CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingseffectrapport 15-04-2025 actualisatie omgevingsvisie Ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 22 mei 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Reactie op de ontwerp Omgevingseffect rapportage (OER)39.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Daarnaast wordt het agrarisch gebied en het glastuinbouwconcentratiegebied behouden, wat verdere krimp door andere ruimteclaims voorkomt, ondanks de verwachte afname van de landbouwsector door het verminderde economische belang. Vrijkomende agrarische bebouwing kan worden herbestemd of getransformeerd naar een woonfunctie, maatschappelijke of recreatieve functie. Hierbij is er geen sprake van agrarische werkzaamheden. Door geen nevenactiviteiten toe te staan bij agrarische bedrijven (combinatie van beide functies), kunnen boeren moeite hebben om financieel te overleven, wat kan leiden tot een verdere afname van het landbouwareaal. Aandachtspunten van dit scenario zijn: - financiering en ondersteuning: er is behoefte aan duidelijke financieringsmodellen en ondersteuning om de transitie naar verticale landbouw succesvol te maken; - economische diversificatie: het ontbreken van nevenactiviteiten kan de economische veerkracht van landbouwbedrijven verminderen; alternatieven moeten worden overwogen om boeren te ondersteunen; - balans tussen ruimteclaims: er moet een goede verhouding zijn tussen verticale landbouw en open gebieden voor natuur, recreatie en waterberging. De ingrepen in dit scenario sluiten aan bij het gemeentelijke doel om agrarische gronden zoveel mogelijk hun functie te laten behouden.

Er is in dit scenario een hogere potentie om de doelen te behalen vergeleken met de referentiesituatie, maar in totaal is er nog steeds maar een beperkte potentie om de doelen te behalen. Conclusie Onderstaande tabel geeft een samenvatting weer van de beoordeling van omgevingseffecten en doelbereik van beide scenario’s.

Tabel 6.1 Beoordeling van effecten van de scenario’s voor het thema economie Aspect

Referentiesituatie

Beoordeling doelbereik Scenario 1

Beoordeling omgevingseffecten Scenario 2

Scenario 1

Scenario 2

werkgelegenheid

redelijk

+

++

vestigingsklimaat

redelijk

0

+

landbouw

slecht

+

+

51 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

6.2

Sterke wijken - goed verbonden

6.2.1

Wonen en fysieke woonomgeving

Woningaanbod Scenario 1 In dit scenario worden 1.700 woningen toegevoegd in Ridderkerk, waarmee het huidige woningtekort van ongeveer 1.150 woningen wordt opgelost en ruimte wordt gecreëerd voor verdere groei. De toename in woningen biedt Ridderkerkers de mogelijkheid om een geschikte woning te vinden, wat een positief effect heeft op de omvang van de woningvoorraad ten opzichte van de referentiesituatie. Door geen flexwoningen toe te staan, wordt echter het risico gelopen dat de woningvoorraad niet volledig aansluit bij de vraag van starters, migranten en ouderen, wat een negatief effect kan hebben op het aanbod in bepaalde prijssegmenten. Het toestaan van collectieve bouw bevordert de beschikbaarheid van betaalbare woningen, vooral in het lagere en middensegment. Het focussen op enkel inbreiding en het toestaan van maximaal 6 bouwlagen zorgt voor een toename van meergezinswoningen (appartementen). Dit zorgt voor een diversificatie van het woningaanbod, wat gunstig is voor de woningmarkt. De meerderheid van het totale woningvoorraad blijft uit eengezinswoningen bestaan wat niet optimaal aansluit bij de vraag van starters, ouderen en arbeidsmigranten. Daarmee blijft Ridderkerk aantrekkelijk voor gezinnen.

De aandachtspunten van dit scenario zijn: - zorg ervoor dat het woningaanbod aansluit bij de vraag van verschillende doelgroepen, zoals starters, ouderen en migranten, door een mix van woningtypen en bouwvormen te overwegen die aan de behoeften van diverse bevolkingsgroepen voldoen; - bouw levensloopbestendig: dit houdt in dat woningen zo worden ontworpen dat ze geschikt zijn voor mensen in verschillende levensfasen, waarbij diverse typen bewoners (bijvoorbeeld jonge gezinnen, alleenstaanden, en ouderen) en gedeelde voorzieningen op gebouwniveau worden gestimuleerd om de betaalbaarheid en gebruiksvriendelijkheid te vergroten. In dit scenario is er een beperkte potentie om voldoende differentiatie te creëren in woningtypen. De woningvoorraad breidt wel uit met collectieve woonvormen en hoogbouw met maximum 6 bouwlagen, maar de toename is beperkt om de verhouding tussen eengezinswoningen en meergezinswoningen te veranderen. Daardoor blijft de meerderheid van het totale woningvoorraad uit eengezinswoningen bestaan. Daarnaast biedt dit scenario geen ruimte voor innovatieve woonvormen als gemengd wonen en flexwonen. De ingrepen in dit scenario sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op de uitbreiding van de woningvoorraad en op het versterken van de centrumfunctie door inbreiding.

Scenario 2 In dit scenario wordt het woningaanbod in Ridderkerk aanzienlijk uitgebreid door de toevoeging van meer dan 3.300 woningen, wat het huidige woningtekort van ongeveer 1.150 woningen ruimschoots oplost. Dit biedt ruimte voor verdere groei van de regio en voorziet in de behoeften van starters, ouderen en arbeidsmigranten, wat een zeer positief effect heeft op de omvang van de woningvoorraad ten opzichte van de referentiesituatie. Het toestaan van tijdelijke locaties voor flexwonen versterkt dit positieve effect door specifiek in te spelen op de vraag naar betaalbare woningen in het lagere en middensegment. Door zowel inbreiding als uitbreiding, waaronder uitleglocaties bij de rivieroevers en Nieuw-Reijerswaard, mogelijk te maken, ontstaat er een gevarieerd woningaanbod dat diverse prijssegmenten bedient. Dit biedt een positieve impuls aan de woningvoorraad. Het toestaan van meer dan 6 bouwlagen draagt verder bij aan ruimte efficiënte gebiedsontwikkeling en een significante toename van woningen, wat de beschikbare woonruimte maximaliseert. Het niet toestaan van collectieve bouw kan een negatief effect hebben doordat collectieve bouw betaalbare woningen en een diversificatie van het woningaanbod kan bevorderen.

Daarentegen heeft het stimuleren van gemengd wonen op gebouwniveau een positief effect, doordat het levensloopbestendige woningen creëert en de betaalbaarheid bevordert.

52 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

Tot slot speelt de toevoeging van meergezinswoningen goed in op de specifieke vraag van starters, ouderen en urban professionals, wat eveneens een positief effect heeft op het woningaanbod. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - ruimtebeheer: zorg voor een evenwichtige verdeling tussen inbreiding en uitbreiding om de ruimte efficiënt te benutten zonder afbreuk te doen aan groene gebieden; - collectieve bouw: overweeg de toepassing van collectieve bouw op meerdere locaties in Ridderkerk om een diverser woningaanbod te realiseren, vooral in het lagere en middensegment; - er gelden minder eisen voor flexwoningen zolang ze tot 10 jaar op een locatie geplaatst worden. Hierdoor kan op bouwkosten worden bespaard. Een gezonde leefomgeving is belangrijk, ook bij tijdelijke (flex)woningen die er maar 'kort' staan. Er komen vaak mensen uit kwetsbare groepen te wonen. In dit scenario is er een hoge potentie om voldoende en diverse woningvoorraad te creëren. De ingrepen in dit scenario sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op de uitbreiding van de woningvoorraad voor starters en ouderen door het toevoegen van meergezinswoningen en het toestaan van gemengd wonen.

Verder sluit het ook aan bij de doelen om te focussen op differentiatie in woningtypen, het bieden van innovatieve woonoplossingen en het zorgen dat inwoners zo lang mogelijk veilig thuis kunnen wonen in een vertrouwde omgeving. Voorzieningenaanbod (onderwijs en maatschappelijk vastgoed) Scenario 1 In dit scenario wordt ingezet op het decentraliseren van zorgcentra naar de wijken in Ridderkerk, wat leidt tot een beter afgestemd voorzieningenaanbod dat aansluit bij de specifieke behoeften van de lokale bevolking. Dit heeft een zeer positief effect op de omvang van het voorzieningenaanbod ten opzichte van de referentiesituatie. Daarnaast worden dagelijkse basisvoorzieningen geclusterd nabij de wijken, wat de toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid vergroot, eveneens met een positief effect op het voorzieningenaanbod. Het behoud van onderwijsvoorzieningen draagt bij aan de stabiliteit van het lokale voorzieningenaanbod, wat de leefbaarheid en sociale cohesie ten goede komt.

Aandachtspunten van dit scenario zijn: - flexibiliteit en aanpassing: blijf flexibel in de aanpassing van voorzieningen naarmate de demografische samenstelling en behoeften van de bevolking veranderen; - bij decentralisatie van zorgvoorzieningen is het belangrijk om een gelijkwaardige kwaliteit van de verschillende zorgvoorzieningen per wijk te waarborgen en de samenwerking tussen verschillende zorgvoorzieningen te bevorderen. In dit scenario is er een hoge potentie om de gemeentelijke doelen te halen die focussen op het creëren van een goed ingerichte, toegankelijke woon- en leefomgeving met voldoende voorzieningen nabij, het clusteren van wijkvoorzieningen en het zorgen voor voldoende en adequate onderwijsgebouwen. Scenario 2 In dit scenario is het voorzieningenaanbod geconcentreerd in en rondom de kern van Ridderkerk. Het ontbreken van clustering van dagelijkse voorzieningen nabij de wijken kan leiden tot verminderde toegankelijkheid en een minder divers aanbod, wat de sociale cohesie en economische vitaliteit in de wijken negatief beïnvloedt. In dit scenario is zorg geconcentreerd in Ridderkerk, wat de efficiëntie en specialisatie van zorgdiensten kan verbeteren. Hoewel dit positief bijdraagt aan de kwaliteit van zorg, kan het de toegankelijkheid voor bepaalde bevolkingsgroepen verminderen en het voorzieningenaanbod in de wijken verzwakken.

Aan de andere kant zorgt de ontwikkeling van een kenniscluster bij Nieuw-Reijerwaard voor een aanzienlijke uitbreiding en diversificatie van het voorzieningenaanbod. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - toegankelijkheid: zorg dat het centraal zorgcentrum goed bereikbaar blijft voor alle inwoners, vooral voor kwetsbare groepen; - balans in voorzieningen: overweeg aanvullende maatregelen om het voorzieningenaanbod in de wijken te ondersteunen.

53 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

In scenario 2 is er een beperkte potentie om een evenwichtige spreiding van accommodaties te voorzien door centralisatie van voorzieningen. Wel draagt het scenario bij aan het gemeentelijke doel om het maatschappelijk vastgoed van de gemeente Ridderkerk te optimaliseren, gericht op het aanbieden van voldoende en kwalitatief goede accommodaties. Openbare ruimte (groen en recreatie) Scenario 1 In dit scenario wordt geïnvesteerd in zowel bestaand gebied via inprikkers vanuit de groene kraag als in het verbinden en doortrekken van de groene kraag naar het centrum. Deze dubbele aanpak zorgt voor behoud, verbetering en vermeerdering van bestaand groen. Dit gaat verder dan de referentiesituatie, die zich voornamelijk richt op het verbeteren van bestaand groen. Scenario 1 heeft een zeer positief effect op het groene en recreatieve aanbod in Ridderkerk.

Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - integratie en continuïteit: zorg voor een naadloze integratie van nieuwe en bestaande groene ruimtes om een samenhangend groen netwerk te creëren; - duurzaam beheer: plan voldoende middelen voor het onderhoud van zowel bestaand als nieuw groen, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele aangepaste aanpak voor de planning en ingezette middelen die ecologisch beheer vereist; - duurzaam onderhoud: plan voldoende middelen voor het onderhoud van zowel bestaand als nieuw groen; - toegankelijkheid en inclusiviteit: verzeker dat alle groene ruimtes toegankelijk zijn voor diverse bevolkingsgroepen, inclusief kwetsbare inwoners. In scenario 1 is er een hoge potentie om de doelen op het gebied van openbare ruimte te behalen. Het scenario focust zich op het creëren van een kwalitatieve, beweegvriendelijke en klimaatadaptieve openbare ruimte en het creëren van koele plekken voor recreatie. Scenario 2 In dit scenario wordt geïnvesteerd in openbare ruimte bij nieuwe ontwikkelingen, zoals de Boomgaard. Bestaand groen wordt behouden zoals in de referentiesituatie. Deze aanpak versterkt zowel nieuwe als bestaande groene ruimtes, wat bijdraagt aan een aantrekkelijker en duurzamer stedelijk milieu. Hierdoor heeft deze ingreep een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie.

Aandachtspunten voor dit scenario zijn door de beperkte verschillen hetzelfde als in scenario 1. In scenario 2 is er een hoge potentie om de doelen op het gebied van openbare ruimte te behalen. Het scenario focust zich op het creëren van een kwalitatieve, beweegvriendelijke en klimaatadaptieve openbare ruimte en het creëren van koele plekken voor recreatie. Conclusie Onderstaande tabel geeft een samenvatting weer van de beoordeling van omgevingseffecten en doelbereik van beide scenario’s. Tabel 6.2 Beoordeling van effecten op het wonen en de fysieke leefomgeving (zonder inzet van mitigerende maatregelen) Aspect

Referentiesituatie

Beoordeling doelbereik Scenario 1

Beoordeling omgevings effecten Scenario 2

Scenario 1

Scenario 2

Woningaanbod

slecht

+

++

voorzieningenaanbod (onderwijs en maatschappelijk vastgoed)

redelijk

++

-

Openbare ruimte (recreatie en groen)

goed

++

+

54 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

6.2.2

Gezondheid en sociaal domein

Gezonde leefstijl Scenario 1 Dit scenario heeft een positief effect op de gezonde leefstijl ten opzichte van de referentiesituatie. In scenario 1 wordt geïnvesteerd in het bevorderen van een gezonde leefstijl voor de inwoners van Ridderkerk door schaduwplekken aan te leggen nabij groene inprikkers en sportvoorzieningen toe te voegen aan de buitenruimte. Schaduwplekken maken het aantrekkelijker om tijd door te brengen in groene ruimtes, zelfs tijdens warme dagen, wat de fysieke activiteit en sociale interactie stimuleert. Daarnaast verminderen deze plekken hittestress en dragen ze bij aan mentale ontspanning. De toevoeging van sportvoorzieningen in de buitenruimte maakt sporten toegankelijker voor iedereen, wat de fysieke en mentale gezondheid bevordert en tegelijkertijd sociale cohesie versterkt. De nabijheid van voorzieningen maakt lopen en fietsen aantrekkelijk en bevordert daarmee een gezonde leefstijl. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - inclusiviteit en toegankelijkheid: verzeker dat alle inwoners, ongeacht leeftijd of mobiliteit, toegang hebben tot de schaduwplekken en sportfaciliteiten; - ruimte voor auto’s: bereikbaarheid van auto in Ridderkerk zorgt voor een grote ruimteclaim voor auto’s in een straatprofiel en maakt geen extra ruimte voor groen.

In smalle straten blijft de ruimte voor groen en schaduwplekken beperkt; - gemeenschapsbetrokkenheid: betrek de lokale gemeenschap bij het gebruik en de planning van de voorzieningen om het gebruik te maximaliseren en aan te sluiten bij de behoeften van de inwoners. Dit scenario heeft een hoge potentie om de doelen voor gezonde leefstijl te bereiken. De ingrepen in dit scenario sluiten goed aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op het investeren in sportverenigingen en het realiseren van meer speelterreinen, speelvoorzieningen en sporttoestellen. Scenario 2 Dit scenario heeft een positief effect op gezonde leefstijl ten opzichte van de referentiesituatie. In dit scenario wordt ingezet op het bevorderen van een gezonde leefstijl in Ridderkerk door het toevoegen van schaduwplekken langs de hoofd(fiets)wegen en indoor sportvoorzieningen. Schaduwplekken langs de hoofd(fiets)wegen stimuleren actief vervoer zoals fietsen en wandelen. Deze schaduwplekken bieden bescherming tegen hittestress en verbeteren de mentale gezondheid. Daarnaast verhogen de schaduwplekken aantrekkelijkheid van fietsroutes en dragen ze bij aan duurzame mobiliteit en een hogere levenskwaliteit voor de inwoners.

Het toevoegen van indoor sportvoorzieningen biedt consistente sportmogelijkheden ongeacht het weer, ondersteunt een breed scala aan activiteiten voor diverse doelgroepen, en bevordert sociale interactie. Deze voorzieningen versterken de mentale gezondheid en dragen bij aan de preventie van gezondheidsproblemen door mensen te stimuleren regelmatig te bewegen. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - inclusiviteit en toegankelijkheid: verzeker dat alle inwoners, ongeacht hun mobiliteit of inkomen, toegang hebben tot de nieuwe voorzieningen. Indoor sporten is vrijwel nooit gratis terwijl outdoor sporten (scenario 1) dat wel is. Er moet dus rekening worden gehouden met het feit dat deze ingreep niet voor ongelijkheid gaat zorgen; - gemeenschapsbetrokkenheid: betrek de lokale gemeenschap bij het gebruik en de planning van de voorzieningen om het gebruik te maximaliseren en aan te sluiten bij de behoeften van de inwoners. Dit scenario heeft een hoge potentie om de doelen voor gezonde leefstijl te bereiken. De ingrepen in dit scenario sluiten goed aan bij het gemeentelijke doel dat focust op het investeren in sportverenigingen.

55 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

Sociaaleconomische positie (gemiddeld besteedbaar inkomen) Scenario 1 Dit scenario heeft een positief effect op sociaaleconomische positie ten opzichte van de referentiesituatie. In scenario 1 ontstaat een aantrekkelijke directe leefomgeving door het doortrekken van de groene kraag naar de woonwijken in de kern. Doordat er meer huizen worden gebouwd, verbetert de huizenmarkt. Ook zorgt de inzet op duurzame maakindustrie voor meer banen en zorgen de maatregelen om boeren tegemoet te komen, zoals het toestaan van nevenactiviteiten voor een betere sociaaleconomische positie voor boeren. Over het algemeen is er dus een positief effect op de economische positie ten opzichte van de referentiesituatie. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - financiering van het beheer en onderhoud van de groene leefomgeving: dit leidt tot hogere kosten die mogelijk op de inwoners verhaald worden. Dit kan een drukkend effect hebben op het besteedbaar inkomen; - een inzet op een gevarieerde economie: aanbod van zakelijke dienstverlening is beperkt. Dit leidt tot minder kansen voor een stijging van het gemiddeld besteedbaar inkomen.

Ruimtevraag van circulaire economie is een aandachtspunt; - oog blijven houden voor kwetsbare groepen: zij moeten volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving en moeten bijvoorbeeld financieel in staat zijn om te participeren in het mobiliteitssysteem en de energietransitie. In dit scenario is een hoge potentie om de doelen te behalen. De ingrepen sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op het werken aan een vitale samenleving waarin iedereen mee kan doen en gelijke kansen heeft, het inzetten op lifelong learning en het bieden van een maatwerkgericht aanbod. Scenario 2 Dit scenario heeft een zeer positief effect op sociaaleconomische positie ten opzichte van de referentiesituatie. In scenario 2 wordt een hoogwaardige, natuurinclusieve woon-werkomgeving gerealiseerd. Daarnaast ligt de focus op de zakelijke dienstverlening en het aantrekken van talenten van buitenaf. Werkgelegenheid in ICT, landbouw- en energietechnologie en het kenniscluster bij NieuwReijerwaard bevindt zich in een hoger beroepssegment. Dit leidt tot de aantrekking van een doelgroep (urban professionals) die over het algemeen over een hoger gemiddeld besteedbaar inkomen beschikken. Lokale ondernemers kunnen via speciaalzaken profiteren van deze aantrekkende doelgroep via een hogere inkomensbasis.

Op de agrarische gronden wordt geproduceerd middels verticale landbouw, dit brengt schaalvoordelen met zich mee. Nevenactiviteiten zijn niet toegestaan maar zijn door de schaalvoordelen ook niet nodig. Vrijkomende agrarische bebouwing kan worden herbestemd of getransformeerd naar een woonfunctie, maatschappelijke of recreatieve functie. Hierdoor blijft het vrijkomende gebied voor opbrengsten zorgen. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - zakelijke dienstverlening: dit scenario zet veel in op de zakelijke dienstverlening, dit kan de werkgelegenheid in andere sectoren verlagen met het risico op het wegvallen van het bestaand inkomen. Er dient voor te worden gewaakt dat Ridderkerk in dit scenario geen exclusieve gemeente wordt waarmee groepen worden uitgesloten. Een gevarieerde economie biedt meer kansen voor verschillende groepen; - oog blijven houden voor kwetsbare groepen: kwetsbare groepen moeten volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving en moeten bijvoorbeeld financieel in staat zijn om te participeren in het mobiliteitssysteem en de energietransitie. In dit scenario is er een hoge potentie om de doelen te behalen. De ingrepen sluiten goed aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op het werken aan een vitale samenleving. In deze samenleving kan iedereen meedoen en heeft gelijke kansen.

Er wordt ingezet op lifelong learning en het bieden van een vangnet en maatwerkgericht aanbod. Sociale cohesie (mate van eenzaamheid) Scenario 1 Scenario 1 heeft een zeer positief effect op sociale cohesie ten opzichte van de referentiesituatie. In dit scenario is het mogelijk om collectief aan de wijk te bouwen en ook collectieve woonvormen zoals Knarrenhofjes zijn mogelijk. Deze woonvormen bevorderen de sociale cohesie, omdat de inwoners samen verantwoordelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de leefomgeving.

56 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

Deze gezamenlijke zeggenschap en de toename in bevoegdheden kan leiden tot frequentere interacties, wat ertoe leidt dat zij elkaar een breed vangnet kunnen bieden. Daarnaast kunnen bewoners gezamenlijk verduurzamingsmaatregelen doorvoeren en kunnen zij (financieel) participeren in de energievoorziening. Dit leidt ertoe dat inwoners samen voor een opgave staan en dat kan de banden verdiepen. Daarnaast is er een elke wijk een klein voorzieningencentrum aanwezig waar bijvoorbeeld een zorg- en buurtfunctie in te vinden zijn. Ook waardevolle panden en gebedshuizen bieden ruimte aan maatschappelijke functies. De toegankelijke wijkhubs en buurtbussen zorgen ervoor dat het mobiliteitssysteem inclusief is en bewoners en bezoekers elkaar gemakkelijk kunnen bezoeken. De uitbreiding van de groene kraag en het creëren van een groene leefomgeving leidt tot een aantrekkelijke buitenruimte, inclusief strategische schaduwplekken. Daarnaast worden er mogelijkheden voor buitensportvoorzieningen toegevoegd. De groene overkapping van de snelwegen met de aanleg van fietsen wandelroutes leiden tot een uitbreiding van de groene leefomgeving. Gezamenlijk versterken deze ingrepen de sociale cohesie.

Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - beperkte diversificatie van het woningaanbod: de meerderheid van het totale woningvoorraad blijft uit eengezinswoningen bestaan wat niet optimaal aansluit bij de vraag van starters, ouderen en arbeidsmigranten. Daarnaast ligt de nadruk op het waar mogelijk bieden aan voorrang aan lokale woningzoekenden. Dit kan zorgen voor spanningen in (bestaande) gemeenschappen; - het mobiliteitssysteem: het mobiliteitssysteem is vooral gericht op het versterken van de regionale verbindingen. Het opzoeken van stedelijke voorzieningen kan hierdoor voor bepaalde groepen (zoals ouderen) bemoeilijkt worden en hun deelname aan sociale activiteiten beperken; - locaties voor buitensporten: het is niet duidelijk waar de toevoeging in buitensportlocaties wordt voorzien: bijvoorbeeld op wijkniveau of op elders aangewezen plekken in de gemeente. In dit scenario is er een hoge potentie om de doelen te behalen. De ingrepen sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op: - het verbeteren en vergroten van de diversiteit aan (on)georganiseerde ontmoetingsplekken voor én tussen jong en oud; - het ondersteunen van verenigingsleven; - het bevorderen van de zichtbaarheid verenigingen; - het stimuleren evenementen en buurtactiviteiten. Scenario 2 Scenario 2 heeft een positief effect op sociale cohesie ten opzichte van de referentiesituatie.

In dit scenario wordt de woningvoorraad fors uitgebreid, zowel door verdichting in bestaande wijken als op uitleglocaties. Zorg en overige voorzieningen worden geconcentreerd in het centrum van Ridderkerk. Ook wordt benoemd dat er stedelijke voorzieningen worden toegevoegd. De gemeente krijgt hierdoor een stedelijk karakter. Bij enkele locaties, waaronder aan de Rivieroevers, staat het concept van gemengd wonen op gebouwniveau centraal. Dit betekent dat wonen, werken en ontspanningsmogelijkheden op gebouwniveau zijn gecombineerd. In deze gemengde woonvormen wordt ingezet op het aantrekken van verschillende doelgroepen, waardoor bijvoorbeeld starters en ouderen met elkaar samenwonen. Dit bevordert de interactie tussen de doelgroepen en kan leiden tot wederzijdse ondersteuning. Dat draagt bij aan de sociale cohesie en vermindert de mate van eenzaamheid. Daarnaast biedt dit scenario een breed recreatief buitengebied dat met de realisatie van het getijdenpark en het klimaatpark uitnodigt tot ontmoeting en ontspanning. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - segregatie: de woningen die worden toegevoegd aan de woningvoorraad zijn bedoeld om urban professionals die werkzaam zijn in de zakelijke dienstverlening aan te trekken. De bestaande woningvoorraad bestaat echter vooral uit eengezinswoningen.

Dit kan ertoe leiden dat er een zekere mate van segregatie optreedt tussen de bewoners van de bestaande en de toegevoegde woningvoorraad. Dit kan van invloed zijn op het wederzijdse begrip, wat de sociale cohesie kan doen verminderen; - interacties op gebouwniveau: het concept van gemengd wonen op gebouwniveau heeft als gevolg dat de effecten beperkt blijven tot gebouwniveau. Interacties tussen gebouwen kunnen uitblijven, mede omdat een bewoner minder reden heeft om het pand te verlaten wanneer verschillende functies in hetzelfde pand zijn gecombineerd;

57 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

-

-

-

-

-

-

-

isolatie door ontwerp: de toevoeging van het concept van gemengd wonen en werken kan leiden tot een gevoel van isolatie voor de bewoners als de gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen niet goed zijn ontworpen. (Spontane) ontmoetingen kunnen hierdoor minder gemakkelijk plaatsvinden; de hogere bouwhoogte: dit zorgt voor een hogere dichtheid, en het concept van gemengd wonen spreekt urban professionals aan. Het is de vraag of deze concepten voor andere doelgroepen (zoals ouderen) ook aantrekkelijk genoeg zijn. Er bestaan geen wettelijke middelen om dit te bewerkstelligen. Deze mate van uitwerking moet in de praktijk worden ondervonden en kan van invloed zijn op de mate van het slagen van het concept; sociale samenhang: een mogelijk fors tempo van de uitbreiding van de woningvoorraad kan van invloed zijn op de sociale samenhang tussen bestaande en toekomstige bewoners als hiervoor geen initiatieven worden ontplooid; geen buurtcentra: er worden in dit scenario geen buurtcentra toegevoegd, terwijl deze ingreep positief kan uitwerken in relatie tot de forse uitbreiding en toekomstige opbouw van de woningvoorraad; gebrek aan lokale schaduwplekken: het toevoegen van schaduwplekken blijft beperkt tot hoofdfiets- en wandelroutes in plaats van in de directe woonomgeving.

Dit betekent dat kwetsbare doelgroepen in de directe omgeving een verminderde toegang hebben tot schaduwplekken, wat hun kan weerhouden om (spontane) ontmoetingen in de buitenruimte op te zoeken; groenstructuur: het is niet duidelijk in hoeverre de bestaande groenstructuur in dit scenario, met name de parken, een tijdelijke verblijfsfunctie voor ontmoetingen bieden of hoofdzakelijk functioneel zijn; het mobiliteitssysteem: het systeem is ingericht op de verbetering van de bereikbaarheid met de regio. Er rijdt geen buurtbus in dit scenario. Dit kan de verplaatsingsspanne van bepaalde doelgroepen, zoals ouderen die toch meer gericht zijn op de directe leefomgeving, beperken. Dit kan negatieve effecten hebben, onder meer omdat het zorgcentrum en de toegevoegde stedelijke voorzieningen in dit scenario op centrale plekken zijn geconcentreerd. Anderzijds draagt een mobiliteitssysteem dat is ingericht op de regio bij aan het bereiken van contacten in de omliggende regio; het is niet duidelijk waar de toevoeging in binnensportlocaties wordt voorzien: bijvoorbeeld enkel in de panden waar gemengde functies aanwezig zijn of bijvoorbeeld op een centrale locatie in de gemeente; faciliteren van urban professionals: over het algemeen is het scenario ondanks voorgestelde ingrepen hoofdzakelijk gericht op het faciliteren van urban professionals.

Dit komt terug in de voorgestelde woonmilieus, de realisatie van indoor sportfaciliteiten, de inzet op een stedelijk karakter en het uitbreiden van de mobiliteitsverbindingen met de regio. Het is van belang om oog te houden voor de bestaande inwoner en kwetsbare groepen; wonen, werken en ontspanning op gebouwniveau staat vooral geprojecteerd aan de Rivieroevers. Van belang is hier de realisatie van een goed woon-, werk- en leefklimaat gezien de functiemening met (wat zwaardere) bedrijven langs de rivier.

In dit scenario is er een redelijke potentie om de doelen te behalen. De ingrepen sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op het voorkomen van sociaal isolement en eenzaamheid door een omgeving te creëren waarin men naar elkaar omkijkt, met goede (sociale) netwerken en nabuurschap en het ondersteunen van verenigingsleven, het bevorderen van de zichtbaarheid verenigingen en het stimuleren evenementen en buurtactiviteiten Gezondheidsbescherming Scenario 1 Scenario 1 heeft een neutraal effect op geur, licht en trillingen, en lokaal een negatief effect op geluid en luchtkwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie. Cumulatief is er sprake van een negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie. Geluidshinder In dit scenario worden diverse ingrepen voorgesteld om de gezondheidsbescherming in Ridderkerk te verbeteren. Deze ingrepen leiden tot zowel negatieve effecten als positieve effecten. De inbreiding en toevoeging van 1.700 woningen kunnen negatieve effecten hebben op de gezondheidsbescherming. Dit is sterk afhankelijk van de locaties waar deze woningen worden gerealiseerd. Inbreiding op bestaande woonwijken die nabij Rijkswegen en lokale wegen liggen leiden tot een toename van het aantal gehinderde door geluid ten opzichte van de referentiesituatie. Met name in de wijken Bolnes, Centrum, Oost, Het Zand, Drievliet en Rijsoord, vormt dit een aandachtspunt.

58 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

In de huidige situatie en referentiesituatie wordt hier de meest geluidshinder ervaren afkomstig van wegen (Zie bijlage I, afbeelding 5.7 t/m 5.9). De toename van verkeer en bedrijvigheid kan ook leiden tot hogere geluidsbelasting. De focus op agrarische verwerkingsindustrie en hogere milieucategorie bedrijven brengt eveneens nadelen met zich mee. Deze bedrijven veroorzaken vaak verhoogde geluidsbelasting door industriële activiteiten en zwaar verkeer. Het verdiept aanleggen van de Rotterdamseweg heeft daarentegen een positief effect op de geluidsbelasting door het verkeersgeluid te verminderen en de verspreiding ervan naar omliggende woonwijken te beperken. De overkapping van snelwegen heeft een positief effect op de geluidsbelasting door het verkeersgeluid te absorberen en te weerkaatsen, wat de leef kwaliteit in omliggende gebieden verbetert. Luchtverontreiniging De hoofdbron van luchtverontreiniging zijn de Rijkswegen rondom Ridderkerk en in mindere mate de lokale wegen. Alhoewel een deel van de uitstoot buiten de invloedssfeer van de gemeente ligt zorgt dit voor een ongunstig vertrekpunt voor luchtkwaliteit door de aanwezige concentraties lucht verontreinigde stoffen zoals NOx, PM10 en PM2.5. De grootste verontreiniging is tegenwoordig van slijtage van banden, niet meer wat uit de uitlaat komt.

Daaropvolgend veroorzaakt industrie luchtverontreiniging door emissies en transportactiviteiten. Dit gaat zowel om lokale industrie als om de industrie in het Rotterdamse havengebied en voorbij varende schepen. De toevoeging van 1.700 woningen heeft een negatief effect op de luchtkwaliteit. Zowel inbreiding als uitbreiding leiden tot een toename in luchtverontreinigende stoffen door intensiever gebruik van autoverkeer op de rijkswegen en overige wegen. Uitbreiding en inbreiding in bestaande woonwijken die nabij wegen liggen leiden tot een toename van het aantal gehinderde door luchtkwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie. De inwoners van Bolnes-Noord, het Zand en Oost ondervinden ongezonde luchtkwaliteit omdat in deze gebieden de WHO-intermwaarden niet worden gehaald in de huidige situatie en de referentiesituatie. Hier wordt de meest luchtverontreiniging ervaren en zal als knelpunten blijven en zelfs verslechten in scenario 1 (Zie bijlage I, afbeelding 5.10 t/m 5.12). Het effect van de overkapping van snelwegen op luchtverontreiniging is gemengd: hoewel de overkapping de luchtkwaliteit in nabijgelegen woonwijken kan verbeteren, kan de concentratie van verontreinigende stoffen bij de tunnelmonden toenemen. De tunnelmonding bij Bolnes Zuid leidt met name tot een lokale verslechtering van luchtkwaliteit.

Tot slot kan de invoering van een zero-emissie-zone in de kern van Ridderkerk de luchtkwaliteit verbeteren door de toegang te beperken tot emissievrije voertuigen, wat bijdraagt aan een duurzamer en gezonder stedelijk milieu. Overige aspecten De overkapping vermindert lichtvervuiling, wat bijdraagt aan een afname van lichthinder in omliggende gebieden. Maar door uitbreiding van woningen zal er ook lichtvervuiling bijkomen waardoor dit positieve effect is te verwaarlozen. Trillingen worden in Ridderkerk met name veroorzaakt door vrachtverkeer in combinatie met oude dijken en niet onderheide woningen. Een toename van zwaar verkeer door de toevoeging van bedrijvigheid kan zorgen voor een toename van trillingen. Dit zorgt voor een negatief effect. De ingrepen hebben geen significant effect op geur.

Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - gezonde woonlocaties: verdicht op gezonde locaties met een lage milieu impact: zorg voor een zorgvuldige afweging van de woningbouwlocaties, waarbij voorkomen en mitigatie van negatieve effecten prioriteit krijgt; - strikte regulering en monitoring: voer strikte milieuregels in en monitor de lucht- en geluidskwaliteit om de effecten van industriële activiteiten en stedelijke inbreiding te minimaliseren; - bufferzones: overweeg het instellen van bufferzones tussen woon- en industriële gebieden om de impact op omwonenden te minimaliseren; - duurzame mobiliteit: bevorder duurzame transportopties om de impact van toegenomen verkeer op luchtvervuiling en geluidsbelasting te verminderen;

59 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

-

houtrook: houtrook is een belangrijke veroorzaker van luchtverontreiniging en geurhinder. Dit komt doordat het fijnstof en schadelijke stoffen uitstoot die de luchtkwaliteit verslechteren en gezondheidsproblemen kan veroorzaken. Actief beleid op houtrook kan de hinder ervan verminderen (bijvoorbeeld houtrookvrije wijken, of op bepaalde momenten een stookverbod).

In dit scenario is er een beperkte potentie om de doelen met betrekking tot gezondheidsbescherming te behalen. De overkapping zorgt voor een lokale verbetering van gezondheidsbescherming. Aan de tunnelmonden is er geen sprake van goede luchtkwaliteit en wordt niet voldaan aan WHO-advieswaarden waardoor een hoge potentie om de doelen te halen is uitgesloten. Scenario 2 Scenario 2 heeft op een negatief effect op geluidshinder, luchtverontreiniging en trillingen ten opzichte van de referentiesituatie, en een neutraal effect op licht en geur, al kunnen er verschillen in zitten in bepaalde gebieden. Omdat trillingen, geur en licht samen worden beoordeeld als ‘overige aspecten’ is de negatieve beoordeling voor trillingen doorslaggevend. Cumulatief is er sprake van een negatief effect op gezondheidsbescherming ten opzichte van de referentiesituatie in dit gebied. Geluidshinder In dit scenario worden verschillende ingrepen geïntroduceerd om de gezondheidsbescherming in Ridderkerk te beïnvloeden. Het autovrij maken van het centrum en het autoluw maken van de omliggende wijken leidt tot een lokale vermindering van geluidsbelasting veroorzaakt door lokale wegen. Dit draagt bij aan een rustiger en gezonder leefmilieu, verhoogt de leefkwaliteit, en maakt het centrum aantrekkelijker voor inwoners en bezoekers.

Aan de andere kant heeft de inbreiding en uitbreiding met de toevoeging van 3.300 woningen een toename van het aantal geluidgehinderde. Zowel inbreiding als uitbreiding leiden tot verhoogde geluidsbelasting door intensiever gebruik van bestaande en nieuwe infrastructuur. De gebieden, Bolnes, Centrum, Oost, Het Zand, Drievliet en Rijsoord die in de referentiesituatie al een hoge geluidbelasting ondervinden afkomstig van wegen worden extra belast. Het bouwen in de rivieroevers zorgt voor een toename van verkeersbewegingen in Bolnes en daarmee een toename van geluidsbelasting in de reeds belaste Bolnes door wegen ten opzichte van de referentiesituatie. Ook neemt het aantal nieuwe objecten toe in de rivieroevers die blootgesteld worden aan de geluidbelasting afkomstig van scheepvaart. De focus op functiemenging en Lage Milieucategorie (LMC) bedrijven leidt tot een toename van geluidsbelasting, doordat bedrijfsactiviteiten dichter bij woonwijken plaatsvinden. Dit leidt tot meer geluidsoverlast voor bewoners, wat een negatief effect heeft op hun leefkwaliteit. Luchtverontreiniging Het autovrij maken van het centrum en het autoluw maken van de omliggende wijken leidt tot een lokale vermindering van luchtverontreiniging veroorzaakt door lokale wegen.

De toevoeging van 3.300 woningen veroorzaakt een hogere verkeersdruk met name rondom het centrum en daarmee tot een toename in de luchtverontreiniging. De inwoners van Bolnes-Noord, het Zand en Oost ondervinden ongezonde luchtkwaliteit omdat in deze gebieden de WHO-intermwaarden niet worden gehaald in de huidige situatie en de referentiesituatie. Hier wordt de meest luchtverontreiniging ervaren en zal als knelpunten blijven en zelfs verslechten in scenario 2 (Zie Bijlage I, afbeelding 5.10 t/m 5.12). Het bouwen in de rivieroevers zorgt voor een toename van verkeersbewegingen in Bolnes en langs de rivieroevers en daarmee een verslechtering van luchtkwaliteit voor de bestaande inwoners van Bolnes en de toekomstige inwoners langs de rivieroevers. De functiewijziging/functiemenging langs rivieroevers kan milieueffecten veroorzaken. Omzetten van bedrijfslocaties naar andere functies die leiden tot een afname van luchtverontreinigingen kan een positief effect opleveren. Overige aspecten Trillingen worden in Ridderkerk met name veroorzaakt door vrachtverkeer in combinatie met oude dijken en niet onderheide woningen. Het toevoegen van een HOV-buslijn leiden tot een toename van trillingen langs de busroutes, vooral op wegen die niet optimaal zijn ontworpen voor zwaar verkeer. Deze trillingen kunnen hinder veroorzaken voor bewoners en mogelijk schade aan oudere of kwetsbare gebouwen.

60 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

Er zijn geen significante effecten op geur of licht, aangezien Ridderkerk al dermate vervuild is met licht dat de toevoeging van woningen niet significant zal zijn en er geen bijzonderheden zijn omtrent geur. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - mitigatie van negatieve effecten: zorg voor maatregelen zoals geluidswallen, groene buffers en energiezuinige verlichting om de negatieve effecten van inbreiding en uitbreiding op de gezondheid te beperken; - strikte regulering en monitoring: voer strikte milieuregels in en monitor de lucht- en geluidskwaliteit om de effecten van industriële activiteiten en stedelijke inbreiding te minimaliseren; - duurzaam bouwen: implementeer duurzame bouwmethoden en infrastructuur om de impact op luchtvervuiling, geluid, trillingen en lichtvervuiling te minimaliseren; - balans tussen groei en gezondheid: behoud een evenwicht tussen stedelijke groei en het waarborgen van een gezonde leefomgeving voor alle inwoners; - houtrook: houtrook is een belangrijke veroorzaker van luchtverontreiniging en geurhinder. Dit komt doordat het fijnstof en schadelijke stoffen uitstoot die de luchtkwaliteit verslechteren en gezondheidsproblemen kan veroorzaken.

Actief beleid op houtrook kan de hinder ervan verminderen (bijvoorbeeld houtrookvrije wijken, of op bepaalde momenten een stookverbod); - bij functiemenging dient de gezondheidsbescherming van inwoners centraal te staan in besluitvorming over het type bedrijven dat wordt gemengd met woningen. In dit scenario is er geen potentie om de doelen met betrekking tot gezondheidsbescherming te behalen. De toename van 3.300 woningen en mengen van wonen en werken leidt tot meer verkeersbewegingen en daarmee een verslechtering van luchtkwaliteit en toename van geluidshinder. Omgevingsveiligheid De gemeente moet voldoen aan de wetgeving maar heeft onder de Omgevingswet beleidsruimte om invulling te geven aan de mogelijkheden in bijvoorbeeld aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden maken zichtbaar waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen brand- , explosie-, en gifwolkaandachtsgebieden. De Omgevingswet biedt de gemeente afwegingsruimte bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen een aandachtsgebied. Voor het inpassen van een (beperkt) kwetsbaar gebouw of locatie of zeer kwetsbaar gebouw binnen een aandachtsgebied is het aan de gemeente om te onderbouwen dat zij voldoende rekening heeft gehouden met externe veiligheidsrisico’s.

Hierbij moet het plaatsgebonden risico altijd in ogenschouw worden genomen. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het PR geldt een grenswaarde van 10-6 per jaar, binnen deze PR 10-6 contour mogen zich geen (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties bevinden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties geldt de PR 10-6 contour als richtwaarde. Scenario 1 Scenario 1 heeft een negatief effect op externe veiligheid en een positief effect op sociale veiligheid. Externe veiligheid In dit scenario wordt werkgelegenheid in hogere milieugebruiksruimte toegestaan in combinatie met toename van personendichtheden. Dit kan de externe veiligheid in Ridderkerk onder druk zetten door een verhoogd risico op industriële ongevallen en grotere impactzones rondom deze bedrijven. Deze ontwikkeling vereist stringente veiligheidsmaatregelen, regelmatige inspecties, en nauwe samenwerking met lokale overheden om de risico's effectief te beheersen en de veiligheid van werknemers en omwonenden te waarborgen. Daarnaast brengt het toevoegen van buurtbatterijen en trafohuisjes extra risico's met zich mee, zoals brand- en explosiegevaar en de mogelijke uitstoot van giftige dampen.

Dit kan een negatief effect hebben op de externe veiligheid, vooral in woonwijken waar de buurtbatterijen en trafohuisjes geplaatst worden.

61 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - creëer voldoende afstand tussen risicobronnen (zowel hogere milieugebruiksruimte-bedrijven als buurtbatterijen) en (zeer kwetsbare) functies om incidenten te voorkomen; - regelmatige inspecties en onderhoud: zorg voor frequente controles en onderhoud om potentiële risico's vroegtijdig te identificeren en te mitigeren; - crisismanagement en communicatie: ontwikkel robuuste noodplannen en informeer de gemeenschap over de genomen veiligheidsmaatregelen om risico's effectief te beheren en het vertrouwen van de bevolking te behouden. Sociale veiligheid In dit scenario is er sprake van een grote sociale samenhang, mede door de collectieve woonvormen, de mogelijkheid tot de bouw van collectieve wijken en de financiële participatie. Deze mate van sociale samenhang draagt bij aan de verhoging van de sociale veiligheid. Daarnaast wordt er een aantrekkelijke openbare ruimte gerealiseerd, dit kan de aanwezigheid van mensen op straat verhogen en daarmee de sociale veiligheid. Daarnaast worden de bedrijventerreinen geherstructureerd en wordt er groen toegevoegd. Dit zorgt dat de bedrijventerreinen een aantrekkelijker karakter krijgen, wat kan resulteren in een vermindering van overlast.

Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - levendigheid bedrijfsterreinen: ondanks dat er aan de randen van de bedrijventerreinen wordt ingezet op de transformatie naar gemengde gebieden, blijven de terreinen (mede door de aanwezige bedrijvigheid) hoofdzakelijk monofunctioneel. Buiten werktijden blijven de terreinen hierdoor minder levendig, dit vermindert de sociale controle en daarmee de sociale veiligheid. Er is een beperkte potentie om de doelen te behalen. De ingrepen in dit scenario zorgen voor extra risicobronnen voor externe veiligheid, maar verminderen ondermijning, overlast en verdachte situaties, waardoor er een verbeterde sociale veiligheid is. Scenario 2 Scenario 2 heeft een negatief effect op externe veiligheid en een positief effect op sociale veiligheid. Externe veiligheid In dit scenario worden een waterstoffabriek, waterstofleidingen, en een 380 kV hoogspanningsverbinding toegevoegd in Ridderkerk. Deze ingrepen kunnen de externe veiligheid negatief beïnvloeden door de introductie van risico's zoals brand, explosie, blootstelling aan elektrische en magnetische velden, en mogelijke elektrische ongevallen. Vooral in dichtbevolkte gebieden kunnen deze risico's verhoogd zijn, wat vraagt om zorgvuldige planning en strikte veiligheidsmaatregelen.

Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - strenge veiligheidsnormen door Rijk en provincie: creëer voldoende afstand tussen risicobronnen (zowel hogere milieugebruiksruimte-bedrijven als buurtbatterijen) en (zeer kwetsbare) functies om incidenten te voorkomen; - regelmatige inspecties faciliteren: faciliteer frequente inspecties en onderhoud door bijvoorbeeld DCMR Milieudienst Rijnmond om potentiële risico's vroegtijdig te identificeren en te mitigeren; - lokale communicatie: informeer en betrek de gemeenschap bij de veiligheidsmaatregelen om bewustzijn en vertrouwen te vergroten. Sociale veiligheid In dit scenario beperkt de sociale samenhang zich tot het gebouwniveau. Op gebouwniveau wordt de sociale interactie bevordert, dit kan de sociale veiligheid lokaal ten goede komen. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in de openbare ruimte, wat de sociale controle bevordert. Bovendien wordt er in dit scenario ingezet op gemengde woon-werklocaties. Dit zorgt ervoor dat er ook buiten werktijden sociale controle in dit gebied aanwezig is, waardoor het risico op overlast wordt verminderd. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - hogere bouwlagen: bij de locaties waar meer dan 6 woonlagen mogelijk zijn kan dit leiden tot een gevoel van anonimiteit. Ook de inrichting op plintniveau is belangrijk om ervoor te zorgen dat er ook op straatniveau ruimte blijft bestaan voor sociale controle.

Er is geen potentie om de doelen te behalen. De ingrepen in dit scenario zorgen voor veel meer extra risicobronnen voor externe veiligheid, maar verminderen ondermijning, overlast en verdachte situaties, waardoor er een verbeterde sociale veiligheid is.

62 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

Conclusie Onderstaande tabel geeft een samenvatting weer van de beoordeling van omgevingseffecten en doelbereik van beide scenario’s.

Tabel 6.3 Beoordeling van effecten op gezondheid en sociaal domein (zonder inzet van mitigerende maatregelen) Aspect

Referentiesituatie

Beoordeling doelbereik Scenario 1

Beoordeling omgevingseffecten Scenario 2

Scenario 1

Scenario 2

Gezonde leefstijl

redelijk

+

+

Sociaaleconomische positie

goed

+

++

Sociale cohesie

redelijk

++

-

Gezondheids bescherming

slecht

-

-

Omgevingsveiligheid

redelijk

-

-

6.2.3

Mobiliteit

Bereikbaarheid (per modaliteit) Scenario 1 Scenario 1 heeft een negatief effect op regionale OV-bereikbaarheid en autobereikbaarheid tijdens spits. In dit scenario worden diverse ingrepen gedaan om de bereikbaarheid in Ridderkerk te beïnvloeden. Het toevoegen van 1.700 woningen kan leiden tot meer verkeersdruk voor gemotoriseerd verkeer door toenemende ritproductie, wat een negatief effect heeft op de bereikbaarheid. Het behouden van het bestaande bedrijventerrein met monofunctionele inrichting en focus op hogere milieugebruiksruimte-bedrijven heeft voornamelijk een negatief effect op de bereikbaarheid door toename spitsverkeer. Ook voor OV en langzaam verkeer is het effect negatief, tenzij specifiek wordt geïnvesteerd in betere verbindingen. Deze ingreep draagt dus vooral bij aan een verhoging van de verkeersdruk. De ontwikkeling van woningbouw en vestiging van bedrijven in Ridderkerk heeft grote impact op de belasting van de aansluitingen op de A38 en ontsluiting via de Rotterdamseweg, met terugslag op het hoofdwegennet. Dit heeft een negatief effect op de bereikbaarheid. De invoering van een zero-emissie-zone in de kern heeft een gemengd effect. Voor gemotoriseerd verkeer is het negatief voor vervuilende voertuigen, maar positief voor zero-emissievoertuigen door minder congestie.

OV kan een toename in gebruik zien, terwijl langzaam verkeer aanzienlijk profiteert door meer ruimte en veiligheid voor fietsers en voetgangers Het inzetten van meer buurtbussen voor ouderen verbetert de bereikbaarheid voor deze doelgroep en verlaagt de verkeersdruk in woonwijken, met een positief effect voor gemotoriseerd verkeer. Op regionaal niveau draagt de buurtbussen niet bij aan een snelle OV-verbinding om vanaf Ridderkerk te reizen. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - uitbreiding OV-capaciteit: het is noodzakelijk om het OV-aanbod uit te breiden om overbelasting door de extra woningen te voorkomen; - fietsinfrastructuur versterken: de groei van langzaam verkeer vereist betere fietspaden en voetgangersvoorzieningen om de veiligheid en doorstroming te waarborgen; - beheer van vrachtverkeer: het behoud van hogere milieugebruiksruimte-bedrijven vereist maatregelen om de impact van vrachtverkeer op de bereikbaarheid en verkeersveiligheid te minimaliseren;

63 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

-

toegankelijkheid van duurzame mobiliteit: de zero-emissie-zone moet gepaard gaan met maatregelen om alternatieve vervoermiddelen zoals fietsen en elektrische voertuigen aantrekkelijker en toegankelijker te maken.

De ingrepen in dit scenario zorgen voor een beperkte potentie om de doelen voor bereikbaarheid te halen. Er wordt niet ingezet op duurzame mobiliteit. Alleen de zero-emissie-zone in de kern en de buurtbussen voor ouderen sluiten redelijk aan bij het doel van Ridderkerk om in te zetten op duurzame mobiliteit. Scenario 2 Scenario 2 heeft een negatief effect op autobereikbaarheid in de kern en schil en een positief effect op OVbereikbaarheid en fietsbereikbaarheid. In dit scenario worden meerdere ingrepen gedaan die de bereikbaarheid in Ridderkerk op verschillende manieren beïnvloeden. Het toevoegen van stadsrandhubs aan de randen van de gemeente, uitgerust met deelauto’s en deelfietsen, heeft een overwegend neutraal effect op gemotoriseerd verkeer. De verkeersdruk in het centrum neemt af doordat mensen overstappen op deelvervoer, maar lokaal rond de hubs kan de verkeersdruk toenemen. Voor OV en langzaam verkeer verbeteren de hubs de toegankelijkheid en stimuleren ze het gebruik van deelmobiliteit. De toevoeging van logistieke hubs voor de bevoorrading van de kern zorgt voor een positief effect op de bereikbaarheid van gemotoriseerd verkeer, OV, en langzaam verkeer. Doordat vrachtverkeer uit het centrum wordt geweerd, verbetert de doorstroming voor gemotoriseerd verkeer en bussen. De invoering van een zero-emissie-zone in de kern heeft gemengde effecten.

Voor gemotoriseerd verkeer is het negatief voor vervuilende voertuigen, maar positief voor zero-emissievoertuigen door minder congestie. OV kan een toename in gebruik zien, terwijl langzaam verkeer aanzienlijk profiteert door meer ruimte en veiligheid voor fietsers en voetgangers Het toevoegen van 3.300+ woningen kan een negatief effect hebben op de bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer door toenemende verkeersdruk. Het afwaarderen van de Rotterdamseweg naar 50 km/u heeft een gemengd effect. Hoewel de snelheid voor gemotoriseerd verkeer afneemt, wat een kleine vertraging kan veroorzaken, kunnen langzaam verkeer en OV profiteren van meer veiligheid. De ontwikkeling van woningbouw en vestiging van bedrijven in Ridderkerk heeft grote impact op de belasting van de aansluitingen op de A38 en ontsluiting via de Rotterdamseweg, met terugslag op het hoofdwegennet. Dit heeft een negatief effect op de bereikbaarheid. De toevoeging van een HOV-buslijn tussen Barendrecht en Ridderkerk heeft een sterk positief effect op de regionale bereikbaarheid, wat leidt tot minder verkeersdruk en betere OV-verbindingen. Daarnaast verbeteren de uitbreiding van de waterbusdiensten en introduceren van de stadsrandhub met aantrekkelijke parkeervoorwaarden de regionale OV-verbindingen en stimuleren het gebruik van fietsen en wandelen.

Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - infrastructuuruitbreiding voor OV en fietsen: de toename van woningen en de verschuiving naar OV en langzaam verkeer vereisen investeringen in fietspaden en voldoende OV-capaciteit; - effectiviteit van de stadsrandhubs: lokale maatregelen zijn nodig om verkeersdruk rondom de hubs te beheersen, zodat de voordelen van minder verkeer in de kern behouden blijven; - ondersteuning voor zero-emissie voertuigen: er moeten voldoende laadpunten en infrastructuur beschikbaar zijn om de overstap naar zero-emissievoertuigen te vergemakkelijken; - effecten van logistieke hubs beheersen: er moet aandacht zijn voor de omgevingseffecten van logistieke hubs, zodat de vermindering van vrachtverkeer in het centrum niet leidt tot nieuwe problemen aan de randen van de gemeente. De ingrepen in dit scenario sluiten goed aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op het stimuleren van actieve en duurzame mobiliteit, het op de eerste plek zetten van fietsers en voetgangers en het behouden en versterken van bestaand openbaar vervoer. Gezamenlijk zorgen de ingrepen ervoor dat er een hoge potentie is in dit scenario om de doelen voor bereikbaarheid te behalen.

64 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

Toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen Scenario 1 Scenario 1 heeft een zeer positief effect op de toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen door verspreid locaties om van modaliteiten te wisselen in wijkhubs. In dit scenario worden verschillende ingrepen voorgesteld om de toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen in Ridderkerk te verbeteren, met een focus op inclusiviteit. Het toevoegen van buurtbussen voor ouderen heeft een positief effect, doordat het specifiek inspeelt op de behoeften van een kwetsbare doelgroep. Daarnaast verbetert het opzetten van wijkhubs bij wijkcentra met deelfietsen en deelauto’s de toegang tot mobiliteitsdiensten aanzienlijk, vooral voor inwoners zonder eigen vervoer. Deze maatregel bevordert duurzame mobiliteit, vermindert verkeersdrukte en CO2-uitstoot, en ondersteunt de lokale economie. Verspreid parkeren kan de toegang tot mobiliteitsdiensten verbeteren door meer parkeeropties te bieden dicht bij woningen en voorzieningen. Ten slotte zou de invoering van een zero-emissie-zone in de kern van Ridderkerk de toegang tot duurzamere vervoermiddelen verbeteren en de luchtkwaliteit bevorderen.

Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - inclusiviteit: zorg ervoor dat alle bevolkingsgroepen, vooral ouderen en mensen zonder eigen vervoer, toegang hebben tot de aangeboden mobiliteitsdiensten; - balans tussen parkeren en ruimtelijke ordening: houd bij het implementeren van verspreid parkeren rekening met de behoefte aan stedelijke ruimte voor andere functies om een evenwichtige stedelijke omgeving te behouden; - stimuleren van duurzame mobiliteit: blijf inzetten op het bevorderen van fietsgebruik en openbaar vervoer om de reductiefactor bij de parkeernorm te ondersteunen en de zero-emissie-zone effectief te maken. De ingrepen in dit scenario sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op het bevorderen van de inzet van buurtbussen en het inzetten op actieve en duurzame mobiliteit. Er is in dit scenario een hoge potentie om de doelen op het gebied van toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen te behalen. Scenario 2 Scenario 1 heeft een positief effect op de toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen door enkele locaties om te wisselen van modaliteiten in de stadrandhubs. In dit scenario worden verschillende ingrepen voorgesteld om de toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen in Ridderkerk te verbeteren, met een sterke focus op duurzame mobiliteit en regionale verbindingen.

Het opzetten van een HOV-buslijn naar Station Barendrecht en frequentere waterbusdiensten, inclusief een nieuwe halte bij Bolnes Boelekade, verbeteren de regionale connectiviteit en maken Ridderkerk aantrekkelijker voor zowel inwoners als bezoekers. De aanleg van stadsrandhubs met deelauto’s en deelfietsen aan de randen van de gemeente ondersteunt duurzame mobiliteit en vermindert verkeersdrukte. Aan de andere kant kan de toepassing van een reductiefactor op de parkeernorm 2024 de toegang voor autoverkeer beperken. Echter kan deze ingreep wel zorgen dat meer mensen gaan lopen of fietsen, of het OV pakken. Verder wordt er in dit scenario gericht op geconcentreerd parkeren. Hoewel geconcentreerd parkeren efficiëntievoordelen biedt, kan het leiden tot langere loopafstanden en congestie rond centrale parkeerplekken. De invoering van een zero-emissie-zone en een autovrije kern met een autoluwe schil verbetert de duurzaamheid en leefbaarheid.

Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - balans tussen autoverkeer en duurzaamheid: zorg voor een evenwicht tussen het bevorderen van duurzame mobiliteit en het behoud van voldoende toegankelijkheid voor autoverkeer; - infrastructuurplanning: versterk de integratie van duurzame vervoersopties om de overstap naar alternatieve mobiliteit te vergemakkelijken en congestie te voorkomen; - toegankelijkheid: houd rekening met de behoeften van alle bevolkingsgroepen, inclusief ouderen en mensen met beperkte mobiliteit, bij het ontwerpen van mobiliteitsoplossingen.

65 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02

Dit scenario heeft daardoor een hoge potentie om de doelen op het gebied van toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen te behalen. De ingrepen in dit scenario sluiten goed aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op het behouden en versterken van openbaar vervoer, het inzetten op actieve en duurzame mobiliteit en het op de eerste plek zetten van voetgangers en fietsers. Echter sluit het niet goed aan bij het doel om te voldoen aan de parkeerbehoefte in Ridderkerk. Verkeersveiligheid (kans op ongevallen) Scenario 1 Scenario 1 heeft een negatief effect op verkeersveiligheid ten opzichte van de referentiesituatie. In dit scenario worden verschillende ingrepen voorgesteld die een negatieve impact hebben op de verkeersveiligheid in Ridderkerk. De auto blijft dominant in zowel de schil als de kern van Ridderkerk. De toevoeging van 1.700 woningen leidt naar verwachting tot een toename van verkeersdrukte. Verkeersdrukte verhoogt het risico op verkeersongevallen, vooral voor kwetsbare weggebruikers zoals voetgangers en fietsers. Daarnaast zorgt zwaar verkeer door het behoud van hogere milieugebruiksruimte-bedrijven voor afname van verkeersveiligheid, met name in gemengde verkeerszones waar verschillende soorten weggebruikers samenkomen.

Aan de andere kant kan het invoeren van een zero-emissie zone in de kern van Ridderkerk een positief effect hebben op de verkeersveiligheid. Deze maatregel vermindert het gemotoriseerde verkeer, stimuleert langzaam verkeer zoals lopen en fietsen, en verbetert zichtbaarheid. Dit draagt bij aan een veiliger en gezonder stedelijk milieu, wat het risico op verkeersongevallen lokaal vermindert. Het verdiept aanleggen van de Rotterdamseweg zorgt voor een lokale afname van verkeersongevallen. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - infrastructuuraanpassingen: zorg voor verbeterde infrastructuur zoals veilige fietspaden en oversteekplaatsen om de veiligheid van kwetsbare weggebruikers te waarborgen, vooral in gebieden met toenemende verkeersdrukte; - verkeersmanagement: implementatie van verkeersremmende maatregelen en strengere regulering van zwaar verkeer om ongevalsrisico’s te minimaliseren; - bewustwording en gedragsverandering: stimuleer verkeersveiligheidscampagnes om bewustwording te vergroten en het gedrag van weggebruikers positief te beïnvloeden, vooral in de zero-emissie zone. Het scenario heeft beperkte potentie om de doelen op het gebied van verkeersveiligheid te behalen. Scenario 1 leidt niet tot nul dodelijke verkeerslachtoffers omdat auto’s in Ridderkerk dominant blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1216/documents/40778