CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken gemeente Ridderkerk 2025

Gemeenteraad RK 9 juli 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 13: Jaarstukken 202538.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Jaarstukken 2025

69

Jaar

Verzoeken

Toegewezen

Percentage

2021

1.421

1.001

70%

2022

1.425

991

70%

2023

1.597

1.269

79%

2024

1.642

1.183

72%

2025

1.792

1.280

71%

Lokale lastendruk Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) van de Rijksuniversiteit Groningen laat elk jaar zien hoe de lokale lasten zich ontwikkelen. Bij het vergelijken van de woonlasten kijkt men onder andere naar de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Coelo publiceert hierover jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Deze bevat informatie over alle gemeenten in Nederland. De bron van de volgende grafieken is de Atlas van lokale lasten 2025.

Woonlasten Ridderkerk De gemeentelijke woonlasten omvatten de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In de tabellen ziet u de ontwikkeling van tarieven en woonlasten per type huishouden ten opzichte van vorig jaar. Heffing eigenaar-bewoner

Tariefontwikkeling Woonlasten

Woonlasten 2024

Woonlasten percentage t.o.v. vorig jaar

Onroerendezaakbelasting woningen

0,3%

365,00

356,00

2,5%

Rioolheffing

1,3%

218,16

215,28

1,3%

Afvalstoffenheffing eenpersoons

2,7%

286,32

278,72

2,7%

Afvalstoffenheffing tweepersoons

2,7%

384,84

374,84

2,7%

Afvalstoffenheffing meerpersoons

2,7%

396,36

385,76

2,7%

Totale gemeentelijke lasten eenpersoonshuishouden

869,48

850,00

2,3%

Totale gemeentelijke lasten tweepersoonshuishouden

968,00

946,12

2,3%

Totale gemeentelijke lasten meerpersoonshuishouden

979,52

957,04

2,3%

Heffing huurder-bewoner

Tariefontwikkeling Woonlasten

Woonlasten 2024

Woonlasten percentage t.o.v. vorig jaar

Rioolheffing

1,3%

109,08

107,64

1,3%

Afvalstoffenheffing eenpersoons

2,7%

286,32

278,72

2,7%

Afvalstoffenheffing tweepersoons

2,7%

384,84

374,84

2,7%

Afvalstoffenheffing meerpersoons

2,7%

396,36

385,76

2,7%

Totale gemeentelijke lasten eenpersoonshuishouden

395,40

386,36

2,3%

Totale gemeentelijke lasten tweepersoonshuishouden

493,92

482,48

2,4%

Totale gemeentelijke lasten meerpersoonshuishouden

505,44

493,40

2,4%

Woonlasten vergelijking met omliggende gemeenten en landelijk gemiddelde Deze jaarrekening bevat een vergelijking van de lokale lastendruk van onze gemeente met die van omliggende gemeenten en gemeenten met de laagste en hoogste woonlasten in het land. Er is een onderscheid gemaakt tussen: A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner) - een- en meerpersoonshuishoudens B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner) - een- en meerpersoonshuishoudens De geselecteerde gemeenten geven inzicht in: • De woonlasten van Ridderkerk in vergelijking met aangrenzende gemeenten. • De woonlasten in de goedkoopste en duurste gemeenten landelijk.

70

Jaarstukken 2025

Grafiek A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)

Grafiek B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)

Toelichting vergelijking woonlasten buurgemeenten Het Coelo-rapport 2025 laat zien hoe de woonlasten in de omliggende gemeenten zich verhouden. • Woningen in eigendom De woonlasten voor huiseigenaren in Ridderkerk zijn lager dan het landelijk gemiddelde. Voor eenpersoonshuishoudens zijn de laagste woonlasten in Barendrecht (€ 793), terwijl voor meerpersoonshuishoudens de laagste woonlasten in Dordrecht (€ 946) zijn. • Huurwoningen In Ridderkerk zijn de woonlasten voor huurders hoger dan het gemiddelde in Nederland. Eenpersoonshuishoudens met een huurwoning hebben de laagste woonlasten in Barendrecht, namelijk € 356. Voor meerpersoonshuishoudens zijn de woonlasten het laagst in Dordrecht, met een bedrag van € 476.

Woonlasten vergelijking met andere gemeenten In de volgende vergelijking zijn de gemeenten Ameland (voor eigenaar-bewoners) en Nijmegen (voor huurder-bewoners) opgenomen als gemeenten met de laagste woonlasten. De hoogste woonlasten zijn te vinden bij eigenaar-bewoners in Bloemendaal en bij huurder-bewoners in West Betuwe.

Jaarstukken 2025

71

Eigenaar-bewoners hebben dus de laagste woonlasten in Ameland, terwijl huurders de laagste woonlasten in Nijmegen hebben. De hoogste woonlasten voor eigenaar-bewoners zijn in Bloemendaal en voor huurders in West Betuwe. De bijgevoegde grafieken laten deze vergelijking zien. Grafiek A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)

Grafiek B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)

Landelijke positie Ridderkerk Uit de landelijke vergelijking van gemeentelijke woonlasten blijkt dat Ridderkerk in 2025 een gemengd beeld toont voor eigenaar-bewoners en huurders. Voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning zijn de woonlasten in Ridderkerk € 980. Hiermee staat de gemeente landelijk op de 105e plaats (2024: 143e). Ridderkerk ligt voor eigenaar-bewoners onder het landelijk gemiddelde. Ter vergelijking: Ameland heeft de laagste woonlasten (€ 680) en Bloemendaal de hoogste (€ 2.117). In Ridderkerk zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met een huurwoning € 505. Dit plaatst Ridderkerk op de 194e plaats (2024: 205e) in deze categorie, rond het landelijk gemiddelde. Ter vergelijking: Nijmegen heeft de laagste woonlasten voor huurders met € 34, terwijl West Betuwe de hoogste heeft met € 880.

72

Jaarstukken 2025

Het overzicht toont dat eigenaar-bewoners in Ridderkerk relatief lage woonlasten hebben. Huurders hebben iets hogere lasten dan gemiddeld. De volgende tabellen geven een verdere toelichting op deze posities. Algemene dekkingsmiddelen

Ridderkerk

Landelijk gemiddelde

Eénpersoonshuishouden met een huurwoning

395

376

Meerpersoonshuishouden met een huurwoning

505

480

Eénpersoonshuishouden met een koopwoning

869

964

Meerpersoonshuishouden met een koopwoning

980

1.053

Jaarstukken 2025

73

PARAGRAAF 2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Risicobeheersing Aanleiding en achtergrond Wij voeren actief beleid om de risico's voor de gemeente te beheersen. We kijken naar de maatregelen die genomen worden om deze risico's te beperken. Voor risico's waarvoor geen maatregelen mogelijk zijn, bijvoorbeeld omdat verzekeren te duur is, schatten we in welke buffer nodig is. Dit heet de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de voortdurend geïnventariseerde risico's en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) berekenen we het weerstandvermogen. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.

Risicoprofiel Door actief risicobeheer weten wij welke risico's er zijn en kunnen we het weerstandsvermogen vaststellen. Alle risico's worden, waar mogelijk, twee keer per jaar opnieuw beoordeeld en er wordt voortdurend ingespeeld op nieuwe risico's. Het getoonde risicoprofiel is vastgesteld op basis van de inventarisatie en analyse die is uitgevoerd tot en met 14 januari 2026. We evalueren vanuit de huidige situatie zowel het verleden als de toekomst om een actueel risicoprofiel te presenteren dat rekening houdt met realistische scenario's voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die het risicoprofiel beïnvloeden worden kort uitgelegd. De effecten van externe factoren zoals inflatie, de krappe arbeidsmarkt en bezuinigingen op de lokale overheid zijn merkbaar in het hele risicoprofiel. De bedrijfsvoeringsrisico’s zijn als cluster opgenomen in het risico voor de taken die bij De BedrijfsvoeringsPartner liggen. Het risicoprofiel bestaat uit risicoinschattingen waarbij de slechtst mogelijke financiële scenario’s worden getoond zoals deze nu kunnen worden ingeschat. Het volgende overzicht toont de tien belangrijkste risico's die samen het meeste invloed hebben op de benodigde weerstandscapaciteit. Bij elk risico wordt kort de beheersmaatregelen beschreven. De lijst met belangrijkste risico's dekt ongeveer 90% van het geïdentificeerde risicobedrag. Nr.

Risico

Maatregelen

1

Risico dat De BedrijfsvoeringsPartner haar taken niet kan uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde budget

Monitoring, business intelligence, competentieontwikkeling

4

max.€ 956.000 20,03%

2

Risicocluster uitvoering Jeugdwet - tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet

Beperkte invloed, transformatie keten, monitoring/benchmarking, business intelligence

5

max.€ 1.000.000 18,48%

3

Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving informatieveiligheid en privacy

Informatiebeveiliging, proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, compliance

4

max.€ 1.000.000 14,28%

4

Risicocluster uitvoering van de Participatiewet overstijgt budget.

Beperkte invloed, monitoring, business intelligence

4

max.€ 750.000 10,09%

5

Risico tekorten in openeinderegelingen schulddienstverlening, schuldhulpverlening, bijzondere bijstand

Schulddienstverlening: preventie/vroeg signalering, competentieontwikkeling, business intelligence

4

max.€ 500.000 6,42%

6

Cluster Wmo gerelateerde risico's, overschrijding van budget(ten)

Beperkte invloed, monitoring, business intelligence

5

max.€ 400.000 5,74%

7

Financiële en imagorisico's op door de gemeente gesubsidieerde instellingen

Frequent toepassen audits, voortgangsrapportages van instellingen

3

max.€ 400.000 4,83%

8

Risicocluster tekorten uitvoering (nieuwe) gedecentraliseerde taken

Projectbeheersing, monitoring/benchmarking, business intelligence, competentieontwikkeling, SPP

4

max.€ 250.000 4,02%

9

Risico's niet te dekken binnen grondexploitaties

Uitkomst risico-inventarisatie

4

max.€ 103.000 3,05%

1

max.€ 1.300.000 2,14%

10 Arbeidsongeschiktheid van collegelid en/of - Geaccepteerd risico in plaats van verzekeren leden.

74

Kansklasse Financieel gevolg

Invloed

Jaarstukken 2025

Nr. Risico

Maatregelen

Kansklasse Financieel gevolg

Invloed

Totaal grote risico's: € 6.659.000 Overige risico's: € 3.245.000 Totaal alle risico's: € 9.904.000

Het voorgaande overzicht laat risico's zien die soms schade kunnen veroorzaken, inclusief het maximale financiële gevolg. De optelling onder het overzicht is het totaal van alle bekende risico's, niet alleen van de genoemde top 10. De onderstaande tabel toont hoe groot de kans is over een bepaalde periode en hoe de spreiding in tijd kan worden vertaald. Kwantiteit Referentiebeelden 10%

Kansklasse Toelichting kansklasse

0 of 1 keer per 10 jaar

1

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.

30% 1 keer per 5 - 10 jaar

2

Deze klasse hanteren we voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.

50%

1 keer per 2 - 5 jaar

3

Deze klasse hanteren we voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.

70%

1 keer per 1 - 2 jaar

4

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.

90%

1 keer per jaar of meer

5

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.

Risicosimulatie Op basis van de ingevoerde risico's hebben we een risicosimulatie uitgevoerd. We gebruiken hiervoor risicoanalysesoftware. Hiermee kunnen we 100.000 keer simuleren hoe de risico's zich in verschillende mate zouden voordoen. Zo kunnen we nauwkeurig inschatten welke financiële buffer nu minimaal nodig is. Dit doen we vooral omdat het niet wenselijk is om het maximale bedrag van € 9.904.000 te reserveren. De risico's zullen namelijk niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.

Trends en ontwikkeling risicoprofiel Deze paragraaf legt de belangrijkste trends en ontwikkelingen uit in verband met de financiële risico's van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door te investeren en maatregelen te nemen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico's kort beschreven, waarbij negatieve scenario's als input dienen. 1. Het risico dat De BedrijfsvoeringsPartner (DBP) taken niet kan uitvoeren binnen het beschikbare budget: de niet-primaire taken die behoren tot het technische beheer en de ondersteuning van de product- en dienstverlening van de gemeente(n) vormen het risicoprofiel voor de organisatie en bijbehorende dienstverlening door DBP. Wij dekken naar verhouding een deel van deze risico’s. De technische scheiding van de gemeentelijke omgeving naar meerdere omgevingen heeft de complexiteit van de beheer-, controle- en beveiligingstaken vergroot. De werkdruk op DBP is toegenomen. In 2025 heeft DBP gereageerd op de bezuinigingstaakstelling. Door bezuinigingen op de bedrijfsvoering door te voeren, is het duidelijk dat de risico’s voor ons en DBP toenemen. Wij hebben al jaren, vaak door externe invloeden, te maken met stijgende uitgaven.

Een belangrijke oorzaak is nieuwe of gedecentraliseerde taken bij nieuwe en/of gewijzigde wetgeving en de toenemende ondersteuning daarop, terwijl voldoende financiering vanuit de rijksoverheid achterblijft. 2. Het risico bij de uitvoering van de Jeugdwet is een samenvatting van de financiële onzekerheden. Dit risico komt door drie hoofdpunten: de voortdurende toename van de zorgvraag (hoeveelheid), de stijgende kosten voor specialistische hulp binnen de jeugdzorg die hoger zijn dan de rijksindexatie (prijs) en de risico’s bij het op tijd behalen van de besparingsdoelen uit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd (verandering). Sinds 2025 worden zorgkosten direct op de gemeentelijke begroting gezet. Hoewel het kabinet extra geld heeft toegevoegd om 2026 te verlichten, blijft de balans tussen rijksbijdrage en lokale zorgplicht kwetsbaar. De hoge kansklasse laat zien dat het zeer waarschijnlijk is dat de werkelijke kosten de oorspronkelijke begroting zullen overschrijden, gebaseerd op de cijfers van de afgelopen drie jaar en de huidige regionale trends.

Jaarstukken 2025

75

3. Risico’s bij uitvoering wet- en regelgeving Informatieveiligheid en Privacy: de wet- en regelgeving voor informatiebeveiliging stelt steeds hogere eisen aan techniek, vaardigheden en capaciteit. Wij zijn eindverantwoordelijk en doen er alles aan om te voldoen. Een goed werkende, moderne en veilige digitale dienstverlening brengt voortdurend stijgende kosten met zich mee voor onderhoud, beheer en beveiliging. De gemiddelde ICT-kosten per inwoner per jaar zijn nu ongeveer € 110. Dit komt overeen met het landelijke beeld. De risico’s op het gebied van ICT, informatiebeveiliging en privacybescherming zijn van grote invloed op het totale risicoprofiel. Een belangrijk deel van de risico’s die de gemeente loopt op informatieveiligheid en privacy maakt deel uit van de bedrijfsvoering en beïnvloedt het risicocluster voor alle taken die DBP voor en namens de gemeente uitvoert. 4. In de uitvoering van de Participatiewet over 2025 vroegen meer inwoners om een uitkering. We hielpen veel mensen aan werk, maar de kosten bleven hoog. Omdat de economie onzeker is en de regels blijven veranderen, houden we het risicobedrag voor volgend jaar gelijk. Zo voorkomen we verrassingen. 5. Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand (open eind-regelingen): Ondanks de wettelijke verplichting om bij schulden of extra zorgkosten passende hulp te bieden, is de financiële impact in 2025 effectief beheerst.

Wij hebben ons sterk gericht op vroegsignalering, waardoor de uitgaven binnen de gestelde kaders bleven. Door betalingsachterstanden in 2025 vroegtijdig te herkennen, kon de gemeente hulp bieden voordat schulden onbeheersbaar werden. Hierdoor zijn dure, langdurige trajecten voorkomen en is de gemiddelde zorglast per inwoner lager uitgevallen. 6. Bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning stijgen de kosten landelijk en blijft de vraag groot. In 2025 zagen we in Ridderkerk dat de kosten voor woningaanpassingen en hulp bij het huishouden de begroting overschreden. De vergrijzing in onze wijken zorgt voor een voortdurende groei in de vraag. Omdat we verwachten dat deze trend in 2026 doorgaat, is het noodzakelijk om de huidige risicobuffer te behouden. Zo kunnen we ook volgend jaar de ondersteuning bieden die onze inwoners nodig hebben om veilig thuis te wonen. 7. Het risico op mogelijke tekorten voor gesubsidieerde instellingen blijft bestaan. In 2025 waren gesubsidieerde instellingen in Ridderkerk kwetsbaar door sterk gestegen energie- en loonkosten. Dit zorgde voor extra druk op onze reserves. Naast dit financiële risico kwamen hun maatschappelijke doelen, zoals wijkpreventie, onder druk te staan door personeelstekorten. Het is noodzakelijk om dit risico te verlengen om de continuïteit van onze lokale voorzieningen en sociale ambities te garanderen. 8.

Decentralisatie: het overdragen van (nieuwe) taken van de hogere overheid naar de gemeente brengt risico's met zich mee voor de gemeente. In 2025 kregen wij opnieuw te maken met nieuwe taken, zoals de invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting en veranderingen in de Omgevingswet. Deze decentralisaties leggen een grote druk op de ambtelijke capaciteit van DBP en zorgen voor onvoorspelbare uitvoeringskosten voor de gemeente. Omdat de rijkscompensatie vaak niet voldoende is voor de werkelijke kosten, ontstaat er een structureel tekort in de lokale begroting. Het is daarom belangrijk om het opgenomen risico te verlengen om deze voortdurende beleidswijzigingen en wettelijke verplichtingen financieel te kunnen opvangen. 9. Bij het opstellen van het risicoprofiel is rekening gehouden met een risico dat buiten de reserves van de grondexploitaties valt, ter waarde van ongeveer €100.000. 10. Er is besloten om geen verzekering af te sluiten voor arbeidsongeschiktheid van collegeleden, maar dit risico te accepteren.

Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit omvat alle middelen die de organisatie echt heeft om financiële risico's te dekken. Het totaal van de stortingen en onttrekkingen in de algemene reserve staat in de jaarrekening onder het hoofdstuk Toelichting op de balans per 31 december, Overzicht mutaties in de algemene reserve. Weerstandsvermogen Algemene reserve Onvoorzien Totaal Beschikbare weerstandscapaciteit

76

Startcapaciteit

Stortingen

Onttrekkingen

Huidige capaciteit

33.087.176

8.365.423

6.145.275

25.000

0

0

35.307.324 25.000

33.112.176

8.365.423

6.145.275

35.332.324

Jaarstukken 2025

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen voldoende is, moet het verband worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's, de gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit uit de risicosimulatie kan worden vergeleken met de beschikbare weerstandscapaciteit. Het resultaat van deze berekening vormt het weerstandsvermogen. Uit de bijbehorende tabel blijkt dat er 90% zekerheid is dat alle risico's kunnen worden gedekt met een bedrag van € 3.940.553 (benodigde weerstandscapaciteit). Percentage

Ratio weerstandsvermogen

Bedrag 5%

2.342.867

25%

2.722.017

50%

3.139.803

75%

3.555.076

90%

3.940.553

95%

4.183.767

= Beschikbare weerstandscapaciteit

=

35.332.324

Benodigde weerstandscapaciteit

=

9,0

3.940.553

De normtabel is mede door de Universiteit Twente ontwikkeld. Deze tabel geeft een waardering voor de berekende ratio. De ratio Weerstandsvermogen van onze gemeente is 9,0 en valt ruim binnen klasse A. Dit betekent dat ons weerstandsvermogen uitstekend is. Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 - 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 - 1,4

Voldoende

D

0,8 - 1,0

Matig

E

0,6 - 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Kengetallen De financiële positie van de gemeente wordt onder andere in beeld gebracht met kengetallen. Deze kengetallen worden voorgeschreven in het BBV. De gehanteerde kengetallen worden berekend op basis van de balans, het overzicht van baten en lasten en het overzicht van incidentele baten en lasten. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. De normeringen bij deze kengetallen geven een indicatie van de houdbaarheid van de financiën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid. Op twee kengetallen (solvabiliteit en structurele exploitatieruimte) na komen de kengetallen allemaal in categorie A uit. Samen met de goede reservepositie geeft dit een positief beeld van de financiële positie. Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote

<90%

90-130%

>130%

Netto schuldquote gecorrigeerd

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

Structurele exploitatieruimte

>0%

0

<0%

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

Jaarstukken 2025

77

Kengetallen

Jaarrekening 2024

Begroting 2025 Jaarrekening na wijziging 2025

Netto schuldquote

19,8%

74,4%

32,4%

Netto schuldquote gecorrigeerd

15,4%

70,4%

27,8%

Solvabiliteitsratio

53,2%

32,7%

45,8%

Grondexploitatie

-1,4%

-0,1%

-0,5%

Structurele exploitatieruimte

6,5%

-4,6%

-2,3%

Belastingcapaciteit

96,3%

93,1%

93,1%

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de opbrengsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote blijft ruim binnen categorie A. Het verschil tussen de begroting en realisatie is het gevolg van het minder aantrekken van leningen. Er zijn minder leningen nodig geweest, omdat er minder geïnvesteerd is dan waar eerder rekening mee gehouden is.

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de gemeente aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. 45,7% van het totale vermogen is eigen vermogen. Een goede score en hoger dan bij de begroting, maar lager dan vorig jaar. We hebben minder leningen aangetrokken dan gedacht bij de begroting, maar er is meer geleend dan vorig jaar.

78

Jaarstukken 2025

Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De (licht) negatieve uitkomsten zijn de vertaling van gunstige, winstgevende, boekwaardes. Het kengetal grondexploitatie valt daardoor in categorie A.

Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De marge tussen categorie A en C is klein. We zien een daling van de structurele exploitatieruimte ten opzichte van vorig jaar, maar wel een verbetering ten opzichte van de begroting. Toch zijn de structurele baten net niet voldoende om de structurele lasten te dekken.

Jaarstukken 2025

79

Belastingcapaciteit De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent dit dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Om in aanmerking te komen voor financiële steun vanuit het Rijk (art. 12-status), moeten de lokale belastingen ten minste 120% van het landelijk gemiddelde zijn. De belastingdruk ligt onder het landelijke gemiddelde en wel in categorie A.

Conclusie over huidig risicoprofiel In de voorgaande onderdelen is een relatie gelegd tussen het risicoprofiel en het benodigde weerstandsvermogen en zijn de financiële kengetallen uitgelicht. Gesteld kan worden dat we nog altijd een financieel gezonde gemeente zijn. Maar ondanks dat de cijfers een positief beeld laten zien, is het noodzakelijk om de financiën goed in de gaten blijven houden.

80

Jaarstukken 2025

PARAGRAAF 3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Inleiding Wij beheren de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze ruimte bevat kapitaalgoederen zoals wegen, openbare verlichting, riolering, civiele kunstwerken, water, groen, speelterreinen en gebouwen. Kapitaalgoederen hebben onderhoud nodig voor veilig gebruik. Dit omvat zowel groot als klein onderhoud. De kosten en planning staan in beheerplannen. Onze uitgangspunten zijn het actuele beleidskader, het Besluit begroting en verantwoording, de nota Reserves en Voorzieningen 2025-2028 en de Financiële Verordening 2024 met afschrijvingstabel. De provincie vindt actuele beheerplannen belangrijk voor financieel toezicht. Deze plannen tonen of de budgetten de komende jaren voldoende zijn voor de beleidskaders. In de tabel hieronder staan de beschikbare beheerplannen. Beheerplannen

Vastgesteld

Looptijd t/m

Herziening in

Reserve

Openbare verlichting

2025

2029

2029

Nee

Civiele kunstwerken

2025

2029

2029

Nee

Groen- en recreatiegebieden

2023

2028

2028

Nee

Speelterreinen

2020

2024

2026

Nee

Wegen

2023

2027

2027

Ja

Programma Stedelijk Water

2023

2027

2027

Ja

Waterhuishouding

2026

2030

2030

Nee

Meerjarenonderhoudsplannen gebouwen

2018

2021

2026

Ja

Meerjarenonderhoudsplannen sportaccommodaties

2018

2021

2026

Ja

Openbare verlichting Kerncijfers • • • • •

3.064 conventionele armaturen 3.064 conventionele lampen 5.536 ledarmaturen 5.536 ledlampen 8.550 lichtmasten

Beheer Naast ons zijn ook andere beheerders verantwoordelijk voor de verlichting in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld wegen met verlichting die eigendom zijn van het Waterschap Hollandse Delta. De lichtmasten worden regelmatig gecontroleerd tijdens dagelijks onderhoud, verschillende beheer- en civiele projecten en bij het schoonmaken ervan. Lichtmasten van veertig jaar of ouder worden na inspectie in beheerprojecten in groepen vervangen. Onveilige situaties, vaak gemeld door burgers en bedrijven, worden direct opgelost via het dagelijks onderhoud. Armaturen hebben een verwachte levensduur van bijna 25 jaar.

Terugblik In het afgelopen jaar zijn er 1.162 lampen vervangen door led en 185 masten vernieuwd. In het centrum zijn zeventien lichtmasten vervangen door een nieuw zwart model dat uiteindelijk overal in het centrum zal worden gebruikt. In Drievliet, Oosterparkweg, Benedenrijweg, Visvliet, Molenvliet en Vogelvliet zijn in totaal 315 lichtmasten schoongemaakt. In Drievliet zijn 71 lichtmasten rechtgezet. Op de Werfkade en bij Winkelcentrum Vlietplein zijn in totaal 53 lichtmasten geschilderd. Verder is de openbare verlichting op verschillende plekken aangepast na meldingen over lichthinder of te weinig licht.

Jaarstukken 2025

81

Budget Openbare verlichting

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

-278.200

-264.754

Groot onderhoud

-518.900

-392.733

Investeringen Totaal openbare verlichting

-522.300

-523.065

-1.319.400

-1.180.553

Civiele kunstwerken Kerncijfers • • • • • • •

46 damwanden/keermuren/walmuren 72 fiets/voetbruggen 17 geleiderails 10 geluidsmuren 93 overige kunstwerken 71 trappen 37 verkeersbruggen/viaducten/tunnels

Beheer Bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen vallen onder civiele kunstwerken. Elke vijf jaar inspecteren we deze kunstwerken uitgebreid. Dit gebeurt volgens de CUR117-aanbeveling voor categorie B2 (toestandsinspectie), B5 (hersteladvies) en C2 (meerjarenonderhoudsplanning en budgetraming). Houten bruggen en kunstwerken, die meer onderhoud nodig hebben, worden tussendoor visueel gecontroleerd. Op basis van de inspectieresultaten bepalen we de onderhouds- en vervangingsmaatregelen. Deze kunnen variëren van klein onderhoud tot grootschalige vervangingen.

Terugblik • • • • • • • •

De oeverconstructies bij de Boelewerf, Drierivierenlaan, Schans en de laad- en loswal zijn gecontroleerd. Langs de kade Boelewerf en Drierivierenlaan zijn nieuwe drenkelingladders geplaatst. Bij de inspectie bleek dat er bij de Drierivierenlaan verder onderzoek nodig was. Bij het Ringdijk- en Havenkanaalviaduct zijn er beperkingen voor aslasten ingesteld. De voegovergangen van het Havenkanaalviaduct zijn vernieuwd. De leuningen van 'Brug Reyerpark 4' zijn geconserveerd (beschermd tegen slijtage en roest). Ook de voetgangersbruggen de Koolmees en Rietvink zijn geconserveerd. De vissteiger aan de Tinstraat, de brug bij Gorzenweg 2, de brug aan de Westmolendijk en de damwand bij de Van Leeuwenhoekstraat zijn vernieuwd. De stortsteen langs het Dokhof is vervangen door zetsteen. De pier bij Park Maasdonck is gesloopt. Bij de kruising van de Lagendijk en de Hogeweg zijn de geleiderails vernieuwd. Daarnaast zijn er reparaties verricht aan diverse andere kunstwerken.

Budget Civiele kunstwerken

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

-947.200

-953.242

Groot onderhoud

-281.400

-290.100

Investeringen

-4.879.700

-3.102.450

Totaal civiele kunstwerken

-6.108.300

-4.345.792

Openbaar groen, inclusief recreatiegebieden Kerncijfers •

82

19.982 bomen

Jaarstukken 2025

• • • • •

8.277.000 m3 boomkroonvolume 313.000 m2 cultuurbeplanting 1.419.000 m2 gras 14.000 m2 haag 401.000 m2 natuurlijke beplanting

Beheer Wij beheren de recreatiegebieden de Gorzen, Ridderhaven en het Reijerpark. De grienden en de Crezéepolder worden beheerd door de Stichting Zuid-Hollands Landschap. De Donckse Velden, het Oosterpark en de Wevershoek vallen onder het beheer van het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ). Het Donckse Bos is van de Stichting Het Huys ten Donck. Voor het Waalbos hebben wij een beheerovereenkomst met Staatsbosbeheer. De surfbocht bij het Waalbos wordt beheerd door het NRIJ. De kwaliteit van de bomen wordt bewaakt met boomveiligheidscontroles en onderzoeken. Deze controles vinden elke drie jaar plaats, en voor sommige bomen elk jaar. Hieruit komen maatregelen voort om de bomen gezond en veilig te houden. Soms is het nodig om bomen te kappen, maar vaak is snoeien voldoende.

Terugblik Vanuit de boomveiligheidscontroles en projecten zijn bomen verwijderd en nieuwe geplant. Ook hebben we diverse groenvakken vernieuwd, zoals langs de Burgemeester de Zeeuwstraat. Het gras van enkele speelplaatsen en een trapveld is opgeknapt. In de gazons langs de Dr. Kuyperstraat, de Koninginneweg en op de rotonde bij de Handelsweg hebben we een bijvriendelijk bloembollenmengsel geplant. De bijen profiteren hier in het vroege voorjaar van. In verschillende straten zijn bermen ingezaaid met een bloemenmengsel.

Budget Openbaar groen

Begroting na wijziging

Realisatie

Onderhoud, inclusief groot onderhoud

-3.194.400

-3.222.477

Totaal openbaar groen

-3.194.400

-3.222.477

Speelterreinen Kerncijfers • •

174 speelplekken 865 speeltoestellen

Beheer De speeltoestellen inspecteren we elk jaar vier keer op veiligheid. Op basis van de laatste veiligheidsinspectie van het jaar maken we de jaarplanning. Naast veiligheid kunnen veranderde bevolkingsgegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen redenen zijn om een speelplek opnieuw in te richten. Tijdens de voorbereidingen voor de herinrichting betrekken we de gebruikers en buurtbewoners bij het proces. Eerst kunnen zij hun ideeën delen. Daarna maken we op basis van de meest haalbare ideeën twee ontwerpen met speeltoestellen. Uiteindelijk kan iedereen, maar bij voorkeur de kinderen, een keuze maken. Het ontwerp met de meeste stemmen realiseren we.

Terugblik In overleg met de bewoners zijn de volgende locaties gerenoveerd: • Amaliastraat • Dintelstraat • Cruijff Court • Erasmuspark (trapveld) • IJsselstraat (speelplaats en basketbalveld) • Leklaan

Jaarstukken 2025

83

•

Seringenplantsoen (Jeu de boules baan)

Het speeltoestel de Draak, op het St. Jorisplein is gerenoveerd.

Budget Speelvoorzieningen Klein onderhoud

Begroting na wijziging -619.100

Realisatie -602.437

Groot onderhoud

-29.800

-22.498

Investeringen

-712.700

-565.496

-1.361.600

-1.190.431

Totaal speelvoorzieningen

Wegen, fiets- en voetpaden (verhardingen) Kerncijfers • • • • • • • •

597.000 m2 asfalt 21.000 m2 cementbeton 1.809.000 m2 elementenverharding 942 m goot 6.000 m2 grasstenen 34.000 m2 halfverharding 21.446 kolken 66.000 m2 overige verharding

Beheer Naast de landelijke richtlijnen voor wegonderhoud kijken we ook naar de lokale kwaliteitsniveaus. Voor bedrijventerreinen in Ridderkerk geldt kwaliteitsniveau C. Voor de rest van Ridderkerk, inclusief fietspaden door of langs bedrijventerreinen, geldt kwaliteitsniveau B. Het onderhoudsprogramma wordt opgesteld op basis van de jaarlijkse weginspectie, extra onderzoeken, levensduur, uitstraling (kwaliteitsniveau) en binnenstedelijke ontwikkelingen. Bij asfaltwerken moet vertraging van noodzakelijk onderhoud worden vermeden om kapitaalverlies te voorkomen. Stellen we het onderhoud aan het asfalt te lang uit, dan zijn zwaardere of duurdere maatregelen nodig. Elementenverharding leidt niet tot kapitaalverlies. Bij uitstel vermindert alleen de beeldkwaliteit. Naast planmatig (groot) onderhoud, gebeurt er dagelijks (klein) onderhoud. Planmatig onderhoud zorgt ervoor dat iets weer in goede staat komt. Dagelijks onderhoud houdt het in goede staat, zoals het herstellen van verzakte bestrating. Bij dagelijks onderhoud worden gevaarlijke situaties meteen aangepakt. Als de veiligheid in gevaar is, wordt er direct onderhoud uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld een gat in de weg of losse tegels door boomwortels zijn.

Terugblik Dit jaar is in totaal 16.285 m2 aan elementenbestrating aangepakt. Het gaat om: • Bolnes 1.550 m2 (onder andere trottoir Rijnsingel, Spuistraat, rijbaan Amerstraat, De La Reijstraat, Noordstraat, rijbaan Dijkje). • Centrum 2.158 m2 (onder andere trottoir Kerkweg, rijbaan Poetsiastraat, P.C. Hooftstraat, Geerlaan en rijbaan Ringdijk). • Donkersloot 125 m2 (trottoir). • Drievliet 1.005 m2 (onder andere trottoir Vlietlaan, Vogelvliet en rijbaan Houtzaagmolen). • Drievliet Het Zand 625 m2 (onder andere rijbaan Noordmansstraat, Clara Wichmanstraat en Waalstraat). • Oost 6.200 m2 (onder andere trottoir Multatulistraat, Bellamystraat, Vondellaan en rijbaan Klooslaan en Kloosplantsoen). • Oostendam, geen planmatig onderhoud uitgevoerd alleen klein onderhoud. • Rijsoord 2.352 m2 (onder andere rijbaan Pruimendijk, Linnenstraat). • Slikkerveer 1.460 m2 (onder andere trottoir en rijbaan Ruwaardlaan, trottoir Mozartstraat en Sportlaan).

84

Jaarstukken 2025

•

West 810 m2 (onder andere trottoir Burgemeester de Zeeuwstraat, Sportlaan en Goudenregenplantsoen).

Daarnaast zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • Er is 12.236 m2 stilasfalt aangebracht op de Vondellaan, de Vlietlaan en de Rijksstraatweg. • Er is 150 m2 nutssleuf dichtgemaakt verspreid over 34 locaties. • In totaal is er 1.500 m2 asfalt gerepareerd (frezen en inlagen), onder andere op de Oosterparkweg, Havenkanaal, Dokwerkerstraat, Visvliet. • Daarnaast hebben we de scheuren gevuld en de schade door boomwortelschade weggeslepen. • in totaal is 1.125 m2 asfalt vervangen door halfverharding in het park Schalksedijkje en de Middenmolendijk. Afgelopen jaar is er op veel plekken binnen de gemeente groot onderhoud aan de wegen uitgevoerd. Er zijn echter ook wegen die deel uitmaken van een groter project, zoals een wijkrenovatie, HOV, Metropolitane fietsroute of de ontwikkeling tot fietsstraat. Dit betreft onder andere delen van de Geerlaan (tussen Mauritsstraat en Rijksstraatweg), Burgemeester de Zeeuwstraat (tussen Jhr. van Karnebeekweg en Geerlaan), Kievitsweg (tussen Randweg en Sportlaan), Rijksstraatweg (tussen Noldijk en Voorweg), Oosterparkweg, Middenmolendijk (tussen Donkerslootweg en de Hugo de Grootlaan) en de fietspaden langs de Vlietlaan en Donkerslootweg. Deze wegen en paden hebben groot onderhoud nodig en vallen in C- of D-kwaliteit. Het gaat vooral om asfaltwegen met een beschadigde toplaag en randen.

Dit is niet direct gevaarlijk, maar de wegen hebben binnen enkele jaren wel een nieuwe laag nodig. Door de lange voorbereidingstijd van deze projecten is dit nog niet gebeurd. Vertraging van wijkrenovaties, zoals in de Bloemenbuurt, Rivierenbuurt en Centrum West, zorgt ervoor dat ook meer bestrating in C- of D-kwaliteit verkeert. Onveilige situaties worden voorkomen door op specifieke plekken maatregelen te nemen. Stuurelement

A

B

C

D

Bedrijventerreinen

54%

27%

3%

16%

Buitengebied

23%

69%

0%

9%

Centra

70%

22%

0%

8%

Groengebieden/Parken

48%

19%

1%

32%

Hoofdwegen

55%

18%

2%

25%

Woongebied

45%

32%

6%

17%

Eindtotaal 2025

48%

29%

4%

19%

Budget Wegen

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

-1.919.400

-1.888.768

Groot onderhoud

-1.987.800

-1.759.108

Investeringen

-1.770.100

-1.561.804

Saldo van storting en onttrekking reserve Totaal wegen Stand reserve per 1 januari

189.800

40.103

-5.487.500

-5.169.577 3.608.630

Storting

1.721.700

Onttrekking

-1.761.803

Stand reserve per 31 december

3.568.527

Riolering Kerncijfers • • • •

8 bergbezinkvoorzieningen 2 bergingsriolen 3 drainagegemalen 50 km drukriolering en persleidingen

Jaarstukken 2025

85

• • • • • • •

121 drukrioleringspompen 2 fonteinen 5 oppervlaktegemalen 291 km riolering 23.800 rioolaansluitingen 48 rioolgemalen 2 tunnelgemalen

Beheer Riolering is belangrijk voor de volksgezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving, de bodem en het grond- en oppervlaktewater. Wij zorgen voor de inzameling van stedelijk afvalwater en hemelwater dat particulieren niet zelf kunnen verwerken. We proberen de nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken. Het beleid voor beheer en onderhoud van riolering is vastgelegd in het Programma Stedelijk Water 2023-2027 (PSW), dat op 25 mei 2023 is vastgesteld. De kosten worden gedekt door de rioolheffing en zijn verdeeld in twee delen: beheer en onderhoud (exploitatiekosten) en vervangingsinvesteringen voor alle onderdelen van de (afval)waterketen. Klimaatverandering zorgt voor grotere extremen: meer regen in korte tijd en extremere temperaturen. Wij passen ons aan klimaatverandering aan. Bij nieuwbouwprojecten of herontwikkelingen worden openbare ruimten zo ontworpen dat pieken in neerslag goed opgevangen kunnen worden.

Terugblik In 2025 is het rioolwerk aan de Donckselaan en omgeving afgerond, evenals het werk in de Markstraat en Dintelstraat. Ook is de voorbereiding gestart voor rioolvervangingen in de Bloemenstraat, de wijken West en Centrum, Rivierenbuurt in Bolnes en de wijkrenovatie in Slikkerveer Noord. Er is een uitgebreid waterhuishoudkundig plan opgesteld. Dit plan behandelt de waterhuishouding en riolering in Slikkerveer en de locatie Flexwonen. Het onderhoud van de riolering, zoals reinigen en inspecteren, is uitgevoerd volgens het Programma Stedelijk Water. Op basis van de jaarlijkse rioolinspectie zijn diverse acties ondernomen, zoals het schoonspuiten van het riool om afzettingen en wortels te verwijderen. Dit werk heeft veel opgeleverd, want er zijn jaarlijks minder meldingen van verstoppingen. Om droge voeten te houden in de Willemstraat is een nieuwe, tijdelijke riooloverstort gemaakt. Na de wijkrenovatie in Slikkerveer Noord wordt deze overstort gesloten. Met het waterschap hebben we een meet- en monitoringsprogramma uitgevoerd. Het meten aan het riool vergroot het inzicht in hoe het rioolstelsel werkt. In het hoofdrioolgemaal aan de Bilderdijklaan zijn de pompen en het leidingwerk vernieuwd. Het hoofdrioolgemaal aan de Fazant is compleet gerenoveerd. Ook zijn vijf kleinere rioolgemalen gerenoveerd: Boelewerf, Lagendijk, Rijksstraatweg, Burg. de Zeeuwstraat en Pruimendijk.

In het hoofdrioolgemaal aan de Poesiatstraat zijn technische aanpassingen gedaan, waardoor we flink besparen op energiekosten. Samenvattend zorgen alle renovaties voor een hogere capaciteit en betrouwbaarheid van het afvalwatertransportsysteem, een lager energieverbruik en veilig werken in de gemalen.

Budget Riolering

Begroting na wijziging

Realisatie

Onderhoud

-1.974.500

-1.752.921

Investeringen

-661.000

-505.038

Totaal riolering

-2.635.500

-2.257.959

Waterhuishouding Kerncijfers • • • • • •

86

184 duikers 2 fonteinen 13,9 km natuurvriendelijke oever 26,9 km oeverbeschoeiing 40,2 km onverharde oevers (niet beschoeid) 18 stuwen

Jaarstukken 2025

•

8 suppletie- en drainagegemalen

Beheer Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit van al het water in de gemeente. Het waterschap onderhoudt zelf de hoofdwatergangen. Wij onderhouden het andere water grotendeels. Ook Rijkswaterstaat, de provincie, natuurorganisaties en particulieren zijn deels verantwoordelijk voor het onderhoud van sommige watergangen. Het waterschap controleert of het onderhoud goed is uitgevoerd. Er mogen bijvoorbeeld niet te veel bagger en waterplanten in het water zijn. Het beleid van het waterschap is daarom belangrijk voor ons waterbeheer. Metingen van bagger op de waterbodem bepalen welke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert de hoofdwatergangen zelf. Als de naastgelegen grond van ons is, moeten wij de bagger ontvangen. Wij betalen dan voor het transport en de afvoer. Beschoeiingen worden vervangen na inspecties. Veiligheid is vaak de reden. Voor vervanging wordt gekeken of een natuurlijke oever mogelijk is. Dan is geen nieuwe beschoeiing nodig en krijgen planten en dieren meer kans. Bij oeverbeschoeiing letten we op het plaatsen en behouden van faunatrappetjes.

Terugblik Behalve het gebruikelijke onderhoud zoals het maaien van de sloten en oevers, zijn dit jaar onder andere de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • Langs de Rembrandtweg hebben we 150 meter natuurvriendelijke oever aangelegd. • In de Ferdinand Bolstraat hebben we 170 meter betonnen beschoeiing weggehaald en veranderd in een natuurvriendelijke oever. • Beschoeiing bij de Kerkweg, Geerlaan, Oosterparkweg en Benedenrijweg is vernieuwd. • Er zijn 58 faunatrappen geplaatst. • Er zijn baggerwerkzaamheden uitgevoerd bij onder andere de Gorzen, het Woudepad, de Sportlaan en de Geerlaan. • In de Jonkheer de Savornin Lohmanstraat is 300 meter oever beplant. • Langs de Kapteynstraat zijn er oeverplanten en ondergedoken waterplanten geplaatst in de watergangen. • De wadi (Water Afvoer Drainage en Infiltratie) bij het Loodspad is opnieuw ingericht. De wadi is breder gemaakt, er is drainage toegevoegd en een kruidenmengsel is ingezaaid. • In het Lohmanpark en het Erasmuspark zijn twee 'biofloats' geplaatst. Deze drijvende eilanden geven vissen schuilplekken en bieden oeverplanten de kans om te groeien. • De duiker in de Gorzen, die door de bever was ondergraven en dichtgestopt, is hersteld.

Budget Waterhuishouding

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

-408.800

-408.722

Groot onderhoud

-176.900

-229.631

Investeringen

-97.700

-75.660

Totaal waterhuishouding

-683.400

-714.013

Afvalinzameling Kerncijfers BAR Afvalbeheer beheert 668 verzamelcontainers. Hiervan zijn er 44 voor glas, 137 voor papier en karton, 260 voor gft en 227 voor PMD+restafval. In Ridderkerk zijn er ook 27 textielcontainers. Deze waren in 2025 onder beheer van Opnieuw & Co.

Beheer Op dit moment zijn onderhoud, reiniging en garantie van de ondergrondse containers geregeld via een onderhoudsovereenkomst met de leverancier. Het gaat om in totaal 668 containers voor restafval, papier en karton, gft en glas. De ondergrondse container maakt deel uit van de openbare ruimte en is een investering van de gemeente. BAR Afvalbeheer ondersteunt de gemeente bij de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers. Jaarstukken 2025

87

Terugblik In 2025 kwam het mobiele afvalaanbiedstation meerdere keren per maand naar verschillende plekken in Ridderkerk. Dit bood extra service voor klein huishoudelijk afval dat niet in een ondergrondse container past. Er zijn voorbereidingen getroffen om het reinigingsrecht in te voeren. Hiermee kunnen kleine ondernemers tegen betaling gebruikmaken van de inzamelvoorzieningen van de gemeente. In 2025 begon een onderzoek naar manieren om te voorkomen dat keukenafval bij het restafval terechtkomt. Er liep een aanbesteding voor een nieuwe textielinzamelaar en -verwerker. TexNL werd uiteindelijk gekozen als nieuwe textielinzamelaar en -verwerker. De aanvragen vanuit de gemeente (wijzelf en bijvoorbeeld woningbouwcorporaties en VluchtelingenWerk) voor de inzet van afvalcoaches voor voorlichting nemen toe. Ook (basis)scholen weten de afvalcoaches steeds beter te vinden voor educatiedoeleinden.

Haven Kerncijfers Wij bezitten een eigen haven aan de rivier De Noord. Twee delen zijn te onderscheiden. Aan de westzijde een industriehaven met twee watergebonden bedrijven en een passantensteiger. Aan de oostzijde een recreatiehaven met twee jachthavens. Behalve de passantensteiger worden de overige delen verhuurd. Bij de passantensteiger ligt een schip dat vluchtelingen huisvest.

Beheer Door de toename van scheepsbewegingen bij De Noord, onzekerheden over de hoeveelheid baggerslib en de verplaatsing daarvan binnen de haven, is monitoring met dieptemetingen nodig. De constructies in de haven worden vervangen indien dat nodig is. Er is geen vast budget voor gereserveerd.

Terugblik De hoeveelheid bagger is gemonitord om over meerdere jaren een duidelijker beeld te krijgen van de hoeveelheid bagger en verplaatsing daarvan binnen de haven. Met deze informatie kunnen de kosten beter worden ingeschat. Bij de passantensteiger is de elektrakast verplaatst en is er een vaste drinkwateraansluiting gerealiseerd.

Budget Haven

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

-71.400

-79.445

Groot onderhoud

0

0

Investeringen

-17.700

-17.641

Saldo van storting en onttrekking reserve

-32.700

-1.858

Totaal haven

-121.800

-98.944

Stand reserve per 1 januari

928.313

Storting

32.700

Onttrekking

-30.842

Stand reserve per 31 december

930.171

Gebouwen Kerncijfers Het Maatschappelijk Vastgoed biedt huisvesting aan diverse maatschappelijke functies. Dit gaat zowel om afdelingen van de gemeentelijke dienstverlening als huisvesting van verenigingen en stichtingen. Het gemeentelijk vastgoed bestaat uit: • Het gemeentehuis en de voormalige gemeentewerf. • Voormalige onderwijsgebouwen. • Binnen- en buitensportaccommodatie waaronder ook recreatiecentrum de Fakkel. • Wijkcentra.

88

Jaarstukken 2025

• • •

Peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. Het rouwcentrum. Enkele (voormalige) bedrijfsruimten en woningen.

In 2025 is de vastgoedportefeuille uitgebreid met de aankoop van het pand Havenstraat 53. Daarnaast is gymzaal De Noord, als onderdeel van het schoolgebouw De Noord, na oplevering in gebruik genomen. Het voormalige schoolgebouw aan de Randweg 3 is in 2025 gesloopt. Ook zijn in dat jaar de opstallen van de voormalige zorgboerderij in het Lohmanpark gesloopt. Een aantal gemeentelijke gebouwen heeft een rijks- of gemeentelijke monumentenstatus.

Beheer Voor het onderhoud van de gebouwen in Ridderkerk hanteren we een algemene conditie van 3 (voldoende). Voor een aantal gebouwen, waarvoor in de toekomst een ontwikkeling wordt verwacht, hanteren we het label instandhouding. Het in 2019 vastgestelde (Actualisatie Integraal Accommodatieplan) AIAP is nog steeds leidend voor het beleid van beheer en de ontwikkeling van het maatschappelijk vastgoed. In de periode 2022 -2023 (BAR-organisatie) is gepoogd om met eigen kennis en ervaring het meerjarenonderhoudsplan ( MJOP) Gebouwen te actualiseren. Dit heeft niet het gewenste (kwalitatief onvoldoende) resultaat gehad. In 2024 is gestart met de aanbesteding van het actualiseren van het MJOP Gebouwen. In 2025 is gestart met het actualiseren van de beheersplannen (per accommodatie) door een externe deskundige. Deze beheersplannen vormen de technisch inhoudelijke basis voor een MJOP. Op basis van het beleid wordt duurzaam beheer toegepast en voldoen we aan de Arbo- en veiligheidsvoorschriften. Onderwijsgebouwen Jaarlijks stelt de gemeente een jaarprogramma vast op basis van aanvragen door schoolbesturen. In dit huisvestingsprogramma zijn alle uitbreidingen en nieuwbouw van schoolgebouwen opgenomen, inclusief de financiële consequenties daarvan. De aanvragen voor het huisvestingsprogramma worden getoetst aan de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Ridderkerk 2021.

Sport- en Welzijnsaccommodaties In 2025 is het meerjarenonderhoudsplan Sport door een externe deskundige geactualiseerd. Dit MJOP wordt tezamen met het MJOP Gebouwen in 2026 voorgelegd aan de raad. In samenspraak met de verbonden verenigingen onderzoeken we of de parken nog voldoen aan hun wensen en eisen. Rouwcentrum Bij de begraafplaats Vredehof bevindt zich een rouwcentrum voor rouwbezoeken en uitvaartplechtigheden. Het rouwcentrum wordt gebruikt voor diensten voorafgaande aan een begrafenis op Vredehof en Rusthof, maar ook als wordt gekozen voor crematie of elders begraven is de aula geschikt voor een plechtigheid vooraf.

Terugblik In 2025 kocht de gemeente Ridderkerk het pand aan de Havenstraat 53. Het doel was om hier meerdere maatschappelijke partners te huisvesten. In datzelfde jaar begonnen de voorbereidende werkzaamheden voor de planvorming voor de herontwikkeling en ingebruikname van het gebouw. De gemeenteraad heeft in 2025 geld vrijgemaakt voor de restauratie en herontwikkeling van de museumschool in Rijsoord. Het gebouw is bedoeld voor verschillende maatschappelijke partners. In 2025 is er een traject geweest waarbij belanghebbenden en geïnteresseerden betrokken waren. De gemeenteraad heeft, naast het al beschikbare investeringskrediet voor de nieuwbouw van een zwembad met sporthal, extra krediet toegekend voor de bouw van een turnhal.

Jaarstukken 2025

89

Budget Gemeentelijke gebouwen

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

-3.628.300

-3.150.265

Groot onderhoud

-859.700

-710.166

Investeringen

-23.100

-9.184

Saldo van storting en onttrekking reserve

190.200

174.821

-4.320.900

-3.694.794

Totaal gemeentelijke gebouwen Stand reserve per 1 januari

3.921.054

Storting

512.100

Onttrekking

-686.921

Stand reserve per 31 december Sportaccommodaties Klein onderhoud Groot onderhoud Investeringen Saldo van storting en onttrekking reserve Totaal sportaccommodaties

3.746.233 Begroting na wijziging

Realisatie

-6.165.100

-6.352.486

-232.500

-195.262

-1.201.600

-60.048

133.800

93.579

-7.465.400

-6.514.217

Stand reserve per 1 januari

1.484.941

Storting

250.000

Onttrekking

-343.579

Stand reserve per 31 december Onderwijsgebouwen Onderhoud Investeringen Totaal onderwijsgebouwen

1.391.362 Begroting na wijziging -2.702.100

Realisatie -2.476.107

-44.000

-46.281

-2.746.100

-2.522.388

Het verschil tussen de begroting na wijziging en de realisatie van de investeringen in sportaccommodaties wordt veroorzaakt door het uitstel van renovatie van sportvelden. De renovatie (of vervanging) wordt veelal in 2026, en in een enkel geval 2027, uitgevoerd.

90

Jaarstukken 2025

PARAGRAAF 4 FINANCIERING Inleiding In deze financieringsparagraaf leggen we uit in hoeverre de plannen en acties uit de begroting 2025 zijn uitgevoerd. We bespreken enkele ontwikkelingen die belangrijk zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie.

Wettelijke kaders en treasurystatuut De richtlijnen voor de uitvoering van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de financiële verordening en verder uitgewerkt in het treasurystatuut. Vanaf 2024 is er een nieuw treasurystatuut vastgesteld. Hierbij geldt de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido). Deze wet bepaalt de kaders voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie bij decentrale overheden. Het belangrijkste doel daarbij is het beheersen van risico's.

Renterisicobeheer Algemeen Er zijn twee verplichte normen voor het bepalen van de renterisico's bij de uitvoering van de treasuryfunctie: de 'renterisiconorm' voor leningen met een looptijd van 1 jaar of langer en het 'kasgeldlimiet' voor leningen met een looptijd tot 1 jaar. Deze normen hebben als doel de gevolgen van een rentestijging te beperken.

Kasgeldlimiet De wetgever heeft met het kasgeldlimiet een norm vastgesteld voor het maximale bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot 1 jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Dit is bedoeld om te voorkomen dat schommelingen in de korte rente een te grote invloed hebben op de rentelasten in het boekjaar. Als het kasgeldlimiet in drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet dit worden gemeld aan de toezichthouder, de provincie Zuid-Holland. Er moet dan een plan komen om weer aan het kasgeldlimiet te voldoen. Dit betekent concreet dat kort geld moet worden omgezet in lange financiering tegen een zo gunstig mogelijke rente op de kapitaalmarkt. Het overzicht hieronder toont de toetsing van de kasgeldlimiet voor 2025. We zijn niet onder de limiet gekomen, dus we hebben in 2025 geen nieuwe langlopende lening afgesloten. Omschrijving

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

1. Totaal vlottende schuld

-1.666.667

-13.333.333

-10.000.000

-20.000.000

2. Totaal vlottende middelen

4.418.759

15.038.205

8.238.699

11.413.508

3. Gemiddeld saldo schuld (-) of overschot

2.752.092

1.704.872

-1.761.301

-8.586.492

13.836.300

13.836.300

13.836.300

13.836.300

16.588.392

15.541.172

12.074.999

5.249.808

4a. Begrotingstotaal 2025 (lasten primaire begroting) 4b. Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Kasgeldlimiet

162.779.900 8,5%

Toets Kasgeldlimiet 5a. Ruimte onder kasgeldlimiet (4+3)

Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt de risico's van een stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering en renteherzieningen van bestaande langlopende leningen. Door deze norm toe te passen, wordt de langlopende leningenpositie goed verspreid. Dit verdeelt het renterisico gelijkmatig over de jaren. Elk jaar komt maximaal 20% van het totale budget in aanmerking voor herfinanciering of renteherziening. Renteherziening gebeurt als in de leningsovereenkomst staat dat de rente in een bepaald jaar verandert. Herfinanciering betekent dat er nieuwe leningen worden afgesloten om bestaande leningen te vervangen of af te lossen.

Jaarstukken 2025

91

Bij het opstellen van de begroting voor 2025 verwachtten we, mede op basis van de investeringsplanning, dat er in 2025 behoefte zou zijn aan nieuwe langlopende financiering. De tijdelijke liquiditeitstekorten konden echter worden opgevangen met korte kasgeldleningen. Een nieuwe langlopende lening bleek niet nodig te zijn. Hieronder geven we u een beeld van de renterisico's voor de vaste schuld in relatie tot de renterisiconorm. Ook dit jaar bleven we onder de renterisiconorm. Omschrijving

2025

1. Netto renteherziening op vaste schuld

0

2. Betaalde aflossingen

4.550.000

3. Renterisico op vaste schuld (1+2)

4.550.000

4a. Begrotingstotaal 2025 (lasten primaire begroting)

162.779.900

4b. Vastgesteld percentage

20,0%

4. Renterisiconorm

32.555.980

5. Ruimte onder renterisiconorm (4-3)

28.005.980

Rentevisie en rentebeleid Rentevisie Renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt zijn belangrijk door de risico’s. We volgen deze ontwikkelingen nauwkeurig. We gebruiken hiervoor dagelijkse informatie van geldverstrekkers. Ondanks wereldwijde spanningen en het terugdringen van een te hoge inflatie boven de 2%, heeft de Europese Centrale Bank de rente de afgelopen periode voor de vijfde keer op rij niet gewijzigd. De volgende grafiek en tabel geven u inzicht in hoe de rente van lineaire leningen met een looptijd van 20 jaar zich ontwikkelt in 2024 en 2025.

Maand

2024

2025

Januari

3,31

3,40

Februari

3,42

3,26

Maart

3,34

3,55

April

3,44

3,44

Mei

3,49

3,47

Juni

3,46

3,48

92

Jaarstukken 2025

Maand

2024

2025

Juli

3,45

3,61

Augustus

3,22

3,59

September

3,16

3,60

Oktober

3,18

3,54

November

3,09

3,58

December

3,04

3,71

De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte Algemeen De financieringsbehoefte van de gemeente hangt af van verschillende factoren die de inkomende en uitgaande kasstromen beïnvloeden, zoals de investeringsplanning, de inkomsten en uitgaven van grondexploitaties en veranderingen in de geldleningenportefeuille. We gebruiken een liquiditeitsplanning om inzicht te krijgen en te behouden in de financieringsbehoefte.

Leningenportefeuille In 2025 werd er geen nieuwe langlopende lening afgesloten. In het onderstaande overzicht ziet u hoe de langlopende leningen zich hebben ontwikkeld. De gemiddelde rente van de langlopende leningen (gebaseerd op de gemiddelde stand op 1 januari en 31 december) is 3,55% (hetzelfde als in 2024). Omschrijving

2025

Stand leningen per 1-1

49.583.333

Nieuwe leningen

0

Reguliere aflossingen

4.550.000

Stand leningen per 31-12

45.033.333

Renteomslag In de paragraaf Financiering van de begroting 2025 is informatie over de verwachte rentelasten en het renteresultaat opgenomen. We hebben ook uitgelegd hoe rente wordt toegerekend aan investeringen, programma’s en taakvelden. De omslagrente voor de begroting van 2025 is vastgesteld op 1,48%. Het werkelijke percentage voor 2025 bedraagt 0,95%, zoals hieronder weergegeven. Omschrijving

Bedrag

Externe rentelasten over de korte en lange financiering

+/+

Externe rentebaten

-/-

Totaal door te rekenen externe rente -/-

Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-/-

Saldo door te rekenen externe rente +/+

Rente over voorzieningen

+/+

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

Toe te rekenen rente

24.496 1.366.544

Rente over het eigen vermogen

Renteresultaat op het taakveld treasury

221.216 1.391.039

Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

1.612.255

118.959 1.485.502

-/-

1.743.074 -257.572 1.485.502

Boekwaarde per 1-1-2025

155.877.485

Renteomslagpercentage

0,95%

Jaarstukken 2025

93

Schatkistbankieren Decentrale overheden moeten volgens de Regeling Schatkistbankieren hun overtollige geld in de schatkist van de staat bewaren. Gemiddeld mag het bedrag buiten de schatkist per dag niet hoger zijn dan het drempelbedrag over een kwartaal. Dit drempelbedrag hangt af van het totale budget. Met onze bank, de BNG, is afgesproken dat er dagelijks automatisch geld naar de schatkist gaat als het saldo boven de € 400.000 komt. In de toelichting op de balans van deze jaarrekening geven wij uitleg over de totale middelen die elk kwartaal buiten de schatkist zijn gehouden. Uit het overzicht blijkt dat in 2025 het drempelbedrag in geen enkel kwartaal is overschreden.

Kas- en relatiebeheer Wat betreft het kasbeheer volgen we al enkele jaren deze uitgangspunten: • Het aantal bankrelaties en bankrekeningen is tot een minimum beperkt. • Elke maand maken wij overzichten van de liquiditeit. Wij overleggen regelmatig met onze huisbankier, de BNG, over nieuwe ontwikkelingen. Verschillende kredietverstrekkers geven vaak advies over het beheren van geld. In ons treasurystatuut staat de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitgebreid beschreven.

Garantstelling Vanwege de financiële risico's voor de gemeente, zijn wij voorzichtig met het goedkeuren van aanvragen voor garantstellingen. Een garantie wordt alleen verleend als het maatschappelijk belang wordt gediend en er voldoende zekerheden zijn. Op 31 december 2025 bedroeg het totaal van de directe garantstellingen € 41,0 miljoen. De garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw bedroegen € 47,8 miljoen. Het risico voor de gemeente bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen.

94

Jaarstukken 2025

PARAGRAAF 5 BEDRIJFSVOERING Inleiding Om de doelen in de programma's van de begroting te bereiken, is een goede bedrijfsvoering noodzakelijk. Bedrijfsvoering betreft de processen om beleidsdoelen te realiseren en deze te sturen en te beheersen. Deze processen helpen bij een efficiënte en effectieve uitvoering van de beleidsprogramma's, volgens de geldende wetgeving. In 2025 hebben we de inrichting van beleids- en uitvoeringstaken en bijbehorende processen verder vormgegeven. We werken nauw samen met De BedrijfsvoeringsPartner om in 2026 verder uit te werken welke taken en diensten het beste bij de gemeente of De BedrijfsvoeringsPartner kunnen worden ondergebracht. Dienstverlening aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners, evenals kwaliteit en efficiëntie, zijn hierbij leidend.

Ambtelijke organisatie In 2025 is er verder gewerkt aan het versterken van het fundament van de organisatie. Dit is het duidelijkst te zien in de nieuwe organisatieregeling en budgethoudersregeling. Hierin worden het verhaal van Ridderkerk en het organisatieplan formeel omgezet naar regelgeving. In 2026 krijgt dit zijn vervolg in de mandaten. Het afgelopen jaar waren de kernwaarden van de organisatie een belangrijk thema. Er was extra aandacht voor de kernwaarden Modern en Betrouwbaar. Andere belangrijke onderwerpen waren weerbaarheid, Veilig Publieke Dienstverlening en integriteit. De organisatie heeft veel energie gestoken in de vertaling van het organisatieplan, inclusief de visie, missie en organisatiedoelen. Deze zijn vertaald naar de clusterplannen en teamplannen. Bovendien hebben we de overgang van de financieel adviseurs van De BedrijfsvoeringsPartner naar de gemeente voorbereid.

Personeelskosten Het fundament voor de organisatie is gelegd. In 2025 zijn voor extra taken als gevolg van wet- en regelgeving, verbetering van onze dienstverlening en voor het opvangen van de belangrijkste personele kwetsbaarheden aanvullende budgetten opgenomen. Per saldo blijft er ongeveer € 400.000 over van de totale personeelskosten. Twee derde hiervan, € 270.000 betreft een onderschrijding op loonkosten, ongeveer 0,95% van de totale loonkosten van € 28,5 miljoen, van de ambtelijke organisatie, onder andere doordat vacatures lastiger in te vullen bleken dan verwacht en de budgetten voor het overwerk van de gladheidsbestrijding in 2025 niet volledig nodig bleken. Daarnaast zijn budgetten voor de overige personeelslasten niet helemaal uitgegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1297/documents/43270