Bijlage 4 Omgevingsplan gemeente Rijswijk - regels gewijzigd
Tekst van het document
3.
De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.
4.
Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in Artikel 5.33, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.
5.
Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
Artikel 5.35 Eisen aan tekeningen 1.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling hebben tekeningen een schaal die kleiner is dan:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 23 van 380
a. b. c.
1:1000, als het gaat om een situatietekening; 1:100, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een brutovloeroppervlakte van minder dan 10.000 m2; en 1:200, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een brutovloeroppervlakte van 10.000 m2 of groter.
2.
Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.
3.
Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het bouwwerk op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen.
Artikel 5.36 Plattegrond, doorsnede en aanzicht 1.
Bij een aanvraag waarbij plattegronden worden verstrekt, worden deze plattegronden verstrekt met een doorsnede van een bouwlaag op 1.200 mm boven vloerniveau waarop zijn aangegeven: a. b. c. d. e. f.
g.
uitwendige en inwendige scheidingsconstructies, met inbegrip van de materiaalaanduiding; peilmaten van de vloer; trappen en hellingbanen; binnen- en buitenkozijnen; kokers, schachten, kanalen en schoorstenen; alle oppervlakken die een directe relatie hebben met of behoren tot: 1. gebruiksfuncties; 2. gebruiksoppervlakten en vloeroppervlakten; 3. verwarmde en onverwarmde zones; 4. gebruiksgebieden, functiegebieden en verblijfsgebieden; 5. verkeersruimten; en 6. toegankelijkheidssectoren; en overige gegevens die zich hiervoor lenen, waaronder in ieder geval toiletruimten, badruimten, buitenbergingen, buitenruimten, liften, stallingsruimten, technische ruimten, opslagruimten en opstelplaatsen van het aanrecht en kook-, stook- en warmwatertoestellen.
2.
De vloerpeilen ten opzichte van het straatpeil en de hoogte van het maaiveld zijn aangeduid ter plaatse van de entree van het bouwwerk.
3.
Plattegronden en doorsneden zijn voorzien van maatvoering en hoogtelijnen.
4.
Alle aanzichten, met inbegrip van geveltekeningen, worden in loodrechte verticale projectie weergegeven.
Paragraaf 5.2.2 Hoofdgebouw bouwen Artikel 5.37 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van hoofdgebouwen.
Artikel 5.38 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c.
het beschermen van stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.39 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen.
Artikel 5.40 Bijzondere aanvraagvereisten 1.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 24 van 380
a. b. c.
d. e. f. 2.
de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; een landschapsplan en een plan voor ecologische voorzieningen in de omgeving en aan de gebouwen; en een plan met de voorzieningen voor klimaatadaptatie.
Voor de toetsing aan de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d.
tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking.
Artikel 5.41 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. b.
c.
het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit; het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet; en de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden aangetast.
Artikel 5.42 Stedenbouwkundige omgevingskwaliteit Een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in Artikel 5.41 houdt in ieder geval in dat: a. b. c. d.
het aangevraagde bouwwerk aansluit op bestaande stedenbouwkundige structuren en een kwaliteitsimpuls is voor de omgeving; voor zover het bouwwerk wordt aangevraagd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal woningen’: niet meer woningen worden gerealiseerd dan aangegeven bij die aanduiding; voor zover het bouwwerk wordt aangevraagd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum dichtheid’: niet meer woningen per hectare worden gerealiseerd dan aangegeven bij die aanduiding; of voor zover het bouwwerk wordt aangevraagd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte’: de bouwhoogte niet hoger is dan aangegeven bij die aanduiding.
Artikel 5.43 Aanvullende beoordelingsregel vanwege provinciale instructieregels 1.
Onverminderd Artikel 5.41 wordt de omgevingsvergunning voor een hoofdgebouw alleen verleend, als dat verenigbaar is met de instructieregels, bedoeld in de volgende paragrafen van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening: a. b. c. d.
2.
paragraaf 7.3.6a Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen; paragraaf 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit; paragraaf 7.3.8 Stedelijke ontwikkelingen; en paragraaf 7.3.8a Wonen.
Voor de toepassing van het eerste lid zijn de oogmerken, in aanvulling op Artikel 5.38, de oogmerken die blijken uit de instructieregels.
Artikel 5.44 Aanvullende beoordelingsregel vanwege rijksinstructieregels
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 25 van 380
1.
Onverminderd Artikel 5.41 wordt de omgevingsvergunning voor een hoofdgebouw alleen verleend, als dat verenigbaar is met de instructieregels, bedoeld in paragraaf 5.1.5.4 Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid zijn de oogmerken, in aanvulling op Artikel 5.38, de oogmerken die blijken uit de instructieregels.
Paragraaf 5.2.3 Bijbehorend bouwwerk bouwen Artikel 5.45 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf gaat over het bouwen van bijbehorende bouwwerken, met inbegrip van mantelzorgwoningen, anders dan bij: a. b.
c. 2.
Deze paragraaf gaat niet over: a. b. c.
3.
een woonwagen; een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand hersteld te hebben; en een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden.
het bouwen van een dakkapel, bedoeld in Paragraaf 5.2.5; het bouwen van pre-mantelzorghuisvesting, bedoeld in Paragraaf 5.2.6; en het bouwen van een dakopbouw, bedoeld in Paragraaf 5.2.11.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw.
Artikel 5.46 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c.
het beschermen van stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.47 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen in het voorerfgebied.
2.
Het verbod geldt niet voor het bouwen van een fietsenberging of scootmobielbox, als: a. b. c. d. e.
3.
het achtererfgebied alleen via het hoofdgebouw bereikbaar is; deze een oppervlakte heeft van ten hoogste 4 m2; deze een bouwhoogte heeft van ten hoogste 1,25 m; deze op een afstand van minimaal 0,25 m van openbaar gebied wordt gebouwd; en het dak ervan met sedum wordt uitgevoerd.
Het verbod geldt niet voor het bouwen van een erker of toegangsportaal, als: a. b. c. d. e.
er niet meer dan één erker of één toegangsportaal wordt gebouwd; de breedte ervan niet meer bedraagt dan 30% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw; de afstand ervan tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 0,5 m bedraagt, tenzij sprake is van een gezamenlijke erker of toegangsportaal met het naastgelegen hoofdgebouw; de diepte ervan ten opzichte van de voorgevel niet meer bedraagt dan 1,20 m; en de bouwhoogte ervan niet meer bedraagt dan: 1. de hoogte de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; en 2. 3 m.
Artikel 5.48 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 26 van 380
a. b. c.
d. 2.
een plattegrond en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; een situatietekening van de bestaande toestanden een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; en de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil.
Voor de toetsing aan de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d.
tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking.
Artikel 5.49 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1.
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het bouwwerk: a. b.
2.
Onverminderd het eerste lid wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk alleen verleend, als het bijbehorend bouwwerk: a. b.
c.
d.
e.
f.
g. 3.
identiek is aan een ander bijbehorend bouwwerk in hetzelfde aaneengesloten bouwblok waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend, als deze aanwezig is; en een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw is.
een grondgebonden toevoeging is van ten hoogste één bouwlaag; wordt gebouwd aan: 1. een oorspronkelijke voorgevel en op meer dan 1 m van openbaar toegankelijk gebied; of 2. een zijgevel, op meer dan 1 m achter de voorkant van het hoofdgebouw en op meer dan 1 m van het openbaar toegankelijk gebied; niet hoger is dan: 1. 4 m; en 2. 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; niet breder is dan: 1. aan de voorgevel: de breedte van het kozijn of de kozijnen waaraan het bijbehorend bouwwerk wordt geplaatst; en 2. aan de zijgevel: 3 m; niet dieper is dan: 1. aan de voorgevel: 1 m; en 2. aan een zijgevel: van 1 m achter de voorgevel tot 4 m achter de oorspronkelijke achtergevelrooilijn; vormgegeven wordt: 1. aan een voorgevel: als een erker met kozijnen; 2. aan een zijgevel: op een rechthoekige wijze; 3. met een plat dak of dakvorm afgestemd op de dakvorm van het hoofdgebouw; en 4. zonder doorgetrokken dakvlakken vanaf het hoofdgebouw over de aan- of uitbouw; en voor wat betreft het materiaal- en kleurgebruik van de zichtbare delen is afgestemd op het hoofdgebouw.
In afwijking van het tweede lid wordt de vergunning voor een bijbehorend bouwwerk aan de zijgevel van een hoekwoning alleen verleend, als:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 27 van 380
a. b. c.
4.
de afstand tot het openbaar toegankelijk gebied ten minste 1 m is; de afstand tot de voorgevel en het verlengde van de voorgevel ten minste 1 m is; en de bouwhoogte ten hoogste: 1. de hoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw is; en 2. 3 m is.
In afwijking van het tweede lid wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen van een grondgebonden toevoeging met een hoogte van ten hoogste 1,20 m alleen verleend als deze: a. b. c. d.
gebouwd wordt op meer dan 0,3 m van openbaar toegankelijk gebied; een oppervlakte heeft van niet meer dan 4 m2; duidelijk rechthoekig is vormgegeven met een sobere detaillering; en is uitgevoerd: 1. in metselwerk of hout; en 2. zonder opvallend kleurgebruik.
Artikel 5.50 Algemene regels achtererfgebied 1.
Dit artikel gaat over het bouwen van een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied.
2.
Het bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied.
3.
Voor zover wordt gebouwd op een afstand van ten hoogste 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is het bijbehorend bouwwerk niet hoger dan: a. b. c.
4.
het hoofdgebouw; 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; en 5 m.
Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw en voor zover het bijbehorend bouwwerk hoger is dan 3 m: a. b. c.
wordt deze voorzien van een schuin dak; is de dakvoet niet hoger dan 3 m; en wordt de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3.
5.
Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is het bijbehorend bouwwerk functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
6.
De oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: a. b. c.
bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2.
Paragraaf 5.2.4 Overig gebouw bouwen Artikel 5.51 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf gaat over het bouwen van overige gebouwen.
2.
Deze paragraaf gaat niet over: a. b.
het bouwen van een hoofdgebouw, bedoeld in Paragraaf 5.2.2; het bouwen van een bijbehorend bouwwerk, bedoeld in Paragraaf 5.2.3.
Artikel 5.52 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 28 van 380
a. b. c.
het beschermen van stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.53 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen overig gebouw Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw te bouwen.
Artikel 5.54 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning overig gebouw 1.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een overig gebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c.
d. 2.
een plattegrond en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; een situatietekening van de bestaande toestanden een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; en de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil.
Voor de toetsing aan de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d.
tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking.
Artikel 5.55 Beoordelingsregel omgevingsvergunning overig gebouw De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. b.
c.
het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit; het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet; en de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden aangetast.
Artikel 5.56 Stedenbouwkundige omgevingskwaliteit Een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in Artikel 5.55 houdt in ieder geval in dat: a. b. c. d.
het aangevraagde bouwwerk aansluit op bestaande stedenbouwkundige structuren en een kwaliteitsimpuls is voor de omgeving; voor zover het bouwwerk wordt aangevraagd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal woningen’: niet meer woningen worden gerealiseerd dan aangegeven bij die aanduiding; voor zover het bouwwerk wordt aangevraagd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum dichtheid’: niet meer woningen per hectare worden gerealiseerd dan aangegeven bij die aanduiding; en voor zover het bouwwerk wordt aangevraagd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte’: de bouwhoogte niet hoger is dan aangegeven bij die aanduiding.
Artikel 5.57 Aanvullende beoordelingsregel vanwege provinciale instructieregels 1.
Onverminderd Artikel 5.55 wordt de omgevingsvergunning voor een overig gebouw alleen verleend, als dat verenigbaar is met de instructieregels, bedoeld in de volgende paragrafen van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 29 van 380
a. b. c. d. 2.
paragraaf 7.3.6a Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen; paragraaf 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit; paragraaf 7.3.8 Stedelijke ontwikkelingen; en paragraaf 7.3.8a Wonen.
Voor de toepassing van het eerste lid zijn de oogmerken, in aanvulling op Artikel 5.52, de oogmerken die blijken uit de instructieregels.
Artikel 5.58 Aanvullende beoordelingsregel vanwege rijksinstructieregels 1.
Onverminderd Artikel 5.56 wordt de omgevingsvergunning voor een overig gebouw alleen verleend, als dat verenigbaar is met de instructieregels, bedoeld in paragraaf 5.1.5.4 Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid zijn de oogmerken, in aanvulling op Artikel 5.52, de oogmerken die blijken uit de instructieregels.
Paragraaf 5.2.5 Dakkapel bouwen Artikel 5.59 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van dakkapellen.
Artikel 5.60 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c.
het beschermen van stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.61 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen dakkapel Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gelegen zijdakvlak te bouwen.
Artikel 5.62 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning dakkapel Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakkapel worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand, met daarop de maatvoering en afstanden vanaf de randen van het dak en de perceelsgrenzen; een plattegrond en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de besta ande situatie; een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil; tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt ho e het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; kleurenfoto’s van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan; en als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren.
Artikel 5.63 Beoordelingsregels omgevingsvergunning dakkapel 1.
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de dakkapel identiek is aan een andere dakkapel in hetzelfde aaneengesloten bouwblok waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend, als deze aanwezig is.
2.
Onverminderd het eerste lid wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakkapel alleen verleend, als:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 30 van 380
a. b. c. d.
de geleding en plaatsing van de dakkapel gerelateerd is aan het stramien, de geleding en de indeling van de gevel; de indeling en profielen van de dakkapel in overeenstemming zijn met de indeling en de profielen van de ramen en kozijn van de gevel; het materiaal en kleurgebruik van de dakkapel zijn afgestemd op de gevel en het hoofdgebouw; en het uiterlijk of de plaatsing van de dakkapel zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, niet in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet.
Artikel 5.64 Algemene regels plaatsing dakkapel 1.
Dit artikel heeft betrekking op een dakkapel die niet in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gelegen zijdakvlak wordt gebouwd
2.
Een dakkapel wordt niet op een bijbehorend bouwwerk gebouwd.
3.
Alle dakkapellen in hetzelfde dakvlak worden naast elkaar gebouwd.
4.
Bij het bouwen van een dakkapel wordt de dakkapel voorzien van een plat dak.
5.
De dakkapel is, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet hoger dan 1,75 m.
6.
De onderzijde van de dakkapel ligt verticaal gemeten meer dan 0,5 m maar niet meer dan 1 m boven de dakvoet.
7.
De bovenzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 m onder de daknok.
8.
De zijkanten van de dakkapel liggen meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak.
9.
De breedte is in totaal niet meer dan 2/3 van de beukmaat van het dakvlak.
10. Onverminderd het eerste lid wordt de dakkapel in een meerlaags dakvlak onder in het dakvlak gebouwd. 11. De hoogte van de boeiboord is ten hoogste 0,25 m.
Artikel 5.65 Algemene regel detaillering, materiaal en kleur Het voorvlak is gevuld met glas.
Artikel 5.66 Algemene regels kapvorm 1.
Bij het plaatsen van een dakkapel op een schilddak, tentdak, piramidedak of mansardedak is de afstand tot hoekkepers minimaal 1 m.
2.
Bij een mansardedak wordt een dakkapel geplaatst in het onderste deel van het dakvlak onder de knik, waarbij de bovenkant van de dakkapel gelijk is aan de knik in het dakvlak.
Paragraaf 5.2.6 Pre-mantelzorghuisvesting bouwen Artikel 5.67 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van pre-mantelzorghuisvesting.
Artikel 5.68 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c.
het beschermen van de omgevingskwaliteit; het beschermen van het woon- en leefklimaat; en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.69 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning pre-mantelzorghuisvesting te bouwen.
Artikel 5.70 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van pre-mantelzorghuisvesting worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 31 van 380
a. b. c.
d. e. 2.
een plattegrond en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; een situatietekening van de bestaande toestanden een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil; en informatie over de situatie van en sociale relatie met de toekomstige hulpbehoevende.
Voor de toetsing aan de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d.
tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking.
Artikel 5.71 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van pre-mantelzorghuisvesting wordt alleen verleend als: a. b. c.
d. e.
de toekomstige zorgbehoevende de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt of een progressieve ziekte heeft; er sprake is van een directe verwantschap tussen de eigenaar van de grond en de toekomstige zorgbehoevende; het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, niet in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet; de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden aangetast; en de pre-mantelzorghuisvesting niet leidt tot verslechtering van de woonsituatie.
Paragraaf 5.2.7 Erf- en perceelafscheiding bouwen Artikel 5.72 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van erf- en perceelafscheidingen hoger dan 1 m.
Artikel 5.73 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b.
het beschermen van de omgevingskwaliteit; en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.74 Algemene regels erf- of perceelafscheiding 1.
Bij het bouwen van een erf-of perceelafscheiding is deze niet hoger dan 2 m.
2.
De erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd op gebouwerf waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat.
3.
De erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen.
Paragraaf 5.2.8 Kozijn- en gevelwijzigingen Artikel 5.75 Toepassingsbereik
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 32 van 380
Deze paragraaf gaat over het wijzigen van kozijnen en gevels in het voorerfgebied of het naar openbaar toegankelijk gekeerd zijerf.
Artikel 5.76 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d.
het beschermen van stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; het beschermen van de omgevingskwaliteit; en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.77 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het voorerfgebied of het naar openbaar toegankelijk gekeerd zijerf: a. b.
kozijnen te vervangen, voor zover het profiel van het kozijn wijzigt; of gevelopeningen te wijzigen.
Artikel 5.78 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een kozijn- of gevelwijziging worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d. e.
een situatietekening waarop aangegeven de gevel waarop de aanvraag betrekking heeft en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe de kozijn- of gevelwijziging in de directe omgeving past; principedetails van het bouwwerk; kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan.
Artikel 5.79 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van een kozijn- of gevelwijziging wordt alleen verleend als: a. b.
deze identiek is aan een andere kozijn- of gevelwijziging in hetzelfde aaneengesloten bouwblok waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend, of als dat niet het geval is: 1. de maatvoering en plaatsing is afgestemd op het hoofdgebouw; 2. de kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de gevel; 3. de detaillering is afgestemd op de gevel en kozijnen; en 4. alleen gebruik wordt gemaakt van kunststof als de profilering op hout lijkt.
Paragraaf 5.2.9 Ondergeschikt bouwdeel bouwen Artikel 5.80 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van ondergeschikte bouwdelen.
Artikel 5.81 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d.
het beschermen van stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; het beschermen van de omgevingskwaliteit; en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.82 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen ondergeschikte bouwdelen 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een ondergeschikt bouwdeel te bouwen.
2.
Het verbod geldt niet voor ondergeschikte bouwdelen die kleiner zijn dan 1,5 m, tenzij deze zich uitstrekken tot in het openbaar gebied.
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 33 van 380
Artikel 5.83 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een ondergeschikt bouwdeel worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c.
een tekening of ingetekende foto met daarop de locatie van het ondergeschikte bouwdeel, de maatvoering en de afstanden tot de perceelsgrenzen; een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan; en als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren.
Artikel 5.84 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van een ondergeschikt bouwdeel wordt alleen verleend als: a. b. c. d.
een situatietekening waarop aangegeven de locatie van het ondergeschikte bouwdeel, de maatvoering en de afs tanden tot de perceelsgrenzen; het ondergeschikte bouwdeel past binnen de stedenbouwkundige structuur; de verkeersveiligheid niet in gevaar wordt gebracht; en het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, niet in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet.
Paragraaf 5.2.10 Airconditioningunit en warmtepomp bouwen Artikel 5.85 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van airconditioningunits en warmtepompen.
Artikel 5.86 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d. e.
het beschermen van stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; het beschermen van de omgevingskwaliteit; het beschermen van het woon- en leefklimaat; en het voorkomen van hinder en overlast.
Artikel 5.87 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een airconditioningunit of warmtepomp te bouwen als niet wordt voldaan aan Artikel 5.90 of Artikel 5.91, tenzij de airconditioningunit of warmtepomp voldoet aan de in artikel 2.29, aanhef en onder r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving opgenomen eisen.
Artikel 5.88 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een airconditioningunit of warmtepomp worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d. e.
een situatietekening waarop aangegeven de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; tekeningen van alle zijden van het bouwwerk, waaruit blijkt hoe het bouwwerk in de directe omgeving past; principedetails van het bouwwerk; kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en een opgave van de toe te passen materialen en de kleur daarvan.
Artikel 5.89 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van een airconditioningunit of warmtepomp wordt alleen verleend als het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit.
Artikel 5.90 Algemene regels airconditioningsunits en warmtepompen
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 34 van 380
1.
Een airconditioningunit of warmtepomp wordt alleen gebouwd aan de achtergevel van een hoofdgebouw met ten hoogste 3 bouwlagen.
2.
De oppervlakte van de voorkant van een airconditioningunit of warmtepomp is niet meer dan 0,75 m2.
3.
Een airconditioningunit of warmtepomp steekt maximaal 0,4 m uit de achtergevel.
Artikel 5.91 Algemene regels airconditioningunits en warmtepompen op een plat dak Bij het bouwen van een airconditioningunit of warmtepomp op een plat dak: a. b. c.
is de afstand tot aan een dakrand groter of gelijk aan 1,4 maal de hoogte van de airconditioningunit of warmtepomp; is de hoogte maximaal 2 m; en is de oppervlakte maximaal 4 m2.
Paragraaf 5.2.11 Dakopbouw bouwen Artikel 5.92 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van dakopbouwen.
Artikel 5.93 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d.
het beschermen van stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; het beschermen van de omgevingskwaliteit; en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.94 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakopbouw te bouwen.
Artikel 5.95 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakopbouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
b. c. d. e. f.
een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de maatvoering van de dakopbouw, de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt ho e het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan.
Artikel 5.96 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1.
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakopbouw wordt alleen verleend als:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 35 van 380
a. b. c. d. e. f. g. h.
i. j.
k.
de dakopbouw gelijk is aan de trendsetter, als deze aanwezig is; op het betreffende dakvlak nog geen dakopbouw is geplaatst; de dakopbouw tussen bestaande schoorstenen of woningscheidende wanden wordt geplaatst; bij het plaatsen van een dakopbouw bij een eindwoning, de dakopbouw doorloopt tot aan de zijgevel; de afstand van een dakopbouw tot een hoek- of kilkeper meer dan 1 m bedraagt; de maatverhoudingen van de dakopbouw zijn gerelateerd aan de vormgeving van de gevel; het materiaal- en kleurgebruik en de vormgeving van de dakopbouw aansluit bij de rest van de woning en de bebouwing in de omgeving, waarbij karakteristieke goot- en daklijnen behouden worden; in de periode van 19 februari tot 21 oktober, in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van ieder naastgelegen gebouw, ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag zijn als gevolg van de dakopbouw; geen onevenredige aantasting van de privacy van omliggende woningen plaatsvindt; de dakopbouw niet wordt gebouwd: 1. aan de randen van de wijk: aan de achterzijde van de bebouwing; en 2. op beeldbepalende punten; en de gevelwand zich voor kappen leent.
2.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel h, wordt de vergunning voor het bouwen van een dakopbouw in het Havenkwartier alleen verleend, als in de periode van 21 januari tot 22 november in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van ieder naastgelegen gebouw ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag zijn, tenzij in dit omgevingsplan anders is bepaald.
3.
Onverminderd het eerste lid wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als het uiterlijk of de plaatsing van de dakopbouw zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet.
Paragraaf 5.2.12 Dakterras bouwen Artikel 5.97 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van dakterrassen.
Artikel 5.98 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d.
het beschermen van stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; het beschermen van de omgevingskwaliteit; en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.99 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakterras te bouwen.
Artikel 5.100 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakterras worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
b. c. d. e. f. g.
een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de maatvoering van het dakterras, de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; aanzichten van de borstwering; de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil; principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan; en als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren.
Artikel 5.101 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 36 van 380
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakterras wordt alleen verleend als: a. b. c. d. e. f.
het dakterras niet zichtbaar is vanaf het openbaar toegankelijk gebied, voor zover het gaat om een dakterras op een hoofdgebouw; de opgang vanaf de onderliggende verdieping niet meer dan 2 m hoog is en het oppervlakte niet meer is dan 4 m2, voor zover het gaat om een dakterras op een hoofdgebouw; het dakterras in het achtererf is gelegen, voor zover het gaat om een dakterras op een bijbehorend bouwwerk; het dakterras gemeten vanuit de achtergevel niet meer dan 4 m diep is, voor zover het gaat om een dakterras op een bijbehorend bouwwerk; de bouwhoogte van de borstwering van het dakterras niet hoger is dan 1,20 m; en de bouwhoogte van privacyschermen tussen dakterrassen niet meer is dan 2 m.
Paragraaf 5.2.13 Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen Artikel 5.102 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van overige bouwwerken geen gebouw zijnde.
Artikel 5.103 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d.
het beschermen van stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; het beschermen van de omgevingskwaliteit; en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties.
Artikel 5.104 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat niet voldoet aan de eisen van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving te bouwen.
Artikel 5.105 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d. e. f.
een plattegrond en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil; tekeningen van aanzichten van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt ho e het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en een opgave van de toe te passen bouwmaterialen inclusief kleur van het bouwwerk.
Artikel 5.106 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, wordt alleen verleend als: a. b.
het uiterlijk van bouwwerken niet in ernstige mate in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 Ow; en de belangen, bedoeld in Artikel 5.103, niet onevenredig worden geschaad.
Paragraaf 5.2.14 Gebruik van open erven en terreinen Artikel 5.107 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het gebruiken van open erven en terreinen.
Artikel 5.108 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 37 van 380
1.
Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 5.1 aanwezig. ADR-klasse
Omschrijving
Verpakkingsgroep
Toegestane maximumhoeveelheid
2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas
Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen)
n.v.t.
50 kg
3
Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton
II
25 liter
3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C
Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten
III
50 liter
4.1, 4.2, 4.3
4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diëthylzink4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide
II en III
50 kg
5.1
Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide
II en III
50 liter
5.2
Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide
n.v.t.
1 liter
Tabel 5.1 Aanwezigheid brandgevaarlijke stof 2.
Het eerste lid is niet van toepassing als: a. b.
c. 3.
de in tabel 5.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.
Het eerste lid is niet van toepassing op:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 38 van 380
a. b. c. d. e.
brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.
4.
Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.
5.
In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.
Artikel 5.109 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.
Paragraaf 5.2.15 Gebruik van gebouwen als seksbedrijf Artikel 5.110 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het gebruik van gebouwen als seksbedrijf.
Artikel 5.111 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b.
het beschermen van het woon- en leefklimaat; en het voorkomen van hinder en overlast.
Artikel 5.112 Verbod Het is verboden in een gebouw een seksbedrijf te exploiteren.
Paragraaf 5.2.16 Woonruimte wijzigen Artikel 5.113 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het wijzigen van woonruimte.
Artikel 5.114 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d.
het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; het tegengaan van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; het behoud van de leefbaarheid; en het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat.
Artikel 5.115 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 39 van 380
a. b. c. d.
2.
een woonruimte te verbouwen of te splitsen tot twee of meer zelfstandige woonruimten of in die verbouwde of gesplitste staat te houden; een woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden; een woonruimte geheel of gedeeltelijk aan de woonruimtevoorraad te onttrekken of onttrokken te houden, met inbegrip van short stay; of een woonruimte geheel of gedeeltelijk om te zetten van zelfstandige in twee of meer onzelfstandige woonruimten in dezelfde woning of in die staat te houden, met inbegrip van het gebruiken voor kamergewijze verhuur, woningdelen of inwoning.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet voor het geheel of gedeeltelijk omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte bij: a. b.
inwoning door niet meer dan één persoon bij het bestaande huishouden van de betreffende woonruimte; of woningdelen door niet meer dan twee personen die geen duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren.
Artikel 5.116 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c.
d.
e. f.
g.
de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw in de huidige en beoogde situatie; de wijze waarop het terrein ontsloten wordt; de volgende gegevens over de huidige situatie: 1. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw; 2. de huur- of koopprijs; 3. het aantal kamers; 4. de gebruiksoppervlakte; en 5. de staat van onderhoud; de volgende gegevens over de beoogde situatie: 1. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw; 2. het aantal kamers; en 3. een situatietekening waaruit de situering van het gebouw ten opzichte van de in de nabijheid gelegen bouwwerken blijft; bij een voorgenomen samenvoeging: de verwachte huur- of koopprijs; de volgende gegevens bij een voorgenomen splitsing: 1. een splitsingsplan dat voldoet aan artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek en het op basis van dat artikel vastgestelde besluit over splitsing in appartementsrechten, waarin de indeling en met de splitsing bedoelde eigendomswijzigingen zijn aangegeven op ten minste de schaal 1:100; 2. een bouwkundig rapport niet ouder dan 6 maanden waaruit blijkt dat de toestand van het gebouw zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud niet tegen splitsing verzet, dan wel hoe het gebouw hiertoe zal worden aangepast; 3. een funderingsrapport niet ouder dan 6 maanden waaruit blijkt dat het aannemelijk is dat de fundering binnen 25 jaar geen onderhoud nodig heeft; en 4.
een keuringsrapport gas en elektra niet ouder dan 6 maanden van een erkend keuringsbedrijf waaruit blijkt dat de gas- en elektra-installatie voldoet aan de eisen gesteld in het Besluit bouwwerken leefomgeving; en als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren.
Artikel 5.117 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1.
De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c.
2.
de samenstelling van de woonruimtevoorraad; de leefbaarheid; of het woon- en leefklimaat.
Bij de toepassing van het eerste lid wordt gebruik gemaakt van de Beleidsregels wijzigen samenstelling woonruimtevoorraad gemeente Rijswijk 2023 of de eventuele rechtsopvolgers daarvan.
Paragraaf 5.2.17 Woonruimte gebruiken
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 40 van 380
Artikel 5.118 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het gebruiken van woonruimte.
Artikel 5.119 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c.
het beschermen van de gezondheid; het behoud van de leefbaarheid; en het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat.
Artikel 5.120 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woonruimte te gebruiken voor huisvesting anders dan voor één afzonderlijk huishouden.
2.
Het verbod geldt niet voor: a. b.
inwoning door niet meer dan één persoon bij het bestaande huishouden van de betreffende woonruimte; of woningdelen door niet meer dan twee personen die geen duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren.
Artikel 5.121 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b.
c.
een beschrijving van het gewenste woonruimtegebruik; bij verhuur een document waaruit blijkt dat: 1. voldaan is aan goede participatie met omwonenden; 2. er afspraken gemaakt zijn over regels opgelegd aan huurders; en 3. omwonenden te allen tijde de verhuurder kunnen aanspreken bij klachten; en als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren.
Artikel 5.122 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1.
De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c.
2.
de samenstelling van de woonruimtevoorraad; de leefbaarheid; of het woon- en leefklimaat.
Bij de toepassing van het eerste lid wordt gebruik gemaakt van de Beleidsregels wijzigen samenstelling woonruimtevoorraad gemeente Rijswijk 2023 of de eventuele rechtsopvolgers daarvan.
Artikel 5.123 Algemene regel overbewoning woonruimte 1.
Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. b.
2.
wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.
Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin opvang aan asielzoekers wordt aangeboden door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Artikel 5.124 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.
Paragraaf 5.2.18 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen Artikel 5.125 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis.
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 41 van 380
Artikel 5.126 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c.
het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; het beschermen van de gezondheid; en ruimte bieden aan economische activiteiten.
Artikel 5.127 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis in ieder geval in dat: a. b.
onevenredige toename van de verkeersbelasting in de omgeving wordt voorkomen; en geluidhinder wordt voorkomen of beperkt.
Artikel 5.128 Algemene regels beroep of bedrijf aan huis 1.
Een beroep of bedrijf aan huis wordt door de bewoner zelf uitgeoefend.
2.
De bruto oppervlakte waarop het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend is ten hoogste 40% van de bruto vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 40 m2.
Artikel 5.129 Algemene regels verkoop van producten 1.
Bij het beroep of bedrijf aan huis worden alleen producten aan huis verkocht die ter plaatse zijn vervaardigd, verwerkt of bewerkt.
2.
Er is geen winkel- of uitstallingsruimte van producten ten behoeve van de activiteit.
Paragraaf 5.2.19 Bed and Breakfast verzorgen Artikel 5.130 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verzorgen van een bed and breakfast.
Artikel 5.131 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d. e. f.
het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; het tegengaan van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; het beschermen van de gezondheid; het bevorderen van toerisme; en het bieden van ruimte aan economische activiteiten.
Artikel 5.132 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een Bed and Breakfast te verzorgen.
Artikel 5.133 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d.
het aantal kamers dat ter beschikking wordt gesteld als slaapvertrek voor de bed and breakfast; het bruto vloeroppervlak van de bed and breakfast ten opzichte van het vloeroppervlak van de gehele woning; een plattegrond van iedere verdieping van de woning; en een document waaruit blijkt dat de bewoners van de betreffende woning zelf woonachtig zijn op het adres van de bed and breakfast.
Artikel 5.134 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen, bedoeld in Artikel 5.131, niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 5.135 Algemene regels Bed and Breakfast verzorgen
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 42 van 380
1.
Per woning wordt niet meer dan één Bed and Breakfast geëxploiteerd.
2.
De Bed and Breakfast wordt verzorgd door de bewoners van de betreffende woning, die ook zelf in die woning wonen.
3.
Het bruto vloeroppervlak van de Bed and Breakfast is ten hoogste 40% van het bruto vloeroppervlak van de gehele woning.
4.
Er maken niet meer dan vier meerderjarigen tegelijkertijd gebruik van de Bed and Breakfast.
5.
Er worden niet meer dan twee kamers ter beschikking gesteld als slaapvertrek voor de Bed and Breakfast.
6.
De Bed and Breakfast wordt niet gebruikt voor particuliere vakantieverhuur.
Paragraaf 5.2.20 Objecten plaatsen op de weg Artikel 5.136 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf gaat over het plaatsen van objecten op of boven de openbare weg in beheer bij de gemeente.
2.
Deze paragraaf gaat niet over: a. b. c. d. e.
terrassen als bedoeld in Paragraaf 5.2.21; parkeren als bedoeld in Paragraaf 5.2.23; standplaatsen als bedoeld in Paragraaf 5.2.24; reclame als bedoeld in Paragraaf 5.2.25; en evenementen als bedoeld in Paragraaf 5.2.30.
Artikel 5.137 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d.
het voorkomen van gevaar voor de veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; het voorkomen van schade aan de weg, belemmering van de bruikbaarheid van de weg, dan wel de belemmering van het beheer of onderhoud van de weg; het beschermen van het uiterlijk aanzien van het openbaar toegankelijk gebied; en het voorkomen van hinder of overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
Artikel 5.138 Specifieke zorgplicht objecten plaatsen De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het plaatsen van objecten op de openbare weg in ieder geval in dat: a. b.
rekening wordt gehouden met de overzichtelijkheid van straten, voetpaden en kruisingen; en er geen verkeersgevaarlijke situaties ontstaan.
Artikel 5.139 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een object op de openbare weg te plaatsen.
2.
Het verbod geldt niet voor de volgende objecten: a. b. c. d. e. f.
uitstallingen tot maximaal 1,00 meter uit de gevel; hoogwerkers; goederenliften; puinafvalcontainers; bouwafvalcontainers; en containers voor de tijdelijke opslag van waren in het kader van de uitoefening van detailhandel.
Artikel 5.140 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: