Omgevingseffectrapport 15-04-2025 actualisatie omgevingsvisie Ridderkerk.pdf
Tekst van het document
-
Waterkwaliteit en duurzame watervoorziening
-
aandacht vragen voor de kwaliteit van het drink- en oppervlaktewater (voldoen aan KRW)
Microklimaat
-
leefbare en gezonde leefomgeving: leren omgaan met hittestress en een lokaal hitteplan opstellen
Wateroverlast en Droogte
-
Ridderkerk klimaatbestendig en waterrobuust in 2050; water wordt ter plekke geborgd en vastgehouden en later afgevoerd. bij nieuwbouwontwikkelingen moet tenminste 50 mm neerslag tijdelijk vastgehouden kunnen worden, bij reconstructies minimaal 20 mm; bij ontwerp van een nieuw rioolstelsel wordt getoetst met zwaardere buien; onderhouden van waterkeringen en risico’s op overstromingen; verkleinen (voldoen aan wettelijke eisen ten aanzien van waterveiligheid); waterkringloop natuurlijker maken
-
-
27 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Ambitie
Domeinen
Doelen
Energie: Elektriciteit
-
-
Energie: Warmte
-
Materiaal
-
3.2
het besparen van energie door het verminderen van de vraag, efficiënter en zuiniger gebruik (isolatie), het opwekken van duurzame energie, het overstappen naar duurzame energiebronnen en het realiseren van een gedegen en veilige energieopslag; voldoende hernieuwbare, niet-fossiele energiebronnen aanbieden. Stimuleren zonnepanelen maar ontwikkelen van zonneparken heeft geen prioriteit; energietransitie voor iedereen bereikbaar en betaalbaar maken ondergrond duurzaam benutten; verduurzamen van bestaand vastgoed; in 2030 moeten de eerste wijken van het aardgas af zijn en aangesloten zijn op warmtenetten/all-electric oplossingen/ duurzaam gas; warmtetransitie voor iedereen bereikbaar en betaalbaar maken CO2-neutraal, circulair en aardgasvrij in 2050; producten en grondstoffen zo lang mogelijk in omloop houden en daarmee het gebruik van primaire grondstoffen verminderen; voedselpatronen verduurzamen
Scenario’s
In het ontwerpend onderzoek zijn 2 uiterste toekomstscenario’s voor de gemeente opgesteld. Deze 2 scenario’s zoeken de hoeken van het speelveld op en zijn alternatieven in dit OER conform de mersystematiek. Ze schetsen uiterste extremen om de bandbreedte te tonen. Deze extremen helpen de gemeente bij het maken van keuzes over het toekomstbeeld. Scenario 1 richt zich op de versterking van het groene, dorpse karakter. Scenario 2 richt zich op een ondernemend en innovatief Ridderkerk met een stedelijk karakter. In beide scenario’s staan de 3 kernwaarden van Ridderkerk centraal: (1) Sterke wijken, goed verbonden, (2) Groenblauwe oase en (3) Kloppend hart. Per scenario komen de kernwaardes op andere manier tot uiting. In de navolgende paragrafen worden de kernwaarden per scenario beschreven.
3.2.1
Scenario 1
De gemeente Ridderkerk ontwikkelt zich in dit scenario tot een groene gemeente waar het dorpse karakter centraal staat. In dit scenario wordt prioriteit gegeven aan de kernwaarde ‘Groenblauwe oase’.
Tabel 3.1 Kernbegrippen Groenblauwe oase Kernbegrippen Groenblauwe dooradering
duurzaamheid
lokaal
Sterke wijken, goed verbonden In dit scenario 1 ontwikkelt de gemeente zich tot een groene, duurzame gemeente. De gemeente Ridderkerk staat in sterke verbinding met haar inwoners, met respect voor de grenzen van de natuur en het landschap. Ontwikkelen gebeurt met oog voor het water- en bodemsysteem. Dit betekent dat woningbouw alleen plaatsvindt in bestaande wijken. Daarom is er bijvoorbeeld niet langs de rivieroevers gebouwd. Ook vinden er geen ontwikkelingen plaats op de agrarische gronden ten behoeve van het behoud van de groene kraag. De woningbouwopgave richt zich op de lokale vraag en behoefte, met voorrang voor de lokale bewoners rekening houdend met bestaande wet- en regelgeving. Er is ruimte voor de opzet van collectieve woonvormen voor met name ouderen, zoals geclusterd wonen en wonen met zorg. De bouwhoogte bedraagt maximaal 6 bouwlagen.
28 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Dit behoudt het dorps karakter en de cultuurhistorisch waardevolle structuren en gebouwen. Nieuwbouw, transformatie en herstructurering gebeurt waar mogelijk met duurzame en natuurinclusieve materialen. Verduurzamingsmaatregelen zoals isolatie en groene gevels zijn op buurtniveau georganiseerd en worden collectief onderhouden. Op het perceel bij de Sportlaan-Benedenrijweg is een collectieve wijk gerealiseerd waarbij de eigenaren de bouw gezamenlijk hebben opgezet. In het mobiliteitssysteem staat inclusiviteit voorop. Er is een zero-emissie zone ingesteld in het centrum van Ridderkerk om zo een gezonde en veilige leefomgeving te creëren. In wijkcentra worden wijkhubs gerealiseerd, wat de bewoners en bezoekers de mogelijkheid geeft om de auto te kunnen parkeren en zich vanuit de hub te kunnen verplaatsen met deelvervoer. Tussen de wijkhubs rijdt een toegankelijke buurtbus, de huidige Rnet-verbindingen en de waterbus blijven behouden, volgens de huidige dienstregeling. Daarnaast zijn de snelwegen overkapt. De maximale snelheden zijn waar mogelijk verlaagd van 50 km/u naar 30 km/u. De Rotterdamseweg is verdiept aangelegd en de maximale snelheid is 70 km/h. De groene kraag is via groene inprikkers naar het centrum doorgetrokken. Hierdoor ontstaat een aantrekkelijke leefomgeving. Het groen biedt voldoende schaduwplekken aan waar ook ruimte is om te rusten.
Voor de dagelijkse voorzieningen en zorg kunnen bewoners in de wijk terecht. Ook wordt er in iedere wijk ruimte geboden aan maatschappelijke functies. Zo is bij de wijkcentra een buurthuis. Dat kan bijvoorbeeld in cultuurhistorische waardevolle panden, gebedshuizen, leegstaande panden of nieuwbouw. Dit stimuleert bewoners om elkaar (spontaan) te ontmoeten en bevordert de sociale cohesie. De inwoners bieden elkaar een breed vangnet. Groenblauwe oase De groene overkapping van de snelwegen heeft ertoe geleid dat de groenblauwe dooradering flink is uitgebreid. Waar oorspronkelijk de snelwegen als barrière in het landschap lagen, wordt nu ruimte geboden aan het groen. De overkapping biedt voldoende mogelijkheden om te sporten en te ontspannen. Ook is hier een fietsroute aangelegd. Om de waterveiligheid te waarborgen, is er ruimte aan de rivier geboden (nature based solutions). De uiterwaarden en andere natuurgebieden van hoge (potentiële) natuurwaarden zijn tijdens het broedseizoen niet toegankelijk. Vrijkomende agrarische gronden worden ingezet voor natuurontwikkeling en waterberging. De grenzen van het agrarisch gebied en het glastuinbouwconcentratiegebied zijn hard. De oude dijk is beleefbaar gemaakt door combinatie met de functie van waterberging. Energie wordt lokaal opgewekt met zon op daken. Ook wordt de restwarmte uit de glastuinbouw waar mogelijk benut.
Inwoners zijn aangemoedigd om financieel te participeren via de lokale energiecoöperaties, zo kunnen zij meedelen in de voordelen van de opbrengst van de duurzame opwek. De energieopslag- en infrastructuur is ingepast en georganiseerd op wijkniveau. Er zijn geen zoekgebieden voor zon- en windenergie op land. Kloppend hart Ridderkerk staat in dit scenario bekend om haar duurzame imago. Het areaal van bedrijventerreinen blijft bestaan. Dit draagt bij aan de ambitie om zo min mogelijk landelijk gebied ten koste van uitbreiding van het bebouwd gebied te laten gaan. Er is een aantrekkelijk vestigingsklimaat ontstaan waar de duurzame maakindustrie voor bijvoorbeeld biobased bouwmaterialen floreert. De agro-verwerkingsclusters en het agrarisch gebied zijn behouden en er is ruimte geboden aan nevenactiviteiten. Ook is Ridderkerk een gevestigde entiteit in de circulaire economie. Er is een circulaire hub voor opslag en recycling gevestigd. Door dit type bedrijvigheid zijn bedrijventerreinen veelal monofunctioneel ingericht, maar gemengde gebieden aan de randen zijn mogelijk als de milieucategorisering dat toelaat. De bedrijventerreinen krijgen door herstructurering een aantrekkelijk en groen karakter.
29 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
3.2.2
Scenario 2
De gemeente Ridderkerk ontwikkelt zich in dit scenario tot een innovatieve en ondernemende gemeente. In dit scenario wordt prioriteit gegeven aan de kernwaarde ‘Kloppend hart’. Tabel 3.2 Kernbegrippen Kloppend hart Kernbegrippen innovatief
ondernemend
regionaal verbonden
Sterke wijken, goed verbonden In dit scenario typeert de woningvoorraad van Ridderkerk zich door haar onderscheidende stijl: het ontwikkelprincipe gaat uit van landschappelijk wonen in een hogere dichtheid, waarbij wordt ingezet op veel verticaal groen en het gebruik van natuurinclusieve materialen. Dit leidt tot een toename van aantrekkelijke meergezinswoningen, om zo starters en urban professionals aan te trekken. Naast inbreiding is er daarom ook ingezet op uitbreiding bij uitleglocaties. Ruimtelijke beperkingen ten gevolge van het water- en bodemsysteem zijn aangepakt met innovatieve, technologische oplossingen. Hierdoor is het mogelijk om bijvoorbeeld langs de oevers van de Nieuwe Maas en bij Nieuw Reijerwaard te bouwen. Op bepaalde plekken zijn bouwhoogtes tot boven de 6 lagen mogelijk. De ontwikkelingen worden zorgvuldig ingepast in de bestaande omgeving. Bij de meergezinswoningen wordt ingezet op gemengd wonen op gebouwniveau. Dat betekent dat wonen, werken en ontspanning in een pand worden gecombineerd voor verschillende doelgroepen, van starters tot senioren. Op deze manier kunnen bewoners elkaar helpen en worden onderlinge banden versterkt. Ook zijn in dit scenario flexibele vormen van wonen mogelijk, om tegemoet te komen aan de diversiteit van de woningvraag (bijvoorbeeld flexwoningen en tiny houses). In dit scenario zet Ridderkerk in op haar strategische ligging.
De gemeente is sterk verbonden met de regio door investeringen in het Rnet en de waterbus. Zo is er een nieuwe, snelle Rnet-verbinding met station Barendrecht gerealiseerd. De waterbus vaart frequent en er is een extra halte gerealiseerd bij Bolnes Boelekade. Bij de haltes van de waterbus is een P&R gevestigd. Daarnaast is er bij Bolnes en bij Drievliet een stadsrandhub gerealiseerd. Bij deze hubs gelden gunstige parkeervoorwaarden en is het aantrekkelijk om over te stappen op deelmodaliteiten. Voor de bevoorrading van het centrum is er een logistieke hub gerealiseerd waar overslag plaatsvindt. De Rotterdamseweg is afgewaardeerd naar 50 km/u. Om het centrum ligt een autoluwe schil en in het centrum zelf is een autovrije zone en zero emissie zone ingesteld. Door deze ingrepen neemt de personenauto een minder prominente plaats in de openbare ruimte. Bewoners, bezoekers en ondernemers verplaatsen zich snel, gemakkelijk en veilig, zowel binnen Ridderkerk als de regio. De openbare ruimte is aantrekkelijk ingericht en nodigt uit tot beweging. Door schaduwplekken langs de hoofdwegen en waterpartijen ontstaat een aantrekkelijke verblijfplaats. Zorgcentra en stedelijke voorzieningen bevinden zich op een gecentraliseerde locatie. Ook worden er binnensportvoorzieningen toegevoegd.
Ridderkerk is dé plek in de metropoolregio waar een aantrekkelijke, moderne omgeving met voldoende ruimte voor ontspanning en recreatie samenkomen. Groenblauwe oase De groene kraag rondom het bebouwd gebied blijft bestaan, maar wordt niet vergroot. De landschappelijke grenzen van het agrarisch gebied en de glastuinbouwsector zijn hard. Het landelijk gebied is wel toegankelijk en beleefbaar gemaakt. Langs de Nieuwe Maas wordt een getijdenpark gerealiseerd waar ecologie, recreatie, klimaatadaptatie en innovatie samen komen. De oude dijkstructuur en het industrieel erfgoed zijn in dit scenario beter zichtbaar en beleefbaar gemaakt. Daarnaast zijn er klimaatparken gerealiseerd, hier wordt waterberging in een natuurlijk waterlandschap gecombineerd met recreatie. Vrijkomende agrarische gebieden zijn herbestemd of getransformeerd naar bijvoorbeeld een woonfunctie, maatschappelijke functie of recreatieve functie.
30 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Gezien haar innovatieve karakter heeft de energietransitie voor Ridderkerk in dit scenario prioriteit. De energietransitie is een van de randvoorwaarden voor de groei in dit scenario en dat drukt zich uit in ruimteclaims, bijvoorbeeld voor de 380 kV hoogspanningsleiding. Er is ingezet op verschillende hernieuwbare bronnen. De verkeersknooppunten en de geluidsschermen bieden ruimte aan zoekgebieden voor hernieuwbare energie. Daarnaast wordt er ingezet op zon op dak en aquathermie. Ook is er een transformatorstation en waterstofopslag gesitueerd in Bolnes-Zuid. Deze worden aan het zicht onttrokken door een groenblauwe inpassing. In ’t Zand en Nieuw Reijerwaard worden de mogelijkheden voor geothermie en een warmte-koude-opslag verkend, met afzet naar bedrijven en woningen in de nabije omgeving. De benodigde energievoorzieningen en infrastructuur worden ingepast in het landschap. Kloppend hart Ridderkerk is in dit scenario een innovatieve en ondernemende gemeente met een stedelijk karakter. De goed ontsloten, aantrekkelijke woonmilieus gaan hand in hand met het ontstane aantrekkelijk vestigingsklimaat voor zakelijke dienstverlening in sectoren zoals ICT, en landbouw- en energietechnologie. Ook stimuleert de gemeente de komst van start-ups. De genoemde sectoren bevinden zich in lage milieucategorieën.
Het bestaande areaal van bedrijventerrein is daarom geherstructureerd en getransformeerd naar aantrekkelijke, gemengde woon-werklocaties, waar ruimte wordt geboden aan de bovengenoemde sectoren. Dit leidt tot een grotere arbeidsdeelname per vierkante meter en de gemengde inrichting verbetert de omgevingsveiligheid. Op de agrarische gronden vindt voornamelijk verticale landbouw plaats. De glastuinbouwsector is innovatief en efficiënt ingericht. Nieuw Reijerwaard ontwikkelt zich in samenwerking met universiteiten en onderzoeksinstellingen tot een gerenommeerd kenniscluster. De genoemde economische sectoren en de ontwikkelingen in de woningvoorraad trekken urban professionals aan. Hierdoor ontstaat er een toenemende vraag naar speciaalzaken. Dit biedt kansen voor lokale ondernemers.
3.3 Verschillen tussen de scenario’s Tabel 3.3 Verschillen tussen de scenario’s Ridderkerkse kernwaarde
Thema
Aspect
Scenario 1
Scenario 2
Sterke wijken, goed verbonden
Wonen en fysieke leefomgeving
Aantal
1.300 woningen (harde en kansrijke plannen)
3.300 woningen (harde, kansrijke en reserveplannen)
Kenmerken
geen flexwonen
tijdelijke locaties voor flexwonen zijn toegestaan
enkel inbreiding
inbreiding en uitbreiding (waaronder uitleglocaties bij rivieroevers).
maximaal 6 bouwlagen
>6 bouwlagen zijn mogelijk
collectieve bouw mogelijk
geen collectieve bouw
geen gemengd wonen op gebouwniveau
gemengd wonen op gebouwniveau (wonen, werken en ontspanning)
meerderheid totale woningvoorraad bestaat uit eengezinswoningen
50/50 een grotere toename van meergezinswoningen (aantrekken starters / urban professionals)
zorgcentra in de wijken (decentraal)
centraal zorgcentrum
Voorzieningen aanbod
31 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Ridderkerkse kernwaarde
Thema
Gezondheid en sociaal domein
Mobiliteit
Aspect
Scenario 1
Scenario 2
dagelijkse voorzieningen geclusterd nabij de wijken
voorzieningen zijn op een locatie gecentraliseerd (nabij het getijdenpark)
buurthuis in iedere wijk
bestaande buurthuizen behouden
behoud onderwijsvoorzieningen
kenniscluster Nieuw Reijerwaard
Openbare ruimte
investeren in bestaand gebied (inprikkers vanuit groene kraag) en investeren bij nieuwe ontwikkelingen
investeren bij nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld P.C. Hooftstraat en CentrumOost)
Sociale cohesie
nieuwe buurtcentra in de wijken
geen nieuwe buurtcentra
Gezonde leefstijl
schaduwplekken nabij groene inprikkers
schaduwplekken langs de hoofd(fiets)wegen
toevoeging sportvoorzieningen in de buitenruimte (bijvoorbeeld op de overkapping)
toevoeging indoor sportvoorzieningen
Sociaaleconomische positie
duurzame maakindustrie
zakelijke dienstverlening
Gezondheids bescherming
overkapping snelwegen
geen overkapping snelwegen
inbreiding
naast inbreiding ook uitbreiding
Omgevings veiligheid
werkgelegenheid in hogere milieugebruiksruimte
werkgelegenheid in lage milieucategorie
bedrijventerreinen zijn monofunctioneel in geval van hogere milieugebruiksruimte waar mogelijk inzetten op gemengde gebieden aan de randen van bestaande terreinen
bedrijventerreinen zijn zoveel mogelijk gemengd ingericht
circulaire hub (opslag en recycling)
toevoeging waterstoffabriek
Bereikbaarheid
mobiliteit gericht op korte afstandsverplaatsingen
mobiliteit gerichte op langere afstandsverplaatsingen met regio
OV
huidige Rnet-verbindingen blijven behouden
in aanvulling op de huidige verbindingen wordt er een directe, volwaardige lijn naar station Barendrecht opgezet
buurtbussen voor ouderen
geen buurtbussen
behoud huidige dienstregeling waterbus, P&R bij halte
frequentere dienstverlening waterbus, P&R bij halte
geen extra haltes waterbus
extra halte waterbus Bolnes Boelekade
metropolitane fietsroute Dordrecht-Rotterdam is gerealiseerd
metropolitane fietsroute Dordrecht-Rotterdam is gerealiseerd
Fiets en wandelen
32 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Ridderkerkse kernwaarde
Thema
Aspect
Scenario 1
Scenario 2
fiets- en wandelroutes conform mobiliteitsplan gerealiseerd
fiets- en wandelroutes conform mobiliteitsplan gerealiseerd
wijkhubs (deelmobiliteit primair voor gebruik binnen de gemeente)
stadsrandhubs aan de randen van de gemeente (omvangrijke hub met deelmobiliteit)
logistieke opslag van gekoelde goederen [reeferhub] (gericht op Nieuw Reijerwaard)
reeferhub inclusief logistieke hub voor o.a. de bevoorrading van de kern.
parkeernorm 2024
toepassing reductiefactor bovenop parkeernorm 2024
verspreid parkeren in de buurt
geconcentreerd parkeren
zero emissie zone in het centrum
zero emissie zone in het centrum
geen autovrij centrum
autovrij centrum
geen autoluwe schil
autoluwe schil om het centrum
snelwegen overkappen
geen snelwegen overkappen
Rotterdamseweg verdiept aanleggen (barrière Slikkerveer en West wegnemen)
Rotterdamseweg afwaarderen naar 50 km/u
30 km/u, tenzij
30 km/u, tenzij
Verkeersveilighei d
verbetering verkeersveiligheid door getroffen maatregelen
verbetering verkeersveiligheid door getroffen maatregelen
Werkgelegenheid
vestigingsklimaat voor duurzame maakindustrie (productie biobased bouwmaterialen, circulaire hub voor inzameling en recycling)
vestigingsklimaat voor kennisclusters technologie/innovatie/ICT
Vestigingsklimaat
bestaand areaal bedrijventerrein behouden, met monofunctionele inrichting (bedrijfsfunctie)
bestaand areaal bedrijventerrein behouden, maar transformatie naar werklocaties en gemengde functie (wonen/werken)
agro-verwerkingscluster
agro-verwerkingscluster met toegenomen focus op innovatie
horizontale, natuurinclusieve voedselproductie
verticale landbouw in glastuinbouwconcentratiegebi ed
behoud agrarisch gebied / glastuinbouwconcentratiegebi ed
behoud agrarisch gebied / glastuinbouwconcentratiegebi ed
nevenactiviteiten toestaan bij agrarische bedrijven
geen nevenactiviteiten toestaan bij agrarische bedrijven
Deelmobiliteit
Auto
Kloppend Hart
Economie
Landbouwareaal
33 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Ridderkerkse kernwaarde
Thema
Aspect
Scenario 1
Scenario 2
Groenblauwe oase
Groen-blauw
Natuur
groene kraag verbinden en doortrekken naar centrum
groene kraag behouden, geen toevoegingen
natuurgebieden van hoge (potentiële) natuurwaarden seizoensgebonden niet toegankelijk voor recreatie (rivier / NNN)
toegankelijke natuurgebieden met multifunctioneel gebruik
doortrekken groene kraag, inbreiding, ruimte voor de rivier
behoud groene kraag, naast inbreiding ook uitbreiding, getijdenpark, reservering tracé 380 kV
vrijkomende agrarische bebouwing inzetten voor natuurontwikkeling / vernatting
vrijkomende agrarische bebouwing herbestemmen / transformeren (woonfunctie, maatschappelijke functie, recreatieve functie)
structuur oude dijk zichtbaar maken door de functie van waterberging
structuur oude dijk zichtbaar en beleefbaar maken voor multifunctioneel gebruik
industrieel erfgoed niet zichtbaar en beleefbaar maken
industrieel erfgoed zichtbaar en beleefbaar maken
geen aantasting aan monumenten
geen aantasting aan monumenten
vernatten van gebied BolnesZuid, ten westen van de A38
klimaatpark in Bolnes-Zuid, ten westen van de A38
water- en bodemsturend werken
waterveiligheid door technologische oplossingen
ruimte voor de rivier
realisatie getijdenpark aan de Nieuwe Maas
waterberging in gebouwde omgeving
waterberging in gebouwde omgeving
natuurinclusief bouwen
natuurinclusief bouwen
doortrekken groene kraag (vier inprikkers)
behoud groene kraag
schaduwrijke plekken bij buurtcentra en de 4 inprikkers
schaduwrijke plekken bij hoofdroutes (fiets en wandel)
zon op dak
zon op dak
geen windmolens / zon op veld
duurzame energieopwek bij de knooppunten
geen duurzame energieopwek op het geluidsscherm langs de A16
duurzame energieopwek op het geluidsscherm langs de A16/A38
geen klimaatpark in BolnesZuid (wel inzet op vernatting)
klimaatpark in Bolnes-Zuid, ten westen van de A38
buurtbatterijen bij buurtcentra
geen buurtbatterijen
lokale energiecorporaties
geen lokale energiecorporaties
Landschap en cultuurhistorie
Water, Bodem en Klimaat (adaptatie)
Energie
34 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Ridderkerkse kernwaarde
Thema
Aspect
Materiaal
35 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Scenario 1
Scenario 2
collectieve organisatie en onderhoud verduurzamingsmaatregelen
geen collectieve organisatie en onderhoud verduurzamingsmaatregelen
reservering waterstoftransport
reservering waterstoftransport
geen reservering 380kV verbinding
reservering 380kV verbinding (inclusief buffer)
geen aquathermie
aquathermie
geen geothermie / WKO
geothermie / WKO bij ’t Zand en Nieuw Reijerwaard
restwarmte glastuinbouw benutten
restwarmte glastuinbouw benutten
circulaire hub (inzameling en recycling)
geen circulaire hub
4 ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE ALTERNATIEVEN ONDERZOCHT? 4.1
Aanpak van het OER
Het OER is als onderzoeksmiddel ingezet tijdens de ontwikkeling van de visie. In het ontwerpproces worden keuzes gemaakt die mogelijk effect hebben op het milieu en de leefomgeving. Het ontwerpend OER brengt tijdens het ontwerpproces in beeld wat deze mogelijke effecten zijn en wat de bandbreedte is van deze effecten op het milieu en de leefomgeving. Naast de scenario’s wordt ook het gekozen toekomstbeeld (naar alle waarschijnlijkheid een combinatie van de elementen uit de 2 scenario’s) beoordeeld in het OER. De wisselwerking tussen het visiespoor en het OER-spoor worden gefaciliteerd middels ‘ontwerploops’. Een ontwerpend OER geeft tijdig inzicht in welke keuzes negatieve effecten beperken, en met welke keuzes juist kansen ontstaan. Ook worden randvoorwaarden, aandachtspunten en onzekerheden vastgelegd in het OER, zodat daar in de beleidsuitwerking en monitoring aandacht aan besteed kan worden. Zo toetst het OER dus niet enkel achteraf op haalbaarheid, maar faciliteert het de ontwikkeling van de omgevingsvisie.
Hoofdvragen voor het OER Het OER gaat in op de volgende hoofdvragen: 1 wat is de huidige staat en kwaliteit van de leefomgeving? 2 hoe ontwikkelt de leefomgeving zich autonoom (zonder de actualisatie van de omgevingsvisie) tot 2050? 3 welke scenario’s volgen uit de concretisering van de 3 Ridderkerkse kernwaarden?1 4 wat zijn de effecten van deze scenario’s? 5 wat zijn de effecten van het gekozen toekomstbeeld voor 2050 die in de actualisatie van de omgevingsvisie wordt opgenomen? 6 wat zijn aandachtspunten, randvoorwaarden en onzekerheden voor monitoring en evaluatie? Onderzoeksaanpak voor het OER op hoofdlijnen De onderzoeksaanpak bestaat op hoofdlijnen uit vijf stappen: a het opstellen van de Ridderkerkse staat; b het uitwerken van de Ridderkerkse staat tot een referentiesituatie voor het OER; c het leveren van een bijdrage aan het ontwerpproces voor de omgevingsvisie (uitgewerkt in scenario’s) op basis van de concretisering van de ambities en eventuele aanvullende aandachtspunten; d het beschrijven en beoordelen van de effecten op de leefomgeving van scenario’s en deze vastleggen in een rapport, het OER.
Via expert judgement worden op hoofdlijnen de effecten van de scenario’s in beeld gebracht; zodoende geeft het OER-spoor ontwerpprincipes mee; e het uitwerken van een toekomstbeeld welke de koers voor de actualisatie van de omgevingsvisie bevat en het in beeld brengen van de effecten op de leefomgeving van dit toekomstbeeld; f het geven van een aanzet voor monitoring en bijsturing op de beoogde effecten op Brede Welvaart. Bij het beschrijven en beoordelen van de referentiesituatie en de effecten van scenario’s en het toekomstbeeld (voorkeursscenario) is een beoordelingskader gehanteerd. Het beoordelingskader bevat een uitwerking van de onderzoeksthema’s in het OER en aspecten en criteria waarmee effecten gestructureerd in beeld gebracht worden. Paragraaf 4.4 licht het beoordelingskader toe.
1
De beleidskeuzes worden ontwikkeld in het spoor van de omgevingsvisie. Wel levert het OER-team een bijdrage aan dit ontwikkelproces.
36 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
4.2
Plan- en studiegebied
Het plangebied richt zich op de gehele gemeente Ridderkerk. De effecten van de visie kunnen echter ook buiten de grenzen van de gemeente optreden (studiegebied).
4.3
Huidige situatie, referentiesituatie en zichtjaar
Situaties in het onderzoek In het OER worden op allerlei aspecten van de leefomgeving (zie paragraaf 4.4 beoordelingskader) informatie gegeven. Daarbij worden de volgende situaties onderscheiden: - huidige situatie: dit is de feitelijke staat van de leefomgeving in het jaar 2024 of het meeste recente jaar waarover informatie beschikbaar is. In de praktijk is dit vaak het jaar 2021, 2022 of 2023; - referentiesituatie (huidige staat en kwaliteit fysieke leefomgeving + autonome ontwikkelingen): de situatie die tot en met 2050 zou ontstaan als gevolg van de zogeheten autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook zouden voordoen als de aanvulling op de omgevingsvisie niet wordt gerealiseerd. Hierbij valt onderscheid te maken tussen: · generieke autonome ontwikkelingen afkomstig van buitenaf: algemene trends en ontwikkelingen als klimaatverandering of vergrijzing die Ridderkerk als het ware overkomen en waarop de gemeente niet of nauwelijks invloed heeft; · autonoom omgevingsbeleid: voortzetting van het huidige (sectorale) beleid) en autonome projecten. Hier vallen bouw- en infraprojecten onder waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden maar die nog niet uitgevoerd zijn; · voor het jaar 2050 is vaak beperkte informatie beschikbaar en bestaat de nodige onzekerheid over autonome ontwikkelingen.
In het OER wordt aangegeven welke bronnen zijn gebruikt voor het schetsen van de referentiesituatie; - alternatieven (hier: scenario’s): de alternatieven (scenario’s) schetsen 2 uiterste ontwikkelrichtingen voor Ridderkerk in 2050; - toekomstbeeld (voorkeursalternatief): het toekomstbeeld bevat de keuzes van de aanvulling op de omgevingsvisie. In dit OER vervult het toekomstbeeld de rol van het ‘voorkeursalternatief’.
4.4
Beoordelingskader
Het beoordelingskader is het centrale onderdeel van het OER. Het beoordelingskader bevat een uitwerking van de beoordelingsthema’s en de indicatoren waarmee effecten gestructureerd in beeld gebracht worden. De indicatoren zijn in de Staat van de Leefomgeving concreet gemaakt. Dit beoordelingskader is vormgegeven aan de hand van de 3 Ridderkerkse kernwaarden.
Tabel 4.1 Beoordelingskader Ridderkerkse kernwaarden
Beoordelingsthema’s
Aspecten
Indicatoren
Kloppend Hart
economie
werkgelegenheid
werkloosheid en baankansen verschillende inkomensgroepen
vestigingsklimaat
betaalbaarheid, functiemening en voorraad
landbouwareaal
omvang landbouwareaal
woningaanbod
omvang woningvoorraad naar prijssegment
voorzieningenaanbod (onderwijs en maatschappelijk vastgoed)
omvang voorzieningenaanbod naar behoefte
Openbare ruimte (recreatie & groen)
omvang en kwaliteit groen beweegvriendelijkheid
Sterke wijken - goed verbonden
wonen en fysieke woonomgeving
37 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Ridderkerkse kernwaarden
Beoordelingsthema’s
Aspecten
Indicatoren
gezondheid en sociaal domein
gezonde leefstijl
gezond gedrag
sociaaleconomische positie
gemiddeld besteedbaar inkomen
sociale cohesie
mate van eenzaamheid;
gezondheidsbescherming
geluidbelasting; luchtverontreiniging; trillingen; geur; licht
omgevingsveiligheid
externe veiligheid; sociale veiligheid
bereikbaarheid (per modaliteit)
aandeel korte afstandsverplaatsingen (<5 km); aandeel lange afstandsverplaatsingen (>5 km)
toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen
aanbod en vervoerkeuze auto, OV en fiets; aanbod deelmobiliteit en mobiliteitshubs
verkeersveiligheid
verkeersveiligheidsrisico’s voor alle typen weggebruikers
beschermde natuurgebieden
Natura 2000 en NNN;
soortenbescherming en biodiversiteit
beschermde soorten; overige niet-beschermde soorten
landschap
landschappelijke kernwaarde (structuren en elementen en landschappelijk gebruik ofwel historische geografie)
cultuurhistorie en erfgoed
gebouwd erfgoed (beschermde gezichten) cultuur landschap
archeologie
archeologische waarden
bodem
bodemkwaliteit; bodemdaling
waterkwaliteit en duurzame watervoorziening
drinkwater voorziening; grondwaterkwaliteit; oppervlaktewater (fysisch en ecologisch)
microklimaat
hittestress; windhinder; schaduwhinder/bezonning
wateroverlast en droogte
risico wateroverlast; droogte; waterveiligheid
energie
energiegebruik
materiaal
materiaalgebruik
Mobiliteit
Groenblauwe Oase
Natuur
Landschap en cultuurhistorie
Water, bodem en klimaat(adaptatie)
Duurzaamheid
4.5
Wijze van beoordelen
Beoordeling huidige staat en referentiesituatie De staat van de huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie) zijn beoordeeld aan de hand van de beoordelingsschaal uit tabel 4.2. De omvang en ernst van omgevingseffecten in de vorm van knelpunten vormen de basis van de beoordeling van de huidige staat en de referentiesituatie.
38 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Tabel 4.2 De te hanteren beoordelingsschaal van de huidige staat en de referentiesituatie Beoordeling
Toelichting
goed
goed, er zijn weinig tot geen knelpunten
redelijk
redelijk, er zijn enkele knelpunten
slecht
slecht, er zijn redelijk veel tot veel knelpunten
Beoordeling scenario’s De beoordeling van de scenario’s op de thema’s gebeurt ten opzichte van de referentiesituatie, met behulp van de beoordelingsschaal in tabel 4.3.
Tabel 4.3 De te hanteren beoordelingsschaal van de omgevingseffecten Score
4.6
Toelichting
++
zeer positief effect; sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie
+
positief effect; verbetering ten opzichte van de referentiesituatie
0
neutraal; geen of nauwelijks verandering ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief effect; verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie
--
zeer negatief effect; sterke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie, risico op niet voldoen aan wettelijke normen
Doelbereik
Naast de beoordeling van de scenario’s maak het OER ook inzichtelijk in welke mate de scenario’s bij kunnen dragen aan het behalen van de doelen van de gemeente Ridderkerk. Dit gebeurt aan de hand van de beoordeling zoals toegelicht in tabel 4.4.
Tabel 4.4 Toetsing doelbereik Beoordeling
Toelichting hoge potentie voor behalen doel beperkte potentie voor behalen doel
geen potentie voor behalen doel
39 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
4.7
Detailniveau van het effectenonderzoek
Het OER voor de actualisatie van de omgevingsvisie sluit aan bij het abstractieniveau van scenario’s. Dit betekent dat een globale effectbeoordeling wordt uitgevoerd, waarbij de effecten overwegend kwalitatief of op basis van expert judgement worden beschreven en beoordeeld. Waar mogelijk vindt kwantitatieve beoordeling plaats. Daarbij wordt gebruik gemaakt van open data en reeds uitgevoerde (beleids)analyses. Deze bronnen zijn voornamelijk gebruikt voor het bepalen van de huidige staat en kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De autonome ontwikkelingen en de scenario’s zijn veelal kwalitatief of op basis van expert judgement beoordeeld. Het gaat om een beschrijving van de verwachte effecten en de onzekerheden per scenario of overkoepelend voor beide scenario’s (afhankelijk van aspect en beschikbare informatie). Voor de beoordeling van de scenario’s zijn interviews gehouden met experts en vervolgens is een tweede lezing gedaan door senior adviseurs. Experts op volgende thema’s zijn geïnterviewd: - mobiliteit; - milieu; - natuur; - water, bodem en klimaat; - landschap en cultuurhistorie.
4.8
Expert judgement
In Tabel 4.5 staat een overzicht van de experts die stukken hebben geschreven, en experts die stukken hebben getoetst.
Tabel 4.5 Experts die input hebben geleverd en experts die stukken hebben getoetst Thema
Experts
Tweede lezers
economie
medior adviseur economie en landbouw
senior adviseur strategisch planoloog
wonen en fysieke woonomgeving
medior adviseur wonen en fysieke woonomgeving
senior adviseur strategisch planoloog
gezondheid en sociaal domein
medior adviseur gezondheid en sociale zaken, medior adviseur omgevingsveiligheid
senior adviseur gezondheid en sociale zaken, medior adviseur omgevingsveiligheid
mobiliteit
medior adviseur mobiliteit
senior adviseur mobiliteit
natuur
medior adviseur natuur en biodiversiteit
senior adviseur natuur en biodiversiteit
landschap en cultuurhistorie
medior adviseur landschap en cultuurhistorie
medior adviseur landschap en cultuurhistorie
water, bodem en klimaat(adaptatie)
medior adviseur klimaatadaptatie
senior adviseur klimaatadaptatie
duurzaamheid
medior adviseur duurzaamheid
medior adviseur duurzaamheid
40 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
5 BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE | WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE RIDDERKERK AF? Dit hoofdstuk beschrijft de referentiesituatie die tot en met 2050 zou ontstaan als gevolg van autonome ontwikkelingen in Ridderkerk. In bijlage II zijn autonome ontwikkelingen beschreven. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook zouden voordoen als de actualisatie op de omgevingsvisie niet wordt gerealiseerd. Hierbij valt onderscheid te maken tussen algemene ontwikkelingen die op Ridderkerk afkomen en ontwikkelingen die door de gemeente in gang worden gezet door beleid. Algemene ontwikkelingen die op Ridderkerk afkomen betreffen demografische, economische, sociaalculturele, technologische, ecologische en politiek-institutionele trends en ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen die de gemeente stimuleert gaan bijvoorbeeld over voortzetting van het huidige beleid en projecten waar al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden. Vanaf paragraaf 5.1 wordt de referentiesituatie beschreven per beoordelingsthema en aspect. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie met de autonome ontwikkelingen.
5.1
Kloppend hart
5.1.1
Economie
In tabel 5.1 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema economie.
Tabel 5.1 Beoordeling van het thema economie in de referentiesituatie Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
werkgelegenheid
redelijk
een hoger terreinquotiënt van werkzame personen per ha wordt gehanteerd op nieuwe vestigingen op bestaande bedrijventerreinen. De economie is ook verbreed door meer banen te creëren in de zakelijke dienstverlening. Bereikbaarheid van OV is een belangrijke voorwaarde voor het aantrekken van hoogopgeleide werknemers in de zakelijke dienstverlening. Dit blijft een aandachtspunt. Het is onzeker of Ridderkerkers door de toename van banen binnen de gemeente ook daadwerkelijk in de gemeente gaan werken. De verbreding van de economie kan leiden tot werknemers die buiten Ridderkerk wonen. Het is hierdoor onzeker of het aandeel van de beroepsbevolking van Ridderkerk in de toekomst binnen de gemeente toe of afneemt
redelijk
41 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Vestigingsklimaat
redelijk
ondernemersklimaat aantrekkelijk maken door verbeteren veiligheid, vergroening openbare ruimte, bereikbaarheid (parkeerdruk verlagen), meer ruimte door middel van hoogbouw, versterken middelgrote winkelgebieden en clusterversterking. Het is onzeker dat de plannen over een aantrekkelijke openbare ruimte gerealiseerd worden. De verdere vergrijzing en beperkte groei van Ridderkerk met 357 woningen zorgt voor een onderbezetting van personeel waardoor er onvoldoende variatie van winkelaanbod is
redelijk
Landbouw
redelijk
op basis van historische trend en toekomstige (nationale) verwachtingen neemt het belang van de landbouw in de economie en werkgelegenheid verder af. De toekomst van glastuinbouw in Ridderkerk wordt beschermd door provinciaal beleid. Er is wel sprake van sanering van glastuinbouw in Rijsoord. Het behouden van voldoende areaal vormt een opgave in verband met andere ruimteclaims voor bijvoorbeeld woningbouw, natuur, duurzame energievoorziening, en bodemdaling in combinatie met waterhuishouding
slecht
5.2
Sterke wijken - goed verbonden
5.2.1
Wonen en fysieke woonomgeving
In tabel 5.2 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema wonen en woonomgeving.
Tabel 5.2 Beoordeling van het thema wonen en fysieke woonomgeving in de referentiesituatie Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
woningaanbod
slecht
er is momenteel een woningtekort (1.150 woningen volgens het Regioakkoord), met name voor starters, ouderen en arbeidsmigranten. Demografische prognoses wijzen uit dat de groei van gemeente Ridderkerk afneemt door vergrijzing. Hoewel inbreiding en nieuwe woningen bouwen voor juiste doelgroepen en betaalbaarheid aandachtspunten vormen lossen de vastgestelde woningbouwplannen (peildatum augustus 2024) het woningtekort niet op door de beperkte netto toename van 357 woningen
slecht
voorzieningenaanbod (onderwijs en maatschappelijk vastgoed)
redelijk
het aanbod van maatschappelijke en commerciële voorzieningen staat onder druk door vergrijzing. Vergrijzing speelt een rol in de leegstand van winkelpanden en vraag naar voorzieningen op kleine afstand. In huidig beleid wordt aandacht gegeven aan passend onderwijs en ontwikkeling van voorzieningen dichtbij in de wijk. Echter veroorzaakt vergrijzing risico op beperkte bemensing van deze voorzieningen. Technologische oplossingen kunnen wellicht helpen diensten efficiënt in te richten hoewel bewoners die digitaal minder vaardig zijn minder toegang hebben tot (online) diensten
redelijk
42 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
openbare ruimte (groen en recreatie)
redelijk
de openbare ruimte van Ridderkerk heeft een goede uitgangspositie. Bewoners zijn momenteel tevreden over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De gemeente investeert in de verdere verbetering van recreatie en openbaar groen door bijvoorbeeld de versterking van de groene kraag, vergroenen bedrijventerreinen en oevers bij de Waal. Aandachtspunt hierbij zijn overlappende ruimteclaims van plannen
goed
5.2.2
Gezondheid en sociaal domein
In tabel 5.3 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema gezondheid en sociaal domein.
Tabel 5.3 Beoordeling van het thema gezondheid en sociaal domein in de referentiesituatie Huidige Staat 2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Gezonde leefstijl
redelijk
de gemeente wil een gezonde leefstijl bevorderen door wandelen en fietsen aantrekkelijker te maken en roken in openbare ruimte en maatschappelijke voorzieningen uit te bannen. Tegelijkertijd ontwikkelen trends op gebied van minder bewegen, overgewicht en drugsgebruik zich ongunstig. Er zijn ontwikkelingen op de Landerijen van Rijsoord om het landschap beweegvriendelijker te maken voor mensen van Rijsoord
redelijk
Sociaaleconomische positie
goed
de welvaart in Ridderkerk neemt toe door een netto groei van 357 woningen en een verbreding van de economie. De economie is verbreed door meer banen te creëren in onder andere de zakelijke dienstverlening waardoor mensen met een hoog opleidingsniveau ook in Ridderkerk kunnen werken. De gemeente investeert in kansengelijkheid, inclusieve mobiliteit en voorkomen van schulden en armoede onder bewoners
goed
Sociale cohesie
goed
de gemeente bevordert sociale netwerken en (culturele) activiteiten, en het verbeteren en diversifiëren van ontmoetingsplekken voor alle leeftijden. Door toenemende mate van digitale informatievoorziening is het belangrijk dat groepen die digitaal minder vaardig zijn toegang blijven houden tot netwerken en activiteiten. Als gevolg van trends zoals digitalisering, vergrijzing, individualisering en thuis werken neemt eenzaamheid in Ridderkerk naar verwachting toe
redelijk
43 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Huidige Staat 2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Gezondheidsbescherming
slecht
de gemeente toont initiatief om geluidshinder en lichtemissie te verminderen. Er is minder glastuinbouw en de maximum snelheid is op een aantal plekken verminderd. De rijkswegen zijn de belangrijkste bron voor geluidshinder en uitstoot van schadelijke stoffen. Er zijn hoogbelaste locaties/woningen langs (rijks)wegen
slecht
Omgevingsveiligheid (extern en sociaal)
redelijk
er is risico op een toename van externe veiligheidsrisico’s door onder andere toename personendichtheid en de reservering van waterstofbuisleidingen nabij kwetsbare objecten. De energietransitie zorgt daarmee tot een toename van risicobronnen. In de dichtbevolkte gebieden kunnen veiligheidsrisico's verhoogd zijn, wat vraagt om zorgvuldige planning en strikte veiligheidsmaatregelen. De gemeente heeft al de Visie Externe Veiligheid en past specifieke wet- en regelgeving toe om de risico’s te beperken. Voor elke activiteit zal worden beoordeeld of de activiteit kan plaatsvinden en welke maatregelen getroffen moeten worden
redelijk
er blijft een risico op aantasting van sociale omgevingsveiligheid door onder andere toenemend drugsgebruik, drugsoverlast, drugscriminaliteit en ondermijning vanwege onzekere nationale maatregelen. De gemeente zet wel in op bescherming kwetsbare groepen en goede samenwerking met politie in aanpak. De gemeente investeert ook in kansengelijkheid, inclusieve mobiliteit en voorkomen van schulden en armoede onder bewoners. De socio-economische posities van bewoners verbetert en daarmee vermindert ook de kwetsbaarheid
5.2.3
Mobiliteit
In tabel 5.4 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema mobiliteit.
Tabel 5.4 Beoordeling van het thema mobiliteit in de referentiesituatie Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Bereikbaarheid (per modaliteit)
slecht
de gemeente investeert in OV, fiets en wandelroutes. Dit zorgt ervoor dat langzame vervoermiddelen aantrekkelijker zijn geworden. Hierdoor is een betere balans tussen het gemotoriseerde verkeer, het langzaam verkeer en het openbaar vervoer. De auto blijft nog steeds aantrekkelijk voor zowel korte als lange verplaatsingen omdat het wegennetwerk niet aangepast wordt (slechts nieuwe wegencategorisering door beleid 30 km tenzij)
redelijk
44 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen
redelijk
auto’s: Ridderkerk blijft bereikbaar met de auto. Ambitie is om minder auto’s in straatbeeld te hebben. Dit wordt niet gehaald voor de gehele gemeente. Lokaal is de auto minder dominant in het straatbeeld. Door het verlagen van de parkeernormen bij nieuwe ontwikkelingen - transformatie ontwikkelingen, in het centrum en de schil, is de auto minder dominant in het straatbeeld. De oplaadinfrastructuur is volgens de laadvisie verder uitgebreid
redelijk
OV: de nieuwe Rnet busverbindingen zorgen voor kortere reistijden tussen Rotterdam en Ridderkerk met het OV. Haltes zijn toegankelijker voor fietsers en voetgangers (dit geldt ook voor mensen met een visuele beperking, mensen die gebruik maken van een loopmiddel en mensen met een kinderwagen). De waterbus is niet goed aangesloten op andere modaliteiten waardoor het gebruik gelijk blijft aan de huidige situatie. Vervoer op Maat zorgt voor inclusievere mobiliteit. De betaalbaarheid van OV blijft een aandachtspunt Fiets- en wandelroutes zijn aantrekkelijker gemaakt door het slechten van barrières (waaronder Rotterdamseweg). De metropolitane fietsroute Dordrecht - Rotterdam is in gebruik. Het is onzeker welke maatregelen getroffen worden om barrières te slechten. Parkeermogelijkheden voor fietsers zijn verruimd. Het aantal parkeerplaatsen voor fietsers en auto’s is meer in balans gebracht deelmobiliteit blijkt lastig implementeerbaar in Ridderkerk (Mobiliteit.nl, 2024). In de komende jaren werkt de gemeente Ridderkerk aan beleid voor deelmobiliteit mobiliteithubs: de reeferhub (parkeerplaatsen voor vrachtwagens) leidt tot betere voorzieningen van chauffeurs en concentreren van geparkeerde vrachtwagens. Het is onzeker of de refeerhub leidt tot minder vrachtwagenbewegingen in de kern en rondom het schil vanwege de bereikbaarheid.
Echter kunnen er door het ontbreken van beleid voor deelmobiliteit nog geen uitspraken gedaan worden over andere mobiliteitshubs Verkeersveiligheid (kans op ongevallen)
slecht
de gemeente heeft geïnvesteerd in een risicogestuurde aanpak waardoor het aantal verkeersongelukken is gedaald. Zo is de wegencategorisering aangepast en zijn veiligheidsknelpunten in het fietsnetwerk aangepakt. In de afgelopen jaren zijn 20 risicovolle locaties onderzocht en daar waar nodig maatregelen getroffen. Er wordt proactief ingezet op verkeerseducatie voor zowel jongeren als ouderen. Om de verkeersslachtoffers onder oudere fietsers terug te dringen is het programma doortrappen ingezet (Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid, Gemeente Ridderkerk 2021c)
45 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
redelijk
5.3
Groenblauwe Oase
5.3.1
Natuur
In tabel 5.5 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema natuur.
Tabel 5.5 Beoordeling van het thema natuur in de referentiesituatie Huidige staat (2024)
Referentiesituatie(2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Beschermde natuurgebieden
redelijk
de biodiversiteit in de NNN-gebieden is ten opzichte van overige gebieden in de gemeente nog steeds hoog. De opgaven in de huidige situatie worden niet opgelost in de referentiesituatie. Natuur herstellen en ontwikkelen hangt samen met de uitvoering provinciale en nationaal beleid over bijvoorbeeld stikstof en waterkwaliteit. De natuurdoelen voor de broedvogels uit de vogelrichtlijn worden nog steeds niet gehaald in het nabijgelegen Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk. Daarnaast vormt stikstofdepositie voor veel van de Natura 2000-gebieden binnen 25 km van het plangebied een knelpunt, zoals in de Biesbosch
redelijk
Soortbescherming en biodiversiteit
redelijk
de gemeente heeft geïnvesteerd in het verbinden en verbeteren van de kwaliteit van openbaar groen waardoor soortenbescherming en de biodiversiteit is versterkt. Dit leidt tot diverse en samenhangende natuur. De toegankelijkheid voor recreanten in natuurgebieden blijft een aandachtspunt
redelijk
5.3.2
Landschap en cultuurhistorie
In tabel 5.6 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema landschap en cultuurhistorie. Tabel 5.6 Beoordeling van het thema landschap en cultuurhistorie in de referentiesituatie Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Landschap (landschappelijke structuren/elementen en landschappelijk gebruik (historische geografie))
redelijk
landschap wijzigt beperkt in de verhouding rood en groen omdat woningbouw zo veel mogelijk is ingebreid en agrarische gronden behouden zijn. Wel is de groene kraag versterkt en de oevers van de rivieren meer beleefbaar
redelijk
Cultuurhistorie en erfgoed (historische bouwkunde)
redelijk
de gemeente heeft geïnvesteerd in het leefbaar maken van industrieel erfgoed. Er is geen plan voor bescherming van erfgoed in transformatiegebieden
redelijk
Archeologie
goed
Ridderkerk is rijk aan archeologische waardevolle gebieden. In de referentiesituatie komen er geen ontwikkelingen voor die de archeologische waardevolle gebieden aantasten. Archeologische vondsten moeten gemeld worden vanuit wetgeving
goed
46 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
5.3.3
Water, bodem en klimaat(adaptatie)
In tabel 5.7 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema bodem en klimaatadaptatie.
Tabel 5.7 Beoordeling van het thema bodem en klimaatadaptatie in de referentiesituatie Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Bodem
redelijk
bodemverontreinigingen worden verder beheerst en/of gesaneerd bij ruimtelijke ontwikkelingen. De uitwerking van bodem en watersturend blijft een aandachtspunt vanwege eerder gemaakte keuzes (bodemdaling bij oudere woningen)
redelijk
Waterkwaliteit en duurzame watervoorziening
slecht
er is landelijk beleid om de kwaliteit van (grond- en oppervlakte)water te verbeteren en de duurzaam gebruik van drinkwater te vergroten (KRW). De effecten van dit beleid zijn echter nog onvoldoende zeker
slecht
Microklimaat
redelijk
de gemeente investeert in preventie van hittestress door het creëren van bijvoorbeeld schaduwrijke zit- en speelplekken in openbare ruimten en de vergroening van onder andere bedrijventerreinen. Echter, door klimaatverandering (langere periodes van hitte) in combinatie met vergrijzing (meer kwetsbare personen) nemen de risico’s van hittestress toe
redelijk
Wateroverlast en droogte
redelijk
de gemeente heeft geïnvesteerd in waterrobuustheid door dijken aan landelijke normen te laten voldoen ondersteunend aan het Waterschap. Het verhogen en verbreden van dijken vermindert overstroming in risicogebieden. De gemeente heeft geïnvesteerd in klimaatadaptatie door ondernemers en inwoners te stimuleren verharde gebieden te vergroenen op bedrijventerreinen en in tuinen. In het Programma Stedelijk Water (2023-2027) staat dat bij reconstructie 20 mm waterberging voor neerslag moet worden ingepast, en bij nieuwbouw 50 mm waterberging. Het is onzeker of de doelen om schade te voorkomen als gevolg van wateroverlast en droogte worden gehaald in de referentiesituatie, met name in Bolnes, Slikkerveer en Ridderkerk-Centrum. Door langere perioden van droogte ontstaat bodemdaling en verzilting. Het is onduidelijk of er voldoende concrete maatregelen zijn uitgevoerd in de referentiesituatie die de effecten hiervan kunnen mitigeren
slecht
47 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
5.3.4
Duurzaamheid
In tabel 5.8 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema duurzame energie en circulariteit.
Tabel 5.8 Beoordeling van het thema duurzame energie en circulariteit in de referentiesituatie Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Duurzame energie(opwekking) /duurzaamheid energieverbruik
slecht
er wordt ingezet op het verminderen van de energievraag door het verduurzamen van vastgoed (gemeentelijke woningen en gebouwen, onderwijsgebouwen, bedrijventerreinen en kantoorvoorraad) en het overstappen naar hernieuwbare energiebronnen zoals zonnepanelen op daken. Windturbines en grootschalige zonnevelden zijn niet gewenst in Ridderkerk. Dit leidt tot een ongebalanceerde energieopwek jaarrond
slecht
de elektriciteitsvraag neemt toe door toename van elektrische auto’s en elektrificeren van de warmtevraag. Bij ontwikkelingen moet de beperkte capaciteit van het Nederlandse stroomnet meegenomen worden. De uitbreiding van het energienetwerk vraagt om meer transformatorstations en mogelijk buurtbatterijen in de wijk in 2030 moeten de eerste wijken van aardgas af zijn. Het is onzeker welke warmtetechnieken in welke buurten worden gerealiseerd. De warmtetransitie is onduidelijk Materiaal
slecht
de ontwikkeling op het gebied van circulariteit is hoogst onzeker en afhankelijk van nationaal beleid op gebied van bijvoorbeeld verpakkingen waardoor de hoeveelheid restafval per inwoner zou dalen. De gemeente wil alleen vergunningen afgeven voor circulaire bouw. Ook stimuleren ze hergebruik van grond de ligging bij Rotterdam, het haven- en industrieterrein en diverse spoorlijnen biedt mogelijkheden voor het ontwikkelen van korte ketens en regionale waardeketens en kringlopen. Grondstoffendepots en de duurzame energievraag nodig voor hergebruik blijven aandachtspunten
48 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
slecht
6 OMGEVINGSEFFECTEN VAN DE ALTERNATIEVEN 6.1
Kloppend hart
6.1.1
Economie
Werkgelegenheid Scenario 1 In dit scenario wordt ingezet op het versterken van de werkgelegenheid in Ridderkerk door een vestigingsklimaat voor duurzame maakindustrie te creëren, met de nadruk op de productie van bio-based bouwmaterialen en een circulaire hub voor recycling. Het vestigingsklimaat wordt vooral versterkt op bedrijventerreinen in Donkersloot, Verenambacht, Nieuw Reijerwaard en Cornelisland. De teelt van biobased materialen vindt plaats in het buitengebied (Zie visiekaart, Afbeelding 7.1). Deze maatregel zou vooral banen creëren voor laag- en middelbaar opgeleiden met technische vaardigheden, wat goed aansluit bij het opleidingsniveau van de lokale bevolking. Dit zorgt voor een positief effect op de werkgelegenheid. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - inclusiviteit van hoogopgeleiden: speciale aandacht is nodig om ervoor te zorgen dat hoogopgeleide inwoners ook profiteren van de nieuwe werkgelegenheid; - duurzame economische groei: er moet worden gezorgd voor een evenwichtige groei, waarbij omgevingseffecten worden geminimaliseerd en lange termijn duurzaamheid wordt gewaarborgd. De ingrepen van dit scenario sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op de economische verbreding van Ridderkerk, het ondersteunen van mensen met een uitkering in het vinden van werk en het ontwikkelen van hogere milieugebruiksruimte-bedrijven(terreinen).
Gezamenlijk zorgen de ingrepen ervoor dat er in dit scenario een hoge potentie is om de doelen te halen op het gebied van werkgelegenheid. Scenario 2 In dit scenario wordt ingezet op het creëren van een vestigingsklimaat op het gebied van technologie, innovatie en ICT in Ridderkerk. Deze sectoren brengen meer diversiteit in het lokale bedrijfsleven, met ruimte voor start-ups en woon-werkfuncties. In Donkersloot is er ruimte voor transformatie van het bedrijventerrein. In Centrum-Oost en het bedrijventerrein van Trelleborg is er ruimte voor start-ups en gemengde woonwerkgebieden (Zie kaart van scenario 2 in Afbeelding 6.2). Het kenniscluster in Reijerwaard sluit goed aan bij het opleidingsniveau van de inwoners van Ridderkerk, wat leidt tot een hogere arbeidsdeelname en verbeterde baankansen. Dit zorgt voor een positief effect op de werkgelegenheid. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - opleidingsprogramma’s: het is essentieel om passende opleidingen en trainingen te ontwikkelen die aansluiten bij de vraag in de technologie- en ICT-sectoren; - integratie van woon-werk functies: zorg voor een goede infrastructuur en faciliteiten om de integratie van woon-werk functies te bevorderen, zodat deze aantrekkelijk en duurzaam zijn voor inwoners en bedrijven. De ingreep in dit scenario sluit aan bij het gemeentelijke doel dat focust op een economische verbreding binnen Ridderkerk.
In dit scenario is er een hoge potentie voor Ridderkerk om de doelen op het gebied van werkgelegenheid te behalen.
49 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
Vestigingsklimaat Scenario 1 In dit scenario worden alle bestaande bedrijventerrein in Ridderkerk behouden met een monofunctionele inrichting, gericht op bedrijfsfuncties. Deze aanpak leidt tot een neutraal effect op de betaalbaarheid, functiemenging, en de voorraad binnen het vestigingsklimaat. De focus blijft op traditionele bedrijfsactiviteiten zonder integratie van andere functies, zoals wonen of recreëren. Hierdoor blijft de flexibiliteit van het gebied beperkt, wat geen grote verandering brengt in het vestigingsklimaat ten opzichte van de referentiesituatie. De aandachtspunten voor dit scenario zijn: - flexibiliteit voor toekomstige veranderingen: het behoud van een monofunctionele inrichting kan de flexibiliteit beperken om in te spelen op toekomstige trends of behoeften, zoals de groeiende vraag naar gemengde werk- en woonruimtes; - beperkte innovatie en diversificatie: een monofunctionele inrichting kan leiden tot minder mogelijkheden voor innovatieve bedrijvigheid en diversificatie, wat de economische veerkracht van Ridderkerk kan beïnvloeden. De circulaire maakindustrie zou wel kunnen helpen om de veerkracht hoog te houden; - verkeers- en infrastructuurdruk: het handhaven van bedrijfsfuncties zonder functiemenging en toename van woningen kan leiden tot verkeersdrukte in piekuren, waardoor de belasting op de infrastructuur toeneemt.
De ingrepen in dit scenario zorgen ervoor dat Ridderkerk beperkte potentie heeft om de doelen op het gebied van vestigingsklimaat te behalen. Scenario 2 De transformatie van bestaande bedrijventerreinen naar een werklocatie met gemengde functies (wonen/werken) in Ridderkerk heeft een positief effect op het vestigingsklimaat. Het biedt flexibiliteit voor bedrijven en maakt de gemeente aantrekkelijker voor kennisintensieve sectoren, zoals technologie en startups. Dit kan de diversiteit van de lokale economie vergroten. Echter, de focus op banen voor hoogopgeleiden sluit niet volledig aan bij het huidige opleidingsniveau van de lokale bevolking, wat betekent dat er ook werknemers van buiten Ridderkerk aangetrokken kunnen worden.
Aandachtspunten in dit scenario zijn: - inclusieve werkgelegenheid: het is belangrijk om opleidings- en omscholingsprogramma's te ontwikkelen die de lokale bevolking in staat stellen om te profiteren van de nieuwe werkgelegenheid; - woon-werkbalans: zorg voor voldoende woongelegenheden en voorzieningen in de gemengde gebieden om een evenwichtige ontwikkeling van werk- en woonfuncties te bevorderen; - integratie en sociale cohesie: het aantrekken van externe werknemers kan de sociale dynamiek beïnvloeden; het is belangrijk om integratie en cohesie binnen de gemeenschap te bevorderen; - zorg voor realisatie van een goed woon-, werk- en leefklimaat bij functiemenging. De ingrepen in dit scenario zorgen ervoor dat Ridderkerk een hoge potentie heeft om de doelen op het gebied van vestigingsklimaat te behalen. Landbouw Scenario 1 In dit scenario wordt ingezet op het behoud en de verduurzaming van het landbouwareaal in Ridderkerk. Door te focussen op horizontale, natuurinclusieve voedselproductie, krijgen huidige boeren de mogelijkheid om hun land op een duurzame manier te blijven gebruiken. Dit draagt bij aan het behoud van het landbouwareaal en maakt boeren toekomstbestendig, waardoor er minder druk is om te stoppen met boeren.
Daarnaast wordt het agrarisch gebied en het glastuinbouwconcentratiegebied behouden, wat verdere krimp van het landbouwareaal door andere ruimteclaims voorkomt, hoewel de landbouwsector waarschijnlijk kleiner wordt door de afnemende economische rol. Door nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven toe te staan, krijgen boeren extra inkomensbronnen, wat hen helpt om hun bedrijf voort te zetten en bijdraagt aan het behoud van het landbouwareaal.
50 | 133 Witteveen+Bos | 141592/25-006.167 | Definitief 02
De aandachtspunten voor dit scenario zijn: - economische duurzaamheid: zorg voor ondersteuning en financiering om natuurinclusieve landbouw en nevenactiviteiten economisch rendabel te maken; - balans tussen ruimteclaims: er moet functiemenging plaatsvinden waarbij landbouw, natuur, recreatie en waterberging elkaar versterken; - opleiding en ondersteuning: boeren hebben toegang nodig tot opleidingen en technische ondersteuning om te kunnen overstappen op natuurinclusieve praktijken en nevenactiviteiten succesvol te ontwikkelen. De ingrepen in dit scenario sluiten aan bij het gemeentelijke doel om agrarische gronden zoveel mogelijk hun functie te laten behouden. Er is in dit scenario een hogere potentie om de doelen te behalen vergeleken met de referentiesituatie, maar in totaal is er nog steeds maar een beperkte potentie om de doelen te behalen. Scenario 2 In dit scenario wordt ingezet op de invoering van verticale landbouw binnen het glastuinbouwconcentratiegebied in Ridderkerk. Deze innovatieve aanpak kan leiden tot efficiënter landgebruik, hogere opbrengsten, en economische voordelen, wat positief kan bijdragen aan het behoud van het landbouwareaal. Echter, de onzekerheid over de succesfactoren en financiering van deze transitie blijft een uitdaging.