Bijlage A Basisregeling Omgevingsplan Rijswijk
Tekst van het document
Paragraaf 5.2.7 Erf- en perceelafscheiding bouwen Artikel 5.72 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van erf- en perceelafscheidingen hoger dan 1 m.
48
Artikel 5.73 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de omgevingskwaliteit; en b. het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.74 Algemene regels erf- of perceelafscheiding 1 Bij het bouwen van een erf-of perceelafscheiding is deze niet hoger dan 2 m.
2 De erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd op gebouwerf waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat.
3 De erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen.
Paragraaf 5.2.8 Kozijn- en gevelwijzigingen Artikel 5.75 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het wijzigen van kozijnen en gevels in het voorerfgebied of het naar openbaar toegankelijk gekeerd zijerf.
Artikel 5.76 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van de omgevingskwaliteit; en d. het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.77 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het voorerfgebied of het naar openbaar toegankelijk gekeerd zijerf: a. kozijnen te vervangen, voor zover het profiel van het kozijn wijzigt; of b. gevelopeningen te wijzigen.
Artikel 5.78 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een kozijn- of gevelwijziging worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening waarop aangegeven de gevel waarop de aanvraag betrekking heeft en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; b. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe de kozijn- of gevelwijziging in de directe omgeving past; c. principedetails van het bouwwerk; d. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en e. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan.
Artikel 5.79 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van een kozijn- of gevelwijziging wordt alleen verleend als: a. deze identiek is aan een andere kozijn- of gevelwijziging in hetzelfde aaneengesloten bouwblok waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend, of b. als dat niet het geval is: 1. de maatvoering en plaatsing is afgestemd op het hoofdgebouw; 2. de kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de gevel; 3. de detaillering is afgestemd op de gevel en kozijnen; en 4. alleen gebruik wordt gemaakt van kunststof als de profilering op hout lijkt.
Paragraaf 5.2.9 Ondergeschikt bouwdeel bouwen Artikel 5.80 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van ondergeschikte bouwdelen.
Artikel 5.81 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van de omgevingskwaliteit; en d. het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
49
Artikel 5.82 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen ondergeschikte bouwdelen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een ondergeschikt bouwdeel te bouwen.
2 Het verbod geldt niet voor ondergeschikte bouwdelen die kleiner zijn dan 1,5 m, tenzij deze zich uitstrekken tot in het openbaar gebied.
Artikel 5.83 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een ondergeschikt bouwdeel worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende foto met daarop de locatie van het ondergeschikte bouwdeel, de maatvoering en de afstanden tot de perceelsgrenzen; b. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan; en c. als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren.
Artikel 5.84 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van een ondergeschikt bouwdeel wordt alleen verleend als: a. een situatietekening waarop aangegeven de locatie van het ondergeschikte bouwdeel, de maatvoering en de afstanden tot de perceelsgrenzen; b. het ondergeschikte bouwdeel past binnen de stedenbouwkundige structuur; c. de verkeersveiligheid niet in gevaar wordt gebracht; en d. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, niet in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet.
Paragraaf 5.2.10 Airconditioningunit en warmtepomp bouwen Artikel 5.85 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van airconditioningunits en warmtepompen.
Artikel 5.86 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van de omgevingskwaliteit; d. het beschermen van het woon- en leefklimaat; en e. het voorkomen van hinder en overlast.
Artikel 5.87 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een airconditioningunit of warmtepomp in het voorerfgebied of het naar het openbaar toegankelijk gekeerd zijerf te bouwen, voor zover niet wordt voldaan aan de in artikel 2.29 aanhef en onder r van het Besluit bouwwerken leefomgeving opgenomen eisen.
Artikel 5.88 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een airconditioningunit of warmtepomp worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening waarop aangegeven de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; b. tekeningen van alle zijden van het bouwwerk, waaruit blijkt hoe het bouwwerk in de directe omgeving past; c. principedetails van het bouwwerk; d. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en e. een opgave van de toe te passen materialen en de kleur daarvan.
Artikel 5.89 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van een airconditioningunit of warmtepomp wordt alleen verleend als het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit.
Paragraaf 5.2.11 Dakopbouw bouwen Artikel 5.90 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van dakopbouwen.
Artikel 5.91 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van de omgevingskwaliteit; en
50
d. het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.92 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakopbouw te bouwen.
Artikel 5.93 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakopbouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de maatvoering van de dakopbouw, de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; b. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; c. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; d. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; e. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en f. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan.
Artikel 5.94 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1 De omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakopbouw wordt alleen verleend als: a. de dakopbouw gelijk is aan de trendsetter, als deze aanwezig is; b. op het betreffende dakvlak nog geen dakopbouw is geplaatst; c. de dakopbouw tussen bestaande schoorstenen of woningscheidende wanden wordt geplaatst; d. bij het plaatsen van een dakopbouw bij een eindwoning, de dakopbouw doorloopt tot aan de zijgevel; e. de afstand van een dakopbouw tot een hoek- of kilkeper meer dan 1 m bedraagt; f. de maatverhoudingen van de dakopbouw zijn gerelateerd aan de vormgeving van de gevel; g. het materiaal- en kleurgebruik en de vormgeving van de dakopbouw aansluit bij de rest van de woning en de bebouwing in de omgeving, waarbij karakteristieke goot- en daklijnen behouden worden; h. in de periode van 19 februari tot 21 oktober, in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van ieder naastgelegen gebouw, ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag zijn als gevolg van de dakopbouw; i. geen onevenredige aantasting van de privacy van omliggende woningen plaatsvindt; j. de dakopbouw niet wordt gebouwd: 1. aan de randen van de wijk: aan de achterzijde van de bebouwing; en 2. op beeldbepalende punten; en k. de gevelwand zich voor kappen leent.
2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel h, wordt de vergunning voor het bouwen van een dakopbouw in het Havenkwartier alleen verleend, als in de periode van 19 februari tot 21 oktober in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van ieder naastgelegen gebouw ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag zijn.
3 Onverminderd het eerste lid wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als het uiterlijk of de plaatsing van de dakopbouw zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet.
Paragraaf 5.2.12 Dakterras bouwen Artikel 5.95 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van dakterrassen.
Artikel 5.96 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van de omgevingskwaliteit; en d. het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.97 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakterras te bouwen.
Artikel 5.98 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakterras worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de maatvoering van het dakterras, de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; b. aanzichten van de borstwering; c. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil;
51
d. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; e. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; f. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan; en g. als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren.
Artikel 5.99 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakterras wordt alleen verleend als: a. het dakterras niet zichtbaar is vanaf het openbaar toegankelijk gebied, voor zover het gaat om een dakterras op een hoofdgebouw; b. de opgang vanaf de onderliggende verdieping niet meer dan 2 m hoog is en het oppervlakte niet meer is dan 4 m2, voor zover het gaat om een dakterras op een hoofdgebouw; c. het dakterras in het achtererf is gelegen, voor zover het gaat om een dakterras op een bijbehorend bouwwerk; d. het dakterras gemeten vanuit de achtergevel niet meer dan 4 m diep is, voor zover het gaat om een dakterras op een bijbehorend bouwwerk; e. de bouwhoogte van de borstwering van het dakterras niet hoger is dan 1,20 m; en f. de bouwhoogte van privacyschermen tussen dakterrassen niet meer is dan 2 m.
Paragraaf 5.2.13 Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen Artikel 5.100 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van overige bouwwerken geen gebouw zijnde.
Artikel 5.101 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van de omgevingskwaliteit; en d. het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.102 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat niet voldoet aan de eisen van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving te bouwen.
Artikel 5.103 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrond en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil; c. tekeningen van aanzichten van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; d. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; e. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en f. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen inclusief kleur van het bouwwerk.
Artikel 5.104 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, wordt alleen verleend als: a. het uiterlijk van bouwwerken niet in ernstige mate in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 Ow; en b. de belangen, bedoeld in Artikel 5.101, niet onevenredig worden geschaad.
Paragraaf 5.2.14 Gebruik van open erven en terreinen Artikel 5.105 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het gebruiken van open erven en terreinen.
Artikel 5.106 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken 1 Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 5.1 aanwezig. ADR-klasse
Omschrijving
2 UN 1950 spuitbussen & UN
Gassen zoals propaan, zuurstof,
2037 houders, klein, acetyleen, aerosolen gas
Verpakkingsgroep
Toegestane maximumhoeveelheid
n.v.t.
50 kg
II
25 liter
(spuitbussen) Brandbare vloeistoffen zoals
3
bepaalde oplosmiddelen en aceton
52
3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een
Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en
III
50 liter
vlampunt tussen 61° bepaalde inkten C en 100°C
4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders4.2: 4.1, 4.2, 4.3
voor zelfontbranding II en III vatbare stoffen
50 kg
zoals fosfor (wit of geel) en diëthylzink4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide 5.1
Brandbevorderende stoffen zoals II en III
50 liter
waterstofperoxide
5.2
Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en
n.v.t.
1 liter
di-propionyl peroxide Tabel 5.1 Aanwezigheid brandgevaarlijke stof
2 Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 5.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.
3 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; d. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; e. en brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.
4 Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.
5 In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.
Artikel 5.107 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.
Paragraaf 5.2.15 Gebruik van gebouwen als seksbedrijf Artikel 5.108 Toepassingsbereik
53
Deze paragraaf gaat over het gebruik van gebouwen als seksbedrijf.
Artikel 5.109 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het woon- en leefklimaat; en b. het voorkomen van hinder en overlast.
Artikel 5.110 Verbod Het is verboden in een gebouw een seksbedrijf te exploiteren.
Paragraaf 5.2.16 Woonruimte wijzigen Artikel 5.111 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het wijzigen van woonruimte.
Artikel 5.112 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. het tegengaan van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; c. het behoud van de leefbaarheid; en d. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat.
Artikel 5.113 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. een woonruimte te verbouwen of te splitsen tot twee of meer zelfstandige woonruimten of in die verbouwde of gesplitste staat te houden; b. een woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden; c. een woonruimte geheel of gedeeltelijk aan de woonruimtevoorraad te onttrekken of onttrokken te houden, met inbegrip van short stay; of d. een woonruimte geheel of gedeeltelijk om te zetten van zelfstandige in twee of meer onzelfstandige woonruimten in dezelfde woning of in die staat te houden, met inbegrip van het gebruiken voor kamergewijze verhuur, woningdelen of inwoning.
2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet voor het geheel of gedeeltelijk omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte bij: a. inwoning door niet meer dan één persoon bij het bestaande huishouden van de betreffende woonruimte; of b. woningdelen door niet meer dan twee personen die geen duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren.
Artikel 5.114 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw in de huidige en beoogde situatie; b. de wijze waarop het terrein ontsloten wordt; c. de volgende gegevens over de huidige situatie: 1. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw; 2. de huur- of koopprijs; 3. het aantal kamers; 4. de gebruiksoppervlakte; en 5. de staat van onderhoud; d. de volgende gegevens over de beoogde situatie: 1. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw; 2. het aantal kamers; en 3. een situatietekening waaruit de situering van het gebouw ten opzichte van de in de nabijheid gelegen bouwwerken blijft; e. bij een voorgenomen samenvoeging: de verwachte huur- of koopprijs; f. de volgende gegevens bij een voorgenomen splitsing: 1. een splitsingsplan dat voldoet aan artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek en het op basis van dat artikel vastgestelde besluit over splitsing in appartementsrechten, waarin de indeling en met de splitsing bedoelde eigendomswijzigingen zijn aangegeven op ten minste de schaal 1:100; 2.
een bouwkundig rapport niet ouder dan 6 maanden waaruit blijkt dat de toestand van het gebouw zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud niet tegen splitsing verzet, dan wel hoe het gebouw hiertoe zal worden aangepast; 3. een funderingsrapport niet ouder dan 6 maanden waaruit blijkt dat het aannemelijk is dat de fundering binnen 25 jaar geen onderhoud nodig heeft; en 4. een keuringsrapport gas en elektra niet ouder dan 6 maanden van een erkend keuringsbedrijf waaruit blijkt dat de gas- en elektra-installatie voldoet aan de eisen gesteld in het Besluit bouwwerken leefomgeving; en g. als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren.
Artikel 5.115 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1
54
De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. de leefbaarheid; of c. het woon- en leefklimaat.
2 Bij de toepassing van het eerste lid wordt gebruik gemaakt van de Beleidsregels wijzigen samenstelling woonruimtevoorraad gemeente Rijswijk 2023 of de eventuele rechtsopvolgers daarvan.
Paragraaf 5.2.17 Woonruimte gebruiken Artikel 5.116 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het gebruiken van woonruimte.
Artikel 5.117 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; b. het behoud van de leefbaarheid; en c. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat.
Artikel 5.118 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woonruimte te gebruiken voor huisvesting anders dan voor één afzonderlijk huishouden.
2 Het verbod geldt niet voor: a. inwoning door niet meer dan één persoon bij het bestaande huishouden van de betreffende woonruimte; of b. woningdelen door niet meer dan twee personen die geen duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren.
Artikel 5.119 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van het gewenste woonruimtegebruik; b. bij verhuur een document waaruit blijkt dat: 1. voldaan is aan goede participatie met omwonenden; 2. er afspraken gemaakt zijn over regels opgelegd aan huurders; en 3. omwonenden te allen tijde de verhuurder kunnen aanspreken bij klachten; en c. als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren.
Artikel 5.120 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1 De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. de leefbaarheid; of c. het woon- en leefklimaat.
2 Bij de toepassing van het eerste lid wordt gebruik gemaakt van de Beleidsregels wijzigen samenstelling woonruimtevoorraad gemeente Rijswijk 2023 of de eventuele rechtsopvolgers daarvan.
Artikel 5.121 Algemene regel overbewoning woonruimte 1 Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.
2 Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin opvang aan asielzoekers wordt aangeboden door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Artikel 5.122 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met
55
bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.
Paragraaf 5.2.18 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen Artikel 5.123 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis.
Artikel 5.124 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; en c. ruimte bieden aan economische activiteiten.
Artikel 5.125 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis in ieder geval in dat: a. onevenredige toename van de verkeersbelasting in de omgeving wordt voorkomen; en b. geluidhinder wordt voorkomen of beperkt.
Artikel 5.126 Algemene regels beroep of bedrijf aan huis 1 Een beroep of bedrijf aan huis wordt door de bewoner zelf uitgeoefend.
2 De bruto oppervlakte waarop het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend is ten hoogste 40% van de bruto vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 40 m2.
Artikel 5.127 Algemene regels verkoop van producten 1 Bij het beroep of bedrijf aan huis worden alleen producten aan huis verkocht die ter plaatse zijn vervaardigd, verwerkt of bewerkt.
2 Er is geen winkel- of uitstallingsruimte van producten ten behoeve van de activiteit.
Paragraaf 5.2.19 Bed and Breakfast verzorgen Artikel 5.128 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verzorgen van een bed and breakfast.
Artikel 5.129 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; b. het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; c. het tegengaan van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; d. het beschermen van de gezondheid; e. het bevorderen van toerisme; en f. het bieden van ruimte aan economische activiteiten.
Artikel 5.130 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een Bed and Breakfast te verzorgen.
Artikel 5.131 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal kamers dat ter beschikking wordt gesteld als slaapvertrek voor de bed and breakfast; b. het bruto vloeroppervlak van de bed and breakfast ten opzichte van het vloeroppervlak van de gehele woning; c. een plattegrond van iedere verdieping van de woning; en d. een document waaruit blijkt dat de bewoners van de betreffende woning zelf woonachtig zijn op het adres van de bed and breakfast.
Artikel 5.132 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen, bedoeld in Artikel 5.129, niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 5.133 Algemene regels Bed and Breakfast verzorgen 1
56
Per woning wordt niet meer dan één Bed and Breakfast geëxploiteerd.
2 De Bed and Breakfast wordt verzorgd door de bewoners van de betreffende woning, die ook zelf in die woning wonen.
3 Het bruto vloeroppervlak van de Bed and Breakfast is ten hoogste 40% van het bruto vloeroppervlak van de gehele woning.
4 Er maken niet meer dan vier meerderjarigen tegelijkertijd gebruik van de Bed and Breakfast.
5 Er worden niet meer dan twee kamers ter beschikking gesteld als slaapvertrek voor de Bed and Breakfast.
6 De Bed and Breakfast wordt niet gebruikt voor particuliere vakantieverhuur.
Paragraaf 5.2.20 Objecten plaatsen op de weg Artikel 5.134 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het plaatsen van objecten op of boven de openbare weg in beheer bij de gemeente.
2 Deze paragraaf gaat niet over: a. terrassen als bedoeld in Paragraaf 5.2.21; b. parkeren als bedoeld in Paragraaf 5.2.23; c. standplaatsen als bedoeld in Paragraaf 5.2.24; d. reclame als bedoeld in Paragraaf 5.2.25; en e. evenementen als bedoeld in Paragraaf 5.2.30.
Artikel 5.135 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen van gevaar voor de veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; b. het voorkomen van schade aan de weg, belemmering van de bruikbaarheid van de weg, dan wel de belemmering van het beheer of onderhoud van de weg; c. het beschermen van het uiterlijk aanzien van het openbaar toegankelijk gebied; en d. het voorkomen van hinder of overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
Artikel 5.136 Specifieke zorgplicht objecten plaatsen De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het plaatsen van objecten op de openbare weg in ieder geval in dat: a. rekening wordt gehouden met de overzichtelijkheid van straten, voetpaden en kruisingen; en b. er geen verkeersgevaarlijke situaties ontstaan.
Artikel 5.137 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een object op de openbare weg te plaatsen.
2 Het verbod geldt niet voor de volgende objecten: a. uitstallingen tot maximaal 1,00 meter uit de gevel; b. hoogwerkers; c. goederenliften; d. puinafvalcontainers; e. bouwafvalcontainers; en f. containers voor de tijdelijke opslag van waren in het kader van de uitoefening van detailhandel.
Artikel 5.138 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van het object;
57
b. de lengte, breedte en hoogte van het object; c. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen; en d. een verkeersplan als de straat moet worden afgesloten.
Artikel 5.139 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen, bedoeld in Artikel 5.135, niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 5.140 Meldingsplicht plaatsen containers, hoogwerkers en goederenliften 1 Het is verboden een puinafvalcontainer, bouwafvalcontainer, container voor de tijdelijke opslag van waren in het kader van de uitoefening van detailhandel, hoogwerker of goederenlift voor meer dan 31 dagen op de openbare weg te plaatsen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.
2 Een melding bevat: a. de locatie van het object; b. de lengte, breedte en hoogte van het object; en c. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen.
Artikel 5.141 Algemene regels plaatsen containers 1 Met het oog op het bevorderen van de verkeersveiligheid is de container voorzien van goed zichtbare markeringen die voldoen aan de volgende eisen: a. op ieder zijvlak en op het kopstuk is aan de buitenzijde een duidelijk zichtbare markering aanwezig; b. de markeringen zijn vast bevestigd, dat wil zeggen niet verwijderbaar; en c. de markeringen bestaan uit retro-reflecterend materiaal, in de kleuren rood of rood-wit.
2 De eventueel in de nabijheid van de container aanwezige brandkraan of brandput is vrij toegankelijk voor de brandweer.
3 Er is te allen tijde voldoende ruimte voor de hulpdiensten, inhoudende dat: a. bij eenrichtingsverkeer: er ten minste 3,5 meter ruimte vrij voor verkeer is; b. bij tweerichtingsverkeer: er ten minste 4,5 meter ruimte vrij voor verkeer is; en c. bij voetpaden, voetgangersgebieden en erven: er ten minste 1,5 meter vrije ruimte gewaarborgd is.
Artikel 5.142 Algemene regels hoogwerkers en goederenliften 1 Met het oog op het bevorderen van de verkeersveiligheid is de hoogwerker of goederenlift voorzien van goed zichtbare markeringen.
2 Er is minimaal 3,5 m breedte en 4,20 m hoogte aan vrije ruimte op de openbare weg aanwezig tot aan de hoogwerker of goederenlift voor de vrije doorgang bestemd voor brandweer, ambulance, politie en voor een opstelplaats voor blusvoertuigen van de brandweer.
3 Bij het plaatsen van de hoogwerker of goederenlift wordt gewerkt volgens richtlijn CROW 96B.
Artikel 5.143 Algemene regels uitstallingen 1 Een uitstalling is enkel aanwezig op de tijden dat de in het pand gevestigde onderneming voor het publiek geopend is.
2 De blindengeleidestrook blijft vrij van obstakels.
3 Er worden geen verwijsborden geplaatst.
4 De uitstalling wordt niet aan de weg verankerd, wordt niet aan openbare voorzieningen zoals banken, paaltjes, fietsenrekken, lantarenpalen en openbaar groen bevestigd of aan gevels en is direct verplaatsbaar.
58
5 Er is maximaal één uitstalling per ingang van het pand.
6 Er vindt geen verkoop plaats vanuit de uitstalling.
7 De uitstalling vormt geen belemmering voor de etalages van aangrenzende winkels.
Artikel 5.144 Algemene regels positionering uitstallingen 1 De uitstalling staat recht voor de betreffende onderneming.
2 Bij een pand dat aan meerdere straten grenst, kunnen meerdere uitstallingen worden geplaatst als dat pand aan iedere betreffende straat ten minste 1 ingang heeft.
3 Een geveluitstalling, met inbegrip van zitelementen en tafels, is maximaal 1 meter uit de gevel aanwezig.
4 Er wordt maximaal 1 aanvullende solitaire uitstalling per onderneming geplaatst als er ruimte is buiten de uitstallingsstrook van 1 m en buiten de vrije doorgangsruimte, bedoeld in Artikel 5.145.
5 Een uitstalling vormt geen belemmering voor etalages van aangrenzende ondernemingen.
6 De oppervlakte van zitelementen en tafels neemt in totaal maximaal 2 m² in beslag.
Artikel 5.145 Algemene regels vrije doorgang bij uitstallingen 1 Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt bij een uitstalling op een weg, of op een erf of voetgangersgebied die begaanbaar is voor hulpdiensten, een vrije en onbelemmerende doorgang gewaarborgd van: a. ten minste 3,5 m bij een eenrichtingsweg; en b. ten minste 4,5 m bij een weg met tweerichtingsverkeer.
2 De vrije ruimte, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 50% aan de ene zijde en voor 50% aan de andere zijde van de weg gerealiseerd.
3 Bij een uitstalling op een voetpad of trottoir wordt een vrije doorgang van ten minste 1,5 m gewaarborgd.
4 Looppaden en de toegang tot de boven of naast het pand gelegen woningen of andere panden wordt gewaarborgd.
5 De uitstalling bevindt zich niet binnen 1,0 m van objecten in de openbare ruimte die door de gemeente of met toestemming van de gemeente zijn geplaatst, en die bereikbaar moeten zijn voor derden.
Artikel 5.146 Algemene regels uitstallingen Winkelcentrum In de Bogaard In het Winkelcentrum In de Bogaard worden alleen de volgende uitstallingen geplaatst: a. Prins Johan Friso Promenade: geveluitstallingen; b. Prins Willem Alexander Promenade (inclusief Bomenplein): geveluitstallingen; c. Prins Constantijn Promenade: geveluitstallingen; d. Prinses Beatrixlaan: geveluitstallingen en solitaire uitstallingen; e. Steenvoordelaan: geveluitstallingen en solitaire uitstallingen; f. Bogaardplein: geveluitstallingen en gedeeltelijk solitaire uitstallingen; en g. Wethouder Hillenaarplantsoen en hoek Steenvoordelaan: geveluitstallingen.
59
Paragraaf 5.2.21 Terras aanbrengen Artikel 5.147 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het aanbrengen en instandhouden van terrassen op de openbare weg in beheer bij de gemeente.
Artikel 5.148 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bevorderen van de verkeersveiligheid; b. het beschermen van het uiterlijk aanzien van het openbaar toegankelijk gebied; c. het bevorderen van de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied; en d. het beperken van hinder.
Artikel 5.149 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het aanbrengen van terrassen in ieder geval in dat: a. toegang tot woningen of panden wordt gewaarborgd; en b. de verkeersveiligheid wordt gewaarborgd.
Artikel 5.150 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen terrassen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een eilandterras of bootterras te exploiteren.
Artikel 5.151 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning terrassen Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het adres en het kvk-nummer van de openbare inrichting waartoe het eilandterras of bootterras behoort; b. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van het eilandterras of bootterras; c. een beschrijving van de inrichting van het terras; en d. de voorgenomen dagen en tijdstippen van het exploiteren van het terras.
Artikel 5.152 Beoordelingsregel omgevingsvergunning terrassen De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen, bedoeld in Artikel 5.148, niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 5.153 Informatieplicht terras aanbrengen 1 Ten minste vier weken voor het aanbregen van een gevelterras worden aan het bevoegd gezag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een terraskaart met daarop aangeduid de begrenzing en indeling van het terras; b. een beschrijving van het type terrasmeubilair; en c. foto's van het toe te passen terrasmeubilair.
2 Ten minste vier weken voordat de begrenzing of indeling van het terras of het type terrasmeubilair wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 5.154 Algemene regels exploitatie terras 1 Glaswerk bevindt zich niet buiten het gebied van het terras.
Artikel 5.155 Algemene regels vrije doorgang 1 De vrije en onbelemmerende doorgang bij een eenrichtingsweg bedraagt minimaal 3,50 meter.
2 De vrije en onbelemmerende doorgang bij een weg met tweerichtingsverkeer bedraagt minimaal 4,50 meter.
3 Als er aan weerszijden van de weg een terras is geplaatst is, is de voor hulpdiensten vrij te houden ruimte in het midden van de weg gelegen.
4 De vrije doorgang op het trottoir bedraagt minimaal 1,50 meter.
5
60
Brandkranen hebben een vrije werkruimte van minimaal 1 meter aan alle zijden.
6 Ingangen en uitgangen zijn vrij van obstakels en vluchtwegen hebben een vrije ruimte van ten minste 1,50 m.
7 Looppaden en blindengeleidestroken worden vrijgelaten.
Artikel 5.156 Algemene regels omvang terras 1 Het terras wordt in de onmiddellijke nabijheid van een openbare inrichting geplaatst en staat ten dienste van die openbare inrichting.
2 Vanuit de openbare inrichting is er zicht op het terras.
3 De breedte van een gevelterras is ten hoogste gelijk aan de breedte van de gevel van de openbare inrichting, waartoe het gevelterras behoort. Bij een hoekpand kan een gevelterras aan de voor- en zijkant zijn gesitueerd.
Artikel 5.157 Algemene regels inrichting terras 1 Terrasmeubilair wordt binnen het terrasvlak geplaatst.
2 Een terras bestaat alleen uit: a. stoelen, krukken en banken; b. (sta)tafels; c. zonweringen; d. terrasschermen en -schotten; en e. reclameborden, plantenbakken en overige verplaatsbare objecten ten dienste van het terras of het overige deel van de openbare inrichting.
3 Terrasmeubilair wordt niet verankerd aan de grond of zijn demontabel, zodat deze kunnen worden verwijderd.
4 Terrasmeubilair kan alleen na sluitingstijd blijven staan, als het niet hinderlijk is voor de omgeving. Terrasmeubilair wordt niet opgestapeld opgeslagen in de openbare ruimte.
5 Als het terras in een seizoen niet wordt ingenomen, wordt al het terrasmeubilair verwijderd.
6 Tijdens sluitingstijden van het terras zijn parasols en andere zonwering ingeklapt.
7 De afstand tussen terrasmeubilair en objecten in de openbare ruimte die door de gemeente of met toestemming van de gemeente zijn geplaatst, en bereikbaar moeten zijn voor derden, is tenminste 1,00 m.
Artikel 5.158 Algemene regels terrasschotten- en overkappingen 1 Een terras wordt alleen afgebakend met terrasschotten. Terrasschotten bestaan niet uit dranghekken, soortgelijke hekken of afscheidings(bouw)materialen.
2 Terrasschotten zijn demontabel en kunnen binnen vier uur opgeruimd worden.
3 De hoogte van een terrasschot is maximaal 1,80 meter, waarvan de bovenste 0,90 m transparant is.
4
61
De terrasoverkapping sluit aan op het gebouw waarin de openbare inrichting is gevestigd.
5 De terrasoverkapping is niet breder dan de oorspronkelijke gevel van het aansluitende gebouw.
6 De bouwhoogte van een terrasoverkapping bedraagt minimaal 2,20 m en is niet hoger dan de eerste bouwlaag vermeerderd met 0,25 m.
7 Als er al een permanente overkapping of afdak aanwezig is, wordt daar geen aanvullende overkapping onder of boven geplaatst.
Artikel 5.159 Algemene regels parasols 1 Parasols op het terras zijn ingeklapt of worden verwijderd als er geen terras staat.
2 Parasols worden niet aan een luifel bevestigd.
3 Parasols steken niet uit buiten het terrasvlak.
4 De doorloophoogte bedraagt minimaal 2,20 meter.
Artikel 5.160 Algemene regels aanleg en werkzaamheden kabels, leidingen en rioleringen Bij de aanleg van of noodzakelijke werkzaamheden aan of de aanleg van kabels, leidingen of rioleringen wordt het terras ontruimd of de vlonders, terrasschotten, parasols, bevestigingsmateriaal en dergelijke verwijderd, als dat nodig is voor de uitvoering van de werkzaamheden.
Artikel 5.161 Algemene regels terrassen Oud Rijswijk 1 In afwijking van Artikel 5.155 en Artikel 5.156 zijn op het smalle deel van de Herenstraat, vanaf Ruysdaelplein tot Herenstraat nr. 39 en 46, en de uitlopers in de Kerkstraat, een stuk van de Kerklaan en de Tollensstraat gevelterrassen alleen toegestaan op de locatie Gevelterrassen toegestaan.
2 Op de locatie Gevelterrassen toegestaan worden, in afwijking van Artikel 5.158, geen voorschotten geplaatst en zijn zijschotten niet hoger dan 1,20 m, waarvan de bovenste helft transparant is. De ruimte tussen eventuele overkappingen en de bovenkant van de zijschotten blijft open.
3 De terrassen op de locatie Markt Oud Rijswijk zijn opgeruimd als er markt is.
Artikel 5.162 Algemene regels terrassen Bogaard Stadscentrum 1 In Bogaard Stadscentrum worden, in afwijking van Artikel 5.155 en Artikel 5.156, alleen gevelterrassen geplaatst op de locatie Gevelterrassen toegestaan.
2 In de winkelstraten en aan het Bomenplein worden gevelterrassen ten hoogste 1,00 m uit de gevel geplaatst.
3 Ter plaatse van de toegangen tot het winkelcentrum wordt, in afwijking van Artikel 5.155, tenminste 5 m breedte vrijgehouden.
4 De gevelterrassen in de winkelstraten en op het Bomenplein bestaan, in afwijking van Artikel 5.157, tweede lid, alleen uit tafels, stoelen en een luifel aan de gevel.
5 Op het Bogaardplein zijn: a. alle gevelterrassen in één rechte lijn gepositioneerd; b. de terrasschotten allemaal van dezelfde hoogte; en
62
c. alle serres van dezelfde beeldkwaliteit, diepte en hoogte.
6 Op het Steenvoordeplein: a. overdekken parasols en luifels het terras niet volledig; en b. worden, in afwijking van Artikel 5.157, tweede lid, geen terrasschotten geplaatst.
7 Op de pleinen is de kleurstelling, materialisering en de manier van reclame-uitingen van alle horecaondernemers op hetzelfde plein op elkaar afgestemd.
Paragraaf 5.2.22 Parkeerbehoefte veranderen Artikel 5.163 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toevoegen of veranderen van een gebouw of terrein met parkeerbehoefte of het veranderen van het gebruik van dat gebouw of terrein.
Artikel 5.164 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het realiseren en instandhouden van voldoende parkeergelegenheid; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het beperken van hinder; d. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; e. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; en f. het beschermen van het openbaar groen.
Artikel 5.165 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte Een gebouw of terrein met parkeerbehoefte is in ieder geval een gebouw of terrein waar een of meer van de volgende activiteiten met gebruiksruimte worden verricht: a. bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsactiviteiten; c. dienstverleningsactiviteiten; d. horeca-activiteiten; e. maatschappelijke activiteiten; f. recreatie-activiteiten; g. sportactiviteiten; en h. woonactiviteiten.
Artikel 5.166 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw of terrein met parkeerbehoefte toe te voegen of te veranderen, of het gebruik van dat gebouw of terrein te veranderen.
Artikel 5.167 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen met daarop bestaande en nieuw aan te leggen parkeerplaatsen en de daarbij horende afmetingen; en b. een parkeerbalans en toelichting hierop.
Artikel 5.168 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de Nota Parkeernormen 2011, de rechtsopvolger daarvan, of een vastgesteld ruimtelijk kader waar een afwijkende parkeernorm is vastgelegd; b. op basis van het advies van een gemeentelijke verkeerskundige blijkt dat er op andere wijze wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; c. het voldoen aan de Nota Parkeernormen 2011, de rechtsopvolger daarvan of een vastgesteld ruimtelijk kader waar een afwijkende parkeernorm is vastgelegd, naar het oordeel van het bevoegd gezag door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of d. de aard en omvang van de activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag niet leidt tot significante parkeerbehoefte.
Artikel 5.169 Algemene regel instandhouden parkeervoorzieningen Een parkeergelegenheid die is aangebracht om aan deze paragraaf te voldoen, wordt in stand gehouden.
Paragraaf 5.2.23 Parkeerexcessen Paragraaf 5.2.24 Standplaats innemen Artikel 5.170 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het innemen of het hebben van een standplaats in het openbaar toegankelijk gebied.
63
2 Deze paragraaf gaat niet over: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h van de Gemeentewet; en b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in Paragraaf 5.2.30.
Artikel 5.171 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; d. het beperken van hinder; e. het beschermen van het aanzien van het openbaar toegankelijk gebied; en f. het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om: 1. het beschermen tegen milieuverontreiniging; 2. het beschermen van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. een doelmatig beheer van afvalwater en afvalstoffen; 4. het voorkomen of beperken van geluidhinder en geurhinder; en g. het behoud van een goed woon- en leefklimaat.
Artikel 5.172 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een standplaats in te nemen of te hebben.
Artikel 5.173 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locatie van de standplaats; b. een foto of tekening van het uiterlijk van de fysieke middelen die worden gebruikt op de standplaats; c. de afmetingen van die fysieke middelen; d. het soort goederen of diensten dat wordt aangeboden of verhandeld; en e. de dagen en tijdstippen waarop de standplaats wordt ingenomen.
Artikel 5.174 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1 De omgevingsvergunning wordt alleen verleend voor een standplaats op een van de volgende locaties: a. Kerklaan nabij (Albert Heijn); b. Vrijenbanselaan Patrijsweg/Reigerweg; c. Lindelaan; d. Bazuinlaan; e. Dr. H. Colijnlaan / Huis te Landelaan; f. Briandstraat; g. Piramideplein; h. Admiraal Helfrichsingel; i. Lindelaan; j. In de Bogaard, Prinses Beatrixlaan nabij voetgangersoversteekplaats; k. Wilhelminapark, tussen carpoolplaats en Pieter Postmapad; l. Vrijenbanselaan; m. Hendrik Ravesteijnplein; n. Burg. Elsenlaan / Julialaantje; o. Dr. H.J. van Mooklaan / Sir Winston Churchilllaan; p. Generaal Spoorlaan / Steenvoordelaan; q. In de Bogaard, Prinses Beatrixlaan nabij ingang winkelpassage De Terp; en r. Herenstraat (nr. 64)
2 De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. de belangen, bedoeld in Artikel 5.171, naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden geschaad; b. het uiterlijk van de standplaats, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met de goede omgevingskwaliteit; c. het maximum van drie standplaatsen per locatie in eenzelfde week is bereikt; d. het verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse niet is gewaarborgd; of e. door bijzondere omstandigheden redelijkerwijs de verkeersveiligheid in het geding komt.
Artikel 5.175 Algemene regels standplaatsen 1 Een standplaats heeft geen terras.
64
2 Kabels, leidingen en rioolputten blijven bereikbaar voor onderhoud en reparatie.
3 Als er een luifel wordt geplaatst, heeft deze een hoogte van ten minste 2,20 m.
Paragraaf 5.2.25 Reclame plaatsen Artikel 5.176 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over: a. het plaatsen en maken van reclame in openbaar toegankelijk gebied; en b. het plaatsen en maken van reclame die zichtbaar is vanuit openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 5.177 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg en het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg of dat water; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; d. het beperken van hinder; en e. het beschermen van het aanzien van het openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 5.178 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning reclame te plaatsen op of aan bedrijfsgebouwen.
2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning reclame te plaatsen op andere onroerende zaken en op of aan roerende zaken.
3 Het is verboden zonder omgevingsvergunning reclame te plaatsen op, aan of boven de weg.
Artikel 5.179 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1 Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van reclame worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto verstrekt met daarop de locatie van de reclame; b. een foto, tekening of duidelijke omschrijving van de reclame; c. als een object wordt gebruikt: de lengte, breedte en hoogte van dat object; d. als een reclamezuil wordt gebruikt: een afbeelding of tekening van de reclamezuil; en e. de voorgenomen tijdsduur van het maken van reclame.
2 Als een andere dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming handelsreclame maakt of voert, wordt in de aanvraag de naam, het adres en de woonplaats van die ander vermeld.
Artikel 5.180 Beoordelingsregels omgevingsvergunning reclame op of aan bedrijfsgebouwen 1 De omgevingsvergunning voor het plaatsen van reclame op of aan bedrijfsgebouwen wordt alleen verleend als: a. er per bedrijfsgebouw één vorm van reclame aanwezig is; b. de grootte van de reclame past bij de grootte van de onroerende zaak; c. de breedte van de reclame niet meer dan 1/3 van de breedte van het pand bedraagt; d. de architectonische kwaliteit en stedenbouwkundige situatie van het pand wordt behouden; e. de reclame de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied niet belemmert; f. de reclame bij voorkeur op de gevel van het bedrijfsgebouw is aangebracht; g. de reclame zorgvuldig is ontworpen; en h. de reclame bestaat uit duurzaam materiaal.
2 In aanvulling op het eerste lid geldt dat de omgevingsvergunning in Woongebieden alleen wordt verleend: a. ten behoeve van de uitoefening van vrije beroepen, medische voorzieningen of aankondigingen voor verhuur en verkoop; b. als de reclame op de gevel is aangebracht; en
65
c. als de reclame plat op de gevel naast de entree is geplaatst, in het geval van reclame bij vrije beroepen
3 In afwijking van het eerste lid, onder e, kan op Kantoor- en bedrijventerreinen reclame worden geplaatst op het dak van het bedrijfsgebouw.
4 In afwijking van het eerste lid wordt geen omgevingsvergunning verleend voor reclame op of aan bedrijfsgebouwen in Parken en Sportterreinen.
Artikel 5.181 Beoordelingsregels omgevingsvergunning reclame op of aan andere onroerende zaken en roerende zaken 1 De omgevingsvergunning voor het plaatsen van reclame op of aan andere onroerende zaken en op of aan roerende zaken wordt alleen verleend als: a. de grootte van de reclame past bij de grootte van de andere onroerende zaak; b. de breedte van de reclame niet meer dan 1/3 van de breedte van het pand bedraagt; c. de reclame de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied niet belemmert; d. de architectonische kwaliteit en de stedenbouwkundige situatie van het pand in stand wordt gehouden; e. de reclame bestaat uit een zorgvuldig ontwerp; en f. de reclame bestaat uit duurzaam materiaal.
2 In aanvulling op het eerste lid geldt dat de omgevingsvergunning in Woongebieden alleen wordt verleend: a. ten behoeve van de uitoefening van vrije beroepen, medische voorzieningen of aankondigingen voor verhuur en verkoop; b. als de reclame op de gevel is aangebracht; en c. als de reclame plat op de gevel naast de entree is geplaatst, in het geval van reclame bij vrije beroepen.
3 In aanvulling op het eerste lid worden in Winkelgebieden per pand maximaal twee gevelreclames geplaatst.
4 In aanvulling op het eerste lid wordt reclame op Sportterreinen op de gevel van het clubhuis geplaatst en is gericht op het sportterrein en de sportvelden.
Artikel 5.182 Beoordelingsregels omgevingsvergunning vlaggen en banieren 1 De omgevingsvergunning voor het plaatsen van vlaggen en banieren met een reclame-uiting wordt alleen verleend als: a. de reclame wordt geplaatst in Parken en op Kantoor- en bedrijventerreinen en Sportterreinen; b. er geen gebruik is gemaakt van een veelheid aan kleur; c. bij elkaar geplaatste vlaggen en banieren een gelijke maatvoering hebben; en d. de verschijningsvorm van de reclame eenduidig is, waarbij het bedrijfslogo van het bedrijf zichtbaar is.
2 In afwijking op het eerste lid wordt geen omgevingsvergunning verleend voor reclame op of aan gebouwen in Winkelgebieden en Woongebieden.
3 In aanvulling op het eerste lid zijn de bestaande specifieke voorzieningen alleen bedoeld voor kortdurende ideeën of culturele reclame voor bijzondere gelegenheden.
Artikel 5.183 Beoordelingsregels omgevingsvergunning reclamezuilen 1 De omgevingsvergunning voor het plaatsen van reclamezuilen wordt alleen verleend als: a. de reclame is geplaatst langs Gebiedsontsluitingswegen en de invalswegen; b. de reclame de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied niet belemmert; c. de reclame zorgvuldig is ontworpen; en d. de reclame bestaat uit duurzaam materiaal.
2 In afwijking van het eerste lid kan op Kantoor- en bedrijventerreinen, Sportterreinen en in Woongebieden en Parken ook een omgevingsvergunning worden verleend als de reclamezuil niet langs gebiedsontsluitingen en invalswegen wordt geplaatst.
Artikel 5.184 Beoordelingsregels omgevingsvergunning verkoopborden De omgevingsvergunning voor het plaatsen van verkoopborden wordt alleen verleend als: a. de reclame de vormgeving en uitstraling van de architectuur belemmert;
66
b. de reclame de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied niet belemmert; c. de reclame zorgvuldig is ontworpen; d. de reclame bestaat uit duurzaam materiaal; en e. de reclame niet wordt geplaatst in of bij een park of sportterrein.
Artikel 5.185 Beoordelingsregels omgevingsvergunning tijdelijke reclame 1 De omgevingsvergunning voor het plaatsen van tijdelijke reclame voor feestdagen of evenementen wordt alleen verleend als: a. reclame voor een bepaalde periode van feestdagen of evenementen wordt geplaatst in Winkelgebieden; b. de grootte van de reclame past bij de grootte van de onroerende zaak; c. de breedte van de reclame niet meer dan 1/3 van de breedte van het pand bedraagt; d. de reclame de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied niet belemmert; e. er geen gebruik is gemaakt van verschillende kleuren en maatvoering; f. en gebruik is gemaakt van dezelfde vorm van reclame; g. de architectonische kwaliteit en de stedenbouwkundige situatie van het pand in stand wordt gehouden; h. de reclame bestaat uit een zorgvuldig ontwerp; en i. de reclame bestaat uit duurzaam materiaal.
2 De omgevingsvergunning voor het plaatsen van te koop en te huuraankondigingen wordt alleen verleend als: a. de grootte van de reclame past bij de grootte van de onroerende zaak; b. de breedte van de reclame niet meer dan 1/3 van de breedte van het pand bedraagt; c. de reclame de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied niet belemmert; d. de architectonische kwaliteit en de stedenbouwkundige situatie van het pand in stand wordt gehouden; e. de reclame bestaat uit een zorgvuldig ontwerp; f. de reclame bestaat uit duurzaam materiaal; g. er maximaal één aankondiging per pand of woning is geplaatst; h. de reclame bij een woning een oppervlakte heeft van maximaal 0,5 m2; i. de reclame bij een kantoor- of bedrijfsgebouw zich plat op de gevel bevindt; j. de reclame bij een kantoor- of bedrijfsgebouw een oppervlakte heeft die maximaal 5% van de oppervlakte van de gevel bedraagt en maximaal 20 m2 in totaal bedraagt; en k. de reclame wordt verwijderd als het pand is verkocht of is verhuurd.
Paragraaf 5.2.26 Activiteiten in het openbaar gebied Artikel 5.186 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over: a. het graven in openbaar gebied in beheer bij de gemeente; b. het opbreken van de verharding in openbaar gebied in beheer bij de gemeente; c. het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied in beheer bij de gemeente; d. het aanleggen van een weg of het veranderen van een weg in beheer bij de gemeente; en e. het aanleggen van een uitrit naar een openbare weg in beheer bij de gemeente en het veranderen van een bestaande uitrit.
2 Deze paragraaf gaat niet over het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet.
Artikel 5.187 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar gebied; b. het beperken van hinder; c. de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte; d. het bevorderen van de verkeersveiligheid; e. het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; en f. het beschermen van het openbaar groen.
Artikel 5.188 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het opbreken van de verharding in openbaar gebied en het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied in ieder geval in dat: a. beschadiging van in de grond aanwezige werken zo veel mogelijk wordt voorkomen; b. verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij kabels of leidingen zoveel mogelijk wordt voorkomen; c. de oorspronkelijke opbouw van het bodemprofiel en van funderingslagen zo veel mogelijk wordt hersteld; d. de grond zodanig wordt afgewerkt dat na inklinking een vlakke aansluiting op de aangrenzende ongeroerde grond wordt gerealiseerd; en e. de verharding zoveel mogelijk wordt hersteld naar de oorspronkelijke staat en, voor zover dat niet mogelijk is, een vlakke aansluiting op de aangrenzende verharding wordt gerealiseerd.
67
Artikel 5.189 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding: a. de verharding in openbaar gebied op te breken; of b. te graven in openbaar gebied.
2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding: a. de verharding in openbaar gebied op te breken; of b. te graven in openbaar gebied.