Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg HLO.pdf
Tekst van het document
Ook is het van belang dat ouderen en hun naasten duidelijk te informeren over de (on)mogelijkheden bij Wlz-zorg thuis en dat zorgaanbieders hierover goede afspraken maken met de cliënt, conform de uitgangspunten van het Generiek Kompas ‘Samenwerken aan kwaliteit van bestaan’. Zorgaanbieders die aan de slag willen met het verbeteren van de kwaliteit van zorg thuis kunnen een beroep doen op het aanwezige ondersteuningsaanbod. Een goed voorbeeld hiervan is het programma Waardigheid & Trots voor de Toekomst, dat zich specifiek richt op dit thema.28 Ook kan de rol van de wijkverpleegkundige bij Wlz-zorg thuis beter worden omschreven, heeft de IGJ geconstateerd. Deze taak pakken de branche- en beroepsverenigingen op. De NZa onderkent het belang van de afspraken in dit HLO ten aanzien van de keuze tussen het inzetten van het MPT of het VPT. De NZa ziet erop toe dat Wlz-uitvoerders alles doen wat binnen hun mogelijkheden ligt om te komen tot tijdige en passende zorg. Daarbij betrekt de NZa in het toezicht de afspraken die partijen in het HLO met elkaar maken en de beleidsuitwerking die Wlz-uitvoerders ten aanzien van de inzet van het MPT of het VPT opstellen.
5 Wlz-zorg zonder verblijf Wat is de afspraak Vereenvoudiging van leveringsvormen • Het uitgangspunt in de Wlz-ouderenzorg wordt: ‘thuis als het kan’. Dat geldt vooruitlopend op een wetswijziging vanaf 2028, ook voor de zorginkoop in 2027. • We starten een wetsvoorstel om de Wlz-ouderenzorg zonder verblijf in natura te vereenvoudigen door over te gaan naar één nieuwe leveringsvorm, met als uitgangspunt zorg op maat. Zorg op maat: - Is aanvullend op wat ouderen zelf met hun eigen netwerk, eventueel met inzet van technologie en/ of hulpmiddelen, kunnen of weer kunnen aanleren. Er is ook aandacht voor draagkracht en draaglast voor mantelzorgers29. - Kan zowel worden geleverd in een geclusterde vorm als in een ongeclusterde vorm. - De bekostiging moet eenvoudig op- en afschalen van de benodigde zorg mogelijk maken. - Bij het op- en afschalen van de benodigde zorg is een belangrijke rol voor de zorgverlener30 weggelegd (zoals nu het geval is bij de wijkverpleging). - Belangrijk gegeven in de nadere uitwerking is dat de bijdrage vanuit het sociale netwerk (juridisch) niet kan worden afgedwongen.
27 28 29
30
https://www.igj.nl/publicaties/publicaties/2024/07/02/kwaliteit-langdurige-zorg-voor-ouderen-thuis-nog-vaak-onder-de-maat https://www.waardigheidentrots.nl/ De richtlijn mantelzorg (Richtlijn Mantelzorg) biedt handreikingen en tools om overbelasting te voorkomen, signaleren en verlichten. Bijvoorbeeld de wijkverpleegkundige, huisarts of specialist ouderengeneeskunde.
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 22
•
Betrokken organisaties onderschrijven dat in het kader van passende zorg het MPT in principe voorliggend op het VPT in 2027 wordt ingezet bij ongeclusterde zorg zonder verblijf, tot aan inwerkingtreding van het wetsvoorstel vanaf 2028.
Inzicht in wachtsituatie • Zorgaanbieders geven invulling aan de gewenste beweging om ouderen zo lang mogelijk thuis van zorg te voorzien. Zorgkantoren stimuleren daartoe initiatieven van zorgaanbieders en maken afspraken over het verlenen van zorg in de thuissituatie. Om goed te kunnen sturen op passende zorg thuis is het noodzakelijk dat er meer inzicht is in de wachtsituatie van ouderen die (bewust) wachten op zorg ‘thuis’. Daarnaast is het wenselijk om beleid te ontwikkelen om de status van de groep wachtenden die een aantal keer een passende plek hebben geweigerd naar een nieuwe categorie te wijzigen die daar beter bij aansluit. Wie gaat wat doen Vereenvoudiging van leveringsvormen (wetswijziging vanaf 2028) VWS bereidt wetgeving voor om te komen tot zorg zonder verblijf via één leveringsvorm (naast het pgb). Hiertoe: • Onderzoeken de NZa, VWS en het Zorginstituut hoe deze leveringsvorm qua aanspraak en bekostiging zo optimaal mogelijk kan worden vormgegeven en betrekken daarbij in ieder geval ZN, ActiZ, Zorgthuisnl, vertegenwoordigers van cliënten en mantelzorgers, de beroepsverenigingen en het CAK. • Ontwikkelt VWS in samenspraak met het CAK een eigen bijdrage voor Wlz-zorg zonder verblijf. Hiervoor wordt een uitvoeringstoets gevraagd aan het CAK.
• Stelt de NZa ter voorbereiding op inwerkingtreding van een wetsvoorstel, op verzoek van VWS en in overleg met onder meer ActiZ, Zorgthuisnl en ZN, nieuwe prestaties en tarieven vast (in plaats van de bestaande MPT- en VPT-tarieven), zodat deze bij de beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2028 beschikbaar zijn. • Zal VWS in het kader van het wetsvoorstel samen met betrokken organisaties een verkenning starten naar de mogelijkheden om de begrippen ‘geclusterd’ en ‘ongeclusterd’ wonen te verduidelijken en juridisch beter af te bakenen (onder andere ten behoeve van de bekostiging). We houden in de uitwerking van de nieuwe leveringsvorm rekening met specifieke aspecten ten aanzien van geclusterde woonvormen. Zorginkoopbeleid • Zorgkantoren verwerken de lijn ‘MPT in principe voorliggend op VPT bij ongeclusterde zorg zonder verblijf’ in het inkoopbeleid vanaf 2027. Het uitgangspunt hierbij is dat het MPT zodanig wordt vormgegeven dat er geen onnodige toename is van administratieve lasten voor zorgverleners, ouderen en hun naasten, en ketenpartners. Denk bijvoorbeeld aan het voorkomen van correctie- en stapelfacturen (eigen bijdrage CAK). Als partijen gezamenlijk de uitkomst van de pilot van DSW met de rekenmodule positief beoordelen, dan gaan partijen (ZN, ActiZ en VWS/NZa) om de tafel om te bezien onder welke randvoorwaarden landelijke opschaling mogelijk is.
Hierbij wordt ook het CAK betrokken. • Daarnaast verkennen VWS, NZa en ZN de mogelijkheid om per 2027 middels een experiment voor Wlzzorg thuis te werken met de nieuwe leveringsvorm en de bekostiging daarvan. Dit dient twee doelen: 1) zorgkantoren en zorgaanbieders krijgen al voor 2028 ruimte om beter passende afspraken voor zorg thuis te laten maken en 2) er wordt ervaring opgedaan met de nieuwe leveringsvorm en de bekostiging daarvan. Kwaliteit van Wlz-zorg thuis • ActiZ, Zorgthuisnl, V&VN maken, conform de aanbevelingen van de IGJ, afspraken om de rol van de wijkverpleegkundige bij Wlz-zorg thuis te verduidelijken en betrekken het Zorginstituut hierbij. Inzicht in wachtsituatie • Om meer inzicht te krijgen in de wachtsituatie van cliënten die bewust wachten op zorg thuis en cliënten die een aantal keer een passende plek hebben geweigerd, onderzoeken zorgkantoren op basis van bestaande gegevensuitwisseling in de huidige systematiek wat hierin al mogelijk is en welke aanscherping er in bestaande systematiek nodig is. Zorgkantoren, ActiZ, het Zorginstituut en Zorgthuisnl komen overeen samen de uitkomst van het onderzoek te bespreken, welk probleem er is, waar het vandaan komt, welke aanscherping eventueel nodig is en hoe het probleem op te lossen.
Als uit het voorgaande blijkt dat aanscherping van de landelijke wachtlijstsystematiek hiervoor nodig is, verlenen Zorginstituut, ActiZ en Zorgthuisnl hier hun medewerking aan.
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 23
Wat is het tijdpad • Het aanpassen van de leveringsvormen voor zorg zonder verblijf in natura vergt een wetswijziging. VWS streeft ernaar om deze wetswijziging per 1 januari 2028 in werking te laten treden. • Uiterlijk eind 2025 is in kaart gebracht hoe de inrichting van één leveringsvorm bij Wlz-zorg zonder verblijf kan worden vormgegeven. • Het nieuwe zorginkoopbeleid van de zorgkantoren met de lijn ‘MPT voorliggend op VPT bij ongeclusterde zorg zonder verblijf’ gaat in per 2027. • De resultaten van de verkenning van het experiment voor Wlz-zorg thuis worden uiterlijk voor de zomer van 2025 opgeleverd, zodat (bij een positieve uitkomst) vervolgstappen gereed zijn voor start experiment in de zorginkoop per 1 januari 2027. • In 2026 zijn de afspraken over de rol van de wijkverpleegkundige bij Wlz-zorg gereed. • In het 1e kwartaal 2026 rond ZN het onderzoek naar het uitzicht in de wachtsituatie af. ZN, ActiZ, het Zorginstituut en Zorgthuisnl bespreken de uitkomsten in het 2e kwartaal van 2026. De uitkomsten neemt ZN waar relevant mee in het zorginkoopbeleid vanaf 2027.
3.4 Verblijf voor ouderen die dit nodig hebben Veel (kwetsbare) ouderen willen en kunnen zelfstandig thuis blijven wonen, ook als er sprake is van een Wlzindicatie en daarmee een zwaardere zorgvraag. Ongeveer 93% van alle ouderen boven de 75 jaar woont thuis en maakt dus geen gebruik van zorg met verblijf. Een (zorg)geschikte woonomgeving, de sociale basisinfrastructuur en het sociale netwerk aangevuld met de benodigde professionele zorg maken dit mogelijk. Toch kan er een moment komen dat verblijf in een verpleeghuis noodzakelijk of het meest passend is. Dan is het van belang dat in de wet is vastgelegd dat de zeer kwetsbare oudere toegang krijgt tot het verpleeghuis. Zo zorgen we dat de mensen die deze zorg het hardst nodig hebben, niet onnodig op een wachtlijst belanden en is er sprake van een gelijkwaardigere toegang tot het verpleeghuis. Verblijf in een verpleeghuis moet beschikbaar blijven voor de zeer kwetsbare ouderen die vanwege een zeer complexe zorgvraag zijn aangewezen op gespecialiseerde, integrale zorg. Integraliteit kenmerkt zich doordat ondersteuning, zorg, behandeling en verblijf onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Bij deze groep ouderen is daarnaast sprake van sterk regieverlies. Het sociale netwerk is zwak dan wel ontbreekt of de (mantel)zorg is gewoonweg te zwaar en of te complex geworden.
Om te bereiken dat het verblijf inderdaad beschikbaar is voor kwetsbare ouderen wordt de toegang tot dit verblijf beter (juridisch) afgebakend. Dit doen we door een afwegingskader (opnametoets) voor verblijf te ontwikkelen. Op basis van dit afwegingskader wordt bepaald of het noodzakelijk is dat een kwetsbare oudere in een verpleeghuis gaat verblijven. VWS zal onderzoeken welke wetgeving nodig is om dit afwegingskader (opnametoets) een juridische basis te geven in de Wlz en zal deze wetgeving starten. Hiermee brengen we tot uitdrukking dat het uitgangspunt is dat ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen en pas van verblijf gebruik kunnen maken als dat gezien de zorgvraag en andere factoren (zoals aanwezigheid van mantelzorg) de best passende oplossing is. Deze afbakening draagt bij aan een op langere termijn beter uitlegbaar zorgstelsel met zekerheden voor de zeer kwetsbare ouderen. Door de invoering van het afwegingskader (opnametoets) zal de populatie in het verpleeghuis bestaan uit zeer kwetsbare ouderen. Deze ouderen hebben een zeer complexe zorgvraag waarvoor het gewenst is dat voor hen alle behandeling, zowel de specifieke behandeling als de aanvullende zorg (onder andere geneeskundige zorg van algemene aard en farmaceutische zorg), uit de Wlz komt.
Het doel is dat op termijn het nu bestaande onderscheid tussen verpleeghuisplekken met behandeling en verpleeghuisplekken zonder behandeling niet meer bestaat. Deze transitie vergt een zorgvuldig traject omdat zorgaanbieders tijd nodig hebben om hun organisatie hierop in te richten. Dit geldt zeker voor zorgaanbieders die nog geen behandeldienst hebben of niet hebben gecontracteerd. We willen voorkomen dat zeer kwetsbare ouderen geen behandeling kunnen krijgen. Belangrijke uitkomst van de transitie is dat naast budgettair neutrale invoering, behandeling in een verpleeghuis passend is en doelmatig wordt ingezet. Dit draagt bij aan het toegankelijk houden van zorg. Door in te zetten op passende behandeling spelen we de in potentie schaarse behandelcapaciteit vrij voor ouderen die thuis wonen en kwetsbaarder worden.
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 24
6 Toegang verblijf in de Wlz Wat is de afspraak • In de Wlz wordt een afwegingskader (opnametoets) voor verblijf ingevoerd op basis waarvan wordt bepaald of een oudere in aanmerking komt voor verblijf in een verpleeghuis. Verblijf is daarmee niet een vanzelfsprekend onderdeel van de aanspraak op zorg vanuit de Wlz. De toegangscriteria voor de Wlz blijven ongewijzigd. • Het streven is dat op termijn er geen onderscheid meer bestaat tussen verpleeghuisplekken met behandeling en verpleeghuisplekken zonder behandeling. Wie gaat wat doen • Het Zorginstituut ontwikkelt, op verzoek van VWS, een afwegingskader (opnametoets) voor de aanspraak op verblijf waarvan naast zorginhoudelijke elementen (bijvoorbeeld gedragsproblematiek) ook het meewegen van de sociale context deel uitmaakt. Het Zorginstituut betrekt relevante veldpartijen, waaronder Verenso, LHV, ActiZ, V&VN, Zorgthuisnl, cliënten-, naasten- en beroepsorganisaties en partijen uit het sociaal domein zoals Movisie en VNG bij de ontwikkeling van dit afwegingskader (opnametoets). • VWS onderzoekt door wie deze opnametoets het beste kan worden uitgevoerd. Daarbij wordt meegenomen hoe de zorgprofessional hierin een adviesrol kan vervullen. • Beroepsgroepen beschrijven in hun richtlijnen wat passende behandeling is.
• VWS onderzoekt de juridische, organisatorische, financiële en uitvoeringstechnische consequenties van de invoering van een afwegingskader (opnametoets) en bereidt wetgeving voor. Hierbij wordt de draagkracht en draaglast van mantelzorgers/het sociaal netwerk meegewogen vergelijkbaar met de werkwijze in de Wmo en de Zvw. Betrokken partijen gaan hierover in gesprek met als beoogd doel het onderdeel te maken van de werkwijze. • Hierbij worden in ieder geval de volgende onderwerpen betrokken: 1. Het perspectief van de oudere (inclusief de aard en intensiteit van de aandoening). 2. De consequenties voor de Wlz, de Zvw (waaronder de impact op de eerstelijn) en het sociaal domein31. Hierbij valt te denken aan een toenemende vraag naar onder andere (mobiliteits) hulpmiddelen, behandeling en een groter beroep op voorzieningen in het sociaal domein en een mogelijke grotere rol voor het sociaal netwerk. 3. Draagkracht en draaglast van het sociale netwerk waaronder de mantelzorgers van deze groep ouderen. Belangrijk gegeven in de nadere uitwerking is dat de bijdrage vanuit het sociale netwerk (juridisch) niet kan worden afgedwongen en in de tijd kan wijzigen. 4. Ruimte voor het voeren van het open gesprek met de oudere en diens sociale context/ mantelzorgers (zie ook het Generiek Kompas).
• NZa, CIZ, Zorginstituut, CAK en ZN brengen de uitvoeringsconsequenties die het invoeren van een afwegingskader (opnametoets) met zich meebrengt in beeld en borgen dat de randvoorwaarden voor uitvoering bij inwerkingtreding van wet- en regelgeving gereed zijn. • VWS, Verenso, V&VN, ZN en ActiZ onderzoeken welke (proces)stappen gezet moeten worden om te bereiken dat er op termijn geen onderscheid meer is tussen verpleeghuisplekken met behandeling en verpleeghuisplekken zonder behandeling. Het gaat hierbij onder andere om het in kaart brengen van de benodigde organisatorische consequenties voor zorgaanbieders, de beschikbaarheid van behandelaren (in en buiten het verpleeghuis), het inrichten van passende behandeling en het uitgangspunt dat dit budgettair neutraal wordt ingevoerd. Met onder meer de NZa wordt afgestemd hoe budgettaire neutraliteit wordt bereikt. Wat is het tijdpad • Het afwegingskader (opnametoets) is een jaar na overeenstemming over de opdracht gereed. • Parallel met de oplevering van het afwegingskader zijn de onderzoeken naar de juridische en uitvoeringstechnische consequenties (inclusief regeldruk en administratieve lasten) alsook het onderzoek naar de gevolgen voor de Wlz, de Zvw en het sociaal domein gereed.
• VWS neemt, uiterlijk na gereedkomen van het afwegingskader, een besluit over wie de taak krijgt het afwegingskader (opnametoets) uit te voeren. • Op basis van alle uitkomsten van de onderzoeken, zal VWS de benodigde wijzigingen in wet- en regelgeving in gang zetten.
31
De maatregelen in dit hoofdstuk zien alleen op de ouderenzorg. De gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg blijven buiten dit akkoord. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 25
• •
VWS streeft er naar het afwegingskader (opnametoets) voor verblijf met bijhorende organisatorische, uitvoeringstechnische en (eventueel) juridische wijzigingen per 1 januari 2028 in werking te laten treden. In 2026 is het onderzoek over de benodigde (proces)stappen om het onderscheid tussen verpleeghuisplekken met behandeling en die zonder behandeling op te heffen, gereed.
3.5 Herindicaties in het verpleeghuis De administratietijd in de verpleeghuizen is ongeveer 35%, terwijl bewoners er maar één keer komen wonen. In het regeerprogramma is het voornemen opgenomen om het systeem van herindicatie voor mensen die in een verpleeghuis wonen te beëindigen. Als eerste stap wordt het herindicatieproces voor Wlz-cliënten met een verandering in hun zorgvraag in het verpleeghuis grondig aangepast in samenwerking met het CIZ, de zorgprofessionals (V&VN en Verenso), zorginstellingen (ActiZ) en zorgkantoren (ZN). Daarna gaan we ook verbreden naar alle herindicaties in de Wlz en de andere sectoren. We betrekken hun vertegenwoordigers daarbij. Doel is om de administratieve lasten terug te brengen, waarbij vertrouwen in het professioneel oordeel van de zorgprofessionals, die de cliënt kennen en verantwoordelijkheid dragen voor de zorg/behandeling, het vertrekpunt is. Door aan te sluiten bij dit oordeel en de wijze waarop dit in de zorgpraktijk wordt vastgelegd wordt de aan te leveren informatie fors ingeperkt. Zo kunnen zorgverlener meer tijd besteden aan ondersteuning en zorg voor kwetsbare ouderen. Op jaarbasis zijn er ongeveer 17.000 herindicaties. Uit onderzoek van het CIZ blijkt dat de tijdsinvestering per (her)indicatie gemiddeld ongeveer 4,2 uur bedraagt.
De administratieve last betreft vooral de verzameling van documenten, de ondertekening van de aanvraag en de wachttijd bij het formele besluit van het CIZ. Het nieuwe aanvraagproces voor herindicatie voor bewoners in een verpleeghuis zal steunen op - en zich alleen richten op de geactualiseerde zorginformatie. In de zorgonderbouwing voor wijziging naar een ander zorgprofiel, is de zorgprofessional volledig in regie. Het CIZ kan dan daarop aansluiten en met die informatie beoordelen of dit voldoet aan de wettelijke criteria. Zo kan sneller een besluit worden genomen. De toegang tot de Wlz is immers eerder al bepaald. Door goede wederzijdse afspraken te maken, kan het CIZ sneller dan nu een indicatiebesluit afgeven en daarmee toch voldoen aan zijn wettelijke verantwoordelijkheid. Op dit moment is het nog niet mogelijk dat een familielid een Wlz-aanvraag ondertekent. Dit geldt voor alle indicaties. Dit wordt als een knelpunt ervaren. Daarom wordt met de aanpassing van het handtekeningbeleid ook de administratieve lasten verlicht in het indicatieproces. Dit geldt zowel binnen als buiten het verpleeghuis. Bij de invoering van het afwegingskader voor verblijf (opnametoets) wordt duidelijker vastgelegd in welke situaties iemand aanspraak maakt op een plek in het verpleeghuis.
Als duidelijk is hoe deze doelgroep is samengesteld wordt gekeken welke maatregelen genomen kunnen worden om het systeem van herindicatie voor mensen die in het verpleeghuis wonen te beëindigen. Uitgangspunt daarbij is dat dit niet mag leiden tot nieuwe administratieve lasten elders in de keten, knelpunten in het zorgaanbod of een toename in de zorgkosten.
7 Herindicaties in het verpleeghuis Wat is de afspraak We verminderen de administratieve lasten voor zorgprofessionals, zorginstellingen, cliënten en het CIZ door het proces van de herindicatie grondig te herzien bij een verandering in de zorgvraag in het verpleeghuis. Dit proces steunt op de onderbouwing van het professionele oordeel van de zorgprofessional. Het wordt daarmee sterk vereenvoudigd en het leidt sneller tot een besluit. Het aantal aan te leveren documenten wordt verminderd en sluit aan op de informatie die door zorgprofessionals al gebruiken. Door een voorstel tot wetswijziging wordt het mogelijk dat een familielid de aanvraag ondertekent (handtekeningenbeleid). Zorgprofessionals krijgen zo meer tijd om te besteden aan de directe zorg voor cliënten. Cliënten en familieleden hoeven minder te regelen om de juiste zorg te ontvangen. Wie gaat wat doen • Het CIZ, de zorgprofessionals (V&VN en Verenso), zorginstellingen (ActiZ) en zorgkantoren (ZN) maken samen met VWS afspraken over hoe het herindicatieproces eruit komt te zien, en wat de rol van de zorgprofessional wordt (op basis van het multidisciplinair overleg). Daarnaast maken zij afspraken over
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 26
• •
•
de aan te leveren gegevens en monitoring. De wensen van de cliënten (Patiëntenfederatie Nederland en LOC) worden hierin meegenomen. Het CIZ past de processen en beleidsregels rond herindicatie aan, passend in de planning van de vernieuwing van het ICT-systeem. Eind 2026 bekijkt VWS samen met partijen of voor zover mogelijk de aanpassingen van het herindicatiesproces ook voor andere sectoren in de Wlz kunnen gelden, voor mensen die zorg thuis ontvangen en voor eerste indicaties. VWS zet het wetgevingstraject rond het handtekeningenbeleid voort.
Wat is het tijdpad • In 2025 vindt de herziening van het herindicatieproces plaats in samenwerking met veldpartijen. • Per 2026 (of daarna binnen zeer afzienbare tijd) kunnen een aantal wijzigingen worden doorgevoerd. • Eind 2026 is het onderzoek of de aanpassingen van het herindicatieproces ook voor andere Wlz-sectoren, voor mensen die zorg thuis ontvangen en voor eerste indicaties kunnen gelden, afgerond. • In 2027 is beoogd de wetswijziging van het handtekeningenbeleid in te laten gaan. De wetswijziging is al in voorbereiding.
3.6 Vindbare en passende ondersteuning en zorg Vindbaarheid ondersteuning en zorg Het is belangrijk dat ouderen ondersteuning en zorg gemakkelijk kunnen vinden als zij kwetsbaarder worden en hulp nodig is. Nu is dat niet altijd het geval omdat ouderen niet altijd weten wat er mogelijk is. Het tweede transitiedoel in dit akkoord is dat kwetsbare ouderen erop moeten kunnen rekenen dat ondersteuning en zorg er voor hen is. Dit vergt dat de ondersteuning en zorg ook goed vindbaar is. Daarom zullen de Seniorencoalitie, LOC en de PFN gezamenlijk inventariseren, wat onduidelijk is en dit in kaart brengen. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om de informatievoorziening of over het advies en de bemiddeling naar zorg. Enkele leden van Team Overheid (met name CIZ, Zorginstituut en CAK) zullen samen met de VNG en ZN, uitwerken hoe zij de geïnventariseerde onduidelijkheden kunnen wegnemen. Daarbij werken de leden van Team Overheid, VNG en ZN samen met de Seniorencoalitie, LOC en de PFN.
8 Vindbaarheid ondersteuning en zorg Wat is de afspraak • De belangrijkste onduidelijkheden die ouderen ondervinden bij het vinden van ondersteuning en zorg (Wmo, Zvw en Wlz) in de huidige situatie worden geïnventariseerd en geprioriteerd (ook in het verlengde van de activiteiten in het kader van de visie op de eerste lijn). • Waar mogelijk worden deze onduidelijkheden weggenomen zodat ouderen gemakkelijker zorg kunnen vinden. Hierbij wordt meegenomen in hoeverre ondersteunende middelen zoals AI en bestaande coördinatiefuncties (VVT) mogelijk een rol kunnen spelen in het verbeteren van vindbaarheid en bemiddeling. Wie gaat wat doen • De Seniorencoalitie, LOC en de PFN inventariseren de onduidelijkheden. • Leden van Team Overheid (met name CIZ, Zorginstituut en CAK), VNG en ZN nemen de belangrijkste onduidelijkheden weg. Daarbij betrekken zij waar nodig de zorgaanbieders. Wat is het tijdpad Voor eind 2025 wordt de inventarisatie opgeleverd. Per 2026 wordt gewerkt aan het wegnemen van de onduidelijkheden.
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 27
Passende Wlz-zorg Passende Wlz-zorg draagt allereerst bij aan de kwaliteit van het bestaan van ouderen, omdat de ouderen en de zorgverleners samen kunnen beslissen over wat het meest passend is bij de mogelijkheden en wensen van ouderen. Ongeacht de plek waar deze zorg wordt ontvangen, thuis, in een geclusterde woonvorm of in een verpleeghuis. Bovendien is passende zorg effectief (betere toegang voor kwetsbare ouderen) en efficiënt (minder druk arbeidsmarkt). Verder draagt passende zorg bij aan de kwaliteit van het bestaan van ouderen zoals verwoord in de uitgangspunten van het Generiek Kompas. Om passende zorg te verlenen, moeten we weten welke interventies werken. Daarom is het noodzakelijk om de verschillende interventies te onderbouwen en verouderde interventies te schrappen. Dit is extra belangrijk omdat de zorg voor ouderen, altijd persoonsafhankelijk (samen beslissen) en contextgebonden is. In de curatieve zorg zijn hier al stappen in gezet. Deze ontwikkeling zetten we ook door in de Wlz. We nemen mee dat de curatieve zorg wezenlijk anders is dan de Wlz. Immers, de Wlz richt zich op mensen met blijvende beperkingen met kwaliteit van bestaan als uitkomstmaat. Het Generiek Kompas neemt passende zorg ook als uitgangspunt.
De afgelopen jaren is in de langdurige zorg gewerkt aan de ontwikkeling van een kenniscyclus om systematisch kennis te ontwikkelen waar zorgverleners behoefte aan hebben om passende zorg te bieden. We bouwen voort op deze kennisontwikkeling32.
9 Passende zorg Wat is de afspraak Passende zorg is het uitgangspunt, ook in de Wlz. We werken aan passende zorg die bijdraagt aan de kwaliteit van bestaan van ouderen, aansluit op de mogelijkheden en wensen van ouderen én minder beroep doet op personele inzet. Wie gaat wat doen • Op verzoek van VWS inventariseert Vilans de bestaande interventies die door zorgverleners in de Wlz worden gebruikt. Dat doet Vilans via de organisaties die deze interventies ontwikkelen. Ook zal Vilans de bij het Zorginstituut bekende voorbeelden daarin meenemen. Vilans zal zelf geen duiding aan de interventies geven. Het resultaat van deze inventarisatie is dat betrouwbare informatie (inclusief de onderbouwing, houdbaarheid en duurzaamheid) over werkende interventies gemakkelijk vind- en vergelijkbaar zijn voor zorgverleners, mantelzorgers en cliënten. Dit zal als belangrijke inspiratiebron fungeren en is een belangrijk vertrekpunt voor richtlijnontwikkeling. • De beroepsorganisaties Verenso en V&VN leveren elk meerdere voorbeelden van impactvolle interventies aan, waarvoor het wenselijk dat deze vertaald worden in richtlijnen. Zij betrekken daarbij de Seniorencoalitie, Patiëntenfederatie Nederland en waar nodig ActiZ en ZN. Zorgaanbieders bieden tijd en ruimte voor implementatie van de passende zorgproducten vanuit de zorgverleners.
• Verenso en V&VN leveren beide eind 2025 of begin 2026 een plan van aanpak op hoe we in de toekomst (zoveel mogelijk met kennis onderbouwde) handreikingen en richtlijnen kunnen ontwikkelen. Het plan van aanpak is met financiële onderbouwing. Zij houden daarbij zoveel mogelijk rekening met de overwegingen voor passende ondersteuning en zorg en sluiten aan op het Generiek Kompas en de zorgstandaard dementie. Ook wordt meegenomen dat de richtlijnen en handreikingen gemakkelijk toepasbaar zijn door de zorgverleners en dat zij verbonden zijn met de kenniscyclus. Waar nodig worden door Verenso en de V&VN de partijen in de kennisinfrastructuur betrokken (zoals Vilans, Academische Werkplaatsen Ouderenzorg, ZonMW). • V&VN en Verenso en SKILZ (Stichting Kwaliteitsimpuls Langdurige Zorg) onderzoeken of de door hen vervaardigde richtlijnen aansluiten op de transitiedoelen. Waar nodig passen ze de richtlijnen aan, ontwikkelen nieuwe richtlijnen en schrappen overbodige richtlijnen. Ook ontwikkelen zij producten om ervoor te zorgen dat de nieuwe kennis makkelijk toegankelijk is voor de zorgverleners op de werkvloer. Hoe zij dit aanpakken, staat beschreven in het plan van aanpak dat zij eind 2025 of begin 2026 opleveren.
• De zorgkantoren betrekken deze initiatieven zoveel mogelijk bij de zorginkoop zodat de zorgverleners deze zoals bedoeld kunnen toepassen en de zorgprofessionals kunnen operen volgens de vastgestelde beroepstandaarden. • Het Zorginstituut ontwikkelt een aanpak om interventies te kunnen evalueren op uitvoerbaarheid en noodzakelijkheid. Bij het ontwikkelen hiervan worden voor deze aanpak relevante organisaties betrokken.
32
Kamerstukken II, 2022-2023, 34104 nr. 374. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 28
Wat is het tijdpad • Voor einde 2025 inventariseert Vilans de interventies. • Voor einde 2025 leveren Verenso en V&VN ieder de voorbeelden aan. • Eind 2025 of begin 2026 leveren V&VN en Verenso elk een plan van aanpak op inclusief financiële onderbouwing. • De zorgaanbieders implementeren de geselecteerde interventies binnen een periode van één tot twee jaar. • In 2025 ontwikkelt het Zorginstituut een aanpak om interventies te evalueren op uitvoerbaarheid en noodzakelijkheid (dit in analogie aan de curatieve zorg).
3.7 Vernieuwing in ondersteuning en zorg in de praktijk Het gaat in deze paragraaf om vermindering van de administratieve lasten, KIK-V, iWlz, de inzet van technologie en het versterken van kwaliteit in teams. Vermindering van de administratieve lasten We streven naar vermindering van de administratietijd tot maximaal 20% in 2030. Als we de administratietijd verminderen, draagt dit voor een belangrijk deel bij aan het tegengaan van de personeelstekorten. Minder administratietijd vergroot bovendien het werkplezier. In de IZA-regiegroep ‘Aanpak Regeldruk’ is overeengekomen dat alle partijen zich inspannen voor een halvering van de administratieve lasten in 2030. In deze regiegroep, die onder leiding staat van twee speciaal gezanten, is hiervoor een werkagenda opgesteld. Ook steekt VWS de hand in eigen boezem en zorgt dat nieuwe beleidsvoorstellen op administratieve lasten worden getoetst. Bijvoorbeeld met betrekking tot het vereenvoudigen van het systeem van herindicaties. Zorgaanbieders zijn zelf aan de slag met regeldruk. Bijvoorbeeld door het schrappen van getekende zorgovereenkomsten, het beter aansluiten van het elektronisch cliëntendossier (ECD) op het zorgproces of de inzet van kunstmatige intelligentie (AI), zoals spraakgestuurd rapporteren.
10 Administratieve lasten Wat is de afspraak Het verlagen van de administratietijd is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. We moeten streven naar het verminderen van de administratietijd in 2030 tot maximaal 20% van de werktijd. Standaardiseren is het doel. Verschillen in regels en vereisten die zorgverzekeraars en zorgkantoren van zorgorganisaties verlangen, worden zo veel mogelijk gelijkgetrokken tussen zorgverzekeraars onderling en zorgkantoren onderling. Dit heeft een positief effect op de regeldruk in de ouderenzorg. Alle zorgaanbieders zetten in op vermindering van administratieve lasten binnen hun eigen organisatie. VWS zet in op regelarme beleidsvoorstellen en weten regelgeving. Wie gaat wat doen Iedereen doet mee aan het verminderen van administratietijd. Daarom: • Binnen de Regiegroep ‘Aanpak Regeldruk’ werken alle IZA-partijen, aangevuld met enkele andere leden, aan het uitvoeren van de werkagenda. Tevens worden er in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord aanvullende afspraken gemaakt, zoals over machtigingen wat ook een positief effect heeft op de regeldruk in de ouderenzorg. • Beroepsorganisaties komen met voorstellen hoe de administratietijd kan worden verminderd. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om (interne) regels, onhandige organisatie en roosterindeling. • Beroepsorganisatie bespreken deze voorstellen met de brancheorganisaties.
• Gezamenlijk bespreken zij deze voorstellen met onder meer de zorgkantoren en Team Overheid. De voorstellen worden ingebracht in de Regiegroep ‘Aanpak Regeldruk’. Waar mogelijk worden deze voorstellen overgenomen en gerealiseerd. De voorstellen worden mogelijk als hamerstuk op de bestuurlijke thematafel HLO geagendeerd. • Zorgaanbieders pakken hun interne regeldruk aan. Zorgaanbieders kunnen hierbij worden ondersteund door Vilans, via ‘Waardigheid en Trots’ en de experimenteerruimte bij de NZa. • Daarnaast moet het kabinet ook de hand in eigen boezem steken door wetgeving doorlichten en verbetervoorstellen te doen, zoals de herindicaties voor mensen die wonen in een verpleeghuis. • VWS toetst beleidsvoorstellen op administratieve lasten. Voorstellen voor wet- en regelgeving worden
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 29
• •
getoetst door het Adviescollege Toetsing Regeldruk. Zorgkantoren werken waar mogelijk aan verdere uniformering van regels en vereisten. ECD- en EPD-leveranciers dragen zorg voor mogelijkheden gegevensuitwisseling.
Concrete stappen: Stoppen met overbodige handtekeningen in Wlz Zorgaanbieders stoppen met de getekende zorgovereenkomst. Deze overeenkomst is niet verplicht. Ook stoppen zorgaanbieders met de handtekening onder het zorgplan in de Wlz. Deze is ook niet verplicht maar wordt nog wel door sommige zorgaanbieders gehanteerd. (Cliënt)dossier regelarm Zorgaanbieders richten hun (cliënt)dossier regelarm in waarbij overbodige (dubbele) formuleren worden geschrapt. Het ECD is gebruiksvriendelijk en overtypen wordt voorkomen. Het zorgplan bevat dan een klein aantal belangrijke doelen, en rapportage op standaard of reguliere zorg wordt voorkomen. Er wordt vooral op afwijkingen gerapporteerd. Spraakgestuurd rapporteren wordt grootschalig geïmplementeerd. Verminderen van regeldruk bij Rekenmodule Wlz De Wlz-zorg zonder verblijf wordt vereenvoudigd. Het ligt voor de hand dat daardoor de rekenmodule Wlz niet meer noodzakelijk is. Dit vermindert de regeldruk voor zorgaanbieders en zorgverleners. Als partijen gezamenlijk de uitkomst van de pilot van DSW met de rekenmodule positief beoordelen, dan gaan partijen (ZN, ActiZ en VWS/NZa) om de tafel om te bezien onder welke randvoorwaarden landelijke opschaling mogelijk is. Wat is het tijdpad Vanaf 2025 start de uitvoering van de genoemde activiteiten. De concrete planning wordt voor het eind van 2025 opgesteld.
Keteninformatie Kerngegevens Verbeteren In het programma Keteninformatie Kerngegevens Verbeteren (KIK-V) zijn afspraken vastgelegd over het uitwisselen van gegevens op het gebied van kwaliteit en bedrijfsvoering. Inzet is om dit proces verder te optimaliseren.
11 Keteninformatie Kerngegevens Verbeteren Wat is de afspraak Zorgaanbieders moeten eenvoudiger en veiliger gegevens aanleveren. Organisaties in de ouderenzorg hebben hiervoor met het programma Keteninformatie Kerngegevens Verbeteren (KIK-V) afspraken vastgelegd over het uitwisselen van gegevens op het gebied van kwaliteit en bedrijfsvoering. Informatievragen worden beter op elkaar afgestemd, data wordt eenmalig in de bronsystemen van zorgaanbieders geregistreerd en meervoudig gebruikt en de databeschikbaarheid wordt verbeterd. Dit leidt enerzijds tot vermindering van administratieve lasten bij zorgaanbieders en anderzijds tot verbetering van de actualiteit, kwaliteit, tijdigheid en vergelijkbaarheid van informatie voor zowel zorgaanbieders als informatievragende partijen. Wie gaat wat doen • Het programma KIK-V is ondergebracht bij het Zorginstituut. • PFN, ActiZ, IGJ, NZa, ZN, Zorginstituut en VWS werken samen aan de uitwerking en implementatie van KIK-V, beginnend bij de verpleeghuiszorg en vervolgens uit te breiden binnen de gehele VVT-sector. Deze organisaties hebben zich met een convenant hieraan gecommitteerd. • Het streven is dat binnen enkele jaren alle uitvragen binnen de verpleeghuiszorg via de KIK-V werkwijze verlopen en dat de KIK-V werkwijze bij zorgaanbieders in de ouderenzorg is geïmplementeerd.
• Meer specifiek wil VWS zorgaanbieders extra ondersteunen om tot databeschikbaarheid te komen. Daarnaast stelt VWS het Zorginstituut in staat om een tijdelijke generieke voorziening in stand te houden zodat informatievragende partijen tot een vloeiende uitwisseling van gegevens kunnen komen. • Hiermee wordt de continuïteit van het programma KIK-V geborgd. • Om dit mogelijk te maken stelt VWS een extra bedrag van € 2 miljoen ter beschikking aan het Zorginstituut.
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 30
Wat is het tijdpad In 2025 en 2026 wordt gewerkt aan het implementeren van KIK-V. De betrokken systeempartijen zorgen ervoor dat zij in 2025 en 2026 geautomatiseerd kunnen uitvragen. Vervolgens wordt er toegewerkt naar volledige implementatie binnen vijf jaar.
Elektronische gegevensuitwisseling (via iWlz) iWlz is de iStandaard om cliënten in alle fasen van de Wlz-keten te volgen: van de indicatie via zorgtoewijzing en -levering tot de vaststelling van de eigen bijdrage en declaratie. Het doel van iWlz is een snelle en efficiënte inzet van zorg te ondersteunen en bij te dragen aan een afname van administratieve lasten. Daarnaast moet iWlz een betrouwbare en duurzame bron van informatie zijn over Wlz-zorg. In 2024 is het eerste register al succesvol in gebruik genomen. Binnen de langdurige zorg is het versterken van de samenwerking in het netwerk rondom de cliënt essentieel om goede, toekomstbestendige zorg te blijven bieden. De uitdagingen in de ouderenzorg vragen om directe versterking van deze samenwerking. Daarom is het van belang om te komen tot de versnelde realisatie van duurzame digitale netwerkzorg, waarin partijen rondom de oudere stapsgewijs en praktijkgericht verbonden worden op basis van open standaarden en veilige datagerichtheid. Daarbij kan worden ingezet op het slim en duurzaam verbinden van informele zorg, zorgprofessionals en andere sectoren. Daarbij doen we dat met toepassingen die de zorgprofessionals echt ondersteunen. Bijvoorbeeld met gestandaardiseerde verpleegkundige eOverdrachten (zoals vereist door de Wegiz).
Hierbij zal worden aangesloten op de uitgangspunten van de Nationale Visie en Strategie op het Gezondheidsinformatiestelsel (NVS), het Landelijk Dekkend Netwerk (LDN) en de Wegiz.
12 iWlz Wat is de afspraak Het administratieve zorgproces tussen alle ketenpartijen in de Wlz gebeurt via elektronische gegevensuitwisseling. Op dit moment wordt informatie gedeeld tussen de ketenpartijen waarbij iedere organisatie zelf registreert in de eigen systemen. Het Actieprogramma van het Zorginstituut ontwikkelt een netwerkmodel Wlz waarbij de transitie wordt gemaakt van gegevensuitwisseling naar databeschikbaarheid. Zo kan elke ketenpartij tijdig beschikken over de juiste informatie om hun zorgproces snel te kunnen starten. Dit vermindert de administratieve lasten. Hierbij geldt eenmalige registratie en meervoudig gebruik. Het verhoogt de kwaliteit van data wat uiteindelijk ook leidt tot snellere en betere zorg die aansluit bij de behoefte van de oudere. Doelstelling is om dit netwerkmodel ook in te zetten in het sociaal domein voor Wmo-zorg en zorg vanuit de jeugdwet. Wie gaat wat doen • Zorginstituut werkt samen met de partijen ZN, CIZ, CAK, ActiZ, VGN, Valente, De Nederlandse GGZ en Zorgthuisnl aan de ontwikkeling van het netwerkmodel om aan te kunnen sluiten op het gezondheidsinformatiestelsel volgens de tijdslijnen zoals vastgesteld in de NVS. Wat is het tijdpad • In 2025 wordt het bemiddelingsregister geïmplementeerd en wordt gewerkt aan domeinonafhankelijke zorgleveringsregister (ook inzetbaar in het sociaal domein.
• In 2027 sluiten zorgaanbieders aan op de registers (conform gemaakt afspraken in het Actieprogramma plateau 2 NVS).
Meer inzet van technologie en anders werken In tijden van personeelstekorten vinden wij het een gezamenlijke verantwoordelijkheid om, daar waar mogelijk en wenselijk, zorgtechnologie in te zetten als vervanging van fysieke zorg. Om kwaliteit van bestaan en eigen regie van ouderen blijvend te waarborgen, is snelle en gerichte inzet van innovatieve technologie onmisbaar. Het toepassen van domotica en digitalisering zodat een hybride vorm van processen in ondersteuning en zorg ontstaat, moet bij het bieden van ondersteuning of zorg de norm zijn. Daarom spreken we in dit HLO af om structureel ruimte vrij te maken voor de toepassing van slimme digitale ondersteuning, zoals nieuwe vormen van generatieve AI. Slimme digitale ondersteuning biedt directe voordelen: ouderen kunnen langer zelfstandig leven en worden beter ondersteund in hun dagelijks functioneren. Tegelijkertijd ervaren zorgverleners minder Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 31
administratieve druk, meer werkplezier en een betere werk-privébalans. Door routinematige en organisatorische taken over te nemen, geven deze innovaties zorgprofessionals de ruimte om te doen waar ze het verschil maken: persoonlijke zorg leveren. We investeren nu, omdat het nodig is om de ouderenzorg toegankelijk en betaalbaar te houden. Door digitale collega’s onderdeel te maken van zorgteams, versterken we de aantrekkelijkheid van het vak, behouden we waardevolle medewerkers en creëren we ruimte voor nieuwe instroom. Slimme digitale ondersteuning is daarmee geen luxe, maar een voorwaarde voor toekomstbestendige ouderenzorg waarin ouderen centraal staan en zorgverleners duurzaam worden ondersteund. Het is dan ook van belang dat cliëntenorganisaties en ouderen zelf ook worden betrokken bij de implementatie van technologie. Bij het AZWA wordt ook ingegaan op de inzet van technologie en AI. Bekende voorbeelden van technologie die in de ouderenzorg worden toegepast zijn de medicijndispenser en beeldschermzorg. Zie ook rapport van SiRM33 en de kennisbank van Vilans34. Zorgaanbieders kunnen een beroep doen op de Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ) waarmee de inzet van digitale en hybride processen in ondersteuning en zorg worden gestimuleerd.
Zorgaanbieders zetten zich in om waar mogelijk zorgprocessen te vereenvoudigen met de inzet van technologie, met behoud van kwaliteit van zorg. Zorgaanbieders hebben aangegeven tijdens de WOZO-bijeenkomsten begin 2024 dat zij tegen belemmeringen aanlopen bij het implementeren van digitale en hybride toepassingen. Dit is ook aangeven in de WOZOvoortgangsbrief van eind 202435. Aan de inzet van technologie zijn kosten verbonden zoals voor de investeringen, implementatie en exploitatie. Deze komen onvoldoende terug in de bestaande bekostiging. De NZa zal deze knelpunten (indien nodig na een advies) oppakken.
13 Technologie Wat is de afspraak • Zorgprocessen worden waar mogelijk eenvoudiger en doelmatiger gemaakt met de inzet van technologie met behoud van goede kwaliteit van zorg. • De door zorgaanbieders genoemde knelpunten in de opschaling van technologie worden aangepakt. Dit is conform de brief aan de Tweede Kamer over de voortgang van WOZO36. • VWS start samen met ZN, ActiZ en de Nederlandse AI coalitie (NL AIC) een traject om AI in de ouderenzorg te versnellen. Dit traject wordt afgestemd op het zorgbrede traject rondom AI dat volgt uit AZWA. • Op basis van inzichten uit traject NL AIC en VWS werken aanbieders en zorgkantoren een concreet plan uit dat erop gericht is AI inzet in de zorg te laten leiden tot echte impact voor medewerkers. • De databeschikbaarheid is belangrijk voor de adequate uitvoering van het HLO. Daarvoor gaan we in gesprek met SILIZO (Samenwerkende ICT-leveranciers in de zorg) om gezamenlijk de impact te bepalen van de gemaakte afspraken in dit akkoord op de (bron)systemen in het primaire zorgproces. Denk aan de EPD’s (elektronische patiëntendossiers) en ECD’s (elektronische cliëntendossiers)37. Hierbij vindt ook afstemming plaats met de gesprekken die lopen in het Digitaal Transitie Orgaan (DTO).
Wie gaat wat doen • Zorgaanbieders benutten technologie bij zorgvragers en zorgverleners en betrekken hen bij keuzes in gebruik van technologie en scholing. • De NZa pakt (na een NZA-advies op verzoek van VWS) de knelpunten aan met betrekking tot de bekostiging van technologie. • De zorgkantoren zullen bij de inkoop van zorg inzetten op het gebruik van technologie. • VWS en ActiZ zullen de verkenning met SILIZO uitvoeren.
33 34 35 36 37
https://www.sirm.nl/publicaties/geschat-potentieel-digitale-zorg https://www.vilans.nl/kennisbank-digitale-zorg Kamerstukken II, 2024-2025, 29389, nr. 145. Kamerstukken II, 2024-2025, 29389, nr. 145. Het doel is om de verpleegkundige overdracht (tussen cure-care en care-cure en tussen care-care) gestandaardiseerd en elektronisch te laten plaatsvinden. Dit leidt tot een kleiner risico op fouten in de overdracht, minder administratieve lasten voor zorgmedewerkers zoals onnodig overtypen en een betere continuïteit en kwaliteit van zorg. Het doel van het netwerkmodel (transitie i-standaard(en) is een verbeterde en toekomstbestendige gegevensuitwisseling te creëren, processen te stroomlijnen en de administratieve lasten voor zowel zorgverleners als gemeenten te verminderen. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 32
•
VWS, ZN en ActiZ werken met behulp van NL AIC een concreet plan uit dat erop gericht is met behulp van AI impact te maken voor zorgverleners. Cliëntenorganisaties worden ook betrokken bij de uitwerking van dit plan. In dit plan staat in ieder geval: - Een prioriteitenlijst van mogelijke AI toepassingen met verwachte impact waarop de sector wil inzetten. - Een drietal impactvolle doorbraakvoorstellen volgend uit de prioriteitenlijst. - Een plan van aanpak voor implementatie doorbraakvoorstellen en monitoring van de resultaten van deze projecten en verdere opschaling. Uitgangspunt: alle aanbieders conformeren zich aan het volgen van de gekozen projecten (dus geen 1000 bloemen bloeien). Opschaling vindt plaats op basis van ‘readiness’ van de aanbieder om aan te sluiten. Aansluiting vindt niet plaats in een eigen variant, maar op basis van dezelfde aanpak.
Wat is het tijdpad • De NZa zal in het eerste kwartaal van 2026 een aanpak opleveren. • VWS, ZN, ActiZ en NL AIC leveren eind Q4 van 2025 het plan met betrekking tot inzet AI op. Verdere planning volgt uit plan van aanpak.
Versterken kwaliteit in teams De zorg38 en ondersteuning voor ouderen met complexe problematiek thuis, in de wijk en in het verpleeghuis vereist een hernieuwde blik op samenwerking, teamsamenstelling39, zeggenschap en kennisdeling. De gezamenlijke gerichtheid van alle teamleden op kwaliteit van bestaan is cruciaal. Tegelijkertijd zijn er grote uitdagingen op het gebied van samenwerking in zorg en welzijn, tussen formele en informele zorg en tussen medewerkers met en zonder diploma. Naast het opleiden en aantrekken van nieuwe professionals gaat het over hoe huidige professionals hun vak goed kunnen uitoefenen, kunnen blijven leren en ontwikkelen en duurzaam prettig met elkaar kunnen blijven (samen)werken. Voor mantelzorgers is het belangrijk dat zij gezien worden en dat er een gesprek plaatsvindt over welke rol de mantelzorger kan en wil hebben. Bij het onderwerp kwaliteit in teams zijn de volgende uitgangspunten van belang: • Multidisciplinaire teams, inclusief professionals uit zorg en welzijn. • Gelijkwaardige samenwerking en afstemming met informele zorg (mantelzorgers, naasten en vrijwilligers) en cliëntenraden. • Praktijkgericht experimenteren en lerend ontwikkelen op basis van zeggenschap uit het primaire proces. • Elk teamlid beschikt over de minimale kennis en vaardigheden die nodig zijn om op de specifieke plek in het team goed te kunnen functioneren.
Afgesproken is om dit onderwerp buiten het HLO in het verlengde van het (implementatietraject van het) Generiek Kompas verder uit de werken. V&VN, SWN, LOC Waardevolle zorg en Verenso, Actiz zullen in 2025 een voorstel voor een programma, gericht op de versterking van de kwaliteit in zorg- en welzijnsteams, aanbieden aan VWS. De Patiëntenfederatie en Zorgthuisnl worden betrokken bij de nadere uitwerking van dit onderwerp. VWS zal het voorstel beoordelen in het kader van de toekenning van een mogelijke subsidie en passende financiering ter beschikking stellen.
38 39
Onder ‘zorg’ verstaan we zorg én behandeling. Onder ‘teams’ verstaan we ook vakgroepen. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 33
HLO
4 Financiën
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 34
4 Financiën
4.1 Meerjarige ontwikkeling indicatief budget Wlz-ouderenzorg • •
• •
Met het HLO biedt VWS inzicht in de verwachte ontwikkeling van het aandeel ouderenzorg in het meerjarige Wlz-kader voor de periode 2025-2029. Deze is opgenomen in grafiek 1. Het Wlz-kader is niet formeel verdeeld over de sectoren ouderenzorg, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg. Dat geeft zorgkantoren flexibiliteit om in te spelen op de regionale situatie en te voldoen aan hun zorgplicht ten aanzien van cliënten vanuit de verschillende sectoren. De bedragen in grafiek 1 voor het aandeel ouderenzorg zijn daarom indicatief. In de voorlopige kaderbrief 2026 zal VWS een meerjarig financieel kader opnemen voor het totaal van het Wlz-kader voor de periode 2025-2029. VWS zal de NZa verzoeken om dit meerjarige kader vanaf 2026 te verdelen over de zorgkantoren. Dit geeft zorgkantoren meer houvast over de ontwikkeling van hun budget. Grafiek 1 Ontwikkeling Indicatief aandeel ouderenzorg in Wlz-kader (bedragen x € 1 miljard) 25 24 2,6
23 0,6
22
0,8
0,8
0,8
0,8
21,0
21,0
21,0
21,0
21,0
2025
2026
2027
2028
2029
21 20 19
•
•
•
1,2
1,9
Netto groei Loonprijs 2026 Basis 2025
In 2025 komt het bedrag voor Wlz-ouderenzorg binnen het totale budgettaire kader naar verwachting uit op afgerond € 21,0 miljard. Dit bedrag vormt de basis voor de ontwikkeling van het indicatieve meerjarige budget voor Wlz-ouderenzorg. In grafiek 1 zijn dit de onderste blauwe staven. Het Wlz-kader wordt conform de bestaande systematiek jaarlijks geïndexeerd voor loon- en prijsontwikkelingen op basis van de ontwikkelingen uit de meest recente Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB. - Voor 2026 is ter indicatie de voorlopige indexering opgenomen op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB opgenomen. Dit zijn de oranje staven in grafiek 1. Bij de definitieve kaderbrief zal dit worden vervangen door de indexering op basis van de MEV. - De loon- en prijsbijstelling voor 2027 tot en met 2029 zal conform dezelfde gebruikelijke systematiek worden vastgesteld en jaarlijks op basis van de MEV worden toegevoegd aan het Wlz-kader (deze jaarlijkse ‘tranches loon- en prijsbijstelling’ zijn dus nog niet in het plaatje opgenomen). Jaarlijks is groeiruimte beschikbaar en zijn er effecten van beleid. Het saldo hiervan noemen we in grafiek 1 de ‘netto groei’. - De groeiruimte voor het Wlz-kader wordt per kabinetsperiode vastgesteld op basis van de Verkenning middellange termijn (MLT) van het CPB. De huidige kabinetsperiode loopt van 2024-2028.
Het jaar 2029 Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 35
is een indicatieve extrapolatie (de groeiruimte is voor dat jaar nog niet definitief vastgesteld). Met deze groei wordt onder andere rekening gehouden met de verwachte stijging van het aantal cliënten door demografische ontwikkelingen en de te verwachte zorgverzwaring. - In het Wlz-kader zijn alle beleidseffecten tot en met de Voorjaarsbesluitvorming 2025 (onder meer de effecten van scheiden van wonen en zorg, valpreventie en pgb-op-maat) verwerkt, alsmede de financiële afspraken uit dit HLO. Per saldo neemt het budget voor de ouderenzorg binnen het Wlz-kader dus toe van € 21,0 miljard in 2025 tot € 24,4 miljard in 2029 (voorlopig prijspeil 2026, de optelling van de blauwe, oranje en groene staaf40). Daarbij geldt het volgende: • Voorafgaand aan het HLO zijn de tariefmaatregelen voor 2024 en 2025 geschrapt. Dit heeft geleid tot extra ruimte voor Wlz-ouderenzorg van € 170 miljoen in 2024 en € 417 miljoen in 202541. • Gedurende het HLO blijft VWS de ontwikkeling van het beroep op Wlz-zorg monitoren. Op grond van de uitvoeringsinformatie uit de februari- en julibrieven van de NZa zal de minister van VWS zoals gebruikelijk jaarlijks beoordelen of het Wlz-kader toereikend is. Hierbij is ook aandacht voor eventuele effecten op de Wmo. • De grafiek is onder voorbehoud van wijzigingen door het huidige of een toekomstig kabinet.
• De bedragen in grafiek 1 maken onderdeel uit van het (ongedeelde) totaalkader voor de Wlz dat in dezelfde periode oploopt van € 38,9 miljard in 2025 tot € 44 miljard in 2029 (voorlopig prijspeil 2026). • Een deel van de netto groei in grafiek 1 zal zoals gebruikelijk worden gereserveerd als herverdeelmiddelen. Over de inzet van de herverdelingsmiddelen neemt de minister van VWS zoals gebruikelijk een besluit op grond van de februari- en julibrieven van de NZa over de toereikendheid van het totale Wlz-kader.
4.2 Beroep op Wlz-ouderenzorg en ontwikkelingen arbeidsmarkt In de inleiding van dit HLO is ingegaan op (vertaling van) de transitiedoelen uit het AZWA. Dit betreft ten eerste het dreigende personeelstekort. Grafiek 2 brengt dit in beeld op basis van cijfers van het Prognosemodel Zorg en Welzijn voor de jaren 2024 en 2029. Het aantal beschikbare zorgverleners voor de sector Verpleging & Verzorging is daarbij afgezet tegen de verwachte ontwikkeling van het aantal cliënten met een indicatie voor Wlzouderenzorg. De grafiek laat zien dat het aantal FTE zorgverleners per cliënt in deze periode naar verwachting zal afnemen van 0,91 naar 0,84. Deze ontwikkeling laat zien dat het van groot belang is om de zorg anders te organiseren, zodat de zorg gelijkwaardiger toegankelijk blijft voor (zeer) kwetsbare ouderen die afhankelijk zijn van ondersteuning en zorg. Het is daarbij denkbaar dat de zorg uiteindelijk georganiseerd moet worden met gemiddeld minder personele inzet per cliënt. Het Generiek Kompas biedt de ruimte om een passende deskundigheidsmix in te zetten die aansluit bij de zorgvraag en context van de cliënt. Grafiek 2 Indicatieve ontwikkeling aantal FTE zorgverleners V&V per cliënt om Wlz-ouderenzorg 1,0 0,8 0,6 0,4
0,91
0,84
0,2 0,0
40
41
2024
2029
De loon- en prijsbijstelling voor 2027 tot en met 2029 wordt hier nog jaarlijks aan toegevoegd. Deze beschikbare kaders zijn exclusief eventuele toekomstige wijzigingen. De komende jaren kan er sprake zijn van mutaties als gevolg van wijzigingen in aanspraken en aansluitend bekostiging die niet van invloed zijn op de afspraken uit het HLO, maar wel kunnen leiden tot aanpassing. Wlz-breed bedroeg de verzachting € 225 miljoen in 2024 en € 615 miljoen in 2025. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 36
4.3 Financiële afspraken HLO In het basispad van het regeerprogramma zijn vier tariefmaatregelen opgenomen op het terrein van de Wlz‑ouderenzorg. De vorige minister van VWS heeft reeds in juni 2023 een aanwijzing gegeven aan de NZa om de besparingen op het terrein van (1) doorontwikkeling kwaliteitskader en (2) meerjarig contracteren structureel in de tarieven te verwerken42. Deze aanwijzing is teruggedraaid voor de jaren 2024 en 2025, maar is in het basispad bij ongewijzigd beleid nog steeds van kracht voor 2026 en latere jaren. Voor de besparingen op grond van (3) de taakstelling Wlz-behandeling en (4) opschaling digitale zorg is in het basispad voorzien in een nieuwe aanwijzing aan de NZa. Op grond van het HLO zijn nieuwe financiële afspraken gemaakt. Daarmee komen de vier losse tariefmaat regelen van tabel 1 te vervallen. Deze worden vervangen door één nieuwe maatregel, waarbij sprake is van een verzachting oplopend tot € 250 miljoen structureel. Tabel 1 geeft een overzicht van alle financiële afspraken in dit HLO ouderenzorg. Deze worden na de tabel per afzonderlijke post toegelicht.
Tabel 1: Financiële afspraken HLO Bedragen x € 1 miljoen
2026
2027
2028
2029
2030
struct
Basispad bij ongewijzigd beleid (zonder HLO) 1X
Doorontwikkeling kwaliteitskader
-350
-350
-350
-350
-350
-350
2X
Meerjarig contracteren
-70
-70
-70
-70
-70
-70
3X
Taakstelling Wlz-behandeling
-82
-82
-82
-82
-82
-82
4X
Opschaling digitale zorg
-41
-80
-123
-162
-162
5X
Totaal tariefmaatregelen zonder HLO (1 t/m 4)*
-502
-543
-582
-625
-664
-664
Afspraken HLO 6
Verzachting tariefmaatregelen
242
243
242
245
264
250
7
Investering in beweging naar voorkant
34
50
50
50
50
50
8
Regiobudgetten HLO
40
40
40
-
-
9
Opleiding en scholing
10
Uitvoeringskosten HLO
11
Totaal afspraken (6 t/m 10)
20
20
20
50
50
5
10
10
10
10
10
281
363
362
365
374
360
Dekking 12
Wlz-zorg zonder verblijf
-120
-200
-310
-360
-360
13
Overheveling transitiemiddelen digitale zorg
-14
-14
-14
-14
-
14
Bijdrage enveloppe voor betere ouderenzorg
-281
-229
-148
-41
-
-
15
Totaal dekking (12 t/m 14)
-281
-363
-362
-365
-374
-360
-260
-300
-340
-380
-400
-414
600
600
600
600
600
-148
-41
-
-
Resultaat 16
Aangepaste tariefmaatregel conform HLO (5 + 6)
Enveloppe voor betere ouderenzorg 17
Enveloppe ouderenzorg in Regeerprogramma
18
Bijdrage enveloppe (= post 14)
-281
-229
19
Kasschuif enveloppe
281
-171
-92
-18
-
-
20
Restant enveloppe ouderenzorg bij HLO (17 t/m 19)
200
360
540
600
600
*) Maatregelen zoals ‘valpreventie’ en ‘scheiden wonen/zorg’ vallen hier buiten. Deze hebben geen effect op de tarieven, maar op het aantal cliënten of de leveringsvorm van de zorg.
42
Aanwijzing van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 14 juni 2023, kenmerk 3604293-1049249-PZO, zie ook Staatscourant Nr. 17290, 22 juni 2023. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 37
Toelichting tabel 1 Ad 1 t/m 5: Tariefmaatregelen zonder HLO Tabel 1 laat op regel 5 zien dat bij ongewijzigd beleid (dus zonder HLO) de bestaande tariefmaatregelen voor de Wlz-ouderenzorg in 2026 optellen tot € 502 miljoen om daarna verder op te lopen tot € 664 miljoen structureel vanaf 2030. Afspraken HLO Ad 6: Verzachting tariefmaatregelen Het totaal van de bestaande tariefmaatregelen Wlz-ouderenzorg wordt verzacht met bedragen tussen € 242 miljoen en € 264 miljoen in de periode 2026-2030 en met € 250 miljoen structureel vanaf 2031. Dit geeft zorgaanbieders extra financiële ruimte om de toegankelijkheid van de zorg voor de meest kwetsbare ouderen te waarborgen. Zie verder de toelichting bij post 16 over de resulterende tariefmaatregel. Ad 7: Investering in beweging naar de voorkant Als onderdeel van het HLO, komt een financiële impuls beschikbaar voor het structureel versterken van de ‘beweging naar de voorkant’ (€ 34 miljoen in 2026 en € 50 miljoen structureel vanaf 2027. Dit draagt bij aan de houdbaarheid van de ouderenzorg op de lange termijn. Tabel 2 geeft een overzicht van de bestedingsdoelen in de periode 2026-2030. Deze lichten we na de tabel toe.
Tabel 2: Inzet middelen voor beweging naar de voorkant Bedragen x € 1 miljoen
2026
2027
2028
2029
2030
7.1
Gelijkgericht ondersteuningsaanbod mantelzorgers
10
15
15
15
15
7.2
Respijtzorg
8
10
10
10
10
7.3
Reablement (voortzetting pilots)
3
4
4
4
4
7.4
Maatschappelijke dialoog
2
3
3
3
3
7.5
Nationale Dementiestrategie
7
7
7
7
7
7.6
Richtlijn ontwikkeling
1
2
2
2
2
7.7
Ondersteuning zorgaanbieders bij implementatie technologie
2
7
7
7
7
7.8
Kennisverspreiding en ontwikkeling burgerinitiatieven
1
1
1
1
1
7.9
Professionalisering sociaal werk
0
1
1
1
1
7.10
Totaal investering in voorkant (7.1 t/m 7.9)
34
50
50
50
50
Ad 7.1: Gelijkgericht ondersteuningsaanbod mantelzorgers Met de ambities in het HLO wordt een stevig beroep gedaan op het sociale netwerk van ouderen. Dit vraagt om een adequate ondersteuning van het sociale netwerk en mantelzorgers in het bijzonder. Adequate ondersteuning van mantelzorgers vraagt om herkenbaar aanbod bij gemeenten. De acht vraaggebieden43 geven een kader voor dit ondersteuningsaanbod. Hierbij wordt aangesloten bij de afspraken die gemaakt worden met gemeenten rondom het versterken van de gezonde en sociale basisinfrastructuur in het kader van het AZWA. Met dit budget kunnen gemeenten hun algemene inzet voor het ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers versterken. Het precieze financieringsinstrument is nader te bepalen. Het voornemen is om aan te sluiten bij financieringssystematiek AZWA. Ad 7.2: Respijtzorg Respijtzorg biedt mantelzorgers een adempauze om de zorg aan hun naaste vol te houden en heeft daarmee een belangrijke functie om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen. Er bestaan veel verschillende vormen van respijtzorg. Een belangrijk onderscheid is het onderscheid tussen laagdrempelige vormen van respijtzorg en logeerzorg als zwaardere vorm van respijtzorg. Met dit budget kunnen gemeenten hun inzet voor respijtzorg versterken. Het precieze financieringsinstrument is nader te bepalen.
Het voornemen is om aan te sluiten bij financieringssystematiek AZWA.
43
De acht vraaggebieden komen uit de ‘verwijzer mantelzorgondersteuner’ (Movisie). Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 38
Ad 7.3: Reablement Als onderdeel van het HLO wordt ingezet op het, waar mogelijk, wegnemen van knelpunten in de financiering en bekostiging van reablement. Als overbrugging van de periode tot het wegnemen van deze belemmeringen, wordt gekeken hoe lopende experimenten kunnen worden ondersteund en wordt nader onderzoek uitgevoerd (onder andere plan van aanpak, maatschappelijke business case en onderzoek belemmeringen sociaal domein). We gaan uit van een bijdrage van € 300 duizend per koploper pilot per jaar. Er doen op dit moment 4 pilots als koploper mee aan het programma van ZonMw. Ad 7.4: Maatschappelijke dialoog over ouder worden/praat vandaag over morgen Als onderdeel van het programma WOZO is gestart met een maatschappelijke dialoog. De dialoog bestaat uit de campagne ‘Praat vandaag over morgen’ (VWS/ActiZ), Ouderworden2040 (BeBright) en dialoogbijeenkomsten georganiseerd door de Seniorencoalitie, het Senioren Netwerk Nederland en MantelzorgNL. Deze maat schappelijke dialoog wordt als onderdeel van het HLO vervolgd. Dit vervolg wordt nog nader ingevuld. Ad 7.5: Nationale Dementiestrategie In 2020 is de Nationale Dementiestrategie 2021-2030 vastgesteld. De Nationale Dementiestrategie is integraal verbonden aan het HLO. Dit programma heeft als doel dat mensen met dementie en hun naasten volledig mee kunnen doen in onze samenleving en goede ondersteuning en zorg krijgen.