Bijlage 4 Omgevingsplan gemeente Rijswijk - regels gewijzigd
Tekst van het document
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 43 van 380
a. b. c. d.
een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van het object; de lengte, breedte en hoogte van het object; de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen; en een verkeersplan als de straat moet worden afgesloten.
Artikel 5.141 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen, bedoeld in Artikel 5.137, niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 5.142 Meldingsplicht plaatsen containers, hoogwerkers en goederenliften 1.
Het is verboden een puinafvalcontainer, bouwafvalcontainer, container voor de tijdelijke opslag van waren in het kader van de uitoefening van detailhandel, hoogwerker of goederenlift voor meer dan 31 dagen op de openbare weg te plaatsen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.
2.
Een melding bevat: a. b. c.
de locatie van het object; de lengte, breedte en hoogte van het object; en de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen.
Artikel 5.143 Algemene regels plaatsen containers 1.
Met het oog op het bevorderen van de verkeersveiligheid is de container voorzien van goed zichtbare markeringen die voldoen aan de volgende eisen: a. b. c.
op ieder zijvlak en op het kopstuk is aan de buitenzijde een duidelijk zichtbare markering aanwezig; de markeringen zijn vast bevestigd, dat wil zeggen niet verwijderbaar; en de markeringen bestaan uit retro-reflecterend materiaal, in de kleuren rood of rood-wit.
2.
De eventueel in de nabijheid van de container aanwezige brandkraan of brandput is vrij toegankelijk voor de brandweer.
3.
Er is te allen tijde voldoende ruimte voor de hulpdiensten, inhoudende dat: a. b. c.
bij eenrichtingsverkeer: er ten minste 3,5 meter ruimte vrij voor verkeer is; bij tweerichtingsverkeer: er ten minste 4,5 meter ruimte vrij voor verkeer is; en bij voetpaden, voetgangersgebieden en erven: er ten minste 1,5 meter vrije ruimte gewaarborgd is.
Artikel 5.144 Algemene regels hoogwerkers en goederenliften 1.
Met het oog op het bevorderen van de verkeersveiligheid is de hoogwerker of goederenlift voorzien van goed zichtbare markeringen.
2.
Er is minimaal 3,5 m breedte en 4,20 m hoogte aan vrije ruimte op de openbare weg aanwezig tot aan de hoogwerker of goederenlift voor de vrije doorgang bestemd voor brandweer, ambulance, politie en voor een opstelplaats voor blusvoertuigen van de brandweer.
3.
Bij het plaatsen van de hoogwerker of goederenlift wordt gewerkt volgens richtlijn CROW 96B.
Artikel 5.145 Algemene regels uitstallingen 1.
Een uitstalling is enkel aanwezig op de tijden dat de in het pand gevestigde onderneming voor het publiek geopend is.
2.
De blindengeleidestrook blijft vrij van obstakels.
3.
Er worden geen verwijsborden geplaatst.
4.
De uitstalling wordt niet aan de weg verankerd, wordt niet aan openbare voorzieningen zoals banken, paaltjes, fietsenrekken, lantarenpalen en openbaar groen bevestigd of aan gevels en is direct verplaatsbaar.
5.
Er is maximaal één uitstalling per ingang van het pand.
6.
Er vindt geen verkoop plaats vanuit de uitstalling.
7.
De uitstalling vormt geen belemmering voor de etalages van aangrenzende winkels.
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 44 van 380
Artikel 5.146 Algemene regels positionering uitstallingen 1.
De uitstalling staat recht voor de betreffende onderneming.
2.
Bij een pand dat aan meerdere straten grenst, kunnen meerdere uitstallingen worden geplaatst als dat pand aan iedere betreffende straat ten minste 1 ingang heeft.
3.
Een geveluitstalling, met inbegrip van zitelementen en tafels, is maximaal 1 meter uit de gevel aanwezig.
4.
Er wordt maximaal 1 aanvullende solitaire uitstalling per onderneming geplaatst als er ruimte is buiten de uitstallingsstrook van 1 m en buiten de vrije doorgangsruimte, bedoeld in Artikel 5.147.
5.
Een uitstalling vormt geen belemmering voor etalages van aangrenzende ondernemingen.
6.
De oppervlakte van zitelementen en tafels neemt in totaal maximaal 2 m² in beslag.
Artikel 5.147 Algemene regels vrije doorgang bij uitstallingen 1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt bij een uitstalling op een weg, of op een erf of voetgangersgebied die begaanbaar is voor hulpdiensten, een vrije en onbelemmerende doorgang gewaarborgd van: a. b.
ten minste 3,5 m bij een eenrichtingsweg; en ten minste 4,5 m bij een weg met tweerichtingsverkeer.
2.
De vrije ruimte, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 50% aan de ene zijde en voor 50% aan de andere zijde van de weg gerealiseerd.
3.
Bij een uitstalling op een voetpad of trottoir wordt een vrije doorgang van ten minste 1,5 m gewaarborgd.
4.
Looppaden en de toegang tot de boven of naast het pand gelegen woningen of andere panden wordt gewaarborgd.
5.
De uitstalling bevindt zich niet binnen 1,0 m van objecten in de openbare ruimte die door de gemeente of met toestemming van de gemeente zijn geplaatst, en die bereikbaar moeten zijn voor derden.
Artikel 5.148 Algemene regels uitstallingen Winkelcentrum In de Bogaard In het Winkelcentrum In de Bogaard worden alleen de volgende uitstallingen geplaatst: a. b. c. d. e. f. g.
Prins Johan Friso Promenade: geveluitstallingen; Prins Willem Alexander Promenade (inclusief Bomenplein): geveluitstallingen; Prins Constantijn Promenade: geveluitstallingen; Prinses Beatrixlaan: geveluitstallingen en solitaire uitstallingen; Steenvoordelaan: geveluitstallingen en solitaire uitstallingen; Bogaardplein: geveluitstallingen en gedeeltelijk solitaire uitstallingen; en Wethouder Hillenaarplantsoen en hoek Steenvoordelaan: geveluitstallingen.
Paragraaf 5.2.21 Terras aanbrengen Artikel 5.149 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het aanbrengen en instandhouden van terrassen op de openbare weg in beheer bij de gemeente.
Artikel 5.150 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d.
het bevorderen van de verkeersveiligheid; het beschermen van het uiterlijk aanzien van het openbaar toegankelijk gebied; het bevorderen van de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied; en het beperken van hinder.
Artikel 5.151 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het aanbrengen van terrassen in ieder geval in dat:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 45 van 380
a. b.
toegang tot woningen of panden wordt gewaarborgd; en de verkeersveiligheid wordt gewaarborgd.
Artikel 5.152 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen terrassen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een eilandterras of bootterras te exploiteren.
Artikel 5.153 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning terrassen Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d.
het adres en het kvk-nummer van de openbare inrichting waartoe het eilandterras of bootterras behoort; een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van het eilandterras of bootterras; een beschrijving van de inrichting van het terras; en de voorgenomen dagen en tijdstippen van het exploiteren van het terras.
Artikel 5.154 Beoordelingsregel omgevingsvergunning terrassen De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen, bedoeld in Artikel 5.150, niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 5.155 Informatieplicht terras aanbrengen 1.
Ten minste vier weken voor het aanbrengen van een gevelterras worden aan het bevoegd gezag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c.
2.
een terraskaart met daarop aangeduid de begrenzing en indeling van het terras; een beschrijving van het type terrasmeubilair; en foto's van het toe te passen terrasmeubilair.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing of indeling van het terras of het type terrasmeubilair wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 5.156 Algemene regels exploitatie terras 1.
Glaswerk bevindt zich niet buiten het gebied van het terras.
Artikel 5.157 Algemene regels vrije doorgang 1.
De vrije en onbelemmerende doorgang bij een eenrichtingsweg bedraagt minimaal 3,50 meter.
2.
De vrije en onbelemmerende doorgang bij een weg met tweerichtingsverkeer bedraagt minimaal 4,50 meter.
3.
Als er aan weerszijden van de weg een terras is geplaatst is, is de voor hulpdiensten vrij te houden ruimte in het midden van de weg gelegen.
4.
De vrije doorgang op het trottoir bedraagt minimaal 1,50 meter.
5.
Brandkranen hebben een vrije werkruimte van minimaal 1 meter aan alle zijden.
6.
Ingangen en uitgangen zijn vrij van obstakels en vluchtwegen hebben een vrije ruimte van ten minste 1,50 m.
7.
Looppaden en blindengeleidestroken worden vrijgelaten.
Artikel 5.158 Algemene regels omvang terras 1.
Het terras wordt in de onmiddellijke nabijheid van een openbare inrichting geplaatst en staat ten dienste van die openbare inrichting.
2.
Vanuit de openbare inrichting is er zicht op het terras.
3.
De breedte van een gevelterras is ten hoogste gelijk aan de breedte van de gevel van de openbare inrichting, waartoe het gevelterras behoort. Bij een hoekpand kan een gevelterras aan de voor- en zijkant zijn gesitueerd.
Artikel 5.159 Algemene regels inrichting terras 1.
Terrasmeubilair wordt binnen het terrasvlak geplaatst.
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 46 van 380
2.
Een terras bestaat alleen uit: a. b. c. d. e.
stoelen, krukken en banken; (sta)tafels; zonweringen; terrasschermen en -schotten; en reclameborden, plantenbakken en overige verplaatsbare objecten ten dienste van het terras of het overige deel van de openbare inrichting.
3.
Terrasmeubilair wordt niet verankerd aan de grond of zijn demontabel, zodat deze kunnen worden verwijderd.
4.
Terrasmeubilair kan alleen na sluitingstijd blijven staan, als het niet hinderlijk is voor de omgeving. Terrasmeubilair wordt niet opgestapeld opgeslagen in de openbare ruimte.
5.
Als het terras in een seizoen niet wordt ingenomen, wordt al het terrasmeubilair verwijderd.
6.
Tijdens sluitingstijden van het terras zijn parasols en andere zonwering ingeklapt.
7.
De afstand tussen terrasmeubilair en objecten in de openbare ruimte die door de gemeente of met toestemming van de gemeente zijn geplaatst, en bereikbaar moeten zijn voor derden, is tenminste 1,00 m.
Artikel 5.160 Algemene regels terrasschotten- en overkappingen 1.
Een terras wordt alleen afgebakend met terrasschotten. Terrasschotten bestaan niet uit dranghekken, soortgelijke hekken of afscheidings(bouw)materialen.
2.
Terrasschotten zijn demontabel en kunnen binnen vier uur opgeruimd worden.
3.
De hoogte van een terrasschot is maximaal 1,80 meter, waarvan de bovenste 0,90 m transparant is.
4.
De terrasoverkapping sluit aan op het gebouw waarin de openbare inrichting is gevestigd.
5.
De terrasoverkapping is niet breder dan de oorspronkelijke gevel van het aansluitende gebouw.
6.
De bouwhoogte van een terrasoverkapping bedraagt minimaal 2,20 m en is niet hoger dan de eerste bouwlaag vermeerderd met 0,25 m.
7.
Als er al een permanente overkapping of afdak aanwezig is, wordt daar geen aanvullende overkapping onder of boven geplaatst.
Artikel 5.161 Algemene regels parasols 1.
Parasols op het terras zijn ingeklapt of worden verwijderd als er geen terras staat.
2.
Parasols worden niet aan een luifel bevestigd.
3.
Parasols steken niet uit buiten het terrasvlak.
4.
De doorloophoogte bedraagt minimaal 2,20 meter.
Artikel 5.162 Algemene regels aanleg en werkzaamheden kabels, leidingen en rioleringen Bij de aanleg van of noodzakelijke werkzaamheden aan of de aanleg van kabels, leidingen of rioleringen wordt het terras ontruimd of de vlonders, terrasschotten, parasols, bevestigingsmateriaal en dergelijke verwijderd, als dat nodig is voor de uitvoering van de werkzaamheden.
Artikel 5.163 Algemene regels terrassen Oud Rijswijk 1.
In afwijking van Artikel 5.157 en Artikel 5.158 zijn op het smalle deel van de Herenstraat, vanaf Ruysdaelplein tot Herenstraat nr. 39 en 46, en de uitlopers in de Kerkstraat, een stuk van de Kerklaan en de Tollensstraat gevelterrassen alleen toegestaan op de locatie Gevelterrassen toegestaan.
2.
Op de locatie Gevelterrassen toegestaan worden, in afwijking van Artikel 5.160, geen voorschotten geplaatst en zijn zijschotten niet hoger dan 1,20 m, waarvan de bovenste helft transparant is. De ruimte tussen eventuele overkappingen en de bovenkant van de zijschotten blijft open.
3.
De terrassen op de locatie Markt Oud Rijswijk zijn opgeruimd als er markt is.
Artikel 5.164 Algemene regels terrassen Bogaard Stadscentrum
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 47 van 380
1.
In Bogaard Stadscentrum worden, in afwijking van Artikel 5.157 en Artikel 5.158, alleen gevelterrassen geplaatst op de locatie Gevelterrassen toegestaan.
2.
In de winkelstraten en aan het Bomenplein worden gevelterrassen ten hoogste 1,00 m uit de gevel geplaatst.
3.
Ter plaatse van de toegangen tot het winkelcentrum wordt, in afwijking van Artikel 5.157, tenminste 5 m breedte vrijgehouden.
4.
De gevelterrassen in de winkelstraten en op het Bomenplein bestaan, in afwijking van Artikel 5.159, tweede lid, alleen uit tafels, stoelen en een luifel aan de gevel.
5.
Op het Bogaardplein zijn: a. b. c.
6.
Op het Steenvoordeplein: a. b.
7.
alle gevelterrassen in één rechte lijn gepositioneerd; de terrasschotten allemaal van dezelfde hoogte; en alle serres van dezelfde beeldkwaliteit, diepte en hoogte.
overdekken parasols en luifels het terras niet volledig; en worden, in afwijking van Artikel 5.159, tweede lid, geen terrasschotten geplaatst.
Op de pleinen is de kleurstelling, materialisering en de manier van reclame-uitingen van alle horecaondernemers op hetzelfde plein op elkaar afgestemd.
Paragraaf 5.2.22 Parkeerbehoefte veranderen Artikel 5.165 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toevoegen of veranderen van een gebouw of terrein met parkeerbehoefte of het veranderen van het gebruik van dat gebouw of terrein.
Artikel 5.166 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d. e. f.
het realiseren en instandhouden van voldoende parkeergelegenheid; het bevorderen van de verkeersveiligheid; het beperken van hinder; het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; het beschermen van stedenbouwkundige waarden; en het beschermen van het openbaar groen.
Artikel 5.167 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte Een gebouw of terrein met parkeerbehoefte is in ieder geval een gebouw of terrein waar een of meer van de volgende activiteiten met gebruiksruimte worden verricht: a. b. c. d. e. f. g. h.
bedrijfsactiviteiten; detailhandelsactiviteiten; dienstverleningsactiviteiten; horeca-activiteiten; maatschappelijke activiteiten; recreatie-activiteiten; sportactiviteiten; en woonactiviteiten.
Artikel 5.168 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw of terrein met parkeerbehoefte toe te voegen of te veranderen, of het gebruik van dat gebouw of terrein te veranderen.
Artikel 5.169 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 48 van 380
a. b.
tekeningen met daarop bestaande en nieuw aan te leggen parkeerplaatsen en de daarbij horende afmetingen; en een parkeerbalans en toelichting hierop.
Artikel 5.170 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a.
b. c.
d.
er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de Nota Parkeernormen 2011, de rechtsopvolger daarvan, of een vastgesteld ruimtelijk kader waar een afwijkende parkeernorm is vastgelegd; op basis van het advies van een gemeentelijke verkeerskundige blijkt dat er op andere wijze wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; het voldoen aan de Nota Parkeernormen 2011, de rechtsopvolger daarvan of een vastgesteld ruimtelijk kader waar een afwijkende parkeernorm is vastgelegd, naar het oordeel van het bevoegd gezag door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of de aard en omvang van de activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag niet leidt tot significante parkeerbehoefte.
Artikel 5.171 Algemene regel instandhouden parkeervoorzieningen Een parkeergelegenheid die is aangebracht om aan deze paragraaf te voldoen, wordt in stand gehouden.
Paragraaf 5.2.23 Parkeerexcessen [Gereserveerd]
Paragraaf 5.2.24 Standplaats innemen Artikel 5.172 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf gaat over het innemen of het hebben van een standplaats in het openbaar toegankelijk gebied.
2.
Deze paragraaf gaat niet over: a. b.
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h van de Gemeentewet; en een vaste plaats op een evenement als bedoeld in Paragraaf 5.2.30.
Artikel 5.173 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d. e. f.
g.
het behoeden van de staat en werking van de openbare weg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg; het bevorderen van de verkeersveiligheid; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; het beperken van hinder; het beschermen van het aanzien van het openbaar toegankelijk gebied; en het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om: 1. het beschermen tegen milieuverontreiniging; 2. het beschermen van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. een doelmatig beheer van afvalwater en afvalstoffen; 4. het voorkomen of beperken van geluidhinder en geurhinder; en het behoud van een goed woon- en leefklimaat.
Artikel 5.174 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een standplaats in te nemen of te hebben.
Artikel 5.175 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 49 van 380
a. b. c. d. e.
de locatie van de standplaats; een foto of tekening van het uiterlijk van de fysieke middelen die worden gebruikt op de standplaats; de afmetingen van die fysieke middelen; het soort goederen of diensten dat wordt aangeboden of verhandeld; en de dagen en tijdstippen waarop de standplaats wordt ingenomen.
Artikel 5.176 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1.
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend voor een standplaats op een van de volgende locaties: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o. p. q. r.
2.
Kerklaan nabij (Albert Heijn); Vrijenbanselaan Patrijsweg/Reigerweg; Lindelaan; Bazuinlaan; Dr. H. Colijnlaan / Huis te Landelaan; Briandstraat; Piramideplein; Admiraal Helfrichsingel; Lindelaan; In de Bogaard, Prinses Beatrixlaan nabij voetgangersoversteekplaats; Wilhelminapark, tussen carpoolplaats en Pieter Postmapad; Vrijenbanselaan; Hendrik Ravesteijnplein; Burg. Elsenlaan / Julialaantje; Dr. H.J. van Mooklaan / Sir Winston Churchilllaan; Generaal Spoorlaan / Steenvoordelaan; In de Bogaard, Prinses Beatrixlaan nabij ingang winkelpassage De Terp; en Herenstraat (nr. 64)
De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. b. c. d. e.
de belangen, bedoeld in Artikel 5.173, naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden geschaad; het uiterlijk van de standplaats, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met de goede omgevingskwaliteit; het maximum van drie standplaatsen per locatie in eenzelfde week is bereikt; het verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse niet is gewaarborgd; of door bijzondere omstandigheden redelijkerwijs de verkeersveiligheid in het geding komt.
Artikel 5.177 Algemene regels standplaatsen 1.
Een standplaats heeft geen terras.
2.
Kabels, leidingen en rioolputten blijven bereikbaar voor onderhoud en reparatie.
3.
Als er een luifel wordt geplaatst, heeft deze een hoogte van ten minste 2,20 m.
Paragraaf 5.2.25 Reclame plaatsen Artikel 5.178 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over: a. b.
het plaatsen en maken van reclame in openbaar toegankelijk gebied; en het plaatsen en maken van reclame die zichtbaar is vanuit openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 5.179 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 50 van 380
a. b. c. d. e.
het behoeden van de staat en werking van de openbare weg en het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg of dat water; het bevorderen van de verkeersveiligheid; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; het beperken van hinder; en het beschermen van het aanzien van het openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 5.180 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning reclame te plaatsen op of aan bedrijfsgebouwen.
2.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning reclame te plaatsen op andere onroerende zaken en op of aan roerende zaken.
3.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning reclame te plaatsen op, aan of boven de weg.
Artikel 5.181 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van reclame worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d. e.
2.
een tekening of ingetekende luchtfoto verstrekt met daarop de locatie van de reclame; een foto, tekening of duidelijke omschrijving van de reclame; als een object wordt gebruikt: de lengte, breedte en hoogte van dat object; als een reclamezuil wordt gebruikt: een afbeelding of tekening van de reclamezuil; en de voorgenomen tijdsduur van het maken van reclame.
Als een andere dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming handelsreclame maakt of voert, wordt in de aanvraag de naam, het adres en de woonplaats van die ander vermeld.
Artikel 5.182 Beoordelingsregels omgevingsvergunning reclame op of aan bedrijfsgebouwen 1.
De omgevingsvergunning voor het plaatsen van reclame op of aan bedrijfsgebouwen wordt alleen verleend als: a. b. c. d. e. f. g. h.
2.
er per bedrijfsgebouw één vorm van reclame aanwezig is; de grootte van de reclame past bij de grootte van de onroerende zaak; de breedte van de reclame niet meer dan 1/3 van de breedte van het pand bedraagt; de architectonische kwaliteit en stedenbouwkundige situatie van het pand wordt behouden; de reclame de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied niet belemmert; de reclame bij voorkeur op de gevel van het bedrijfsgebouw is aangebracht; de reclame zorgvuldig is ontworpen; en de reclame bestaat uit duurzaam materiaal.
In aanvulling op het eerste lid geldt dat de omgevingsvergunning in Woongebieden alleen wordt verleend: a. b. c.
ten behoeve van de uitoefening van vrije beroepen, medische voorzieningen of aankondigingen voor verhuur en verkoop; als de reclame op de gevel is aangebracht; en als de reclame plat op de gevel naast de entree is geplaatst, in het geval van reclame bij vrije beroepen
3.
In afwijking van het eerste lid, onder e, kan op Kantoor- en bedrijventerreinen reclame worden geplaatst op het dak van het bedrijfsgebouw.
4.
In afwijking van het eerste lid wordt geen omgevingsvergunning verleend voor reclame op of aan bedrijfsgebouwen in Parken en Sportterreinen.
Artikel 5.183 Beoordelingsregels omgevingsvergunning reclame op of aan andere onroerende zaken en roerende zaken 1.
De omgevingsvergunning voor het plaatsen van reclame op of aan andere onroerende zaken en op of aan roerende zaken wordt alleen verleend als:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 51 van 380
a. b. c. d. e. f. 2.
de grootte van de reclame past bij de grootte van de andere onroerende zaak; de breedte van de reclame niet meer dan 1/3 van de breedte van het pand bedraagt; de reclame de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied niet belemmert; de architectonische kwaliteit en de stedenbouwkundige situatie van het pand in stand wordt gehouden; de reclame bestaat uit een zorgvuldig ontwerp; en de reclame bestaat uit duurzaam materiaal.
In aanvulling op het eerste lid geldt dat de omgevingsvergunning in Woongebieden alleen wordt verleend: a. b. c.
ten behoeve van de uitoefening van vrije beroepen, medische voorzieningen of aankondigingen voor verhuur en verkoop; als de reclame op de gevel is aangebracht; en als de reclame plat op de gevel naast de entree is geplaatst, in het geval van reclame bij vrije beroepen.
3.
In aanvulling op het eerste lid worden in Winkelgebieden per pand maximaal twee gevelreclames geplaatst.
4.
In aanvulling op het eerste lid wordt reclame op Sportterreinen op de gevel van het clubhuis geplaatst en is gericht op het sportterrein en de sportvelden.
Artikel 5.184 Beoordelingsregels omgevingsvergunning vlaggen en banieren 1.
De omgevingsvergunning voor het plaatsen van vlaggen en banieren met een reclame-uiting wordt alleen verleend als: a. b. c. d.
de reclame wordt geplaatst in Parken en op Kantoor- en bedrijventerreinen en Sportterreinen; er geen gebruik is gemaakt van een veelheid aan kleur; bij elkaar geplaatste vlaggen en banieren een gelijke maatvoering hebben; en de verschijningsvorm van de reclame eenduidig is, waarbij het bedrijfslogo van het bedrijf zichtbaar is.
2.
In afwijking op het eerste lid wordt geen omgevingsvergunning verleend voor reclame op of aan gebouwen in Winkelgebieden en Woongebieden.
3.
In aanvulling op het eerste lid zijn de bestaande specifieke voorzieningen alleen bedoeld voor kortdurende ideeën of culturele reclame voor bijzondere gelegenheden.
Artikel 5.185 Beoordelingsregels omgevingsvergunning reclamezuilen 1.
De omgevingsvergunning voor het plaatsen van reclamezuilen wordt alleen verleend als: a. b. c. d.
2.
de reclame is geplaatst langs Gebiedsontsluitingswegen en de invalswegen; de reclame de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied niet belemmert; de reclame zorgvuldig is ontworpen; en de reclame bestaat uit duurzaam materiaal.
In afwijking van het eerste lid kan op Kantoor- en bedrijventerreinen, Sportterreinen en in Woongebieden en Parken ook een omgevingsvergunning worden verleend als de reclamezuil niet langs gebiedsontsluitingen en invalswegen wordt geplaatst.
Artikel 5.186 Beoordelingsregels omgevingsvergunning verkoopborden De omgevingsvergunning voor het plaatsen van verkoopborden wordt alleen verleend als: a. b. c. d. e.
de reclame de vormgeving en uitstraling van de architectuur belemmert; de reclame de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied niet belemmert; de reclame zorgvuldig is ontworpen; de reclame bestaat uit duurzaam materiaal; en de reclame niet wordt geplaatst in of bij een park of sportterrein.
Artikel 5.187 Beoordelingsregels omgevingsvergunning tijdelijke reclame 1.
De omgevingsvergunning voor het plaatsen van tijdelijke reclame voor feestdagen of evenementen wordt alleen verleend als:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 52 van 380
a. b. c. d. e. f. g. h. i. 2.
reclame voor een bepaalde periode van feestdagen of evenementen wordt geplaatst in Winkelgebieden; de grootte van de reclame past bij de grootte van de onroerende zaak; de breedte van de reclame niet meer dan 1/3 van de breedte van het pand bedraagt; de reclame de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied niet belemmert; er geen gebruik is gemaakt van verschillende kleuren en maatvoering; en gebruik is gemaakt van dezelfde vorm van reclame; de architectonische kwaliteit en de stedenbouwkundige situatie van het pand in stand wordt gehouden; de reclame bestaat uit een zorgvuldig ontwerp; en de reclame bestaat uit duurzaam materiaal.
De omgevingsvergunning voor het plaatsen van te koop en te huuraankondigingen wordt alleen verleend als: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
de grootte van de reclame past bij de grootte van de onroerende zaak; de breedte van de reclame niet meer dan 1/3 van de breedte van het pand bedraagt; de reclame de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied niet belemmert; de architectonische kwaliteit en de stedenbouwkundige situatie van het pand in stand wordt gehouden; de reclame bestaat uit een zorgvuldig ontwerp; de reclame bestaat uit duurzaam materiaal; er maximaal één aankondiging per pand of woning is geplaatst; de reclame bij een woning een oppervlakte heeft van maximaal 0,5 m2; de reclame bij een kantoor- of bedrijfsgebouw zich plat op de gevel bevindt; de reclame bij een kantoor- of bedrijfsgebouw een oppervlakte heeft die maximaal 5% van de oppervlakte van de gevel bedraagt en maximaal 20 m2 in totaal bedraagt; en de reclame wordt verwijderd als het pand is verkocht of is verhuurd.
Paragraaf 5.2.26 Activiteiten in het openbaar gebied Artikel 5.188 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf gaat over: a. b. c. d. e.
2.
het graven in openbaar gebied in beheer bij de gemeente; het opbreken van de verharding in openbaar gebied in beheer bij de gemeente; het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied in beheer bij de gemeente; het aanleggen van een weg of het veranderen van een weg in beheer bij de gemeente; en het aanleggen van een uitrit naar een openbare weg in beheer bij de gemeente en het veranderen van een bestaande uitrit.
Deze paragraaf gaat niet over het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet.
Artikel 5.189 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d. e. f.
het waarborgen van het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar gebied; het beperken van hinder; de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte; het bevorderen van de verkeersveiligheid; het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; en het beschermen van het openbaar groen.
Artikel 5.190 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het opbreken van de verharding in openbaar gebied en het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied in ieder geval in dat:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 53 van 380
a. b. c. d. e.
beschadiging van in de grond aanwezige werken zo veel mogelijk wordt voorkomen; verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij kabels of leidingen zoveel mogelijk wordt voorkomen; de oorspronkelijke opbouw van het bodemprofiel en van funderingslagen zo veel mogelijk wordt hersteld; de grond zodanig wordt afgewerkt dat na inklinking een vlakke aansluiting op de aangrenzende ongeroerde grond wordt gerealiseerd; en de verharding zoveel mogelijk wordt hersteld naar de oorspronkelijke staat en, voor zover dat niet mogelijk is, een vlakke aansluiting op de aangrenzende verharding wordt gerealiseerd.
Artikel 5.191 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding: a. b.
2.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding: a. b.
3.
de verharding in openbaar gebied op te breken; of te graven in openbaar gebied.
de verharding in openbaar gebied op te breken; of te graven in openbaar gebied.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. b.
een weg aan te leggen of te veranderen; of de aard of breedte van de wegverharding te veranderen.
4.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitrit naar de openbare weg aan te leggen of een bestaande uitrit te veranderen.
5.
De verboden, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, gelden niet voor activiteiten van een overheidsorgaan voor de uitoefening van een publiekrechtelijke taak.
6.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor activiteiten vanwege een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk of niet gewenst is.
7.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt ook niet voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding: a. b. c.
8.
in een reeds aanwezige voorziening, zonder dat er een sleuf wordt gegraven; over een lengte van minder dan 25 m en met een sleufbreedte van minder dan 0,60 m; of voor een of meer huisaansluitingen, met een gezamenlijke lengte van minder dan 25 m.
Het zevende lid geldt niet als: a. b. c. d. e.
de activiteit langer duurt dan een dag; de openbare weg wordt gekruist; een boring of persing wordt toegepast; bovengrondse voorzieningen worden aangebracht of vervangen; of handholes worden aangebracht.
Artikel 5.192 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opbreken van of graven in openbaar gebied en het aanleggen of veranderen van een weg worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c.
2.
een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; de reden voor de activiteit; en het tijdstip en de duur van de activiteit.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 54 van 380
a. b. c. d. e. f. 3.
Bij het toepassen van een boring of een persing wordt ook een werkplan verstrekt dat bestaat uit: a. b. c. d. e. f. g. h.
4.
naam, adres, contactgegevens en factuuradres van de aanvrager; het Autoriteit Consument & Markt-registratienummer; het adres, de ligging en de kadastrale aanduiding; een omschrijving van de aard en omvang van het project; naam, adres en contactgegevens van een derde als het project wordt uitgevoerd door die derde; en een verslag dat er overeenstemming is tussen de aanvrager en de netbeheerder als de activiteit plaatsvindt op een locatie waar al kabels en leidingen van andere netbeheerders zijn aangelegd.
een tekening van de indeling van het werkterrein; een tekening van de plaats van de op te stellen apparatuur en voertuigen; een tekening van de plaats waar de leiding(en) wordt uitgelegd; een beschrijving van de wijze van de aan- en afvoer van materiaal; een verkeersplan; een boorplan; een communicatieplan; en een bereikbaarheidsplan.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken, hebben of veranderen van een uitweg of het gebruik daarvan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d.
de locatie van de uitweg aan het voor-, zij- of achtererf; de afmeting van de nieuwe uitweg of de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan; de te gebruiken materialen; en de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of het gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen.
Artikel 5.193 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1.
De omgevingsvergunning voor het opbreken van of graven in openbaar gebied wordt alleen geweigerd als: a. b. c.
2.
De omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in het openbaar gebied wordt alleen geweigerd als: a. b. c. d.
3.
het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar gebied onevenredig wordt gehinderd; de bereikbaarheid van de gronden of gebouwen onevenredig wordt belemmerd; het doelmatig beheer van het openbaar gebied onevenredig wordt gehinderd; of de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte wordt belemmerd.
De omgevingsvergunning voor het veranderen van een weg in het openbaar gebied wordt alleen geweigerd als: a. b. c.
4.
het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar gebied onevenredig wordt gehinderd; de bereikbaarheid van de gronden of gebouwen onevenredig wordt belemmerd; of het doelmatig beheer van het openbaar gebied onevenredig wordt gehinderd.
de verkeersveiligheid van de weg wordt aangetast; de toegankelijkheid van de openbare ruimte wordt gehinderd, beoordeeld volgens het Handboek beheer openbare ruimte; of het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast.
De omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitrit naar de openbare weg of het veranderen van een bestaande uitrit wordt alleen geweigerd als: a. b. c. d. e.
door de uitrit een verkeersonveilige situatie kan ontstaan; de aanleg van de uitrit zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; het openbaar groen door de uitrit op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; het perceel al door een andere uitrit wordt ontsloten, en de aanleg van de tweede uitrit ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen; of op het perceel ten dienste waarvan de vergunning wordt aangevraagd, parkeren op grond van dit omgevingsplan niet is toegestaan.
Artikel 5.194 Wijziging en intrekking omgevingsvergunning
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 55 van 380
Een omgevingsvergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken als: a. b. c. d.
er niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning is begonnen met de werkzaamheden; de werkzaamheden langer dan zes maanden stilliggen; de werkzaamheden onaanvaardbare gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving; of de leiding buiten gebruik is gesteld.
Artikel 5.195 Meldingsplicht kabels en leidingen 1.
Het is verboden een kabel of leiding te verwijderen, in stand te houden of aan te leggen zonder dit ten minste 5 werkdagen voor het begin ervan te melden.
2.
De melding bevat: a. b. c. d. e. f. g.
de naam, adres, contactgegevens en factuuradres van de aanvrager; het Autoriteit Consument & Markt-registratienummer; het adres, de ligging en kadestrale aanduiding; een omschrijving van de aard en omvang van het project; naam, adres en contactgegevens van een derde als het project wordt uitgevoerd door die derde; een verslag dat er overeenstemming is tussen de aanvrager en de netbeheerder als de activiteit plaatsvindt op een locatie waar al kabels en leidingen van andere netbeheerders zijn aangelegd; en een motivering, mede aan de hand van een tekening, onder welke categorie als bedoeld in Artikel 5.191, zevende lid , de activiteit valt.
3.
In spoedeisende gevallen waarbij de gezondheid of veiligheid gevaar loopt, is het verboden een kabel of leiding aan te leggen, in stand te houden en te verwijderen zonder dit onverwijld te melden aan de meldkamer van de hulpdiensten.
4.
Bij spoedeisende gevallen waarbij de gezondheid of veiligheid geen gevaar loopt, is het verboden om een kabel of leiding aan te leggen, in stand te houden en te verwijderen zonder dit voorafgaand aan de meldkamer van de hulpdiensten te melden.
5.
Dit artikel geldt niet als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in Artikel 5.191.
Artikel 5.196 Informatieplicht spoedeisende gevallen 1.
Het college van burgemeesters en wethouders wordt bij spoedeisende gevallen uiterlijk vijf dagen na afloop door de netbeheerder geïnformeerd over de aanleg of wijziging van een kabel of leiding.
2.
In spoedeisende gevallen, waarbij de gezondheid of veiligheid gevaar loopt, wordt de meldkamer van de hulpdiensten onverwijld geïnformeerd.
3.
In spoedeisende gevallen, waarbij de gezondheid of veiligheid geen gevaar loopt, wordt de meldkamer van de hulpdiensten voorafgaand aan de werkzaamheden geïnformeerd.
Artikel 5.197 Informatieplicht start werkzaamheden kabels en leidingen 1.
Ten minste 5 werkdagen voor de start wordt het college van burgemeesters en wethouders geïnformeerd over: a. b. c. d.
2.
de contactgegevens van de netbeheerder; de contactgegevens van de uitvoerende partij; de start- en einddatum van de werkzaamheden; en een omschrijving van de werkzaamheden.
Het eerste lid is ook van toepassing bij werkzaamheden van niet ingrijpende aard als bedoeld in Artikel 5.191, zevende lid.
Artikel 5.198 Informatieplicht wijzigen beheer, eigendom, gebruik of exploitatie Binnen vijf dagen na een wijziging van het beheer, het eigendom, het gebruik of de exploitatie van de kabel of leiding wordt het college van burgemeester en wethouders hierover geïnformeerd.
Artikel 5.199 Informatieplicht gereedmelding Het college van burgemeesters en wethouders wordt binnen vijf dagen na afloop van het werk geïnformeerd over het beëindigen van de werkzaamheden.
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 56 van 380
Artikel 5.200 Voorschriften en algemene regels voorschouw 1.
Het college van burgemeesters en wethouders kan de netbeheerder bij vergunningvoorschrift of maatwerkvoorschrift verplichten een rapport op te maken van de bestaande toestand van het openbaar gebied.
2.
Als geen toepassing is gegeven aan het eerste lid, kan de netbeheerder het college van burgemeesters en wethouders vragen om een voorschouw op te stellen, waarbij de bestaande toestand wordt vastgelegd.
3.
Bij het uitblijven van een voorschouw wordt schade aan het openbaar gebied geacht te zijn veroorzaakt door de netbeheerder, tenzij de netbeheerder aantoont dat dit niet het geval is.
Artikel 5.201 Algemene regels afstemming en verzoek tot aanpassing 1.
De netbeheerder voert vooroverleg met het college van burgemeesters en wethouders om een aanvraag om een omgevingsvergunning voor te bereiden.
2.
Het vooroverleg wordt door of vanwege het college van burgemeesters en wethouders geïnitieerd.
3.
In het vooroverleg inventariseert het college van burgemeesters en wethouders de bestaande situatie en oplossingen voor eventuele maatregelen in samenspraak met de netbeheerder.
4.
Na het horen van de netbeheerder zendt het college van burgemeesters en wethouders een verzoek tot aanpassing aan de netbeheerder in het geval van noodzakelijke maatregelen aan kabels en leidingen.
Artikel 5.202 Algemene regels uitvoering 1.
Tijdens de uitvoering is de omgevingsvergunning met alle gegevens en bescheiden aanwezig.
2.
De netbeheerder voert het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel uit volgens de omgevingsvergunning en het werkplan.
3.
De netbeheerder waarborgt de veiligheid op de werklocatie.
4.
Het werk wordt uitgevoerd op werkdagen tussen 07:00 en 17:00 uur.
5.
Het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding wordt verricht volgens de meest recente versie van de volgende CROW-publicaties: a. b. c. d. e. f.
richtlijn zorgvuldig graafproces; kabels en leidingen in verontreinidgde bodem; kabels en leidingen rond wateren en waterkering; combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen; maatregelen op niet-autosnelwegen; en standaard RAW bepalingen.
Artikel 5.203 Herstraat- en degeneratiekosten 1.
Als werkzaamheden aan kabels of leidingen in het openbaar gebied worden uitgevoerd, brengt het college de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van het openbaar gebied die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden in rekening.
2.
Het uitgangspunt bij het herstel van gronden is dat de grond wordt teruggebracht in de oude staat.
Artikel 5.204 Bijzondere omstandigheden 1.
Extreme weersomstandigheden en onvoorziene omstandigheden die leiden tot gevaar voor de openbare orde of de veiligheid zijn een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 19.0 van de Omgevingswet.
2.
Het college van burgemeesters en wethouders kan bij besluit als bedoeld in artikel 19.0 van de wet bepalen dat zich een bijzondere omstandigheid voordoet en dat een graaf- en breekverbod geldt.
3.
Als ten tijde van het opbreken van de verharding of het graven in openbaar toegankelijk gebied of het aanleggen of verwijderen van kabels of leidingen in openbaar toegankelijk gebied een graaf- en breekverbod geldt:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 57 van 380
a. b.
wordt op plaatsen waar de wegverharding is opgebroken tijdelijke bestrating aangebracht en wordt losliggend puin en overtollig zand afgevoerd; en worden materialen achter deugdelijk afgesloten bouwhekken geplaatst.
Paragraaf 5.2.27 Activiteiten in beperkingengebied leidingen Artikel 5.205 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten in het Beperkingengebied leidingen.
Artikel 5.206 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van de in de grond aanwezige kabels, leidingen en ondersteunende werken.
Artikel 5.207 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het beperkingengebied leidingen: a. b. c. d. e.
2.
te graven; diepwortelende beplanting aan te brengen of te verwijderen; voorwerpen in te drijven; de grond op te hogen; of verharding aan te brengen.
Het verbod geldt niet voor graafwerkzaamheden bij normaal onderhoud aan bouwwerken of andere werken.
Artikel 5.208 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d.
een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; een beschrijving van de aard en de omvang van de activiteit; de reden voor de activiteit; en een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan de kabels of leidingen, waarvoor het beperkingengebied is aangewezen, te beperken.
Artikel 5.209 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1.
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. b.
2.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de leiding; en maatregelen worden getroffen om eventuele schade aan de leidingen te beperken.
Als de aanvraag betrekking heeft op het beperkingengebied voor een transportleiding voor stedelijk afvalwater, is het dagelijks bestuur van Hoogheemraadschap van Delfland adviseur voor de omgevingsvergunning.
Paragraaf 5.2.28 Opslag van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen, kampeermiddelen etc. Artikel 5.210 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het in de openlucht en buiten een weg opslaan van de volgende goederen bij het uitvoeren van activiteiten die geen milieubelastende activiteit zijn als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 58 van 380
a. b. c. d. e. f. g.
een onbruikbaar of aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuig of onderdelen daarvan; een bromfiets of motorvoertuig of onderdelen daarvan; kampeermiddelen, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; mest en gier; vuil; ingekuild gras, loof of pulp ingekuilde afbraakmaterialen; of oude materialen.
Artikel 5.211 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c.
het voorkomen of beëindigen van overlast; het voorkomen van schade aan de volksgezondheid; en het voorkomen van schade aan het uiterlijk aanzien van de omgeving.
Artikel 5.212 Verbod opslaan van voorwerpen en stoffen Het is verboden om de volgende voorwerpen en stoffen op te slaan: a. b. c. d. e. f. g.
een onbruikbaar of aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuig of onderdelen daarvan; een bromfiets of motorvoertuig of onderdelen daarvan; kampeermiddelen, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; mest en gier; vuil; ingekuild gras, loof of pulp ingekuilde afbraakmaterialen; of oude materialen.
Paragraaf 5.2.29 Ligplaats innemen [Gereserveerd]
Paragraaf 5.2.30 Evenement organiseren [Gereserveerd]
Paragraaf 5.2.31 Activiteit in, bij of aan een gemeentelijk monument Artikel 5.213 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten in, bij of aan een Gemeentelijk monument.
Artikel 5.214 Oogmerken Deze regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b.
het behoud van gemeentelijke monumenten; en het bevorderen van de gebruiksmogelijkheden van gemeentelijke monumenten.
Artikel 5.215 Verbod Het is verboden een beschermd Gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding noodzakelijk is.
Artikel 5.216 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een Gemeentelijk monument te slopen, te verstoren, te wijzigen of te herstellen.
2.
Het verbod geldt niet voor het verrichten van activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten voor zover het gaat om:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 59 van 380
a. b. c.
de uitvoering van normaal onderhoud dat is gericht op het behoud van de monumentale waarden, als detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet worden gewijzigd; inpandige wijzigingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft; of een monument dat als begraafplaats in gebruik is, met inachtneming van de monumentale waarden, voor zover het gaat om: 1. het plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2. het doen van begravingen of asbijzettingen; of 3. het ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument.
Artikel 5.217 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: algemeen 1.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d.
2.
een bouw- of cultuurhistorisch onderzoeksrapport; het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument; de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument.
In aanvulling op het eerste lid, onder a, vindt overleg plaats als de kosten van het bouw- of cultuurhistorisch onderzoekrapport niet evenredig zijn met de bouwkosten.
Artikel 5.218 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: slopen monument 1.
Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
b.
c. 2.
de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. foto’s van de bestaande toestand; de volgende tekeningen: 1. als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: I. plattegronden; II. doorsneden; III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht; 3. slooptekeningen; en een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
b. c.
een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; en een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten.
Artikel 5.219 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: verplaatsen monument 1.
Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 60 van 380
a. b.
c.
d. e. 2.
een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 2. foto’s van de bestaande toestand; en 3. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; de volgende tekeningen: 1. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: I. plattegronden; II. doorsneden; III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht; en 3. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: I. plattegronden; II. doorsneden; III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht; een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.
Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
b.
c. d.
een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving; een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; en een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.
Artikel 5.220 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: wijzigen monument 1.
Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 61 van 380
a.
b.
c.
2.
de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; de volgende tekeningen: 1. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: I. plattegronden; II. doorsneden; III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht; 3. als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: I. plattegronden; II. doorsneden; III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht; en 5. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met: 1. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en 2.
als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
b. c. d.
e. f.
g.
een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; en als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.
Artikel 5.221 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: door gebruik ontsieren of in gevaar brengen
Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 22.287 wordt, voor zover het gaat om het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Artikel 5.222 Eisen aan tekeningen 1.
Tekeningen, bedoeld in Artikel 5.218 tot en met Artikel 5.220, hebben een schaal die niet kleiner is dan:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 62 van 380
a. b. c. d.
1:1000, als het gaat om een situatietekening; 1:100, als het gaat om een algemene geveltekening; 1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en 1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht.
2.
Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing, de maatvoering en het kleurgebruik.
3.
Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen.
4.
Een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens: a.
b. c. d.
balklagen: 1. gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en 2. getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen; geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden; houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden.
Artikel 5.223 Beoordelingsregels omgevingsvergunning gemeentelijke monumentenactiviteit De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen, bedoeld in Artikel 5.214, niet onevenredig worden geschaad.
Paragraaf 5.2.32 Slopen van bouwwerken in stads- en dorpsgezichten Artikel 5.224 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het slopen van bouwwerken in een beschermd stads- of dorpsgezicht.
Artikel 5.225 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b.
het behoud van cultureel erfgoed; en het behoud van het karakter van het beschermde stads- of dorpsgezicht.
Artikel 5.226 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.
Artikel 5.227 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d.
2.
tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, waaruit duidelijk blijkt de te slopen onderdelen van het bouwwerk; principedetails van gezichtsbepalende delen van het te slopen bouwwerk; kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en een situatietekening van de bestaande toestanden een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde.