CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026.pdf

Gemeenteraad RK 3 november 2022, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5B: Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-202641.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Toelichting Sportaccommodaties Zwembaden/Binnensportaccommodaties/Groene sportvelden en terreinen - subsidies Het verschil tussen 2022 en 2023 wordt verklaard door de taakstelling van vijf procent op het exploitatiebudget van Sport Service Ridderkerk. Sporthal Drievliet Mutaties betreffen de gewijzigde kapitaallasten

50

als gevolg van de investeringen. Sportzaal Populierenlaan Gemini Mutaties betreffen de gewijzigde kapitaallasten als gevolg van de investeringen. Groene sportvelden en terreinen Ridderkerk In 2022 is de doorgeschoven prestatie geraamd betreffende compensatie voor het oude clubhuis van de Rowdies. In 2022 zijn sloopkosten geraamd van de accommodatie van de Rowdies in het Oosterpark, in verband met de herhuisvesting. Overige mutaties betreffen de gewijzigde kapitaallasten als gevolg van de investeringen.

Toelichting Ruimte en leefomgeving Gebiedsvisie Centrum-Oost In 2022 zijn doorgeschoven prestatie geraamd inzake gebiedsvisie/transformatie Centrum-Oost. Uitkoop woningen onder hoogspanningsleidingen In 2022 zijn incidentele kosten geraamd voor het verwijderen van de hoogspanningsleiding van Hendrik-Ido-Ambacht naar Slikkerveer.

Toelichting Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) GRB: Erfpachtsgronden Mutaties in lasten vanaf 2023 betreffen de gewijzigde kapitaallasten als gevolg van de investeringen. Vanaf 2023 zijn erfpachtinkomsten geraamd voor Nieuw Reijerwaard betreffende Renes/Engie en

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

AFL Barendrecht. 

GREX Het Zand In 2022 is er geraamd voor verkoop en de bijbehorende afwaarding bij verkoop van grond volgens het Meerjaren Prognose Grondexploitaties 2021.

Toelichting Wonen en bouwen Wijkbeheer In 2022 zijn incidenteel kosten geraamd voor achterstallig snoeiwerk en extra inzet voor snoeiwerk door een aannemer.

Toelichting Reserves 

Het nadeel in 2023 ten opzichte van 2022 wordt voornamelijk veroorzaakt door:  In 2022 en 2023 is dekking uit de algemene reserve geraamd voor huur- en uitvoeringskosten van tijdelijke huisvesting van school De Noord.  In 2022 is dekking uit de algemene reserve geraamd voor de doorgeschoven prestatie gebiedsvisie Centrum-Oost.  In 2022 is dekking geraamd uit de reserve ondergronds brengen hoogspanningsleiding voor het verwijderen van de

hoogspanningsleiding van Hendrik Ido Ambacht naar Slikkerveer. In 2022 is incidentele dekking uit de reserve Aanpassing Integraal Accommodatie Plan (AIAP) geraamd voor sloop van opstallen en omgeving van de Rowdies. In 2022 is incidentele dekking uit de reserve Aanpassing Integraal Accommodatie Plan (AIAP) geraamd voor de doorgeschoven prestatie compensatie aan de Rowdies voor hun oude clubhuis. In 2023 is incidentele dekking uit de reserve Aanpassing Integraal Accommodatie Plan (AIAP) geraamd voor extra afschrijving en sloopkosten van de oude school De Noord. Door fluctuaties in het groot onderhoud van gebouwen fluctueert ook de dekking uit de reserve Groot Onderhoud Gebouwen hiertegenover. Vanaf 2022 is, conform het meerjarenperspectief 2021-2024 een storting geraamd in de reserve Nieuw Reijerwaard. Ter dekking van wegvallende baten uit grondexploitaties wordt onttrokken aan de reserve afbouw dekking grondexploitaties, conform het besluit bij vaststelling van de jaarrekening 2021.

Beleidsdocumenten Document

Bestaand beleid Raad

Actualisatie Integraal Accommodatieplan Ridderkerk 2019

X

Beeldkwaliteitsplan De Oude Boomgaert – onderdeel Welstandsnota Ridderkerk (2018)

X

Beeldkwaliteitsplan Nieuw Reijerwaard – onderdeel Welstandsnota Ridderkerk (2014)

X

Beeldkwaliteitsplan woningbouw Lagendijk 104106 – onderdeel Welstandsnota Ridderkerk (2011) Beleidsregel vergroting hoofdgebouw van karakteristieke bestaande woningen in linten (2002) Beleidsregel Vestigingsbeleid detailhandel Noordenweg (2011)

X

Bestuursovereenkomst Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam 2020

X

Te herzien beleid

Nieuw te ontwikkelen beleid

X

X

X

Gebiedsvisie Centrum Oost (Noordenweg en omgeving) Gebiedsvisie P.C. Hooftstraat en omgeving (2017) Gebiedsvisie Plein Oost en omgeving (2018) Gebiedsvisie Rivieroevers

College

Uit te werken beleid

X X

X

X

X X

Gebiedsvisie Sportpark Bolnes

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

X

51

Gebruiksreglement rouwcentrum Ridderkerk (2020) Handboek Openbare Ruimte Centrum Ridderkerk (2021) Handboek Openbare Ruimte Ridderkerk (2015)

X

Huisvesting Integrale Kindcentra bij nieuwbouw en uitbreiding schoolgebouwen’ Integraal Accommodatieplan Ridderkerk

X X

Nota grondbeleid 2016 - 2019

X

Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 (2017) Participatiebeleid voor ruimtelijke projecten

X

X X

X

X X

Prestatieafspraken 2020-2024 Wooncompas, gemeente Ridderkerk, bewonersraad Progressie (2020) Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Ridderkerk (2008)

X

X

X

Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018 - 2030 Regionale Woonvisie

X X

Sociaal Beheer (2019) Uitvoeringsbesluit grafbedekking (2020) Uitvoeringsbesluit graven, asbezorging en overige (2020) Uitvoeringsbesluit tijden van begraven en bezorging van as (2020) Verordening Algemene begraafplaatsen Ridderkerk 2020

X

Verordening Blijverslening Ridderkerk 2017

X

Verordening Starterslening Ridderkerk 2019

X

Verordening Verzilverlening gemeente Ridderkerk 2019

X

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Ridderkerk 2021

X

Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 (2020)

X

X X X X

Visie Grondposities

X

Welstandsnota Ridderkerk (2009)

X

Woonvisie Ridderkerk 2021 - 2026

X

X

Prestatie-indicatoren Nr. Omschrijving

Bron

71 Koopwoningen binnen de bewoonde woningvoorraad.

Waarstaatjegemeente.nl In %.

56,7%

72 Particuliere huurwoningen binnen de bewoonde woningvoorraad.

Waarstaatjegemeente.nl In %.

4,5%

73 Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens.

Waarstaatjegemeente.nl In euro 's.

785 (2022)

74 Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens.

Waarstaatjegemeente.nl In euro 's.

746 (2022)

75 Uitvoering Wet WOZ.

Waarderingskamer

Waardering.

Voldoende (2022)

76 Afgeronde bezwaarschriften WOZ voor eind oktober van het jaar.

Gemeente

In %.

85,0% (2022)

77 Bezwaarschriften WOZ onder het landelijke afwijkingspercentage.

Gemeente

In %.

2,6% (2022)

52

Toelichting/Eenheid

Waarde

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

Nr. Omschrijving

Bron

78 Gemiddelde WOZ-waarde.

Waarstaatjegemeente.nl In euro 's.

79 Nieuw gebouwde woningen.

Waarstaatjegemeente.nl Aantal per 1.000 woningen.

80 Woonlasten in vergelijking met omliggende gemeenten.

Coelo

81 Demografische druk.

Waarstaatjegemeente.nl In %.

Toelichting/Eenheid Aantal bezwaarschriften.

Vergelijking gemaakt met Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. (Zie paragraaf Lokale heffingen)

Waarde 375 (2022) 261.000 (2022) 9 (2021) Zie paragraaf Lokale heffingen 83,0% (2022)

De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar.

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

53

Niet in de programma's opgenomen baten en lasten Wat mag het kosten? Exploitatie

Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 na wijziging

Lasten 0.4:Overhead

-15.506.000

-15.173.000

-15.778.400

-15.753.500

0.5:Treasury

-128.800

-247.700

-302.700

-141.900

-9.700

0.61:OZB woningen

-325.700

-357.800

-356.500

-356.900

-355.900

0.62:OZB niet-woningen

-151.000

-167.700

-166.700

-167.000

-166.400

0.63:Parkeerbelasting

-15.000

-16.100

-16.100

-16.200

-16.100

0.64:Belastingen overig

-255.200

-250.200

-251.100

-251.300

-250.800

0.8:Overige baten en lasten

-102.600

-119.400

-124.000

-133.400

-135.100

0.9:Vennootschapsbelasting (VpB)

-66.000

-66.000

-66.000

-66.000

-66.000

-16.550.300

-16.397.900

-17.061.500

-16.886.200

-16.673.700

0.4:Overhead

517.200

696.600

618.900

535.300

534.600

0.5:Treasury

518.300

614.100

614.600

615.100

615.700

0.61:OZB woningen

6.105.500

6.162.100

6.407.300

6.408.900

6.545.400

0.62:OZB niet-woningen

6.210.900

6.531.900

6.905.400

7.138.000

7.370.700

0.63:Parkeerbelasting

407.200

407.200

407.200

407.200

407.200

0.64:Belastingen overig

81.400

81.400

81.400

81.400

81.400

78.005.000

85.526.050

86.216.900

89.033.600

81.415.500

Totaal Lasten

-15.673.700

Baten

0.7:Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8:Overige baten en lasten

4.200

3.800

3.800

3.800

3.800

Totaal Baten

91.849.700

100.023.150

101.255.500

104.223.300

96.974.300

Saldo - Lasten en baten

75.299.400

83.625.250

84.194.000

87.337.100

80.300.600

0.10:Mutaties reserves

3.103.300

2.324.600

2.126.700

1.928.800

1.751.300

Totaal Onttrekkingen

3.103.300

2.324.600

2.126.700

1.928.800

1.751.300

Saldo - Reserves

3.103.300

2.324.600

2.126.700

1.928.800

1.751.300

Begrotingssaldi Niet in de programma 's opgenomen baten en lasten

78.402.700

85.949.850

86.320.700

89.265.900

82.051.900

Onttrekkingen

Toelichting Overhead Overhead vanuit de BAR  Om de continuïteit van uitvoering van projecten in de openbare ruimte te borgen, wordt inhuurcapaciteit omgezet in vaste formatie. De bijdrage aan de BARorganisatie wordt hiervoor verhoogd ten laste van het budget voor uitbesteed werk.  Voor het inflatiepercentage in de primitieve begroting wordt uitgegaan van de prognoses in het jaarlijks verschijnende Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau (CPB).  In het CEP 2022 voorspelt het CPB een inflatie van 2,2% voor het jaar 2023. Het aandeel overhead hierin is in dit hoofdstuk 'Niet in de programma's opgenomen baten en lasten' geraamd. Het overige deel is geraamd in Programma 1 Bestuur en (overheids)participatie onder BAR-bijdrage.  De formatie moeten worden vergroot, omdat de afgelopen twee jaar is gebleken dat met de huidige personele capaciteit het

54

adequate beheer van de openbare verlichting-installatie niet kan worden uitgevoerd. De minimale versterking van de capaciteit van I&A en Dienstverlening, die nodig is om de basisactiviteiten op niveau te houden en te kunnen blijven voldoen aan wet- en regelgeving. Omdat het aantal grondexploitaties afneemt, neemt ook de dekking van overhead in uren hiervoor af. Dit heeft een nadeel voor de gemeentebegroting tot gevolg. Dit nadeel wordt deels afbouwend gedekt uit de daarvoor bij de jaarrekening 2021 gevormde reserve afbouw dekking Grondexploitaties.

Doorbelasting gemeentehuis In 2022 vindt een lagere doorbelasting gemeentehuis plaats dan in 2023.

Toelichting Treasury Deelnemingen nutsbedrijven Met de in juni 2021 aangekochte cumulatief

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

preferente aandelen in Stedin ontvangen wij vanaf 2023 een vast dividend van 3%. Financiering Het investeringsvolume en daarmee de financieringstekorten kunnen niet volledig gefinancierd worden met kortlopende leningen of eigen middelen. In de periode 2023 tot en met 2026 is de verwachting dat er nieuwe langlopende leningen moeten worden afgesloten, waarmee de rentekosten toenemen. Toerekenen rente Het resultaat op het taakveld Treasury ontstaat (mede) door de verplichte doorbelasting van rente aan de grondexploitaties.

Toelichting OZB woningen OZB Woningen Op basis van de actuele stand van de WOZ per juli 2022 rekening houdend met geschatte waardestijging van 11% voor de woningen is deze OZB-opbrengstraming 2023 berekend. Hierbij is de inflatiecorrectie van 2,2% op de tarieven toegepast, nadat deze zijn gecorrigeerd met deze geschatte waardestijgingen. De areaaluitbreiding woningen (saldo sloop en nieuwbouw) op basis van de actuele woningbouwprognose 2023 en verder, is in meerjarig perspectief meegenomen. Bijstelling van woningbouwprognose voor het begrotingsjaar 2023 heeft ertoe geleid dat de OZB-ramingen van de woningen in meerjarig perspectief bijgesteld zijn ten opzichte van de meerjarige raming uit 2022. Dit alles resulteert in een hogere opbrengst ten opzichte van 2022.

Toelichting OZB niet-woningen OZB Niet woningen Op basis van de actuele stand van de WOZ per juli 2022 rekening houdend met geschatte waardestijging van 1% voor de niet-woningen is deze OZB-opbrengstraming 2023 berekend. Hierbij is de inflatiecorrectie van 2,2% op de tarieven toegepast, nadat deze zijn gecorrigeerd met deze geschatte waardestijgingen. De verwachte areaaluitbreiding van de nietwoningen in Nieuw Reijerwaard en Cornelisland is op basis van de actuele stand in meerjarig perspectief meegenomen. De verwachte

areaaluitbreiding van de niet-woningen heeft vertraging opgelopen met als gevolg een aanpassing van de meerjarige opbrengstraming van de OZB niet-woningen ten opzichte van de raming in 2022. Deze vertraging heeft te maken met uitstel van de verkoop en de bouw van bedrijfspanden in Nieuw Reijerwaard en Cornelisland.

Toelichting Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Algemene uitkering Verwerkt is het voor Ridderkerk positief uitpakkende herverdeeleffect wegens doorvoering herijking gemeentefonds per 1 januari 2023. Het voordeel loopt op naar een bedrag van structureel € 1,8 miljoen dat met een ingroeipad van drie jaar in 2025 wordt bereikt. In 2023 ontvangen we incidenteel extra budget voor Jeugdzorg. De daarvoor voorlopig gereserveerde stelpost vervalt. Met name fors hogere accressen van het Rijk in de recente meicirculaire zorgen voor een positieve ontwikkeling tot en met 2025. Ook 2026 ontwikkelt zich nog wel positief, maar ten opzichte van 2025 is sprake van een forse structurele terugval (ravijnjaar 2026). Zie Raadsinformatiebrief meicirculaire gemeentefonds 2022 van 1 juli 2022.

Toelichting Reserves  

De onttrekking aan de reserve 'Overrente' heeft meerjarig een dalend verloop. In 2022 is incidentele dekking 2022 uit de reserve Groot Onderhoud Gebouwen geraamd voor groot onderhoud aan het gemeentehuis. De onttrekking aan de algemene reserve ter dekking van de afbouw van dividendinkomsten in acht jaar heeft meerjarig een dalend verloop. In 2023 vervalt ten opzichte van 2022 de incidentele onttrekking aan de algemene reserve ter dekking van kosten 2022 voor: BAR-bijdrage, doorgeschoven prestatie Implementatie omgevingswet, uitvoeringsplan informatieveiligheid en privacy (I&P), woonzorgopgave, project digitalisering bouwdossiers, optimalisatie fiscale beheersing 2021-2022.

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

55

Paragrafen

56

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

Paragraaf 1 Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke belastingen en gebonden heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk in het tijdvak 2023-2026.

Algemene uitgangspunten lokale heffingen In de Belastingnota 2020 zijn de uitgangspunten vastgelegd voor de heffing en inning van gemeentelijke belastingen, overige heffingen en het tarievenbeleid. Woonlasten en tarieven De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de uitgaven van burgers aan onroerendezaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. In deze paragraaf wordt ter vergelijking een overzicht gegeven van de woonlasten van omliggende gemeenten. Inflatiecorrectie Voor de OZB-tarieven geldt dat de lokale lasten niet meer dan trendmatig zullen stijgen (inflatiecorrectie). Overeenkomstig de uitgangspunten voor de begroting in de Kaderbrief 2023 is de zogenoemde inflatiecorrectie (gebaseerd op de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP)) voor 2023 ten opzichte van 2022 2,2%. De gebonden heffingen (Afvalstoffenheffing, Rioolheffing, Lijkbezorgingsrechten, Marktgelden Ongebonden heffingen

Rekening

Reclamebelasting

Gebonden heffingen

Uitvoering belastingtaken door SVHW De uitvoering van de heffing en inning van gemeentelijke belastingen en de Wet WOZ wordt met ingang van 2023 uitbesteed aan het Samenwerkingsverband Vastgoed Heffing en Waardebepaling (SVHW). Daar hoort ook de behandeling van verzoeken voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen bij. Tenslotte verzorgt SVHW tevens de waardebepaling in het kader van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ).

Overzicht geraamde belastingen en lokale heffingen Hierna treft u een totaaloverzicht aan van in de begroting geraamde opbrengsten van de ongebonden heffingen en de gebonden heffingen. Deze laatst genoemde heffingen zijn wettelijk gebonden aan de norm van maximaal 100% kostendekkendheid.

2022

Meerjarenraming

2023

2024

12.694.000 13.312.700

2025

2026

13.546.900

13.916.100

12.090.099

12.421.700

263.596

114.700

0

0

0

0

1.946

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

342.840

407.200

407.200

407.200

407.200

407.200

Baatbelasting Straatparkeren/parkeerboetes

De kosten van oninbare vorderingen en de kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid zijn doorberekend in de tarieven. De perceptiekosten die genoemd worden bij de onderbouwing van de tarieven voor de verschillende heffingen hebben betrekking op de lasten die heffing en invordering met zich meebrengen.

Begroting

2021 Onroerende zaakbelastingen

en Leges) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn, inclusief toe te rekenen compensabele btw, mutaties in voorzieningen en reserves en toe te rekenen kosten voor overhead.

Rekening

Begroting

Meerjarenraming

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Afvalstoffenheffing

6.107.746

6.775.200

7.442.000

7.720.800

7.751.500

7.758.700

Rioolheffing

4.199.702

4.408.800

4.997.100

5.259.100

5.471.600

5.752.100

Lijkbezorgingsrechten

885.655

772.400

795.400

819.300

819.300

819.300

Leges burgerzaken

592.281

527.300

510.100

510.100

510.100

510.100

1.156.561

932.500

1.191.600

864.400

864.400

864.400

31.960

38.800

33.500

33.500

33.500

33.500

Leges omgevings- en APV-vergunning Marktgelden

Algemene beleidsontwikkelingen Benchmark woonlasten Voor de benchmark maken we gebruik van het Coelo. De benchmark beoogt, door middel van

meer vergelijking de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen, zodat hiermee door de gemeenten ten aanzien van de keuzes omtrent de ontwikkeling van de lokale lasten rekening

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

57

gehouden kan worden. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De benchmark woonlasten provincie Zuid-Holland wordt hiervoor gebruikt. Kostenonderbouwing tarieven Het Besluit begroting en verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de paragraaf Lokale heffingen kostenonderbouwingen voor belastingtarieven zijn opgenomen. Dit geldt met name voor de gebonden heffingen. In deze paragraaf zijn de kostenonderbouwingen opgenomen. Deze geven inzicht in hoe de geraamde baten en de geraamde lasten met elkaar in verhouding staan. Opslag voor kosten overhead in de tarievenberekening Onderdeel van de begrotingsregels zijn richtlijnen voor de berekening van de overhead. De overhead wordt binnen de gemeentelijke begrotingen afzonderlijk zichtbaar gemaakt. In overeenstemming met de nieuwe regels met betrekking tot de berekening van de overhead en de toe te rekenen kosten conform de financiële verordening van Ridderkerk, wordt een opslag voor de kosten van overhead meegenomen in de tarievenberekening. Het jaarlijkse percentage aan toerekenbare overhead wordt berekend door de totale overheadkosten vanuit de BAR-begroting en (deels) gemeentebegroting te delen door de overblijvende directe kosten van de BARbegroting.

Het berekende overheadpercentage per gemeente wordt vervolgens als toeslag berekend over de directe personeelslasten die specifiek aan de heffing/het tarief zijn toe te schrijven.

Tarieven 2023 Onroerendezaakbelastingen (OZB) Omdat de uitkomsten van de hertaxatie voor de begroting 2023 nog niet bekend zijn, wordt in deze begroting gerekend met de (geactualiseerde) waarde-gegevens van 2022 en de geschatte waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. De verwachting is dat de gemiddelde WOZ-waarde van woningen en niet-

woningen stijgt met respectievelijk 11% en 1%. Hiervan uitgaande is de totale waarde van alle onroerende zaken (woningen en niet-woningen) berekend op € 8.281.819.000. Uitgaande van deze geschatte totale WOZ-waarden is de totale OZB-opbrengst in 2023 berekend op € 12.694.000. Op basis van de hiervoor vermelde cijfers zien de berekende tarieven er hierna als volgt uit: Tarieven Onroerendezaakbelastingen Onroerendezaakbelastingen (OZB)

2022

2023*

Eigenaren woningen

0,0985%

0,0907%

Eigenaren niet-woningen

0,4586%

0,4800%

(als percentage van de waarde)

* Voorlopig percentage o.b.v. actuele WOZ-waarde 2022 en verwachte waardeontwikkeling in 2023

Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te dekken die de gemeente maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Voor de afvalstoffenheffing hanteren wij kostendekkende tarieven in combinatie met een planmatige inzet van de daarvoor gevormde reserve. Kostendekkendheid In de Belastingnota 2020 is het uitgangspunt dat bij de berekening van de hoogte van de tarieven van de afvalstoffenheffing 100% kostendekkende tarieven wordt gehanteerd. De afvalstoffenheffing is nog niet kostendekkend. Bij het vaststellen van de Programmabegroting 2021 is een ingroeimodel opgenomen waarbij in drie jaar kostendekkendheid gehaald wordt door de tarieven geleidelijk te laten stijgen. Dit is mogelijk gemaakt door inzet van gelden uit de bestemmingsreserve Afvalstoffenheffing. Kostenonderbouwing tarieven Ter onderbouwing van de tarieven voor afvalstoffenheffing wordt hierna een kostenonderbouwing tarieven afvalstoffenheffing gegeven. Tarieven afvalstoffenheffing De berekende tarieven voor de afvalstoffenheffing zien er als volgt uit:

Omschrijving

2023

Kosten van de activiteit vanuit de NV BAR Afvalbeheer

-3.445.700

Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente

-3.210.400

Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen Netto kosten van de activiteit

767.400 -5.888.700

Perceptiekosten

-140.400

Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten

-203.200

Overhead, inclusief omslagrente BTW

58

-161.400 -1.280.300

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

Totale kosten

-7.674.000

Inzet bestemmingsreserve Afvalstoffenheffing

232.000

Opbrengst afvalstoffenheffing

7.442.000

Totale dekking afval

7.674.000

Dekkingspercentage

100%

Afvalstoffenheffing

2022

2023

2024

2025

2026

Eenpersoonshuishouden

285,48

291,12

292,92

289,56

Tweepersoonshuishouden

383,28

390,72

393,24

388,68

Meerpersoonshuishouden

394,68

402,48

405,00

400,32

Vast tarief eenpersoonshuishouden

223,56

Vast tarief meerpersoonshuishouden

310,56

Variabel tarief per zak 60 liter

0,75

Variabel tarief container 240 liter

3,00

Rioolheffing Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te verhalen die gepaard gaan met de gemeentelijke wateropgave. De gemeentelijke watertaken die uit de heffing bekostigd mogen worden, zijn de taken die betrekking hebben op:  De inzameling, de berging en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater en op de zuivering van huishoudelijk afvalwater door middel van kleinere individuele installaties voor de behandeling van afvalwater (IBA).

De inzameling en de verdere verwerking van afvloeiend hemelwater. Het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming.

Kostenonderbouwing tarieven De in de rioolheffing te dekken kosten zijn opgenomen in de kostenonderbouwing van tarieven rioolheffing.

Omschrijving

2023

Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie

-410.300

Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente

-3.807.000

Onttrekking aan voorziening beklemde middelen

558.600

Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen

63.000

Netto kosten van de activiteit

-3.595.700

Perceptiekosten

-91.300

Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten

-269.300

Overhead, inclusief omslagrente

-363.200

Compensabele BTW (exploitatie en investeringen)

-677.600

Totale kosten

-4.997.100

Opbrengst rioolheffing

4.997.100

Dekkingspercentage

100%

De tarieven voor 2023 zien er als volgt uit: Rioolheffing

2022

2023

2024

2025

2026

92,76

104,28

108,36

112,68

117,12

501 m3 - 1.000 m3 / per 100 m3

99,00

111,24

115,26

120,24

124,92

1.001 m3 - 3.000 m3 / per 100 m3

89,28

100,44

104,28

108,48

112,68

3.001 m3 - 6.000 m3 / per 100 m3

79,32

89,16

92,64

96,36

100,20

6.001 m3 - 10.000 m3 / per 100 m3

69,48

78,12

81,24

84,48

87,84

boven 10.000 m3 / per 100 m3

54,12

60,84

63,24

65,76

68,40

Eigenaar/gebruiker tot 500 m3 Groot waterverbruik:

Overige lokale heffingen Parkeerbelasting Parkeerbelasting wordt geheven in het kader van parkeerregulering. Betaling vindt plaats via een geldige parkeervergunning, parkeer-app of bij de

parkeerapparatuur, zoals de parkeermeter en parkeerautomaat. Als er niet of onvoldoende parkeergeld is betaald, wordt een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De hoogte van de naheffingsaanslag is wettelijk

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

59

vastgelegd. De hoogte van de tarieven van de parkeervergunning is vastgelegd in het parkeerbeleid van Ridderkerk.

kostendekkende tarieven wordt komende 4 jaren vanaf 2020 een kostenstijging van circa 3% per jaar boven de inflatiecorrectie voorzien. Een en ander conform de Belastingnota 2020. Jaarlijks zal de op te stellen kosten en batenanalyse bepalen of deze tariefstijging noodzakelijk is.

Lijkbezorgingsrechten Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen Vredehof en Rusthof worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. Om te komen tot

Kostenonderbouwing tarieven De in de lijkbezorgingsrechten te dekken kosten zijn als volgt bepaald:

Omschrijving

2023

Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie

-401.900

Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente

-1.096.200

Dekking onderhoudskosten uit voorziening onderhoud graven

538.900

Inzet kapitaallastenreserves

40.300

Netto kosten van de activiteit

-918.900

Overhead, inclusief omslagrente

-337.600

Bespaarde rente voorziening onderhoud graven

125.500

Totale kosten

-1.131.000

Opbrengst lijkbezorgingsrechten

795.400

Dekkingspercentage

70%

Marktgelden Voor het gebruik of genot van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen of voorwerpen, op het krachtens de ‘Marktverordening van de gemeente Ridderkerk’ aangewezen marktterrein, wordt onder de naam van “marktgeld” een recht geheven. De markt is

voorzien van elektra-aansluitingen. Voor het gebruik van deze voorziening zijn er afzonderlijke tarieven in de verordening opgenomen. De tarieven van de marktgelden zijn kostendekkend. De uit de marktgelden te dekken totale kosten bedragen:

Omschrijving

2023

Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie

-11.722

Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente

-12.198

Netto kosten van de activiteit

-23.920

Overhead, inclusief omslagrente

-10.500

BTW

-111

Totale kosten

-34.531

Opbrengst marktgelden

33.500

Dekkingspercentage

97%

Leges Onder de naam leges worden rechten geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges is wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van de leges maximaal kostendekkend mogen Onderwerp legesverordening

zijn. De Commissie BBV heeft in de ‘Notitie Lokale Heffingen 2021’ een nieuw model aangereikt voor het inzichtelijk maken van de kostendekkendheid van leges. Dit model op microniveau is nu overgenomen in deze paragraaf. De kosten en opbrengsten van leges zien er als volgt uit:

Kosten Overhead

BTW

Totaal kosten

Opbrengst

Kostendekkendheid

Algemene dienstverlening Burgerlijke stand

59.324

22.454

236

82.014

58.534

71%

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

209.679

88.957

934

299.570

220.568

74%

Rijbewijzen

176.650

88.134

925

265.709

158.870

60%

Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

48.490

33.435

351

82.277

10.455

13%

60

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

Onderwerp legesverordening

Kosten Overhead

BTW

Totaal kosten

Opbrengst

Kostendekkendheid

Overige publiekszaken

71.289

13.286

140

84.714

61.641

73%

Totaal leges Algemene dienstverlening

588.332

266.875

2.802

858.010

510.0168

63%

Totaal kosten

Opbrengst

Kostendekkendheid

Onderwerp legesverordening

Kosten

Overhead

BTW

Dienstverlening in het kader van de Omgevingswet Omgevingsvergunning

900.604

662.593

6.957

1.570.155

1.174.900

75%

Totaal leges Omgevingswet

900.604

662.593

6.957

1.570.155

1.174.900

75%

Totale kosten

Opbrengst

Kostendekkendheid

Onderwerp legesverordening

Kosten

Overhead

BTW

Algemene dienstverlening Bijzondere wetten

22.900

20.610

216

43.726

2.091

5%

Horeca

81.954

70.093

736

152.783

6.029

4%

Winkeltijdenwet

3.298

2.968

31

6.297

0

0%

Organiseren evenement of markt

218.193

191.855

2.014

412.063

712

0%

Standplaatsen

15.106

13.595

143

28.844

1.991

7%

Landelijke Register Kinderopvang

8.899

8.009

84

16.992

4.914

29%

Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

9.585

8.009

84

17.679

1.091

6%

Totaal leges Dienstverlening volgens Europese dienstenrichtlijn

337.035

294.529

3.093

634.657

14.737

2%

Dienstverlening waarop de Europese dienstenrichtlijn van toepassing is

Onderwerp legesverordening

Kosten

Kostendekkendheid totale tarieventabel

1.825.972

Kwijtscheldingsbeleid Indien de belastingplichtige niet, of slechts met veel moeite, de aanslag kan betalen, kan deze onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor geheel of gedeeltelijke kwijtschelding. De behandeling van kwijtscheldingsaanvragen loopt vanaf 2023 via het SVHW. Het Ridderkerkse kwijtscheldingsbeleid ten aanzien van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing blijft ongewijzigd, waarbij gedeeltelijke kwijtschelding van toepassing is. De kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid worden doorberekend in de tarieven van de verschillende heffingen. Kwijtschelding lokale heffingen Rekening 2021

1.223.998

BTW

Totale kosten

Opbrengst

Kostendekkendheid

12.852

3.062.822

1.701.796

56%

Woonlasten (lokale lastendruk) Ridderkerk Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. Hierna worden de woonlasten voor burgers (woningen) en het bedrijfsleven (niet woningen/ bedrijven) inzichtelijk gemaakt. Om de gemiddelde woonlasten in 2023 te berekenen, wordt uitgegaan van de berekende tarieven en de verwachte gemiddelde WOZwaarde in 2023.

Begroting 2022

2023

595

2.600

2.600

Rioolheffing

58.568

49.800

50.100

Afvalstoffenheffing

178.748 246.800 154.200

Onroerende zaakbelastingen

Overhead

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

61

Lastendruk burgers (woningen) Omschrijving

2021

2022

2023

Afwijking

+ = stijging en - = daling van lasten

Absoluut

In %

Eenpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik

89,16

92,76

104,28

11,52

12,4%

Afval*

234,36

301,56

285,48

-16,08

-5,3%

Totaal

323,52

394,32

389,76

-4,56

-1,2%

Tweepersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik

89,16

92,76

104,28

11,52

12,4%

Afval*

325,44

388,56

383,28

-5,28

-1,4%

Totaal

414,60

481,32

487,56

6,24

1,3%

Meerpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik

89,16

92,76

104,28

11,52

12,4%

Afval*

325,44

388,56

394,68

6,12

1,6%

Totaal

414,60

481,32

498,96

17,64

3,7%

Eenpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 261.000 Rioolgebruik

89,16

92,76

104,28

11,52

12,4%

Afval*

234,36

301,56

285,48

-16,08

-5,3%

OZB-eigendom **

232,60

231,48

236,73

5,25

2,3%

Riooleigendom

89,16

92,76

104,28

11,52

12,4%

Totaal

645,28

718,56

730,77

12,21

1,7%

Tweepersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 261.000 Rioolgebruik

89,16

92,76

104,28

11,52

12,4%

Afval*

325,44

388,56

383,28

-5,28

-1,4%

OZB-eigendom **

232,60

231,48

236,73

5,25

2,3%

Riooleigendom

89,16

92,76

104,28

11,52

12,4%

Totaal

736,36

805,56

828,57

23,01

2,9%

Meerpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 261.000 Rioolgebruik

89,16

92,76

104,28

11,52

12,4%

Afval*

325,44

388,56

394,68

6,12

1,6%

OZB-eigendom **

232,60

231,48

236,73

5,25

2,3%

Riooleigendom

89,16

92,76

104,28

11,52

12,4%

Totaal

736,36

805,56

839,97

34,41

4,3%

* Het bedrag bij het jaar 2022 is inclusief gemiddeld variabel tarief. ** Op basis van het concepttarief voor 2023, dus exclusief aanpassing van het tarief na uitkomst hertaxatie 2023.

Lastendruk bedrijven (niet-woningen) Omschrijving

2021

2022

2023

Afwijking

+ = stijging en - = daling van lasten

Absoluut

In %

E: Niet-woning/bedrijf in eigendom met een WOZ-waarde van € 237.300 89,16

92,76

104,28

11,52

OZB-eigendom *

1.077,71

1.065,49

1.139,04

73,55

6,9%

Riooleigendom

89,16

92,76

104,28

11,52

12,4%

1.256,03

1.251,01

1.347,60

96,59

7,7%

Rioolgebruik

Totaal

12,4%

* Op basis van het concepttarief voor 2023, dus exclusief aanpassing van het tarief na uitkomst hertaxatie 2023.

Ridderkerk ten opzichte van buurgemeenten De woonlasten van de omliggende gemeenten voor het belastingjaar 2023 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten van 2022. Hierbij is gebruik gemaakt van de gegevens

62

uitgegeven door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een eenpersoonshuishouden en een gezin (meerpersoonshuishouden) met een koopwoning. Daarnaast is een overzicht gegeven van de geldende tarieven (2022) van gemeentelijke belastingen van deze gemeenten.

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

Tarieven per gemeente – eenpersoonshuishoudens Gemeente

Afvalstoffenheffing Rioolheffing

OZBtarief

Gem. woningwaarde

Woonlasten eigenaar*

Woonlasten huurder*

Ridderkerk

233

186

0,0985%

332.000

746

325

Zwijndrecht

341

306

0,0957%

315.000

949

647

Hendrik-Ido Ambacht

265

160

0,0974%

375.000

791

426

Barendrecht

186

64

0,1016%

420.000

676

250

Albrandswaard

283

203

0,1172%

423.000

982

486

OZBtarief

Gem. woningwaarde

Woonlasten eigenaar *

Woonlasten huurder *

* Coelo-Atlas 2022

Tarieven per gemeente – meerpersoonshuishoudens Gemeente

Afvalstoffenheffing Rioolheffing

Ridderkerk

328

186

0,0985%

332.000

842

421

Zwijndrecht

373

306

0,0957%

315.000

980

679

Hendrik-Ido Ambacht

374

191

0,0974%

375.000

930

564

Barendrecht

337

188

0,1016%

420.000

951

524

Albrandswaard

383

270

0,1172%

423.000

1.150

654

* Coelo-Atlas 2022

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

63

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De Gemeente Ridderkerk voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.

Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals

uitgevoerd tot en met 28 juni 2022. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen worden benoemd en we nemen een geconsolideerd Corona risico op direct gerelateerd aan de mogelijke scenario’s op korte termijn (1 jaar). Dit geldt eveneens voor de impact en de groeiende onzekerheid die de oorlog in Oekraïne op diverse vlakken met zich meebrengt. De gevolgen hiervan laten zich echter zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 89% van alle geïdentificeerde risico’s.

Nr. Risico

Maatregelen/Opmerkingen

1 Risicocluster tekorten uitvoering gedecentraliseerde taken sociaal domein

GRBAR organisatie, monitoring/ benchmarking, business intelligence, competentie-ontwikkeling, SPP

Klasse Financieel gevolg

Invloed

4

1.500.000 19,84%

2 Risico dat de BAR-organisatie haar taken niet BAR-organisatie, procesmanagement, monitoring, kan uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde business intelligence, competentieontwikkeling budget

4

1.200.000 14,51%

3 Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving GRBAR organisatie, Proces meldpunt datalekken, beveiliging data/ informatie/ gegevens/ privacy beheer register gegevensverzamelingen, Compliance

4

1.000.000 14,49%

4 Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die Beperkte invloed, GRBAR organisatie, ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet transformatie keten, monitoring/ benchmarking, business intelligence

4

1.000.000 11,03%

5 Cluster Corona risicodekking Ridderkerk

Uitkomst van corona risicosimulatie

5

566.000

8,05%

6 Risico's niet te dekken binnen grondexploitaties

Uitkomst risico-inventarisatie

4

247.000

5,59%

7 Overschrijding van budget(ten) WMO

Beperkte invloed, GRBAR organisatie, monitoring, business intelligence

5

400.000

5,25%

8 Risico tekorten in open eind-regelingen Schulddienstverlening, Schuldhulp- verlening, bijzondere bijstand

Schulddienstverlening: preventie, competentieontwikkeling, business intelligence

4

400.000

5,19%

9 Financiële- en imagorisico's op door de gemeente gesubsidieerde instellingen

Frequent toepassen audits, analyse P&C voortgangsrapportages van instellingen.

3

400.000

3,14%

10 Arbeidsongeschiktheid van collegelid/ -leden

Geaccepteerd risico i.p.v. verzekeren

1

1.287.000

1,62%

Totaal van alle risico 's: € 11.307.000

Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De

64

onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd en hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

Kwantiteit Referentiebeelden

Kansklasse Toelichting kansklasse

10%

0 of 1 keer per 10 jaar

1

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.

30%

1 keer per 5 – 10 jaar

2

Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.

50%

1 keer per 2 – 5 jaar

3

Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.

70%

1 keer per 1 – 2 jaar

4

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.

90%

1 keer per jaar of meer

5

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast, omdat het reserveren van het maximale bedrag € 11.307.000 ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.

Ratio = Beschikbare = 31.837.620 = 6,3 weerstands- weerstandscapaciteit vermogen Benodigde weerstandscapaciteit

5.070.339

De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Ridderkerk bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

Normtabel De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Ridderkerk valt met 6,3 binnen klasse A, wat staat voor een uitstekend weerstandsvermogen.

Weerstandsvermogen

Beschikbare weerstandscapaciteit

Geprognotiseerd saldo

Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

31.812.620

A

> 2,0

Uitstekend

25.000

B

1,4 – 2,0

Ruim voldoende

31.837.620

C

1,0 – 1,4

Voldoende

D

0,8 – 1,0

Matig

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

E

0,6 – 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ontwikkeling risicoprofiel

Algemene reserve Onvoorzien Totaal weerstandscapaciteit

Uit onderstaande tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 5.070.339 (benodigde weerstandscapaciteit). Percentage

Bedrag 10%

€ 2.857.837

25%

€ 3.388.328

50%

€ 3.978.279

75%

€ 4.563.958

90%

€ 5.070.339

95%

€ 5.367.294

De normtabel biedt een waardering van het berekende ratio.

Trends en ontwikkelingen risicoprofiel Ridderkerk In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. Het sociaal domein laat nog steeds een trend zien van sterk stijgende kosten als het gaat om de het Wmo en de Jeugdwet. De kosten voor de uitvoering van de participatiewet stabiliseren. Het rijk past niet structureel bij. Als de stijgende kosten gedekt moeten worden uit het bedrag waarmee het gemeentefonds jaarlijks wordt aangepast leidt dat in de toekomst tot bezuinigingen. Risico decentralisaties: De gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond werkt met ingang van 2023 niet meer met het vlaktaks-model waardoor iedere deelnemende gemeente alleen

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

65

nog uitgaven zal gaan hebben voor hun jeugdigen. Vanaf begroting 2023 wordt als kosten verdeelmethode voor de zorglasten gekozen voor een lastenraming die eenvoudiger en transparanter is en bijdraagt aan een realistischer raming. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gewenste verschuiving van gezamenlijke regionale anticipatie op onbekende risico’s (Decentralisaties, 2014) naar individuele gemeentelijke verantwoordelijkheid voor en sturing op de jeugdhulpinzet (Regiovisie, 2023). Vanuit de ervaringen die komende periode worden opgedaan kan de risicobeheersing sterk worden verbeterd en het opgenomen risico veel scherper worden ingeschat. Corona maakt inmiddels deel uit van ons bestaan. Ten tijde van het opstellen van dit profiel zijn de maatregelen nagenoeg volledig afgeschaald geweest maar worden in de zorg voorzichtig weer maatregelen geactiveerd. Het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames neemt weer toe en wordt er rekening gehouden met overbelasting door schaarste van personeel in de zomer. Nieuwe pieken worden voorspeld in de herfst doorlopend tot aan het voorjaar van 2023. De scenario’s die hierbij worden geschetst zijn wel milder van toon qua geschetste gevolgen en maatregelen. We zien dat de hieraan gekoppelde financiële risico’s met betrekking tot corona nog steeds stevig zijn, maar substantieel lijken af te nemen ten opzichte van voorgaande jaren.

De oorlog in Oekraïne: De aanhoudende oorlog heeft in toenemende mate gevolgen voor de gemeente. Het realiseren van opvang en huisvesting voor de korte en langere termijn organiseren kunnen voor een grotere toename van benodigde weerstandscapaciteit gaan zorgen. Er gaat ambtelijke capaciteit naar de opvang en begeleiding van vluchtelingen en de administratieve organisatie hieromtrent. Aan de opvangtaak van de gemeente zijn vergoedingen gekoppeld. Vooralsnog geldt de insteek dat de gemeente geen financiële schade op mag lopen door de taken die hierin zijn ontstaan. We houden er rekening mee dat de kans op financiële schade als gevolg van de oorlog wel degelijk aanwezig is en toe zal nemen met het aanhouden er van. Sterk stijgende energieprijzen, hoge inflatie: Onder andere door de oorlog en de sancties die het Westen oplegt aan Rusland blijven de prijzen van allerlei producten stijgen. Niet alleen van gas, olie en benzine, maar ook van voedingsmiddelen, ruwe grondstoffen en bouwmaterialen blijven de prijzen stijgen. Dit zorgt ervoor dat de inflatie flink is gestegen en

66

rond de 10 procent ligt. De koopkracht neemt zo snel af dat het voor veel huishoudens problemen op kan gaan leveren. Bouw- en onderhoud kosten lopen eveneens hard op. Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand: Een groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement. De groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen neemt toe en beperkt zich niet tot de lage inkomens. Oplopende kosten bedrijfsvoering (BARorganisatie): Zoals eerder aangegeven versterken diverse ontwikkelingen elkaar momenteel. De capaciteit die nu op de aan crisis gerelateerde activiteiten wordt ingezet levert elders gebrek aan capaciteit op. Er is sprake van hoger ziekteverzuim onder gemeenteambtenaren, extra uitgaven op inhuur, hogere werkdruk. Er is hierbij sprake van een krappe arbeidsmarkt ook wel werknemersmarkt. Het werven van goed personeel wordt steeds lastiger en duurder. Vrijwillig ontslag kan een vlucht nemen en een toenemend risico gaan vormen omdat de vraag in de arbeidsmarkt groot is en de lokale overheid een lastige concurrentiepositie heeft.

ICT/ Informatiebeveiliging: De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op. De gemiddelde kosten per inwoner ontwikkelt zich komende periode van € 95 richting € 100. Dit heeft alles te maken met de toenemende eisen die noodzakelijkerwijs worden opgelegd en synchroon hieraan onder meer de ontwikkeling van kennis en kunde bij kwaadwillenden. Het verschil tussen de investering die werkelijk wordt gedaan en wat er gemiddeld nodig is vormt een belangrijke indicatie voor de risico-inschatting. De gemeente krijgt steeds meer last van bovengenoemde ontwikkelingen als het gaat om bijvoorbeeld het assetmanagement (beheer en onderhoud van gemeentelijke eigendommen zoals gebouwen, gemalen etc.). Bouw- en onderhoudsbedrijven hebben veel werk terwijl personeel schaars is en grondstoffen en bouwmateriaal veel duurder worden. Arbeidsongeschikt van Collegeleden is een geaccepteerd risico. Hiervoor wordt gekozen in plaats van kostbare verzekering.

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds). Er is sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden. Onder andere de schommelingen in de bijdragen van het gemeentefonds en onzekerheid over de toekomst van de verdeling van het gemeentefonds vormt een risico. Dit risico valt momenteel buiten de top 10. Verbonden partijen. Risico’s van bijna alle risicodragende verbonden partijen worden in de loop van 2022 en 2023, in één cluster samengevoegd gerelateerd aan paragraaf verbonden partijen. Voor de verbonden partijen wordt één risicoprofiel opgesteld waarop een risicosimulatie wordt uitgevoerd. Op dit moment komt dit clusterrisico niet terug in de top 10. Uitzondering hierop vormt nu nog de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond welke nu nog onderdeel is van het cluster risico decentralisaties en de uitvoering van de Jeugdwet, welke prominent aanwezig zijn Kengetal

in de top 10. Het risico van de gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard levert momenteel een positief risico op en is niet langer negatief van invloed op de benodigde weerstandscapaciteit.

Kengetallen De financiële positie van de gemeente wordt onder andere in beeld gebracht met kengetallen. De gehanteerde kengetallen worden onder meer berekend op basis van de geprognotiseerde balans. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. De normeringen bij deze kengetallen geven een indicatie van de houdbaarheid van de financiën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid.

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote

<90%

90-130%

>130%

Netto schuldquote gecorrigeerd

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

Structurele exploitatieruimte

>0%

0%

<0%

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

Jaarrekening 2021

Primitieve begroting 2022

Begroting 2023

Netto schuldquote

0,3%

71,0%

63,2%

Netto schuldquote gecorrigeerd

-0,9%

69,8%

62,0%

Solvabiliteitsratio

58,6%

38,7%

41,1%

Grondexploitatie

-3,0%

-4,6%

-4,2%

Structurele exploitatieruimte

1,6%

2,5%

3,8%

Belastingcapaciteit

96,8%

97,1%

94,2%

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de opbrengsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote blijft ruim binnen categorie A. De

stijging van de schuldquote wordt veroorzaakt door het aantrekken van leningen om het financieringstekort op te vangen als gevolg van de ambities en investeringen die de komende jaren zijn gepland.

Kengetallen

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

67

150% 100% 50%

71% 51%

45%

49%

49%

26%

20%

1%

63%

75%

70%

71%

0%

0% 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Minst risicovol Neutraal Meest risicovol De solvabiliteitsratio geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Na een aantal jaren met een solvabiliteit van boven de 50% zien we een

daling. Dit is te verklaren door het aantrekken van aanvullend vreemd vermogen, waardoor de solvabiliteit weer enigszins terugloopt. De ratio komt hierdoor in categorie B.

60% 40%

57% 42%

39%

40%

40%

39%

59%

43%

39%

41%

39%

41%

42%

20% 0%

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Meest risicovol Neutraal Minst risicovol

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de

verkoop. De (licht) negatieve uitkomst in de jaren 2023 tot en met 2026 is de vertaling van gunstige, winstgevende, boekwaardes. Het kengetal grondexploitatie valt daardoor in categorie A.

70% 50%

30% 10% -10%

24%

25%

31%

32% 12%

1%

5% -3%

-4%

-4%

-4%

-4%

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Minst risicovol Neutraal Meest risicovol

De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De marge tussen categorie A en C is klein. De meerjarige ontwikkeling laat nog altijd een

68

0%

schommeling net boven de 0 zien, waarbij de waarde een verbetering laat zien ten opzichte van de begroting 2022. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

6%

1%

4%

0%

0%

1% 0%

-4%

2% -2%

2%

4%

5% 3%

-3%

0%

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Minst risicovol Neutraal Meest risicovol

De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 2022. De belastingdruk ligt nog onder het landelijke gemiddelde, maar schuift wel dichter naar de 100% (het landelijk gemiddelde).

Ook meerjarig wordt de ontwikkeling van de lastendruk vergeleken met het gemiddelde in 2022. Gegevens van 2023 zijn nog niet bekend en dus geeft de vergelijking een scheef beeld. Het landelijk gemiddelde zal namelijk niet gelijk zijn aan die van 2022.

100% 94%

50% 0%

90%

82%

91%

92%

94%

96%

97%

86%

94%

96%

98%

99%

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Minst risicovol Neutraal Meest risicovol

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

69

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze openbare ruimte bestaat uit kapitaalgoederen. Dit zijn wegen, openbare verlichting, riolering, civiele kunstwerken, water, groen en gebouwen. Kapitaalgoederen hebben onderhoud nodig, zodat wij een veilig gebruik kunnen waarborgen. Zowel meerjarig groot onderhoud als klein onderhoud. De kosten daarvan en de planning worden vastgelegd in beheerplannen.

Onze uitgangspunten daarbij zijn: het actuele beleidskader, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, de nota Reserves en Voorzieningen 2021-2024 en de Financiële Verordening 2017 (inclusief afschrijvingstabel). In het kader van het financieel toezicht hecht ook de provincie grote waarde aan actuele beheerplannen. De beheerplannen laten zien of de budgetten de komende jaren voldoende zijn om aan de vastgestelde beleidskaders te voldoen. In onderstaande tabel zijn de beschikbare beheerplannen weergegeven.

Beheerplannen

Vastgesteld

Inleiding

Looptijd t/m

Herziening in

Reserve

Openbare verlichting

2020

2024

2024 Nee

Civiele Kunstwerken

2020

2024

2024 Nee

Groen- en recreatiegebieden

2020

2024

2024 Nee

Speelterreinen

2020

2024

2024 Nee

Wegen

2020

2024

2024 Ja

Programma Stedelijk Water (voorheen GRP)

2017

2022

2022 Ja

Waterhuishouding

2020

2024

2024 Nee

Haven

2018

2023

2023 Ja

Meerjarenonderhoudsplannen gebouwen

2018

2021

2022 Ja

Meerjarenonderhoudsplannen sportaccommodaties

2018

2021

2023 Ja

Openbare verlichting Kerncijfers  8.175 armaturen  8.259 lampen  7.983 lichtmasten Beheer Naast de gemeente zijn ook andere beheerders verantwoordelijk voor de openbare ruimte met openbare verlichting. Zoals bijvoorbeeld de wegen met verlichting in eigendom van het Waterschap Hollandse Delta. De lichtmasten worden gemiddeld elke vier jaar visueel geïnspecteerd tijdens de lampvervanging. Stabiliteits-/sterktemetingen van lichtmasten vinden plaats wanneer lichtmasten 40 jaar oud zijn. Onveilige situaties, vaak gemeld door burgers en bedrijven, worden veelal direct opgelost. Armaturen hebben een gemiddelde levensverwachting van 25 jaar. Vooruitblik De online dienstverlening wordt verbeterd met behulp van nieuwe software. Daarnaast vindt een aanbesteding van een nieuwe raamovereenkomst plaats. In de nieuwe raamovereenkomst wordt rekening gehouden met technische- en wettelijke ontwikkelingen. Op 24 februari 2023 stopt de productie van de conventionele PL-lamp (spaarlamp). Op 1 september 2021 werden namelijk twee EU-

70

verordeningen aangescherpt: de SLR 'Single Lighting Regulation' of Ecodesign regeling en de ‘Restriction of Hazardous Substances’ (RoHS) richtlijn. De SLR beoogt de energie-efficiëntie van verlichting aan te scherpen en zo een duurzamer klimaat af te dwingen. De RoHS bevat voorschriften die het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektr(on)ische apparatuur beperken. PL-lampen hangen met name op plekken waar het licht langdurig moet branden, zoals langs de weg in woonwijken, winkelcentra en op fiets- en voetpaden. De uitfasering van deze lampen betekent dat deze na het verstrijken van de geldigheidsdatum niet meer in Europa op de markt worden gebracht. Veel van deze oudere lampen zijn al uit het straatbeeld van Ridderkerk verdwenen door de transitie naar ledverlichting. Op plaatsen waar deze oudere lampen met bijbehorende armaturen nog aanwezig zijn, is het mogelijk om zogenaamde retrofit ledlampen te gebruiken. Dan hoeft het armatuur nog niet te worden vervangen. Dit wordt financieel afgewogen tegen een snellere overstap naar compleet nieuwe ledarmaturen.

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

Budget Openbare verlichting Klein onderhoud

268.300

Groot onderhoud

437.100

Investeringen

280.200

Totaal openbare verlichting

985.600

Civiele kunstwerken Kerncijfers  66 fiets-/voetbruggen  23 verkeersbruggen/viaducten  144 overige kunstwerken Beheer Onder de categorie civiele kunstwerken vallen bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen. Een civiel kunstwerk wordt elke vijf jaar uitgebreid geïnspecteerd volgens de CUR 117 aanbeveling categorie B2 (toestandsinspectie), B5 (herstel advies) en C2 (meerjarenonderhoudsplanning en budgetraming). Houten bruggen en kunstwerken, die meer onderhoud vragen, worden in de tussenliggende periode een aantal keer visueel geschouwd. Op basis van de inspectieresultaten worden de jaarlijkse onderhouds- en vervangingsmaatregelen bepaald. Deze maatregelen kunnen variëren van klein onderhoud tot grootschalige vervangingen. Vooruitblik Het klein onderhoud zal zich voornamelijk toespitsen op schoonmaken, conserveren en het repareren van kleine schades. In 2023 wordt het groot onderhoud van het ponton aan De Schans uitgevoerd en wordt het geluidsscherm langs de A15/A16 toegevoegd aan het areaal van de civiele kunstwerken. De voorbereidingen voor het herstel van de damwanden aan de Boelewerf/Werfkade lopen door in 2023. Verwachting is dat deze pas in 2024 definitief kunnen worden hersteld. Budget Civiele kunstwerken Klein onderhoud Groot onderhoud

Begroot 256.800 50.000

Investeringen

8.095.600

Totaal civiele kunstwerken

8.402.400

Openbaar groen, inclusief recreatiegebieden

343.544 m2 natuurlijke beplanting

Begroot

Beheer De gemeente beheert twee recreatiegebieden, namelijk de Gorzen/Ridderhaven en het Reijerpark. De Grienden zijn in beheer bij het Zuid-Hollands Landschap. De Donckse Velden, het Oosterpark en de Wevershoek zijn in beheer bij het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde. Het Donckse Bos valt onder de Stichting Het Huys ten Donck. Voor het Waalbos is een beheerovereenkomst afgesloten met Staatsbosbeheer. De surfbocht bij het Waalbos is in beheer van het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ). Er vindt nog overleg plaats over de toekomst van het NRIJ. Voorheen werden alleen de grootste stukken onkruid verwijderd uit de plantvakken. Het kwaliteitsniveau (de beeldkwaliteit) was daardoor constant, maar het zag er nooit helemaal schoon uit. Door - zoals nu gebeurt - het onkruid meerdere keren per jaar volledig te verwijderen, wordt nieuwe onkruidgroei sterker geremd. De plantvakken worden tien keer per jaar geschoffeld. Daarbij worden drie keer per jaar alle plantenresten afgevoerd. De andere keren mag de aannemer een gedeelte van het geschoffelde onkruid laten liggen. De kwaliteit van het bomenbestand wordt bewaakt door middel van boomveiligheidscontrole-onderzoeken. Uit deze 3-jaarlijkse controles volgen de maatregelen die genomen moeten worden om het bomenbestand vitaal en veilig te houden. In sommige gevallen is het nodig om bomen te kappen.

In veel gevallen kan worden volstaan met snoeionderhoud. Vooruitblik In 2023 zullen met name de acties voortvloeiend uit de Groenvisie bij het uitvoeren van projecten in de wijk zichtbaar worden. Er zal gewerkt worden aan beter groen dat klimaatbestendig is. Meer aandacht voor biodiversiteit en ander onderhoud van gazons. Dit zal in de openbare ruimte zichtbaar zijn aan betere en met name in omvang grotere groeiplaatsen voor bomen, de inrichting qua soort van bomen en de beplanting. Budget Openbaar groen

Begroot

Onderhoud, incl. groot onderhoud

2.231.500

Totaal openbaar groen

2.231.500

Kerncijfers  18.187 bomen  279.388 m2 cultuurbeplanting  1.406.813 m2 gras  7.723 m2 haag

Programmabegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026

71

Speelvoorzieningen Kerncijfers  40.373 m2 kunstmatige valondergrond  175 speelplekken  809 speeltoestellen Beheer De gemiddelde levensduur van speeltoestellen is 12 tot 15 jaar. Hierbij is geen rekening gehouden met vandalisme, wel met slijtage door veelvuldig gebruik en speelschade. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangschema waarbij de budgetten voor vervanging beschikbaar zijn in het theoretische vervangingsjaar. Het moment van werkelijke vervanging van een toestel wordt mede bepaald door de technische staat van het toestel. Geprobeerd wordt om speellocaties zoveel mogelijk in zijn geheel te renoveren. Dit biedt opties om de nieuwe inrichting beter aan te laten sluiten op vraag en gebruik. De werkelijke gebruikers worden zoveel mogelijk bij de nieuwe inrichting betrokken. Door middel van enquêtes waarin de bewoners en in het bijzonder de kinderen hun voorkeur voor speeltoestellen en andere wensen voor de speelplek door kunnen geven. Al deze gegevens worden gebruikt voor het maken van een nieuwe inrichting van de speelplek. Vooruitblik De speeltoestellen worden jaarlijks vier keer op veiligheid geïnspecteerd. Aan de hand van de resultaten van de laatste veiligheidsinspectie van het jaar wordt de planning voor 2023 gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/911/documents/32715