22-010c. RO-BP-621.100.80 Bijlagenboek deel 2.pdf
Tekst van het document
BIJLAGE 5 - ECOLOGISCH SOORTGERICHT ONDERZOEK, VAN DER HELM MILIEUBEHEER, 6 SEPTEMBER 2019
SOORTGERICHT ONDERZOEK
NAAR VLEERMUIZEN, VOGELS, EEKHOORN EN BOOMMARTER ‘T JULIALAANTJE 40
M I L I E U B E H E E R
TE RIJSWIJK
SOORTGERICHT ONDERZOEK NAAR VLEERMUIZEN, VOGELS, EEKHOORN EN BOOMMARTER ‘T JULIALAANTJE 40 TE RIJSWIJK
Colofon
Opdrachtgever:
UrbanMade B.V. Waldorpstraat 1390 2521 CZ Den Haag
Adviesbureau:
VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 010 -249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl
Projectfoto's:
Dhr. ing. A. Kolders
© VanderHelm Milieubeheer B.V.
Verantwoording
Projectcode:
20180840
Status / versie
Definitief, versie 2
Datum
3 september 2019
Auteur
Dhr. ing. A. Kolders
Kwaliteitscontrole
Mevr. ing. K.E. Orie-Vreugdenhil
Vrijgave
Mevr. M. Kortlever-Boer MSc.
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 3 1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................................................ 3 1.2 DOELSTELLING ......................................................................................................................................................... 3 1.3 DESKUNDIGHEID ...................................................................................................................................................... 3 1.4 KWALITEITSBORGING................................................................................................................................................. 3 1.5 VERANTWOORDING .................................................................................................................................................. 4 2. PROJECTGEBIED................................................................................................................................................. 5 2.1 HUIDIGE SITUATIE .....................................................................................................................................................
5 2.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE, WERKZAAMHEDEN EN PLANNING ................................................................................................ 5 2.3 RESULTATEN EERDER UITGEVOERD ECOLOGISCH ONDERZOEK ............................................................................................. 6 3. METHODE .......................................................................................................................................................... 7 3.1 VLEERMUIZEN.......................................................................................................................................................... 7 3.2 VOGELS ................................................................................................................................................................ 10 3.3 EEKHOORN EN BOOMMARTER ................................................................................................................................... 11 3.4 OVERZICHT BEZOEKEN EN WEERGEGEVENS .................................................................................................................. 12 4.
ONDERZOEKSRESULTATEN EN INTERPRETATIE .................................................................................................14 4.1 VLEERMUIZEN........................................................................................................................................................ 14 4.2 VOGELS ................................................................................................................................................................ 16 4.3 EEKHOORN EN BOOMMARTER ................................................................................................................................... 17 5. TOETSING AAN WETGEVING .............................................................................................................................19 5.1 VLEERMUIZEN........................................................................................................................................................ 19 5.2 VOGELS ................................................................................................................................................................ 19 5.3 EEKHOORN EN BOOMMARTER ................................................................................................................................... 20 6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................................................21 6.1 CONCLUSIES .......................................................................................................................................................... 21 6.2 AANBEVELING M.B.T. HET BEHOUDEN VAN DE VLIEGROUTE ............................................................................................. 22 6.3 AANBEVELING M.B.T. TOT VERHOGEN VAN DE NATUURWAARDEN .................................................................................... 22 6.4 VERVOLGSTAPPEN .................................................................................................................................................. 22 REFERENTIELIJST ..................................................................................................................................................24
BIJLAGEN 1. REGIONALE SITUATIEKAART 2. W ETTELIJKE EN BESTUURLIJKE KADERS NATUURBESCHERMING 3. INSPECTIE BOOMHOLTEN VLEERMUIZEN EN JAARROND BESCHERMDE NESTEN 4. W AARNEMINGEN VLEERMUIZEN TIJDENS VELDBEZOEKEN 5. W AARNEMINGEN VOGELS TIJDENS VELDBEZOEKEN 6. SOORTINFORMATIE WAARGENOMEN SOORTEN 7. ONTWERPTEKENING 8. ECOLOGISCHE QUICKSCAN Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 2
1. INLEIDING VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van UrbanMade B.V. opdracht gekregen voor het uitvoeren van een soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter, ter plaatse van het perceel aan ’t Julialaantje 40 te Rijswijk. 1.1 AANLEIDING De aanleiding tot het uitvoeren van een soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter, zijn de voorgenomen werkzaamheden binnen het projectgebied en de Wet natuurbescherming. De werkzaamheden in het projectgebied betreffen het herinrichten van het terrein, waarvoor groen, (restanten van) gebouwen, alsmede verhardingen verwijderd dienen te worden en nieuw groen en o.a. grondgebonden woningen en appartementen worden gerealiseerd. Uit een eerder door VanderHelm Milieubeheer B.V. in het projectgebied uitgevoerde ecologische quickscan (VanderHelm Milieubeheer B.V. kenmerk 20180712, d.d. 15-02-2019) blijkt dat in onderhavig projectgebied mogelijk nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter aanwezig zijn. Door de werkzaamheden kunnen eventueel aanwezige nesten, voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen van (beschermde) soorten worden beschadigd of vernield, wat een overtreding van de Wet natuurbescherming betreft.
Om te bepalen of sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming wordt in eerste aanleg bepaald of nesten, voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen van de voornoemde soorten in het projectgebied aanwezig zijn. 1.2 DOELSTELLING Doel van dit soortgericht onderzoek is het uitsluiten dan wel aantonen van de aanwezigheid van nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter. Vervolgens wordt bepaald welke vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn. 1.3 DESKUNDIGHEID De ingezette ecologen voldoen aan ten minste één van de door het Ministerie van Economische Zaken, zie box 1, genoemde voorwaarden en zijn daarmee gekwalificeerd als deskundige. Box 1: Deskundigheid Het Ministerie verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie.
De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige: ▪ op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of ▪ op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet Natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of ▪ als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals de Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied); en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of soortenbescherming.
1.4 KWALITEITSBORGING VanderHelm Milieubeheer B.V. is lid van het ‘Netwerk Groene Bureaus (NGB) - Brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging’. De werkzaamheden die door VanderHelm Milieubeheer B.V. worden uitgevoerd, zijn gebaseerd op het door de NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). VanderHelm Milieubeheer B.V. is VCA** (versie 2008/05) gecertificeerd. Onderhavig project is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V. Dit kwaliteitssysteem is gecertificeerd conform de norm ISO 9001:2015. Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 3
1.5 VERANTWOORDING VanderHelm Milieubeheer B.V. is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het gevoerde onderzoek.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 4
2. PROJECTGEBIED 2.1 HUIDIGE SITUATIE Het projectgebied is gelegen aan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk en bestaat uit Tennispark de Hofstede. Binnen het projectgebied ligt het clubhuis de Hofstede, diverse tennisbanen, braakliggende terreinen met funderingen van gebouwen, zeer veel groen in de vorm van bomen en struiken en zijn enkele watergangen aanwezig. De omgeving van het projectgebied bestaat uit diverse parken zoals Te Werve, Rijswijkse bos, Julianapark en Sportpark Vredenburch. Het projectgebied en omgeving maken onderdeel uit van de landgoederenzone Zuid-Holland. De begrenzing van het projectgebied wordt weergegeven in afbeelding 1. Voor de regionale ligging van het projectgebied wordt verwezen naar bijlage 1. Een fotografische weergave van het projectgebied is opgenomen in bijlage 3. Tabel 1: Gegevens projectgebied Projectgebied: Straat: Plaats: Gemeente: Provincie:
Tennispark de Hofstede Julialaantje 40 Rijswijk Rijswijk Zuid-Holland
Afbeelding 1: Begrenzing projectgebied met een rode lijn (Bron: Googlemaps)
2.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE, WERKZAAMHEDEN EN PLANNING De werkzaamheden betreffen het herinrichten van het terrein, waarvoor groen, (restanten van) gebouwen, alsmede verhardingen verwijderd dienen te worden en nieuw groen en o.a. grond gebonden woningen en appartementen worden gerealiseerd. In bijlage 7 zijn tekeningen van de geplande werkzaamheden opgenomen. Tevens kunnen mogelijk delen van het groen worden behouden om ook aanwezige natuurwaarden te behouden.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 5
2.3 RESULTATEN EERDER UITGEVOERD ECOLOGISCH ONDERZOEK Op basis van de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (VanderHelm Milieubeheer B.V. kenmerk 20180712, d.d. 15-02-2019) ter plaatse van het projectgebied (zie bijlage 8) wordt geconcludeerd dat de volgende juridisch zwaarder beschermde soorten worden verwacht: Tabel 2: De verwachte soorten op basis van de reeds uitgevoerde quickscan. Soort (groepen) Beschermingsstatus Vogels Huismus Buizerd, ransuil, sperwer, havik en boomvalk Categorie 5 vogels, met voldoende alternatief Algemene broedvogels Vleermuizen Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, en rosse vleermuis Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, en rosse vleermuis Grondgebonden zoogdieren Eekhoorn en boommarter Diverse grondgebonden zoogdieren Overige soorten Algemeen voorkomende amfibieën en vissen
Type verblijfplaats
Vogelrichtlijn, categorie 2 Vogelrichtlijn, categorie 4 Vogelrichtlijn, categorie 5 Vogelrichtlijn
Nest- en rustplaatsen Nest- en rustplaatsen Nest- en rustplaatsen Nest- en rustplaatsen
Europees beschermd
Voortplantings- en rustplaats in bomen en gebouwen
Europees beschermd
Essentiele vliegroute en foerageergebied
Nationaal beschermd Vrijgestelde soorten
Voortplantings- en rustplaatsen Voortplantings- en rustplaatsen
Vrijgestelde soorten
Voortplantings- en rustplaatsen
Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de ecologische quickscan.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 6
3. METHODE De onderzoeken naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter zijn gebaseerd op de ethische code van het Netwerk Groene Bureaus - Branchevereniging voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging (juni 2008 en februari 2010). Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2017. Het vleermuisprotocol 2013 is door een team vleermuisspecialisten uit het vleermuisvakberaad vanuit het Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en RVO geactualiseerd, hiermee is beargumenteerd afgeweken van het formeel vastgestelde vleermuisprotocol 2013. Het onderzoek naar vogels is uitgevoerd conform de territoriumkartering van Sovon (buizerd, havik, sperwer, ransuil en boomvalk) en conform het Kennisdocument Huismus (huismus; bron: BIJ12, 2017). De onderzoeken naar eekhoorn en boommarter zijn uitgevoerd met behulp van cameravallen en conform Handreiking marters. 3.1 VLEERMUIZEN Algemeen De bezoeken zijn met behulp van een batdetector (Pettersson D240X), warmtecamera (Pulsar Helion XP28) en zaklampen uitgevoerd, zodat zowel zicht- en geluidswaarnemingen gedaan konden worden. Daarnaast is gebruik gemaakt van de opnamefunctie op de batdetector (met behulp van Edirol opname apparatuur) om waarnemingen terug te luisteren en te analyseren met behulp van het programma BatSound.
De warmtecamera is ingezet om de baltsterritoria en verblijfplaatsen exacter te kunnen bepalen. Tevens is de warmtecamera ingezet om vleermuizen die op grotere hoogte baltsen of vliegen en die niet vanaf de grond waarneembaar zijn, toch te kunnen lokaliseren. De inventarisaties zijn uitgevoerd bij goede weersomstandigheden (droog, windkracht < 3 Bft en temperatuur hoger dan de minimumtemperatuur zoals weergegeven in het Vleermuisprotocol 2017 voor de betreffende vleermuissoorten). De veldbezoeken ten behoeve van het in kaart brengen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en vliegroutes/foerageergebied van vleermuizen zijn zo veel als mogelijk gecombineerd uitgevoerd. Vanwege de omvang van het projectgebied is het onderzoek opgesplitst in vier deelgebieden: - Deelgebied 1: onderzoek naar verblijfplaatsen in het aanwezige gebouw. - Deelgebied 2: onderzoek naar verblijfplaatsen in de bomen. - Deelgebied 3: onderzoek naar vliegroutes/(foerageergebied) in het projectgebied. - Deelgebied 4: onderzoek naar foerageergebied rondom (de omgeving van) het projectgebied. De deelgebieden zijn nader weergegeven op afbeelding 2.
Afbeelding 2: Visuele weergave deelgebied 1 (groene omlijning), deelgebied 2 (gele omlijning), deelgebied 3 (blauwe omlijning en deelgebied 4 (rode omlijning),). Deelgebieden 1 t/m 3 zijn vergroot weergegeven in het oranje kader. Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 7
Vanwege de omvang van het projectgebied worden de veldbezoeken per deelgebied uitgevoerd met 2 of met 3 personen, zodat op strategische plaatsen gepost kan worden en de (deel) gebieden goed kunnen worden overzien. Tabel 3: verwachte beschermde elementen per vleermuissoort Type verblijfplaats
Vliegroute Bomen (mogelijk essentieel)
Foerageergebied Bomen (mogelijk essentieel)
Soort
Zomer-
Kraam
Paar
Winter verblijfpla ats*
Gewone dwergvleermuis
Ja (G/B)
Ja (G)
Ja (G/B)
Ja (G)
Ja
Ja
Laatvlieger
Ja (G)
Ja (G)
Ja (G)
Ja (G)
Ja
Ja
Rosse vleermuis
Ja (B)
Ja (B)
Ja (B)
Ja (B)
Ja
Ja
Ruige dwergvleermuis
Ja (G/B)
Nee
Ja (G/B)
Ja (G/B)
Ja
Ja
Gewone grootoorvleermuis
Ja (G/B)
Ja (G/B)
Ja (G/B)
Nee
Ja
Ja
Watervleermuis
Ja (B)
Ja (B)
Nee
Nee
Ja
Ja
* Massawinterverblijfplaatsen worden niet verwacht in het gebied. G = In de gebouwen, B = in de bomen Ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van zomer-, kraam-, paar-, individuele winterverblijfplaatsen en/of vliegroute en/of foerageergebied van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en de watervleermuis is de volgende werkwijze gehanteerd. Zomerverblijfplaatsen en kraamverblijfplaatsen Deelgebied 1: verblijfplaatsen gebouw Ter plaatse van het gebouw zijn in de periode van 15 mei tot en met 15 juli drie veldbezoeken uitgevoerd ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van zomerverblijf- en/of kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en de laatvlieger. Hierbij zijn tussen het eerste en het laatste bezoek minimaal 30 dagen gelegen. Twee bezoeken zijn uitgevoerd in de avond om uitvliegende vleermuizen vast te stellen en om conform het protocol te werken voor de laatvlieger. Het andere bezoek is uitgevoerd in de ochtend om zwermende en/of invliegende vleermuizen rond het gebouw vast te stellen. Een uitvliegend, invliegend of zwermende vleermuis wijst op de aanwezigheid van een voortplantings- of rustplaats in het gebouw. De avond- en ochtendbezoeken op 10-07-2018, 19-05-2019 en 19-06-2019 zijn uitgevoerd met twee personen.
Deze personen hebben aan beide zijden van het gebouw gepost, waardoor het gebouw voldoende te overzien was (minimaal 75%). Wat betreft de ochtendronde: vleermuizen zwermen een korte tijd voorafgaand aan het invliegen. Door het zwermen voorafgaand aan het invliegen en de hoeveelheid personen kon alles goed worden overzien. Het gebouw is weergegeven met een groene lijn op afbeelding 2. Deelgebied 2: verblijfplaatsen bomen Naar aanleiding van de ecologische quickscan is gebleken dat diverse bomen mogelijk holten bevatten die geschikt zijn als zomer- en/of kraamverblijfplaats voor vleermuizen. Op 29 januari 2019 is een winterinspectie uitgevoerd naar de aanwezigheid van boomholten waar vleermuizen tijdens het zomer- en kraamseizoen gebruik van kunnen maken. Met behulp van een ladder, zaklamp en een boomcamera zijn de boomholtes gecontroleerd op de geschiktheid voor zomer- en/of kraamverblijfplaatsen. Niet alle boomholtes konden worden gecontroleerd, omdat enkele holtes niet bereikbaar waren voor de ladder (te hoog in de boom of op onbereikbare takken). De betreffende holtes die niet bereikbaar waren zijn meegenomen in het soortgericht onderzoek.
Ter plaatse van de bomen zijn in de periode van 1 juni tot 15 juli twee veldbezoeken uitgevoerd ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van zomerverblijf- en/of kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en de watervleermuis. Hierbij zijn tussen de twee bezoeken minimaal 30 dagen gelegen. Eén bezoek is uitgevoerd in de avond om uitvliegende vleermuizen vast te stellen en één bezoek is uitgevoerd in de ochtend om zwermende en/of invliegende vleermuizen rond de bomen vast te stellen. Een uitvliegend, invliegend of zwermende vleermuis wijst op de aanwezigheid van een voortplantings- of rustplaats, in bomen. Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 8
Het avondbezoek op 10-07-2018 is uitgevoerd met drie personen. Deze personen hebben ter plaatse van een bomen met holten gepost, waardoor de potentiële verblijfplaatsen allemaal te overzien waren. De ochtendronde op 14-06-2019 is uitgevoerd met twee personen. Vleermuizen zwermen een korte tijd voorafgaand aan het invliegen. Door het zwermen voorafgaand aan het invliegen en de hoeveelheid personen kon alles goed worden overzien. De bomen met holten zijn weergegeven met een gele lijn op afbeelding 2. Paarverblijfplaatsen Deelgebied 1: verblijfplaatsen gebouw Ter plaatse van het gebouw zijn in de periode van 15 augustus tot 1 oktober twee veldbezoeken uitgevoerd in de avond/nacht, ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en de laatvlieger. Hierbij zijn tussen de twee bezoeken minimaal 20 dagen gelegen. Tijdens de bezoeken is gelet op baltsende vleermuizen. Een paarverblijfplaats kan op twee manieren worden vastgesteld. Indien de baltsende vleermuis de paarverblijfplaats daadwerkelijk invliegt kan de locatie van de paarverblijfplaats worden vastgesteld. Indien deze niet kon worden vastgesteld is aangenomen dat de paarverblijfplaats zich in het baltsterritorium bevindt. De avondbezoeken op 03-09-2018 en 24-09-2018 zijn uitgevoerd met twee personen.
Deze personen hebben aan beide zijden van het gebouw gepost, waardoor het gebouw voldoende te overzien was (minimaal 75%). Vleermuizen baltsen een groot gedeelte van de avond en door met 2 personen te inventariseren zijn geen baltsende vleermuizen gemist. Het gebouw is weergegeven met een groene lijn op afbeelding 2. Deelgebied 2: verblijfplaatsen bomen Ter plaatse van de bomen zijn in de periode van 15 augustus tot 15 september drie veldbezoeken uitgevoerd in de avond/nacht en één in de vroege ochtend, ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en de rosse vleermuis. Hierbij zijn tussen de twee bezoeken minimaal 20 dagen gelegen. Vanwege de onderzoeksperiode is in de vroege ochtend een extra bezoek uitgevoerd voor de rosse vleermuis. Tijdens de bezoeken is gelet op baltsende vleermuizen. Een paarverblijfplaats kan op twee manieren worden vastgesteld. Indien de baltsende vleermuis de paarverblijfplaats daadwerkelijk invliegt kan de locatie van de paarverblijfplaats worden vastgesteld. Indien deze niet kon worden vastgesteld is aangenomen dat de paarverblijfplaats zich in het baltsterritorium bevindt. De bezoeken op 20-08-2018, 21-08-2018 en 11-09-2018 zijn uitgevoerd met twee personen.
Deze personen hebben beide ter plaatse van een boom met holte gepost, waardoor de potentiële verblijfplaatsen voldoende te overzien waren (minimaal 75%). Vleermuizen baltsen een groot gedeelte van de avond en door met 2 personen te inventariseren zijn geen baltsende vleermuizen gemist. De bomen met holten zijn weergegeven met een gele lijn op afbeelding 2. Individuele winterverblijfplaatsen Vooralsnog is geen betrouwbare methode beschikbaar om individuele winterverblijfplaatsen vast te stellen in spouwmuren of onder een dak omdat doorgaans niet de hele spouw kan worden overzien met een boomcamera of spiegel. Van zomerverblijfplaatsen, kraamverblijven en paarverblijfplaatsen mag zekerheidshalve aangenomen worden dat deze ook als winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden, zolang de temperatuur niet te laag wordt (vorst) (Bij12, 2017). In onderhavig onderzoek is hier dan ook geen specifiek onderzoek naar verricht en wordt uitgegaan van een mogelijke aanwezigheid van individuele winterverblijfplaatsen indien zomer-, kraam- en of paarverblijfplaatsen van soorten als gewone- en ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis zijn aangetroffen in het projectgebied. Bij strenge vorst is het aannemelijk dat gewone dwergvleermuizen verblijven in een massawinterverblijfplaats.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 9
Vliegroutes en foerageergebieden Deelgebied 3: hele projectgebied Ter plaatse van het hele projectgebied zijn in de periode van 15 mei tot 15 september twee veldbezoeken uitgevoerd in de avond/nacht en vroege ochtend, ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van mogelijk essentiële vliegroutes en foerageergebied van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en de watervleermuis. Het eerste bezoek is uitgevoerd in de kraamperiode, tussen 15 mei en 15 juli. Het tweede bezoek is buiten deze periode uitgevoerd, minimaal 8 weken na het eerste bezoek. Tijdens deze veldbezoeken is bepaald of en welke vleermuissoorten gebruik maken van de het projectgebied als vliegroute en als foerageergebied. Het avond- en ochtendbezoek op 13-07-2018 en 10-09-2018 is uitgevoerd met drie personen. Deze personen hebben op drie strategische punten gepost, waardoor voldoende overzicht is gekregen van de vleermuisactiviteit in het projectgebied.
Deelgebied 4: omgeving van het projectgebied Om te inventariseren hoe de omgeving van het projectgebied wordt gebruikt door vleermuizen, en te beoordelen of voldoende alternatieve vliegroutes en foerageergebieden in de omgeving aanwezig zijn, zijn in de omgeving van het projectgebied in de periode van 15 mei tot 15 september twee veldbezoeken uitgevoerd in de avond/nacht en vroege ochtend, om te kunnen monitoren hoe de omgeving wordt gebruikt en welke aantallen dit betreffen. Het eerste bezoek is uitgevoerd in de kraamperiode, tussen 15 mei en 15 juli. Het tweede bezoek is buiten deze periode uitgevoerd, minimaal 8 weken na het eerste bezoek. Het avond- en ochtendbezoek op 11-07-2018 en 11-09-2018 is uitgevoerd met twee personen. Deze personen hebben gedurende de bezoeken in de omgeving van het projectgebied gefietst, waardoor voldoende overzicht is gekregen van de vleermuisactiviteit in de omgeving van het projectgebied. De omgeving van het projectgebied betreft de rode lijn op afbeelding 2. 3.2 VOGELS In het projectgebied worden nesten en rustplaatsen van de huismus, buizerd, sperwer, havik, boomvalk en ransuil verwacht.
3.2.1 HUISMUS Om uit te sluiten of aan te tonen dat huismussen een nest of rustplaats in het projectgebied bezetten zijn volgens de gestandaardiseerde methode (Kennisdocument Huismus, 2017) twee bezoeken tussen 1 april en 15 mei, met daartussen minimaal 10 dagen, uitgevoerd. Het onderzoek heeft tussen 2 uur na zonsopkomst en 2 uur voor zonsondergang en bij goede (warm en droge) weersomstandigheden plaatsgevonden. Ten tijde van het bezoek is gelet op één of meer van de volgende waarnemingen, wat duidt op een aanwezige nestlocatie: een zingend mannetje (veelal vanaf een hoge plaats zoals een dakgoot) of; een paartje bij een potentiële nestplaats of; balts, paring of ander gedrag waar uit geconcludeerd kan worden dat nesten aanwezig moeten zijn. Tijdens het onderzoek zijn het aantal broedparen en de (globale) locaties van de nesten vastgesteld. Daarnaast is bepaald of de omgeving van het projectgebied essentieel leefgebied (foerageergebied en/of migratieroute) van de huismus betreft. 3.2.2 BUIZERD, SPERWER, HAVIK, BOOMVALK EN RANSUIL Naar aanleiding van de ecologische quickscan is gebleken dat diverse bomen mogelijk geschikt zijn als nestplaats voor jaarrond beschermde nesten (zie rapport winterinspectie, in bijlage 4).
Op 29-01-2019 is een winterinspectie uitgevoerd naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten waar soorten als buizerd, sperwer, havik, ransuil en boomvalk gebruik van kunnen maken. De aanwezige horsten (mogelijk potentieel jaarrond beschermde nesten) zijn met behulp van een verrekijker beoordeeld, waarbij is bepaald of deze nesten geschikt zijn voor buizerd, sperwer, havik, ransuil en/of boomvalk. Nesten die net buiten de projectgrenzen vallen (maar binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden) zijn meegenomen tijdens het winteronderzoek. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 4.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 10
Naar aanleiding van de winterinspectie op 29-01-2019 is een soortgericht onderzoek naar buizerd, sperwer, havik, boomvalk en ransuil gestart. Om uit te sluiten of aan te tonen dat (een van) deze soorten een nest of rustplaats in het projectgebied bezetten of net daarbuiten (binnen de invloedsfeer) zijn volgens de territoriumkartering van Sovon vier bezoeken uitgevoerd tussen 1 maart en 15 mei. Het onderzoek heeft tussen overdag en/of in de schemer en nacht, afhankelijk van de te inventariseren soort, plaatsgevonden en bij goede (warm en droge) weersomstandigheden. Voor de ransuil en boomvalk zijn twee bezoeken in de periode tussen juni – augustus uitgevoerd, om de eventueel aanwezige jongen van beide soorten te kunnen vaststellen. In totaal zijn zes bezoeken uitgevoerd conform de territoriumkartering van Sovon. Tijdens het onderzoek zijn het aantal broedparen en de locaties van de nesten vastgesteld. Daarnaast is bepaald of de omgeving van het projectgebied essentieel leefgebied van de soort betreft. 3.3 EEKHOORN EN BOOMMARTER Om uit te sluiten of aan te tonen dat de eekhoorn en/of boommarter een voortplantings- of rustplaats in het projectgebied bezetten is een onderzoek uitgevoerd met behulp van cameravallen.
Hierbij is de volgende werkwijze gehanteerd: - Het uitvoeren van een inspectie en plaatsen van 8 cameravallen; - Het ophalen van de cameravallen (na circa twee weken); - Het bekijken van de camerabeelden en interpreteren van de resultaten. Voorafgaand aan het onderzoek met cameravallen is een inspectie uitgevoerd, waarbij het projectgebied is onderzocht op geschikte locaties voor voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van de eekhoorn en boommarter. De cameravallen zijn vervolgens op strategische locaties geplaatst, om hiermee de kans op het vastleggen van exemplaren van de eekhoorn en boommarter zo groot als mogelijk te maken. De cameravallen zijn opgehangen op locaties met veel rommelige hoekjes zoals houtwallen, overgangen tussen ruigte en korte vegetatie en wissels in het landschap (zie afbeelding 2). De locaties zijn bepaald door een deskundig ecoloog. Daarnaast is tijdens alle bezoeken (voor onderzoek naar vleermuizen en vogel) gelet op sporen van eekhoorn en boommarter. Daarnaast zijn diverse lokmiddelen gebruikt zoals sardientjes, pindakaas, noten, levertraan en anijs.
Afbeelding 2: locatie cameravallen (rode stippen) binnen het projectgebied (gele omlijning).
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 11
3.4 OVERZICHT BEZOEKEN EN WEERGEGEVENS In tabel 2 is een overzicht opgenomen van de in totaal 22 uitgevoerde veldbezoeken. In tabel 3 zijn de weersomstandigheden op de dag van uitvoering weergegeven. Tabel 2: Uitgevoerd veldbezoek Datum
Activiteit
Deelgebied Soortgroep
10-07-2018
Avondbezoek
1
Vleermuizen
10-07-2018
Avondbezoek
2
Vleermuizen
11-07-2018
Avondbezoek
4
Vleermuizen
13-07-2018
Ochtendbezoek
3
Vleermuizen
Tijdstip (begin Uitvoerende(n) einde) 21:58 – 00:28 J. Berndsen en E. van Doorn N. Alderliesten, A. Kolders & J. 21:58 – 00:28 van Bussel 21:57 – 00:27 M. Loeve & N. Alderliesten N. Alderliesten, J. Keyzer & E. 02:36 – 05:36 Henrard
20-08-2018 21-08-2019
Inspectie leefgebied + 1, 2 en 3 plaatsen 8 cameravallen Avondbezoek 2 Ochtendbezoek 2
24-08-2018
Ophalen cameravallen
1, 2 en 3
03-09-2018
Avondbezoek
1
Eekhoorn en boommarter Vleermuizen Vleermuizen Eekhoorn en boommarter Vleermuizen
10-09-2018
Avondbezoek
3
Vleermuizen
20:07 – 22:37
11-09-2018 11-09-2018 24-09-2018
Ochtendbezoek Avondbezoek Avondbezoek Inspectie nesten boomholten
4 2 1
Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen en vogels Havik, sperwer en buizerd Huismus, havik, sperwer, buizerd en ransuil Huismus, havik, sperwer, buizerd, ransuil en boomvalk Havik, sperwer, buizerd en boomvalk Vleermuizen Vleermuizen Ransuil en Vleermuizen Boomvalk
04:08 – 07:08 20-04 – 23-04 19:34 – 22:34 Overdag uitgevoerd
13-08-2018
29-01-2019
en
1, 2, 3 en 4
04-03-2019
Bezoek overdag
1, 2, 3 en 4
04-04-2019
Avondbezoek
1, 2, 3 en 4
29-04-2019
Avondbezoek
1, 2, 3 en 4
13-05-2019
Bezoek overdag
1, 2, 3 en 4
29-05-2019 14-06-2019
Ochtendbezoek Ochtendbezoek
1 2
19-06-2019
Avondbezoek
1
17-07-2019
Bezoek overdag
1, 2, 3 en 4
Tabel 3: Weersomstandigheden* Temperatuur (°C) Datum
09:00 – 13:00
N. Alderliesten & J. van Bussel
21:02 – 00:02 01:32 – 03:32
N. Alderliesten & E. van Doorn N. Alderliesten & E. van Doorn
08:00 – 12:00
N. Alderliesten
21:23 – 23:23
N. Alderliesten & E. van Doorn M. Loeve, J. Berndsen & E. van Doorn N. Alderliesten & T. Breur N. Alderliesten & E. van Doorn A. Kolders & J. van Bussel A. Kolders & M. Loeve
12:00 – 14:00
A. Kolders
18:18 – 21:18
A. Kolders
19:01 – 22:01
A. Kolders
10:00 – 12:00
N. Alderliesten
02:29 – 05:29 03:20 – 05:20
N. Alderliesten & J. van Bussel J. Berndsen & A. Kolders
22:03 – 00:03
J. Berndsen & A. Kolders
10:00 – 12:00
J. van Bussel
Overheersende windrichting –kracht (Bft)
Bewolking
Neerslag (mm)
Zwaar bewolkt Half tot zwaar bewolkt
0,1 0,0
Min.
Max.
10-07-2018 11-07-2018
12,8 9,4
18,9 22,5
13-07-2018
13,7
24,0
N–2
Half bewolkt
0,0
13-08-2018
16,9
23,7
WZW – 3***
Vrijwel geheel bewolkt
0,4
20-08-2018
16,5
24,3
WNW – 2
Vrijwel geheel bewolkt
0,0
21-08-2019
13,8
25,3
W–2
Half tot zwaar bewolkt
0,0
24-08-2018
10,4
19,2
W–4
Vrijwel geheel bewolkt
15,7**
03-09-2018
11,8
22,5
N–2
Vrijwel geheel bewolkt
2,3**
10-09-2018
14,9
20,2
WZW – 3***
Geheel bewolkt
0,0
11-09-2018
15,4
22,2
ZW – 4***
Vrijwel geheel bewolkt
0,0
24-09-2018
4,9
15,6
NW – 2
Half bewolkt
1,1**
29-01-2019
- 1,6
4,3
Z – 3***
Geheel bewolkt
0,1
04-03-2019
5,3
12,4
WZW – 5***
Vrijwel geheel bewolkt
2,8**
29-04-2019
2,4
15,7
N–2
Half tot zwaar bewolkt
0,0
13-05-2019
1,6
15,8
NNO – 2
Licht bewolkt
0,0
29-05-2019
3,7
19,7
ZZW – 3***
Half bewolkt
< 0,05
NNW – 3*** NNW – 2
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 12
Datum
Temperatuur (°C) Min.
Max.
14-06-2019
11,9
23,1
19-06-2019
15,1
24,7
Overheersende windrichting –kracht (Bft)
Bewolking
Neerslag (mm)
Z2
Zwaar bewolkt
1,3**
WZW 2
Geheel bewolkt
6,2**
Half tot zwaar bewolkt
0,0
17-07-2019 8,7 24,8 O1 * Weersomstandigheden dichtstbijzijnde weerstation (Rotterdam). ** Op het moment van het veldbezoek was het droog *** Op het moment van het veldbezoek vast de windkracht < 3 Bft
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 13
4. ONDERZOEKSRESULTATEN EN INTERPRETATIE In dit hoofdstuk worden de belangrijkste resultaten nader toegelicht en wordt aangegeven of nesten, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden in het projectgebied aanwezig zijn. Een overzicht van deze verblijfplaatsen is weergegeven op afbeeldingen 3 en 4. Voor de achterliggende waarnemingen per bezoek wordt verwezen naar bijlage 5, 6 en 7. 4.1 VLEERMUIZEN In het projectgebied zijn geen voortplantings- en rustplaatsen, essentiële vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen aangetroffen. In afbeelding 3 zijn de (beschermde) elementen weergegeven.
Afbeelding 3: beschermde elementen vleermuizen
4.1.1. ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN Deelgebied 1: verblijfplaatsen gebouw Tijdens de veldbezoeken ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van zomer- en of kraamverblijven zijn geen zwermende, invliegende of uitvliegende vleermuizen waargenomen ter plaatse van het gebouw. Derhalve wordt geconcludeerd dat geen zomer- en/of kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en de laatvlieger aanwezig zijn. Deelgebied 2: verblijfplaatsen bomen Tijdens de veldbezoeken ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van zomer- en kraamverblijfplaatsen zijn geen zwermende, invliegende of uitvliegende vleermuizen waargenomen ter plaatse van bomen met holten. Derhalve wordt geconcludeerd dat geen zomer- en/of kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis aanwezig zijn. . Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 14
Waarnemingen rond het projectgebied In de omgeving van het projectgebied zijn geen kraamverblijven aangetroffen ten tijde van uitgevoerde bezoeken. Wel zijn ten tijde van de bezoeken van de zomer en/of kraamverblijven diverse langsvliegende en foeragerende gewone dwergvleermuizen, rosse vleermuizen en watervleermuizen waargenomen. De gewone dwergvleermuizen, rosse vleermuizen en watervleermuizen maakte geen baltsgeluiden of sociale roepjes en er is ook geen zwermgedrag waargenomen. Daarnaast zijn in de directe omgeving geschikte structuren aanwezig die kunnen dienen als foerageergebied, zoals park Te Werve, Rijswijkse Bos en Park den Burgh. Op basis hiervan kan worden uitgesloten dat de langsvliegende en foeragerende gewone dwergvleermuizen (een essentiële) binding hebben met het projectgebied. De watervleermuis foerageert in de watergang ten zuiden van het projectgebied en heeft geen essentiële binding met het projectgebied, omdat er een verblijfplaats aanwezig is in park Te Werve. 4.1.2. PAARVERBLIJFPLAATSEN Deelgebied 1: verblijfplaatsen gebouw Tijdens de veldbezoeken op 03-09-2018 en 24-09-2018 ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van paarverblijfplaatsen zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld ter plaatse van het gebouw.
Deelgebied 2: verblijfplaatsen bomen Tijdens de veldbezoeken op 20-08-2018, 21-08-2018 en 11-09-2019 ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van paarverblijfplaatsen zijn geen baltsende vleermuizen waargenomen ter plaatse van de bomen met holten. Derhalve wordt geconcludeerd dat geen paarverblijfplaatsen de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en gewone grootoorvleermuis aanwezig zijn. Waarnemingen rond het projectgebied Wel zijn verschillende baltsterritoria van gewone dwergvleermuizen en de rosse vleermuis waargenomen. Beide bevinden zich buiten het projectgebied. De gewone dwergvleermuizen hebben hun baltsterritoria (paarverblijfplaatsen) in één van de bomen aan de oostkant van het projectgebied of in het gebouw aan het Julialaantje 38 en in één van de rijtjes woningen aan de Van Vredenburchweg 100. Gedurende het onderzoek op 11-09-2019 heeft de gewone dwergvleermuis hier gebaltst. Hierdoor kan worden uitgesloten dat deze binding heeft met het projectgebied. De rosse vleermuis heeft zijn baltsterritorium (paarverblijfplaats) in Park Te Werve. Hier zijn grote oude beuken aanwezig waar bekende rosse vleermuisverblijfplaatsen in aanwezig zijn. Hierdoor kan worden uitgesloten dat deze rosse vleermuis binding heeft met het projectgebied. Daarnaast is een sociaal roepende ruige dwergvleermuis waargenomen aan de zuidkant van het projectgebied.
De ruige dwergvleermuis maakte een paar sociale geluiden en vloog vervolgens richting Park Te Werve en is daarna niet meer waargenomen, derhalve kan worden uitgesloten dat de ruige dwergvleermuis in het projectgebied verblijft. Verder zijn tijdens de bezoeken alleen foeragerende en overvliegende vleermuizen waargenomen. Het gaat hier om gewone dwergvleermuizen, rosse vleermuis, laatvlieger en watervleermuis. 4.1.3 INDIVIDUELE WINTERVERBLIJFPLAATSEN In de boomholtes en het gebouw zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. De aanwezigheid van individuele winterverblijfplaatsen kan dan ook worden uitgesloten. 4.1.4 VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIED Op 13-07-2018 en 10-09-2018 ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van essentiële vliegroutes en foerageergebieden zijn in het projectgebied geen essentiële vliegroutes en foerageergebieden aangetroffen. Tijdens het bezoek op 13-07-2018 zijn nauwelijks vleermuizen waargenomen. Verspreid over het projectgebied zijn in totaal 4 foeragerende gewone dwergvleermuizen en een hoog overvliegende rosse vleermuis waargenomen. Tijdens dit bezoek zijn geen overvliegende vleermuizen binnen het projectgebied waargenomen, waardoor een essentiële vliegroute tijdens het zomer- en kraamseizoen kan worden uitgesloten. Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 15
Tijdens het bezoek op 10-09-2018 zijn twee duidelijke vliegroutes waargenomen. Eén vliegroute bevindt zich langs het fietspad Julialaantje aan de westkant van het projectgebied. De tweede vliegroute bevindt zich ter hoogte van de ingang van het Julialaantje (Park Hofstede) en loopt richting het gebouw van deelgebied 1. Langs deze route staan hoge Italiaanse populieren en geen verlichting. Dit maakt het een donkere corridor die vleermuizen gebruiken. In bijlage 4 zijn de waarnemingen van de langsvliegende en foeragerende vleermuizen weergegeven. In de omgeving wordt veelvuldig gefoerageerd en langs gevlogen door vleermuizen. In de parken Te Werve, het Rijswijkse Bos en Park den Burgh zijn enkele honderden langsvliegende en foeragerende vleermuizen waargenomen. Hierdoor zijn in de omgeving voldoende alternatieven aanwezig waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Tevens blijft de westelijke vliegroute behouden en deze kan ook als alternatief dienen. Daarnaast zijn in de omgeving ruim voldoende alternatieven aanwezig, zoals park Te werve, het Rijswijkse Bos, Park den Burgh en het omliggende groen in de directe omgeving. Een essentiële vliegroute kan derhalve worden uitgesloten binnen het projectgebied.
4.2 VOGELS 4.2.1 HUISMUS Tijdens de veldbezoeken voor het huismusonderzoek op 4 april 2019 en 29 april 2019 zijn geen huismussen ter plaatse van het gebouw (deelgebied 1) aangetroffen. In de directe omgeving zijn eveneens geen zingende, roepende en/of foeragerende huismussen waargenomen. Op basis hiervan kunnen nest- en rustplaatsen en essentieel leefgebied van huismussen binnen het projectgebied worden uitgesloten. 4.2.2 BUIZERD, HAVIK, SPERWER, BOOMVALK EN RANSUIL Uit de winterinspectie (zie bijlage 4) blijkt dat er jaarrond beschermde nesten van de ekster en zwarte kraai aanwezig zijn waar soorten als buizerd, havik, boomvalk, ransuil en sperwer gebruik van kunnen maken. Tevens bieden de bomen voldoende beschutting voor de schuwe park- en bosbroeders. Tijdens de winterinspectie zijn vijf zwarte kraaiennesten en één eksternest aangetroffen. Op basis hiervan is onderzocht of de nesten worden gebruikt door soorten als de buizerd, havik, boomvalk, ransuil en sperwer. Tijdens de bezoeken op 4 maart 2019, 4 april 2019, 29 april 2019, 13 mei 2019, 19 juni 2019 en 17 juli 2019 ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van de buizerd, havik, sperwer, boomvalk en ransuil zijn geen nest- en rustplaatsen en individuen van de buizerd, havik, sperwer, boomvalk en ransuil aangetroffen binnen het projectgebied.
Derhalve kan worden geconcludeerd dat er geen nest- en rustplaatsen van de buizerd, havik, sperwer, boomvalk en ransuil in het projectgebied aanwezig zijn. Wel is tijdens het soortgericht onderzoek vastgesteld dat de nesten worden gebruikt door ekster en zwarte kraai (vogels uit categorie 5). Op afbeelding 4 zijn de beschermde elementen weergegeven. In totaal zijn vijf bezette nesten van de zwarte kraai en één bezette nest van de ekster vastgesteld. Daarnaast wordt het projectgebied gebruikt door veel broedende vogels. Door de grote hoeveelheid bomen en struiken maakt dat het projectgebied een geschikt broedbiotoop is voor veel soorten vogels. Soorten die gebruik maken zijn grote bonte specht, zwartkop, tjiftjaf, winterkoning, merel, zanglijster en wilde eend. Dit is maar een kleine greep uit de vele soorten die in het projectgebied broeden.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 16
Afbeelding 4: beschermde elementen vogels
4.3 EEKHOORN EN BOOMMARTER Op 13 augustus 2018 zijn verspreid in het projectgebied 8 cameravallen geplaatst om daarmee de boommarter en eekhoorn te kunnen aantonen of te kunnen uitsluiten. Op 24 augustus 2018 zijn de cameravallen opgehaald en zijn de opnames geanalyseerd op de aanwezigheid van eekhoorn en boommarter. Tijdens het onderzoek zijn geen eekhoorns en/of boommarters op de cameravallen aangetroffen. Gedurende het onderzoek naar vleermuizen en vogels zijn ook geen sporen van eekhoorns en/of boommarters gevonden en er zijn geen holen of nesten aangetroffen die recent gebruikt zijn door eekhoorns en/of boommarters. Op basis van deze gegevens kunnen beschermde elementen van eekhoorns en boommarters worden uitgesloten binnen het projectgebied. Wel zijn diverse algemene grondgebonden zoogdieren, vogels en huisdieren vastgelegd op de camera’s. Op afbeelding 5 is een impressie van enkele opnames weergegeven.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 17
Afbeelding 5: Enkele voorbeeld opnames die gemaakt zijn tijdens het onderzoek: egel (linksboven), zanglijster (rechtsboven), huiskat (linksonder) en vos (rechtsonder).
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 18
5. TOETSING AAN WETGEVING In dit hoofdstuk is beschreven wat de wettelijke consequenties zijn die voortvloeien uit de aanwezigheid van beschermde nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter, zoals beschreven in hoofdstuk 4. Voor meer informatie over de juridische achtergronden wordt verwezen naar bijlage 2. De betreffende artikelen van de Wet natuurbescherming zijn opgenomen in box 2. 5.1 VLEERMUIZEN Vleermuizen zijn zoogdieren die beschermd zijn vanuit de Europese habitatrichtlijn en opgenomen in de Wet natuurbescherming. De voortplantings- en/of rustplaatsen of de onderdelen van voortplantings- en/of rustplaatsen (functioneel leefgebied) van vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Dit betekent dat de verblijfplaats, vliegroute of foerageergebied ook beschermd is gedurende periode in het jaar dat de vleermuis er geen gebruik van maakt. Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat er in het projectgebied geen voortplantings- en rustplaatsen, essentiële vliegroute en foerageergebieden van vleermuizen aanwezig zijn. Met betrekking tot vleermuizen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming dan ook geen vervolgstappen noodzakelijk, met uitzondering van de zorgplicht. Het projectgebied functioneert als vliegroute/foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen.
In de omgeving zijn voldoende gelijkwaardige alternatieve vliegroutes/foerageergebieden aanwezig. Derhalve vormt de bomenrij in het projectgebied geen essentieel onderdeel van de functionele leefomgeving van verblijfplaatsen van vleermuizen. Wel geldt voor de mogelijk aanwezige vleermuizen de zorgplicht zoals opgenomen in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat foeragerende en langsvliegende vleermuizen niet onnodig mogen worden verstoord door verlichting. In paragraaf 6.2 worden aanbevelingen gedaan om de vliegroute te behouden en vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen. 5.2 VOGELS 5.2.1 HUISMUS Huismussen zijn vogels die beschermd zijn onder vogels-categorie 2 van de Wet natuurbescherming. In categorie 2 zijn nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of die afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop opgenomen. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat er in het projectgebied geen nesten, rustplaatsen of essentieel leefgebied van huismussen aanwezig zijn. Met betrekking tot huismussen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming dan ook geen vervolgstappen noodzakelijk.
5.2.2 BUIZERD, HAVIK, SPERWER, BOOMVALK EN RANSUIL De buizerd, havik, sperwer, boomvalk en ransuil zijn vogels die beschermd zijn onder de Vogelrichtlijn en opgenomen in categorie 4 van de Wet natuurbescherming. Dit zijn nesten van vogels die jaar in jaar uit gebruik van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. De nesten zijn dan ook jaarrond beschermd. Het nest wat wordt beschadigd of vernield, betreft een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Indien te veel bomen rondom een nestplaats gekapt wordt kan het nest tevens ongeschikt raken, door een aantasting van de functionele leefomgeving, wat ook een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming betreft (zie box 3). Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat er in het projectgebied geen nesten, rustplaatsen of essentieel leefgebied van buizerd, havik, sperwer, boomvalk en ransuil aanwezig zijn. Met betrekking tot buizerd, havik, sperwer, boomvalk en ransuil zijn in het kader van de Wet natuurbescherming dan ook geen vervolgstappen noodzakelijk.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 19
Box 3: verbodsbepalingen artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming
Artikel 3.1
Lid 1: Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 3: Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Lid 5: Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Categorie 5 vogels en algemene broedvogels Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat vijf nesten of rustplaatsen van de zwarte kraai en één bezet nest van de ekster (categorie 5) aanwezig zijn. In categorie 5 zijn de nesten van vogels opgenomen die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 geldt dat als er in de omgeving voldoende alternatief aanwezig is, de nesten een gelijke beschermingsstatus hebben als niet jaarrond beschermde nesten. In dit geval is zijn voor de zwarte kraai en ekster in het projectgebied voldoende alternatief in de omgeving aanwezig en geldt de bescherming alleen wanneer er sprake is van een broedgeval. Daarnaast wordt het projectgebied gebruikt door veel algemene broedvogels. Door de grote hoeveelheid bomen en struiken maakt dat het projectgebied een geschikt broedbiotoop is voor veel soorten vogels. Soorten die gebruik maken zijn grote bonte specht, zwartkop, tjiftjaf, winterkoning, merel, zanglijster en wilde eend. Dit is maar een kleine greep uit de vele soorten die in het projectgebied broeden.
Door de kap- en sloopwerkzaamheden worden mogelijk nesten of rustplaatsen van de zwarte kraai, ekster en algemene broedvogels beschadigd of vernield. De kap- en sloopwerkzaamheden betreffen dus mogelijk een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming voor spreeuw en algemene broedvogels. Om te voorkomen dat nesten van broedvogels worden verstoord of dat exemplaren van de soort gestoord worden, dienen verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd en/of dient te worden voorkomen dat de vogels in het projectgebied gaan broeden. 5.3 EEKHOORN EN BOOMMARTER De voortplantings- en/of rustplaatsen of de onderdelen van voortplantings- en/of rustplaatsen (functioneel leefgebied) van eekhoorn en boommarter zijn beschermd. Individuen, voortplantings- en rustplaatsen van de eekhoorn en boommarter zijn beschermd middels artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Onder lid 1a is opgenomen dat het verboden is om de grote eekhoorn en boommarter opzettelijk te doden of te vangen. Onder lid 2b is opgenomen dat het verboden is om vaste voortplantings- of rustplaatsen van de eekhoorn en boommarter opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat er in het projectgebied geen voortplantings- en rustplaatsen van de eekhoorn en boommarter aanwezig zijn.
Met betrekking tot eekhoorn en boommarter zijn in het kader van de Wet natuurbescherming dan ook geen vervolgstappen noodzakelijk.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 20
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Ter plaatse van de het Julialaantje 40 te Rijswijk is een soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter uitgevoerd. Ter plaatse van het projectgebied is men voornemens in de toekomst woningen en appartementen te realiseren. Het doel van het onderzoek is het uitsluiten dan wel aantonen van nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van alle onderzochte soorten in het projectgebied. Vervolgens is bepaald of door de werkzaamheden sprake kan zijn van het overtreden van de Wet natuurbescherming en welke vervolgstappen mogelijk noodzakelijk zijn. Daarnaast zijn vrijblijvende aanbevelingen opgenomen in relatie tot het verhogen van de natuurwaarden in het gebied. 6.1 CONCLUSIES Op basis van het soortgericht onderzoek is geconcludeerd dat:
Soort(groep)
Conclusie
Vleermuizen
Huismus Buizerd, sperwer, havik, boomvalk en ransuil
Zwarte kraai, ekster en algemene broedvogels
Eekhoorn en boommarter
Overige soorten
In het projectgebied zijn geen voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen aanwezig. In de directe omgeving van het projectgebied zijn baltsterritoria (paarverblijfplaats) van de gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis aanwezig, welke geen hinder zullen ondervinden van de werkzaamheden. In het projectgebied zijn geen essentiële vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen aanwezig. Er zijn wel twee niet-essentiële vliegroutes aanwezig. De vleermuizen die gebruik maken van het projectgebied en de te behouden structuren, dienen niet onnodig verstoord te worden in het kader van de zorgplicht. In het projectgebied zijn geen nesten, rustplaatsen of essentieel leefgebied van huismussen aanwezig. Met betrekking tot huismussen zijn geen vervolgstappen nodig. In het projectgebied zijn geen nesten, rustplaatsen of essentieel leefgebied buizerd, sperwer, havik, boomvalk en ransuil aanwezig. Met betrekking tot buizerd, sperwer, havik, boomvalk en ransuil zijn geen vervolgstappen nodig. In het projectgebied zijn nesten aanwezig van de ekster en zwarte kraai en diverse algemene broedvogels. In de omgeving zijn hiervoor voldoende alternatieven aanwezig. Wel dient tijdens het broedseizoen hiermee rekening gehouden te worden. Een deskundig ecoloog kan bepalen of vogels in het gebied broeden.
In het projectgebied zijn geen voortplantings- en rustplaatsen van eekhoorn en boommarter aanwezig. Met betrekking tot eekhoorn en boommarter zijn geen vervolgstappen nodig. In het projectgebied zijn alleen niet-zwaarder beschermde diersoorten aanwezig en dient alleen rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Indien watergangen gedempt worden zal in het kader van de zorgplicht de vissen weggevangen dienen te worden alvorens men de watergang dempt. Dit dient uitgevoerd te worden door een deskundig ecoloog. Aanwezige dieren moeten voldoende tijd krijgen om te kunnen vluchten. Met name de algemeen voorkomende soorten zoals egels, muizen en overige grondgebonden zoogdieren.
Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, vogels, eekhoorn en boommarter Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180840
pagina 21
6.2 AANBEVELING M.B.T. HET BEHOUDEN VAN DE VLIEGROUTE Het projectgebied wordt gebruikt door langsvliegende en foeragerende vleermuizen. Het betreffen hier geen essentiële vliegroutes en/of foerageergebied, omdat in de omgeving voldoende alternatieven zijn. Geadviseerd wordt om rekening te houden met de langsvliegende en foeragerende vleermuizen, dit op basis van de zorgplicht en om interessante natuurwaarden in het gebied te behouden. Geadviseerd wordt om: 1. De hoge Italiaanse populieren die een donkere corridor vormen voor vleermuizen behouden. Hier rekening houden met verlichting, zodat de donkere corridor intact blijft. 2. Permanente verlichting mag eveneens niet worden gericht op de omgeving. De aanwezige vliegroute langs het fietspad Julialaantje (zoals beschreven in paragraaf 4.1.4) in het kader van de zorgplicht niet meer verlichten als in de huidige situatie. Conform het inrichtingsplan (d.d. 24-05-2018) blijft deze vliegroute behouden en worden hier geen werkzaamheden uitgevoerd (zie bijlage 9). 3. De werkzaamheden overdag uitvoeren. Hierdoor wordt voorkomen dat vleermuizen verstoord worden door verlichting. 4. Tijdens de actieve periode van de vleermuizen (van 1 april tot 31 oktober) dient in de nacht geen (bouw) verlichting te worden gebruikt. Op deze manier wordt voorkomen dat foeragerende en langsvliegende vleermuizen worden verstoord. 6.3 AANBEVELING M.B.T.
TOT VERHOGEN VAN DE NATUURWAARDEN Om de bestaande natuurwaarden in het gebied te waarborgen en te verhogen wordt met het nieuwe inrichtingsplan aangesloten aan bestaande waarden en structuren en wordt meer biodiversiteit in het gebied aangebracht. Om dit te realiseren wordt o.a. het volgende geadviseerd: 1. Langs de bestaande vliegroutes en in het bosgebied verschillende vleermuiskasten aanbrengen, zodat vleermuizen in de kasten kunnen verblijven. Hierdoor worden kansen gecreëerd voor diverse soorten vleermuizen. 2. Natuur inclusief bouwen. Dit kan gerealiseerd worden door in de te realiseren woningen/gebouwen kasten in te bouwen voor bijvoorbeeld de huismus, gierzwaluw en vleermuizen. 3. Rekening houden met vleermuisvriendelijke verlichting. De verlichting op het terrein zo ingetogen mogelijk maken door lage masten die gericht op de weg schijnen en door vleermuisvriendelijk licht toe te passen. 4. Bermen dusdanig beheren dat er veel inheemse kruiden hier een kans krijgen. Tevens rekening houden met het aanbrengen van inheemse bomen en struiken. Dit zijn ideale plekken voor diverse soorten insecten, grondgebonden zoogdieren en broedende en foeragerende vogels. 5. Het aanbrengen van insectenhotels. 6. Het aanbrengen van nestkasten voor vogels. 7. Het aanbrengen van takkenrillen, dit zijn ideale nestlocaties en schuillocaties voor vogels en grondgebonden zoogdieren. 8.
In het gebied zoveel als mogelijk werken met inheems plantmateriaal. 9. De aan te leggen poel niet laten aansluiten op bestaande watergangen. Deze graven tot het grondwater zodat lange tijd water in de poel blijft staan. Ook hier werken met inheems plantenmateriaal. 6.4 VERVOLGSTAPPEN Op basis van het soortgericht onderzoek wordt aanbevolen om: Vervolgstappen Ecologisch werkprotocol
Uitvoering vervolgstappen Een ecologisch werkprotocol opstellen waarin beschreven wordt hoe omgegaan dient te worden met een niet-essentiële vliegroute voor vleermuizen. Hierbij wordt ingegaan in het kader van de zorgplicht hoe de vliegroutes en de groen structuren behouden kunnen blijven. Niet alleen de niet-essentiële vliegroute, maar ook langsvliegende en foeragerende vleermuizen mogen niet worden verstoord door verlichting in het kader van de zorgplicht. Daarnaast staan hier ook andere maatregelen in m.b.t. algemene
Periode Het schrijven van een ecologisch werkprotocol duurt circa 4 weken.