22-010c. RO-BP-621.100.80 Bijlagenboek deel 2.pdf
Tekst van het document
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 22
broedvogels, vissen, egels, algemene grondgebonden dieren en algemene amfibieën. Advies inrichting van het gebied
Broedvogels en zorgplicht
De aanbevelingen om het gebied groen in te richten in dit rapport zijn kort omschreven. In overleg met de opdrachtgever kan bekeken worden, welke maatregelen daadwerkelijk gaan worden toegepast en deze kunnen nader worden uitgewerkt in een adviesrapport, hoe voorzieningen exact vorm gegeven moeten worden om voor de doelsoorten geschikt te zijn. Wanneer in het voorjaar of de zomer wordt gewerkt: voor de start van de werkzaamheden het projectgebied en de directe omgeving (‘invloedsfeer van de werkzaamheden’) te controleren op broedvogels. Indien broedende vogels aanwezig zijn, is het aan de deskundige om te bepalen of met de werkzaamheden kan worden aangevangen. In het kader van de zorgplicht eventueel aanwezige licht beschermde dieren en niet beschermde dieren te laten vluchten of te verplaatsen bij de werkzaamheden.
In overleg
Betreffende maatregelen zijn van toepassing tijdens de uitvoering.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 23
REFERENTIELIJST Barataud, M, 2015. Acoustic Ecology of European Bats Species identification, study of their habitats and foraging behavior ISBN Biotope: 978-2-36662-144-0 BIJ12 (juli 2017, versie 1.0). Kennisdocument buizerd. BIJ12 (juli 2017, versie 1.0). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. BIJ12 (juli 2017, versie 1.0). Kennisdocument huismus. BIJ12 (juli 2017, versie 1.0). Kennisdocument ruige dwergvleermuis. Bouwers, B., Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming. 13 oktober 2017. Dietz, C., O von Helversen, D. Nill., 2009. Vleermuizen: Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Tirion Natuur. Korsten, E., Bureau Waardenburg B.V., 2012, Vleermuiskasten; Overzicht van toepassing, gebruik en succesfactoren Kosten, E., Jansen, E. 2015 Symposium Vleermuizen in de Stad. Presentatie over vorst-zwermen en waarnemingen van dwergvleermuizen in winterslaap. Lange, R., P. Twisk, A. van Winden en A. van Diepenbeek, VZZ, 2 e druk 2003. Zoogdieren van WestEuropa. uitgeverij KNNV, Middleton, N, Froud, A, French, K 2014. Sociall Calls of the Bats of Britain and Ireland. Exeter: Pelagic Publishing. ISBN: 9 781970 801678 Netwerk Groene Bureaus: uitgebracht-27-maart-2013
www.netwerkgroenebureaus.nl/nieuws/113-vleermuisprotocol-2013-
Netwerk Groene Bureaus: vleermuisprotocol 2017. http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/vleermuisprotocol Russ, J. , 2012. Britisch Bat Calls: A Guide To Species Identification. Pelagic Publishing ISBN-13: 9781907807251 Sendor, T, 2002. Population ecology of the pipistrelle bat (Pipistrellus pipistrellus Schreber, 1774): the significance of the year-round use of hibernacula for life histories. Simon, M.,Hüttenbügel, S., Smit-Viergutz, J., 2004. Ecology and Conservation of Bats in Villages en Towns. ISBN 3-7843-3619-1 Skiba, R. 2009. Europäische Fledermäuse Kennzeichen, Echoortung und Detektoranwendung. ISBN: 3 89432 907 6 VanderHelm Milieubeheer B.V. 2018. Ecologische quickscan ’t Julialaantje 40 te Rijswijk. Kenmerk: 20180712. Vergeer J.W., van Dijk A.J., Boele A., van Bruggen J. & Hustings F. 2016. Handleiding Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 24
BIJLAGE 1
REGIONALE SITUATIEKAART PROJECTGEBIED
= Projectgebied
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
BIJLAGE 2
WETTELIJKE EN BESTUURLIJKE KADERS NATUURBESCHERMING
In Nederland wordt de bescherming van natuur geregeld met behulp van de Wet natuurbescherming. Onder de Wet natuurbescherming valt de bescherming van enerzijds in het wild levende dieren (fauna) en planten (flora) en anderzijds de gebiedsbescherming en de bescherming van houtopstanden. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de vigerende wet- en regelgeving inzake de Wet natuurbescherming. WET NATUURBESCHERMING (01-01-2017) De Wet natuurbescherming is een samenkomst van drie voormalige natuurwetten: De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Onder de Wet natuurbescherming valt nu de soortenbescherming en de gebiedsbescherming. SOORTENBESCHERMING (FLORA EN FAUNA) De Wet natuurbescherming beschermd kwetsbare en zeldzame flora en fauna. De wet geldt daar waar beschermde soorten voorkomen. De beschermde soorten zijn onderverdeeld in Europees- en nationaal beschermde dier- en plantensoorten. Afhankelijk van de beschermde status van een soort dient bij de aantasting van exemplaren of nesten, voortplantings- of rustplaatsen van deze soort, een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Belangrijk voor de toekenning hiervan is de status, maar ook of de duurzame instandhouding van de populatie wel of niet in het geding is. Indien geen verbodsbepalingen worden overtreden kan mogelijk worden volstaan met een mitigatieplan.
Europees beschermde dier- en plantensoorten Deze soorten betreffen in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn en vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn Voor deze soorten dienen in het geval van ruimtelijke ontwikkeling mitigerende maatregelen opgesteld te worden die ervoor zorgen dat de functionaliteit van de nesten, voortplantings- of rustplaatsen gegarandeerd wordt. Tevens kunnen werkzaamheden, onder voorwaarden, worden uitgevoerd volgens een goedgekeurde gedragscode. Wanneer dit niet mogelijk is kan, indien de volgende belangen aan de orde zijn: bescherming van flora en fauna, dwingende redenen van groot openbaar belang of volksgezondheid of openbare veiligheid, een ontheffing aangevraagd worden. Vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn Voor vogels dienen in het geval van ruimtelijke ontwikkeling mitigerende maatregelen opgesteld te worden die ervoor zorgen dat de functionaliteit van de nesten en rustplaatsen gegarandeerd wordt. Tevens kunnen werkzaamheden, onder voorwaarden, worden uitgevoerd volgens een goedgekeurde gedragscode.
Wanneer dit niet mogelijk is kan, indien de volgende belangen aan de orde zijn: bescherming van flora en fauna, veiligheid van het luchtverkeer of volksgezondheid of openbare veiligheid, een ontheffing aangevraagd worden. Nationaal beschermde dier- en plantensoorten Deze soorten betreffen in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij de Wet natuurbescherming.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
Vrijstelling Middels een vrijstellingsregeling kan in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling vrijstelling verleend worden voor nationaal beschermde dier- en plantensoorten. Derhalve hoeft voor deze soorten geen ontheffing te worden aangevraagd. Voor deze soorten blijft wel de algemene zorgplicht van kracht. Per provincie wordt een vrijstellingslijst opgesteld. Elke provincie kan ervoor kiezen om verschillende soorten vrij te stellen. Per project zal gekeken moeten worden welke dier- en plantensoorten in de betreffende provincie zijn vrijgesteld. Voor soorten die niet zijn vrijgesteld dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde gedragscode, of dient bij de aantasting van exemplaren nesten, voortplantings- of rustplaatsen van deze soort bij activiteiten die de verbodsbepalingen overtreden, een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. VERBODEN HANDELINGEN Naast de zorgplicht zijn een aantal verboden handelingen opgenomen. Deze worden hieronder weergegeven. Artikel 3.1 Vogelrichtlijn 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3.
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.5 Habitatrichtlijn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 Nationaal beschermde dier- en plantensoorten 1.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Gedragscode Voor zowel Europees als nationaal beschermde soorten geldt dat werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden volgens een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. De betreffende gedragscode moet voor de werkzaamheden en soort(groep) geschreven en beschikbaar zijn.
Dit geldt indien de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van: - een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of –bermen, of in het kader van natuurbeheer; - een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; - een bestendig gebruik, of - een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling. Werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder een gedragscode, mits de functionaliteit van de nesten, voortplantings- of rustplaatsen van de soorten behouden blijft. Positieve afwijzing Als er maatregelen genomen worden om de functionaliteit van de nesten, voortplantings- of rustplaatsen van zowel Europees als nationaal beschermde soorten garanderen, is een ontheffing van de Flora- en faunawet niet noodzakelijk. Om er echter zeker van te zijn of de opgestelde mitigerende maatregelen voldoende zijn, kan op basis van deze maatregelen een ontheffing bij de betreffende provincie worden aangevraagd. Indien de provincie akkoord gaat met de mitigerende maatregelen en de functionaliteit van de nesten, voortplantings- of rustplaatsen van de soorten hiermee behouden blijft, wordt de ontheffingsaanvraag positief afgewezen en mogen de werkzaamheden zonder ontheffing worden uitgevoerd. ZORGPLICHT De zorgplicht valt onder zowel de soortenbescherming (dier- en plantensoorten) als gebiedsbescherming.
Onderstaand worden de maatregelen met betrekking tot zorgvuldig handelen weergegeven, zoals opgenomen artikel 1.11 en artikel 3.31, lid 3, van de Wet natuurbescherming. Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura-2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura-2000 gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
Artikel 3.31, lid 3, van de Wet natuurbescherming 3. Van zorgvuldig handelen is in elk geval sprake, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er worden slechts handelingen verricht waarvan geen wezenlijke invloed uitgaat op de soorten, bedoeld in het tweede lid, en b. ingeval handelingen worden verricht die invloed hebben op dieren wordt voorafgaand en tijdens de handelingen in redelijkheid alles verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: i. dieren als bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, worden gedood; ii. nesten van vogels worden vernield, beschadigd of weggenomen, rustplaatsen van vogels worden vernield of beschadigd, dan wel voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de in artikel 3.5, eerste lid, of artikel 3.10, eerste lid, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield, en iii. eieren van dieren als bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, worden vernield, of c. ingeval handelingen worden verricht die invloed hebben op planten van soorten als bedoeld in artikel 3.5, vijfde lid, of 3.10, eerste lid, wordt voorafgaand aan en tijdens de handelingen in redelijkheid alles verricht of gelaten om te voorkomen dat deze planten worden geplukt, afgesneden, ontworteld of vernield.
GEBIEDSBESCHERMING Onder de gebiedsbescherming vallen de Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland, Beschermde Natuurmonumenten, gebieden ter uitvoering van verdragen en andere internationale verplichtingen (zoals wetlands) en houtopstanden. NATURA2000 Natura 2000-gebieden zijn gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn. Voor elk Natura 2000-gebied wordt door de betreffende provincie een beheerplan opgesteld, waarin de nodige instandhoudingsmaatregelen zijn opgenomen. Artikel 2.7, lid 2, van de Wet natuurbescherming stelt over Natura 2000-gebieden het volgende: ‘Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.’ De toetsing betreft het vaststellen of het projectgebied in of in de omgeving van een beschermd natuurgebied gelegen is en of er sprake is van een negatief effect op de beschermde natuurwaarden. Als dit niet het geval is dan is verder onderzoek niet nodig.
Indien er wel sprake is van een effect op beschermde natuurwaarden is een aanvullende toetsing noodzakelijk, waarbij wordt vastgesteld in hoeverre er sprake is van een negatief effect. NATUURNETWERK NEDERLAND Het beschermingsregime voor gebieden die vallen onder het NNN vloeit voort uit het Natuurbeleidsplan uit 1991 en de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Het is in de Nota Ruimte op nationaal niveau en vervolgens door de provincies op provinciaal niveau nader uitgewerkt. Bescherming van deze gebieden is op planologische basis en er wordt van uitgegaan van het "Nee, tenzij‟-regime en compensatiebeginsel. Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op behoud en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden. Daarom geldt in het NNN het "nee, tenzij‟- regime. Indien een voorgenomen ingreep de "nee, tenzij‟-afweging met positief gevolg doorloopt kan de ingreep plaatsvinden, mits de eventuele nadelige gevolgen worden gemitigeerd en resterende schade wordt gecompenseerd. Indien een voorgenomen ingreep niet voldoet aan de voorwaarden uit het "nee, tenzij‟-regime dan kan de ingreep niet plaatsvinden.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming (houtopstanden) vallen: - alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ bij besluit vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Het besluit wordt door de provincie goedgekeurd. Wanneer voor het uitvoeren van werkzaamheden houtopstanden zoals hierboven beschreven gekapt moeten worden geldt een meldings- en herplantplicht. De kapmelding is geen kapvergunning. In sommige gemeenten is een kapvergunning vereist, die door de gemeente wordt afgegeven. Voordat gekapt wordt, is het raadzaam bij de gemeente na te vragen of een vergunning vereist is. Als dat zo is, moet die apart worden aangevraagd. Gemeenten leggen in de bomenverordening vast welke bomen zonder vergunning mogen worden gekapt en voor welke bomen een meldings- of vergunningsplicht geldt. Binnen drie jaar nadat een bos is gekapt, moet het worden herplant. Deze termijn van drie jaar geldt ook als het bos door een calamiteit (brand, storm, ziekten of plagen) verloren gaat. Na drie jaar moet er een geslaagde herbebossing zijn uitgevoerd. Een herbeplanting die niet goed is aangeslagen moet, binnen 3 jaar na kap, worden ingeboet.
In de Wet natuurbescherming zijn verboden handelingen ten aanzien van houtopstanden opgenomen in artikel 4.2. Deze worden hieronder weergegeven. Artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming 1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen over de melding, bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op: a. de gegevens die bij de melding worden verstrekt; b. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan, en c. de wijze waarop de melding wordt gedaan. 3. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. De meldings- en herplantplicht is niet van toepassing: - indien houtopstanden worden geveld ter uitvoering van instandhoudingsmaatregelen of ten behoeve van Natura 2000-gebieden; - voor het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. In uitzonderingsgevallen kan een kapverbod worden opgelegd als het natuur- en landschapsschoon ernstig geschaad dreigt te worden door de voorgenomen kap.
In de praktijk gebeurt dit nagenoeg nooit. Er moet sprake zijn van opstanden of lanen van een uitzonderlijke natuurwaarde of landschappelijke waarde.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
BIJLAGE 3 NESTEN
INSPECTIE BOOMHOLTEN VLEERMUIZEN EN JAARROND BESCHERMDE
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
UrbanMade B.V. T.a.v. de heer T. van Oosten Waldorpstraat 1390 2521 CZ Den Haag
Ons kenmerk: Datum: Behandeld door: Betreft:
20180840 15 februari 2019 Dhr. Ing. A. Kolders Memo winterinspectie jaarrond beschermde nesten en boomholtes
Geachte heer Van Oosten, Hierbij ontvangt u de resultaten van de winterinspectie ten behoeve van de mogelijke aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten en de aanwezigheid en geschiktheid van boomholten voor vleermuizen ter plaatse van het Julialaantje 40 te Rijswijk. AANLEIDING De aanleiding van de winterinspectie zijn de voorgenomen werkzaamheden ter plaatse van het Julialaantje en de resultaten van de reeds uitgevoerde ecologische quickscan (VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk 20180712, d.d. 16 juli 2018). De werkzaamheden betreffen het herinrichten van het terrein, waarvoor onder andere bomen worden gekapt. DOELSTELLING Doel van de winterinspectie is het bepalen waar holtes in bomen zich in het gebied van het Julialaantje 40 bevinden en of deze geschikt zijn als zomer- en/of kraamverblijfplaats voor vleermuizen. Tevens wordt gekeken of nesten aanwezig zijn die geschikt zijn als jaarrond beschermde nest- en rustplaats voor buizerd, boomvalk, ransuil, havik en/of de sperwer. RESULTATEN EERDER ONDERZOEK Vleermuizen Uit een eerder uitgevoerde ecologische quickscan (VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk 20180712, d.d. 05-07-2018) blijkt dat in het projectgebied mogelijk voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van juridisch zwaarder beschermde vleermuizen niet kunnen worden uitgesloten, door de aanwezigheid van spechtholen in het gebied.
In het projectgebied kunnen zich verblijfplaatsen met verschillende functies voor vleermuizen bevinden. In de bomen worden zomer-, kraam-, paar- en/of individuele winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en de watervleermuis verwacht. Tijdens het onderzoek naar paarverblijfplaatsen, in de periode tussen 15 augustus 2018 en 30 september 2018, zijn in de boomholten die tijdens de quickscan zijn aangetroffen geen paarverblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Daarnaast is het gebied doorkruist op zoek naar baltsende vleermuizen in mogelijk aanwezige andere holtes of achter loszittend schors, andere paarverblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet gevonden. Winterinspectie potentieel jaarrond beschermde nesten en boomholten voor vleermuizen Projectcode: 20180840
Pagina 1 van 6
Vogels De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van buizerd, sperwer, havik, ransuil en boomvalk (Vogelrichtlijn en categorie 4), konden ten tijde van de quickscan eveneens niet worden uitgesloten. Indien jaarrond beschermde nesten van buizerd, sperwer, havik, ransuil en boomvalk aanwezig zijn zullen deze door de kapwerkzaamheden worden vernield wat een overtreding van artikel 3.1 betreft. Derhalve is hiervoor middels de winterinspectie bepaald of potentiele horsten aanwezig zijn. Indien potentiele nesten aanwezig zijn dient een soortgericht onderzoek naar de te verwachten soorten in het voorjaar te worden uitgevoerd. METHODIEK LOCATIEBEZOEK Op 29 januari 2019 hebben deskundige ecologen (dhr. M. Loeve & dhr. A. Kolders) van VanderHelm Milieubeheer B.V. een winterinspectie uitgevoerd naar de aanwezigheid van boomholten waar vleermuizen tijdens het zomer- en kraamseizoen gebruik van kunnen maken en de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten waar soorten als buizerd, sperwer, havik, ransuil en boomvalk gebruik van kunnen maken. Met behulp van een ladder, zaklamp en een boomcamera zijn de boomholtes gecontroleerd op de geschiktheid voor zomer- en/of kraamverblijfplaatsen. Niet alle boomholtes konden worden gecontroleerd, omdat enkele holtes niet bereikbaar waren voor de ladder (te hoog in de boom of op onbereikbare takken).
De aanwezige horsten (mogelijk potentieel jaarrond beschermde nesten) zijn met behulp van een verrekijker beoordeeld waarbij is bepaald of deze nesten geschikt zijn voor buizerd, sperwer, havik, ransuil en/of boomvalk. De projectbegrenzing is weergegeven op afbeelding 1. Nesten of holten die net buiten de projectgrenzen vallen (maar binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden) zijn meegenomen tijdens het winteronderzoek. Werkzaamheden in het projectgebied kunnen mogelijk van invloed zijn op vogels en vleermuizen die gebruik maken van de nesten en de holten. RESULTATEN LOCATIEBEZOEK Vleermuizen Tijdens de winterinspectie is in kaart gebracht waar geschikte holtes in en in de directe omgeving van het projectgebied aanwezig zijn, waar vleermuizen tijdens het zomer- en kraamseizoen gebruik van kunnen maken. Alle holten bevinden zich gecentreerd rondom het restaurant De Hofstede. Het betreffen hier spechtgaten die een grote invliegopening hebben en diep de boom in gaan. Hierdoor ontstaat er een goed microklimaat die vleermuizen nodig hebben als verblijfplaats. De holten kunnen gebruikt worden als zomer- en kraamverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis en gewone grootoorvleermuis. Alle bovenstaande soorten worden ook verwacht in bomen op basis van de ecologische quickscan (VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk 20180712, d.d.
16 juli 2018). Op afbeelding 1 zijn de holen die geschikt zijn als zomer- en kraamverblijfplaats weergegeven. Een foto impressie van de holten is eveneens weergegeven op afbeelding 1. Alle overige bomen in het gebied bevatten geen geschikte holen of holten waar vleermuizen gebruik van kunnen maken.
Winterinspectie potentieel jaarrond beschermde nesten en boomholten voor vleermuizen Projectcode: 20180840
Pagina 2 van 6
Afbeelding 1: De holten die geschikt zijn als zomer- en kraamverblijfplaatsen voor vleermuizen in het projectgebied.
Vogels De bomen in het projectgebied bevatten mogelijk horsten die geschikt zijn als nest- en rustplaats voor de buizerd, boomvalk, ransuil, havik en/of de sperwer. De aanwezige nesten betreffen oude kraainesten die in het broedseizoen gebuikt kunnen worden door bovengenoemde soorten. Wanneer de bomen in blad staan bieden de bomen voldoende beschutting aan de soorten om ongestoord te broeden. De volgende soorten kunnen worden verwacht binnen het projectgebied: Havik Tijdens de inspectie is de havik waargenomen die baltsend boven het projectgebied vloog. De havik broedt in het park Te Werve. Echter de kans is aanwezig dat deze zich verplaatst naar het projectgebied om daar te broeden. De havik is een schuwe bos- en parkbroeder, maar door de hoge bomen met dichte bladeren kan deze ongestoord broeden. Op basis hiervan kan de havik binnen het projectgebied niet worden uitgesloten. Buizerd Tijdens de inspectie is eveneens in het naastgelegen parkje een buizerd aanwezig. Buizerds kunnen gebruikt maken van oude kraaiennesten om deze uit te breiden. Kraaiennesten zijn in het projectgebied aanwezig. Door de aanwezigheid van de buizerd in het naastgelegen parkje en de aanwezigheid van kraaiennesten kan de buizerd in het projectgebied, als broedvogel, niet worden uitgesloten. Sperwer Tijdens de inspectie zijn geen sperwers in het projectgebied aangetroffen.
Echter sperwers kunnen, net als de buizerd, gebruik maken van kraaiennesten. De sperwer is onder andere een parkbroeder en minder schuw als de havik. Op basis hiervan kan de sperwer binnen het projectgebied niet worden uitgesloten.
Winterinspectie potentieel jaarrond beschermde nesten en boomholten voor vleermuizen Projectcode: 20180840
Pagina 3 van 6
Boomvalk De boomvalk is tijdens de inspectie niet waargenomen. Boomvalken trekken in het najaar weg richting Afrika om daar te overwinteren. Boomvalken broeden relatief laat en kunnen daarbij gebruik maken van roeken-, kraaien- en eksternesten. Door de aanwezigheid van kraaien- en eksternesten kan de boomvalk eveneens niet worden uitgesloten in het projectgebied. Ransuil Tijdens de inspectie zijn geen ransuilen in het projectgebied aangetroffen. Ransuilen maken gebruik van oude kraaien- en eksternesten. Daarnaast roesten en broeden ransuilen ook in grote coniferen waar ze ongezien in kunnen verblijven. In het projectgebied zijn kraaien- en eksternesten aanwezig. Echter zijn er ook grote coniferen waar ransuilen in kunnen verblijven. Op basis hiervan kan de ransuil in het projectgebied niet worden uitgesloten. Naar aanleiding van bovenstaande waarnemen ten tijde van de winterinspectie kunnen buizerd, boomvalk, ransuil, havik en sperwer binnen het projectgebied niet worden uitgesloten en wordt geadviseerd om een soortgericht onderzoek naar buizerd, boomvalk, ransuil, havik en sperwer uit te voeren. Op afbeelding 1 zijn de jaarrond beschermde nesten die geschikt zijn als nest- en rustplaats voor de buizerd, de sperwer, de havik, de ransuil en de boomvalk weergegeven. Een foto impressie van de jaarrond beschermde nesten is weergegeven op afbeelding 3.
Afbeelding 2: Afbeelding 1: De horsten, potentieel geschikt als jaarrond beschermde nest in het projectgebied. Deze nesten kunnen gebruikt worden door havik, sperwer, ransuil, boomvalk en buizerd.
CONCLUSIES & ADVIES Vleermuizen Uit de winterinspectie blijkt dat de aanwezige spechtenholten geschikt zijn als zomer- en/of kraamverblijfplaatsen voor vleermuizen. De holten hebben een grote invliegopening en gaan diep de boom in. Hierdoor ontstaat er een goed microklimaat voor vleermuizen. Op basis hiervan zijn zomer- en kraamverblijfplaatsen niet uit te sluiten. Geadviseerd wordt om in de periode tussen 15 mei 2019 en 15 juli 2019 een soortgericht onderzoek uit te voeren naar zomer- en kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis en gewone grootoorvleermuis.
Winterinspectie potentieel jaarrond beschermde nesten en boomholten voor vleermuizen Projectcode: 20180840
Pagina 4 van 6
Vogels Uit de winterinspectie blijkt dat er jaarrond beschermde nesten van de ekster en zwarte kraai aanwezig zijn waar soorten als buizerd, havik, boomvalk, ransuil en sperwer gebruik van kunnen maken. Tevens bieden de bomen voldoende beschutting voor de schuwe park- en bosbroeders. Op basis hiervan zijn bovengenoemde soorten niet uit te sluiten. Geadviseerd wordt om in de periode tussen maart 2019 en augustus 2019 een soortgericht onderzoek uit te voeren naar de buizerd, havik, boomvalk, ransuil en sperwer. PLANNING Het soortgerichte onderzoek is gebonden aan bepaalde perioden in het jaar. De onderzoeken naar havik, ransuil, sperwer, boomvalk en buizerd kunnen volgens de planning in tabel 1 worden uitgevoerd. Tabel 1: Planning onderzoek jaarrond beschermde nesten Soort Aantal bezoeken Buizerd Vier veldbezoeken tussen 1 maart en 15 mei Havik Vier veldbezoeken tussen 1 februari en 15 juli Sperwer Vier veldbezoeken tussen 1 maart en 15 juli Ransuil Twee veldbezoeken in de periode van maart tot en met april en één bezoek in de periode van 1 mei t/m 15 juli voor het vinden van jongen Boomvalk Drie veldbezoeken tussen 1 mei en 31 augustus
Tijd van de dag Overdag Overdag Overdag In de schermer en nacht Overdag
Winterinspectie potentieel jaarrond beschermde nesten en boomholten voor vleermuizen Projectcode: 20180840
Pagina 5 van 6
KWALITEITSBORING VanderHelm Milieubeheer B.V. is lid van het ‘Netwerk Groene Bureaus (NGB) - Brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging’. De werkzaamheden die door VanderHelm Milieubeheer B.V. worden uitgevoerd zijn gebaseerd op het door de NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). VanderHelm Milieubeheer B.V. is VCA** (versie 2008/05) gecertificeerd. Onderhavig project wordt uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V. Dit kwaliteitssysteem is gecertificeerd conform de norm ISO 9001:2015. TOT SLOT Kwaliteit waarborgt tevredenheid en daarom vinden wij het belangrijk om te weten of u tevreden bent over onze diensten en producten. Wij stellen het dan ook zeer op prijs indien u op- en/of aanmerkingen heeft, dat u deze aan ons kenbaar maakt. Indien u nog vragen heeft naar aanleiding van het onderzoek en eventuele vervolgacties zijn wij graag bereid een nadere toelichting te geven. Hierover kunt u contact opnemen met dhr. Ing. A. Kolders. Dit briefrapport wordt, tenzij anders door u aangegeven, niet verzonden aan derden. Dit briefrapport mag, na kennisgeving aan VanderHelm Milieubeheer B.V., uitsluitend in haar geheel worden vermenigvuldigd of aan derden verstrekt. Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groeten, VanderHelm Milieubeheer B.V.
Gecontroleerd door:
Vrijgegeven door:
Mevr. Ing. K.E. Orie-Vreugdenhil
Mevr. M. Kortlever-Boer MSc
Winterinspectie potentieel jaarrond beschermde nesten en boomholten voor vleermuizen Projectcode: 20180840
Pagina 6 van 6
BIJLAGE 4
WAARNEMINGEN VLEERMUIZEN TIJDENS VELDBEZOEKEN
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
Bijlage: vleermuisveldbezoek 20-08-2018 en 21-08-2018 Legenda
soort, gedrag (aantal dieren)
! ( gewone dwergvleermuis, baltsend (
gewone dwergvleermuis, foeragerend
# * # * # *
gewone dwergvleermuis, overvliegend
_ ^
ruige dwergvleermuis, sociale roep
# *
watervleermuis, overvliegend
laatvlieger, overvliegend rosse vleermuis, overvliegend
soort, belangrijk element rosse vleermuis, baltsterritorium
1
Projectbegrenzing
1 1 1
1
1 3 1
1 1
1
1:2,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
240M
1
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: vleermuisveldbezoek 03-09-2018 Legenda
soort, gedrag (aantal dieren)
(
gewone dwergvleermuis, foeragerend
# *
gewone dwergvleermuis, overvliegend
_ ^
gewone dwergvleermuis, sociale roep
# * # *
laatvlieger, overvliegend ruige dwergvleermuis, overvliegend
soort, belangrijk element rosse vleermuis, baltsterritorium Projectbegrenzing
1
1
1 1
1
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 1:3,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
360M
Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: vleermuisveldbezoek 10-09-2018 en 11-09-2018 (kaart 1/2) Legenda
soort, gedrag (aantal dieren) gewone dwergvleermuis, baltsend gewone dwergvleermuis, foeragerend gewone dwergvleermuis, overvliegend gewone dwergvleermuis, sociale roep
1
rosse vleermuis, baltsend rosse vleermuis, overvliegend ruige dwergvleermuis, paarverblijfplaats ruige dwergvleermuis, foeragerend ruige dwergvleermuis, sociale roep ruige dwergvleermuis, overvliegend Vliegroute, gewone dwergvleermuis soort, belangrijk element rosse vleermuis, baltsterritorium Projectbegrenzing
4
1 1 1 11 11 1 2 1 3 1 3 2 1 2
1
1
1
1
1 3
1
1
1
1
1 1 1:2,500
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
300M
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: vleermuisveldbezoek 10-09-2018 en 11-09-2018 (kaart 2/2) Legenda
3
soort, gedrag (aantal dieren) 1
gewone dwergvleermuis, foeragerend gewone dwergvleermuis, overvliegend gewone dwergvleermuis, sociale roep
1
ruige dwergvleermuis, paarverblijfplaats ruige dwergvleermuis, overvliegend
1
1
1 1
Vliegroute, gewone dwergvleermuis soort, belangrijk element watervleermuis, foerageergebied rosse vleermuis, baltsterritorium Projectbegrenzing Begrenzing omgevingsonderzoek
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 1:3,500
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
400M
Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: vleermuisveldbezoek 11-09-2018 Legenda
soort, gedrag (aantal dieren)
! ( gewone dwergvleermuis, baltsend soort, belangrijk element gewone dwergvleermuis, baltsterritorium Projectbegrenzing
1
1
1
1 1:2,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
240M
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: vleermuisveldbezoek 24-09-2018 Legenda
soort, gedrag (aantal dieren)
(
gewone dwergvleermuis, foeragerend
# * # *
gewone dwergvleermuis, overvliegend
(
watervleermuis, foeragerend
ruige dwergvleermuis, overvliegend
soort, belangrijk element gewone dwergvleermuis, baltsterritorium Projectbegrenzing
1 1 1
1
1 1
1
1
1
1
1
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 1:2,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
240M
Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: vleermuisveldbezoek 10-07-2018 Legenda
soort, gedrag (aantal dieren)
(
gewone dwergvleermuis, foeragerend
# *
gewone dwergvleermuis, overvliegend
_ ^ (
gewone dwergvleermuis, sociale roep
# *
rosse vleermuis, overvliegend
(
ruige dwergvleermuis, foeragerend
# *
watervleermuis, overvliegend
(
watervleermuis, foeragerend
rosse vleermuis, foeragerend
1
Projectbegrenzing
1 1
1
1 1 1
1 1
1 1
1
1
1 1 1
1
11
1
1
1
1
1 13 1
1 1
1 1 1
1 4 VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs
1:2,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
240M
Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: vleermuisveldbezoek 11-07-2018 Legenda
soort, gedrag (aantal dieren)
(
gewone dwergvleermuis, foeragerend
# * # *
gewone dwergvleermuis, overvliegend
(
ruige dwergvleermuis, foeragerend
# *
watervleermuis, overvliegend
1
rosse vleermuis, overvliegend
1
1
soort, belangrijk element
1
gewone dwerg-, water- en rosse- vleermuis, foerageergebied gewone dwergvleermuis, foerageergebied
1
1
watervleermuis, foerageergebied
1
rosse vleermuis, foerageergebied
1
Projectbegrenzing
1
Begrenzing omgevingsonderzoek
1 1 1
2
1 1
1
1
1 1
1
1
1
1 1:6,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
720M
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: vleermuisveldbezoek 13-07-2018 Legenda
soort, gedrag (aantal dieren)
(
gewone dwergvleermuis, foeragerend
# *
rosse vleermuis, overvliegend
(
ruige dwergvleermuis, foeragerend
# *
watervleermuis, overvliegend
(
watervleermuis, foeragerend Projectbegrenzing
1 1
1
1
1
1
1
1
1
1 1 1 1 1 1 2
1:2,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
240M
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: vleermuisveldbezoek 29-05-2019 Legenda
soort, gedrag (aantal dieren) gewone dwergvleermuis, foeragerend ruige dwergvleermuis, foeragerend Projectbegrenzing
1 1
1
1
1
1
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 1:2,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
240M
Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: vleermuisveldbezoek 14-06-2019 Legenda soort, gedrag (aantal dieren) gewone dwergvleermuis, foeragerend gewone dwergvleermuis, overvliegend rosse vleermuis, overvliegend watervleermuis, overvliegend watervleermuis, foeragerend Projectbegrenzing
1 1 1
1 1 1
1 1
3
1 2
1:2,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
240M
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: vleermuisveldbezoek 19-06-2019 Legenda soort, gedrag (aantal dieren) gewone dwergvleermuis, foeragerend gewone dwergvleermuis, overvliegend rosse vleermuis, overvliegend watervleermuis, foeragerend Projectbegrenzing
1
1
4
6
1
1 1:2,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
240M
1
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
BIJLAGE 5
WAARNEMINGEN VOGELS TIJDENS VELDBEZOEKEN
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
Bijlage: veldbezoek jaarrond beschermde nesten 7-3-2019 Legenda Projectbegrenzing
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 1:2,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
240M
Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: veldbezoek jaarrond beschermde nesten 4-4-2019 Legenda Soort, gedrag Blauwe reiger, bezet nest Buizerd, ter plaatse Zwarte kraai, nestbouw Zwarte kraai, bezet nest Projectbegrenzing 1
1
1
1
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 1
1:2,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
240M
Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: veldbezoek jaarrond beschermde nesten 29-4-2019 Legenda Soort, gedrag Ekster, bezet nest Zwarte kraai, bezet nest Projectbegrenzing
1
1
1
1
1
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 1:2,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
240M
Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
Bijlage: veldbezoek jaarrond beschermde nesten 13-5-2019 Legenda Soort, gedrag Sperwer, ter plaatse Boomkruiper, transport voedsel Buizerd, ter plaatse Zwarte kraai, bezet nest
1
Projectbegrenzing 1
1
1
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 1:2,000
0 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
240M
Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: 20180840 Formaat: A3 Esri Nederland, beeldmateriaal.nl Julialaantje e.o. te Rijswijk
BIJLAGE 6
SOORTINFORMATIE WAARGENOMEN EN ONDERZOCHTE SOORTEN
Laatvlieger - Eptesicus serotinus De laatvlieger is een betrekkelijk grote vleermuis De laatvlieger is te herkennen aan zijn tweekleurige vacht: koffiebruin op de rug en koffie-met-melk-bruin op de buik. De oren en snuit zijn zwart. Laatvliegers leven verspreid over heel Europa en op de Canarische Eilanden. In nederland komt de laatvlieger vrij algemeen voor, voornamelijk op het platteland, dorpen en in de randstad.
Watervleermuis - Myotis daubentoni De watervleermuis is een kleine tot middelgrote soort met relatief kleine oren. De vacht is bruingrijs tot donker bronskleurig op de rug en zilvergrijs met soms een bruinige tint op de buik. Ze hebben een roodbruine neus en donker grijsbruine oren en vlieghuid. Deze soort komt in bijna heel Europa voor en is in Nederland algemeen bekend. De watervleermuis verplaatst zich veelal over water, maar er zijn ook vliegroutes over land bekend. De soort foerageert bij voorkeur boven water. Gewone dwergvleermuis - Pipistrellus pipistrellus De gewone dwergvleermuis is de op één na kleinste Europese vleermuissoort. Ze hebben een vrij spitse snuit en korte driehoekige oren. Hun rug is roodbruin, kastanjebruin of donkerbruin, terwijl hun buik eerder geel- tot grijsbruin is. Hun snuit, oren en vlieghuid zijn zwartbruin. De gewone dwergvleermuis leeft in vrijwel heel Europa en is in België en Nederland een algemeen voorkomende soort. Dit is de vleermuis die men veelal tijdens de zomerperiode in tuinen en straten ziet. Ruige dwergvleermuis - Pipistrellus nathusii De ruige dwergvleermuis is een kleine vleermuissoort met korte, driehoekige oren. 's Zomers is hun rug rood- tot kastanjebruin en na de rui (juli/augustus) eerder donkerbruin met vaak een grijze tint. Ze hebben een licht- tot geelbruine buik. Hun staart, oren en vlieghuid zijn zwartbruin.
Ruige dwergvleermuizen leven hoofdzakelijk in noordelijk Midden- en Oost-Europa. In Nederland is de soort voornamelijk vanaf de tweede helft van de zomer aanwezig. Kraamverblijfplaatsen van deze soort in Nederland zijn zeldzaam.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
Rosse vleermuis - Nyctalus noctula Deze grote vleermuis met brede oren heeft een korte, platte, roestkleurige vacht. Hun oren, snuit en vlieghuid zijn zwartbruin. De rosse vleermuis komt in een groot deel van Europa voor. Kraamkolonies zijn hoofdzakelijk bekend uit laaggelegen gebieden in Noord-Duitsland en Nederland. Nederland is dan ook van groot belang voor deze soort. De rosse vleermuis
kan grote afstanden afleggen van de verblijfplaats naar foerageergebied en vliegt vaak in een rechte lijn op hoogte naar deze foerageergebieden. In tegenstelling tot de andere vleermuissoorten worden vliegroutes niet gebruikt.
Gewone grootoorvleermuis – Plecotus Auritus Deze gewone grootoorvleermuis is een middelgrote vleermuis en te herkennen aan zijn zeer grote oren welke hij tijdens de winterslaap onder zijn vleugels vouwt. Boven zijn ogen heeft het dier een vrij grote bobbel en de vacht is geelbruin. Deze soort komt verspreid over heel Nederland voor maar heeft een voorkeur voor bomenrijke gebieden.
Huismus – Passer domesticus De huismus is een kleine zangvogel welke zich voornamelijk voedt met zaden en insecten. Het mannetje onderscheidt zich van het bruine vrouwtje door zijn grijze kruin en wangen in combinatie met zijn zwarte keel en borst. De huismus nestelt bij voorkeur in gebouwen waar zich geschikte broedlocaties bevinden onder bijvoorbeeld de dakpannen. De huismus heeft 2 tot 3 legsels per broedseizoen en is het gehele jaar rondom de nestplaats te vinden. Daarnaast zijn voldoende schuilgelegenheden en de constante aanwezigheid van voer een vereiste.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
BIJLAGE 7
ONTWERPTEKENING
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
BIJLAGE 8
ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
Bijlage
ECOLOGISCHE QUICKSCAN ’T JULIALAANTJE 40
M I L I E U B E H E E R
TE RIJSWIJK
Ecologische ecologische quickscan Naamstraat te Naamplaats Projectcode: NAAMCODE
Bijlage
ECOLOGISCHE QUICKSCAN ’T JULIALAANTJE 40 TE RIJSWIJK
Colofon
Opdrachtgever:
UrbanMade B.V. Waldorpstraat 1390 2521 CZ Den Haag
Adviesbureau:
VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 010 -249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl
Projectfoto's:
Dhr. ing. A. Kolders
© VanderHelm Milieubeheer B.V.
Verantwoording
Projectcode:
20180712
Status / versie
Definitief, versie 2
Datum
15 februari 2019
Auteur
Dhr. ing. A. Kolders
Kwaliteitscontrole
Mevr. ing. K.E. Orie-Vreugdenhil
Vrijgave
Mevr. M. Kortlever-Boer MSc
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
2
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 4 1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................................................ 4 1.2 DOELSTELLING ......................................................................................................................................................... 4 1.3 DESKUNDIGHEID ...................................................................................................................................................... 4 1.4 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK ........................................................................................................................................ 4 1.5 KWALITEITSBORGING................................................................................................................................................. 5 1.6 VERANTWOORDING .................................................................................................................................................. 5 2. PROJECTGEBIED.................................................................................................................................................
6 2.1 HUIDIGE SITUATIE ..................................................................................................................................................... 6 2.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN ............................................................................................................... 6 3. WERKWIJZE ....................................................................................................................................................... 7 3.1 BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................................................. 7 3.2 VELDONDERZOEK ..................................................................................................................................................... 7 4. ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................................................ 8 4.1 BESCHERMDE SOORTEN ............................................................................................................................................. 8 4.2 BESCHERMDE GEBIEDEN ..........................................................................................................................................
13 4.3 BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................................ 13 5. TOETSING AAN WETGEVING.............................................................................................................................14 5.1 BESCHERMDE SOORTEN............................................................................................................................................ 14 5.2 BESCHERMDE GEBIEDEN .......................................................................................................................................... 17 5.3 HOUTOPSTANDEN .................................................................................................................................................. 17 6. CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN ..................................................................................................................18 6.1 CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN ............................................................................................................................. 18 REFERENTIELIJST ..................................................................................................................................................20
BIJLAGEN 1. REGIONALE SITUATIEKAART 2. W ETTELIJKE EN BESTUURLIJKE KADERS NATUURBESCHERMING 3. FOTO’S TER PLAATSE 4. 1STE SCHETSONTWERP VAN DE TOEKOMSTIGE SITUATIE
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
3
1. INLEIDING VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van UrbanMade B.V. opdracht gekregen voor het uitvoeren van een ecologische quickscan ter plaatse van het perceel aan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk. 1.1 AANLEIDING De aanleiding tot deze ecologische quickscan is de voorgenomen herontwikkeling van het projectgebied. De werkzaamheden betreffen het herinrichten van het terrein, waarvoor groen, (restanten van) gebouwen, alsmede verhardingen verwijderd dienen te worden en nieuw groen en o.a. grond gebonden woningen en appartementen worden gerealiseerd. Tijdens de planvorming dient inzichtelijk te worden gemaakt of door de werkzaamheden een negatief effect kan ontstaan op beschermde flora en fauna, beschermde natuurgebieden en houtopstanden. Indien hier sprake van is dient te worden bepaald of deze negatieve effecten kunnen worden voorkomen en of er sprake is van een ontheffing- of meldingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. 1.2 DOELSTELLING Het doel van een ecologische quickscan is om te bepalen of rekening dient te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Dit doel wordt opgesplitst in de volgende subdoelen.
het verkrijgen van inzicht in de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora- en fauna in of nabij het projectgebied en het verkrijgen van inzicht in de (mogelijke) effecten van de werkzaamheden op de eventueel aanwezige beschermde soorten; het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van beschermde natuurgebieden in of nabij het projectgebied en bepalen of een toetsing nodig is van de effecten van de werkzaamheden op eventueel aanwezige beschermde natuurgebieden; het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van beschermde houtopstanden. 1.3 DESKUNDIGHEID De uitvoerend ecologen voldoen aan ten minste één van de door het Ministerie van Economische Zaken genoemde voorwaarden en zijn daarmee gekwalificeerd als deskundige. Deze voorwaarden zijn vermeld in box 1. Box 1: Deskundigheid (Bron: Ministerie van Economische Zaken) Het Ministerie van Economische Zaken verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie.
De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige: ▪ op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of ▪ op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of ▪ als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals de Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied); en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of soortenbescherming.
1.4 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK De ecologische quickscan betreft een onderzoek naar onder andere de (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij het projectgebied. Het onderzoek is gebaseerd op een bureaustudie en een éénmalig veldbezoek. Voor een volledige inventarisatie van alle aanwezige flora en fauna ter plaatse van het projectgebied dient een soortgericht onderzoekt te worden uitgevoerd wat, veelal gebonden is aan bepaalde perioden in het jaar.
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
4
Uit een soortgericht onderzoek kan naar voren komen dat beschermde soorten aanwezig zijn en dat daarop een negatief effect ontstaat. Mitigerende en/of compenserende maatregelen zijn dan nodig en mogelijk dient een ontheffing te worden aangevraagd om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Deze vervolgstappen zijn geen onderdeel van de ecologische quickscan. De werkzaamheden die in dit onderzoek worden getoetst aan de Wet natuurbescherming zijn beschreven in paragraaf 2.2. 1.5 KWALITEITSBORGING VanderHelm Milieubeheer B.V. is lid van het ‘Netwerk Groene Bureaus (NGB) - Brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging’. De werkzaamheden die door VanderHelm Milieubeheer B.V. worden uitgevoerd, zijn gebaseerd op de door de NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). VanderHelm Milieubeheer B.V. is VCA** (versie 2008/05) gecertificeerd. Onderhavig project is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V. Dit kwaliteitssysteem is gecertificeerd conform de norm ISO 9001:2015. 1.6 VERANTWOORDING VanderHelm Milieubeheer B.V. is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het gevoerde onderzoek.