22-010c. RO-BP-621.100.80 Bijlagenboek deel 2.pdf
Tekst van het document
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
5
2. PROJECTGEBIED 2.1 HUIDIGE SITUATIE Het projectgebied is gelegen aan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk. Het projectgebied bestaat uit het Tennispark de Hofstede. Binnen het projectgebied ligt het café restaurant de Hofstede, diverse tennisbanen, braakliggende terreinen met funderingen van gebouwen en zeer veel groen in de vorm van bomen en struiken en zijn enkele watergangen aanwezig. De omgeving van het projectgebied bestaat uit diverse parken zoals Te Werve, Rijswijkse bos, Julianapark en Sportpark Vredenburch. Het projectgebied en omgeving maken onderdeel uit van de landgoederenzone Zuid-Holland. De begrenzing van het projectgebied wordt weergegeven in afbeelding 1. Voor de regionale ligging van het projectgebied wordt verwezen naar bijlage 1. Een fotografische weergave van het projectgebied is opgenomen in bijlage 3. Tabel 1: Gegevens projectgebied Projectgebied: Straat: Plaats: Gemeente: Provincie: Kilometerhok (Rijksdriehoekscoördinaten):
Tennispark de Hofstede Julialaantje 40 Rijswijk Rijswijk Zuid-Holland X: 81 Y: 451
Afbeelding 1: Begrenzing projectgebied met een rode lijn (Bron: Googlemaps)
2.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN De werkzaamheden betreffen het herinrichten van het terrein, waarvoor groen, (restanten van) gebouwen, alsmede verhardingen verwijderd dienen te worden en nieuw groen en o.a. o.a. grond gebonden woningen en appartementen worden gerealiseerd. In bijlage 4 zijn tekeningen van de geplande werkzaamheden opgenomen. De planning van de werkzaamheden is tijdens de uitvoering van de ecologische quickscan niet bekend. Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
6
3. WERKWIJZE Het onderzoek is gebaseerd op de ethische code van het Netwerk Groene Bureaus - Branchevereniging voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging (juni 2008 en februari 2010). Ten behoeve van het onderzoek zijn een bureaustudie en een veldonderzoek uitgevoerd. 3.1 BUREAUONDERZOEK De bescherming van soorten is onderverdeeld in drie categorieën: vogels, Europees beschermde soorten (van de Habitatrichtlijn bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I) en nationaal beschermde soorten. Provincie Zuid-Holland heeft een aantal nationaal beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën van de lijst van nationaal beschermde soorten vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 voor projecten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Sommige vogels genieten een dubbele bescherming omdat deze zijn opgenomen in de Vogelrichtlijn en het Verdrag van Bern II. In onderhavige ecologische quickscan is uitgegaan van de Vogelrichtlijn omdat deze verbodsbepalingen strenger zijn met betrekking tot opzettelijk storen. Om te bepalen welke beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn in het projectgebied zijn verscheidene verspreidingsatlassen, verspreidingskaarten, de NDFF en jaarverslagen geraadpleegd. De informatie uit deze atlassen is niet altijd actueel en veelal op uurhok weergegeven (5 x 5 km).
Hierdoor kunnen deze gegevens voor het projectgebied enkel als richtlijn worden toegepast en tijdens het veldbezoek worden getoetst. Aan de hand van gegevens van provincie Zuid-Holland en van het Ministerie van Economische Zaken is bepaald of beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en belangrijk weidevogelgebied) aanwezig zijn in of nabij het projectgebied. Voorts is bepaald of de houtopstand in het projectgebied: buiten de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ staat; groter is dan 10 are; een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat. 3.2 VELDONDERZOEK Door een deskundig ecoloog is een veldbezoek uitgevoerd, waarbij is bepaald welke van de in de omgeving voorkomende beschermde soorten op basis van het aanwezige biotoop aanwezig kunnen zijn. Hierbij is specifiek gelet op individuen en sporen zoals uitwerpselen en nesten van beschermde soorten. De tabellen 2 en 3 bevatten respectievelijk de gegevens van het uitgevoerde veldbezoek en de weersomstandigheden. Tabel 2: gegevens veldbezoek Datum Activiteit
26-06-2018
Veldbezoek
Soortgroep Flora Vogels Vleermuizen Vissen Amfibieën Grondgebonden zoogdieren Reptielen Schelpdieren
Tabel 3: Weersomstandigheden* Datum
Temperatuur (°C) Min.
*
Overheersende windrichting kracht (Bft)
Moment op de dag
Overdag
Bewolking
Uitvoerende(n)
Dhr. ing. A. Kolders
Neerslag (mm)
Max.
26-06-2018 8,2 21,8 N2 Zwaar bewolkt Weersomstandigheden ter plaatse van weerstation Rotterdam (bron: KNMI)
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
0,0
7
4. ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 BESCHERMDE SOORTEN In tabel 4 zijn beschermde soorten weergegeven die op basis van het bureauonderzoek in het projectgebied kunnen worden verwacht. Op basis van het veldonderzoek zijn vervolgens de twee dikgedrukte en grijs inkleurde, rechter kolommen ingevuld.
Grondgebonde n zoogdieren
Vleermuizen
Vogels
Tabel 4: Verwachte beschermde flora – en faunasoorten in het projectgebied op basis van het bureau- en veldonderzoek. Aangetroffen (A), SoortWetenschappelijke verwacht (V), Gebieds groep Nederlandse naam naam Beschermde status Bron* uitgesloten (U). -functie1 Inheemse vogels
Aves
Vogelrichtlijn
1,2,3,4
A
V
Gierzwaluw
Apus apus
Vogelrichtlijn, cat. 2
1,2,3
U
V
Huismus
Passer domesticus
Vogelrichtlijn, cat. 2
1,2
V
V
Boomvalk
Falco subbuteo
Vogelrichtlijn, cat. 4
1,2,3
V
V
Buizerd
Buteo buteo
Vogelrichtlijn, cat. 4
1,2,3
V
V
Sperwer
Accipiter nisus
Vogelrichtlijn, cat. 4
1,2,3
V
V
Ransuil
Asio otus
Vogelrichtlijn, cat. 4
1,2,3
V
V
Havik
Accipiter gentilis
Vogelrichtlijn, cat. 4
1,2,3
V
V
Boomkruiper
Certhia brachydactyla
Vogelrichtlijn, cat. 5
1,2,3
A
V
Bosuil
Strix aluco
Vogelrichtlijn, cat. 5
1,2
V
V
Boomklever
Sitta europaea
Vogelrichtlijn, cat. 5
1,2,3
A
V
Ekster
Pica pica
Vogelrichtlijn, cat. 5
1,2,3
V
V
Grauwe vliegenvanger
Muscicapa striata
Vogelrichtlijn, cat. 5
1,2,3
V
V
Groene specht
Picus viridis
Vogelrichtlijn, cat. 5
1,2,3,4
A
V
Grote bonte specht
Dendrocopus major
Vogelrichtlijn, cat. 5
1,2,3
A
V
Spreeuw
Sturnus vulgaris
Vogelrichtlijn, cat. 5
1,2,3
A
V
IJsvogel
Alcedo atthis
Vogelrichtlijn, cat. 5
1,2,3,4
V
V
Koolmees
Parus major
Vogelrichtlijn, cat. 5
1,2,3,4
A
V
Pimpelmees
Cyanistes caeruleus
Vogelrichtlijn, cat. 5
1,2,3
V
V
Zwarte kraai
Corvus corone
Vogelrichtlijn, cat. 5
1,2,3
A
V
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
Europees beschermd
1, 2, 3, 4
V
V, VL, F
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
Europees beschermd
1, 2, 3, 4
V
V, VL, F
Gewone grootoorvleermuis
Plecotus auritus
Europees beschermd
1, 2
V
V, VL, F
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula
Europees beschermd
1, 2, 3, 4
V
V, VL, F
Ruige dwergvleermuis
Pipistrellus nathusii
Europees beschermd
1, 2, 3, 4
V
V, VL, F
Watervleermuis
Myotis daubentoni
Europees beschermd
1, 2, 3, 4
V
V, VL, F
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Nationaal beschermd
1,2,3
V
V, F
Boommarter
Martes martes
Nationaal beschermd
1,2
V
V, F
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
Vrijgesteld
1,2,3
V
Bunzing
Mustela nutorius
Vrijgesteld
1,2
V
1 Gebiedsfunctie: V: voortplantingsplaats, rustplaats of nest, VL: vliegroute, F: foerageergebied. De gebiedsfunctie is alleen weergegeven voor beschermde soorten.
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
8
Amfibieën
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ *
Dwergmuis
Micromys minutus
Vrijgesteld
1,2,3
V
Egel
Erinaceus europaeus
Vrijgesteld
1, 2, 3, 4
V
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Vrijgesteld
1,2,3
V
Hermelijn
Mustela erminea
Vrijgesteld
1,2
V
Huisspitsmuis
Crocidura russula
Vrijgesteld
1,2,3
V
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Vrijgesteld
1, 2, 3, 4
V
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Vrijgesteld
1,2,3
V
Veldmuis
Microtus arvalis
Vrijgesteld
1,2,3
V
Vos
Vulpes vulpes
Vrijgesteld
1,2
V
Wezel
Mustela nivalis
Vrijgesteld
1,2
V
Bruine kikker
Rana temporaria
Vrijgesteld
1, 2, 3
V
Meerkikker
Pelophylax ridibundus
Vrijgesteld
1, 2, 3
V
Bastaardkikker
Pelophylax esculentus
Vrijgesteld
1, 2, 3
V
Gewone pad
Bufo bufo
Vrijgesteld
1, 2, 3
V
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Vrijgesteld
1, 2, 3
V
Legenda: Vogelrichtlijn: is van toepassing op alle inheemse vogels. Europees beschermd: deze soorten zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I. Nationaal beschermd: deze soorten zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en niet vrijgesteld door provincie Zuid-Holland. Vrijgesteld: deze soorten zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en vrijgesteld door provincie ZuidHolland. Vogels, categorie 2: nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus); Vogels, categorie 4: nesten van vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil); Vogels, categorie 5: nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen; Bron: 1 = verspreidingsatlas; 2 = www.telmee.nl; 3 = inschatting op basis van het biotoop (m.b.v.
Google Maps); 4 = NDFF
Als aanvulling op de tabel is per soortgroep meer informatie gegeven. Hieronder is voor alle uit de bureaustudie naar voren gekomen soorten behandeld waarom deze soorten worden verwacht of uitgesloten. Voor alle verwachte soorten zijn de gebiedsfuncties en de beschermde elementen volgens de Wet natuurbescherming beschreven. Vogels Jaarrond beschermde nesten - categorie 1 tot en met 4 Tijdens het locatiebezoek zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen van vogels uit categorie 1 tot en met 4. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen (categorie 2) in het projectgebied en de omgeving waargenomen. Echter zijn wel geschikte structuren zoals dakpannen aanwezig waaronder de mussen kunnen broeden (zie bijlage 3, foto 3). Daarnaast kunnen de huismussen foerageren in het aanwezige groen waar voldoende voedsel en dekking aanwezig is. Het gebouw biedt geen mogelijkheden voor de gierzwaluw (categorie 2) om te broeden, omdat er geen geschikte gaten, kieren, open stootvoegen en geschikte aanvliegroutes aanwezig zijn, waar gierzwaluwen gebruik van kunnen maken.
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
9
De aanwezigheid van buizerd, boomvalk, havik, ransuil of sperwer kan middels de quickscan niet worden uitgesloten. Er zijn tijdens het veldbezoek geen nesten van categorie 1 t/m 4 aangetroffen en geen vogels uit categorie 1 t/m 4. Niet alle bomen konden ten tijde van het veldbezoek goed worden bekeken in verband met het blad aan de bomen. Hierdoor zijn mogelijk niet alle aanwezige nesten opgemerkt. Daarnaast zijn in het projectgebied diverse coniferen aanwezig waar de ransuil gebruikt van kan maken. Jaarrond beschermde nesten - categorie 5 Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 biedt het projectgebied geschikt biotoop. Tijdens het veldbezoek zijn in het projectgebied diverse categorie 5 vogels waargenomen zoals de grote bonte specht met jongen (zie afbeelding 3), groene specht (met jongen), boomkruiper, boomklever, spreeuw en koolmees. In de bomen zijn diverse spechtengaten waargenomen waar deze soorten gebruik van maken (zie bijlage 3, foto 4). Daarnaast is een kraaiennest (zie afbeelding 2) in het projectgebied aangetroffen en zijn diverse zwarte kraaien waargenomen tijdens het veldbezoek. Mogelijk dat één van deze vogels hier heeft gebroed. Overige soorten die kunnen worden verwacht zijn pimpelmees en grauwe vliegenvanger, die eveneens gebruik maken van holen in bomen of openingen en kieren in gebouwen.
De ijsvogel is waargenomen binnen het projectgebied en deze maakt gebruik van holen in oevers. Er zijn niet direct nestgelegenheden van de ijsvogel waargenomen in het projectgebied, maar door de hoeveelheid groen waren niet alle oevers goed zichtbaar op holen en kan deze niet worden uitgesloten. Echter in de omgeving is zeer veel groen aanwezig in de vorm van diverse parken met grote bomen en struiken, zijn veel watergangen aanwezig waardoor er voldoende alternatieven zijn voor bovengenoemde vogels uit categorie 5. Ook wordt de bosuil in het projectgebied verwacht. Tijdens het veldbezoek zijn geen grote holen in de bomen waargenomen. Niet alle bomen konden ten tijde van het veldbezoek goed worden bekeken in verband met het blad aan de bomen en de dichte onderbegroeiing. Mogelijk zijn hierdoor grote holen gemist.
Afbeelding 2: Zwarte kraaiennest (links).
Afbeelding 3: Juveniele grote bonte specht (rechts)
Niet jaarrond beschermde nesten (algemene broedvogels) Voor algemene broedvogels die broeden in bomen, struiken en watergangen biedt het projectgebied geschikt biotoop. Door de grote hoeveelheid aan bomen en struiken worden veel algemene broedvogels verwacht. Soorten die kunnen worden verwacht zijn onder andere: zwartkop, tuinfluiter, fitis, tjiftjaf, houtduif, merel en zanglijster. Vleermuizen De bebouwing en bomen in het projectgebied kunnen op diverse manieren een functie hebben voor vleermuizen (Habitatrichtlijn). Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen in bebouwing Het gebouw kan op verschillende manieren dienen als voortplantings- en rustplaats voor vleermuizen. Het gebouw is geschikt als zomer-, kraam- en paarverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. Er zijn tijdens het locatiebezoek op meerdere plekken geschikte invliegopeningen waargenomen. Op het dak zijn verschillende gebroken en scheefliggende dakpannen aanwezig, waardoor vleermuizen in het dak kunnen kruipen (zie bijlage 3, Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
10
foto 3). Daarnaast zijn er enkele openingen in de gevel aanwezig waar vleermuizen in kunnen verblijven. De aanwezigheid van een massawinterverblijfplaats van gewone dwergvleermuizen wordt uitgesloten omdat het hier een klein en laag gebouw betreft en de condities in de spouw en onder het dak niet geschikt zijn als massawinterverblijfplaats. De bufferwerking van het gebouw is niet groot, waardoor bij strenge vorst verblijfplaatsen niet vorstvrij zijn. De aanwezigheid van enkele individuen die overwinteren tijdens een milde winter kan niet worden uitgesloten. In het noordelijke deel van het projectgebied, is onder het grotendeels afgebroken gebouw nog restant aanwezig. Hier is in het verleden een kelder geweest, welke nu grotendeels onder water staat. Aan diverse kanten van deze kelder zijn ingangen / openingen aanwezig, waardoor grote tocht in de kelder aanwezig is. Op basis van deze gegevens worden geen (overwinterende) vleermuizen verwacht. Voortplantings- of rustplaatsen in bomen In de bomen zijn tijdens het veldbezoek een aantal holten waargenomen, die kunnen dienen als voortplantings- of rustplaats voor vleermuizen. De bomen zijn geschikt als zomer-, kraam- en/of paarverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis.
Niet alle stammen en takken van de bomen konden ten tijde van het veldbezoek goed worden bekeken in verband met het blad aan de bomen. Hierdoor zijn mogelijk niet alle aanwezige holten opgemerkt. De gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis wordt niet in de bomen verwacht als kraamverblijfplaats, omdat deze soorten bomen niet gebruiken als kraamverblijfplaats. De watervleermuis wordt in het paarseizoen niet in de bomen verwacht, omdat de watervleermuis voornamelijk paren in de winterverblijven, welke gelegen zijn in bijvoorbeeld bunkers. Vliegroute De bomen in het projectgebied kunnen mogelijk dienen als onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen. De bomen vormen een lijnvormig geheel wat geleiding biedt aan vleermuizen die zich verplaatsen van rustplaatsen in de bebouwde kom naar foerageergebied elders (zie afbeelding 4 en 5). Ook in de directe omgeving zijn mogelijkheden voor vliegroutes aanwezig. Echter als er een grote hoeveelheid bomen en struiken worden gekapt heeft dit mogelijk wel invloed op langsvliegende vleermuizen. Tevens als er verblijfplaatsen aanwezig zijn in het projectgebied, zal het aanwezige groen hiervoor ook van belang zijn. Bij het kappen van grote hoeveelheden groen zal dit mogelijk een negatief effect hebben op vleermuizen.
Afbeelding 4 en 5: Geschikte boomstructuren voor vleermuizen om zich te verplaatsen en te foerageren.
Foerageergebied De bomen in het projectgebied kunnen voor vleermuizen dienen als foerageergebied (zie bijlage 3, foto 1). In de omgeving zijn diverse parken aanwezig zoals Te Werve, Rijswijkse bos, Julianapark en Sportpark Vredenburch. Echter, als een grote hoeveelheid bomen en struiken worden gekapt heeft dit mogelijk wel invloed op de foeragerende vleermuizen en het gebruik van een foerageergebied. Te verwachten beschermd element per vleermuissoort In tabel 5 wordt per vleermuissoort weergegeven welk beschermd element verwacht wordt.
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
11
Tabel 5: verwachte beschermde elementen per vleermuissoort Type verblijfplaats
Vliegroute Bomen (mogelijk essentieel)
Foerageergebied Bomen (mogelijk essentieel)
Soort
Zomer-
Kraam
Paar
Winter verblijfpla ats*
Gewone dwergvleermuis
Ja (G/B)
Ja (G)
Ja (G/B)
Ja (G)
Ja
Ja
Laatvlieger
Ja (G)
Ja (G)
Ja (G)
Ja (G)
Ja
Ja
Rosse vleermuis
Ja (B)
Ja (B)
Ja (B)
Ja (B)
Ja
Ja
Ruige dwergvleermuis
Ja (G/B)
Nee
Ja (G/B)
Ja (G/B)
Ja
Ja
Gewone grootoorvleermuis
Ja (G/B)
Ja (G/B)
Ja (G/B)
Nee
Ja
Ja
Watervleermuis
Ja (B)
Ja (B)
Nee
Nee
Ja
Ja
* Massawinterverblijfplaatsen worden niet verwacht in het gebied. G = In de gebouwen, B = in de bomen Grondgebonden zoogdieren Binnen het projectgebied worden diverse Nationaal beschermde soorten verwacht zoals boommarter en de eekhoorn. In het ten zuiden gelegen Park Te Werve zijn diverse waarnemingen bekend van de eekhoorn (zie afbeelding 6). Eekhoorns maken nesten in boomholtes of maken zelf een nest in bomen. Nesten van de eekhoorn zijn niet waargenomen, maar kunnen zijn gemist omdat alle bomen in blad staan en hierdoor nesten moeilijk zichtbaar zijn. Tevens maken eekhoorns mogelijk gebruik van boomholtes die in het gebied zijn aangetroffen. Derhalve kan aanwezigheid van verblijfplaatsen van de eekhoorn niet worden uitgesloten. In de omgeving van Rijswijk worden steeds meer waarnemingen gedaan van de boommarter. Het is een soort die steeds meer oprukt richting de stedelijke omgeving. In het projectgebied zijn genoeg rommelige hoekjes zoals takken, het vervallen schuurtje en de holen in de bomen die de boommarter kan gebruiken als voortplantingslocatie. Daarnaast kan de boommarter het gebied gebruiken als foerageergebied.
Afbeelding 6: Waargenomen individuen van eekhoorns (rode cirkels) in de directe omgeving van het projectgebied (gele vlak) (bron: waarneming.nl)
Daarnaast worden enkel vrijgestelde zoogdieren zoals vos, wezel, hermelijn, bunzing, konijn, egel en diverse muizensoorten verwacht. Amfibieën In het projectgebied worden enkel vrijgestelde soorten zoals kleine watersalamander, bruine kikker en gewone pad verwacht. Overige soorten Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde (met uitzondering van de zorgplicht) vissen, kevers, insecten, reptielen, vaatplanten, vlinders, slakken, libellen en kreeftachtigen waargenomen. Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
12
Beschermde soorten binnen deze soortgroepen worden op basis van verspreiding en biotoop niet verwacht in het projectgebied. 4.2 BESCHERMDE GEBIEDEN Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een natuurgebied dat beschermd wordt door de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is Westduinpark & Wapendal. Dit natuurgebied ligt op circa 6 kilometer ten noordwesten van het projectgebied. Het projectgebied maakt tevens geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde gebied dat deel uitmaakt van NNN is gelegen op circa 20 meter ten zuiden van het projectgebied en betreft Park Te Werve. In afbeelding 7 is het projectgebied weergegeven in relatie tot beschermde natuurgebieden en NNN-gebieden. Het gebied is niet gelegen in een belangrijk weidevogelgebied.
Projectgebied Afbeelding 7: Projectgebied in relatie tot de beschermde natuurgebieden en NNN-gebieden. De gearceerde delen zijn beschermd natuurgebied en de gekleurde delen zijn onderdeel van de NNN.
4.3 BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN De bomen in het projectgebied bevinden zich binnen de ‘bebouwde kom Boswet’ van gemeente Rijswijk. De beplanting bestaat uit diverse boomsoorten waaronder zomereik, Italiaanse populier, esdoorn, Canadese populier en gewone es. Het zijn meer dan 20 bomen die in een rij zijn aangeplant.
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
13
5. TOETSING AAN WETGEVING In dit hoofdstuk is beschreven wat de wettelijke consequenties zijn die voortvloeien uit de aanwezigheid van beschermde soorten, natuurgebieden en houtopstanden zoals beschreven in hoofdstuk 4. Hieraan voorafgaand wordt zeer kort ingegaan op de –nu – meest van toepassing zijnde wetteksten. De Nederlandse overheid heeft de in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren ingedeeld in verschillende beschermingsregimes. De mate van bescherming verschilt per soort. Zo zijn sommige vogels (en hun eieren en nesten) het hele jaar door ‘strikt’ beschermd, wat inhoudt dat ze niet verstoord mogen worden (Vogelrichtlijn, categorie 2, zie box 2). Andere soortgroepen kunnen vallen onder de habitatrichtlijn (zie box 3) en/of nationaal beschermde dier- of plantensoorten (zie box 4). Ook voor deze soorten geldt dat (vaste) verblijf-/ standplaatsen en/of individuen niet opzettelijk mogen worden vernietigd of verstoord. Zelfs dieren en planten die niet officieel beschermd zijn mogen nog rekenen op enige vorm van bescherming. De Zorgplicht (box 5) stelt namelijk dat (individuele) dieren of planten überhaupt niet opzettelijk mogen worden vernietigd of verstoord. Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming wordt verwezen naar bijlage 2.
5.1 BESCHERMDE SOORTEN Op basis van de bureaustudie en de veldinventarisatie worden diverse beschermde soorten verwacht in het projectgebied. Vogels De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten kan middels de quickscan niet worden uitgesloten. Jaarrond beschermde nesten categorie 1-4 Onder het pannendak van de woning worden jaarrond beschermde nesten verwacht van huismussen (Vogelrichtlijn en categorie 2). Jaarrond beschermde nesten zijn nesten van vogels die hier jaarrond gebruik van maken of jaarlijks terugkeren naar hetzelfde nest. Deze nesten zijn jaarrond beschermd, middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (zie box 2), dus ook als het nest niet in gebruik is om te broeden. Als huismussen aanwezig zijn, zal het omliggende groen behoren tot de functionele leefomgeving van de huismus. Indien jaarrond beschermde nesten van huismussen aanwezig zijn zullen deze door de renovatiewerkzaamheden worden vernield wat een overtreding van artikel 3.1 betreft. Wanneer werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd bestaat de kans dat de nesten opzettelijk worden verstoord en dieren worden gedood. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.1 dient in eerste aanleg te worden bepaald of nesten van huismussen aanwezig zijn.
Voorts kan worden bepaald of de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder een goedgekeurde gedragscode of dat een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van buizerd, sperwer, havik, ransuil en boomvalk (Vogelrichtlijn en categorie 4), kunnen eveneens niet worden uitgesloten. Jaarrond beschermde nesten zijn nesten van vogels die hier jaarrond gebruik van maken of jaarlijks terugkeren naar hetzelfde nest. Deze nesten zijn jaarrond beschermd, middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming, dus ook als het nest niet in gebruik is om te broeden. In artikel 3.1 is onder lid 2 opgenomen dat het verboden is om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het onder lid 4 verboden vogels opzettelijk te storen. Lid 5 geeft aan dat lid 4 niet van toepassing is indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Indien jaarrond beschermde nesten van buizerd, boomvalk, havik, ransuil en/of sperwer aanwezig zijn zullen deze door de kapwerkzaamheden worden vernield wat een overtreding van artikel 3.1 betreft.
Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.1 dient in eerste aanleg te worden bepaald of nesten van buizerd, boomvalk, havik, ransuil en/of sperwer aanwezig zijn. In eerste aanleg dient hiervoor in de winter te worden bepaald of potentiele horsten aanwezig zijn, dit kan momenteel moeilijk worden vastgesteld door het vele blad aan de bomen. Indien potentiele nesten aanwezig zijn dient een soortgericht onderzoek naar de te verwachten soorten in het voorjaar te worden uitgevoerd.
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
14
Jaarrond beschermde nesten categorie 5 (voldoende alternatief) In een boom in het projectgebied is een jaarrond beschermd nest aanwezig van de zwarte kraai (Vogelrichtlijn en categorie 5). Ook de grote bonte specht (met jongen), groene specht (met jongen), boomkruiper, boomklever, spreeuw, koolmees, pimpelmees, grauwe vliegenvanger en ijsvogel zijn vogels met jaarrond beschermde nesten uit categorie 5, die in het projectgebied voor (kunnen) komen. Jaarrond beschermde nesten zijn nesten van vogels die hier jaarrond gebruik van maken of jaarlijks terugkeren naar hetzelfde nest. Deze nesten zijn jaarrond beschermd, middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (zie box 2), dus ook als het nest niet in gebruik is om te broeden. Voor jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 geldt echter dat als in de omgeving voldoende alternatief aanwezig is, de nesten een gelijke beschermingsstatus hebben als niet-jaarrond beschermde nesten. In dit geval is voor alle aanwezige en te verwachten soorten voldoende alternatief in de omgeving en geldt de bescherming alleen wanneer een broedgeval aanwezig is. De periode waarin de meeste kans is op de aanwezigheid van vogelnesten in het voorjaar en de zomer. Daarnaast wordt de bosuil in het projectgebied verwacht. Er zijn niet direct grote holen aangetroffen.
In eerste aanleg dient in de winterperiode, als er nog geen blad aan de bomen zit, gekeken te worden of er grote holen aanwezig zijn in het projectgebied. Indien deze aanwezig zijn zullen vervolgstappen bepaald dienen te worden. Niet-jaarrond beschermde nesten (algemene broedvogels) In de bomen en watergangen van het projectgebied worden niet-jaarrond beschermde nesten van vogels als zwartkop, tuinfluiter, fitis, tjiftjaf, houtduif, merel, zanglijster verwacht. De nesten en functionele leefomgeving van deze soorten zijn beschermd middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (zie box 2). Door de werkzaamheden uit te voeren tijdens het broedseizoen kunnen nesten in de bomen, struiken en watergangen worden vernield en kunnen eieren en individuen worden beschadigd of gedood. Dit betreft een overtreding van artikel 3.1. Tijdens het voorjaar en de zomer is de kans op aanwezigheid van vogelnesten het grootst. Als in deze gevoelige periode wordt gewerkt dient rekening te worden gehouden met broedvogels en moeten eventueel maatregelen worden genomen om het doden van vogels en de vernieling en beschadiging van nesten en eieren te voorkomen. Box 2: Verbodsbepalingen Vogelrichtlijn Artikel 3.1 Vogelrichtlijn 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2.
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Vleermuizen Voortplantings- en rustplaatsen De gebouwen in het projectgebied bevatten mogelijk voortplantings- en rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger (Habitatrichtlijn). Daarnaast bevatten de bomen in het projectgebied mogelijk holten die kunnen dienen als voortplantingsen rustplaats van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis. Individuen, voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen zijn beschermd middels artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming (zie box 3). De sloop van het gebouw en het kappen van bomen met daarin vleermuizen kan leiden tot het doden van vleermuizen en vernielen van voortplantings- en rustplaatsen, wat een overtreding van artikel 3.5 betreft. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.5 dient in eerste aanleg te worden bepaald of voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het te slopen gebouw en de te kappen bomen. Voorts kan worden bepaald of de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder een goedgekeurde gedragscode of dat een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is.
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
15
Functionele leefomgeving (vliegroute en foerageergebied). De bomen in het projectgebied functioneert mogelijk als vliegroute en foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen. Een vliegroute en foerageergebied van vleermuizen is essentieel wanneer geen alternatieven aanwezig zijn en zij gerekend worden tot de functionele leefomgeving van de voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen. Essentiële vliegroutes en foerageergebieden zijn beschermd middels artikel 3.5, lid 4, van de Wet natuurbescherming (zie box 3). Het kappen van bomen die een essentiële vliegroute/essentieel foerageergebied van vleermuizen vormen betreft een overtreding van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.5 dient in eerste aanleg te worden bepaald of sprake is van een vliegroute of foerageergebied. Voorts kan worden bepaald of de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd door te werken onder een goedgekeurde gedragscode en het nemen van mitigerende maatregelen of dat een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Box 3: Artikel 3.5: Habitatrichtlijn Artikel 3.5 Habitatrichtlijn 1.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Grondgebonden zoogdieren In het projectgebied worden voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van de boommarter en eekhoorn (Nationaal beschermd) verwacht. Individuen, voortplantings- en rustplaatsen van de boommarter en eekhoorn zijn beschermd middels artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. In lid 1a is opgenomen dat het verboden is om deze soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen en onder lid 1b om voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.10 dient in eerste aanleg te worden bepaald of voortplantings- en rustplaatsen van de boommarter en eekhoorn aanwezig zijn in het projectgebied (zie box 4). Voorts kan worden bepaald of de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder een goedgekeurde gedragscode of dat een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Box 4 Artikel 3.10: Nationaal beschermde dier- en plantensoorten Artikel 3.10 Nationaal beschermde dier- en plantensoorten 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
16
Overige en vrijgestelde soorten (zorgplicht) Op basis van bureaustudie en veldinventarisatie worden geen beschermde (met uitzondering van de zorgplicht) vissen, weekdieren, kevers, vlinders, reptielen, schelpdieren, libellen en kreeftachtigen verwacht in het projectgebied. Wel komen van enkele van deze soortgroepen algemene soorten en door provincie Zuid-Holland vrijgestelde soorten voor in het projectgebied. Deze soorten worden beschermd middels de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (zie box 5). Dit houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Box 5: Artikel 1.11, Zorgplicht Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura-2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura-2000 gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b.
indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.
5.2 BESCHERMDE GEBIEDEN Het projectgebied is niet gelegen in een natuurgebied dat beschermd is door de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied bevindt zich op circa 6 km ten noordwesten van het projectgebied. Gezien de voorgenomen werkzaamheden en de afstand tot het beschermde natuurgebied wordt een negatief extern effect op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Het onderdeel gebiedenbescherming, artikel 2.7, lid 2, van de Wet natuurbescherming is dan ook niet van toepassing op het onderhavige project. Het projectgebied is niet gelegen in een gebied van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op circa 20 meter van het projectgebied is een gebied van NNN aanwezig. Gezien de aard van de voorgenomen werkzaamheden en de afstand tot NNN wordt een negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN uitgesloten. Vervolgstappen met betrekking tot NNN zijn derhalve niet van toepassing. Het gebied is niet gelegen in een belangrijk weidevogelgebied. 5.3 HOUTOPSTANDEN De houtopstanden in het projectgebied maken geen deel uit van beschermde houtopstanden. Voor het kappen van de bomen is dan ook geen melding noodzakelijk in het kader van artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming. Wel dient een kapvergunning te worden aangevraagd bij de gemeente Rijswijk.
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
17
6. CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN In het onderhavige hoofdstuk zijn de conclusies van de ecologische quickscan opgenomen die is uitgevoerd ten behoeve van het project ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk’. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden. Uit de ecologische quickscan blijkt dat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening dient te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. 6.1 CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN De conclusies en vervolgstappen zijn in onderstaande tabellen per onderdeel van de Wet natuurbescherming weergegeven. 6.1.1 BESCHERMDE SOORTEN Tabel 6: Beschermde soort(groep)en binnen het projectgebied en de bijbehorende vervolgstappen en/of te nemen maatregelen Verwacht (V) / Vervolgstappen en te nemen maatregelen om overtreding Wet natuurbescherming te Soort aangetroffen voorkomen (A) : locatie Vogels Het uitvoeren van een soortgericht onderzoek om de aan-/afwezigheid van nesten van de huismus en eventueel functionele leefomgeving aan te tonen, dan wel uit te sluiten. Dit V: dak van onderzoek dient te worden uitgevoerd conform kennisdocument Huismus (Bij12, 2017) in de Huismus het gebouw periode van 1 april tot en met 15 mei. Vervolgens kan worden bepaald of het nemen van vervolgstappen en het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is.
Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.1 dient in eerste aanleg te Sperwer (cat. 4), worden bepaald of nesten van buizerd, boomvalk, havik, ransuil sperwer en grote holen ransuil (cat. 4), van de bosuil mogelijk aanwezig zijn. Dit kan in de winter worden uitgevoerd, omdat dan havik (cat. 4), V; bomen alle bladeren van de bomen zijn en nesten en holen goed te inventariseren zijn. Indien buizerd (cat. 4), grote horsten en holen aanwezig zijn dient in de periode tussen februari – eind juli boomvalk (cat. 4) (afhankelijk van de te verwachten soort) een soortgericht onderzoek naar bovengenoemde en bosuil (cat. 5) soorten te worden uitgevoerd. Bij aanwezigheid dienen vervolgstappen te worden bepaald. Categorie 5 De werkzaamheden in de winter buiten het broedseizoen uitvoeren. Indien de werkzaamheden vogels in het voorjaar en/of de zomer moeten worden uitgevoerd dient het projectgebied en de V/A: bomen, (voldoende directe omgeving (‘invloedsfeer van de werkzaamheden’) voorafgaand aan de struiken alternatief) en werkzaamheden te worden gecontroleerd op broedvogels. Indien broedende vogels watergangen Algemene aanwezig zijn dient door een deskundig ecoloog te worden bepaald of de werkzaamheden broedvogels kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de Wet natuurbescherming. Vleermuizen Diverse vleermuizen
V: bomen
Diverse vleermuizen
V: gebouw en bomen
Vliegroute/ foerageergebied
V: bomen
Grondgebonden zoogdieren Eekhoorn en boommarter
Gedurende het soortgericht onderzoek naar vleermuizen, wordt geadviseerd om een boomholte inspectie uit te voeren. Dit dient dan in de winterperiode uitgevoerd te worden. Hier wordt gekeken waar de boomholtes in het gebied zich exact bevinden en met behulp van een boomcamera wordt gekeken of vleermuizen in de winterperiode gebruik maken van de bomen. Het uitvoeren van een soortgericht onderzoek om de aan-/afwezigheid van zomer-, kraam-, paar- en (individuele) winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, en rosse vleermuis aan te tonen. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het vleermuisprotocol (2017) in de periode mei tot en met september. Vervolgens kan worden bepaald of het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Het uitvoeren van een soortgericht onderzoek om essentiële vliegroutes en foerageergebieden van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis, en rosse vleermuis aan te tonen. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het vleermuisprotocol (2017) in de periode mei tot en met september. Vervolgens kan worden bepaald of de werkzaamheden conform een goedgekeurde gedragscode kunnen worden uitgevoerd of dat het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is.
Daarnaast worden de omliggende parken geïnventariseerd op foeragerende dieren, om alternatieve foerageergebieden in kaart te brengen, zodat bepaald kan worden in hoeverre onderhavig projectgebied als foerageergebied van essentieel belang is.
Het uitvoeren van een soortgericht onderzoek om de aan-/afwezigheid voortplantingsplaatsen V: bomen en van de boommarter en eekhoorn aan te tonen. Om de aanwezigheid van rommelige voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van de boommarter en eekhoorn aan te tonen of te hoekjes kunnen uitsluiten wordt in de periode 15 juli tot 31 augustus een onderzoek met cameravallen uitgevoerd.
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
18
Soort
Verwacht (V) / Vervolgstappen en te nemen maatregelen om overtreding Wet natuurbescherming te aangetroffen voorkomen (A) : locatie
Overige soorten -
Alle (vrijgestelde) V : hele soorten gebied
-
Voldoende zorg in acht nemen voor alle in het wild voorkomende flora en fauna. Aanwezige dieren de tijd gunnen om te kunnen vluchten. Als de watergangen gedempt dienen te worden zullen de watergangen moeten worden afgevist door een deskundig ecoloog. Indien men onverwachts strikt beschermde soorten aantreft een deskundig ecoloog raadplegen om af te stemmen hoe een overtreding van de Wet natuurbescherming kan worden voorkomen. Bij twijfel over de aanwezigheid van beschermde soorten de hulp van een deskundige in roepen.
6.1.2 BESCHERMDE GEBIEDEN Tabel 7: Beschermde gebiedstypes binnen het projectgebied en de bijbehorende vervolgstappen en/of maatregelen Vervolgstappen en te nemen maatregelen om overtreding Wet natuurbescherming Beschermde gebieden te voorkomen Natura 2000–gebied
Geen effecten te verwachten. Vervolgstappen zijn dan ook niet noodzakelijk.
Natuurnetwerk Nederland
Geen effecten te verwachten. Vervolgstappen zijn dan ook niet noodzakelijk.
Beschermd weidevogelgebied
Het projectgebied is niet gelegen in of nabij een beschermd weidevogelgebied.
6.1.3 BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN Beschermde houtopstanden De bomen in het projectgebied maken geen deel uit van beschermde houtopstanden
Vervolgstappen en te nemen maatregelen om overtreding Wet natuurbescherming te voorkomen Voor het kappen van de bomen is geen melding noodzakelijk in het kader van artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming. Mogelijk dient voor het kappen van de bomen wel een kapvergunning te worden aangevraagd bij gemeente Rijswijk.
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
19
REFERENTIELIJST Alterra Wageningen UR. Landelijke Vegetatie Databank. http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapslvddata.aspx?meta=info Bij12 (2017) Kennisdocument Huismus Bryja, J., Kanuch, P., Fornuskova, A., Bartonicka, T., Rehak, Z. (2009) Low population genetic structuring of two cryptic bat species suggests their migratory behaviour in continental Europe. Biological Journal of the Linnean Society, Vol. 96, pp. 103-114 De Vlinderstichting. Libellennet; alles over libellen. http://www.libellennet.nl/ De Vlinderstichting. Vlindernet; alles over vlinders. http://www.vlindernet.nl/ Diepenbeek, A. van (1999). Veldgids Diersporen. Sporen van gewervelde landdieren. Uitgeverij KNNV. Koning, J. de; Broek, JW van den; Meyere, D. de & Bruens, H. (2009). Dendrologie van de lage landen. Uitgeverij KNNV. Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI). Weeroverzichten Korsten, E., E.A. Jansen, M. Boonman, M.J. Schillemans en H.J.G.A. Limpens (2016) Swarm and Switch:On the trail of the hibernating common pipistrelle. Bat News. No. 110. p. 8-10. Bat Conservation Trust. London Lange, R., P. Twisk, A. van Winden & A. van Diepenbeek, Zoogdieren van West-Europa. 2e druk 2003 VZZ. Uitgeverij KNNV. Lenders, H.J.R., C.C.H. Marijnissen en R.P.W.H. Felix (1993). Waarnemen en herkennen van Amfibieën en Reptielen in het veld. 4e geheel herziene druk. RAVON. Meijden, R.
van der (2004). Heukels’ Flora van Nederland. 23e druk. Uitgeverij Wolters-Noordhoff. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011) Soortenstandaard Gewone dwergvleermuis - Pipistrellus pipistrellus. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (1979). Vogelrichtlijn. 79/409/EEG. Nederlandse vereniging voor libellenstudie (2002). Atlas van de Nederlandse libellen – Nederlandse fauna 4. KNNV, EIS. Nationale Databank Flora en Fauna (2016), NDFF Uitvoerportaal. Nie, H.W. de (1996). Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Provincie Zuid-Holland (2016). Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 9 november 2016, tot vaststelling van de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland, met nummer 6949 Provincie Zuid-Holland (2016), Interactieve atlassen en kaarten. https://www.zuid-holland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. AERIUS Calculator SOVON Vogelonderzoek Nederland. https://www.sovon.nl/ SOVON Vogelonderzoek Nederland (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998 - 2000 Nederlandse fauna 5. KNNV & EIS. SOVON Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland (2005). Rode Lijst van de Nederlandse broedvogels. Tirion Uitgevers Stichting Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland (RAVON). http://www.ravon.nl/ Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF).
Waarnemingen van flora en fauna. https://www.telmee.nl/?c=portal&m=telmee Rijksoverheid (2012). Versie 0.4. Memorie van toelichting bij het voorstel van wet met regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming) Rijksoverheid (2016). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. Stb-2016-34 ISSN 0920 – 2064 ’s-Gravenhage 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de Natuur (Wet natuurbescherming). Zoogdiervereniging. Zoogdieratlas. http://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdieratlas
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
20
BIJLAGE 1
REGIONALE SITUATIEKAART PROJECTGEBIED
= Projectgebied
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
Bijlage
BIJLAGE 2
WETTELIJKE EN BESTUURLIJKE KADERS NATUURBESCHERMING
In Nederland wordt de bescherming van natuur geregeld met behulp van de Wet natuurbescherming. Onder de Wet natuurbescherming valt de bescherming van enerzijds in het wild levende dieren (fauna) en planten (flora) en anderzijds de gebiedsbescherming en de bescherming van houtopstanden. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de vigerende wet- en regelgeving inzake de Wet natuurbescherming. WET NATUURBESCHERMING (01-01-2017) De Wet natuurbescherming is een samenkomst van drie voormalige natuurwetten: De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Onder de Wet natuurbescherming valt nu de soortenbescherming en de gebiedsbescherming. SOORTENBESCHERMING (FLORA EN FAUNA) De Wet natuurbescherming beschermd kwetsbare en zeldzame flora en fauna. De wet geldt daar waar beschermde soorten voorkomen. De beschermde soorten zijn onderverdeeld in Europees- en nationaal beschermde dier- en plantensoorten. Afhankelijk van de beschermde status van een soort dient bij de aantasting van exemplaren of nesten, voortplantings- of rustplaatsen van deze soort, een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Belangrijk voor de toekenning hiervan is de status, maar ook of de duurzame instandhouding van de populatie wel of niet in het geding is. Indien geen verbodsbepalingen worden overtreden kan mogelijk worden volstaan met een mitigatieplan.
Europees beschermde dier- en plantensoorten Deze soorten betreffen in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn en vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn Voor deze soorten dienen in het geval van ruimtelijke ontwikkeling mitigerende maatregelen opgesteld te worden die ervoor zorgen dat de functionaliteit van de nesten, voortplantings- of rustplaatsen gegarandeerd wordt. Tevens kunnen werkzaamheden, onder voorwaarden, worden uitgevoerd volgens een goedgekeurde gedragscode. Wanneer dit niet mogelijk is kan, indien de volgende belangen aan de orde zijn: bescherming van flora en fauna, dwingende redenen van groot openbaar belang of volksgezondheid of openbare veiligheid, een ontheffing aangevraagd worden. Vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn Voor vogels dienen in het geval van ruimtelijke ontwikkeling mitigerende maatregelen opgesteld te worden die ervoor zorgen dat de functionaliteit van de nesten en rustplaatsen gegarandeerd wordt. Tevens kunnen werkzaamheden, onder voorwaarden, worden uitgevoerd volgens een goedgekeurde gedragscode.
Wanneer dit niet mogelijk is kan, indien de volgende belangen aan de orde zijn: bescherming van flora en fauna, veiligheid van het luchtverkeer of volksgezondheid of openbare veiligheid, een ontheffing aangevraagd worden. Nationaal beschermde dier- en plantensoorten Deze soorten betreffen in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij de Wet natuurbescherming.
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
Bijlage
Vrijstelling Middels een vrijstellingsregeling kan in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling vrijstelling verleend worden voor nationaal beschermde dier- en plantensoorten. Derhalve hoeft voor deze soorten geen ontheffing te worden aangevraagd. Voor deze soorten blijft wel de algemene zorgplicht van kracht. Per provincie wordt een vrijstellingslijst opgesteld. Elke provincie kan ervoor kiezen om verschillende soorten vrij te stellen. Per project zal gekeken moeten worden welke dier- en plantensoorten in de betreffende provincie zijn vrijgesteld. Voor soorten die niet zijn vrijgesteld dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde gedragscode, of dient bij de aantasting van exemplaren nesten, voortplantings- of rustplaatsen van deze soort bij activiteiten die de verbodsbepalingen overtreden, een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. VERBODEN HANDELINGEN Naast de zorgplicht zijn een aantal verboden handelingen opgenomen. Deze worden hieronder weergegeven. Artikel 3.1 Vogelrichtlijn 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3.
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.5 Habitatrichtlijn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 Nationaal beschermde dier- en plantensoorten 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.
in het in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;
Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
Bijlage
c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Gedragscode Voor zowel Europees als nationaal beschermde soorten geldt dat werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden volgens een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. De betreffende gedragscode moet voor de werkzaamheden en soort(groep) geschreven en beschikbaar zijn.
Dit geldt indien de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van: - een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of –bermen, of in het kader van natuurbeheer; - een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; - een bestendig gebruik, of - een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling. Werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder een gedragscode, mits de functionaliteit van de nesten, voortplantings- of rustplaatsen van de soorten behouden blijft. Positieve afwijzing Als er maatregelen genomen worden om de functionaliteit van de nesten, voortplantings- of rustplaatsen van zowel Europees als nationaal beschermde soorten garanderen, is een ontheffing op de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk. Om er echter zeker van te zijn of de opgestelde mitigerende maatregelen voldoende zijn, kan op basis van deze maatregelen een ontheffing bij de betreffende provincie worden aangevraagd. Indien de provincie akkoord gaat met de mitigerende maatregelen en de functionaliteit van de nesten, voortplantings- of rustplaatsen van de soorten hiermee behouden blijft, wordt de ontheffingsaanvraag positief afgewezen en mogen de werkzaamheden zonder ontheffing worden uitgevoerd. ZORGPLICHT De zorgplicht valt onder zowel de soortenbescherming (dier- en plantensoorten) als gebiedsbescherming.
Onderstaand worden de maatregelen met betrekking tot zorgvuldig handelen weergegeven, zoals opgenomen artikel 1.11 en artikel 3.31, lid 3, van de Wet natuurbescherming. Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura-2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura-2000 gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Ecologische quickscan ‘t Julialaantje 40 te Rijswijk Projectcode: 20180712
Bijlage
Artikel 3.31, lid 3, van de Wet natuurbescherming 3. Van zorgvuldig handelen is in elk geval sprake, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er worden slechts handelingen verricht waarvan geen wezenlijke invloed uitgaat op de soorten, bedoeld in het tweede lid, en b. ingeval handelingen worden verricht die invloed hebben op dieren wordt voorafgaand en tijdens de handelingen in redelijkheid alles verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: i. dieren als bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, worden gedood; ii. nesten van vogels worden vernield, beschadigd of weggenomen, rustplaatsen van vogels worden vernield of beschadigd, dan wel voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de in artikel 3.5, eerste lid, of artikel 3.10, eerste lid, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield, en iii. eieren van dieren als bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, worden vernield, of c. ingeval handelingen worden verricht die invloed hebben op planten van soorten als bedoeld in artikel 3.5, vijfde lid, of 3.10, eerste lid, wordt voorafgaand aan en tijdens de handelingen in redelijkheid alles verricht of gelaten om te voorkomen dat deze planten worden geplukt, afgesneden, ontworteld of vernield.
GEBIEDSBESCHERMING Onder de gebiedsbescherming vallen de Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland, Beschermde Natuurmonumenten, gebieden ter uitvoering van verdragen en andere internationale verplichtingen (zoals wetlands) en houtopstanden. NATURA2000 Natura 2000-gebieden zijn gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn. Voor elk Natura 2000-gebied wordt door de betreffende provincie een beheerplan opgesteld, waarin de nodige instandhoudingsmaatregelen zijn opgenomen. Artikel 2.7, lid 2, van de Wet natuurbescherming stelt over Natura 2000-gebieden het volgende: ‘Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.’ De toetsing betreft het vaststellen of het projectgebied in of in de omgeving van een beschermd natuurgebied gelegen is en of er sprake is van een negatief effect op de beschermde natuurwaarden. Als dit niet het geval is dan is verder onderzoek niet nodig.