Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027.pdf
Tekst van het document
In 2024 vindt de inventarisatie plaats van de wensen van de gebruikers van het sportpark. Wonen zien wij niet langer meer als passend in dit gebied.
Recreatieve invulling met sport en groen. Wat willen we bereiken? (coalitieakkoord) Voor de gronden tussen de Kruisweg en het Reijerpark onderzoeken we de mogelijkheden voor een recreatieve invulling met sport en groen. De gronden aan de Bolnesserkade en tussen de Mauritsweg en de Geerlaan behouden hun agrarische bestemming. Door heel Ridderkerk blijven de gronden met een agrarische bestemming zo veel als mogelijk hun bestemming behouden.
Wat gaan we daarvoor doen? (collegeprogramma)
238 - We stellen een visie op over de agrarische gronden.
Hiervoor verwijzen wij naar punt 099 in programma 6 Sport, cultuur en recreatie.
Accommodaties voor maatschappelijke instellingen. Wat willen we bereiken? (coalitieakkoord) We dragen zorg voor goede huisvesting voor scholen. Gemeentelijke accommodaties worden ingezet voor bijvoorbeeld (wijk)verenigingen, jongerensozen en andere maatschappelijke partners. Het voormalig schoolgebouw aan de Randweg wordt geschikt gemaakt voor maatschappelijke instellingen.
Wat gaan we daarvoor doen? (collegeprogramma)
242 - Onderzocht wordt hoe de locatie Randweg geschikt gemaakt kan worden om maatschappelijke partners te huisvesten.
Begin 2024 volgt het raadsvoorstel voor renovatie Randweg 3 ten behoeve van Voedselbank Ridderkerk, Kledingbank Ridderkerk en andere.
Zwembad De Fakkel. Wat willen we bereiken? (coalitieakkoord) De laatste jaren is er veel geïnvesteerd in het onderhoud en de veiligheid van zwembad De Fakkel. Het zwembad is echter op onderdelen gedateerd en niet duurzaam. We onderzoeken verschillende scenario’s voor de toekomst van het zwembad.
Wat gaan we daarvoor doen? (collegeprogramma)
244 - We onderzoeken verschillende scenario’s voor de toekomst van recreatiecentrum de Fakkel.
Een te selecteren onderzoeksbureau gaat verschillende scenario’s op haalbaarheid onderzoeken. Onder deze scenario’s vallen nieuwbouw, renovatie en gedeeltelijke nieuwbouw. De resultaten van het onderzoek zullen in 2024 worden gepresenteerd. Aan de hand van een voorkeursscenario zullen we de raad vragen om een investeringskrediet.
Ondersteuning bij huur van maatschappelijke voorziening. Wat willen we bereiken? (coalitieakkoord) Wanneer een (sport)vereniging financieel draagkrachtig is om een nieuwe maatschappelijke voorziening te huren, zullen we daarin investeren.
54
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
Wat gaan we daarvoor doen? (collegeprogramma)
245 - We investeren in nieuwe maatschappelijke voorzieningen voor (sport) verenigingen die draagkrachtig genoeg zijn.
We stellen beleid en een werkproces op hoe we aan (sport)verenigingen kostprijsdekkende huur in rekening brengen. Tegelijk stellen we beleid op waarbinnen we kaders vaststellen hoe en wanneer (sport) verenigingen in aanmerking komen voor subsidie(s). Hierbinnen valt ook de financiële levensvatbaarheid. Indien blijkt dat voldaan wordt aan de verschillende kaders kan overwogen worden om te investeren in desbetreffende (sport)vereniging. Hiervoor geldt, dat indien het gaat om investeringen die een ruimtelijke impact hebben, deze ruimte ook voldoet aan de diverse ruimtelijke kaders en tevens beschikbaar is.
Kostprijsdekkende huur bij de verhuur van gemeentelijk vastgoed. Wat willen we bereiken? (coalitieakkoord) Bij de verhuur van gemeentelijk vastgoed vragen we aan onze maatschappelijke partners een kostprijsdekkende huur. Door middel van subsidie leveren we een bijdrage in de huurkosten. Hiermee worden de feitelijke kosten transparant. Voor de subsidie kunnen maatschappelijke tegenprestaties worden gevraagd.
Wat gaan we daarvoor doen? (collegeprogramma)
246 - We starten als eerste met het in beeld brengen van kostprijsdekkende huur bij buiten sportaccommodaties. Gevolgd door binnen sportaccommodaties en overig maatschappelijk vastgoed.
De kostprijsdekkende huren voor de binnen- en buitensportaccommodaties zullen in 2024 in beeld gebracht worden.
Wat mag het kosten? Exploitatie
Begroting Begroting 2023 na 2023 na wijziging OS wijziging NS
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Lasten
-21.932.500
-4.726.600
-4.886.700
-3.399.500
-3.219.300
-3.219.500
Baten
10.338.500
3.190.800
2.813.000
1.380.000
1.380.000
1.380.000
Saldo - Lasten en baten
-11.594.000
-1.535.800
-2.073.700
-2.019.500
-1.839.300
-1.839.500
Stortingen
-1.192.400
-1.192.400
-478.800
-478.800
-478.800
-478.800
Onttrekkingen
2.233.800
2.233.800
388.800
334.000
223.900
161.800
Saldo - Reserves
1.041.400
1.041.400
-90.000
-144.800
-254.900
-317.000
-10.552.600
-494.400
-2.163.700
-2.164.300
-2.094.200
-2.156.500
Te herzien beleid
Nieuw beleid
9 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing
Totaal 09 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing
Beleidsdocumenten
Document
Vastgesteld College
Vastgesteld Raad
Actualisatie Integraal Accommodatieplan Ridderkerk 2019
X
Beeldkwaliteitsplan De Oude Boomgaert – onderdeel Welstandsnota Ridderkerk (2018)
X
Beeldkwaliteitsplan Nieuw Reijerwaard – onderdeel Welstandsnota Ridderkerk (2014)
X
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
55
Document
Vastgesteld College
Beeldkwaliteitsplan woningbouw Lagendijk 104-106 – onderdeel Welstandsnota Ridderkerk (2011)
Te herzien beleid
Nieuw beleid
X
Beleidsregel vergroting hoofdgebouw van karakteristieke bestaande woningen in linten (2002)
X
Beleidsregels toewijzen huurstandplaatsen woonwagens Ridderkerk 2021
X
Beleidsregel Vestigingsbeleid detailhandel Noordenweg (2011)
X
Bestuursovereenkomst Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam 2020
Geactualiseerd Regioakkoord 2022 Wonen Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018 - 2030
Vastgesteld Raad
X
X
Gebiedsvisie Centrum Oost (Noordenweg en omgeving)
Gebiedsvisie P.C. Hooftstraat en omgeving (2017)
X
Gebiedsvisie Plein Oost en omgeving (2018)
X
Gebiedsvisie Rivieroevers
X
Gebiedsvisie Sportpark Bolnes
Gebruiksreglement rouwcentrum Ridderkerk (2020)
X
Handboek Openbare Ruimte Centrum Ridderkerk (2021)
X
Handboek Openbare Ruimte Ridderkerk (2015)
X
Huisvesting Integrale Kindcentra bij nieuwbouw en uitbreiding schoolgebouwen’
X
Huisvestingsplan onderwijs en integrale kindcentra 2023-2026
56
X
X
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
Document
Vastgesteld College
Vastgesteld Raad
Integraal Accommodatieplan Ridderkerk
X
Nota Grondprijzen 2021
X
Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 (2017)
X
Prestatieafspraken 2020-2024 Wooncompas, gemeente Ridderkerk, bewonersraad Progressie (2020)
X
X
Sociaal Beheer (2019)
X X
Uitvoeringsbesluit graven, asbezorging en overige (2020)
X
Uitvoeringsbesluit tijden van begraven en bezorging van as (2020)
X
Verordening Algemene begraafplaatsen Ridderkerk 2020
X
Verordening gemeentelijke adviescommissie Commissie ruimtelijke kwaliteit 2021
X
Verordening sociale huur en middeldure huur 2022
X
Verordening Starterslening Ridderkerk 2019
X
Verordening Stimuleringslening 2021-2024
X
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Ridderkerk 2021
X
Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 (2020)
X
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
Nieuw beleid
X
Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Ridderkerk (2008)
Uitvoeringsbesluit grafbedekking (2020)
Te herzien beleid
57
Vastgesteld College
Document
Visie Grondposities
Vastgesteld Raad
Te herzien beleid
Nieuw beleid
X
Welstandsnota Ridderkerk (2009)
X
Wijziging van de legesverordening 2023 in het kader van de Omgevingswet
X
Woonvisie Ridderkerk 2021 - 2026
X
Indicatoren Nr. Omschrijving
Bron
73 Koopwoningen ten opzichte van aantal huurwoningen
Waarstaatjegemeente.nl In %
Toelichting/Eenheid
56,8%
74 Particuliere huurwoningen ten opzichte van sociale huurwoningen
Waarstaatjegemeente.nl In %
4,4%
75 Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens
Waarstaatjegemeente.nl In euro 's
842
76 Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens
Waarstaatjegemeente.nl In euro 's
746
77 Uitvoering Wet WOZ
Waarderingskamer
Waardering
78 Afgeronde bezwaarschriften WOZ voor eind oktober van het jaar
Gemeente
In %
95,0%
79 Bezwaarschriften WOZ onder het landelijke afwijkingspercentage
Gemeente
In %
1,6%
80 Gemiddelde WOZ-waarde
Waarstaatjegemeente.nl In euro 's
81 Nieuw gebouwde woningen
Waarstaatjegemeente.nl Aantal per 1.000 woningen
82 Woonlasten in vergelijking met omliggende gemeenten
Coelo
Aantal bezwaarschriften
58
Waarde
Voldoende
542 286.000 6,2
Vergelijking gemaakt met Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk (zie paragraaf Lokale heffingen)
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
Niet in de programma's opgenomen baten en lasten Financiële positie van Ridderkerk. Wat willen we bereiken? (coalitieakkoord) De financiële positie van Ridderkerk is op orde. We vinden het belangrijk dat onze financiële positie gezond is. Daar hoort een structureel sluitende begroting bij.
Wat gaan we daarvoor doen? (collegeprogramma)
249 - We gaan het P&C instrumentarium nog eens tegen het licht houden voor verdere optimalisatie.
Wij gaan de indicatoren terugbrengen tot de set wettelijke indicatoren volgens de regeling beleidsindicatoren gemeenten.
Maximaliseren van subsidie inkomsten. Wat willen we bereiken? (coalitieakkoord) We vinden het belangrijk om gebruik te maken van de subsidies die vanuit Europa, het Rijk en de Provincie beschikbaar zijn. We stellen een subsidioloog aan die zo veel als mogelijk subsidies voor Ridderkerk verwerft.
Wat gaan we daarvoor doen? (collegeprogramma)
251 - We stellen een subsidioloog aan.
De komende periode zal onderzocht worden op welke wijze de rol van subsidioloog de meeste toegevoegde waarde voor de gemeente kan realiseren. Hiervoor zullen eerst de verwachtingen van deze functie expliciet gemaakt worden waarna hier invulling aangegeven kan worden.
Eerlijke verdeling van Rijksmiddelen. Wat willen we bereiken? (coalitieakkoord) We zetten ons samen met andere gemeenten in bij het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voor eerlijke verdeling van Rijksmiddelen voor onder andere de inzet op jeugdhulp.
Wat gaan we daarvoor doen? (collegeprogramma)
252 - Wij volgen hiervoor de landelijke ontwikkelingen en steunen organisaties zoals de VNG en de Provincie om de bestuurlijke verhoudingen met het Rijk te blijven benoemen. Gemeenten moeten voldoende middelen krijgen om haar taken te uitvoeren.
Door een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026 is echter sprake van een forse achteruitgang binnen het gemeentefonds (ravijnjaar). Dit zien wij graag hersteld om zo het huidige gemeentelijke takenpakket en de ambities van het kabinet ongewijzigd te kunnen blijven uitvoeren.
Wat mag het kosten? Exploitatie
Begroting Begroting 2023 na 2023 na wijziging OS wijziging NS
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Lasten
-18.458.400
-27.669.400
-27.060.200
-26.185.400
-26.268.100
Baten
101.388.150 102.382.350 119.708.800 121.676.600 114.550.300 114.438.000
Saldo - Lasten en baten
82.929.750
81.595.150
92.039.400
94.616.400
88.364.900
Stortingen
4.216.000
0
-463.600
-463.600
-463.600
-463.600
Onttrekkingen
4.216.000
4.216.000
2.923.000
2.725.100
2.547.600
2.370.000
Saldo - Reserves
87.145.750
4.216.000
2.459.400
2.261.500
2.084.000
1.906.400
0
85.811.150
94.498.800
96.877.900
90.448.900
90.076.300
Niet in de programma's opgenomen baten en lasten
Totaal 13 Niet in de programma's opgenomen baten en lasten
-20.787.200
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
88.169.900
59
Paragrafen
60
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
Paragraaf 1 Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke belastingen en gebonden heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk in het tijdvak 2024-2027.
Algemene uitgangspunten lokale heffingen In de Belastingnota 2020 zijn de uitgangspunten vastgelegd voor de heffing en inning van gemeentelijke belastingen, overige heffingen en het tarievenbeleid. Woonlasten en tarieven De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de uitgaven van burgers aan onroerendezaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. In deze paragraaf wordt ter vergelijking een overzicht gegeven van de woonlasten van omliggende gemeenten. Inflatiecorrectie Voor de OZB-tarieven geldt dat de lokale lasten waar mogelijk niet meer dan trendmatig zullen stijgen (inflatiecorrectie). Het zogenoemde indexeringspercentage voor 2024 ten opzichte van 2023 is 3,2%. De gebonden heffingen (Afvalstoffenheffing, Rioolheffing, Lijkbezorgingsrechten, Marktgelden en Leges) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn, inclusief toe te rekenen compensabele btw, mutaties in voorzieningen en reserves en toe te rekenen kosten voor overhead. De kosten van oninbare vorderingen zijn doorberekend in de tarieven. De perceptiekosten die genoemd worden bij de onderbouwing van de tarieven voor de verschillende heffingen hebben betrekking op de lasten die heffing en invordering met zich meebrengen.
Uitvoering belastingtaken door SVHW De uitvoering van de heffing en inning van gemeentelijke belastingen en de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) is met ingang van 2023 uitbesteed aan het Samenwerkingsverband Vastgoed Heffing en Waardebepaling (SVHW). Daaronder valt ook de behandeling van verzoeken voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Tenslotte verzorgt SVHW tevens de waardebepaling in het kader van de Wet WOZ. Invoering Omgevingswet per 1 januari 2024 Als onderdeel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn nieuwe bepalingen voor leges opgenomen voor het in behandeling nemen van verzoeken voor het verstrekken van een vergunning op grond van die wet.
Overzicht geraamde belastingen en lokale heffingen Hierna treft u een totaaloverzicht aan van in de begroting geraamde opbrengsten van de ongebonden heffingen en de gebonden heffingen. Deze laatst genoemde heffingen zijn wettelijk gebonden aan de norm van maximaal 100% kostendekkendheid. Ongebonden heffingen Onroerende zaakbelastingen Baatbelasting Straatparkeren/parkeerboetes
Rekening
Begroting
Meerjarenraming
2022
2023
2024
2025
2026
2027
12.015.677
12.694.000
13.819.800
13.996.200
14.082.300
14.158.900
1.946
1.300
1.300
1.300
1.300
1.300
321.211
407.200
407.200
407.200
407.200
407.200
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
61
Gebonden heffingen
Rekening 2022
Begroting
Meerjarenraming
2023
2024
2025
2026
2027
Afvalstoffenheffing
7.021.249
7.287.100
7.322.100
7.384.100
7.375.100
7.385.500
Rioolheffing
4.403.200
4.947.000
5.202.500
5.350.800
5.486.400
5.616.500
Lijkbezorgingsrechten
1.320.908
795.400
819.300
819.300
819.300
819.300
Leges burgerzaken
650.396
510.100
941.400
941.400
941.400
941.400
1.499.138
1.191.600
857.000
857.000
857.000
857.000
32.396
33.500
34.600
34.600
34.600
34.600
Leges omgevings- en APV-vergunning Marktgelden
De raad stelt in december de definitieve tarieven vast.
Algemene beleidsontwikkelingen Benchmark woonlasten Voor de benchmark gebruiken we de publicaties van het Centrum voor Onderzoek naar de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen. De benchmark van het COELO beoogt, door middel van meer vergelijking van de woonlasten, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen, zodat hiermee door de gemeenten ten aanzien van de keuzes omtrent de ontwikkeling van de lokale lasten rekening gehouden kan worden. We gebruiken hiervoor de benchmark van de woonlasten provincie Zuid-Holland van het COELO.
Tarieven 2024 Kostenonderbouwing tarieven In deze paragraaf zijn kostenonderbouwingen voor de berekening van de belasting opgenomen. Deze geven inzicht in hoe de geraamde baten c.q. belastingopbrengsten en de geraamde lasten met elkaar in verhouding staan. Dit geldt met name voor de gebonden heffingen. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De geraamde OZB-opbrengst wordt bepaald door de totale waarde van de onroerende zaken in het lopende belastingjaar te vermenigvuldigen met het dan geldende OZB-tarief. Er wordt hierbij rekening gehouden met een geschatte waardeontwikkeling van de WOZ-waarde en areaaluitbreiding. Met betrekking tot de areaaluitbreiding van de niet- woningen constateren we dat de groei achterblijft ten opzichte van de begroting 2023. Jaarlijks ontvangen we in juli van het SVHW een raming van de heffingsmaatstaven van de verschillende belastingen en heffingen. Op basis hiervan wordt de berekening gemaakt van de opbrengsten en de tarieven voor de lokale heffingen voor de begroting. In het najaar wordt voor de definitieve vaststelling van de tarieven een laatste controle op de waardeontwikkeling. Hierdoor kunnen de werkelijke tarieven afwijken van de tarieven in de begroting. Hierdoor worden ongewenste stijgingen van de woonlasten zoveel mogelijk voorkomen.
Op basis van het voorgaande zien de tarieven OZB voor 2024 er als volgt uit: Tarieven Onroerendezaakbelastingen Onroerendezaakbelastingen (OZB)
2023
2024*
Eigenaren woningen
0,0907%
0,0896%
Eigenaren niet-woningen
0,4800%
0,4880%
(als percentage van de waarde)
* Voorlopig percentage o.b.v. actuele WOZ-waarde 2023 en verwachte waardeontwikkeling in 2024
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te betalen die de gemeente maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Voor de afvalstoffenheffing hanteren wij kostendekkende tarieven in combinatie met een inzet van de daarvoor gevormde reserve. Kostendekkendheid In Belastingnota 2020 is het uitgangspunt dat bij de berekening van de hoogte van de tarieven van de
62
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
afvalstoffenheffing 100% kostendekkende tarieven wordt gehanteerd. De afvalstoffenheffing is kostendekkend. Kostenonderbouwing tarieven Ter onderbouwing van de tarieven voor afvalstoffenheffing wordt hierna een kostenonderbouwing tarieven afvalstoffenheffing gegeven. Tarieven afvalstoffenheffing De berekende tarieven voor de afvalstoffenheffing zien er als volgt uit: Omschrijving
2024
Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente
-3.590.000
Lasten vanuit de gemeente, inclusief (omslag)rente
-2.602.300
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen
280.700
Netto lasten taakveld(en)
-5.911.600
Perceptiekosten
-141.800
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten
-51.900
Overhead, inclusief (omslag)rente
-107.200
Compensabele BTW
-1.109.600
Totale kosten
-7.322.100
Opbrengst heffingen
7.322.100
Opbrengst
7.322.100
Dekkingspercentage Afvalstoffenheffing
100% 2023*
2024
2025
2026
2027
Eenpersoonshuishouden
279,48
279,72
278,64
274,80
274,08
Tweepersoonshuishouden
375,24
375,84
375,60
371,88
370,08
Meerpersoonshuishouden
386,52
386,76
386,04
385,08
384,84
Extra mini-container 240 liter
150,00
150,00
150,00
150,00
150,00
* Volgens Belastingverordening
Rioolheffing Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te verhalen die gepaard gaan met de gemeentelijke wateropgave. De gemeentelijke watertaken die uit de heffing bekostigd mogen worden, zijn de taken die betrekking hebben op: De inzameling, de berging en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater en op de zuivering van huishoudelijk afvalwater door middel van kleinere individuele installaties voor de behandeling van afvalwater (IBA). De inzameling en de verdere verwerking van afvloeiend hemelwater. Het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming. Kostenonderbouwing tarieven De in de rioolheffing te dekken kosten zijn opgenomen in de kostenonderbouwing van tarieven rioolheffing. Omschrijving
2024
Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente
-4.723.700
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto lasten taakveld(en)
49.000 -4.674.700
Perceptiekosten
-100.900
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten
-243.800
Overhead, inclusief (omslag)rente
-392.100
Compensabele BTW Totale kosten Inzet voorziening Beklemde middelen
-779.300 -6.190.800 988.300
Opbrengst heffingen
5.202.500
Opbrengst
6.190.800
Dekkingspercentage
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
100%
63
De tarieven voor 2024 zien er als volgt uit: Rioolheffing
2023*
2024
2025
2026
2027
103,20
107,64
109,80
111,96
114,24
501 m3 - 1.000 m3 / per 100 m3
110,16
114,84
117,12
119,40
121,80
1.001 m3 - 3.000 m3 / per 100 m3
99,36
103,56
105,72
107,76
109,92
3.001 m3 - 6.000 m3 / per 100 m3
88,32
92,04
93,96
95,76
97,68
6.001 m3 - 10.000 m3 / per 100 m3
77,40
80,64
82,32
83,88
85,68
boven 10.000 m3 / per 100 m3
60,24
62,88
64,08
65,40
66,72
Eigenaar/gebruiker tot 500 m3 Groot waterverbruik:
* Volgens Belastingverordening
Overige lokale heffingen Parkeerbelasting Parkeerbelasting wordt geheven in het kader van parkeerregulering. Betaling vindt plaats via een geldige parkeervergunning of bij de parkeerapparatuur, zoals de parkeermeter en parkeerautomaat. Als er niet of onvoldoende parkeergeld is betaald, wordt een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De hoogte van de naheffingsaanslag is wettelijk vastgelegd. De hoogte van de tarieven van de parkeervergunning is vastgelegd in het parkeerbeleid van Ridderkerk. Lijkbezorgingsrechten Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen Vredehof en Rusthof worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. Om te komen tot kostendekkende tarieven wordt komende jaren een kostenstijging van circa 3% per jaar boven de inflatiecorrectie voorzien. Een en ander conform de Belastingnota 2020. Jaarlijks wordt aan de hand van de op te stellen kosten en batenanalyse bepaald of deze tariefstijging noodzakelijk is. Kostenonderbouwing tarieven De in de lijkbezorgingsrechten te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Omschrijving
2024
Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente
-1.579.300
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen
580.600
Netto lasten taakveld(en)
-998.700
Overhead, inclusief (omslag)rente
-331.000
Bespaarde rente voorziening Onderhoud graven Totale kosten Opbrengst heffingen
123.100 -1.206.600 819.300
Dekkingspercentage
68%
Marktgelden Voor het gebruik of genot van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen of voorwerpen, op het krachtens de ‘Marktverordening van de gemeente Ridderkerk’ aangewezen marktterrein, wordt onder de naam van “marktgeld” een recht geheven. De markt is voorzien van elektra-aansluitingen. Voor het gebruik van deze voorziening zijn er afzonderlijke tarieven in de verordening opgenomen.
64
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
De uit de marktgelden te dekken totale kosten bedragen: Omschrijving
2024
Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente
-36.600
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen
0
Netto lasten taakveld(en)
-36.600
Overhead, inclusief (omslag)rente
-11.000
Compensabele BTW
0
Totale kosten
-47.600
Opbrengst heffingen
34.600
Dekkingspercentage
73%
Leges Onder de naam leges worden rechten geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges is wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van de leges maximaal kostendekkend mogen zijn. De Commissie BBV heeft in de ‘Notitie Lokale Heffingen 2021’ een nieuw model aangereikt voor het inzichtelijk maken van de kostendekkendheid van leges. Dit model is overgenomen in deze paragraaf. De kosten en opbrengsten van leges zien er als volgt uit: Onderwerp legesverordening
Kosten
Overhead
BTW
Totaal kosten
Opbrengst
Kostendekkendheid
Algemene dienstverlening Burgerlijke stand
-53.900
-35.000
-1.000
-89.900
62.200
69%
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
-498.000
-147.800
-1.500
-647.300
604.100
93%
Rijbewijzen
-170.400
-67.000
-1.500
-238.900
201.700
84%
Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
-19.600
-11.500
-500
-31.600
11.800
37%
Bijzondere wetten
-44.000
-39.700
0
-83.700
61.600
74%
Totaal leges Algemene dienstverlening
-785.900
-301.000
-4.500
-1.091.400
941.400
86%
Opbrengst
Kostendekkendheid
Onderwerp legesverordening
Kosten
Overhead
Totaal kosten
Dienstverlening in het kader van de Omgevingswet Omgevingsvergunning
-939.000
-765.800
-1.704.800
847.700
50%
Totaal leges Omgevingswet
-939.000
-765.800
-1.704.800
847.700
50%
BTW
Totale kosten
Opbrengst
Kostendekkendheid 38%
Onderwerp legesverordening
Kosten
Overhead
Horeca
-10.700
-5.900
-900
-17.500
6.700
Organiseren evenement of markt
-5.200
0
-1.100
-6.300
0
0%
Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
-3.100
-2.100
-100
-5.300
2.600
49%
Totaal leges Dienstverlening volgens Europese dienstenrichtlijn
-19.000
-8.000
-2.100
-29.100
9.300
32%
Opbrengst
Kostendekkendheid
1.798.400
64%
Onderwerp legesverordening
Kosten
Overhead
Kostendekkendheid totale tarieventabel
-1.743.900
-1.074.800
BTW -6.600
Totale kosten -2.825.300
Kwijtscheldingsbeleid Indien de belastingplichtige niet, of slechts met veel moeite, de aanslag kan betalen, kan deze onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. De kwijtscheldingen hebben betrekking op de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de onroerendezaakbelastingen. In de begroting zijn de volgende bedragen opgenomen voor kwijtschelding:
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
65
Kwijtschelding lokale heffingen
Rekening
Begroting
2022
2023
2024
0
-2.600
-2.700
Rioolheffing
-64.384
-50.100
-81.700
Afvalstoffenheffing
-254.828
-154.800
-259.800
Onroerende zaakbelastingen
Woonlasten (lokale lastendruk) Ridderkerk Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. Hierna worden de woonlasten voor burgers (woningen) en het bedrijfsleven (niet woningen/ bedrijven) inzichtelijk gemaakt. Om de gemiddelde woonlasten in 2024 te berekenen, wordt uitgegaan van de berekende tarieven en de verwachtte gemiddelde WOZ-waarde in 2024. Lastendruk burgers (woningen) Omschrijving
2022
2023
2024
+ = stijging en - = daling van lasten
Afwijking Absoluut
In %
Eenpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik
92,76
103,20
107,64
4,44
4,3%
Afval***
232,56
279,48
279,72
0,24
0,1%
Totaal*
325,32
382,68
387,36
4,68
1,2%
Rioolgebruik
92,76
103,20
107,64
4,44
4,3%
Afval***
328,56
375,24
375,84
0,60
0,2%
Totaal*
421,32
478,44
483,48
5,04
1,1%
Rioolgebruik
92,76
103,20
107,64
4,44
4,3%
Afval***
328,56
386,52
386,76
0,24
0,1%
Totaal*
421,32
489,72
494,40
4,68
1,0%
Tweepersoonshuishouden met een huurwoning
Meerpersoonshuishouden met een huurwoning
Eenpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 386.800 Rioolgebruik
92,76
103,20
107,64
4,44
4,3%
Afval***
232,56
279,48
279,72
0,24
0,1%
OZB-eigendom **
327,87
335,83
346,57
10,74
3,2%
Riooleigendom
92,76
103,20
107,64
4,44
4,3%
Totaal*
745,95
821,71
841,57
19,86
2,4%
Tweepersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 386.800 Rioolgebruik
92,76
103,20
107,64
4,44
4,3%
Afval***
328,56
375,24
375,84
0,60
0,2%
OZB-eigendom **
327,87
335,83
346,57
10,74
3,2%
Riooleigendom
92,76
103,20
107,64
4,44
4,3%
Totaal*
841,95
917,47
937,69
20,22
2,2%
Meerpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 386.800 Rioolgebruik
92,76
103,20
107,64
4,44
4,3%
Afval***
328,56
386,52
386,76
0,24
0,1%
OZB-eigendom **
327,87
335,83
346,57
10,74
3,2%
Riooleigendom
92,76
103,20
107,64
4,44
4,3%
Totaal*
841,95
928,75
948,61
19,86
2,1%
* Absoluut en gewogen %. ** OZB-grondslag voor 2022 en 2023 is de gemiddelde WOZ-waarde uit Coelo. OZB 2024 uitgaande van 4,5% stijging WOZ en concept tarief 2024. *** Het bedrag bij het jaar 2022 is inclusief gemiddeld variabel tarief: 1ph + € 9 en mph + € 18.
66
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
Lastendruk bedrijven (niet-woningen) Omschrijving
2022
2023
2024
+ = stijging en - = daling van lasten
Afwijking Absoluut
In %
E: Niet-woning/bedrijf in eigendom met een WOZ-waarde van € 240.800 92,76
103,20
107,64
4,44
4,3%
OZB-eigendom **
1.169,77
1.139,04
1.175,10
36,06
3,2%
Riooleigendom
92,76
103,20
107,64
4,44
4,3%
1.355,29
1.345,44
1.390,38
44,94
3,3%
Rioolgebruik
Totaal* * Absoluut en gewogen %.
** OZB 2024: uitgaande van een waardestijging van 1,5% tegen concept tarief 2024.
Ridderkerk ten opzichte van buurgemeenten De woonlasten van de omliggende gemeenten voor het belastingjaar 2024 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten van 2023 ten opzichte van 2022. Hiermee wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de woonlasten. Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een eenpersoonshuishouden en een gezin (meerpersoonshuishouden) met zowel een koopwoning (woningeigenaren) als een huurwoning (huurders). Daarnaast is een overzicht gegeven van de geldende tarieven (2023) van gemeentelijke belastingen van deze gemeenten. Tarieven per gemeente – eenpersoonshuishoudens Gemeente
Afvalstoffen- Rioolheffing heffing
OZB-tarief
Gem. Woonlasten Woonlasten woningwaarde eigenaar* huurder*
Ridderkerk
279
206
0,0907%
370.000
822
383
Zwijndrecht
322
322
0,0862%
375.000
932
644
Hendrik-Ido Ambacht
289
170
0,0918%
442.000
802
459
Barendrecht
216
65
0,0873%
470.000
692
282
Albrandswaard
267
221
0,1038%
494.000
1.000
487
* COELO-Atlas 2023
Tarieven per gemeente - meerpersoonshuishoudens Gemeente
Afvalstoffen- Rioolheffing heffing
OZB-tarief
Gem. Woonlasten Woonlasten woningwaarde eigenaar * huurder *
Ridderkerk
387
206
0,0907%
370.000
929
490
Zwijndrecht
347
306
0,0862%
375.000
957
654
Hendrik-Ido Ambacht
404
202
0,0918%
442.000
949
606
Barendrecht
396
193
0,0873%
470.000
999
589
Albrandswaard
381
294
0,1038%
494.000
1.188
675
* COELO-Atlas 2023
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
67
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De Gemeente Ridderkerk voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.
Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk twee maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd tot en met 23 juni 2023. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals die van de oorlog in Oekraïne, de aanhoudend hoge inflatie, de krappe arbeidsmarkt en de brandstofprijzen laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De gedeeltelijke ontvlechting van de BAR-organisatie is verwerkt in het cluster risico met betrekking tot de BAR-organisatie (nieuwe stijl) zoals u die aantreft in de top 10. Het betreft hierbij de risico-inschattingen gericht op de begroting van 2024 zoals deze op dit moment kunnen worden gedaan. De risico’s zullen in de loop van 2024 op basis van de werkelijke situatie verder worden aangescherpt.
In deze berekening is reeds rekening gehouden met een aan de BARorganisatie nieuwe stijl toegekende algemene reserve van maximaal 2% van haar begroting (initiële stand van deze reserve is € 500.000). Het risico van de BAR-organisatie nieuwe stijl is hierdoor in dit gemeentelijk risicoprofiel flink afgenomen. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 90% van alle geïdentificeerde risico’s. Nr. Risico
Maatregelen/Opmerkingen
1 Risicocluster tekorten uitvoering gedecentraliseerde taken
BAR-organisatie nieuwe stijl, monitoring/benchmarking, business intelligence, competentie-ontwikkeling, SPP
4
max. € 1.500.000 21,43%
2 Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving beveiliging data/informatie/gegevens/ privacy
BAR-organisatie nieuwe stijl, proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, compliance
4
max. € 1.000.000 18,35%
3 Risicocluster uitvoering JeugdwetBeperkte invloed, transformatie keten, tekorten die ontstaan in de uitvoering van monitoring/benchmarking, business intelligence de Jeugdwet
4
max. € 1.000.000 15,36%
4 Risico dat de BAR-organisatie nieuwe stijl BAR-organisatie nieuwe stijl, monitoring, haar taken niet kan uitvoeren binnen het business intelligence, competentieontwikkeling beschikbaar gestelde budget
4
max. € 890.000 11,97%
5 Risico tekorten in open eind-regelingen Schulddienstverlening, Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand
Schulddienstverlening: preventie, competentieontwikkeling, business intelligence
4
max. € 500.000
7,54%
6 Cluster WMO gerelateerde risico's, overschrijding van budget(ten)
Beperkte invloed, monitoring, business intelligence
5
max. € 400.000
5,02%
7 Financiële en imagorisico's op door de gemeente gesubsidieerde instellingen
Frequent toepassen audits, voortgangsrapportages van instellingen
3
max. € 400.000
4,78%
8 Risico’s niet te dekken binnen grondexploitaties
Uitkomst risico-inventarisatie
4
max. € 111.000
2,72%
9 Arbeidsongeschiktheid van collegelid/leden
Geaccepteerd risico in plaats van verzekeren
1
max. € 1.287.000
1,76%
3
max. € 162.000
1,42%
10 Risicocluster Assetmanagement Vastgoed Meerjarig onderhoudsplan
Klasse Financieel gevolg Invloed
Totaal van alle risico 's: € 9.932.000
68
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
Het voorgaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd en hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen. Kwantiteit Referentiebeelden
Kansklasse Toelichting kansklasse
10%
0 of 1 keer per 10 jaar
1
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30%
1 keer per 5 – 10 jaar
2
Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50%
1 keer per 2 – 5 jaar
3
Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70%
1 keer per 1 – 2 jaar
4
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90%
1 keer per jaar of meer
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag € 9.932.000 ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Ridderkerk bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Bij de berekening van het weerstandscapaciteit en de ratio weerstandsvermogen wordt gebruik gemaakt van het saldo van de geprognotiseerde algemene reserve per 31 december 2024. Weerstandsvermogen
Geprognotiseerd saldo
Algemene reserve
33.477.400
Onvoorzien
25.000
Totaal weerstandscapaciteit
33.502.400
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.581.822 (benodigde weerstandscapaciteit). Percentage
Bedrag 10%
€ 2.653.883
25%
€ 3.117.165
50%
€ 3.631.653
75%
€ 4.141.844
90%
€ 4.581.822
95%
€ 4.837.435
De normtabel biedt een waardering van het berekende ratio. Ratio weerstandsvermogen
= Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
33.502.400 =
7,3
4.581.800
Normtabel De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Ridderkerk valt met 7,3 ruimschoots binnen klasse A, wat staat voor een uitstekend weerstandsvermogen.
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
69
Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Ontwikkeling risicoprofiel Trends & ontwikkelingen risicoprofiel Ridderkerk In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door te investeren en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. 1. Decentralisaties/ nieuwe & aangepaste wettelijke taken. Het transformeren naar een uitgebalanceerde uitvoeringsorganisatie voor de vanuit de het rijk gedecentraliseerde taken als wel het implementeren en ten uitvoer leggen van nieuwe en aangepaste wetten en regelgeving is en blijft een zeer complexe en uitdagende opgave en vormt een groot risico. 2. ICT/ Informatiebeveiliging. De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomen ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren snel op. Burgers verwachten daarbij steeds meer op het gebied van digitale dienstverlening. De gemiddelde kosten op ICT-gebied per inwoner ontwikkelt zich komende periode voorbij de € 100. Het risico dat wordt opgenomen in het risicoprofiel neemt qua invloed toe en stijgt in de top 10. 3.
Binnen het sociaal domein is landelijke een aanhoudende trend te zien van stijgende kosten als het gaat om de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet. De omvangrijke bezuinigingsplannen van het kabinet op de uitvoering van de Jeugdzorg zijn vooruit geschoven maar zullen komende jaren uitgevoerd gaan worden. De toenemende hulpvraag onder jongeren is zorgelijk en de beperkte beschikbaarheid van passende hulpverlening dragen bij aan het aanhouden van stevige risico’s in het gemeentelijk risicoprofiel. 4. De BAR-organisatie nieuwe stijl zal zich in 2024 specifiek bezig gaan houden met de bedrijfsvoering voor en namens de gemeente en is niet langer de uitvoeringsorganisatie. De mensen werkzaam binnen de primaire taakvelden gaan met ingang van 2024 over naar de drie gemeenten. Het risico bestaat dat de krappe arbeidsmarkt niet of minder voorziet in geschikte kandidaten voor de diverse vacatures die hier straks vacant zijn/komen. Het ziekteverzuim ligt over een langere periode al boven het landelijke gemiddelde en vormt ook komende periode een risico. De kans dat er meer kosten worden gemaakt voor inhuur is hiermee groot. 5. Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand: De groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen neemt toe en beperkt zich niet tot vooral de lage inkomens.
Een groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement.
Kengetallen De financiële positie van de gemeente wordt onder andere in beeld gebracht met kengetallen. De gehanteerde kengetallen worden onder meer berekend op basis van de geprognotiseerde balans. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. De normeringen bij deze kengetallen geven een indicatie van de houdbaarheid van de financiën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid.
70
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
Kengetal
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
Belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%
Kengetallen
Jaarrekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Netto schuldquote
6,1%
58,9%
76,4%
87,9%
89,9%
89,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd
2,1%
54,8%
72,5%
84,0%
86,0%
85,7%
Solvabiliteitsratio
59,3%
37,3%
33,6%
32,1%
31,4%
30,3%
Grondexploitatie
-4,6%
-0,1%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Structurele exploitatieruimte
1,2%
-7,4%
3,0%
3,1%
-1,4%
-1,5%
Belastingcapaciteit
93,1%
98,4%
98,6%
98,1%
96,3%
94,7%
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de opbrengsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote blijft binnen categorie A. De stijging van de schuldquote wordt veroorzaakt door het aantrekken van leningen om het financieringstekort op te vangen als gevolg van de ambities en investeringen die de komende jaren zijn gepland.
De solvabiliteitsratio geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. We zien een dalende solvabiliteitsratio. Dit is te verklaren door het aantrekken van aanvullend vreemd vermogen, waardoor de solvabiliteit terugloopt. De ratio komt hierdoor in categorie B.
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
71
grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Het eindigen van de grondexploitaties heeft als logisch gevolg dat het kengetal 0 procent aangeeft.
De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De marge tussen categorie A en C is klein. De meerjarige ontwikkeling laat nog altijd een schommeling net rond de 0 zien, waarbij de waarde voor de jaren 2024 en 2025 een klein positief percentage laat zien en voor de jaren 2026 en 2027 een klein negatief percentage laat zien. Dit heeft te maken met het negatieve begrotingssaldo als gevolg van de korting op het gemeentefonds.
De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 2023. De belastingdruk ligt nog onder het landelijke gemiddelde, maar schuift wel dichter naar de 100% (het landelijk gemiddelde). Ook meerjarig wordt de ontwikkeling van de lastendruk vergeleken met het gemiddelde in 2023. Gegevens van 2024 zijn nog niet bekend en dus geeft de vergelijking een scheef beeld. Het landelijk gemiddelde zal namelijk niet gelijk zijn aan die van 2023.
72
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze openbare ruimte bevat kapitaalgoederen. Dit zijn wegen, openbare verlichting, riolering, civiele kunstwerken, water, groen en gebouwen. Kapitaalgoederen hebben onderhoud nodig, zodat wij een veilig gebruik kunnen waarborgen. Zowel meerjarig groot onderhoud als klein onderhoud. De kosten daarvan en de planning worden vastgelegd in beheerplannen. Onze uitgangspunten daarbij zijn: het actuele beleidskader, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, de nota Reserves en Voorzieningen 2021-2024 en de Financiële Verordening 2017 (inclusief afschrijvingstabel). In het kader van het financieel toezicht hecht ook de provincie grote waarde aan actuele beheerplannen. De beheerplannen laten zien of de budgetten de komende jaren voldoende zijn om aan de vastgestelde beleidskaders te voldoen. In onderstaande tabel zijn de beschikbare beheerplannen weergegeven. Beheerplannen
Vastgesteld Looptijd t/m Herziening in
Reserve
Openbare verlichting
2020
2024
2024
Nee
Civiele Kunstwerken
2020
2024
2024
Nee
Groen- en recreatiegebieden
2020
2024
2023
Nee
Speelterreinen
2020
2024
2024
Nee
Wegen
2020
2024
2023
Ja
Programma Stedelijk Water (voorheen GRP)
2023
2027
2027
Ja
Waterhuishouding
2020
2024
2024
Nee
Haven
2018
2023
2023
Ja
Meerjarenonderhoudsplannen gebouwen
2018
2021
2023
Ja
Meerjarenonderhoudsplannen sportaccommodaties
2018
2021
2024
Ja
Openbare verlichting Kerncijfers 3.187 led-armaturen 5.345 conventionele armaturen 5.345 lampen 8.373 lichtmasten Beheer Naast de gemeente zijn ook andere beheerders verantwoordelijk voor de openbare ruimte met openbare verlichting. Zoals bijvoorbeeld de wegen met verlichting in eigendom van het Waterschap Hollandse Delta. De lichtmasten worden gemiddeld elke vier jaar visueel geïnspecteerd tijdens de lampvervanging en bij het schoonmaken van led-armaturen. Eventuele stabiliteits-/sterktemetingen van lichtmasten vinden plaats wanneer lichtmasten 40 jaar of ouder zijn. Onveilige situaties, vaak gemeld door burgers en bedrijven, worden veelal direct opgelost. Armaturen hebben een theoretische levensverwachting van bijna 25 jaar. Vooruitblik Op 24 februari 2023 is de EU-richtlijn ingegaan, die de productie van fluorescentie PL/TL-lampen verbiedt. Het verbod op de productie en import van fluorescentielampen is het gevolg van de RoHSrichtlijn. Deze Europese regelgeving beperkt het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur, zoals kwik in fluorescentielampen. De richtlijn heeft ook gevolgen voor de PL/TL-lamp. De productie van de PL/TL-lampen is op 24 augustus 2023 gestopt. Op dit moment kan er bij de fabrikant geen PL/TL-lampen meer worden ingekocht.
In de periode 2024 tot en met 2028 worden de armaturen met deze lamp vervangen door led-armaturen. Naar verwachting stopt de productie van de gasontladingslampen in 2026. In de periode 2024 tot en met 2028 worden de armaturen met deze lamp ook vervangen door led-armaturen.
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
73
Budget Openbare verlichting
Begroot
Klein onderhoud
289.600
Groot onderhoud
491.800
Investeringen
280.200
Totaal openbare verlichting
1.061.600
Civiele kunstwerken Kerncijfers 69 fiets-/voetbruggen 23 verkeersbruggen/viaducten 156 overige kunstwerken Beheer Onder de categorie civiele kunstwerken vallen bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen. Een civiel kunstwerk wordt elke vijf jaar uitgebreid geïnspecteerd volgens de CUR 117 aanbeveling categorie B2 (toestandsinspectie), B5 (herstel advies) en C2 (meerjarenonderhoudsplanning en budgetraming). Houten bruggen en kunstwerken, die meer onderhoud vragen, worden in de tussenliggende periode een aantal keer visueel geschouwd. Op basis van de inspectieresultaten worden de jaarlijkse onderhouds- en vervangingsmaatregelen bepaald. Deze maatregelen kunnen variëren van klein onderhoud tot grootschalige vervangingen. Vooruitblik In 2024 wordt 30% van alle kunstwerken geïnspecteerd. Het klein onderhoud zal zich voornamelijk toespitsen op schoonmaken, conserveren en het repareren van kleine schades. In het eerst kwartaal van 2024 wordt het groot onderhoud van het ponton aan De Schans uitgevoerd. De voorbereidingen voor het herstel van de damwanden aan de Boelewerf/Werfkade lopen door in 2024. Budget Civiele kunstwerken
Begroot
Klein onderhoud
416.800
Groot onderhoud
50.000
Investeringen
1.000.000
Totaal civiele kunstwerken
1.466.800
Openbaar groen, inclusief recreatiegebieden Kerncijfers 18.450 bomen 280.838 m2 cultuurbeplanting 1.435.232 m2 gras 8.894 m2 haag 351.547 m2 natuurlijke beplanting Beheer De gemeente beheert de recreatiegebieden de Gorzen, Ridderhaven en het Reijerpark. De Grienden en de Crezeepolder zijn in beheer bij de Stichting Zuid-Hollands Landschap. De Donckse Velden, het Oosterpark en de Wevershoek zijn in beheer bij het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde. Het Donckse Bos valt onder de Stichting Het Huys ten Donck. Voor het Waalbos is een beheerovereenkomst afgesloten met Staatsbosbeheer. De surfbocht bij het Waalbos is in beheer van het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ). Er vindt nog overleg plaats over de toekomst van het NRIJ. De kwaliteit van het bomenbestand wordt bewaakt door middel van boomveiligheidscontroleonderzoeken. Uit deze 3-jaarlijkse controles volgen de maatregelen die genomen moeten worden om het bomenbestand vitaal en veilig te houden. In sommige gevallen is het nodig om bomen te kappen. In veel gevallen kan worden volstaan met snoeionderhoud.
74
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
Vooruitblik In 2024 worden met name de acties voortvloeiend uit de Groenvisie en Werken vanuit Ecologie zichtbaar in de buitenruimte. Dit is te zien aan betere en met name in omvang grotere groeiplaatsen voor bomen, de inrichting qua soort van bomen en de beplanting. Er wordt gewerkt aan beter groen dat klimaatbestendig is. Meer aandacht voor biodiversiteit en ander onderhoud van gazons. Er wordt bijna 10 hectare gazon naar kruidenrijk gras omgevormd. Ook start er een proef met een rondtrekkende schaapskudde. Het te onderhouden areaal wordt in 2024 uitgebreid met Cornelisland, De Oude Boomgaert en de nieuwe gedeeltes van Het Zand. Budget Openbaar groen
Begroot
Onderhoud, incl. groot onderhoud
2.656.300
Totaal openbaar groen
2.656.300
Speelvoorzieningen Kerncijfers 38.272 m2 kunstmatige valondergrond 175 speelplekken 817 speeltoestellen Beheer De gemiddelde levensduur van speeltoestellen is twaalf tot vijftien jaar. Hierbij is geen rekening gehouden met vandalisme, wel met slijtage door veelvuldig gebruik en speelschade. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangschema waarbij de budgetten voor vervanging beschikbaar zijn in het theoretische vervangingsjaar. Het moment van werkelijke vervanging van een toestel wordt mede bepaald door de technische staat van het toestel. Geprobeerd wordt om speellocaties zoveel mogelijk in zijn geheel te renoveren. Dit biedt opties om de nieuwe inrichting beter aan te laten sluiten op vraag en gebruik. De werkelijke gebruikers worden zoveel mogelijk bij de nieuwe inrichting betrokken. Door middel van enquêtes waarin de bewoners en in het bijzonder de kinderen hun voorkeur voor speeltoestellen en andere wensen voor de speelplek door kunnen geven. Al deze gegevens worden gebruikt voor het maken van een nieuwe inrichting van de speelplek. Vooruitblik De speeltoestellen worden jaarlijks vier keer op veiligheid geïnspecteerd. Aan de hand van de resultaten van de laatste veiligheidsinspectie van het jaar wordt de planning voor 2024 gemaakt.
Naast veiligheid kunnen sterk gewijzigde demografische gegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen een aanleiding zijn om een speelplek in de planning voor herinrichting op te nemen. Tijdens de voorbereidingen voor de herinrichting van een speelplek worden de gebruikers en buurtbewoners bij het proces betrokken. Eerst wordt de mogelijkheid geboden ideeën kenbaar te maken. Daarna worden op basis van de meest realistische ideeën twee ontwerpen met speeltoestellen gemaakt. Tenslotte kan iedereen, maar bij voorkeur de kinderen, hieruit een keuze maken. Het ontwerp met de meeste stemmen wordt aangelegd. Budget Speelvoorzieningen Klein onderhoud
Begroot 553.900
Groot onderhoud
30.500
Investeringen
652.400
Totaal speelvoorzieningen
1.236.800
Wegen, fiets- en voetpaden (verhardingen) Kerncijfers 588.386 m2 asfalt 1.763.947 m2 bestrating 942 m goot
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
75
21.096 kolken 53.651 m2 overige verharding
Beheer Naast landelijk geldende uitgangspunten voor onderhoud aan wegen is rekening gehouden met de vastgestelde kwaliteitsniveaus. Het onderhoudsprogramma wordt gemaakt op basis van de inspectie, onderzoeken, levensduur, uitstraling (kwaliteitsniveau) en binnenstedelijke ontwikkelingen. Bij asfaltwerken dient vertraging van het noodzakelijk onderhoud voorkomen te worden in verband met kapitaalvernietiging. Stellen wij het onderhoud aan het asfalt te lang uit? Dan zijn zwaardere of duurdere maatregelen nodig. Elementenverharding kent geen kapitaalvernietiging. Bij uitstel loopt enkel de beeldkwaliteit terug. Naast planmatig (groot) onderhoud vindt er dagelijks (klein) onderhoud plaats. Waar planmatig onderhoud gericht is op het in goede staat brengen, is dagelijks onderhoud gericht op het in goede staat houden, bijvoorbeeld plaatselijk herstel van verzakte bestrating. Binnen het dagelijks onderhoud worden de gevaarlijke situaties direct verholpen. Waar de veiligheid in het geding is, wordt dus direct onderhoud gepleegd. Dit kan bijvoorbeeld een spoelgat in de weg of losse tegels door boomwortels zijn.
Vooruitblik In 2024 wordt de verharding vervangen binnen de volgende projecten: Herinrichting Bloemenbuurt fase 2 Herinrichting Rivierenbuurt fase 2 Herinrichting West-Centrum fase 1 Herinrichting Pruimendijk Oostendam In 2024 wordt de voorbereiding gestart voor het vervangen van de volgende straten: Rijksstraatweg tussen de Noldijk en Voorweg Middenmolendijk tussen de Donkerslootweg en Hugo de Groothof Groot onderhoud vindt plaats op onder andere de Ruwaardstraat tussen de Prinses Margrietstraat en de Brederodestraat, en de Klooslaan tussen de Merodelaan en de Perkstraat. De kwaliteitsverbetering van de elementenverharding wordt in 2024 voortgezet. De weginspectie, in combinatie met beeldkwaliteitschouw, is daarbij leidend. Verhardingen op het kwaliteitsniveau C en D krijgen prioriteit. Budget Wegen
Begroot
Klein onderhoud
2.664.100
Groot onderhoud
1.353.900
Investeringen
11.316.000
Saldo van storting en onttrekking reserve
-141.200
Totaal wegen
15.192.800
Stand reserve per 1 januari 2024
3.665.400
Storting
1.084.900
Onttrekking
-1.226.100
Stand reserve per 31 december 2024
3.524.200
Riolering Kerncijfers 294 km riolering 50 km drukriolering en persleidingen 22.000 rioolaansluitingen 48 rioolgemalen 119 drukrioleringspompen 2 tunnelgemalen 3 oppervlaktegemalen 9 bergbezinkvoorzieningen
76
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
2 bergingsriolen
Beheer Riolering is van belang voor de volksgezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving, de bodem en het grond- en oppervlaktewater. De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling van het stedelijk afvalwater en hemelwater (dat een particulier niet redelijkerwijs zelf kan verwerken). We proberen eventuele nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken. Het beleid ten aanzien van het beheer en onderhoud van riolering is verankerd in het Programma Stedelijk Water 2023-2027 (PSW), dat op 25 mei 2023 door de raad is vastgesteld. De kosten worden gedekt binnen de rioolheffing. De kosten zijn opgedeeld in twee stromen: 1. Het beheer- en onderhoud, exploitatiekosten. 2. Vervangingsinvesteringen, die betrekking hebben op alle onderdelen van de (afval)waterketen. Klimaatverandering betekent dat de extremen groter worden: er valt meer regen in kortere tijd en de temperaturen zijn extremer. We spelen in op klimaatverandering. Bij nieuwbouwprojecten of herontwikkelingen worden openbare ruimten zo ontworpen dat pieken in neerslag goed opgevangen kunnen worden. Vooruitblik Het belangrijkste aandachtspunt voor de komende periode is klimaatadaptatie. Bij het ontwerp van een nieuw rioolstelsel wordt getoetst met zwaardere buien en moet een ruime berging aanwezig zijn in de openbare ruimte, zodat overlast in woningen en winkels wordt voorkomen.
Dit doen we in samenspraak met onze inwoners, ondernemers en woningbouwverenigingen. De gemeente heeft hierbij een stimulerende rol, bijvoorbeeld in het vergroenen van tuinen en het afkoppelen van daken. We vervangen riolering wijkgericht en volgen een integrale aanpak. In 2024 maken we een start met het vervangen van riolering in de wijken West en Centrum en in de Rivierenbuurt in Bolnes. In het gebied rondom de Donckselaan koppelen we de openbare verharding van het riool af, waardoor hemelwater direct naar het oppervlaktewater wordt gebracht. De rioleringswerkzaamheden aan de Markstraat en Dintelstraat worden afgerond. We gaan verder met het vervangen van het riool in de Bloemenbuurt in een volgende fase. De afvoerstructuur vanuit de Kerkepolder (omgeving Noordenweg) wordt verbeterd. We gaan starten met herinrichting van het Centrumgebied (Ridderhof en Jorisplein). Binnen dit project koppelen we verharding af van het gemengde rioolstelsel. Budget Riolering
Begroot
Onderhoud
1.842.800
Investeringen
2.749.000
Totaal riolering
4.591.800
Waterhuishouding Kerncijfers 40.433 m natuurlijke oever 14.148 m natuurvriendelijke oever 27.283 m oeverbeschoeiing 338.614 m2 watergangen Beheer Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit van al het water in de gemeente. Daarbij onderhoudt het waterschap de hoofdwatergangen. Het overige water wordt grotendeels door de gemeente onderhouden. Maar ook Rijkswaterstaat, de provincie, diverse natuurorganisaties en particulieren zijn deels verantwoordelijk voor het onderhoud van sommige watergangen. Het waterschap controleert of het onderhoud naar behoren wordt uitgevoerd. Zo mogen er bijvoorbeeld niet te veel bagger of waterplanten aanwezig zijn in het water. Het beleid van het waterschap is daarom sterk richtinggevend voor het waterbeheer van de gemeente. Op basis van metingen van de baggeraanwas op de waterbodem bepalen we welke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert zelf de hoofdwatergangen. Is de aanliggende grond van de gemeente, dan
Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
77
zijn wij verplicht deze bagger te ontvangen. De gemeente betaalt dan ook voor het transporteren en afvoer ervan. Beschoeiingen worden op basis van inspecties vervangen. Daarbij is veiligheid vaak doorslaggevend. Voordat over wordt gegaan tot vervanging wordt onderzocht of het mogelijk is een natuurlijke oever te maken. Dan is geen nieuwe beschoeiing nodig en krijgt de flora en fauna een kans beter tot ontwikkeling te komen. Bij oeverbeschoeiing is er aandacht voor het plaatsen en in stand houden van eendentrappen. Vooruitblik In Ridderkerk zal in 2024 vermoedelijk een aantal watergangen worden gebaggerd, vaak naar aanleiding van de resultaten uit steekproeven en meldingen van inwoners. Het waterschap heeft nog geen inzicht in het baggerwerk. In alle watergangen zal maaionderhoud plaatsvinden. Riet en waterplanten worden zo veel mogelijk verwijderd, vaak zal gefaseerd worden gemaaid of blijven er delen staan. Hierbij is ook extra aandacht voor vislocaties. Door de lange warme zomers zijn er wel vaker problemen bij het (maai)onderhoud en door blauwalg in verband met de hoge watertemperatuur. Op een beperkt aantal locaties zal beschoeiing worden vervangen. Budget Waterhuishouding
Begroot
Klein onderhoud
390.100
Groot onderhoud
181.200
Investeringen
82.200
Totaal waterhuishouding
653.500
Afvalinzameling Kerncijfers 655 verzamelcontainers, waarvan 44 voor glas, 137 voor oud papier/karton, 251 voor gft en 223 voor PMD+restafval. Beheer In de huidige situatie is het onderhoud, de reiniging en de garantie van de ondergrondse containers geborgd in een onderhoudsovereenkomst van de gemeente met de leverancier. Het betreft in totaal 655 containers voor restafval, papier/karton, gft en glas. De (ondergrondse) container is onderdeel van de openbare ruimte (onroerende goederen) en komt als investering ten laste van de gemeente. De N.V. BAR Afvalbeheer faciliteert de gemeente in de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers.
Haven Kerncijfers De gemeente Ridderkerk bezit een eigen haven aan de rivier De Noord. Twee delen zijn te onderscheiden. Aan de noordzijde een industriehaven met twee watergebonden bedrijven en een passantensteiger. Aan de zuidzijde een recreatiehaven met twee jachthavens. Behalve de passantensteiger worden de overige delen verhuurd. Beheer Binnen het groot onderhoud (reserve) wordt nu nog gerekend met het eens in de vijf jaar baggeren van de haven. Als gevolg van onder andere toename van scheepsbewegingen bij De Noord, onzekerheden over de aanwas van baggerslib en verplaatsing van baggerslib binnen de haven, is er de komende jaren meer behoefte aan monitoring door dieptemetingen. Doelstelling hiervan is het in 2024 structureel kunnen prognosticeren van de hoeveelheid baggerslib en de baggerfrequentie. De aanwezige constructies worden incidenteel vervangen. Hier worden geen structurele middelen voor gereserveerd. Indien nodig wordt extra budget aangevraagd. Vooruitblik Intentie is om onze eigen haven meer toekomstbesteding te maken. Hiervoor ondernemen we de volgende acties: De huurcontracten worden in 2024 opnieuw bekeken en verlengd waar nodig.