Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028.pdf
Tekst van het document
X
X X
Verordening nadeelcompensatie Ridderkerk 2024
X
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Ridderkerk 2021
X
Verordening sociale huur en middeldure huur gemeente Ridderkerk 2022
X
Verordening Starterslening Ridderkerk 2019
X
Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 Visie Grondposities
Te herzien/ nieuw beleid
X X
Welstandsnota 2009
X
Woonvisie Ridderkerk 2021-2026
X
Beleidsindicatoren Omschrijving
Bron
Eenheid/Toelichting
Gemiddelde WOZ-waarde Waarstaatjegemeente.nl In euro's
Waarde 331.000
De WOZ-waarde van alle woningen. Alle verblijfsobjecten in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) met minimaal een woonfunctie en eventueel een of meer andere gebruiksfuncties worden als woning aangemerkt. Nieuw gebouwde woningen
Waarstaatjegemeente.nl Aantal per 1.000 woningen
6,2 (2022)
Nieuw gebouwde woningen, exclusief overige toevoegingen zoals transformaties. Demografische druk
Waarstaatjegemeente.nl In %
83,1% (2024)
Het aantal personen van 0 tot 20 jaar én 65 jaar of ouder per honderd personen van 20 tot 65 jaar. Gemeentelijke woonlasten Waarstaatjegemeente.nl In euro's meerpersoonshuishoudens
957 (2024)
Som van de gemiddeld betaalde ozb op basis van de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in de gemeente + reinigingsheffing + rioolheffing minus eventuele heffingskorting. Gemeentelijke woonlasten Waarstaatjegemeente.nl In euro's éénpersoonshuishoudens
850 (2024)
Som van de gemiddeld betaalde ozb op basis van de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in de gemeente + reinigingsheffing + rioolheffing minus eventuele heffingskorting.
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
51
NIET IN DE PROGRAMMA'S OPGENOMEN BATEN EN LASTEN Maximaliseren van subsidie-inkomsten. Wat willen we bereiken? (coalitieakkoord) We vinden het belangrijk om gebruik te maken van de subsidies die vanuit Europa, het Rijk en de Provincie beschikbaar zijn. We stellen een subsidioloog aan die zo veel als mogelijk subsidies voor Ridderkerk verwerft.
Wat gaan we daarvoor doen? (collegeprogramma)
251 - We stellen een subsidioloog aan.
De tweede helft van 2024 zal benut worden voor het opstellen van een functieprofiel en de werving worden opgestart, met als doel per 1 januari 2025 een subsidioloog te laten starten.
Wat mag het kosten? Exploitatie
Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 na wijziging
Lasten 0.3:Beheer overige gebouwen en gronden
-2.064.500
-2.013.800
-2.012.300
-1.985.700
-1.984.700
0.4:Overhead
-23.205.400
-23.035.700
-22.971.600
-23.013.300
-23.002.300
0.5:Treasury
-446.000
-711.500
30.800
37.300
50.500
0.61:OZB woningen
-111.000
-100.600
-100.500
-100.800
-100.800
0.62:OZB niet-woningen
-36.400
-31.700
-31.600
-31.800
-31.800
0.64:Belastingen overig
-1.404.700
-1.257.400
-1.257.000
-1.259.100
-1.259.100
0.8:Overige baten en lasten
-6.502.800
-985.000
-1.305.000
-1.305.000
-1.305.000
-74.900
-76.800
-76.800
-76.800
-76.800
-33.845.700
-28.212.500
-27.724.000
-27.735.200
-27.710.000
0.3:Beheer overige gebouwen en gronden
691.800
707.900
707.900
707.900
707.900
0.4:Overhead
291.400
355.300
355.300
355.300
355.300
0.5:Treasury
927.600
767.700
764.800
761.600
758.200
0.61:OZB woningen
6.748.700
6.954.700
7.032.000
7.092.600
7.166.200
0.62:OZB niet-woningen
7.071.100
7.962.400
8.298.400
8.423.600
8.548.700
0.63:Parkeerbelasting
357.200
357.200
357.200
357.200
357.200
0.9:Vennootschapsbelasting (VpB) Totaal Lasten Baten
0.64:Belastingen overig 0.7:Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8:Overige baten en lasten
81.400
83.400
83.400
83.400
83.400
97.094.000
102.649.000
97.938.000
99.398.000
100.791.000
7.600.600
963.800
835.300
751.600
797.900
Totaal Baten
120.863.800
120.801.400
116.372.300
117.931.200
119.565.800
Saldo - Lasten en baten
87.018.100
92.588.900
88.648.300
90.196.000
91.855.800
0.10:Mutaties reserves
-463.600
-463.600
-463.600
-463.600
-463.600
Totaal Stortingen
-463.600
-463.600
-463.600
-463.600
-463.600
0.10:Mutaties reserves
25.076.600
1.725.100
1.547.600
1.370.000
1.192.400
Totaal Onttrekkingen
25.076.600
1.725.100
1.547.600
1.370.000
1.192.400
Saldo - Reserves
24.613.000
1.261.500
1.084.000
906.400
728.800
Begroot resultaat
111.631.100
93.850.400
89.732.300
91.102.400
92.584.600
Stortingen
Onttrekkingen
52
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
Toelichting 0.4 Overhead Omschrijving
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 2024-2025
0.4:Overhead Lasten
-23.205.400
-23.035.700
Baten
291.400
355.300
63.900
-22.914.000
-22.680.400
233.600
Totaal 0.4:Overhead
169.700
Overhead vanuit De BedrijfsvoeringsPartner (voordeel € 380.000) In de eerste tussenrapportage van 2024 is een doorgeschoven prestatie uit de Jaarstukken 2023 opgenomen voor de frictiekosten (voordeel € 347.600). Diverse mutaties kleiner dan € 100.000 (voordeel € 32.400). Toerekening personeelskosten naar programma's (nadeel € 162.600) De toerekening van de personeelskosten naar de programma's wordt toegelicht in de Leeswijzer. Overige verschillen kleiner dan € 100.000 (voordeel € 16.200)
Toelichting 0.5 Treasury Omschrijving
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 2024-2025
0.5:Treasury Lasten
-446.000
-711.500
-265.500
Baten
927.600
767.700
-159.900
Totaal 0.5:Treasury
481.600
56.200
-425.400
Deelnemingen nutsbedrijven (nadeel € 200.000) In de 1e Tussenrapportage 2024 is incidenteel een bijstelling gedaan voor een hoger dividend over 2023 en 2024 voor onze reguliere en preferente aandelen (nadeel € 300.000). De verwachting is dat de komende jaren het dividend op onze aandelen hoger is. Dit is gebaseerd op het inkomstenpatroon van voorgaande jaren zoals hierboven aangegeven (voordeel € 100.000). Financiering (nadeel € 494.700) In verband met het aantrekken van leningen zal de rentelast toenemen (nadeel € 450.000). Diverse mutaties kleiner dan € 100.000 (nadeel 44.700). Toerekenen rente vanuit Activa (voordeel € 208.500) Het betreft hier bijstelling van de kapitaallasten ten opzichte van het jaar 2024 (voordeel € 387.200). Reeds geraamde mutaties in de meerjarenbegroting 2024-2027 (nadeel € 178.700). Overige verschillen kleiner dan € 100.000 (voordeel € 60.800)
Toelichting 0.61 OZB woningen Omschrijving
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 2024-2025
0.61:OZB woningen Lasten
-111.000
-100.600
10.400
Baten
6.748.700
6.954.700
206.000
Totaal 0.61:OZB woningen
6.637.700
6.854.100
216.400
OZB woningen (voordeel € 206.000) De waardestijging voor de woningen voor het belastingjaar 2025 is geschat op 0,2%. De tarieven voor 2025 zijn eerst gecorrigeerd met de verwachte waardeontwikkeling en vervolgens is de inflatiecorrectie van 2,5% toegepast. Tenslotte wordt de OZB-opbrengst vermeerderd met areaaluitbreiding (voordeel € 162.400).
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
53
Diverse mutaties kleiner dan € 100.000 (voordeel € 43.600).
Overige verschillen kleiner dan € 100.000 (voordeel € 10.400)
Toelichting 0.62 OZB niet-woningen Omschrijving
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 2024-2025
0.62:OZB niet-woningen Lasten
-36.400
-31.700
4.700
Baten
7.071.100
7.962.400
891.300
Totaal 0.62:OZB niet-woningen
7.034.700
7.930.700
896.000
OZB Niet Woningen (voordeel € 891.300) Trendmatige verhoging conform de Kaderbrief 2024 (voordeel € 132.800). De waardestijging voor de niet-woningen voor het belastingjaar 2025 is geschat op 1%. De tarieven voor 2025 zijn eerst gecorrigeerd met de verwachte waardeontwikkeling en vervolgens de inflatiecorrectie van 2,5% toegepast. Tenslotte wordt de OZB-opbrengst vermeerderd met areaaluitbreiding (voordeel € 758.500). Overige verschillen kleiner dan € 100.000 (voordeel € 4.700)
Toelichting 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Omschrijving
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 2024-2025
0.7:Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Baten
97.094.000
102.649.000
5.555.000
Totaal 0.7:Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
97.094.000
102.649.000
5.555.000
Algemene Uitkering (voordeel € 5.555.000) De raming is conform het meerjarenperspectief ingevolge de decembercirculaire 2023 (voordeel € 2.463.000). Mutaties op grond van de meicirculaire 2024 van het gemeentefonds (voordeel € 3.092.000), rekening houdend met afzonderingen voor: o Dienstverlening aanpak armoede schulden. o Werkdrukverlaging jeugdbescherming. o Vrijval reservering compensatieregeling Voogdij 18+ inclusief index. o Participatie. o Armoedebestrijding kinderen.
Toelichting 0.8 Overige baten en lasten Omschrijving
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 2024-2025
0.8:Overige baten en lasten Lasten
-6.502.800
-985.000
5.517.800
Baten
7.600.600
963.800
-6.636.800
Totaal 0.8:Overige baten en lasten
1.097.800
-21.200
-1.119.000
Personeelslasten (nadeel 1.125.900) Ten opzichte van de begroting 2024 nemen de loonkosten (excl. de verwachte cao-ontwikkelingen 2025) in 2025 toe met € 1.451.400. Een derde van deze extra kosten, € 541.300 worden doorbelast aan, investeringen, projecten, grondexploitaties en marktinitiatieven of gedekt uit opbrengsten uit de afvalstoffenheffing. Per saldo nemen de netto loonkosten toe met € 910.100. De toename van de loonkosten ten opzichte van de begroting 2024 kan worden toegeschreven aan functionerings-, arbeidsmarkt- en inconveniëntentoelage (nadeel € 198.500), verschillen naar aanleiding van de werkelijke plaatsing (nadeel € 168.900), extra formatie voor de aanpak zwerfafval en bijplaatsingen (grof)huishoudelijke afval door medewerkers met een garantiebaan (worden deels gedekt uit
54
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
opbrengst van de afvalstoffenheffing) (nadeel € 81.000), uitbreiding en versterking van het team contactfunctionarissen met een teamleider, participatiecoördinator en administratieve ondersteuning (nadeel € 207.300), versterking en ondersteuning van het team Openbare orde en veiligheid met administratieve/juridische ondersteuning APV en boa‘s (nadeel € 55.000), extra formatie bij het team VTH vanwege het aantal complexe dossiers (nadeel € 84.000) en diverse overige kleine mutaties (nadeel € 115.400). Daarnaast stijgen ook de bijkomende personeelskosten zoals opleidings- en reiskosten (nadeel € 215.800). Toerekening personeelskosten naar programma's (voordeel € 1.125.900) De toerekening van de personeelskosten naar de programma's wordt toegelicht in de Leeswijzer. Stelposten (nadeel € 1.156.200) Cao-ontwikkeling 2025 conform Kaderbrief 2025 (nadeel € 960.000). Overige mutaties ten opzichte van voorgaand jaar (nadeel € 196.200). Overige verschillen kleiner dan € 100.000 (voordeel € 37.200)
Toelichting 0.10 Mutaties reserves Omschrijving
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 2024-2025
0.10:Mutaties reserves Stortingen
-463.600
-463.600
0
Onttrekkingen
25.076.600
1.725.100
-23.351.500
Totaal 0.10:Mutaties reserves
24.613.000
1.261.500
-23.351.500
Algemene reserve (nadeel € 741.100) In de 1e Tussenrapportage 2024 zijn doorgeschoven prestaties uit de Jaarstukken 2023 opgenomen ter dekking van: De UITagenda, de inzet voor dorpsmarketing en de evenementenkalender. Het onderzoek voor de bestemming museumschool Rijsoord. Wmo huishoudelijke hulp ZIN als gevolg van stijging cliëntaantallen en het tarief. De nota Communicatie nieuwe huisstijl. Het frictiekostenbudget voor De BedrijfsvoeringsPartner. Daarnaast is er een aflopende dekking opgenomen voor de afbouw van de dividendinkomsten in acht jaar. Afschrijvingslastenreserve Toekomstige investeringen (nadeel € 22.500.000) Conform het raadsbesluit van 21 maart 2024 is de bestemmingsreserve Incidentele en toekomstige investeringen gebruikt en verdeelt over twaalf bestemmingsreserves. Afschrijvingslastenreserve Overrente (nadeel € 110.400) Jaarlijks lagere dekking uit de afschrijvingsreserve "Overrente".
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
55
Paragraaf 1 Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke belastingen en gebonden heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk in het tijdvak 2025-2028.
Algemene uitgangspunten lokale heffingen Het tarievenbeleid is vastgelegd in de Belastingnota 2020. Inflatiecorrectie Voor de OZB-tarieven geldt dat de lokale lasten niet meer dan trendmatig zullen stijgen (inflatiecorrectie). De zogenoemde indexeringspercentage voor 2025 ten opzichte van 2024 is 2,5%. De gebonden heffingen (Afvalstoffenheffing, Rioolheffing, Lijkbezorgingsrechten, Marktgelden en Leges) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn, inclusief toe te rekenen compensabele btw, mutaties in voorzieningen en reserves en toe te rekenen kosten voor overhead. De kosten van oninbare vorderingen zijn doorberekend in de tarieven. De perceptiekosten die genoemd worden bij de onderbouwing van de tarieven voor de verschillende heffingen hebben betrekking op de lasten die heffing en invordering met zich meebrengen. Uitvoering belastingtaken door SVHW De heffing en inning van gemeentelijke belastingen en de waardebepaling van alle onroerende zaken binnen de gemeente Ridderkerk in het kader van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) worden verzorgd door het Samenwerkingsverband Vastgoed Heffing en Waardebepaling (SVHW). Daaronder valt ook de behandeling van verzoeken voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen.
Overzicht geraamde belastingen en lokale heffingen Hierna treft u een totaaloverzicht aan van in de begroting geraamde opbrengsten van de ongebonden en de gebonden heffingen.
Ongebonden heffingen Rekening
Onroerende zaakbelastingen Baatbelasting Straatparkeren/parkeerboetes
Begroting
Meerjarenraming
2023
2024 na wijziging
2025
2026
2027
2028
13.469.361
13.819.800
14.917.100
15.330.400
15.516.200
15.714.900
1.946
1.300
1.300
1.300
1.300
1.300
333.899
357.200
357.200
357.200
357.200
357.200
Gebonden heffingen Rekening
Begroting
2023
2024 na wijziging
Meerjarenraming 2025
2026
2027
2028
Afvalstoffenheffing
7.303.562
7.322.100
7.499.500
8.104.600
8.115.200
8.244.700
Rioolheffing
4.896.863
5.202.500
5.422.600
5.588.000
5.749.700
5.951.100
Lijkbezorgingsrechten
827.424
819.300
874.000
874.000
874.000
874.000
Leges burgerzaken
608.193
941.400
1.092.300
1.092.300
1.092.300
1.092.300
2.822.389
1.178.900
908.700
908.700
908.700
908.700
40.929
34.600
41.400
41.400
41.400
41.400
Leges omgevings- en APVvergunning Marktgelden
Algemene beleidsontwikkelingen Benchmark woonlasten Voor de benchmark gebruiken we de publicaties van het Centrum voor Onderzoek naar de Economie van de Lagere Overheden (COELO) zoals de benchmark van de woonlasten provincie Zuid-Holland. De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de uitgaven van burgers aan onroerendezaakbelastingen
56
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
(OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten maakt de onderlinge verschillen van de woonlasten tussen Ridderkerk en omliggende gemeenten inzichtelijk. Deze vergelijking is in deze paragraaf opgenomen. Het overzicht vergelijkt de tarieven van de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing per gemeente en het cumulatieve bedrag van de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing per gemeente.
Tarieven 2025 Kostenonderbouwing tarieven In deze paragraaf zijn kostenonderbouwingen voor de berekening van de verschillende heffingen opgenomen. Deze geven inzicht in hoe de geraamde baten c.q. opbrengsten en de geraamde lasten met elkaar in verhouding staan. Het dekkingspercentage van het betreffende taakveld wordt hiermee weergegeven. De raad stelt in december de definitieve tarieven vast.
Onroerendezaakbelastingen (OZB) De geraamde OZB-opbrengst wordt bepaald door de totale waarde van de onroerende zaken in het lopende belastingjaar te vermenigvuldigen met het OZB-tarief. Er wordt hierbij rekening gehouden met een geschatte waardeontwikkeling van de WOZ-waarde en areaaluitbreiding. Hierbij geldt dat een waardestijging of –daling niet leidt tot extra OZB-opbrengst. Dit wordt bereikt door bij de tarievenberekening een waardestijging te dempen door middel van een evenredige tariefsverlaging. In het najaar vindt voor de definitieve vaststelling van de tarieven een laatste controle op de waardeontwikkeling plaats op basis van de laatste informatie van SVHW in september/oktober. Hierdoor kunnen de definitief vast te stellen tarieven afwijken van de thans berekende tarieven zoals hieronder zijn weergegeven. Op basis van het voorgaande en door SVHW in juni/juli aangeleverde WOZ-waardeontwikkeling zien de OZB-tarieven voor 2025 er als volgt uit: Onroerendezaakbelastingen (OZB)
2024
2025*
Eigenaren woningen
0,0903%
0,0924%
Eigenaren niet-woningen
0,4751%
0,4822%
(als percentage van de waarde)
* Voorlopig percentage o.b.v. actuele WOZ-waarde 2024 en verwachte waardeontwikkeling in 2025
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te betalen die de gemeente maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Voor de afvalstoffenheffing hanteren wij kostendekkende tarieven in combinatie met een inzet van de daarvoor gevormde reserve. Kostenonderbouwing tarieven Ter onderbouwing van de tarieven voor afvalstoffenheffing wordt hierna een kostenonderbouwing tarieven afvalstoffenheffing gegeven. Omschrijving
2025
Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente
-3.539.500
Lasten vanuit de gemeente, inclusief (omslag)rente
-3.340.500
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto lasten taakveld(en) Overhead, inclusief (omslag)rente
316.800 -6.563.200 -154.900
Compensabele BTW
-1.397.100
Totale kosten
-8.115.200
Inzet bestemmingsreserve Afvalstoffenheffing
615.700
Opbrengst heffingen
7.499.500
Opbrengst
8.115.200
Dekkingspercentage
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
100%
57
De berekende tarieven voor de afvalstoffenheffing zien er als volgt uit: Afvalstoffenheffing
2024*
2025
2026
2027
2028
Eenpersoonshuishouden
278,72
286,32
305,16
301,92
304,44
Tweepersoonshuishouden
374,84
384,84
410,28
405,84
409,20
Meerpersoonshuishouden
385,76
396,36
422,40
417,84
421,32
Extra mini-container 240 liter
75,00
75,00
75,00
75,00
75,00
* Volgens Belastingverordening
Rioolheffing Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te betalen die samenhangen met de gemeentelijke watertaken. Het Programma Stedelijk Water (PSW) 2023-2027 is leidend bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing, waarin als uitgangspunt geldt een jaarlijkse stijging van 2% exclusief inflatiecorrectie. Kostenonderbouwing tarieven De in de rioolheffing te dekken kosten zijn opgenomen in de kostenonderbouwing van tarieven rioolheffing. Omschrijving
2025
Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente
-4.673.300
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen
50.200
Netto lasten taakveld(en)
-4.623.100
Perceptiekosten
-114.500
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten
-273.800
Overhead, inclusief (omslag)rente
-371.700
Compensabele BTW
-772.600
Totale kosten
-6.155.700
Inzet voorziening Beklemde middelen
733.100
Opbrengst heffingen
5.422.600
Opbrengst
6.155.700
Dekkingspercentage
100%
De tarieven voor 2025 zien er als volgt uit: Rioolheffing
2024*
2025
2026
2027
2028
107,64
109,08
111,24
113,52
115,80
501 m3 - 1.000 m3 / per 100 m3
114,84
116,40
118,68
121,08
123,48
1.001 m3 - 3.000 m3 / per 100 m3
103,56
105,00
107,04
109,32
111,48
3.001 m3 - 6.000 m3 / per 100 m3
92,04
93,24
95,16
97,08
99,00
6.001 m3 - 10.000 m3 / per 100 m3
80,64
81,72
83,40
85,08
86,76
boven 10.000 m3 / per 100 m3
62,88
63,72
64,92
66,24
67,56
Eigenaar/gebruiker tot 500 m3 Groot waterverbruik:
* Volgens Belastingverordening
Lijkbezorgingsrechten Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen Vredehof en Rusthof worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. Kostenonderbouwing tarieven De in de lijkbezorgingsrechten te dekken kosten zijn als volgt bepaald:
58
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
Omschrijving
2025
Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente
-897.900
Netto lasten taakveld(en)
-897.900
Overhead, inclusief (omslag)rente
-359.600
Bespaarde rente voorziening Onderhoud graven
117.200
Totale kosten
-1.140.300
Opbrengst heffingen
874.000
Opbrengsten
874.000
Dekkingspercentage
77%
Marktgelden Voor het gebruik of genot van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen of voorwerpen, op het krachtens de ‘Marktverordening van de gemeente Ridderkerk’ aangewezen marktterrein, wordt onder de naam van “marktgeld” een recht geheven. De markt is voorzien van elektra-aansluitingen. Voor het gebruik van deze voorziening zijn er afzonderlijke tarieven in de verordening opgenomen. De uit de marktgelden te dekken totale kosten bedragen: Omschrijving
2025
Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente
-49.700
Netto lasten taakveld(en)
-49.700
Overhead, inclusief (omslag)rente
-2.300
Compensabele BTW
-9.900
Totale kosten
-61.900
Opbrengst heffingen
41.400
Opbrengsten
41.400
Dekkingspercentage
67%
Parkeerbelasting Parkeerbelasting wordt geheven in het kader van parkeerregulering. Betaling vindt plaats via een geldige parkeervergunning, parkeer-app of bij de parkeerapparatuur zoals de parkeermeter en parkeerautomaat. Als er niet of onvoldoende parkeergeld is betaald, wordt een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De hoogte van de naheffingsaanslag is wettelijk vastgelegd. De hoogte van de tarieven van de parkeervergunning is vastgelegd in het parkeerbeleid van Ridderkerk.
Leges Onder de naam leges worden rechten geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges is wettelijk gemaximeerd zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van de leges maximaal kostendekkend mogen zijn. De kosten en opbrengsten van leges zien er als volgt uit: Onderwerp legesverordening
Kosten
Overhead
Totaal kosten
Opbrengst
Kostendekkendheid
Algemene dienstverlening Burgerlijke stand
-47.800
-44.600
-92.400
66.700
72%
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
-619.740
-211.300
-831.040
741.800
89%
Rijbewijzen
-152.700
-81.300
-234.000
208.500
89%
Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
-16.500
-14.000
-30.500
12.200
40%
Overige publiekszaken
-21.800
-6.300
-28.100
20.700
74%
Bijzondere wetten
-47.100
-46.200
-93.300
63.100
68%
Totaal leges Algemene dienstverlening
-905.640
-403.700
-1.309.340
1.113.000
85%
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
59
Onderwerp legesverordening
Kosten
Overhead
Totaal kosten
Opbrengst
Kostendekkendheid
Dienstverlening in het kader van de Omgevingswet Omgevingsvergunning
-673.100
-531.500
-1.204.600
868.900
72%
Totaal leges Omgevingswet
-673.100
-531.500
-1.204.600
868.900
72%
Onderwerp legesverordening
Kosten
Overhead
Totale kosten
Opbrengst
Kostendekkendheid
Dienstverlening volgens Europese dienstenrichtlijn Horeca
-10.900
-10.700
-21.600
8.800
41%
-200
-200
-400
200
50%
-1.600
-1.600
-3.200
500
16%
-900
-900
-1.800
1.300
72%
Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
-49.100
-11.600
-60.700
14.200
23%
Totaal leges Dienstverlening volgens Europese dienstenrichtlijn
-62.700
-25.000
-87.700
25.000
29%
Winkeltijdenwet Organiseren evenement of markt Standplaatsen
Onderwerp legesverordening
Kosten
Kostendekkendheid totale tarieventabel
-1.641.440
Overhead -960.200
Totale kosten -2.601.640
Opbrengst
Kostendekkendheid
2.006.900
77%
Kwijtscheldingsbeleid Indien de belastingplichtige niet, of slechts met veel moeite, de aanslag kan betalen, kan deze onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding. Het vigerend kwijtscheldingsbeleid waarbij gedeeltelijke kwijtschelding van toepassing is, blijft voor 2025 ongewijzigd. Voor de afvalstoffenheffing wordt voor 64% en voor de gebruikersbelasting rioolheffing voor 71% van het verschuldigde belastingbedrag kwijtschelding verleend. In de begroting zijn de volgende bedragen opgenomen voor kwijtschelding: Kwijtschelding lokale heffingen
Rekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
2025
Onroerende zaakbelastingen
-1.008
-2.700
-1.800
Rioolheffing
-92.081
-81.700
-83.700
Afvalstoffenheffing
-279.005
-259.800
-266.300
Woonlasten (lokale lastendruk) Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. Hierna worden de woonlasten voor burgers (woningen) en het bedrijfsleven (niet woningen/ bedrijven) inzichtelijk gemaakt. Om de gemiddelde woonlasten in 2025 te berekenen, wordt uitgegaan van de berekende tarieven en de verwachtte gemiddelde WOZ-waarde in 2025.
Lastendruk burgers (woningen) Omschrijving
2023
2024
2025
Afwijking
+ = stijging en - = daling van lasten
Absoluut
In %
Eenpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik
103,20
107,64
109,08
1,44
1,3%
Afval
279,48
278,72
286,32
7,60
2,7%
Totaal*
382,68
386,36
395,40
9,04
2,3%
Tweepersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik
103,20
107,64
109,08
1,44
1,3%
Afval
375,24
374,84
384,84
10,00
2,7%
Totaal*
478,44
482,48
493,92
11,44
2,4%
60
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
Omschrijving
2023
2024
2025
Afwijking
Meerpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik
103,20
107,64
109,08
1,44
1,3%
Afval
386,52
385,76
396,36
10,60
2,7%
Totaal*
489,72
493,40
505,44
12,04
2,4%
Eenpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 395.000 Rioolgebruik
103,20
107,64
109,08
1,44
1,3%
Afval
279,48
278,72
286,32
7,60
2,7%
OZB-eigendom **
335,59
356,43
364,98
8,55
2,4%
Riooleigendom
103,20
107,64
109,80
2,16
2,0%
Totaal*
821,47
850,43
870,18
19,75
2,3%
Tweepersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 395.000 Rioolgebruik
103,20
107,64
109,08
1,44
1,3%
Afval
375,24
374,84
384,84
10,00
2,7%
OZB-eigendom **
335,59
356,43
364,98
8,55
2,4%
Riooleigendom
103,20
107,64
109,08
1,44
1,3%
Totaal*
917,23
946,55
967,98
21,43
2,3%
Meerpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 395.000 Rioolgebruik
103,20
107,64
109,08
1,44
1,3%
Afval
386,52
385,76
396,36
10,60
2,7%
OZB-eigendom **
335,59
356,43
364,98
8,55
2,4%
Riooleigendom
103,20
107,64
109,08
1,44
1,3%
Totaal*
928,51
957,47
979,50
22,03
2,3%
* Absoluut en gewogen %. ** OZB-grondslag voor 2023 en 2024 is de gemiddelde WOZ-waarde uit Coelo. OZB 2025 uitgaande van 0,2% stijging WOZ en concept tarief 2025.
Lastendruk bedrijven (niet-woningen) Omschrijving
2023
2024
2025
Afwijking
+ = stijging en - = daling van lasten
Absoluut
In %
E: Niet-woning/bedrijf in eigendom met een WOZ-waarde van € 243.200 103,20
107,64
109,08
1,44
1,3%
OZB-eigendom **
1.139,04
1.144,04
1.172,75
28,71
2,5%
Riooleigendom
103,20
107,64
109,08
1,44
1,3%
1.345,44
1.359,32
1.390,91
31,59
2,3%
Rioolgebruik
Totaal* * Absoluut en gewogen %.
** OZB 2024 tegen definitief vastgestelde tarief 2024. OZB 2025: uitgaande van een waardestijging van 1% tegen concept tarief 2025.
Ridderkerk ten opzichte van buurgemeenten De woonlasten van de omliggende gemeenten voor het belastingjaar 2025 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten in 2024. Deze vergelijking maakt de onderlinge verschillen van de woonlasten tussen Ridderkerk en omliggende gemeenten inzichtelijk. Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een eenpersoonshuishouden en een gezin (meerpersoonshuishouden) met zowel een koopwoning (woningeigenaren) als een huurwoning (huurders).
Tarieven per gemeente - eenpersoonshuishoudens Gemeente
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
OZBtarief
Gem. woningwaarde
Woonlasten eigenaar*
Woonlasten huurder*
Ridderkerk
279
108
9,0300%
395.000
850
386
Zwijndrecht
338
322
8,6600%
389.000
998
660
Hendrik-Ido Ambacht
278
184
9,3400%
465.000
820
237
Barendrecht
241
67
8,7800%
486.000
735
309
Albrandswaard
293
221
10,0600%
513.000
1.030
514
* COELO-Atlas 2024
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
61
Tarieven per gemeente - meerpersoonshuishoudens Gemeente
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
OZBtarief
Gem. woningwaarde
Woonlasten eigenaar *
Woonlasten huurder *
Ridderkerk
386
215
9,0300%
Zwijndrecht
368
322
8,6600%
395.000
957
493
389.000
1.027
Hendrik-Ido Ambacht
410
218
690
9,3400%
465.000
986
402
Barendrecht
441
Albrandswaard
425
199
8,7800%
486.000
1.067
640
294
10,0600%
513.000
1.236
719
* COELO-Atlas 2024
62
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De Gemeente Ridderkerk voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.
Risicoprofiel Inleiding Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd tot en met 17 juni 2024. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals de opvang van vluchtelingen, de inflatie en de krappe arbeidsmarkt laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De bedrijfsvoeringsrisico’s zijn als cluster opgenomen in het risico ten aanzien van de taken die zijn belegd bij De BedrijfsvoeringsPartner. Het risicoprofiel is opgebouwd uit risico-inschattingen waarbij de slechtst mogelijke scenario's worden getoond zoals deze op dit moment kunnen worden gedaan.
Top 10 In het volgende overzicht worden de tien belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 90% van alle geïdentificeerde risico’s. Nr. Risico
Maatregelen
1
Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving informatieveiligheid en privacy
Informatiebeveiliging, Proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, Compliance
4
1.000.000 19,22%
2
Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet
Beperkte invloed, transformatie keten, monitoring/ benchmarking, business intelligence
4
1.000.000 16,91%
3
Risico dat de BedrijfsvoeringsPartner haar taken niet kan uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde budget
Monitoring, business intelligence, competentieontwikkeling
4
915.000 14,89%
4
Cluster BUIG, (Participatiewet) rijksbijdrage niet toereikend
Beperkte invloed, monitoring, business intelligence
4
1.000.000 11,75%
5
Risico tekorten in open eind-regelingen Schulddienstverlening, Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand
Schulddienstverlening: preventie/vroeg signalering, competentieontwikkeling, business intelligence
4
500.000 6,97%
6
Cluster WMO gerelateerde risico's. Overschrijding van budget(ten)
Beperkte invloed, monitoring, business intelligence
5
400.000 5,63%
7
Financiële en imagorisico's op door de gemeente gesubsidieerde instellingen
Frequent toepassen audits, voortgangsrapportages van instellingen
3
400.000 5,34%
8
Risicocluster implementatie en uitvoering nieuwe gedecentraliseerde taken leidt tot tekorten.
Projectbeheersing, monitoring/ benchmarking, business intelligence, competentieontwikkeling, SPP
4
250.000 3,82%
9
Risico’s niet te dekken binnen grondexploitaties
Uitkomst risico-inventarisatie
4
111.000 2,75%
1
1.287.000 1,78%
10 Arbeidsongeschiktheid van collegelid/ -leden Geaccepteerd risico i.p.v. verzekeren
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
Kansklasse Maximaal financieel gevolg
Invloed
63
Totaal grote risico's:
€ 6.863.000
Totaal overige risico's:
€ 2.245.000
Totaal alle risico's:
€ 9.108.000
Kansklasse Het voorgaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd en hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen. Kwantiteit Referentiebeelden
Kansklasse Toelichting kansklasse
10%
0 of 1 keer per 10 jaar
1
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30%
1 keer per 5 - 10 jaar
2
Deze klasse hanteren we voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50%
1 keer per 2 - 5 jaar
3
Deze klasse hanteren we voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70%
1 keer per 1 - 2 jaar
4
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90%
1 keer per jaar of meer
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. We doen dit vooral omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.
Trends en ontwikkeling risicoprofiel In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door te investeren en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. 1. Risico’s bij uitvoering wet- en regelgeving Informatieveiligheid en Privacy. De wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging stelt harde toenemende eisen aan de invulling en inrichting van techniek, competenties en capaciteit. De gemeente is eindverantwoordelijk en stelt alles in het werk om compliant te zijn. Het beschikbaar hebben van een goed werkende, moderne en veilige digitale product- en dienstverlening gaat gepaard met continu oplopende kosten op het gebied van noodzakelijk onderhoud, beheer en beveiliging. De gemiddelde kosten op ICT gebied per inwoner per jaar heeft zich inmiddels ontwikkeld tot bijna € 105. De risico’s die worden opgenomen in het risicoprofiel zijn van grote invloed op het gehele risicoprofiel. Een belangrijk deel van de risico’s die de gemeente loopt op informatieveiligheid en privacy zijn onderdeel van de bedrijfsvoering en van invloed op het hiernavolgende risicocluster t.a.v. de taken van De BedrijfsvoeringsPartner. 2.
De kosten van de Jeugdwet zullen naar verwachting ook in 2025 toe blijven nemen. De gemeente neemt alle mogelijke maatregelen om de kosten te beheersen en de efficiëntie van de jeugdhulp te verbeteren. De prognose van het CPB, gebaseerd op landelijke gemiddeldes, gaat uit van een kostenstijging van ruim 4%. In het risicoprofiel worden bovengenoemde risico’s onveranderd stevig aangehouden. 3. Risico dat De BedrijfsvoeringsPartner taken niet kan uitvoeren binnen beschikbaar gestelde budget. De (niet primaire) taken die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverlening van de gemeente(n) vormen het risicoprofiel voor de organisatie en bijbehorende dienstverlening die per 1 januari 2024 door De BedrijfsvoeringsPartner wordt uitgevoerd. Deze bedrijfsvoeringsrisico’s vormen dus het risicoprofiel van De BedrijfsvoeringsPartner waarvoor Ridderkerk naar rato een deel van de risico’s afdekt. 4. Binnen het sociaal domein is in lijn met het landelijke beeld een aanhoudende trend te zien in stijgende kosten als het gaat om de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet. De gemeente heeft hierdoor te maken met alsmaar groeiende uitgaven. In de uitvoering van de Participatiewet (BUIG) wordt ook voor 2025 kostenstijging voorberekend. De caseload laat een aanhoudend
64
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
langzaam stijgende trend zien. Het uitvoering geven aan de extra taakstellingen omtrent statushouders spelen hierin vooralsnog een belangrijke rol. 5. Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand (openeinderegelingen). De groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen neemt toe en beperkt zich niet tot alleen de lage inkomens. Een groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement. De kosten van bijzondere bijstand en schuldhulpverlening zullen de komende jaren waarschijnlijk blijven stijgen. 6. In de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning zullen de netto kosten blijven toenemen en zal de vraag ook in 2025 hoog blijven. Het CPB berekent tot en met 2026 een toename in kosten van 1,5% per jaar. De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage (IAK) per 1 januari 2026 kan gaan leiden tot enige terugdringing van de kosten. 7. Het risico dat gesubsidieerde instellingen lopen op mogelijke tekorten blijft aanwezig en kan zelfs toe gaan nemen wanneer er door noodzakelijke bezuinigingen keuzes gemaakt moeten worden. Vooralsnog nemen we dit risico onveranderd op in het risicoprofiel maar kan zich dit richting 2026 veranderen. 8.
Het decentraliseren van (nieuwe) taken van de hogere overheid naar de gemeente levert risico’s op voor de gemeente. Het is zo dat er veel nieuwe taken worden belegd bij de gemeente waarvoor de gemeente de uitvoerbaarheid moet borgen in de organisatie. 9. Risico’s niet te dekken binnen grondexploitaties. Op het moment van opstellen van het risicoprofiel wordt er rekening gehouden met een risico dat buiten de reserves van de grondexploitaties kan vallen van € 111.000. 10. Rondom het risico van arbeidsongeschikt van collegeleden is er voor gekozen om dit niet af te dekken met een verzekering, maar als geaccepteerd risico te beschouwen.
Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Ridderkerk bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Weerstandsvermogen
Startcapaciteit Stortingen
Algemene reserve Onvoorzien Totaal weerstandscapaciteit
Onttrekkingen Geprognotiseerd saldo
31.318.200
0
262.500
25.000
0
0
31.055.700 25.000
31.343.200
0
262.500
31.080.700
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.175.131 (benodigde weerstandscapaciteit). Zekerheidspercentage
Bedrag
5%
2.113.724
25%
2.802.992
50%
3.276.269
75%
3.747.785
90%
4.175.131
95%
4.435.290
De verhouding tussen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit is de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt als volgt berekend:
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
65
Ratio weerstandsvermogen
= Beschikbare weerstandscapaciteit
=
Benodigde weerstandscapaciteit
31.080.700
=
7,4
4.175.131
Norm De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Ridderkerk valt met 7,4 ruimschoots binnen klasse A, wat staat voor een uitstekend weerstandsvermogen. Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 - 1,4
Voldoende
D
0,8 - 1,0
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Kengetallen De financiële positie van de gemeente wordt onder andere in beeld gebracht met kengetallen. De gehanteerde kengetallen worden onder meer berekend op basis van de geprognotiseerde balans en het overzicht van baten en lasten. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. De normeringen bij deze kengetallen geven een indicatie van de houdbaarheid van de financiën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid. Kengetal
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
Belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%
Kengetallen
Jaarrekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Netto schuldquote
26,8%
47,3%
82,5%
89,3%
93,0%
92,4%
Netto schuldquote gecorrigeerd
26,8%
45,1%
80,2%
87,0%
90,8%
90,1%
Solvabiliteitsratio
52,3%
41,3%
32,7%
32,7%
27,8%
26,7%
Grondexploitatie
-2,3%
-0,8%
-0,1%
-0,1%
0,0%
0,0%
Structurele exploitatieruimte
0,0%
-0,1%
0,0%
-3,3%
-2,5%
-1,7%
Gemeentelijke belastingcapaciteit
98,4%
95,4%
98,5%
101,6%
101,6%
102,4%
66
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de opbrengsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote blijft in de jaren 2025 en 2026 nog binnen categorie A, maar gaat daarna naar categorie B. De stijging van de schuldquote wordt veroorzaakt door het aantrekken van leningen om het financieringstekort op te vangen als gevolg van de ambities en investeringen die de komende jaren zijn gepland.
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. We zien een dalende solvabiliteitsratio. Dit is te verklaren door het aantrekken van aanvullend vreemd vermogen, waardoor de solvabiliteit terugloopt. De ratio komt hierdoor in categorie B.
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
67
Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Het aflopend karakter in 2025 en het eindigen van de grondexploitaties in 2026 heeft als logisch gevolg dat het kengetal 0 procent aangeeft.
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De marge tussen categorie A en C is klein. De meerjarige ontwikkeling laat nog altijd een schommeling net rond de 0 zien, waarbij de waarde voor het jaar 2025 een klein positief percentage laat zien en voor de jaren 2026 tot en met 2028 een klein negatief percentage laat zien. Dit heeft te maken met het negatieve begrotingssaldo.
68
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
Belastingcapaciteit De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 2024. De belastingdruk ligt in 2025 nog onder het landelijke gemiddelde. Ook meerjarig wordt de ontwikkeling van de lastendruk vergeleken met het gemiddelde in 2024. Gegevens van 2025 zijn nog niet bekend en dus geeft de vergelijking een scheef beeld. Het landelijk gemiddelde voor de komende jaren zal namelijk niet gelijk zijn aan die van 2024, maar hoger.
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
69
Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze openbare ruimte bevat kapitaalgoederen. Dit zijn wegen, openbare verlichting, riolering, civiele kunstwerken, water, groen en gebouwen. Kapitaalgoederen hebben onderhoud nodig, zodat wij een veilig gebruik kunnen waarborgen. Zowel meerjarig groot onderhoud als klein onderhoud. De kosten daarvan en de planning worden vastgelegd in beheerplannen. Onze uitgangspunten daarbij zijn: het actuele beleidskader, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, de nota Reserves en Voorzieningen 2021-2024 en de Financiële Verordening 2017 (inclusief afschrijvingstabel). In het kader van het financieel toezicht hecht ook de provincie grote waarde aan actuele beheerplannen. De beheerplannen laten zien of de budgetten de komende jaren voldoende zijn om aan de vastgestelde beleidskaders te voldoen. In onderstaande tabel zijn de beschikbare beheerplannen weergegeven. Beheerplannen
Vastgesteld
Looptijd t/m
Herziening in
Reserve
Openbare verlichting
2020
2024
2024
Nee
Civiele kunstwerken
2020
2024
2024
Nee
Groen- en recreatiegebieden
2023
2028
2028
Nee
Speelterreinen
2020
2024
2024
Nee
Wegen
2023
2027
2027
Ja
Programma Stedelijk Water (voorheen GRP)
2023
2027
2027
Ja
Waterhuishouding
2020
2024
2024
Nee
Meerjarenonderhoudsplannen gebouwen
2018
2021
2024
Ja
Meerjarenonderhoudsplannen sportaccommodaties
2018
2021
2024
Ja
Openbare verlichting Kerncijfers
4.406 led-armaturen 4.309 conventionele armaturen 4.309 lampen 8.447 lichtmasten
Beheer Naast de gemeente zijn ook andere beheerders verantwoordelijk voor de openbare ruimte met openbare verlichting, bijvoorbeeld de wegen met verlichting die in eigendom zijn van het Waterschap Hollandse Delta. De lichtmasten worden gemiddeld elke vier jaar visueel geïnspecteerd tijdens de lampvervanging en bij het schoonmaken van led-armaturen. Eventuele stabiliteits-/sterktemetingen van lichtmasten vinden plaats wanneer lichtmasten veertig jaar of ouder zijn. Onveilige situaties, vaak gemeld door burgers en bedrijven, worden veelal direct opgelost. Armaturen hebben een theoretische levensverwachting van bijna 25 jaar.
Vooruitblik Naast het dagelijks onderhoud en het verhelpen van storingen worden in de periode tot en met 2028 alle conventionele armaturen vervangen door led-armaturen. In 2025 verwachten we ongeveer 861 armaturen te vervangen.
70
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
Budget Openbare verlichting
Begroot
Klein onderhoud
320.400
Groot onderhoud
477.600
Investeringen
436.900
Totaal openbare verlichting
1.234.900
Civiele kunstwerken Kerncijfers
69 fiets-/voetbruggen 17 geleiderail 23 verkeersbruggen/viaducten 156 overige kunstwerken
Beheer Onder de categorie civiele kunstwerken vallen bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen. Een civiel kunstwerk wordt elke vijf jaar uitgebreid geïnspecteerd volgens de CUR 117 aanbeveling categorie B2 (toestandsinspectie), B5 (herstel advies) en C2 (meerjarenonderhoudsplanning en budgetraming). Houten bruggen en kunstwerken, die meer onderhoud vragen, worden in de tussenliggende periode een aantal keer visueel geschouwd. Op basis van de inspectieresultaten worden de jaarlijkse onderhouds- en vervangingsmaatregelen bepaald. Deze maatregelen kunnen variëren van klein onderhoud tot grootschalige vervangingen.
Vooruitblik In 2025 wordt 30% van alle kunstwerken geïnspecteerd. Het klein onderhoud zal zich voornamelijk toespitsen op schoonmaken, conserveren en het repareren van kleine schades. De meerjarige vervangingsplanning wordt inzichtelijk gemaakt in het Beheerplan Civiele Kunstwerken 2025-2029.
Budget Civiele kunstwerken Klein onderhoud Groot onderhoud
Begroot 353.200 50.000
Investeringen
9.074.800
Totaal civiele kunstwerken
9.478.000
Openbaar groen, inclusief recreatiegebieden Kerncijfers
19.719 bomen 281.603 m2 cultuurbeplanting 1.375.648 m2 gras 9.476 m2 haag 349.192 m2 natuurlijke beplanting
Beheer De gemeente beheert de recreatiegebieden de Gorzen, Ridderhaven en het Reijerpark. De Grienden en de Crezéepolder zijn in beheer bij de Stichting Zuid-Hollands Landschap. De Donckse Velden, het Oosterpark en de Wevershoek zijn in beheer bij het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde. Het Donckse Bos valt onder de Stichting Het Huys ten Donck. Voor het Waalbos is een beheerovereenkomst afgesloten met Staatsbosbeheer. De surfbocht bij het Waalbos is in beheer van het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ). Er vindt nog overleg plaats over de toekomst van het NRIJ.
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
71
De kwaliteit van het bomenbestand wordt bewaakt door middel van boomveiligheidscontrole en onderzoeken. Uit deze driejaarlijkse controles volgen de maatregelen die genomen moeten worden om het bomenbestand vitaal en veilig te houden. In sommige gevallen is het nodig om bomen te kappen. In veel gevallen kan worden volstaan met snoeionderhoud.
Vooruitblik In 2025 worden met name de acties voortvloeiend uit het Beheerplan groen en Werken vanuit Ecologie zichtbaar in de buitenruimte. Dit is te zien aan betere en met name in omvang grotere groeiplaatsen voor bomen, de inrichting qua soort van bomen en de beplanting. Er wordt gewerkt aan een inhaalslag van kwalitatief beter groen dat klimaatbestendig is. Met een meerjarige vervangingsopgave van de beplanting- en bosplantsoenvakken wordt hier vorm aan gegeven. Meer aandacht voor biodiversiteit en ander onderhoud van gazons. Er wordt ook in 2025 gazon naar kruidenrijk gras omgevormd. De rondtrekkende schaapskudde (begraast circa 8-9 hectare) zal ook in 2025 worden ingezet. Het te onderhouden areaal wordt in 2025 uitgebreid met Cornelisland en de nieuwe gedeeltes van Het Zand.
Budget Openbaar groen
Begroot
Onderhoud, incl. groot onderhoud
3.239.000
Investeringen
1.154.200
Totaal openbaar groen
4.393.200
Speelvoorzieningen Kerncijfers
175 speelplekken 809 speeltoestellen 37.597 m2 kunstmatige valondergrond
Beheer De speeltoestellen worden jaarlijks vier keer op veiligheid geïnspecteerd. Naast veiligheid kunnen sterk gewijzigde demografische gegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen een aanleiding zijn om een speelplek in de planning voor herinrichting op te nemen.
Vooruitblik Aan de hand van de resultaten van de laatste veiligheidsinspectie van het jaar wordt de planning voor 2025 gemaakt. Tijdens de voorbereidingen voor de herinrichting van een speelplek worden de gebruikers en buurtbewoners bij het proces betrokken. Eerst wordt de mogelijkheid geboden ideeën kenbaar te maken. Daarna worden op basis van de meest realistische ideeën twee ontwerpen met speeltoestellen gemaakt. Tenslotte kan iedereen, maar bij voorkeur de kinderen, hieruit een keuze maken. Het ontwerp met de meeste stemmen wordt aangelegd.
Budget Speelvoorzieningen Klein onderhoud
Begroot 491.000
Groot onderhoud
31.300
Investeringen
668.800
Totaal speelvoorzieningen
72
1.191.100
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
Wegen, fiets- en voetpaden (verhardingen) Kerncijfers
592.643 m2 asfalt 1.797.259 m2 bestrating 942 m goot 21.235 kolken 107.069 m2 overige verharding
Beheer Naast landelijk geldende uitgangspunten voor onderhoud aan wegen is rekening gehouden met de lokaal vastgestelde kwaliteitsniveaus. Voor bedrijventerreinen in Ridderkerk geldt kwaliteitsniveau C, voor de rest van Ridderkerk (ook de fietspaden door of langs bedrijventerreinen) geldt kwaliteitsniveau B. Het onderhoudsprogramma wordt gemaakt op basis van de jaarlijkse weginspectie, nadere onderzoeken, levensduur, uitstraling (kwaliteitsniveau) en binnenstedelijke ontwikkelingen. Bij asfaltwerken dient vertraging van het noodzakelijk onderhoud voorkomen te worden in verband met kapitaalvernietiging. Stellen wij het onderhoud aan het asfalt te lang uit? Dan zijn zwaardere of duurdere maatregelen nodig. Elementenverharding kent geen kapitaalvernietiging. Bij uitstel loopt enkel de beeldkwaliteit terug. Naast planmatig (groot) onderhoud vindt er dagelijks (klein) onderhoud plaats. Waar planmatig onderhoud gericht is op het in goede staat brengen, is dagelijks onderhoud gericht op het in goede staat houden, bijvoorbeeld plaatselijk herstel van verzakte bestrating. Binnen het dagelijks onderhoud worden de gevaarlijke situaties direct verholpen. Waar de veiligheid in het geding is, wordt dus direct onderhoud gepleegd. Dit kan bijvoorbeeld een spoelgat in de weg of losse tegels door boomwortels zijn. Stuurelement
A
B
C
D
Eindtotaal
Bedrijventerreinen
78%
16%
2%
4%
100%
Buitengebied
79%
21%
0%
0%
100%
Centra
72%
20%
2%
6%
100%
Groengebieden/Parken
63%
17%
1%
19%
100%
Hoofdwegen
69%
22%
2%
7%
100%
Woongebied
61%
29%
3%
7%
100%
Vooruitblik In 2025 wordt de verharding vervangen binnen de volgende projecten: Herinrichting Bloemenbuurt fase 2 Herinrichting Rivierenbuurt fase 2 Herinrichting West-Centrum fase 1 Herinrichting fietspaden Donkersloot In 2025 wordt de voorbereiding gestart voor het vervangen van de volgende straten: Rijksstraatweg tussen de Noldijk en Voorweg Middenmolendijk tussen de Donkerslootweg en Hugo de Groothof Herinrichting Rivierenbuurt fase 3 Herinrichting Bloemenbuurt fase 3 Herinrichting Tarwestraat Herinrichting SL Noord fase 1 Groot onderhoud vindt plaats op onder andere de Klooslaan tussen de Merodelaan en de Perkstraat en de Havenstraat tussen de Noordenweg en de Staalstraat. De kwaliteitsverbetering van de elementenverharding wordt in 2025 voortgezet. De weginspectie, in combinatie met beeldkwaliteitschouw, is daarbij leidend. Verhardingen op het kwaliteitsniveau C en D krijgen prioriteit.
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
73
Budget Wegen
Begroot
Klein onderhoud
2.685.400
Groot onderhoud
1.987.800
Investeringen
5.704.200
Saldo van storting en onttrekking reserve
-189.800
Totaal wegen
10.187.600
Stand reserve per 1 januari 2025
3.509.900
Storting
1.721.700
Onttrekking
-1.911.500
Stand reserve per 31 december 2025
3.320.100
Riolering Kerncijfers
291 km riolering 50 km drukriolering en persleidingen 23.800 rioolaansluitingen 48 rioolgemalen 119 drukrioleringspompen 3 tunnelgemalen 3 oppervlaktegemalen 7 bergbezinkvoorzieningen 2 bergingsriolen
Beheer Riolering is van belang voor de volksgezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving, de bodem en het grond- en oppervlaktewater. De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling van het stedelijk afvalwater en hemelwater (dat een particulier niet redelijkerwijs zelf kan verwerken). We proberen eventuele nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken. Het beleid ten aanzien van het beheer en onderhoud van riolering is verankerd in het Programma Stedelijk Water 2023-2027 (PSW), dat op 25 mei 2023 door de raad is vastgesteld. De kosten worden gedekt binnen de rioolheffing. De kosten zijn opgedeeld in twee stromen: Het beheer- en onderhoud, exploitatiekosten. Vervangingsinvesteringen, die betrekking hebben op alle onderdelen van de (afval)waterketen. Klimaatverandering betekent dat de extremen groter worden: er valt meer regen in kortere tijd en de temperaturen zijn extremer. We spelen in op klimaatverandering. Bij nieuwbouwprojecten of herontwikkelingen worden openbare ruimten zo ontworpen dat pieken in neerslag goed opgevangen kunnen worden.
Vooruitblik Het belangrijkste aandachtspunt voor de komende periode is klimaatadaptatie. Bij het ontwerp van een nieuw rioolstelsel wordt getoetst met zwaardere buien en moet een ruime berging aanwezig zijn in de openbare ruimte, zodat overlast in woningen en winkels wordt voorkomen. Dit doen we in samenspraak met onze inwoners, ondernemers en woningbouwverenigingen. De gemeente heeft hierbij een stimulerende rol, bijvoorbeeld in het vergroenen van tuinen en het afkoppelen van daken. We vervangen riolering wijkgericht en volgen een integrale aanpak. Waar we aansluiten bij ruimtelijke initiatieven zoals de HOV en herontwikkeling Rembrandtweg, streven we naar het afkoppelen van verharding. In 2025 maken we een start met het vervangen van riolering in de wijken West en Centrum en de tweede fase van Rivierenbuurt in Bolnes. We gaan verder met het vervangen van het riool in de Bloemenbuurt in een volgende fase. De afvoerstructuur vanuit de Kerkepolder (omgeving Noordenweg) wordt verbeterd. We gaan starten met herinrichting van het Centrumgebied (Ridderhof
74
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
en Jorisplein). Binnen dit project koppelen we verharding af van het gemengde rioolstelsel. We starten met de voorbereiding van een wijkgerichte aanpak in Slikkerveer.
Budget Riolering
Begroot
Onderhoud
1.781.900
Investeringen
338.700
Totaal riolering
2.120.600
Waterhuishouding Kerncijfers
40.197 m natuurlijke oever 13.932 m natuurvriendelijke oever 27.343 m oeverbeschoeiing 327.751 m2 watergangen
Beheer Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit van al het water in de gemeente. Daarbij onderhoudt het waterschap de hoofdwatergangen. Het overige water wordt grotendeels door de gemeente onderhouden. Maar ook Rijkswaterstaat, de provincie, diverse natuurorganisaties en particulieren zijn deels verantwoordelijk voor het onderhoud van sommige watergangen. Het waterschap controleert of het onderhoud naar behoren wordt uitgevoerd. Zo mogen er bijvoorbeeld niet te veel bagger of waterplanten aanwezig zijn in het water. Het beleid van het waterschap is daarom sterk richtinggevend voor het waterbeheer van de gemeente. Op basis van metingen van de baggeraanwas op de waterbodem bepalen we welke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert zelf de hoofdwatergangen. Is de aanliggende grond van de gemeente, dan zijn wij verplicht deze bagger te ontvangen. De gemeente betaalt dan ook voor het transporteren en afvoer ervan. Beschoeiingen worden op basis van inspecties vervangen. Daarbij is veiligheid vaak doorslaggevend. Voordat over wordt gegaan tot vervanging wordt onderzocht of het mogelijk is een natuurlijke oever te maken. Dan is geen nieuwe beschoeiing nodig en krijgt de flora en fauna een kans beter tot ontwikkeling te komen. Bij oeverbeschoeiing is er aandacht voor het plaatsen en in stand houden van eendentrappen.
Vooruitblik Op basis van metingen van de baggeraanwas op de waterbodem bepalen we welke watergangen in 2025 worden gebaggerd. Het waterschap heeft nog geen inzicht in het baggerwerk. In alle watergangen zal maaionderhoud plaatsvinden. Riet en waterplanten worden zo veel mogelijk verwijderd, vaak zal gefaseerd worden gemaaid of blijven er delen staan. Hierbij is ook extra aandacht voor vislocaties. Op een aantal locaties zal beschoeiing worden vervangen.
Budget Waterhuishouding
Begroot
Klein onderhoud
472.800
Groot onderhoud
177.900
Investeringen
58.600
Totaal waterhuishouding
709.300
Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
75
Afvalinzameling Kerncijfers 665 verzamelcontainers, waarvan 44 voor glas, 137 voor papier en karton, 258 voor GFT(e) en 226 voor PMD+restafval.
Beheer In de huidige situatie is het onderhoud, de reiniging en de garantie van de (ondergrondse) containers geborgd in een onderhoudsovereenkomst met de leverancier. De (ondergrondse) container is onderdeel van de openbare ruimte (onroerende goederen) en komt als investering ten laste van de gemeente. De N.V. BAR-Afvalbeheer faciliteert de gemeente in de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers. Voor de vervanging van de containers zijn middelen beschikbaar gesteld in de begroting.
Haven Kerncijfers De gemeente Ridderkerk bezit een eigen haven aan de rivier De Noord. Twee delen zijn te onderscheiden. Aan de noordzijde een industriehaven met twee watergebonden bedrijven en een passantensteiger. Aan de zuidzijde een recreatiehaven met twee jachthavens. Behalve de passantensteiger worden de overige delen verhuurd.
Beheer Binnen het groot onderhoud (reserve) wordt nu nog gerekend met het eens in de vijf jaar baggeren van de haven. Als gevolg van onder andere toename van scheepsbewegingen bij De Noord, onzekerheden over de aanwas van baggerslib en verplaatsing van baggerslib binnen de haven, wordt er de komende jaren 2x per jaar gemonitord door middel van dieptemetingen. De aanwezige constructies worden incidenteel vervangen. Hier worden geen structurele middelen voor gereserveerd. Indien nodig wordt extra budget aangevraagd.