ruimtelijke plannen en dus in de deskundige advisering op de betreffende vakgebieden. Indien nodig worden cultuurhistorische onderzoeken gedaan om monumentale waarden te bepalen en inventariserend archeologisch onderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en veldonderzoek. De nieuwe Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk is sinds 2023 in een bredere samenstelling gaan functioneren volgens de nieuwe verordening van de Adviescommissie. Er zijn twee commissieleden vertegenwoordigd met deskundigheid op het terrein van het cultureel erfgoed. Doorwerking van het erfgoedbeleid De zorg voor het erfgoed en de erfgoedbronnen krijgt met de erfgoednota een nieuwe impuls. De erfgoednota geeft een overzicht van de ambities van toekomstig beleid. Jaarlijks zal een uitvoeringsplan worden opgesteld. Het op orde brengen van de basis heeft prioriteit, zoals het erfgoedregister en de archeologische verslaglegging en depotvoorziening, maar ook de ontsluiting van bouwtekeningen en beeldmateriaal.

We werken aan een stappenplan met een tijdlijn om hier de komende jaren verbetering in de brengen. Het erfgoedbeleid is gericht op het borgen van het beschermingsregime in het omgevingsplan, waarbij actualisatie zal plaats vinden waar nodig. De Erfgoedverordening van Rijswijk is in 2024 geactualiseerd en aangevuld om de beschermingsinstrumenten te verruimen. Erfgoed en participatie Er is een toenemende maatschappelijke behoefte om toegang te hebben tot erfgoed en aan participatie bij erfgoed- en ontwikkelvraagstukken. Het nieuwe erfgoedbeleid bedient de burger door erfgoedkennis te delen en de openbare vindbaarheid en het publieksbereik te vergroten. Monumentenzorg Het doen van onderzoek is noodzakelijk om beleidsinstrumenten zoals de erfgoednota en het omgevingsplan op te stellen, te actualiseren en toe te passen. Om te zorgen dat cultureel erfgoed aan het begin van ruimtelijke planvorming wordt meegewogen moeten cultuurhistorische inventarisaties en waardestellingen worden gemaakt om de cultuurhistorische waarden van gebouwen in een gebied te bepalen. Ook bij vergunningaanvragen voor ingrepen in beschermde monumenten (kaart: ‘rijksmonumenten’ | ‘gemeentemonumenten’) en gebieden met cultuurhistorische waarden worden de bouw-, architectuur- en cultuurhistorische waarden bepaald. Daarmee kunnen voorwaarden gesteld worden aan de vergunning.

Het doel is om aan te geven welke gebouwen of elementen behouden moeten worden, herkenbaar moeten blijven of versterkt kunnen worden en welke elementen mogen verdwijnen. Onze cultuurhistorische waardenkaart geeft het kader aan voor toekomstige ontwikkelingen (kaart: ‘Cultuurhistorische waardenkaart’). Aanwijzen van nieuw cultuurhistorisch waardevol erfgoed We willen ons beleid met betrekking tot het aanwijzen van cultuurhistorisch waardevol erfgoed versterken, met name het naoorlogse erfgoed (wederopbouw en post-65). Ons voornemen is om ‘parels en structuren’ uit die periode aan te wijzen naast enkele oudere stads- en dorpsgezichten. In de verre toekomst (2050) zal het aan te wijzen erfgoed van steeds recentere datum zijn, zodat ook de iconische gebouwen van nu in de toekomst kunnen worden beschermd. Cultuurlandschappen Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

55

In de Erfgoednota zijn een aantal waardevolle cultuurlandschappen aangewezen, en nader omschreven. Hieronder vallen onder meer de landgoederenzone, stadsparkzone en Vlietzone (kaart: ‘Landgoederenzone’ | ‘Stadsparkzone’ | ‘Vlietzone’). Ook is er op enkele plaatsen in Rijswijk nog een historische polderverkaveling in het landschap aanwezig (kaart: ‘historische verkaveling’): Bij nieuwe ontwikkelingen sturen we op inpassing en behoud van deze gebieden. In het omgevingsplan zullen we deze gebieden waar mogelijk beschermen. Landgoederenzone en provinciale erfgoedlijnen We werken samen met de provincie om natuur- en erfgoedwaarden in de provinciale erfgoedlijnen verder te ontwikkelen. Op die manier zetten we de erfgoedlijnen die het grondgebied van de gemeente doorkruisen (Landgoederenzone, Vlietzone, Atlantikwall en molenbiotoop) beter op de kaart (kaart: ‘landgoederenzone’ | ‘Vlietzone’ | ‘bunkercomplex Park Overvoorde’ | ‘molenbiotoop’). Veel buitenplaatsen in Rijswijk hebben de beschermde status van landgoedbiotoop en worden beschermd via de provinciale omgevingsverordening en ons eigen omgevingsplan. Dat betekent dat de samenhangende structuur van de hoofd- en bijgebouwen met tuin en park en het omringende groen beschermd is, net als het blikveld, de zichtlijnen en panorama’s van de cultuurlandschappelijke aanleg (kaart: ‘Landgoederenzone (provincie)’).

In de Erfgoednota Rijswijk 2024-2032 is beleid geformuleerd om de ‘functie erfgoed’ aan de hele Landgoederenzone en Vlietzone toe te kennen. In het koersdocument Erfgoedlijn Landgoederenzone Zuid-Holland 2030 zijn daarnaast vier ambities gedefinieerd die hier relevant zijn: 1. Betere buitenplaatsen: kwalitatieve doorontwikkeling in lijn met de kernwaarden; 2. Sterke clusters: versterken van de lokale clusters van de buitenplaatsen; 3. Lijn in de landgoederenzone: versterken van de samenhang en herkenbaarheid; 4. Naar buiten: verbinding met de omgeving. Naoorlogs erfgoed De voorraad naoorlogse gebouwen, stedenbouw en openbaar groen is zeer kenmerkend voor Rijswijk en maakt een groot deel uit van de gebouwde omgeving. Herkenbaar is de strokenbouw met halfhoge portiekwoningen en hoge flats, de royale afmetingen van doorgaande wegen en een rijkdom aan laanen plantsoenbeplanting. Om te voorkomen dat dit verdwijnt willen we zelf een voorbeeld zijn in de omgang met het moderne erfgoed. Zo hebben we het stadhuis (1967) in 2023 opnieuw als huisvesting van de gemeente in gebruik genomen, als begin van de herwaardering van het naoorlogse erfgoed. De stedenbouwkundige aanleg van Rijswijk uit de naoorlogse periode is van hoge ruimtelijke kwaliteit.

Het openbaar groen speelde daarbij een grote rol, maar ook aan de samenhang in architectuur, materialisatie en kleurstelling ontlenen de verschillende buurten hun karakter. De groene ruimte langs de wegen, rondom de woonblokken en in de plantsoenen en binnentuinen zorgt voor ruimtelijke verbinding. Dit willen we graag in stand houden, met het juiste onderhoud en daarvoor isinzicht in het ontwerp van de openbare ruimte en de bijbehorende beplantingsplannen van belang. In de Erfgoednota hebben we hiervoor een verwachtingswaardenkaart naoorlogs erfgoed opgenomen. Deze kaart is een belangrijk instrument om inzicht te krijgen in de aanwezige erfgoedwaarden uit de periode 1945-1990. Het is een attentiemiddel bij ontwikkelingen en biedt aanleiding voor het aanwijzen van monumenten en beeldbepalend en beeldondersteunend erfgoed, dan wel het toekennen van een erfgoedfunctie in het omgevingsplan. Historische land- en waterwegen Rijswijk kent een aantal belangrijke historische landwegen (onder andere Van Vredenburchweg, Herenstraat, Geestbrugweg, Jaagpad, Delftweg, Winston Churchilllaan en het spoortracé), maar ook uitpaden en voetpaden waaronder het Julialaantje (kaart: ‘historische landweg’). Deze wegen zijn lang bepalend geweest voor de bereikbaarheid van Rijswijk en voor de stedenbouwkundige inrichting. Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

56

Waar nodig nemen we maatregelen of zorgen we voor bescherming in het omgevingsplan om deze historische wegen te behouden. Ook zijn er enkele historische waterwegen, die tot in de negentiende eeuw een belangrijke wijze van vervoer vormden. Naast de Vliet, Zandvaart en Spieringswetering bestaan er nog een aantal oude sloten die een belangrijke rol hebben gespeeld in de waterhuishouding van het landschap. Ook deze structuren zullen waar mogelijk worden beschermd en hersteld. Archeologie Binnen de wettelijke kaders streven we ernaar om archeologie een belangrijke plaats te geven bij ruimtelijke ontwikkelingen. We doen alles wat nodig is voor behoud en goede omgang met archeologische vindplaatsen. Archeologisch onderzoek mag alleen plaatsvinden op basis van een goedgekeurd Programma van Eisen. De verantwoordelijkheid voor archeologisch erfgoed is verschoven naar de gemeente, wat een proactieve benadering vereist om onze rijke historie te bewaren en te presenteren. Onze ambities gaan verder dan alleen wettelijke verplichtingen. We willen onze opgravingsbevoegdheid behouden en archeologisch onderzoek in eigen beheer houden, om zo snel en efficiënt te kunnen reageren op nieuwe vondsten en ontwikkelingen. Dit draagt bij aan kennis van het lokale archeologische veld.

In het kader van de Erfgoednota hebben we onze archeologische waardenkaart geactualiseerd (kaart: ‘Archeologische verwachtings- en beleidskaart’). We actualiseren de Lokale Onderzoeks Agenda Rijswijk (LOAR), die inspeelt op zowel lokale als bredere onderzoeksvragen binnen de archeologie. Deze dient onder meer als leidraad bij de uitwerking, vraagstelling, interpretatie en rapportage van reeds voltooide opgravingen. Dit onderdeel benadrukt de ambitie om archeologie toegankelijk en relevant te maken voor een breder publiek. Stedenbouwkundige en ruimtelijke kwaliteit bij ontwikkelingen Nieuwe ontwikkelingen passen binnen de ruimtelijke structuur en dragen bij aan de stedenbouwkundige kwaliteit van de stad (kaart: ‘transformatie-/ontwikkellocatie’). De ontwikkelingen worden integraal aangepakt door een nauwe samenwerking tussen verschillende vakdisciplines. De ruimtevraag voor nieuwe woningen, bedrijven en maatschappelijke functies krijgt plaats binnen bestaand bebouwd gebied (verdichting). Op die manier willen we ons groen behouden en onze openbare ruimte zo veel mogelijk sparen. Het realiseren van nieuwe woningen (of andere functies) in winkelcentra, kantoorgebieden of bestaande woonwijken is tegelijk een oplossing voor leegstand en aanleiding om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verhogen.

Intensiveren van bebouwing bij vervangende nieuwbouw, vergroten van de bouwhoogte door optopping en de transformatie van bestaande bebouwing zijn middelen om – al dan niet gecombineerd – hiervoor extra ruimte te creëren. De mogelijkheden voor verdichting moeten per locatie worden onderzocht en bepaald. Hoogbouw maakt onderdeel uit van de ruimtelijke en functionele structuur van de stad. We hebben onze uitgangspunten bepaald in een hoogbouwvisie, en werken nog aan nuancering en aanscherping daarvan. Op een aantal locaties in de stad zien we aanleiding voor een grotere bouwhoogte om daarmee de zichtbaarheid en herkenbaarheid te vergroten en de identiteit te versterken. Hoogbouw is mogelijk in daarvoor aangewezen gebieden; daarbuiten geldt een ‘nee tenzij’. De bouwhoogte is gerelateerd aan de betekenis van de plek en kent drie gradaties: structuurdragers, stedelijk accent en regionaal accent. Daarnaast zijn wijk- en buurtaccenten mogelijk (strikt genomen geen hoogbouw). Daarbij moet hoogbouw voldoen aan een aantal ruimtelijke, technische en maatschappelijke criteria. Dit resulteert in de volgende uitgangspunten: - De aangewezen gebieden voor hoogbouw werken we nog nader op een kaart uit. - De bouwhoogte is gerelateerd aan de plek en kent de volgende gradaties: Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

57

wijk- en buurtaccent: oriëntatiepunt in wijk of buurt (30 à 40 m); structuurdragers: de lange lijnen in de stad (< 60 m); stedelijk accent: oriëntatiepunt in de stad (70 à 80 m); regionaal accent: prominente locaties langs regionale wegen en zichtlijnen (+/- 100 m). De ruimtelijke criteria zijn: o hoogbouw kent een stedelijke laag, plint, toren en bekroning; o hoogbouw is van hoge architectonische kwaliteit. De technische criteria zijn: o er is aangetoond dat een aanvaardbaar windklimaat ontstaat dat past bij het gebruik van de omgeving; o de bezonning van omliggende woningen voldoet aan de lichte TNO norm: niet meer dan twee uur zon op een bepaalde dag in het jaar. De maatschappelijke criteria zijn: o er is ruimte voor ontmoeting, multifunctionaliteit en flexibiliteit. o o o o

-

Doelen

Behouden, beheren, onderzoeken, en het toegankelijk en beleefbaar maken van het Rijswijkse erfgoed. Archeologie toegankelijk en relevant maken voor een breder publiek. Zorgen voor ons ‘nieuwe’ erfgoed door bij ontwikkeling van de stad voorwaarden te stellen aan de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit. Randvoorwaarden / uitgangspunten Cultuurhistorische waarden meewegen bij omgevingsvergunningen en in ruimtelijke plannen. Indien nodig archeologische en cultuurhistorische onderzoeken om monumentale waarden te bepalen. Monumentenzorg: bij ruimtelijke planvorming en vergunningaanvragen voor ingrepen in beschermde monumenten en gebieden met cultuurhistorische waarden de bouw-, architectuur- en cultuurhistorische waarden bepalen. Verduurzaming monumenten: wat wel en niet kan afhankelijk van de unieke waarde van het gebouw, de technische staat en het belang voor de omgeving. Cultuurlandschappen: bij nieuwe ontwikkelingen sturen op inpassing en behoud van waardevolle cultuurlandschappen. Naoorlogs erfgoed: in stand houden van de naoorlogse stedenbouwkundige aanleg van de stad. Historische land- en waterwegen: waar nodig en mogelijk beschermen of herstellen van historische land- en waterwegen. Archeologie: streven om archeologie een belangrijke plaats te geven bij ruimtelijke ontwikkelingen. Archeologisch onderzoek alleen op basis van een goedgekeurd Programma van Eisen.

Nieuwe ontwikkelingen passen binnen de stedenbouwkundige structuur van Rijswijk en dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Ruimtevraag voor nieuwe woningen, bedrijven en maatschappelijke functies krijgt plaats binnen bestaand bebouwd gebied (verdichting). Mogelijkheden voor verdichting moeten per locatie worden bepaald. Op een aantal locaties is ruimte voor grotere bouwhoogten om de zichtbaarheid en herkenbaarheid te vergroten en identiteit te versterken (aangewezen gebieden werken we nog op een kaart uit); daarbuiten geldt ‘nee tenzij’ Bouwhoogte is gerelateerd aan de betekenis van de plek en kent verschillende gradaties. Daarbij moet hoogbouw voldoen aan ruimtelijke, technische en maatschappelijke criteria.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

58

Afbeelding 4.5: Cultuurhistorische waardenkaart.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

59

Afbeelding 4.6: Verwachtingswaardekaart naoorlogs erfgoed.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

60

Afbeelding 4.7: Archeologische verwachtings- en beleidskaart Neolithicum, Brons- en IJzertijd.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

61

Afbeelding 4.8: Archeologische verwachtings- en beleidskaart Romeinse tijd en late Middeleeuwen / Nieuwe tijd.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

62

4.6 Groene stadsbiotoop De ontwikkeling van het Rijswijkse groen Ons doel is om het Rijswijkse groen verder te ontwikkelen en versterken, waarbij het groen gevarieerd en biodiverser wordt. Op basis van bodemeigenschappen en stedelijke ontwikkeling is Rijswijk ingedeeld in vier groensferen, met daarop afgestemde doelsoorten en eigen groene karakteristieken. Het gaat om de volgende groensferen, afbeelding 4.7 geeft de bijbehorende sfeerbeelden weer: • Het oude dorp en de landgoederenzone; • Het nieuwe centrum (Bogaard stadscentrum en omgeving); • 20e-eeuwse woon-/werkgebieden (ten noorden van de A4); • 21e-eeuwse werk-woongebieden en de stadsparkzone (ten zuiden van de A4). Groensfeer: het oude dorp en de landgoederenzone Deze groensfeer ligt aan de noordkant van Rijswijk op een zandrug (strandwal) parallel aan de kustlijn. Door de hoge ligging ontstond hier in de middeleeuwen het dorp Rijswijk. Vanaf de 17e eeuw werden er landgoederen en buitenplaatsen aangelegd. De groensfeer bestaat uit buitenplaatsen, parken, villatuinen, lanen en oprijlanen en stenige straten met veel grote bomen. Door de lemige rijke bodem staat hier binnenduinbos bestaande uit drie lagen beplanting, namelijk kruiden, heesters en bomen.

De hoofd-boomstructuur bestaat hier uit linde, beuk, kastanje, inlandse eik en haagbeuk. Deze boomsoorten komen in bosachtige delen maar ook in smalle en brede straatprofielen voor. Daarnaast staan in de smalle straatprofielen ook bloeiende sierbomen. Onder invloed van de Engelse landschapsstijl komen hier ook prachtige parkbomen voor zoals tulpenboom en walnoot. Mooi gevormde hagen van soorten als taxus, beuk en haagbeuk horen ook bij deze groensfeer. De biotooptypes die in deze groensfeer voorkomen zijn stadsnatuur en bos- en parknatuur. De natuurwaarden van deze groensfeer zijn eiken-beukenbos met gecultiveerde heesterbegroeiing, bos- en stinzeplanten en oude holle bomen. In deze bomen komen holenbroeders als bosuil voor en koloniën vleermuizen. Groensfeer: 20e eeuwse woon- en werkgebieden Deze groensfeer ligt in het midden van Rijswijk op de jonge zeeklei. Vanaf de middeleeuwen was dit gebied in gebruik als weidegebied. Vanaf 1950 ontstond hier het nieuwe Rijswijk. De eerste delen werden razendsnel gebouwd. Er ontstond een afwisseling van flats, portiekwoningen en eengezinswoningen. Vanuit de gedachte dat iedere wijk een kleine gemeenschap was, kwamen er ook voorzieningen in alle wijken. Deze groensfeer bestaat daardoor uit functionele wijken met buurtcentra, tuinstraten en buurtparkjes.

Zeer kenmerkend voor deze groensfeer zijn de vele portiekflats met grote fraaie groene binnen ruimtes. Binnen deze groensfeer bevinden zich meerdere singels met een parkachtige, grazige sfeer.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

63

De hoofd-boomstructuur bestaat hier vaak uit linde, plataan, eik, esdoorn en berk. Er staan grotere bomen in de hoofdstraten en kleine (bloeiende) sierbomen in de andere straten. Langs de singels staan vaak treurwilgen, bloeiende sierbomen en dennen. De biotooptypes die in deze groensfeer voorkomen zijn stadsnatuur, bos- en parknatuur en water- en moerasnatuur. De natuurwaarden die hierbij horen zijn openbaar wijkgroen en bomenrijen. Groensfeer: Het nieuwe Centrum Deze groensfeer ligt ook op de jonge zeeklei in het midden van Rijswijk. Het is het gebruiks-intensieve gebied van Bogaard stadscentrum en het stationsgebied. De groensfeer is kleurrijk en verzorgd met tuinachtige aspecten. Er is een grote variëteit aan bomen, heesters en vaste planten.

De bomen in dit gebied begeleiden en verbinden de routes voor langzaam verkeer. De hoofd-boomstructuur van Rijswijk loopt langs en door dit gebied. Boomsoorten die bij deze groensfeer passen zijn linde, veldesdoorn, berk, valse christusdoorn, eik, amberboom en es. Door verschil in vorm, hoogte en dichtheid van de kroon, zorgen de bomen op straten en pleinen voor afwisseling in de uitstraling van dit centrumgebied. Het biotooptype dat bij dit gebied hoort is stadsnatuur (de natuurinclusieve stad). De natuurwaarden die hierbij horen zijn sierlijke insectenvriendelijke vaste planten, groene elementen, plantenvakken en losse elementen. Groensfeer: 21e-eeuwse woon- en werkgebieden en de stadsparkzone Deze groensfeer bevindt zich in het zuiden van Rijswijk in het kleiige krekenlandschap van de Vliet en Zweth. Na ontginning ontstond hier in de middeleeuwen een slagenlandschap (strokenlandschap). De stadsparkzone is vanaf de jaren 70 op voormalige vuilstorten aangelegd. Nu is het een afwisselend waterrijk bos- en parkgebied. Het opgaande bos bestaat uit drie lagen beplanting: kruiden, heesters en bomen. In deze groensfeer komen planten als populier, els, knotwilg, rijshout en riet voor.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

64

Vanaf begin van de 21e eeuw wordt ten zuiden van de stadsparkzone de nieuwbouw van RijswijkBuiten gebouwd. Kenmerken zijn de grondgebonden woningen en de afwisseling van groene woonstraten en straten met parkeerkoffers. Alle singels worden aangelegd met een natuurrijke oeverbeplanting.

De hoofd-boomstructuur bestaat in deze groensfeer uit els, es, populier, (knot-)wilg en abeel. Deze boomsoorten komen in bosachtige delen maar ook in brede straatprofielen voor. Als singelbeplanting zijn ook soorten als sierkers, gewone vleugelnoot en trompetboom toegevoegd. Veel smalle straatprofielen zijn ingericht als buurtboomgaard met verschillende fruitbomen. De biotooptypes die in deze groensfeer voorkomen zijn stadsnatuur, voedselrijk bos, water- en moerasnatuur.

Landgoederenzone en stadsparkzone We gaan door met het verbeteren van de kwaliteit van onze grote regionale parkgebieden. We zorgen ervoor dat de Landgoederenzone en Stadsparkzone, ook in de toekomst de groene longen van Rijswijk blijven, en tegelijk de groen- en natuurkwaliteit aanzienlijk verbeterd worden (kaart: ‘landgoederenzone’ | ‘stadsparkzone’). Hiertoe wordt in de landgoederenzone en de stadsparkzone geïnvesteerd, zodat de parken en bossen een kwaliteitsimpuls krijgen waardoor ze optimaal kunnen meegroeien met de stad. De buitenplaatsen van Rijswijk zijn onderdeel van het Nationaal Park Hollandse Duinen (NPHD), een landgoederenreeks die loopt van Rijswijk (via Den Haag, Voorburg, Wassenaar en Voorschoten) tot aan Lisse. De landgoederen en buitenplaatsen ontlasten de kwetsbaarste gebieden van het kustlandschap (NPHD) met rust- en natuurbeleving.

We voeren het uitvoeringsprogramma Landgoederenzone uit, waarmee het gebied de groenkwaliteit krijgt die bij de sfeer van de Landgoederenzone past: natuur (leefgebied voor oud-bossoorten als eekhoorns, boomklevers en rosse vleermuizen), cultuur (bijzondere gebouwen en monumenten), recreatie (mogelijkheden om te sporten, wandelen en fietsen), en historische groenaanleg (zie ook de provinciale bescherming van de landgoedbiotopen: dat gaat veel verder dan alleen hoofdhuis, bijgebouwen en tuinaanleg, maar ook de samenhang daartussen, de zichtassen, panorama's, blikveld en de cultuurlandschappelijke aanleg). Het stadsparkenlandschap is onderdeel van de regionale Zweth-Vlietzone, een ecologische-recreatieve groenblauwe zone die loopt van Nieuwe Waterweg tot aan Vliet (Zwethzone) en van Delft tot aan Leiden (Vlietzone) (kaart: ‘stadsparkzone en Vlietzone’).

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

65

De stadsparkzone ontwikkelen we door tot een veelzijdig park, dat op meerdere plekken met groene uitlopers is verbonden tot in Stervoorde, Sion, Muziekbuurt, Parkrijk en Pasgeld. De natuurkwaliteit en biodiversiteit zijn toegenomen. In de stadsparkzone gaan verblijfskwaliteit en natuurwaarden hand in hand. Mensen komen er graag om elkaar te ontmoeten, te recreëren, te sporten maar ook om van de natuur en de rust te genieten. Groene netwerken Aanvullend daarop willen we een groenstructuur realiseren die de groengebieden aan elkaar verbindt. Zo creëren we ‘groene netwerken’ die Rijswijk groen maken tot diep in de haarvaten van de buurten en wijken. We versterken bestaande groenverbindingen en vullen ontbrekende schakels in om alle groengebieden, wijk- en stadsgroen onderling te verbinden. We maken onderscheid in de volgende soorten verbindingen. Natuurverbindingen door de stad: we zetten ons in om de natuurverbindingen in de stad, tussen de Landgoederenzone en stadsparkzone en met de omgeving te realiseren of versterken (kaart: ‘natuurverbindingszones’). Ook wijkparken, volkstuinen en begraafplaatsen maken hier onderdeel van uit. We zorgen ervoor dat de natuurstructuur zo goed mogelijk kan functioneren door het opheffen van barrières in wegen en spoorwegen.

We spannen ons in met meerdere viaducten/ecoducten over de A4 zowel recreatieve verbindingen als goed functionerende natuurverbindingen tussen de gebieden ten noorden en zuiden van de weg (kaart: ‘groene verbinding’) te realiseren. We hebben een bestuursovereenkomst met het Ministerie van IenW over de A4-verbreding, waarin we afspraken hebben vastgelegd over twee brede groene overkluizingen over de A4: Van Rijnweg en Pieter Postmapad (meekoppelkansen). Verbindingen van bomen: ons doel is om van alle wegen, straten en lanen in Rijswijk mooie doorgaande groene structuren met biodiverse bomen te maken (kaart: ‘boomstructuur (lijnen)’). We zorgen dat op kruispunten met grote stenige oppervlakten het groen wel doorloopt, dat ziet er landschappelijk mooier uit en is beter voor natuur (geen doorbroken natuurverbindingen) en mens (aangenamere verblijfsplekken). We volgen daarbij de 3-30-300-regel: in de buurt van iedere woning staan 3 bomen, iedere buurt heeft minimaal 30% boomkroonoppervlakte en er bevindt zich een parkje op 300 meter afstand van iedere woning. Specifiek voorzien we de Prinses Beatrixlaan, Lange Kleiweg en oostzijde van de Vliet bij herinrichting van een losse boomstructuur. We vergroten de boomvakken in straten en wegen, waardoor bomen een betere groeiplaats hebben en kunnen uitgroeien tot gezonde, grotere volwassen bomen.

Ook ontstaat zo meer ruimte voor gezonde biodiverse onderbeplanting. Dit zorgt voor een parkachtige sfeer en aangename schaduwrijke straten om te lopen en te fietsen. Recreatieve groene verbindingen: De landgoederenzone en de stadsparkzone verbinden we via een aantal brede groene recreatieve verbindingen. Zo zorgen we dat deze groenzones met de fiets en lopend via groene routes makkelijk te bereiken zijn, ook voor Rijswijkers met een beperking. Door heel Rijswijk realiseren we een netwerk van doorgaande paadjes door het groen. Door daarmee ook het wijkgroen met elkaar te verbinden is het voor iedereen gemakkelijk een groen ommetje te maken dicht bij huis en nodigt het uit tot bewegen en beleven van de stad en het groen. Natuurinclusieve en biodiverse stad Onze ambitie is Rijswijk als een goed functionerende ‘stadsbiotoop’: een stad waar mensen, planten en dieren een thuis hebben en zich thuis voelen. De komende jaren bepalen we de doelsoorten en doelbiotopen voor heel Rijswijk. Daardoor kunnen bij alle vormen van herinrichting, renovatie en nieuwbouw (van buitenruimte en gebouwen) steeds geschikte biotopen voor planten en dieren worden gerealiseerd. Daarbij hebben we aandacht voor dierenwelzijn.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

66

We vergroten de groenkwaliteit en biodiversiteit door gebouwen en buitenruimtes natuurinclusief te bouwen/renoveren en in te richten. Bij gebieds- en locatieontwikkelingen worden er regels gesteld voor het natuurinclusief en duurzaam inrichten van gebouwen en de buitenruimte. Op deze manier wordt gezorgd dat de kwaliteit van de natuur (de natuurwaarden) in Rijswijk wordt vergroot. Dat gebeurt door de kwalitatieve eisen voor verblijfplaatsen, voedsel, veiligheid, verbinding en variatie (de 5V’s) die natuurdoelsoorten aan hun omgeving stellen, in het ontwerp van gebouwen en buitenruimtes toe te passen. Bij alle nieuwe ontwikkelingen moet actief worden gezocht naar ruimte om voldoende groen te realiseren en mogelijkheden om de groenkwaliteit te verbeteren. Groen tot in de haarvaten betekent zo veel mogelijk groen in de openbare ruimte en tot op, aan en in bebouwing. Zo zullen bijvoorbeeld parkeervakken groen worden aangelegd. Daar waar op maaiveldniveau weinig ruimte is, moet gezocht worden naar andere plekken, bijvoorbeeld groen langs wanden van gebouwen (gevelgroen) en de aanleg van groene en bruine daken. Zo kan gedacht worden aan innovatieve oplossingen zoals nieuwe wijkparken of buurtgroen op gebouwen en (ondergrondse) parkeergarages.

Om te zorgen dat er genoeg bomen en beplanting in verschillende delen van Rijswijk zijn, wordt bij herinrichtingen en herontwikkelingen in de stad de 3-30-300 regel als richtlijn gehanteerd. Ook worden bij gebiedsontwikkelingen of het verdichten van bebouwing de kansen benut om extra groen toe te voegen. Ontwikkelaars dragen bij aan het realiseren van de inrichting van het groen in het gebied en helpen bij het realiseren van de groene ambities. Door zo de stad te vergroenen pakken we meerdere opgaves tegelijk aan. Het zorgt voor meer groenbeleving, meer biodiversiteit, meer waterberging en afname van hittestress in de stad. We benutten kansen om vergroening te koppelen aan transformaties (bijvoorbeeld Bogaard stadscentrum), herinrichting van de openbare ruimte (bijvoorbeeld Oud-Rijswijk) en maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie en energie. Ook op werklocaties zien we daarvoor veel potentie, zo is ons doel dat Plaspoelpolder het groenste bedrijventerrein van de provincie wordt. De groei van de stad gaat hand in hand met de groei van het groen, zodat de leefbaarheid en de balans tussen bebouwing en natuur gewaarborgd blijven en de Rijswijkse identiteit behouden blijft. Daarnaast willen we de belevingswaarde van het groen in Rijswijk sterk verbeteren. De verschillende groene lagen (lage, middelhoge, hoge beplanting) brengen we meer in evenwicht.

Een goede balans in soorten zorgt voor veel kleurvariatie gedurende het hele jaar (groen omgeving beleven), bloemen, vruchten, nectar en stuifmeel voor dieren (biodiversiteit) en een gezonder groenbestand (minder last van ziekten en plagen). Deze soortenrijkdom helpt om de biodiversiteit te verbeteren en verrijkt de groen- en natuurbeleving van inwoners vlak bij hun huis. Naast biodiverse beplanting kiezen we er op een aantal plekken in Rijswijk voor om met bijzondere beplanting extra groene accenten aan te brengen. Uitgangspunt bij het aanleggen, beheer en onderhoud van groen is het verhogen van de biodiversiteit. Om dit goed te borgen stellen we een handreiking op. Daarnaast willen we in de toekomst dagelijks actueel inzicht in het groenareaal van de stad (soorten, oppervlakten, beheertypen, vervangingstermijn, staat van onderhoud) om ons groenbeheer goed op orde te hebben. Wanneer bij gebieds- en locatieontwikkelingen of bij noodzakelijk onderhoud bomen en beplantingen worden verwijderd, dan wordt het verwijderde groen op een gelijkwaardige wijze gecompenseerd. Doelen Rijswijkse groen verder ontwikkelen en versterken, waarbij het groen gevarieerd en biodiverser wordt. Zorgen dat de Landgoederenzone en Stadsparkzone ook in de toekomst de ‘groene longen’ van Rijswijk blijven, en de groen- en natuurkwaliteit aanzienlijk verbeterd worden.

Realiseren van een groenstructuur die de groengebieden aan elkaar verbindt; creëren van ‘groene netwerken’ die Rijswijk groen maken tot diep in de haarvaten van de buurten en wijken.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

67

Rijswijk als goed functionerende ‘stadsbiotoop’: een stad waar mensen, planten en dieren een thuis hebben en zich thuis voelen. Sterk verbeteren van de belevingswaarde van het groen in Rijswijk. Randvoorwaarden / uitgangspunten Ontwikkelen en versterken van het Rijswijkse groen op basis van vier groensferen, met daarop afgestemde doelsoorten en eigen groene karakteristieken. Uitvoering geven aan het Uitvoeringsprogramma Landgoederenzone, zodat de groenkwaliteit past bij de sfeer van de Landgoederenzone (natuur, cultuur, recreatie en historische groenaanleg). Doorontwikkelen van de Stadsparkzone als een veelzijdig park met groene uitlopers richting de stad; verblijfskwaliteit en natuurwaarden gaan hier hand in hand. Versterken bestaande groenverbindingen en invullen ontbrekende schakels om alle groengebieden, wijk- en stadsgroen onderling te verbinden. Natuurverbindingen door de stad: realiseren of versterken van natuurverbindingen in de stad, tussen de Landgoederen- en Stadsparkzone en met de omgeving. Verbindingen van bomen: maken van mooie doorgaande groene structuren met biodiverse bomen langs wegen, straten en lanen in Rijswijk; volgen van de 3-30-300 regel.

Recreatieve groene verbindingen: verbinden Landgoederen- en Stadsparkzone via een aantal brede groene recreatieve verbindingen; door heel Rijswijk netwerk van doorgaande paadjes door het groen (wijkgroen met elkaar verbinden). Bij alle vormen van herinrichting, renovatie en nieuwbouw (van buitenruimte en gebouwen) kunnen geschikte biotopen voor planten en dieren worden gerealiseerd door het bepalen van doelsoorten en doelbiotopen voor heel Rijswijk. Vergroten van groenkwaliteit en biodiversiteit door gebouwen en buitenruimtes natuurinclusief te bouwen/renoveren en in te richten; bij gebieds- en locatieontwikkelingen worden hiervoor regels gesteld. Dat gebeurt door de kwalitatieve eisen voor de ‘5V’s’ in het ontwerp van gebouwen en buitenruimtes toe te passen. Bij alle nieuwe ontwikkelingen moet actief worden gezocht naar ruimte om voldoende groen te realiseren en mogelijkheden om groenkwaliteit te verbeteren. Groen tot in de haarvaten betekent zo veel mogelijk groen in de openbare ruimte en tot op, aan en in bebouwing. Bij herinrichtingen en herontwikkelingen wordt de 3-30-300 regel als richtlijn gehanteerd. Bij gebiedsontwikkelingen of verdichten worden kansen benut om extra groen toe te voegen. Ontwikkelaars dragen bij aan realiseren van de inrichting van het groen en de groene ambities.

Benutten van kansen om vergroening te koppelen aan transformaties, herinrichting openbare ruimte, maatregelen voor klimaatadaptatie en energie en op werklocaties. Belevingswaarde: verschillende groene lagen meer in evenwicht brengen; goede balans in soorten. Uitgangspunt bij aanleggen, beheer en onderhoud van groen is het verhogen van de biodiversiteit. Verwijderd groen bij gebieds- en locatieontwikkelingen of noodzakelijk onderhoud wordt op gelijkwaardige wijze gecompenseerd.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

68

Afbeelding 4.9: Thematische visiekaart ‘groene stadsbiotoop’.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

69

4.7 Klimaatbestendige leefomgeving Klimaatmitigatie en klimaatadaptatie Klimaatopwarming heeft directe invloed op onze leefomgeving, zoals beschreven in paragraaf 2.5.5. Om Rijswijk voor te bereiden op klimaatverandering, zowel nu als in de toekomst, is het essentieel in te zetten op het voorkomen van verdere klimaatopwarming (klimaatmitigatie) en het aanpassen aan de gevolgen van veranderend klimaat (klimaatadaptatie). Ons doel is om in 2050 als gemeente klimaatneutraal te zijn door middel van mitigatie, voornamelijk via de energietransitie. Daar gaat paragraaf 4.8 verder op in. Daarbij zijn we afhankelijk van acties in Nederland en wereldwijd. Tegelijkertijd zetten we ons in om onze leefomgeving klimaatbestendig19 te maken. Ons doel is om in 2050 als gemeente klimaatbestendig te zijn door middel van adaptatie. Dit betekent dat we onze leefomgeving zo inrichten dat deze bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress, droogte en wateroverlast. Monitoring We maken gebruik van verschillende data om de gevolgen van klimaatverandering in kaart te brengen. We gaan onderzoeken of naast de openbare klimaatatlas20 een Rijswijkse klimaatatlas kan bijdragen aan het beter inzichtelijk maken van hittestress, droogte en wateroverlast in onze gemeente.

Klimaatbestendige gebouwde omgeving We integreren tools zoals het Convenant klimaatadaptief bouwen21 en de Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving22 in alle ruimtelijke projecten. Maar de klimaatopwarming, in combinatie met de huidige en geplande verdichting van onze stad, vraagt om meer innovatieve tools. Nieuwbouw past daarom de laatste innovaties toe, zoals Ladder van Koeling23 en BREEAM24. Daarbij schrijven we een minimaal BREEAM-score ‘good’ voor voor nieuwbouw en renovatie, en voor gebiedsontwikkeling. We waarderen in het bijzonder elke ontwikkeling die innovaties kan aantonen met zogeheten innovatiecredits. Deze innovatiecredits stimuleren en erkennen de toepassing van innovatieve oplossingen die verder gaan dan de standaard duurzaamheidsnormen. Het gaat om creativiteit en pionieren door bijvoorbeeld het zoeken naar meekoppelkansen op onderwerpen als energie-efficiëntie, materiaalgebruik, waterbeheer en klimaatadaptatie. Klimaatbestendige openbare ruimte Onze openbare ruimte richten we klimaatadaptief in door meer schaduwrijke plekken te creëren en stedelijke gebieden te vergroenen. We streven naar een robuust watersysteem met ruimte voor infiltratie en opvang van water. Dit geldt zowel voor nieuwe ontwikkelingen, als voor bestaande omgevingen.

Voorbeelden van klimaatbestendige maatregelen zijn: • Aanleg van groenstroken en parken voor betere waterinfiltratie. • Creëren van schaduwrijke zones met bomen en pergola’s. 19 Er zijn verschillende begrippen voor aanpassing aan klimaatverandering bekend. Zo komen, vaak refererend aan

nationale trajecten, de begrippen klimaatadaptief, klimaatbestendig en waterrobuust voor. We zien deze begrippen als synoniemen, en gebruiken in deze omgevingsvisie de term klimaatbestendig. Voor een definitie van een klimaatbestendige leefomgeving, zie onder meer de herijkte Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (2020). 20 www.klimaatatlas.nl 21 https://bouwadaptief.nl/leidraad/ 22 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/03/23/landelijke-maatlat-factsheets-en-overzichtstabel 23 https://groenehuisvesters.nl/wp-content/uploads/2023/02/ladder-van-koeling.pdf 24 https://richtlijn.breeam.nl/credit/klimaatadaptatie-1545

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

70

• •

Gebruik van waterdoorlatende bestrating en groene daken. Klimaatadaptief waterbeheer: om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen, is een goede balans tussen water vasthouden, bergen en afvoeren nodig. Dit geldt zowel voor nieuwe ontwikkelingen als voor de bestaande omgeving.

Specifieke maatregelen: • Aanleg van wadi's en ‘urban waterbuffers’. • Verbetering van de rioleringscapaciteit en inzetten op hemelwater afkoppelen. • Stimuleren van het (her-)gebruik van regenwater voor huishoudelijk gebruik. Waterbeheer Om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen, is een goede balans tussen water vasthouden, bergen en afvoeren nodig. We werken nauw samen met Hoogheemraadschap van Delfland om een effectief waterbeheersysteem te realiseren. Hittestress Hittestress vormt een uitdaging, vooral in dichtbebouwde delen van de stad zoals de Stadsas. Deze gebieden zijn gevoelig voor hittestress, omdat ze relatief versteend zijn. We ontwikkelen een Lokaal Hitteplan en passen een preventieve bouwstrategie toe, zoals groene daken en gevels, en het gebruik van hittebestendige materialen. Water en bodem sturend Rijswijk sluit aan bij de nationale beleidslijn 'water en bodem sturend' om een klimaatbestendige leefomgeving te creëren. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen worden aangepast aan het water- en bodemsysteem, waarbij de kwaliteit en kwantiteit van water doorslaggevend zijn. We volgen deze lijn ook door de groei van de stad te zoeken in bestaand stedelijk gebied en in de hoogte, waardoor verdere verharding beperkt blijft en we ruimte voor groen en water sparen.

Bodemdaling Bodemdaling is geen wijdverspreid probleem in Rijswijk maar kan lokaal voorkomen, door klimaatverandering verergeren en schade veroorzaken. We willen de risico’s in beeld brengen en preventieve maatregelen nemen. Waterkwaliteit In samenwerking met hoogheemraadschap Delfland willen we de waterkwaliteit verbeteren volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW). We streven naar emissiereductie, natuurvriendelijke oevers en optimalisatie van de waterbeheerpraktijk. Dit bereiken we door minder vervuiling in het water toe te laten en betere voorlichting en handhaving om vervuiling te voorkomen. Rijswijkse strategie RAAK en zeven deelambities Om stappen te zetten richting een klimaatbestendige leefomgeving in 2050, hebben we zeven ambities voor de periode 2023-2030 vastgesteld, bekend als de Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering (RAAK). We willen onze uitvoeringsstrategie voortdurend bijstellen en aanscherpen om adequaat te kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen. 1. Kwetsbaarheid in beeld brengen: we actualiseren de stresstest iedere zes jaar om veranderende kwetsbaarheden in beeld te brengen. We starten met het updaten van de kaarten en voeren vervolgens een nieuwe ronde klimaatstresstesten uit. 2. Risicodialogen: we gaan vanaf 2025 risicodialogen met stakeholders voeren.

Dit proces gaan wij iedere zes jaar herhalen en herijken op basis van de actuele klimaatstresstesten. 3. Uitvoeringsstrategie: klimaatadaptatie vereist maatwerk per wijk, buurt en soms per straat. Bij alle nieuwe ontwikkelingen stimuleren we het gebruik van tools zoals het Convenant

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

71

4.

5.

6.

7.

klimaatadaptief bouwen en de Landelijke maatlat. Daarnaast brengen we samen met regionale partners in beeld welke investeringen er nodig zijn om Rijswijk op lange termijn klimaatbestendig te maken. Hierna kan een berekening gemaakt worden, met een meerjarig investeringsprogramma klimaatadaptatie voor de periode 2026-2030. Meekoppelkansen: we streven ernaar om de doelen van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie25 te integreren en meekoppelkansen te benutten bij alle ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent klimaatbestendigheid integreren in bredere ruimtelijke opgaven en ontwikkelingen, zoals de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie. Stimuleren en faciliteren: hoewel we streven naar een klimaatbestendige leefomgeving, kunnen restrisico's nooit volledig worden uitgesloten. Daarom willen we dat bedrijven, organisaties en burgers op de hoogte zijn van deze risico's, zoals ook voorgeschreven door het Rijk. Uit onze klimaatstresstesten blijkt dat naast wateroverlast en droogte, vooral hittestress en verlies van biodiversiteit momenteel een hoge prioriteit hebben in Rijswijk. Bewustwording en actie richting de inwoners zijn daarbij cruciaal.

We vergroten het bewustzijn over het belang van klimaatbestendigheid via initiatieven zoals Steenbreek, en willen bewoners in Rijswijk bewust maken van het belang van klimaat, water en groen, en wat zij daar zelf aan kunnen bijdragen. Reguleren en borgen: klimaatadaptatie is geborgd in de verordening afvoer hemelwater en ons Gemeentelijk riolerings- en waterplan (GRP). De ‘verordening afvoer hemelwater’ is bij inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan geworden. Alle nieuw- en verbouwprojecten en ontwikkelingen in de openbare ruimte moeten voldoen aan het Convenant klimaatadaptief bouwen en de Landelijke Maatlat. Handelen bij calamiteit: we ontwikkelen lokale calamiteitsplannen voor weersextremen. We beginnen eerst met een Lokaal Hitteplan Rijswijk in 2024 en betrekken stakeholders en inwoners bij het nemen van maatregelen om hittestress te verminderen. Hierna zullen we ook kijken naar lokale plannen voor droogte en wateroverlast samen met regionale partners.

Doelen In 2050 als gemeente klimaatneutraal te zijn door middel van mitigatie (zie 4.8), en klimaatbestendig zijn door middel van adaptatie. Dat betekent onze leefomgeving zo inrichten dat deze bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress, droogte en wateroverlast. Zeven ambities voor de periode 2023-2030, om stappen te zetten richting een klimaatbestendige leefomgeving in 2050: Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering (RAAK). Randvoorwaarden / uitgangspunten In alle ruimtelijke projecten integreren van tools zoals het Convenant klimaatadaptief bouwen en de Landelijke maatlat. Nieuwbouw past de laatste innovaties toe, zoals de Ladder van Koeling en BREAAM. We schrijven een minimaal BREEAM-score ‘good’ voor voor nieuwbouw en renovatie en gebiedsontwikkeling. We waarderen in het bijzonder elke ontwikkeling die innovaties kan aantonen met zogenaamde innovatiecredits. Klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte door meer schaduwrijke plekken te creëren en stedelijke gebieden te vergroenen. Streven naar een robuust watersysteem met ruimte voor infiltratie en opvang van water; voor nieuwe ontwikkelingen en in bestaande omgevingen. Waterbeheer: balans tussen water vasthouden, bergen en afvoeren om wateroverlast door extremen te voorkomen.

Hittestress: ontwikkelen Lokaal Hitteplan; toepassen preventieve bouwstrategie (zoals groene daken en gevels en gebruik van hittebestendige materialen). Aansluiten bij nationale beleidslijn ’water en bodem sturend’; ruimtelijke ontwikkelingen worden aangepast aan het water- en bodemsysteem, waarbij de kwaliteit en kwantiteit van water doorslaggevend zijn. Bodemdaling: risico’s in beeld brengen en preventieve maatregelen om bodemdaling te voorkomen. 25 https://klimaatadaptatienederland.nl/beleid/nationale-aanpak/dpra/

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

72

Waterkwaliteit: verbeteren van de waterkwaliteit volgens de KRW. Streven naar emissiereductie, natuurvriendelijke oevers en optimalisatie van waterbeheerpraktijk; door minder vervuiling toe te laten, voorlichting en handhaving. Uitvoering geven aan RAAK: Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering. Meekoppelkansen: streven om meekoppelkansen te benutten bij alle ruimtelijke ontwikkelingen; integreren klimaatbestendigheid in bredere ruimtelijke opgaven en ontwikkelingen (zoals energietransitie en circulaire economie).

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

73

Afbeelding 4.10: Thematische visiekaart ‘Klimaatbestendige leefomgeving’.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

74

4.8 Duurzame energievoorziening Klimaatneutraal Rijswijk in 2050 We moeten ons aanpassen aan klimaatverandering, maar ook bijdragen aan het afremmen ervan. Een van onze belangrijkste doelen is dan ook om energieneutraal te zijn in 2050. Dit bereiken we door onze energiebehoefte te verkleinen, lokaal duurzame energie op te wekken en door over te stappen van fossiele naar duurzame (hernieuwbare) bronnen van warmte en energie. Energietransitie: overgang naar duurzame en onafhankelijke energie Om de klimaatverandering zoveel mogelijk af te remmen en energieonafhankelijk te worden, moeten we allemaal samenwerken, onder andere: de gemeente, bewoners, bedrijven, woningcorporaties, onderwijsinstellingen, welzijnsorganisaties, culturele instellingen, regiogemeenten, de provincie ZuidHolland en het Rijk. We nemen als gemeente de regie op verduurzaming van de gebouwde omgeving, en werken hierin samen met alle partijen. Belangrijk is dat iedereen mee kan doen. We houden er daarom rekening mee dat de energietransitie toegankelijk moet zijn voor alle vastgoedeigenaren en gebruikers. De energietransitie is geen eenvoudige opgave, het vraagt technische aanpassingen aan gebouwen en daarmee financiële investeringen en formele besluitvormingsprocedures bij VvE's en corporaties. Iedere vastgoedeigenaar moet mee kunnen doen, het tempo mag verschillen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=d0a811d1-0c9d-43f7-b14c-0110a342e987