Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026.pdf
Tekst van het document
Naast veiligheid kunnen sterk gewijzigde demografische gegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen een aanleiding zijn om een speelplek in de planning voor herinrichting op te nemen. Tijdens de voorbereidingen voor de herinrichting van een speelplek worden de gebruikers en buurtbewoners bij het proces betrokken. Eerst wordt de mogelijkheid geboden ideeën kenbaar te maken. Daarna worden op basis van de meest realistische ideeën twee ontwerpen met speeltoestellen gemaakt. Tenslotte kan iedereen, maar bij voorkeur de kinderen, hieruit een keuze maken. Het ontwerp met de meeste stemmen wordt aangelegd. Budget Speelvoorzieningen
Begroot
Klein onderhoud
425.500
Groot onderhoud
29.600
Investeringen
539.400
Totaal speelvoorzieningen
994.500
72
Wegen, fiets- en voetpaden (verhardingen) Kerncijfers 585.681 m2 asfalt 1.754.869 m2 bestrating 1.109 m goot 20.830 kolken 42.647 m2 overige verharding Beheer Naast landelijk geldende uitgangspunten voor onderhoud aan wegen is rekening gehouden met de vastgestelde kwaliteitsniveaus. Voor de periode 2020-2024 is het uitvoeringsprogramma bepaald. Dit gebeurt op basis van de inspectie, onderzoeken, levensduur, uitstraling (kwaliteitsniveau) en binnenstedelijke ontwikkelingen. Bij asfaltwerken dient vertraging van het noodzakelijk onderhoud voorkomen te worden in verband met kapitaalvernietiging. Stellen wij het onderhoud aan het asfalt te lang uit? Dan zijn zwaardere of duurdere maatregelen nodig. Elementenverharding kent geen kapitaalvernietiging. Bij uitstel loopt enkel de beeldkwaliteit terug. Naast groot onderhoud vindt er klein onderhoud plaats. Waar groot onderhoud gericht is op het in goede staat brengen, is klein onderhoud gericht op het in goede staat houden, bijvoorbeeld plaatselijk herstel van verzakte bestrating. Binnen het dagelijks onderhoud worden de gevaarlijke situaties direct verholpen. Waar de veiligheid in het geding is, wordt dus direct onderhoud gepleegd. Dit kan bijvoorbeeld een spoelgat in de weg of losse tegels door boomwortels zijn.
Vooruitblik In 2023 wordt de verharding van de volgende straten vervangen: Diverse straten in de Bloemenbuurt Diverse straten in de Rivierenbuurt Markstraat/Dintelstraat Rijksstraatweg tussen de Noldijk en Voorweg Middenmolendijk tussen de Donkerslootweg en Hugo de Groothof Groot onderhoud vindt plaats op onder andere de Jhr. Van Karnebeekweg tussen de Mr. Thorbeckestraat en de Burgemeester de Zeeuwstraat, en de Klooslaan tussen de Merodelaan en de Perkstraat. De kwaliteitsverbetering van de elementenverharding wordt in 2023 voortgezet. De weginspectie, in combinatie met beeldkwaliteitschouw, is daarbij leidend. Verhardingen op het kwaliteitsniveau C en D krijgen prioriteit.
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
Budget Wegen
Begroot
Klein onderhoud
2.063.800
Groot onderhoud
1.621.300
Investeringen
4.099.000
Saldo van storting en onttrekking reserve
-511.900
Totaal wegen
7.272.200
Stand reserve per 1 januari 2023
4.253.000
Storting
1.123.600
Onttrekking
-1.635.500
Stand reserve per 31 december 2023
3.741.100
Riolering Kerncijfers 294 km riolering 50 km drukriolering en persleidingen 22.000 rioolaansluitingen 47 rioolgemalen 119 drukrioleringspompen 2 tunnelgemalen 3 oppervlaktegemalen 9 bergbezinkvoorzieningen 2 bergingsriolen Beheer Riolering is van belang voor de volksgezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving, de bodem en het grond- en oppervlaktewater. De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling van het stedelijk afvalwater en hemelwater. Daarnaast proberen we eventuele nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken. Het beleid ten aanzien van het beheer van riolering is verankerd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022 (GRP), dat in 2017 door de Raad is vastgesteld. De kosten worden gedekt binnen de rioolheffing. De kosten zijn opgedeeld in twee stromen: 1. Het beheer- en onderhoud, exploitatiekosten. 2. Vervangingsinvesteringen, die betrekking hebben op alle onderdelen van de (afval)waterketen. Eind 2020 is de stresstest wateroverlast opgeleverd. In nieuwe ruimtelijke ontwerpen wordt rekening gehouden met de kwetsbaarheden (wateroverlast) die uit de stresstest naar voren zijn gekomen. Vooruitblik In 2023 maken we een start met het vervangen van riolering in de wijken West en Centrum en in de Rivierenbuurt in Bolnes.
In het gebied rondom de Donckselaan koppelen we de openbare verharding van het riool af, waardoor hemelwater direct naar het oppervlaktewater wordt gebracht. De rioleringswerkzaamheden aan de Markstraat en Dintelstraat worden
afgerond en de eerste fase van het vervangen van het riool in de Bloemenbuurt wordt voltooid. De afvoerstructuur vanuit de Kerkepolder (omgeving Noordenweg) wordt verbeterd. We gaan verder met de voorbereiding en het ontwerp voor het afkoppelen van verharding in het Centrumgebied (Ridderhof en Jorisplein). Bij alle rioolvervangingsprojecten proberen we klimaatadaptieve maatregelen zoveel als mogelijk (en indien noodzakelijk) in te bedden. Dit doen we in samenspraak met onze inwoners, ondernemers en woningbouwverenigingen. De gemeente heeft hierbij een stimulerende rol, bijvoorbeeld in het vergroenen van tuinen en het afkoppelen van daken. Budget Riolering
Begroot
Onderhoud
1.741.600
Investeringen
2.352.300
Totaal riolering
4.093.900
Waterhuishouding Kerncijfers 43.021 m natuurlijke oever 14.148 m natuurvriendelijke oever 27.184 m oeverbeschoeiing 336.103 m2 watergangen Beheer Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit van al het water in de gemeente. Daarbij onderhoudt het waterschap de hoofdwatergangen. Het overige water wordt grotendeels door de gemeente onderhouden. Maar ook Rijkswaterstaat, de provincie, diverse natuurorganisaties en particulieren zijn deels verantwoordelijk voor het onderhoud van sommige watergangen. Het waterschap controleert of het onderhoud naar behoren wordt uitgevoerd. Zo mogen er bijvoorbeeld niet te veel bagger of waterplanten aanwezig zijn in het water. Het beleid van het waterschap is daarom sterk richtinggevend voor het waterbeheer van de gemeente. Op basis van metingen van de baggeraanwas op de waterbodem bepalen we welke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert zelf de hoofdwatergangen. Is de aanliggende grond van de gemeente, dan zijn wij verplicht deze bagger te ontvangen. De gemeente betaalt dan ook voor het transporteren en afvoer ervan. Beschoeiingen worden op basis van inspecties vervangen. Daarbij is veiligheid vaak doorslaggevend. Voordat over wordt gegaan tot vervanging wordt onderzocht of het mogelijk is een natuurlijke oever te maken. Dan is geen
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
73
nieuwe beschoeiing nodig en krijgt de flora en fauna een kans beter tot ontwikkeling te komen.
de passantensteiger worden de overige delen verhuurd.
Vooruitblik In Ridderkerk zal in 2022 vermoedelijk een aantal watergangen worden gebaggerd, vaak naar aanleiding van de resultaten uit steekproeven en meldingen van inwoners. Het waterschap heeft nog geen inzicht in het baggerwerk. Als gevolg van de PFA- problematiek is het mogelijk dat er slechts beperkt gebaggerd wordt. Dit achterstallig onderhoud moet mogelijk later ingehaald worden. In alle watergangen zal maaionderhoud plaatsvinden. Riet en waterplanten worden zo veel mogelijk verwijderd, vaak zal gefaseerd worden gemaaid of blijven er delen staan. Hierbij is ook extra aandacht voor vislocaties. Door de lange warme zomers zijn er wel vaker problemen bij het (maai)onderhoud en door blauwalg in verband met de hoge watertemperatuur. Op een beperkt aantal locaties zal beschoeiing worden vervangen.
Beheer Binnen het groot onderhoud (reserve) wordt nu nog gerekend met het eens in de vijf jaar baggeren van de haven. Als gevolg van onder andere toename van scheepsbewegingen bij De Noord, onzekerheden over de aanwas van baggerslib en verplaatsing van baggerslib binnen de haven, is er de komende jaren meer behoefte aan monitoring door dieptemetingen. Monitoring is in 2021 gestart. Doelstelling hiervan is het structureel kunnen prognosticeren van de hoeveelheid baggerslib en de baggerfrequentie. De aanwezige constructies worden incidenteel vervangen. Hier worden geen structurele middelen voor gereserveerd. Indien nodig wordt extra budget aangevraagd.
Budget Waterhuishouding
Begroot
Klein onderhoud
374.600
Groot onderhoud
175.600
Investeringen
86.200
Totaal waterhuishouding
636.400
Afvalinzameling Kerncijfers 618 verzamelcontainers, waarvan 42 glas, 127 oud papier/karton, 242 GFT en 207 PMD+restafval. Beheer In de huidige situatie is het onderhoud, de reiniging en de garantie van de ondergrondse containers geborgd in een onderhoudsovereenkomst van de gemeente met de leverancier. Het betreft in totaal 618 containers voor restafval, papier/karton, gft en glas. De (ondergrondse) container is onderdeel van de openbare ruimte (onroerende goederen) en komt als investering ten laste van de gemeente. De N.V. BAR Afvalbeheer faciliteert de gemeente in de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers.
Vooruitblik Intentie is om onze eigen haven meer toekomstbesteding te maken. Hiervoor ondernemen we de volgende acties: De huurcontracten worden in 2024 opnieuw bekeken en verlengd waar nodig. Als gevolg van de monitoring wordt een lange termijnplanning voor het baggeren opgesteld. Met de jachthavens worden afspraken gemaakt over de verdeling van de baggerkosten. De eigen meerpalen worden vervangen. Dit doen we in combinatie met de meerpalen van beide jachthavens. Uitbreidingen van voorzieningen voor onze passantensteiger worden onderzocht. Budget Haven
Begroot
Klein onderhoud
27.200
Saldo van storting en onttrekking reserve
32.700
Totaal haven
59.900
Stand reserve per 1 januari 2023
649.600
Storting
32.700
Onttrekking Stand reserve per 31 december 2023
0 682.300
Haven Kerncijfers De gemeente Ridderkerk bezit een eigen haven aan de rivier De Noord. Twee delen zijn te onderscheiden. Aan de noordzijde een industriehaven met twee watergebonden bedrijven en een passantensteiger. Aan de zuidzijde een recreatiehaven met twee jachthavens. Behalve
74
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
Gebouwen In 2018 zijn de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) voor alle accommodaties vastgesteld en zijn hiervoor de benodigde financiële reserves op orde gebracht. Het onderhoud wordt conform MJOP uitgevoerd. Kerncijfers Op 31 december 2021 had de gemeente 52 accommodaties in eigendom. Dit zijn: Het gemeentehuis en de voormalige gemeentewerf. (Voormalige) onderwijsgebouwen. Binnensportaccommodaties (gymzalen/sporthallen). Sportcomplexen. Peuterspeelzaal en kinderdagverblijven. Wijkcentra. Een rouwcentrum. Enkele bedrijfsruimten. Enkele woningen. Beheer In april 2016 is het uitvoeringsprogramma van het Integraal Accommodatieplan Ridderkerk (IAP) vastgesteld. Het IAP is in het voorjaar van 2019 geactualiseerd (AIAP) en vastgesteld door de gemeenteraad Hierin wordt richting gegeven aan de toekomst van verschillende gemeentelijke gebouwen. Voor een groot aantal gemeentelijke gebouwen (waarvoor in het kader van het IAP geen ingrijpende wijzigingen worden voorgesteld) is een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld. In het MJOP zijn de kwaliteitscriteria voor de gebouwen die van strategisch belang zijn vastgesteld. De algemene conditie van onze gebouwen is tussen 1 (uitstekend) en 5 (matig). Op basis van het beleid passen wij duurzaam beheer toe en voldoen we aan de Arbo- en veiligheidsvoorschriften.
Onderwijsgebouwen Jaarlijks stelt de gemeente een jaarprogramma vast op basis van aanvragen door schoolbesturen. In dit jaarprogramma zijn alle uitbreidingen en nieuwbouw van schoolgebouwen opgenomen, inclusief de financiële consequenties daarvan. De aanvragen
voor het jaarprogramma worden getoetst aan Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Ridderkerk 2021. Sport- en Welzijnsaccommodaties Voor een groot aantal gemeentelijke gebouwen (waarvoor in het kader van het IAP geen ingrijpende wijzigingen worden voorgesteld) is een meerjarenonderhoudsprogramma opgesteld. Rouwcentrum Bij de begraafplaats Vredehof bevindt zich een rouwcentrum voor rouwbezoeken en uitvaartplechtigheden. Het rouwcentrum wordt gebruikt voor diensten voorafgaande aan een begrafenis op Vredehof en Rusthof, maar ook als wordt gekozen voor crematie of elders begraven is de aula geschikt voor een plechtigheid vooraf. Budget Gemeentelijke gebouwen
Begroot
Klein onderhoud
2.238.200
Groot onderhoud
365.100
Investeringen
85.500
Saldo van storting en onttrekking reserve
152.600
Totaal gemeentelijke gebouwen
2.841.400
Stand reserve per 1 januari 2023
2.951.400
Storting
512.100
Onttrekking
-359.500
Stand reserve per 31 december 2023
3.104.000
Sportaccommodaties
Begroot
Klein onderhoud
1.995.700
Groot onderhoud Investeringen Saldo van storting en onttrekking reserve
318.600 4.523.700 -59.600
Totaal sportaccommodaties
6.778.400
Stand reserve per 1 januari 2023
1.373.400
Storting
250.000
Onttrekking
-309.600
Stand reserve per 31 december 2023 Onderwijsgebouwen
1.313.800 Begroot
Onderhoud
2.941.500
Investeringen
10.669.000
Totaal onderwijsgebouwen
13.610.500
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
75
Paragraaf 4 Financiering Inleiding In de paragraaf financiering beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2023 tot en met 2026. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie.
Wettelijke kaders en treasurystatuut De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening 2017 en het treasurystatuut 2017. In 2017 zijn de financiële verordening en het treasurystatuut herzien en vastgesteld. Hierna zijn er geen wijzigingen meer geweest in wet- en regelgeving of in het gemeentelijk beleid. Aanpassing van de financiële verordening of het treasurystatuut is daarom op dit moment niet aan de orde. Wel heeft het college in 2021 de 'Nota garantstellingen en leningen 2021' vastgesteld. In deze nota zijn de spelregels en beleidskaders rondom garantstellingen en leningen vastgelegd bedoeld als uitwerking van hetgeen in het treasurystatuut is opgenomen.
Rentevisie en rentebeleid Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Het is, gezien de omvang van de bedragen, gewenst uw raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte rente en lange rente. Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer. Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege de mogelijke risico’s die ze voor ons inhouden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers. De rente is de afgelopen jaren historisch laag geweest. De vooruitzichten voor de wereldeconomie zijn als gevolg van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne echter ongunstiger geworden. De oorlog leidt tot een sterke stijging van de prijzen van energie en andere grondstoffen. Ook is de onzekerheid over de economische situatie toegenomen. De centrale
76
banken, waaronder de ECB, zullen het monetaire beleid (geleidelijk) verkrappen. Dit jaar zijn de officiële tarieven van de ECB met 50 basispunten verhoogd en liggen verdere verhogingen in vooruitzicht. In de loop van 2023 zal de rente verder worden verhoogd. De ECB heeft al besloten om de effectenaankopen in het derde kwartaal van dit jaar te beëindigen. De rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) was de afgelopen jaren negatief. Ook deze rente kent een stijgende trend. Zolang het gunstiger is om liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten in plaats van gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant, maken we gebruik van deze faciliteit met inachtneming van de kasgeldlimiet. Rentevisie BNG Afgaande op recente besluiten van de ECB verwachten we dat het monetaire beleid sneller zal worden verkrapt dan eerder was aangenomen. Bovendien komt de inflatie in 2022 en 2023 nog hoger uit dan eerder was voorzien. In verband met deze ontwikkelingen zijn de verwachtingen voor de rentetarieven in alle looptijden naar boven bijgesteld. Actueel
Over een jaar Prognose BNG
Euribor 3 mnd
0,28%
1,3 – 1,5%
Euroswap 5 jaar
1,55%
2,4 – 2,6%
Euroswap 10 jaar
1,81%
2,6 – 2,8%
Euroswap 30 jaar
1,63%
2,8 – 3,0%
Renterisicobeheer Algemeen In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: de rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie Zuid-Holland, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2023. Als er sprake is van een
liquiditeitstekort, wegen wij af of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering, afhankelijk van de rentestand en de financieringsbehoefte. In 2023 maken we maximaal gebruik van kortlopende financiering en de kasgeldlimiet.
Kasgeldlimiet
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
Totaal vlottende schuld
12.117.961
12.117.961
12.117.961
12.117.961
Totaal vlottende middelen
479.404
479.404
479.404
479.404
-11.638.557
-11.638.557
-11.638.557
-11.638.557
11.843.0590
11.843.059
11.843.059
11.843.059
204.5020
204.502
204.502
204.502
Gemiddeld saldo schuld (-) of overschot Kasgeldlimiet Begrotingstotaal 2023
139.330.103
Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
8,5%
Kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of
renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat we, ondanks de begrote toename van de leningenportefeuille, ruim binnen de renterisiconorm blijven.
Renterisico op vaste schulden
2023
2024
2025
2026
0
0
0
0
1.
Netto renteherziening op vaste schuld
2.
Betaalde aflossingen
4.442.000 6.506.000 7.203.000 7.276.000
3.
Renterisico op vaste schuld (1+2)
4.442.000 6.506.000 7.203.000 7.276.000
Renterisiconorm 4.
a. Begrotingstotaal 2023
4.
b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
139.330.103
4.
Renterisiconorm
27.866.021
Ruimte onder renterisiconorm (4-3)
23.424.021 21.360.21 20.663.021 20.590.21
20%
Toets Renterisiconorm 5.
De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte
liquiditeitenplanning brengen we meer structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven.
Algemeen De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een
Verwachte financieringsbehoefte voor de komende jaren Voor 2023 tot en met 2026 staan hoge uitgaven voor investeringen gepland. Het totaalbedrag over deze periode bedraagt circa € 80,8 miljoen. In de afgelopen jaren hebben we geen gebruik hoeven te maken van langlopende financiering
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
77
en onze leningenportefeuille sterk afgebouwd. Dit investeringsvolume en daarmee de financieringstekorten kunnen we echter niet volledig financieren met (voordelige) kortlopende
leningen of eigen middelen. In de periode 2023 tot en met 2026 verwachten we daarom nieuwe langlopende leningen te moeten afsluiten.
Overzicht Financieringsbehoefte
2023
2024
2025
2026
Vaste activa
192.325.786
210.619.286
210.108.086
205.875.586
Grondbedrijf
-5.866.550
-5.333.150
-5.333.150
-5.333.150
186.459.236
205.286.136
204.774.936
200.542.436
Geldleningen
28.337.114
24.583.333
21.283.333
17.983.333
Reserves
78.912.900
81.792.947
86.168.244
92.098.441
Voorzieningen
12.404.181
11.969.781
11.858.381
12.105.481
Totaal financieringsmiddelen
119.654.195
118.346.061
119.309.958
122.187.255
Financieringsoverschot (+)/-tekort (-)
-66.805.041
-86.940.075
-85.464.978
-78.355.181
Boekwaarde kapitaaluitgaven per 31 december
Totaal te financieren kapitaalgoederen Boekwaarde financieringsmiddelen per 31 december
Leningenportefeuille Bij een structureel liquiditeitstekort sluiten we een langlopende geldlening af. We hanteren de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de bestaande langlopende leningen (per 1 januari 2023 is deze gemiddeld 3,0%). In onderstaand overzicht is het verloop van de reeds opgenomen langlopende leningen en de, op grond van de financieringsbehoefte, verwachte nieuw af te sluiten langlopende leningen opgenomen. Zoals uit het bovenstaande financieringsoverzicht blijkt, zijn de begrote inkomsten en uitgaven, de investeringsbedragen en de inkomsten en uitgaven uit grondexploitaties niet voldoende om deze met eigen middelen of
kortlopende leningen (meerjarig) te kunnen financieren. Uitgaande van de begrote investeringsplanning betekent dit dat in 2023 een langlopende lening van € 41 miljoen benodigd is (2024: circa € 23 miljoen; 2025: circa € 1 miljoen; 2026 circa € 4 miljoen).
Overzicht langlopende leningen (1 januari)
Door de toename van de langlopende leningen daalt de solvabiliteitsratio, maar blijft meerjarig wel in categorie B – neutraal (zie paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing). Aanpassingen van de investeringsplanning of de grondexploitaties en de daaruit voortvloeiende wijzigingen in de financieringsbehoefte verwerken we in de tussenrapportages. 2022
2023
2024
2025
2026
Stand leningen
35.844.674
45.858.569
85.689.694
99.198.597
93.460.983
Nieuwe leningen
13.767.895
41.273.125
23.014.903
1.465.386
4.251.399
Reguliere aflossingen
-3.754.000
-3.754.000
-3.754.000
-3.300.000
-3.300.000
0
-688.000
-2.752.000
-3.903.000
-3.976.000
2,913%
2,511%
2,315%
2,255%
2,233%
Aflossing nieuwe leningen Gemiddeld rentepercentage
Uitzettingen Algemeen Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’). Deze rente is op dit moment nog vrijwel nihil. Bij overliquiditeit maken wij daarom geen gebruik van de mogelijkheid om dit op een deposito te zetten. Volgens het treasurystatuut kunnen, in het geval van tijdelijke liquiditeitstekorten en -overschotten,
78
de BAR-organisatie en de drie gemeenten elkaar onderling kasgeldleningen verstrekken tegen een marktconforme rente. Zolang de rente op kasgeldleningen gunstiger is, benutten we deze faciliteit niet.
Renteomslag Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruikt. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
wijze van rentetoerekening. Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende omslagrente. Conform onderstaande berekening komen we voor 2023 uit op een gemiddelde
renteomslag percentage van 0,89%. Voor 2023 hanteren we een omslagpercentage van afgerond 1,1% (afwijking betreft alleen afronding en is dus niet meer dan 0,5%).
Schema rentetoerekening Externe rentelasten financiering
+/+
Externe rentebaten financiering
-/-
Saldo rentelasten en rentebaten
1.609.800 8.600 1.601.200
Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties
-/-
29.900
Rente over het eigen vermogen
+/+
118.200
-/-
-1.716.500
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
1.689.500
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury
0
Toe te rekenen rente
1.689.500
Boekwaarde per 1-1-2023
190.684.009
Gemiddelde rente
Garantstelling In het verleden zijn regelmatig garantstellingen verleend voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan wij terughoudend om met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. Per 1 januari 2022 is het totaal van de directe garantstellingen € 48,7 miljoen. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is € 40,9 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt
0,89%
bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen.
Kas- en relatiebeheer Met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) vindt periodiek overleg plaats waarbij we nieuwe ontwikkelingen bespreken. Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden. Ook in 2023 maken we gebruik van de verschillende adviserende instanties om optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In ons treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven.
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
79
Paragraaf 5 Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering wordt vanaf 1 januari 2014 door de BAR-organisatie uitgevoerd. Voor een toelichting op de bedrijfsvoering verwijzen wij u naar de begroting 2023 van de BAR-organisatie. De bijdrage aan onze organisatie voor de Begroting 2023 Bijdrage GR BAR-organisatie
34.913.850
Arbeidsmarkt Ten aanzien van de realisatie van de collegeprogramma’s signaleert de BARorganisatie dat, vanwege de spanning op de arbeidsmarkt, de bestuurlijke ambities onder druk kunnen komen te staan. Op dit moment zien zij dat er veel vraag is naar mensen en een beperkt aanbod. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om de juiste mensen in te huren voor de realisatie van de programma’s. Dit ondanks dat het programmabudget toereikend is. Dit kan betekenen dat het bestuur van de BARProgramma/taakveld
bedrijfsvoering wordt getoond in onderstaande tabel. Deze bedragen wijken af van de bedragen genoemd in de begroting en tussenrapportage van de BAR-organisatie. Dit is het gevolg van nieuw mutaties die nog niet in de begroting van de BAR-organisatie zijn verwerkt. Begroting 2024 34.742.750
Begroting 2025
Begroting 2026
34.666.050
34.522.250
organisatie genoodzaakt wordt om scherp te prioriteren. Hierover zullen daar waar nodig, de gesprekken gevoerd worden om te komen tot keuzes.
Verdeling van de BAR-bijdrage over de taakvelden Van de gehele BAR-bijdrage wordt de bijdrage voor personeelskosten verdeeld over de taakvelden. De overhead wordt niet verdeeld.
Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 na wijziging
1 Bestuur en (overheids)participatie 0.1:Bestuur 0.2:Burgerzaken Totaal 1 Bestuur en (overheids)participatie
18.604.700
20.748.700
20.595.300
20.628.600
-682.400
-753.500
-742.700
-743.900
20.556.500 -741.400
17.922.300
19.995.200
19.852.600
19.884.700
19.815.100
2 Veiligheid 1.1:Crisisbeheersing en brandweer
-74.400
-82.700
-83.000
-83.100
-82.900
1.2:Openbare orde en veiligheid
-955.600
-1.089.100
-1.093.000
-1.094.700
-1.090.500
-1.030.000
-1.171.800
-1.176.000
-1.177.800
-1.173.400
Totaal 2 Veiligheid 3 Verkeer, vervoer en wegen 2.1:Verkeer en vervoer
-1.780.300
-1.985.700
-1.956.500
-1.960.100
-1.952.800
2.2:Parkeren
-82.300
-84.200
-84.100
-84.100
-84.000
2.3:Recreatieve havens
-36.600
-39.300
-39.500
-39.500
-39.400
2.4:Economische havens en waterwegen
-39.400
-41.600
-41.200
-41.300
-41.200
2.5:Openbaar vervoer
-5.100
-6.500
-6.500
-6.500
-6.500
-1.943.700
-2.157.300
-2.127.800
-2.131.500
-2.123.900
0.2:Burgerzaken
-208.600
-264.900
-258.400
-259.300
-257.400
0.3:Beheer overige gebouwen en gronden
-291.900
-311.900
-311.400
-311.800
-311.100
3.1:Economische ontwikkeling
-161.400
-180.600
-178.300
-178.600
-177.900
3.3:Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
-66.800
-76.700
-77.200
-77.300
-77.000
3.4:Economische promotie
-26.900
-29.600
-29.700
-29.800
-29.700
Totaal 4 Economische zaken
-755.600
-863.700
-855.000
-856.800
-853.100
4.1:Openbaar basisonderwijs
-15.000
-16.700
-16.800
-16.800
-16.700
4.3:Onderwijsbeleid en leerlingzaken
-55.000
-54.500
-52.500
-52.600
-52.500
Totaal 5 Onderwijs
-70.000
-71.200
-69.300
-69.400
-69.200
5.1:Sportbeleid en activering
-37.100
-37.900
-36.100
-36.200
-36.200
5.3:Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
-20.900
-21.800
-20.700
-20.700
-20.600
5.4:Musea
-15.000
-16.700
-16.800
-16.800
-16.700
Totaal 3 Verkeer, vervoer en wegen 4 Economische zaken
5 Onderwijs
6 Cultuur, sport en groen
80
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
Programma/taakveld
Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 na wijziging
5.5:Cultureel erfgoed
-75.700
-83.500
-83.100
-83.200
5.6:Media
-36.400
-38.600
-38.700
-38.700
-83.000 -38.600
5.7:Openbaar groen en (openlucht) recreatie
-1.877.100
-2.105.800
-2.079.200
-2.082.900
-2.075.000
Totaal 6 Cultuur, sport en groen
-2.062.200
-2.304.300
-2.274.600
-2.278.500
-2.270.100
2.5:Openbaar vervoer
-21.800
-25.400
-25.500
-25.600
-25.500
4.3:Onderwijsbeleid en leerlingzaken
-29.100
-28.800
-27.800
-27.800
-27.800
6.1:Samenkracht en burgerparticipatie
-59.800
-59.400
-54.800
-54.900
-54.800
7 Sociaal domein
6.2:Wijkteams
-1.846.100
-2.062.700
-2.060.500
-2.063.500
-2.056.600
6.3:Inkomensregelingen
-184.700
-176.300
-162.200
-162.600
-162.500
6.4:Begeleide participatie
-169.200
-185.800
-186.600
-186.800
-186.300
6.5:Arbeidsparticipatie
-2.183.400
-2.479.300
-2.469.400
-2.473.700
-2.464.100
6.6:Maatwerkvoorzieningen (WMO)
-762.300
-755.900
-746.700
-746.900
-746.800
6.71:Maatwerkdienstverlening 18+
-88.100
-85.200
-78.500
-78.700
-78.600
6.72:Maatwerkdienstverlening 18-
-215.600
-215.300
-211.800
-211.900
-211.800
6.81:Geëscaleerde zorg 18+
-24.200
-23.100
-21.800
-21.800
-21.800
6.82:Geëscaleerde zorg 18-
-43.500
-42.100
-40.700
-40.700
-40.700
7.1:Volksgezondheid
-37.000
-36.500
-35.000
-35.100
-35.000
-5.664.800
-6.175.800
-6.121.300
-6.130.000
-6.112.300
-118.700
-138.600
-139.200
-139.500
-138.900
-2.400
-2.300
-1.800
-1.800
-1.800
7.2:Riolering
-633.800
-729.800
-731.700
-733.000
-730.000
7.3:Afval
-378.700
-433.800
-435.700
-436.400
-434.700
7.4:Milieubeheer
-267.300
-294.800
-290.000
-290.500
-289.500
-1.400.900
-1.599.300
-1.598.400
-1.601.200
-1.594.900
0.3:Beheer overige gebouwen en gronden
-508.700
-597.900
-597.500
-598.700
-595.900
3.2:Fysieke bedrijfsinfrastructuur
-128.500
-145.700
-146.100
-146.300
-145.800
4.2:Onderwijshuisvesting
-235.000
-268.800
-270.500
-270.900
-269.900
5.2:Sportaccommodaties
-369.200
-414.600
-410.800
-411.500
-410.000
7.5:Begraafplaatsen en crematoria
-556.800
-630.000
-626.300
-627.400
-625.000
8.1:Ruimte en leefomgeving
-1.327.200
-1.485.600
-1.474.300
-1.476.700
-1.471.400
8.3:Wonen en bouwen
-1.220.300
-1.383.700
-1.380.100
-1.382.200
-1.376.900
Totaal 9 Ruimtelijke ontwikkeling, wonen en maatschappelijk
-4.345.700
-4.926.300
-4.905.600
-4.913.700
-4.894.900
0.5:Treasury
-60.000
-68.700
-69.100
-69.300
-69.000
0.61:OZB woningen
-274.300
-305.200
-303.900
-304.300
-303.300
0.62:OZB niet-woningen
-151.000
-167.700
-166.700
-167.000
-166.400
0.63:Parkeerbelasting
-15.000
-16.100
-16.100
-16.200
-16.100
0.64:Belastingen overig
-136.200
-154.700
-155.600
-155.800
-155.300
Totaal 7 Sociaal domein 8 Gezondheid en duurzaamheid 1.2:Openbare orde en veiligheid 7.1:Volksgezondheid
Totaal 8 Gezondheid en duurzaamheid 9 Ruimtelijke ontwikkeling, wonen en maatschappelijk
13 Buiten programma's
0.8:Overige baten en lasten
-12.900
-13.100
-13.200
-13.200
-13.200
Totaal 13 Buiten programma's
-649.400
-725.500
-724.600
-725.800
-723.300
0
0
0
0
0
Totaal
Uurtarief Uurtarieven personeel Aan de hand van gegevens uit de BAR-begroting 2023 en huisvestingskosten uit de gemeentebegroting 2022 worden een tweetal uurtarieven berekend. Het eerste tarief is een basis-uurtarief dat gebruikt wordt voor het in rekening brengen van kosten bij derden en
schadegevallen. Het tweede tarief is een uurtarief voor toerekening aan grondexploitatieplannen (grexen), investeringen en afrekeningen (subsidie)projecten op basis van tijdschrijven.
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
81
I. Basis-uurtarief 2023 A. Aantal fte - personeelsformatie BAR begroting 2023
836,3
B. Productieve uren per fte
1.450
C. Aantal productieve uren per jaar (A. x B.)
1.212.635
D. Netto lasten volgens BAR begroting 2023
€ 77.056.100
E. Basis uurtarief personeel excl huisvesting (D. / C.)
€ 63,54
F. Tarief huisvesting per uur - basis gemeentebegrotingen 2022
€ 0,67
G. Basis-uurtarief personeel (afgerond op hele euro's) E. + F.
€ 64,00
II. Uurtarief grexen, investeringen, (subsidie)projecten en tijdschrijven 2023 A. Productieve uren per jaar o.b.v. tijdschrijven (12 fte) B. Lasten volgens toe te rekenen taakvelden incl. toerekening overhead
13.100 € 1.167.146
C. Uurtarief (B. / A.)
€ 89,10
D. Tarief huisvesting per uur - basis gemeentebegrotingen 2022
€ 0,67
E. Uurtarief grexen, investeringen, (subsidie)projecten (afgerond op hele euro's) C. + D.
€ 90,00
Openbaarheid De Wet Open Overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Dit onderdeel is de invulling van deze verplichting in de begroting 2023. De Wet Open Overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Het kabinet heeft in de meicirculaire gemeentefonds 2021 zowel incidenteel als structureel budget opgenomen voor de implementatie van de Woo. Ook voor 2023 is budget beschikbaar. Woo-contactfunctionaris De Woo-contactfunctionaris is een nieuwe rol die per 1 mei 2022 per bestuursorgaan aangewezen
82
dient te zijn. In 2023 zullen rol en positie worden geëvalueerd en indien nodig herijkt op basis van de ervaringen die zijn opgedaan in de tweede helft van 2022. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). Op het gebied van passieve openbaarmaking (Wob- of Woo-verzoeken) kent de Woo de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob. De werkwijze en doorlooptijd van verzoeken tot (passieve) openbaarmaking van informatie onder de Wet open overheid worden in 2023 geëvalueerd. Uitgangspunten daarbij zijn transparantie en snelheid. Naar aanleiding van de evaluatie zal een begin worden gemaakt met verdere optimalisatie. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting zal niet voor alle elf categorieën tegelijk gelden. Over de ingangsdatum is nog geen zekerheid tijdens het schrijven van dit onderdeel Openbaarheid, maar naar verwachting zullen begin 2023 de eerste categorieën gepubliceerd moeten worden. In 2023 zullen wij zorgen dat wij voldoen aan de Woo door de op dat moment verplichte informatiecategorieën actief te publiceren. Ook zal in 2023 worden aangesloten op PLOOI (Platform Open Overheidsinformatie) zoals de Wet Open Overheid voorschrijft.
Verder zal het proces van actieve openbaarmaking worden vormgegeven, zodat we op efficiënte, veilige, en AVG-conforme wijze kunnen publiceren. Tot slot is het beleidsvoornemen om in 2023 kritisch te blijven kijken naar de motivering betreffende eventuele geheimhouding van documenten. Dit met als doel te blijven werken aan de intentie van de wet: openbaarheid en transparantie. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde wordt gebracht. Dit betekent dat er op basis van een op te stellen meerjarenplan maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. In 2023 zullen wij daarom doorgaan met het uitvoeren van de maatregelen, zoals die in het in 2022 opgestelde meerjarenplan beschreven staan. Deze maatregelen houden rekening met de principes van Common Ground en het uitgangspunt ‘archiveren by design’.
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
Paragraaf 6 Verbonden partijen Visie verbonden partijen Ten behoeve van de periode 2022-2026 wordt er een ‘Adviesnota Verbonden Partijen’ opgesteld met daarin aandacht voor doel, inhoud en strekking van de verschillende handelingsperspectieven. Hiernaast bevat deze adviesnota een voorstel ten aanzien van de organisatie, inrichting en rollen die het beleid ten aanzien van de verbonden partijen mogelijk maken. Deze adviesnota dient als ‘kwartiermaker’ voor de kadernota voor de periode 2022-2026 en bouwt voort op de vorige kadernota. De nieuwe kadernota sluit aan bij de Wet gemeenschappelijke regelingen die per 1 januari 2015 van kracht is en tot doel heeft de democratische legitimatie te versterken. Als de uitvoering van een publieke taak aan een verbonden partij is overgedragen, is het onvermijdelijk dat (volledige) directe
invloed/sturing door de gemeente niet langer aan de orde is. Dit omdat de verbonden partij een eigen bestuur heeft waarin meerdere gemeenten zijn vertegenwoordigd. Om de invloed van de gemeente op verbonden partijen te optimaliseren is in de nota een methodiek opgenomen die deze optimalisatie van invloed moet bewerkstelligen. De invloed van het gemeentebestuur op een verbonden partij is het grootst als deze zich richt op de voorkant van de processen van de verbonden partij. De methodiek die kan worden ingezet om de invloed passend te laten zijn bij de situatie bestaat uit: het proces van positiebepaling; een governance-scan, het bepalen van een passend aansturingsscenario en het daarbij passende instrumentarium.
Besteding per verbonden partij In het volgende overzicht zijn de verbonden partijen opgenomen met de gerealiseerde en geraamde bijdrage van de gemeente, c.q. het te ontvangen dividend.
Nr. Omschrijving
Begroting na wijziging 2022
Begroting 2023
Gemeenschappelijke regelingen 1 Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
-2.351.000
-2.696.000
2 DCMR Milieudienst Rijnmond
-979.600
-1.013.184
3 Natuur- en recreatieschap IJsselmonde incl. landschapstafel
-378.300
-355.300
4 Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond
-331.700
-362.700
-8.640.800
-8.075.060
5 Jeugdhulp Rijnmond 6 Nieuw Reijerwaard
0
0
-134.500
-134.500
-35.537.200
-34.913.850
10 Stedin Groep
180.000
247.800
11 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten
154.000
154.000
-3.394.000
-3.445.700
7 Metropoolregio Rotterdam Den Haag 8 BAR-organisatie Vennootschappen en corporaties
12 N.V. BAR-Afvalbeheer 13 Oasen N.V. 14 Sport Service Ridderkerk
0
0
-2.015.100
-1.914.400
-1.484.091
-1.666.252
Overige verbonden partijen 15 Centrum Jeugd & Gezin Rijnmond Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR)
Vestigingsplaats Rotterdam
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemende partijen
15 gemeenten uit het Rijnmond gebied nemen deel aan de VRR
Stemverhouding
3%
Openbaar belang (Brand)veiligheid, vervoer van zieken en ongeval slachtoffers, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing met inbegrip van de multidisciplinaire samenwerking en de Gemeenschappelijke meldkamer. De vorming van veiligheidsregio’s heeft als doelstelling de versterking van de bestuurlijke aansturing van de rampenbestrijding en crisisbeheersing op regionaal en nationaal niveau, alsmede de versterking van de geneeskundige hulpverlening en het regionale beheer van de brandweer. Bestuurlijk belang Burgemeester is lid van dagelijks bestuur en algemeen bestuur. Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur brengen de leden voor de gemeente die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit, met uitzondering van de leden die een gemeente vertegenwoordigen met een inwonertal boven 50.000. Zij brengen voor elk volgend 50.000-tal, of gedeelte daarvan, één stem meer uit tot een maximum van elf stemmen per gemeente. Actuele ontwikkelingen
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
83
Maatschappelijke, bestuurlijke en technologische ontwikkelingen hebben invloed op het werk van de VRR. Zo hebben ze te maken met een toenemende vergrijzing, klimaatverandering, de energietransitie en neemt de concentratie van mensen en bedrijven in dunbevolkte gebieden al jaren af, terwijl het in dichtbevolkte gebieden juist verder toeneemt. Daarbij is hun manier van communiceren, zakendoen en samenwerken compleet veranderd. De economische en maatschappelijke afhankelijkheid leidt tot complexere incidenten en grotere effecten, terwijl risico’s steeds minder worden geaccepteerd in de sterk geïndividualiseerde samenleving. Financiële positie – Verbonden partij
Financieel belang – Gemeente
01-01-2023
31-12-2023
Aandelenkapitaal
Eigen vermogen
1.402.000
1.633.000 Leningen/garantstellingen
Vreemd vermogen
69.239.000
69.726.000 Bijdrage gemeente 2023
Resultaat 2023
2.696.000
563.000
Risico’s Het weerstandsvermogen van de VRR is gezond wanneer er gestreefd wordt naar een goede verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit ter dekking van de risico’s, hierbij moet er minimaal sprake zijn van een factor 1. Ondanks dat voor de berekening van het weerstandvermogen van dit begrotingsjaar al rekening is gehouden met een positief geraamd resultaat is het weerstandsvermogen van de VRR nog altijd relatief laag. Daarnaast bestaat er onzekerheid over de gemaakte kosten mbt de huidige Oekraïne crisis. De aanname is dat het Rijk extra gemaakte kosten rondom de crisis zal vergoeden. Er bestaat echter nog geen duidelijkheid over hoe om te gaan met deze vrijwilligers, wat het de VRR zal kosten en welke vergoeding daartegenover zal staan. DCMR milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemende partijen
15 Rijnmondgemeenten en de provincie Zuid-Holland
Stemverhouding
1,8%
Openbaar belang Advisering en ondersteuning van gemeentelijke milieutaken. De DCMR heeft een algemene adviestaak met betrekking tot milieu, adviseert ten aanzien van vergunningverlening en handhaving in het kader van de wettelijke taken als gevolg van de Wet Milieubeheer en ondersteunt de gemeente bij de uitvoering van het Besluit Bodemkwaliteit. Bestuurlijk belang De wethouder Milieu is lid van het algemeen bestuur en oefent in die functie invloed uit op de besluitvorming. Actuele ontwikkelingen De invoering van de Omgevingswet (nu per 01-01-2023) vraagt de aandacht. Samen met alle participanten bereidt DCMR zich voor op de naderende wetswijziging, o.a. door inzicht te krijgen in de (milieu)kwaliteit van het gebied op basis van toegankelijke data. De ingezette ontwikkeling naar een datagedreven DCMR wordt in 2023 doorgezet. Het toezicht wordt weer gebiedsgericht georganiseerd, met behulp van steeds meer innovatie rond meldkamer en toezichtinstrumenten. Financiële positie – Verbonden partij
Financieel belang – Gemeente
01-01-2023 Eigen vermogen
31-12-2023
3.700.000
Aandelenkapitaal 2.900.000 Leningen/garantstellingen
Vreemd vermogen
14.000.000 Bijdrage gemeente 2023
Resultaat 2023
1.013.184
0
Risico’s Controle over en sturing op het financieel resultaat. De komst van de Omgevingswet zorgt voor wat onzekerheid in deze. Daarnaast het werven van nieuwe mensen in de huidige moeilijke markt en het behouden van de kennis. Natuur- en recreatieschap IJsselmonde (NRIJ)
Vestigingsplaats Schiedam
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemende partijen
Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk, Rotterdam, Zwijndrecht en provincie Zuid-Holland
Stemverhouding
14%
Openbaar belang Ontwikkelen en in stand houden van intergemeentelijke buitenstedelijke recreatie en bescherming van natuur en landschap. Beheer, ontwikkeling en onderhoud van recreatieve groengebieden op IJsselmonde en specifiek voor Ridderkerk (Donckse Velden, Oosterpark, Wevershoek, Waalbocht) Bestuurlijk belang De wethouder Beheer openbare ruimte en een raadslid zijn lid van het algemeen bestuur/dagelijks bestuur. Op deze wijze wordt invloed uitgeoefend op de besluitvorming. Actuele ontwikkelingen Bezuinigingen vormgegeven in verband met verwachte afname budget. Financiële positie – Verbonden partij
Financieel belang – Gemeente
01-01-2023
31-12-2023
Aandelenkapitaal
Eigen vermogen
4.026.287
3.999.785 Leningen/garantstellingen
Vreemd vermogen
2.500.359
2.757.910 Bijdrage gemeente 2023
Resultaat 2023
355.300
0
Risico’s Atructurele tekorten middellange termijn.
84
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond (GGD-RR)
Vestigingsplaats Rotterdam
Deelnemende partijen
15 gemeenten, regio Rijnmond
Stemverhouding
6,7%
Gemeenschappelijke regeling
Openbaar belang Gezamenlijke uitvoering wettelijke verplichtingen van gemeenten in het kader van de Wet Publieke Gezondheid. De doelstelling: een evenwichtig productenaanbod zoveel mogelijk gericht op lokale problematiek. In zijn algemeenheid het verbeteren van de volksgezondheid van de bevolking. Bestuurlijk belang De wethouder Volksgezondheid is lid van het algemeen bestuur en oefent op deze wijze invloed uit op de besluitvorming. Actuele ontwikkelingen De coronacrisis zal ook op langere termijn gevolgen hebben voor de GGD-organisatie. Nog los van landelijke maatregelen om de afdelingen infectieziekten van GGD-en verplicht te verstevigen denken we dat de huidige crisis heeft aangetoond dat het waakvlamniveau en de daarbij horende normen waarop de meeste GGD-en hun bezetting hebben gebaseerd, te kwetsbaar is om zo door te gaan. Daarom is de GGD-RR in 2022 gestart met het traject van GGD 3.0 waarin we tot een visie over de GGD van de toekomst zijn gekomen die we samen met bestuurders en ambtenaren hebben opgesteld en die is vastgesteld in het algemeen bestuur. In 2023 worden de financiële gevolgen van deze visie doorberekend en meegenomen in de meerjarenbegroting vanaf 2024. Financiële positie – Verbonden partij
Financieel belang – Gemeente
01-01-2023
31-12-2023
Aandelenkapitaal
Eigen vermogen
niet bekend
niet bekend Leningen/garantstellingen
Vreemd vermogen
niet bekend
niet bekend Bijdrage gemeente 2023
Resultaat 2023
niet bekend
362.700
Risico’s In tegenstelling tot andere gemeenschappelijke regelingen zijn op dit moment niet de deelnemende gemeenten risicodragend voor de GGD-RR, maar is dit de gemeente Rotterdam. De GGD-RR is onderdeel van de gemeentelijke organisatie van Rotterdam en legt verantwoording af aan het college van de gemeente Rotterdam. Hoewel op dit punt momenteel geen veranderingen verwacht worden blijven wij hier alert op. Jeugdhulp Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemende partijen
Gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, GoereeOverflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Stemverhouding
3%
Openbaar belang De GR heeft tot taak de gemeenschappelijke inkoop van jeugdhulp zodanig vorm te geven dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. De visie en doelen van de GR zijn daarmee een optelsom van de beleidsvoornemens van de deelnemende gemeenten. Doel: ·
Het beschikbaar houden van specialistische zorg en van 24/7 crisisopvang.
·
Het realiseren van schaalvoordelen.
·
Het delen van kennis en expertise.
Bestuurlijk belang De wethouder Jeugd is lid van het algemeen bestuur en oefent op die wijze invloed uit op de besluitvorming. Actuele ontwikkelingen Er is sprake van een hoog beroep op de ambulante specialistische jeugdhulp, waardoor sprake is van lange wachttijden voor met name specialistische GGZ. In 2021 is samen met VWS een plan van aanpak opgesteld om de wachtlijsten eind 2022 terug te brengen tot de treeknorm. Aanbesteding jeugdhulp loopt. Financiële positie – Verbonden partij
Financieel belang – Gemeente
01-01-2023
31-12-2023
Aandelenkapitaal
Eigen vermogen
niet bekend
niet bekend Leningen/garantstellingen
Vreemd vermogen
niet bekend
niet bekend Bijdrage gemeente 2023
Resultaat 2023
niet bekend
8.075.060
Risico’s Alle deelnemende gemeenten zijn volledig risicocragend. Het zorgverbruik wordt echter per gemeenten afgewikkeld. In 2021 zijn stappen gezet om de managementinformatie over het zorgverbruik en wachttijden te verbeteren waardoor gedurende het jaar steeds beter inzicht is in het zorgverbruik. Middels pwer bi zijn inmiddels diverse dashboards operationeel. Nieuw Reijerwaard (GRNR)
Vestigingsplaats Ridderkerk
Deelnemende partijen
Barendrecht, Ridderkerk en Rotterdam
Stemverhouding
33,3%
Gemeenschappelijke regeling
Openbaar belang De gemeenten Barendrecht, Ridderkerk en Rotterdam hebben gezamenlijk de ontwikkeling van Nieuw Reijerwaard op zich genomen. Hiertoe hebben zij per 1 januari 2012 de Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard (GRNR) opgericht.
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
85
Bestuurlijk belang Het algemeen bestuur bestaat uit tien leden, de voorzitter inbegrepen. De raden van Ridderkerk en Barendrecht wijzen, uit hun midden en uit wethouders, elk vier leden en twee plaatsvervangend leden aan. De raad van Rotterdam wijst twee leden en twee plaatsvervangende leden aan. Van deze vier leden respectievelijk twee plaatsvervangend leden dienen ten minste twee leden respectievelijk één plaatsvervangend lid deel uit te maken van het college van burgemeester en wethouders. De raad van Rotterdam wijst uit de voorzitter van de raad en uit de wethouders, twee leden en twee plaatsvervangende leden aan. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks. Actuele ontwikkelingen De vraag naar kavels is onverminderd groot. Dit vertaalt zich naar verkopen en (voor)reserveringen. De stijgende bouwkosten kunnen wel effect hebben op de uitgifte en het uitgifte tempo. Dit is een risico. Financiële positie – Verbonden partij
Financieel belang – Gemeente
01-01-2023
31-12-2023
Eigen vermogen Vreemd vermogen
Aandelenkapitaal
0
0 Leningen/garantstellingen
125.894.000
131.780.000 Bijdrage gemeente 2023
Resultaat 2023
0
0
Risico’s Afnemende interesse in kavels door economische ontwikkelingen. Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)
Vestigingsplaats Den Haag
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemende partijen
23 gemeenten in Rotterdam Rijnmond en Haaglanden
Stemverhouding
3,47%
Openbaar belang Verbetering van het economisch vestigingsklimaat en de bereikbaarheid van de regio. Bestuurlijk belang De burgemeester is lid van het algemeen bestuur. De wethouder Verkeer is lid van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit en het Presidium en de wethouder Regionale economie is lid van de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat. In die functies oefenen zij invloed uit op de besluitvorming. Actuele ontwikkelingen De afname van het aantal reizigers door corona herstelt zich niet wat kan leiden tot minder opbrengsten voor vervoersbedrijven. De MRDH financiert zowel in railvoertuigen en infrastructuur wat kan leiden tot een kredietrisico. Financiële positie – Verbonden partij
Financieel belang – Gemeente
01-01-2023
31-12-2023
Aandelenkapitaal
Eigen vermogen
33.097.490
32.597.490 Leningen/garantstellingen
Vreemd vermogen
1.313.805.129
1.353.381.469 Bijdrage gemeente 2023
Resultaat 2023
134.500
0
Risico’s De steun van het Rijk loopt af in 2022. Als het aantal reizigers niet herstelt, kan dit leiden tot bezuinigingen en minder openbaarvervoer in de regio. BAR-organisatie
Vestigingsplaats Ridderkerk
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemende partijen
Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk
Stemverhouding
33,3%
Openbaar belang Doel van de regeling is het bewerkstelligen van een kwalitatief hoogwaardige en een doelmatige uitvoering door het openbaar lichaam van de door de deelnemende gemeenten opgedragen taken. · In samenwerking ten behoeve van de drie gemeenten het werkgeverschap en de inkoopfunctie uit te voeren; · Het doel van de samenwerking is om door het samenvoegen van grote delen van de ambtelijke organisaties de burgers van de drie gemeenten kwalitatief hoogstaande dienstverlening te bieden; · Er wordt invulling gegeven op de zeven inhoudelijk verbindende thema’s van de drie gemeenten. Deze thema’s zijn: Duurzaamheid, Veiligheid, Economie, Maatschappij, Voorzieningen, Ruimte en Mobiliteit. Bestuurlijk belang Het algemeen bestuur van de BAR-organisatie bestaat uit de colleges van de drie gemeenten (Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk). Het Dagelijks bestuur bestaat uit zes leden (van het algemeen bestuur), twee van elke deelnemende gemeente, te weten één wethouder en de burgemeester, de voorzitter meegerekend. Op deze wijze oefent iedere deelnemende gemeente in gelijke mate invloed uit op de besluitvorming in de BAR-organisatie. Actuele ontwikkelingen Bestuurlijk is gekozen de organisatie opnieuw in te richten/(deels) te ontvlechten. Daarbij blijft corona boven de markt hangen, opvang van asielzoekers, statushouders en vluchtelingen. Financiële positie – Verbonden partij
Financieel belang – Gemeente
01-01-2023 Eigen vermogen
86
31-12-2023 0
Aandelenkapitaal 0 Leningen/garantstellingen
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
Vreemd vermogen
6.507.200
Resultaat 2023
6.120.000 Bijdrage gemeente 2023
34.913.850
0
Risico’s Uitvoering/implementatie van nieuwe wet- en regelgeving, informatie beveiliging, ver(der)gaande digitalisering van de werkprocessen en dienstverlening. Voldoende en gekwalificeerd personeel om de opdrachten en (wettelijke) taken en opgaven uit te voeren. Stedin Groep
Vestigingsplaats Rotterdam
Deelnemende partijen
44 gemeenten
Stemverhouding
1,13%
Naamloze vennootschap
Openbaar belang Stedin Groep (Netwerkbedrijf) draagt zorg voor de gas- en elektriciteitsnetten binnen haar voorzieningsgebied. Onze gemeente neemt deel in het aandelenkapitaal omdat dit maatschappelijk nut heeft. Daarnaast zorgt ze voor financiële opbrengsten (dividend). Door de splitsing van Eneco en Stedin per 31 januari 2017 is geen discussie ontstaan over een verkoop van Stedin. Uiteraard mag je als gemeente je aandelen te koop aanbieden, maar uitsluitend aan publieke partijen en niet aan private partijen. Bestuurlijk belang Vertegenwoordiging/stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders door de wethouder Financiën. Als aandeelhouder wordt op deze manier invloed uitgeoefend. Actuele ontwikkelingen Om de versnelling van de energietransitie mogelijk te maken, de economische groei te faciliteren en de kwaliteit van het huidige netwerk te borgen, zal naar verwachting van 2023 tot en met 2030 ruim € 8 miljard nodig zijn om te investeren in de netten. De komende jaren is € 1,8 miljard nodig. Daarover is Stedin in gesprek met huidige en mogelijke nieuwe aandeelhouders zoals het Rijk, provincies en niet-aandeelhoudende gemeenten. Financiële positie – Verbonden partij
Financieel belang – Gemeente
01-01-2023
31-12-2023
Aandelenkapitaal
Eigen vermogen
niet bekend
niet bekend Leningen/garantstellingen
Vreemd vermogen
niet bekend
niet bekend Dividend 2023
Resultaat 2023
niet bekend
3.394.450 247.800
Risico’s Stedin heeft een laag risicoprofiel als gevolg van een gereguleerde markt. Er is echter sprake van sterk gereguleerde nettarieven waarin de gemaakte kosten niet direct of gedurende een langere periode aan de klant mogen worden doorgerekend. Door toename investeringsvolume, geopolitieke onrust en flink stijgende energieprijzen, stijgen de kosten en staan financiering en dividenduitkering onder forse druk. N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Vestigingsplaats Den Haag
Deelnemende partijen
355 gemeenten
Stemverhouding
0,16%
Naamloze vennootschap
Openbaar belang BNG is de bank van en voor overheden en voor instellingen met een maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Ze verstrekt krediet tegen lage tarieven aan of onder garantie van Nederlandse overheden. De klanten zijn overwegend overheden en instellingen op het gebied van volkshuisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en openbaar nut. Onze gemeente neemt deel in het aandelenkapitaal van de BNG vanwege dit maatschappelijke belang en dus niet primair uit een oogpunt van geldbelegging. Bestuurlijk belang Vertegenwoordiging/stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders door de wethouder Financiën. Als aandeelhouder wordt op deze manier invloed uitgeoefend. Actuele ontwikkelingen BNG blijft zich richten op behalen van maatschappelijke impact voor de klanten. Doel (hoge ambitie) is om deze impact in 2023 met 10% te verhogen ten opziche van van de nulmeting in 2021. Financiële positie – Verbonden partij
Financieel belang – Gemeente
01-01-2023
31-12-2023
Eigen vermogen
4.486.000.000
Vreemd vermogen
149.483.000.000
Resultaat 2023
Aandelenkapitaal
225500
niet bekend Leningen/garantstellingen niet bekend Dividend 2023
154.000
0
Risico’s Er is sprake van onvoorspelbare bewegingen op de financiële markten. De BNG heeft voldoende buffers en een AAA-rating. Voor verliesmakende klanten treft de BNG jaarlijks een (forse) voorziening, maar op het totale krediet is het percentage oninbare leningen erg laag. De kredietportefeuille blijft kwalitatief sterk. N.V. BAR-Afvalbeheer
Vestigingsplaats Albrandswaard
Deelnemende partijen
Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk
Stemverhouding
33,3%
Naamloze vennootschap
Openbaar belang
Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
87
Inzameling van de huishoudelijke afvalstoffen op een duurzame manier tegen zo laag mogelijke tarieven. Bestuurlijk belang De NV BAR-Afvalbeheer is een zelfstandige uitvoeringsorganisatie die werkt binnen de kaders die de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk voor hun eigen gemeente stellen. Het lokale afvalbeleid is de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De colleges van burgemeester en wethouders van de 3 gemeenten zijn aandeelhouder en worden vertegenwoordigd in de algemene vergadering van aandeelhouders door de wethouder milieu. Als aandeelhouder wordt op deze manier invloed uitgeoefend. Actuele ontwikkelingen Verwerkingsprijzen en opbrengsten grondstoffen fluctueren. Financiële positie – Verbonden partij
Financieel belang – Gemeente
01-01-2023 Eigen vermogen
31-12-2023
Aandelenkapitaal
300.000
300.000 Leningen/garantstellingen
Vreemd vermogen
0
0 Bijdrage gemeente 2023
Resultaat 2023
0
3.445.700
Risico’s Beperkt. Eigendom van afval en dus risico op extra verwerkingskosten is bij de gemeente gebleven. De NV kent vooral bedrijfsvoeringaangelegenheden. Oasen N.V.
Vestigingsplaats Gouda
Naamloze vennootschap
Deelnemende partijen
De gemeenten in het voorzieningsgebied
Stemverhouding
6,28%
Openbaar belang Oasen draagt zorg voor de watervoorziening binnen het voorzieningsgebied. Oasen maakt drinkwater voor 750.000 mensen en 7.200 bedrijven, in 24 gemeenten waaronder Ridderkerk. Het gaat om totaal zo’n 45 miljard liter drinkwater. Hiervoor worden 7 zuiveringsstations, 9 pompstations en een watertoren gebruikt. Onze gemeente neemt deel in het aandelenkapitaal omdat het bedrijf nut heeft voor de inwoners van onze gemeente en dus niet uit een oogpunt van geldbelegging. Bestuurlijk belang Vertegenwoordiging/stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders door de wethouder Financiën. Als aandeelhouder wordt op deze manier invloed uitgeoefend. Actuele ontwikkelingen Voor drinkwater is sprake van een gebonden klantenmarkt (monopolie) met (streng) gereguleerde tarieven. Er wordt vol ingezet op verbetering en innovatie; robuust en duurzaam om meer circulair met water om te gaan. Financiële positie – Verbonden partij