Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg HLO.pdf
Tekst van het document
De komende periode zal de NDS zich voornamelijk inzetten op de implementatie van de kennis en expertise in het veld alsook het versnellen hiervan. Ad 7.6: Richtlijnontwikkeling Onderdeel van de afspraak over passende zorg is het aanpassen van de richtlijnen in de ouderenzorg. Dit kan gebeuren in samenwerking met SKILZ (de Stichting Kwaliteitsimpuls Langdurige Zorg). Daarnaast is er het traject RAILZ (Richtlijnontwikkeling voor artsen in de langdurige zorg) dat wordt ondersteund tot en met 2026 met een subsidie van VWS van circa € 2 miljoen per jaar, onder meer aan Verenso. Ook de voorziene activiteiten in het kader van HLO dienen te worden ondersteund vanuit VWS. Daarom wordt vanuit het stimuleringsbudget € 2 miljoen per jaar beschikbaar gesteld vanaf 2027 voor RAILZ 2.0-richtlijn ontwikkeling, waar de deelnemers aan RAILZ voorstellen voor zullen doen. Ad 7.7: Ondersteuning zorgaanbieders bij implementatie van technologie In het regeerprogramma wordt ingezet op een versnelde implementatie van digitale zorg. Uit studies is gebleken dat gerichte ondersteuning van zorgaanbieders een betere kans geeft voor een succesvolle implementatie. Onder meer vanuit ‘Waardigheid en trots’44 wordt deze ondersteuning gegeven.
Om de ondersteuning aan aanbieders bij implementatie van technologie (waaronder ook digitalisering) in de ouderenzorg te kunnen intensiveren wordt € 7 miljoen per jaar beschikbaar gesteld. Indien gekozen worden voor een maximale ondersteuning van 1 jaar tegen 4 uur per week kunnen hiermee jaarlijks ruim 200 zorgaanbieders worden ondersteund. Ad 7.8: Kennisverspreiding en ontwikkeling burgerinitiatieven Het ondersteunen en faciliteren van burgerinitiatieven en zorgzame gemeenschappen is een speerpunt in het realiseren van de beoogde beweging (van zorg naar welzijn en gezondheid). Primair zijn gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars aan zet om financiële ondersteuning te geven. Tegelijkertijd is het raadzaam om de kennis- en informatiepositie verdergaand te versterken. Dit ondersteunen we met het HLO. Ad 7.9: Professionalisering sociaal werk Het versterken van het sociaal werk is noodzakelijk om de beweging van zorg naar gezond en welzijn te maken. Met het inrichten van een brede basisinfrastructuur op lokaal niveau kan worden ingezet op een omgeving waar mensen zo lang mogelijk, zo gezond mogelijk kunnen wonen. Tegelijkertijd remt het de zorgvraag af als mensen hulp, ondersteuning of zorg nodig hebben. Sociaal werkers hebben hierin een cruciale rol.
Naast de investering in het vergroten van personele capaciteit is het ook noodzakelijk om het vakgebied aantrekkelijker te maken en te verstevigen. Ad 7.10: Totaal investering in beweging naar de voorkant Post 7.10 laat zien dat de verschillende onderdelen van de financiële impuls voor het versterken van de “voorkant van de ouderenzorg” optellen tot € 34 miljoen in 2026 en € 50 miljoen structureel vanaf 2027.
44
Zie: Waardigheid en trots voor de toekomst. Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 39
Ad 8: Regiobudgetten HLO & kwaliteit Om zorgaanbieders te ondersteunen bij de doelen van het HLO komt er voor de periode 2027-2029 een bedrag van € 40 miljoen per jaar beschikbaar voor regiobudgetten HLO. Zorgkantoren zetten deze in om de brede transformatie die wordt voorzien in het kader van HLO te ondersteunen. Daarbij valt te denken aan projecten die bijdragen aan kwaliteit van ouderenzorg en bestaan. Om de aansluiting te vinden bij de afspraken die in het HLO zijn gemaakt, worden (in overleg met ActiZ en ZN) de activiteiten benoemd waarvoor dit budget kan worden ingezet en vermeld in het inkoopdocument van de zorgkantoren. Zorgkantoren maken vervolgens op basis van hun zorginkoopbeleid afspraken met zorgaanbieders. Ad 9: Opleiding en scholing Om bij te dragen aan de transitiedoelen zullen organisaties en professionals in zorg en welzijn anders moeten gaan werken. Dit vraagt om aandacht voor opleiding en scholing (leven lang leren) van (toekomstige) professionals, eerst en vooral waar tekorten het grootst zijn en waar de beweging naar de voorkant om vraagt. De toepassingen van technologische - (bijv. AI) en sociale innovaties (bijv. reablement) en passende zorg (bijv. samenwerking welzijn, palliatieve zorg, doelgericht indiceren en doelgestuurd behandelen) zijn majeure veranderingen.
Ook is behoud van instroom in de opleidingen voor tekortberoepen, voldoende loopbaanmogelijkheden en het verminderen van de uitstroom van professionals van belang. Vanuit het HLO wordt een bedrag van € 50 miljoen structureel beschikbaar gesteld als dekking voor de afspraken die binnen het AZWA worden gemaakt over opleiden buiten het ziekenhuis. Ad 10: Uitvoeringskosten HLO Voor de uitvoeringskosten van dit HLO is een bedrag gereserveerd van € 5 miljoen in 2026 en € 10 miljoen structureel vanaf 2027. Deze uitvoeringskosten zullen op basis van uitvoeringstoetsen voor een deel worden ingezet voor extra uitvoeringskosten bij VWS, CAK, CIZ, ZIN, NZa, ZN/zorgkantoren en voor ondersteuningsactiviteiten bij de uitvoering van het HLO. Ad 11: Totaal afspraken Dit betreft de optelling van de afspraken 6 t/m 10. Dekking Ad 12: Wlz-zorg zonder verblijf De maatregel gericht op vereenvoudiging van de leveringsvormen thuis levert een besparing op die oploopt van € 120 miljoen in 2027 tot € 360 miljoen structureel vanaf 2030. Zoals toegelicht in paragraaf 3.3 nemen zorgkantoren hiertoe met ingang van 2027 in hun zorginkoopbeleid op dat het MPT in principe voorliggend is op het ongeclusterd VPT.
Ad 13: Transitiemiddelen digitale zorg Voor de versnelde opschaling van digitale zorg zijn tijdelijke transitiemiddelen beschikbaar van afgerond € 14 miljoen per jaar in de periode 2027-2030 (vier jaar). Deze middelen worden ingezet ter verzachting van de tariefmaatregelen en worden daarmee onderdeel van het integrale tarief. Ad 14: Bijdrage enveloppe voor betere ouderenzorg In het Regeerprogramma is vanaf 2027 een bedrag van € 600 miljoen per jaar gereserveerd voor betere ouderenzorg, bijvoorbeeld zorg-/verpleegplekken. In de periode 2027-2029 wordt vanuit de enveloppe voor betere ouderenzorg een bedrag van cumulatief € 700 miljoen ingezet voor de afspraken 6 t/m 10 uit het HLO. Onderdeel van het akkoord is dat deze middelen voor een bedrag van € 281 miljoen deel als dekking mogen worden verschoven naar 2026. Zorgkantoren hebben daarnaast in 2023 vastgesteld dat er sprake is van 5.800 extra verpleegzorgplekken met betrekking tot onomkeerbare bouwplannen voor verpleegzorg met verblijf. Hiervoor was een bedrag gereserveerd oplopend tot € 84 miljoen in 2026. Voor deze bouwplannen is tot en met 2026 slechts tijdelijke financiering beschikbaar.
Na afronding van het onderzoek naar verzorgingshuizen zal een besluit worden genomen over het structureel maken van deze tijdelijke verblijfscapaciteit voor verpleegzorg en de mogelijke dekking hiervan uit de enveloppe voor betere ouderenzorg. De inzet van de middelen uit de enveloppe gaat niet ten koste van de structurele ambities op het terrein van de verzorgingshuizen, maar houdt er rekening mee dat het realiseren hiervan in de praktijk met een ingroeipad gepaard zal gaan.
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 40
Ad 15: Totaal dekking Dit betreft de optelling van de afspraken 11 t/m 14. Resultaat Ad 16: Aangepaste tariefbijstelling na akkoord (5 + 6) De tariefmaatregelen Wlz-ouderenzorg bij ongewijzigd beleid (post 1-5) worden op grond van het HLO verzacht met de extra middelen vanuit post 6. Hiermee resulteert een nieuwe totaalafspraak over de tariefontwikkeling van de Wlz-ouderenzorg: • Het vorige kabinet had reeds een aanwijzing gegeven in verband met de maatregelen meerjarig contracteren en de doorontwikkeling van het kwaliteitskader. Deze aanwijzing komt met de totaalafspraak van dit HLO over de tariefontwikkeling te vervallen. Dat geldt ook de voorgenomen tariefmaatregelen Wlz-behandeling en opschaling digitale zorg. • In plaats hiervan wordt een tariefmaatregel afgesproken conform reeks 16 uit tabel 1. Deze loopt op van € 260 miljoen in 2026 tot € 400 miljoen in 2030 en € 414 miljoen structureel vanaf 2031. • Om het akkoord te verwerken in de NZa-tarieven zal VWS de bestaande aanwijzing aan de NZa intrekken en (via een voorhangprocedure bij Eerste en Tweede Kamer) vervangen door een nieuwe aanwijzing voor de totaalafspraak met passende onderbouwing en toedeling over de leveringsvormen.
Daarbij gelden de volgende overwegingen ter motivering: - Het is noodzakelijk om de zorg anders te organiseren, zodat de zorg toegankelijk blijft voor (zeer) kwetsbare ouderen die daar afhankelijk van zijn. Dit betekent dat zorg geleverd wordt met relatief minder personeel, minder druk van administratieve lasten en meer gebruik van technologie, AI en andere innovaties. Er is ruimte om een passende deskundigheidsmix in te zetten die aansluit bij de zorgvraag en context van de cliënt. - Partijen zijn het er daarom over eens dat de tariefbijstelling die is opgenomen in dit HLO in het licht van bovenstaande leidt tot reële maximumtarieven. - Randvoorwaardelijk is dat de uitwerking van de afspraken uit het HLO leidt tot de noodzakelijke fundamentele keuzes in het stelsel waardoor de noodzakelijke beweging ook echt kan worden gemaakt. - De extra financiële ruimte die ontstaat als gevolg van de herberekening van het richttarief 2026 op basis van sectorresultaten 2024 wordt door de zorgkantoren in de inkoop 2026 benut voor aanvullende tariefafspraken met zorgaanbieders die concreet aan de slag gaan met intensivering op de twee transitiedoelen van het HLO (arbeidsmarkt en toegang). - Concreet wordt de ruimte vertaald in een opslagpercentage.
Het opslagpercentage komt gemiddeld, over het geheel van alle zorgaanbieders, overeen met het verschil tussen het richttariefpercentage 2025 en 2026. In de inkoopafspraken 2026 tussen de individuele zorgaanbieder en het zorgkantoor wordt het feitelijke opslagpercentage vastgesteld op basis van heldere, navolgbare en objectieve criteria, die in het inkoopbeleid 2026 van het zorgkantoor zijn vastgelegd. - De afspraken worden passend bij het HLO gemaakt op de thema’s: langer thuis (o.a. logeren), arbeidsmarkt, duurzaamheid (ESG45-breed) of anders werken in de zorg waaronder (sociale) innovatie zoals betrekken van informele zorg, inzet technologie/ AI en samenwerking in de regio. Zorgkantoren geven hier in de regio vanuit hun inkoopbeleid invulling aan. Uitgangspunten zijn dat middelen direct in de zorg terecht komen en dat de uitwerking past bij de bestaande inkoopprocessen en dat het leidt tot minimale aanvullende verantwoording voor zorgaanbieders en zorgkantoren. In de inkoopafspraken 2026 wordt vastgelegd wat deze minimale verantwoording inhoudt. - Het verzachten van de tariefmaatregelen gecombineerd met huidige beleid en afspraken uit dit HLO betekent dat de beweging wordt ingezet om de zorg voor de meest kwetsbaren toegankelijk te houden.
Voor zorgaanbieders kan door anders te werken voldoende financiële ruimte ontstaan om in combinatie met de OVA-systematiek passende arbeidsvoorwaarden te bieden aan hun zorgmedewerkers. - VWS zal de NZa via een nieuwe aanwijzing verzoeken om de tariefmaatregel uit het HLO te verwerken in haar maximumbeleidsregelwaarden voor de zzp prestaties en VPT-prestaties van de Wlz-ouderenzorg. De MPT-prestaties zijn hiervan uitgesloten. - De NZa zal bij toekomstige kostenonderzoeken rekening houden met de aanwijzing die zij op grond van dit HLO ontvangt. Dit betekent dat VWS de NZa zal opdragen de uitkomsten van haar kostenonderzoek te corrigeren voor de tariefmaatregel uit dit HLO, indien het kostenonderzoek betrekking heeft op een jaar voorafgaand aan 2031 (het jaar waarin de maatregelen haar structurele niveau bereiken).
45
ESG staat voor Environment (milieu), Social (mens en maatschappij) en Governance (behoorlijk bestuur). Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 41
Enveloppe voor betere ouderenzorg Ad 17: Enveloppe voor betere ouderenzorg in het regeerprogramma In het regeerprogramma is vanaf 2027 een bedrag van € 600 miljoen per jaar gereserveerd voor betere ouderenzorg, bijvoorbeeld zorg-/verpleegplekken. Ad 18: Bijdrage enveloppe De enveloppe voor betere ouderenzorg levert een bijdrage aan het realiseren van de afspraken 6 t/m10 uit dit HLO. Deze bijdrage is gelijk aan het bedrag van post 14. Ad 19: Kasschuif enveloppe Om de afspraken 6 t/m 10 reeds in 2026 te kunnen dekken is een kasschuif nodig van middelen vanuit de enveloppe ouderenzorg. De kasschuif zorgt voor een sluitend financieel beeld over de jaren 2026-2029. Ad 20: Restant enveloppe ouderenzorg bij HLO Na verwerking van de financiële bijdrage aan de afspraken in dit HLO en de kasschuif resteert er in de enveloppe in 2027 een bedrag van € 200 miljoen in 2027, € 360 miljoen in 2028, € 540 miljoen in 2029 en € 600 miljoen structureel vanaf 2030. Dit betreft de optelling van de posten 17 t/m 19.
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 42
HLO
5 Monitoring
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 43
5 Monitoring
Door te monitoren ontstaat meer inzicht in het bereiken van de transitiedoelen: • Het eerste transitiedoel is om het stijgende arbeidsmarkttekort met 100.000 personen lager uit laten komen, dan anders het geval zou zijn geweest. In de KPMG-rapportage is aangegeven dat met de HLO-afspraken op termijn een potentiële arbeidsmarktbesparing van ca. 50.000 werknemers kan worden bereikt (conform de uitgangspunten van het KPMG-middenscenario). • Het tweede transitiedoel beoogt de toegankelijkheid van kwaliteitsgerichte ondersteuning en zorg voor ouderen te borgen in de toekomst. De monitor bestaat uit drie ‘onderdelen’: • Input monitoring: zicht houden op de voortgang van planvorming en uitvoering van de afspraken en plannen. • Beweging: inzicht krijgen op de cruciale veranderingen in de zorg (output monitoring). • Uitkomsten voor ouderen: volgen wat de effecten zijn van alle inspanningen op de kwaliteit van bestaan van ouderen (netwerk, gezondheid en dergelijke), de kwaliteit van de geleverde zorg aan ouderen en de financiële en personele houdbaarheid van het zorgsysteem op de (middel)lange termijn. Input monitoring a. HLO-afspraken • Alle afspraken uit het HLO worden vastgelegd en de voortgang wordt bewaakt. • Als basis wordt gebruik gemaakt van de huidige monitoring ouderenzorg.
• Daarbij zijn de HLO-thema’s leidend: - Procesafspraken over de stappen op weg naar de periode na 2028. - Afspraken over de maatregelen in de periode 2025-2028, waaronder afspraken over de bedrijfsvoering (administratieve lasten, arbeidsmarkt en digitale zorg conform de IZA-monitoring met toespitsing op ouderenzorg). b. Monitoren van de uitputting van de financiële kaders: Op basis van geactualiseerde gegevens van het Zorginstituut en de NZa stelt VWS overzichten van de Wlz-uitgaven op en deelt deze informatie met de Kamer op reguliere begrotingsmomenten. Hierbij wordt ook specifiek aandacht besteed aan de besparingen die zijn opgenomen in het meerjarig financieel Wlz-kader. In het kader van de monitoring van de uitputting van de financiële kaders is ook aandacht voor eventuele substitutie effecten van afspraken uit het HLO op de Wmo46 en de eerste lijn. Indien hier sprake van blijkt, worden hierover nadere bestuurlijke afspraken gemaakt. c. Monitoring van de uitputting transformatiemiddelen: Tot en met 2026 zijn transformatiemiddelen beschikbaar van het vorige kabinet met betrekking tot de beoogde transitie van scheiden van wonen en zorg (regionaal stimuleringsbudget, een regiobudget scheiden wonen/ zorg, 70 miljoen). Vanaf 2027 zijn er regiobudgetten beschikbaar (40 mln per jaar). Er wordt nog uitgewerkt hoe deze middelen worden ingezet.
46
Uitkomsten van het houdbaarheidsonderzoek Wmo zullen effect hebben op ondersteuning vanuit de Wmo. Wanneer het houdbaarheidsonderzoek gereed is, zal ook worden gekeken naar eventuele effecten van het houdbaarheidsonderzoek op de afspraken in het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg. Eventuele impact zal tevens worden geagendeerd op de bestuurlijke tafel van het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg. Het is van belang om de congruentie tussen verschillende trajecten, akkoorden en bewegingen te bewaken.
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 44
Beweging: monitoring van de verandering die het HLO beoogt (output) Er is een opdracht verstrekt aan het RIVM om de beweging naar de voorkant te monitoren, waarbij de uitgangspunten ‘zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan’ centraal staan. In 2024 is een plan van aanpak opgesteld en eind 2024 is de opdracht verstrekt om de monitoring voor 2025 en 2026 uit te voeren. Met het RIVM wordt bekeken in hoe deze monitoractiviteiten verder aan te vullen (indien nodig). Met betrekking tot de beweging naar de voorkant zijn er indicatoren in beeld, die gaan over (zelfstandig) wonen, leefomgeving, en toeleiding en toegang tot zorg. Ook zijn indicatoren beschikbaar over (de inzet van) digitale zorg. Deze informatie kan op incidentele basis worden aangevuld met signalen die door de verschillende organisaties naar voren worden gebracht, bijvoorbeeld door cliëntenraden, patiëntenverenigingen en senioren organisaties. Met hen wordt verder afgestemd hoe dit het beste kan worden uitgewerkt. Op het terrein van ‘Wonen voor ouderen’ wordt momenteel een monitorsysteem ontwikkeld, in samenwerking met het ministerie van VRO, om inzicht te krijgen in het realiseren van de afspraak om tot en met 2030 290.000 extra woningen te creëren voor ouderen. Daarnaast zal op macroniveau inzicht worden verkregen in de ontwikkeling van de arbeidsmarkt en de administratieve lasten: a.
Monitoring van de ontwikkelingen op het gebied van de arbeidsmarkt: (2x per jaar) Voor dit onderwerp wordt aangesloten bij de zorgbrede monitoring door VWS die in belangrijke mate steunt op het onderzoeksprogramma “Arbeidsmarkt zorg en welzijn” (AZW). Daarbij zal, waar mogelijk, een uitsplitsing komen voor de ouderenzorg (branche VVT). Op basis van deze informatie kan worden bezien in hoeverre het transitiedoel wordt gerealiseerd om te komen tot arbeidsbesparing en het inperken van het arbeidsmarkttekort. b. Monitoring administratieve lasten De ervaren administratieve lasten van zorgverleners worden gemonitord via de Werknemersenquête Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn van het onderzoeksprogramma AZW dat uitgevoerd wordt door het CBS. Hiermee wordt jaarlijks de last uitgevraagd die zorgverleners ervaren. Deze is uitgesplitst naar de verschillende sectoren. De ouderenzorg (Verpleging, Verzorging en Thuiszorg) is hierbij een aparte sector. Daarnaast zal bij nieuwe beleidsvoorstellen vooraf een regeldruktoets plaatsvinden. Doelgroepen monitor – impact op en inbreng van de burger/cliënt Het is van belang om niet alleen de effecten te meten op de macrozorguitgaven, de arbeidsmarkt en de ontwikkeling van de administratieve lasten, maar ook te bezien welk effect de HLO-afspraken hebben op de ouderen.
Er wordt aangesloten bij de activiteiten van het Zorginstituut voor het monitoren van de uitkomsten van vijf specifieke doelgroepen in het kader van IZA. Hierbij is vooral de doelgroep ‘ouderen met een kwetsbare gezondheid’ van belang (www.regiobeeld.nl/monitor-doelgroepen-iza). Ook wordt de draagkracht en draaglast van mantelzorgers/het sociaal netwerk meegenomen op basis van bestaande monitors en rapporten, bijvoorbeeld van het SCP. In het eerste kwartaal van 2026 maken we afspraken over deze monitoring van het effect op mantelzorgers (implementatie en uitvoering) Ook kunnen we (delen van) de monitoring WOZO van het RIVM voortzetten voor het HLO voor de activiteiten genoemd in hoofdstuk 2. Het gaat om indicatoren in relatie tot de onderwerpen als zelfredzaamheid (en draagkracht), voorbereiden op ouder worden, door ouderen ervaren veranderingen op toegang, kwaliteit en druk op zorg, gebruik van digitale zorg en sociale basis. Ook kan incidenteel inzicht worden geboden in (de resultaten van) bijvoorbeeld burgerinitiatieven en onderzoeken onder cliënten. Voor het totaal van dit onderdeel van de monitoring vindt de nadere uitwerking plaats als onderdeel van de implementatie van het HLO.
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 45
14 Monitoring Wat is de afspraak Er worden monitorinstrumenten ingericht om inzicht te krijgen in de voortgang van de gemaakte afspraken, de beoogde beweging naar de voorkant en de uitkomsten voor de doelgroep ouderen. De transitiedoelen (verminderen arbeidsmarktkrapte en verbeteren toegankelijkheid zorg) staan daarbij centraal. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande registraties en statistieken om een toename van administratieve lasten te voorkomen. Indien uit de monitorinformatie blijkt dat er grote afwijkingen zijn ten opzichte van de gemaakte afspraken en de gestelde doelen, zal dit met de betrokken organisaties worden besproken, zodat tijdig aanvullende activiteiten in gang gezet kunnen worden indien dit nodig is. Wie gaat wat doen VWS houdt een monitor bij van de gemaakte afspraken. Voor het inzicht in de beweging wordt een uitbreiding voorzien van de RIVM-monitor WOZO en wordt gebruik gemaakt van de IZA-doelgroep monitor (onderdeel ‘ouderen met een kwetsbare gezondheid’) met betrekking tot de doelgroep ouderen. Ook wordt aansluiting gezocht bij de monitor die wordt opgezet in het kader van het Generiek Kompas onder regie van ZN. Voor arbeidsmarktinformatie wordt aangesloten bij de zorgbrede monitor arbeidsmarkteffecten van VWS die voor een belangrijk deel put uit het onderzoeksprogramma AZW.
Waar mogelijk vindt afstemming plaats met de monitoring die wordt gebruikt voor de aanvullende IZA afspraken. Wat is het tijdpad Eind 2025 zijn de monitors beschikbaar.
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 46
HLO
6 Landelijke samenwerking en ondersteuning (governance) Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 47
6 Landelijke samenwerking en ondersteuning (governance) De landelijke samenwerkingsstructuur van HLO ziet er als volgt uit.
Bestuurlijk overleg AZWA
Team Overheid
Bestuurlijke TT ouderen/HLO (regiegroep)
Communicatie
Bureauoverleg (werkorganisatie)
TT 1
TT 2
TT 3
TT 4
TT enz.
Financiele werkgroep
Verbinding met de praktijk Ouderen(organisaties), verwanten, samenleving, zorgverlenders, aanbieders
Aanvullend op de (bestaande) thematafels in het kader van AZWA, wordt ook de bestuurlijke thematafel ouderen/ HLO vormgegeven. Aan de bestuurlijke thematafel ouderen/HLO zit een beperkt aantal vertegenwoordigers van betrokken organisaties aan tafel. De taak van de thematafel is: • Samen sturing geven aan de uitwerking en uitvoering van de afspraken in dit akkoord. • Het formuleren van concrete opdrachten onder andere aan het bureauoverleg. • Het bewaken van de samenhang, het programma Wonen en Zorg voor ouderen en andere relevante trajecten. • Het monitoren van de voortgang van het HLO. • Het bespreken en besluiten over geagendeerde knelpunten of discussiepunten. Daar waar afspraken raken aan bestaande structuren, zoals de ketenraad KIK-V, verloopt de besluitvorming via die tafels. Wel wordt gekeken naar de voortgang op deze tafels. Verder is er een intensieve afstemming met de stuurgroep Wonen en Zorg voor ouderen, waarin naast de departementen van VWS en Volkshuisvesting en Ruimtelijk ordening (VRO) ook ActiZ, ZN, de VNG, Seniorencoalitie, Aedes en IVBN zijn vertegenwoordigd. Zo is geborgd dat op de bestuurlijke thematafel HLO ook het woonvraagstuk voor ouderen in samenhang met de HLO-afspraken over zorg en ondersteuning kan worden besproken.
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 48
De Directeur Generaal Langdurige Zorg (DGLZ) is voorzitter van de thematafel ouderen/HLO en de staatssecretaris LMZ neemt periodiek deel. Dit is afhankelijk van de geagendeerde onderwerpen. Doordat deze thematafel bestuurlijk is vormgegeven, is er geen directe aanleiding om specifieke HLO onderwerpen te agenderen in het bestuurlijk overleg AZWA. De leden zijn: • De Seniorencoalitie • LOC • Patiëntenfederatie Nederland (PFN) • Verenso • Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) • Sociaal Werk Nederland • Zorgthuisnl • ActiZ • Zorgverzekeraars Nederland • Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) • De staatssecretaris van Langdurige en maatschappelijke zorg (VWS) Voor de ondersteuning van de thematafel vormen medewerkers van leden een werkorganisatie (bureauoverleg). Deze werkorganisatie heeft als taak het voorbereiden van de besprekingen in de Thematafel en (indien aan de orde) het uitvoeren van opdrachten van de thematafel. De verbinding met de praktijk is belangrijk. In dit verband worden alle partijen die betrokkenheid voelen bij de ondersteuning en zorg van ouderen geïnformeerd over de voortgang van het HLO, de relevante afspraken uit het AZWA, over de voortgang van het programma Wonen en Zorg voor ouderen, de staatscommissie en het onderzoek naar de terugkeer van de verzorgingshuizen.
Daarnaast is het verband bedoeld om met elkaar in verbinding te blijven, te reflecteren, signalen en zorgen te delen, de maatschappelijk beweging te monitoren, elkaar te inspireren met goede voorbeelden (of mislukkingen) en elkaar scherp te houden op de bedoeling. Dit geven we vorm met een digitaal spreekuur en een aantal fysieke bijeenkomsten. Daarnaast zullen we periodiek bijeenkomsten organiseren in het veld om te horen wat daar speelt zodat we daarop ook beleidsmatig kunnen reageren (‘luis in de pels’). Communicatie Ten behoeve van de maatschappelijke dialoog ‘Praat vandaag over morgen’ worden door diverse organisaties activiteiten ondernomen. Deze partijen stemmen onderling af en coördineren hun activiteiten. Het betreft: • ActiZ: campagne en website • Seniorencoalitie: bijeenkomsten met senioren • Senioren Netwerk Nederland: bijeenkomsten met senioren • BeBright: voert ‘Ouderworden2040’ uit • VWS: campagne Financieel overleg De financiën in het HLO hebben specifiek betrekking op de meerjarige begroting Wlz. Over de onderwerpen met een financieel karakter wordt informatie gedeeld door organisaties die hierbij het meest betrokken zijn. Dit overleg is naast het reguliere overleg dat nu al plaats vindt tussen de verschillende partijen bijvoorbeeld het bilaterale overleg tussen ZN en zorgaanbieders over de zorginkoop.
De deelnemers zijn: • ActiZ en Zorgthuisnl • ZN • VWS • NZa Vanuit het financiële overleg wordt informatie gedeeld met de thematafel.
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 49
Team Overheid In lijn met IZA is de rol van Team Overheid dat zij naast uitvoering van de bij hen belegde taken, samen en ieder vanuit zijn eigen rol, zorgen voor regie op de richting, met ruimte voor de oplossingen en ondersteuning voor organisaties om te kunnen transformeren. Daarom is een week voorafgaand aan de bestuurlijke thematafel een overleg voorzien met team overheid om de voortgang en eventuele knelpunten te bespreken en waar nodig te agenderen aan de bestuurlijke thematafel. Leden van team overheid kunnen bij deze bespreking aan de bestuurlijke thematafel worden uitgenodigd. De leden zijn: • NZa • Zorginstituut Nederland • Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) • CIZ • CAK • VWS
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 50
Dit is een uitgave van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Parnassusplein 5 | 2511 VX Den Haag Postbus 20350 | 2500 EJ Den Haag www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport juni 2025