CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg HLO.pdf

Commissie Samen leven RK 8 januari 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven22.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

HLO

Samen voor kwaliteit van bestaan Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg

Inhoudsopgave 1 Inleiding

5

2 Naar een nieuw perspectief voor ondersteuning en zorg voor ouderen (periode na 2028)

11

3 Afspraken en randvoorwaarden voor de periode 2025-2028

16

3.1

Behoud kwaliteit van bestaan

16

3.2

Versterken mantelzorgondersteuning

19

3.3

Wlz-zorg zonder verblijf: vereenvoudiging van leveringsvormen en zorg op maat

21

3.4

Verblijf voor ouderen die dit nodig hebben

24

3.5

Herindicaties in het verpleeghuis

26

3.6

Vindbare en passende ondersteuning en zorg

27

3.7

Vernieuwing in ondersteuning en zorg in de praktijk

29

4 Financiën

35

4.1

Meerjarige ontwikkeling indicatief budget Wlz-ouderenzorg

35

4.2

Beroep op Wlz-ouderenzorg en ontwikkelingen arbeidsmarkt

36

4.3

Financiële afspraken HLO

37

5 Monitoring

44

6 Landelijke samenwerking en ondersteuning (governance)

48

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 3

HLO

1 Inleiding

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 4

1 Inleiding

We worden in Nederland steeds ouder. Ouderen verdienen respect voor de jarenlange inzet voor onze samenleving. Zij verdienen onze ondersteuning en zorg. Zij die de verzorgingsstaat hebben opgebouwd, verdienen het dat wij tot het uiterste gaan om de zorg die aansluit bij de behoefte van de oudere te organiseren en onze zorgverleners in de benen te houden. Het aantal ouderen met een zorgvraag gaat verdubbelen. Het aantal zorgverleners groeit niet mee. We moeten de ouderenzorg voor een steeds groter wordende groep ouderen organiseren met een beperkte groep zorg­ verleners. Van mantelzorgers wordt een steeds grotere inspanning gevraagd. Het is onze opdracht om hen te ondersteunen en overbelasting tegen te gaan1. Daarom is het belangrijk dat er in de samenleving aandacht en erkenning is voor de onschatbare waarde van mantelzorg. De personeelstekorten die dreigen te ontstaan verdienen de grootste urgentie. Samen zoeken we naar blijvende oplossingen. In het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA), en het Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO) staan afspraken om de sector aantrekkelijker te maken waardoor we nieuwe medewerkers aantrekken maar ook vooral huidige medewerkers kunnen behouden. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is het opleiden van voldoende Verzorgende Individuele Gezondheidszorg (VIG).

Daarnaast is het noodzakelijk om de inzet van zorguren te voorkomen door de sociale basis te versterken, de administratietijd te halveren en waar mogelijk werk­zaam­heden te digitaliseren. Ook willen we de inzet van zorgverleners verminderen door de inzet van innovatie en hulpmiddelen en samen te werken met (vrijwillige) ondersteuning van mantelzorgers, vrijwilligers en het sociale netwerk, zodat ook in de toekomst ondersteuning en zorg aan ouderen kan worden geboden. Dit is de opgave van ons leven. Samen maken we in dit HLO afspraken om ook in de organisatie van de ouderenzorg2 onder de Wet langdurige zorg (Wlz) de schouders eronder te zetten en de randvoorwaarden te scheppen om het arbeidsmarkt tekort te verkleinen. We vinden het belangrijk dat er in de samenleving meer waardering is voor ouderen. Zij verdienen respect. Het is belangrijk om de negatieve beeldvorming en stereotypen rondom ouderen te doorbreken, te laten zien hoe zij een waardevolle bijdrage blijven leveren aan de samenleving en hoe betekenisvol het contact is met andere generaties. Dit (nieuwe) narratief op ouder worden draagt ook bij aan een positiever beeld voor jonge mensen die overwegen om aan het werk te gaan in de ouderenzorg. De mens zien met een eigen verhaal, in plaats van de patiënt of cliënt.

VWS zal – in samenwerking met de HLO-partijen – met (publieks)communicatie dit narratief op ouder worden op een positieve manier onder de aandacht brengen.

1

2

Mantelzorgers van mensen die in een zorginstelling (verpleeghuis, instelling voor verstandelijke gehandicapten of een ggzinstelling) wonen, geven al lang hulp, te weten gemiddeld 7,2 jaar. Voordat iemand naar een zorginstelling verhuist, zijn dus daar al jaren mantelzorg aan voorafgegaan (SCP). Naast ouderen ook mensen met complexe (somatische) problemen (zoals mensen met een spierziekte, niet-aangeboren hersenletsel, mensen met een chronische ziekte van alle leeftijden, (jonge) mensen met dementie, ernstig zieke kinderen, mensen met Korsakov en mensen met Huntington). Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 5

Oud zijn betekent niet dat je bent afgeschreven. Integendeel! Een ouder wordende samenleving biedt volop kansen die we kunnen verzilveren, waarbij ouderen volwaardig kunnen participeren in de samenleving. Daarom werken we aan een gezamenlijke droom voor alle ouderen in Nederland: “Ouderen in Nederland leiden het leven zo veel mogelijk zoals zij dat willen. Ze ondernemen voor hen waardevolle activiteiten en blijven bijdragen aan de samenleving. Ze kunnen wonen op een plek waar ze zich thuis voelen en met mensen in de buurt die belangrijk voor hen zijn. Als ouderen kwetsbaarder worden, bijvoorbeeld door dementie, worden ze zodanig ondersteund dat zij regie houden over hun eigen leven. We creëren een situatie waarin ondersteuning en zorg in de buurt goed geregeld en toegankelijk is. Dit om het behoud van zelfstandigheid mogelijk te maken. Zo blijven we aansluiten op de leef­wereld, voorkeuren en mogelijkheden van ouderen. Ook als de kwetsbaarheid toeneemt. Voor zeer kwets­bare ouderen is intensieve ondersteuning en zorg thuis beschikbaar en waar nodig in een instelling of geschikte woonvorm. Kwaliteit van bestaan en eigen regie van ouderen staan ook hier centraal.” De staatscommissie demografische ontwikkelingen3 bepleit beleid op veel terreinen om ons aan te passen aan demografische ontwikkelingen, zoals wonen, leefomgeving, arbeidsmarkt en onderwijs.

In het regeerprogramma4 heeft het Kabinet haar missie voor de ondersteuning en zorg voor ouderen als volgt geformuleerd: “Onze ouderen verdienen ondersteuning en zorg die bijdraagt aan hun kwaliteit van bestaan. Er zijn steeds meer ouderen die nu of in de toekomst zorg nodig hebben. Zij moeten erop kunnen rekenen dat de zorg voor hen klaar staat als zij die nodig hebben.” Dit klinkt voor de hand liggend, maar is niet vanzelf­sprekend: • Ouderen ervaren niet iedere dag dat de ondersteuning en zorg voor hen klaar staat indien dit nodig is. Voor hen draait het om hun kwaliteit van bestaan. • Er wordt veel gevraagd van mantelzorgers. Zij hebben moeite de ondersteuning van hun partner, ouder, buur of vriend vol te houden en te combineren met hun eigen leven. • Het aantal mensen dat kan en wil werken in de onder­steuning en zorg is onvoldoende om dit toekomst­ bestendig te organiseren en om de kwaliteit te leveren op een manier zoals we dat gewend zijn. Er is nu al een tekort aan zorgverleners. • Voor ouderen, mantelzorgers en zorgverleners is het vaak te ingewikkeld om geschikte ondersteuning en zorg te vinden en te regelen, door de versnipperde wet- en regelgeving, financiering en organisatie. Transitiedoelen In het AZWA zijn twee transitiedoelen geformuleerd.

De afspraken in dit akkoord dragen bij aan het eerste transitiedoel: “De grootste bedreiging van gelijkwaardigere toegang is het personeelstekort. We blijven inzetten op opleiden, instroom en behoud van personeel. De vergrijzing blijft toenemen tot 2040 en neemt pas af na 2060. Uitgaande van de cijfers van het Prognosemodel Zorg en Welzijn is het streefdoel om tot 2028 de behoefte aan personele inzet voor de huidige ondersteuning en zorg te verminderen om daarmee de zorg toegankelijk te houden5,6”.

3 4 5

6

www.staatscommissie2050.nl. Kamerstukken II, 2023-2024, 36 471, nr. 96. Als de huidige beleidsarme trends zich voortzetten zijn er tot en met eind 2028 circa 130.000 extra werknemers nodig om aan de toenemende zorgvraag te kunnen voldoen. Maar zijn deze mensen er de komende jaren? Het CPB berekende in het CEP 2025 dat het arbeidsaanbod economie-breed stijgt van 10,7 miljoen eind 2024 naar 10,95 miljoen eind 2028, een stijging van 2,25%. Uitgaande van een vergelijkbare stijging in zorg en welzijn (d.w.z. handhaven aandeel van de zorg in de totale arbeidsmarkt van 1 op 6,4), zal de groei van het arbeidsaanbod voor zorg en welzijn beperkt blijven tot circa 30.000 personen. Om de groei van de arbeidsvraag en het arbeidsaanbod in evenwicht te brengen, zal de groei van de arbeidsvraag met 100.000 personen moeten worden verlaagd tot en met 2028 (minder meer). Deze verlaging vertaalt zich - ceteris paribus - in een vermindering van het arbeidsmarkttekort met 100.000 personen. Deze doelstelling betreft naast de Zvw en de ouderenzorg ook jeugd en gehandicaptenzorg. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 6

Het tweede transitiedoel van AZWA (toegankelijke zorg) vertalen wij voor het HLO in: (Zeer) kwetsbare ouderen zijn afhankelijk van ondersteuning en zorg. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat er ondersteuning en zorg voor hen is, thuis en als dat nodig en gewenst is in een verpleeghuis. Ongeacht waar ze wonen of wat hun financiële situatie is. De ondersteuning en zorg sluit aan bij de voorkeuren en mogelijkheden van de ouderen. Daarbij zijn kwaliteit van bestaan en eigen regie het uitgangspunt. Het eerste transitiedoel is erop gericht om het arbeidsmarkt­tekort in de zorg aan te pakken. Op basis van het gemiddelde scenario uit het KPMG-rapport7 spreken we de ambitie uit om het arbeidsmarkttekort te verkleinen met 50.000 werknemers (ca. 30.000 fte). Met het uitspreken van deze ambitie zetten we met elkaar een stip op de horizon naar toekomstbestendige ouderenzorg en geven we aan dat we met de HLO-afspraken een belangrijke stap zetten om het transitiedoel bereiken. Dit doen we door in te zetten op kwaliteit van bestaan, opleiden, anders en slimmer werken met hulp van technologie, betere ondersteuning van mantelzorgers, het verminderen van administratieve lasten voor zorgverleners, intensivering van de samenwerking tussen zorg en welzijn en de aanpassingen in de Wlz bij zorg zonder verblijf en de toegang tot het verpleeghuis.

We willen goede zorg voor kwetsbare mensen, maar met een niet evenredig met de vraag meegroeiend aantal zorgverleners, is het zaak om de beschikbaar zorgverleners zo veel mogelijk effectief in te zetten. Samenhang zorgakkoorden Het HLO en AZWA hebben dezelfde transitiedoelen en hebben een sterke samenhang. De twee akkoorden zullen wel afzonderlijk door de betrokken organisaties worden ondertekend. De AZWA-afspraken betreffen ook de ondersteuning en zorg voor ouderen. Zo bevat het afspraken over onder andere een sterke sociale basis, gegevensuitwisseling8, arbeidsmarkt, opleiden, pakketbeheer, vermindering van administratieve lasten, digitale, hybride zorgprocessen en afspraken die nodig zijn om zorgverleners op de meest effectieve wijze in te kunnen zetten, zoals het domeinoverstijgend indiceren door de wijkverpleegkundige9. Het HLO richt zich voor de periode 2025-2028 op de Wlz-verzekerde zorg en de afspraken die aanvullend zijn op AZWA voor de ouderenzorg. De AZWA-afspraken komen daarom niet apart in het HLO terug. Het HLO bouwt voort op de beweging die in de praktijk al aan de gang is en is ondersteund door het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO)10. Veel partijen hebben zich aangesloten bij deze beweging. Een deel van deze beweging is/wordt vertaald in beleid.

Er zijn of worden concrete afspraken gemaakt in: • Het Integraal Zorgakkoord (IZA) bijvoorbeeld over de eerstelijnszorg en samenwerking in de wijk. • De realisatie van 290.000 woningen voor ouderen in het programma Wonen en Zorg voor Ouderen (dit is een gezamenlijk programma van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening). • Het AZWA. • Dit HLO. Rond de zomer wordt een implementatieplan HLO opgeleverd waarin onder meer op de overgang van WOZO in het HLO wordt ingegaan. De Tweede Kamer hecht er belang aan11 dat integraal wordt gekeken naar arbeidsmarkt, wonen en zorg voor ouderen. Dit is geborgd door het HLO een integraal onderdeel van het AZWA te maken. Daarnaast zijn de afspraken over wonen (ook kwantitatief) vastgelegd in het VRO-programma Wonen en Zorg voor Ouderen. Deze afspraken worden voortgezet en direct verbonden aan de HLO-afspraken. Ook zijn in de governance van dit programma onder meer de Seniorencoalitie, ActiZ, ZN en de VNG vertegenwoordigd. In de voortgangs­ rapportages aan de Kamer over het HLO wordt de integraliteit geborgd.

7 8 9

10 11

KPMG, “Beleidsimpactanalyse afspraken HLO”, april 2025. IZA Uitvoeringsakkoord gegevensuitwisseling, Samen bewegen naar versnelling. De nadruk komt te liggen op vermindering van inzet van thuiszorgmedewerkers en lijfbehoud van de oudere daar waar zorg kan worden vervangen voor hulpmiddelen. Kamerstukken II, 2021-2022, 29389 nr. 111. Motie Slagt-Tichelman (Kamerstukken II, 2024-2025, 36 600XVI nr. 58) en Motie Krul (Kamerstukken II, 2024-2025, 29 389 nr. 138). Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 7

Bij de uitwerking en de uitvoering van het HLO bewaken we de samenhang met aanpalende trajecten, zoals de mantelzorgagenda, het houdbaarheidsonderzoek Wmo, de visie op de eerstelijnszorg en het convenant Medisch Generalistische Zorg en de Nationale dementiestrategie. Afstemming met Nationale Dementiestrategie Naarmate we ouder worden, verandert niet alleen onze fysieke gesteldheid, maar ook onze mentale gesteldheid. In Nederland krijgt één op de vijf mensen dementie. Dementie is een aandoening die diep ingrijpt in het leven van zowel de persoon zelf als hun naasten. Dit vraagt om een integrale aanpak waarin welzijn, ondersteuning en een mensgerichte benadering centraal staan. De Nationale dementiestrategie (NDS) wordt afgestemd met de afspraken in het AZWA. Hierbij is het uitgangspunt dat mensen met dementie en hun naasten als waardevol lid van onze samenleving kunnen functioneren en goede ondersteuning en zorg ontvangen. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar het voorkomen van, het behandelen en het leven met dementie. De NDS is geëvalueerd door Bureau Berenschot en wordt op basis van deze evaluatie en input van de partijen die onderdeel zijn van de NDS herijkt. Arbeidsmarkteffecten De afspraken uit het HLO zijn door KPMG geanalyseerd op de verwachte impact en potentie ten aanzien van het eerste transitiedoel.

De analyse heeft het karakter van een verkennende studie en is primair bedoeld om een indicatief beeld te verkrijgen van de mogelijke effecten op het verminderen van de behoefte aan personele inzet. De analyses zijn uitgevoerd op een tussenstand van de onderhandelingen, het definitieve akkoord is door KPMG niet geanalyseerd. Ook de AZWA-afspraken zijn in een aparte opdracht door KPMG geanalyseerd. De analyse van het HLO geeft voor het gehele transitiedoel een bandbreedte van mogelijke impact, alsook per onderdeel, en per specifieke maatregel. Deze cijfers dienen echter genuanceerd en zorgvuldig te worden geïnterpreteerd. De effectiviteit van de verschillende afspraken hangt namelijk sterk af van randvoorwaarden zoals scholing, investeringen en samenwerking tussen stakeholders. Het rapport benadrukt dat zonder juiste randvoorwaarden de potentie van de afspraken niet volledig gerealiseerd kan worden. De verwachte effecten van de afspraken worden daarom in drie scenario’s in beeld gebracht: een lage, gemiddelde, en hoge vermindering van de stijgende behoefte aan personeel per afspraak. Daarnaast brengt het rapport ook de neveneffecten in kaart, zoals tijdelijke werkdrukstijging of weerstand tegen technologische veranderingen. Het KMPG-rapport over de HLO-afspraken zal openbaar beschikbaar komen.

Samen maken we het HLO tot een succes! Partijen die actief hebben deelgenomen aan de realisatie van dit HLO zijn: ActiZ, Seniorencoalitie, Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Verenso, Zorgthuisnl, LOC, Patiëntenfederatie Nederland, Sociaal Werk Nederland, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN). Tegelijkertijd blijven we de beweging vormgeven samen met alle partijen, zoals bijvoorbeeld de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), MantelzorgNL en het Senioren Netwerk Nederland, die zich achter het gedachten­ goed van WOZO hebben geschaard. Het is belangrijk dat ouderen actief betrokken zijn bij de vormgeving van het beleid. Ook werken we samen met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), Zorginstituut Nederland (ZIN), Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), CIZ en het CAK (Team Overheid). In lijn met AZWA is de rol van Team Overheid dat zij naast uitvoering van de bij hen belegde taken, samen en ieder vanuit zijn eigen rol, zorgen voor regie op de richting, met ruimte voor de oplossingen en ondersteuning voor organisaties om te kunnen transformeren. Naast de belangrijke rol die bovenstaande organisaties hebben bij de uitvoering van het HLO, vraagt dit ook een aanzienlijke inspanning van hun achterbannen. Samen met deze organisaties bekijken we hoe we de uitvoering zo zorgvuldig mogelijk kunnen vormgeven en waar nodig ondersteunen.

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 8

Leeswijzer Afspraken die gaan over de contouren voor de langere termijn zijn opgenomen in hoofdstuk 2. De concrete afspraken die gaan over deze kabinetsperiode12 staan in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 bevat de financiële afspraken. De monitoring van de uitvoering van de afspraken staat in hoofdstuk 5 en de governance is opgenomen in hoofdstuk 6. Extra aandacht voor ouderen is noodzakelijk vanwege de demografie (aandeel ouderen neemt toe terwijl het aantal zorgverleners niet evenredig toeneemt). Ook anderen dan ouderen wonen in een verpleeghuis. Bijvoorbeeld mensen met niet-aangeboren hersenletsel, mensen met een chronische ziekte van alle leeftijden, (jonge) mensen met dementie, ernstig zieke kinderen, mensen met Korsakov en mensen met Huntington. De geleerde lessen uit het HLO kunnen we straks benutten bij de organisatie van ondersteuning en zorg voor deze andere Wlz-doelgroepen. Ook hier is er sprake van personeelstekorten. Beleidskompas Het Beleidskompas13 is de centrale werkwijze voor het maken van beleid bij de Rijksoverheid. Bij de uitwerking van de afspraken wordt gewerkt volgens de (relevante) stappen in het Beleidskompas. Zo wordt geborgd dat alle relevante effecten en risico’s in beeld worden gebracht en gewogen, bijvoorbeeld ten aanzien van uitvoerbaarheid en regeldruk. Ook worden alle relevante partners betrokken.

Ook de mensen die het betreft, zoals in dit geval de ouderen en hun netwerk, worden meegenomen in de uitwerking, onder meer met een doenvermogentoets. Daarnaast organiseren we gesprekssessies waarin ouderen worden uitgenodigd om met de Staatssecretaris voor Langdurige en Maatschappelijke Zorg (SLMZ) in gesprek te gaan om ideeën, kansen en zorgen uit te wisselen.

12 13

Sinds 3 juni 2025 is het kabinet demissionair. Beleidskompas | Kenniscentrum voor beleid en regelgeving (https://www.kcbr.nl/beleid-en-regelgeving-ontwikkelen/ beleidskompas). Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 9

HLO

2 Naar een nieuw perspectief voor ondersteuning en zorg voor ouderen (periode na 2028) Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 10

2 Naar een nieuw perspectief voor ondersteuning en zorg voor ouderen (periode na 2028) De afspraken in hoofdstuk 3 hebben een sterke focus op de Wlz-verzekerde zorg. Daarmee kunnen we deze kabinetsperiode (2025-2028) concrete stappen zetten in de aanpassing van wet- en regelgeving en/of bekostiging die noodzakelijk is om de transitiedoelen, zoals beschreven in de inleiding, te bereiken. De demografische ontwikkeling, de krapte op de arbeidsmarkt, de complexiteit van het systeem en de kwaliteit van ondersteuning en zorg, maken een bredere overdenking op de organisatie van ondersteuning en zorg noodzakelijk. Het raakt in potentie alle stelsels zoals Wpg (Wet publieke gezondheid), Wmo, Zvw en Wlz.

Het regeerprogramma geeft opdracht om de volgende verkenning te doen: ”Het kabinet zorgt ervoor dat zorgwetten beter op elkaar worden afgestemd en daar waar doorrekeningen aantonen dat het goedkoper en efficiënter kan, worden voorbereidingen getroffen om ze ook samen te voegen.” Bovendien heeft de Tweede Kamer het kabinet verzocht: “voorbereidingen te treffen voor een Staatscommissie die onderzoek doet naar en met voorstellen komt voor een toekomstbestendige en weerbare inrichting van het zorgstelsel in Nederland14.” Bij de verkenning die moet leiden tot een betere afstemming van zorgwetten en bij de voorbereidingen voor de instelling van een staatscommissie, moet aandacht zijn voor de samenhang met de afspraken die in gang worden gezet met dit HLO en AZWA, alsook met andere trajecten zoals het Houdbaarheidsonderzoek Wmo. De uitvoering van de in de beide akkoorden gemaakte afspraken, mag door deze trajecten niet in de vertraging raken. Dit geldt ook voor het Houdbaarheidsonderzoek Wmo zelf. Voor beide trajecten is het van belang dat wordt aangesloten bij de maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven. Op basis van de uitgangspunten van het WOZO-programma hebben we rode draden geformuleerd die bijdragen aan de kwaliteit van bestaan van ouderen, minder inzet van personeel en gelijkwaardige toegankelijkheid van zorg: De rode draden zijn: 1.

Het is normaal dat mensen zich voorbereiden op ouder worden door erover na te denken, erover te praten met anderen en voorbereidingen te treffen. 2. Inwoners en organisaties kunnen terugvallen op elkaar in zogenaamde zorgzame buurten. Dit zijn wijken en gemeenschappen met sociale cohesie. Het versterken van deze sociale basis draagt eraan bij dat eenvoudige hulp- en ondersteuningsvragen worden opgepakt door het sociale netwerk. Dit samenspel gebeurt tussen mantelzorgers, vrijwilligers, burgerinitiatieven en welzijnswerkers. Informele zorg is altijd een keuze van de mantelzorger en de vrijwilliger. Wij houden rekening met het doenvermogen15, draagkracht en draaglast van bewoners en buurten. 3. Ouderen hebben vaak langlopende relaties met hun partner, kinderen, buren of vrienden. Op basis van deze relaties willen mensen elkaar helpen. We maken dit meer vanzelfsprekend en eenvoudiger door deze informele hulp te ondersteunen. We dwingen het niet (juridisch) af. 4. Ouder worden betekent niet dat je bent afgeschreven. Ouderen kunnen en willen (vaak) een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving. Deze wederkerigheid geeft zingeving, helpt ouderen fit te blijven en voorkomt eenzaamheid.

14 15

Motie Krul, Kamerstukken II, 2024-2025 29389-nr. 138. Doenvermogen is een begrip uit het rapport van de WRR “Weten is nog geen doen” en is het vermogen om in actie te komen en vol te houden, zelfs bij tegenslagen. Het draait dan niet zozeer om mensen hun cognitieve vermogens zoals intelligentie of digitale vaardigheden, maar om hun niet-cognitieve vermogens. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 11

5. Vroeg of laat krijgt bijna iedereen klachten, of een aandoening zoals dementie. Dan komen ondersteuning en zorg van adequate kwaliteit in beeld. Voor deze mensen is het belangrijk om zelf regie te blijven voeren over hun leven. Het uitgangspunt voor het handelen van zorgverleners is behoud van zelfstandigheid en eigen regie van de oudere16. 6. We geven hulpverleners in ondersteuning en zorg het vertrouwen en de ruimte bij het doen van hun werk. Dit vraagt om hulpverleners met kennis en vakmanschap. Ook vraagt het van organisaties en financiers het vertrouwen om vanuit dit uitgangspunt te handelen. 7. Vindbare passende zorg is de basis. Deze zorg is onderbouwd met kennis17, gericht op de kwaliteit van bestaan, komt samen met de cliënt (en/of naaste) tot stand en wordt op de juiste plek en tijd geboden. Interventies die hier niet aan voldoen worden niet meer uitgevoerd. 8. Gebruik van technologie en kunstmatige intelligentie moet een natuurlijk onderdeel van de zorgverlening worden, zowel om de kwaliteit van bestaan en zelfstandigheid te verbeteren als om de zorgverleners te ondersteunen in hun werk. 9. Ouderen blijven het liefst in hun vertrouwde omgeving wonen. Hier voelen zij zich gekend en veilig, ook als er meer beperkingen komen. Ondersteuning en zorg sluiten hier zo goed mogelijk op aan.

Een (gedwongen) verhuizing naar een zorginstelling wordt zo lang mogelijk uitgesteld. Een tijdelijke opname is goed geregeld. 10. Als de zorgvraag (zeer) complex wordt, er sprake is van veel regieverlies of gedragsproblemen en een zwak of overbelast sociaal netwerk, waardoor zelfstandig wonen te zwaar of onmogelijk is geworden, blijven geclusterde woonvormen en verpleeghuizen nodig waar kwaliteit van bestaan (het gewone leven) centraal staat. Voor de oudere staat het behoud van eigen regie centraal. Om eigen regie te kunnen voeren, is het belangrijk dat: • In samenspraak met ouderen goede afspraken worden gemaakt over wat ze zelf (weer) kunnen doen. Mensen met een ondersteunings- of zorgvraag worden geholpen om hiervoor de benodigde vaardigheden te ontwikkelen. • Cliënten worden gezien als een gelijkwaardige partner in het ondersteunings- en zorgproces. • Er ruimte en tijd is om met elkaar alle opties door te nemen, waarbij de voor- en nadelen, persoonlijke voorkeuren en omstandigheden van de cliënt worden meegenomen. Dit vraagt om een open communicatie met elkaar en goede, onderlinge uitwisseling van informatie. • Er is ruimte en tijd is om samen te leren en continu de ondersteuning en zorg te verbeteren. • De cliënt een vast aanspreekpunt heeft bij de zorgaanbieder.

Zo zijn er korte lijnen om (snel) in contact met elkaar te komen, vragen te stellen en zaken af te stemmen. • Wanneer gewenst, gebruik kan worden gemaakt van een onafhankelijke cliëntondersteuner of casemanager. • Er overal en tijdig hulpmiddelen beschikbaar zijn om de cliënt te ondersteunen in het behouden of vergroten van de zelfstandigheid. • Waar gewenst, technologie beschikbaar is om het voeren van de eigen regie te ondersteunen. Naast deze rode draden vinden we belangrijk om in het denken en praten over de ondersteuning en zorg voor ouderen niet te generaliseren. We onderscheiden hierbij globaal een aantal fases waarop de organisatie van ondersteuning en zorg moet aansluiten: • Ouderen waarvan de verwachting is dat ze ondersteuning, zorg en behandeling niet (langdurig) nodig hebben, maar met een korte interventie hun zelfstandigheid en regie weer terug hebben. Zij krijgen deze ondersteuning, zorg en behandeling meestal thuis. • Ouderen die langdurig ondersteuning, zorg en behandeling nodig hebben die aansluit op wat ze zelf kunnen samen met hun netwerk. Zij krijgen de zorg thuis, waarbij geclusterd wonen veiligheid biedt, de ontmoeting stimuleert en het eenvoudiger maakt om de zorg te organiseren. • Ouderen met een zeer intensieve zorgvraag waarbij ondersteuning, zorg en behandeling onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

Voor hen is zorg in een verpleeghuis beschikbaar. Naast ouderen zijn er ook mensen met specifieke aandoeningen zoals spierziekten, niet-aangeboren hersenletsel (NAH), mensen met een chronische ziekte van alle leeftijden, (jonge) mensen met dementie, ernstig zieke kinderen, mensen met Korsakov en mensen met Huntington die gebruik maken van Wlz-verzekerde zorg en gebruik maken van verpleeg(huis)zorg. Bij de uitwerking en implementatie van dit akkoord houden we rekening met deze specifieke groepen. Zo voorkomen we onbedoelde effecten.

16 17

Generiek kompas samen werken aan kwaliteit van bestaan. Dat kan practice based zijn, maar ook op een andere wijze (wetenschappelijk) onderbouwd. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 12

Voor ouderen voor wie een plek in het verpleeghuis (nog) niet aan de orde is, maar de zorgafhankelijkheid wel al gevorderd is en er geen voldoende inzetbaar sociaal netwerk is, onderzoekt VWS middels nadere doorrekeningen de terugkeer van de verzorgingshuizen (een gezamenlijk huis met toezicht in de nacht). In dit onderzoek staan, naast de afbakening van de doelgroep en de relatie met de bouwopgave, vooral de kosten centraal. Het gaat hierbij om het verschil van de kosten in een verzorgingshuis ten opzichte van de kosten bij wonen thuis. Ook andere aspecten, zoals de effecten op de arbeidsmarkt, inzicht in de woonzorgbehoefte van de doelgroep, de kosten van ziekenhuisopnamen, extra kosten eerstelijnsverblijf en crisiszorg, worden meegenomen. Dit onderwerp komt aan de orde in het programma wonen en zorg (Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening).

1 Toekomst ondersteuning en zorg voor ouderen Wat is de afspraak • VWS start een verkenning met als doel een betere afstemming van zorgwetten. • VWS treft de voorbereidingen voor de instelling van een staatscommissie die onderzoek gaat doen naar en met voorstellen komt voor een toekomstbestendige en weerbare inrichting van het zorgstelsel in Nederland. In deze verkenning wordt expliciet de ondersteuning en zorg ondersteuning voor ouderen meegenomen. •

•

In beide trajecten: - Wordt de samenhang bewaakt met de afspraken in dit HLO en het AZWA, en andere lopende trajecten zoals het houdbaarheidsonderzoek Wmo. De uitvoering van de in de beide akkoorden gemaakte afspraken mag door deze trajecten geen vertraging oplopen. - Wordt aangesloten bij de maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven. Hiervoor zijn in dit hoofdstuk rode draden geformuleerd. - Hebben we oog voor de verschillende fasen in het ouder worden waarop de organisatie van ondersteuning en zorg moet aansluiten. Vooruitlopend op eventuele aanpassingen van de zorgstelsels, geven we de beweging die al is ingezet in de praktijk verder vorm. Door onder meer de maatschappelijke dialoog over ouder worden (praat vandaag over morgen) te continueren. Notabene: deze dialoog is breed maatschappelijk.

Wie gaat wat doen • Bij de verkenning met als doel een betere afstemming van de zorgwetten betrekt VWS de betrokken organisaties in de sector, Team overheid en de VNG. • VWS treft voorbereidingen voor de inrichting van een staatscommissie voor onderzoek naar een effectief (meer borging voor kwetsbare ouderen) en efficiënt stelsel (zodat druk op arbeidsmarkt en de beschikbare middelen afneemt). Een staatscommissie is een onafhankelijke commissie in opdracht van het kabinet. VWS zal de belanghebbende partijen betrekken bij deze voorbereidingen en de staatscommissie adviseren om met de partijen betrokken bij het HLO in gesprek te gaan. Veldpartijen worden via de governance van het HLO goed geïnformeerd over de voortgang. Het is aan de staatscommissie te bepalen met wie ze spreken. Wat is het tijdpad De voorbereidingen voor een en ander, waaronder de instelling van een staatscommissie, worden in 2025 getroffen.

De rode draden gaan niet alleen over ondersteuning en zorg, maar gaan over een bredere verandering in de samenleving die nodig is nu de Nederlandse bevolking gemiddeld ouder wordt. Hierbij hoort ook dat Nederlanders weten dat we in de zorg te maken hebben met een toenemend tekort aan zorgverleners en dat zij daarmee rekening moeten houden. Wij zullen verder uitwerken hoe we dit samen uitdragen naar de samenleving en een plek te geven in dagelijks handelen in de praktijk.

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 13

2 Veranderstrategie Wat is de afspraak De rode draden werken we verder uit en we ontwikkelen een gezamenlijke strategie inclusief communicatie­ plan zodat we de noodzakelijke verandering niet alleen in ondersteuning en zorg, maar ook breder in de samenleving op een gelijkgerichte en planmatige manier aanjagen. Het gaat hierbij naast de ondersteuning en zorg, nadrukkelijk juist ook om de ouderen zelf en de samenleving. Er moet brede bewustwording zijn, waarbij men steun krijgt om meer zelf of met elkaar te organiseren. Onderdelen van deze te ontwikkelen veranderstrategie zijn eerder door de regiegroep WOZO vastgestelde opdrachten om (1) de WOZO-beweging te verruimen naar andere terreinen die te maken krijgen met een gemiddeld oudere bevolking en (2) de bewustwording omtrent een gemiddeld oudere bevolking en de gevolgen daarvan in kansen en uitdagingen te vergroten. Wie gaat wat doen • Het voortouw ligt bij Seniorencoalitie, LOC, bijgestaan door SWN, PFN, V&VN en VWS. De ‘verbinding met de praktijk’ (zie governance) speelt hierin een belangrijke rol. De uitwerking en voorstellen worden voorgelegd aan de bestuurlijke thematafel HLO.

• De maatschappelijke dialoog wordt aangezwengeld door de publiekscampagne ‘Praat vandaag over morgen’ (VWS en ActiZ), door Ouderworden2040 (BeBright) en door de dialoogbijeenkomsten georganiseerd door de Seniorencoalitie en het Senioren Netwerk Nederland. Wat is het tijdpad Eind 2025 staat de uitwerking en de voorstellen op de agenda aan de bestuurlijke thematafel HLO.

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 14

HLO

3 Afspraken en randvoorwaarden voor de periode 2025-2028 Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 15

3 Afspraken en randvoorwaarden voor de periode 2025-2028 Voorafgaand aan het advies van de staatscommissie en de verkenning naar de samenvoeging van zorgwetten, maken wij afspraken voor de periode 2025-2028. Deze afspraken dragen bij aan de transitiedoelen. Centraal staan de afspraken over de Wlz-verzekerde zorg en een aantal randvoorwaarden die niet in de AZWA-afspraken zijn opgenomen. Het uitgangspunt is dat de toegang tot de Wlz-verzekerde zorg niet verandert in deze periode. Dit betekent dat er nog geen aanpassingen van de Wmo of de Zvw nodig zijn met de bijbehorende implementatie. De activiteiten omvatten: 3.1 Behoud van kwaliteit van bestaan door het versterken van zelfstandigheid en behoud van eigen regie  .2 Versterken mantelzorgondersteuning 3 3.3 Wlz-zorg zonder verblijf: vereenvoudiging van leveringsvormen en zorg op maat 3.4 Verblijf voor de ouderen die dit nodig hebben (afwegingskader/opnametoets) 3.5 Herindicaties in het verpleeghuis 3.6 Passende zorg (inclusief vindbaarheid van zorg) 3.7 Vernieuwing in ondersteuning en zorg in de praktijk: - Administratieve lasten - Keteninformatie Kerngegevens verbeteren - Elektronische gegevensuitwisseling optimaliseren via iWlz18 - Technologie - Versterken kwaliteit in teams Indien de afspraken in dit hoofdstuk leiden tot aanpassing van wet- en regelgeving is inwerkingtreding op z’n vroegst per 1 januari 2028

mogelijk. Dit geldt ook voor wijzigingen in de bekostiging. Per maatregel worden de benodigde stappen, waaronder het uitvoeren van de uitvoeringstoetsen, het tijdpad en de budgettaire consequenties omschreven. Bij de uitwerking wordt het perspectief van de burger als cliënt en naaste, expliciet meegenomen, door ze een rol te geven in de uitwerking, bijvoorbeeld via ervaringsdeskundigen.

3.1 Behoud kwaliteit van bestaan Behoud kwaliteit van bestaan Zelfstandigheid draagt in belangrijke mate bij aan kwaliteit van bestaan. Ondersteuning en zorg moeten daarom meer gericht zijn op het behouden van vaardigheden en het opnieuw aanleren van verrichtingen die mensen niet meer op de oude manier kunnen doen. Uitgaan van wat cliënten nog zelf kunnen (leren) is een belangrijke bouwsteen van het ‘Generiek Kompas Samen werken aan kwaliteit van bestaan, dat op 1 juli 2024 is ingeschreven in het Register van het Zorginstituut. Reablement richt zich op het ondersteunen van ouderen om zo lang mogelijk zo goed als mogelijk (weer) zelfstandig te functioneren in het dagelijks leven. Het gedachtegoed van reablement is gebaseerd op het behoud en herstel van vaardigheden en het vinden van oplossingen om de eigen regie over het leven zo zelfstandig mogelijk te kunnen voeren. Dit gebeurt in eerste instantie met hulp van het netwerk rondom de ouderen en waar nodig met ondersteuning van zorg. Bij reablement wordt de zorg niet overgenomen, maar worden ouderen ondersteund bij het (opnieuw) aanleren van dagelijkse handelingen om zo zelfstandig mogelijk te kunnen functioneren. Er zijn ook programmatische aanpakken ontwikkeld om het gedachtegoed van reablement in de praktijk toe te passen.

In een gesprek tussen client, naasten en professional wordt gekeken hoe het gedachtegoed van reablement cliënt en omgeving kan helpen en indien dan nog nodig welke inzet van een professional kan bijdragen aan het versterken van de eigen regie en zelfredzaamheid. Het gedachtegoed geldt voor iedereen, gerichte inzet van een professional is niet altijd nodig. Hoewel reablement niet voorliggend is om in aanmerking te komen van ondersteuning of zorg kan het de langdurige inzet van professionele inzet voorkomen,

18

iWlz is de iStandaard om cliënten in alle fasen van de Wlz-keten te volgen: van de indicatie via zorgtoewijzing en -levering tot de vaststelling van de eigen bijdrage en declaratie. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 16

verminderen of uitstellen. Deze manier van werken vraagt om een andere houding en gedrag van iedereen die betrokken is rond de oudere: thuis, in de wijk en in het verpleeghuis. Wat heeft de oudere nodig om weer regie te krijgen over het eigen leven? Het gezamenlijk stellen van haalbare doelen die bijdragen aan de kwaliteit van bestaan van de oudere is hierbij van essentieel belang. Een zorgzame en betrokken gemeenschap waarin mensen omzien naar elkaar is hierbij belangrijk. In het AZWA worden afspraken gemaakt gericht op het versterken van de basisinfrastructuur. Juist in de wijk, vlakbij mensen, wordt het welzijn en de gezondheid van mensen versterkt. Belangrijk hierbij is ruimte voor burgerinitiatieven en vrijwilligers en bewoners bijvoorbeeld gebruik kunnen maken van een laagdrempelige inloopvoorziening. Ook wordt in het AZWA een afspraak gemaakt over het versterken van de lerende omgeving. In deze afspraak wordt gesproken over vernieuwd opleiden in zorg- en welzijn. Hierin is ook aandacht voor reablement. Reablement kent veel verschijningsvormen in zowel het sociaal domein als zorgdomein. In essentie is reablement een manier van werken. Deze manier van werken is afhankelijk van de oudere en zijn situatie ingezet worden vanuit de Wmo, Zvw of Wlz.

In de praktijk worden door sommige partijen belemmeringen ervaren bij de bekosti­ ging van deze manier van werken en bij programmatische aanpakken die deze manier van werken faciliteren. De insteek is dat het werken volgens de principes van reablement geïntegreerd zal worden tot een nieuwe werkwijze. Behoud en bevorderen van zelfstandigheid draagt bij aan de kwaliteit van bestaan van ouderen en kan de lang­ durige inzet van professionele ondersteuning en zorg voorkomen, verminderen of uitstellen. Hiermee draagt het bij aan ons transitiedoel. Deze omslag in manier van kijken naar hulpvragen van ouderen vraagt iets van ouderen, gemeenschappen, sociaal domein en (zorg)professionals.

3 Behoud kwaliteit van bestaan Wat is de afspraak Het versterken van de zelfstandigheid en het behoud van eigen regie vormt een belangrijk uitgangspunt bij het leveren van ondersteuning en zorg aan ouderen. Dit om hun kwaliteit van bestaan zo veel mogelijk te behouden. Partijen committeren zich om deze manier van denken en doen te implementeren. We promoten het als de nieuwe standaard manier van werken en denken: • Waarbij professionals niet overnemen wat mensen zelf of met hulp vanuit de gemeenschap kunnen. • We zetten daar waar ondersteunend (digitale) hulpmiddelen en zorgtechnologie in om te helpen herwinnen wat ze niet meer zelfstandig kunnen. • We onderzoeken de inzet van de te ontwikkelen reablement interventies daar waar huidig aanbod niet voldoende is. Hierbij worden ervaren knelpunten in de bekostiging van deze interventies onderzocht en wordt in kaart gebracht of en hoe deze kunnen worden weggenomen. Wie gaat wat doen • V&VN, overige zorgprofessionals en vertegenwoordigers van ouderen en patiënten ontwikkelen, in lijn met het Generiek Kompas, een kwaliteitsdocument reablement waarin beschreven staat wie daarvoor in aanmerking komen wat de principes zijn voor reablement en welke interventies daarbij zouden kunnen worden ingezet vanuit het gedachtegoed van reablement.

Hierbij worden ook andere relevante stakeholders als ActiZ en ZN betrokken, alsmede beroepsorganisaties van ergo- en fysiotherapeuten. Wanneer het kwaliteitsdocument gereed is, wordt bekeken of het meerwaarde heeft om een patientenversie op te stellen waarin de nut, noodzaak en reikwijdte van inzet van reablement wordt beschreven.

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 17

•

•

•

•

•

•

VWS geeft in afstemming met ActiZ en ZN en met betrokkenheid van ZonMw en het Zorginstituut opdracht voor de uitvoering van een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) over de toepassing van dergelijke interventies te beginnen met reablement. Hiertoe wordt eerst met betrokken partijen een onderzoeksopzet uitgewerkt, welke bestuurlijk af wordt gestemd. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van wat eerder is ontwikkeld (o.a. binnen het ZonMw programma reablement). Ook is aandacht voor het effect op mantelzorgers en administratieve lasten. ZN, VNG en ActiZ inventariseren knelpunten in de bekostiging van interventies gericht op het behoud van vermogen en wat ouderen zelf nog kunnen of (weer) kunnen leren met hulp van trainingen, of tijdelijke ondersteuning. Hierbij wordt eerst gekeken naar wat er binnen de huidige financieringsmogelijkheden al mogelijk is. NZa, ActiZ en ZN onderzoeken hoe de mogelijkheden voor bekostiging van koploperexperimenten ter overbrugging tot eventuele inbedding van deze interventies voort kan worden gezet. Hierbij wordt eerst gekeken naar wat er binnen de huidige financieringsmogelijkheden al mogelijk is. Bij een positieve uitkomst van de MKBA vraagt VWS het Zorginstituut en de NZa advies uit te brengen over de eventuele borging van deze programmatische aanpak in het zorgstelsel.

Hierbij zal worden bekeken hoe reablement zodanig kan worden gepositioneerd dat het niet zou hoeven te leiden tot een zelfstandige aanspraak maar tot een nieuwe manier van werken. Ook brengen we in beeld of en zo ja wat in financiële zin nodig is voor ondersteuning van deze programmatische aanpak.Bij een positieve MKBA maken ZN, V&VN, de overige beroepsorganisaties en ActiZ samen een plan van aanpak om de inzet van reablement landelijk uit te breiden. Hierbij is uitgangspunt dat deze inzet niet leidt tot toename van zorgkosten. Het kan wel leiden tot andere verdeling tussen verschillende vormen van ondersteuning en zorg. Het meenemen/opleiden van professionals is onderdeel van het plan. Bij het opstellen van dit plan van aanpak worden ook andere relevante veldpartijen betrokken en wordt aangesloten bij de implementatie van het Generiek Kompas. VWS organiseert als eerste aanzet voor het plan van aanpak, een werkconferentie met zorgaanbieders die voorop lopen met reablement. ActiZ ondersteunt dit proces actief en ook vertegenwoordigers van patiënten en cliënten worden hierbij betrokken. Het voornemen is om de werkconferentie plaats te laten vinden in het najaar van 2025.

Wanneer het wetsvoorstel DOS (Domeinoverstijgende samenwerking) in werking is getreden maken zorgkantoren gebruik van de ruimte die het wetsvoorstel DOS biedt om een zwaardere zorgvraag te verminderen of uit te stellen. De initiatieven met positieve resultaten die tot stand zijn gekomen met de Specifieke Uitkering DOS continueren zij en spreken in overleg met partijen een termijn af waarin zorgkantoren bijdragen aan een specifiek op basis van DOS bekostigd initiatief. Uitgangspunt van de zorgkantoren hierbij is dat financiering van initiatieven op grond van de Wet DOS tijdelijk is zodat initiatieven van de grond kunnen komen. Zorgkantoren hebben niet de intentie om initiatieven in het sociaal domein structureel te financieren. ZN gaat bij het inkoopproces 2026 zoveel mogelijk uit van meerjarige afspraken. Na inwerkingtreding van het wetvoorstel DOS wordt ook het meerjarige inkoopkader daarop aangepast. Voor de betreffende initiatieven is het vervolgens van belang op welke wijze de financiering structureel kan worden ingebed, hierover zal afstemming plaatsvinden.

Wat is het tijdpad • De ontwikkeling van het kwaliteitsdocument heeft een doorlooptijd van 2 jaar. Gedurende dat traject kan V&VN best practices vanuit de praktijk inventariseren en middels passende methodiek verspreiden. Daarnaast kan V&VN na inventarisatie van bestaande (kennis)documenten fungeren als wegwijzer en doorverwijzer naar bestaande kennis. Deze tussenproducten worden uiterlijk half 2026 opgeleverd. • De onderzoeksopzet wordt na de zomer van 2025 afgerond. Hierin is uitgewerkt wanneer de MKBA wordt opgeleverd. De insteek hierbij is dat MKBA parallel aan uitwerking van het kwaliteitsdocument wordt uitgevoerd. • Onderzoek naar mogelijkheden van de financiering van de koploperexperimenten wordt eind 2025 afgerond. • Inventarisatie knelpunten in de bekostiging van interventies gericht op het behoud van vermogen en wat ouderen zelf nog kunnen of (weer) kunnen leren met hulp van trainingen, of tijdelijke ondersteuning wordt voor de zomer van 2026 afgerond. • Het plan van aanpak wordt na de zomer van 2026 opgeleverd. • De werkconferentie vindt in het najaar van 2025 plaats.

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 18

3.2 Versterken mantelzorgondersteuning In Nederland zijn ongeveer 5 miljoen mantelzorgers actief, hiervan zijn ongeveer 450.000 mantelzorgers overbelast. Mantelzorgers hebben een belangrijke rol in het leven van hun naasten. Vaak zorgen ze al langere tijd voor hun naaste voordat zorgverleners in beeld komen. Het is belangrijk dat mantelzorgers goed worden ondersteund en dat er oog is voor hun behoeften en vragen. In dit akkoord maken we afspraken over gelijkgerichte mantelzorgondersteuning, respijt- en logeerzorg en werk en mantelzorg. Deze afspraken zijn niet uitsluitend bedoeld voor mantelzorgers van ouderen, maar ook voor andere mantelzorgers. Deze afspraken zijn aanvullend op de mantelzorgagenda 2023-202619 en zijn opgesteld in samenhang met de afspraken die in het AZWA worden gemaakt over het versterken van de sociale basis en de sociale basisinfrastructuur. In de huidige praktijk, en in de nabije toekomst, krijgen mantelzorgers een steeds grotere rol. Hun behoefte aan ondersteuning groeit daarmee ook. Dit geldt niet alleen voor mantelzorgers zelf, maar ook voor maatschappelijke partners die mantelzorgers helpen. Zoals werkgevers, onderwijsinstellingen, woningcorporaties, medisch specialisten, wijkverpleegkundigen, sociaal werkers en vrijwilligersorganisaties.

De huidige inzet en mogelijkheden van gemeenten en hun lokale partners sluiten niet altijd aan bij deze groeiende behoefte. Inwoners en organisaties zijn gebaat bij voorspelbaarheid en vindbaarheid van het ondersteunings­ aanbod dat de gemeente biedt, maar ook maatwerk op wat de mantelzorger nodig heeft, maar niet zelf kan organiseren. Tegen deze achtergrond, willen we toewerken naar een gelijkgericht ondersteuningsaanbod in alle gemeenten.20 Met daarbij oog voor de lokale kennis, bevoegdheden en financiële ruimte bij gemeenten. Het maatschappelijk vraagstuk rondom mantelzorg is complexer geworden en daarmee ook de vraag naar ondersteuning. Dit vraagt om nieuwe oplossingen. Dit is niet alleen de verantwoordelijkheid van de overheid (VWS of gemeenten) alleen, maar van alle bovengenoemde organisaties en in alle domeinen. In dit akkoord maken we derhalve ook afspraken over de organisatie van respijt- en logeerzorg. Naast gelijk­ gerichte mantelzorgondersteuning is dit een randvoorwaarde die in voldoende mate geregeld en toegankelijk moet zijn om ertoe bij te dragen dat een mantelzorger voor een naaste kan zorgen en tegelijkertijd maat­ schappelijk actief kan zijn. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen het informeel netwerk en de professionele zorgverlener(s) waarbij er ruimte is voor het maken van maatwerkafspraken.

Op verzoek van de ministeries van VWS, SZW, OCW en Financiën werkt de Sociaal-Economische Raad (SER) daarnaast aan een advies over het verbeteren van de combineerbaarheid van mantelzorg en werk. De overheid wil ruimte geven aan het combineren van werk met het verlenen van mantelzorg, maar wil gelijktijdig mensen stimuleren om deel te nemen aan de arbeidsmarkt. De ministeries vragen de SER om scenario’s en oplossingsrichtingen die een goede balans mogelijk maken tussen werk en mantelzorg en andere verplichtingen die mensen hebben. Daarnaast moet er een schets komen van de rol die werkgevers, werknemers en de Rijksoverheid daarin hebben. Daarbij vragen de ministeries aandacht voor een evenwichtige verdeling van zorgtaken en arbeid zodat de economische zelfstandigheid van vrouwen en gendergelijkheid op de arbeidsmarkt worden bevorderd. De SER streeft ernaar een langetermijnvisie op het onderwerp formuleren en zo mogelijk ook aanbevelingen te doen die op de korte termijn de combinatie van werken en mantelzorgen kunnen helpen. Vanuit het streven naar brede welvaart hanteert de SER daarbij een brede blik om te komen tot een goede balans tussen zorgen en werken. Er is aandacht voor de perspectieven van de mantelzorger, de zorgvrager, de werkgever en de zorgmedewerker. De SER heeft de ambitie om het advies voor het einde van 2025 af te ronden.

19

20

Mantelzorgagenda 2023-2026 | Rapport | Rijksoverheid.nl, (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/06/30/ mantelzorgagenda-2023-2026) Gemeenten en mantelzorgers onderschrijven het doel en de ambitie om tot een herkenbaar en voorspelbaar aanbod van mantelzorgondersteuning te komen binnen de bestaande wettelijke kaders. Vanuit dit vertrekpunt verstaan we onder gelijkgerichte mantelzorgondersteuning een ondersteuningsaanbod conform de acht vraaggebieden van mantelzorgers. De financiële afspraken bij het HLO bieden daarbij, boven op de bestaande middelen die gemeenten in het kader van de Wmo2015 ontvangen voor het bieden van mantelzorgondersteuning, een impuls aan de ambitie om het ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers verder te verbeteren. Met het Houdbaarheidsonderzoek Wmo wordt een verdere uitwerking gegeven aan een basisniveau van aanbod aan mantelzorgondersteuning bij gemeenten. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 19

4 Mantelzorgondersteuning Wat is de afspraak Het ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers, waaronder het aanbod van respijt- en logeerzorg, wordt versterkt. We faciliteren de combinatie werk en mantelzorg. Wie gaat wat doen • VWS, VNG en andere relevante maatschappelijke partners werken samen aan een gelijkgericht ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers in alle gemeenten. Hierbij streven we naar ondersteuning voor mantelzorgers, passend bij de behoefte van mantelzorgers in de lokale context, met oog voor het al bestaande ondersteuningsaanbod van gemeenten en gebaseerd op de acht vraaggebieden van mantelzorgers21. Bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, op het gebied van: - Informatievoorziening, zodat mantelzorgers en hun (maatschappelijke) omgeving informatie eenvoudiger kunnen vinden en toepassen. - Ondersteuning bij regeltaken, zoals de inzet van mantelzorgmakelaars. - Emotionele ondersteuning, zoals het faciliteren van lotgenotengroepen. • Met de betrokken partijen worden de behoeften en (financiële) mogelijkheden verder in kaart gebracht. Hierbij gebruiken we de afspraken in de mantelzorgagenda en de financiële afspraken bij het HLO als vertrekpunt. Deze verkenning is onderdeel van afspraak D6 in het AZWA.

• VWS, VNG en ZN gaan in gesprek over passende ondersteuning voor mantelzorgers en de rol van zorgkantoren gelet op de afspraken die worden gemaakt in onderhavig akkoord. Dit gelet op de ambitie om de sociale context mee te laten wegen bij de bepaling van de benodigde Wlz-zorg. Zorgkantoren kunnen dit meenemen in het zorginkoopkader voor het jaar 2027, indien de afspraken in 2025 worden uitgewerkt. • VWS, VNG, ZN maken afspraken over de organisatie van respijt- en logeerzorg binnen de huidige wettelijke kaders (Wmo, Wlz en Zvw). Deze afspraken richten zich in ieder geval op het aanbod op regionaal niveau, de wijze waarop het bijbehorende zorg- en ondersteuningsaanbod op een passende manier kan worden georganiseerd en de wijze van financiering en verantwoording. Om tot een passende organisatie van het aanbod te komen is er afstemming met aanbieders van respijt- en logeerzorg over de huidige knelpunten rond het organiseren van het aanbod, en is er aandacht voor de behoefte van mantelzorgers. Uitgangspunt is dat er in de uitvoering zoveel mogelijk wordt gekeken hoe het indicatie- en verantwoordingsproces voor aanbieders waar mogelijk vereenvoudigd kan worden en er een gezamenlijk commitment (vanuit gemeenten, zorgkantoren, zorgverzekeraars en VWS) wordt gecreëerd om dit aanbod voldoende te borgen22. • De SER stelt een advies op over werk en mantelzorg.

Na publicatie van het advies doet het kabinet concrete voorstellen voor de combinatie van werken en zorgen. Hierbij geldt het volgende: 1) gegeven dit akkoord is het uitgangspunt dat werkende mantelzorgers in voldoende mate worden gefaciliteerd passend bij de context en afspraken die op dat moment van toepassing zijn binnen het stelsel van ondersteuning en zorg en 2) het faciliteren van werkende mantelzorgers moet passend zijn binnen de (financiële) kaders die het Kabinet heeft gesteld. • De ministeries van VWS en Financiën laten een onderzoek uitvoeren naar de draagkracht van het informeel netwerk en de maatschappelijke rol of verantwoordelijkheid die mensen kunnen en willen nemen bij het bieden van hulp of ondersteuning. • De ondertekenaars van het akkoord werken toe naar het predicaat ‘mantelzorgvriendelijke werkgever’. Partijen stimuleren daarnaast hun achterban ook dit predicaat te behalen. Wat is het tijdpad • Q1 202623: bestuurlijke afspraken over een gelijkgericht ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers. Daarbij is oog voor de (financiële) randvoorwaarden die daaraan verbonden zijn. • Q4 2025: afspraken over een regionaal passend, domeinoverstijgend aanbod aan respijt- en logeerzorg zijn klaar. • Eind 2025 (naar verwachting): SER-advies. • Q4 2025: de resultaten van het draagkrachtonderzoek zijn beschikbaar.

• 2028: alle ondertekenende organisatie voldoen aan het predicaat ‘mantelzorgvriendelijke werkgever’.

21 22

23

Acht vraaggebieden van mantelzorgers website Movisie. https://www.movisie.nl/publicatie/verwijzer-mantelzorgondersteuning Mogelijk wordt respijt- en logeerzorg in het AZWA opgenomen als basisfunctionaliteit. Dit is afhankelijk van de besluitvorming in het BO IZA. Hangt in uitwerking samen met afspraak D6 uit het AZWA. Dit kan impact hebben op het tijdspad. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 20

3.3 Wlz-zorg zonder verblijf: vereenvoudiging van leveringsvormen en zorg op maat Voor kwetsbare ouderen is het van belang dat in de thuissituatie goede ondersteuning en zorg beschikbaar is. Uitgangspunt is dat deze ondersteuning en zorg aansluit bij de wensen van de oudere. De ondersteuning en zorg is aanvullend op wat de oudere zelf kan (of weer kan aanleren) met de hulp van mantelzorgers of mensen in het informele netwerk. Hierbij wordt er ook gekeken naar de draaglast en draagkracht van mantelzorgers24. Dit draagt bij aan de zelfstandigheid van ouderen en beperkt de inzet van professionele zorg. In de wijkverpleging en de Wmo is het al veel normaler dat de wijkverpleegkundige of de Wmo-consulent kijkt wat er nodig is in de specifieke situatie en de professionele inzet daarop afstemt. Dit gedachtegoed moet ook in de Wlz gebruikelijk worden en de systematiek van de Wlz moet hierop aansluiten. Van belang is dat de zorg zonder verblijf eenvoudig is te regelen is, tegen een passende vergoeding en dat gemakkelijk kan worden op- en afgeschaald zonder onnodige administratieve belasting. Hiermee worden de Zvw, Wmo en Wlz beter met elkaar in lijn gebracht. In de huidige Wlz is intramurale zorg het uitgangspunt.

Alleen als de ondersteuning en zorg in de thuissituatie verantwoord en doelmatig kan worden geleverd, heeft de cliënt de keuze voor een Volledig Pakket Thuis (VPT), Modulair Pakket Thuis (MPT) of persoonsgebonden budget (pgb). Dit wordt zo nodig aangevuld met voorzieningen uit de Wmo en zorg uit de Zvw. Dit moet op het niveau van de individueel verzekerde worden bepaald. De verschillende leveringsvormen brengen veel administratieve lasten met zich mee voor zowel de zorgvrager als zorgverlener. Denk bijvoorbeeld aan het afgeven van een MPT-beschikking zonder vermelde omvang van zorg en het invullen van rekenmodules bij wijziging van de zorgbehoefte, meerzorg en Extra Kosten Thuis (EKT). Dit willen we vereenvoudigen. Ook willen we tegengaan dat mensen in kwetsbare situaties verplicht moeten overstappen van aanbieder. Het uitgangspunt in de Wlz-ouderenzorg zou zorg zonder verblijf moeten zijn (‘zo gewoon mogelijk’) en indien zorg in de thuissituatie niet meer verantwoord of passend is, komt zorg in een instelling in beeld (zie hoofdstuk 3.4). Bij die omkering van de volgorde ‘thuis als het kan’ in plaats van ‘verblijf als vertrekpunt’ wordt aangesloten bij de beweging van het WOZO-programma. Wlz-zorg zonder verblijf kan ook geclusterd wonen behelzen en als alternatief dienen voor verpleeghuiszorg.

Geclusterde woonvormen zijn er in diverse soorten en maten en geven invulling aan de grote variatie in woonbehoefte van ouderen. Ze dragen bij aan een actief en (langer) vitaal leven met de juiste ondersteuning en zorg in de nabijheid als dat nodig is. Om het systeem van Wlz-zorg zonder verblijf te vereenvoudigen, willen we toe naar één leveringsvorm voor zorg zonder verblijf, naast het pgb. Deze leveringsvorm komt in plaats van de huidige leveringsvormen en kan zowel worden geleverd in een geclusterde als ongeclusterde setting. In de uitwerking hiervan is aandacht voor de gevolgen van de eigen bijdragen, administratieve lasten, uitvoerbaarheid, het doenvermogen voor burgers, de gevolgen voor de overige doelgroepen binnen de Wlz-zorg en de gevolgen voor de andere zorgwetten. Deze mogelijke uitvoeringsconsequenties worden meegenomen in het vervolgtraject. In de uitwerking van de nieuwe leveringsvorm is aandacht voor de verschillende vormen van Wlz-zorg zonder verblijf, zowel in een geclusterde als ongeclusterde woonvorm. Dit doen we onder andere door te onderzoeken hoe geclusterde woonvormen duidelijker kunnen worden gedefinieerd. Deze verschillen betrekken we bij de bekostiging25.

Hierbij dient scherp oog te zijn voor de uitvoering van de afspraken (inclusief de randvoorwaarden) die zijn gemaakt in het in 2024 afgesloten convenant Medisch Generalistische Zorg (MGZ)26 om de beschikbaar­ heid, toegankelijkheid en kwaliteit van (medisch generalistische) zorg te borgen. Dit betreft ook (maar niet uitsluitend) geclusterde woonvormen.

24

25 26

Zie toetsingscriterium 3.1.1. uit het Toetsingskader ‘Toezicht op zorgnetwerken rond cliënten in de thuissituatie’ (Toetsingskader Toezicht op zorgnetwerken rond cliënten in de thuissituatie | Toetsingskader | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd), waar staat dat zorgverleners afspraken moeten maken over het signaleren, bespreken en actie ondernemen bij dreigende overbelasting van de mantelzorger. Bijvoorbeeld door onder andere het meenemen van bijkomende (algemene) voorzieningen in de geclusterde woonvormen Convenant Samenwerking MGZ: Medisch Generalistische zorg voor mensen met een indicatie voor langdurige zorg in de ouderen- en gehandicaptenzorg door Verenso, LHV, Ineen, VGN, NVAVG, ZN, ActiZ, 2 september 2024. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 21

Ongeacht de uitwerking van de vereenvoudiging van leveringsvormen, blijft de huidige hulpmiddelenzorg vanuit de Wmo en de Zvw aan Wlz-cliënten die zorg zonder verblijf ontvangen, ongewijzigd. Bij de uitwerking van het advies van de staatscommissie wordt opnieuw naar dit onderwerp gekeken. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor het verstrekken van hulpmiddelen aan Wlz-cliënten zonder verblijf ongeacht hun woonsituatie (momenteel cliënten met VPT, MPT en/of pgb). Daarnaast blijven gemeenten verantwoordelijk voor woningaanpassingen voor deze Wlz-cliënten. In afwachting van de nieuwe leveringsvorm onderschrijven partijen dat met ingang van inkoopjaar 2027, in afwachting van een wetswijziging, in het kader van passende zorg het MPT in principe voorliggend op het VPT wordt ingezet bij ongeclusterde zorg zonder verblijf. De kwaliteit van ondersteuning en zorg thuis moet geborgd zijn. De inspectie (IGJ) heeft in haar rapport over Wlz-zorg thuis voor ouderen27 aangegeven dat de verschillen tussen zorgaanbieders nog groot zijn en de kwaliteit van zorg nog vaak onder de maat. De inspectie zag ook goede voorbeelden. Het is, conform de aanbevelingen in dit rapport, van belang dat zorgaanbieders die Wlz-zorg thuis leveren een duidelijke visie hebben op wat nodig is om dit goed te organiseren en daarbij de juiste voorwaarden creëren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1235/documents/42492