CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A Ontwerp Omgevingsvisie Rijswijk ‘Gezonde Buitenplaats in de Metropool’ (RV 25-015)

Forum Stad en Samenleving 11 maart 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorstel tot vaststelling van de Omgevingsvisie Rijswijk 2050, Gezonde buitenplaats in de Metropool (RV 25-015)32.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2.5.5 Klimaat en energie Klimaatverandering Klimaatverandering vormt een uitdaging in combinatie met de huidige en geplande verdichting van onze stad richting 2050. Het wordt heter, natter én droger. Dit verhoogt het risico op schade aan gebouwen en infrastructuur en heeft een impact op de natuur en de biodiversiteit. Al deze ontwikkelingen vormen risico’s voor de leefbaarheid van Rijswijk. Door de temperatuurstijging en de toename van hittegolven zijn de klimaatrisico's voor Rijswijk urgent. De afgelopen jaren zien we steeds warmere zomers en periodes van extreme (record-)hitte. De verwachting is dat dergelijke hittegolven in de toekomst steeds vaker gaan voorkomen. Bovendien worden de periodes van hitte langer, wat kan leiden tot periodes van droogte en watertekorten. Door de stijging van de temperatuur neemt de hoeveelheid waterdamp in de lucht toe, wat uiteindelijk leidt tot meer neerslag. Dit veroorzaakt vaker extreme regenval, vooral in kustprovincies en dus ook in Rijswijk. Deze weersextremen zullen in de toekomst vaker optreden. Lokale effecten en aandachtspunten De Leefomgevingsfoto (als onderdeel van het MER) beschrijft voor Rijswijk de autonome ontwikkelingen op het gebied van wateroverlast, droogte en hittestress. Wateroverlast Wateroverlast door hevige neerslag levert op een aantal plekken een aanzienlijke waterdiepte op.

Het risico op water in panden is zeer beperkt aanwezig. Hoewel wateroverlast door klimaatverandering vaker zal voorkomen wordt de autonome ontwikkeling in de Leefomgevingsfoto als goed beoordeeld; dat vraagt van ons wel dat we de doelen en maatregelen uit ons bestaande beleid op dit punt uitvoeren. Aandachtspunt daarbij is ook de geplande groei van de stad, en de bebouwing en infrastructuur die daarvoor nodig is. Droogte In 2050 is naar verwachting heel Rijswijk onderhevig aan droogtestress, het zuidoostelijk deel heeft een hoog risico. Gebieden met in de bestaande situatie matige kans op droogte, zullen zonder maatregelen in omvang en aantal toenemen. Een aantal gebieden heeft kans op wegzakkend grondwater met gevolgen voor funderingen. Het kan ook leiden tot grotere behoefte aan bewatering van groen door verdorring. Hitte

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

24

Aanhoudende hitte kan leiden tot serieuze gezondheidsklachten zoals uitdroging en hittestress, soms met sterfte tot gevolg. Een toenemend aantal hittegolven vormt vooral voor broze ouderen (75+), chronisch zieken, mensen met overgewicht, mensen in een sociaal isolement, zwangeren en jonge kinderen een risico. De komende jaren neemt bovendien in Rijswijk het aantal ouderen en jonge kinderen toe, groepen die extra gevoelig zijn voor hittestress. Hittestress is in daarom Rijswijk een grote uitdaging, zeker in de delen van de stad met veel bebouwing, weinig groen en gebrek aan koelteplekken Deze zogenaamde ‘hitte-eilanden’ brengen extra gezondheidsrisico’s met zich mee. Het zijn tegelijk de gebieden waar veel nieuwe bouwontwikkelingen plaatsvinden. Dit biedt ook kansen om de inrichting hierop aan te passen. Hiernaast zorgen mildere winters ervoor dat bepaalde planten die gezondheidsproblemen veroorzaken beter gedijen. Samen met hogere temperaturen en hogere concentraties van CO2 in de lucht kan dat leiden tot een langer pollenseizoen en hogere pollenconcentraties in de lucht. Om hittestress te voorkomen, is het belangrijk om tijdens zomerperiodes de woningen 's nachts goed te ventileren. Mensen met hooikoortsallergie doen dit echter vaak niet en blijven ook overdag binnen. Dit verhoogt het risico op hittestress.

Daarnaast heeft Rijswijk te maken met veel verouderde bestaande appartementencomplexen, die slecht geïsoleerd zijn en slecht aangepast om hittestress te voorkomen, denk aan gebrek aan zonwering, koeling en ventilatie. Dat maakt vooral de kwetsbare doelgroepen die daar wonen extra kwetsbaar. Veel van deze wooncomplexen worden de komende jaren verduurzaamd en gerenoveerd, en dit biedt ook kansen voor klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie Klimaatverandering vraagt om aanpassing, vooral aan de toename van weersextremen zoals hitte, droogte en wateroverlast. Dit heet klimaatadaptatie. In Nederland zorgen waterschappen al eeuwenlang voor veilige en stevige dijken. Maar klimaatopwarming brengt nieuwe uitdagingen zoals hittestress, droogte en wateroverlast door hevige neerslag met zich mee. Naast het waterschap is klimaatadaptatie tegenwoordig een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Rijk en medeoverheden, waarbij gemeenten ook een rol hebben. Ons gezamenlijk doel is een waterrobuuste en klimaatbestendige omgeving, zoals vastgelegd in de Nationale Adaptatiestrategie (NAS) en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Deze landelijke ambitie komt voort uit de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie van 2015, waarin werd besloten dat het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen samen ervoor zorgen dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht.

Dat is ook voor Rijswijk de opgave. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten klimaatbestendig zijn om te zorgen dat risico’s door extreem weer en overstromingen niet verder toenemen, terwijl ook de bestaande ruimte zo beheerd en onderhouden moet worden dat de kans op schade en slachtoffers afneemt. Energietransitie We kunnen ons aanpassen aan klimaatverandering, maar ook bijdragen aan het afremmen ervan. Een van de belangrijkste ontwikkelingen en opgaven is dan ook de energietransitie: het verkleinen van de energiebehoefte en de overgang van fossiele naar duurzame (hernieuwbare) bronnen van energie en warmte. In een Regionale Energie Strategie (RES) vertalen gemeenten in energieregio’s (voor ons: Rotterdam Den Haag) afspraken uit het landelijke Klimaatakkoord in regionale ambities en oplossingsrichtingen. De RES is de basis om lokaal beleid uit te werken. Nederland heeft de doelen van het klimaatverdrag vertaalt in het Klimaatakkoord 2019. Eén van de afspraken in het Klimaatakkoord is dat er in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af moeten zijn. Als eerste stap staat in het klimaatakkoord dat in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd moeten zijn. Het Klimaatakkoord legt de regie voor de uitvoering bij gemeenten, zo ook bij Rijswijk.

Onderdeel van de energietransitie is de noodzaak tot het duurzaam verwarmen van woningen en Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

25

andere gebouwen. Belangrijk aandachtpunt voor de toekomst is het aardgasvrij maken van de bebouwde omgeving. Die opgave is groot en complex. Onze Transitievisie Warmte beschrijft al op welke wijze, stapsgewijs richting 2050, wijken worden afgeschakeld van het aardgas en worden voorzien van een duurzame warmtebron (warmtetransitie). Circa 70%8 van de woningen in Rijswijk heeft een geregistreerd energielabel, de verdeling daarvan is duidelijk weerspiegeld in de leeftijd van de bebouwing. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde ligt Rijswijk nog wat achter op dit vlak, met name in de naoorlogse wijken en Oud-Rijswijk. Woningcorporaties zijn hier wel bezig met een inhaalslag. Voor de energietransitie is het ook van belang om zoveel mogelijk energie duurzaam op te wekken, binnen onze beperkte fysieke ruimte. Het aandeel hernieuwbare9 energie in Rijswijk blijft nu nog achter bij het landelijk gemiddelde. Lag onze focus in het verleden vooral bij opwek door zonnepanelen, we willen nu meer naar inzicht in de potentie en risico’s van bodemenergie en geothermie. Belangrijk aandachtspunt is dat het elektriciteitsnet zwaar onder druk staat. In de regio is al sprake van netcongestie10, wat betekent dat het elektriciteitsnet vol is. In Rijswijk is dat op dit moment nog niet het geval, maar de komende tijd zal de druk op ons net alleen maar toenemen.

Bij de uitvoering van de energietransitie zijn verdere aandachtspunten onder andere de toegankelijkheid en betaalbaarheid voor iedereen (het voorkomen energiearmoede) en de benodigde ruimte in de ondergrond. Ook actuele ontwikkelingen zoals de aanleg van WarmtelinQ (die per 2025 langs de Prinses Beatrixlaan komt te lopen) en overige energie-infrastructuur zoals de verdere aanleg van warmtenetten, het doortrekken van WarmtelinQ naar Leiden, de aanleg van geothermie/ hoge temperatuuropslag en de uitbreiding van het Stedin-netwerk spelen een belangrijke rol. Verder wordt onderzoek gedaan naar een goede plaatsing van een warmteoverdrachtsstation (WOS) en naar meekoppelkansen: bijvoorbeeld het combineren van de aanleg van nieuwe energiebronnen of netwerken met herinrichting van de openbare ruimte, groen en klimaatadaptatie.

2.5.6 Mobiliteit Trends in mobiliteitsvormen We zien een trend dat autogebruik vooralsnog blijft toenemen, autobezit groeit wel minder hard dan voorheen. De elektrische auto is in opmars. Ook het fiets- en openbaar vervoergebruik groeit. De elektrische fiets of e-bike is als alternatief naar voren gekomen, en wordt steeds vaker gebruikt voor woon-werkverkeer. Ook wordt steeds meer gebruik gemaakt van deelmobiliteit en vervoer op afroep via digitale platforms. Negatieve effecten van mobiliteit Autoverkeer heeft negatieve effecten op de milieukwaliteit en gezondheid. Rijswijk kent een relatief slechte luchtkwaliteit en op verschillende plekken geluidhinder, waar (vracht)autoverkeer een belangrijke rol in speelt (zie ook 2.5.2). Met het oog op klimaatdoelen11 en leefbare steden is er steeds meer aandacht voor duurzaam vervoer, 8 Rijswijk in Cijfers - Woningen - Rijswijk

9 DASHBOARD - Energie-installaties - Rijswijk

10 https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/

11 In het Klimaatakkoord (2019) is de doelstelling de totale CO2-uitstoot in Nederland met 49% te verminderen in 2030 en

toe te werken naar een uitstootvrije samenleving in 2050. Voor Rijswijk is dit o.a. vertaald in het Actieplan CO2 reductie Mobiliteit Rijswijk 2020- 2021.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

26

bijvoorbeeld door het weren van auto’s (autoluwe zones, zero emissie milieuzones), het stimuleren van elektrisch rijden of andere duurzame mobiliteitsvormen. Nieuwe en elektrische mobiliteitsvormen zorgen voor minder CO2-uitstoot en een schonere lucht. Wel brengen ze opgaven in infrastructuur met zich mee. Denk aan ruimte voor laadpalen, deelmobiliteit en betere fietsvoorzieningen. Ook stadsdistributie is een aandachtspunt, zeker gezien de groei in internetverkopen en bezorgdiensten. Brede en doorgaande wegen vormen ruimtelijke barrières en knelpunten qua veiligheid en leefbaarheid. We zijn al bezig met herinrichten van wegen om dit aan te pakken, afschalen van wegen onderzoeken we als optie. Aandachtspunt is de bereikbaarheid voor bedrijven/ondernemers. We zien een toenemende verkeersonveiligheid: het aantal verkeersslachtoffers neemt de laatste jaren toe, mede door de toename van autoverkeer en snellere typen (brom)fietsen. Rijswijk scoort relatief hoog op het aantal ongevallen per inwoner. Zeker gezien de groeiende verkeersdruk is het verbeteren van de verkeersveiligheid een opgave. Groei in inwoners en verplaatsingen Mobiliteit groeit mee met de groei van de bevolking en economie. In Rijswijk nam het verkeer de afgelopen jaren daardoor al toe. De bereikbaarheid komt daardoor steeds meer onder druk te staan.

Met name tijdens de spits zorgt de drukte bij kruisingen en verkeerslichten soms al voor lange wachttijden, zeker bij toegangswegen naar de stad zoals de Prinses Beatrixlaan en Haagweg. Door de forse groei in inwoners en banen in Rijswijk en de regio wordt het drukker in de stad. Dit zorgt voor meer verplaatsingen, ook met de auto. Door de verwachte groei zal het totale aantal auto’s in de gemeente toenemen. Dit heeft niet per se gevolgen voor de parkeerdruk (bij nieuwbouw worden ook parkeerplaatsen aangelegd), maar wel voor het wegennetwerk. Bovendien maken weggebruikers van omringende steden en dorpen gebruik van onze infrastructuur (en andersom). Ook in de omliggende gemeenten wordt een flink aantal woningen bijgebouwd (onder andere grote aantallen in Den Haag Zuidwest, CID/Binckhorst, Delft, Leidschendam-Voorburg en Westland). Deze toename van mensen zorgt ervoor dat het drukker wordt in een gebied waar de ruimte schaars is. Grote ontwikkelingen in de regio zijn dus ook van invloed op de infrastructuur en bereikbaarheid van Rijswijk. Onze bestaande infrastructuur veroudert, terwijl het gebruik toeneemt. Bovendien stelt klimaatverandering andere eisen aan de infrastructuur door hevige neerslag, droogte en hitte. Dit zorgt voor een opgave op het gebied van vervanging en renovatie.

Groei zet mobiliteit onder druk Bij ongewijzigd beleid zal de verwachte groei en dus verkeerstoename ervoor zorgen dat knelpunten en negatieve effecten van mobiliteit toenemen; zoals een verminderde doorstroming en langere reistijd met de auto (vooral tijdens spitstijden), relatief groot extra ruimtebeslag voor parkeren, grotere verkeersonveiligheid, verslechtering van luchtkwaliteit en toename van hinder. Dit vraagt om maatregelen in infrastructuur en ander mobiliteitsgebruik. Er is een spanningsveld tussen de ruimte voor verstedelijking en nieuwe functies (wonen, economie, groen, etc.) en ruimte voor autoverkeer. In een groeiende stad moeten we daarom een nieuw evenwicht vinden tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Om Rijswijk bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor iedereen zullen alternatieven voor de auto (lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit) aantrekkelijker moeten worden. Een verschuiving naar andere vervoerswijzen gaat niet vanzelf. Het vraagt om verschillende maatregelen, zoals alternatieven voor de auto te verbeteren en te zorgen voor een gedragsverandering bij bewoners, werknemers en werkgevers. Om mensen daartoe te verleiden zijn goede verbindingen en Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

27

voorzieningen voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer noodzakelijk. Openbaar vervoer en voorzieningen voor langzaam verkeer moeten betaalbaar en toegankelijk zijn voor ouderen en mensen met een beperking. Ontwikkelingen rondom OV Rondom station Rijswijk is het van belang om de stationsomgeving aantrekkelijker en veiliger in te richten met name voor voetganger en fietser, en hier een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied te ontwikkelen. Zodoende kan het station zijn centrale rol spelen in het mogelijk maken van de mobiliteitstransitie en het opvangen van de groei aan reizigers. Ook een opgave is het realiseren van een ov-station RijswijkBuiten als hub voor het nieuwe woongebied. Daarnaast is een nieuwe tramverbinding tussen Den Haag en Delft via Rijswijk als voorkeursalternatief naar voren gekomen uit een MIRT-verkenning voor het project CID-Binckhorst. Dit wordt in de planning- en studiefase nog verder uitgewerkt en onderzocht.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

28

3. Visie op de toekomst van Rijswijk 3.1 Inleiding Om te zorgen dat Rijswijk ook in 2050 een prettige stad is om te wonen, werken en verblijven willen we in ieder geval de kwaliteiten die we al hebben (paragraaf 2.4) behouden en versterken. Tegelijk willen we ook kwaliteiten toevoegen en moeten we inspelen op de trends en ontwikkelingen die op ons afkomen (paragraaf 2.5). De groei van de stad biedt daarvoor veel kansen, maar zorgt ook voor uitdagingen. Om een bijdrage te leveren aan het oplossen van de grote woningnood, bouwen we nieuwe woningen. Bovendien pakken we leegstand en verloedering aan door leegstaande winkels en kantoren te transformeren naar woningen en voorzieningen. Daardoor zal de stad verder groeien. Dat kunnen we aangrijpen om tegelijk het welzijn van de Rijswijkers te verbeteren, bijvoorbeeld door de stad mooier, groener en veiliger te maken met meer voorzieningen en beter openbaar vervoer.

3.2 Kern van de visie Brede welvaart In 2050 kent de hele samenleving van Rijswijk een brede welvaart. Met het begrip ‘brede welvaart’ wordt bedoeld dat welvaart niet alleen draait om materiële welstand, maar ook om zaken als een goede gezondheidszorg, een veilige leefomgeving, een schoon milieu en goed onderwijs. Het is een maatstaf voor alles wat mensen van waarde vinden. Brede welvaartsontwikkeling vertoont overeenkomsten met het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ dat de VN hanteert (Sustainable Development Goals (SDG)). We stellen alle ontwikkelingen tot 2050 in dienst van die brede welvaart. Dat betekent dat bijvoorbeeld economische groei of bereikbaarheid geen doelen op zich zijn, maar moeten bijdragen aan het welzijn van de inwoners van Rijswijk en omgeving. Vernieuwing met de geplande woningbouw In de Stadsvisie stond nog de vraag centraal in welke mate we ruimte willen bieden voor hoogstedelijke ontwikkelingen en een sterke groei van het aantal woningen in de stad. In deze omgevingsvisie leggen we de nadruk meer op de kwalitatieve ontwikkeling van de stad. Om de groei van de stad te combineren met die gewenste groei in kwaliteit, moeten we een innovatieve (vernieuwende) ontwikkelrichting inslaan. Dit sluit aan bij de resultaten uit de participatie en effectbeoordeling in de milieueffectrapportage (zie kader).

Die innovatieve ontwikkelrichting uit zich niet zozeer in het stellen van nieuwe beleidsdoelen. Veelal vastgestelde sectorale doelen zijn nog steeds actueel. Het uit zich in de prioritering van die doelen. De verdere groei van de stad is alleen mogelijk als de ruimtelijke kwaliteit op orde is. De innovatie uit zich ook in het meer integraal werken aan het behalen van de beleidsdoelen. In deze omgevingsvisie is voor het eerst het sectorale beleid tot op een hoog detailniveau naast elkaar gezet. Daardoor vormt het een integraal toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Om te zorgen dat de groei niet ten koste gaat van onze kwaliteiten, richten we ons op het uitvoeren van het geplande woningbouwprogramma tot 2040. Tegelijk is er een grote behoefte aan woningen in Rijswijk die mogelijk ook daarna nog aanhoudt, zoals ook in de participatie. Juist het voorzien in die behoefte aan betaalbare woningen is een belangrijk onderdeel van het streven naar brede welvaart. Ook kunnen nieuwe ontwikkelingen juist een middel zijn om andere – innovatieve – ambities te realiseren. Om hieraan recht te kunnen doen en op alle situaties voorbereid te zijn, pinnen we ons op voorhand niet op een harde bovengrens voor een verdere groei van het aantal woningen na 2040 vast.

Wél pinnen we ons vast op kwaliteit: ontwikkelingen zijn alleen mogelijk binnen duidelijke randvoorwaarden (bijvoorbeeld voor groen en milieu) die we daarvoor stellen. Daarmee maken we de groei in kwaliteit leidend.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

29

Hoe we tot de kern van de visie gekomen zijn Twee hoofdkeuzes, vier ontwikkelrichtingen Op basis van onze analyses van waar Rijswijk nu staat, zien we twee belangrijke strategische keuzes voor onze koers richting de toekomst. Al in de Stadsvisie (2016, de voorganger van deze omgevingsvisie) stelden we onszelf een forse woningbouwopgave tot doel. Omdat de behoefte in Rijswijk en de regio sindsdien alleen maar is toegenomen, hebben we in ons actuele woningbouwprogramma tot 2040 een opgave van circa10.000-11.000 woningen afgesproken. Maar wat als daarná de vraag naar woningen nog steeds aanhoudt: willen en kunnen we daar dan aan tegemoet komen, of is Rijswijk na het realiseren van het huidige programma ‘af’? Een tweede keuze die we moeten maken is hoe we invulling gaan geven aan deze groeiopgave, samen met alle aandachtspunten voor de toekomst die we constateren (paragraaf 2.5). Zetten we de lijn van ons bestaande beleid voort of gaan we op een vernieuwender manier te werk? Dat wil niet zeggen dat ons bestaande beleid helemaal niet innovatief is, maar op sommige vlakken is een stap verder mogelijk. Vier ontwikkelrichtingen Door deze strategische vragen te plaatsen op kruisende assen ontstaan vier kwadranten, die staan voor mogelijke ontwikkelrichtingen van Rijswijk (zie afbeelding 3.1). Samen vormen ze als het ware de ‘uitersten van het speelveld’.

Per ontwikkelrichting hebben we (in kaart en tekst) uitgewerkt wat dit op hoofdlijnen voor verschillende onderwerpen zou betekenen. Om deze goed te kunnen beoordelen en vergelijken zijn de ontwikkelrichtingen ook beoordeeld op de effecten op de omgeving (deel I van het MER).

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

30

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

31

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

32

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

33

Afbeelding 3.1: Vier ontwikkelrichtingen (bron: KuiperCompagnons).

Naar één ontwikkelrichting: gesprek over de toekomst van Rijswijk De vier ontwikkelrichtingen hebben we vervolgens gebruikt om met elkaar het gesprek aan te gaan over de toekomst van Rijswijk, intern maar ook met de samenleving. In een eerste participatieronde hebben inwoners, organisaties en experts meegedacht en hun ideeën en voorkeuren voor de toekomstige ontwikkeling van de stad aangegeven. De uitkomsten daarvan zijn terug te vinden in het participatieverslag (zie bijlage). Het doel was om te komen tot een breed gedragen ‘voorkeursrichting’: van vier mogelijke ontwikkelrichtingen tot dé ontwikkelrichting voor Rijswijk. Die vormt vervolgens de basis voor de kern van de omgevingsvisie. Uit de inbreng van de deelnemers komt duidelijk een voorkeur voor een innovatieve ontwikkelrichting naar voren, als de beste manier om onze aandachtspunten voor de toekomst aan te pakken. Dat uit zich bijvoorbeeld in een verdergaande vergroening van de stad, in het extra stimuleren van ov en andere maatregelen om negatieve effecten van autoverkeer te beperken of in het zoeken naar nieuwe en slimme oplossingen voor klimaatbestendige gebouwen en buitenruimte. Deelnemers zagen in een innovatieve ontwikkelrichting de beste manier om onze aandachtspunten voor de toekomst aan te pakken.

Dit strookt ook met de resultaten uit de effectbeoordeling (zie bijlage), waarin deze richtingen (in het bijzonder in combinatie met de geplande groei) overwegend het beste scoren.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

34

Daarnaast was onder de deelnemers een voorkeur zichtbaar om in principe te richten op de nu geplande woningbouw, waarbij we allereerst moeten zorgen voor een kwalitatieve ontwikkeling van de stad. Kortom, het behouden en versterken van onze kwaliteiten en het aanpakken van aandachtspunten gaat voor op een kwantitatieve groei. Maar ook gingen er, mede gelet op de grote woningbehoefte in Rijswijk en de regio, geluiden op om de optie voor verdere groei in de toekomst wel open te houden. Dit kan namelijk ook bijdragen aan het realiseren van andere ambities. Wel werd hierbij opgemerkt dat extra groei ook kan leiden tot extra aandachtspunten op het gebied van groen, milieu en verkeer. Naast het realiseren van de geplande woningbouw zal daarom goed bekeken moeten worden of, wanneer en waar meer groei mogelijk is.

3.3 Drie kernambities Een duurzame balans Brede welvaart en een kwalitatieve verbetering van onze fysieke leefomgeving is alleen maar mogelijk als er sprake is van een duurzame balans tussen onze samenleving, onze leefomgeving en onze (materiële) welvaart. Nu, maar ook in de toekomst. Binnen, maar ook buiten de gemeentegrenzen. Dit vatten we samen onder de noemer ‘Gezonde buitenplaats in de metropool’. Met onze kwaliteiten als vertrekpunt en onze blik op de toekomst vertalen we dit in de volgende drie kernambities: - Gezonde buitenplaats voor iedereen - Groene stad voor nu en later - Creatieve werkplaats voor de regio Samen vormen deze drie kernambities onze koers voor Rijswijk tot 2050. Afbeelding 3.2 geeft de kernambities in een diagram weer. Die hebben we daaronder verder uitgewerkt.

Afbeelding 3.2: Drie kernambities voor Rijswijk in 2050.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

35

Gezonde buitenplaats voor iedereen Rijswijk is in 2050 een gezonde buitenplaats voor iedereen. Ooit was dit de plek waar de adel, regenten en rijke kooplieden uit Den Haag vanwege het fraaie landschap op de strandwal en de gezonde lucht hun buitenplaatsen vestigden. In 2050 is Rijswijk uitgegroeid tot een gezond ‘buiten’ met plaats voor iedereen. Het ‘buiten’ zie je terug in het enorm groene karakter van de stad. ‘Voor iedereen’ betekent dat in Rijswijk het voor alle verschillende doelgroepen mogelijk is om geschikte en betaalbare woonruimte te vinden en te wonen, werken en recreëren in een prettige en gezonde leefomgeving. Ook kwetsbare Rijswijkers hebben de mogelijkheid om in de stad te (blijven) wonen door een woonen zorgaanbod dat aansluit op de vraag van de (toekomstige) inwoners. Bij de groei van de stad stond en staat altijd de brede welvaart centraal. Rijswijk heeft in 2050 veilige en leefbare wijken waar inwoners zich prettig en voor elkaar verantwoordelijk voelen. Daarbij hebben alle Rijswijkers in hun directe omgeving voldoende en goed toegankelijke maatschappelijke voorzieningen en ontmoetingsplekken. De openbare ruimte is zo ingericht dat ook mensen met een beperking zich zelfstandig kunnen verplaatsen.

De afgelopen jaren hebben we, binnen onze mogelijkheden in een drukke en groeiende stedelijke regio, ons ook sterk ingezet voor een veilige en gezonde leefomgeving. Door verschillende maatregelen en de grotere rol voor schone vormen van mobiliteit en bouw is de gezondheidsschade door luchtvervuiling en geluidhinder zo veel mogelijk beperkt. Tegelijk stimuleert de inrichting van de leefomgeving iedereen tot een gezonde leefstijl, beweging en ontmoeting. Groene stad voor nu en later Met het oog op de brede welvaart is Rijswijk een groene stad voor nu en later. Rijswijk was lang alleen een groen dorp. Die groene identiteit heeft het dankzij Oud-Rijswijk en de landgoederenzone nog steeds. Daar is na de Tweede Wereldoorlog een heel eigen stadse identiteit aan toegevoegd. Belangrijk onderdeel zijn ook de grote stadsparken aan de andere kant van de A4. In 2050 zijn deze parken (stadsparkzone) en de landgoederenzone nog altijd de ‘groene longen’ van de stad. De verschillende groene netwerken daartussen maken Rijswijk extra groen tot diep in de haarvaten van wijken en buurten. Door het natuurinclusief bouwen en inrichten van buitenruimtes (zo veel mogelijk rekening houdend met natuurwaarden) zijn de groenkwaliteit en biodiversiteit (variatie in plant- en diersoorten) aanzienlijk verbeterd.

Hierdoor is Rijswijk een goed functionerende stadsbiotoop: een stad waar mensen, planten en dieren een thuis hebben. Onze rijke geschiedenis, van de eeuwenoude buitenplaatsen tot de moderne stedenbouw, is bepalend voor de identiteit van Rijswijk. Ons erfgoed hebben we beter toegankelijk en beleefbaar gemaakt. Nieuwe ontwikkelingen hebben we bovendien zorgvuldig ingepast in de ruimtelijke structuur van de stad: binnen bestaand bebouwd gebied (om ons groen en erfgoed te sparen) en met stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit (waaronder hoogbouw) die bijdraagt aan de betekenis van de plek. In 2050 is Rijswijk klimaatbestendig: onze leefomgeving is goed bestand tegen lokale weersextremen, zoals hittestress en droogte maar ook langdurige en zware regenval. Dat hebben we gedaan door de inrichting van de buitenruimte en alle nieuwe (her)bouwontwikkelingen daarop aan te passen. Waar vernieuwende oplossingen zich aandienden hebben we die ingezet. Tegelijk dragen we bij aan het tegengaan van klimaatverandering: in 2050 is Rijswijk klimaatneutraal. Dat realiseren we door het verkleinen van de energiebehoefte en een overgang van fossiele naar duurzame (hernieuwbare) bronnen van warmte en energie. Zo is onze gebouwde omgeving aardgasvrij, zijn grote delen van de stad aangesloten op een warmtenet en wekken we duurzame elektriciteit op passend binnen de compacte stad.

In deze energietransitie hebben we als gemeente de regie genomen en gezorgd dat iedereen mee kan doen.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

36

Creatieve werkplaats voor de regio Rijswijk is in 2050 een ‘creatieve werkplaats voor de regio’. Hier worden innovaties uit de ‘kennisas’ Leiden-Delft in de praktijk toegepast, en vinden mensen een baan die bij hen past. Rijswijk heeft een belangrijke economische functie, niet alleen voor inwoners van de stad, maar voor de hele regio. Onze werklocaties huisvesten verschillende soorten bedrijven en daarmee banen, met de nadruk op innovatie, techniek en energie. Samen met bedrijven, kennisinstellingen en onderwijs hebben we de krachten gebundeld om met de toepassing van kennis en slimme technieken de verschuiving naar duurzame warmte en energie te realiseren en kansen te zoeken voor circulariteit. De Plaspoelpolder heeft een unieke positie als broedplaats voor toegepaste innovatie, die we hebben versterkt door de doorontwikkeling van de campus Kessler Park / At the Park in combinatie met het middengebied met (uitvoerende) bedrijvigheid gekoppeld aan een duurzaam werk-, verblijfs- en woonklimaat. Het middengebied van de Plaspoelpolder is geïntensiveerd en beter benut. De randen van de Plaspoelpolder zijn verkleurd van bedrijven naar woningbouw. Rijswijk heeft in 2050 zijn strategische economische positie versterkt, mede door onze strategische ligging in de regio en onze uitstekende bereikbaarheid.

We hebben onze kwaliteit als aantrekkelijke woon- en werkstad kunnen behouden doordat we de Rijswijkse mobiliteit toekomstbestendig hebben gemaakt. Zo is het aantrekkelijk geworden om vervoermiddelen te gebruiken die schoon zijn en weinig ruimte innemen. We nemen allerlei (gebiedsgerichte) maatregelen volgens het ‘STOMP-principe’ (Stappen – Trappen – Openbaar vervoer – ‘Mobiliteit als dienst’ – Privéauto). In dat principe krijgen de meer duurzame vormen van mobiliteit meer nadruk dan de minder duurzame vormen. Dat past bij een compacte stad. Zo staat de mens centraal. Het gevolg is dat veel Rijswijkers ervoor kiezen om te lopen, te fietsen, het openbaar vervoer en andere collectieve vormen van vervoer te gebruiken. Dit is ook dankzij het nieuwe station RijswijkBuiten en de opwaardering van station Rijswijk. Omdat er meer mensen rondom de stations wonen, stoppen er ook meer treinen. Daardoor hebben we negatieve effecten (vastlopen van wegen, overlast, gezondheidsschade, ongevallen) zo veel mogelijk voorkomen, en meer ruimte overgehouden om de stad te vergroenen. Dit heeft bijgedragen aan een brede welvaart. Ruimte is schaars. Om alle ambities een plek te kunnen geven, moeten we ook kritisch kijken naar de beschikbare ruimte en het gebruik daarvan.

Voor vier locaties is er nog geen visie uitgewerkt, maar zien we wel nadrukkelijk kansen om deze beter te benutten voor opgaven waarvoor Rijswijk aan de lat staat, zoals de achteruitgang van de biodiversiteit en een tekort aan ruimte voor werken. Het gaat om de TNO-locatie aan de Lange Kleiweg, het golfbaanterrein, Event Plaza en Hof van Elsenburg. Beter benutten kan in theorie met behoud van de huidige functie (door de golfbaan meer biodivers in te richten), maar ook andere functies zoals een natuurgebied of economische functie kunnen worden onderzocht. We hebben onze ambities voor 2050 verbeeld in onderstaande collage en kaart. Daarin zijn die ambities nog niet heel specifiek gemaakt. De kaart geeft op hoofdlijnen ons toekomstbeeld van de stad weer. De verdere uitwerking hiervan is te zien op de omgevingsvisiekaart en beschreven in het volgende hoofdstuk.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

37

Afbeelding 3.3: Toekomstvisie voor Rijswijk op hoofdlijnen (bron: KuiperCompagnons).

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

38

4. Uitwerking visie per thema 4.1 Inleiding Drie kernambities, negen thema’s In hoofdstuk 3 hebben we de kern van onze visie op de toekomst van Rijswijk bepaald, vertaald in drie kernambities. Al onze doelen en uitgangspunten om die kernambitie te kunnen realiseren, hebben we in verschillende thema’s nader uitgewerkt. Afbeelding 4.1 geeft de negen thema’s in een diagram weer. Gezamenlijk dragen de doelen op die thema’s bij aan een duurzame balans tussen onze drie kernambities – en daarmee de brede welvaart van onze samenleving. In afbeelding 4.1 staan de drie kernambities in de ‘binnenring’, met daaromheen een ‘buitenring’ van negen thema’s. Een thema draagt niet uitsluitend bij aan één van de kernambities, maar kan aan meerdere kernambities bijdragen. Soms zal een thema wel meer raakvlakken hebben met de ene kernambitie dan met de andere. In afbeelding 4.1 heeft de buitenring daarom een startpositie, maar kan die als het ware flexibel draaien rondom de binnenring van de kernambities. De pijl in het diagram illustreert de draaiende buitenring. Bijvoorbeeld: een duurzame energievoorziening is belangrijk voor onze creatieve werkplaats en verbindingen met de regio, maar klimaatneutraliteit draagt samen met klimaatbestendigheid ook bij aan een groene stad voor nu en later.

Afbeelding 4.1: Diagram met de drie kernambities (binnenring) en negen thema’s (buitenring).

Toelichting op de visiekaarten Onze ambities en doelen in dit hoofdstuk hebben we vertaald in een omgevingsvisiekaart. De kaart verbeeldt de tekst, de tekst geeft uitleg bij de kaart. Tekst en kaart moeten dan ook in samenhang worden gelezen. De omgevingsvisiekaart geeft het beoogde toekomstbeeld van Rijswijk weer. Het is dus een combinatie van bestaande dingen die we willen behouden, en ontwikkelingen en veranderingen die we willen realiseren. Voor elk van de negen thema’s hebben we een thematische kaart uitgewerkt, die staat aan het eind van de paragraaf. De kaarten per thema hebben we samengevoegd tot één integrale omgevingsvisiekaart, die is te vinden in paragraaf 4.11. De Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

39

themakaarten bevatten soms meer en gedetailleerdere informatie. Omdat dit samen op één kaart onleesbaar zou worden, hebben we in de integrale omgevingsvisiekaart de belangrijkste elementen daaruit opgenomen.

4.2 Passend woon- en zorgaanbod Woningbouw en woningvoorraad Onze ambitie is dat het in Rijswijk voor verschillende doelgroepen mogelijk is om geschikte en betaalbare woonruimte te vinden en te wonen in een prettige en gezonde leefomgeving. Oftewel, een ‘gezonde buitenplaats voor iedereen’. Gezien de grote vraag naar woningen in Rijswijk realiseren we een woningbouwprogramma van circa 10.000-11.000 woningen tot 2040, zoals afgesproken binnen de regio (zie ook 3.1). Omdat de ruimte beperkt is en we ons groen willen behouden, ligt de focus bij het realiseren van nieuwe woningen op binnenstedelijk verdichten en transformatie, zoveel mogelijk nabij ov-knooppunten. Ons huidige woningbouwprogramma zal voornamelijk op een aantal locaties terecht komen: transformatie van Bogaard stadscentrum en omgeving, delen van de Plaspoelpolder (Havenkwartier, Kessler Park, Te Werve-Oost en overige locaties), het stationskwartier en de afronding van RijswijkBuiten. Afbeelding 4.2 geeft de belangrijkste ontwikkellocaties weer (kaart: ‘transformatie- en ontwikkellocaties’ | ‘kwaliteitsverbetering Prinses Beatrixlaan’). De gevulde kleur daarbinnen geeft de toekomstige functie weer. Deze ontwikkelingen zijn deels al gaande, veelal op basis van daarvoor opgestelde masterplannen of ontwikkelkaders. Hoofdstuk 5 gaat specifieker op verschillende deelgebieden in.

Door de realisatie van verschillende woonmilieus willen we zorgen voor een evenwichtige bevolkingsopbouw in leeftijden, achtergronden en inkomens. Daarom zetten we in het bijzonder in op het bouwen van betaalbare koop- en huurwoningen in het middensegment, en het toevoegen van sociale huurwoningen. Hiermee volgen we ook de beleidslijn die door het rijk en de provincie zijn uitgezet. In het totale woningaanbod sturen we op 30% sociale huur. De nadruk ligt hierbij op betaalbaarheid. We streven naar een diverse woningvoorraad. De toename van eenpersoonshuishoudens betekent een grotere behoefte aan betaalbare kleinere woonruimten en appartementen. Om tegemoet te komen aan de woonbehoeften van verschillende doelgroepen, willen we naast kleine appartementen voor alleenstaanden ook grotere woonruimten voor bijvoorbeeld gezinnen toevoegen. Dat bevordert ook de doorstroming op de woningmarkt. Ook het toevoegen van middeldure en duurdere woningen in bestaande wijken met een hoog percentage betaalbare woningen kan bijdragen aan gemêleerde wijken. De precieze gewenste differentiatie in woningbouwcategorieën werken we in onze nieuwe woonvisie of het volkshuisvestingsprogramma nader uit.

Daarnaast zorgen we voor meer regulering binnen de volkshuisvesting van Rijswijk, onder meer door opkoopbescherming, zelfbewoningsplicht en toepassing van de beleidsregel ‘Wijzigen samenstelling woonruimtevoorraad’ bij omzetting, splitsing of samenvoeging van woonruimten. Huisvesting aandachtsgroepen We zien een groeiende woonvraag van een aantal doelgroepen met een specifieke huisvestingsbehoefte, ook wel aangeduid als ‘aandachtsgroepen’. Dat zijn onder meer ouderen en mensen met een zorgbehoefte, maar ook onder andere uitstromers uit instellingen, arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners. Ook zullen in Rijswijk meer urgent woningzoekenden gehuisvest moeten worden (mede vanuit de Wet Versterking regie volkshuisvesting). Om aan deze huisvestingsvraag tegemoet te komen, bouwen we voor verschillende doelgroepen, voegen we sociale

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

40

nieuwbouw toe en zorgen we voor flexibele en tijdelijke woonvormen/huisvesting en collectieve woonvormen (een gebouw waarbij meerdere zelfstandige huishoudens samenwonen en/of voorzieningen met elkaar delen) Er worden een regionale afspraken opgesteld die zich breed zullen richten op deze aandachtsgroepen. Hierin wordt onder meer regionaal een verdeling afgesproken voor de huisvesting van deze doelgroepen en maken we afspraken om in samenwerking en met uitruil van opgaves te komen tot een regionaal aanbod en efficiënte spreiding. Dit werken we lokaal uit in onze nieuwe woonvisie. Die zal te zijner tijd weer worden verwerkt in de omgevingsvisie 2.0. Wonen en zorg Op het gebied van wonen en zorg is onze ambitie om kwetsbare Rijswijkers de mogelijkheid te bieden om in Rijswijk te (blijven) wonen. Om dit te realiseren willen we zorgen voor voldoende woonzorgaanbod, dat anticipeert op de woon- en zorgvraag van (toekomstige) inwoners. Voor de huisvestingsbehoefte van senioren, mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychische kwetsbaarheid hebben we onze doelen opgenomen in een lokale woonzorgvisie. Voor de groeiende vraag naar seniorenhuisvesting willen we onder meer geclusterde woonvormen voor senioren toevoegen (vrije sector en sociale huur), en moeten er nieuwe zorgwoningen bij komen.

Ook voor mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychische kwetsbaarheid moeten wooneenheden worden bijgebouwd. Bij de plannen voor nieuwbouw moet in dit licht worden beoordeeld of er bijzondere doelgroepen in gehuisvest kunnen worden. Daarnaast is het belangrijk om de doorstroming van ouderen en andere aandachtsgroepen te bevorderen. In dit kader moeten nieuw te bouwen woonruimten aanpasbaar en levensloopbestendig worden ontworpen. We vinden het belangrijk dat woningen en gebouwen toegankelijk zijn voor iedereen. Voor nieuwe bouwprojecten schrijven we daarom de nieuwe bouwnorm NEN9120 voor. Senioren die langer zelfstandig wonen en kwetsbare mensen die vanuit instellingen uitstromen naar zelfstandige woningen hebben (toegang tot) voorzieningen, zorg en ondersteuning nodig. Bij de inrichting van wijken en gebiedsontwikkelingen moet hiermee rekening worden gehouden. Aan de Woonzorgtafel komen gemeente, woningcorporaties, zorgaanbieders en marktpartijen periodiek bij elkaar om kansrijke locaties voor woonzorgaanbod te bespreken. Hiertoe is onder andere een 'kansenkaart' opgesteld naar aanleiding waarvan mogelijke locaties onderzocht worden. Onder andere deze kaart zal de komende jaren de leidraad vormen voor de zoektocht naar geschikte locaties voor wonen en zorg12.

Doelen Een gezonde buitenplaats voor iedereen: voor verschillende doelgroepen een geschikte en betaalbare woonruimte in een prettige en gezonde leefomgeving. Realiseren van verschillende woonmilieus, met een diverse woningvoorraad. Tegemoetkomen aan de huisvestingsvraag van doelgroepen met een specifieke huisvestingsbehoefte (‘aandachtsgroepen’). Dit wordt verder uitgewerkt in regionale afspraken en de lokale woonzorgvisie. Wonen en zorg: kwetsbare Rijswijkers de mogelijkheid bieden om in Rijswijk te (blijven) wonen, door voldoende woonzorgaanbod dat anticipeert op de woon- en zorgvraag van (toekomstige) inwoners. Randvoorwaarden / uitgangspunten Realiseren van woningbouwprogramma van circa 10.000-11.000 woningen tot 2040, met focus op binnenstedelijk verdichten en transformatie (nabij ov-knooppunten); voornamelijk op een aantal ontwikkellocaties. Inzet op bouwen van betaalbare koop- en huurwoningen in het middensegment en toevoegen van 12 De genoemde kansenkaart is niet de kaart hiernaast; dit is de thematische visiekaart ‘Passend woon- en zorgaanbod’.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

41

sociale huurwoningen; sturen op 30% sociale huur in het totale woningaanbod; precieze gewenste differentiatie in woningbouwcategorieën worden uitgewerkt in nieuwe woonvisie / volkshuisvestingsprogramma. Huisvestingsvraag aandachtsgroepen: bouwen voor verschillende doelgroepen, toevoegen sociale nieuwbouw, zorgen voor flexibele en tijdelijke woonvormen/huisvesting en collectieve woonvormen. Wonen en zorg: toevoeging geclusterde woonvormen en nieuwe zorgwoningen voor senioren, en wooneenheden voor mensen met verstandelijke beperking en psychische kwetsbaarheid, Nieuw te bouwen woonruimten worden aanpasbaar en levensloopbestendig ontworpen. Woningen en gebouwen zijn toegankelijk voor iedereen; bouwnorm NEN9120 bij nieuwe bouwprojecten. Bij de inrichting van wijken en gebiedsontwikkelingen wordt rekening gehouden met (toegang tot) voorzieningen, zorg en ondersteuning.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

42

Afbeelding 4.2: Thematische visiekaart ‘Passend woon- en zorgaanbod’.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

43

4.3 Gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving door gezondheidsbevordering en -bescherming We streven naar een gezonde leefomgeving door het: 1. beperken van gezondheidsschade door milieufactoren (gezondheidsbescherming); 2. bevorderen van welbevinden en verleiden tot een gezonde leefstijl door de inrichting van de leefomgeving (gezondheidsbevordering); 3. vergroten van het gezondheidspotentieel (dat wil zeggen de gezondheidswinst die behaald kan worden of het gezondheidsverlies dat vermeden kan worden) van kwetsbare groepen (gezondheidsbevordering). Substantiële gezondheidsbescherming en -bevordering vragen om ambitie boven wat wettelijk is vereist. Werken aan gezondheid vergt inzet vanuit zowel het fysieke als het sociale domein: enerzijds zorgdragen dat de fysieke leefomgeving de juiste randvoorwaarden biedt voor mensen en anderzijds het ondersteunen van mensen en stimuleren van gezond gedrag. Bijvoorbeeld: we kunnen wel fietspaden aanleggen maar als mensen niet kunnen fietsen of zich geen fiets kunnen veroorloven gaan ze nog steeds niet fietsen. Of: het is goed om te zorgen voor ontmoetingsplekken voor meer sociale cohesie, maar om eenzame mensen uit een isolement te halen is meer nodig. Hiervoor is een integrale blik en ontschotting van middelen nodig. Gezondheid is dan ook een thema dat in alle beleidsterreinen en ambities van deze omgevingsvisie een rol speelt.

Milieukwaliteit (gezondheidsbescherming) We streven naar een schone, veilige en gezonde leefomgeving waarbij gezondheidsschade door milieufactoren (geluid- en geurhinder, onvoldoende lucht-, bodem- en waterkwaliteit en ontoereikende omgevingsveiligheid) – binnen onze mogelijkheden in een drukke en groeiende stedelijke regio – wordt beperkt. Met onze verstedelijkingsopgave is het zoeken naar een balans tussen enerzijds de groei van de stad en anderzijds het toewerken naar een gezonde leefomgeving. Onze inzet is een toename van milieuhinder zoveel mogelijk te voorkomen en waar nodig maatregelen te treffen om de milieukwaliteit te verbeteren. Daarbij zien we dat er locaties zijn waar ruimte is voor verdichting maar waar nieuwe functies qua milieuhinder niet ideaal zijn. De keuze voor groei van de stad kan betekenen dat niet overal dezelfde milieukwaliteit kan worden nagestreefd, maar dat het kwaliteitsniveau wordt bepaald op basis van de situatie in het gebied. We voeren daarom een gebiedsgericht milieubeleid, waarbij de milieukwaliteit passend is voor de functie van het gebied. In de overwegingen heeft gezondheid een belangrijke rol. De wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen vormen daarbij het minimale niveau voor de gemeente. Bij de bescherming en verbetering van het milieu hanteren we een ketenbenadering: aanpak bij de bron heeft in principe de voorkeur.

Daarom streven we bijvoorbeeld in regionaal verband naar een vermindering van het autogebruik. Maatregelen in het overdrachtsgebied en bij de ontvanger worden bij de afweging over de te bereiken milieukwaliteit integraal meegewogen. Luchtkwaliteit Zoals blijkt uit paragraaf 2.5.2 en de Leefomgevingsfoto is de luchtkwaliteit in Rijswijk relatief slecht. Belangrijke bronnen zijn de rijksweg A4 en andere doorgaande wegen en lokaal onder meer houtstook en de inzet van mobiele werktuigen. Daarom hebben we een Actieplan luchtkwaliteit opgesteld met maatregelen die bijdragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Ons streven is om de luchtkwaliteit de komende jaren te blijven verbeteren. Als ondertekenaar van het Schone Lucht Akkoord zien we het verbeteren van de luchtkwaliteit als een blijvende inspanningsverplichting, en werken we aan het uitvoeren van de gemaakte afspraken en behalen van

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

44

de doelen uit het akkoord. Dit gaan we doen door maatregelen te treffen die de lokale bijdrage aan stikstofdioxide en fijnstof in de lucht verminderen. Ondanks alle inspanningen lukt het niet om op korte termijn aan de WHO-advieswaarden te voldoen. Niettemin blijft dit de ambitie voor de langere termijn. Onze ambitie in 2050 is geen uitstoot door mobiliteit door het verschonen van vervoer. Hieraan geven we invulling door het uitbreiden van de milieuzones, het onderzoeken van mogelijkheden voor stapsgewijze invoering van zero-emissiezones, het stimuleren van elektrificatie van het wagenpark en brede uitrol van laadinfrastructuur (kaart: ‘zero-emissiezone’). We stellen samen met de GGD richtlijnen op om te voorkomen dat gevoelige functies voor zeer kwetsbare personen zoals scholen en kinderdagverblijven zich te dicht bij drukke wegen vestigen. Met betrekking tot houtstook zetten we in op het beperken van overlast en het ontmoedigen van houtkachels in nieuwe woningen. Omgevingslawaai Met name wegverkeer vormt een belangrijke bron van omgevingslawaai, zoals blijkt uit paragraaf 2.5.2 en de Leefomgevingsfoto. In het Actieplan geluid zijn de locaties met een te hoge geluidsbelasting aangegeven. Onze inzet is om geluidbelasting te verlagen door verlaging van de maximale snelheid binnen de wijken en de wegen daarop aan te passen.

Voor de doorgaande wegen wordt bij groot onderhoud en bij nieuwe ontwikkelingen bezien of het aanbrengen van een stiller wegdek technisch en financieel doelmatig is. De criteria hiervoor worden nader uitgewerkt. We ontwikkelen een plan om de aanpak van plekken met een te hoge geluidbelasting te versnellen. Verder stellen we een afwegingskader op om bij nieuw te bouwen woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren met inachtneming van het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel. Voor de verstedelijkingsopgave stellen we waar nodig gebiedsgericht beleid op. Uitgangspunt daarbij is het vinden van een balans tussen het behouden van geluidsruimte voor geluidhinder veroorzakende functies zoals bedrijvigheid enerzijds en het waarborgen van de leefbaarheid voor de geluidgevoelige functies zoals wonen anderzijds. Dit speelt met name daar waar functiemenging is voorzien (zoals het Havenkwartier en de woon-werkranden van de PPP). Bij woningbouw sturen we op bronmaatregelen, slim ontwerp van gebouwen, maatregelen in de woonomgeving en bij de woningen zelf. Omgevingsveiligheid Doel van ons veiligheidsbeleid is om te zorgen dat onnodige risico’s worden geëlimineerd, grote risico’s worden vermeden en het aanvaardbaarheidsniveau van risico’s wordt benoemd.

Met de gemeenten in de regio Haaglanden hebben we bouwstenen voor beleidsvorming opgesteld; nadere beleidskeuzes vormen de basis voor regels in het omgevingsplan. Sommige ontwikkellocaties bevinden zich in de aandachtsgebieden van risicobronnen. Binnen de aandachtsgebieden wordt het groepsrisico afgewogen, waarbij rekening wordt gehouden met externe veiligheid door bewaren van voldoende afstand tot de risicobron, vrije doorgang voor hulpdiensten en extra aandacht voor zeer kwetsbare personen. In de concrete uitwerking van plannen worden maatregelen meegenomen die de negatieve effecten verminderen. Bij het realiseren van nieuwe functies voor zeer kwetsbare personen zorgen we dat deze zoveel mogelijk buiten een aandachtsgebied worden gerealiseerd. Daar waar dit gelet op de schaarse ruimte niet mogelijk is worden deze functies binnen het aandachtsgebied zo ver mogelijk van de risicobron af gesitueerd. Bodemkwaliteit Veel locaties in Rijswijk waar de bodem (door historisch gebruik en bedrijfsactiviteiten) verontreinigd is geraakt, zijn al aangepakt door deze te saneren of gebiedsgericht te beheren. Gebiedsontwikkeling is een natuurlijk moment om nog aanwezige historische verontreiniging te saneren. Ons Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

45

milieuhygiënische bodembeleid is vastgelegd in de Nota Bodembeheer uit 2023. Dit beleid zoekt een balans tussen benutten en beschermen van de bodem. Hoofddoel is dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet mag verslechteren (‘standstill’-principe). De aanwezigheid van lood in de grond kan effect hebben op de gezondheid van met name jonge kinderen. We minimaliseren daarom de blootstelling aan lood door gevoelige functies (kinderspeelplaatsen, moestuinen et cetera) alleen toe te laten op plekken met een gezondheidskundig voldoende tot matige bodemkwaliteit. Op openbare plekken waar kinderen (tot 7 jaar) kunnen spelen en bij volkstuinen is de bodem onderzocht op lood, waar nodig zijn of worden sanerende maatregelen getroffen. Voor nieuw aan te leggen speelplaatsen wordt aangesloten bij de advieswaarden van de GGD. Hieraan verwant starten we ook een gemeentelijke aanpak om loden leidingen in kindlocaties en huurwoningen op te sporen en te verwijderen, vooruitlopend op een wettelijk verbod. We volgen de ontwikkelingen met betrekking tot ‘nieuwe’ stoffen die mogelijk schadelijk zijn voor de gezondheid (zoals recent PFAS), en passen waar nodig ons beleid daarop aan. Geur Binnen Rijswijk zijn er maar enkele bedrijven waar sprake is van significante verspreiding van geur. Ook bij DSM in Delft en de afvalwaterzuivering Harnaschpolder naast Rijswijkbuiten is sprake van geuremissie.

De verwachting is dat de geuremissie in de tijd afneemt door verplichte toepassing van de best beschikbare technieken. Als geurbeleid voor nieuwe ontwikkelingen hanteren we nu het geurhinderbeleid van de provincie Zuid-Holland. In lijn met de Omgevingswet ontwikkelen we onze eigen regels die landen in het integrale omgevingsplan. Gezondheidsbevordering Door een gezond ingerichte leefomgeving bevorderen we het welbevinden van mensen en verleiden we hen tot een gezonde leefstijl. Een gezonde leefomgeving is een veilige, beweegvriendelijke en groene omgeving, die mensen stimuleert om te bewegen, sporten, spelen en uitnodigt tot ontmoeten en contact. Dat vraagt onder meer om aantrekkelijke, toegankelijke en gevarieerde openbare ruimten, maar ook bereikbare voorzieningen, toegankelijke zorg, voldoende ontmoetingsplaatsen en aanbod van sport en cultuur (kaart: ‘sportterrein’ | ‘sporthal’ | ‘belangrijke ontmoetingsruimte’) (zie 4.4). Dit betekent ook dat het budget voor bijvoorbeeld welzijnswerk moet meegroeien met het aantal inwoners. Daarnaast stellen we schone en actieve vormen van mobiliteit voorop, door lopen en fietsen te stimuleren (zie 4.10). Bij de inrichting van een gezonde leefomgeving hebben we ook aandacht voor de (mogelijke) gevolgen van klimaatverandering.

Klimaatadaptatie en met name het tegengaan van hittestress (verminderen van het hitte-eilandeffect) is van belang voor de gezondheid van inwoners (zie 4.6). Een gezonde leefomgeving betekent ook gezonde woningen. Dat betekent onder meer dat woningen een gezond binnenklimaat moeten hebben met goede luchtkwaliteit, ventilatie en koeling. Met de inrichting van de leefomgeving houden we in het bijzonder rekening met de behoefte van specifieke en kwetsbare doelgroepen (zoals kinderen of ouderen), om hun gezondheid en welbevinden te bevorderen. Dat kan bijvoorbeeld door toegankelijke voorzieningen in de directe nabijheid van de woonomgeving of door sociale maatregelen om eenzaamheid te voorkomen te ondersteunen met fysieke inrichtingsmaatregelen zoals ruimte voor ontmoeting. Doelen Gezondheidsbescherming: een schone, veilige en gezonde leefomgeving waarbij gezondheidsschade door milieufactoren – binnen onze mogelijkheden in een drukke en groeiende stedelijke regio –wordt

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

46

beperkt. Gezondheidsbevordering: bevorderen van welbevinden en verleiden tot een gezonde leefstijl van mensen door de inrichting van een gezonde leefomgeving. Randvoorwaarden / uitgangspunten Inzet om toename milieuhinder zoveel mogelijk te voorkomen, waar nodig maatregelen treffen om milieukwaliteit te verbeteren. Gebiedsgericht milieubeleid: milieukwaliteit is passend bij de situatie en functie van het gebied. In de overwegingen heeft gezondheid een belangrijke rol. Wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen vormen het minimale niveau voor de gemeente. Ketenbenadering: aanpak bij de bron heeft de voorkeur; maatregelen in overdrachtsgebied en bij ontvanger worden bij de afweging over de milieukwaliteit integraal meegewogen. Luchtkwaliteit: voorkomen dat gevoelige functies (zoals scholen en kinderdagverblijven) te dicht bij drukke wegen vestigen; we stellen samen met de GGD richtlijnen op. Omgevingslawaai: balans tussen behouden van geluidruimte voor geluidhinder veroorzakende functies en waarborgen van leefbaarheid voor geluidgevoelige functies. Bij woningbouw sturen op bronmaatregelen, slim ontwerp van gebouwen, maatregelen in woonomgeving en bij woning zelf. Omgevingsveiligheid: ontwikkellocaties binnen aandachtsgebieden: afweging groepsrisico, in uitwerking van plannen worden maatregelen meegenomen die negatieve effecten verminderen.

Omgevingsveiligheid: nieuwe functies voor zeer kwetsbare personen zoveel mogelijk buiten een aandachtsgebied, of waar niet mogelijk zo ver mogelijk van de risicobron af. Bodemkwaliteit: de milieuhygiënische bodemkwaliteit mag niet verslechteren (‘standstill’-principe). Gevoelige functies alleen toelaten op plekken met gezondheidskundig voldoende tot matige bodemkwaliteit. Op openbare plekken waar kinderen kunnen spelen en bij volkstuinen is de bodem onderzocht op lood. Advieswaarden GGD voor nieuw aan te leggen speelplaatsen. Geur: voor nieuwe ontwikkelingen hanteren we nu het geurhinderbeleid van de provincie. Gezonde leefomgeving: aantrekkelijke, toegankelijke en gevarieerde openbare ruimten, bereikbare voorzieningen, toegankelijke zorg, voldoende ontmoetingsplaatsen en aanbod van sport en cultuur. Schone en actieve vormen van mobiliteit voorop: stimuleren lopen en fietsen. Woningen moeten een gezond binnenklimaat hebben met goede luchtkwaliteit, ventilatie en koeling. Aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering (zoals hittestress) bij de inrichting van een gezonde leefomgeving. Rekening houden met de behoefte van kwetsbare doelgroepen met de inrichting van de leefomgeving; bijvoorbeeld door toegankelijke voorzieningen in de directe nabijheid of fysieke inrichtingsmaatregelen zoals ruimte voor ontmoeting.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

47

Afbeelding 4.3: Thematische visiekaart ‘Gezonde leefomgeving’.

Omgevingsvisie Rijswijk – vaststelling (februari 2025)

48

4.4 Leefbare en veilige wijken Leefbaarheid en veiligheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid Rijswijk blijft groeien in inwoneraantal maar niet in oppervlakte. Hierdoor maken meer inwoners gebruik van dezelfde ruimte. Door het intensievere gebruik van de ruimte is het nodig om extra aandacht te schenken aan het leefbaar en veilig houden van de stad. Leefbaarheid en veiligheid in onze groeiende stad is ieders verantwoordelijkheid. Inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen en de overheid dragen allen naar eigen kennis, kunde en draagkracht bij om Rijswijk vertrouwd, leefbaar en veilig te houden. Een leefbare stad is een aangename plek om te leven (oftewel: die bijdraagt aan de brede welvaart van inwoners). Dit raakt aan veel van de andere thema’s in dit hoofdstuk. In ieder geval betekent het een omgeving waar alle inwoners prettig samen kunnen wonen. Daaronder scharen we ook alle maatschappelijke voorzieningen onder de woonomgeving. Belangrijk onderdeel ervan is ook de fysieke en sociale veiligheid van de leefomgeving13. Sociale betrokkenheid en prettige woonomgeving Goed wonen in leefbare wijken vraagt om sociale betrokkenheid en een prettige woonomgeving. We stellen de mens centraal: we streven naar leefbare wijken waar inwoners zich prettig voelen, betrokken zijn en zich verantwoordelijk voelen voor elkaar.

We willen dat mensen zich verbonden voelen aan Rijswijk, er gelukkig zijn en graag kunnen blijven wonen. We richten de leefomgeving op zo’n manier in dat het de gezondheid van inwoners bevordert en dat iedereen mee kan doen. Dat betekent onder meer dat de buitenruimte en gebouwen fysiek toegankelijk zijn, ook voor mensen met een beperking. Zo zorgen we samen voor een inclusieve samenleving. We stimuleren inwoners om naar vermogen actief deel te nemen aan het maatschappelijk leven (verenigingen, sport en bewegen, betaald en/of onbetaald werk). We bevorderen de eigen kracht en regie van mensen en bieden waar nodig ondersteuning. Dit doen we op maat en in samenhang: we bieden individuen lichte hulp waar mogelijk en zwaardere hulp waar nodig. Hierbij hebben we extra aandacht voor mensen met een sociaaleconomische achterstand en zetten we in op een toekomstbestendig, fijn en veilig thuis voor kwetsbare mensen. Zo willen we ook ervoor zorgen dat er geen kwetsbare wijken zijn of ontstaan in Rijswijk. Ons doel is dat de leefbaarheids- of veiligheidsindexen tenminste ‘voldoende’ blijven voor alle wijken in Rijswijk. We onderzoeken de mogelijkheden die de Wet Versterking regie volkshuisvesting biedt om hierbij te helpen. We onderkennen het belang van samenwerking om de vraagstukken en de maatschappelijke opgaven van de toekomst de baas te zijn.

De gemeente Rijswijk is een toegankelijke, betrouwbare partner om mee samen te werken, zowel voor de strategische partners in het veiligheidsdomein als voor inwoners die met eigen initiatieven komen. Samen maken we de stad. Sociale en fysieke veiligheid Fysieke en sociale veiligheid zijn bepalend voor de leefbaarheid van woonomgeving. Toename van de bevolking moet gepaard gaan met extra capaciteit voor de hulpdiensten zodat fysieke en sociale veiligheid gewaarborgd kan zijn. Ook de handhavingscapaciteit van de gemeente moet op orde zijn om het gewenste niveau qua veiligheid en leefbaarheid te kunnen waarborgen. Meer bewoners en bezoekers binnen dezelfde (openbare) ruimte kan meer geluid- en woonoverlast betekenen. Dit raakt de gezondheid, leefbaarheid en veiligheid van bewoners. Door een toename van gemengde woon- en werkfuncties komen de leefwerelden van de gebruikers in die gebieden samen, wat mogelijk leidt tot een toename van klachten van bewoners over hinder door bedrijfsactiviteiten. 13 Sociale veiligheid gaat over bedreigingen door handelingen van mensen, fysieke veiligheid over bedreigingen door niet-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=d0a811d1-0c9d-43f7-b14c-0110a342e987