Bijlage 4 Omgevingsplan gemeente Rijswijk - regels gewijzigd
Tekst van het document
Omgevingsplan gemeente Rijswijk Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.
Artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, zijn voor begripsbepalingen van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij in Bijlage I Begripsbepalingen daarvan is afgeweken.
2.
Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan.
Hoofdstuk 2 Doelen Afdeling 2.1 Doelen omgevingsplan Artikel 2.1 Doelen omgevingsplan Dit omgevingsplan is, met het oog op de reikwijdte van artikel 1.2 en de doelen van artikel 1.3 van de wet, gericht op:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 1 van 380
a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m.
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de gezondheid; het beschermen van het milieu; het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; het behoud van cultureel erfgoed; het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed; de natuurbescherming; de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; het tegengaan van klimaatverandering; het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; n. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; o. het beheren van infrastructuur; p. het beheren van watersystemen; q. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; r. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; s. het doelmatig beheren van natuurlijke hulpbronnen; t. het beheren en beschermen van natuurgebieden; u. het doelmatig gebruiken van bouwwerken; v. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; w. het behoud van de leefbaarheid; x. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; y.
het voorkomen van hinder en overlast; z. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; aa. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; bb. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; cc. het bevorderen van een aantrekkelijke en bereikbare stad; dd. het behouden van een adequaat verkeers- en vervoersniveau; ee. het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; ff. het behoud van de samenstelling van de woonruimte; gg. het realiseren van een economisch sterke stad; en hh. het realiseren van een aantrekkelijke groene omgeving.
Afdeling 2.2 Verplichte omgevingswaarden Artikel 2.2 Geluidproductieplafond industrieterreinen [Gereserveerd]
Afdeling 2.3 Facultatieve omgevingswaarden [Gereserveerd]
Hoofdstuk 3 Programma's Afdeling 3.1 Programma's met programmatische aanpak [Gereserveerd]
Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 4.1 Thema's
Paragraaf 4.1.1 Bouwwerken en andere werken
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 2 van 380
Artikel 4.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken.
Artikel 4.2 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken gelden de volgende doelen: a. b. c. d. e. f. g. h.
het beschermen van stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de gezondheid; het beschermen van een aanvaardbaar woon-, werk- en leefklimaat; het voorkomen van hinder en overlast; het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en het bevorderen van een duurzame ontwikkeling.
Artikel 4.3 Hoofdgebouw bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een hoofdgebouw voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en Paragraaf 5.2.2 Hoofdgebouw bouwen
Artikel 4.4 Bijbehorend bouwwerk bouwen 1.
Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een bijbehorend bouwwerk voldaan aan: a. b.
2.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen - algemeen; en Paragraaf 5.2.3 Bijbehorend bouwwerk bouwen.
Dit artikel is niet van toepassing op het bouwen van hoofdgebouwen, bedoeld in Artikel 4.3.
Artikel 4.5 Overig gebouw bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een ander gebouw dan een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en Paragraaf 5.2.4 Overig gebouw bouwen.
Artikel 4.6 Dakkapel bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een dakkapel voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en Paragraaf 5.2.5 Dakkapel bouwen.
Artikel 4.7 Pre-mantelzorghuisvesting bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van pre-mantelzorghuisvesting voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en Paragraaf 5.2.6 Pre-mantelzorghuisvesting bouwen.
Artikel 4.8 Erf- en perceelafscheiding bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een erf- en perceelafscheiding voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en Paragraaf 5.2.7 Erf- en perceelafscheiding bouwen.
Artikel 4.9 Kozijn- en gevelwijzigingen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij verrichten van kozijn- en gevelwijzigingen voldaan aan:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 3 van 380
a. b.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en Paragraaf 5.2.8 Kozijn- en gevelwijzigingen.
Artikel 4.10 Ondergeschikt bouwdeel bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van ondergeschikte bouwdelen voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en Paragraaf 5.2.9 Ondergeschikt bouwdeel bouwen.
Artikel 4.11 Airconditioningsunit en warmtepomp bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij bouwen van een airconditioningsunit en warmtepomp voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en Paragraaf 5.2.10 Airconditioningsunit en waterpomp bouwen.
Artikel 4.12 Dakopbouw bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van dakopbouwen voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en Paragraaf 5.2.11 Dakopbouw bouwen.
Artikel 4.13 Dakterras bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van dakterrassen voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en Paragraaf 5.2.12 Dakterras bouwen.
Artikel 4.14 Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een overig bouwwerk geen gebouw zijnde voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en Paragraaf 5.2.13 Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen in het voor- of achtererfgebied
Artikel 4.15 Gebruik van gebouwen voor seksbedrijf Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het gebruiken van gebouwen voldaan aan Paragraaf 5.2.15 Gebruik van gebouwen voor seksbedrijf.
Artikel 4.16 Parkeerbehoefte veranderen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.25, wordt bij het toevoegen of veranderen van een gebouw of terrein met parkeerbehoefte of het veranderen van het gebruik van dat gebouw of terrein voldaan aan Paragraaf 5.2.22 Parkeerbehoefte veranderen.
Paragraaf 4.1.2 Woonruimte Artikel 4.17 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot woonruimte.
Artikel 4.18 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot woonruimte gelden de volgende doelen: a. b. c. d.
het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; het vergroten van het aantal woningen in de woningbouwcategorieën sociale huur en middeldure huur; het behoud van de leefbaarheid; en het waarborgen van een geordend woon- en leefklimaat.
Artikel 4.19 Woningen toevoegen
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 4 van 380
Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.18, wordt bij het toevoegen van woningen op Locaties voor woningbouwcategorieën voldaan aan Paragraaf 5.2.71 Woningen toevoegen.
Artikel 4.20 Woonruimte wijzigen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.18, wordt bij het wijzigen van woonruimte voldaan aan Paragraaf 5.2.16 Woonruimte wijzigen.
Artikel 4.21 Woonruimte gebruiken Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.18, wordt bij het gebruiken van woonruimte voldaan aan Paragraaf 5.2.17 Woonruimte gebruiken.
Artikel 4.22 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.18, wordt bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis voldaan aan Paragraaf 5.2.18Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen.
Artikel 4.23 Bed and Breakfast verzorgen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.18, wordt bij het verzorgen van een Bed and Breakfast voldaan aan Paragraaf 5.2.19Bed and Breakfast verzorgen.
Paragraaf 4.1.3 Infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied Artikel 4.24 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 4.25 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende doelen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de gezondheid; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; het beheren van infrastructuur; het beheren van watersystemen; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; het bevorderen van een aantrekkelijke en bereikbare stad; het behouden van een adequaat verkeers- en vervoersniveau; het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; en het bevorderen van een hoge kwaliteit van het openbaar gebied.
Artikel 4.26 Aanwijzing beperkingengebied lokaal spoor Er is een Beperkingengebied lokaal spoor als bedoeld in artikel 5.164 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, dat bestaat uit: a. b. c. d.
de Kernzone lokale spoorweg; de Beschermingszone lokale spoorweg; de Buitenste beschermingszone lokale spoorweg; en de Kernzone nood-, onderhouds- en gebruikerstoegangen.
Artikel 4.27 Aanwijzing beperkingengebied regionale waterkeringen Er is een Beperkingengebied regionale waterkeringen, waar de regels gelden van hoofdstuk 4 van de Waterschapsverordening Delfland.
Artikel 4.28 Aanwijzing bergingsgebied Er is een Bergingsgebied met een functie voor waterstaatkundige doeleinden, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van het watersysteem en waar de regels gelden van hoofdstuk 4 van de Waterschapsverordening Delfland.
Artikel 4.29 Objecten plaatsen op de weg
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 5 van 380
Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.25, wordt bij plaatsen van objecten op de weg voldaan aan Paragraaf 5.2.20 Objecten plaatsen op de weg.
Artikel 4.30 Terras aanbrengen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.25, wordt bij het aanbrengen van een terras voldaan aan Paragraaf 5.2.21 Terras aanbrengen.
Artikel 4.31 Parkeerexcessen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.25, wordt bij het parkeren van voertuigen voldaan aan Paragraaf 5.2.23 Parkeerexcessen.
Artikel 4.32 Standplaats innemen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.25, wordt bij het innemen van een standplaats voldaan aan Paragraaf 5.2.24 Standplaats innemen.
Artikel 4.33 Reclame plaatsen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.25, wordt bij het plaatsen van reclame voldaan aan Paragraaf 5.2.25 Reclame plaatsen.
Artikel 4.34 Opbreken en graven in openbaar gebied Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel Artikel 4.25, wordt bij het opbreken en graven in openbaar gebied en het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied in beheer bij de gemeente voldaan aan Paragraaf 5.2.26 Activiteiten in het openbaar gebied.
Artikel 4.35 Activiteiten in het beperkingengebied leidingen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.25, wordt bij het verrichten van activiteiten in het Beperkingengebied leidingen voldaan aan Paragraaf 5.2.27 Activiteiten in het beperkingengebied leidingen.
Artikel 4.36 Opslag van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen, kampeermiddelen etc. Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.25, wordt bij het opslaan van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen, kampeermiddelen, mest, gier, vuil, ingekuild gras, loof, pulp, ingekuilde afbraakmaterialen of oude materialen voldaan aan Paragraaf 5.2.28 Opslag van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen, kampeermiddelen etc.
Artikel 4.37 Ligplaats innemen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.25, wordt bij het innemen van een ligplaats door vaartuigen voldaan aan Paragraaf 5.2.29Ligplaats innemen.
Artikel 4.38 Andere activiteiten in of boven openbaar water Met het oog op de doelen bedoeld in Artikel 4.25, wordt bij het verrichten van activiteiten in op boven openbaar water, anders dan het innemen van een ligplaats, voldaan aan Paragraaf 5.2.70 Andere activiteiten in of boven openbaar water.
Artikel 4.39 Evenement organiseren Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.25, wordt bij het organiseren van een evenement voldaan aan Paragraaf 5.2.30 Evenement organiseren.
Artikel 4.40 Activiteiten in het Beperkingengebied lokaal spoor Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.25, wordt bij het verrichten van activiteiten in het Beperkingengebied lokaal spoor voldaan aan Paragraaf 5.2.77 Activiteiten in het Beperkingengebied lokaal spoor.
Paragraaf 4.1.4 Cultureel erfgoed Artikel 4.41 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed.
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 6 van 380
Artikel 4.42 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed gelden de volgende doelen: a. b.
het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; en het behoud van cultureel erfgoed.
Artikel 4.43 Aanwijzing monument als gemeentelijk monument Een monument op een locatie met de functie-aanduiding 'gemeentelijk monument' is aangewezen als gemeentelijk monument.
Artikel 4.44 Activiteit in, bij of aan een gemeentelijk monument Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.42, wordt bij het verrichten van activiteiten in, bij of aan gemeentelijke monumenten voldaan aan Paragraaf 5.2.31 Activiteit in, bij of aan een gemeentelijk monument.
Artikel 4.45 Aanwijzing gemeentelijk stads- of dorpsgezicht Een locatie met de functie-aanduiding 'gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht' is aangewezen als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.
Artikel 4.46 Slopen van bouwwerken in een stads- of dorpsgezicht Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.42, wordt bij het slopen van bouwwerken in een stads- of dorpsgezicht voldaan aan Paragraaf 5.2.32 Slopen van een bouwwerk in stads- of dorpsgezicht.
Artikel 4.47 Activiteit in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.42, wordt bij het verrichten van activiteiten in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde voldaan aan Paragraaf 5.2.33 Activiteiten in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde.
Artikel 4.48 Ruimtelijke ontwikkelingen in de landgoedbiotoop Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.42, wordt bij het bouwen of slopen van bouwwerken in de Landgoedbiotoop voldaan aan Paragraaf 5.2.34 Activiteiten in de landgoedbiotoop.
Artikel 4.49 Bebouwing en beplanting in de molenbiotoop Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.42, wordt bij het bouwen van een bouwwerk en het aanbrengen van beplanting in de Molenbiotoop voldaan aan Paragraaf 5.2.76 Bouwen of beplanting aanbrengen in de molenbiotoop.
Paragraaf 4.1.5 Natuur Artikel 4.50 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot natuur.
Artikel 4.51 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot natuur gelden de volgende doelen: a. b. c. d. e.
het beschermen van landschappelijke waarden; de natuurbescherming; het beschermen van natuurgebieden; de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden; en bestendig beheer en onderhoud van natuur.
Artikel 4.52 Aanwijzing bebouwingscontour jacht De Bebouwingscontour jacht als bedoeld in artikel 5.165a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen op grond van paragraaf 11.2.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving de jacht niet wordt uitgeoefend met het geweer, is gelijk aan de gemeentegrens.
Artikel 4.53 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 7 van 380
Er is een Bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn.
Artikel 4.54 Bomen kappen en beschadigen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.51, wordt bij het kappen van bomen en het verrichten van andere handelingen die de dood van een boom kunnen veroorzaken voldaan aan Paragraaf 5.2.35 Bomen kappen en beschadigen.
Artikel 4.55 Kamperen buiten kampeerterrein Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.51, wordt bij het recreatief kamperen buiten een kampeerterrein voldaan aan Paragraaf 5.2.36 Kamperen buiten kampeerterrein.
Artikel 4.56 Activiteiten verrichten in het Natuurnetwerk Nederland Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.51, wordt bij het verrichten van activiteiten in het Natuurnetwerk Nederland ecoverbindingen en het Natuurnetwerk Nederland bestaand en nieuw voldaan aan Paragraaf 5.2.78 Activiteiten in het Natuurnetwerk Nederland.
Paragraaf 4.1.6 Milieu Artikel 4.57 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot milieu.
Artikel 4.58 Doelen Voor de activiteit met betrekking tot milieu gelden de volgende doelen: a. b. c. d.
het beschermen van de gezondheid; het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de natuur; en het beperken van de luchtverontreiniging.
Artikel 4.59 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel Artikel 4.58, wordt bij het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu - algemeen; en Paragraaf 5.2.42 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken.
Artikel 4.60 Afvalwater lozen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel Artikel 4.58, wordt bij het lozen van afvalwater voldaan aan: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m.
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; Paragraaf 5.2.44 Afvalwater lozen – algemeen; Paragraaf 5.2.45 Afvloeiend hemelwater of grondwater bij ontwatering lozen; Paragraaf 5.2.46 Grondwater lozen bij sanering; Paragraaf 5.2.47 Huishoudelijk afvalwater lozen; Paragraaf 5.2.48 Koelwater lozen; Paragraaf 5.2.49 Afvalwater lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken; Paragraaf 5.2.50 Afvalwater lozen bij opslaan en overslaan van goederen; Paragraaf 5.2.51 Afvalwater lozen bij schoonmaken van drinkwaterleidingen; Paragraaf 5.2.52 Afvalwater lozen bij calamiteitenoefeningen; Paragraaf 5.2.53 Afvalwater lozen bij telen, kweken, spoelen en sorteren van gewassen; Paragraaf 5.2.54 Afvalwater lozen bij maken van betonmortel; en Paragraaf 5.2.55 Uitwassen van beton.
Artikel 4.61 Recreatieve visvijvers exploiteren Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel Artikel 4.58, wordt bij het exploiteren van recreatieve visvijvers voldaan aan:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 8 van 380
a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en Paragraaf 5.2.56 Recreatieve visvijvers exploiteren.
Artikel 4.62 Fotografisch materiaal ontwikkelen en afdrukken Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.58, wordt bij het ontwikkelen en afdrukken van fotografisch materiaal voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en Paragraaf 5.2.57 Fotografisch materiaal ontwikkelen en afdrukken.
Artikel 4.63 Motorvoertuigen wassen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.58, wordt bij het wassen van motorvoertuigen voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en Paragraaf 5.2.58 Motorvoertuigen wassen.
Artikel 4.64 Niet-industrieel voedsel bereiden Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.58, wordt bij het bereiden van voedingsmiddelen met de volgende apparatuur voldaan aan Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen en Paragraaf 5.2.59 Niet-industriële voedselbereiding: a. b. c. d.
keukenapparatuur; grootkeukenapparatuur; een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW.
Artikel 4.65 Voedingsmiddelenbedrijf exploiteren Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel Artikel 4.58, wordt bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en Paragraaf 5.2.60 Voedingsmiddelenbedrijf exploiteren.
Artikel 4.66 Dieren slachten, dierlijke bijproducten bewerken en vlees, vis of organen uitsnijden Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.58, wordt bij het slachten van dieren, het bewerken van dierlijke bijproducten en het uitsnijden van vlees, vis of organen voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en Paragraaf 5.2.61 Dieren slachten, dierlijke bijproducten bewerken en vlees, vis of organen uitsnijden.
Artikel 4.67 Elektriciteit opwekken met een windturbine Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.58, wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en Paragraaf 5.2.62 Elektriciteit opwekken met een windturbine.
Artikel 4.68 Acculader in werking hebben Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.58, wordt bij het in werking hebben van een acculader voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu - algemeen; en Paragraaf 5.2.63 Acculader in werking hebben.
Artikel 4.69 Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.58, wordt bij het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage voldaan aan:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 9 van 380
a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en Paragraaf 5.2.64 Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage.
Artikel 4.70 Vaste mest opslaan Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel Artikel 4.58, wordt bij het opslaan van vaste mest voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en Paragraaf 5.2.65 Vaste mest opslaan.
Artikel 4.71 Drijfmest, digestaat en dunne fractie opslaan Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.58, wordt bij het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en Paragraaf 5.2.66 Drijfmest, digestaat en dunne fractie opslaan.
Artikel 4.72 Kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen opslaan Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.58, wordt bij het opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en Paragraaf 5.2.67 Opslaan van kuilvoer en andere bijvoedermiddelen.
Artikel 4.73 Landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels fokken, houden en trainen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.58, wordt bij het fokken, houden en trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels voldaan aan: a. b.
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en Paragraaf 5.2.68 Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels.
Paragraaf 4.1.7 Bodem Artikel 4.74 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten met betrekking tot bodem.
Artikel 4.75 Doelen Voor bodem gelden de volgende doelen: a. b. c. d. e.
het beschermen van de gezondheid; het beschermen en verbeteren van de bodem- en grondwaterkwaliteit; het doelmatig benutten van de bodem; het zuinig gebruik van grondstoffen; en het doelmatig beheer van afvalstoffen.
Artikel 4.76 Bodemgevoelig gebouw bouwen en in gebruik nemen en gebruik wijzigen naar bodemgevoelig gebruik
Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.75, wordt bij het bouwen en in gebruik nemen van een bodemgevoelig gebouw en bij het wijzigen van het gebruik van een locatie naar bodemgevoelig gebruik voldaan aan Paragraaf 5.2.37 Bodemgevoelig gebouw bouwen en in gebruik nemen en gebruik wijzigen naar bodemgevoelig gebruik.
Artikel 4.77 Grondwatergevoelig gebouw bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.75, wordt bij het bouwen en in gebruik nemen van een grondwatergevoelig gebouw voldaan aan Paragraaf 5.2.38 Grondwatergevoelig gebouw bouwen en in gebruik nemen.
Artikel 4.78 Grond en baggerspecie toepassen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.75, wordt bij het toepassen van grond en baggerspecie voldaan aan Paragraaf 5.2.69 Grond en baggerspecie toepassen.
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 10 van 380
Artikel 4.79 AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken toepassen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.75, wordt bij het toepassen van AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken voldaan aan Paragraaf 5.2.74 AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken toepassen.
Artikel 4.80 Thermisch gereinigde grond toepassen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.75, wordt bij het toepassen van thermisch gereinigde grond voldaan aan Paragraaf 5.2.75 Thermisch gereinigde grond toepassen.
Artikel 4.81 Kleinschalig graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.75, wordt bij het graven in de bodem voldaan aan Paragraaf 5.2.40 Kleinschalig graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde, als het bodemvolume waarin wordt gegraven kleiner dan of gelijk is aan 25 m3.
Artikel 4.82 Grootschalig graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.75, wordt bij het graven in de bodem voldaan aan Paragraaf 5.2.72 Grootschalig graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.
Artikel 4.83 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico
Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.75, wordt bij het verrichten van een activiteit op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico voldaan aan Paragraaf 5.2.41 Activiteit verrichten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico.
Artikel 4.84 Saneren Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.75, wordt bij het saneren van de bodem voldaan aan Paragraaf 5.2.73 Saneren.
Artikel 4.85 Nazorg verrichten na saneren van de bodem Met het oog op de doelen, bedoel in Artikel 4.75, wordt bij het verrichten van nazorg als saneren van de bodem heeft plaatsgevonden voldaan aan Paragraaf 5.2.39 Nazorg verrichten na saneren van de bodem.
Afdeling 4.2 Gebiedstypen
Paragraaf 4.2.1 Algemeen Artikel 4.86 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over de volgende activiteiten met gebruiksruimte: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
agrarische activiteiten; bedrijfsactiviteiten; detailhandelsactiviteiten; dienstverleningsactiviteiten; horeca-activiteiten; infrastructuuractiviteiten; kantooractiviteiten; maatschappelijke activiteiten; recreatie-activiteiten; sportactiviteiten; en woonactiviteiten.
Artikel 4.87 Doelen Voor gebiedstypen gelden de volgende doelen:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 11 van 380
a. b. c. d. e. f. g. h. i.
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de gezondheid; het beschermen van het milieu; het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; het bieden van voldoende woonruimte; het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; en het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling.
Artikel 4.88 Aanwijzing bebouwingscontour geur Er is een bebouwingscontour geur als bedoeld in artikel 5.97 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Paragraaf 4.2.2 Centrumgebied Artikel 4.89 Aanwijzing Er is een gebiedstype Centrumgebied.
Artikel 4.90 Doelen Binnen het Centrumgebied gelden de volgende doelen : a. b. c.
een levendige stad; <PM uit omgevingsvisie halen>; en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Artikel 4.91 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.90, worden binnen het Centrumgebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in Artikel 4.86, alleen de volgende activiteiten verricht: a. b. c. d. e. f. g.
detailhandelsactiviteiten; dienstverleningsactiviteiten; horeca-activiteiten; infrastructuuractiviteiten; kantooractiviteiten; maatschappelijke activiteiten; en woonactiviteiten.
Paragraaf 4.2.3 Woongebied Artikel 4.92 Aanwijzing Er is een gebiedstype Woongebied.
Artikel 4.93 Doelen Binnen het Woongebied gelden de volgende doelen : a. b. c.
een prettig woon- en leefklimaat; <PM uit omgevingsvisie halen>; en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Artikel 4.94 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.93, worden binnen het Woongebied, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in Artikel 4.86, alleen de volgende activiteiten verricht:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 12 van 380
a. b. c. d. e. f. g.
bedrijfsactiviteiten, uitsluitend in de vorm van het exploiteren van een warmteoverslagstation; dienstverleningsactiviteiten; horeca-activiteiten; infrastructuuractiviteiten; maatschappelijke activiteiten; sportactiviteiten; en woonactiviteiten.
Paragraaf 4.2.4 Werkgebied Artikel 4.95 Aanwijzing Er is een gebiedstype Werkgebied.
Artikel 4.96 Doelen Binnen het Werkgebied gelden de volgende doelen: a. b. c.
een economisch sterke stad; <PM uit omgevingsvisie halen>; en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Artikel 4.97 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.96, worden binnen het Werkgebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in Artikel 4.86, alleen de volgende activiteiten verricht: a. b. c. d. e. f.
bedrijfsactiviteiten; detailhandelsactiviteiten; dienstverleningsactiviteiten; horeca-activiteiten; infrastructuuractiviteiten; en kantooractiviteiten.
Paragraaf 4.2.5 Werk-woongebied Artikel 4.98 Aanwijzing Er is een gebiedstype Werk-woongebied.
Artikel 4.99 Doelen Binnen het Werk-woongebied gelden de volgende doelen : a.
een economisch sterke stad met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; en
b.
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Artikel 4.100 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.99, worden binnen het Werk-woongebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in Artikel 4.86, alleen de volgende activiteiten verricht:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 13 van 380
a. b. c. d. e. f. g. h.
bedrijfsactiviteiten; detailhandelsactiviteiten; dienstverleningsactiviteiten; horeca-activiteiten; infrastructuuractiviteiten; kantooractiviteiten; maatschappelijke activiteiten; en woonactiviteiten.
Paragraaf 4.2.6 Groengebied Artikel 4.101 Aanwijzing Er is een gebiedstype Groengebied.
Artikel 4.102 Doelen Binnen het Groengebied gelden de volgende doelen : a. b. c. d.
een aantrekkelijke groene omgeving; het verhogen van natuurwaarden; <PM uit omgevingsvisie halen>; en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Artikel 4.103 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.102, worden binnen het Groengebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in Artikel 4.86, alleen de volgende activiteiten verricht: a. b. c. d.
horeca-activiteiten; infrastructuuractiviteiten; recreatie-activiteiten; en woonactiviteiten.
Afdeling 4.3 Transformatiegebieden
Paragraaf 4.3.1 Transformatie werk-woongebied Artikel 4.104 Aanwijzing Er is een Transformatiegebied werk-woongebied.
Artikel 4.105 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het transformeren naar werk-woongebied binnen het Transformatiegebied werkwoongebied.
Artikel 4.106 Doelen Binnen het transformatiegebied werk-woongebied gelden de volgende doelen: a. b. c.
de transformatie van een bedrijventerrein naar een werk-woongebied; een economisch sterke stad met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Artikel 4.107 Transformeren In deze paragraaf wordt onder transformeren verstaan:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 14 van 380
a.
b.
c. d. e. f. g.
het aan bepaalde locaties toedelen van de volgende activiteiten met gebruiksruimte: 1. bedrijfsactiviteiten; 2. detailhandelsactiviteiten; 3. dienstverleningsactiviteiten; 4. horeca-activiteiten; 5. maatschappelijke activiteiten; en 6. woonactiviteiten. het aan bepaalde locaties toedelen van: 1. bouwvolumes voor hoofdgebouwen; 2. openbaar groen, water, wegen en parkeerplaatsen; het bouw- en woonrijp maken van gronden; het bouwen van hoofdgebouwen; het inrichten van het publiek toegankelijk gebied, het openbaar gebied en de ondergrond als dit onderdeel is van de integrale ontwikkeling als bedoeld in artikel 24.7; het toevoegen van geluidgevoelige gebouwen, als bedoeld in artikel 3.21 Besluit kwaliteit leefomgeving; het verrichten van een geluidveroorzakende activiteit.
Artikel 4.108 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.99, worden binnen het Werk-woongebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in Artikel 4.86, alleen de volgende activiteiten verricht: a. b. c. d. e. f. g. h.
bedrijfsactiviteiten; detailhandelsactiviteiten; dienstverleningsactiviteiten; horeca-activiteiten; maatschappelijke activiteiten; recreatieactiviteiten; woonactiviteiten; infrastructuuractiviteiten.
Artikel 4.109 Bedrijfsactiviteiten 1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden de volgende bedrijfsactiviteiten niet verricht: a. b. c. d. e. f.
2.
Seveso-inrichtingen; activiteiten met betrekking tot een ippc-installatie; activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken als bedoeld in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; mer-plichtige of mer-beoordelingsplichtige activiteiten als bedoeld in afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit; activiteiten met externe veiligheidsrisico's als bedoeld in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en activiteiten die aanzienlijke geurhinder veroorzaken.
Bij het verrichten van bedrijfsactiviteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.
Artikel 4.110 Detailhandelsactiviteiten Bij het verrichten van detailhandelsactiviteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.
Artikel 4.111 Dienstverleningsactiviteiten Bij het verrichten van dienstverleningsactiviteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.
Artikel 4.112 Horeca-activiteiten Bij het verrichten van horeca-activiteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.
Artikel 4.113 Maatschappelijke activiteiten
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 15 van 380
Bij het verrichten van maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.
Artikel 4.114 Recreatieactiviteiten Bij het verrichten van recreatieactiviteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.
Artikel 4.115 Woonactiviteiten Bij het verrichten van woonactiviteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.
Artikel 4.116 Infrastructuuractiviteiten Bij infrastructuuractiviteiten in de vorm van aanleggen van de openbare ruimte wordt voldaan aan hoofdstuk 24.
Hoofdstuk 5 Activiteiten Afdeling 5.1 Algemene bepalingen Artikel 5.1 Toepassingsbereik Met uitzondering van Afdeling 5.1 en Paragraaf 5.3.1 is een paragraaf in dit hoofdstuk alleen van toepassing voor zover dat in Hoofdstuk 4 is bepaald.
Artikel 5.2 Normadressaat Aan Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Artikel 5.3 Maatwerkvoorschriften 1.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels voor activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.
2.
Een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.
3.
Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daartegen verzet.
4.
Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.
5.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.
6.
Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift over de regels in dit hoofdstuk worden de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen.
7.
Op het stellen van maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften over de regels in dit hoofdstuk, waarmee instructieregels van hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving of hoofdstuk 7 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn verwerkt, zijn die instructieregels van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5.4 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit als bedoeld in dit hoofdstuk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 16 van 380
a. b. c.
alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Artikel 5.5 Algemene gegevens bij een melding Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. b. c. d. e. f.
de aanduiding van de activiteit; de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; het adres, de kadastrale aanduiding of de coördinaten van de locatie waar de activiteit wordt verricht; als de melding elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van degene die de activiteit verricht; als de melding wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer, woonplaats en emailadres van de gemachtigde; en de dagtekening.
Artikel 5.6 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. b. c. d. e.
de aanduiding van de activiteit; de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; het adres, de kadastrale aanduiding of de coördinaten van de locatie waar de activiteit wordt verricht; als de gegevens en bescheiden elektronisch worden ingediend: het e-mailadres van degene die de activiteit verricht; en de dagtekening.
Artikel 5.7 Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat 1.
Voordat de naam of het adres, bedoeld in de artikelen Artikel 5.5 of Artikel 5.6, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
2.
Ten minste vier weken voor de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 5.8 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders 1.
Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels in dit hoofdstuk en maatwerkvoorschriften op grond van dit hoofdstuk voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de fysieke leefomgeving en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
2.
Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.
Artikel 5.9 Algemene aanvraagvereisten omgevingsvergunning [Gereserveerd]
Artikel 5.10 Gelijkwaardige maatregelen (algemeen) [Gereserveerd]
Artikel 5.11 Informeren over een ongewoon voorval Het bevoegd gezag wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval bij de volgende activiteiten:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 17 van 380
a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.
hoofdgebouw bouwen als bedoeld in Paragraaf 5.2.2; bijbehorend bouwwerk bouwen als bedoeld in Paragraaf 5.2.3; dakkapel bouwen als bedoeld in Paragraaf 5.2.5; pre-mantelzorghuisvesting bouwen als bedoeld in Paragraaf 5.2.6; dakopbouw bouwen als bedoeld in Paragraaf 5.2.11; dakterras bouwen als bedoeld in Paragraaf 5.2.12; overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen als bedoeld in Paragraaf 5.2.13; objecten plaatsen op de weg als bedoeld in Paragraaf 5.2.20; activiteiten in een beperkingengebied leidingen als bedoeld in Paragraaf 5.2.27; bouwwerk slopen als bedoeld in Paragraaf 5.2.32; milieubelastende activiteiten als bedoeld in Paragraaf 5.2.43; activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in Artikel 4.86; anders dan wonen.
Artikel 5.12 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval 1.
Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. b. c. d.
2.
informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen, indien van toepassing; andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet.
Het eerste lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 5.13 Informeren over bijzondere omstandigheden die geen ongewoon voorval zijn [Gereserveerd]
Artikel 5.14 Maatregelen bij bijzondere omstandigheden in de fysieke leefomgeving [Gereserveerd]
Artikel 5.15 Omgevingsvergunning afwijken van regels in dit omgevingsplan [Gereserveerd]
Artikel 5.16 Algemene beoordelingsregel [Gereserveerd]
Afdeling 5.2 Thematische activiteiten
Paragraaf 5.2.1 Bouwen - algemeen Artikel 5.17 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 18 van 380
a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
het bouwen van hoofdgebouwen; het bouwen van bijbehorende bouwwerken; het bouwen van dakkapellen; het bouwen van pre-mantelzorghuisvesting; het bouwen van erf- en perceelafscheidingen; het wijzigen van kozijnen en gevels; het bouwen van ondergeschikte bouwdelen; het bouwen van airconditioningsunits en warmtepompen; het bouwen van dakopbouwen; het bouwen van dakterrassen; en het bouwen van overige bouwwerken geen gebouw zijnde.
Artikel 5.18 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d. e. f.
het beschermen van stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; het waarborgen van de veiligheid; het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties; het beschermen van de gezondheid; en het stimuleren van van klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen.
Artikel 5.19 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor de activiteiten, bedoeld in Artikel 5.17, in ieder geval in dat bij werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, alle maatregelen worden getroffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.
Artikel 5.20 Meetbepalingen 1.
Bij het bouwen van bouwwerken wordt op de volgende wijze gemeten: a. b. c. d.
2.
bebouwingsgebied: achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; beukmaat: de breedte van hart op hart van de woningscheidende muur; bouwhoogte: de afstand vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen; en straatpeil: 1. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang met dien verstande dat, indien een bouwwerk is gelegen aan meerdere wegen, de laagste weg bepalend is; 2. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; en 3. voor een bouwwerk boven water: het plaatselijk aan te houden waterpeil.
Ondergeschikte bouwonderdelen als bedoeld in het eerste lid zijn:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 19 van 380
a. b.
c. d. e. f. g. h. i. 3.
toegangen van bouwwerken, stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen, funderingen; plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, voor zover deze niet dieper zijn dan 0,2 m ten opzichte van de gevel; luchtbehandelingskasten, liftschachten en technische ruimten op het dak, voor zover deze niet hoger zijn dan 4 m ten opzichte van het dak en architectonisch meeontworpen worden; gevel en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen en galerijen, voor zover deze niet dieper zijn dan 0,50 m ten opzichte van de gevel; luifels, voor zover deze niet dieper zijn dan 2 m ten opzichte van de gevel; erkers, voor zover deze niet dieper zijn dan 1,50 m ten opzichte van de gevel; balkons, voor zover deze niet dieper zijn dan 2,50 m ten opzichte van de gevel; ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze niet dieper zijn dan 1,5 m ten opzichte van het straatpeil; en hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand ten opzichte van de voorgevelbouwgrens dieper zijn dan 1 m.
Er wordt geen maatwerkvoorschrift gesteld over de meetbepalingen.
Artikel 5.21 Verboden bouwactiviteiten Het is verboden een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving te verrichten, als daarbij niet wordt voldaan aan de eisen in: a. b.
dat artikel; en Paragraaf 5.2.2 tot en met Paragraaf 5.2.13.
Artikel 5.22 Repressief welstand Het uiterlijk van de volgende bouwwerken is niet in ernstige mate in strijd met de reguliere omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet: a. b.
een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.
Artikel 5.23 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt niet begonnen voordat: a. b.
de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet door het bevoegd gezag; en het straatpeil is uitgezet door het bevoegd gezag.
Artikel 5.24 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit 1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit, als: a. b.
2.
de aansluitafstand niet groter is dan 100 m; of de aansluitafstand groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.
Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.
Artikel 5.25 Aansluiting op distributienet voor gas 1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als:
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 20 van 380
a. b.
2.
artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en de aansluitafstand: 1. niet groter is dan 40 m; of 2. groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.
Artikel 5.26 Aansluiting op distributienet voor warmte 1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a.
b.
het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en de aansluitafstand: 1. niet groter is dan 40 m; of 2. groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
2.
Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.
3.
Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.
4.
Als voor de inwerkingtreding van de wet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.
Artikel 5.27 Aansluiting op distributienet voor drinkwater Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als: a. b.
de aansluitafstand niet groter is dan 40 m; of de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
Artikel 5.28 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater 1.
Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.
2.
De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.
3.
Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. b. c. d. e.
4.
heeft geen vernauwing in de stroomrichting; heeft een vloeiend beloop; is waterdicht; heeft een voldoende inwendige middellijn; en bevat geen beer- of rottingput.
Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in Artikel 5.3 kan in ieder geval worden bepaald: a.
als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de wet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 21 van 380
b.
c.
perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.
Artikel 5.29 Eigendom aansluitleiding 1.
De grens tussen het gemeentelijk eigendom en het particuliere eigendom van een rioolaansluitleiding ligt ter plaatse van het ontstoppingsstuk in de rioolaansluiting.
2.
De grens ligt ter plaatse van de aansluiting op de pompput, als een rioolwaterpomp voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater is vereist.
3.
De grens ligt in de rioolaansluitleiding op een afstand van 0,5 m buiten de perceelgrens, als er geen ontstoppingsstuk of rioolwaterpomp is.
Artikel 5.30 Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging aansluitleiding 1.
Het beheer, onderhoud, de renovatie of vervanging van de gemeentelijke aansluitleiding komt voor rekening van de gemeente en wordt door of namens de gemeente uitgevoerd.
2.
Onder renovatie wordt ook verstaan een wijziging in de gemeentelijke voorzieningen voor het beheer van afvalwater.
3.
Het eerste lid geldt niet bij onjuist gebruik van de particuliere aansluitleiding.
4.
Er is sprake van onjuist gebruik als: a. b. c.
het lozen van stoffen die verstoppingen in de aansluitleiding of de voorzieningen voor het beheer van afvalwater kunnen veroorzaken; het lozen het stoffen die de constructie van de aansluitleiding kunnen aantasten; of het lozen van afvalwater op een niet daarvoor bedoeld openbaar riool.
5.
De kosten voor het onderhoud van de particuliere aansluitleiding komen voor rekening van de eigenaar.
6.
De kosten voor onderhoud van de particuliere aansluitleiding komen voor rekening van de gemeente als de noodzaak tot onderhoud veroorzaakt is door de gemeente.
Artikel 5.31 Verstopping of andere storing 1.
De zakelijk gerechtigde of gebruiker toont bij een verstopping of storing aan of er sprake is van een probleem in de particuliere aansluitleiding of in de gemeentelijke aansluitleiding.
2.
De eigenaar, zakelijk gerechtigde of gebruiker neemt bij een verstopping of ander probleem in de gemeentelijke aansluitleiding contact op met de gemeente, zodat de gemeente in de gelegenheid wordt gesteld voor het verrichten van noodzakelijke werkzaamheden.
3.
De eigenaar, zakelijk gerechtigde of gebruiker zorgt bij een verstopping of andere storing in de particuliere aansluitleiding dat het probleem wordt verholpen.
4.
De kosten voor het onderzoek als bedoeld in het eerste lid komen voor rekening van de eigenaar of gebruiker.
5.
In afwijking van het vierde lid vergoedt de gemeente maximaal € 200,- voor het onderzoek als de oorzaak bij de gemeente ligt.
Artikel 5.32 Bluswatervoorziening 1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.
Deze Regeling is op 11-01-2026 gemaakt m.b.v. GISkit TransStop Api, versie: 2026-01-09-9792cee
Pagina 22 van 380
2.
De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.
3.
De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.
Artikel 5.33 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten 1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing: a. b. c.
d. e. 3.
op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.
Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, heeft een verbindingsweg: a. b. c. d.
een breedte van ten minste 4,5 m; een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en een doeltreffende afwatering.
4.
Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
5.
Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
Artikel 5.34 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen 1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing: a. b. c.
d.
op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.